Wie aan de macht is, bepaalt wat terrorisme is. Dat is gevaarlijk

Mehmet Cerit
Mehmet Cerit
Hoofdredacteur.

Lees meer

Het kabinet-Jetten zet de koers van het beleid van het kabinet-Schoof voort. Dat geldt voor de asielwetten van voormalig PVV-minister Marjolein Faber, maar ook voor het wetsvoorstel dat het ‘verheerlijken van terrorisme’ strafbaar stelt. Op het eerste gezicht lijkt er weinig mis met een wet tegen terreurverheerlijking. Niemand wil dat geweld tegen burgers wordt verheerlijkt of aangemoedigd. Daarover bestaat nauwelijks verschil van mening.

De belangrijkste vragen zijn echter: wat is het verheerlijken van terrorisme en wie bepaalt dat?

Op dit moment is het al strafbaar om terrorisme te verheerlijken, maar alleen als daarbij wordt opgeroepen tot het plegen van een terroristisch misdrijf. De nieuwe wet schrapt die voorwaarde. Dat lijkt een kleine wijziging, maar juridisch is het een fundamentele verschuiving. De ruimte voor interpretatie wordt groter, en daarmee ook de macht van de overheid.

De geschiedenis leert dat we daar voorzichtig mee moeten zijn. Nelson Mandela stond jarenlang op internationale terroristenlijsten. Ook het Nederlandse verzet werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s als terroristisch bestempeld. Het begrip terrorisme wordt niet alleen bepaald door geweld, maar ook door degene die de macht heeft om te bepalen wat terrorisme is en wat geldt als het verheerlijken of ondersteunen ervan. Dat laat zien dat terrorisme niet alleen juridisch interpretatiegevoelig is, maar ook politiek en historisch voortdurend van betekenis kan veranderen.

Wetten worden bovendien niet alleen gemaakt voor de regeringen van vandaag, maar ook voor de regeringen die we nog niet kennen. Wat gebeurt er als Nederland over tien of twintig jaar veel radicalere of extremere kabinetten krijgt? Kijk naar wat er nu in de Verenigde Staten gaande is. Ik vergeet nooit dat een van mijn redacteuren ruim vijf jaar geleden zei dat Wilders nooit de grootste partij van Nederland zou worden. Het gebeurde toch. Niemand weet hoe Nederland er over tien of twintig jaar uitziet. Daarom moeten we vandaag goed nadenken welke instrumenten we toekomstige machthebbers in handen geven.

Niemand weet hoe Nederland er over tien of twintig jaar uitziet

Als iemand die de toenemende polarisatie in zowel Nederland als Turkije van dichtbij heeft meegemaakt, zie ik een ontwikkeling die mij zorgen baart. Turkije nam in 1991 een antiterreurwet aan die door opeenvolgende regeringen steeds ruimer is uitgelegd en toegepast. Waar in de jaren negentig vooral Koerden en religieuze groepen doelwit waren van seculiere Kemalisten, wordt dezelfde wetgeving tegenwoordig door Erdogan ook ingezet tegen journalisten, academici, gekozen burgemeesters en oppositiepolitici.

Ik zeg nadrukkelijk niet dat Nederland Turkije wordt. Onze rechtsstaat functioneert gelukkig nog goed. Maar Turkije laat wel zien hoe een wet die bedoeld was om terrorisme te bestrijden, uiteindelijk ook kan worden gebruikt tegen vreedzame politieke oppositie.

De bekendste Koerdische oppositieleider, Selahattin Demirtas, zit sinds 2016 gevangen wegens vermeende terrorismedelicten die verband houden met geweldloze politieke activiteiten en toespraken. Ook meer dan honderd gekozen Koerdische burgemeesters, journalisten, publicisten en tienduizenden Gülen-sympathisanten zijn vervolgd of gevangengezet op beschuldiging van het steunen of verheerlijken van terrorisme. Ik heb zelf journalistenvrienden die al jaren vastzitten vanwege hun kritische stukken over het Turkse regime.

Ook in Nederland klinken juridische waarschuwingen. De Commissie Meijers stelt dat het wetsvoorstel verder gaat dan noodzakelijk is en waarschuwt voor de gevolgen voor de vrijheid van meningsuiting. Juristen wijzen bovendien op het zogenoemde chilling effect: niet omdat morgen duizenden mensen worden opgepakt, maar omdat journalisten, wetenschappers, kunstenaars en activisten zich gaan afvragen of bepaalde woorden, symbolen of uitspraken nog wel veilig zijn. Ook de Raad van State plaatste kritische kanttekeningen bij de afbakening van het wetsvoorstel.

Dat risico lijkt zich nu al voorzichtig af te tekenen. Wanneer sommige politici zelfs een watermeloenbroche in verband brengen met terrorisme, laat dat zien hoe rekbaar begrippen kunnen worden zodra zij onderdeel worden van het politieke debat.

Als samenleving moeten we de oplossing niet zoeken in repressie en onderdrukking, maar in mensen. Nederland is groot geworden door vrijheid van meningsuiting, het demonstratierecht en politieke pluriformiteit. Zelfs de kleinste partijen krijgen een stem in het parlement. Daardoor voelen mensen zich gehoord. Zodra mensen het gevoel krijgen dat woorden, symbolen of vreedzame uitingen steeds sneller strafbaar kunnen worden, zullen sommigen zich terugtrekken, anderen zich verharden en weer anderen radicaliseren. Die ontwikkeling zie ik helaas vandaag in Turkije, met alle gevolgen van dien. Dat is het laatste wat we in Nederland moeten willen.

De vraag is daarom niet óf terrorisme hard moet worden bestreden. Dat moet. De echte vraag is hoe we dat doen zonder de vrijheid op te offeren die we juist zeggen te willen beschermen. Want een democratische rechtsstaat wordt uiteindelijk niet alleen gemeten aan de manier waarop zij haar vrienden beschermt, maar vooral aan de manier waarop zij omgaat met afwijkende meningen en minderheden. Juist daar wordt de kracht van een democratie zichtbaar.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -