6.5 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 2

Joris Luyendijk: ik ben geen journalist meer

0

Joris Luyendijk wil zich geen journalist meer noemen. Dit zegt de ex-journalist bij de Ongelooflijke Podcast van de EO.

Luyendijk (54) is antropoloog en was ook journalist. Hij is een bekende mediapersoonlijkheid en auteur van de boeken Het zijn net mensen, over de verslaglegging in het Midden-Oosten; Dit kan niet waar zijn, over de bankencrisis; en last but not least De zeven vinkjes, over het fenomeen wit privilege.

Vorig jaar was hij ook te gast bij de Ongelooflijke Podcast. Toen vertelde hij dat Europa op eigen benen moest staan, omdat de Verenigde Staten onbetrouwbaar is geworden als bondgenoot. Het was de best bekeken Nederlandse podcastaflevering van het jaar.

Ondertussen is de wereldbrand niet geblust, maar zijn er nieuwe vuurtjes ontstaan. De Verenigde Staten zijn begin dit jaar Venezuela binnengevallen, president Donald Trump heeft enkele malen gedreigd om Groenland te annexeren en sinds 28 februari zijn de VS en Israël in oorlog met Iran. Europa doet niet mee, maar veroordeelt Trump niet. Volgens Luyendijk zeggen Europese politici niet wat ze echt vinden, om zijn toorn maar niet te wekken. Achter de schermen gebeurt er al veel, om onafhankelijker te worden van de VS, maar dit volgens Luyendijk wordt nauwelijks gecommuniceerd.

Interessant wordt het wanneer David Boogerd Luyendijk vraagt over zijn rol als journalist. Luyendijk vindt het echt heel goed dat veel journalisten op zoek zijn naar de waarheid en dit ook onpartijdig willen opschrijven. Dat heeft onze liberale democratie nodig. ‘Ik wil niet in de krant een stuk over wat er gisteren is gebeurd in Gaza door iemand die heeft besloten dat die is slecht en die is goed. Ik wil zo neutraal mogelijke brokstenen voor mijn wereldbeeld.’ Tegelijkertijd vindt Luyendijk het ook belangrijk dat er mensen zijn die vervolgens partij kiezen, wat ook noodzakelijk is voor de democratie.

Vervolgens komt het hoge woord eruit: ‘Maar ik zelf ben tot de conclusie gekomen dat mijn meerwaarde meer kan liggen in juist wel nu partij kiezen en niet meer de regels van de journalistiek volgen. Dus ik heb ook geen perskaart meer.’ Luyendijk wil kunnen zeggen dat we Oekraïne moeten steunen en dat we in gevaar zijn, als Europa, als de Russen doorbreken.

De visie op journalistiek van Joris Luyendijk staat haaks op die van Frederike Geerdink en veel andere uitgesproken linkse journalisten. Zij zien journalistiek als activisme en vinden dat je als journalist partij moet kiezen. Juist door partij te kiezen, bijvoorbeeld voor de Palestijnen, voor de vluchtelingen of voor LHBTQIA+, laat je zien dat je een goede journalist bent.

Acht miljoen Amerikanen demonstreren tegen Trump, toch blijft impact beperkt

0

Steeds meer Amerikaanse burgers demonstreren tegen Donald Trump. Op meer dan drieduizend plekken gingen zaterdag meer dan acht miljoen mensen de straat op in de Verenigde Staten. Toch blijft het onduidelijk in hoeverre de protesten zoden aan de dijk zetten, zo meldt de Volkskrant.

De zogenoemde ‘No King’-protesten tegen het beleid van president Donald Trump, brachten vorig jaar juni vijf miljoen mensen op de been. In oktober waren het zeven miljoen mensen. Tijdens het derde protest, afgelopen weekend, demonstreerden acht miljoen mensen.

Dat lijkt veel, in de Verenigde Staten wonen 349 miljoen mensen. De meeste mensen blijven thuis. Hoewel slechts 36 procent van de Amerikanen nu Trumps beleid steunt is de president binnen de Republikeinse Partij nog oppermachtig. Ook weet de Democratische Partij niet te profiteren van Trumps relatieve impopulariteit bij de kiezers. Op hete hangijzers zoals economie en migratie worden de Democraten nog minder vertrouwd dan Trump zelf, aldus de Volkskrant.

Het geweld van immigratiedienst ICE was afgelopen zaterdag een van de belangrijkste onderwerpen tijdens de ‘No King’-protesten. Maar het feit dat de demonstranten tegen een heleboel onderwerpen ageren laat zien dat de protestbeweging een structurele zwakte kent, aldus de Volkskrant. Trump grijpt stevig in op vrijwel alle terreinen van de samenleving. Daardoor klinkt er kritiek op zo’n beetje alles tegelijk.

Weinig moois

0

Voor Newroz was het al lente. De bloesems versierden de bomen. Oude schilders zouden naar hun schuur rennen om verf, penseel en doek te pakken. De lente duurde niet lang. Het weer sloeg om. Ineens zitten we in een winderige herfst. Het weer is hier altijd een onderwerp van actualiteit.

Verder valt er weinig moois te melden. De ene na de andere oorlog begint. Geen een eindigt echt. Het enige positieve aan oorlog is dat onze kennis van aardrijkskunde sterk verbetert. Sommigen van ons wisten waar Kyiv lag. Nu hebben velen van Charkov, Marioepol en Zaporisja gehoord. In Gaza weten we nu van Khan Younis. En dat er een grensovergang is die Rafah heet. Vaak is die potdicht. Rafah betekent welvaart. Zo welvarend is het er ook niet. Onze kennis van de geografie dijt verder uit. Nu weten we dat er een Straat van Hormuz is. Vele Dubaigangers wisten niet dat Dubai op een steenworp afstand van Iran ligt. Ik ben bang dat we binnen de kortste keren expert in alle werelddelen gaan worden.

Pasgeboren jongetjes krijgen het vaakst de naam Noah

Discotheken luiden de noodklok. Jongeren gaan tegenwoordig niet meer naar de disco. Ze gaan naar koffietentjes. En ze gaan naar de gym. De jeugd is door corona verpest, vinden de benadeelde disco-uitbaters.

Jongeren zijn bezig met gezonde voeding en veel bewegen. De ene na de andere gym opent de deuren. Supermarkten, die met alle winden meewaaien, hebben voor de zekerheid proteïnen in bijna alle producten gegooid. Laatst sprak ik een groep jongeren. We hadden het over proteïnen, spieren en de gym. Ik zei dat de staat mogelijk een geheim programma op hen heeft losgelaten. Wanneer er straks soldaten opgeroepen worden, is de hele jeugd alvast afgetraind. Ze konden er wel om lachen. Ik weet niet of ik het als grap had bedoeld.

Is er dan echt helemaal niets hoopvols te melden? Nou ja, misschien één ding. In de afgelopen jaren is het elk jaar raak: pasgeboren jongetjes krijgen het vaakst de naam Noah. Een Noah zal wel opstaan en ons in zijn Ark nemen en ons van deze zondvloed redden.

Wie stopt de oorlog?

Ik vrees dat de oorlog van de VS en Israël tegen Iran nog lang kan duren, zolang Israël niet wordt beteugeld.

Zelfs binnen Amerikaanse kringen klinkt die zorg. Joe Kent — directeur terrorismebestrijding en uitgesproken vertegenwoordiger van de pro-Trumpstroming, die vanwege de Iranoorlog ontslag heeft genomen — schreef op X:

‘Stap 1 in de-escalatie moet het beteugelen van de Israëliërs zijn, anders zullen alle onderhandelingspogingen dit patroon volgen: De president kondigt de-escalatie aan. Israël voert zware aanvallen uit om onderhandelingen te dwarsbomen. De oorlog escaleert opnieuw.’

Blijkens ook recente verklaringen van Israëlische zijde is dat geen loze waarschuwing. Ondanks diplomatieke druk van de VS heeft de Israëlische minister van Defensie, Katz, gezworen de aanvallen op Iran niet te staken.

Dan is de conclusie helder: zonder druk op Israël blijft deze cyclus zich herhalen.

Wat ook steeds duidelijker wordt, is dat de VS en Israël deze oorlog mogelijk niet kunnen winnen. Sommige deskundigen stellen zelfs dat zij al verloren hebben en trekken parallellen met Vietnam en Afghanistan, eerdere debacles voor Amerika. Tegelijk ondersteunen Rusland en China Iran indirect — via inlichtingen, technologie en economische samenwerking — terwijl zij directe militaire betrokkenheid vermijden.

Recent heeft Iran vijftien Amerikaanse voorstellen om de oorlog te stoppen afgewezen. Daarbij stelt Teheran dat de VS niet in de positie is om die voorwaarden te bepalen. Dat is harde taal en laat zien dat oorlog en diplomatie hand in hand gaan: Iran probeert zo zijn positie aan de onderhandelingstafel te versterken.

Journalist Layla El-Dekmak stelde in VPRO-programma Bureau Buitenland dat Israël Libanon behandelt als een ‘nieuw Gaza’ en dat de aanvallen gezien kunnen worden als een oorlog tegen de gehele Libanese bevolking, niet alleen tegen Hezbollah. Volgens berichten zijn er ruim duizend doden en meer dan een miljoen vluchtelingen. Israël stelt dat het militaire doelen treft, maar tegelijkertijd zien we dat ziekenhuizen, medicijnfabrieken en vitale infrastructuur worden geraakt. De vraag dringt zich op: waar ligt de grens tussen militaire strategie en collectieve bestraffing?

Als we Israël en het Midden-Oosten willen begrijpen, moeten we naar Libanon kijken. Terwijl de wereld focust op Iran, voltrekt zich daar een andere werkelijkheid. Israël voert stap voor stap een strategie uit: het uitbreiden van landgrenzen. De aankondiging dat Zuid-Libanon tot aan de Litani-rivier is geannexeerd, past in een patroon dat al jaren zichtbaar is. Geen vrede, maar voortdurende repressie en oorlog als middel. Israël is bovendien al jaren bezig met de bezetting van de Westelijke Jordaanoever en recent heeft Israël na de val van Assad de Golanhoogten en nog meer bezet in Syrië. Sommige Israëlische hoge functionarissen zeggen ook openlijk dat dit hun religieuze oorlog is. Canada heeft deze annexatie veroordeeld, gaat kabinet Jetten dat ook doen? Of gaan zij zeggen dat zij ook voor deze annexatie ‘begrip’ hebben?

Regime change van buitenaf, zonder interne dynamiek, leidt zelden tot stabiliteit

Tegelijk zien we een verwarrende realiteit. President Trump spreekt over onderhandelingen met Iran, maar stuurt tegelijkertijd extra troepen naar de regio. Die tegenstrijdigheid laat zien hoe onzeker en instabiel de koers is. Wat wél duidelijk is: het draagvlak binnen de Verenigde Staten voor verdere escalatie neemt af. Meer dan de helft van de Amerikanen steunt de oorlog niet, zeven procent steunt de eventuele inzet van grondtroepen. Steeds meer Amerikanen vragen zich af waarom zij betrokken raken bij een conflict dat niet in hun belang lijkt. Velen roepen dat ze niet voor Israël willen vechten.

Ondertussen zijn de echte slachtoffers, zoals altijd, burgers: kinderen, vrouwen en ouderen — zowel in Iran (denk aan de schoolmeisjes op de eerste dag van de oorlog) als in Israël. De economische gevolgen worden wereldwijd voelbaar: stijgende energie- en boodschappenprijzen, onzekerheid en groeiende instabiliteit.

Dat betekent niet dat andere actoren buiten beeld moeten blijven. Hezbollah en het Iraanse regime dragen eveneens verantwoordelijkheid en verdienen veroordeling. Tegen deze oorlog zijn, betekent niet dat men pro-Iran of pro-Hezbollah is. Het betekent dat men kiest tegen verdere escalatie en tegen de illusie dat militaire interventies complexe samenlevingen kunnen hervormen.

De lessen uit Afghanistan en Irak zijn duidelijk. Regime change van buitenaf, zonder interne dynamiek, leidt zelden tot stabiliteit en vaak tot meer chaos en geweld.

Juist daarom ligt hier een verantwoordelijkheid voor Europa. Niet als passieve toeschouwer, maar als actor met een eigen moreel kompas. Een langdurige oorlog betekent onvermijdelijk meer instabiliteit, hogere energieprijzen en nieuwe vluchtelingenstromen richting Europa — eerst naar Turkije en uiteindelijk naar Europa zelf.

Europa moet zich daarom afvragen: volgt het opnieuw blind zijn bondgenoten, of durft het een eigen koers te varen? Diplomatie moet de eerste stap zijn, maar als dat faalt, zullen ook politieke en economische middelen overwogen moeten worden om verdere escalatie te voorkomen.

Daarom moeten wij niet stil blijven. Spreek je uit tegen deze oorlog. Zoals aankomende zaterdag op het Malieveld gebeurt. Want zwijgen in tijden van escalatie is geen neutraliteit, maar het accepteren van wat volgt. Want de wereld is niet meer die van vijftig jaar terug, het is een groot dorp en alles wat elders plaatsvindt, zal ons ook raken. En het raakt ons ook.

De vraag die blijft hangen is niet alleen hoe deze oorlog eindigt, maar of iemand de moed heeft om die te stoppen.

Moslims verontwaardigd over Jettens uitspraken over antisemitisme

0

Tot verontwaardiging van veel moslims stelde premier Rob Jetten in het programma van Eva Jinek dat antisemitisme voorkomt in Nederlandse moslimgemeenschappen. Islamitische D66’ers blijven stil over deze uitspraak.

‘Er zijn islamitische gemeenschappen in Nederland waar je, als je de tv aanzet, online of op weekendscholen, verkeerde dingen krijgt aangeleerd. Niet alleen over Joden, maar ook over vrouwen en homo’s’, zei premier Rob Jetten vorige week in het praatprogramma van Eva Jinek.

Dat hij de islamitische gemeenschap als enige religieuze groep uitlichtte en met antisemitisme in verband bracht, heeft bij veel Nederlandse moslims kwaad bloed gezet. Onder anderen de schrijver Abdelkader Benali sprak zich uit en vindt dat Jetten de islamitische gemeenschap met die uitspraken voor de bus heeft gegooid.

‘Naarstig ging ik zoeken naar de kanalen en weekendscholen waar moslims op systematische wijze worden gedrild om Joden te haten en homo’s te vervloeken’, schrijft hij. Ook kaatste hij de bal terug: ‘Als we islamofobie onder Joodse of christelijke kringen zouden onderzoeken, dan ben ik bang dat ook daar heel wat drek komt bovendrijven’, aldus Benali.

De woordvoerder van Jetten zegt dat de premier deze uitspraken deed ‘naar aanleiding van de gebeurtenissen van vorig weekend en na zijn gesprekken maandag met vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap’. Maar wat ‘islamitische gemeenschappen’ of weekendscholen te maken hebben met de gebeurtenissen waar Jetten op doelde, is onduidelijk. De Volkskrant wijst, nog speculatief, naar Iran, dat in oorlog is met Israël en Amerika.

‘Antisemitisme zit in onze hele samenleving’

Jetten zei in de talkshow van Eva Jinek verder: ‘Antisemitisme zit in onze hele samenleving, daar moeten we klip en klaar over zijn. Het komt in alle rangen en standen voor. En het is overal onacceptabel. We zien het in een aantal islamitische gemeenschappen, waar veel fundamentalistische invloeden zijn, dat antisemitisme daar veel meer aan de oppervlakte zit. Daar hebben ook veel Joodse Nederlanders last van. Op straat, in de supermarkt, op andere plekken.’

Ook wees hij naar ‘een bepaalde politieke partij (Forum voor Democratie, red.)’, ‘waar je gewoon op de lijst kan staan voor gemeenteraadsverkiezingen als je openlijk antisemiet bent geweest. Dus we moeten al die vormen van antisemitisme benoemen, met die mensen in gesprek gaan. En als mensen over de schreef gaan, zorgen dat ze daar ook de consequenties van ondervinden. En in de hele samenleving moeten we dat bewustzijn sterk vergroten’, zei Jetten.

Maar waarom wordt de islamitische gemeenschap genoemd als enige religieuze gemeenschap waar antisemitisme zou voorkomen? De Kanttekening vraagt het nogmaals aan de woordvoerder van Rob Jetten, die namens de premier het volgende verklaart: ‘Het is ook niet de hele gemeenschap. Een aantal mensen die bij het gesprek aanwezig waren namens de Joodse vertegenwoordiging, had ook berichten gekregen van een aantal islamitische koepelorganisaties, die zich heel ferm uitspraken tegen de aanvallen die ze vrijdag en zaterdag in Rotterdam en Amsterdam hadden gezien.’

‘Ik ben zelf bij een iftar aanwezig geweest afgelopen maand, waar juist heel bewust mensen van verschillende geloven waren uitgenodigd om met elkaar die dialoog te voeren’, laat Jetten via de woordvoerder weten. ‘En het pijnlijke is dat een aantal van die vertegenwoordigers uit de islamitische gemeenschap ook zegt dat ze begrijpen waar de Joodse gemeenschap doorheen gaat. Want ook zij hebben vaak te maken met racisme en discriminatie: iedereen wordt over één kam geschoren. Het gaat er ook om hoe we daar samen tegen ten strijde trekken.’

Islamitische D66’ers

Of met deze zalvende woorden van de premier voor Nederlandse moslims de kous af is, moet nog blijken. Veel islamitische D66’ers die we om een reactie vroegen, hebben niet gereageerd op hoe zij de woorden van hun partijleider hebben ervaren.

‘Wel iftars bezoeken en tegelijkertijd een hele gemeenschap in verband brengen met antisemitisme’

Zouhair Saddiki

Zouhair Saddiki, lid van D66 en docent aan de Hogeschool Rotterdam, wil wel praten. ‘Ik begrijp dat de woorden van de premier bij sommige mensen wringen. Het benoemen van “islamitische gemeenschappen” in relatie tot antisemitisme kan snel generaliserend worden opgevat, terwijl het juist gaat om individuen die zich schuldig maken aan haat’, zegt hij. ‘Het is gemakzuchtig en werkt stigmatiserend, terwijl je in een leiderschapspositie zorgvuldigheid en verbinding wilt betrachten in plaats van politisering. Als je dialoog en verbinding wilt bevorderen, benoem je deze individuen en het gedrag, niet hele gemeenschappen.’

Ook vindt hij het inconsistent van Jetten. ‘Wel iftars bezoeken en tegelijkertijd een hele gemeenschap in verband brengen met antisemitisme. In de praktijk zie ik juist dat veel islamitische organisaties actief inzetten op dialoog, op het tegengaan van polarisatie en op het bouwen van vertrouwen’, aldus Saddiki.

Rode Lijn-demonstraties

De schrijver en mbo-docent Bilal Ben Abdelkarim is niet zo verrast door de anti-islamitische uitglijder van Jetten. ‘Het past in een breder patroon waar hij sinds de verkiezingscampagne mee bezig is, bijvoorbeeld met die Nederlandse vlaggen. Het past in zijn streven naar macht’, meent hij. ‘Hij wil de goedkeuring van rechts Nederland, en daar past dit, namelijk het criminaliseren van moslims, heel goed bij.’

Volgens Ben Abdelkarim is Jetten een ‘opportunist’ geworden in zijn streven naar macht. ‘We spreken over een man die zich heel graag liet fotograferen tijdens de Rode Lijn-demonstraties in Amsterdam. En nu, als premier, nu hij een positie heeft waarin hij iets zou kunnen betekenen, blijkt hij kritiekloos ten aanzien van Israël.’

‘Wellicht zijn er op de achtergrond gesprekken gaande’

Over de antisemitisme-uitspraak bij islamitische gemeenschappen merkt Ben Abdelkarim het volgende op: ‘Wat mij opvalt bij Nederlands antisemitisme, is dat hij dan een specifieke politieke partij noemt. Dus als het om Nederlanders gaat, dan is hij heel specifiek. Dan heeft hij het over een politieke partij, dan heeft hij het over voetbalclubs. Hij zegt niet de Nederlandse gemeenschap, hij zegt niet de rechtse gemeenschap, hij zegt niet de christelijke gemeenschap, hij zegt niet de seculiere of atheïstische gemeenschap. Hij heeft het heel specifiek over voetbalclubs en een politieke partij. En dan zie je wederom dat de islamitische gemeenschap niet als individuen wordt gezien, niet als burgers en dus eigenlijk ook niet als mensen.’

Over de stilte van islamitische D66’ers zijn beide heren duidelijk.

Saddiki: ‘Het zwijgen van islamitische D66’ers zegt iets over de politieke kwetsbaarheid waarin zij verkeren. Men wil geen splijtzwam zijn, maar zwijgen helpt het probleem niet. Ik vermoed dat het ook een soort strategische terughoudendheid is: angst voor framing en loyaliteit aan de partij. Want de waan van de dag is ook wel zo dat als je je hierover publiekelijk uitspreekt, je vandaag politiek relevant bent en morgen niet meer. Wellicht zijn er op de achtergrond gesprekken gaande om Rob Jetten niet af te vallen. Maar ik vermoed dat deze spindoctor er een van dat kaliber is: niet cultuur-maatschappelijk sensitief.’

Ben Abdelkarim: ‘Ik vind het echt beschamend. Ik bedoel, je gaat de politiek in, denk ik, met een bepaald idealisme om de wereld te verbeteren. En als je baas — want zo gedraagt hij zich — iets zegt en je houdt je mond om je positie veilig te stellen, dan vind ik dat zwak.’

Waarom stuit Ghanese VN-resolutie over trans-Atlantische slavernij op westerse weerstand?

0

De Verenigde Naties hebben de trans-Atlantische slavenhandel bestempeld als ‘de ernstigste misdaad tegen de menselijkheid ooit’ De door Ghana ingediende resolutie werd met ruime meerderheid aangenomen, maar stuitte op weerstand van westerse landen.

De Verenigde Staten en Israël stemden tegen, onder meer vanwege bezwaren rond de Holocaust, terwijl Nederland en andere Europese landen zich onthielden. Hun belangrijkste argument: het gebruik van superlatieven zou een ‘hiërarchie van historische wreedheden’ impliceren.

Kritiek

Die redenering stuit op scherpe kritiek, onder meer van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee). In een persverklaring laat het instituut weten de resolutie ‘met grote dankbaarheid’ te hebben ontvangen en spreekt het van een belangrijke stap in de erkenning van het slavernijverleden als misdaad tegen de menselijkheid. Tegelijkertijd is er teleurstelling over de Nederlandse opstelling.

NiNsee-voorzitter Dave Ensberg-Kleijkers is daar uitgesproken over: ‘Wat zijn de eerder gemaakte excuses van zowel premier als koning waard als deze mondiale erkenning door Nederland niet wordt gesteund?’ In het persbericht noemt hij de Europese bezwaren zelfs een ‘drogreden’.

Volgens Ensberg-Kleijkers gaat het niet om het maken van ranglijstjes van historisch leed, maar om erkenning van een fundamentele misdaad en het belang van herstel en heling, zo vertelt hij aan de Kanttekening. De discussie over ‘een vermeende hiërarchie van misdaden’ vindt hij een gelegenheidsargument. ‘Dat is niet de essentie van deze resolutie’, zegt hij. ‘De essentie is dat de trans-Atlantische slavernij wordt erkend als misdaad tegen de menselijkheid. We moeten geen ranglijstjes maken. Dat is ook helemaal niet zinvol. Maar deze resolutie geeft wel een belangrijk signaal over de omvang en betekenis van dit verleden.’

Ook vanuit andere hoeken klinkt kritiek op de westerse terughoudendheid. De Indonesisch-Nederlandse activist Jeffry Pondaag reageert fel. Hij wijst erop dat opnieuw vooral ‘witte landen’ zich afzijdig hielden. ‘Ik maak mij boos’, zegt hij, verwijzend naar het Amerikaanse argument dat slavernij destijds niet in strijd zou zijn geweest met het internationale recht. ‘Dat is een rare redenering. Moraal is universeel. Slavernij is fout, punt.’

Volgens Pondaag kan de slavernij bovendien niet los worden gezien van het kolonialisme. ‘Slavernij is het gevolg van kolonialisme’, stelt hij. ‘Witte landen zeiden dat ze beschaving brachten, maar ze brachten slavernij, uitbuiting en dood.’ Dat diezelfde landen nu moeite hebben met herstelbetalingen, vindt hij onbegrijpelijk. ‘Ze zijn rijk geworden van slavernij en kolonialisme. En nu willen ze geen schadevergoeding betalen.’

Begrip

Tegelijkertijd is er ook begrip voor de gevoeligheden die in het Westen spelen. Historicus en schrijver David Wertheim, auteur van Waar gaat het over als het over Joden gaat?, wijst op de bijzondere plaats van de Holocaust in de westerse morele orde. Hij kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de formulering van de resolutie, met terminologie als ‘de ergste misdaad ooit’, impliciet daartegen is gericht, ook al drukt die formulering natuurlijk ook andere historische misdaden naar de achtergrond, zoals de Armeense Genocide of de Holodomor.

Volgens Wertheim was het voor deze landen lastiger geweest om de resolutie niet te steunen als de formulering minder absoluut was geweest. ‘De Holocaust speelt een grote rol in de westerse ethiek’, zegt hij. ‘De trans-Atlantische slavernij mag die rol zeker ook spelen, dat zou goed zijn. Maar om die als dé belangrijkste te bestempelen en de Holocaust of een andere genocide niet, brengt niemand verder.’

Is er ooit zo over de Holocaust gesproken, als de ernstigste misdaad ooit? Wertheim verwijst naar de zogeheten Stockholmverklaring, waarin de Holocaust wordt omschreven als een ‘misdaad zonder precedent’. ‘Maar dat is toch lichter dan ‘ernstigste misdaad ooit’’, zegt hij. ‘Juist dat soort verschillen in formulering maken duidelijk hoe beladen en politiek gevoelig de internationale erkenning van historisch leed nog altijd is.’

Organisatoren vredesdemonstratie Malieveld: ‘Regering moet alles doen om deze oorlog te stoppen’

0

Vredesactivisten demonstreren morgen op het Malieveld tegen de Israëlisch-Amerikaanse aanvallen op Iran. ‘Of een regime change nodig is? Dat is enkel en alleen aan Iraanse burgers.’

De oorlog tegen Iran duurt inmiddels bijna een maand en heeft volgens het Iraanse ministerie van Volksgezondheid al meer dan 1900 levens geëist. Het Nederlandse kabinet, gevormd door de coalitie van D66, CDA en VVD, is verdeeld over de oorlog en komt met een weinigzeggend compromis: Nederland geeft geen politieke steun, maar toont wel ‘begrip’ voor de aanvallen op Iran.

Bij vredesactivisten bestaat daar geen enkel begrip voor. Zij veroordelen het oorlogsgeweld scherp. De Kanttekening sprak met twee organisatoren van het protest op het Malieveld: filosoof Martijntje Smits en activist Ahmet Daskapan.

Waarom organiseren jullie dit protest?

Daskapan: ‘De oorlog tegen Iran staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een bredere geopolitieke strategie waarin de VS en Israël proberen de wereldorde naar hun hand te zetten. Wat hier gebeurt, is een directe schending van de soevereiniteit van Iran en van het fundamentele recht van volkeren om hun eigen toekomst te bepalen. Dit is geen conflict dat draait om democratie of mensenrechten, maar een oorlog die wordt gedreven door strategische belangen, controle over grondstoffen en geopolitieke dominantie.

We zien hier hetzelfde patroon als in de afgelopen decennia in Irak, Libië en Syrië: landen die onder het mom van vrijheid en democratie zijn verwoest. Het resultaat was geen democratie, maar chaos, instabiliteit en menselijk leed. Met Iran dreigt opnieuw zo’n scenario, maar dit keer met een veel grotere kans op escalatie, omdat Iran militair en regionaal een veel sterkere positie heeft.’

Smits: ‘Wij roepen onze regering dringend op om alles te doen om deze oorlog te stoppen en te delegitimeren, geen militaire of andere steun te verlenen, en zich volledig in te zetten voor de-escalatie, bescherming van burgers en vrede. Deze oproep vind ik noodzakelijk en urgent, omdat ik denk dat deze illegale en ontwrichtende oorlog ons allemaal in grote onveiligheid brengt en de welvaart van velen in gevaar brengt.

‘Wij roepen onze regering dringend op om alles te doen om deze oorlog te stoppen’

De regering heeft nu begrip getoond voor de aanvallers. Daarmee ondermijnt zij het internationale recht, met als directe consequentie dat ook onze veiligheid ernstig in gevaar komt. Bovendien maakt de regering zich zo medeplichtig aan deze oorlog. Staten hebben immers ook de plicht om ernstige schendingen van artikel 2.4 van het VN-Handvest (dat een aanval door staten verbiedt) af te keuren.’

Denken jullie dat een protest deze oorlog kan stoppen?

Daskapan: ‘Een enkele demonstratie zal een oorlog inderdaad niet stoppen. Maar de geschiedenis leert ons dat oorlogen niet alleen op het slagveld worden beslist, maar ook door politieke druk en maatschappelijke weerstand. Zonder druk van onderop verandert er niets. Aanhoudend verzet, georganiseerd en consequent, kan wel degelijk een verschil maken. Het dwingt regeringen positie te kiezen, het doorbreekt de legitimiteit van oorlogspolitiek en het maakt zichtbaar dat er een alternatief geluid bestaat. Elk protest, hoe klein ook, is onderdeel van een groter geheel.’

Smits: ‘Ook ik denk niet dat de oorlog direct kan worden gestopt, maar wel dat dit de lafhartige positie van onze regering kan veranderen en, via die weg, de onverstandige houding van de EU. De regering moet, en kan, onmiddellijk ophouden met haar medeplichtigheid, die blijkt uit haar “begrip”.

De regering mag in staat worden geacht het belang hiervan – al was het maar uit eigenbelang: de Nederlandse veiligheid en welvaart – in te zien en de eigen positie nu te veranderen. Zoals ook EU-partner Spanje heeft laten zien door zich expliciet uit te spreken tegen deze oorlog en de schending van het internationale recht.’

Maar zetten jullie ons kabinet hiermee niet te kijk in tijden van oorlog? Ze hebben eenmaal een kant gekozen en dan moeten alle neuzen dezelfde kant op wijzen, toch?

Daskapan: ‘Het is niet de demonstrant die Nederland te kijk zet, het is de regering zelf. Door zich kritiekloos te scharen achter de geopolitieke lijn van de VS en Israël verzaakt het kabinet zijn verantwoordelijkheid om op te komen voor internationaal recht en vrede. In plaats van een onafhankelijke positie in te nemen, kiest Nederland voor volgzaamheid. Dat staat in schril contrast met landen die wél de moed tonen om zich uit te spreken tegen escalatie, zoals we bijvoorbeeld zien bij Sánchez in Spanje.’

‘In plaats van een onafhankelijke positie in te nemen, kiest Nederland voor volgzaamheid’

Smits: ‘Het kabinet heeft zichzelf te kijk gezet. Het had zich kunnen presenteren als een sterke, onafhankelijke kracht met een overkoepelende visie op vrede, veiligheid en rechtvaardigheid voor Nederland en voor de wereld. In plaats daarvan is het gekropen voor de rogue states die deze illegale oorlog zijn begonnen. De Spaanse premier Sánchez heeft laten zien dat het zelfs voor een Europese staat mogelijk is zich zelfstandig uit te spreken en verantwoordelijkheid te tonen, voor Spanje en voor de geopolitieke veiligheidsorde. Vermoedelijk is de Nederlandse regering bevreesd geweest voor repercussies vanuit NAVO-bondgenoot de VS. Maar zij heeft daarbij verzaakt een afweging te maken, zowel in moreel opzicht als in termen van de Nederlandse en Europese belangen.’

Is het dan geen tijd voor een regime change in Iran?

Daskapan: ‘Het discours van regime change is een terugkerend instrument van imperialistische politiek. Het wordt gebruikt als morele rechtvaardiging voor interventies die in werkelijkheid draaien om macht, invloed en economische belangen. We hebben gezien wat regime change in de praktijk betekent. Irak, Libië en Syrië zijn geen succesverhalen van bevrijding, maar voorbeelden van ontwrichting, burgeroorlog en langdurige instabiliteit. Het idee dat externe machten democratie kunnen opleggen via bombardementen en sancties is historisch weerlegd. Iran telt ongeveer 90 miljoen inwoners, met een eigen geschiedenis, politieke dynamiek en maatschappelijke ontwikkeling. Het is aan het Iraanse volk zelf om te bepalen of en hoe hun politieke systeem verandert. Dat proces kan niet van buitenaf worden opgelegd zonder de principes van zelfbeschikking en soevereiniteit te schenden.’

‘Irak, Libië en Syrië zijn geen succesverhalen van bevrijding’

Smits: ‘Ik wil graag ten eerste opmerken dat in de media de indruk is gewekt dat regime change het doel van deze oorlog is, maar dat is, voor zover mij bekend, niet wat officieel gesteld is door de aanvallers VS en Israël. Ten tweede heeft het begrip regime een negatieve bijklank heeft en verraadt daarmee al partijdigheid.

Ook ik heb vernomen van de repressie door de Iraanse regering jegens haar burgers, en ik keur in principe alle repressie van overheidswege af, ook in Nederland en in andere staten. Toch kan overheidsrepressie door staten nóóit een legitieme reden vormen om dat land aan te vallen. Zie artikel 2.4 van het VN-Handvest. Dit doel rechtvaardigt dus ook nooit het gebruik van oorlogsgeweld.

Voor een soevereine staat is het hoe dan ook aan de eigen burgers om de repressie te stoppen en de regeringsvorm te veranderen. Dat dit ook kan, laat bijvoorbeeld de Fluwelen Revolutie in de DDR zien. Of het nodig is, daarover laat ik mij niet uit: dat is enkel en alleen aan Iraanse burgers. Desgewenst steun ik hen graag bij hun protest tegen de repressie en hun roep om hervormingen, maar nogmaals: op geen enkele manier rechtvaardigt die roep buitenlands geweld. Die gedachte dat buitenlands ingrijpen gerechtvaardigd zou zijn, berust volgens mij op een paternalistische, misschien zelfs koloniale manier van denken.’

Jesse Klaver: GroenLinks-PvdA heet vanaf nu PRO

0

De kogel is door de linkse kerk. GroenLinks-PvdA gaat vanaf nu door als Progressief Nederland, afgekort als PRO. 

‘We bundelen de krachten in een nieuwe brede volkspartij: Progressief Nederland. Roepnaam: PRO’, schrijft partijleider Jesse Klaver in de nieuwsbrief aan de leden en belangstellenden van de beweging.

‘Progressieve politiek betekent opstaan tegen onrecht en bovenal strijden vóór een eerlijke en rechtvaardige samenleving’, vervolgt Klaver. ‘Niet slechts voor enkelen of de allerrijksten, maar voor iedereen. Dat is hoe vooruitgang tot stand komt. Dat is wat de sociaaldemocratie en de groene beweging drijft. En daarom kiezen wij voor de naam Progressief Nederland.’

Eigenlijk is het geen nieuw verhaal, zo benadrukt de partijleider. ‘Zo doen we het al decennialang. We streden voor gelijke kansen en eerlijk delen. Voor vrouwenrechten en het homohuwelijk. Voor een woning voor iedereen en toegankelijk en goed onderwijs. Voor bescherming als het leven tegenzit en een leefbare planeet voor ons allemaal. Met die strijd gaan wij vol trots door onder een nieuwe vlag.’

De opdracht van deze nieuwe beweging is ‘om hoop en optimisme terug te brengen’, aldus Klaver. ‘Wij brengen mensen op de been om te strijden voor vooruitgang.’

Europarlementariër: ‘Waarom doen Iraanse, Libanese en Palestijnse kinderen er niet toe?’

0

De Belgische Europarlementariër Marc Botenga van de radicaal-linkse PVDA brak in Brussel een lans voor de slachtoffers van het Israëlische regime in het Midden-Oosten. ‘Waarom doen Iraanse, Libanese en Palestijnse kinderen er niet toe?’

‘Waarom zijn misdaden tegen Iraanse, Libanese en Palestijnse kinderen geen prioriteit voor het Europees Parlement?’, vroeg hij zich retorisch af.

Botenga beantwoordde die vraag daarna meteen: ‘Omdat degenen die verantwoordelijk zijn in Tel Aviv of Washington zitten. Als het om zijn bondgenoten gaat, steunt of tolereert Europa de ergste misdaden en ondermijnt het het internationaal recht.’

De Israëlische en Amerikaanse aanvallen op Iran leiden tot veel burgerslachtoffers. Ondertussen valt Israël ook Libanon aan met zware luchtaanvallen, met vele doden tot gevolg. Het geweld tegen de Palestijnen, op de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever gaat ten slotte onverminderd door.

Is Mark Rutte de perfecte collaborateur?

0

‘Naarmate Nederland vandaag steeds méér ontspoort, oordeel ik milder over eventuele misstappen in het verleden – de fameuze ‘burgemeester in oorlogstijd’ – waarover velen geneigd zijn hard te oordelen, ook velen die thans zelf al behoorlijk ontsporen, en dat in toekomstige echte noodsituaties vast nog veel verder zullen doen.’

Ik citeer niet snel uit eigen werk. Nu kan ik het niet nalaten. Bovenstaande woorden sprak ik op 18 december 2024 uit in mijn nadien ook in druk verschenen Bilderdijklezing in de Bavokerk in Haarlem, in de hoogtijdagen van het kabinet-Schoof. Trump was toen al opnieuw tot president gekozen, maar zat nog niet daadwerkelijk in het Witte Huis.

Daarom nog een tweede citaat, uit dezelfde lezing:

‘Ook nu klampen sommigen zich vast aan de hoop dat het met Trump straks wel meevalt. Dat dachten velen bij de nazi’s ook. Mijn (Duitse) grootvader dacht dat overigens niet. Deze wist al in 1933: deze lui zijn tot alles in staat. Nu wil ik niet beweren dat Trump tot álles in staat is. Maar hij is wel tot zeer veel in staat – en in elk geval in staat tot dat wat hij verkondigt na 20 januari te zullen gaan doen. Tenzij anderen dat weten te beletten. En om dát weer te beletten, heeft Trump zich nu veel meer op zijn machtsovername voorbereid dan acht jaar terug. De gematigde anderen van toen zijn er in zijn omgeving niet meer. Die zijn vervangen door absolute loyalisten die niets anders doen dan leugens en complottheorieën verspreiden.’

Terug naar het heden, nog geen anderhalf jaar later. Mark Rutte was ooit als premier nationaal excuses-specialist voor de Nederlandse collaboratie met de Duitse bezetter, voor al die burgemeesters die in oorlogstijd meebogen om – zoals de standaardverdediging luidde – ‘erger te voorkomen’. Nu, als NAVO-baas, heeft hij zich ontpopt als de ultieme meebuiger, die Trump permanent naar de mond praat.

Stilzwijgend wegkijken als Trump Groenland claimt. Zelensky na de beruchte publieke schoffering in het Witte Huis voorhouden dat ‘we respect moeten hebben voor wat Trump tot nu toe heeft gedaan’. Meermalen verkondigen dat Trump oprecht vrede wil. Geen enkele absurde beschuldiging aan het adres van Europa tegenspreken.

Wat zou in dit licht de Rutte van 2016 vinden van de Rutte van 2026?

En het gaat van kwaad tot erger. Na de weinig vredelievende aanval op Iran Trump prijzen en liegen – een ander woord bestaat er niet voor – dat de Europese bondgenoten daarachter staan. En nu, als toppunt van abjecte hielenlikkerij, de hoop uitspreken dat ‘het Amerikaanse volk hem zal steunen, want hij doet dit om de hele wereld veiliger te maken.’

Dat is als in 1941 Hitler prijzen voor de aanval op Rusland. Dat was een nog veel moorddadiger regime dan dat van de ayatollahs, voor alle duidelijkheid – het aantal vermoorde Iraanse burgers dat vader en zoon Khamenei op hun geweten hebben, bedraagt nog geen procent van het aantal door het regime van Stalin vermoorde Russische burgers.

Dat is niet onderkennen dat het grootste gevaar momenteel niet uitgaat van het perfide Teheran, maar van de ‘bevriende’ Trump, die de hele wereld in brand dreigt te steken om zijn narcistische machtswellust te bevredigen, en samen met twee even gewetenloze krachten de internationale rechtsorde en de nationale rechtsstaat wil opblazen.

Dat zijn enerzijds de techno-miljardairs, die met hun groeiende media-almacht de totalitaire dystopie van Orwells 1984 nastreven, die zelfs voor Hitler en Stalin nog onbereikbaar was. En anderzijds de evangelische zionisten van het slag Pete Hegseth, die met onvoorwaardelijke steun aan Israël een bijbels geïnspireerd Armageddon in het Midden-Oosten willen ontketenen, waarvan Netanyahu nu dankbaar gebruikmaakt om na Palestina ook Libanon te vernietigen.

Om die reden moet je zelfs hopen dat de Amerikaans-Israëlische aanval hopeloos vastloopt, omdat bij succes, en zeker bij te makkelijk succes, net als bij Hitlers makkelijke annexatie van Tsjechoslowakije dan de volgende agressiedaad volgt. De Amerikaanse ambassadeur Mike Huckabee heeft al verkondigd dat Israël recht heeft op nog veel meer.

Wat zou in dit licht de Rutte van 2016 vinden van de Rutte van 2026?

Zeker, Europa bevindt zich vanwege Oekraïne in een heel moeilijke situatie. Maar zulke argumenten golden voor het kleine Nederland van vóór en na 10 mei 1940 ook. En de wegens appeasementgedrag veelgesmade oorlogspremier Dirk Jan de Geer heeft in elk geval nooit de Duitsers opgeroepen om Hitlers aanval op Polen te steunen, omdat de Führer dat zou doen om de hele wereld veiliger te maken.