12.4 C
Amsterdam

Egyptische schrijver Abdelrahman ElGendy: Dankzij het schrijven overleefde ik de gevangenis

Ewout Klei
Ewout Klei
Historicus en journalist.

Lees meer

Hoe overleef je gevangenschap in een autoritair land? Op zijn zeventiende werd de Egyptische schrijver en activist Abdelrahman ElGendy opgepakt en tot vijftien jaar gevangenisstraf veroordeeld. Over zijn ervaringen heeft hij nu een boek geschreven: Huna.

Schrijven werd voor ElGendy een manier om zichzelf niet te verliezen. Tegelijkertijd is het boek meer dan een egodocument over politieke onderdrukking. Het is een verhaal over familie, herinnering, liefde en de vraag hoe je mens kunt blijven op een plek die erop gericht lijkt je uit te wissen. Het is kortom literatuur.

We spreken ElGendy via een videocall. Zijn antwoorden gaan zelden over politiek alleen. Steeds keert hij terug naar dezelfde vragen. Wat betekent het om aanwezig te blijven in het hier en nu? En hoe voorkom je dat een gevangenis niet alleen je lichaam, maar ook je verbeelding opsluit?

Het antwoord op die vragen ligt besloten in de titel van zijn boek. Huna betekent simpelweg ‘hier’, zo vertelt hij. Het woord verwijst naar een lied uit de tijd van de Arabische Lente. De betekenis ervan kreeg voor hem een nieuwe lading tijdens zijn eerste dagen in detentie. ‘Op de derde nacht zaten we met 68 mensen in een veel te kleine cel. We lagen letterlijk op elkaar. Voor het eerst kwamen er maaltijden binnen van familieleden, dat mocht van het regime. Ineens rook je iets van thuis. Toen begonnen mensen te zingen. Een van die liederen was Huna.’

‘Het woord verwijst naar een lied uit de tijd van de Arabische Lente’

Voor veel gevangenen stond dat woord voor een pijnlijke werkelijkheid. Niemand wilde daar zijn. ElGendy zat opgesloten met zijn vader, die ziek was en geen medicijnen kreeg. Toch raakte juist dat lied hem diep. ‘Het refrein kwam neer op: we blijven hier, totdat de pijn weggaat. Ik kreeg er kippenvel van. Dat woord, huna, werd iets groters. Wat betekent het om aanwezig te zijn op een plek waar je niet wilt zijn?’

Dat die vraag zo belangrijk werd, heeft alles te maken met de omstandigheden waarin hij gevangen werd genomen. De beelden van de massale Egyptische protesten van 2011 staan nog op ons netvlies gebrand. Maar volgens ElGendy begon het beslissende hoofdstuk twee jaar later, na de militaire staatsgreep van juli 2013.

‘Mijn familie was helemaal niet politiek’, zegt hij. ‘Mijn ouders ook niet. Maar na de coup werd ik politiek wakker.’

Militairen die op demonstranten schoten

Hij was zeventien toen veiligheidstroepen tijdens demonstraties op mensen begonnen te schieten. Een van de slachtoffers was de vader van een vriendin. Diens begrafenis groeide uit tot ElGendy’s eerste politieke protest. Daarna volgden meer demonstraties. Op 6 oktober 2013, de nationale dag van het Egyptische leger, liep het mis.

‘Ik stond te filmen hoe militairen op demonstranten schoten. Toen werd ik gearresteerd door agenten in burger. Ze wisten dat ik activist was, omdat ik demonstranten had gewaarschuwd dat ze dekking moesten zoeken. Ik was niet onpartijdig.’

‘Na de coup werd ik politiek wakker’

De aanklacht was zwaar: terrorisme. De aanklager eiste de doodstraf. Uiteindelijk werd het ‘slechts’ vijftien jaar gevangenisstraf. Zijn vader kreeg ook een hoge gevangenisstraf opgelegd. Eigenlijk had hij op die demonstratie helemaal niets te zoeken, maar zijn vrouw had hem gevraagd met ElGendy mee te gaan om hun zoon een beetje in de gaten te houden. ‘Ik voelde mij schuldig. Mijn vader was daar eigenlijk alleen vanwege mij.’

Uiteindelijk kwam zijn vader in 2017 vervroegd vrij. ElGendy zelf werd in 2020 vrijgelaten. Zijn straf werd verlaagd, mede omdat hij minderjarig was toen hij werd opgepakt. Maar veel andere arrestanten van dezelfde zaak zitten nog altijd vast.

Wanneer ik vraag hoe hij die jaren heeft doorstaan, antwoordt hij dat die vraag eigenlijk zijn hele boek omvat. ‘Het gaat over wat het betekent om op een plek te leven die jou wil laten verdwijnen. Als je te kwetsbaar bent, breek je. Maar als je te hard wordt, verlies je jezelf.’

Volgens ElGendy probeerde de Egyptische junta niet alleen mensen fysiek te breken, maar ook geestelijk. En daar verzette hij zich tegen.

‘Ik bleef tegen mijzelf zeggen dat ik daar niet hoorde en dat de gevangenis niet mijn horizon was. Het regime wil dat je een gevangenismentaliteit ontwikkelt, dat je wereld kleiner wordt. Daarom bleef ik lezen en schrijven en rondde ik mijn studie bouwkunde af. Ik bleef nadenken over een toekomst buiten de muren.’

Schrijven kreeg daarin een bijzondere rol. Niet pas na zijn vrijlating, maar juist tijdens zijn gevangenschap. ‘Toen ik werd gearresteerd, noemden ze mij een terrorist en een gevaar voor de samenleving. Op de eerste dag eiste een aanklager zelfs dat we zouden bungelen aan de galg.’

‘Het regime wil dat je een gevangenismentaliteit ontwikkelt’

Die beschuldigingen maakten diepe indruk. ElGendy voelde dat anderen zijn verhaal begonnen te bepalen. Daarom begon hij te schrijven, om de regie terug te krijgen. ‘Ik smokkelde teksten naar buiten. Die werden op Facebook gepubliceerd en maakten veel reacties los. Die werden vervolgens weer naar binnen gesmokkeld. Hierdoor aangemoedigd bleef ik schrijven.’

Maar langzamerhand veranderde het schrijven zijn verhouding tot de werkelijkheid.

‘Ik zag mezelf als zeventienjarige niet als schrijver. Maar schrijven gaf me controle terug. Het hielp mij het narratief over mijn leven terug te winnen. Daaruit ontstond uiteindelijk het idee voor een boek. Niet als einddoel na de gevangenis, maar als strategie om de gevangenis überhaupt te overleven. Al die ellende gebeurde niet mij, maar de hoofdpersoon uit mijn boek, de protagonist. Ik begon mijzelf, ook uit zelfbescherming, van een afstand te bekijken.’

Het schrijven van het boek gaf ElGendy kracht. ‘Ik dacht: als dit een boek wordt, dan gebeurt alles wat mij overkomt niet zomaar. Dan heeft alles een betekenis. Dan ben ik niet alleen een slachtoffer. Dan ben ik de auteur.’

Even valt er een stilte.

‘Dit is dus geen boek over hoe ik de gevangenis heb overleefd. Het boek ís de reden dat ik het overleefde.’

Relatie met zijn vader

Een van de meest aangrijpende lijnen in het boek is de relatie met zijn vader. Voor hun arrestatie was die band volgens ElGendy afstandelijk.

‘We hadden een vrij afstandelijke relatie. Er was weinig echte affectie. Maar de gevangenis veranderde dit. Mede door het schuldgevoel dat ik had. Mijn vader zat daar vanwege mij. Dat gevoel ben ik nooit helemaal kwijtgeraakt. Ik zag hem in elkaar gemept worden. Ik zag hoe kwetsbaar hij was. Voor het eerst zag ik hem niet alleen als mijn vader, maar soms ook als mijn celgenoot.’

Opvallend genoeg spreekt hij niet over hoop wanneer hij terugblikt op zijn tijd in de gevangenis. ‘Veel mensen denken aan een licht aan het einde van de tunnel. Dat interesseert mij eigenlijk minder. Mijn aandacht gaat eerder uit naar wat er gebeurt wanneer dat licht helemaal verdwijnt. Wat doe je wanneer je geen zekerheid meer hebt en niet weet wanneer het eindigt? Dan moet je leren liefhebben in het moment zelf. Je moet op dat moment niet hopen op een betere toekomst, maar betekenis vinden in het hier en nu.’

‘Ik wilde een literair werk schrijven’

Dat idee hangt samen met zijn visie op literatuur. Hoewel zijn boek onmiskenbaar politieke implicaties heeft, is het in de eerste plaats literatuur. Volgens ElGendy worden gevangenismemoires in de Arabische wereld vaak uitsluitend beoordeeld als egodocumenten. ‘Dan gaat alle aandacht naar de feiten. Maar ik wilde een literair werk schrijven. Een boek dat ook gaat over verlies, verdwijnen en het hervinden van jezelf.’

Heeft ElGendy nog literaire voorbeelden? De beroemde gevangenisroman Papillon bijvoorbeeld? Een belangrijke inspiratiebron was Maggie Smith, vertelt hij. Haar boek You Could Make This Place Beautiful gaat ook over verlies en het uitwissen van je identiteit, maar dan in de context van een echtscheiding. Die thematiek herkende hij onmiddellijk. ‘Dat maakte het voor mij universeler dan een verhaal over een gevangenis alleen.’

Politiek pamflet

Toch is zijn boek wel degelijk ook een politiek pamflet. ‘Je moet het zwijgen doorbreken. De Egyptische staat herschrijft voortdurend de geschiedenis. Demonstranten worden afgeschilderd als terroristen of buitenlandse agenten. Daarom moeten onze verhalen worden vastgelegd.’

ElGendy noemt zijn boek een persoonlijk archief. Hij baseerde zich niet alleen op herinneringen, maar ook op gevangenisbrieven, procesdocumenten, gesprekken met medegevangenen en discussies met zijn vader over wat er precies was gebeurd.

Opvallend is dat geweld nergens het centrum van het verhaal vormt. ‘Er is veel geweld in het boek. Maar ik wilde niet dat het geweld alle aandacht opslokte.’ Als voorbeeld noemt hij een vernederende ontvangstprocedure in de gevangenis, waarbij gevangenen worden uitgekleed en mishandeld. ‘Dat gebeurde. Het was verschrikkelijk. Maar wat mij meer bezighield, was dat ik op dat moment de hand van mijn vader aanraakte. Die aanraking bleef me sterker bij dan het geweld zelf.’

‘De huidige wereldorde houdt de onderdrukking in Egypte in stand’

Aan het einde van het gesprek vraag ik wat westerse lezers volgens hem beter zouden moeten begrijpen over het hedendaagse Egypte. Zijn antwoord verrast. ‘Eigenlijk ben ik meer geïnteresseerd in wat westerse lezers over zichzelf moeten begrijpen.’ Hij wijst op het feit dat met name de Verenigde Staten, maar ook de Europese Unie, de Egyptische junta ondersteunen. Volgens ElGendy kunnen de repressie en de duizenden politieke gevangenen niet los worden gezien van internationale machtsverhoudingen. ‘Mijn handboeien zijn betaald door het Westen’, zegt hij scherp.

Toch wil hij het gesprek niet reduceren tot schuldvragen.

‘We zijn allemaal met elkaar verbonden. Positief en negatief. De situatie in Egypte is geen uitzondering, maar een symptoom van een groter probleem. De huidige wereldorde houdt de onderdrukking in Egypte in stand, maar ook die van andere Arabische regimes en de genocide op de Palestijnen.’

Daarmee keert hij terug naar een thema dat door het hele boek loopt: het besef dat vrijheid, net als gevangenschap, nooit uitsluitend individueel is. ‘Zolang duizenden anderen nog vastzitten, is mijn vrijheid ook niet volledig.’

Huna, Abdelrahman ElGendy, Jurgen Maas, 376 blz., €24.99

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -