Het doel is om David (52) te spreken over zijn situatie als economisch dakloze, een snelgroeiende risicogroep. Het Passantenpension is er speciaal voor hen. Het is een tijdelijke woonplek voor mensen, tot een zekere zelfredzaamheid in staat, die hun woning zijn kwijtgeraakt door financiële problemen, bijvoorbeeld als gevolg van een scheiding of het verlies van een baan. Zij kunnen daar maximaal zes maanden een gemeubileerde kamer huren. En niet zelden is dat, gezien de dagelijkse realiteit van economische dakloosheid, een zeer noodzakelijke reddingsboei.
‘Ik ben hier naartoe gekomen vanwege mijn petekind’
David twijfelt of hij zijn verhaal wil vertellen, maar er van verzekerd dat hij niet gefotografeerd wordt en ik een fictieve naam zal gebruiken, wil hij toch een enkele vraag beantwoorden. We zitten op een bankje buiten. Hij blijkt een welbespraakte man die niet de indruk maakt zwaarwegende psychische problemen te hebben. En afgezien van de sigaret die hij rookt, duidt er niets op verslaving. Waarmee hij dan ook voldoet aan de vereisten van het Pension.
De voor de hand liggende vraag is natuurlijk: hoe bent u dakloos geworden?
‘Ik ben geboren in Portugal. Heb in het verleden verkeerde dingen gedaan. In het buitenland in de gevangenis gezeten ook. Ik ben hier naartoe gekomen vanwege mijn petekind. En ik had werk, in de bouw, en in een sojafabriek. Dat was wel vijftien, zestien uur per dag werken, want je verdient niet veel. Maar het is een leven. En toen werd ik onverwacht ontslagen.’
Waarom bent u ontslagen?
‘Er was even geen werk meer. Dus zeiden ze dat ik iets gedaan had wat ik niet gedaan heb. Daar werd ik natuurlijk boos over. Ik heb ruzie gekregen, gevochten. Dat was het. Al snel kon ik de huur niet meer betalen. Ik had spullen, meubels, kleding, een step. Ik ben alles kwijt.’
Was er een andere mogelijkheid dan het Passantenpension?
‘Ik heb geen familie hier. Ook geen kinderen. Gelukkig niet, want dan hadden ze dit zien gebeuren. En ik dacht dat ik vrienden had, maar toen ik eenmaal op straat stond… niemand. Zelfs niet om even te douchen. En de huren zijn onbetaalbaar hoog, boodschappen ook. Als je niets hebt, is de bus of tram nemen ook echt een keuze. Dus het ging opeens heel snel.’
‘Ik dacht dat ik vrienden had, maar toen ik eenmaal op straat stond… niemand’
Wat je vaak hoort, is dat de kwaliteit van het leven vanuit economische dakloosheid versneld achteruit kan gaan. Van een nog acceptabel leven met weinig geld bijvoorbeeld naar zware psychische problemen en verslaving.
‘Ik sliep eerst vaak op Station Sloterdijk. Op het beton. Na tien uur komt daar vrijwel geen politie meer. Op straat leven… dat is echt… Toen ging het echt heel slecht met me. Maar daar wil ik verder ook niet te veel over praten.’
En nu dus het Passantenpension. Hoe is het daar?
‘Het pension is paradijselijk! Ik sta weer. Heb een uitkering kunnen aanvragen. Het pension is echt wel een redding.’
Heeft u plannen voor de toekomst?
‘Ik weet het nog niet helemaal. Hier heb ik verder niemand. Ik heb familie in Amerika, daar denk ik over, of ik daar naartoe kan. En misschien ga ik terug naar Portugal. Alles is ook veel goedkoper daar. Huizen ook.’

Terug in het Passantenhotel schetst persoonlijk hulpverlener Aniek de Bruijn de omstandigheden van economische dakloosheid. ‘We hebben als HVO-Querido zeven plekken als deze in Amsterdam en daar leven zo‘n vierhonderd mensen. Veel mensen die hier komen, zoeken wekelijks, soms dagelijks, op alle relevante websites door het hele land naar een woning, maar dan nog kan het jaren duren voordat ze iets vinden. En ondertussen neemt het probleem toe.’
In welke zin?
‘Alleen al in aantallen. Wij hebben een wachtlijst van tweehonderdtachtig mensen, waaronder zo‘n zeventig vrouwen. En die wachtlijst groeit, want als er iets fout gaat in je leven, kan je in deze tijd natuurlijk veel moeilijker aan een ander huis komen. Het gaat dus ook over mensen die van een betrekkelijk normaal bestaan zwaar in de problemen terechtkomen, en in een andere realiteit.’
‘Wonen zou een recht moeten zijn in een rijk land als Nederland’
Ja, zoals ik het begrijp, kan economische dakloosheid snel een negatieve versnelling teweegbrengen. Zeker als er buiten slapen aan te pas komt.
‘Wat je inderdaad ziet, is dat mensen die economisch dakloos worden, snel verder achteruit kunnen gaan. Het leven op straat is hard en eenzaam. Je hebt geen rust. Vanaf de straat een normaal leven opbouwen is vrijwel niet te doen. Verslaving komt dichtbij. En als je dan gaat drinken… ik juich het natuurlijk niet toe, maar ik begrijp heel goed hoe je in zo‘n situatie weg wilt zijn van de realiteit.’
Wat zie jij als oplossing?
‘We hebben meer opvanglocaties nodig. Natuurlijk is de woningmarkt een belangrijk deel van het probleem. Dus zit daar ook een deel van de oplossing. En ik denk dat het goed is als we meer weten over daklozen. Ik heb gezondheidswetenschappen gestudeerd en daarna gezondheidseconomie. Natuurlijk kende ik dakloosheid wel, het is ondertussen op straat ook niet echt te vermijden, maar ik had ook een behoorlijk vooroordeel. Het stond ver van me af, ik was vooral een beetje bang voor die mensen. Toen heb ik in samenwerking met de gemeente wat van die opvanglocaties kunnen bezoeken en kwam ik erachter hoeveel kwetsbare en lieve mensen er dakloos zijn. Dat was echt heftig. Het zijn gewoon mensen en wat hen overkomt, staat minder ver van een ‘gewoon’ leven af dan je zou denken. Daar moeten we ons meer van bewust worden. Zoals het nu is, ik vind het echt absurd. Een enorme crisis. Wonen zou een recht moeten zijn in een rijk land als Nederland.’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

