10.2 C
Amsterdam

Erkenning voor alevieten in Griekenland, maar de dorpen lopen leeg

Lydia Markidis
Lydia Markidis
Journalist in Athene

Lees meer

Na een lange strijd hebben de alevieten in de Griekse regio West-Thracië eindelijk erkenning gekregen. Maar door de zwakke economie trekken veel jongeren weg, ziet journalist Lydia Markidis.

Het gebied waar Griekenland grenst aan Bulgarije en Turkije is vooral bekend om één ding: de vluchtelingencrisis. Voor duizenden mensen is het de eerste, en vaak gevaarlijkste, stap de EU in, berucht om illegale pushbacks en mensensmokkel. Maar dit gebied, West-Thracië, is meer dan alleen een grenscrisis: al eeuwenlang wonen er meerdere religieuze groepen naast elkaar. Niet alleen christenen, maar ook soennitische moslims en bektashi-alevieten. Deze laatste groep, die uit grofweg 3.500 mensen bestaat, is na een lange emancipatiestrijd onlangs officieel erkend door de Griekse overheid.

In Megalo Dereio, een van de tien Griekse grensdorpjes waar de alevieten wonen, noemt een plaatselijke schooldirecteur de erkenning van zijn gemeenschap zonder enige aarzeling ‘vrijheid’. Maar het is de vraag of deze erkenning niet te laat komt.

‘Wie zichzelf kent, kent de Schepper’

Tot voor kort werden de alevieten gerekend tot de soennitische minderheid van Griekenland, zo’n 100.000 mensen van Turkse, Roma- en Pomak-afkomst, afstammelingen van Bulgaren die tijdens de Ottomaanse overheersing van het christendom naar de islam overgingen. Het alevisme verschilt echter van de soennitische islam. Tijdens alevitische ceremonies bidden mannen en vrouwen samen en drinken ze wijn. De schooldirecteur vertelt dat zijn gemeenschap geen wetboeken of religieuze rechters kent. Conflicten worden voorgelegd aan de hele gemeenschap. De zwaarste straf is sociale uitsluiting.

Ayse Kara, een aleviet uit het dorpje Roussa die enkele jaren geleden formeel werd ingewijd, beschrijft haar geloof als een mystieke traditie van zelfkennis. ‘Wie zichzelf kent, kent de Schepper, omdat in ieder mens een deel van God aanwezig is. En als je je goed gedraagt, kom je dichter bij God’, zegt ze.

Ayse als jong meisje (midden) met haar familie

In het dorpje van de schooldirecteur staan een moskee, een tekke, een alevitisch heiligdom, en een kerk zij aan zij. Zelf noemt hij zich geen Turk en ook geen Griek, maar in de eerste plaats Thraciër. Hij behoort tot een gemeenschap waarvan de geloofstraditie al eeuwenlang met Thracië verbonden is, nog voordat er allerlei categorieën op de bewoners werden geplakt. De alevieten spreken niet alleen Turks en Grieks, maar ook Pomaaks, een Slavische taal uit het Rhodope-gebergte.

Voor Ayse is het collectieve bewustzijn binnen haar gemeenschap belangrijk. Sinds ze de officiële geloofseed, ikrar, heeft afgelegd, heeft ze zichzelf beter leren kennen, en daarmee ook anderen. Volgens haar is dat terug te zien in de gemeenschap: mensen bekommeren zich om elkaar.

Het alevisme, dat zijn oorsprong heeft in Anatolië, werd rond 1400 geïntroduceerd in wat nu Griekenland is. De Ottomaanse sultan Bayezid I kende toen de gronden rondom het dorpje Roussa in Thracië toe aan de derwisj Seyyid Ali Sultan, bijgenaamd Kizil Deli – de Rode Dwaas. Zijn tekke met zijn graf staat er nog en geldt als het belangrijkste alevitische heiligdom van de Balkan.

Minderheid binnen een minderheid

Hoewel de tekkes aanvankelijk dienden als Ottomaanse grensposten, werden ze gesloten in de 19e eeuw, naarmate de soennitische islam strikter werd gehandhaafd. In 1826 werd de Seyyid Ali Sultan Tekke in Roussa gedwongen gesloten en ging de gemeenschap ondergronds.

In 1923, toen Thracië onderdeel werd van Griekenland, werden de alevieten opnieuw onderdrukt. Het Verdrag van Lausanne uit dat jaar regelde de gedwongen bevolkingsuitwisseling tussen Griekenland en Turkije. Moslims uit Griekenland moesten naar Turkije vertrekken en orthodoxe christenen uit Turkije naar Griekenland. Voor de moslims in West-Thracië gold een uitzondering. Daardoor mochten ook de alevieten blijven. De Griekse staat was gebouwd op het idee dat Grieks-zijn onlosmakelijk verbonden is met het orthodox-christelijke geloof en had geen categorie voor deze heterodoxe groep. Zo bleven ze onderdeel van de soennitische moslimminderheid en werden de alevieten een minderheid binnen een minderheid.

Alevitische geloofsafbeeldingen in de tekke in het dorp Mega Dereio. Beeld: Lydia Markidis

Die achtergestelde positie kreeg in 1936 een nieuwe dimensie. De Griekse staat stelde toen een militaire veiligheidszone in langs de noordgrens, inclusief de dorpen waar de alevieten wonen. Bewoners hadden een vergunning nodig om buiten hun gebied te reizen en hadden geen recht op eigendom. Ook het belijden van hun geloof werd daardoor moeilijker. Volgens Ayse was er niet altijd een geestelijk leider, dede, aanwezig in elk dorp. ‘We nodigden hen uit naar het dorp waar de ceremonie zou plaatsvinden. Omdat ze dezelfde avond niet meer naar huis konden terugkeren, brachten we hen daar onder. De verplaatsing van dorp naar dorp gebeurde meestal te voet, of met paarden en ezels’, vertelt ze.

Die isolatie had ook een onverwacht voordeel. Elders in Griekenland werden Ottomaanse moskeeën gesloopt, minaretten verwijderd en begraafplaatsen omgeploegd, maar in de alevitische dorpen bleven de heiligdommen intact.

De weg naar erkenning

Onder druk van Europese instellingen werd in 1996 de militaire zone opgeheven. Na de eeuwwisseling begon de alevitische gemeenschap zich te organiseren. In 2014 kwam er een wet die religieuze stromingen in Griekenland algemene erkenning bood. Een jaar later richtte de schooldirecteur een culturele vereniging op, die samenwerkt met alevitische organisaties in Europa om een eigen schoolcurriculum op te bouwen, met het alevisme als uitgangspunt.

In 2019 kreeg de cemevi, het gebedshuis, een exploitatievergunning. Dat was de eerste officieel erkende alevitische gebedsruimte in Griekenland. De emancipatie bereikte een hoogtepunt toen in 2025 niet alleen de Seyyid Ali Sultan-tekke in Roussa werd erkend door de overheid, maar ook het bektashi-alevisme als aparte geloofstraditie. Daardoor kregen de dedes de bevoegdheid om huwelijken te voltrekken en begrafenissen te leiden volgens de alevitische traditie. Voorheen verliepen deze rituelen volgens de soennitische traditie.

Het graf van derwisj Seyyed Ali in zijn tekke in Roussa. Beeld: Lydia Markidis

Voor de alevieten is deze snelle emancipatie nauwelijks te geloven, zegt Ayse. ‘Onze grootouders waren een generatie die nooit een school van binnen heeft gezien en die oorlogen en veel ontberingen heeft meegemaakt. Onze ouders hebben alleen de basisschool gevolgd en groeiden geïsoleerd op. Situaties en rechten die ons [de jongere generatie] volstrekt normaal lijken, zien onze ouders niet op dezelfde manier. Zij dragen nog steeds het trauma met zich mee van een minderheid binnen een minderheid te zijn.’

In 2025 sprak Ayse het Griekse parlement toe. ‘Dat een lid van de bektashi-alevitische gemeenschap van Thracië, en dan ook nog een vrouw, het hoogste staatsorgaan bereikte en daar het woord voerde, was een zeer ontroerend moment voor mij en voor mijn hele gemeenschap.’

‘We leefden in de schaduw van de soennitische islam’

Pro-Turkse kringen binnen de soennitische moslimminderheid proberen nog altijd de alevitische minderheid onder te brengen binnen een Turks-soennitisch kader. Na de erkenningswet verschenen in verschillende pro-Turkse lokale media verwijten dat de alevieten ‘opeens zo’n eis stelden’, terwijl ze ‘prima met ons samenleefden’. Ayse vindt dat dit geen recht doet aan de ervaringen van de alevieten: ‘Dat we tot nu toe geen mond opendeden, betekent niet dat we niet bestonden. Het betekent niet dat we alles accepteerden. We leefden in de schaduw van de soennitische islam en spraken niet.’

Niet alle soennieten denken er zo over. Sommigen, en ook plaatselijke christenen, zoeken de alevieten juist op om contact te leggen. ‘Vooral de nieuwe generatie is heel anders. Zij is klaar om alle vooroordelen te doorbreken. En dat is heel hoopgevend’, vindt Ayse.

Waarom nu?

Maar waarom komt de erkenning pas nu? Critici zien er een geopolitieke zet van Athene tegen Turkije in. Turkije claimt de moslimminderheid in West-Thracië immers al decennia als een homogeen verlengstuk van de Turkse staat en gebruikt dit als politiek middel in de gespannen relatie met Griekenland, onder andere vanwege de territoriale geschillen in de Egeïsche Zee. Door de alevieten te erkennen als aparte religieuze gemeenschap ondermijnt Griekenland de Turkse claim: een verdeelde minderheid is moeilijker te claimen.

Ayse wuift die kritiek weg. ‘Niemand bood ons de erkenning op een presenteerblaadje aan’, zegt ze. ‘Wij vroegen erom, we vochten ervoor en we bereikten ons doel.’

‘Op een dag keren we weer terug naar de tekke‘

Of de erkenning om de juiste redenen is verleend, is voor de alevieten zelf wellicht niet relevant. Geopolitiek kan verklaren waarom Athene nu bereid was te luisteren, maar de gemeenschap kreeg de erkenning pas nadat ze er jarenlang om had gestreden. Wat die erkenning uiteindelijk oplevert, is een andere vraag.

Thracië kampt al decennia met demografische en economische problemen, mede door de langdurige militaire zone van de vorige eeuw. Inmiddels is het een van de dunstbevolkte en economisch zwakste regio’s van Griekenland. Jongeren vertrekken massaal naar de steden of naar het buitenland en laten hun dorpsgewoonten achter.

‘Mijn kinderen wonen in de stad en zijn niet echt geïnteresseerd in hun geloof’, vertelt de schooldirecteur. ‘Juist daarom is een speciaal alevitisch onderwijscurriculum voor de jeugd zo belangrijk.’

Ayse vertelt dat de eerste hoogopgeleiden uit haar gemeenschap pas in haar generatie kwamen. Daardoor zijn er nog maar weinig mensen die de gemeenschap kunnen vertegenwoordigen bij de staat en internationale organisaties. ‘Mensen moeten een waardig leven kunnen leiden zonder hun dorpen te hoeven verlaten’, stelt ze.

Maar ook zij verliet haar dorp en vertrok naar Thessaloniki. Ze beseft dat de moderne wereld andere verwachtingen met zich meebrengt. ‘Neem mezelf: in tegenstelling tot wat gebruikelijk is, legde ik pas op mijn 42e de geloofseed af. Toen werd mijn verlangen om verbinding met mijn wortels nog groter. Daarom geloof ik dat er altijd hoop is. Waar we ook naartoe gaan, op een dag keren we weer terug naar de tekke.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -