Diana (33) woont op een azc-boot in Rotterdam. Ze vluchtte in 2024 vanuit Syrië naar Nederland. Kort daarna kondigde Nederland een beslisstop af voor Syrische asielaanvragen, omdat er een einde was gekomen aan de dictatuur. Maar Diana was niet op de vlucht voor het regime.
In deze serie vertelt een Syrische vluchteling in afwachting van een beslissing van de IND over het leven in limbo – van het moment van hoop op een nieuw leven tot het eindeloze wachten, lange dagen op de boot, onbeantwoorde mails en toenemende vijandigheid vanuit de samenleving. Dit is deel 1.
‘Mijn naam is Diana. Ik ben het kind van een Oekraïense moeder en een Syrische vader. Mijn moeder is christelijk, mijn vader alawiet. Tot voor kort woonde ik in Syrië, waar ik nooit echt ben geaccepteerd door mijn gemeenschap. Vanwege mijn gemengde achtergrond werd ik gezien als niet voldoende, niet puur van bloed. Mensen keken naar mij als iemand die niet schoon was.
Terwijl ik opgroeide in deze gemeenschap, leerde ik mijn huidige man kennen, een druus. Het begon als een vriendschap, maar na twee jaar begonnen we romantische gevoelens voor elkaar te krijgen. We besloten dat we wilden trouwen. Aangezien mijn vader ook met een vrouw buiten zijn gemeenschap was getrouwd, verwachtte ik dat hij het zou begrijpen.
‘Ik moest maar iemand zoeken binnen mijn eigen gemeenschap’
Wat hierna gebeurde, kwam daarom als een schok. Mijn ouders verboden de relatie. Ik kwam onder vuur te liggen van de hele gemeenschap. Opnieuw werd ik ‘vies’ genoemd; het zou allemaal komen door het bloed van mijn moeder, dat ook niet puur was. Ik moest maar iemand zoeken binnen mijn eigen gemeenschap.
Mijn vader sloot me op in mijn kamer. Mijn telefoon werd me ontnomen. Twee weken lang mocht ik mijn kamer niet uit. Ik was inmiddels 26 en had een baan. Ik realiseerde me dat als ik verder wilde met mijn leven, er maar één ding op zat: ik moest liegen over mijn relatie. Ik vertelde mijn ouders dat ik hem niet langer zag.
Dubbelleven
De volgende vier jaar leefde ik een dubbelleven. Mijn partner en ik bleven elkaar zien, maar in het geheim. Ik was wel gewend om mijn relaties buiten de deur te houden. Als kind had ik al vriendinnen uit andere gemeenschappen, maar ook hen mocht ik niet zien. Ik heb dat nooit begrepen. Ik zie mensen omdat ik ze aardig vind, niet omdat ze hetzelfde geloof hebben als ik.
Toen ik tijdens de coronacrisis mijn baan verloor, besloot ik mijn eigen bedrijf op te zetten. Als vrouw heb je weinig mogelijkheden, dus besloot mijn partner me financieel te steunen. Hij hielp me de eerste stappen te zetten, waarna ik zelf verder kon. Ik opende nieuwe markten, maar het bedrijf mislukte. Mensen wilden geen zaken met me doen. Daar kwam bovenop dat mijn familie vragen ging stellen over waar ik het geld vandaan had. Dat was het moment dat ik toegaf nog steeds een relatie te hebben met dezelfde man.
Dit keer sloeg mijn vader mij. Hij nam opnieuw mijn telefoon af. Maar nu kwam mijn partner naar ons huis om officieel om mijn hand te vragen. Hij legde uit dat hij serieus met me was. Mijn vader legde uit dat het niet veilig voor mij was om met hem te trouwen, dat hij problemen zou krijgen binnen zijn eigen gemeenschap. Hij was genoodzaakt ons allemaal daartegen te beschermen.
Toch stemde hij in, als mijn partner iemand uit zijn familie mee zou nemen en het nog eens zou vragen. Het was geen echte instemming, want van binnen wilde hij dit niet. Maar toen mijn partner nogmaals aanklopte, samen met zijn zus, moest hij woord houden en verloofde hij ons.
Dit alles gebeurde in 2018, toen de oorlog al gaande was. Het was taboe om met iemand van een andere religie te trouwen. Nu ik officieel verloofd was, werd ik buiten de gemeenschap geplaatst. Ik nam mijn religie niet serieus, vond men. Om eerlijk te zijn kijk ik anders naar religie. Ik volg misschien bepaalde alawitische gebruiken, maar uiteindelijk ben ik een gelovige van dezelfde God. Alawiet of druus, het is maar een naam.
Toen bleek dat een druzische man volgens de rechtbank niet mocht trouwen met een alawitische vrouw, zei ik dat ik druus zou worden. Het was voor mij niet zo belangrijk en het zou ons huwelijk mogelijk maken. Maar ik was opnieuw geschokt. Ik mocht geen druus worden. Niemand had dat ooit gedaan en het was ook niet de bedoeling, zo bleek.
Om dit uit te zoeken, reisden we naar Suweida, waar een belangrijke druzische sheikh woont. Aan hem moesten we toestemming vragen. Ik vertelde de sheikh dat ik interesse had in zijn religie én in mijn partner. Hij zei dat het onmogelijk was. Zijn sheikh zou hem vermoorden als hij me zou toelaten tot de druzische gemeenschap. Ik mocht het deze hoger geplaatste sheikh zelf vragen en dat was ik bereid te doen. Maar we zouden beiden gevaar lopen.
Dus ging ik weer terug naar mijn vaders huis. Ik zag nu in dat we niet in Syrië konden blijven wonen, hoe graag we dat ook wilden. We vroegen mijn vader om een islamitisch huwelijkscontract, dat niet geldig was voor de rechtbank, maar waarmee we wel getrouwd waren voor Allah. Daarna zou ik naar een ander deel van de wereld reizen om daar asiel aan te vragen. Ik wilde een veilig leven leiden als een normaal persoon, met de man van wie ik houd. Ik denk dat ik dat recht heb.
‘Mijn vertrek uit Syrië was de beste oplossing voor iedereen’
Toen gebeurde er iets vreselijks. Ik weet niet wie ze gestuurd had. Er kwamen gemaskerde mannen naar ons huis die vertelden dat ik het uit moest maken met mijn partner. Ik stond op de derde verdieping. Toen zeiden ze: ‘Het is beter dat je sterft’ en ze duwden me van de trap. Ik werd wakker in het ziekenhuis, met twee gebroken benen, beperkt zicht en een wond op mijn hoofd.
Het duurde vier maanden voordat ik weer op mijn benen kon staan. Mijn partner zorgde voor me, want nu liep ook mijn familie gevaar. Mijn vertrek uit Syrië was de beste oplossing voor iedereen. Zo kon mijn vader zijn gemeenschap vertellen dat ik uit zijn leven verdwenen was, hoewel dit niet zo was. Ik zou ergens asiel aanvragen en mijn man zou later volgen. Op 28 januari 2024 kwam ik aan in Nederland.
Nieuwe zorgen
Mijn eerste gesprek met de IND vond plaats na vier maanden. In december 2024 brak de revolutie uit in Syrië. Alle Syrische aanvragen werden door de IND gepauzeerd. Inmiddels had ik nieuwe zorgen. Nu was mijn familie in direct gevaar vanwege de vervolging van alawieten. Ook mijn man en zijn familie waren in gevaar als druzen in Damascus. Ik wilde hen helpen, maar mijn advocaat legde uit dat ik eerst zelf een status moest krijgen, en mijn aanvraag was nog steeds on hold.
Ik ben nu meer dan tweeënhalf jaar verder. Mijn verhaal is nog steeds niet gehoord. Je hebt geen idee hoe moe ik ben. Toen ik hier net kwam, had ik de wil om te leren en te werken. Ik ging gelijk aan de slag om de taal te leren en werk als vertaler en als yoga- en zumba-instructeur. Maar ik vind het steeds moeilijker om door te gaan. Ik kan me nauwelijks concentreren. Ik ga mentaal en fysiek achteruit.
Mensen denken vaak dat vluchtelingen zonder goede reden naar Nederland komen, maar er zijn tal van mensen die om verschillende redenen een veilige plek nodig hebben. Voor mij is de reden dat ik wil leven met de man van wie ik houd. Het is gewoon een liefdesverhaal. In Syrië kent liefde regels. Volg je deze regels niet, dan is je leven verwoest. En mijn leven is verwoest.’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

