Een opvallende transfer in voetballand: voormalig FNV-bestuurder Zakaria Boufangacha wordt per 15 december directeur-bestuurder amateurvoetbal bij de KNVB. Boufangacha wilde eerder voorzitter van de FNV worden, maar zijn kandidatuur strandde na een valse beschuldiging.
Op de website van de KNVB krijgt hij lof vanwege zijn ‘bestuurlijke ervaring’, opgedaan bij de FNV. ‘In die rol opereerde hij in een complex speelveld van leden, bestuurders, politiek, werkgevers en maatschappelijke organisaties’, schrijft de KNVB.
Zelf is hij zeer tevreden met zijn benoeming. ‘Een jongensdroom’ die in vervulling gaat, schrijft Boufangacha op LinkedIn. De dramatische periode bij de FNV lijkt achter de rug. ‘Om namens de KNVB en al haar leden aan de slag te mogen gaan met het spelletje waar miljoenen Nederlanders zo dol op zijn, is de grootste eer die ik mij had kunnen wensen. Ik kan niet wachten om samen met alle kanjers binnen de vereniging en de arbeidsorganisatie het Nederlandse voetbal naar een nog hoger plan te tillen én een nog grotere maatschappelijke impact te maken.’
Hij kan meteen aan de slag. Verschillende amateurteams in de Randstad beginnen eigen competities vanwege agressie en onsportief gedrag. Opvallend is dat daar nauwelijks teams met veel spelers met een migratieachtergrond aan meedoen.
De KNVB benadrukt in haar officiële communicatie in ieder geval dat voetbal voor iedereen is en zet in op inclusiviteit via programma’s als ‘Ons Voetbal Is Van Iedereen’.
55-plussers die in het buitenland zijn geboren, leven vaker onder het sociaal minimum dan 55-plussers die in Nederland zijn geboren. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De meeste in het buitenland geboren 55-plussers komen uit Suriname, Indonesië of Turkije.
Het aantal 55-plussers dat in het buitenland is geboren, is gestegen van 454.000 in 2012 naar 758.000 in 2024. Suriname, Indonesië, Turkije en Marokko zijn de landen waar de meeste van deze 55-plussers vandaan komen. Deze groep werd de afgelopen jaren sterk aangevuld met mensen uit landen als Iran, Irak en Syrië, waar veel vluchtelingen vandaan zijn gekomen. Sinds de Russische invasie is er bovendien een sterke toename van het aantal Oekraïense 55-plussers in Nederland.
De structurele economische kloof tussen 55-plussers die in Nederland zijn geboren en 55-plussers die in het buitenland zijn geboren, heeft volgens het CBS deels te maken met de kortere verblijfsduur van de laatste groep, waardoor zij geen recht hebben op een volledig AOW-pensioen. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat deze groep ook vaker een uitkering ontvangt dan 55-plussers die in Nederland zijn geboren.
Een specifiek knelpunt is de situatie van Surinaamse 55-plussers. Zij kampen vaak met een AOW-gat, omdat de jaren die zij vóór de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 hebben gewerkt niet meetellen voor de opbouw van hun Nederlandse AOW-pensioen.
De Moldavische keuken is in Nederland nauwelijks bekend. Honorair consul Vera Stupenea wil daar met haar kookboek verandering in brengen.
Wat weet de gemiddelde Nederlander over Moldavië? Vaak maar weinig. En de Moldavische keuken en wijnen zijn hier nog minder bekend. Toch is een van de wijnkelders in het land zó groot dat die een plek heeft in het Guinness Book of Records. Met haar kookboek De smaak van Moldavië, recepten en herinneringen uit mijn moeders keuken wil Stupenea haar geboorteland bekender maken. Daarvoor vertaalde ze onder meer de recepten van haar moeder.
Recepten in het Russisch
De moeder van Stupenea werd geboren in 1935, toen het grootste deel van Moldavië bij Roemenië hoorde. Het land ligt ingeklemd tussen Roemenië en Oekraïne. Er bestaat geen aparte Moldavische taal: er werd Roemeens gesproken. Dat veranderde na de Tweede Wereldoorlog, toen Moldavië onder het bewind van de Sovjet-Unie kwam.
‘Het gevolg was dat de voertaal in Moldavië Russisch werd. Die taal werd verplicht. Mijn moeder was toen tien jaar en maakte de ‘taalwisseling’ mee. Later werd ze lerares Russisch. Daarom is het schrift van mijn moeder met al haar recepten in het Russisch geschreven. Sinds 1991 is Moldavië zelfstandig en is de voertaal weer Roemeens. Alleen wordt er sinds de oorlog tussen Rusland en Oekraïne weer meer Russisch in Moldavië gesproken als gevolg van de komst van de vele [Russischtalige] Oekraïense vluchtelingen.’
Stupenea woont inmiddels dertig jaar in Nederland. ‘Mijn oudste zoon is in Moldavië geboren, de jongste hier. Ze zeiden tegen me dat ze het jammer vonden dat ze de recepten van oma niet konden lezen, ook vanwege het handschrift. Dat zette me aan het denken. Een zoektocht op internet leerde me dat er geen enkel Nederlandstalig kookboek was met Moldavische recepten. Toen besloot ik om te proberen een Moldavisch kookboek samen te stellen.’
Het boek draait niet alleen om recepten. Ook de Moldavische cultuur en wijnen komen aan bod. Wijn is belangrijk in Moldavië en daarom staat bij ieder recept een Moldavische wijnsuggestie.
Moldavische wijnen
‘In Moldavië zijn echt heel veel wijngaarden. Het land was vroeger een van de grootste wijnleveranciers van de Sovjet-Unie. Moldavië ligt op dezelfde breedtegraad als Frankrijk. Qua grond lijkt het ook op Frankrijk. Het is zonde dat Nederland geen Moldavische wijnen kent. In Moldavië zijn sommige wijnkelders zo groot dat je er met de auto doorheen kunt rijden. Cricova is een van de bekendste ondergrondse wijnkelders. De grootste is Milesti Mici, die in het Guinness Book of Records vermeld staat. Er staan daar naar schatting 1,5 miljoen flessen wijn.’
Als vakantieland trekt Moldavië geen massatoerisme. De hoofdstad Chisinau heeft musea, parken en lokale markten, waar onder meer courgettes, aubergines, tomaten en komkommers worden verkocht. Die groenten keren veel terug in Moldavische gerechten, net als verse kruiden zoals peterselie en dille.
Moldavië is een van de armste landen van Europa. De keuken bestaat dan ook vooral uit betaalbare ingrediënten.
‘De ingrediënten die worden gebruikt voor de gerechten zijn eenvoudige, eerlijke producten. In één gerecht in mijn kookboek zit zalm. Dat is het duurste recept. De Moldavische keuken is niet overdreven luxueus. Ik heb wel voor alle zekerheid gecontroleerd of alle ingrediënten makkelijk verkrijgbaar waren.’
Rusland en het Ottomaanse Rijk
Het kookboek bevat recepten van haar moeder, maar ook enkele nationale gerechten. Een daarvan is mâmâligâ, een stevige maïsmeelpap (polenta), die meestal wordt geserveerd met schapenkaas of zure room.
Ook borsjt, of borsch, komt aan bod: een volle, romige soep met rode bieten als hoofdingrediënt. Die soep wordt eerder met Rusland geassocieerd.
‘Moldavië viel ooit onder het Ottomaanse Rijk, Roemenië en later de Sovjet-Unie. Er is sprake van veel invloeden van buitenaf. Heel veel keukens hebben elkaar beïnvloed. Borsjt is inderdaad een Russische soep. Een echt Moldavische soep is zeama, een zure kippensoep.’
Moldavische kippensoep
Een ander bekend gerecht is sarmale: gevulde kool- of wijnbladeren met een mengsel van gekruid gehakt, rijst en groenten, die langzaam moeten stoven.
Parjoala wordt klaargemaakt met Moldavische gehaktballetjes of burgers met knoflook, uien en verse kruiden. ‘In mijn kookboek staat een recept van mijn moeder voor een soep met dergelijke gehaktballetjes.’
Een ander gerecht is placinta. ‘Het is heel dun deeg dat je naar je eigen smaak kunt vullen met hartige of zoete dingen. Daarna rol je het op. Soms wordt het in de oven gebakken, soms in de pan. Ik vind het heel erg lekker en het is geschikt voor alle maaltijden: ontbijt, lunch, avondeten, maakt niet uit.’
Room en bloem
De recepten uit het schrift van haar moeder moesten niet alleen worden vertaald. Ook de hoeveelheden moesten worden aangepast.
‘In Rusland heb je één formaat glas. Dus als er in een recept staat dat je ergens een glas melk in moet doen, of een glas room of bloem, dan weet iedereen om hoeveel het gaat. Maar in andere landen, zoals Nederland, zijn er talloze soorten en maten glazen. Toen ik voor het schrijven van dit kookboek alle recepten opnieuw klaarmaakte, heb ik de hoeveelheden een stuk nauwkeuriger afgemeten dan “een glas”. Er staat keurig bij om hoeveel gram of milliliter het gaat.’
Naast familierecepten bevat het boek foto’s van de Moldavische foodfotograaf Alex Perov. Aan het boek werkten twee redacteuren mee: een tekstredacteur en een culinair redacteur. Ook Dorus Floris, chef-kok en mede-eigenaar van het Amsterdamse sterrenrestaurant Showw, las mee. Het maakte hem nieuwsgierig naar de Moldavische keuken.
Onbezoldigd honorair consul
Stupenea is onbezoldigd honorair consul en beschouwt het als een eer dat ze voor die functie is benaderd. Voordat ze in de zomer van 2025 werd geïnstalleerd, werd ze een jaar lang gescreend. Bij haar installatie waren ook toenmalig minister-president Dick Schoof en koning Willem-Alexander betrokken. Haar taak om Moldavië positief onder de aandacht te brengen, neemt ze serieus.
Een van de eerste dingen die ze als honorair consul deed, was een kinderboek van Spiridon Vangheli in het Nederlands vertalen.
‘In Moldavië is dit een zeer bekende kinderboekenschrijver. Wat Annie M.G. Schmidt voor Nederland is, is Vangheli voor Moldavië. Zijn werk is vertaald in meer dan veertig talen, maar nog nooit in het Nederlands. Een van de personen waar Vangheli om bekendstaat, is Gugutsa, een jongetje van zes jaar. Er is zelfs een gerecht dat met hem te maken heeft. Gugutsa draagt een typisch Moldavische muts. Naar aanleiding daarvan bestaat er een gerecht van vijftien pannenkoekjes, gevuld met slagroom en kersen, die worden opgestapeld. Daarna wordt er chocolade overheen gegoten. Qua vorm doet het denken aan zo’n muts en daarom heet het De muts van Gugutsa.’
Ook kreeg Stupenea voor elkaar dat vier studenten van de kunstacademie van Chisinau mogen exposeren tijdens de Kunst10daagse in het Noord-Hollandse Bergen, dit jaar van 15 tot en met 26 oktober. Het evenement trekt jaarlijks ongeveer 40.000 bezoekers. ‘De organisatoren waren zeer enthousiast over hun werk.’
De huidige premier van Moldavië, een ondernemer, woonde bovendien tien jaar in Nederland en spreekt goed Nederlands. De banden met Moldavië worden zo langzaam sterker.
Turkije is een toonaangevend voorbeeld geworden van een land dat afglijdt naar een gesloten autocratie. De hardline-regering heeft een ongekend feitelijk samenwerkingsverband opgebouwd met een wereldwijd socialemediabedrijf, Elon Musks X, waardoor de digitale ruimte van het land is veranderd in een proeftuin voor censuur. Journalisten, academici, ngo’s en dissidenten worden het zwijgen opgelegd op een schaal die elders zijn weerga niet kent.
Deze samenwerking is de afgelopen dagen in een stroomversnelling geraakt en treft een steeds grotere groep critici. Twitter, tegenwoordig X, blijft het belangrijkste platform waarop in Turkije nog enige ruimte voor vrijheid van meningsuiting bestaat.
De campagne begon in de zomer van 2024 te intensiveren, toen een provinciale rechtbank 82 X-accounts van journalisten en media blokkeerde op de absurde grond van ‘terroristische propaganda’. Eind 2024 had een tweede golf het totaal op 177 gebracht. Daarbij werden ook verbannen journalisten getroffen, onder wie Amberin Zaman, Erk Acarer, Hayko Bagdat en ikzelf – sommigen van hen zelfs meerdere keren.
In maart 2025 nam de omvang sterk toe, toen X bekendmaakte dat Turkse rechtbanken opdracht hadden gegeven om meer dan 700 accounts te blokkeren tijdens de protesten rond de burgemeester van Istanbul, Ekrem Imamoglu. In september 2026 werden nog eens 419 accounts geblokkeerd. Ditmaal waren lhbti+-groepen het doelwit, onder het voorwendsel dat ‘traditionele familiewaarden’ moesten worden beschermd.
Dit is niet langer een reeks op zichzelf staande gevallen. Er is sprake van een duidelijk en terugkerend patroon van digitale controle: politie-eenheden dienen klachten in en rechtbanken keuren die vrijwel automatisch goed. Door de omvang en frequentie ervan is deze praktijk genormaliseerd geraakt.
Het autoritaire karakter van Turkije is inmiddels algemeen bekend. De dringendere kwestie is echter de medeplichtigheid van X – de factor die deze crisis onderscheidt. Alleen al in de tweede helft van 2024 ontving X 11.107 verwijderingsverzoeken uit Turkije en zou het bedrijf aan bijna 90 procent daarvan gehoor hebben gegeven. Analisten hebben het bedrijf ervan beschuldigd ‘Turkse journalisten selectief het zwijgen op te leggen’. Opvallend is dat X eerder bij een Turkse rechtbank met succes een verwijderingsverzoek heeft aangevochten. Dat laat zien dat gehoor geven aan zo’n verzoek een keuze is en geen onvermijdelijke juridische verplichting.
De vaak vergaande medewerking van X verandert afzonderlijke rechterlijke bevelen in een landelijke censuurinfrastructuur. Wanneer Ankara een verzoek indient, lijkt de reactie van X bijna automatisch: het bedrijf werkt mee zonder de reden of reikwijdte van het bevel ter discussie te stellen, vaak zonder de eigenaar van het account te informeren. Bovendien heeft X, wanneer getroffen gebruikers hebben betaald voor een abonnement met een blauw vinkje, geen enkele intentie getoond om de abonnementskosten terug te betalen voor een dienst die door de eigen beslissing van het bedrijf onbruikbaar is geworden.
Wat gebeurt er vervolgens wanneer de druk op Turkse gebruikers toeneemt? De meeste geblokkeerde personen reageren automatisch: ze openen nieuwe accounts en roepen hun volgers op om mee te verhuizen, zonder teruggave te eisen van het geld dat zij betaalden voor een verificatie die inmiddels waardeloos is geworden. Daarbij verliezen ze een aanzienlijk deel van hun publiek, lopen ze het risico dat ook hun nieuwe accounts worden gesloten en krijgen ze geen compensatie. Het is zowel een schending van consumentenrechten als een ernstig verlies van een professioneel bereik dat in de loop der jaren is opgebouwd.
Meewerken aan de blokkades blijft voor het bedrijf goedkoop en zonder gevolgen
Deze stille verhuizing naar nieuwe accounts zorgt ervoor dat X niet ter verantwoording wordt geroepen; meewerken aan de blokkades blijft voor het bedrijf goedkoop en zonder gevolgen. In Turkije bestaat bovendien een opvallende gehechtheid aan X, waardoor veel kritische stemmen niet overstappen naar onafhankelijke platforms zoals Bluesky.
Sommige lokale organisaties, zoals de Vereniging van Hedendaagse Journalisten (ÇGD) in Ankara, beperken zich tot oproepen aan de Turkse autoriteiten om grondwettelijke rechten te respecteren en uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens na te leven. Dat zullen ze niet doen. Dat stadium zijn we allang voorbij. Toch bestaan er mogelijk nog manieren om X – en Musk – in westerse rechtsgebieden juridisch onder de loep te laten nemen.
Ilker Atamer, een Turkse juridisch deskundige die bekend is met de Amerikaanse wetgeving, stelt dat iedereen die in Turkije is geblokkeerd X Corp. in Californië zou kunnen aanklagen zonder Amerikaans staatsburger te zijn of in de Verenigde Staten te wonen, mits diegene een Amerikaanse advocaat inschakelt. Eisers zouden hun zaken kunnen bundelen en de kosten kunnen delen; organisaties als CPJ, RSF en Freedom House zouden ook kunnen proberen kosteloze juridische bijstand te regelen.
Atamers sterkste argument gaat over het overschrijden van de grenzen van rechterlijke bevelen. Turkse bevelen noemen doorgaans specifieke URL’s waarin een gebruikersnaam staat. Als die gebruikersnaam verandert, zou de toegang in principe moeten worden hersteld. X Turkije zou echter de onderliggende gebruikers-ID blokkeren, waardoor de beperking ook blijft gelden voor accounts waarvan de naam is veranderd en die nooit in een rechterlijke uitspraak zijn genoemd.
Hierdoor zou X mogelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld, niet omdat het gehoor geeft aan een rechterlijk bevel, maar omdat het verder gaat dan dat bevel door de blokkade op eigen initiatief en mogelijk onrechtmatig uit te breiden. Dat is een afzonderlijke grond waarop een rechtszaak kan worden aangespannen – en wellicht de meest realistische basis voor een gezamenlijke juridische procedure.
Een tweede mogelijkheid betreft consumentenbescherming. De Digital Services Act van de EU verplicht platforms om interne klachtenprocedures aan te bieden en gebruikers toegang te geven tot onafhankelijke geschillenbeslechting bij beslissingen over accounts. Die rechten zijn mogelijk niet rechtstreeks van toepassing in Turkije, maar vormen wel een belangrijke juridische maatstaf. De EU-boete van 120 miljoen euro wegens misleidende verificatiepraktijken zou bovendien claims voor terugbetaling kunnen versterken van journalisten wier betaalde abonnementen waardeloos zijn geworden.
X is niet immuun voor kostbare schikkingen. De gemelde schikking met Donald Trump over de opschorting van zijn account in 2021 laat zien dat de contractuele vrijheid van het bedrijf in de praktijk grenzen kent wanneer de juridische en reputatiedruk groot genoeg wordt.
Realistisch gezien zouden de sterkste claims zich richten op het feit dat X op eigen initiatief verder gaat dan de precieze inhoud van Turkse rechterlijke bevelen, evenals op zijn verplichting om te goeder trouw om te gaan met betalende gebruikers – en niet op de formele bevoegdheid van de staat om beperkingen te eisen. Een gebundelde of collectieve rechtszaak is daarom mogelijk de meest kansrijke strategie.
Misschien kunnen collega’s en beroepsorganisaties in Nederland deel uitmaken van zo’n initiatief en zo de vrijheid van meningsuiting verdedigen op grond van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
De extreemrechtse Israëlische minister Bezalel Smotrich riep zondag in een interview op tot een grootschalige oorlog op de bezette Westelijke Jordaanoever. Hij vroeg het leger om de tactieken die in Gaza worden gebruikt ook daar in te zetten. Zijn uitspraken zijn meer dan verkiezingsretoriek, schrijft Al Jazeera.
Smotrich riep ook op tot de annexatie van Zuid-Libanon en de delen van Gaza die onder controle staan van Israël. De minister van Financiën staat bekend om zijn racistische en haatdragende uitlatingen over Palestijnen. Tegen hem zijn, onder andere door Nederland, sancties ingesteld, net als tegen de minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben-Gvir.
Smotrich maakte de opmerkingen een maand voor de verkiezingen in Israël. Volgens Al Jazeera is er in de aanloop naar de verkiezingen sprake van een ‘golf aan Israëlisch (kolonisten)geweld in de bezette gebieden, alsook de demonisering van Palestijnse burgers van Israël’.
Dat geweld op de bezette Westelijke Jordaanoever was al flink toegenomen nadat Israël zijn genocidale aanvallen op de Gazastrook begon.
Smotrich zei in het interview met de Israëlische nieuwssite Ynet dat de Palestijnse Autoriteit (PA) ontmanteld moet worden, aangezien zij volgens hem ‘een terroristische autoriteit’ is. De PA bestuurt, als onderdeel van de Oslo-akkoorden uit de jaren negentig, een klein deel van de bezette Westelijke Jordaanoever. Deze gebieden zouden onderdeel moeten worden van een toekomstige Palestijnse staat, als onderdeel van de zogeheten ‘tweestatenoplossing’.
Smotrich riep het leger op om, net als in Gaza, ‘terroristische infrastructuur’ te vernietigen. In de Gazastrook heeft dit geleid tot het massaal doden van Palestijnen, verhongering en de vernietiging van infrastructuur. De oproep van de minister kan dan ook worden gezien als een ‘openlijke intentieverklaring om oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid te begaan, evenals genocide tegen de Palestijnen op de Westoever’, schrijft Al Jazeera.
De minister zei verder dat Israël het gebied in Gaza waar het de controle over heeft, zou moeten annexeren. Als onderdeel van het zogeheten ‘staakt-het-vuren’ van oktober 2025 trokken Israëlische troepen zich terug achter de ‘Gele Lijn’. Deze lijn is steeds verder opgeschoven en volgens Al Jazeera beslaat het gebied inmiddels ongeveer 58 procent van de Gazastrook.
Ondanks het ingaan van het ‘staakt-het-vuren’ hebben Israëlische aanvallen minstens 1408 Palestijnen gedood, schrijft Al Jazeera.
De gemeenteraad van Heidenau in de Oost-Duitse deelstaat Saksen, heeft afgelopen donderdag ingestemd met het voorstel van de AfD om Joodse slachtoffers van het naziregime niet langer met ‘struikelstenen’ op straat te herdenken, schrijven Duitse media.
Net als in Nederland en andere Europese landen markeren de stenen ook in Duitsland de huizen waar Joden woonden voordat ze tijdens de Tweede Wereldoorlog door het naziregime werden gearresteerd en weggevoerd.
In plaats van de stenen zullen de Joodse slachtoffers voortaan op begraafplaatsen worden herdacht, schrijft Tagesschau.
Terwijl de initiatiefnemers zeggen dat de stenen geen geschikte manier zijn om de omgekomen Joden te herdenken, vinden tegenstanders dat de slachtoffers van het naziregime worden weggemoffeld uit het straatbeeld.
Volgens Tagesschau zijn enkele gemeenteraden al gestopt met de herdenkingsstenen, omdat deze werden beschadigd.
De plaatselijke CDU (Christendemocraten) zijn meegegaan in het voorstel van de extreemrechtse Alternative für Deutschland (AfD). Het Internationale Auschwitz Comité vindt het ‘schandalig’ dat het CDU de AfD in het initiatief heeft gesteund, schrijft Tagesschau. Een Holocaustoverlevende die de omroep sprak, is ‘ontzet dat een democratische partij zich ervoor leent een doorzichtige stap van de extremisten van de AfD te steunen.’
De AfD, die door de Duitse inlichtingendiensten als extreemrechts wordt geclassificeerd, won eerder deze maand de verkiezingen in de deelstaten Saksen-Anhalt en Mecklenburg-Vorpommern. De partij wil minder nadruk leggen op het naziverleden van Duitsland, omdat dit het land onnodig zou belasten, schreef de Kanttekening eind augustus. Ook wil de partij dat er tijdens oorlogsherdenkingen meer aandacht wordt geschonken aan Duitse soldaten. In het onderwijs zou meer aandacht moeten komen voor de periode van vóór de Tweede Wereldoorlog.
In de Oekraïense plaats Olesjky, die door Russische troepen is omsingeld, is zo weinig voedsel dat inwoners gras, duiven en zelfs honden eten.De situatie roept herinneringen op aan de Holodomor, de hongersnood die in Oekraïne in de jaren dertig onder Sovjetleider Stalin uitbrak en miljoenen levens kostte,schrijft Vrt News.
Alle pleidooien vanuit Oekraïne voor een humanitaire corridor naar de stad Olesjky worden door Rusland in de wind geslagen. Dit leidt tot weerzinwekkende toestanden, waarin mensen soep van gras maken en honden eten. De Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken, Andri Sybiha, riep tevergeefs op om de volledige blokkade van Olesjky tijdelijk te stoppen.
‘Voor de oorlog woonden er in Olesjky en omgeving zo’n 40.000 mensen. Vandaag wonen er nog zo’n 1.500 mensen in Olesjky zelf, schatten vrijwilligers, onder wie 40 kinderen. In de dorpen eromheen wonen nog eens 4.000 mensen, onder wie 150 kinderen’, aldus VRT Nieuws.
Sinds het begin van de grootschalige Russische invasie in februari 2022 zijn de exacte cijfers over het aantal doden moeilijk vast te stellen. Internationale instanties en inlichtingendiensten schatten echter dat het totale aantal slachtoffers – zowel militairen als burgers – inmiddels in de honderdduizenden loopt.
Enkele duizenden mensen kwamen gisteren bijeen op de Dam in Amsterdam voor het Nationaal Vredesprotest. De organisatoren keren zich tegen wat zij de ‘oorlogskoorts’ en toenemende ‘militarisering’ van het Westen noemen en pleiten voor meer aandacht voor politieke en diplomatieke oplossingen voor de oorlog in Oekraïne.
‘Er is geen weg naar vrede, vrede is de weg’, staat op de vlag van een demonstrant. Een ander is gekomen met een regenboogvlag met daarop ‘vrede’. Verder zijn er veel rode vlaggen van communisten en andere linksgeoriënteerde vredesactivisten te zien.
Vanuit de landelijke media klonk soms felle kritiek op de demonstranten. Zo plaatste schrijver en Volkskrant-columnist Tommy Wieringa hen naast de ‘siegheilende Wij-zijn-het-volk-demonstranten’ op het Malieveld. Volgens hem zit Poetin ‘in de hoofden’ van beide groepen.
Op de Dam is daar weinig van te merken. De vreedzame woorden domineren. Jesseka Batteau, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in Utrecht, noemt de demonstratie op Instagram ‘hartverwarmend en hoopgevend’. Ook zij maakt zich zorgen over de toenemende militarisering. Die zal volgens haar voelbaar zijn in Utrecht met ‘uitbreidingen en concentratie van kazernes, en de intensivering van militaire oefeningen – tot wel 7000 laagovervliegende Apache- en Chinook-gevechtshelikopters per jaar! Dit alles gaat ten koste van natuur en milieu, en raakt aan de veiligheid van mens en dier’, zo schrijft ze.
Ook vindt ze dat een wapenwedloop niet tot vrede leidt. ‘De weg naar vrede gaat via de onderhandelingstafel en begint daar waar iédereen mag rekenen op een toekomst zonder geweld en onderdrukking.’
Op sociale media verstomt de kritiek op de vredesbeweging echter niet. De journalist Hubert Smeets somt op Bluesky het volgende op:
1. Gelet op de brede ondertekening van het manifest, een matige opkomst.
2. Organisatie onzichtbaar.
3. Demonstratie gekaapt door neo-stalinisten van verschillende pluimage.
4. Expliciete aanwezigheid van pro-Kremlinkrachten.’
Volgens vakbondsjurist Bo Salomons lijkt Smeets bij een totaal andere demonstratie te zijn geweest. ‘Ik weet niet waar Hubert is geweest, maar ik heb een compleet andere ervaring met de demo. Overal hesjes van de NVB, Young and United… En ook op het podium veroordeling van Rusland en juist het expliciete begrip dat navelstarend pacifisme geen antwoord is’, schrijft hij.
De val van het Assad-regime in december 2024 gaf Syriërs nieuwe hoop op vrijheid. Maar dat betekent niet dat journalisten nu zomaar kunnen schrijven wat ze willen. Tijdens een bijeenkomst over persvrijheid riepen Syrische journalisten daarom op tot meer steun voor de opbouw van onafhankelijke media in het land.
Woensdagavond kwamen Syrische en Nederlandse journalisten, activisten en beleidsmakers bij elkaar in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam om de balans op te maken van de huidige staat van de journalistiek in Syrië. De avond werd georganiseerd door Het Grote Midden Oosten Platform, de Nederlandse Vereniging van Journalisten, Free Press Unlimited en het Syndicaat voor Onafhankelijke Journalisten in Syrië.
Onder het regime van Bashar al-Assad en diens vader Hafez al-Assad werden journalisten gevolgd en massaal gevangengenomen, zoals te zien is in de documentaire Syria, the Forbidden Witnesses of the Assad Regime, die Reporters Without Borders (RSF) dit jaar uitbracht.
Volgens Jan Keulen, journalist en activist voor persvrijheid, hebben journalisten in Syrië een ‘enorme prijs’ betaald. ‘Sinds 2011 werden meer dan zevenhonderd journalisten en mediawerkers gedood’, zegt hij.
Na de val van een autoritair regime als dat van Assad lijkt het logisch om de situatie van nu te vergelijken met die van toen. Maar wat betreft de journalistiek in Syrië gaat dat niet op, vertellen de journalisten. Journalisten die onder Assad werkten, vertelden dat journalistiek toen eigenlijk niet bestond.
Mediawetten van Assad
Mutasim Khalaf, journalist en medeoprichter van het Syndicaat voor Onafhankelijke Journalisten, legt uit dat we de situatie van de journalistiek onder Assad niet kunnen vergelijken met die van nu.
‘Voor de val van Assad had je als journalist twee keuzes: blijf je stil en leef je je leven, of kies je ervoor vragen te stellen en die te beantwoorden? Zal ik worden gearresteerd of zelfs worden gedood als ik hierover schrijf? Nadat Assad het land was ontvlucht, moesten we vanaf nul beginnen. We hadden helemaal geen ervaring met schrijven over politiek. We vroegen ons af of we nu wel de mogelijkheid kregen om in vrijheid te schrijven en hoe we onafhankelijke platforms moesten oprichten.’
‘Als je ook maar iets onwelgevalligs deelt op Facebook, dan kun je al worden gearresteerd’
De huidige regering van president Ahmad al-Sharaa heeft de mediawetten van Assad overgenomen en gebruikt die tegen journalisten, vertelt Khalaf. ‘De nieuwe regering geeft ons niet de hoop dat wij in vrijheid kunnen werken. Onlangs werden twee journalisten van ons syndicaat gearresteerd op basis van de cybercrimewet van Assad. Als je ook maar iets onwelgevalligs deelt op Facebook, dan kun je al worden gearresteerd.’
Syrië steeg flink op de ranglijst van RSF, van plek 179 in 2024 naar 141 in 2026. Maar de vrijheid van journalisten wordt nog steeds ingeperkt door instabiliteit en een zwakke economie, schrijft de organisatie. Volgens cijfers van SJA Center for Press Freedoms werden er in 2025 negenenveertig schendingen van de persvrijheid gesignaleerd. Zeventien journalisten werden gearresteerd, vier kwamen om en tien raakten gewond.
Ahmad Haj Hamdo, onderzoeksjournalist en medeoprichter van SIRAJ, zegt dat de situatie ‘nu beter’ is, maar ‘dit is een tijdelijke situatie’. ‘We moeten de persvrijheid op langere termijn kunnen garanderen en dat is een gedeelde verantwoordelijkheid.’
V.l.n.r. Eline Derakhshan (moderator), Iris de Leede, Jorg Zinken en Jan Keulen
Volgens Kamiran Sadoun, journalist en onderzoeker van Koerdische afkomst, is de journalistiek in Syrië, wanneer je die vergelijkt met die in andere landen, ‘non-existent’. ‘Journalisten kunnen niet aan de echte verhalen, de gevoelige onderwerpen, werken, want dan komen ze in de problemen.’ Volgens Sadoun is het nog onduidelijk hoe journalisten moeten omgaan met dit soort onderwerpen.
Influencers
Een zorgelijke ontwikkeling op dit moment is volgens Sadoun dat het huidige ministerie van Informatie opnieuw probeert de controle te houden over het narratief. Het maakt hierbij steeds meer gebruik van influencers. ‘Influencers hebben toegang tot iedereen in de regering, zelfs de president. Journalisten kunnen dit echter niet. Influencers gaan mee in de lijn van de regering en roepen de autoriteiten niet ter verantwoording. Het gaat bij hen niet om de waarheid. Echte vragen stellen kunnen ze niet. Zij zijn dan ook geen journalisten.’
In plaats van influencers moeten journalisten meer ruimte krijgen om te werken, zegt Khalaf. Hij begon het Syndicaat voor Onafhankelijke Journalisten in Syrië om samen met anderen een nieuwe start te maken, vertelt hij. ‘Het gaat er dan niet om vóór of tegen de regering van al-Sharaa te zijn, maar om hoe wij ruimte kunnen creëren waarin wij ons vrij kunnen uiten en kunnen vechten voor onze rechten. Maar wij kunnen nog altijd niet legaal opereren vanwege de oude wet die onafhankelijke syndicaten verbood. Zo mogen we bijvoorbeeld geen kantoren hebben of grote bijeenkomsten houden.’
‘Influencers gaan mee in de lijn van de regering en roepen de autoriteiten niet ter verantwoording’
Om weer een betrouwbare bron voor Syriërs te worden, zullen journalisten weer in contact moeten treden met de bevolking, zegt Haj Hamdo. ‘Journalisten moeten de ogen van de bevolking zijn en kwesties uitpluizen die mensen belangrijk vinden, zoals de wederopbouw en mensenrechten. Helaas komt daar nu geen antwoord op.’
Hiertoe zal de regering moeten worden gedwongen informatie prijs te geven aan journalisten, zegt Haj Hamdo. ‘Alleen dan kunnen wij de regering controleren, bijvoorbeeld hoe zij omgaat met publiek geld.’
Khalaf voegt eraan toe dat journalisten ook het vertrouwen van Syriërs moeten zien te winnen. ‘Wanneer ik iemand wil interviewen, word ik geweigerd omdat men bang is dat ik informatie doorgeef aan het regime. Net als in de tijd van Assad. Dat zit nog steeds in het hoofd van mensen.’
Haj Hamdo: ‘Wij moeten uitleggen dat wij feiten brengen en de waarheid willen achterhalen, in plaats van een [door de autoriteiten] opgelegd verhaal. Tegelijkertijd moeten we de geschiedenis niet vergeten. We moeten de mensen eren die een hoge prijs hebben betaald tijdens de revolutie. En degenen die onder Assad verantwoordelijk waren voor de misdaden tegen journalisten, moeten ter verantwoording worden geroepen.’
Diversiteit in Syrië
Een van de doelen van de bijeenkomst was om te bespreken hoe journalisten in Syrië geholpen kunnen worden in hun werk.
Volgens Khalaf moeten buitenlandse regeringen niet blindelings meegaan in het narratief van de regering-Sharaa en doen alsof alles goed gaat. ‘Door de situatie onder Assad hebben journalisten onvoldoende ervaring. Om te kunnen professionaliseren, moeten we een infrastructuur van vrijheid bouwen. Aan iedereen die journalisten wil helpen, hen wil beschermen: laten we samenwerken.’
Haj Hamdo wil graag dat ngo’s journalisten gaan trainen, zodat zij meer ervaring krijgen. Ook zullen onafhankelijke media op lange termijn financieel gesteund moeten worden, zodat journalisten een leefbaar inkomen krijgen. Hij voegt eraan toe dat de regering-Sharaa moet worden bewogen om de oude mediawet van Assad te vervangen door een nieuwe.
Sadoun sluit zich hierbij aan. Als Koerd die veel ervaring heeft met journalisten in de regio’s, roept hij op om media in alle regio’s van Syrië te ondersteunen en niet alleen in Damascus. ‘Nu probeert de nieuwe regering opnieuw alle media in Damascus te concentreren. Donateurs uit het buitenland lijken daarin mee te gaan. Maar de overige regio’s mogen niet worden vergeten: Deir al-Zor, Hasaka, Idlib, enzovoort. Daar zijn nu ook veel media die steun nodig hebben.’
Ministerie van Informatie
Volgens Iris de Leede, beleidsadviseur bij Free Press Unlimited, is dit erg belangrijk. ‘In ons werk in Syrië leggen we de nadruk op pluralisme en hebben we oog voor de enorme diversiteit van het land. Het is essentieel om in alle regio’s media te hebben die op lokaal niveau alle doelgroepen kunnen bereiken.’
‘Na de val van een autoritair regime is de nieuwe regering er vaak erg op gebrand om de controle te krijgen en weer erkend te worden door de internationale gemeenschap. Wij zijn bezorgd over het feit dat het ministerie van Informatie de controle probeert te krijgen over de media. Denk aan eisen om licenties te kunnen krijgen en het bepalen hoeveel advertentie-inkomsten media mogen binnenhalen. Zo maakt zij media afhankelijk van de regering, zowel politiek als economisch. De geschiedenis heeft ons geleerd dat hoe meer restricties er worden opgelegd, hoe minder inclusiviteit er is. Dat kan op langere termijn tot instabiliteit leiden.’
‘Kijk ook of er daadwerkelijke verbeteringen worden doorgevoerd’
Volgens De Leede zou de Nederlandse regering er bij het versterken van de band met Syrië voor moeten waken dat zij niet overgaat op ‘business as usual’. ‘Natuurlijk biedt het de kans om nieuwe zakenrelaties aan te gaan en vluchtelingen te laten terugkeren. Maar kijk ook of er daadwerkelijke verbeteringen worden doorgevoerd. Nu is een uitgelezen kans om vrije, onafhankelijke media te steunen die de regering ter verantwoording kunnen roepen, maar er ook voor kunnen zorgen dat de bevolking weer vertrouwen krijgt in de overheid.’
Activist Keulen wijst erop dat Syrische journalisten zich ook kunnen wenden tot hun collega’s in de regio. ‘Terwijl de Syrische journalisten zich opnieuw moeten uitvinden, is er zoveel expertise te vinden, zoals de Unie van Onafhankelijke Journalisten in Libanon en andere organisaties. Ik denk dat het heel belangrijk is om ook van hen te leren. Gebruik dit in combinatie met fondsen uit het Westen.’
Als eerbetoon aan de Syrische journalisten die tijdens hun werk omkwamen en aan degenen die de journalistiek weer willen opbouwen, zegt Keulen: ‘Na vijftig jaar te hebben gewerkt onder een dictatuur en onderdrukking, is het werken aan een vrije journalistiek in Syrië een werk van helden.’
De Radboud Universiteit in Nijmegen laat de Groot-Nederlandse Studentenvereniging niet langer toe tot de introductiemarkt voor studenten, omdat de vereniging rechts-extremistisch is.
Het College van Bestuur van de universiteit nam dat besluit nadat de AIVD de vereniging in een gezamenlijk rapport met de NCTV als rechts-extremistisch heeft bestempeld. In voorgaande jaren ging de deelname van deze groep aan de intro-weken van de universiteit al gepaard met veel spanning en kritiek.
In het rapport wordt gewaarschuwd dat de vereniging zich op de voorgrond begeeft als pleitbezorger van ‘remigratie’, een verzachtende term voor de deportatie van niet-witte Nederlanders met een migratieachtergrond. Voor die gedachte is nu geen plek meer op de Radboud Universiteit.
Intussen is bekend geworden dat Eerste Kamerlid Eric Kemperman van Forum voor Democratie afgelopen zaterdag aanwezig was bij een extreemrechts protest op het Malieveld in Den Haag. Het is niet bekend of het OM een onderzoek is gestart naar de demonstratie, waar antisemitische uitingen en Hitlergroeten veelvuldig voorkwamen.
De inlichtingendiensten AIVD en de NCTV waarschuwen dat rechts-extremisten hun gedachtegoed proberen te normaliseren. Dit doen zij door maatschappelijke domeinen en discussies te beïnvloeden.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.