Vernederd, gemarteld en medisch aan hun lot overgelaten, soms met de dood tot gevolg. Volgens Israëlische artsen worden Palestijnse gevangenen structureel gemarteld. Tijdens een bijeenkomst van The Rights Forum presenteerden zij hun bevindingen. Een Palestijnse advocaat die zelf gevangen zat, vertelde over zijn ervaringen.
Het is stil in de volle zaal woensdag wanneer de Palestijnse advocaat Sary Khuriya zichtbaar geëmotioneerd vertelt hoe hij tijdens zijn gevangenschap in de Israëlische gevangenis Megiddo naar een pikdonkere cel wordt geleid. ‘De bewaker sloeg en schopte mij, omdat ik tijdens de zitting over de verlenging van mijn detentie iets verkeerds zou hebben gezegd tegen de rechter. Het was duidelijk dat ze mij daarvoor straften. Toen brachten ze mij naar een andere afdeling die binnen de gevangenis ‘Tora Bora’ wordt genoemd.’ Even blijft het stil. Khuriya heeft moeite zijn tranen te bedwingen.
‘Het was een donkere cel, van zo’n twee bij twee meter. Ze zeiden dat ik er een week moest blijven.’
Khuriya werd in november 2023 opgepakt en naar de Megiddo-gevangenis gebracht. ‘Ik dacht dat Israël een democratie was, in de zin dat het recht mij wel zou beschermen. Maar toen ik de gevangenis binnenkwam, wist ik gelijk al dat dit een vreselijke plek was. Een groepje gevangenen uit de bezette Westelijke Jordaanoever werd geschopt en geslagen, terwijl zij niets hadden gedaan. Ik moest mij helemaal uitkleden in het bijzijn van anderen. Toen ik verder werd geleid voor registratie, zag ik dat de bewakers vier jonge gasten opdroegen de Israëlische vlag te kussen.’
In de cel waar hij belandde, zaten ze met z’n tienen, vertelt Khuriya. ‘Allemaal jongens rond de achttien, negentien uit de Westelijke Jordaanoever. Ieder van hen had verwondingen. Zij vertelden me dat ze waren gemarteld door Israëlische soldaten. In de cel stonden ijzeren bedden. De badkamer had alleen een klein kraantje. Je had totaal geen privacy, want er was geen deur. Van datzelfde kraantje moesten we water halen om te drinken, want we kregen geen water. Per drie gevangenen kregen we een bord witte rijst te eten. Zeker vier keer per nacht kwamen er gewapende bewakers naar onze cel om ons te tellen. Ze lieten ons niet slapen’, zegt Khuriya.

Toen hij in ‘Tora Bora’ zat, werd een andere gevangene binnengebracht, vertelt Khuriya. Zijn naam was Mar’i Abdulrahman. ‘Hij huilde en schreeuwde de hele dag om een dokter, maar niemand kwam hem helpen. Hij was gewond geraakt door martelingen in de gevangenis. Maar in plaats van een dokter kwam er een verpleger die hem alleen pijnstillers gaf en verder niets kon doen. Tijdens de telling de volgende dag vonden de bewakers hem op de grond. De bewakers bevalen hem op te staan, maar dat kon hij niet. Toen begonnen ze op hem in te slaan. Toen er eindelijk een arts kwam, verklaarde deze Mar’i dood. “We hebben er eentje minder”, zei een bewaker.’
Toen Khuriya de verpleger later confronteerde met het feit dat hij Mar’i aan zijn lot had overgelaten en dreigde een aanklacht tegen hem in te dienen, zei hij dat Khuriya zijn mond moest houden. ‘Even later kwamen vijf gewapende bewakers mijn cel in en begonnen mij te slaan en te schoppen. Zij zeiden: “Als je je mond opentrekt, zullen we je doden.”’
Verhoogd sterftecijfer na 7 oktober
Dr. Daniel Solomon, chirurg en bestuurslid van Artsen voor mensenrechten in Israël (PHRI), was getuige van autopsies die werden uitgevoerd op Palestijnse gevangenen. Zij waren tijdens hun detentie gestorven. Solomon vertelt dat het lichaam van Mar’i ‘vol zat met blauwe plekken en gebroken ribben’. ‘Hoewel dit nog niet aantoonde dat dit zijn dood had veroorzaakt, is het duidelijk dat hij zich langere tijd niet goed voelde en dat hem medische behandeling werd onthouden.’ Volgens Solomon zou Mar’i kunnen zijn overleden door homicide by heart attack, waarbij iemands hart het begeeft als diegene zich in een erg angstige of stressvolle situatie bevindt. ‘Dit moet nog verder onderzocht worden, maar ik kan dat als chirurg niet doen. De forensisch artsen die dit aanvankelijk deden, zijn Palestijns, maar krijgen sinds 7 oktober geen inreisvisum meer. Gelukkig hebben we ook getuigenissen die ons een context geven van wat er gebeurde met de gevangene.’
Volgens Mays Medleg, hoofd internationale belangenbehartiging bij PHRI, zijn de martelpraktijken tegen Palestijnse gevangenen erger geworden na 7 oktober. ‘Na 7 oktober zien we een duidelijke verslechtering van de condities waarin gevangenen worden gehouden: weigering van medische behandelingen, inhumane leefomstandigheden en martelingen.’
Bovendien steeg het aantal Palestijnse gevangenen in Israël na 7 oktober. Volgens cijfers van de Israëlische mensenrechtenorganisatie Hamoked zitten op dit moment 9265 Palestijnen gevangen; in september 2023 waren dit er ruim 5000. Daarvan zitten er 3101 gevangen zonder proces, in zogeheten ‘administratieve detentie’. Het door Israël gevangenzetten van Palestijnen buiten de bezette Palestijnse gebieden is illegaal volgens de Vierde Geneefse Conventie, die het verplaatsen van gevangenen buiten bezet gebied verbiedt. Het is bovendien een schending van de mensenrechten die door de Israëlische wet worden gewaarborgd, schrijft de organisatie.
Uit onderzoek van PHRI blijkt dat het sterftecijfer na 7 oktober acht keer zo hoog was als ervoor. Het feit dat het stijgende sterftecijfer niet alleen te zien is in een enkele gevangenis, maar betrekking heeft op alle gevangenissen en detentiecentra, toont volgens Medleg aan dat de martelpraktijken systematisch zijn. ‘Bovendien is gedwongen verdwijning sinds 7 oktober 2023 officieel beleid van het Israëlische leger. Dit maakt het moeilijk om erachter te komen hoeveel mensen overleden en op welke manier zij tot hun einde kwamen.’
‘Wat we te zien kregen was een verzameling botten’
Ook blijkt uit gegevens van PHRI dat gedetineerden jonger overleden. Een derde van het aantal Palestijnen dat na 7 oktober in de gevangenis overleed, was onder de dertig. Dat is een verdubbeling vergeleken met voor 7 oktober. Zo’n vijf procent was jonger dan twintig. Die groep kwam eerder niet voor in de sterftecijfers.
In juni dit jaar zaten er 376 minderjarigen in een Israëlische cel, laten cijfers van de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem zien. Zij waren tussen de veertien en achttien jaar.
Walid Ahmad, zeventien jaar, was het eerste kind dat sinds 7 oktober omkwam in een Israëlische gevangenis. Solomon vertelt over zijn autopsie: ‘Ik had nog nooit zoiets gezien. Wat we te zien kregen was een verzameling botten. Het enige waar ik als Jood aan kon denken, zijn de foto’s van de Holocaustoverlevenden. Er zat geen vet meer aan. Hij was zwaar vermagerd en uitgehongerd. Ook al wees niets in de autopsie op de doodsoorzaak, kan men ervan uitgaan dat hij in die uitgehongerde toestand veel vatbaarder was voor onschuldige infecties als diarree.’ Solomon oordeelt dan ook dat Ahmad waarschijnlijk is overleden aan uithongering.
Dit soort schokkende gevallen maken duidelijk dat het hier niet gaat om een plotselinge dood, maar dat gevangenen gedurende langere tijd medische behandeling wordt onthouden, vertelt Solomon. ‘Hierdoor kunnen ziektes zich steeds verder ontwikkelen, totdat dit hen fataal wordt. Wanneer je als arts sporen van marteling ziet, dan is het erg pijnlijk te zien dat de dood meestal voorkomen had kunnen worden, wat dus niet is gebeurd. In combinatie met de cijfers kun je spreken van een patroon en van een intentie om hun een basaal mensenrecht te onthouden, dat van het recht op medische zorg. Dit is een vorm van marteling’, zegt hij.
Als zij al worden behandeld in een Israëlisch ziekenhuis, dan worden gevangenen daar geboeid en geblinddoekt. Solomon vertelt over een patiënt die hij na een operatie vastgebonden aan zijn bed zag liggen. ‘Dit is een openlijke schending van conventies die Israël zelf heeft getekend.’
‘Dit is een vorm van marteling’
Verschillende mensenrechtenorganisaties bevestigen het beeld dat de Israëlische artsen schetsen. In maart dit jaar waarschuwde VN-gezant Francesca Albanese dat martelingen die voorheen in het geniep plaatsvonden, ‘staatsdoctrine’ waren geworden. Zij sprak van een ‘regime van georganiseerde vernedering, pijn en dehumanisering, van hogerhand mogelijk gemaakt’.

Op basis van getuigenissen van gedetineerden concludeerde B’Tselem al in augustus 2024 dat er sprake was van een ‘systematisch, institutioneel beleid gericht op het continue misbruik en martelen van alle Palestijnse gevangenen in een netwerk van martelkampen’. Volgens de organisatie heeft de dehumanisering van Palestijnen sinds de oprichting van de staat Israël ertoe geleid dat er extreem geweld tegen hen is gebruikt, te zien in de mishandeling van de gevangenen, maar ook in de genocide in Gaza.
Militaire boycot
Om deze martelpraktijken te helpen stoppen, zal de Nederlandse regering veel meer moeten doen, vertelt Gerard Jonkman, directeur van The Rights Forum, in een gesprek met de Kanttekening. ‘Er moet veel meer druk worden uitgeoefend op Israël. Nederland heeft [bij het Internationaal Gerechtshof in juni 2023, red.] samen met Canada een rechtszaak aangespannen tegen Syrië vanwege martelingen daar. Waarom zou de Nederlandse regering niet iets soortgelijks doen tegen Israël?’
Volgens Jonkman zouden we niet op Europa moeten wachten om de druk op Israël op te voeren. ‘Nederland kan zelf heel veel doen, of samen met gelijkgestemde landen. Dat zagen we bijvoorbeeld bij het verbod dat Nederland instelde op import uit de nederzettingen. Terwijl vaak werd gezegd dat dat alleen in Europees verband kon, zien we nu dat steeds meer landen dit zelf zijn gaan doen.’
‘Alle samenwerking tussen Nederland en Israël op militair gebied moet gestaakt worden’
Jonkman vindt dat Nederland ook op militair gebied de druk op Israël zou moeten opvoeren. ‘Aangezien heel veel [van dit soort martelpraktijken, red.] gebeurt onder toezicht van of zelfs door het leger, is een totale militaire boycot op zijn plaats. Alle samenwerking tussen Nederland en Israël op militair gebied moet gestaakt worden. Terwijl de regering zegt dat deze samenwerking is beperkt tot de grenzen van 1967, is dat in de praktijk niet het geval. Een militair met wie je samenwerkt en met wie je kennis opdoet, zal dat niet vergeten als hij bezet gebied binnenkomt.’
Ook zou Nederland moeten stoppen met het inkopen van wapens en andere militaire goederen uit Israël, zegt Jonkman. ‘Die wapens zijn getest op Palestijnen in Gaza en ander bezet gebied, en daarom zou je die niet moeten willen.’
Jonkman ziet, ondanks het uitblijven van maatregelen door de Nederlandse regering, wel dat er in Nederland steeds meer bewustzijn is. ‘Ik ga ervan uit dat mensen echt wel gaan zien wat er in Israël gebeurt. Daarom is het belangrijk dat ooggetuigen en slachtoffers van marteling aan het woord komen tijdens dit soort evenementen. Ik hoop dat Nederlandse politici dit ter harte nemen.’
Na zijn vrijlating kon advocaat Khuriya alsnog aangifte doen op het politiebureau en nu loopt de zaak bij de rechtbank, vertelt hij. Hoewel hij vanwege zijn getuigenis slachtoffer is van intimidatie in Israël, blijft hij voor de zaak vechten, ‘want ik heb mezelf toegewijd aan Mar’i’.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

