15.3 C
Amsterdam

Vluchteling Diana wacht op de IND: ‘Ik heb maar beperkte tijd om te leven en lief te hebben’

Lees meer

Diana (33) woont op een azc-boot in Rotterdam. Ze vluchtte in 2024 vanuit Syrië naar Nederland. Kort daarna kondigde Nederland een beslisstop af voor Syrische asielaanvragen, omdat er een einde was gekomen aan de dictatuur. Maar Diana was niet op de vlucht voor het regime.

In deze serie vertelt een Syrische vluchteling in afwachting van een beslissing van de IND over het leven in limbo – van het moment van hoop op een nieuw leven tot het eindeloze wachten, lange dagen op de boot, onbeantwoorde mails en toenemende vijandigheid vanuit de samenleving. Dit is het laatste deel.

‘Mijn verhaal begon niet toen ik in Nederland aankwam. Het begon in 2018, toen ik mijn echtgenoot ontmoette en we samen een leven begonnen op te bouwen in Syrië.

Onze relatie was nooit eenvoudig. Mijn echtgenoot is Druus en ik ben alawitisch. In Syrië was dat niet iets wat we zomaar konden negeren. Het was voor ons onmogelijk om ons huwelijk wettelijk te laten registreren, zoals andere stellen dat wel konden. Wat een natuurlijke stap in het opbouwen van ons gezamenlijke leven had moeten zijn, veranderde in een bron van angst, druk en gevaar.’

Lees hier het eerste deel van Diana’s dagboek over haar verhaal in Syrië.

‘Uiteindelijk moest ik Syrië verlaten. Ik kwam naar Nederland omdat ik een nieuw leven wilde opbouwen in een veilige omgeving. Ik wilde kunnen leven zonder constant bang te hoeven zijn.

Toen ik op luchthaven Schiphol uit het vliegtuig stapte, voelde het alsof er een enorme last van mijn schouders viel. Even had ik het gevoel dat alles wat daarvoor was gebeurd, eindelijk achter me lag.

Ter Apel

Maar onder die opluchting zat ook angst. Ik was alleen in een nieuw land, bang dat ik de weg kwijt zou raken, bang dat ik niet zou weten wat ik moest doen. Ik herinner me dat ik me volledig verloren voelde, totdat een medewerker van de luchthaven me het adres van Ter Apel gaf. Ik wist niet of wat ik deed wel de juiste keuze was, maar ik had geen andere keuze.

Toen ik in Ter Apel aankwam, verdween het gevoel van opluchting dat ik bij mijn aankomst in Nederland nog had ervaren. Duizenden mensen werden ondergebracht in containers en de hele situatie voelde chaotisch en beangstigend aan. Maar wat ik het moeilijkst vond, was dat niemand echt uitlegde wat er aan de hand was.

‘Duizenden mensen werden ondergebracht in containers’

Er waren ook mensen die zich opdringerig en verontrustend gedroegen tegenover vrouwen, vooral tegenover vrouwen die geen hoofddoek droegen. Ik herinner me dat ik walgde en tegelijk bang was voor sommige van de begerige, verontrustende blikken die op mij gericht waren.

Mijn hele lichaam schakelde over op de overlevingsstand. Ik werd extreem alert. Ik durfde met niemand te praten of iemand om hulp te vragen, behalve het officiële personeel. Waar was ik? Wat zou er met me gebeuren? Was ik veilig? Wat moest ik doen?

Ik verbleef ongeveer 22 dagen in Ter Apel voordat ik ergens anders naartoe werd overgeplaatst. Vier maanden na aankomst had ik mijn eerste gesprek. Er werd me verteld dat de beoordeling van mijn zaak wel 15 maanden in beslag kon nemen.

Ik was doodsbang. Ik kreeg het gevoel dat mijn tijd geen enkele waarde had. Voor het eerst voelde ik me eerder een nummer dan een mens. Ik herinner me dat ik dacht: ‘Wat doe ik hier eigenlijk?’ Ik was hierheen gekomen in de hoop een veilig leven te kunnen leiden, maar in plaats daarvan was mijn leven volledig tot stilstand gekomen.

Ik kon niet terug. En ik kon niet vooruit. Ik zat simpelweg gevangen in de omstandigheden.’

Lees hier het tweede deel van Diana’s dagboek over haar procedure.

‘Het werd een kwestie van wachten, heel veel wachten. Op een gegeven moment voelde het alsof de tijd zelf stilstond. De dagen smolten samen tot één lange, eindeloze dag. Of het nu zondag of maandag was, maakte niet meer uit.

Maar ik wist dat ik niet zomaar kon opgeven. Vanaf mijn eerste dagen hier ben ik vrijwilligerswerk gaan doen, gaf ik les in yoga en zumba en onlangs ben ik met nog meer activiteiten begonnen. Het geeft me iets om handen en helpt me om even aan mijn gedachten te ontsnappen. Maar zelfs als ik druk bezig ben, blijft mijn hoofd maar malen. Soms wil ik mijn bed niet eens uitkomen, al dwing ik mezelf toch om op te staan en mijn verplichtingen na te komen.

‘Soms wil ik mijn bed niet eens uitkomen’

Het leven op het schip maakt alles nog zwaarder. We wonen in kleine kamers met nauwelijks privacy en worden gedwongen onze persoonlijke ruimte te delen. Ik probeer dit te negeren en me op mezelf te concentreren, maar de dagelijkse problemen blijven me eraan herinneren dat ik nog steeds vastzit: het eten, de zorgen over het water, het gebrek aan privacy en de krappe leefruimte.

Op sommige dagen probeer ik ermee om te gaan door te eten; op andere dagen wil ik alleen maar slapen en aan de werkelijkheid ontsnappen. Als ik dan wakker word, voel ik me schuldig omdat er weer een dag uit mijn leven voorbij is gegaan.

Angst

Terwijl ik in Nederland aan het wachten ben, is de situatie in Syrië veranderd. Mijn man en mijn familie lopen nu gevaar en mijn zorgen over hun veiligheid maken deel uit van mijn dagelijks leven. Zelfs als ik erover schrijf, voel ik de angst in mijn handen en benen. Mijn spieren spannen zich aan als ik terugdenk aan wat er is gebeurd. Een tijdlang had ik het gevoel dat mijn familieleden wandelende lijken waren geworden. Ze hadden het overleefd, maar waren psychisch gebroken.

Er waren momenten waarop ik wenste dat ik bij hen had kunnen zijn. Soms dacht ik zelfs dat samen met hen sterven misschien makkelijker zou zijn dan ergens ver weg toe te kijken hoe zij op de dood wachtten. Soms negeerde ik hun telefoontjes, simpelweg omdat ik mijn eigen hart even moest beschermen. Daarna belde ik ze toch weer op, omdat ik niets anders kon doen.

Uiteindelijk ben ik naar een psycholoog gegaan, op aandringen van mijn huisgenote. Ik herinner me dat ik voortdurend last had van kortademigheid, hoofdpijn en duizeligheid. Op het kantoor van de psycholoog vond ik mensen met wie ik eindelijk vrijuit over persoonlijke dingen kon praten.

Maar zelfs therapie was moeilijk voor mij. Soms verliet ik met hoofdpijn de praktijk van de psycholoog. Vaak begreep ik niet wat ik voelde en soms kon ik me niet eens herinneren waar we het tijdens de sessie over hadden gehad. Later werd bij mij een ernstige depressie vastgesteld. Mijn psycholoog is van mening dat ik gespecialiseerde traumatherapie nodig heb, omdat ik psychologisch zoveel heb opgebouwd.

‘Mijn lichaam was veranderd’

De jaren bleven voorbijgaan. In die jaren begon ik mezelf te vergeten. Onlangs keek ik in de spiegel en besefte plotseling hoeveel ik veranderd was. Mijn lichaam was veranderd. Ik koos altijd voor donkere kleding. Ik had mijn huid en mijn nagels verwaarloosd. Ik voelde dat ik lelijker was geworden. Het was alsof ik langzaam uit mijn eigen leven verdween.

Mijn man probeerde mij te steunen, maar soms dacht ik: ‘Kom op, wie steunt wie? Wat heeft een van ons eigenlijk nog te geven aan de ander?’ Soms stort hij in. Soms stort ik in. En soms proberen we elkaar om de beurt overeind te houden, ook al hebben we geen van beiden nog veel te geven.

Ik denk niet dat mijn lichaam ooit echt is gestopt met in een staat van paraatheid te verkeren. Ben ik werkelijk in veiligheid beland? Fysiek ben ik in een veilig land, maar zo voelt het niet. Ik heb nog geen veiligheid gevonden. Mijn gevoel van veiligheid hangt nog steeds af van een beslissing die in handen ligt van de IND.

Mijn boodschap aan functionarissen, medewerkers van de IND en beleidsmakers: jullie weten dat mensen in onze landen lijden onder intolerantie. Jullie weten dat velen van ons angst, terrorisme en geweld hebben meegemaakt. Maar toen ik hierheen kwam op zoek naar veiligheid, stuitte ik op iets anders. Bureaucratie. Soms heb ik het gevoel dat deze bureaucratie niet minder schadelijk is dan terrorisme – niet omdat ze op dezelfde manier levens eist, maar omdat ze het leven van een mens langzaam kan laten wegvloeien, dag na dag, jaar na jaar.

Daarom wil ik jullie een eenvoudige vraag stellen: wat doen jullie met een mensenleven wanneer je iemand laat wachten op een beslissing? Ik ben voor jullie niet slechts een dossier. Ik ben geen nummer. Ik ben van vlees en bloed. Ik ben een mens met een beperkte hoeveelheid tijd. Ik heb een beperkt aantal jaren om te leven, lief te hebben, te werken, op te bouwen en bij mijn echtgenoot te zijn.

Elk jaar dat ik in afwachting doorbreng, is niet zomaar een getal op papier. Het is een jaar van mijn leven dat nooit meer terugkomt. Het wachten heeft me al jaren ontnomen. En ik weet niet hoeveel jaren ik nog zal moeten verliezen voordat ik de kans krijg om aan mijn leven te beginnen.’


Opgetekend door Majorie van Leijen

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -