Het verhaal dat centraal staat in het Offerfeest, al-Adha, dat vandaag begint, ken ik maar al te goed uit mijn kindertijd. Een lieve oudere vrouw die mij en mijn broertje en zusjes grootbracht — mijn ouders hadden beiden drukke banen — las het herhaaldelijk voor. Tante, zo noemden we haar, was een diepgelovige gereformeerde vrouw en het was haar lievelingsverhaal.
Ze vertelde het verhaal zoals het in de kinderbijbel stond. Abraham en Sara krijgen na heel lang wachten eindelijk een zoon: Isaak. Als Isaak een grote jongen is geworden, krijgt Abraham een droom. Hij hoort de stem van God die hem opdraagt Isaak te offeren op de berg Moria. Abraham heeft het ontzettend moeilijk met deze opdracht, maar hij weet ook: als God het wil, dan moet het.
Hij vertelt Isaak niets over zijn droom en draagt hem op hout naar de berg te brengen; zelf draagt hij een pot met vuur. Eenmaal op de berg vraagt Isaak aan Abraham waar het lam is dat ze gaan offeren. Dan moet Abraham wel vertellen dat Isaak zelf geofferd wordt. Hij legt hem op het hout. Maar op dat moment klinkt er een stem vanuit de hemel die zegt dat hij het kind niets mag aandoen. God weet nu dat Abraham Hem liefheeft boven alles en zelfs zijn kind aan Hem wil geven. Er verschijnt een lam in de struiken en in plaats van zijn zoon offert Abraham het lam.
Als dochter van niet-gelovige ouders en begreep ik niet waarom Tante zo van dit verhaal hield. Het ging over een man die zijn kind offerde omdat God zei dat het moest. Ik vond het gruwelijk, net als de gedachte dat tante, die zo liefdevol en beschermend voor ons kinderen was, juist dat verhaal als het allermooiste zag.
Nu, aan de vooravond van het islamitische Offerfeest, dat veel van mijn collega’s en vrienden gaan vieren, begrijp ik het verhaal beter. Het gaat om vertrouwen en overgave aan God, aan Allah.
In de Koran wordt het verhaal verteld in soera 37, As-Saaffaat, in de verzen 99–111. Abraham, die in de Koran Ibrahim wordt genoemd, vraagt aan Allah hem een zoon te schenken. Die krijgt hij: een zachtmoedige en verdraagzame zoon. Wanneer zijn zoon oud genoeg is om met hem mee te werken, krijgt Abraham een droom waarin hij ziet dat hij zijn zoon moet offeren. Hij vertelt het aan hem. Zijn zoon zegt: ‘O mijn dierbare vader, doe wat u bevolen is.’
Haar diepste levenshouding was overgave aan de wil van God
Wanneer ze klaar zijn met de voorbereidingen van het offer, legt Abraham zijn zoon op de zijkant van zijn voorhoofd neer. Op dat moment klinkt er een stem die zegt: ‘O Abraham, jij hebt de droom al vervuld.’ Abraham hoeft zijn zoon niet te offeren; in plaats daarvan verschijnt er een offerdier. Daarna wordt hem toegewenst: ‘Vrede zij met Abraham.’
Tijdens het Offerfeest vieren gelovigen hun liefde, overgave en vertrouwen in Allah, net als tante die had in haar christelijke God. En net als joden in hun God, want zij kennen het verhaal ook. Het verhaal van de bijna-offering van Isaak wordt door joden de Akeda genoemd, de binding van Isaak. Tijdens Rosj Hasjana, het Joodse nieuwjaar, wordt het verhaal in de synagoge voorgelezen en wordt er op een sjofar, de hoorn van een ram, geblazen — een verwijzing naar het offerdier. In het christendom is het verhaal ook nog eens een voorbode van de kruisiging van Jezus, die sterft voor de zonden van de mens.
Het Offerfeest heet in het Arabisch Eid al-Adha, of Eid al-Kbir, het grote feest, of gewoon Eid, feest. Een vriendin van Marokkaanse komaf heeft het steevast over het feest van de schapen. Turken noemen het Kurban Bayramı, of kortweg Kurban, offer. Het is een van de belangrijkste feesten van de islam en duurt vier dagen.
Er zijn kleine verschillen in de religieuze verhalen over het offer dat uiteindelijk niet hoefde te worden gebracht. In de Koran heeft de zoon bijvoorbeeld geen naam, maar veel moslimgeleerden gaan ervan uit dat het om Ismaïl, Ismaël, gaat. In het jodendom en christendom is het niet Ismaël die geofferd dreigt te worden, maar zijn halfbroer Isaak; in de islam Ishaq. Joden noemen Abraham Avraham en Isaak Jitschak.
Tante is al lang geleden gestorven. Ik vermoed dat zij met dat verhaal aan mij als klein kind wilde duidelijk maken dat dit voor haar de kern was. Haar diepste levenshouding was overgave aan de wil van God. Al zal dat voor haar ook niet altijd makkelijk zijn geweest. Haar verloofde stierf bij een brand in een bakkerij en ze trouwde nooit. In ieders leven gebeuren dingen die je liever niet wil en die je radeloos en intens verdrietig kunnen maken. Dat je die probeert te ondergaan met berusting en vertrouwen, is een prachtig feest waard. Dat snap ik nu beter dan vroeger. Maar de betekenis van het verhaal echt doorgronden en voelen, dat lukt mij niet goed, denk ik. Daarvoor moet je gelovig zijn. Maar het snippertje dat ik ervan opvang, is prachtig.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

