‘Wat maakt iemand daadwerkelijk tot Nederlander?’

Ioannis Kavvadias
Ioannis Kavvadias
Organisatieadviseur en wijkraadslid in Rotterdam.

Lees meer

Wat ons met elkaar verbindt, is de centrale vraag, niet wie er niet bij hoort, schrijft Ioannis Kavvadias.

De afgelopen jaren zijn de spanningen in de Nederlandse politiek en samenleving toegenomen. Er werd gewaarschuwd voor een ‘integratiecrisis’; het verzet tegen migratie groeide en polarisatie werd zichtbaarder. Incidenten zoals de brandstichting bij het asielzoekerscentrum in Loosdrecht en de rellen in Den Haag in september, waarbij Hitlergroeten werden gebracht en het D66-partijbureau werd vernield, markeerden de dieptepunten. Het Tweede Kamerdebat van 26 mei was een voorlopig hoogtepunt van deze spanningen. Toen FvD-fractievoorzitter Lidewij de Vos stelde dat het bezit van een paspoort iemand in de praktijk nog geen ‘Nederlander’ maakt, ontstond direct een fel en gepolariseerd debat.

Al decennialang klinkt de oproep dat ‘Nederland wel Nederland moet blijven’ of dat ‘Nederlanders zich thuis moeten kunnen voelen’. De onderliggende vraag blijft echter onbeantwoord: wat maakt iemand in 2026 daadwerkelijk tot Nederlander en op basis waarvan bepalen we dat?

In 2017 demonstreerden Turkse Nederlanders op de Erasmusbrug in Rotterdam ter steun van president Erdogan. Dat riep bij veel mensen vragen op over politieke loyaliteit en nationale verbondenheid. Tegelijkertijd is een sterke emotionele of familiale band met een ander land niet onverenigbaar met het Nederlandse burgerschap. Daarom is de relevante vraag niet of mensen één identiteit mogen hebben, maar welke publieke loyaliteit burgers met elkaar delen wanneer democratische waarden, buitenlandse conflicten of maatschappelijke spanningen onder druk komen te staan.

Blijft er dan nog iets over als gemeenschappelijke basis?

Dit spanningsveld rond nationale identiteit is niet exclusief een ‘migrantenverschijnsel’. Kijk naar de jonge, progressieve generatie internationaal georiënteerde studenten, bijvoorbeeld in Amsterdam: zij voelen zich vaak vooral ‘Europeaan’ of ‘wereldburger’, spreken onderling Engels en hebben minder binding met nationale symbolen of tradities. Meervoudige verbondenheid is op zichzelf geen probleem. Maar als de betekenis van het Nederlanderschap voor verschillende groepen afneemt, blijft er dan nog iets over als gemeenschappelijke basis?

‘Direct zijn’

Wanneer in Nederland wordt gevraagd naar de inhoud van onze cultuur, blijft het antwoord vaak abstract. Er wordt verwezen naar respect voor de democratie, de Grondwet, gelijkheid of het homohuwelijk. Dit zijn universele, liberale rechtsstatelijke principes, geen unieke cultuurkenmerken. De kernvraag is daarom niet óf we waarden delen, maar welke culturele inhoud het Nederlanderschap verder draagt. Wanneer het concreet moet worden gemaakt, komen we vaak niet verder dan een haring in de hand en ‘direct zijn’ in de communicatie.

Het probleem is niet dat Nederland geen cultuur heeft, maar dat veel vormen van Nederlandse cultuur minder zichtbaar, minder gedeeld en minder verbindend zijn geworden. Nederland kent vanzelfsprekend diepgewortelde tradities, lokale gebruiken, verenigingen, herdenkingen, sportcultuur, taal en dagelijkse gewoonten. Toch ontbreken vaak publieke rituelen en gedeelde momenten die generaties, sociale klassen en verschillende gemeenschappen met elkaar verbinden. Daardoor speelt veel van wat als typisch Nederlands wordt ervaren zich inmiddels vooral af in de eigen kring, achter de voordeur of in commerciële vormen van vrije tijd.

Religieus-conservatieve burgers

Tegen deze achtergrond rijst een ongemakkelijke vraag: waarom worden sommige religieus-conservatieve burgers, zoals conservatieve gereformeerden uit de Biblebelt, vanzelfsprekend als onderdeel van de Nederlandse samenleving gezien, terwijl anderen, zoals conservatieve moslims, sneller als buitenstaanders worden behandeld, zelfs als zij hier geboren zijn, hier leven en juridisch volwaardige burgers zijn? Beide groepen kunnen op bepaalde punten kritisch staan tegenover de moderne liberale cultuur en sterk verbonden zijn met hun eigen geloofsgemeenschap.

Natuurlijk zijn er reële verschillen tussen religieuze stromingen, opvattingen en maatschappelijke praktijken. Niet iedere vorm van religieus conservatisme is hetzelfde, en elke beweging mag kritisch worden bevraagd over haar verhouding tot de democratische rechtsstaat, de vrijheid en de veiligheid van anderen. Toch wordt ons oordeel over wie erbij hoort niet alleen door deze inhoudelijke vragen bepaald; ook historische herkenbaarheid, afkomst en uiterlijk spelen daarbij een rol. Daarom moet de norm voor iedere burger gelijk zijn: respect voor de rechtsstaat, de vrijheid en de veiligheid van anderen. Daarnaast is een positieve en gedeelde invulling van burgerschap nodig om duidelijk te maken wat het Nederlanderschap inhoudt.

Als we willen dat het Nederlanderschap weer betekenis krijgt, moeten we stoppen met politieke verwijten en het debat richten op de concrete invulling van het burgerschap. De centrale vraag is niet langer wie er niet bij hoort, maar welke gemeenschappelijkheid we actief willen opbouwen. Cultuur en verbondenheid ontstaan niet alleen door de wet te volgen of een inburgeringscursus te voltooien, maar vooral wanneer mensen hun eigen kring verlaten en samen iets opbouwen.

Als we willen dat het Nederlanderschap weer betekenis krijgt, moeten we stoppen met politieke verwijten

De politiek moet overwegen instituten te ontwikkelen die gemeenschappelijkheid bevorderen. Maak dit concreet door nationale feestdagen, zoals Bevrijdingsdag, om te zetten in lokale ontmoetingsmomenten in de wijk, via het lokale bestuur, in plaats van alleen grootschalige festivals waar alleen festivalgangers naartoe gaan. Investeer daarnaast bijvoorbeeld in een brede, toegankelijke maatschappelijke diensttijd waarin mensen met verschillende achtergronden samen bijdragen aan zorg, Defensie, natuurbeheer of lokale gemeenschappen. Dit moet geen inburgeringsinstrument voor specifieke groepen zijn, maar een publieke ervaring die voor alle burgers openstaat en waarin mensen buiten hun eigen sociale kring samenwerken aan iets groters dan alleen zichzelf. Zo krijgt burgerschap niet alleen juridische, maar ook praktische en relationele betekenis.

Het debat moet niet langer gaan over uitsluiting of het in twijfel trekken van paspoorten. De opdracht die voor ons ligt is constructief en helder: durven we de inhoud van ons burgerschap te definiëren? Alleen als we gezamenlijk formuleren wat Nederlands burgerschap betekent, kunnen we de strijd over wie er wel of niet bij hoort achter ons laten.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -