De discussie tussen het Rijk en gemeenten over de opvang van asielzoekers en de huisvesting van statushouders komt soms voor de rechter. Gisteren behandelde de Raad van State zaken van de gemeenten Den Haag en Zwijndrecht, zo bericht de Volkskrant.
De gemeente Den Haag is het niet eens met een besluit op basis van de spreidingswet. Volgens dat besluit moet de gemeente opvang regelen voor asielzoekers en alleenstaande minderjarige vluchtelingen. De gemeente vindt vooral de opvang van deze minderjarigen moeilijk. Daarvoor zijn kleine opvanglocaties nodig en ook moet onderwijs snel worden geregeld. Het Rijk begrijpt niet goed waarom Den Haag bezwaar maakt tegen de opgelegde aantallen.
De gemeente Zwijndrecht heeft bezwaar tegen een besluit van de provincie Zuid-Holland over de huisvesting van statushouders. De provincie gaf de gemeente een jaar de tijd om een achterstand weg te werken. Anders zou de provincie zelf ingrijpen. Volgens Zwijndrecht hield de provincie te weinig rekening met het plan van de gemeente. De provincie vindt juist dat dit plan te weinig concrete maatregelen bevatte.
Tijdens de zitting bleek dat Zwijndrecht de achterstand inmiddels bijna helemaal heeft weggewerkt. De Raad van State doet later uitspraak in beide zaken.
Nederland mag twee asielzoekers terugsturen naar Italië, ondanks zorgen over de opvangomstandigheden in dat land. Dat heeft de rechtbank Den Haag bepaald. Volgens de rechter zijn er momenteel voldoende opvangplekken beschikbaar en is niet aangetoond dat de twee bij terugkeer een onmenselijke behandeling riskeren.
De twee asielzoekers kwamen via Italië de Europese Unie binnen en reisden vervolgens door naar Nederland, waar zij asiel aanvroegen. De minister van Asiel en Migratie weigerde hun aanvragen in behandeling te nemen, omdat Italië volgens de Europese Asiel- en migratiebeheerverordening (AMBV) verantwoordelijk is voor de behandeling ervan.
De asielzoekers stapten daarop naar de rechter. Volgens hen schiet de opvang in Italië ernstig tekort en lopen zij bij terugkeer het risico op een onmenselijke of vernederende behandeling. Ze wezen daarbij op eerdere rechterlijke uitspraken en rapporten over de gebrekkige opvang. Ook heeft Italië geen opvangplekken gereserveerd voor asielzoekers die vanuit andere EU-landen worden teruggestuurd.
De minister bestrijdt dat er onvoldoende opvang is. De Italiaanse regering heeft in juni 2026 toegezegd zich aan de Europese afspraken te houden en terugkerende asielzoekers op te vangen. Uit recente cijfers zou bovendien blijken dat er geen structureel tekort aan opvangplekken is.
De rechtbank gaat daarin mee. Volgens de rechter blijkt uit cijfers van de Italiaanse overheid en rapporten van Europese instanties dat er momenteel voldoende opvangcapaciteit is. Dat Italië geen aparte plekken reserveert voor teruggestuurde asielzoekers, betekent niet dat zij nergens terechtkunnen.
De rechtbank oordeelt daarom dat de twee asielzoekers onvoldoende hebben aangetoond dat zij bij terugkeer een onmenselijke behandeling riskeren. Nederland mag hen overdragen aan Italië.
Maastricht University heeft een bijeenkomst van de Joodse studentenvereniging IJAR en de pro-Israëlische organisatie StandWithUs op het allerlaatste moment afgelast.
Volgens de universiteit kon de veiligheid niet langer worden gegarandeerd, nadat zowel voor- als tegenstanders van de bijeenkomst zich online hadden gemobiliseerd, aldus de NOS.
Tijdens de bijeenkomst zou universitair docent Eli Sapir spreken over ‘drie jaar na 7 oktober’, verwijzend naar de Hamasaanval van 7 oktober 2023. De universiteit stelt dat verschillende pro-Palestijnse groeperingen hadden aangekondigd de bijeenkomst te willen verhinderen. Ook zou persoonlijke informatie over de docent online zijn verspreid.
Volgens de universiteit volgde daarop een tegenreactie van StandWithUs, dat sympathisanten opriep naar Maastricht te komen. Daardoor ontstond volgens het universiteitsbestuur een ‘te grote onzekerheid over de veiligheid van de bijeenkomst’. De instelling spreekt van ‘een stapeling van risico’s’.
De organisatoren zijn woedend over het besluit. In een verklaring stellen IJAR en StandWithUs dat de universiteit minder dan een uur voor aanvang liet weten dat de bijeenkomst niet kon doorgaan. Volgens hen ‘zwicht’ de universiteit voor intimidatie. ‘De veiligheid en stem van Joodse studenten is blijkbaar afhankelijk van de goedkeuring van politieke extremisten.’
De kwestie staat niet op zichzelf. De afgelopen jaren is de genocide in Gaza regelmatig aanleiding geweest voor spanningen aan de Maastricht University. Zo ontstond eerder ophef over een Palestijnse student uit Gaza. Die student werd aanvankelijk geschorst nadat een video op sociale media door verschillende partijen foutief werd uitgelegd als steun voor de Hamas-aanvallen van 7 oktober 2023. Nader onderzoek door de universiteit en het Openbaar Ministerie wees echter uit dat geen sprake was van strafbare uitingen. De schorsing werd daarop opgeheven, al mag de student zijn studie voorlopig alleen op afstand voortzetten.
Recent deed de universiteit bovendien aangifte tegen dezelfde student, naar aanleiding van sociale media-uitingen van hem richting universitair hoofddocent Amanda Kluveld. Volgens de universiteit gebeurde dit nadat de docent melding had gemaakt van uitingen die zij als bedreigend ervoer. De onderwijsinstelling benadrukte dat het doen van aangifte een standaardprocedure is na een dergelijke melding. Kluveld spreekt zich op social media pro-Israëlisch uit en schuift ook aan bij de christelijk-zionistische organisatie Christenen voor Israël.
Op de berichtgeving van de NOS is de nodige kritiek. ‘De afgelaste bijeenkomst waarvan jullie nieuwsbericht rept was er een met een extreemrechtse groep die voor het Israëlische regime van apartheid en genocide pleit. Het was dus geen ‘Joodse bijeenkomst”, schrijft schrijver en stadsgids Ita Bar. ‘Da’s geen detail. Begrijpen jullie eigenlijk waarom deze framing getuigt van minachting voor de rechten van de Palestijnen? En waarom deze framing gevaarlijk is voor de joodse gemeenschappen in Nederland? Waarom kortom dit soort journalistiek maatschappelijke schade berokkent?’
Dit jaar werd burgemeester Mark Boumans van de gemeente Doetinchem nog gekozen tot ‘Beste lokale bestuurder van 2025’. En nu heeft hij besloten om zijn mooie zilveren ambtsketen aan de plaatselijke wilgen te hangen.
Dat gebeurt niet zomaar. ‘Tientallen burgemeesters hebben het echt zwaar en maken zich grote zorgen over de toekomst van ons land. Je staat echt midden in het brandpunt van de samenleving. Dat was twintig jaar geleden wel anders’, aldus de afzwaaiende burgervader uit de Gelderse Achterhoek. Tijdens zijn ambtsperiode kreeg hij te maken met ernstige bedreigingen. Op een zeker moment moest het gezin zelfs onderduiken. Hij was namelijk een belangrijk gezicht in het asieldebat en drong regelmatig aan op de handhaving van de spreidingswet. Dat bracht hem als uitvoerder van de wet in conflict met Geert Wilders en zijn asielminister Faber. Ook deinsde de burgemeester er niet voor terug om vanuit zijn bestuurlijke verantwoordelijkheden kritiek te uiten op zijn eigen partij, de VVD.
Bij het afscheid liet zijn zoon zich ontvallen: ‘Wat fijn dat vader ermee stopt. Eindelijk van dat gezeur op school af.’
En zo verliest ons land opnieuw een van zijn goede bestuurders.
Zijn collega uit Alkmaar, burgemeester Anja Schouten, kondigde recentelijk aan dat bij de voetbalwedstrijd in het Alkmaarse stadion tussen AZ en het Israëlische Hapoël Beër Sheva de uitsupporters niet welkom zijn. Deze wedstrijd kan niet anders dan als een risicovol gebeuren worden beschouwd. Deze groep Israëlische supporters heeft in haar midden een behoorlijk hooligangehalte. En dit, samen met de geopolitieke context van deze tijd, vraagt om krasse maatregelen. Het trauma van de Maccabi-nacht is nog lang niet verdwenen. Dat voetbaldrama ligt iedere voetballiefhebber en bestuurder in ons land nog vers in het geheugen.
Burgemeester Schouten heeft dit besluit natuurlijk niet zomaar genomen. Met de informatie die vanuit de UEFA tot haar kwam, is zij als voorzitter van het gebruikelijke driehoeksoverleg, bestaande uit de burgemeester, de korpschef van politie en het Openbaar Ministerie, tot deze ingrijpende maar zo noodzakelijke conclusie gekomen.
‘Ik vraag me vaak af hoelang de stadsbestuurder het nog vol blijft houden om keer op keer als de kop van Jut te fungeren’
Ook hier heeft de Alkmaarse burgermoeder nu zichtbaar ervoor gekozen om onze rechtsstaat zo zorgvuldig mogelijk zijn werk te laten doen. Ook als dat degenen die het er niet mee eens zijn, pijn doet.
En die pijn wordt op een heel onwaardige, of laat ik maar meteen zeggen kwaadaardige, manier naar buiten gebracht. Een spotprent komt langs onder de titel ‘De burgemeester van Alkmaar’, met een verwijzing naar nazi-Duitsland in 1939: ‘Joden niet gewenst’, met daarnaast de verwijzing naar Alkmaar in 2026: ‘Joden niet gewenst’.
Gelukkig heb ik geen berichtje gezien dat deze bestuurder in Alkmaar er ook de brui aan geeft en ik hoop ook echt dat ze dat niet zal doen. Maar ook deze keer dacht ik: ‘Waarom zou iemand zo’n baan nog ambiëren, wanneer je zoveel vuil over je heen gestort krijgt?’ Terwijl je toch probeert naar eer en geweten jouw primaire taak als behoeder van onze zo kostbare rechtsstaat te vervullen! Waarschijnlijk het kostbaarste wat onze bestuurders ons burgers te bieden hebben in hun taak om het voor ons allemaal veilig te houden.
Opnieuw krijgt burgemeester Halsema het te verduren. Op de Dam in de hoofdstad slaagt zij er niet in een pro-Hamasdemonstratie, getooid met vlag en al, te ontbinden. Zij heeft daar op dat moment gewoon de wettelijke middelen niet voor. Ook haar onmacht wordt duidelijk na intensief overleg met haar driehoek, maar pek en veren zijn haar beloning. Niet alleen vanaf de straat, maar ook vanaf die plek waar juist de wetgeving die een bestuurder nodig heeft om te kunnen handhaven, gemaakt zou moeten worden, maar die tot nu toe in gebreke blijft. Ook haar eigen minister van Justitie, de wetgever zelf, laat haar publiekelijk vallen.
Ik vraag me, wanneer deze zaken langskomen, vaak af hoelang de stadsbestuurder het nog vol blijft houden om keer op keer als de kop van Jut te fungeren. Op een stoel waarop je het kennelijk nooit goed kunt doen.
Enkele dagen later zie ik dan wel diezelfde Amsterdamse burgemeester in een andere rol. Gezeten tussen de hoofdofficier van justitie en de korpschef van politie. Mevrouw Halsema mag de pers verslag doen van de laatste ontwikkelingen rond de afschuwelijke moord op de negenentwintigjarige Hajar in de hoofdstad. Vanwege haar taak als burgemeester heeft zij natuurlijk kennis moeten nemen van de gruwelijke details van dit drama. Zij zal ongetwijfeld de stappen hebben genomen om als moeder van de stad dicht bij de familie van deze jonge vrouw te zijn. En daar zit ze nu dan achter de microfoon om ons allemaal mee te nemen in het verhaal.
Even vergeet ik ‘de kop van Jut’. Nu weer zie ik het ‘boegbeeld’ van de stad.
De gedachte die dan bij mij opkomt, is niet anders dan: ‘Mensen, laten we toch vooral zuinig zijn op onze Mark Boumans, Anja Schouten, Femke Halsema en al die andere bestuurders die er ondanks veel tegenslagen voor kiezen om onze rechtsstaat in stand te houden. We hebben deze mensen in deze tijd keihard nodig.’
Komende zondag trekt de Rode Lijn-demonstratie opnieuw door Amsterdam. Terwijl de organisatoren aandacht vragen voor de genocide in Gaza richten rechtse criticasters hun pijlen op enkele Palestijnse sprekers, die extremistisch zouden zijn. Dat is een goedkope afleidingsmanoeuvre, zegt Edwin van ’t Pad van The Rights Forum.
In Amsterdam vindt zondag 8 november opnieuw de Rode Lijn-demonstratie plaats. De manifestatie wordt georganiseerd door onder meer Amnesty International, de BDS-beweging (Boycot, Desinvesteren en Sancties), Oxfam Novib, PAX, Save the Children en The Rights Forum. De organisatoren willen met het protest aandacht vragen voor de oorlog in Gaza, de humanitaire situatie van de Palestijnse bevolking en voor wat zij zien als de medeplichtigheid van overheden en financiële instellingen aan het conflict.
In een persverklaring omschrijven de organisatoren de demonstratie als een ‘vreedzame oproep om een einde te maken aan het geweld en de humanitaire crisis in Gaza’ en om de Nederlandse regering en financiële instellingen ertoe te bewegen hun betrokkenheid bij de oorlog te beëindigen.
Rechtse media hebben de demonstratie echter al onder vuur genomen voordat het event is begonnen. De Telegraaf, EW Magazine en oud-journalist Carel Brendel hebben felle kritiek op enkele Palestijnse sprekers. Allereerst is dat Omar Barghouti, medeoprichter van de BDS-beweging. Rechtse criticasters stellen dat deze beweging streeft naar vergaande internationale isolatie van Israël en dat Barghouti zich in het verleden positief heeft uitgelaten over het gewapend Palestijns verzet tegen de Israëlische bezetting. BDS heeft volgens EW Magazine banden met het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), een groep die door meerdere westerse landen als terroristische organisatie wordt aangemerkt.
Ook de aanwezigheid van Medhat Alamawi van de Palestijnse Gemeenschap Nederland (PGNL) leidt tot discussie. Hij is ook betrokken bij Utrecht4Palestine, een Pro-Palestijnse actiegroep in Utrecht die van radicalisme wordt beschuldigd en in 2025 een vergadering van de gemeenteraad zou hebben verstoord. Utrecht4Palestine en New Neighbours Utrecht geven echter een andere lezing van de gebeurtenissen. Meerdere mensen riepen leuzen, maar slechts één persoon betrad de vloer van de raadszaal en bleef daar schreeuwen. Beide organisaties hekelen de ‘ophefdwang’ van de media, die desinformatie hebben verspreid. Alamawi snapte de chaos die ontstond na het verwerpen van een anti-Israëlmotie, zo vertelde hij aan de NOS. ‘Het gaat niet om de uitbreiding van een dierentuin, het gaat om het stoppen van een genocide.’
Ten slotte stellen rechtse criticasters dat het feit dat de BDS-beweging een van de organisatoren van de demonstratie is ruimte zou kunnen bieden aan radicalere geluiden en anti-Israëlsentimenten.
Aandacht moet naar Gaza
Volgens Edwin van ’t Pad, woordvoerder van The Rights Forum, zijn de aanvallen op De Rode Lijn-demonstratie echter voorspelbaar. ‘Al hadden we de paus op het podium gezet, dan had rechts ons antisemitisme en Hamas-sympathieën verweten’, zegt hij sarcastisch. Volgens Van ’t Pad proberen rechtse, zionistische tegenstanders de pro-Palestijnse beweging structureel in diskrediet te brengen. ‘Ze proberen ons altijd onderuit te halen en met antisemitisme en extremisme in verband te brengen.’
De organisatie van De Rode Lijn is tevreden met de aangekondigde sprekers en vindt het belangrijk dat Palestijnen zelf een stem krijgen tijdens de manifestatie. Van ’t Pad benadrukt dat de discussie over individuele sprekers afleidt van de situatie in Gaza. ‘Er is nog steeds sprake van genocide. Er is geen staakt-het-vuren. Iedere dag worden Palestijnen vermoord en er dreigt opnieuw een hongersnood. Dat is waar de aandacht naar uit zou moeten gaan.’
‘Er dreigt opnieuw een hongersnood’
Het beleid van het kabinet-Jetten stemt hem kritisch. Volgens Van ’t Pad is er ondanks andere politieke verhoudingen weinig veranderd ten opzichte van het kabinet-Schoof, waarin ook de PVV zitting had. The Rights Forum vroeg het ministerie van Buitenlandse Zaken onlangs welke stappen Nederland nu neemt om een genocide te voorkomen. ‘In hun antwoord verwezen ze naar beleids- en Kamerstukken uit de tijd van kabinet-Schoof. Jetten klinkt misschien aardiger, maar inhoudelijk is er niets veranderd.’
Van ’t Pad wijst daarbij op het volgens hem uitblijven van strengere maatregelen tegen Israël, de wapenhandel met Israël waar ook dit kabinet geen einde heeft gemaakt en het totaal ontbreken van diplomatieke druk op Israël om de genocide in Gaza en de apartheid op de Westelijke Jordaanoever te stoppen. ‘We hebben nog steeds veel redenen om zondag 8 november de straat op te gaan. Want aan het Nederlandse buitenlandse beleid is niets wezenlijks veranderd.’
Na een lange strijd hebben de alevieten in de Griekse regio West-Thracië eindelijk erkenning gekregen. Maar door de zwakke economie trekken veel jongeren weg, ziet journalist Lydia Markidis.
Het gebied waar Griekenland grenst aan Bulgarije en Turkije is vooral bekend om één ding: de vluchtelingencrisis. Voor duizenden mensen is het de eerste, en vaak gevaarlijkste, stap de EU in, berucht om illegale pushbacks en mensensmokkel. Maar dit gebied, West-Thracië, is meer dan alleen een grenscrisis: al eeuwenlang wonen er meerdere religieuze groepen naast elkaar. Niet alleen christenen, maar ook soennitische moslims en bektashi-alevieten. Deze laatste groep, die uit grofweg 3.500 mensen bestaat, is na een lange emancipatiestrijd onlangs officieel erkend door de Griekse overheid.
In Megalo Dereio, een van de tien Griekse grensdorpjes waar de alevieten wonen, noemt een plaatselijke schooldirecteur de erkenning van zijn gemeenschap zonder enige aarzeling ‘vrijheid’. Maar het is de vraag of deze erkenning niet te laat komt.
‘Wie zichzelf kent, kent de Schepper’
Tot voor kort werden de alevieten gerekend tot de soennitische minderheid van Griekenland, zo’n 100.000 mensen van Turkse, Roma- en Pomak-afkomst, afstammelingen van Bulgaren die tijdens de Ottomaanse overheersing van het christendom naar de islam overgingen. Het alevisme verschilt echter van de soennitische islam. Tijdens alevitische ceremonies bidden mannen en vrouwen samen en drinken ze wijn. De schooldirecteur vertelt dat zijn gemeenschap geen wetboeken of religieuze rechters kent. Conflicten worden voorgelegd aan de hele gemeenschap. De zwaarste straf is sociale uitsluiting.
Ayse Kara, een aleviet uit het dorpje Roussa die enkele jaren geleden formeel werd ingewijd, beschrijft haar geloof als een mystieke traditie van zelfkennis. ‘Wie zichzelf kent, kent de Schepper, omdat in ieder mens een deel van God aanwezig is. En als je je goed gedraagt, kom je dichter bij God’, zegt ze.
Ayse als jong meisje (midden) met haar familie
In het dorpje van de schooldirecteur staan een moskee, een tekke, een alevitisch heiligdom, en een kerk zij aan zij. Zelf noemt hij zich geen Turk en ook geen Griek, maar in de eerste plaats Thraciër. Hij behoort tot een gemeenschap waarvan de geloofstraditie al eeuwenlang met Thracië verbonden is, nog voordat er allerlei categorieën op de bewoners werden geplakt. De alevieten spreken niet alleen Turks en Grieks, maar ook Pomaaks, een Slavische taal uit het Rhodope-gebergte.
Voor Ayse is het collectieve bewustzijn binnen haar gemeenschap belangrijk. Sinds ze de officiële geloofseed, ikrar, heeft afgelegd, heeft ze zichzelf beter leren kennen, en daarmee ook anderen. Volgens haar is dat terug te zien in de gemeenschap: mensen bekommeren zich om elkaar.
Het alevisme, dat zijn oorsprong heeft in Anatolië, werd rond 1400 geïntroduceerd in wat nu Griekenland is. De Ottomaanse sultan Bayezid I kende toen de gronden rondom het dorpje Roussa in Thracië toe aan de derwisj Seyyid Ali Sultan, bijgenaamd Kizil Deli – de Rode Dwaas. Zijn tekke met zijn graf staat er nog en geldt als het belangrijkste alevitische heiligdom van de Balkan.
Minderheid binnen een minderheid
Hoewel de tekkes aanvankelijk dienden als Ottomaanse grensposten, werden ze gesloten in de 19e eeuw, naarmate de soennitische islam strikter werd gehandhaafd. In 1826 werd de Seyyid Ali Sultan Tekke in Roussa gedwongen gesloten en ging de gemeenschap ondergronds.
In 1923, toen Thracië onderdeel werd van Griekenland, werden de alevieten opnieuw onderdrukt. Het Verdrag van Lausanne uit dat jaar regelde de gedwongen bevolkingsuitwisseling tussen Griekenland en Turkije. Moslims uit Griekenland moesten naar Turkije vertrekken en orthodoxe christenen uit Turkije naar Griekenland. Voor de moslims in West-Thracië gold een uitzondering. Daardoor mochten ook de alevieten blijven. De Griekse staat was gebouwd op het idee dat Grieks-zijn onlosmakelijk verbonden is met het orthodox-christelijke geloof en had geen categorie voor deze heterodoxe groep. Zo bleven ze onderdeel van de soennitische moslimminderheid en werden de alevieten een minderheid binnen een minderheid.
Alevitische geloofsafbeeldingen in een gebedshuis in het dorp Mega Dereio. Beeld: Lydia Markidis
Die achtergestelde positie kreeg in 1936 een nieuwe dimensie. De Griekse staat stelde toen een militaire veiligheidszone in langs de noordgrens, inclusief de dorpen waar de alevieten wonen. Bewoners hadden een vergunning nodig om buiten hun gebied te reizen en hadden geen recht op eigendom. Ook het belijden van hun geloof werd daardoor moeilijker. Volgens Ayse was er niet altijd een geestelijk leider, dede, aanwezig in elk dorp. ‘We nodigden hen uit naar het dorp waar de ceremonie zou plaatsvinden. Omdat ze dezelfde avond niet meer naar huis konden terugkeren, brachten we hen daar onder. De verplaatsing van dorp naar dorp gebeurde meestal te voet, of met paarden en ezels’, vertelt ze.
Die isolatie had ook een onverwacht voordeel. Elders in Griekenland werden Ottomaanse moskeeën gesloopt, minaretten verwijderd en begraafplaatsen omgeploegd, maar in de alevitische dorpen bleven de heiligdommen intact.
De weg naar erkenning
Onder druk van Europese instellingen werd in 1996 de militaire zone opgeheven. Na de eeuwwisseling begon de alevitische gemeenschap zich te organiseren. In 2014 kwam er een wet die religieuze stromingen in Griekenland algemene erkenning bood. Een jaar later richtte de schooldirecteur een culturele vereniging op, die samenwerkt met alevitische organisaties in Europa om een eigen schoolcurriculum op te bouwen, met het alevisme als uitgangspunt.
In 2019 kreeg de cemevi, het gebedshuis, een exploitatievergunning. Dat was de eerste officieel erkende alevitische gebedsruimte in Griekenland. De emancipatie bereikte een hoogtepunt toen in 2025 niet alleen de Seyyid Ali Sultan-tekke in Roussa werd erkend door de overheid, maar ook het bektashi-alevisme als aparte geloofstraditie. Daardoor kregen de dedes de bevoegdheid om huwelijken te voltrekken en begrafenissen te leiden volgens de alevitische traditie. Voorheen verliepen deze rituelen volgens de soennitische traditie.
Het graf van derwisj Seyyed Ali in zijn tekke in Roussa. Beeld: Lydia Markidis
Voor de alevieten is deze snelle emancipatie nauwelijks te geloven, zegt Ayse. ‘Onze grootouders waren een generatie die nooit een school van binnen heeft gezien en die oorlogen en veel ontberingen heeft meegemaakt. Onze ouders hebben alleen de basisschool gevolgd en groeiden geïsoleerd op. Situaties en rechten die ons [de jongere generatie] volstrekt normaal lijken, zien onze ouders niet op dezelfde manier. Zij dragen nog steeds het trauma met zich mee van een minderheid binnen een minderheid te zijn.’
In 2025 sprak Ayse het Griekse parlement toe. ‘Dat een lid van de bektashi-alevitische gemeenschap van Thracië, en dan ook nog een vrouw, het hoogste staatsorgaan bereikte en daar het woord voerde, was een zeer ontroerend moment voor mij en voor mijn hele gemeenschap.’
‘We leefden in de schaduw van de soennitische islam’
Pro-Turkse kringen binnen de soennitische moslimminderheid proberen nog altijd de alevitische minderheid onder te brengen binnen een Turks-soennitisch kader. Na de erkenningswet verschenen in verschillende pro-Turkse lokale media verwijten dat de alevieten ‘opeens zo’n eis stelden’, terwijl ze ‘prima met ons samenleefden’. Ayse vindt dat dit geen recht doet aan de ervaringen van de alevieten: ‘Dat we tot nu toe geen mond opendeden, betekent niet dat we niet bestonden. Het betekent niet dat we alles accepteerden. We leefden in de schaduw van de soennitische islam en spraken niet.’
Niet alle soennieten denken er zo over. Sommigen, en ook plaatselijke christenen, zoeken de alevieten juist op om contact te leggen. ‘Vooral de nieuwe generatie is heel anders. Zij is klaar om alle vooroordelen te doorbreken. En dat is heel hoopgevend’, vindt Ayse.
Waarom nu?
Maar waarom komt de erkenning pas nu? Critici zien er een geopolitieke zet van Athene tegen Turkije in. Turkije claimt de moslimminderheid in West-Thracië immers al decennia als een homogeen verlengstuk van de Turkse staat en gebruikt dit als politiek middel in de gespannen relatie met Griekenland, onder andere vanwege de territoriale geschillen in de Egeïsche Zee. Door de alevieten te erkennen als aparte religieuze gemeenschap ondermijnt Griekenland de Turkse claim: een verdeelde minderheid is moeilijker te claimen.
Ayse wuift die kritiek weg. ‘Niemand bood ons de erkenning op een presenteerblaadje aan’, zegt ze. ‘Wij vroegen erom, we vochten ervoor en we bereikten ons doel.’
‘Op een dag keren we weer terug naar de tekke‘
Of de erkenning om de juiste redenen is verleend, is voor de alevieten zelf wellicht niet relevant. Geopolitiek kan verklaren waarom Athene nu bereid was te luisteren, maar de gemeenschap kreeg de erkenning pas nadat ze er jarenlang om had gestreden. Wat die erkenning uiteindelijk oplevert, is een andere vraag.
Thracië kampt al decennia met demografische en economische problemen, mede door de langdurige militaire zone van de vorige eeuw. Inmiddels is het een van de dunstbevolkte en economisch zwakste regio’s van Griekenland. Jongeren vertrekken massaal naar de steden of naar het buitenland en laten hun dorpsgewoonten achter.
‘Mijn kinderen wonen in de stad en zijn niet echt geïnteresseerd in hun geloof’, vertelt de schooldirecteur. ‘Juist daarom is een speciaal alevitisch onderwijscurriculum voor de jeugd zo belangrijk.’
Ayse vertelt dat de eerste hoogopgeleiden uit haar gemeenschap pas in haar generatie kwamen. Daardoor zijn er nog maar weinig mensen die de gemeenschap kunnen vertegenwoordigen bij de staat en internationale organisaties. ‘Mensen moeten een waardig leven kunnen leiden zonder hun dorpen te hoeven verlaten’, stelt ze.
Maar ook zij verliet haar dorp en vertrok naar Thessaloniki. Ze beseft dat de moderne wereld andere verwachtingen met zich meebrengt. ‘Neem mezelf: in tegenstelling tot wat gebruikelijk is, legde ik pas op mijn 42e de geloofseed af. Toen werd mijn verlangen om verbinding met mijn wortels nog groter. Daarom geloof ik dat er altijd hoop is. Waar we ook naartoe gaan, op een dag keren we weer terug naar de tekke.’
De Verenigde Naties beëindigen hun vredesmissie in de Westelijke Sahara, nadat de Veiligheidsraad het niet eens kon worden over een verlenging van het mandaat. Daarmee komt een einde aan 35 jaar VN-aanwezigheid in het betwiste gebied. Voor de Sahrawi’s, die al decennialang strijden voor onafhankelijkheid, is het besluit een nieuwe tegenslag.
De VN-missie Minurso begon in 1991, nadat Marokko en het Polisario Front een staakt-het-vuren waren overeengekomen. De missie moest toezien op de naleving daarvan en een referendum organiseren waarin de bevolking van de Westelijke Sahara zich zou kunnen uitspreken over onafhankelijkheid of aansluiting bij Marokko. Dat referendum is er nooit gekomen.
Op 30 oktober liep de discussie over verlenging van het mandaat in de Veiligheidsraad vast. Een door de Verenigde Staten ingediende resolutie kreeg elf stemmen voor, maar werd door Rusland met een veto geblokkeerd. Een alternatief voorstel van Rusland om de missie met een jaar te verlengen, kreeg vervolgens onvoldoende steun. Op 31 oktober liep het mandaat af. De VN is inmiddels begonnen met het afbouwen van de missie.
De Amerikaanse resolutie was gebaseerd op het Marokkaanse autonomieplan uit 2007. Dat plan voorziet in zelfbestuur voor de Westelijke Sahara, maar wel onder Marokkaanse soevereiniteit. De Veiligheidsraad had dit plan in 2025 al omschreven als de meest haalbare basis voor een oplossing van het conflict. Het Polisario Front verzette zich tegen de Amerikaanse koers, omdat daarmee volgens de onafhankelijkheidsbeweging de uitkomst van het vredesproces te veel in de richting van Marokko werd gestuurd.
Onafhankelijkheidsstrijd verder uit beeld
Voor de Sahrawi’s, de oorspronkelijke bevolking van de Westelijke Sahara, betekent het einde van de missie dat een belangrijke internationale aanwezigheid verdwijnt. Het Polisario Front, dat streeft naar een onafhankelijke Sahrawi-staat, reageerde bezorgd op de impasse in de Veiligheidsraad. De beweging beschouwt zichzelf als de legitieme vertegenwoordiger van het Sahrawi-volk en houdt vast aan het recht op zelfbeschikking.
Veel Sahrawi’s leven al tientallen jaren in vluchtelingenkampen rond de Algerijnse stad Tindouf. Zij vluchtten voor het conflict dat in 1975 uitbrak, toen Spanje zich als voormalige koloniale machthebber uit het gebied terugtrok en Marokko en Mauritanië delen van de Westelijke Sahara innamen. Mauritanië trok zich later terug, maar Marokko bleef het grootste deel van het gebied controleren. Het Polisario Front voerde jarenlang een gewapende strijd tegen Marokko.
Hoewel de Sahrawi-vluchtelingen nog altijd hopen dat zij ooit naar hun geboorteland kunnen terugkeren, leidt deze laatste ontwikkeling tot grote onzekerheid over hun toekomst. Volgens het Wereldvoedselprogramma is meer dan tachtig procent van de bewoners van de vluchtelingenkampen afhankelijk van humanitaire hulp om in hun basisbehoeften te voorzien. De omstandigheden zijn zwaar, onder meer door waterschaarste en het klimaat.
VN blijft politiek betrokken
Hoewel de vredesmissie stopt, trekt de VN zich niet volledig terug uit het conflict. Secretaris-generaal António Guterres benadrukt dat het einde van Minurso niets verandert aan het onvervreemdbare recht van de bevolking van de Westelijke Sahara op zelfbeschikking. Zijn persoonlijke gezant, Staffan de Mistura, blijft betrokken bij diplomatieke inspanningen om tot een politieke oplossing te komen.
Guterres waarschuwt tegelijkertijd voor het risico op verdere escalatie van het conflict. Sinds 2020 zijn de vijandelijkheden tussen Marokko en het Polisario Front weer opgelaaid, nadat het staakt-het-vuren uit 1991 was vastgelopen. De secretaris-generaal roept alle betrokken partijen op terughoudendheid te betrachten en verdere spanningen te voorkomen.
Turkije heeft ook een kandidaat naar voor geschoven voor de positie van secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Feridun Sinirlioglu moet het opnemen tegen de Argentijn Rafael Grossi en Lana Nusseibeh uit de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), zo meldt de nieuwssite Turkish Minute.
De tweede ambtstermijn van de huidige VN-chef, de Portugees António Guterres, loopt dit jaar af. Hij bekleedt de functie sinds 2017.
Volgens een informele peiling van het internationale persbureau Reuters is Rebeca Grynspan uit Costa Rica de grootste kanshebber, met 11 stemmen vóór en 4 tegen. Daarnaast maken Rafael Grossi (9 stemmen vóór), Carolyn Rodrigues Birkett uit Guyana (8 stemmen vóór) en Lana Nusseibeh (7 stemmen vóór, 6 tegen en 2 onthoudingen) een goede kans om de nieuwe VN-chef te worden.
Turkije heeft zich in de strijd gemengd met Feridun Sinirlioglu, die momenteel de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) leidt. Er wordt volop gespeculeerd over de Turkse kandidatuur. Kenneth Roth, voormalig directeur van Human Rights Watch, meent dat Turkije hiermee de kandidaat van de Verenigde Arabische Emiraten wil dwarsbomen. Hij koppelt dit onder andere aan de burgeroorlog in Soedan. De VAE steunen naar verluidt de Rapid Support Forces (RSF), een rebellenbeweging die veel burgerslachtoffers maakt. Turkije steunt de wettige regering van Soedan. ‘De diplomaat van de Verenigde Arabische Emiraten is een leidende apologeet geweest voor de militaire steun van de VAE aan genocide in Soedan’, zegt Roth hierover.
Ook Recep Tayyip Erdogan heeft zich inmiddels uitgelaten over de Turkse kandidaat. ‘Hiermee willen we een bijdrage leveren aan een effectief multilateraal systeem op een moment dat geopolitieke verdelingen steeds dieper worden en het vertrouwen tussen volkeren afneemt’, zei de Turkse president.
Feridun Sinirlioglu is een ervaren Turkse diplomaat die een lange staat van dienst heeft binnen het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken, waaronder als minister. Hij staat bekend als een pragmatisch en invloedrijk figuur in de internationale diplomatie.
JA21, een afsplitsing van het extreemrechtse en racistische Forum voor Democratie (FvD), onderhoudt banden met extreemrechtse organisaties in Europa, schrijft Vrij Nederland. Een domper voor de partij, die de afgelopen jaren hard haar best heeft gedaan om zich als een gematigde, salonfähige variant van het populisme te presenteren.
Naar buiten toe presenteert JA21 zich als een ‘gezond’ en ‘fatsoenlijk’ alternatief voor Forum voor Democratie. Maar op Europees niveau trekken de partij en haar jongerentak op met extreemrechtse organisaties. Echt eerlijk tegenover de kiezer is dat niet’, schrijft Vrij Nederland. Het linkse maandblad baseert zijn bevindingen op een onderzoek naar de activiteiten en contacten van de jongerentak van JA21, JONG21.
De jongeren zouden de afgelopen maanden contacten hebben onderhouden met organisatoren en deelnemers van extreemrechtse evenementen van de Europese fractie European Conservatives and Reformists (ECR). Daarbij waren ook extreemrechtse organisaties en politici betrokken, die bijvoorbeeld aanhangers zijn van de racistische omvolkingstheorie.
Hoofdredacteur Sander Heijne grijpt het onderzoeksartikel om kritiek te uiten op de onderhandelingen van coalitiepartijen D66, VVD en CDA met JA21, om voor hun voorstellen en plannen een meerderheid te krijgen in de Tweede Kamer.
‘De vraag is of de coalitie dit ook zo ziet, nu zij voor de keuze wordt gesteld tussen een progressief blok van Volt Nederland en Progressief Nederland, of het monsterverbond van JA21, de BBB en de SGP’, schrijft Heijne op LinkedIn.
JA21 is in 2021 opgericht door Joost Eerdmans en Annabel Nanninga. Beide poltici staan negatief tegenover de multiculturele samenleving. Zo sprak Nanninga in een column voor de rechtse opiniewebsite GeenStijl bijvoorbeeld over ‘dobbern*g*rs’, waarmee ze zwarte vluchtelingen bedoelde die via de Middellandse Zee Europa proberen te bereiken. Ook heeft ze zich veelvuldig negatief uitgelaten over de islam en moslims.
Eerdmans is evenmin postief over de multiculturele samenleving. In 2017 organiseerde hij met Leefbaar Rotterdam zelfs een evenement waarbij Turkse Nederlanders openlijk als een ‘vijfde colonne’ werden neergezet. Onder de gastsprekers bevonden zich de controversiële islamcriticasters Ebru Umar en Wierd Duk.
Ik weet niet hoe het met u zit, maar op 8 november aanstaande trek ik mijn rode jas aan, doe ik mijn rode sjaal om en vertrek ik richting het Museumplein in Amsterdam om mee te lopen in De Rode Lijn Voorbij. Waarom (weer) demonstreren?
Omdat onze regering ruim drie jaar na de afschuwelijke aanval van Hamas en de daaropvolgende genocide op Palestijnse burgers nog steeds veel te weinig doet om het Israëlische geweld in Gaza te stoppen.
Omdat de situatie van de Palestijnse bevolking in Gaza en in de bezette gebieden al veel langer uiterst schrijnend is. Verschillende lokale en internationale mensenrechtenorganisaties luiden hierover al jaren tevergeefs de noodklok. Zo noemde de Israëlische organisatie B’Tselem Israël al in 2021 een apartheidsstaat.
Omdat ik me schaam voor de terughoudendheid van de Nederlandse regering om zich uit te spreken en ik het belangrijk vind om een stevig signaal af te geven. Hoe meer mensen van zich laten horen, hoe moeilijker het wordt om dat tegengeluid naast zich neer te leggen.
Omdat ik teleurgesteld ben in premier Rob Jetten, die vlak voor de verkiezingen zelf meeliep in de Rode Lijn, maar nu bar weinig daadkracht laat zien. Om over andere leden van zijn kabinet nog maar te zwijgen.
Omdat Nederland ruimhartig studenten, gewonden en andere Palestijnse vluchtelingen zou moeten opvangen, in plaats van de deuren angstvallig dicht te houden en zelfs studenten met een geldig uitreisvisum weigeren te helpen. Om je rot te schamen.
Omdat het internationale recht het verdient om beschermd te worden. Internationale gerechtshoven die in ons land gevestigd zijn, nota bene op loopafstand van het Catshuis en ons parlement, deden niet voor niets verregaande uitspraken. Die uitspraken moeten worden opgevolgd. Artikel 90 van onze Grondwet luidt niet voor niets: ‘De regering bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde.’
Hoe meer mensen van zich laten horen, hoe moeilijker het wordt om dat tegengeluid naast zich neer te leggen
Omdat we nooit met twee maten mogen meten als het om internationaal en humanitair oorlogsrecht gaat.
Omdat sinds 7 oktober 2023 al bijna 300 journalisten werden gedood en nog eens honderden gewond raakten door Israëlische aanvallen. Bovendien worden kritische journalisten monddood gemaakt en is er sprake van een propagandaoorlog, met eenzijdige berichtgeving tot gevolg, zo bleek ook uit het recente rapport van speciaal rapporteur Albanese, De waarheid onder het puin.
Omdat tijdens de Gaza-oorlog minstens 20.000 kinderen werden vermoord en ook na het afgekondigde staakt-het-vuren bijna dagelijks nog kinderen werden gedood. Volgens Unicef raakten 60.000 kinderen één of beide ouders kwijt en zijn 800.000 kinderen ontheemd. (Voor meer informatie over de impact van de genocide op kinderen, lees het recent gepubliceerde Unicef-rapport Hope amid the Pain: Palestinian children in the Gaza Strip one year after the ceasefire.)
Omdat vrouwen, zoals zo vaak in oorlogen, ook hier extra hard geraakt worden. Vrouwen zijn nog steeds onveilig en worden niet alleen bedreigd door militair geweld, maar ook door seksueel en fysiek geweld, armoede en het ontbreken van medische voorzieningen.
Omdat het Israëlische geweld niet alleen in de Gazastrook, maar ook op de Westelijke Jordaanoever blijft doorgaan.
Omdat Nederland nog steeds wapens importeert uit Israël en nog steeds, via omwegen, onderdelen levert aan Israël.
Omdat het EU-associatieverdrag met Israël nog steeds niet is opgeschort.
Omdat Nederland nog steeds een van de grootste buitenlandse investeerders in Israël is, maar we die positie niet gebruiken om een einde aan het geweld af te dwingen.
Omdat steeds meer experts erkennen dat er wel degelijk sprake is van een genocide, ook experts die eerder terughoudend waren of zelfs weigerden dat beladen woord te gebruiken.
Omdat inmiddels ook Israëlische oud-militairen en reservisten zich kritisch hebben uitgelaten over onder meer het hoge aantal burgerslachtoffers, het gebruik van AI en het gebrek aan moreel besef.
Omdat De Rode Lijn Voorbij een vreedzame demonstratie is die wordt georganiseerd door een brede coalitie van maatschappelijke organisaties, waaronder Palestijnse en Joodse organisaties.
Omdat ik me machteloos voel en mezelf erop betrap soms berichten over Gaza of de bezette Westelijke Jordaanoever te vermijden, omdat het gewoon te pijnlijk en frustrerend is.
Omdat ik verdrietig ben dat er nog steeds mensen zijn die beweren dat je uitspreken tegen de genocide in Gaza automatisch betekent dat je antisemitisch bent.
Omdat er nog steeds mensen zijn die doen alsof demonstreren tegen genocide het probleem is en niet de genocide zelf.
Omdat ik, als ik een genocide zou meemaken, ook zou willen dat de hele wereld de straat opging.
Omdat ‘nooit meer’ nu is.
Omdat wegkijken geen optie is.
Omdat niks doen sowieso niks verandert.
Omdat, als we nu geen rode lijn trekken, wanneer dan wel?
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.