Recensie | Natasja Gibbs breekt een lans voor onafhankelijke, geëngageerde journalistiek. Maar door deze goede journalistiek ‘woke’ te noemen, zullen sommige lezers waarschijnlijk toch afhaken.
Begin 2023, nog voor de genocide in Gaza, zei BNNVARA-presentator Natasja Gibbs op de radio dat Israël een apartheidsregime is. Ze had felle kritiek op toenmalig ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers, die een open brief had geschreven over Iran. Segers zou met twee maten meten, omdat hij wel kritisch was over de mensenrechtenschendingen in Iran, maar zweeg over de apartheidspolitiek van Israël jegens de Palestijnen.
Deze niet-neutrale opstelling van Gibbs schoot rechts Nederland in het verkeerde keelgat. Ze zou niet objectief zijn, vooringenomen zijn, activistische woke-journalistiek bedrijven, haar meningen presenteren als feiten, enzovoort. Gibbs verdedigde zich echter door te wijzen op het feit dat mensenrechtenorganisaties Human Rights Watch en Amnesty International Israël ook een apartheidsstaat hadden genoemd. Maar ze verwees niet naar deze rapporten in de uitzending, waardoor de Ombudsman haar toch een tikje op de vingers gaf.
Nu, ruim drie jaar later, heeft Gibbs een boekje geschreven over haar visie op goede journalistiek. Haar schotschrift Waarom een gezonde democratie niet zonder journalistiek kan is een passievol pleidooi voor meer engagement. In onze liberale democratie wordt de journalistiek vaak gezien als de vierde macht, een waakhond die de politiek controleert. Maar volgens Gibbs dreigt de waakhond in een bedrijfspoedel te veranderen, omdat de journalistiek steeds meer de oren zou laten hangen naar de commercie, de onderbuik en de politieke machthebbers zelf.
De overheid moet investeren in goede journalistiek, landelijk en regionaal
In zeven hoofdstukken legt Gibbs uit wat volgens haar beter kan, wat beter moet. 1) Het ideaal van journalistieke neutraliteit kan wat Gibbs betreft bij het grofvuil worden gezet; journalisten moeten juist transparant zijn over hun partijdigheid; 2) diversiteit is belangrijk, omdat diversiteit volgens haar leidt tot meer kwaliteit; 3) goede journalistiek moet volgens Gibbs het publiek dienen, niet het ‘systeem’; 4) journalisten moeten minder bezig zijn met wat scoort, meer met wat echt nodig is; 5) journalistiek is van het ‘volk’, niet van de ‘markt’; 6) we moeten investeren in regionale journalistiek, vooral in die van Caribisch Nederland; 7) goede journalistiek is woke en moet zich niet laten censureren door uiterst rechtse partijen en ook de VVD, die de journalistiek zouden willen muilkorven.
Ook al ben je het misschien niet met alles wat ze schrijft eens, Gibbs’ pamflet biedt interessante stof tot nadenken. Haar interessantste opvatting is dat de overheid moet investeren in goede journalistiek, landelijk en regionaal, omdat hierdoor onze democratie wordt versterkt. Ze vergelijkt dit met de aanleg van wegen. Dat is ook een publieke voorziening, die door overheidsgeld wordt gefinancierd. En juist omdat goede journalistiek het publieke belang dient, hebben we hier uiteindelijk allemaal profijt van.

Goede journalistiek is van goede kwaliteit. Gibbs heeft niks met oppervlakkige journalistiek, die niet kritisch doorvraagt en die blijft hangen in simpele soundbites. Ze ergert zich ook aan redacties die onderwerpen expres versimpelen om Henk en Ingrid uit ‘Schubbekutteveen’ tegemoet te komen. Het idee dat ‘de gewone Nederlander’ dom en racistisch is, heeft volgens haar ook iets aanmatigends.
Tegelijkertijd is Gibbs voor journalistiek die het ‘volk’ dient. Ze bedoelt hier niet alleen Henk en Ingrid mee, maar groepen die volgens haar echt ongehoord blijven, zoals de inwoners van Caribisch Nederland. Journalisten daar kunnen niet in alle vrijheid hun werk doen, omdat ze onder druk zouden worden gezet door Nederlandse ambtenaren en het bedrijfsleven.
In het laatste hoofdstuk pleit Gibbs voor woke journalistiek. Ze heeft niet alleen felle kritiek op de PVV en Forum voor Democratie, die zich in navolging van Donald Trump tegen kritische journalistiek keren, maar plaatst ook de VVD in de beklaagdenbank. Gibbs is boos op Dilan Yesilgöz, omdat de VVD-leider zich in haar H.J. Schoof-lezing had uitgesproken tegen woke. De BNNVARA-journalist ziet deze kritiek als een indirecte oproep tot censuur, omdat Yesilgöz de strijd voor sociale rechtvaardigheid verdacht zou willen maken.
Gibbs is boos op Dilan Yesilgöz
Gibbs haalt hierbij de twee betekenissen van woke door elkaar. Aan de ene kant stond/staat woke voor bewustwording, voor kritiek op sociale onrechtvaardigheid en racisme. Daar is inderdaad niets mis mee. Maar woke stond/staat ook voor een doorgeschoten politieke correctheid, een linkse taalpolitie, die iedereen die ook maar een beetje afwijkt van de intersectionele norm als racist, fascist, seksist of transfoob wegzet. Daar had Yesilgöz – terecht – kritiek op. Ze is trouwens niet de enige. Onlangs keerde de bekende Amerikaanse linkse politica Alexandria Ocasio-Cortez zich ook tegen deze dogmatische vorm van wokisme, die ze ‘woke 1’ noemde. ‘Woke 1 was crazy’, zei AOC.
Als Gibbs aan het einde van haar pamflet een beetje provocerend zegt dat journalistiek ‘woke als f*ck’ behoort te zijn, bedoelt ze natuurlijk bewuste journalistiek, die scherp en kritisch is. Maar door het poly-interpreteerbare begrip woke te gebruiken, zullen veel lezers toch afhaken, omdat die in dit statement toch een oproep tot censuur zullen lezen, iets waar Gibbs zich juist tegen verzet. En dat is jammer, want Gibbs pleit juist voor journalistiek voorbij de simplistische soundbites.
Natasja Gibbs, Waarom een gezonde democratie niet zonder journalisten kan. De zeven pijlers van de journalistiek, een gloedvol pleidooi, Meulenhoff, 96 blz., € 18,99
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

