Vroeger geloofde ik in de lange arm van Rabat. Dat ik dan naar Marokko zou gaan en dat ze me apart zouden nemen en vertellen welke boeken ik had geschreven, in welke kranten mijn opiniestukken stonden en wat ik had gezegd bij Pauw & Witteman. Stiekem hoopte ik dus dat er een dossier van mij zou liggen waarin stond of ik couscous kan klaarmaken, of ik de moskee bezocht en wanneer de laatste keer was dat ik zei: God, het Land en de Koning. Helaas. Niets van dat alles. Marokko bleek toch niet zo in mij geïnteresseerd.
Afgelopen week heeft een anonieme groep een brandbrief naar de Kamer geschreven over ongewenste inmenging van Marokko in het leven van Marokkaanse Nederlanders. Ik ging er eens goed voor zitten. ‘Alle middelen en mechanismen’ zou worden ingezet, variërend van ‘subtiele vormen van propaganda en inkapseling’ tot ‘beïnvloeding, spionage en intimidatie’, om Marokkanen alhier voor het karretje van Rabat te spannen. Grote beweringen, geen bewijs.
Elk jaar word ik door de Marokkaanse ambassade uitgenodigd voor een feestelijke aangelegenheid, meestal rond de Marokkaanse Koningsdag of een iftar-maaltijd. Ik ben er een keer op ingegaan, heel nieuwsgierig hoe de ambassade dit etentje zou gebruiken om Marokkaanse Nederlanders aan zich te binden. We werden verwelkomd door de ambassadeur, gingen aan een ronde tafel zitten om te eten en aan het einde van de avond gingen we weer naar huis. Ik gaf het eten een 7,5 en ‘beïnvloeding’ kreeg een 3-.
De brandbrief gaat mee op de golven van verdachtmakingen van moslims in Nederland, zoals onlangs door VVD-Kamerlid Bente Becker in talkshows van WNL. Ze wil onderzoek naar Chinese weekendscholen, Marokkaanse weekendscholen en moskeeën. Gemakshalve vergat ze hoe de Israëlische inmenging in de Nederlandse politiek tot in de Tweede Kamer reikt, met nepnieuws en hasbara. Ik zie mevrouw Van der Plas van de BBB nog zwaaien met die gefabriceerde rapporten naar aanleiding van de Maccabi-rellen, haar aangereikt door een Israëlische bron.
De brandbrief gaat mee op de golven van verdachtmakingen van moslims
Maar ik ga terug naar Marokko, want wat heb ik met het Midden-Oosten te maken? De brandbrief rakelt het afgekloven bot weer eens op: de dubbele nationaliteit. In deze kwestie sta ik lijnrecht tegenover de anonieme groep: ik roep elke Marokkaanse Nederlander op zijn dubbele nationaliteit te koesteren, het is een bonus. Je mag grond kopen in Marokko, iets wat niet-Marokkanen niet mogen en, in het licht van de geopolitieke ontwikkelingen die in het zwartste scenario zouden kunnen leiden tot systematische uitsluiting van moslims, zal dat dubbele paspoort heel wat mensen kunnen redden. Het dubbele paspoort geeft adem.
Meer nog dan de lange arm van Rabat vrees ik de lange arm van Trump en Netanyahu. Er wordt ook gesproken van het ondersteunen van invloedrijke Nederlandse Marokkanen. Ik voel me aangesproken. Ik doe projecten in Marokko, organiseer tentoonstellingen met kunst uit Marokko. Ik geef lezingen in Marokko. En in al deze gevallen heb ik gehoopt dat ik ontzettend ondersteund zou worden, dat de rode loper uitgerold zou worden, dat ik maar met mijn pink hoefde te bewegen en men voor me ging rennen. Was het maar zo.
Met Marokko samenwerken is inspirerend, maar bij vlagen ook stroperig, frustrerend en traag – het is hard werken. Ik doe het omdat ik in de bilaterale samenwerking geloof. ‘Het actief scouten van getalenteerde sporters voor de nationale teams van Marokko’ gebeurt, maar is op het niveau van wat alle andere landen ook doen. Het ronselen van talenten voor sportieve glorie gebeurt ook in Nederland. Veel pijnlijker is mijns inziens dat Marokkaanse Nederlanders die uitkomen voor Nederland, als puntje bij paaltje komt, niet als volledig Nederlands worden gezien.
Dan is er het punt van de religieuze beïnvloeding. Met de ramadan worden imams ingevlogen uit Marokko om hier de gebedsdiensten te doen; we moeten Marokko hiervoor bedanken, want er is een tekort aan imams. Marokko biedt Nederland ontwikkelingshulp aan.
Er valt van alles aan te merken op Marokko: de mensenrechten, de bejegening van journalisten, de miserabele omstandigheden waarin mensen verkeren. In Marokko zelf maken dappere mensen hier melding van. Van Marokko een totalitaire politiestaat maken die alle Marokkaanse Nederlanders aan een touwtje heeft, is een gotspe.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

