Vandaag wordt bekend wie de Nobelprijs voor de Vrede krijgt. De Amerikaanse president is ervan overtuigd dat hij die verdient. Volgens criminoloog Yarin Eski doet Trump aan nobelwashing over de rug van de doden in Gaza en onder dreiging van nog meer geweld.
Over de rug van genocideslachtoffers en met de dreiging van meer genocide de Nobelprijs voor de Vrede willen krijgen. Vredesonderhandelingen om een ereprijs te onderhandelen. We hadden ook niet anders kunnen verwachten van president Trump en zijn art of the deal.
Een vredestichter die niet uit overtuiging, maar door angst van andere wereldleiders zichzelf verder in zijn megalomanie weet te verliezen. Het is een moderne versie van De nieuwe kleren van de keizer: iedereen klapt mee, want niemand durft te zeggen dat deze keizer bloed aan zijn handen heeft. En dat hij bereid is nog meer bloed te verspillen voor die vrede. Of zoals de DC Comics-antiheld Peacemaker zegt: ‘I cherish peace with all of my heart. I don’t care how many men, women and children I need to kill to get it.’
Ik noem dit nobelwashing in zijn puurste vorm: een massaal toneelstuk waarin oorlogszucht en macht worden omgedoopt tot vredesmoralisme dat eigenlijk vredestotalitarisme is.
Iedereen ziet wat hier gebeurt. Het is absurd, maar geen wereldleider die iets zegt, terwijl Trump denkt te kunnen gaan paraderen over het diplomatieke toneel, omringd door regeringsleiders die applaudisseren uit angst in ongenade te vallen. Want zij weten wat er gebeurt als je weigert mee te doen.
De hypocrisie is daarmee collectief geworden. Landen die wapens leveren, buigen het hoofd en noemen dat ‘bemiddeling’. Regeringen die zwijgen over genocide, prijzen de dialoog. En journalisten die beter weten, schrijven dat de internationale gemeenschap hoopvol is. Nepvrede krijgt een podium voor zelfbehoud.
‘Wat ooit stond voor nobelheid, is nu een spiegelpaleis van hypocrisie geworden’
Mocht Trump de Nobelprijs krijgen, zal dat niets veranderen aan de ellende, aan de hongersnood, aan de Palestijnse kinderen die begraven worden onder het puin.
En hoewel minder belangrijk, de prijs zal aan waarde inboeten. Geen moreel kompas meer, maar een morele paspop. De prijs verandert van een eerbetoon aan geweten in een trofee voor imagoherstel. Wat ooit stond voor nobelheid, is nu een spiegelpaleis van hypocrisie geworden.
Wanneer vrede wordt beloond zonder gerechtigheid, verliest de prijs niet alleen zijn glans, maar ook zijn betekenis. Uiteindelijk zal niemand zich nog afvragen wie de Nobelprijs heeft gewonnen, alleen wie er in hemelsnaam dacht dat die verdiend was.
En wie wil er dan nog ooit de Nobelprijs voor de Vrede ontvangen? Ja, waarschijnlijk die andere vredesautocraten die denken het nodig te hebben om het bloed van hun handen te wassen — die verlangen naar de absolverende reiniging door nobelwashing.
Turkije heeft op de laatste dag bezwaar aangetekend tegen het vrijlatingsbesluit van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (ECHR) inzake Selahattin Demirtaş, de Koerdische politicus die sinds november 2016 vastzit.
Het is de derde keer dat Turkije zich verzet tegen een vrijlatingseis van het Hof, meldt de Turkse nieuwssite Bianet.
Demirtaş werd in 2016 gearresteerd in verband met de zogenoemde Kobane-zaak. Volgens de Turkse autoriteiten zette Demirtas in 2014 burgers aan tot geweld tegen de staat, nadat hij had opgeroepen tot protesten tegen het anti-Koerdische Syrië-beleid van president Recep Tayyip Erdoğan.
In datzelfde jaar werd de Syrische stad Kobane aangevallen door ISIS. Koerdische strijders verdedigden de stad, terwijl Turkse Koerden die hen te hulp wilden komen aan de grens werden tegengehouden. Dit leidde tot onrust en geweld in Turkije, waar destijds een fragiel vredesproces met de PKK gaande was. Dat proces mislukte uiteindelijk in 2015.
Tien jaar later zijn er opnieuw gesprekken tussen Turkije en de PKK, de Koerdische rebellenbeweging die in Turkije, de Verenigde Staten en de Europese Unie op de terreurlijst staat. Het voortdurende gevangenschap van Demirtaş legt druk op dit proces. Ook Figen Yüksekdağ, destijds de nummer twee van de pro-Koerdische partij HDP, en verschillende andere Koerdische politici en journalisten zitten nog vast.
Volgens critici gebruikt Turkije hun detentie als drukmiddel in de onderhandelingen met de PKK, die mede over de positie van de Syrische Koerden gaan. Ankara verzet zich tegen hun autonome bestuur en wil dat ze zich ontwapenen.
Cees van de Sanden, senator in de Eerste Kamer, kapt met de VVD. Hij heeft zijn partijlidmaatschap opgezegd, omdat hij vindt dat de huidige koers niets meer te maken heeft met liberale idealen. Dat zegt hij in een interview met de Volkskrant.
Er is volgens Van de Sanden niets mis met hemzelf, het is juist de partij die haar liberale waarden verkwanselt. ‘Ik blijf opkomen voor mijn liberale idealen,’ zegt hij. Hij is in het bijzonder kritisch op lijsttrekker Dilan Yesilgöz, die volgens hem meegaat in de ‘populistische teneur’.
Hij vindt het kwalijk dat zij muzikant Douwe Bob eerder dit jaar van antisemitisme betichtte en vervolgens ‘veel te laat’ hierop terugkwam. ‘Onterechte beschuldigingen zijn in strijd met liberale kernwaarden als verdraagzaamheid en gelijkwaardigheid,’ aldus Van de Sanden.
Het gaat hem echter niet alleen om de VVD, ook om de partijen waarmee de VVD samenwerking zoekt, zoals de BBB en de PVV. Volgens Caroline van der Plas zou de Raad van State een D66-bolwerk zijn. ‘Ik zou graag zien dat de VVD dan opstaat en zegt: wacht even, dat zien wij anders. Door te zwijgen, morrel je zelf ook aan de rechtsstaat’, aldus Van de Sanden.
De conservatieve stroming binnen de VVD heeft volgens hem de overhand gekregen. En daar kan hij zich niet meer in vinden. Dat is volgens hem niet alleen te wijten aan Yesilgöz, maar ook aan het partijbestuur en de leden, die ermee hebben ingestemd. Daarom trekt hij nu zijn conclusies.
In Amsterdam hebben 11.065 mensen geen vaste woon- of verblijfplaats hebben, waarvan 1.446 kinderen. Dit blijkt uit een nieuwe telling, de Ethos-telling, zo bericht de Amsterdamse tv-zender AT5.
Bij de Ethos-telling worden ook mensen meegerekend die niet op straat slapen, maar geen vast woonadres hebben. Ze wonen misschien bij vrienden, kennissen, in een garage of een voertuig. Bovendien worden ook mensen zonder verblijfsvergunning meegerekend.
De telling is een methode ontwikkeld door de KU Leuven. Daarbij gebruikt het de Europese standaard voor het meten van dakloosheid. Het CBS telt alleen mensen tussen de 18 en 65 en met een officiële verblijfsstatus. Ook maakt het CBS onderscheid tussen mensen die helemaal geen slaapplek hebben en mensen die bij iemand anders op de bank kunnen slapen.
De telling wordt al in meerdere gemeenten gebruikt. Het is belangrijk om te erkennen dat dakloosheid niet alleen draait om mensen die op straat slapen, vinden de onderzoekers. Nu komen bijvoorbeeld ook kinderen naar voren in de telling, terwijl die eerder uit beeld bleven.
Amsterdam is al jaren de gemeente met het grootste aantal daklozen. De Ethos-telling werd in april ook uitgevoerd in Den Haag, waar het aantal uitkwam op 7.201 personen, waarvan 1.112 kinderen. In Rotterdam zal in 2026 een Ethos-telling worden gedaan.
Ze strijdt tegen onrecht, taalschoolcowboys en politieke stilstand, maar ook tegen hardnekkige vooroordelen over haar wijk. Tweede Kamerlid Mikal Tseggai (GroenLinks-PvdA) is klaar met de clichés over de Schilderswijk en wil Nederland rechtvaardiger maken.
Mikal Tseggai (30) is Tweede Kamerlid voor GroenLinks-PvdA en staat op plek 25 van de gezamenlijke lijst. Ze groeide op in Haarlem, woont al jaren in de Haagse Schilderswijk en houdt zich in de Kamer bezig met thema’s als mbo-onderwijs, kansspelen, sekswerk, mensenhandel, integratie en inburgering, en de strijd tegen racisme, discriminatie en antisemitisme.
In november 2023 maakte je de overstap van Den Haag naar Den Haag, van de gemeenteraad naar de Tweede Kamer. Hoe was dat?
‘Het was een rare tijd om Kamerlid te worden. De afgelopen twee jaar waren heel intens. Vanuit de gemeenteraad stap je in Den Haag letterlijk een paar straten verder, maar inhoudelijk is het een wereld van verschil. Door het constante geruzie in het kabinet is er op veel dossiers niks gebeurd, alleen maar stilstand en achteruitgang. Dat is frustrerend. Je zet je ergens voor in, maar krijgt het niet voor elkaar omdat het kabinet er gewoon niets mee doet.’
Kun je een voorbeeld noemen van zo’n dossier?
‘Neem mijn werk voor mbo-studenten. Ik ben bezig met een verplichte stagevergoeding. Voor veel jongeren is een stage zonder vergoeding simpelweg niet te betalen. Toch ligt dat politiek heel gevoelig, omdat het kabinet vooral de belangen van het bedrijfsleven centraal zet. Inmiddels lijkt er gelukkig een meerderheid te zijn voor mijn voorstel: een verbod op onbetaalde stages. Daar ben ik trots op. Maar het gaat veel te langzaam. En op het terrein van racisme en discriminatie is er nog helemaal niets gebeurd. We voeren stevige debatten, maar daarna gebeurt er niets. Dat is pijnlijk.’
Je komt uit de PvdA en zit nu in de gezamenlijke GroenLinks-PvdA-fractie. Hoe ervaar je de samenwerking met GroenLinks?
‘Eerlijk gezegd ben ik daar positief door verrast. Vier, vijf jaar geleden dacht ik: dit voelt alsof je jezelf opheft als PvdA. Het duurde bij mij een tijdje voordat ik ervan overtuigd raakte dat samengaan met GroenLinks een goed idee was. Ik zie nu dat we elkaar versterken. In onze Tweede Kamerfractie is het geen issue meer. Ik weet soms niet eens of een fractiemedewerker van GroenLinks of van de PvdA komt. Bijna iedereen is inmiddels dubbel lid. Het is een gezellige, diverse fractie en dat voelt heel natuurlijk.’
Maar zijn er ook fricties in de fractie?
‘Dat heb ik nog niet gemerkt. Integendeel: we hebben een fractie waarin jong en oud, mensen uit bijna alle provincies – helaas hebben we niemand uit Flevoland – en met verschillende achtergronden samenwerken. Dat maakt ons juist sterker. Het is geen bubbel. Mijn collega Jimme Nordkamp komt bijvoorbeeld uit de grensstreek. Onze gesprekken verrijken mij juist.’
Wat heb je tot nu toe bereikt en waar wil je de komende tijd voor vechten?
‘Naast de stagevergoeding ben ik bezig geweest met een belangrijke motie die onlangs is aangenomen: de erkenning van Roma en Sinti als nationale minderheid. Brussel riep Nederland daar al in 2008 toe op, maar we hebben het nog steeds niet gedaan. Het gaat niet alleen om juridische erkenning, maar ook om maatschappelijke.
‘Ik ben helemaal klaar met die clichés, dat de Schilderswijk zogenaamd een aparte wereld zou zijn’
‘Verder wil ik dat discriminatie, antisemitisme en moslimhaat eindelijk serieus worden genomen, en dat er een fatsoenlijk inburgeringsstelsel komt, met goede docenten in plaats van commerciële taalschoolcowboys die weliswaar goedkope cursussen aanbieden, maar van erbarmelijke kwaliteit.’
Je houdt je ook bezig met gokbeleid. De liberalisering van de gokmarkt heeft veel maatschappelijke problemen veroorzaakt, zoals gokverslaving en indirect ook huiselijk geweld. Moet je de legalisering van gokken niet gewoon terugdraaien?
‘Het idee achter de liberalisering was dat je online gokken beter kon reguleren, omdat er veel op de zwarte markt gebeurde. In theorie was dit een goed plan. Maar in de praktijk zijn de kaders niet goed en werkt het systeem niet. Jongeren omzeilen leeftijdsgrenzen, speellimieten zijn makkelijk te ontwijken en overal zie je advertenties die mensen naar illegale goksites trekken. Want hoewel deze sites illegaal zijn, is het adverteren voor deze sites legaal. Hierdoor worden mensen een wereld ingezogen waar schulden, verslaving en soms ook huiselijk geweld of criminaliteit op de loer liggen. Dat kan zo niet.’
Een ander lastig thema in jouw portefeuille is sekswerk. Hoe kijk jij daartegenaan?
‘Wat mij stoort, is dat veel partijen er maar vanuit één invalshoek naar kijken. Confessionele partijen zien sekswerk alleen als moreel slecht, anderen richten zich uitsluitend op mensenhandel en uitbuiting. Natuurlijk is er uitbuiting en dat moeten we keihard bestrijden, maar er zijn óók sekswerkers die hun beroep vanuit vrije keuze uitoefenen en die gewoon een verzekering willen afsluiten of pensioen willen opbouwen. Die erkenning krijgen ze niet. Voor mij geldt: elke vrouw die sekswerk wil doen, moet dat veilig en legaal kunnen doen. Maar elke vrouw die eruit wil stappen, moet daar ook de kans toe krijgen. En daar schort het aan. Er zijn te weinig opvangplekken en er wordt nu ook bezuinigd op de aanpak van mensenhandel. Zo maak je het beide groepen sekswerkers moeilijker.’
Ten slotte houd je je bezig met integratie en inburgering. Hoe kijk je naar het huidige beleid?
‘Eerlijk gezegd vind ik dit kabinetsbeleid heel slecht. Het kabinet-Schoof kijkt vooral vanuit de bril dat er een ‘integratiecrisis’ is en dat we asielzoekers vooral niet moeten pamperen. Er wordt zelfs bezuinigd op zwemlessen en integratiecursussen. Ik wil een goed inburgeringsstelsel, met serieuze docenten en degelijk onderwijs. Nu concurreren ROC’s (regionale mbo-scholen, red.) met goedkope taalscholen die slechte kwaliteit leveren. Daar schieten mensen die naar ons land komen niets mee op.’
‘Vijf ministeries bemoeien zich met discriminatie, maar niemand voelt zich verantwoordelijk’
‘In het integratiedebat praat ik liever niet over mijzelf, omdat die obsessie met identiteit niet helpt. Ik woon al jaren in de Schilderswijk in Den Haag, waar politici ter rechterzijde altijd heel negatief over zijn, laatst nog SGP-leider Chris Stoffer in gesprek met NRC. Hij herkende Nederland niet meer, vanwege alle buitenlandse winkels en het Arabisch en Turks op straat. Maar als ik daar loop, zie ik gewoon Nederlandse winkels en hoor ik mensen de Nederlandse taal spreken. Natuurlijk zijn er Turkse en Marokkaanse meisjes die bij de Albert Heijn werken, maar het gesprek bij de kassa gaat gewoon over de bonusaanbieding. Heel Nederlands dus. Ik ben helemaal klaar met die clichés, dat de Schilderswijk zogenaamd een aparte wereld zou zijn. De meeste ouders doen keihard hun best hun kinderen een goede toekomst te geven. Daar gaat het om. Al die negatieve verhalen worden enorm opgeklopt en geven een zwaar vertekend beeld.’
Mikal Tseggai. Beeld: GroenLinks-PvdA
Ook het thema antisemitisme valt onder jouw portefeuille. Maar dit onderwerp is tegenwoordig zwaar gepolitiseerd, wat blijkt uit het gepolariseerde Israël-debat. Hoe ga jij daarmee om?
‘Het probleem is dat rechtse partijen antisemitisme vaak instrumentaliseren. Ze gebruiken het als stok om moslims en linkse activisten mee te slaan, maar stemmen vervolgens tegen voorstellen om discriminatie écht aan te pakken. Neem de Maccabi-rellen in 2024. Er was brede erkenning dat daar sprake was van antisemitisme, maar op mijn motie om extra rechercheurs aan te stellen die onderzoek moeten doen naar haatmisdrijven, stemden de rechtse partijen tegen. Willen ze wel echt antisemitisme aanpakken? Ook bezuinigt het kabinet op Holocausteducatie, zoals bij Stichting Na de Oorlog. Dat maakt Joodse Nederlanders terecht boos en wantrouwig tegenover dit kabinet.’
Er is sinds enkele jaren een aparte coördinator antisemitismebestrijding (NCAB). Critici vinden dat die functie moet verdwijnen, omdat er geen aparte coördinator is tegen islamofobie. Wat denk jij?
‘De NCAB moet blijven. Maar tegelijkertijd juich ik een aparte coördinator islamofobie toe. Het echte probleem is de versnippering. Vijf ministeries bemoeien zich met discriminatie, maar niemand voelt zich verantwoordelijk. Bij het ene debat wordt verwezen naar Binnenlandse Zaken, bij een ander naar Sociale Zaken en weer bij een ander debat naar het ministerie van Justitie en Veiligheid. Zo komt er niets van terecht. Een coördinator kan een brug slaan tussen ministeries en gemeenschappen. Dat is waardevol.’
Wat wil je de komende periode bereiken, als je wordt herkozen?
‘De stagevergoeding definitief regelen. Een sterker en eerlijker inburgeringsstelsel neerzetten. Serieuze stappen zetten om discriminatie en islamofobie te bestrijden. De erkenning van Roma en Sinti binnenhalen. En ervoor zorgen dat Nederland eindelijk een samenleving wordt waarin iedereen gelijke kansen krijgt, zonder clichés en zonder weg te kijken voor onrecht.’
Hoeveel zetels gaat GroenLinks-PvdA halen? En wordt Frans Timmermans de nieuwe premier?
‘(Lacht) Ik heb geleerd nooit te gokken op zetelaantallen. Maar ik hoop natuurlijk dat we de grootste worden en dat Frans premier wordt. Nederland kan wel een linksere koers gebruiken.’
Er is een direct verband tussen de beperkingen die Israël oplegt aan humanitaire hulp en het aantal kinderen dat leidt aan ondervoeding. Dit blijkt uit nieuw onderzoek van UNRWA, de VN organisatie verantwoordelijk voor deze hulp aan Palestijnse vluchtelingen.
Het onderzoekt werd woensdag gepubliceerd in de Lancet, zo meldt de Guardian. De onderzoekers maten de omtrek van de armen van 220.000 kinderen tussen de zes maanden en vijf jaar oud in de periode januari 2024 tot en met augustus 2025.
In januari 2024 vertoonde 5 procent van de gescreende kinderen tekenen van ondervoeding, zes maanden later was dat 9 procent. In januari, nadat Israël strenge hulpbeperkingen had opgelegd, kwam ondervoeding dubbel zo vaak voor.
Het aantal kinderen dat ondervoed was, daalde vervolgens tijdens het staakt-het-vuren, toen hulp zes weken lang het land in mocht. Maar in maart tot en met mei 2025 vond weer een strenge blokkade plaats. Toen steeg de ondervoeding onder de gescreende kinderen tot bijna 16 procent, waarbij bijna een kwart leed aan ernstige acute ondervoeding, schrijft de Britse krant op basis van de onderzoeksresultaten.
Naar schatting zijn op dit moment bijna 55.000 kinderen onder de zes jaar in Gaza ernstig ondervoed. Het toelaten van meer humanitaire hulp is onderdeel van het plan van Trump, maar daarvoor moeten eerst andere stappen genomen worden.
Ik heb deze man al een paar keer bij dit stoplicht gezien, tussen de auto’s door bewegend, met een vragende hand en ogen die je recht aankijken. Hij probeert contact te maken. Steeds weer, met elke chauffeur die hij passeert, om zo blikjes of geld te ontvangen, tot het licht op groen springt en zij hem achter zich laten.
De vorige keren dat ik hem zag, had ik geen contant geld bij me, en om nou de lege blikjes van de vloer van mijn auto te gaan vissen, dat vond ik ook zo wat. Ik geef ze liever netjes gebundeld in een plastic tas. Soms een vuilniszak. De moeite die ik niet neem om het bewijs van mijn cola-zero-verslaving weg te werken, praat ik voor mezelf goed door het weg te geven.
Vandaag heb ik wél contant geld bij me. Een briefje van 50 euro. Ik kijk nog een keer naar de man. Hij ziet er vies uit; zijn huid is vaal van het stof en waarschijnlijk ook van het roet. Maar hij ziet er niet verslaafd uit. Blijkbaar vind ik dat belangrijk. Alsof hij het moet verdienen om geholpen te worden, terwijl: wie zou in zijn situatie niet willen vluchten uit de werkelijkheid?
Zonder erbij na te denken pak ik mijn portemonnee en open ik het raam van mijn auto. Bij het overhandigen kijk ik hem aan en zeg: ‘Pas goed op jezelf.’ Op het moment dat hij ziet wat ik geef, zie ik de verbazing en hij stamelt: ‘Jij ook.’
Ik doe mijn raam weer omhoog en rijd weg. Waarom moest ik nou zoveel geven? Mijn emotionele beloning van iets goeds hebben gedaan krijg ik niet. Wel het gevoel dat ik een hypocriet ben. Ik zie mezelf rijden in mijn leaseauto, met mijn designertas op de bijrijdersstoel. De inhoud van mijn koelkast komt als beeld naar voren, met de fles crémant in de deur duidelijk in zicht.
Een SGP die anno 2025 nog steeds geen vrouwen toestaat op de kieslijst. Zou Denk eens moeten proberen
Ik weet niet in welke werkelijkheid ik terecht ben gekomen of waar ik naartoe kan vluchten. In de afgelopen maanden, weken, dagen zijn er zoveel ontwikkelingen of voorvallen geweest waarbij Nederland zijn racistische gezicht en het meten met twee maten zo overduidelijk heeft laten zien. Een SGP die anno 2025 nog steeds geen vrouwen toestaat op de kieslijst. Zou Denk eens moeten proberen. Een demonstratie met NSB-kenmerken, maar die ‘echt niets met politiek te maken heeft’, volgens de ‘kenners’.
Ik vraag me af welk Nederland het is, waar de schreeuwers van die bewuste zaterdag van beweerden dat het hún Nederland is en dat alleen zij dat zouden zijn. Zo vraag ik me ook af naar welke geschiedenis van Nederland en naar welke ‘onze normen en waarden’ er verwezen worden door bijvoorbeeld Geert Wilders of door een Duyvendak. Wanneer ik naar het nieuws kijk of een willekeurige talkshow, hoor ik alleen maar verwijzingen naar onze joods-christelijke cultuur en traditie, horrorverhalen over migranten en de islam, en de oorzaak van onze wooncrisis komt door de asielzoekers. En zieke kinderen uit Gaza kunnen echt veel beter in de regio worden geholpen. Stel je voor dat die kinderen hier komen; dan krijgen wij de ouders als nareizigers.
Misschien moeten we het hebben over al die Joden die mede door Nederlands toedoen de dood hebben gevonden. Verstaan we dat onder onze joods-christelijke cultuur? Of zullen we het hebben over het uitbuiten van arbeidsmigranten, van de Italianen en de Portugezen tot aan de Turken, Marokkanen, Polen en Oekraïners? Of zullen we het hebben over ons gedeelde verleden in het koloniale Nederland? Dan is het meteen duidelijk waarom er zoveel Nederlanders van kleur zijn. Dat is ook óns Nederland.
Bij het remmen hoor ik de lege blikjes op de vloer tegen elkaar aan rollen. Ik maak een notitie in mijn hoofd dat ik een plastic tas mee moet nemen de auto in. Ik ben best een goede hypocriet, denk ik met een glimlach. Heb ik toch mijn beloning.
De gemeenteraad van Schiedam heeft gisteravond ingestemd met de komst van een asielzoekerscentrum (azc) in een kantoorgebouw aan de ’s-Gravelandseweg, waar veel bedrijven zijn gevestigd. Een meerderheid van de raadsleden ging akkoord met het plan.
Op zaterdag 4 oktober gingen een paar honderd mensen in Schiedam de straat op om te protesteren tegen de komst van het azc. Ook leden van de extreemrechtse groep Defend Netherlands waren aanwezig, net als een groep tegendemonstranten. Dat zorgde voor spanningen in de stad, maar het kwam niet tot een confrontatie.
Volgens de Spreidingswet moet Schiedam 327 asielzoekers opvangen. Die hadden er eigenlijk al per 1 juli moeten zijn. Op dit moment liggen er twee asielboten in de stad, maar het nieuwe azc wordt een vaste locatie.
In de verkiezingsdebatten is Nederland overvol. Te veel mensen op een kluitje, te weinig ruimte. En bovenal dat prangende gebrek aan woningen. Links legt de vinger op het gebrek aan klimaatruimte en groen om te bouwen, rechts wijst naar de overvloed aan mensen, lees: migranten.
Goed dat alle politieke partijen woningnood als gedeeld probleem zien, maar de probleemanalyse van zowel links als rechts gaat mank. Neem dat ruimtegebrek. We hebben meer dan genoeg land. Als je eeuwenlang meren en waterplassen droogmaalt, heb je veel grond. Toen we die weilanden gingen bemesten en ‘ruilverkavelen’, schoot onze agrarische output door het dak. Boterbergen, veestapels en mestoverschotten waren het gevolg. Onze landbouw- en veeteeltproductie is nog altijd bestemd voor de halve wereld. Dan heb je als land geen ruimtegebrek.
Rond 1980 besloot de regering onze wateren niet verder in te polderen. We staakten het droogmaken van de Waddenzee en de Markerwaard kwam er evenmin.
Een flink deel van ons agrarisch land, zoals in Noord- en Zuid-Holland, bestaat uit veenweiland. Dat wordt ook wel groen asfalt genoemd: graslanden die, vanwege de geoxideerde plantenresten in de bodem, zelfs zonder mest en chemische bestrijdingsmiddelen broeikasgassen uitstoten. Zeker als boeren de grondwaterstand laag houden, is het zware industrie. Het vernatten en ver-naturen van dit soort gebieden is de oplossing. Mede daarom zetten we sinds deze eeuw sommige drooggepompte polders weer onder water.
Door deze omzetting tot natuurgebied wordt het klimaat van Nederland straks minder het probleem. De uitstoot in ons land zal omlaag gaan, waardoor er ruimte komt voor woonlocaties en bedrijventerreinen. Onze grond zit nog wel gevangen in twintigste-eeuwse bestemmingsplannen. Dáár moeten we iets aan doen, net als aan de overdreven hoge bouwkosten, grondprijzen, belastingen en complexe regelgeving.
Met de vergrijzing in aantocht komen we handen tekort
Dan die overbevolking waarmee rechts Nederland de verkiezingen ingaat. Oké, het aantal inwoners per vierkante kilometer is hoger dan in veel andere Europese landen. Maar qua bevolkingsdichtheid staan we niet in de wereldwijde top tien. We hebben geen enkele megapolis. Amsterdam staat met ruim 900.000 inwoners niet eens in de top 500 steden.
Ons vlakke land laat zich efficiënt inrichten – de Beemster in Noord-Holland is van bovenaf net een Mondriaan. We hebben geen onleefbare woestijnen, geen dode steenvlaktes of reusachtige gebergten. Wie wel eens een rondje door de drukst bevolkte delen van de Randstad heeft gefietst, weet dat je zo in het groen bent. In provincies als Groningen, Zeeland en Limburg zijn dorpjes waar de laatste scholen en winkels zijn verdwenen.
Hoeveel mensen passen er in ons land? De meeste onderzoeken naar een ‘Nederlands bevolkingsplafond’ vermijden concrete cijfers. Volgens mijn berekening passen er zeker dertig, en misschien wel veertig miljoen mensen in Nederland. Waar het op aankomt, is het land slim in te richten. Smeer geen woonwijkjes uit over polders, maar bouw stedelijke gebieden met hoge dichtheid. Positioneer werkgelegenheid en voorzieningen binnen infrastructuur.
Benut de Noordzee bij IJmuiden niet alleen voor windmolens, maar ook voor een zee- en luchthaven. Door vrijval van agrarisch gebied komt er veel nieuwe natuur bij – het blijft leefbaar en voelt ruim aan. Het land raakt dan niet vol, maar groeit toe naar een efficiënt optimum.
Dat overbevolkte Nederland met ruimtegebrek bestaat vooral in de hoofden van lijsttrekkers en hun in paniek rakende kiezers. Hooguit bedreigt ons een tekort aan inwoners. Met de vergrijzing in aantocht komen we handen tekort in vele sectoren: artsen, verpleegkundigen, ingenieurs, maar ook uitvoerend technisch personeel, chauffeurs en horecamedewerkers.
Het goede nieuws is dat duizenden mensen op onze poorten bonzen om toegelaten te worden. Laten we die instroom goed opleiden. Deze verkiezingen vinden plaats in een collectieve waanwerkelijkheid. Wat er bij moet, zijn woningen, veel mensen – en heel veel geestelijke ruimte.
Deze week keren veel opvarenden van de Global Sumud Flotilla terug naar huis, na hun detentie in een Israëlische woestijngevangenis. Deelnemers met een Arabische achtergrond kregen er de hardste behandeling. ‘Even dacht ik: als ik hier doodga, zal niemand ooit weten wat er gebeurd is.’
Zestien van de 450 deelnemers aan de internationale vloot naar Gaza kwamen uit Nederland. Vanuit verschillende havens stapten ze op diverse boten, die uiteindelijk stuk voor stuk door het Israëlische leger werden onderschept. Daarna volgden dagen van onzekerheid. Twee Nederlandse deelnemers vertellen over hun reis, de arrestatie en de Israëlische gevangenis.
Roos Ykema
Ze zit weer op haar eigen bank, thuis in Amsterdam. Ze moet nog wel even bijkomen, maar wil er graag over praten. ‘Waar zal ik beginnen?’ vraagt Roos Ykema (30), oprichter van mensenrechtenorganisatie MiGreat. Het grootste gedeelte van haar reis was te volgen op sociale media. Ze postte over droneaanvallen, zeeziekte en de hoop op een bevrijd Palestina. Toen ze dicht bij de Gazaanse kust voeren, wist ze dat hun schip elk moment geënterd zou worden, vertelt ze in haar laatste post. Daarna verdween ze van de radar.
‘Ja, dat is toen ook vrij snel daarna gebeurd. Een militair schip met grote koplampen kwam op ons afvaren. Op dat moment gooiden we onze telefoons in het water, zoals ons was verteld tijdens de trainingen. Dit is omdat je niet wilt dat het Israëlische leger weet hoe de reis is georganiseerd. De militairen vroegen inderdaad direct om onze telefoon toen ze aan boord kwamen.’
Op het dek in de brandende zon
Wat ze ook meteen deden, was het doorsnijden van de videokabels, vertelt ze verder. ‘Ze willen niet dat de wereld kan meekijken. Vervolgens werden we, op ons eigen schip, naar de kust gebracht. We moesten uren op het dek zitten in de brandende zon. Het was slopend, maar de militairen waren niet onaardig. Op dat punt kregen we nog water te drinken.’
Dit veranderde aanzienlijk toen ze eenmaal aan wal waren, vertelt ze. De schepen werden meegenomen; de bemanning moest op de kade zitten, op een stuk heet asfalt, wederom in de brandende zon. ‘We moesten naar de grond kijken; als je opkeek, kreeg je een klap op je kop.’
‘Hij noemde ons babykillers’
De autoriteiten in Israël waren ronduit onbeleefd, vertelt ze verder. ‘Ze schreeuwden, trokken, duwden en sloegen. We kregen geen eten of water; ze legden niets of nauwelijks iets uit. We werden naar een gevangenis in de woestijn gebracht; daar moesten we met veertig vrouwen in een kooi. Het was toen al middernacht. En toen kwam minister Ben Gvir langs, om ons toe te spreken en dat te filmen. Hij noemde ons babykillers. Het filmpje stond even later op sociale media.’
Arabische achtergrond
Uit veel van de getuigenissen die rondgaan op sociale media blijkt dat het vooral mannen met een Arabische achtergrond waren die de hardste behandeling kregen. Een van die mannen was Mohammad Kotesh, een Palestijns-Nederlander, actief voor de Rotterdam Palestina Coalitie. Vanaf het moment dat zijn achtergrond bekend was, veranderde alles, vertelt hij.
‘Toen we aankwamen, vroegen ze waar ik vandaan kwam. Met ‘Nederland’ namen ze geen genoegen. Toen ik vertelde dat ik Palestijns was, antwoordden ze dat Palestina niet bestond. Ik zei: ‘Het bestaat wel, ik ben nu in Palestina.’ Dat was de trigger.
‘Hier zijn we allemaal Maccabi-fans,’ zeiden de soldaten. Ze knipten mijn veters af en stukken van mijn broek. Daarna werd ik geblinddoekt en geboeid, zo strak dat mijn handen ervan bloedden. Ik werd meegenomen in een bus; we reden urenlang. Tijdens de reis speelden ze met de temperatuur: soms werd het heel koud, dan weer heel warm. Ik had al twaalf uur niets gedronken, een blinddoek tot over mijn neus, en ik had het gevoel dat ik geen adem kon halen. Even dacht ik: als ik hier doodga, zal niemand ooit weten wat er gebeurd is.’
Twee soldaten stelden voor hem in elkaar te slaan
Ook Mohammad werd in de kooi gezet, en ook hij kreeg bezoek van minister Ben Gvir, die hem vroeg of hij baby’s wilde vermoorden. Twee soldaten stelden voor hem in elkaar te slaan, maar een derde soldaat merkte op dat dit geen goed idee was, omdat Mohammed een Nederlands paspoort had. Hij werd samen met veertien anderen in een cel ondergebracht. Een Tunesische celgenoot werd op een gegeven moment meegenomen en is niet meer teruggebracht. ‘We weten niet waar hij is. Hij heeft geen ‘sterk’ paspoort; die mensen haalden ze eruit,’ vertelt de Rotterdammer.
Mohammad Kotesh
‘We hebben het ware gezicht van Israël kunnen zien. Als dit is wat ze met ons doen, wat zullen ze dan de Palestijnen aandoen? We hadden totaal geen rechten in de gevangenis. Eten kregen we als het de bewaker uitkwam. Ze maakten ons om de twee uur wakker, met honden en zwaarbewapend. En toen we ‘Free Palestine’ zongen, moesten we weer de kooi in.’
Hoewel er advocaten beschikbaar waren voor de deelnemers, kreeg niet iedereen de kans om hem of haar te spreken. ‘Ik werd direct bij mijn advocaat weggehaald. Ook het bezoek van de Nederlandse ambassade is aan mij voorbijgegaan’, zegt Mohammed.
Dit terwijl Roos en haar celgenoten hen wel te spreken kregen. ‘Dat was heel fijn. Ze vertelden dat we uiteindelijk wel weer thuiskwamen, maar dat het even zou duren. Deels vanwege de Joodse feestdagen, deels omdat het aantal deelnemers aan de Flotilla zo groot was dat het nogal een logistieke uitdaging was iedereen naar huis te krijgen. Dat was de enige bron van informatie die we vertrouwden.’
Kilo’s aan eten en drinken
Wat er met de schepen is gebeurd, weet niemand. De kilo’s aan eten en drinken, bedoeld voor de Gazaanse bevolking, hebben de bestemming niet bereikt. ‘Ik had ook niet de verwachting dat de Flotilla er daadwerkelijk in zou slagen om de blokkade te verbreken. Ik ging er vanaf het begin vanuit dat we gearresteerd zouden worden. Dat heeft de Israëlische regering vanaf het begin heel consequent gezegd, en ze lijden niet graag gezichtsverlies’, vertelt Roos.
‘Mensen weten door een actie als deze wat een blokkade inhoudt’
Toch had de actie wat haar betreft absoluut geen louter symbolische waarde. ‘Ik geloof wel dat we ooit de blokkade gaan doorbreken. Ze zeggen ook wel: verandering is onmogelijk, totdat het onvermijdelijk is. Als de vloot steeds groter wordt en de stakingen wereldwijd groeien, kan het niet anders. Bovendien weten mensen door een actie als deze wat een blokkade inhoudt. Het bewustzijn groeit. We kregen nu zelfs militaire begeleiding van Italië en Griekenland. Dat is een grote verandering.’
Een dag vissen
Ook Mohammed heeft zeker geen spijt, ondanks de ervaringen die hij in de Israëlische gevangenis opdeed. ‘Ik wilde me bij de vorige vloot ook al aanmelden. Toen heb ik ervan afgezien, omdat gewaarschuwd werd voor de risico’s die ik liep vanwege mijn Palestijnse achtergrond. Maar toen de situatie in Gaza alleen maar erger werd, dacht ik: dit moet ik niet meer uitstellen. Ik wil nu iets doen.’
‘We hadden geen idee hoe we moesten zeilen’
De reactie van Israël op de vloot toont bovendien aan dat het wel degelijk kwetsbaar is voor acties als deze, zegt Roos. ‘Het hele land was in rep en roer. We hebben een veel groter probleem gecreëerd dan verwacht, omdat we met zoveel waren. En we waren gewoon willekeurige mensen, die op gammele bootjes stapten en geen idee hadden hoe we moesten zeilen. Bovendien, omdat de militairen zo druk bezig waren met ons, konden Palestijnen weer even vissen.’
‘Ja, dat de Palestijnen voor een dag konden vissen, voor een dag een goede maaltijd hadden, dat is meer dan genoeg voor mij,’ zegt Mohammed.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.