Ministers van Buitenlandse Zaken legden dringende adviezen van hun juristen naast zich neer om Nederland te laten interveniëren in de genocidezaak die Zuid-Afrika tegen Israël heeft aangespannen. Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag nodigde Nederland, als hoeder van het hof en medeondertekenaar van het Genocideverdrag, in februari 2024 uit om zich aan te sluiten. Politieke overwegingen wogen zwaarder, zoals in gesprek blijven met Israël en de wens ‘neutraal’ te blijven. Dat blijkt uit onderzoek op basis van de Wet open overheid (Woo).
Het Woo-verzoek betrof alle correspondentie tussen bewindslieden en juristen van het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) over de interventie. BZ overlegde daarop achttien pagina’s, waarvan verreweg het grootste deel was weggelakt, met name de politieke motivatie, waar juist om was gevraagd. Uit het overige is dit opgemaakt:
6 februari 2024: Het Internationaal Gerechtshof (IGH) ‘nodigt Nederland uit’ te interveniëren in de door Zuid-Afrika ingediende zaak over genocide in Gaza
Op 29 december 2023, bijna drie maanden na het bloedbad dat Hamas aanrichtte in Israël op 7 oktober en nadat Israël overging tot een grootscheepse inval in Gaza, begon Zuid-Afrika een zaak bij het IGH in Den Haag tegen Israël wegens mogelijke genocide op de Palestijnen. Nadat het Hof voorlopig had vastgesteld dat het bevoegd was om de zaak te behandelen, stelde het de andere staten die partij zijn bij het Genocideverdrag, waaronder Nederland, in kennis van de mogelijkheid om te interveniëren. De juristen in de correspondentie spreken van ‘uitnodigen’. Met zo’n interventie kan Nederland het Hof zijn juridische opvattingen voorleggen over de uitleg van het Genocideverdrag. Het wordt daarmee geen partij in de zaak, maar is vervolgens wel gebonden aan de uitleg die het Hof aan het verdrag geeft.
12 februari 2024: Minister Bruins Slot weigert als eerste interventie
Ondanks het verzoek pleitte de eerste minister van BZ, Hanke Bruins Slot (minister van 5 september 2023 tot 2 juli 2024, CDA), die met het verzoek van het IGH te maken kreeg, voor uitstel van een besluit. Dat was nog onder het kabinet-Rutte IV. Hierover is geen interne correspondentie bekendgemaakt, maar in een brief aan de Kamer op 12 februari 2024 reageert ze op de bevoegdheidsverklaring van het IGH in de genocidezaak en de ingestelde voorlopige maatregelen van het Hof, met onder meer: ‘Nederland respecteert de uitspraak en roept de partijen op de uitspraak na te leven, ook in de bilaterale contacten.’ In de Tweede Kamer bepleit ze afwachten: ze wil eerst de reactie van Israël zien. Verder neemt Nederland als ‘gastheer van het hof een neutrale positie’ in en ‘we zijn geen onderdeel van de procedure’. (Volkskrant, 18 januari 2024)
22 augustus 2025: Veldkamp ‘overweegt’ interventie
Bruins Slots opvolger, minister Caspar Veldkamp (NSC), zegt op 22 augustus de Tweede Kamer toe zich verder te verdiepen in de mogelijkheid dat Nederland intervenieert in de zaak en daarover aan de Kamer terug te koppelen. Opvallend is dat in de Woo-openbaarmaking geen enkel zelfstandig document uit Veldkamps ministerschap van 2 juli 2024 tot 22 augustus 2025 is vrijgegeven. Zijn periode komt alleen achteraf in latere stukken terug. Dat roept vragen op, temeer omdat uit correspondentie van het net aangetreden kabinet-Jetten van maart 2026 blijkt dat het verzoekt om ‘alle adviezen […] van de afgelopen jaar’. Dat suggereert dat er mogelijk meer eerdere adviezen of stukken hebben bestaan dan nu openbaar zijn gemaakt. Het lijkt in ieder geval onaannemelijk dat dit onderwerp wel in de periode voordat en nadat Veldkamp minister was intern is besproken en niet tijdens zijn ministerschap. Zeker gezien het feit dat hij zich in de Tweede Kamer wel over de interventie heeft uitgesproken.
26 augustus 2025: Juristen adviseren minister Brekelmans om te interveniëren
Slechts enkele dagen na Veldkamps aftreden komt de dienst Juridische Zaken (DJZ) voor het eerst in beeld wanneer die Brekelmans adviseert de interventie in te dienen vanwege een door het IGH ingestelde deadline voor aanlevering. Deze datum is (eerst) op 12 januari 2026 gesteld. In een memorandum van 26 augustus 2025 adviseert DJZ daartoe, na ook de Directie Afrika en Midden-Oosten (DAM) te hebben geraadpleegd, ‘M’, de waarnemend minister van Buitenlandse Zaken. Brekelmans wordt zelf op 5 september vervangen door David van Weel (VVD). Het kabinet-Schoof was al op 3 juni gevallen.
De timing van het memo is opvallend omdat Veldkamp juist was afgetreden uit onvrede met het uitblijven van steun voor meer sancties tegen Israël door de rest van het kabinet. ‘Ik heb er onvoldoende vertrouwen in dat dat de komende weken, maanden, anders zal zijn, als ik zo in mijn ruimte word beperkt om zelf het beleid te voeren dat ik nodig acht.’ Ook Veldkamp zag weinig in een Nederlandse interventie. In antwoord op Kamervragen van 30 mei 2025 stelde hij dat zo’n interventie niet zou bijdragen aan het voorkomen of beëindigen van een mogelijke genocide in Gaza. Nederland kon zich volgens hem niet ‘aansluiten’ bij de zaak van Zuid-Afrika, maar uitsluitend interveniëren over de interpretatie van het Genocideverdrag.
Verder zegt hij dat Nederland liever kiest voor bilaterale gesprekken met Israël en acties binnen de EU, zoals het ter discussie stellen van het Associatieverdrag.
De juristen voeren in het memo behalve de naderende deadline nog een ander argument op om de verklaring tot interventie ‘zo spoedig mogelijk in te dienen’ en bekend te maken in de Kamer op 10 september 2025: ‘gezien de verwachtbare druk vanuit de Kamer’. Zij verwijzen daarmee naar de fractievoorzitters Dassen (Volt) en Ouwehand (PvdD), die weliswaar op 22 augustus hun motie tot aansluiting bij de zaak verworpen zagen, maar ‘de verwachting is dat dit verzoek zal terugkeren en de druk zal toenemen’. DJZ maant de minister dus de politieke discussie voor te zijn.
De ambtenaren schetsen nog wel een uitstelmogelijkheid tot na de verkiezingen, uiterlijk 31 oktober 2025. ‘In dit geval kan de interventie door Nederland als verdragsondertekenaar van het Genocideverdrag nog op of voor de deadline van 12 januari 2026 ingediend worden.’ Een deadline die uiteindelijk door het IGH op 12 maart hard werd gesteld.
De ambtenaren geven als achtergrond van hun advies: ‘KNL (Koninkrijk der Nederlanden) heeft op februari 2024 een brief ontvangen van het IGH met uitnodiging tot interventie. Een dergelijke interventie is beperkt tot de constructie (interpretatie) van het Genocideverdrag en mag niet ingaan op de feiten ter ondersteuning van een van de partijen bij het geschil. Een staat die intervenieert wordt gebonden aan de interpretatie die het IGH geeft in zijn uitspraak.’ Dat betekent dus wel dat Nederland, als het intervenieert, consequenties zal moeten trekken uit het besluit, met andere woorden: als Israël veroordeeld wordt.
In dit verband noemen zij het uitstel van Bruins Slot in 2024, waarin je de irritatie over het verder tegenhouden van hun advies en het tijdverlies proeft. ‘Toenmalig minister Bruins Slot heeft in 2024 besloten de beslissing over een eventuele verklaring tot interventie uit te stellen totdat duidelijk was dat de rechtszaak inhoudelijk zou worden behandeld.’ Met andere woorden: door de voorlopige bevoegdheidsverklaring in de zaak is haar argument voor uitstel dus vervallen.
18 september 2025: Van Weel legt advies juristen naast zich neer
Drie keer in het memo nemen de juristen ‘zo spoedig mogelijk’ in de mond om te wijzen op de urgentie van de noodzakelijke interventie. Maar ook minister Van Weel legt het advies naast zich neer. Hoewel de juristen dus al op 26 augustus hadden geadviseerd de verklaring in te dienen, zei Van Weel op 10 september dat hij zich nog beraadde. Toen het IGH de deadline later verlengde tot 12 maart 2026, schoof hij de beslissing opnieuw voor zich uit. In een Kamerbrief van 21 november schreef hij: ‘Het kabinet beslist om deze reden op een later moment over het indienen hiervan.’
6 februari 2026: Juristen dringen opnieuw aan op interventie bij nieuwe kabinet-Jetten
Na de uitslag van de verkiezingen van 29 oktober 2025, waarbij D66 als grote winnaar uit de bus kwam, NSC oploste, BBB halveerde en de VVD enkele zetels verloor, ziet DJZ nieuwe kansen. Nog voor het aantreden van het kabinet volgt op 6 februari 2026 een nieuwe brief van JZ en DAM samen aan de nieuwe ‘M’ met het advies om de verklaring over de in te dienen interventie af te geven, omdat deze ‘opportuun’ is. Als redenen worden genoemd de uitnodiging van het Internationaal Gerechtshof, de deadline die nu op 12 maart ligt en het ‘Besluit van uw voorganger om een verklaring tot interventie voor te laten bereiden, onder voorbehoud van definitief politiek besluit.’ Met andere woorden: alles is er klaar voor, Van Weel gaf wel de opdracht tot voorbereiding, maar de politiek nam geen besluit.
11 maart 2026: Kabinet-Jetten dient één dag voor deadline interventie in
Het op 23 februari ingezworen kabinet-Jetten gaat op 6 maart tot actie over. Jetten verzoekt dan de betrokken ministers ‘M’, Buitenlandse Zaken, inmiddels Tom Berendsen (VVD), en ‘R’, Ontwikkelingszaken, Sjoerd Sjoerdsma (D66), om alle stukken, ook die van de vorige twee jaar, door te nemen. Alles ligt klaar. Ook het ‘krachtenveld’ wordt besproken, de publieke opinie en de temperatuur in de Kamer. En dan, met de deadline in de nek, besluit dit kabinet zestien dagen na aantreden wat zijn voorgangers en vier ministers van Buitenlandse Zaken weigerden: het indienen van de verklaring. Het haalt de eindstreep op het nippertje op 11 maart.
In een reactie op de vraag waarom de ministers ondanks steeds klemmender juridisch advies de interventie weigeren, stelt Gerard Jonkman (directeur van The Rights Forum):
‘Angst. Alles met betrekking tot Israel en Palestina ligt gevoelig. Binnen alle partijen (met uit zondering misschien van Denk, PvdD, SP en Volt; D66 en PRO ook enigszins) is er weerstand om in actie te komen. Ik denk ook dat de ministers wilden afwachten wat andere Europese landen zouden doen. En hoe later ze actie zouden ondernemen hoe minder kans er is dat er tussen het indienen van de verklaring en de uiteindelijke deadline nog dingen gebeuren die hen in verlegenheid zouden brengen.’
Waarom is het merendeel weggelakt?
‘Dat gebeurt altijd. Ze lakken zoveel mogelijk weg en hopen dat de indiener geen bezwaar aantekent (en uiteindelijk geen beroep indient bij de rechter). Dat hebben wij zelf ook ondervonden. We hebben de drie beroepszaken bij de rechtbank alle keren glansrijk gewonnen. Het Ministerie weet dat het teveel weglakt maar probeert het toch en hoopt dat het ermee wegkomt.’
Minister Van Weel van Justitie stelt op zijn website dat hij alles doet om de rechtsstaat te ondersteunen, maar als minister van BZ stond zijn handelen haaks op internationaal recht. Waarom?
‘Ik denk dat Van Weel binnen de VVD meer aan pro-Israëlische kant staat. Maar echte haviken zijn volgens mij Ellian en Yesilgöz. Partij prominenten als Nijpels en Van Aartsen gaan meer de andere kant op. Veel Kamerleden en Kabinetsleden houden zich vooral aan de partijlijn. Maar binnen de VVD schuift het. VVD is de partij voor vrijheid en democratie maar als je Israël steunt ben je tegen vrijheid voor Palestijnen én tegen de democratische rechten van Palestijnen in Israël. Hun gedrag en beleid gaan ook in tegen naleving van internationaal recht.’
Over de werkwijze:
Na vragen aan BZ over de totstandkoming van het besluit tot interventie is geantwoord dat de info vertrouwelijk was en niet kan worden gegeven. Daar is een Woo-procedure gestart.
Over het niet openbaar maken van het gros van de tekst stelt het ministerie dat openbaarheid van de informatie mogelijk de ‘relatie van Nederland met andere landen en staten en internationale organisatie beschadigt’. Ook zouden door het verbreken van de vertrouwelijkheid met publicatie van informatie uit het ‘diplomatiek verkeer’ betrekkingen met die landen en organisaties in de toekomst ‘stroever’ kunnen verlopen. Verder weigert het ministerie inzicht te geven in de interne correspondentie, ‘de processtrategie’ over de besluitvorming, mede omdat dat de inmiddels in gang gezette interventie zou kunnen beïnvloeden.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

