Het gekaapte Air France-toestel dat onderweg was van Tel Aviv naar Parijs maakte eerst nog een tussenlanding in Libië voordat het naar zijn einddoel Entebbe in Oeganda vloog. Het is 27 juni 1976. De kapers waren leden van de toenmalige terroristische Duitse Baader-Meinhofgroep en de PFLP, het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina.
Eenmaal aangekomen op het vliegveld van Entebbe werden de Joodse passagiers gescheiden van de overige. De laatsten werden gaandeweg vrijgelaten. De Joodse passagiers werden ondergebracht in het oude luchthavengebouw en daar bijna een week vastgehouden. De terroristen werden op het vliegveld omhelsd door de Oegandese dictator. Hij ondersteunde de gijzelingsactie van harte en verleende alle bijstand aan de kapers.
Door een wonderbaarlijke reddingsactie werden de gijzelaars uiteindelijk bevrijd. Bij die reddingsactie werden de zeven kapers gedood, samen met vijfenveertig Oegandese militairen. Ook een van de bevrijders en twee gijzelaars lieten het leven.
Onder de gijzelaars was het jonge Joodse echtpaar Gilbert en Helen Weill uit Antwerpen. Zij zaten daar gevangen, terwijl hun drie kleine kinderen logeerden bij hun grootouders in het Franse Metz.
Gilbert en Helen brachten het er uiteindelijk levend vanaf. Maar in die ene week hadden zij de dood meerdere keren onder ogen moeten zien. De kaping en de gijzelingsactie, met alle angsten die zij teweeg hadden gebracht, bleven al die jaren als een donkere wolk boven hun leven hangen.
Vorige maand was het vijftig jaar geleden dat dit drama plaatsvond. Ter gelegenheid hiervan werd Gilbert door de president van het huidige Oeganda, Yoweri Museveni, persoonlijk uitgenodigd om nog één keer terug te keren naar de plek waar het allemaal gebeurd was. Gilberts vrouw Helen is helaas enkele jaren geleden overleden.
Mogelijk was het een moeilijk besluit om te gaan, maar Gilbert ondernam de reis deze keer vergezeld van zijn kinderen, kleinkinderen en enkele andere familieleden. Het hele gezelschap werd begeleid door de Oegandese ambassadeur in België.
En zo stond hij nu een maand geleden, precies vijftig jaar na de verschrikkelijke gebeurtenissen van toen, in hetzelfde oude luchthavengebouw op het vliegveld in Oeganda. Overmand door emoties citeerde hij toch met krachtige stem de lofzegging in het Hebreeuws die voor deze bijzondere gelegenheden is geschreven: ‘Geprezen bent U, Eeuwige, onze G’d, die voor mij dit wonder (van de redding) heeft laten gebeuren.’ Uit de mond van de aanwezigen klonk een krachtig amen. Er werden gebeden gezegd en kaarsen aangestoken ter herinnering aan de omgekomen gijzelaars.
Tijdens de gijzeling was er vanzelfsprekend geen koosjer eten. De meeste gijzelaars aten toch maar wat hun aangeboden werd. Zij moesten immers overleven. Gilbert en Helen weigerden het voedsel. De hele week leefden zij op bananen. Bij dit laatste bezoek at Gilbert voor het eerst in vijftig jaar opnieuw een banaan. Precies op dezelfde plek als toen.
Natuurlijk werd Gilbert ook ontvangen door de huidige president. Deze keer niet als zijn gevangene op het vliegveld, maar als vrij man in het paleis.
‘Ik wil mijn verontschuldigingen aanbieden voor wat mijn grootvader u heeft aangedaan’
Het is de laatste dag van het bezoek. Gilbert wil net het hotel verlaten op weg naar het vliegveld, maar wordt op zijn schouder getikt. Hij kijkt om en staart in het gezicht van een grote man, een Oegandees. Schuchter stelt deze zich voor. ‘Ik ben de kleinzoon van Idi Amin. Ik wil mijn verontschuldigingen aanbieden voor wat mijn grootvader u heeft aangedaan.’
Enkele dagen geleden vertrouwde Gilbert mij toe wat er op dat moment door zijn hoofd ging. ‘Hier kom ik een halve eeuw later terug om af te rekenen met dat verleden. Die hele week van de kaping en de gijzeling heb ik nu herbeleefd, op de plek zelf. Opnieuw voelde ik de dreiging en de angsten van toen. Alleen, nu moest ik het alleen beleven, zonder mijn Helen, die mij helaas enkele jaren geleden is ontvallen. Vanzelfsprekend was het laatste wat ik nu wilde om oog in oog te staan met ook maar iemand die iets te maken had met die daders van toen, dus ook Idi Amin of zijn familie. En nu, vlak voor ik vertrek, hoor ik deze woorden uit de mond van de kleinzoon van degene die alle steun heeft gegeven aan de daders van toen.
Ik aarzelde een seconde. Maar toen gaf de Eeuwige mij Zijn wijsheid. Diezelfde G’dheid die voor mij vijftig jaar eerder dat grote wonder van de redding heeft laten plaatsvinden, geeft mij nu de gelegenheid om de kleinzoon te kunnen vergeven voor zijn opa. Ik nam zijn hand aan. Wij konden elkaar begroeten als broeders. Met deze ontmoeting kon ik mijn reis helemaal afsluiten.’
De woorden van Gilbert gaan voortdurend door mijn hoofd. Diezelfde G’dheid die mij bijstaat, is ook Degene die voortdurend de gelegenheid geeft om te kunnen vergeven. In een wereld waar animositeit en vijandschap heersen, zou deze gedachte toch wortel moeten kunnen schieten. Een gedachte die in het verre Oeganda, op de plek waar barbaarse misdaden plaatsvonden, is ontsproten, zouden we toch eigenlijk verder moeten kunnen uitdragen.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

