-0.9 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 2

Turkse oppositieleider: ‘270.000 burgers wonen nog in containerkampen’

0

Oppositieleider Özgür Özel van de Turkse seculiere partij CHP grijpt de naderende herdenking van de aardbeving uit 2023 aan voor kritiek op de regering van president Recep Tayyip Erdogan.

Drie jaar na een van de zwaarste en dodelijkste aardbevingen in de Turkse geschiedenis zou de Turkse overheid nog steeds ‘op alle niveaus’ falen, zo meldt nieuwssite Turkish Minute.

‘In het derde jaar van de catastrofe zitten bijna 270.000 (vorig jaar was dat nog een half miljoen, red.) van onze burgers nog steeds in containerkampen in elf provincies. Dat is niets om trots op te zijn. Het is een beschamende situatie’, zegt Özel. Hij heeft kritiek op Erdogan, die juist vindt dat de regering de aardbevingsslachtoffers goed heeft geholpen.

Volgens Özel, die rondreist door het immense gebied dat destijds werd getroffen en daar overal toespraken houdt tegen de regering, zijn de gevolgen nog altijd enorm. Meer dan 53.000 Turken kwamen om het leven, meer dan 100.000 Turken raakten gewond en miljoenen moesten huis en haard verlaten, omdat hun woningen waren ingestort of te gevaarlijk waren om nog in te wonen. In Syrië kwamen 6000 mensen om door de aardbeving.

Özel is de beloftes van Erdogan direct na de verwoestende aardbeving niet vergeten. ‘Van de 650.000 woningen die in het eerste jaar opgeleverd hadden moeten worden, was na twee jaar slechts dertig procent af’, aldus Özel.

De aardbeving werd ook diep gevoeld binnen de Turkse diaspora in Europa, waar vervolgens solidariteitsacties werden opgetuigd. Zo haalde Giro555 128 miljoen euro op.

‘FNV cancelt Dibi bij herdenking Februaristaking vanwege pro-Israëllobby’

0

BIJ1-leider Tofik Dibi mag niet spreken op de herdenking van de Februaristaking. Volgens BIJ1 Amsterdam heeft vakbond FNV de uitnodiging ingetrokken na ‘een interventie van pro-Israëlische lobbyorganisaties’.

‘Onze lijsttrekker Tofik Dibi verdient een podium tijdens deze herdenking, juist vanwege zijn ervaring met racisme en haat op basis van zijn afkomst. Hij doet exact wat we van onze volksvertegenwoordiging mogen verwachten: zich uitspreken tegen onrecht, genocide en fascisme – toen én nu’, schrijft BIJ1 over de intrekking van de uitnodiging door FNV. De vakbond is van oudsher een van de organisatoren van de herdenking op 25 februari. Op die datum wordt stilgestaan bij de staking op 25 en 26 februari 1941 die begon in Amsterdam en oversloeg naar andere plaatsen. Aanleiding van de staking was het oppakken van vierhonderd Joodse mannen in Amsterdam.

Pro-Israëlische groepen zijn fel gekant tegen een optreden van Dibi tijdens de herdenking. Zij noemen hem juist een ‘Jodenjacht-ontkenner’, een verwijzing naar de Macabbi-rellen van 2024, en noemen daarbij ook de geschiedenis van de Holocaust. ‘Wat de Joodse gemeenschap meemaakte tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt nu gebruikt als stok om Israël te slaan. Het FNV moet zich daar verre van houden’, aldus het Centrum Informatie en Documentatie Israël op X.

Op social media is veel kritiek op het besluit van FNV. Rechtsgeleerde Michiel Bot, die is aangesloten bij FNV, reageert woedend op LinkedIn. ‘Door de politieke essentie van de Februaristaking te verloochenen, door net als Het Concertgebouw toe te geven aan een lobbyorganisatie voor een genocidale apartheidsstaat, en door de consistent antiracistische politieke stem van Tofik Dibi te censureren, verminkt FNV de herinnering aan een algemene staking die politiek was in de beste zin van het woord: de stakers waagden hun leven in solidariteit met hun tot ‘ras’ gemaakte medemensen.’

Is Orbán illiberaal of toch fascist?

0

Viktor Orbán was bijna de enige EU-leider die Trumps uitnodiging aannam en plaatsnam in diens beruchte ‘Peace Board’. Is hij een fascist, of wil hij, zoals sommige politicologen en historici beweren, slechts een ‘illiberale staat’?

De dwarse Hongaarse president, die in de EU nu als de pest wordt gehaat, is in 2014 begonnen met de ontwikkeling van een politiek die hij siert met het woord ‘illiberaal’. In het Roemeense Transsylvanië, waar veel Hongaren wonen die Orbán ook een Hongaars paspoort had toegestopt, heeft hij een inmiddels roemruchte toespraak gehouden waarin hij zijn nieuwe idee uitdroeg. Daar, in het lieflijke bergdorp Băile Tuşnad, oreerde hij dat de bankencrisis van 2008 in de VS had laten zien dat er iets fundamenteel aan het liberalisme mankeert en dat de West-Europese ideeën die de Hongaren na de val van de Sovjet-Unie aangesmeerd hadden gekregen, afkomstig waren uit een omgeving die zelf in verval was en die verstrikt was geraakt in het multiculturalisme. Het West-Europese liberalisme was volgens hem niet bij machte om succesvol concurrerende staten te scheppen. Liberale staten ontbreekt het aan bescherming van de natie. Hij vond dat landen als Rusland, Turkije, Singapore en China meer succes hadden in de concurrentie die er in de wereldeconomie heerst.

‘Wij moeten vaststellen dat de democratie niet noodzakelijk liberaal is’, hield Orbán zijn publiek voor. Als iets niet liberaal is, kan het daarom nog wel een democratie zijn. De term ‘illiberalisme’ presenteerde hij hier als alternatief voor de liberale democratie. ‘De nieuwe staat die wij bouwen is een illiberale staat, een niet-liberale staat. Die ontkent niet de fundamentele waarden van het liberalisme, zoals vrijheid, maar maakt deze ideologie niet tot centraal element van de staatsorganisatie; het stelt een specifieke nationale aanpak in de plaats.’

Imponerende woorden, maar beseften zijn hooggeachte toehoorders wel dat de liberale staat gekenmerkt wordt door de scheiding der machten, met onafhankelijkheid voor de rechtspraak, de ambtenarij, de media en de wetenschap? En dat het door het gemis van deze steunpilaren slecht zou kunnen aflopen met de vrijheid? Een bang vermoeden had zijn publiek kunnen bevangen toen de begenadigde spreker er in één adem aan toevoegde dat niet-overheidsorganisaties financiële belangen van buitenlanders op het oog zouden hebben en daarom moesten worden tegengegaan.

Ik veronderstel dat Orbáns publiek het werk The Rise of Illiberal Democracy van de politicoloog Fareed Zakaria niet had gelezen, de wetenschapper die al in 1997 het woord ‘illiberaal’ had geïntroduceerd. Hij betoogde dat ook het illiberalisme uit de Verlichting is voortgekomen, hand in hand met het liberalisme, en dat illiberalisme wel democratie, maar geen liberalisme wil. Verkiezingen horen zowel bij de liberale als bij de illiberale staat. Zeventien jaar vóór Orbán maakte Zakaria al bekend dat het verschil met het liberalisme is dat de illiberale staat wel een sterke leider kent, maar geen liberale instituties die de leider temmen.

De Groene Amsterdammer

In De Groene Amsterdammer is onlangs een artikel verschenen van Frank van Vree, hoogleraar in de geschiedenis van oorlog, waarin hij bevestigt dat ‘illiberalen’ een rakere term is dan ‘fascisten’ wanneer je het over leiders als Orbán en Trump hebt. Hij is met fascismekenner Robert O. Paxton van mening dat fascisme een historisch fenomeen is. Volgens Van Vree opereerden de fascisten van de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw in een specifiek tijdsgewricht, onder totaal andere omstandigheden.

‘Orbán, Vance, Wilders, Meloni of Farage als fascisten bestempelen’, meent Van Vree, ‘daar gaat ongetwijfeld een alarmerend effect van uit, maar dat is het dan ook wel.’ Van Vree erkent dat er overeenkomsten zijn, zoals een obsessieve zorg om het verval van de gemeenschap, angst voor vernedering of het aannemen van een slachtofferrol en, als compensatie, een cultus van eenheid. Maar, vraag ik, zijn de overeenkomsten met het fascisme niet zo sterk dat zij, ondanks de verandering van de tijd, de kern van dezelfde hartstochten en ideeën blijven vormen? Hartstochten die zo kenmerkend zijn voor het fascisme, zoals adoratie voor de leider, idealisering van het ‘eigen volk’, haat tegen vreemdelingen en andersdenkenden. Het zijn weerbarstige menselijke emoties waarvoor het volgens mij niets uitmaakt of er computers in huis zijn of schrijfmachines, of dat er met kogels of drones wordt geschoten. Of het 1925 of 2025 is. Het fascisme is een emotioneel complex van geestelijke driften dat lange reizen door de tijd maakt. Dit kwaadaardige complex landde bijvoorbeeld ook onder het etiket Grote Terreur in de jaren dertig in de Sovjet-Unie en onder de naam Culturele Revolutie in de jaren zestig in China.

Van Vree is niet de enige wetenschapper die over het illiberalisme nadenkt. ‘Critici stellen dat een illiberale democratie niet bestaat, dat het een contradictie is’, zegt de Maastrichtse hoogleraar Ferenc Laczó in 2022.

Het Hongaarse parlement in Boedapest. Beeld: Wikimedia Commons/Beyond silence

Orbán heeft het geloof in zijn model onderstreept in onder meer een opiniestuk in de conservatieve Hongaarse krant Magyar Nemzet. Daarin zegt de Hongaarse machthebber: ‘De leer dat democratie alleen liberaal kan zijn – dat gouden kalf, die monumentale fetisj – is omvergeworpen.’ Professor Laczó denkt dat dit geen feitelijke constatering is, maar een verklaring van Orbáns politieke intenties. Orbán wil volgens Laczó niets anders dan de liberale waarden afschaffen.

Verkiezingen

En dat is Orbán in ‘zijn’ Hongarije aardig gelukt, zien we nu. Eerst is Soros’ universiteit, die zich inzet voor de open samenleving, democratie en mensenrechten, gedwongen te verhuizen naar Wenen. Vervolgens zijn de media er onder controle van de regering gebracht en zijn de rechters óf door Orbán aangesteld óf corrupt, dat laatste naar het voorbeeld van het staatshoofd zelf, die zichzelf verrijkt met Europese subsidies. De individuele vrijheid, die Orbán zei te respecteren, werd ingeperkt. Voor je vrijheid moet je een riskant gevecht met het gezag voeren in ‘illiberaal’ Hongarije; dat bleek opnieuw in Boedapest bij de door Orbán verboden pride-optocht voor seksuele vrijheid.

Toch kun je inderdaad nog niet zeggen dat Hongarije nu een fascistische staat is, want er worden nog regelmatig verkiezingen gehouden. De eerstvolgende, op 12 april, zijn zelfs heel spannend doordat de oppositiepartij van Péter Magyar het beter doet in de peilingen dan Fidesz, de partij van Orbán. Is dit het bewijs dat Orbán geen fascist is, zoals de door hem opgehemelde voorganger en Hitlerbondgenoot admiraal Horthy? Of laat dit zien dat Viktor er nog niet in geslaagd is om, zoals Poetin, van verkiezingen slechts een façade van een totalitaire staat te maken?

De Hongaarse verkiezingen zijn vrij maar oneerlijk, omdat onafhankelijke media vrijwel niet gehoord of gelezen kunnen worden en de staat haar middelen gebruikt om de heersende partij te bevoordelen. Dat zijn structurele nadelen die het de oppositie bij verkiezingen sinds 2014 schier onmogelijk maken om te winnen.

Orbán suggereert dat zijn systeem liberalisme zonder de scheiding der machten is

Overigens vormt het houden van verkiezingen geen bewijs dat het regime niet fascistisch is. Toen Hitler aan de macht was, werden er nog verkiezingen gehouden, in maart 1933, landelijke en plaatselijke. Oneerlijke uiteraard. Twee jaar na de machtsgreep van Mussolini waren er ook nog verkiezingen (1924). Die verkiezingen zijn slechts een aanwijzing dat het nazisme en fascisme in die jaren, zoals nu in Hongarije, nog niet de ‘perfecte’ vorm hadden gevonden.

Orbán suggereert dat zijn systeem liberalisme zonder de scheiding der machten is. Maar hoezo? Welke liberale karaktertrek blijft er dan nog over? Dat er verkiezingen worden gehouden, maar wel in een corrupte staat die aan vrijwel alle kenmerken van fascisme voldoet. Door tegenstand vanuit de maatschappij is Orbán er, net als Trump, nog niet in geslaagd zijn ‘illiberale staat’ volledig te verwerkelijken, en om die reden kun je nu nog niet zeggen dat Hongarije en de VS fascistische staten zijn. Maar uit de bestrijding van de vrije media en de onafhankelijke justitie door de illiberale heersers blijkt dat hun streven daarop gericht is.

In het Poetin-web

Ook Poetin wordt wel illiberaal genoemd, omdat er in Rusland nog verkiezingen worden gehouden. Maar iedereen weet dat verkiezingen in wat hijzelf liever zijn ‘soevereine democratie’ noemt een schijnvertoning zijn, waarachter zich moordende alleenheerschappij verbergt. De term ‘illiberalisme’ wordt volgens mij door Orbán gebruikt als een camouflage-ideologie. Met succes.

Dat de ‘illiberalen’ zich nestelen in het Poetin-web is veelzeggend. Wie Orbán wil begrijpen, moet zijn grote vriend Poetin begrijpen. Voldoet het poetinisme niet aan alle kenmerken van de definitie van fascisme zoals Robert O. Paxton die in zijn standaardwerk The Anatomy of Fascism geeft?

Een zeer goede vriend van mij, die geneigd was Poetin een autocraat maar geen fascist te noemen, gaf mij drie kenmerken waaruit zou blijken dat Poetin, hoezeer een ellendeling hij ook is, niet onder de definitie van fascisme valt.

‘Allereerst’, zei mijn vriend, ‘is het verval van de gemeenschap een vast punt waarop fascisten hameren, maar daarover hoor ik Poetin niet.’ Ik heb hem tegengeworpen dat de jaren negentig voor Poetin een traumatische val van de gemeenschap zijn geweest, met alle gevolgen van dien. De Kremlinheerser schildert de jaren na de ineenstorting van de Sovjet-Unie af als een nachtmerrie van criminaliteit, zedenbederf en anarchie. Dit verval, ten koste van de gemeenschap, noemt hij steeds als de verschrikking van toen, die hij nu hersteld zou hebben. Het gezonde gezinsleven heeft hij hersteld, de mensen gaan weer naar de kerk, vrouwen moeten kinderen krijgen en homo’s, die pakken wij. Dawaj! Vooruit! Alles voor het herstel van de gezonde gemeenschap. De oude patriottische mentaliteit moet herrijzen en hij heeft daarom het onderwijs en zijn propaganda in die richting gestuurd.

Vladimir Poetin is steevast de centrale figuur op tv en in de pers

Een tweede punt dat mijn vriend aanvoerde om aan te tonen dat het poetinisme niet gelijkstaat aan fascisme, is dat er nu in Rusland geen cultus van eenheid zou heersen, behalve de oeroude van de grootheid van Rusland. ‘O ja?’ vroeg ik mijn vriend. Ik daarentegen zie in Rusland een bloeiende, eenheid afdwingende persoonscultus. Vladimir Poetin is steevast de centrale figuur op tv en in de pers. Bij bijeenkomsten van de kerk hangt zijn portret naast een afbeelding van Jezus. Is die persoonscultus niet ook een eenheidscultus? Vladimir vergelijkt zichzelf met God. ‘God geeft onze soldaten zijn bevelen’, zei hij bij de laatste kerstviering in een kerk. Al zijn fans juichen in Poetin-shirts zijn woorden toe. Kinderen wordt de bewondering voor de ‘Leider’, de Vozjd, op school ingestampt. Daarbij komt dat de poetinisten, anders dan de Sovjetleiders, dolgraag ‘de Russische wereld’ (Russkiy Mir) propageren, het verhaal dat alle Russen buiten Rusland met het moederland verenigd moeten worden. Daarom wordt sinds Poetin de ‘Dag van de Nationale Eenheid’ gevierd. Hetzelfde verhaal dat Orbán over de vereniging van alle Hongaren op de tong ligt (en dat Trump de Canadezen tracht op te dissen).

Dictatuur, racisme, imperialisme. Poetin is een modelfascist, met een militante jeugdorganisatie, Nasji (de Russische Hitlerjugend), zoals Trump zijn Proud Boys en ICE laat huishouden. Ik noem Poetins Nasji, omdat mijn vriend dacht dat het ontbreken van een militante straatorganisatie een derde punt van verschil was tussen autocratie en fascisme. ‘Maar van die Nasji hoor je niet veel meer’, hoopte ik dat mijn vriend zou zeggen. Maar nee, want hij wist zelf wel dat men sinds de Nacht van de Lange Messen in 1934 van de SA ook niets meer hoorde.

En wat verraadt Orbáns vriendschap met Poetin over zijn ware politieke geaardheid? Orbán, die van Zelenski eist dat hij ‘de witte vlag’ uitsteekt voor de troepen van zijn ster Poetin? Zelf zou hij, als de omstandigheden het toelieten, niets liever doen dan hetzelfde in die delen van zijn buurlanden waar grote minderheden Hongaren wonen. Jammer: Orbán kan nog niet alles wat hij wil en verschanst zich daarom liever achter een duur woord om niet de schrikwekkende term te gebruiken die bij zijn ideologie past. Die begint met een f.

Europa, bespaar ons die krokodillentranen

0

Velen zullen het zich niet meer herinneren en Trump wil het vast niet weten, maar in 2012 ontving de EU de Nobelprijs voor de Vrede vanwege het uitbannen van oorlog op het continent en de inzet voor vrede, verzoening, democratie en mensenrechten in Europa. In een van de speeches in Oslo sprak de toenmalige voorzitter van de Europese Commissie, José Barroso, over Europese principes:

‘Onze Unie is meer dan een associatie van staten. Zij vormt een nieuwe rechtsorde, die niet gebaseerd is op een machtsevenwicht tussen staten, maar op de vrije wil van staten om soevereiniteit te delen. Als gemeenschap van waarden belichaamt zij dit streven naar vrijheid en rechtvaardigheid.’

Hij verwees hiermee naar Spinoza.

Veertien jaar later lijkt de houdbaarheidsdatum van Europese idealen verstreken en heeft machtsdenken een openlijke comeback gemaakt in het Westen. Dat bleek onder meer uit de door politici en in de Nederlandse media veelgeprezen speech van de Canadese premier Mark Carney op het World Economic Forum. Carney schetste het einde van een wereldorde gebaseerd op internationaal recht. Hij bood ons bange Europeanen vergezichten van een wereldorde gebaseerd op een nieuwe westerse assertiviteit van ‘tussenmachten’.

Het Westen moet dus ophouden slachtoffer te spelen

Maar Carney blijft daarmee geheel binnen het Amerikaanse frame van ‘eigen land eerst’ en het recht van de sterkste en komt mijns inziens juist niet met een nieuwe koers voor Europese geopolitiek. Wat hij biedt is slechts oude stuurloosheid midden op een zee kolkend van piraterij. Slechts een grote stap terug in de geschiedenis, toen het machiavellistisch bedrijven van machtspolitiek legitiem en stoer was.

Dat internationaal recht plotseling naar de zeebodem verdween, is natuurlijk een veel te simpele weergave van de feiten. Het overkwam ons niet zomaar en wordt ook niet alleen veroorzaakt door Trump: zijn voorgangers Biden, ja ook Obama, en de EU zelf hebben het jaar na jaar stukje bij beetje over de reling gekieperd. Invallen in Afghanistan, Irak en Libië — allemaal vergeten?

Europa windt zich weliswaar op over allerlei Amerikaanse schendingen van het internationaal recht, maar deed niets toen de VS Venezuela bombardeerden en hun president ontvoerden. Het heft onmiddellijk sancties tegen Rusland na de inval in Europa’s achtertuin Oekraïne, ook een flagrante schending, maar heeft sinds 2023 geen sancties ingesteld om de uiterst gewelddadige inval van Israël in Gaza te keren. Laat staan de illegale Israëlische bezetting van Palestina.

Ook gaat ons continent onverwijld verder met het schenden van mensenrechten aan onze grenzen rond de Middellandse Zee, met gedoogde pushbacks door Frontex en gefinancierde steun aan zeer gewelddadige opvang in de regio, waarbij mensen worden gemarteld en vermoord.

De landen die de internationale rechtsorde, opgesteld na de Tweede Wereldoorlog om de wereld te behoeden voor het opnieuw maken van dezelfde fouten, zelf decennialang torpedeerden, laten nu ook het laatste restje decorum over recht en rechtvaardigheid vallen. Het Westen moet dus ophouden slachtoffer te spelen en volle verantwoordelijkheid nemen voor de richting die het al lang inslaat om het eigen continent te bevoordelen. Bespaar ons die krokodillentranen over de teloorgang van het internationaal recht.

Carney ondermijnt juist de enige hoop die we hebben: gelijkwaardigheid op basis van internationaal recht. Kennelijk herinnert niemand zich evenmin meer de tranentrekkende mooie woorden, gevat in het EU-Handvest uit 2012:

‘Menselijke waardigheid is onschendbaar en moet worden beschermd. Iedereen heeft het recht om te leven, op integriteit van fysieke en mentale integriteit. Niemand mag worden gehouden in slavernij.’

Jurist Hugo de Groot legde in tijden van oorlog de eerste bouwstenen van het internationaal recht

Of gelden die woorden alleen voor burgers van ‘Europa Eerst’? De zichtbare implosie van de VS zou Europa juist moeten waarschuwen dat uitbreiding van macht ten koste van de belangen van andere landen ook voor ons niet gaat werken.

Veranderingen in politiek beginnen met het denken, niet met machtsdeling. Verandering begint met de bewustwording dat we ver zijn afgedreven van de door Barroso geschetste principes van Europa. Jurist Hugo de Groot (1583-1645) legde in tijden van oorlog de eerste bouwstenen van het internationaal recht. In plaats van die nu op te geven, is onze enige hoop op een goed leven in harmonie met onze buren en de planeet: intensievere, eerlijke en werkelijk rechtvaardige samenwerking op gelijke voet.

Dat kan alleen door het uitbreiden, respecteren en handhaven van het internationaal recht. Daar moet Europa veel beter zijn best voor gaan doen. En ja, dat geldt ook voor Rusland en China — maar laten we in dit geval wel met onszelf beginnen.

Opnieuw zware luchtaanvallen Israël op Gaza, ondanks bestand

0

De Israëlische luchtmacht voerde zaterdag zware luchtaanvallen uit op de Gazastrook, ondanks het staakt-het-vuren dat in oktober 2025 met Hamas werd gesloten. De aanvallen werden beschreven als een van de zwaarste bombardementen sinds het bestand.

Volgens de Palestijnse gezondheidsautoriteiten vielen er rond de dertig doden, waaronder kinderen en vrouwen. De slachtoffers vielen onder meer bij luchtaanvallen op een appartementencomplex in Gaza-stad, een tentenkamp in Khan Younis en een politiepost.

Israël zegt dat de aanvallen een antwoord waren op schendingen van het staakt-het-vuren door Hamas, waaronder een incident met gewapende mannen in een tunnel in Rafah.

Het is niet de eerste keer dat Israël het staakt-het-vuren schendt. De ministers van Buitenlandse Zaken van Qatar, Jordanië, de Verenigde Arabische Emiraten, Indonesië, Pakistan, Turkije, Saoedi-Arabië en Egypte hebben de herhaalde schendingen door Israël veroordeeld. Zij beweren dat er bij de schendingen meer dan duizend Palestijnen zijn gedood of gewond geraakt, meldt nieuwssite Middle East Eye.

D66, VVD en CDA laten oordeel omstreden asielwetten Faber over aan senaat

0

De asielwetten van voormalig PVV-minister Marjolein Faber blijven afhankelijk van het oordeel van de Eerste Kamer, zo blijkt uit het regeerakkoord van D66, VVD en CDA.

‘Indien de Asielnoodmaatregelenwet en/of de Wet invoering tweestatusstelsel zijn aangenomen door de Eerste Kamer voeren we deze wetten onverkort uit’, schrijven de partijen in het regeerakkoord.

Hoewel critici hoopten dat de coalitiepartners voor de vergaande plannen van Faber zouden gaan liggen, blijven de wetsvoorstellen ongewijzigd op tafel liggen. Alleen de Eerste Kamer kan nog voorkomen dat het asielbeleid van Faber de kabinetsval overleeft. Daarover stemt de senaat in februari.

Het voorstel is tweeledig. Enerzijds propageert het een tweestatusstelsel, een systeem met twee categorieën asielzoekers met verschillende rechten. Anderzijds is een aantal vergaande maatregelen voorgesteld, zoals het afschaffen van de permanente verblijfsvergunning, strengere regels voor gezinshereniging, snellere procedures en minder bezwaarwegen en meer mogelijkheden tot terugkeer en deportatie. Ook de strafbaarstelling van illegaal verblijf in Nederland blijft aan de Eerste Kamer.

Het is een bittere pil voor de critici van Faber, die juist hoopten op een links asielbeleid. Bestuursvoorzitter van Vluchtelingenwerk Hans Candel schreef in een opiniestuk in Trouw dat met het huidige regeerakkoord de uitzichtloosheid voor veel vluchtelingen blijft. Zo wordt het voor veel vluchtelingen heel lastig of vrijwel onmogelijk om hun gezin over te laten komen, als de Eerste Kamer hiermee instemt.

Opvallend is dat D66-leider Jetten zich tijdens de verkiezingscampagne tegen asielvoorstellen van de PVV keerde. In een interview met de Correspondent zei hij dat progressieve partijen zich niet langer afzijdig moesten houden van het asieldossier, omdat het ‘betere plannen heeft dan wat rechts ons voorschotelt’.

Wat deze plannen zijn, blijkt ook uit het regeerakkoord. De spreidingswet blijft. Gemeenten mogen zelf beslissen of statushouders voorrang krijgen op sociale huurwoningen en de bezuinigingen bij vluchtelingenwerk worden teruggedraaid. De omstreden Oeganda-deal, waarbij mensen zouden worden ’teruggestuurd’ naar dit Afrikaanse land, is bovendien van tafel.

Dit betekent echter niet het einde van samenwerking met landen buiten Europa. Hierin ligt zelfs de toekomst, vindt Jetten. Zijn partij pleitte al tijdens de verkiezingen voor een beoordeling van asielaanvragen buiten Europa, zodat kansloze aanvragen eerder worden geweerd.

Om dit bewerkstelligen wil het nieuwe kabinet een modernisering van het Vluchtelingenverdrag, waarin rechtszekerheid van vluchtelingen verankerd ligt. Ook dit ligt gevoelig, want dit ondermijnt ‘het basisprincipe van bescherming en gezamenlijke verantwoordelijkheid’, schrijft Candel.

 

Zie ook

Europa maakt de weg vrij voor terugkeerhubs, maar tegen welke prijs?

‘Kabinet-Jetten, benoem een minister van Kinderen’

0

Nederland heeft een minister nodig die primair opkomt voor de belangen van kinderen, vindt Philip Veerman.  

Denemarken is ons de laatste tijd vaak voorgehouden als een voorbeeldland. Zo werd ons voorgehouden dat de Denen een regering met sociaaldemocraten hebben die desalniettemin een hard migratiebeleid voorstaat. Recent verschoof de aandacht naar de Deense ervaring met minderheidskabinetten. Maar er is nog een andere, belangrijke voorbeeldfunctie: Denemarken heeft al jaren een minister van Kinderen.

Op dit moment is Mattias Tesfaye minister van Kinderen en Onderwijs. Hij gaat over kinderopvang, onderwijs, onderwijsbeleid, rechten van het kind en kwetsbare kinderen. Hij werkt nauw samen met andere ministers om jeugdbeleid vorm te geven. Daarmee lijken de belangen van kinderen en jongeren wat beter te worden behartigd dan wij in Nederland tot nu toe deden.

Op mijn netvlies staat nog steeds wat geacht werd een constructive dialogue te zijn tussen de delegatie van het Koninkrijk der Nederlanden (inclusief de Caribische delen) en het VN-Comité voor de Rechten van het Kind in Genève. Dat Comité beoordeelde in februari 2022 of Nederland het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind adequaat implementeerde. In Den Haag zat staatssecretaris Marten van Ooijen, omringd door een legertje ambtenaren. Bij iedere vraag die een lid van het VN-Comité vanuit Genève via een internetverbinding aan hem stelde, werd hem een notitie van een van de ambtenaren onder zijn neus geschoven, die de staatssecretaris vervolgens braaf voorlas.

Mattias Tesfaye, de Deeense minister van Kinderen en Onderwijs. Beeld: Flickr/Wikipedia

Het gaf niet de indruk dat de toen nieuwe staatssecretaris leiding zou kunnen geven aan vreselijk moeilijke onderwerpen als gesloten jeugdzorg, toenemende kindermishandeling, lange wachtlijsten en gemeenten die hun taak rond jeugdhulp eigenlijk boven het hoofd groeide. Ook waren daar nog de te hoge werkdruk, het gebrek aan continuïteit in de zorg en de vraag hoe het hele systeem te hervormen. Dat hele toneelstukje met Genève vestigde bij mij de indruk dat kinderen en jongeren niet echt een prioriteit zijn in Nederland.

Kinderen betrekken bij beleid

Kinderen worden ook niet echt betrokken bij het beleid en er is aan de regeringstafel geen minister die als taak heeft de belangen van kinderen goed uiteen te zetten. Er zijn maar een paar instanties die lobbyen voor kinderen. De Kinderombudsman doet heel goed werk, maar van haar horen wij helaas te weinig in de media. Wij hebben in Nederland een Partij voor de Dieren en een Partij voor de Ouderen (50PLUS), maar opkomen voor de belangen van kinderen en jongeren wordt niet als belangrijk gezien.

Geen prioriteit

Op het prioriteitenlijstje dat informateur Wouter Koolmees opstelde voor dit kabinet komen kinderen en jongeren niet voor (wel het oplossen van het woningtekort, Nederland van het stikstofslot halen, economische groei, het verbeteren van het investeringsklimaat, het uitvouwen van een voortvarend asiel- en migratiebeleid en het omhoog krikken van defensie). Kinderen en jongeren zijn de vergeten groep burgers (misschien omdat ze nog niet stemmen?). Het betrekken van kinderen en jongeren bij besluitvorming is geen bijzaak, maar een voorwaarde voor goed beleid. Dé uitdaging voor het nieuwe kabinet is jaren van verwaarlozing in te halen en kinderrechten nu ook (evenals de bovengenoemde onderwerpen die Wouter Koolmees al op het prioriteitenlijstje zette) op één te zetten. Anders lijkt het erop dat het nieuwe kabinet een andere slogan heeft: Aan de slag, maar niet voor kinderen. Want die staan in dat geval op de backburner, staan op een laag pitje en dan maakt het niet uit om die minder voortvarend aan te pakken. Dat is eigenlijk een beschamende vertoning voor een relatief rijk land.

Dé uitdaging voor het nieuwe kabinet is jaren van verwaarlozing in te halen en kinderrechten nu ook  op één te zetten

Kabinet Balkenende IV

Ik bepleit hier geen nieuw programmaministerie, zoals het ministerie voor Jeugd en Gezin, waaraan André Rouvoet (van de ChristenUnie) onder Balkenende IV leiding probeerde te geven. Dat ministerie heeft destijds wel jeugdproblemen hoger op de politieke agenda gezet. Het was even een opleving in aandacht voor jeugd en dit zeer ingewikkelde dossier. Maar het ministerie bleek te weinig verankerd en werd bij de volgende formatie meteen weer afgeschaft. Zo’n programmaminister, die bij verschillende andere ministeries (waar kinderen ook binnen het werkgebied vallen) leentjebuur moest spelen om ambtenaren te hebben, bleek een te zwak concept. Het is te waarderen dat de partijen die de regering Balkenende IV vormden dat experiment wel hebben aangedurfd. De partijen die de regering-Jetten vormen willen daadkracht tonen. Om de ingewikkelde problematiek rond jeugd een paar stappen verder te brengen is visie en daadkracht nodig, maar toch ook één minister die de kar gaat trekken.

Op verschillende gebieden is niets afgesproken, mogelijk om de oppositiepartijen (waarmee dit minderheidskabinet zaken moet doen) het gevoel te geven dat zij nog iets in de melk te brokkelen hebben. Zijn kinderrechten, jeugdzorg en jeugdhulp zo’n terrein dat nog braak ligt? Dat biedt hoop dat kinderen en jongeren zelf nog invloed kunnen hebben. Maar als er (bijna) niets over is afgesproken, geeft dat ook weer eens aan hoe laag kinderen en jongeren op de Nederlandse prioriteitenlijst staan. Benoem een minister van Kinderen die ook aan de slag gaat voor kinderen.

Prijswinnende artiest Bad Bunny bij Grammy Awards: ‘ICE out!’

0

Het omstreden immigratiebeleid van president Donald Trump bleef niet onopgemerkt tijdens uitreiking van de Grammy Awards. Veel artiesten, onder wie Bad Bunny en Billie Eilish, spraken zich uit tegen het optreden van de Amerikaanse vreemdelingenpolitie ICE. Dit bericht BBC.

‘Voordat ik God bedank, wil ik eerst ‘ICE out’ zeggen’, zei Bad Bunny – echte naam: Benito Antonio Martínez Ocasio – in een emotionele toespraak. ‘We zijn geen wilden, we zijn geen beesten, we zijn geen buitenaardse wezens. We zijn mensen en we zijn Amerikanen.’ Hij droeg zijn Grammy voor het beste album op aan migranten ‘die hun thuisland verlaten om hun dromen na te jagen’.

Ook de Britse zangeres Olivia Dean, beste artiest, gebruikte haar dankwoord om migranten te verdedigen. ‘Ik sta hier als kleindochter van een migrant. Ik ben het resultaat van moed en ik vind dat deze mensen het verdienen om gevierd te worden. Zonder elkaar zijn we niets’, aldus Dean. Zij is een nakomeling van de zogenoemde Windrush-generatie, die na de Tweede Wereldoorlog vanuit de Britse Caraïben naar Engeland trok.

Opvallend is dat Bad Bunny later deze week zal optreden tijdens de Amerikaanse Super Bowl Halftime Show, het muzikale optreden tijdens de rust van de Super Bowl, de finale van het Amerikaanse American football. Trump zou daarbij aanwezig zijn, maar heeft bedankt omdat Californië volgens hem te ver weg ligt. Eerder noemde hij het ‘volkomen belachelijk’ dat de keuze op Bad Bunny was gevallen, zo schreef dagblad Trouw. In oktober liet het Witte Huis weten dat ICE ‘volop aanwezig’ zal zijn bij de Super Bowl als Bad Bunny optreedt, meldde tv-programma RTL Boulevard.

Uit onderzoek van de Britse krant the Guardian blijkt dat het ICE-optreden tot nu aan 34 mensen het leven heeft gekost. De Amerikaanse burgers Renee Good en Alex Pretti zijn de bekendste gevallen, maar uit de lijst van de krant is op te maken dat de meeste dodelijke slachtoffers niet in Amerika zijn geboren.

Collectief Jonge Moslims kritisch op regeerakkoord

0

‘Een akkoord met grote woorden, maar weinig aandacht voor de positie van de jonge moslim in Nederland en zelfs kwalijke verdachtmakingen’, reageert het Collectief Jonge Moslims (CJM) op het plan van D66, VVD en CDA voor Nederland. Op hun Instagrampagina heeft het collectief een ‘eerste reactie’ gedeeld, waarin zij pijnpunten voor Nederlandse moslims benoemen.

Daarbij gebruikt het CJM zelf ook grote woorden. De vrijheden zouden ‘onder druk staan’ vanwege maatregelen die ‘diep ingrijpen in grondrechten, religieuze vrijheid en gelijkwaardigheid’. Hiermee doelt het CJM op de plannen van het minderheidskabinet om het demonstratierecht in te perken, burgemeesters meer bevoegdheden te geven en veiligheid boven protest te stellen.

‘Veiligheid mag nooit een excuus zijn om kritiek te dempen’, schrijven zij, en benoemen de punten uit het regeerakkoord waardoor Nederlandse moslims zich onveilig zouden voelen: ‘toezicht op moskeeën en weekendscholen, zwarte lijsten voor imams en een meldpunt voor buitenlandse inmenging’.

Ook het onderzoeksplatform Republiek Allochtonië van politicoloog Ewoud Butter is kritisch op het regeerakkoord, omdat in het gehele document moslimdiscriminatie geen enkele keer als zodanig wordt benoemd. Bij vorige kabinetten werd moslimhaat wel expliciet genoemd.

‘Moslimdiscriminatie, moslimhaat of islamofobie komen voor het eerst sinds 2017 niet meer in een regeerakkoord voor. Het ontbreken van moslimdiscriminatie valt niet te onderbouwen’, schrijft onderzoeker Butter. ‘Uit verschillende onderzoeken weten we dat ongeveer de helft van de Nederlandse moslims discriminatie op grond van geloof ervaart.’

D66-Kamerlid Mpanzu Bamenga erkende in het debat ‘De stem van de moslims’, georganiseerd door het CJM nog dat ‘islamofobie overal in Nederlandse instituten zit’. Hij gaf toen zelfs het voorbeeld van hoe een nationaal onderzoek naar moslimdiscriminatie bagatelliserend werd ontvangen in de Tweede Kamer. ‘Een onderzoek van het ministerie van Sociale Zaken werd gewoon weggewuifd als een mening.’

‘Politieagenten dragen een grote verantwoordelijkheid’

0

Als bruggenbouwer, verbinder en voorzitter van Utrechts Platform voor Levensbeschouwing en Religie (UPLR) was ik diep geschokt toen ik de beelden zag van het recente incident tussen politieagenten en twee moslimvrouwen in Utrecht. De beelden hebben mij geraakt, niet alleen als betrokken burger, maar ook als iemand die al decennialang werkt aan vertrouwen, dialoog en verbinding tussen gemeenschappen en instituties.

Ik onderhoud al jarenlang intensieve contacten binnen de politie. Ik spreek regelmatig met agenten over spanningen in de samenleving, over polarisatie en over de complexe situaties waarin zij dagelijks opereren. Tijdens oud en nieuw heb ik de politie publiekelijk gesteund, omdat ik weet hoe zwaar en risicovol hun werk is. Die steun blijft staan.

Maar steun betekent niet kritiekloosheid. Dit incident zet mij aan het denken. Het roept fundamentele vragen op over professionaliteit, opleiding, houding en bewustzijn binnen delen van het politieapparaat. Politieagenten dragen een enorme verantwoordelijkheid. Zij vertegenwoordigen de rechtsstaat, en hun handelen heeft directe impact op het vertrouwen van burgers in diezelfde rechtsstaat.

Er is werk te verrichten. Veel werk. Niet om de politie te verzwakken, maar om haar te versterken

Wanneer burgers, en in het bijzonder vrouwen en minderheden, zich onveilig voelen door degenen die hen juist moeten beschermen, dan hebben we als samenleving een ernstig probleem. Dit raakt niet alleen de betrokken vrouwen, maar ook de vele agenten die hun werk wél met integriteit, respect en menselijkheid uitvoeren.

Er is werk te verrichten. Veel werk. Niet om de politie te verzwakken, maar om haar te versterken. Niet om agenten te demoniseren, maar om professionaliteit, empathie en rechtsstatelijk bewustzijn te verdiepen.

Een sterke politie is een politie die zichzelf durft te onderzoeken, fouten erkent en bereid is te leren. Alleen zo kan vertrouwen worden hersteld en behouden.

Als bruggenbouwer blijf ik mij inzetten voor dialoog tussen gemeenschappen en de politie. Juist nu is dat nodig. Polarisatie helpt niemand. Maar wegkijken evenmin.

Met respect, maar ook met verantwoordelijkheid, moeten we dit incident serieus nemen en werken aan een politieapparaat dat iedere burger gelijkwaardig en menswaardig behandelt.

Lees ook:

Moslimorganisaties: ‘Politiegeweld tegen vrouwen in Utrecht onacceptabel’