-1.5 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 2

Illegale vuilstort Bonaire blijft risico vormen, Tweede Kamer wil maatregelen

0

De aanhoudende milieuschandalen rond de vuilstort bij Lagun op Bonaire leiden tot toenemende druk op het demissionaire kabinet-Schoof om in te grijpen, zo schrijft de Volkskrant.

Duizenden inwoners op Bonaire worden al jaren blootgesteld aan giftige rook en schadelijke stoffen afkomstig van de illegale stortplaats, die zonder milieuvergunning opereert. Zowel de Nationale Ombudsman als de Tweede Kamer stelt dat de situatie te lang voortduurt en dat de Nederlandse overheid verantwoordelijkheid moet nemen.

De stortplaats, beheerd door het eilandbedrijf Selibon, kampt al decennia met branden door broei in de metershoge afvalberg. Daarbij komen kankerverwekkende stoffen vrij, waarvan de concentraties volgens inspecties ver boven de normen liggen. Omwonenden worden daarnaast blootgesteld aan zware metalen en andere schadelijke emissies. Ondanks herhaalde waarschuwingen van bewoners en maatschappelijke organisaties bleef ingrijpen door het eilandbestuur uit.

Inspecties in 2024 brachten bovendien ernstige misstanden aan het licht, zoals jarenlang opgeslagen ziekenhuisafval en onbeheerd gestort asbest. De rijksvertegenwoordiger greep tijdelijk in, maar werd na een rechtszaak teruggefloten, waardoor het eilandbestuur opnieuw verantwoordelijk werd.

Ondertussen blijven nieuwe branden ontstaan en groeit het wantrouwen onder bewoners. De Kamer bespreekt deze week opnieuw welke stappen Nederland kan zetten, maar juridische beperkingen bemoeilijken directe actie. De roep om stevig ingrijpen klinkt echter steeds luider.

In de prentenboeken van Mylo Freeman spelen kinderen van kleur de hoofdrol

Mylo Freeman is schrijver en illustrator. Ze brak door met de prentenboekenserie Prinses Arabella. ‘Dat een donker meisje centraal staat in een kinderboek is zó belangrijk.’

Toen de Nederlands-Amerikaanse Mylo Freeman in de jaren negentig moeder werd, merkte ze hoe weinig kinderboeken er waren met een niet-wit kind in de hoofdrol. Als afgestudeerd illustrator aan de Rietveld Academie moest ze daar toch iets aan kunnen doen. Inmiddels is ze een slordige zestig prentenboeken verder, uiteenlopend van Potje tot de avonturen van prinses Arabella en de kennismaking voor de allerkleinsten met slavernij in het recente prentenboek Cupido & Sideron.

Mylo Freeman groeide op in Den Haag. Na haar studie in Amsterdam woonde ze een tijdje in New York. In de jaren daarna hield ze zich bezig met schilderen en, later weer terug in Amsterdam, met muziek. Dat veranderde een paar jaar na de geboorte van haar zoon. Ze werkte voor verschillende tijdschriften en had reclameopdrachten. Haar eerste prentenboek was Potje, dat tot haar verbazing bijna dertig jaar later nog steeds wordt uitgegeven.

De allerliefste billetjes

‘Het prentenboek speelt zich af in de jungle. Daar staat een potje, maar wie of wat past erop? Alleen de allerliefste billetjes. Elk dier neemt een keer plaats op het potje. Bij de olifant verdwijnt het potje zelfs helemaal. Geen enkel dier past goed op het potje. Totdat er een lief getint jongetje op gaat zitten. Dat past precies! Hij heeft dus de allerliefste billetjes. Op deze manier leren kinderen niet alleen over ‘op het potje gaan’, maar ook over dieren. Ik had nooit kunnen denken dat Potje zo populair zou worden. Ik lees het regelmatig voor tijdens voorleessessies. Het blijft een succes.’

Destijds was het gebruikelijk om tekeningen per post naar een uitgever te sturen in plaats van ze te e-mailen. Mylo Freeman stuurde enkele illustraties van Potje naar uitgeverij Gottmer. ‘Ik kreeg vrij snel een telefoontje met het verzoek of ik de tekst wilde sturen. Die beviel goed. Alles was snel rond.’ In 1998 won Potje de Kiekeboeprijs.

Prinsessen waren altijd wit

Op een dag kreeg de dochter van een bekende van Freeman een rol in een toneelstuk, maar ze vond dat ze die niet kon spelen. Het ging om een prinses, en prinsessen waren altijd wit. Uiteindelijk heeft ze de rol wel gespeeld, maar er was overredingskracht nodig om haar daarvan te overtuigen. Dat gegeven trof Freeman en daarom besloot ze een prentenboek te maken over prinses Arabella.

Prentenboekenmaker Mylo Freeman

Arabella heeft een donkere huidskleur en kroeshaar in parmantige vlechtjes. Het bleef niet bij één boek, want Arabella maakt van alles mee. Hare Koninklijke Hoogheid prinses Arabella is natuurlijk een beetje anders dan anderen omdat ze prinses is, maar verder beleeft ze dezelfde avonturen als haar leeftijdgenoten. Ze krijgt een reuzentaart, is jarig, wordt grote zus, gaat naar het museum, wordt verliefd, gaat naar school, maakt muziek, bezoekt het theater en nog veel meer.

‘De eerste Arabella verscheen in 2006. In Nederland was er wel interesse, maar publicatie kon pas een jaar later plaatsvinden en ik wilde het graag sneller. Daarom keek ik over de grens. De boeken over Arabella verschijnen bij de Belgische uitgeverij Eenhoorn. Daar was behoefte aan boeken met diversiteit en het is een heel leuke uitgever. Er wordt weleens gesproken over Nederlands en Vlaams. Een jurk wordt in Vlaanderen vaak een kleedje genoemd, maar dat woord kan écht niet in een boek voor de Nederlandse markt. Hier draag je geen kleedje.’

Prinses Arabella heeft klasse en is ondernemend. Ze speelt met iedereen, eet graag taart en krijgt bijzondere cadeaus voor haar verjaardag. Zo kreeg ze ooit een echte olifant, wat geen groot succes was. Arabella is niet alleen leuk voor getinte kinderen, maar net zo goed voor witte kinderen, en zeker niet alleen voor kinderen in Nederland en België. Het verhaal is universeel, wat Freeman merkt tijdens voorleessessies, bijvoorbeeld in migratiemuseum Fenix in Rotterdam. Zowel meisjes als jongens van allerlei achtergronden hingen aan haar lippen.

‘Ik krijg regelmatig e-mails van leerkrachten uit Brazilië. Prinses Arabella is daar heel populair’

De avonturen van prinses Arabella zijn in meerdere talen vertaald, onder andere in het Engels, Scandinavische talen en het Portugees. Opvallend is dat de boeken niet in het Duits zijn vertaald, terwijl ook de Duitse bevolking behoorlijk divers is. Prinses Arabella verschijnt onder meer in Afrikaanse landen zoals Nigeria en in het Zuid-Amerikaanse Brazilië.

‘Ik krijg regelmatig e-mails van leerkrachten uit Brazilië. Prinses Arabella is daar heel populair. Iedere keer als ik voorlees merk ik hoe belangrijk het is om te laten zien dat een donker meisje centraal kan staan in een kinderboek. Er is ook een musical geweest rond Arabella, die zeer succesvol was. Het publiek was heel gemengd, inclusief islamitische gezinnen. Na de voorstelling werden de boeken verkocht en signeerde ik. Daar ontmoette ik ook de lezers.’

De belevenissen van prinses Arabella zijn over het algemeen heel herkenbaar. ‘Als ik iets bedenk, zie ik het voor me. Ik denk in beelden. Het moet ook grappig zijn. Voor mij is illustreren en schrijven de ideale combinatie. En in principe werk ik het liefst alleen.’

Er is goed nieuws voor de liefhebbers: over een paar jaar verschijnt hoogstwaarschijnlijk de eerste animatiefilm over Arabella. Deze bijzondere prinses wordt dus ook een filmster.

De prentenboeken van Mylo Freeman hebben vaak een diepere laag. In een heel ander boek, Over dames en sieraden, staan vijftig inspirerende vrouwen centraal die opvielen door hun doen en laten en hun sieraden, zoals Iris Apfel. Ook Farah Diba komt aan bod met haar collectie tiara’s.

Jonge donkere bedienden werden als buitengewoon chic beschouwd

In het najaar van 2025 verscheen haar meest recente boek, Cupido & Sideron. De inspiratie hiervoor deed ze op tijdens een tentoonstelling in Paleis Het Loo in Apeldoorn. Het paleis werd gebouwd in 1686 en diende als zomerverblijf voor Mary II Stuart en stadhouder Willem III, prins van Oranje. Door de waterpartijen leende het zich uitstekend voor bijzondere planten.

Bij de tentoonstelling hoorden portretten. Op grote aquarellen stonden ook donkere jongens, soms zelfs afzonderlijk geportretteerd. Dan moesten zij een belangrijke rol hebben gespeeld. Hoe zat dat? Haar zoektocht mondde uit in het prentenboek Cupido & Sideron, een toegankelijke eerste kennismaking met slavernij en tot slaaf gemaakten.

Het verhaal speelt zich af in 1763. In die tijd werd het als buitengewoon chique beschouwd om donkere jongens als bedienden te hebben. Daarvoor moesten deze kinderen ingrijpende dingen meemaken: ze werden bij hun ouders weggehaald, maakten een lange en zware bootreis naar Nederland en kwamen terecht in een onbekend land waar een taal werd gesproken die ze vaak nog niet kenden.

Sideron is negen jaar en Cupido zes. Sideron werkt al langer in het paleis en moet Cupido inwerken. Dat gaat moeizaam, vooral omdat Cupido niet wil praten. Als volwassene begrijp je dat dit samenhangt met de schok van alle negatieve ervaringen, maar dat staat tussen de regels door in kindertaal beschreven. Uiteindelijk komt het goed met Cupido, ook in het echte leven. Ze hebben namelijk echt bestaan.

Ontmoeting met Mozart 

Sideron bleef zijn hele leven bij stadhouder Willem V. Hij heette voluit Guan Anthony Sideron. Cupido heette Willem Frederik Cupido. Voor zover bekend kwam Cupido van Curaçao, Sideron mogelijk uit Guinee. ‘Zeker weten zullen we het nooit, want Curaçao was een doorvoerhaven. Het verhaal van de echte Cupido en Sideron komt naar voren in een boek van Esther Schreuder. Zo weet ik dat Cupido met een Duitse vrouw is getrouwd en veel nakomelingen heeft. Van een van hen heb ik een e-mail ontvangen. Dat vond ik erg leuk. In het prentenboek heb ik Wolfgang Amadeus Mozart opgevoerd als kleine jongen. Hij is als kind ziek geweest en verbleef enige tijd in Nederland. Niet op Paleis Het Loo, maar Cupido en Sideron hebben hem zeker ontmoet.’

‘Zo weet ik dat Cupido met een Duitse vrouw is getrouwd en veel nakomelingen heeft’

Ook het prentenboek Rembrandt en Lucia gaat indirect over slavernij. In de tijd van Rembrandt waren er buitenlandse zeelieden in Amsterdam, maar ook Portugezen die hun tot slaaf gemaakten meenamen. Zij wisten vaak niet dat slavernij in Nederland verboden was en dat ze vrij konden worden. Freeman deed intensief onderzoek naar dit onderwerp én naar hoe de buurt rond het Rembrandthuis er destijds uitzag. Dat is duidelijk terug te zien in de prenten.

Er zijn inmiddels meer kinder- en jeugdboeken met diversiteit dan in de jaren negentig, maar het kan nog steeds beter. Mede daarom is Mylo Freeman schrijfcoach bij Rose Stories, een organisatie die auteurs met een andere etniciteit en culturele achtergrond begeleidt.

‘Aan het einde van het traject worden de verhalen gepitcht bij uitgevers. Dat wordt over het algemeen goed opgepakt. Wat jeugdboeken betreft kan de diversiteit zeker beter. Toch zijn veel boeken vertaald uit het Engels, meestal uit de Verenigde Staten en minder uit Engeland. Dat land is minder inclusief.’

Meer informatie: www.mylofreemanartwork.com. De boeken van Mylo Freeman zijn verkrijgbaar bij boekhandels en via internet.

Discriminerende opmerkingen van politici werken door in de media

0

Wat politici zeggen over bevolkingsgroepen werkt door in kranten en op sociale media. Vooral uitspraken van Tweede Kamerleden hebben invloed: als zij vaker, negatiever of discriminerend spreken over bevolkingsgroepen, zie je dat daarna terug op sociale media en, in mindere mate, in kranten.

Dat blijkt uit de nieuwe voortgangsrapportage Tussen Kamer, krant en sociale media van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme. Volgens de staatscommissie schuilt daarin het risico dat discriminerende taal in het publieke debat steeds normaler wordt. Dat terwijl discriminatie op alle gronden van artikel 1 van de Grondwet in Nederland verboden is.

Discriminatie is een diepgeworteld en wijdverbreid probleem in de Nederlandse samenleving. Het raakt mensen persoonlijk en hersteloperaties kosten de samenleving miljarden. Steeds meer mensen ervaren discriminatie in sectoren als onderwijs, zorg en de arbeidsmarkt. In 2024 verdubbelde het aantal meldingen bij antidiscriminatievoorzieningen ten opzichte van het jaar daarvoor.

Om beter inzicht te krijgen in de wisselwerking tussen politiek, media en sociale platforms, liet de staatscommissie onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam een grootschalige analyse uitvoeren. Zij onderzochten toespraken en interrupties van Tweede Kamerleden, artikelen in nationale kranten en reacties op YouTube onder de kanalen van de Telegraaf, NOS, NOS Jeugdjournaal en NU.nl. In totaal werden miljoenen teksten uit de periode 2014–2024 geanalyseerd. Daarbij is gekeken hoe vaak bevolkingsgroepen worden genoemd, met welke emotionele lading dat gebeurt en hoe vaak sprake is van discriminerende uitingen.

De resultaten laten zien dat vooral politieke uitingen richtinggevend zijn. Wanneer Kamerleden vaker en negatiever spreken over bevolkingsgroepen, is dat later terug te zien in reacties op sociale media. Tegelijkertijd zijn er ook aanwijzingen voor invloed in omgekeerde richting: als op sociale media vaker en negatiever over bevolkingsgroepen wordt gesproken, is dat daarna ook zichtbaar in uitingen van Kamerleden.

Volgens commissievoorzitter Joyce Sylvester kan zo een neerwaartse spiraal ontstaan waarin discriminerende taal geleidelijk wordt genormaliseerd. ‘Politici, journalisten, sociale mediaplatforms en gebruikers dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor een publiek debat dat volgens principes van gelijkwaardigheid wordt gevoerd’, stelt zij. Het doorbreken van die normalisering vraagt volgens haar om blijvende bewustwording van de impact van woorden. Discriminerende taal is niet acceptabel, juist niet in het politieke en publieke debat, aldus de commissie. Alleen zo kan worden bijgedragen aan een respectvolle omgang met diversiteit en aan het tegengaan van discriminatie en racisme in Nederland.

Veel moslims zijn teleurgesteld over het coalitieakkoord

0

Eindelijk is er licht aan het eind van de tunnel. Eind vorige maand presenteerden drie coalitiepartijen (D66, CDA en VVD) hun coalitieakkoord en inmiddels zijn ook de poppetjes rond. Na de verkiezingen luidde de kop van mijn hoofdredactioneel: ‘De redelijkheid wint, maar onredelijkheid is niet verdwenen’. Bicultureel en nuchter Nederland was even opgelucht: de PVV was niet langer de grootste en werd bovendien uitgesloten door D66 en CDA. Ook de VVD van Yesilgöz, die Wilders salonfähig had gemaakt, had verloren.

Maar wie het akkoord nu leest, ziet dat de berg een muis heeft gebaard. In mijn omgeving hoor ik veel teleurstelling onder biculturele Nederlanders binnen D66 en CDA over hun partijtop. Van de toon van de positieve agenda van Jetten en Bontenbal is weinig over. Het akkoord is niet verbindend en zet moslims opnieuw in een verdacht hoekje.

Veel moslim- en biculturele Nederlanders stemden op D66 omdat Rob Jetten zich tijdens de verkiezingscampagne nadrukkelijk uitsprak tegen het normaliseren van haat en uitsluiting. In debatten met Wilders sprak hij over ‘haatprediken’ en hield hij Dilan Yesilgöz verantwoordelijk voor het feit dat zij daar onvoldoende grenzen aan stelde. Wie zwijgt legitimeert, was Jettens boodschap.

Ook Henri Bontenbal zei in mijn interview met hem dat ‘moslims volwaardig onderdeel zijn van onze samenleving’. Juist daarom wringt het dat deze helderheid in het uiteindelijke coalitieakkoord verdampt: moslims worden niet expliciet genoemd, moslimdiscriminatie wordt niet benoemd en de schade van jarenlange stigmatisering blijft onbesproken. Dat is opmerkelijk, omdat kabinetten-Rutte III, IV en zelfs kabinet-Schoof I moslimdiscriminatie wél benoemden in hun regeerakkoorden.

De toon is fatsoenlijker, maar de morele grens die Jetten in debatten trok, is in het akkoord nauwelijks terug te vinden. Moslims worden in het akkoord vooral als dader benaderd (jihadisme, haatimams, niqabdraagsters). Het sneller beboeten van overtreding van het verbod op gezichtsbedekkende kleding is pure symboolpolitiek en in wezen strijdig met artikel 1. Stigmatiserend en polariserend. In het akkoord ontbreekt elke erkenning dat moslims zelf óók doelwit zijn van extremisme, racisme en geweld. Dat is opnieuw een klap in het gezicht van moslims.

Het lijkt erop dat zelfs partijen als D66 en CDA moeite hebben om moslimdiscriminatie expliciet te benoemen

Was het voor D66 werkelijk zo moeilijk om als grootste partij te eisen dat één korte, inclusieve zin werd opgenomen: dat alle vormen van discriminatie – racisme, antisemitisme én moslimdiscriminatie – hard worden bestreden? Racisme en antisemitisme worden wel expliciet genoemd, wat goed is, maar het lijkt erop dat zelfs partijen als D66 en CDA moeite hebben om moslimdiscriminatie expliciet te benoemen. Mijn advies aan het kabinet: discrimineer niet bij de aanpak van discriminatie.

Op het gebied van asiel en migratie laat het nieuwe kabinet de asielnoodmaatregelen van Faber over aan de Eerste Kamer, mogelijk in de hoop dat ze daar stranden. Toch is het onbegrijpelijk dat deze wetten van het meest rechtse kabinet in tijden niet direct worden ingetrokken. De gevolgen zijn ingrijpend en onmenselijk, met als schrijnend voorbeeld dat gezinshereniging pas na drie jaar verblijf mogelijk wordt. Tegelijkertijd is er een duidelijke koerswijziging: de asielketen krijgt eindelijk structurele steun. IND, COA en VluchtelingenWerk worden versterkt, de spreidingswet blijft van kracht, noodopvang wordt afgebouwd en er komt meer geld voor stabiele opvang. Anders dan voorheen wordt geïnvesteerd totdat de instroom daadwerkelijk daalt.

Het kabinet blijft inzetten op migratiedeals. Positief is dat de Oeganda-deal voorlopig van tafel is, wat wijst op aandacht voor mensenrechten. Of effectieve en rechtvaardige deals mogelijk zijn, blijft onzeker: grip op migratie is volgens experts een illusie en irreguliere migratie zal blijven bestaan, terwijl het kabinet kiest voor een harde lijn.

Op het gebied van de rechtsstaat wil de coalitie belangrijke stappen zetten, wat ik zeer positief vind. Politiek moet zich niet bemoeien met de rechtspraak. Er komt een ‘stevig schot’ tussen rechtspraak en politiek: de benoeming van leden van de Raad voor de Rechtspraak wordt onafhankelijk van de minister en de rechtspraak krijgt een aparte begroting. In 2002 werd de rechterlijke organisatie juist ondergeschikt gemaakt aan de minister, wat riskant was voor de onafhankelijkheid, aldus hoogleraar Jonathan Soeharno in NRC. Dit is een zeer belangrijke ontwikkeling, zeker gezien de ontwikkelingen in de VS en Hongarije.

Verder wil de coalitie de kiesdrempel onderzoeken. Nederland is een van de weinige landen waar relatief weinig excessen plaatsvinden, juist omdat het parlement laagdrempelig is en vrijwel alle geluiden vertegenwoordigd zijn – van links tot rechts en ook minderhedenpartijen. In plaats van dat mensen hun recht elders zoeken, kunnen zij hun stem laten horen in de Tweede Kamer. Dat is soms ongemakkelijk, maar dat is democratie. Daarom vind ik een hogere kiesdrempel inherent antidemocratisch, en het is goed dat dit voorstel gisteren in de Tweede Kamer is weggestemd.

Op 18 maart zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Ik ben zeer benieuwd of de vele biculturele Nederlanders die niet op GroenLinks-PvdA stemden, opnieuw voor D66 kiezen. We gaan het samen zien.

Onderzoek: moslimjongeren ervaren dagelijks uitsluiting en dat heeft grote impact op hen

0

Nieuw onderzoek van het Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) laat zien hoe moslimjongeren het huidige maatschappelijke en politieke debat ervaren. Zij krijgen dagelijks te maken met subtiele en openlijke vormen van uitsluiting, en dat heeft een zware invloed op hun mentale gezondheid.

Veel moslimjongeren zeggen dat zij vaak negatieve reacties krijgen of lastige vragen moeten beantwoorden. Soms worden ze openlijk buitengesloten, maar meestal gaat het om kleine, subtiele opmerkingen of bepaalde blikken. ‘Door deze alledaagse en inmiddels genormaliseerde situaties komt hun gevoel van veiligheid en zelfvertrouwen onder druk te staan’, aldus het onderzoeksrapport.

Het onderzoek laat enerzijds zien wat de gevolgen zijn van voortdurende discriminatie voor moslimjongeren. Steeds moeten aanpassen, zichzelf bewijzen of zich onzichtbaar maken kost veel energie en heeft invloed op de keuzes die zij maken: waar ze naartoe gaan, hoe ze zich gedragen en hoeveel ruimte ze zichzelf geven.

Anderzijds laat het onderzoek zien hoe deze jongeren hiermee omgaan. Ze hebben een manier ontwikkeld om met deze situatie om te gaan, en die heeft ook positieve kanten. Doordat ze goed kunnen wisselen tussen verschillende identiteiten, zijn ze flexibel en kunnen ze zich goed in anderen inleven.

Maar niet iedereen lukt het om hier iets positiefs van te maken. De bevraagde jongeren zeggen ook dat de verantwoordelijkheid om met discriminatie om te gaan nu bij hen ligt, terwijl die bij de veroorzakers zou moeten liggen. Ze willen blijvende erkenning van de uitsluiting die zij ervaren én duidelijke stappen van organisaties en professionals om die ongelijkheid te verkleinen.

Er worden regelmatig onderzoeken gedaan naar moslimdiscriminatie. Vorig jaar werd het Nationaal Onderzoek Moslimdiscriminatie uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse overheid (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Binnenlandse Zaken). Ook daaruit bleek dat moslims discriminatie ervaren in onderwijs, werk, huisvesting, gezondheidszorg en in de samenleving.

De bevraagde jongeren in het KIS-onderzoek zeggen terecht dat ze niet nóg meer losse maatregelen zoals een weerbaarheidstraining willen, maar een eerlijke positie en gelijke kansen.

Ons binnenland verdient evenveel aandacht als het buitenland

0

Nog maar eventjes en onze nieuwe bewindslieden staan op het bordes. De vlag kan uit. Ons land heeft een nieuwe regering. De minister van Binnenlandse Zaken staat dan naast de collega van Buitenlandse Zaken. ‘Nou zeg, jij krijgt het druk met al die nog niet opgeloste ellende in de wereld.’ ‘Ja, voor mij is er meer te doen dan voor jou. Het buitenland is nu eenmaal groter dan het binnenland.’

De waarheid is natuurlijk dat beide gezagsdragers volle agenda’s gaan krijgen. Ministers en staatssecretarissen hebben het altijd heel druk.

Hoe en waarmee zij hun dagen de komende vier jaren gaan vullen, is voor ons als gewone burgers niet zo interessant. Wat wel belangrijk is, is de vraag wat de meeste aandacht gaat krijgen van de politiek, van de inwoners en van, niet te vergeten, de media. Gaat de aandacht meer uit naar het buitenland of misschien deze keer naar het binnenland?

Voor het kleine Nederland is het buitenland ontzettend groot. Onze minister die zich daarmee moet bezighouden, krijgt te maken met niet alleen Oekraïne, Jemen, Soedan, de Verenigde Staten, de Westbank, Groenland, de EU en Gaza, allemaal in willekeurige volgorde, maar met nog heel veel meer.

De andere collega’s die over alles wat zich binnen onze landsgrenzen afspeelt gaan, krijgen samen twaalf provincies op hun bordje om daar de orde te handhaven. En dat is iets wat vrij overzichtelijk lijkt.

De afgelopen regeringsperiodes hebben we echter gezien dat die binnenlandse overzichtelijkheid vaak ver te zoeken is. De drones, de kanonnen en de bombardementen over onze landsgrenzen heen werden vanuit Den Haag niet het zwijgen opgelegd. En dat is iets wat ieder weldenkend mens nog wel kan begrijpen. Er zijn andere machthebbers die zich daar ook mee bemoeien. Dat maakt het ingewikkeld.

Maar veel minder gecompliceerde zaken in dat kleine stukje wereld aan de Noordzee, waar wij in Nederland het alleen over te zeggen hebben, bleken onoplosbaar voor de Haagse dames en heren. Regelmatig werd de onoplosbaarheid geformuleerd met één woord: ‘onacceptabel’. En daar bleef het bij.

Asielschip Silja Europa

In de Rotterdamse Merwehaven ligt het voormalige cruiseferryschip Silja Europa. Daarop verblijven nog steeds 2000 asielzoekers. Mannen, vrouwen en kinderen. Al meerdere keren is er aan de bel getrokken over de schrijnende toestanden op het schip. Artsen hebben vorig jaar in een brandbrief melding gemaakt van hoe onveilig het daar is. Fysiek en verbaal geweld, mogelijk seksueel misbruik van minderjarigen, onhygiënische toestanden die de oorzaak zijn van besmettelijke ziekten. Een gevaarlijke situatie, met name voor vrouwen en kinderen.

Veel van hen hebben last van langdurige en soms blijvende mentale problemen

De toestand aan boord is zo’n klassiek voorbeeld van wat, vergeleken met de echte grote wereldproblemen, toch oplosbaar zou moeten zijn. Maar nee, het lukt ons niet om ook op dit dossier orde op zaken te stellen.

Net zoals bijvoorbeeld de vreselijke gevolgen voor de kinderen die het slachtoffer waren van de Toeslagenaffaire. Bijna een jaar geleden schreef het Nederlands Juristenblad hierover. Voor alle duidelijkheid: niet over de affaire zelf. Dit gaat over de volgende stap. De gevolgen van die ellende voor de kinderen.

Veel van hen hebben last van langdurige en soms blijvende mentale problemen. Zij konden hun opleiding vaak niet afmaken of hun talenten onvoldoende ontwikkelen. De relatie met hun ouders en hun broers en zussen is vaak ernstig en soms onherstelbaar beschadigd. Deze kinderen hebben vaak geen vertrouwen in de overheid, de jeugdzorg en andere hulpverlening, zeker nu duidelijk is dat het de overheid is die met de Toeslagenaffaire de problemen in hun gezin heeft veroorzaakt.

Verdwenen kinderen

En dan kennen we ook nog, alweer een zaak binnen onze eigen landsgrenzen, het verdwijnen van honderden alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Let wel: alleenstaand en minderjarig, die hier als vreemdelingen, lees vluchtelingen, naartoe komen. In de afgelopen vier jaar waren dit er in ons land al meer dan zeventienhonderd. Zeventienhonderd kinderen die zomaar ‘verdwijnen’. Het laat zich raden waar velen van hen in deze ruwe wereld om ons heen terechtkomen. Of uiteindelijk hun einde vinden.

En ook dat is zo’n zaak waar al die bewindslieden die daarmee te maken zouden moeten hebben, ook al geen oplossing voor weten.

Binnenlandse en Buitenlandse Zaken staan naast elkaar op het bordes. Samen met onze koning. Die ene dag is het een moment van feest. We hebben weer een regering. De dag daarna echter gaan onze nieuwe ministers en staatssecretarissen even snuffelen aan de stapel dossiers die op hun bureau liggen. Het echte werk kan beginnen.

De minister van Buitenlandse Zaken gaat aan de gang met wat zich afspeelt in de ‘Grote Wereld’. De ministers van Binnenlandse Zaken pakken hun bescheiden binnenlandse taken op.

Hopelijk kijkt onze Majesteit op dat bordes eventjes over zijn koninklijke schouder in de richting van de bewindslieden van Binnenlandse en Buitenlandse Zaken en voegt hun discreet toe: ‘vergeet vooral niet dat ons eigen binnenland minstens zo belangrijk is als het buitenland’. Een boodschap die de enige hoop is voor de kinderen van de Silja Europa, de kinderen van de Toeslagenaffaire en de verdwenen kinderen uit de opvang.

‘Taalonderwijs is het bindmiddel van onze samenleving, bezuinig er niet op’

0

In onze multiculturele samenleving is kennis van elkaars taal en cultuur geen luxe, maar een voorwaarde voor wederzijds begrip. Bezuinig daarom niet op taalstudies als Duits, zegt Erik Kuit.

‘Wij moeten glashelder zijn over de dreiging: wij zijn het volgende doelwit van Rusland – en we lopen al gevaar.’ De woorden van NAVO-chef Mark Rutte laten weinig aan de verbeelding over. Europa bevindt zich in een geopolitiek tijdsgewricht waarin vrede brozer is dan ooit. Aan de ene kant is er de toenemende dreiging vanuit Rusland, aan de andere kant een steeds onbetrouwbaardere bondgenoot in de Verenigde Staten.

Deze nieuwe wereldorde vraagt om een sterk Europa, en dat vereist meer dan alleen hogere defensiebudgetten. Soft diplomacy is minstens zo belangrijk. Taal en cultuur vormen daarbij geen bijzaak, maar de basis.

Wegbezuinigen van de studie Duits

Juist daarom is het onbegrijpelijk dat de Universiteit van Amsterdam van plan is om negen taal- en cultuuropleidingen af te schaffen, zo berichtte Folia op 1 december 2025. Op Duits en Frans wordt fors bezuinigd; Duits zou mogelijk geïntegreerd worden in andere studies. Als dit plan doorgaat, leidt dat tot fors kwaliteitsverlies. Veel specifieke Duitstalige vakken kunnen niet meer worden aangeboden, met een waterige inhoud van de studie tot gevolg.

Na het wegbezuinigen van de studie Duits als zelfstandige vakgroep aan de Universiteit Utrecht is dit besluit van de UvA de tweede zware klap in korte tijd voor de studie Duitse taal- en letterkunde in Nederland. Na decennia van bezuinigingen krijgt het talenonderwijs opnieuw te maken met ingrepen. De KNAW waarschuwde in 2024 nog expliciet ‘voorlopig geen besluiten te nemen om talenstudies te schrappen of samen te voegen’. Dat advies is door politiek en universiteitsbestuurders naast zich neergelegd. Het gevolg: Duits, de grootste taal van Europa, dreigt te verdwijnen van de roosters van hogescholen, universiteiten en middelbare scholen. Dat is een enorme denkfout met verstrekkende gevolgen.

Door te bezuinigen geven universiteiten en politiek het verkeerde signaal af: talen zouden niet belangrijk zijn

Met een lerarentekort van 3.800 fte, oftewel 5,1 procent, zoals blijkt uit cijfers van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uit 2024, is dit beleid ronduit onbegrijpelijk. Sommige scholen hebben Duits al afgeschaft omdat zij geen docent konden vinden. Duits en Frans behoren tot de ‘permanente tekortvakken’, aldus de Trendrapportage het ministerie. Tegelijkertijd schreeuwt het bedrijfsleven om werknemers met kennis van de Duitse taal, terwijl Duitsland met een handelsvolume van 205 miljard euro in 2024 de belangrijkste handelspartner van Nederland is, aldus de Duits-Nederlandse Handelskamer op 7 februari 2025.

Daar komt bij dat de taalvaardigheid van leerlingen onder druk staat. De onderwijsinspectie constateert dat leerlingen aan het einde van de basisschool steeds minder goed een gesprek kunnen voeren. Onderzoeksresultaten uit 2024 laten zien dat slechts 69 procent van de leerlingen het basisniveau 1F haalt. Juist met deze cijfers is extra investeren in talenonderwijs noodzakelijk, in alle talen en in alle vakken waarin taalvaardigheid wordt ontwikkeld.

Oekraïense en Syrische leerlingen

In onze multiculturele samenleving is kennis van elkaars taal en cultuur geen luxe, maar een voorwaarde voor wederzijds begrip. Taalonderwijs is het bindmiddel van de samenleving: het stelt ons in staat te communiceren en ons in de ander te verplaatsen. Dat zie ik dagelijks terug in mijn werk als docent Duits en als docent Nederlands als tweede taal aan onder meer Oekraïense en Syrische leerlingen. Hun gemeenschappelijke deler is taal; hun motivatie om te integreren begint bij het leren van taal én cultuur.

Door te bezuinigen geven universiteiten en politiek het verkeerde signaal af: talen zouden niet belangrijk zijn. Dat beeld wordt gevoed door hardnekkige mythes, zoals de gedachte dat Engels alleen voldoende is voor een internationale carrière. Maar duurzame economische en diplomatieke relaties zijn gebaseerd op vertrouwen. Dat ontstaat door kennis van taal én cultuur. AI en vertaalprogramma’s kunnen dat niet vervangen.

Toekomstwaarde

Betere voorlichting over het belang van talen is daarom cruciaal. Niet alleen vanuit Den Haag, maar ook vanuit scholen. Leerlingen en ouders hebben nu te weinig zicht op de beroepsmogelijkheden met talen. Maak duidelijk dat talenkennis onmisbaar is in opleidingen als de Hoge Hotelschool, Business & Languages, journalistiek, cultuur en beleid, technische studies en filosofie. Laat zien dat niet alleen wiskunde, maar ook talen toekomstwaarde hebben.

Effectieve Europese samenwerking begint met het verdiepen in elkaars taal en cultuur

Daarnaast is een toekomstbestendig bekostigingsstelsel nodig. Het huidige lumpsumsysteem uit 1995, waarin opleidingen elkaar kapot concurreren, is niet meer van deze tijd. Het voortbestaan van essentiële opleidingen mag niet afhangen van het keuzegedrag van een achttienjarige of van kortetermijnbesluiten op basis van studentenaantallen van bestuurders. Beperk die macht en veranker opleidingen als Duits als zelfstandige vakgroep in het onderwijsaanbod.

Tot slot is een nationaal wervingsplan nodig voor zij-instromers en talenstudenten die docent willen worden. Draai bezuinigingen terug, investeer in begeleiding en faciliteer studenten met beurzen. Eerdere overheidscampagnes, zoals Kies exact, hebben bewezen dat dit werkt. Effectieve Europese samenwerking begint met het verdiepen in elkaars taal en cultuur. Voor een weerbaar Europa is extra investeren in Duits ook in strategisch opzicht urgenter dan ooit.

Turkije pakt opnieuw vermeende gülenisten op

0

In twee weken tijd heeft de Turkse politie 63 mensen opgepakt die worden verdacht van ‘ondergronds’ lidmaatschap van de verboden Gülenbeweging. Vier van hen werden vrijgelaten, 41 daadwerkelijk gearresteerd. De overige verdachten worden nog steeds vastgehouden. Dat meldt nieuwssite Turkish Minute.

De Turkse minister van Binnenlandse Zaken, Ali Yerlikaya, maakte de ‘oogst’ tegen vermeende gülenisten van de afgelopen twee weken vol trots bekend. ‘De valstrikken die tegen de nationale wil zijn opgezet, worden één voor één ontmanteld. Onze strijd tegen degenen die de eenheid van onze staat en de vrede van ons volk bedreigen, gaat vastberaden door’, schreef hij op sociale media, vergezeld van beelden van arrestanten die door de militaire politie worden afgevoerd. Hij sluit af met de hashtag VredeInTurkije, bijgestaan door een Turks vlaggetje.

Die situatie geldt echter niet voor Turkse staatsburgers die niet volledig aansluiten bij de officiële lijn van het huidige Erdogan‑bewind, waaronder veel linkse Turken, Koerden en aanhangers van de Gülenbeweging. Deze groepen worden al meer dan tien jaar geconfronteerd met vervolging. Vooral gülenisten zijn sinds de mislukte couppoging van 2016 structureel het doelwit van repressieve maatregelen. Ook leraren, rechters, advocaten en journalisten worden vervolgd voor vermeende betrokkenheid bij onder meer de couppoging, zonder dat hiervoor overtuigend bewijs wordt geleverd. In de huidige praktijk kan een vermeende band met de Gülenbeweging al voldoende zijn om langdurige gevangenisstraf te riskeren.

Ook de fastfoodketen Maydonoz Döner (actief in Turkije en met vestigingen in Europa) ondervindt dat. Volgens de Turkse staat zouden vermeende gülenisten zich via dergelijke ondernemingen ‘hergroeperen’, zowel in Turkije als in het buitenland. De Turkse tak van de dönerketen wordt nu, nadat deze is onteigend en de ondernemers zijn opgepakt (het lot van duizenden Turken, onder wie oud-topvoetballer Hakan Şükür van onder meer Galatasaray), geveild met een startprijs van 74 miljoen dollar.

Amsterdamse partijen boycotten FvD, vanwege extreemrechtse kandidaten op de lijst

0

Bijna alle Amsterdamse partijen boycotten Forum voor Democratie en sluiten elke vorm van samenwerking uit.

Ook Amsterdamse partijen (met uitzondering van JA21) sluiten de gelederen tegen de opmars van extreemrechts in de politiek. Forum voor Democratie heeft extreemrechtse personen op de lijst geplaatst die zich in het verleden expliciet racistisch en antisemitisch zouden hebben uitgelaten. Zo meldt AT5.

In de gezamenlijke Amsterdamse verklaring (ondertekend door Partij voor de Dieren, Volt, BIJ1, CDA, D66, Partij voor Morgen, Denk, Partij van de Arbeid, GroenLinks, De Vonk en VVD) wordt Reginald Eeckhout, nummer 7 op de lijst van Forum, expliciet genoemd. Volgens NRC is hij medeoprichter van het extreemrechtse Erkenbrand, een organisatie die pleit voor een zogenoemde ‘blanke etnostaat’. Eeckhout zou zich bovendien lovend hebben uitgelaten over een bekende Holocaustontkenner.

‘Zolang FvD niet ondubbelzinnig en geloofwaardig afstand neemt van de rechts-extremistische opvattingen van kandidaten als Reginald Eeckhout, sluiten wij iedere vorm van politieke samenwerking uit, zowel tijdens de campagne als na de verkiezingen’, staat in de gezamenlijke verklaring van de Amsterdamse partijen.

Vrije Universiteit onder vuur na berichten over extreemrechtse student Marlon U.

0

Na onthullingen over intimidatie en geweld op de Vrije Universiteit Amsterdam rijzen vragen over student Marlon U. Wie is hij, wat is zijn politieke netwerk en waarom greep de universiteit niet in?

Marlon U. (25) is een psychologiestudent aan de VU en oprichter van de Vrijmoedige Studentenpartij (VSP), een uiterst rechtse studentenpartij die op meerdere universiteiten actief was. De afgelopen weken kwam hij uitgebreid in het nieuws na uitgebreide reportages van het Parool en berichtgeving van universiteitskrant Ad Valvas over langdurige intimidatie, geweld en grensoverschrijdend gedrag op de VU-campus, waarbij U. centraal staat. De Vrije Universiteit ligt onder vuur vanwege het uitblijven van ingrijpen.

Volgens het Parool hebben zeker 35 (oud-)studenten en medewerkers verklaard dat zij zich de afgelopen drie jaar onveilig voelden door het gedrag van U. Het zou gaan om een patroon van verbaal geweld, intimidatie, racistische en homofobe uitlatingen, ongewenste aanrakingen, vernielingen en meerdere fysieke incidenten. U. zou onder meer het nazilied Erika hebben gezongen, studenten hebben bedreigd en op 27 november 2025 betrokken zijn geweest bij een zware mishandeling van een medestudent in universiteitscafé Bar Boele.

Voor dat laatste incident zijn U. en een ander VSP-lid, Reinout V., eind december 2025 aangehouden, zo berichtte Ad Valvas. Volgens de politie wordt een 25-jarige man uit Almere verdacht van openlijke geweldpleging en poging tot zware mishandeling. De zaak ligt bij het Openbaar Ministerie. Zowel U. als V. ontkennen alle aantijgingen.

De Vrijmoedige Studentenpartij profileert zich als tegenstander van ‘woke-ideologie’ en zegt te strijden voor academische vrijheid en vrij debat. De partij behaalde zetels in studentenraden op onder meer de VU, Universiteit Utrecht, Universiteit Leiden en de Universiteit van Amsterdam. Na de publicaties over Marlon U. hebben de VSP-fracties op meerdere universiteiten zichzelf ontbonden, inclusief de VSP-fractie op de VU.

Connectie met Forum voor Democratie

Marlon U. heeft banden met Forum voor Democratie (FvD). In 2022 was hij kandidaat voor de gemeenteraad van Almere namens FvD. Daarnaast is hij zichtbaar geweest op bijeenkomsten en online kanalen van de jongerenorganisatie JFvD. Ook onderhield U. contacten met rechtse media de Telegraaf, Ongehoord Nederland, PowNed en Café Weltschmerz om over ‘woke’ te praten en de VU in een kwaad daglicht te stellen. U. stelt dat de VSP een onafhankelijke studentenpartij is en spreekt van een jarenlange ‘hetze’ tegen hem en zijn partij.

Kritiek op optreden van de VU

De Vrije Universiteit krijgt stevige kritiek omdat meldingen over het gedrag van U. volgens studenten en medewerkers niet of nauwelijks zijn opgevolgd. Meerdere betrokkenen zeggen dat zij door de afdeling Veiligheid en Gedrag van de VU van het kastje naar de muur werden gestuurd. Sommige melders kregen het advies om incidenten met U. uit te praten of preventieve maatregelen te nemen, zoals het dragen van een alarmfluitje.

De VU stelt in reacties dat zij geen uitspraken kan doen over individuele personen en benadrukt dat meldingen van grensoverschrijdend gedrag altijd serieus worden genomen. Volgens de universiteit worden er soms zichtbare en onzichtbare maatregelen getroffen, maar details daarover blijven vertrouwelijk.

Welke maatregelen kan een universiteit nemen?

Deskundigen en studentenorganisaties wijzen erop dat universiteiten verschillende middelen hebben om in te grijpen bij structureel grensoverschrijdend gedrag. Dat kan variëren van waarschuwingen en bemiddeling tot disciplinaire maatregelen zoals een tijdelijk of permanent campusverbod, schorsing of – in het uiterste geval – uitschrijving. Daarbij hoeft gedrag niet per se strafbaar te zijn om bestuurlijk op te treden.

Regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag Mariëtte Hamer benadrukte naar aanleiding van de zaak dat de universiteit de plicht heeft om in te grijpen, ook al zijn de beschuldigingen volgens het strafrecht niet strafbaar of bewijsbaar. Studenten aan de VU hebben aangekondigd donderdag 12 februari te zullen demonstreren.