In Myanmar zijn meer dan twintig mensen omgekomen bij een aanval met een paraglider, uitgevoerd door het leger, meldt de Arabische nieuwszender Al Jazeera.
Dorpelingen in de Sagaing-regio van Myanmar waren samengekomen om te bidden voor de vrijlating van politieke gevangenen, toen ze twee keer werden geraakt door een bom uit de kleine, gemotoriseerde paraglyder, een soort parachute.
Volgens Amnesty past deze aanval op vreedzame burgers in een patroon van geweld door de putschisten die sinds 2021 de macht hebben gegrepen. Onderzoeker Joe Freeman van Amnesty zei hierover tegen Al Jazeera: ‘Terwijl het leger later dit jaar probeert zijn macht te versterken met een geënsceneerde verkiezing, voert het zijn toch al brute campagne tegen verzetshaarden nog verder op.’
Het officiële dodental is nog niet bevestigd, maar de BBC spreekt inmiddels van 24 doden.
Volgens de VN is het bombarderen van burgers met gemotoriseerde paragliders een bekende tactiek van het Myanmarese leger.
Sinds het uitbreken van de burgeroorlog in 2021 zijn al meer dan 75.000 doden gevallen en meer dan drie miljoen mensen ontheemd geraakt.
Op 6 oktober sprak jurist Terra Dakota Stein in de Rode Hoed over de staat van de Nederlandse democratie. Dit is haar voordracht.
De Nederlandse democratie is springlevend. Je vindt haar niet in marmeren zalen, maar in de buurt. In de dagelijkse praktijken van zorg, waar mensen elkaar leren overeind te blijven in een bureaucratie die vaak tégen hen werkt in plaats van vóór hen.
Ik kan het weten. Jarenlang heb ik via mijn juridische spreekuur bewoners ondersteund. Mensen die soms dachten dat een blauwe envelop een vonnis was. Ik hielp hen brieven te openen en te begrijpen, de wet te vertalen naar gewone taal, een bezwaarschrift te schrijven, of gewoon even mee te lezen zodat ze zich niet meer alleen hoefden te voelen.
Vaak was het niet eens de papierwinkel die het zwaarste woog, maar de schaamte, de vermoeidheid, het gevoel telkens weer te moeten vechten tegen een muur.
Lege koelkast
Democratie leeft in mensen zoals Linda Carolus. Een informele zorgdrager die in haar wijk een spil is van hoop, zorg en liefde. Zij zorgt dat buren toegang krijgen tot voorzieningen, dat er eten op tafel komt als het geld op is, en dat er laagdrempelige uitstapjes zijn zodat mensen niet geïsoleerd raken.
Als er ergens een koelkast leeg is, belt Linda rond tot die gevuld wordt. Als iemand niet mee kan doen, trekt zij aan de bel. En ondertussen geeft ze haar gemeenschap iets wat onbetaalbaar is: het gevoel dat niemand er alleen voor staat.
Onze democratie is niet te vinden op het Binnenhof
En precies daar ligt de kracht. Want terwijl de parlementaire democratie steeds meer mensen van zich vervreemdt, zie ik in buurten en gemeenschappen een andere democratie ontstaan.
Een democratie van onderop. Een democratie die niet in woorden, maar in daden leeft. Een democratie die zich niet laat vangen door de grenzen van een coalitieakkoord, maar groeit in verbondenheid, creativiteit en samenwerking.
Dáár klopt het hart van onze democratie.
Onze democratie is niet te vinden op het Binnenhof. Niet in de vergaderzalen, niet in de partijpolitiek. Daar is de parlementaire democratie in crisis: gevangen in machtsspelletjes, wantrouwen en buitensluiting.
Het is ook de plek waar onze basale mensenrechten en internationale verdragen, die Nederland zelf heeft ondertekend, onder druk staan. Waar universele rechten plotseling worden weggezet als een politieke keuze.
Alsof het een kwestie van links of rechts zou zijn of je zeggenschap hebt over je eigen lijf. Alsof het een mening is of je je boodschappen kunt betalen. Alsof het ter discussie staat of je recht hebt op een dak boven je hoofd.
Daar klopt het hart van wat democratie werkelijk kan zijn
De échte democratie leeft in de wijken en buurten. Daar waar mensen samen eten, samen bouwen, samen zorgen. Daar klopt het hart van wat democratie werkelijk kan zijn.
En juist daarom voelt het ongemakkelijk om hier te staan en te doen alsof democratie vanzelfsprekend is. Voor velen van ons is dat nooit zo geweest.
Ik ben opgegroeid in een werkelijkheid waar rechtvaardigheid niet cadeau kwam. Waar ongelijkheid geen abstract begrip was, maar dagelijks voelbaar.
In mijn straat, waar gezinnen soms drie of vier banen nodig hadden om rond te komen, terwijl anderen zonder moeite op vakantie gingen. In mijn schooltijd, waar verwachtingen niet altijd gelijk waren, waar sommigen kansen kregen en anderen voortdurend moesten bewijzen dat ze erbij hoorden. En in mijn eigen lijf: in de blik die je voelt, in de woorden die je hoort, in de grenzen die onzichtbaar maar tastbaar zijn.
Solidariteit was een levenslijn
In die wereld was solidariteit geen mooi begrip, maar een letterlijke levenslijn. Het was de tante die op je lette als je moeder weer een dubbele dienst draaide. Het was de buurman die de kinderen meenam naar het park omdat er thuis te weinig ruimte was. Het was de gemeenschap die overeind bleef, juist omdat niemand het alleen redde.
Ik ben opgegroeid in de tijd dat het neoliberalisme zijn opmars maakte. We zijn ermee groot geworden, en nu zien we hoe dat systeem volwassen is geworden en steeds vaker doorslaat in autoritair denken en uitsluiting.
Want het grenzeloze neoliberalisme ging niet over vrijheid voor iedereen. Het ging over meer macht en meer geld voor wie dat toch al had. En precies dát heeft de basis gelegd voor de tijd waarin we nu leven: een tijd waarin autoritaire leiders terrein winnen, waarin mensenrechten worden uitgehold, waarin gemeenschappen systematisch worden weggezet alsof ze er niet bij horen.
Wat verdedigen we precies?
En dan klinkt vaak de oproep: ‘We moeten onze democratie verdedigen.’ Maar dan stel ik mezelf de vraag: wat verdedigen we precies?
Want laten we eerlijk zijn: het is vooral de parlementaire democratie die in crisis verkeert. Een systeem dat vaak meer bezig is met partijbelangen en machtsspelletjes dan met rechtvaardigheid. Een systeem dat decennialang velen buitensloot en daardoor steeds meer wantrouwen oproept.
Maar democratie is méér dan het parlement. Democratie is niet alleen wat er in Den Haag gebeurt; het is ook wat mensen dagelijks samen doen in hun straat, hun wijk, hun stad. En dáár zie ik dat democratie leeft.
Tussencultuur
Ik geloof dat de toekomst van onze democratie ligt in wat ik noem de tussencultuur: een cultuur die ontstaat wanneer je opgroeit tussen meerdere werelden. Thuis een taal, buiten een andere. Thuis geworteld in een erfgoed, buiten geconfronteerd met verwachtingen die daar soms haaks op stonden.
En daarnaast altijd die verbinding met bredere migratiegemeenschappen: de moskee, de buurthuizen, de sportclubs, de pleintjes. Plekken waar we leerden om ons eigen pad te maken, ook al paste het niet in de standaard blauwdruk.
Dat was soms een strijd, maar het bracht ook creativiteit. Het leerde schakelen. Het leerde bouwen zonder handleiding. Het leerde dat er niet één norm is, niet één manier van Nederlander-zijn, niet één manier van mens-zijn.
Hoe eerlijk is het om over 2050 te praten, terwijl zoveel mensen nu al buiten de boot vallen?
Twee jaar geleden zat ik in deze zaal, bij een debat tussen vertegenwoordigers van de gevestigde politieke partijen over de toekomst van Amsterdam in 2050. Mooie visies, grote woorden, inspirerende dromen.
Maar terwijl ik luisterde, dacht ik: dit klinkt prachtig… en tegelijk — hoe eerlijk is het om over 2050 te praten, terwijl zoveel mensen nu al buiten de boot vallen? Buiten de boot door beleid dat juist door diezelfde partijen is vormgegeven.
Dus stelde ik één eenvoudige vraag: Wat is de bijdrage van uw partij geweest aan het verval en de sociale problemen van deze stad?
Het werd stil. En die stilte zei eigenlijk alles. Want reflectie op je eigen rol, je eigen verantwoordelijkheid, blijkt vaak de moeilijkste vraag. Maar misschien is het wel de belangrijkste.
Het vrachtverkeer van Turkije naar Israël is het afgelopen jaar vrijwel onverminderd doorgegaan, ondanks een door de regering-Erdogan ingesteld exportverbod. In de eerste negen maanden van 2025 bereikten 456 vrachtschepen vanuit Turkse havens Israël, meldt Turkish Minute.
Officieel geldt in Turkije sinds mei 2024 een exportverbod naar Israël. Vanuit de regering-Erdogan wordt bovendien veelvuldig harde taal richting Israël gebezigd. Zo beschuldigde de Turkse president Israël van ‘genocidaal gedrag’ en vergeleek hij de acties van Netanyahu meerdere malen met het naziregime in Duitsland.
Toch ging de handel tussen beide landen in de tussentijd gewoon door. Vanuit de Turkse havens Iskenderun, Mersin, Izmir en Izmit zijn in de eerste negen maanden 456 commerciële schepen met goederen naar Israëlische havens zoals Haifa en Ashdod gesignaleerd. Het zou gaan om een zeer veelzijdige handel.
Veel schepen voeren onder een zogenoemde ‘vlag van gemak’: vrachtschepen die geregistreerd zijn in landen waar ze niet daadwerkelijk vandaan komen. In dit geval voeren 110 vrachtschepen onder Panamese vlag, 98 onder Liberiaanse vlag en andere onder de vlag van de Marshalleilanden of Kameroen. Toch waren er ook acht schepen die gewoon onder Turkse vlag aanmeerden bij Israëlische havens.
Schepen met Turkse namen, zoals de Sahin 2 of Bozkurt, voeren bijvoorbeeld onder de vlag van Vanuatu of Liberia.
Hoewel niet alle schepen onderdeel zijn van directe handel tussen Turkije en Israël, wijzen critici erop dat het gebruik van Turkse havens als tussenstop niet past bij het beeld van een volledig exportverbod dat de regering-Erdogan naar buiten brengt.
Het jaar 2025 is het jaar dat generatie Z de straat op ging. Eerder dit jaar waren er grote protesten van jongeren tegen overheidsbezuinigingen in Indonesië, tegen het socialemediaverbod in Nepal, protesten tegen corruptie in de Filipijnen en Kenia, en tegen de regering in Madagaskar en Peru. De meest recente protesten vinden as we speak plaats in Marokko, waar jongeren massaal de straat op gaan voor betere zorg en onderwijs.
Mijn Marokkaanse vrienden delen momenteel weinig anders dan beelden van deze protesten op hun sociale media: beelden van demonstranten die de straat opgaan, steunbetuigingen voor deze protesten, de eisen van beter bestuur, beter onderwijs en betere zorg, en beelden van politiegeweld tegen demonstranten. Veel jonge mensen in Marokko zijn klaar met de uitzichtloosheid, de corruptie in het land en het slechte beleid dat er gevoerd wordt.
Marokko is een prachtig vakantieland, en een gewone toerist zal er weinig van merken, maar in veel opzichten verkeert het nog steeds in slechte staat. De economische groei van de laatste jaren, waar met name de grote steden van profiteren, maskeert naar buiten toe de harde realiteit: de enorme ongelijkheid tussen de welvaart in de grote steden en de armoede in grote delen van het platteland, de hoge jeugdwerkloosheid, de migratie van zowel werkloze jongeren als hoogopgeleide afgestudeerden, de slechte staat van het onderwijs en de gezondheidszorg, en het falen van de overheid om jongeren in Marokko hoop te bieden op een betere toekomst.
De Marokkaanse overheid zal inspelen op de angst voor instabiliteit die de Arabische wereld heeft getroffen na de Arabische Lente
Dit zijn de voedingsbodems van de huidige protestgolf die door Marokko raast. De trigger was de bouw van voetbalstadions voor de Afrika Cup deze winter en het WK voetbal van 2030. Deze voetbaltempels, die al gebouwd waren of nog moesten komen, en waarvoor soms hele dorpen of woonwijken moesten wijken, zijn voor veel Marokkaanse jongeren symbolen van ongelijkheid. Want waarom zijn er wel miljarden om een WK te organiseren, maar geen geld voor het aanpakken van de vele problemen van het land?
De eisen die de demonstranten hebben, zijn niet bepaald onredelijk: beter onderwijs en betere gezondheidszorg, betaalbare huizen, goed openbaar vervoer, lagere voedselprijzen, hogere salarissen en meer werkgelegenheid. En ook, zeer interessant, Engels als tweede taal van het land in plaats van Frans, waarmee Marokko, net als veel andere Afrikaanse landen, zich uit de francofone sfeer zou verwijderen. Niet bepaald eisen waar een regering heel veel problemen mee zou kunnen hebben, zou je denken.
Maar Marokko is geen democratie. De macht ligt uiteindelijk bij de koning. Het land heeft een parlement en vrije verkiezingen, maar op vrijwel alle terreinen heeft de koning ofwel de volledige macht, ofwel het laatste woord. Bovendien wordt hij omringd door een Marokkaanse elite die er geen belang bij heeft haar eigen welvaart te delen met het volk. De vergelijking met hoe het afliep met eerdere protesten in Marokko dringt zich dan ook op. In 2011 gingen, in de context van de Arabische Lente, Marokkanen ook massaal de straat op. De koning van Marokko beloofde toen, in reactie op deze protesten, meer democratie en een nieuwe grondwet. De protesten hielden toen op, in de hoop op betere tijden, maar van de gedane beloftes kwam uiteindelijk vrij weinig terecht.
In 2016 en 2017 ging de bevolking van de noordelijke Rif-regio massaal de straat op om te protesteren tegen corruptie en politiegeweld, en voor beter onderwijs en gezondheidszorg. Ook dit waren allesbehalve onredelijke eisen. Maar in plaats van dat de Marokkaanse regering ze inwilligde, werden de protesten met grof geweld neergeslagen. De leiders van de protesten verdwenen voor decennia achter de tralies, en veel Riffijnen durfden uit angst niet meer de straat op te gaan om op te komen voor hun rechten.
Een soortgelijk scenario lijkt ook nu in de maak. De eerste doden zijn inmiddels al gevallen in confrontaties met de politie. De regering zegt open te staan voor dialoog met de demonstranten. Ongetwijfeld zal het paleis ervoor kiezen om de regering te hervormen, en er zal beloofd worden om aan de eisen van demonstranten tegemoet te komen. De protesten die daarna nog voortduren, zullen hard neergeslagen worden, en de leiders die niet meewerken, zullen achter de tralies verdwijnen. De Marokkaanse overheid zal inspelen op de angst voor instabiliteit die de Arabische wereld heeft getroffen na de Arabische Lente, en daarmee brede steun voor voortzetting van de protesten ondermijnen. De positie van de koning zelf zal überhaupt niet ter discussie komen te staan.
Het gevolg: amper verandering en het voortduren van de uitzichtloosheid. Marokkaanse jongeren die proberen de zaken in eigen land te veranderen, zullen dit opgeven en in plaats daarvan proberen te migreren naar oorden waar hen een betere toekomst wacht: voor hogeropgeleide talenten via bedrijven in Europa en de Golfstaten, en voor werkloze jongeren via de boten over de Middellandse Zee. Het is absoluut te hopen voor de toekomst van Marokko en haar inwoners dat deze protesten tot positieve verandering zullen leiden, maar de recente geschiedenis van het land stemt echter weinig hoopvol. Ook voor Marokko dreigt eerder een Arabische winter dan een Arabische lente.
Wat is de toekomst van de Nederlandse democratie, in deze tijden van polarisatie, discriminatie en identiteitspolitiek? Hierover gingen kandidaat-Kamerleden gisteravond in gesprek in het Amsterdamse debatcentrum Rode Hoed. De opkomst is divers en het gesprek soms ongemakkelijk. Want hoe inclusief is Nederland echt en wie mogen hierover meepraten?
Het is een halfvolle zaal in de Rode Hoed. Zo’n kleine tachtig mensen zijn afgekomen op het debat over de toekomst van de Nederlandse democratie, georganiseerd door stichting Kleur de Kamer. De helft van de bezoekers is van kleur, de andere helft wit, inclusief Chris Aalberts en ondergetekende.
De avond begint met een kleine teleurstelling. Tofik Dibi, lijsttrekker van BIJ1, zegt op het laatste moment af. De partij stuurt geen vervanger. Jammer, want het zou interessant zijn geweest als BIJ1 wel aanwezig was. Dibi lanceerde onlangs nog het voorstel om Nederlandse medeplichtigen aan de genocide in Gaza strafrechtelijk te vervolgen. Critici trokken meteen de vergelijking met het beruchte tribunalenplan van Pepijn van Houwelingen (Forum voor Democratie), die de verantwoordelijken voor het coronabeleid wilde laten berechten.
De Rode Hoed. Beeld: Ewout Klei
Prostaatmonologen
Geen Dibi dus, maar er is wel vuurwerk. Wanneer na het eerste panelgesprek het woord aan de zaal is, melden zich alleen oude witte mannen, allemaal lang van stof. Een strengere moderator had hen al lang gemaand het kort te houden, maar Guilly Koster, een gemoedelijke Surinaamse Nederlander op leeftijd, is te vriendelijk.
De heren houden monologen over asielzoekers die meer zouden moeten bijdragen aan de samenleving, en over het kapitalisme. Ondertussen lijken ze niet te beseffen, of negeren ze bewust, dat deze avond bedoeld is voor Nederlanders van kleur, die in de politiek vaak onvoldoende worden gehoord.
Na het tweede panel neemt opnieuw een van de mannen opnieuw het woord. Hij vraagt zich af waarom er alleen zwarte mensen in het panel zitten, en geen Marokkanen. Want, zo zegt hij, ‘Marokkanen hebben veel meer last van discriminatie dan andere minderheidsgroepen.’ Misschien heeft hij daar een punt, maar zijn opmerkingen vallen slecht in de zaal.
Koster wordt zichtbaar geraakt en vertelt dat hij in zijn jonge jaren veel gevangenissen van binnen heeft gezien. De oude witte man voelt zich weggezet als racist, maar Koster stelt voor om het tijdens de borrel rustig uit te praten. Daarmee de-escaleert hij de situatie.
Angst voor de ander
Tussen het ongemak door worden er ook zinnige dingen gezegd. Anouschka Biekman, wethouder in Schiedam en nummer 16 op de kandidatenlijst van D66, stelt dat angst de grootste bedreiging vormt voor de democratie. ‘Wanneer mensen onzeker zijn, over hun baan, hun woning, of hun toekomst, zoeken ze houvast’, zegt ze. ‘En die houvast vinden ze vaak in het aanwijzen van een zondebok: iemand van kleur, een vluchteling, of iemand uit de regenbooggemeenschap. Dat is een gevaarlijk mechanisme.’
De angst voor vluchtelingen en migranten is volgens haar niet terecht. Het idee dat ‘ze onze banen en huizen afpakken’ is een narratief dat partijen als de PVV gebruiken als verdienmodel. ‘Maar hoe vaker Geert Wilders en de zijnen die boodschap herhalen, hoe meer mensen erin gaan geloven’, zegt Biekman.
Algoritmes jagen angst aan
Volgens haar ligt de sleutel in ontmoeting. Door werkelijk contact te maken kunnen angsten verdwijnen. Ze vertelt over een oude witte man die zijn wijk ziet veranderen: hij voelt zich wat ontheemd, maar past zich ook aan. Hij eet een broodje shoarma en doet zijn boodschappen bij de Turkse supermarkt, omdat het daar goedkoper is. ‘Dat laat zien hoe complex de werkelijkheid is, veel complexer dan het politieke frame’, aldus Biekman.
Michael Teng-Li Tai, nummer 17 op de kandidatenlijst van Volt, wijst op de rol van social media. ‘Algoritmes jagen angst aan’, zegt hij. ‘Mensen lezen geen kranten meer en zijn gevoelig voor nepnieuws.’ Tegelijk waarschuwt hij dat hoogopgeleide Volt-kiezers in hun eigen bubbel kunnen blijven hangen. ‘Het perspectief binnen Volt is te wit, te hoogopgeleid, te Randstedelijk. We moeten echt openstaan voor andere ervaringen en werelden.’
Echte inclusie
Progressieve partijen doen meer aan diversiteit en inclusie dan conservatieve, maar ook zij worstelen ermee. VVD, JA21, BBB en de confessionele partijen laten deze avond aan zich voorbijgaan; de PVV is niet uitgenodigd. Toch blijkt ook bij D66, GroenLinks-PvdA en de Partij voor de Dieren dat inclusie niet vanzelfsprekend is.
D66-Kamerlid Mpanzu Bamenga vertelt dat partijleider Rob Jetten soms zijn ideeën overneemt, juist omdat Bamenga als ervaringsdeskundige of expert meer weet over bepaalde onderwerpen. Dat is inclusief leiderschap, zegt hij.
Fatihya Abdi, PvdA-raadslid in Amsterdam en nummer 24 op de GroenLinks-PvdA-lijst, benadrukt dat partijen echt moeten investeren in inclusiviteit. Ze wil dat GroenLinks-PvdA opnieuw werk maakt van netwerken, zoals de Rode Vrouwen destijds, om vrouwen en andere groepen binnen de partij te emanciperen.
Ines Kostic van de Partij voor de Dieren sluit de avond af. Haar partij telt veel vrouwelijke leden, maar nog te weinig vrouwen van kleur. ‘We proberen inclusiever te worden,’ zegt ze. ‘Met inclusieve vacatureteksten, maar ook door vrouwen van kleur beter wegwijs te maken in de partij, zodat ze zich thuis voelen en hun ambities kunnen waarmaken.’
Nu steeds meer islamitische landen het vredesplan van Trump steunen worden er harde onderhandelingen gevoerd tussen Hamas en Israël. Daarbij gaat het onder meer over de vrijlating van Marwan Barghouti, beter bekend als de Palestijnse Mandela, zo meldt de Italiaanse krant La Repubblica.
De Israëlische minister-president Benjamin Netanyahu wil niet dat Barghouti vrijkomt. En dat is niet zonder reden: Barghouti is namelijk populair, en die populariteit vrezen de Israëlische autoriteiten.
Barghouti werd in 1959 geboren in Ramallah, in hetzelfde jaar waarin de verzetsbeweging Fatah ontstond. In 1974 zou hij zich bij die groep aansluiten. Niet lang daarna werd hij voor het eerst door Israël gearresteerd. Hij bracht toen vier jaar in de gevangenis door, maar gebruikte die tijd om Engels en Hebreeuws te leren. Nadat hij in de jaren tachtig vrijkwam, ging hij aan de Birzeit-universiteit geschiedenis en politicologie studeren. Daar ontmoette hij ook zijn vrouw, de jurist Fadwa Ibrahim, met wie hij in 1984 trouwde.
Tijdens de Eerste Intifada in 1987 kreeg hij naamsbekendheid onder Palestijnen vanwege zijn leiderschapskwaliteiten. Hij werd daarom jarenlang verbannen naar Jordanië. Pas in 1994, na de Oslo-akkoorden, mocht hij terugkeren. Gedurende de Tweede Intifada in 2000 speelde Barghouti opnieuw een prominente rol in het Palestijnse verzet en werd hij opnieuw een doelwit van Israël.
Toen in 2002 een opinieartikel van zijn hand in de Washington Post verscheen, was voor Israël de maat vol. Barghouti werd opgespoord, gearresteerd en in 2004 veroordeeld tot vijfmaal levenslang.
Vermoedelijk zijn de leiderschapskwaliteiten van Barghouti de reden dat de extreemrechtse Israëlische minister Itamar Ben-Gvir hem in de periode na 7 oktober in zijn cel vernederde door het volgende op video te verklaren: ‘Je zult ons niet verslaan. Wie zich tegen het volk van Israël keert en onze zonen en vrouwen doodt, zal worden uitgeroeid. Dat moet je weten.’
De rechtbank in Rotterdam heeft een vader en een geestelijk verzorger veroordeeld tot celstraffen, omdat ze bij een rituele winti-wassing gevaarlijke stoffen gebruikten, waarbij een jonge vrouw blijvend letsel aan haar ogen opliep. Dit meldt de site Rechtspraak.
Het gaat om de Surinaamse winti-wassing. Het achttienjarige slachtoffer liep bij het ritueel ernstige verwondingen op aan haar ogen. Ze ziet nu nog maar minder dan vijf procent met beide ogen.
Het ritueel vond in september 2023 plaats in de badkamer van haar vaders huis in Rotterdam. De winti-wassing zou de kwade geest moeten verdrijven waarmee de jonge vrouw te maken had, zo was de overtuiging van de vader.
Tijdens het ritueel, dat normaalgesproken met kruiden wordt uitgevoerd, goot de geestelijk verzorger onder meer water met ammoniak en stukken scherpe madame jeanette-pepers over het gezicht van de vrouw. De vrouw gilde van de pijn en werd zelfs korte tijd geboeid.
De rechtbank stelt dat beide mannen bewust de kans hebben aanvaard dat het meisje ernstig letsel zou oplopen. Culturele of religieuze overtuigingen maken dit volgens de rechter niet minder strafbaar.
De vader kreeg twaalf maanden celstraf, de geestelijk verzorger vijftien maanden. Die laatste moet ook ruim 121.000 euro schadevergoeding betalen.
Na twee jaar is er nog altijd niet onderzocht hoe de aanval van Hamas op 7 oktober heeft kunnen gebeuren. Voor nabestaanden van de slachtoffers is dit onverteerbaar.
Vandaag is het precies twee jaar geleden dat Hamas een grootschalige aanval uitvoerde in Zuid-Israël. Hierbij vielen bijna 1.200 doden en werden 250 gijzelaars meegenomen. Bovendien was het de start van een allesverwoestende genocidale oorlog tegen Gaza. De wereld herdenkt vandaag de dag. Nabestaanden herleven op zo’n dag alles wat er is gebeurd met hun geliefden.
Wat er is gebeurd, is inmiddels duidelijk geworden. Maar hoe het heeft kunnen gebeuren, waarom het Israëlische leger pas uren later in actie kwam en of het voorkomen had kunnen worden, dat zijn vragen die voor veel mensen onbeantwoord blijven.
Het Israëlische kabinet vindt het namelijk nog te vroeg voor een onderzoek. De oorlog moet eerst ten einde komen, vinden ze. Bovendien wil de premier eerst een wetswijziging doorvoeren, zodat hij meer invloed heeft op wie het onderzoek gaat uitvoeren, schrijft NOS. Het onderzoek zou immers kritisch kunnen zijn over het functioneren van het Israëlische leger.
Nabestaanden hebben inmiddels een actiegroep opgericht – de Oktober Raad. Zo willen ze druk uitoefenen op de regering om het onderzoek zo snel mogelijk te starten.
Het liberalisme kraakt wereldwijd. Donald Trump, Viktor Orbán en Geert Wilders dagen de liberale democratie uit. Ook de VVD worstelt met haar identiteit. Drie liberalen reflecteren op de crisis én de toekomst van het liberalisme.
Het liberalisme is één van de grote ideologieën die ontstond na de Franse Revolutie, samen met het socialisme en het nationalisme. Ze belichamen alle drie een ideaal van deze revolutie. Bij het liberalisme is er de nadruk op vrijheid, bij het socialisme op gelijkheid, bij het nationalisme staat de broederschap centraal.
Het liberalisme en het socialisme stonden recht tegenover elkaar in de Koude Oorlog (1945-1991). Met de val van de Berlijnse Muur (1989) en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie (1991) leek het liberalisme aan het langste eind te hebben getrokken. De liberale politieke filosoof Francis Fukuyama riep prematuur ’the end of history’ uit. Maar nu, na zo’n dertig vette jaren, neemt de geschiedenis een andere afslag.
Het liberalisme ligt onder vuur – niet alleen in Nederland, maar wereldwijd. In de Verenigde Staten voert Donald Trump opnieuw campagne met harde maatregelen die de liberale democratie en de rechtsstaat onder druk zetten. Het laatste slachtoffer van deze ideologische gelijkschakeling is tv-presentator Jimmy Kemmel, die tijdelijk zijn show verloor omdat hij kritisch was over hoe het Witte Huis reageerde op de dood van de extreemrechtse opiniemaker Charlie Kirk. Inmiddels is Kimmel weer te zien.
Ook in Europa klinkt het geluid tegen de liberale democratie luider dan ooit. De Hongaarse minister-president Viktor Orbán presenteert zich als de beschermer van de ‘christelijke beschaving’, terwijl hij de onafhankelijke rechterlijke macht en de vrije pers aan banden legt. In Duitsland, Frankrijk en Spanje doet radicaal rechts het eveneens goed.
En in Nederland? De VVD, decennialang de grootste en meest succesvolle liberale partij van het land, lijkt haar liberale ziel kwijt. Het electoraat loopt weg. De partij had er geen moeite mee om te regeren met Geert Wilders, stelt vraagtekens bij het demonstratierecht en verwijt rechters activisme. De VVD blijft Israël steunen, ook nu het land in Gaza wordt beschuldigd van genocide. Intussen lijken nu vooral het CDA en JA21 van de neergang van de VVD te profiteren. De liberale partijen D66 en Volt boeken nauwelijks winst in de opiniepeilingen.
Wat is er aan de hand? We gingen hierover in gesprek met drie mensen die de liberale traditie van verschillende kanten kennen: Boris van der Ham, voormalig D66-Kamerlid, schrijver over vrijheid en humanisme en tegenwoordig ook bestuurder in de gehandicaptenzorg; Simon van Teutem, journalist bij De Correspondent en auteur van het pas verschenen boek Waarom een echte liberaal geen VVD stemt; en Frank van der Vorm, een echte liberaal die al maar dan 50 jaar lid is van de VVD, maar met lede ogen aanziet hoe Dilan Yesilgöz steeds verder naar rechts opschuift.
Universalisme onder vuur
Voormalig D66-Kamerlid Boris van der Ham spreekt van een langdurige crisis van het liberalisme. ‘Die is zo diepgeworteld, dat het de vraag is of we nog wel van een crisis kunnen spreken. Misschien is het eerder een structurele verschuiving.’
Voormalig D66-Kamerlid Boris van der Ham. Beeld: Flickr
Het politieke landschap is bovendien zo gefragmenteerd geraakt, dat klassieke labels als links en rechts nauwelijks nog houvast bieden, zegt hij. ‘Waar ‘liberal’ in de VS vaak links betekent, is het in Nederland verbonden aan de VVD, een partij die steeds conservatievere trekken vertoont. D66 noemt zich sociaal-liberaal (waarmee D66 bedoelt dat het naast vrijheid ook gelijkheid belangrijk vindt, red.) maar ook dat etiket is niet altijd passend. Zelfs binnen GroenLinks-PvdA en het CDA staan liberale waarden onder druk.’
Het liberalisme dat ik op de universiteit bestudeerde, had weinig te maken met de koers van de VVD
Volgens Van der Ham ligt de kern van de crisis niet bij partijen, maar bij de liberale waarden zelf. ‘Ideeën als universalisme en gelijkwaardigheid worden van twee kanten aangevallen, door uiterst rechts en door uiterst links. Mensen zijn gelijkwaardig, niet gelijk, maar dit universalisme maakt steeds meer plaats voor groepsdenken. Het individu valt vaak buiten de boot. Links spreekt graag over ‘de islamitische gemeenschap’ en de LHBTQIA+-gemeenschap en benadert deze ‘groepen’ positief, terwijl rechts hen als een bedreiging ziet. Maar vergeten wordt dat deze groepen intern heel divers zijn en individuen van elkaar verschillen. En dat is waar het liberalisme om draait.’
Journalist Simon van Teutem herkent zich daarin. Hij groeide op in een PvdA-gezin, maar raakte tijdens zijn studie filosofie en politicologie gefascineerd door het liberalisme. ‘Het liberalisme dat ik op de universiteit bestudeerde, had weinig te maken met de koers van de VVD’, zegt hij.
Hoewel er binnen de VVD zeker liberalen zitten – hij noemt het Rotterdamse raadslid Erik Verweij en EW-columnist Mark Thiessen – is het liberale gedachtegoed volgens hem ondergesneeuwd geraakt. ‘Parlementair journalist Jan Jansen vertelde mij ooit dat twee derde van de VVD-achterban klassiek liberaal is, en een derde sociaal-liberaal. Maar die laatste stroming komt nauwelijks nog aan bod. Terwijl sociaal-liberaal eigenlijk een pleonasme is: liberalisme is per definitie sociaal.’
Arbeid moet lonen
Van Teutem stelt dat de VVD zich vooral profileert als partij van de hardwerkende Nederlander: arbeid moet lonen. ‘Dat is echter vooral retoriek. Sinds 2010 is de partij onafgebroken aan de macht geweest, maar inkomen is niet meer gaan lonen. Er is geen fundamentele verschuiving gekomen richting belasting op vermogen of winst. De VVD blijft kapitaal ontzien, uit angst dat het naar het buitenland vertrekt. De hypotheekrenteaftrek, goed voor elf miljard euro, komt vooral terecht bij de twintig procent hoogste inkomens. In plaats van werk te belonen subsidieert de VVD vooral het eigen woningbezit.’
Andere partijen slagen er volgens hem niet in dat dominante narratief van de hardwerkende Nederlander te doorbreken. ‘GroenLinks-PvdA bestrijden dit op de verkeerde manier. Ze zeggen dat ze de hypotheekrenteaftrek willen afschaffen of dat ze de erfenisbelasting willen verhogen. Dan denken veel mensen: links wil onze zuurverdiende centen afpakken en stemmen ze VVD. GroenLinks-PvdA moet juist zeggen dat ze belasting op arbeid willen verlagen en opkomen voor de hardwerkende Nederlander.’
Er is een grote middengroep die gewoon zijn best doet en toch vastloopt
Ook Van der Ham maakt zich zorgen over de oppervlakkigheid van het sociaal-economische debat. ‘Mensen worden óf als slachtoffer van het systeem gezien, óf als probleemgroep weggezet. Maar er is een grote middengroep die gewoon zijn best doet en toch vastloopt.’
Een schrijnend voorbeeld vindt hij de naar schatting 1,2 miljoen Nederlanders met een licht verstandelijke beperking. ‘Dat zijn mensen die relatief hoog scoren op de verdrietige lijstjes van criminaliteit, maar ook armoede en eenzaamheid. In het kosmopolitische en rationale denken van een deel van het huidige D66 komt het helemaal niet zo snel op dat de overdaad keuzevrijheid en efficiëntie aan die problematiek bijdraagt. GroenLinks-PvdA kijkt dan weer vaak te veel vanuit een te sociaaleconomisch frame, terwijl een deel van de VVD hen soms reduceert tot een ‘profiteurs’ die niet wil deugen. Maar deze mensen hebben een andere benadering nodig, die gaat over stabiliteit en aandacht.’
Breedte onder druk
Frank van der Vorm, al meer dan vijftig jaar lid van de VVD en voormalig bestuurslid en JOVD’er, beaamt dat de partij vaak te weinig visie toont. Hij herinnert zich de VVD van vroeger als een brede volkspartij, waar zowel linkse als rechtse geluiden een plek hadden. ‘Soms was de rechterflank dominant, dan weer de linker. Dat werkte prima. Ministers als Ed Nijpels en Pieter Winsemius zijn voor mij voorbeelden van die veelzijdigheid.’
Mark Rutte en Geert Wilders in 2017 tijdens een verkiezingsdebat. Na 2012 hield Rutte de PVV buiten de coalities. Beeld: Yves Herman/ POOL / AFP
Maar die breedte staat tegenwoordig onder druk, vooral vanwege de samenwerking met de PVV, eerst in 2010 in de gedoogconstructie, en opnieuw in 2023. ‘Die gedoogconstructie was geen succes. Dat Dilan Yeşilgöz opnieuw met de PVV in zee wilde verbaasde mij zeer en betreur ik. Het is een fundamentele vergissing, terwijl Mark Rutte de PVV juist zo vakkundig twaalf jaar buiten de regeringsmacht heeft gehouden. Voor mij is de rechtsstaat een harde grens. Samenwerken met een partij die die niet respecteert, zoals de PVV, is onacceptabel.’
Hij wijst ook op het gebrek aan bestuurlijke kwaliteit bij de PVV en hun dubieuze loyaliteit. ‘Geert Wilders kon het altijd goed vinden met Rusland. Ook zag je op die demonstratie van 20 september in Den Haag de Prinsenvlag en andere extreemrechtse symbolen. Wilders zwijgt daar natuurlijk over, maar hij weet precies wat er speelt.’
Voor mij is het ‘nooit meer’ een belangrijke les uit de geschiedenis
Van der Vorm is geboren veertien jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog. ‘Mijn ouders hebben de oorlog bewust meegemaakt en hierover veel verteld. Voor mij is het ‘nooit meer’ een belangrijke les uit de geschiedenis.’ Dat extreemrechtse demonstranten in Den Haag het D66-partijbureau aanvielen en zwaaiden met de FvD-vlag was voor hem een alarmsignaal. ‘We moeten waakzaam blijven. Democratie is geen vanzelfsprekendheid.’
Hoe liberaal is de VVD nog?
De VVD is nog steeds liberaal, meent Van der Vorm. ‘Als ik op een VVD-congres kom spreek ik met echte liberalen met hele genuanceerde standpunten. Helaas horen we dit geluid in de media te weinig. Daarom moeten liberalen ook van de partij blijven, want zonder hen schuift de partij als vanzelf naar rechts.’ Een brief van zo’n 1600 leden die kritiek hebben op de koers van Yesilgöz ziet hij als een teken dat er nog veel verzet is tegen een ruk naar rechts. ‘De VVD is geen rechtsliberale partij, maar een liberale partij die het midden moet opzoeken.’
Van Teutem vindt de VVD nauwelijks liberaal. Het door veel VVD’ers gekoesterde begrip ‘klassiek liberaal’ is een codewoord voor conservatief. ‘De VVD noemt zichzelf liberaal, maar verstaat daar iets anders onder.’ Voor Van Teutem is liberalisme geen vaste doctrine, maar een voortdurende strijd om ideeën. Zijn definitie is helder. ‘Het gaat om verstand boven emotie, het Verlichtingsideaal, het geloof in vooruitgang, de bescherming van minderheden, en het principe dat hard werken moet lonen—niet afkomst.’
Yesilgöz mist dat optimisme. Haar toon is somber, doordrenkt van het idee dat het land ten onder gaat
Rutte belichaamde dat vooruitgangsdenken nog enigszins, zegt Van Teutem. ‘Zijn optimisme, zelfs tijdens de toeslagenaffaire, sprak veel Nederlanders aan. ‘Nederland is een ontzettend gaaf land’ werd honend ontvangen in journalistieke kringen, maar sloeg aan bij het publiek en wist hierdoor ook zijn partij achter zich te krijgen. Yesilgöz mist dat optimisme. Haar toon is somber, doordrenkt van het idee dat het land ten onder gaat. De VVD is, dat merkte NRC-columnist Bas Heijne heel scherp op, geen goedlachse partij meer.’
Maar toch blijft de VVD, tegen beter weten in, achter Yesilgöz staan, constateert Van Teutem. ‘Ze kreeg op het congres een staande ovatie, ondanks al haar strategische en tactische fouten. Dat veel VVD’ers nog steeds denken dat ze met haar de verkiezingen kunnen winnen getuigt van arrogantie, een arrogantie die doet denken aan de arrogantie van het CDA in 1994. En we weten hoe dat afliep, twintig zetels verlies.’
Frits Bolkestein. Beeld: Paul Blank / Wikipedia
Een groot probleem is dat de VVD tegenwoordig nauwelijks nog ideeën heeft, vervolgt Van Teutem. ‘De Telders Stichting, het wetenschappelijke bureau van de partij, publiceerde in de jaren tachtig diepgravende essays, ook van Frits Bolkestein. Nu kan ik me moeilijk voorstellen dat Dilan Yeşilgöz of Vincent Karremans zulke essays lezen, laat staan zelf schrijven.’
Maar het grootste probleem van de VVD is niet haar arrogantie, maar een beperkt vrijheidsbegrip, vindt Van Teutem. ‘De VVD noemt zich liberaal, maar hanteert een eendimensionaal vrijheidsbegrip: het ‘dikke ik’ dat niets wil inleveren. Vrijheid is voor de VVD mogen barbecueën met je houtkachel in je tuin, op vliegvakantie gaan en geen rekening houden met anderen. Dat verschilt eigenlijk nauwelijks van het onverantwoorde vrijheidsbegrip van de PVV. Liberalisme zou moeten gaan over redelijkheid, vooruitgang en bescherming van het individu, niet over het recht om overal lak aan te hebben.’
Een eigen verhaal
Van der Ham vindt dat liberalen en progressieven vaker hun eigen verhaal moeten vertellen, in plaats van te reageren op wat de PVV doet. ‘Ze reageren vooral op wat er mis is bij populisten, in plaats van het eigen verhaal centraal te stellen. Dat maakt hen kwetsbaar. Ze missen hierdoor een wenkend perspectief dat verder reikt dan de waan van de dag.’
D66-leider Rob Jetten. Beeld: YouTube
Dat grote verhaal ontbreekt ook op het gebied van integratie en immigratie. Van Teutem: ‘De VVD belooft meer dan ze kan waarmaken. De VVD zegt in elk verkiezingsprogramma dat ze migratie willen terugdringen, maar sinds 2010 is het migratiesaldo verdubbeld. De VVD is feitelijk ook niet tegen migratie – met arbeidsmigranten en expats hebben ze totaal geen problemen – maar tegen asielzoekers. Maar pas in het verkiezingsprogramma van 2025 wordt dat voor het eerst ook met zoveel woorden gezegd. Hiervoor werd het onderscheid tussen de verschillende groepen migranten te weinig gemaakt.’
In haar nieuwste verkiezingsprogramma zegt de VVD het VN-Vluchtelingenverdrag en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens te willen hervormen. ‘Dat mag de VVD voorstellen, maar ze moeten daar ook bedenken dat voor wijzigingen van dit verdrag unanimiteit vereist is en dit op korte termijn onhaalbaar is. De VVD wil in tussentijd de nationale grenzen streng controleren, een onliberale maatregel die het probleem eerder verergert.’
Van der Vorm pleit voor een herwaardering van het politieke midden. ‘Klaas Dijkhoff, initiatiefnemer van Voor Ons Nederland, benadrukt terecht het belang een sterk, democratisch midden. Bovendien is Nederland een ideologisch meerstromenland, de meeste kiezers zitten in het midden. Regeren met de uitersten, zoals in 2010 en 2024, heeft ertoe geleid dat veel Nederlanders zich niet vertegenwoordigd voelen.’
Liberalisme is niet de status quo verdedigen
Hij hoopt dat de VVD na de verkiezingen weer een stevige positie in het midden inneemt. ‘Er staan goede mensen op de lijst die echte liberalen zijn, zoals Ruben Brekelmans en Eric van den Burg. Yeşilgöz moet stoppen met rechtse one-liners en zich richten op inhoud.’
Van der Ham ziet de noodzaak van herbezinning. ‘Liberalisme is niet de status quo verdedigen. Marktwerking in de zorg heeft geleid tot een jungle van 8000 jeugdzorgaanbieders. Zonder goede regie is er geen gezond kapitalisme. Vrijheid is het hoogste doel, maar de middelen die liberalen kiezen om dat te bereiken werken niet altijd. Het is tijd voor een nieuw, krachtig verhaal.’
Van Teutem waarschuwt dat zonder zo’n verhaal de VVD de Conservatieve Partij in het Verenigd Koninkrijk achternagaat, die nu wordt leeggegeten door de populisten. ‘Ook CDA en GroenLinks-PvdA hebben belang bij een sterke liberale partij, als dam tegen het rechtspopulisme.’
D66 en Volt
Maar is D66 dan niet het liberale alternatief voor de VVD, of misschien Volt? Van der Ham ziet dat er op individuele basis op meerdere plekken verdiepende liberalen zitten. ‘Zelfs nog enkelen bij de VVD. Ik zie ze ook bij D66 wel, maar ook binnen GroenLinks zoals Femke Halsema die ooit door de JOVD werd uitgeroepen als ‘liberaal van het jaar’.
Volt-leider Laurens Dassen in zijn werkkamer. Beeld: Ewout Klei
Van Teutem ziet D66 en Volt daarentegen wel als alternatieven voor de VVD. ‘D66 en Volt veel liberaler zijn dan de VVD. Ze zouden zich ook als zodanig moeten profileren. Dat lukt nu nog onvoldoende, ook richting de hardwerkende Nederlander. Maar als het liberalisme een toekomst wil hebben, moet het terug naar zijn kern: vooruitgang, redelijkheid en bescherming van het individu.’
Van der Ham, ten slotte, is daar ook niet gerust op. ‘Naast mensen die echt wel hun best doen, zie ik ook veel oppervlakkigheid. Een soort weerzin om je echt in de minder mooie delen van de samenleving te verdiepen. Het over liberale normen en waarden te hebben, bijvoorbeeld, zonder alleen in Instagram-tegeltjeswijsheden te vervallen. Sommige linkse en liberale kiezers trekken zelfs richting het CDA, mogelijk vanwege het wat ernstigere verhaal dat Henri Bontenbal en zijn partij weten te vertellen. Uiteindelijk is het de uitdaging om de machtsbalans te veranderen. Dat centrumrechtse krachten zich comfortabeler voelen bij het midden en centrum-links. Dan kan je weer dingen veranderen. Dat is de opdracht voor D66. Vroeger wist zelfs de PvdA gematigde kiezers van CDA en VVD nog aan te trekken, maar dat is nu lastiger geworden, zeker met GroenLinks als partner.’
Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat het nog niet opschiet met inclusie op de werkvloer. Zelfs een beleid dat actief diversiteit bevordert blijkt geen garantie tegen uitsluiting.
‘Ondanks goede bedoelingen en inspanningen van werkgevers om discriminatie tegen te gaan, ervaren veel werknemers met een migratieachtergrond nog steeds ongelijke kansen en uitsluiting’, zo concludeert het SCP.
In het rapport, dat vandaag op Diversity Day verschijnt, staat dat de diversiteit op de werkvloer wel is toegenomen. Ruim een kwart van alle werkenden in ons land heeft inmiddels een migratieachtergrond. Maar dat vertaalt zich niet automatisch naar een evenredig verdeelde werkvloer. Eén op de vier werkenden bevindt zich nog steeds in een vrijwel homogeen werknemersbestand.
Het grootste verschil in diversiteit is te zien tussen de stad en het platteland. ‘Van de stedelingen werkt 67 procent in een diverse werkomgeving, tegenover slechts 22 procent in dunbevolkte gemeenten.’
Volgens het SCP is het opvallend dat de werkomgeving van hoogbetaalde werknemers zonder migratieachtergrond vaak nog relatief homogeen is, terwijl die van hoogbetaalde werknemers met een migratieachtergrond juist steeds diverser wordt.
Maar diversiteit is dus niet hetzelfde als inclusie. Werknemers met een migratieachtergrond voelen zich nog steeds vaker gediscrimineerd, in vergelijking met werknemers in meer homogene organisaties. Daarbij gaat het niet alleen om doorgroeimogelijkheden, maar ook om de manier waarop mensen op de werkvloer worden behandeld.
Meer diversiteit lijkt op korte termijn zelfs ten koste van inclusie te gaan. ‘Snelle veranderingen binnen organisaties kunnen tot spanningen tussen groepen werknemers leiden’, waarschuwt het SCP.
Er worden daarom vier aanbevelingen aan werkgevers gedaan:
‘Werf niet alleen divers, maar ga ook uitsluiting en achterstelling binnen de organisatie tegen.’
‘Besef dat uitsluiting en achterstelling besloten ligt in veel manieren van doen en denken die binnen een organisatie normaal gevonden worden. Medewerkers die afwijken van de norm worden hierdoor vaak minder gezien of moeten zich in bochten wringen. De ervaringen en inzichten van medewerkers kunnen helpen deze mechanismen bloot te leggen en te veranderen.’
‘Voor een inclusieve organisatie is van belang dat de signalen van werknemers gehoord worden, zeker die van werknemers die een werkgever in eerste instantie niet op het netvlies heeft.’
‘Creëer een veilige werkomgeving met ruimte voor persoonlijke ervaringen, waarin samen gewerkt kan worden aan een werkcultuur waarin iedereen zich prettig voelt en kan ontwikkelen.’
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.