Home Blog Pagina 2

Arnon Grunberg: ‘Mensenrechten komen voort uit de leer van Jezus’

0

Volgens schrijver Arnon Grunberg heeft de christelijke naastenliefde de westerse cultuur diep beïnvloed. ‘Mensen kunnen alleen niet voldoen aan de eisen die Jezus stelt.’

Voor niet-christenen kan de Bergrede een aha-erlebnis zijn. Volgens de overlevering hield Jezus deze toespraak op een heuvel in Galilea, een streek in het noorden van het huidige Israël. Er staan bekende uitspraken in als: ‘Wie je op de rechterwang slaat, kun je de linkerwang toekeren’, ‘Heb je vijanden lief’ en: ‘Behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden.’

Deze wijsheden komen dus uit de Bergrede in het Nieuwe Testament, uit Matteüs 5 tot en met 7. Het nieuwe boek van Arnon Grunberg, Mogen we nog een beetje leven?, bevat beschouwingen over deze tekst. Ook de Bijbeltekst zelf is integraal opgenomen. Grunberg is naar eigen zeggen ‘helemaal niet christelijk’ opgevoed, ‘wel religieus, maar joods’. Waarom wilde hij dan juist over deze toespraak van Jezus aan zijn volgelingen schrijven?

‘In de Bijbel staan prachtige verhalen die mij, ook als agnost, nog steeds aanspreken, ook literair gezien’, vertelt Grunberg. ‘Denk aan het verhaal van Abraham en Isaak of aan het boek Job uit het Oude Testament. Maar ook het Nieuwe Testament bevat schitterende teksten. Er zit een soort poëzie in.’

‘Wat mij betreft komen de mensenrechten voort uit de leer van Jezus, uit de Bergrede: het idee dat bepaalde rechten voor iedereen gelden. Het westerse denken, inclusief de Verlichting, is voor een belangrijk deel schatplichtig aan het christendom. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het humanisme een vorm van christendom zonder Jezus is.’

En het christendom is weer schatplichtig aan het jodendom?

‘Ja, dat klopt. Zoals ik ook in mijn boek schrijf: geen enkele cultuur staat op zichzelf. Elke cultuur is beïnvloed door andere culturen. De monotheïstische religies – het christendom, het jodendom en de islam – hebben ontzettend veel gemeen. Ze delen profeten en verhalen. Maar wat het christendom enigszins onderscheidt, is dat het sterk heeft ingezet op universalisme.’

Wat bedoel je?

‘Bijzonder aan het christendom, en tegelijk de kracht en zwakte ervan, is dat het zegt: iedereen kan christen worden. Vandaar ook dat missionarissen eeuwenlang naar Afrika, Zuid-Amerika en andere delen van de wereld trokken om mensen te bekeren.

‘Wat mij betreft komen de mensenrechten voort uit de leer van Jezus’

Ik heb met missionarissen gesproken, in Paraguay maar ook in de Verenigde Staten. Zij gaan van deur tot deur. In hun ogen gaan mensen verloren als ze Jezus niet erkennen als hun redder. Dat missionaire karakter is typisch christelijk en heeft goede en slechte kanten.

De slechte kanten zijn vrij duidelijk. Het heeft iets kolonialistisch: het idee dat je tegen anderen zegt dat jouw geloof beter is dan dat van hen. Dat staat op gespannen voet met moderne ideeën over gelijkwaardigheid en respect.

Maar de positieve kant is dat ook het idee van universele mensenrechten daaruit voortkomt. Het Kantiaanse idee dat ieder mens een doel op zichzelf is, is sterk beïnvloed door de christelijke cultuur. Immanuel Kant (Duitse filosoof, red.), de bedenker hiervan, was natuurlijk een product van die cultuur.’

Ik zie secularisering als een voortzetting van het christendom. Nietzsche zei dat God dood is. Je kunt ook zeggen: mensen hebben zich losgemaakt van de kerk. Vroeger hoorde je vanzelfsprekend bij een kerkgenootschap. In Nederland was je katholiek of protestants. Er waren zelfs tijden waarin een relatie tussen een katholiek en een protestant grote problemen kon veroorzaken.

Voor mij begint die secularisering al eerder, bij Jezus zelf. Volgens de overlevering zei hij dat veel religieuze wetten niet langer noodzakelijk waren. Besnijdenis hoefde niet meer, voedselwetten ook niet. Je mocht eten wat je wilde. Dat is een groot verschil met zowel het jodendom als de islam.’

In je boek betoog je dat de Bergrede de westerse mens heeft beïnvloed, ook als die geen christen is. En dat het bijna een politiek programma is?

‘Zeker. Er zit iets revolutionairs in de Bergrede. Het is een tekst met een enorme politieke en maatschappelijke kracht. Een geloof heeft grote invloed op hoe mensen denken en samenleven, ook als ze die religie niet aanhangen. Je groeit altijd op binnen een cultuur.

Het idee van een God die een moreel geweten vertegenwoordigt, het onderscheid tussen goed en kwaad, maar ook het idee dat ieder mens ertoe doet: dat zijn allemaal christelijke ideeën die diep in onze cultuur zijn doorgedrongen.

Als je kijkt naar het Oude Testament (het boek van het jodendom, red.), zie je een andere nadruk. Daar gaat het veel meer over het hier en nu. Over hoe mensen samenleven met God en met elkaar. Het gaat om praktische voorschriften en om het dagelijkse leven. Wat je moet eten, wanneer je moet rusten, hoe je moet oogsten, hoe je moet bidden.

Door Jezus verschuift de nadruk van wet naar liefde. Tegelijkertijd is liefde natuurlijk een lastig begrip. Het klinkt prachtig, maar het is vaak onduidelijk wat het concreet van mensen vraagt.’

Als liefde zo centraal staat in de westerse cultuur, waarom doen mensen elkaar dan zoveel kwaad?

‘Omdat mensen niet kunnen voldoen aan de eisen die Jezus stelt. Dat zie je in alle monotheïstische religies terug. Mensen blijken telkens minder volmaakt dan de idealen die hun worden voorgehouden. In naam van het christendom zijn ketters verbrand en in naam van de liefde zijn mensen vermoord. Hetzelfde zie je bij seculiere ideologieën zoals het communisme, dat rechtvaardigheid op aarde wilde realiseren. Zodra idealen een ideologie worden, gaat het vaak mis en dreigt ontmenselijking. Zodra je de wereld indeelt in goede en slechte mensen, ontstaat de verleiding anderen uit te sluiten of zelfs te vernietigen.’

Kun je al die idealen terugvinden in de Bergrede?

‘De Bergrede is een poëtische tekst waarin Jezus oproept je vijanden lief te hebben. Dat is misschien wel de kern van de boodschap. Mensen die lijden en aan de rand van de samenleving staan, worden gezien. Jezus richt zich juist tot hen. In de Bergrede staat dat wie hongert naar gerechtigheid verzadigd zal worden en dat de laatsten de eersten zullen zijn. Dat was toen een krachtige boodschap en is dat nog steeds.’

De weerstand tegen asielzoekers en de acties van rechtsextremisten gaan dus recht in tegen de boodschap van de Bergrede?

‘Absoluut. De mensen die zich tegenwoordig beroepen op de christelijke cultuur noem ik in mijn boek post-christenen. Zij handelen vaak juist in strijd met de geest van de Bergrede. Hoewel je natuurlijk ook gelovig christelijk kunt zijn en asielzoekers kunt haten, of welke groep dan ook kunt haten. Voor de postchristenen is het christendom vaak eerder een identiteitsmarker dan een werkelijk geloof.

‘Besnijdenis hoefde niet meer, voedselwetten ook niet’

Ik wil overigens niemand voorschrijven hoe hij of zij moet geloven. Ik wil ook niemand bekeren. Ik vind dat mensen het recht hebben om hun eigen keuzes te maken.’

Maar is dat niet in tegenspraak met wat je eerder zei? Iedereen in het Westen is toch door de christelijke naastenliefde beïnvloed?

‘Dat klopt. Iedereen is erdoor beïnvloed, maar dat betekent niet dat iedereen er ook naar handelt. Of dat mensen beseffen erdoor beïnvloed te zijn. Je bent altijd ook een product van je cultuur en die cultuur is groter dan je ouderlijk huis, je school, en je tempel.

Ik denk dat veel mensen die demonstreren tegen asielzoekers, soms zelfs met geweld, diep van binnen best weten wat barmhartigheid is. Ook als ze de Bijbel nooit hebben gelezen, weten ze vaak heel goed wat als goed en slecht wordt beschouwd. Juist daarom denk ik dat ze zich ergens anders tegen afzetten. Ze verwerpen het appel dat in de Bergrede wordt gedaan.’

En waarom doen ze dat?

‘Omdat het heel menselijk is om onderscheid te maken tussen “wij” en “zij”.

Mensen willen vaak dat het goede leven beschikbaar is voor hun eigen groep, maar niet noodzakelijk voor anderen. Die ander kan van alles zijn: een asielzoeker, een moslim, een jood, een Rus, een zwarte Nederlander of een Nederlander van kleur. Er is altijd wel een groep die buiten de kring wordt geplaatst.

Daarnaast speelt onzekerheid een rol. Mensen die zich onzeker voelen over hun positie in de samenleving kunnen zichzelf een gevoel van status geven door neer te kijken op mensen die het nog moeilijker hebben.

‘Wie een ander ziet voordringen in een rij hoeft hem niet meteen tot de orde te roepen’

Door zich af te zetten tegen een kwetsbare groep creëren ze een gevoel van eigenwaarde. Ze kunnen tegen zichzelf zeggen: misschien heb ik het moeilijk, maar er zijn mensen die nog lager staan dan ik.’

Je boek heet Mogen we nog een beetje leven? Wat bedoel je met die titel?

‘Dat is wat je vaak hoort van juist de mensen waar we het net over hadden. Van mensen die zich afzetten tegen de boodschap van de Bergrede.

Tegelijkertijd vind ik dat je die vraag serieus moet nemen. Wie idealen nastreeft, moet ook rekening houden met de werkelijkheid waarin mensen leven. Je kunt niet van mensen verwachten dat ze vierentwintig uur per dag moreel perfect zijn. Dat ze nooit egoïstisch zijn, nooit fouten maken en altijd het goede doen.

Daarom doe ik in mijn boek ook een oproep om met mededogen naar anderen te kijken. Zelfs naar mensen die verkeerde dingen doen. Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.

Pas wanneer je erkent dat dezelfde menselijke zwakheden ook in jezelf aanwezig zijn, kun je op een geloofwaardige manier kritiek hebben op anderen of proberen hen tot ander gedrag te bewegen. Hoewel ik er ook diep van overtuigd ben dat we de ander meer met rust moeten laten. Wie een ander ziet voordringen in een rij hoeft hem niet meteen tot de orde te roepen. We zouden geen amateur-politieagenten moeten willen zijn.

Dat betekent niet dat je alles moet goedkeuren. Ik heb weinig sympathie voor mensen die tegen asielzoekers demonstreren. Maar zij lijken waarschijnlijk meer op mij dan ik zou willen toegeven.’

Arnon Grunberg, Mogen we nog een beetje leven?, Atlas Contact, 128 blz., € 19,99

Theatermakers onderzoeken Palestijns regenritueel

De theatervoorstelling About the river and the sea brengt een Palestijns regenritueel tot leven. De makers onderzoeken of dit eeuwenoude gebruik kan helpen bij het verwerken van trauma’s.

Terwijl een Arabisch lied, gezongen door sopraan Sabra Bahri Khatri, de zaal vult, wordt zij vergezeld door de warme klanken van de ud. De zangeres loopt met lege waterflessen over het toneel. Ondertussen houdt de Palestijnse actrice en schrijver Rasha Hilwi een beeltenis vast van de godin Anat. Het publiek zit in een intieme setting geboeid te luisteren. De zaal in het Muziekgebouw aan ’t IJ is gedimd, maar het schouwspel, op deze laatste maandag in mei, is kleurrijk: traditionele kleding, lichtpartijen en een grote Palestijnse thobe. De thobe is de traditionele kledij van Palestijnse vrouwen die hier symbool staat voor Um Al Gaith.

Op de achtergrond zien we foto’s van het Palestina van weleer. Ondertussen wordt een reportage van een correspondent vanuit Gaza afgespeeld. Het gaat over Palestijnen die daar nauwelijks water meer kunnen vinden vanwege de genocide in de kuststrook.

Waar de voorstelling ‘About the river and the sea’, uitgevoerd door het Um Al Gaith Collectief in samenwerking met World Opera Lab, op het eerste gezicht een puur cultureel fenomeen zou laten zien, blijkt toch een element van verzet in zich te hebben. Verzet tegen de dagelijkse realiteit van bezetting en onderdrukking is immers nooit ver weg in Palestina.

Sabra Bahri Khatri (sopraan) en Rasha Hilwi (verteller). Beeld: Sjoerd Derine/World Opera Lab

Het regenritueel dat de kunstenaars reconstrueren heet Um Al Gaith, Arabisch voor ‘moeder van regen’. Het is een oud ritueel dat Palestijnen in tijden van droogte met elkaar opvoeren in de hoop dat er regen zal vallen. Tijdens de ceremonie dragen dorpelingen een grote pop met zich mee, waarbij mensen water op de pop gooien. Ook wordt er gezongen en op potten en pannen geslagen om de regen te verwelkomen.

Het ritueel is een verschijnsel dat elders in de Arabische wereld ook voorkomt. Maar in Palestina heeft het nog een extra dimensie: het watertekort voor Palestijnen, niet alleen vanwege het klimaat, maar ook als gevolg van de door kolonisten onrechtmatige toe-eigening van water.

Godin Anat

Um Al Gaith houdt mogelijk verband met de verhalen van de godin Anat, beschermer van rechtvaardigheid en de zus van Baal, de regengod. Anat werd omschreven in teksten op kleitabletten die uit de Bronstijd, ca. 3000-800 v.Chr., stammen en die zijn gevonden vlakbij Latakia in het huidige Syrië. Daar werden in 1928 de resten van de antieke stad Ugarit aangetroffen.

In de mythe van Anat wordt de regen gestolen en naar de onderwereld gebracht. Aangezien er geen regen is, droogt het land op en vallen gemeenschappen uiteen. Anat zoekt wanhopig over de hele wereld naar regen. Van woede daalt Anat neer naar de onderwereld om haar broer Baal van de ondergang te redden. Zij overwint, brengt Baal terug naar de aarde en herstelt de regen en rechtvaardigheid. De verhalen vertellen ook over het regenritueel dat ieder jaar in de herfst, het oogstseizoen, werd uitgevoerd.

In 2022 werd in de stad Khan Younis, Gaza, een eeuwenoude beeltenis van Anat gevonden. Dit gezicht gebruiken de kunstenaars nu om Anat aanwezig te laten zijn in de voorstelling. Zo richt zij haar blik op onze tijd, waar de regen opnieuw gestolen wordt in haar land.

Helende werking

Terug naar de zaal in Amsterdam. Nadat de sombere verhalen over het gebrek aan water vanwege droogte en de bezetting zijn bezongen, doet het publiek enthousiast mee met de percussie en slaat op deksels en pannen. Al snel lijkt het door het collectieve ritme te gaan ‘regenen’, wat door sommigen als helend wordt ervaren.

‘Zo’n collectief ritueel kan ook emoties als woede en angst reguleren’

Dat laatste is dan ook wat het Um Al Gaith Collectief wil onderzoeken. Hoe kunnen oude rituelen, zoals dit regenritueel, ruimte bieden voor collectieve heling en dialoog?

Regisseur van de voorstelling Miranda Lakerveld legt uit dat Um Al Gaith op zich geen instrument is om zich te verzetten, maar dat de herontdekking van Palestijns cultureel erfgoed, waaronder Um Al Gaith, iets heel maakt wat kapot wordt gemaakt.

‘Het bewaren van erfgoed, en in toenemende mate ook immaterieel erfgoed, is niet alleen bedoeld om dingen weer bij elkaar te brengen, maar ook een positieve manier van verzet plegen’, zegt zij tegen de Kanttekening.

Lakerveld vertelt dat het ritueel tegenwoordig onder druk staat. ‘Terwijl over de hele wereld dit soort immaterieel erfgoed wordt bedreigd doordat het als achterlijk en primitief wordt weggezet, staat in dit geval ook de hele Palestijnse cultuur onder druk. Een andere reden dat het ritueel aan het verdwijnen is, is omdat het water weg is. Als je de bron van het ritueel niet hebt, of niet bij je land kunt om water te halen, dan is het ook lastig om het ritueel te bewaren.’

Om te kunnen onderzoeken of een collectief ritueel als Um Al Gaith kan helpen in de huidige tijd, hebben de kunstenaars het ritueel gereconstrueerd naar de realiteit van nu. Daarvoor hebben zij de verhalen van de godin Anat gedeeltelijk aangepast om aan te sluiten bij de huidige tijd.

‘Als je in een trauma zit, dan bevries je’

‘We hebben ons voorgesteld dat Anat zowel naar haar eigen tijd kijkt als naar de onze. Zij wil opnieuw geboren worden, omdat ze voelt dat ze nodig is. Zij voelt de nood van haar mensen, en daarom is haar beeltenis gevonden in Gaza. Door nu haar verhalen te reconstrueren, zorgen we ervoor dat we weer heel maken wat kapot wordt gemaakt.’

Doel ervan is te onderzoeken of met een dergelijk ritueel ook collectieve trauma’s kunnen worden verzacht, zoals de trauma’s waaronder de Palestijnen lijden vanwege voortdurende bezetting en genocide. Lakerveld legt uit dat er voor mensen die voortdurend trauma’s ondergaan, binnen de reguliere psychologische zorg geen behandeling bestaat. Palestijnse psychologen en psychiaters verzetten zich al enige tijd tegen deze blinde vlek in de psychologische gezondheidszorg.

V.l.n.r. Sabra Bahri Khatri, Rasha Hilwi en Wendy Palomeque. Beeld: Sjoerd Derine/World Opera Lab

‘Als je in een trauma zit, dan bevries je en kan je je niet verzetten of nadenken wat goed kan zijn. Stel dat je samen, in een collectief, kan genezen van trauma of dat je elkaar kunt genezen, dan ben je beter bestand tegen al het geweld dat op je afkomt. Na iedere voorstelling gaan we in gesprek met het publiek en een specialist om te kijken of het werkt.’

Eén van die specialisten is psycholoog en publiciste Sara Khosdelazad. Tijdens een nagesprek met het publiek legde zij uit hoe een dergelijke rituele handeling emoties kan reguleren.

‘Een ritueel bestaat vaak uit iets wat je samendoet, bijvoorbeeld zingen of dansen. Dat brengt niet alleen sociale cohesie, het kan je ook het gevoel geven dat je met mensen die je niet kent, een verandering in gang kan brengen. Zo’n collectief ritueel kan ook emoties als woede en angst reguleren, waardoor je tot rust komt.’

Toeschouwers zeiden achteraf dat zij niet alleen werden geraakt door de prachtige klanken van de zangers, de percussie en de ud, maar ook dat zij dankzij het meedoen met de percussie zich kalmer voelden. ‘Ik had het gevoel dat toen we samen ‘regen maakten’ we iets kunnen creëren en samen een verandering teweeg kunnen brengen,’ zei iemand uit het publiek.

Trump noemt Turkse president Erdogan ‘een hele goede vriend’ tegenover Israëlische pers

0

De Amerikaanse president Donald Trump antwoordde op een vraag van een Israëlische journalist dat hij zal ingrijpen als een conflict tussen Turkije en Israël dreigt te ontstaan

Trump zei dat een conflict tussen beide landen niet zal ontstaan, verwijzend naar zijn goede relatie met de Turkse president Recep Tayyip Erdogan. Hij zou hem naar eigen zeggen direct bellen en omschreef Erdogan als ‘hele goede vriend’ met wie hij ‘uitstekend’ heeft samengewerkt. ‘Hij is een sterke leider, ik hou van hem’, zei Trump tegen de pers.

Erdogan en de Israëlische premier Benjamin Netanyahu uitte woensdag beschuldigingen naar elkaar nadat Erdogan had gezegd dat de Israëlische aanvallen op Syrië en Libanon ook een dreiging begonnen te vormen voor Turkije.

Erdogan had tegen parlementsleden van zijn partij AKP gezegd dat Israël niet alleen een bedreiging voor het Midden-Oosten was, maar ook voor de mensheid. Hij zei dat de veiligheid van Turkije afhankelijk was van stabiliteit over de grens in het zuiden, zoals de Syrische steden Aleppo en Damascus en de Libanese hoofdstad Beiroet.

Ook beschuldigde de Turkse president Israël van pogingen om Afrikaanse landen en de mediterraanse regio te destabiliseren. Hij waarschuwde tegen iedere bedreiging van de rechten van Turkije of de Turkse Cyprioten in de regio en beloofde met een ‘sterke’ reactie te komen mocht het zover komen.

Volgens hem wordt Israël aangemoedigd door de stilte van de internationale gemeenschap. Hij riep op tot internationale actie om het land ‘binnen de grenzen van de wet’ te brengen.

Netanyahu reageerde hierop door Erdogan op X een ‘antisemitische dictator’ te noemen, die ‘genocide voert tegen de Koerden, zijn eigen volk onderdrukt, de terroristische beweging Hamas steunt en politieke tegenstanders gevangenzet’. Erdogan zou volgens hem ‘de laatste’ moeten zijn die Israël ‘een morele les leert.’

Turkije ziet Hamas als een verzetsbeweging in plaats van een terreurbeweging, zoals Nederland doet. Het land heeft Israël ervan beschuldigd het conflict tussen de Verenigde Staten en Iran aan te wakkeren.

Belfast: Tommy Robinson en Elon Musk hitsen racistische demonstranten op

0

De Britse extreemrechtse activist Tommy Robinson en miljardair Elon Musk hebben bijgedragen aan het oplaaien van de racistische protesten in Belfast, zo bericht de Australische omroep ABC. Via sociale media riepen zij op tot demonstraties tegen vermeende indringers.

De rellen begonnen nadat een Soedanese statushouder een man op straat ernstig had verwond bij een steekpartij. Hoewel nog onduidelijk is wat zijn motief was werd de dader al snel afgerekend op zijn afkomst. Vanuit het hele land trokken mensen naar de Ierse stad om te protesteren tegen ‘mensen die hier niet vandaan komen’.

In de dagen daarna werden woningen, auto’s en bedrijven van migranten en etnische minderheden aangevallen. Volgens de politie zijn tientallen mensen ontheemd geraakt en werden agenten bekogeld met stenen en brandbommen. Autoriteiten omschrijven een groot deel van het geweld als racistisch gemotiveerd.

Tommy Robinson, die in het echt Stephen Yaxley-Lennon heet, verspreidde online oproepen tot protest tegen ‘indringers’. Hij pleitte hiervoor omdat ‘witte mensen worden aangevallen’. Elon Musk, eigenaar van het sociale platform X, moedigde volgens berichtgeving mensen aan om ‘herhaaldelijk en luid’ te protesteren. Britse politici stellen dat dergelijke berichten hebben bijgedragen aan de escalatie.

Noord‑Ierse en Britse leiders hebben inmiddels opgeroepen tot kalmte en waarschuwen voor het verder verspreiden van haat en desinformatie op sociale media.

 

Beelden tonen aan dat Israëlische soldaat baby Sam doodschoot in een stilstaande auto

0

De Israëlische mensenrechtenorganisatie Btselem heeft nieuwe beelden vrijgegeven van een Palestijnse familie die in hun auto in Hebron onder vuur werd genomen door een Israëlische soldaat. De zeven maanden oude baby Sam Abu Haikal kwam daarbij om het leven en zijn moeder raakte ernstig gewond. De nieuwe beelden tonen aan dat de auto daarbij stil stond, in tegenstelling tot een eerdere verklaring door het leger,  schrijft de Gelderlander.

Volgens het Israëlische leger schoot een soldaat afgelopen vrijdag op hun auto om dat deze op hem afkwam. Maar nieuwe beelden en de verklaring van de vader van Sam spreken die lijn tegen.

Het gezin uit Bethlehem op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever was onderweg naar Hebron (al-Khalil) toen ze moesten stoppen voor Israëlische soldaten die op de weg stonden. De vader verklaarde dat hij de auto meteen stilzette en zijn handen op het stuur legde, waarna de soldaat op hen schoot. Dat wordt bevestigd door camerabeelden van de auto

Volgens de vader had het voor de soldaat overduidelijk moeten zijn dat het om een gezin ging. Baby Sam werd dodelijk getroffen in zijn hoofd. Zijn moeder werd in haar gezicht geraakt en moest naar het ziekenhuis.

Op een tweede video die op de site van Btselem is gepubliceerd, is te zien dat de soldaten het gezin, met de ernstig gewonde baby en moeder, niet te hulp schoten. Volgens Btselem gingen de soldaat die het vuur had geopend en een andere soldaat ervandoor, terwijl omstanders probeerden de zwaargewonde baby en de bloedende ouders te helpen.

Volgens de directeur van Btselem, Yuli Novak, heeft ‘de immuniteit die Israël van de internationale gemeenschap geniet geleid tot een realiteit waar, onder Israëlisch gezag, Palestijnse levens niets waard zijn, zelfs dat van een zeven maanden oude baby.’

De Gelderlander schrijft op basis van cijfers van de Verenigde Naties dat sinds het begin van de genocide in oktober 2023 al ruim duizend Palestijnen zijn gedood op de bezette Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem. Volgens cijfers van de Israëlische organisatie Yesh Din werd in minder dan één procent van de gevallen waarbij een Israëlische militair werd beschuldigd van geweld tegen Palestijnen, daadwerkelijk een aanklacht ingediend.

Canada wil Somalische scheidsrechter toch nog laten fluiten

0

De Somalische scheidsrechter Omar Abdulkadir Artan mocht de Verenigde Staten niet in. Toch zou hij eventueel nog kunnen fluiten voor de wedstrijden die in Canada worden gespeeld.

Hiervoor moet de FIFA nog wel over de brug komen. En dat is met de pro-Amerikaanse voorzitter Gianni Infantino nog zeer de vraag, aldus Newsweek.

Canadese politici hebben openlijk verklaard dat de Somalische scheidsrechter welkom is bij het WK in Canada. Maar het is de vraag of dit geitenpadje daadwerkelijk positief zal uitpakken voor Artan. De wereldvoetbalbond FIFA moet meewerken en de stricte FIFA-structuren voor scheidsrechters aanpassen, hetgeen een confrontatie met het Trump-regime kan uitlokken. Vermoedelijk zal Infantino daarvoor bedanken.

De 34-jarige Artan zou de eerste Somalische scheidsrechter op een WK zijn. Hij is na zijn weigering door de VS als een held ontvangen in zijn vaderland. ‘De ambitie van elke scheidsrechter is om naar het WK te gaan. Wanneer je geselecteerd bent (door de FIFA, die zich nu op de vlakte houdt, red.) dan voelt dat als waardering voor waar je zo hard voor hebt gewerkt,’ zei hij in een persverklaring. De Amerikaanse immigratiedienst heeft die droom nu uiteengespat.

Intussen gaan er steeds meer kritische stemmen op om het ‘racistische WK’ in de VS links te laten liggen. ‘Het WK is een beschamende vertoning waar je toch geen deel aan wilt nemen? Ga lekker naar huis en stop ermee nu het nog kan, er is nog niks verloren. Behalve dan een paar mensenrechten,’ reageert Peter Lucassen uit Oldenzaal vandaag in de Volkskrant.

‘Wie bepaalt eigenlijk wat als terrorisme wordt gezien’?’

0

Het kabinet-Jetten wil, na een omstreden deal van 380 miljoen euro voor ontwikkelingshulp, de wet tegen de ‘verheerlijking van terrorisme’ doorzetten. Antropoloog Martijn de Koning vreest dat die wet vooral mensen onder een vergrootglas legt die opkomen voor bijvoorbeeld de rechten van Palestijnen.

In ruil voor 380 miljoen euro extra voor ontwikkelingshulp zou D66 zijn verzet hebben laten varen tegen een VVD-wetsvoorstel dat het verheerlijken van terrorisme strafbaar stelt. Met het steeds rechtser en extremer worden van het parlement is D66 eigenlijk niet eens nodig om de wet tegen de zogenoemde ‘verheerlijking van terrorisme’ door de Kamer te krijgen, schrijft de Volkskrant, die ook de geschiedenis van het wetsvoorstel schetst.

‘Al in 2016 lanceerde het toenmalige CDA-Tweede Kamerlid Mona Keijzer een wet om het verheerlijken van terrorisme strafbaar te stellen. Het ging haar om het actief verheerlijken of goedpraten van gewapende strijd en terreurdaden’, schrijft de Volkskrant.

Daarmee worden meestal islamistische terreurdaden bedoeld, omdat die binnen rechtse politieke kringen vaak het dominante referentiekader vormen. Critici wijzen erop dat geweld of misdrijven van staten als Israël of de Verenigde Staten doorgaans niet als terrorisme worden beschouwd. Vorig jaar nam de Tweede Kamer bovendien een motie aan die opriep om activisten van ‘antifa’ officieel als leden van een terroristische organisatie te bestempelen.

Beeld: Martijn de Koning

Dit wetsvoorstel vindt zijn oorsprong in de strijd tegen islamistisch terrorisme, in de periode dat Nederlanders naar Syrië en Irak afreisden. Martijn de Koning, universitair hoofddocent antropologie aan de Radboud Universiteit, deed destijds veel onderzoek naar dat fenomeen. Tegenwoordig doet hij onder meer onderzoek naar discriminatie van moslims (islamofobie) en activisme onder moslims. Net als diverse pro-Palestijnse organisaties, waaronder PAX, The Rights Forum en Plant een Olijfboom, is hij kritisch op de wet.

Waarom bent u kritisch op deze wet?

‘Een wet die het verheerlijken van terroristische misdrijven strafbaar stelt, lijkt op het eerste gezicht vanzelfsprekend. We willen immers voorkomen dat geweld tegen burgers wordt aangemoedigd of gevierd. Toch roept deze wet een belangrijke vraag op: wie bepaalt eigenlijk wat als terrorisme wordt gezien?’

Hoe zou u zelf die vraag beantwoorden?

‘Onderzoekers binnen de zogeheten critical terrorism studies wijzen erop dat terrorisme geen neutrale term is. Door de geschiedenis heen werd geweld van gekoloniseerde bevolkingen vaak aangeduid als terrorisme, terwijl geweld van staten eerder werd voorgesteld als ordehandhaving, veiligheid of zelfverdediging. Volgens deze onderzoekers werkt die geschiedenis nog altijd door in hedendaagse politieke debatten.’

‘Mensen gaan zichzelf censureren’

‘Dat zien we bijvoorbeeld in discussies over Palestina. Geweld van Palestijnen wordt vaak vrijwel onmiddellijk als terrorisme benoemd. Geweld van de Israëlische staat wordt daarentegen doorgaans beschreven als zelfverdediging, militaire operaties, veiligheidsmaatregelen of terrorismebestrijding. Daarmee verdwijnt de bredere context van bezetting, onteigening en militaire overheersing gemakkelijk uit beeld.’

Kan deze wet ook Nederlandse moslims raken, los van de Palestijnse kwestie?

‘Sinds 11 september 2001 zijn moslimgemeenschappen steeds vaker onderwerp geworden van toezicht, monitoring en preventief veiligheidsbeleid. Daardoor zijn moslims in het publieke debat regelmatig niet alleen burgers, maar ook potentiële veiligheidsrisico’s geworden. Tegen die achtergrond roept de nieuwe wet vragen op over de grenzen van politieke meningsuiting. Zou iemand die stelt dat Oekraïners zich met geweld mogen verzetten tegen een bezetting worden gezien als iemand die een bevrijdingsstrijd ondersteunt? En zou iemand die hetzelfde zegt over Palestijnen sneller het verwijt krijgen terrorisme te verheerlijken?

‘Dat betekent niet dat het bestrijden van terroristisch geweld geen legitiem doel is’

De kern van de zorg is niet dat grote aantallen mensen zullen worden vervolgd. Veel waarschijnlijker is een zogenoemd chilling effect: mensen gaan zichzelf censureren, omdat onduidelijk is waar de grens precies ligt. Studenten, journalisten, wetenschappers, kunstenaars en activisten kunnen ervoor kiezen gevoelige onderwerpen te vermijden om beschuldigingen of juridische problemen te voorkomen.’

Die gevoelige onderwerpen hebben vooral betrekking op gemarginaliseerde groepen.

‘Voor organisaties die zich bezighouden met Palestina, antiracisme, moslimrechten, vluchtelingenwerk of vredesactivisme kan dit betekenen dat zij vaker onderwerp worden van veiligheidsaandacht, zelfs wanneer zij geweld expliciet afwijzen. De aandacht verschuift dan van wat mensen doen naar wat zij denken, zeggen of met wie zij zich solidair verklaren. Dat betekent niet dat het bestrijden van terroristisch geweld geen legitiem doel is. De vraag is echter of een wet die formeel voor iedereen gelijk geldt, in de praktijk ook daadwerkelijk gelijk uitwerkt.

Wanneer terrorisme een politiek omstreden begrip blijft, bestaat het risico dat sommige vormen van solidariteit, verzet of politieke betrokkenheid sneller door een veiligheidsbril worden bekeken dan andere. De fundamentele vraag die de nieuwe wet oproept, is daarom niet alleen hoe we terrorisme bestrijden, maar ook hoe we voorkomen dat legitieme politieke meningsuiting, solidariteit en democratische participatie onderdeel worden van hetzelfde veiligheidsdomein.’

‘Zelfs huilen is anders in het Tamazight’

Najib Elyandouzi is fietsenmaker en dichter. Zijn net verschenen dichtbundel is in zijn moedertaal, het Tamazight, die dreigt te verdwijnen. ‘Als ik niet in het Tamazight schrijf, wie gaat het dan doen?’

‘Mijn vader is al jaren overleden en ik mis hem heel erg. Ik heb zijn dood tot op de dag van vandaag niet kunnen accepteren.’ Met die woorden vat Najib Elyandouzi (53) samen wat zijn debuutbundel Islemd-ayi Baba eigenlijk is. Een eerbetoon aan zijn vader en een noodkreet om de Tamazight-taal onder druk staat. In een warm en vol buurtcentrum Oase in Utrecht-Zuilen vond onlangs de boekpresentatie plaats. Het werd een avond vol muziek, verrassingen en liveverbindingen met dierbaren.

Overdag staat Elyandouzi in de winkel en maakt hij fietsen. Gedichten schrijven doet hij niet op een vast moment. ‘De woorden schieten onverwachts binnen. Dat kan in de auto zijn of tijdens het boodschappen doen’, vertelt hij. ‘Mijn teksten komen geleidelijk. Ik schrijf over alles wat me persoonlijk raakt. Het kan over familie gaan, politiek of wat er in de wereld gebeurt. Eigenlijk alles wat te maken heeft met mensen.’

Voetstappen

De titel Islemd-ayi Baba betekent letterlijk: mijn vader heeft mij geleerd. ‘Het eerste wat mijn vader mij leerde, is dat ik gewoon in mezelf moet geloven en mezelf moet zijn. De teksten in het boek gaan daarover. Het boek is een kleine samenvatting van verschillende ervaringen en gevoelens’, vertelt Elyandouzi.

Beeld: Ahlam Benali

Op de cover staan grote en kleine voetstappen. De voeten van zijn vader en die van hemzelf. De eerste twaalf jaar bracht hij door in Tarbiaat, een dorp van de stam Aith Ourich, op twee kilometer van Anoual, op het platteland van de Rif. Daar ging hij naar de basisschool, en in de zomer volgde Elyandouzi een paar weken onderwijs in de moskee. Bij hem thuis was de Slag om Anoual, de grote overwinning van de vrijheidsstrijder Abd el-Krim op het Spaanse leger in 1921, altijd het onderwerp. ‘Toen mijn ouders nog op het platteland woonden, vertelden ze ons de verhalen. En over wat onze voorouders deden tijdens de strijd tegen de Spanjaarden. De verhalen brachten ons samen’, vertelt hij. Maar in de Rif was voor Elyandouzi geen perspectief en toekomst. Zijn vader wilde dat hij zich verder kon ontwikkelen en stuurde hem naar de stad Taza.

Daar overkwam hem iets wat hij nooit had verwacht. Voor het eerst merkte hij dat zijn taal, het Tamazight, buiten de Rif niet werd gesproken. Plotseling moest hij overschakelen naar Darija, Marokkaans-Arabisch, en uitleggen wie hij was en waar hij vandaan kwam. ‘In Taza startte het zoeken naar mezelf’, vertelt hij. Van Taza ging hij naar Rabat, vervolgens naar Tanger, Larache, Khmissat en uiteindelijk richting Europa.

‘Nu hij dood is, lijkt het alsof ik in de wildernis leef’

‘Waar de voetstappen van mijn vader stopten, moest ik eenzaam verder. Mijn vader heeft me bij de hand genomen tot het jaar 2004.’ Hij valt kort stil en vertelt verder. ‘Mijn vader is al jaren overleden en ik mis hem heel erg. Ik heb zijn dood tot op de dag van vandaag niet kunnen accepteren. Hij was mijn beschermmuur. Hij was er altijd voor me. Nu hij dood is, lijkt het alsof ik in de wildernis leef’, zegt Elyandouzi tegen het publiek in de zaal.

Dertig gedichten

De bundel bevat dertig gedichten die hij al vijfentwintig jaar wilde publiceren. ‘Ik heb de teksten gekozen die ik zelf mooi vind om te delen met de wereld. Een van de oudste gedichten heet Tif Itri, sterrenlicht. Ik heb het geschreven in het jaar 1994,’ vertelt hij, waarna hij het gedicht vol emotie voorleest aan de zaal.

Het schrijfproces is voor Elyandouzi een intense ervaring. ‘Mijn gedichten gaan over verlies, afscheid, hoop en liefde. Daarom laat elk gedicht bij mij een bepaalde emotie achter. Iedere keer als ik het opnieuw lees, voel ik weer iets anders. Het laat in lagen verschillende littekens bij mij achter.’

Zorgen om de Tamazight-taal

Elyandouzi beheerst de Nederlandse taal voldoende, toch kiest hij er bewust voor om in het Tamazight te schrijven. ‘Ik weet als geen ander wat het betekent om je taal niet te kunnen spreken, dat maakte ik mee als jongeman in Taza. Ik ben trots op mijn identiteit. Als ik niet in het Tamazight schrijf, wie gaat het dan doen? Ik voel me verantwoordelijk.’

Hij maakt zich ook grote zorgen over de toekomst van de taal. Niet alleen in Nederland, maar ook in Noord-Afrika, in Marokko. Tamazight heeft sinds het jaar 2011 een officiële status, maar in de praktijk gebeurt er nog te weinig, vertelt Elyandouzi. ‘Toen in 2004 mijn eerste kind geboren werd, moest ik de grootste moeite doen om de Amazigh-naam officieel te registreren. Alles wat met het Tamazight te maken had, was toen verboden. Nu is het officieel erkend, maar er zijn geen mogelijkheden. Je kunt denken aan het gebrek aan budgetten en initiatieven om echt verder te kunnen gaan.’

‘Taal is niet alleen een communicatiemiddel, het is ook gevoel’

Voor Elyandouzi gaat de taal ook verder dan alleen maar woorden. ‘Taal is niet alleen een communicatiemiddel, het is ook gevoel. Een emotie. Ik kan me gewoon beter uiten. Zelfs huilen in het Tamazight is anders dan in het Nederlands.’

Beeld: Ahlam Benali

‘Dit boek moet ooit een verrijking worden voor de Amazigh-bibliotheek, hier in Nederland en in Marokko. Als iemand de interesse heeft om het te vertalen, kunnen de Riffijnse jongeren via dit boek over onze cultuur leren. Veel Riffijnse jongeren in Nederland spreken de taal niet goed of nauwelijks meer’, vertelt Elyandouzi.

De verantwoordelijkheid legt hij bij de eigen gemeenschap. ‘Wij als ouders moeten gewoon veel meer gaan doen en ondernemen. Door bijvoorbeeld thuis met onze kinderen Tamazight te spreken in plaats van alleen maar Nederlands. We moeten onze kinderen ook leuke dingen blijven vertellen en meegeven over de Rif. We importeren vaak de cultuur van anderen en kleineren onszelf. Dat moeten we niet doen. Ik vind dat we onze eigen tradities levend moeten houden, naar voren brengen en omarmen, en die trots overdragen op onze kinderen. Leer hen van zichzelf houden.’

‘Ik vind dat we onze eigen tradities levend moeten houden’

Hij sluit af met een boodschap aan de jeugd. ‘Zorg dat je het eerst goed doet op school. En als je kennis hebt van wie je bent, ben je een verrijking.’

Na achtentwintig jaar in Nederland is zijn wens voor de toekomst net zo belangrijk als de voetstappen op zijn cover. ‘Mijn vader wilde dat ik op zoek bleef gaan naar mezelf en mijn kennis blijf vergroten, daarom hoop ik dat er over tien jaar in Nederland minimaal één cultuurcentrum is voor de Amazigh-gemeenschap. Een plek waar onze kinderen kunnen leren wie ze zijn, waar de taal wordt doorgegeven en waar we als gemeenschap trots op kunnen zijn. Want een gemeenschap zonder eigen plek, raakt zichzelf kwijt.’

De bundel is te bestellen via [email protected] of af te halen bij Rif Reizen van Moustafa Barbouche, gevestigd aan de Hoefkade 307B in Den Haag.

Racistische pogrom en migrantenjacht in Belfast

0

In de Noord-Ierse hoofdstad Belfast hebben boze witte burgers huizen van mensen met een migratieachtergrond in de brand gestoken Politici spreken van een ‘racistische pogrom’ tegen mensen van kleur, zo meldt de BBC.

Belfast en andere Noord-Ierse steden hebben een gewelddadige nacht achter de rug. Mensen met een donkere huidskleur zijn collectief tot doelwit gemaakt door extremistische Ierse groepen. Ze zijn woedend, omdat een verwarde Soedanese vluchteling probeerde iemand te doden. De politie gelooft niet dat het een terroristische aanslag was. Desalniettemin besloten boze witte burgers het recht in eigen handen te nemen en onschuldige medeburgers van kleur collectief te straffen.

De Noord-Ierse justitieminister Naomi Long spreekt haar afschuw uit over deze pogroms. ‘Het is ronduit schandalig dat er gisteravond jonge kinderen, die niets te maken hadden met de aanval in Noord-Belfast, en jonge gezinnen, die evenmin iets met die aanval te maken hadden, dakloos zijn geworden en alles zijn kwijtgeraakt door wat er de avond daarvoor is gebeurd.’ Ze houdt de extreemrechtse ophitsers verantwoordelijk voor het racistische geweld.

‘Er zijn kwaadwillende personen in het Verenigd Koninkrijk en daarbuiten die vóór gisteren waarschijnlijk nog moeite zouden hebben gehad om Belfast op een kaart aan te wijzen, maar die mensen bewust hebben aangemoedigd de straat op te gaan. Ze hebben doelbewust het leed en de wanhoop van een gewonde man en een angstige gemeenschap misbruikt voor hun eigen doeleinden. Dat is verachtelijk,’ aldus Long.

Dat mensen op basis van hun huidskleur werden aangevallen in Belfast, wordt door haar bevestigd. ‘Wat er is gebeurd, is de absolute definitie van racisme,’ zegt ze.

Ook Claire Henna van de Noord-Ierse Labour Party kan het niet anders omschrijven. ‘Wat we hier zien, is een op ras gebaseerde pogrom. We zien mannen van deur tot deur gaan en eisen dat buitenlanders vertrekken, uitsluitend vanwege de kleur van hun huid,’ zegt ze. ‘Het heeft niets te maken met wat zij bijdragen aan de samenleving of wat hun verblijfsstatus hier is. Voor mensen in Belfast, die hoopten dat dit soort politiek ver achter hen lag, is dit ronduit angstaanjagend.’

Arab Film Festival wil stereotypen over de Arabische wereld doorbreken

Het Arab Film Festival in Rotterdam laat de komende vijf dagen zien dat de Arabische wereld meer is dan conflict en politiek.

Het is dinsdag, de dag voor de opening, en Rosh Abdelfatah is nerveus. Het is nog maar de vraag of alle gasten uit het Midden-Oosten het halen naar Rotterdam, waar de volgende dag het Arab Film Festival begint. Vluchten kunnen worden gecanceld en voor sommigen is de route naar de luchthaven niet eens veilig, vertelt de artistiek directeur van het festival.

De aankomende vijf dagen is Rotterdam de toegangspoort tot de Arabische filmindustrie. Bekende gezichten van voor en achter de camera komen vanuit de hele wereld naar de havenstad voor de 26e editie van het Arab Film Festival. Hier zullen ze ondergedompeld worden in nieuwe films, panelgesprekken en nieuwe ontmoetingen. ‘We willen mensen in deze industrie met elkaar in contact brengen’, vertelt Abdelfatah.

Het festival is meer dan een cinematografisch spektakel. Al gelijk toen het in 2000 werd opgericht door de Tunesische Khaled Chouket, bleek het een gelegenheid om de Arabische wereld in een ander daglicht te stellen. Het was het jaar van de aanslag in New York, het jaar waarin de achterdocht jegens het Midden-Oosten andere proporties aannam. Als het over het Midden-Oosten ging, ging het over conflict, oorlog en ellende.

‘De meeste filmmakers op het festival zijn hier geboren’

Vanaf het begin streefde het Arab Film Festival ernaar deze stereotypen te doorbreken en authentieke verhalen te presenteren. Dat er veel meer is om over te vertellen, is in de zesentwintig jaren die volgden wel gebleken. Wat ook duidelijk werd: er is wel degelijk een publiek in Nederland voor de Arabische film. Op de laatste editie kwamen maar meer dan zesduizend mensen af.

Vroeger was de Arabische film in Nederland vrijwel onbekend. Wat is er door de jaren heen veranderd?

‘Er is een enorme verandering gaande. Tien jaar geleden was er misschien één Arabische film per jaar in de bioscoop. Dit jaar zijn vier van de films die op het Arab Film Festival vertoond worden ook elders te zien. The Voice of Hind Rajab draait op meerdere plekken en heeft zelfs de tweede prijs gewonnen op het Filmfestival van Venetië 2025. Dat is niet niks. Palestina 36 draaide ook op het International Film Festival Rotterdam, de openingsfilm Chronicles from the Siege won een prijs in Berlijn. A Sad and Beautiful World won ook een prijs op het Filmfestival van Venetië. Het is nooit eerder gebeurd dat zoveel films op het festival het grote publiek hebben bereikt.

Veel van deze films gaan over conflict. Is dat toch een terugkerend thema gebleken?

‘Je kunt er niet omheen, je moet het wel in beeld brengen. Niet in de vorm van cijfers en krantenkoppen, maar in de vorm van verhalen, bijvoorbeeld over het dagelijks leven van mensen. De openingsfilm gaat bijvoorbeeld over het leven van gewone burgers die gevangen zitten in een belegerde stad. Ze worstelen met honger, kou, verlangen en angst, maar ervaren ook liefde en een soms verbazingwekkend, absurd gevoel voor humor.

Maar er zijn ook andere thema’s die steeds weer terugkomen. Zoals bijvoorbeeld identiteit. De meeste filmmakers op het festival zijn hier geboren. Ze willen een brug slaan tussen twee culturen. Ze vertellen over de geschiedenis van hun ouders of voorouders. De kwesties die ze aankaarten, raken onze doelgroep in Nederland.’

Wat is die doelgroep dan precies?

‘Dat zijn mensen in Nederland met een Arabische achtergrond, maar ook andere Nederlanders. Onze doelstelling is om de beeldvorming rondom de Arabische wereld te veranderen door middel van film. We werken daarom veel samen met andere instellingen, zodat we een breed publiek bereiken. Daarnaast willen we ook gewoon mensen een fijne dag bezorgen. Niet alle films gaan over conflict; er is ook komedie, romantiek en er is een film voor kinderen. We proberen een zo breed mogelijk programma neer te zetten.’

Dit jaar ligt de nadruk van het evenement op Syrië. Waarom hebben jullie voor dit thema gekozen?

‘Dit heeft te maken met de ontwikkelingen in het afgelopen jaar: de val van het Assad-regime in Syrië. Hier is veel over te vertellen. Maar het gaat ook om de gemeenschap hier in Nederland. In 2015 is er een hele grote Syrische vluchtelingengroep naar Nederland gekomen en we zijn nu meer dan tien jaar verder. Onder hen zijn veel jonge filmmakers die hier op school zitten of nu afstuderen. We willen deze jongeren helpen om verder te komen in de filmindustrie, door ze in contact te brengen met andere filmmakers bijvoorbeeld.

‘We hebben misschien wel 30.000 verhalen over Syriërs waarbij het goed gaat’

Daarnaast willen we ook vooral positieve verhalen vertellen over Syriërs. We hebben bijvoorbeeld een vlaggenparade met portretten van Nederlandse Syriërs met succesverhalen. Deze portretten staan ook op sociale media en zijn duizenden keren bekeken. We hebben ze neergezet als rolmodellen, om andere Syrische jongeren te laten zien dat je kunt slagen, ondanks de problemen die je ervaart.

Ik denk dat dit heel belangrijk is. De media komt heel snel kijken als het fout gaat, maar het gaat misschien maar in een paar gevallen fout. We hebben misschien wel 30.000 verhalen over Syriërs waarbij het goed gaat. We hopen dat die verhalen niet alleen jongeren bereiken, maar heel Nederland.’

Beeld: Arab Film Festival

Het festival wordt niet alleen bezocht door filmmakers, maar ook door filmsterren. Wie lopen er dit jaar zoal rond?

‘Ja, dat klopt. De aanwezigheid van filmsterren is heel belangrijk voor het festival. Er komen echt mensen naartoe om ze te spotten, dit is een doelgroep die normaal gesproken niet naar een filmfestival gaat.

Uit Egypte komt bijvoorbeeld Khalid Youssef, een filmmaker die daarnaast actief is in de Egyptische politiek en zelfs kandidaat is geweest voor het presidentschap. We hebben Lebleba, een Armeens-Egyptische actrice die al sinds haar vijfde acteerwerk doet. Uit Syrië komen de acteurs Dima Kandalaft en Jihad Abdou. Deze acteurs komen niet alleen om gespot te worden. Ze doen ook mee aan The Talk.’

The Talk, dat klinkt als een nieuw concept. Vertel!

‘Klopt, we hebben dit jaar een nieuwe samenwerking met de Cultuurcampus op de Putselaan, waar een brug wordt geslagen tussen educatie en de maatschappij. Aan de Cultuurcampus zijn allerlei onderwijsinstellingen verbonden en daardoor komen er veel studenten. We zullen hier gedurende het hele festival korte films vertonen.

Daarnaast hebben we een industry programme georganiseerd. Jonge filmmakers met een Arabische achtergrond in de EU konden hun ideeën insturen, waarvan er tien zijn geselecteerd. Deze tien zullen worden gepitcht in de campus, waar bedrijven en instellingen aanwezig zijn die deze projecten zouden kunnen financieren. Zo proberen we deze jonge filmmakers op weg te helpen.’