Wat is de NAVO nog waard in Erdogans Ankara?

Mehmet Cerit
Mehmet Cerit
Hoofdredacteur.

Lees meer

De NAVO had de top, die morgen begint, niet in Ankara moeten organiseren, schrijft hoofdredacteur Mehmet Cerit. Een andere locatie had een krachtig signaal afgegeven. Samenwerking, ja; normalisering van autoritaire repressie, nee.

‘Turkije is extreem belangrijk voor de NAVO.’ Met die woorden prees NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte in aanloop naar de NAVO-top de Turkse rol binnen het bondgenootschap. Die top wordt morgen en overmorgen in Ankara gehouden.

Militair gezien heeft hij een punt. Turkije beschikt over een van de grootste krijgsmachten van de NAVO, ligt strategisch tussen Europa, Rusland, de Zwarte Zee, het Midden-Oosten en de Kaukasus en heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in een eigen defensie-industrie.

Maar de NAVO zegt meer te verdedigen dan alleen militaire belangen. Het bondgenootschap beroept zich ook op democratie, individuele vrijheid en de rechtsstaat. Juist daarom is het opvallend dat de top wordt gehouden in een land waar journalisten, academici, gekozen burgemeesters, Koerdische en seculiere politici en zelfs cabaretiers worden vervolgd of gevangengezet.

De vraag is daarom niet óf Turkije belangrijk is. Dat staat buiten kijf. De vraag is hoeveel democratische afbraak Europa bereid is te accepteren zolang Turkije strategisch onmisbaar blijft.

Tien jaar na de couppoging

Die vraag is des te urgenter omdat de NAVO-top bijna tien jaar na de zogenoemde mislukte couppoging van 15 juli 2016 plaatsvindt. Nog altijd zijn belangrijke vragen over de gebeurtenissen van die nacht onbeantwoord.

Vorige week stelde parlementariër Ömer Gergerlioglu van de Koerdische DEM-partij in het Turkse parlement opnieuw een reeks vragen aan de regering en president Erdogan. Waarom is er na tien jaar nog altijd geen rapport van de parlementaire commissie die de couppoging moest onderzoeken? Waarom is nog steeds niet duidelijk wie er precies achter de couppoging zat? Waarom is de toenmalige chef van de generale staf, Hulusi Akar, nooit door de commissie verhoord? En waarom is er nooit een toelichting gekomen op de melding van de militaire klokkenluider O.K. aan de Turkse inlichtingendienst dat er mogelijk een couppoging in voorbereiding was?

Waarom is nog steeds niet duidelijk wie er precies achter de couppoging zat?

Volgens Gergerlioglu bestaat er, ook bijna tien jaar later, nog altijd veel onduidelijkheid over de gebeurtenissen van 15 juli 2016. Die nacht probeerde een groep de macht over te nemen. Een staatsgreep tegen een gekozen regering verdient ondubbelzinnige veroordeling. Maar los van wat er die nacht precies gebeurde, staat ook vast wat er daarna gebeurde.

‘FETÖ-label’

President Recep Tayyip Erdogan presenteerde de nasleep van 15 juli als een noodzakelijke strijd ter bescherming van de democratie en de rechtsstaat. In werkelijkheid werd de couppoging gebruikt om de Turkse democratie en rechtsstaat uit te hollen. Tijdens een persconferentie zei Erdogan zelfs: ‘Deze couppoging is een geschenk van God.’

Daarna kregen honderdduizenden mensen zonder enig bewijs te maken met strafrechtelijke onderzoeken. Tienduizenden werden gearresteerd en meer dan honderdduizend ambtenaren verloren hun baan. Rechters, officieren van justitie, leraren, militairen, politieagenten, journalisten en academici werden uit hun functie gezet of vervolgd. Media werden gesloten, paspoorten ingetrokken en families jarenlang sociaal en economisch geïsoleerd.

Volgens de Turkse regering was die aanpak gericht tegen de Gülenbeweging, die na de couppoging door Ankara werd bestempeld als terreurorganisatie onder de verzonnen naam ‘FETÖ’. Maar al snel groeide dat terreurlabel uit tot een politiek en juridisch instrument om tegenstanders verdacht te maken.

Niet alleen vermeende Gülen-aanhangers werden ermee geconfronteerd. Ook Koerden, linkse activisten, alevitische organisaties, journalisten, mensenrechtenverdedigers en seculiere oppositiepolitici kregen het ‘FETÖ-label’ opgeplakt. Van kritische berichtgeving over islamistische terreuraanslagen door groepen die volgens critici gelieerd zijn aan het Erdogan-regime tot kritiek op de kwakkelende Turkse economie en de hyperinflatie, of zelfs een uit de hand gelopen burenruzie of familievete: het Erdogan-regime en zijn aanhangers konden met één druk op de ‘FETÖ-knop’ critici en anderen als verdachte wegzetten.

Stroomversnelling

De voormalige AKP-minister en van oorsprong sociaaldemocraat Ertugrul Günay plaatst deze ontwikkeling in een bredere historische context. Volgens hem begon de autoritaire omslag van Erdogan niet op 15 juli 2016. Daarvoor waren er al verschillende kantelpunten: de Gezi-protesten, de corruptieonderzoeken van 17 en 25 december 2013, het vastlopen van het Koerdische vredesproces, het verlies van de AKP-meerderheid bij de verkiezingen van juni 2015 en de daaropvolgende gewelddadige escalatie met de Koerdische PKK. In die lezing was 15 juli niet het begin van de autoritaire omslag, maar het moment waarop die in een stroomversnelling kwam.

In de eerste jaren volgden daadwerkelijk hervormingen

Die nuance is belangrijk. Erdogan begon zijn politieke loopbaan niet als de leider die hij vandaag is. Toen de AKP in 2002 de verkiezingen won, presenteerde de partij zich als hervormingsgezind. Erdogan sprak over democratie, Europese integratie en de rechtsstaat. Hij verzekerde het Westen dat hij niet wilde terugkeren naar het strenge islamisme van Necmettin Erbakan.

In de eerste jaren volgden daadwerkelijk hervormingen. De macht van het leger werd teruggedrongen en EU-hervormingen werden doorgevoerd. Velen, onder wie liberale Turken, Koerden, Europese politici en Amerikaanse bestuurders, geloofden dat Turkije zich ontwikkelde tot een democratischer land. Maar die democratische belofte verdween stap voor stap.

Vredesproces met de Koerden loopt vast

Een belangrijk keerpunt was 2015. In juni van dat jaar verloor de AKP haar absolute meerderheid. De pro-Koerdische HDP van Selahattin Demirtas behaalde tachtig zetels en blokkeerde daarmee Erdogans weg naar een presidentieel systeem.

Kort daarna liep het vredesproces met de Koerden vast. Het geweld keerde terug. De islamistische aanslag bij het station van Ankara in 2015 kostte meer dan honderd vredesactivisten het leven. Steden in het zuidoosten werden het toneel van militaire operaties.

Bij de nieuwe verkiezingen in oktober herwon Erdogan de meerderheid. Hij zei zelfs tegen de Turken: ‘Geef me die 400 zetels in het parlement, dan zal en laat het bloedvergieten gestopt worden.’

Maar het Koerdische leed stopte niet. Demirtas zit sinds november 2016 gevangen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde dat hij moet worden vrijgelaten, maar Turkije weigert dat. Ook tientallen gekozen Koerdische burgemeesters werden afgezet en vervangen door door de staat aangestelde bestuurders. Wat via de stembus was gewonnen, werd via de staat weer ongedaan gemaakt.

Seculiere CHP

Veel oppositiepartijen gingen na 15 juli mee in de harde retoriek van de regering. De term ‘FETÖ’ werd niet alleen in de politiek, maar ook in de samenleving breed overgenomen. Wie aarzelde, liep het risico zelf verdacht te worden gemaakt.

De seculiere CHP, lange tijd de grootste oppositiepartij, dacht mogelijk dat dit frame vooral gülenisten, Koerden en linkse activisten zou treffen. Maar ruim geformuleerde repressie-instrumenten blijven zelden beperkt tot één doelgroep. Inmiddels ondervindt ook de CHP hoe terrorismewetgeving, corruptieonderzoeken en rechterlijke procedures worden ingezet om de oppositie te ontmantelen.

Veel oppositiepartijen gingen na 15 juli mee in de harde retoriek van de regering

Dat maakt de waarschuwing van de door de rechter uit zijn functie gezette voormalige CHP-leider Özgür Özel des te relevanter. Hij zei tegen Europese media dat Europa moet kiezen of het aan zijn grenzen een democratie of een autocratie wil. Die uitspraak is meer dan partijpolitiek. Ze raakt de kern van het Europese dilemma. Terwijl de Turkse democratie verder wordt uitgehold, groeit juist de behoefte aan Turkije als strategische partner.

Trumps vriend

De oorlog in Oekraïne heeft Europa wakker geschud. De Amerikaanse veiligheidsgarantie is minder vanzelfsprekend geworden. Ook Europa zoekt de laatste jaren weer nadrukkelijk toenadering tot Turkije. In Nederlandse defensiediscussies wordt openlijk gesproken over Turkije als mogelijke partner voor de Europese defensie-industrie.

Ook de Verenigde Staten lijken de banden met Ankara te willen verbeteren. Donald Trump spreekt openlijk met bewondering over sterke leiders en noemt Erdogan een vriend. Volgens berichtgeving wil zijn regering de verkoop van Amerikaanse motoren voor het Turkse KAAN-gevechtsvliegtuig mogelijk maken. Analisten zoals Adem Yavuz Arslan zien daarin geen volledige terugkeer van Turkije in het F-35-programma, maar wel een duidelijke poging om de banden met Ankara te normaliseren en Erdogan tegemoet te komen.

Tegelijkertijd blijft het wantrouwen groot. In een BNR-discussie over de NAVO-top werd uitgelegd dat Turkije een brede defensie-industrie heeft opgebouwd, maar dat Europese landen terughoudend blijven vanwege mensenrechten, exportrestricties, de aankoop van Russische S-400-systemen, de banden met Rusland en het feit dat Ankara niet meedoet aan de sancties tegen Moskou.

Daarmee is de paradox compleet. Europa heeft Turkije nodig, maar vertrouwt het land niet volledig. Turkije is bondgenoot, maar gedraagt zich vaak als een autonome macht tussen de NAVO, Rusland, het Midden-Oosten en Azië. Ankara levert drones aan Oekraïne, maar onderhoudt tegelijk nauwe banden met Moskou. Het is lid van de NAVO, maar zoekt toenadering tot niet-westerse verbanden. Het beroept zich op veiligheid, maar gebruikt diezelfde veiligheidstaal om de binnenlandse oppositie te onderdrukken.

NAVO als waardengemeenschap

De Duitse omroep DW stelde daarom terecht de vraag of de NAVO ‘gevangen zit in Erdogans val’. In het programma werd Turkije omschreven als militair belangrijk, maar politiek problematisch. De op een na grootste krijgsmacht van de NAVO, een groeiende defensie-industrie en een strategische ligging maken Turkije moeilijk te negeren. Tegelijkertijd wees de uitzending op repressie, arrestaties, druk op de oppositie en de vraag of de NAVO haar eigen waarden nog serieus neemt.

Die vraag is ongemakkelijk. Het Noord-Atlantisch Verdrag spreekt over democratie, individuele vrijheid en de rechtsstaat. Maar wat betekenen die woorden als een belangrijke bondgenoot deze waarden structureel niet respecteert? Wat betekent een waardengemeenschap als waarden verdwijnen zodra strategische belangen zwaar genoeg wegen?

Europa had de NAVO-top niet zonder meer in Ankara hoeven organiseren

Natuurlijk is geopolitiek geen collegezaal. Europa kan Turkije niet negeren. Niemand hoeft te pleiten voor het uit de NAVO zetten van Turkije. Dat zou onverstandig en waarschijnlijk onmogelijk zijn. Turkije is militair, economisch en geografisch te belangrijk.

Maar tussen breken en zwijgen ligt een groot grijs gebied. Europa had de NAVO-top niet zonder meer in Ankara hoeven organiseren. Een andere locatie had een krachtig signaal kunnen zijn: samenwerking, ja; normalisering van autoritaire repressie, nee.

Zo’n stap zou geen anti-Turks gebaar zijn geweest. Integendeel. Het was een pro-democratisch signaal geweest aan de vele liberale en democratische Turken, Koerden, journalisten, academici, advocaten, kunstenaars en oppositieleden die al jaren de prijs betalen voor Europa’s strategische stilzwijgen.

Gaza

Europa heeft de afgelopen tien jaar weinig betekend voor de democratische krachten in Turkije. Niet voor Koerdische politici die via verkiezingen macht kregen en die macht vervolgens door staatsingrijpen verloren. Niet voor journalisten die vastzitten. Niet voor academici die hun baan kwijtraakten. Niet voor seculiere oppositieleden die inmiddels zelf doelwit zijn. En evenmin voor gewone burgers die door één aanklacht of één vermelding in een dossier jarenlang hun leven zagen ontsporen.

Daar komt bij dat Europa zelf aan geloofwaardigheid heeft ingeboet. In Gaza heeft Europa laten zien hoe selectief het kan omgaan met internationaal recht, mensenrechten en burgerlevens. Wie zelf aarzelend spreekt over de ene tragedie, verliest moreel gezag om een andere autoritaire leider aan te spreken.

Erdogan begrijpt dat. Poetin begrijpt dat. Trump begrijpt dat. Alle sterke mannen begrijpen dat. Selectieve waarden zijn geen waarden, maar instrumenten.

Dat is misschien de pijnlijkste conclusie. Erdogan heeft Turkije veranderd, maar Europa is zelf ook veranderd. Het Europa dat ooit via het EU-proces hervormingen in Turkije stimuleerde, spreekt nu vooral de taal van defensie, migratie, drones en strategische autonomie. De vraag luidt niet langer hoe Turkije democratischer kan worden. De vraag is hoe Turkije Europa veiliger kan maken. Daarmee dreigt Europa precies datgene te verliezen wat het zegt te verdedigen.

Erdogan heeft Turkije veranderd, maar Europa is zelf ook veranderd

Terug naar 15 juli. Tien jaar later is de belangrijkste vraag niet alleen wat er die nacht gebeurde, maar vooral wat er sindsdien is gelegitimeerd. Een mislukte staatsgreep werd gebruikt om een noodtoestand te rechtvaardigen. De noodtoestand werd vervolgens gebruikt om een nieuw regime op te bouwen. Dat regime werd daarna door het Westen steeds meer geaccepteerd, omdat het strategisch goed uitkwam.

Waarden bewijzen hun betekenis wanneer zij iets kosten. Turkije is een belangrijke bondgenoot. Dat zal zo blijven. Maar juist tegenover belangrijke bondgenoten moet Europa durven aangeven waar de grens ligt. Want als democratie, mensenrechten en de rechtsstaat alleen gelden zolang zij geopolitiek geen prijs hebben, dan zijn het geen fundamenten meer.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -