Het is inmiddels een terugkerend patroon dat moeilijk nog als toeval kan worden weggezet. Marokkaans-Nederlandse schrijvers, cultuurmakers en opiniemakers met een uitgesproken kritisch profiel duiken jaarlijks op in Rabat, als gast van en op kosten van de omstreden CCME, tijdens de boekenbeurs SIEL.
Dat orgaan, officieel een adviesraad voor de Marokkaanse diaspora, wordt al jaren gezien als een verlengstuk van de politieke invloed van het Marokkaanse regime.
Wat wringt, is niet zozeer de reis zelf, maar de opvallende tegenstelling in houding. In Nederland profileren deze stemmen zich vaak als kritisch, progressief en uitgesproken tegen institutioneel onrecht. Maar eenmaal in de Marokkaanse context lijken die principes opmerkelijk flexibel. Dezelfde auteurs die in het Nederlandse debat – terecht – scherp uithalen naar machtsstructuren, laten zich zonder veel ruchtbaarheid fêteren door een instituut dat nauw verbonden is met de tentakels van Mohammed VI.
Dat roept vragen op over consistentie en geloofwaardigheid. Want het gaat hier niet om een neutrale culturele uitwisseling. De CCME staat al sinds de oprichting ter discussie en wordt door critici gezien als onderdeel van wat vaak de ‘lange arm van Rabat’ wordt genoemd: de poging van de Marokkaanse staat om invloed uit te oefenen op diasporagemeenschappen in Europa. Zelfs de AIVD wijst expliciet in recente rapportages op praktijken van inmenging en intimidatie door Rabat.
De context maakt het des te gevoeliger. In Marokko zelf is er geen ruimte voor kritische stemmen. Internationale mensenrechtenorganisaties zoals Freedom House, Human Rights Watch, Amnesty International en Reporters Without Borders bevestigen dat al jaren, consequent en onmiskenbaar.
Wie zich profileert als onafhankelijk en kritisch, moet ook bereid zijn die houding consequent door te trekken
Journalisten en jonge Gen Z-demonstranten die zich uitspreken tegen corruptie en machtsmisbruik worden stevig de kop ingedrukt. En dan zijn er nog Nasser Zefzafi en zijn medestanders van Hirak Rif.
In dat licht is het minstens opmerkelijk dat Nederlandse opiniemakers, die elders de mond vol hebben van mensenrechten en vrijheid van meningsuiting, zich verbinden aan een staatsgelieerd platform zonder daar publiekelijk rekenschap over af te leggen.
Het wordt nog wranger wanneer dezelfde figuren in het Nederlandse debat de lange arm ontkennen en critici daarvan de maat nemen. Deze hypocrisie is recent door Abdelkader Benali in zijn column in de Kanttekening tentoongespreid.
Een opiniemaker of auteur hoeft geen heilige te zijn, maar enige consistentie mag wel worden verwacht. Wie zich profileert als onafhankelijk en kritisch, moet ook bereid zijn die houding consequent door te trekken – óók wanneer dat ongemakkelijk is, óók wanneer er uitnodigingen op tafel liggen.
Nadat afgelopen zaterdag de kritische geest Maati Monjib de toegang tot de boekenbeurs werd geweigerd – ondanks een toegangsbewijs – rijst de vraag of de Nederlandse vertegenwoordigers zich solidair met hem zullen verklaren.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

