18 C
Amsterdam

Strengere regels voor thuisonderwijs raken ook moslimouders

Hoda Hamdaoui
Hoda Hamdaoui
Journalist

Lees meer

Sinds een uitspraak van de Hoge Raad in april is het voor ouders veel moeilijker om vrijstelling van de leerplicht te krijgen. Daardoor weten ook islamitische gezinnen die thuisonderwijs geven niet goed waar ze aan toe zijn.

Terwijl deze maand in Nederland overal de schoolbellen weer gaan, weten zo’n 2860 kinderen niet of ze binnenkort ook naar school moeten. Zij volgen thuisonderwijs, onder wie kinderen uit moslimgezinnen die geen school in de buurt vinden die aansluit bij hun geloofsovertuiging. Artikel 5 onder b van de Leerplichtwet maakt deze onderwijsvorm sinds 1969 mogelijk. Maar sinds de Hoge Raad dat artikel in april dit jaar drastisch strenger uitlegde, is de vrijstelling in de praktijk bijna dood, terwijl hij op papier springlevend is. Gemeenten gaan er verschillend mee om: de een bevriest nieuwe kennisgevingen, de ander stuurt aan op strafrechtelijke vervolging en een derde wacht op Den Haag. Voor islamitische ouders die thuisonderwijs geven, aan de keukentafel of in de natuur, is het onduidelijk wat er van hen wordt verwacht.

De onzekerheid is groot: hun kennisgeving wordt als aanvraag behandeld en de uitspraak van de Hoge Raad als een wetswijziging gezien. Verschillende islamitische thuisonderwijzers wilden daarom niet over hun situatie vertellen. Imane, die één leerplichtig kind heeft en al vier jaar thuisonderwijs geeft, wilde wel haar verhaal doen. Ook leerplichtambtenaar Yassin deelt op persoonlijke titel zijn visie. Beiden spreken onder een gefingeerde naam. De Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs (NVvTO) geeft eveneens een reactie.

Overbruggingsjaar

‘De wet is nog hetzelfde,’ zegt leerplichtambtenaar Yassin, ‘alleen is er nu de uitspraak van de Hoge Raad en die is bepalend. Als de vrijstelling op basis van artikel 5 onder b niet wordt toegekend, kunnen ouders daar ook geen bezwaar tegen maken. Op het moment dat die vrijstelling niet wordt toegekend, ontstaat er een overtreding van de Leerplichtwet. Dan kom je in absoluut verzuim en moet de leerplichtambtenaar zijn werk doen: handhaven en de zaak richting het Openbaar Ministerie sturen. Wat het OM daarmee doet, is vervolgens aan hen.’

In de gemeente waar Yassin werkt, hebben ouders die al een vrijstelling hadden een brief gekregen met een overbruggingsjaar om een passende school of alternatief te vinden. Zijn gemeente staat ook open voor gesprekken: ‘We zijn ook bezig met het samenwerkingsverband om te kijken hoe kinderen die bijvoorbeeld nooit op een school hebben gezeten, kunnen worden getoetst en hoe we vervolgens kunnen kijken naar een passend niveau.’

Hoeveel kinderen het treft, verschilt sterk per gemeente. ‘Bij de ene gemeente gaat het om twee kinderen, bij een andere om dertig. Wij weten nu wie eerder een vrijstelling heeft gehad en hebben die ouders geïnformeerd. We kunnen vervolgens samen kijken naar oplossingen.’

Hij maakt daarbij een onderscheid: ‘Als een kind thuiszit omdat het bijvoorbeeld langdurig ziek is, moet je kijken wat dat kind nodig heeft. Dat is iets anders dan wanneer ouders hun kind niet willen inschrijven vanwege de richting van het onderwijs.’

Islamitische school

Over islamitische ouders die een beroep doen op de vrijstelling, is hij kritisch. ‘Ik ben zelf ook islamitisch, maar ik zie dat anders. Je hebt als ouder ook een taak in de opvoeding en de school heeft een andere taak. Gelukkig hebben wij islamitisch onderwijs in Nederland. Als ik sec naar de aanvragen kijk, denk ik: we hebben een soennitische islamitische school in deze gemeente en als je soennitisch bent, dan pas je daar in principe bij. Als je bijvoorbeeld sjiitisch bent, dan is het een ander verhaal.

‘Wij hebben een wet waar wij aan moeten voldoen, dat is de Leerplichtwet’

Als je niet tevreden bent over islamitisch onderwijs en je wilt dat verbeteren, moet je ook deelnemen aan de organisatie. Zoek de bestuurders op, kijk kritisch en doe mee. Als we het islamitische onderwijs hebben, moeten we het niet zomaar loslaten. Laten we verbeteren wat we hebben.

Ik hoop dat er uit de gesprekken met thuisonderwijsorganisaties en het ministerie iets komt waardoor mensen ook meer vrijheid kunnen hebben. We hebben een wet uit 1969. De samenleving is inmiddels heel anders ontwikkeld. Je moet met een andere bril naar die wet kijken en opnieuw bekijken hoe je dit kunt inrichten.’

Zijn ideale situatie? ‘De Belgische aanpak, alleen hoeft het wat mij betreft niet met een test, observatie kan ook.’ Toch blijft voor hem één ding overeind: ‘Wij hebben een wet waar wij aan moeten voldoen, dat is de Leerplichtwet. En elke casus is uniek, daarom moet je per situatie kijken wat nodig is.’

‘De NVvTO pleit al 25 jaar voor het erkennen van thuisonderwijs als onderwijsvorm met toezicht’, geeft vicevoorzitter Josien van Putten aan. ‘In een pluriforme maatschappij zoals we die in Nederland kennen en kijkend naar andere democratische landen zien we dat thuisonderwijs in de wet een mooie manier is om aan wetten en regelgeving te voldoen. De rechten van het kind, de rechten van de ouders en de verplichting van de staat zijn dan geborgd. We herkennen de roep vanuit professionals en vanuit ouders om dit beter te regelen, dit horen we al langer. Het is nu aan de wetgever om dit te doen.’

‘We willen zelf bepalen wat ons kind meekrijgt’

‘Wij hebben destijds voor thuisonderwijs gekozen omdat wij ons niet konden vinden in het schoolsysteem en de islamitische scholen. Wij wilden zelf kunnen bepalen wat onze dochter meekrijgt. Bepaalde zaken die wij heel belangrijk vinden, zoals het gebed, bepaalde dua’s [smeekbedes] en meer uit ons geloof, kunnen scholen niet constant begeleiden. Dat kunnen wij thuis wel, op haar tempo en niveau.’

Imane geeft inmiddels vier jaar thuisonderwijs aan haar dochter van negen jaar. Haar dagen hebben een vaste structuur, maar binnen die structuur is veel ruimte voor haar eigen keuzes. ‘Ze wordt zelfstandig wakker en maakt zichzelf klaar. Ze doet haar wudu [rituele wassing], gebed en gaat ontbijten. Daarna begint ze met een onderdeel dat ze zelf graag wil doen: taal, rekenen of Arabisch, we rouleren daarin. De islamitische lessen doen we dagelijks samen. Op vrijdag heeft ze twee uur privéles van een juf aan huis en in het weekend gaat ze naar de moskee.’

‘We werken met erkende lesmethodes zoals Wereld in Getallen. Maar daarnaast heeft zij haar eigen projecten en interesses. Als ze bijvoorbeeld geïnteresseerd is in paarden, kunnen we daar een taalopdracht of een verhaal aan koppelen. Ze volgt paardrijlessen en leert daarnaast ook hoe ze een paard moet verzorgen, hoe de onderdelen heten en wat een paard nodig heeft. We hebben Leerlijnen voor het basisonderwijs waarin we haar ontwikkeling kunnen toetsen. Van tijd tot tijd kijk ik wat ze moet kennen. Zo kunnen we naar de volgende stap en blijft ze op het niveau van haar leeftijdsgenoten.’

Vrije tijd in de middag

Thuisonderwijs betekent volgens haar dan ook niet dat haar dochter de hele dag met school bezig is. ‘In de middag gaan we naar buiten of heeft ze vrije tijd. Als het weer minder is, doen we iets creatiefs binnen. Ze zit ook op piano-, naai- en schaakles en bokst twee keer per week. Dus naast de schoolse vakken doen we andere dingen waarmee ze zich kan ontplooien en ontwikkelen. Het is niet zo dat ze zich niet ontwikkelt of niets meekrijgt omdat ze maar een paar uur per ochtend leert. Ook sociaal ontwikkelt ze zich goed. Ze heeft vriendjes en vriendinnetjes en heeft daardoor een sociaal netwerk opgebouwd. Eens in de twee weken gaat ze op zondag naar de islamitische scouting. Daarnaast doen we met andere thuisonderwijsgezinnen regelmatig uitstapjes naar een kinderboerderij, een museum of een pretpark. Soms krijgen de kinderen daar een lesje of rondleiding.’

‘Eens in de twee weken gaat ze op zondag naar de islamitische scouting’

Een verplichte schoolgang ziet Imane voor haar dochter niet zitten. ‘Ik denk dat zij daardoor juist achteruit zou kunnen gaan in haar ontwikkeling. Ik heb het er wel eens met haar over gehad. Dan zegt ze: “Maar dan houd ik geen tijd over voor andere dingen die ik graag wil doen en waar ik plezier uit haal.” Als ze naar school zou moeten, zou ze veel tijd kwijt zijn aan moeten en minder tijd hebben voor haar eigen interesses.’ Ook de dagelijkse geloofsbeleving zou volgens Imane moeilijker worden. ‘Op een islamitische school zijn er natuurlijk wel bepaalde dingen, zoals dua’s en gebeden. Maar niet zoals ze het nu thuis doet en uitvoert. Het zijn juist de kleine dingen die het compleet maken. Een dua bij het wakker worden, bij het naar het toilet gaan, bij het eten. Daar is op school niet voortdurend ruimte voor. En het gebed en de Arabische lessen zoals zij die nu dagelijks krijgt, hebben daar ook niet dezelfde plek.’

De huidige onzekerheid rond thuisonderwijs maakt Imane niet angstig. ‘Ik voel me niet anders bejegend. Dit speelt niet alleen onder islamitische gezinnen. Als je thuisonderwijs geeft, vind ik het prima dat je in gesprek gaat met een leerplichtambtenaar die kennis heeft van thuisonderwijs. Als het nodig is, kan die een huisbezoek inplannen. Ik heb daar niets op tegen. Maar iedereen over één kam scheren is niet de oplossing. Er zijn genoeg kinderen die echt baat hebben bij thuisonderwijs. Als deze weg niet meer kan, gaat er wel een andere deur open. Ik laat mij niet leiden door angst. Ik denk dat het heel belangrijk is in dit proces hoe je erin gaat staan: vanuit angst of vanuit de kracht en liefde die je erin stopt? Ik hoop vooral dat andere thuisonderwijzers zich laten leiden door hun positieve kracht. Thuisonderwijs is iets moois; je kind zien ontwikkelen en die ontwikkeling zo van dichtbij mogen meemaken.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -