Aan de vooravond van het tiende herdenkingsjaar van de mislukte coup in Turkije, die op Turkse staatstelevisie en andere staatsgezinde media groots wordt herdacht en besproken in programma’s met staatsgezinde experts, neemt de onderdrukking van kritische stemmen door het Erdogan-regime snel toe. De islamistische krant Yeni Safakmeldt dat in een maand tijd de toegang tot meer dan 2700 sociale media-accounts, die verbonden zouden zijn met de Gülenbeweging, is geblokkeerd.
Al deze accounts zouden zich schuldig maken aan ‘terreurpropaganda’ en ‘desinformatie’ en zijn geblokkeerd. Tegen 1652 van deze accounts is ook een juridische procedure gestart vanwege ‘terreur’. Het is niet duidelijk of deze procedure gericht is tegen Turkse burgers achter die accounts.
De actie tegen zogenoemde ‘terreurpropaganda’ wordt geleid door het ministerie van Communicatie. Kritische stemmen en tegengeluiden, die door Yeni Safak niet als zodanig worden genoemd, zouden ‘grondig’ en ‘onophoudelijk’ digitaal worden gevolgd, met hulp van alle benodigde staatsinstellingen, zoals het OM en het ministerie van Justitie. Volgens de minister van Communicatie Burhanettin Duran zijn deze accounts betrokken bij een ‘psychologische operatie’ tegen Turkije. ‘Deze accounts zijn geïdentificeerd als accounts die terrorisme verheerlijken, desinformatie verspreiden en betrokken zijn bij psychologische operaties tegen ons land’, aldus Duran.
Tien jaar na de couppoging van 15 juli 2016 blijft in Turkije hetzelfde officiële verhaal rondzingen: die nacht zou de democratie zijn verdedigd. In werkelijkheid werd het de stichtingsmythe van een nieuw autoritair bestel. Erdogan overleefde niet alleen de staatsgreep; hij gebruikte die om een persoonlijk regime op te bouwen, de rechtsstaat uit te hollen, democratische tegenmachten te verpletteren en de macht te concentreren in een uitvoerend presidentschap dat onder de noodtoestand werd geboren.
De wortels van die ontmanteling liggen veel dieper dan 2016. De militaire coup van 1980 bracht geen stabiliteit, maar legde juist de basis voor de crisis van vandaag. Tijdens de Koude Oorlog ontdekte het leger hoe bruikbaar de islam kon zijn als politiek instrument tegen links en de Koerdische beweging. De grondwet van 1982 hield die logica in stand en gaf Turkije een institutioneel kader dat bedoeld was om onrust te voorkomen, maar die onrust decennialang juist in stand hield.
Een van de duidelijkste voorbeelden was de manier waarop de staat de samenleving via religie probeerde te sturen. De verplichte lessen cultuur en ethiek, ingevoerd na de coup van 1980, en de uitbreiding van de Diyanet waren geen neutrale hervormingen. Ze maakten deel uit van een project om de islam te ‘nationaliseren’, het openbare leven te disciplineren en religie via staatsstructuren te sturen. Tegelijk voerde de junta een kiesdrempel van tien procent in, de hoogste van Europa, om Koerdisch-linkse partijen uit het parlement te houden. Dat werkte averechts. Door de politieke vertegenwoordiging te beperken, creëerde de staat juist de voorwaarden voor de dominantie van de AKP in 2002.
Tijdens de Koude Oorlog ontdekte het leger hoe bruikbaar de islam kon zijn als politiek instrument
Dat is de ironie van het moderne Turkije: de instrumenten die bedoeld waren om de samenleving te controleren, maakten uiteindelijk de weg vrij voor de macht die haar zou domineren. De sociale engineering van het leger normaliseerde religieuze expressie. De kiesdrempel vervormde de vertegenwoordiging. Samen openden ze de deur voor een partij met islamitische wortels om de staat te veroveren en naar haar hand te zetten.
Jarenlang werd het Turkse leger voorgesteld als de seculiere bewaker en Erdogan als de islamistische uitdager. Die tweedeling is inmiddels achterhaald. In de jaren van de AKP ontstond een opportunistische alliantie tussen het presidentschap en delen van de veiligheids- en militaire top. Terwijl Erdogan de macht centraliseerde, vermeende coupplegers vervolgde en de bevelsstructuur hervormde, paste de militaire top zich aan een realiteit aan waarin het nuttiger was hem te steunen dan te bestrijden.
Die ontwikkeling verklaart ook de diplomatieke spagaat van Turkije. Ankara wil tegelijk onmisbaar en ongrijpbaar zijn: binnen de NAVO, maar niet onderdanig; verbonden met het Westen, maar nooit volledig betrouwbaar. De aankoop van het Russische S-400-luchtafweersysteem werd daarvan het perfecte symbool. Die leidde tot de uitsluiting van Turkije uit het F-35-programma en tot Amerikaanse sancties, terwijl Ankara de beslissing presenteerde als een soevereine keuze. Dat is de vaste methode: strategisch balanceren aan de top, autoritaire verharding in eigen land.
15 juli 2016
Het echte kantelpunt was 15 juli 2016. De couppoging was chaotisch, versnipperd en bloedig. Maar wat erop volgde, was geen herstel van de democratie. De noodtoestand werd gebruikt om de staat opnieuw vorm te geven. Onder de noodtoestand, die enkele dagen later werd afgekondigd, regeerde de regering per decreet, omzeilde zij het parlement en begon zij met massale zuiveringen in de ambtenarij, de rechterlijke macht, het leger, het onderwijs en de media. Human Rights Watch noemde het eerste nooddecreet arbitrair en discriminerend en waarschuwde dat het permanente ontslagen mogelijk maakte zonder betekenisvolle juridische bescherming.
De schaal was enorm. Halverwege 2016 waren al tienduizenden ambtenaren geschorst. Rechters en aanklagers werden massaal vastgezet en de nooddecreten breidden de zuiveringen verder uit. Het resultaat was niet alleen de bestraffing van echte coupplegers, maar ook de ontmanteling van de institutionele onafhankelijkheid. De rechterlijke macht werd verzwakt, universiteiten werden gezuiverd, media werden gesloten en het maatschappelijk middenveld werd het zwijgen opgelegd.
Daarmee kreeg Erdogan ook de wind in de zeilen voor zijn constitutionele project. Het referendum van 2017 verschoof Turkije van een parlementair naar een presidentieel systeem. Dat gebeurde met een zeer kleine meerderheid en gaf het presidentschap een ongekende concentratie van macht. Het referendum werd gehouden onder de noodtoestand en versterkte de democratie niet; het verzwakte haar juist. Het parlement verloor macht, het premierschap werd afgeschaft en de eenmansmacht werd verankerd onder het motto van ‘sterk leiderschap’.
De nasleep van de coup is uiteindelijk belangrijker dan de coup zelf. De eerste reactie – massamobilisatie, verdediging van verkozen instellingen en het uitschakelen van samenzweerders – was op zichzelf begrijpelijk. Maar Erdogan gebruikte die legitimiteit om een permanente staat van uitzondering te vestigen. De noodtoestand werd genormaliseerd. Regeren per decreet werd de norm. Oppositie werd steeds vaker gelijkgesteld aan terrorisme. Het onderscheid tussen een echte veiligheidsdreiging en politieke dissidentie vervaagde bijna volledig.
Oppositie werd steeds vaker gelijkgesteld aan terrorisme
In die omgeving draaide de politiek niet langer om burgers, maar steeds meer om Erdogan zelf. De republiek werd niet meer verdedigd in naam van het volk, maar in naam van één leider. Dat is de werkelijke erfenis van de periode na de coup: niet veiligheid, maar personalisering van de macht. Niet stabiliteit, maar gehoorzaamheid, verpakt als nationale eenheid.
Erdogan wist die binnenlandse machtsconsolidatie ook diplomatiek te benutten. Hij presenteert zich als de leider van een land dat altijd nodig is, maar nooit volledig te vertrouwen. Met vetorecht, vertraging en selectieve samenwerking dwingt hij concessies af van de NAVO en de EU, terwijl hij tegelijkertijd de westerse hypocrisie bekritiseert. De toetreding van Zweden tot de NAVO was daarvan het meest recente voorbeeld. Ankara blokkeerde de toetreding lange tijd om daarna te stellen dat het slechts zijn soevereiniteit verdedigde.
Voor westerse regeringen werd dat vaak gezien als een aanvaardbare ruil: samenwerking op het gebied van migratie, terrorismebestrijding en regionale veiligheid in ruil voor stilzwijgen over de binnenlandse repressie. Maar het is geen echte ruil. Het is een eenzijdige concessie die Erdogan beloont voor zijn vermogen om alle partijen tegen elkaar uit te spelen. Turkije houdt de lijnen met Rusland open, blijft een belangrijke NAVO-bondgenoot en escaleert tegelijk geregeld conflicten met Griekenland en Cyprus over maritieme grenzen, luchtruim en energieclaims.
De oostelijke Middellandse Zee laat dat patroon duidelijk zien. Het maritieme akkoord met Libië uit 2019, de confrontaties op zee in betwiste wateren en de retoriek rond de doctrine van het ‘Blauwe Thuisland’ tonen hetzelfde patroon: nationalistische escalatie buiten de landsgrenzen, autoritaire controle binnen de grenzen. Ook China blijft in beeld via Turkse belangstelling voor projecten binnen het Belt and Road Initiative, terwijl Ankara zich niet volledig aansluit bij de westerse sancties tegen Rusland. Dat is geen verheven vorm van strategische autonomie, maar opportunisme dat steunt op binnenlandse dwang.
De echte vraag is dus niet of Erdogan de Turkse belangen handig heeft verdedigd. De vraag is of zijn systeem het land beter heeft gediend dan hemzelf. Het antwoord is nee. Hij gebruikte het begrip soevereiniteit om burgers hun politieke handelingsruimte te ontnemen. Hij gebruikte de legitimiteit na de couppoging om repressie te normaliseren. En hij gebruikte de strategische positie van Turkije om westerse lankmoedigheid af te dwingen, terwijl democratisch herstel in eigen land steeds moeilijker werd.
Wat overblijft
Wat blijft er dan over, tien jaar na de coup? Het centrale probleem is niet alleen de macht van Erdogan, maar ook de steeds kleinere ruimte voor de politieke wil van Turkse burgers. Die ruimte herstellen betekent het verdedigen van constitutionalisme, lokale democratie, onafhankelijke balies, journalisten en mensenrechtenorganisaties. Het betekent ook coalities bouwen die de seculier-religieuze en Turks-Koerdische breuklijnen overstijgen, in plaats van de oude tegenstellingen te herhalen waarop autoritarisme gedijt.
Een Turkije dat is uitgehold door gepersonaliseerde macht, is geen stabiele bondgenoot
Voor de EU en de NAVO betekent dit dat zij moeten stoppen met Turkije te behandelen als een probleem dat via stille deals kan worden beheerd. Samenwerking blijft nodig – over veiligheid in de Zwarte Zee, energiecorridors en migratie – maar die moet nadrukkelijk worden gekoppeld aan rechtsstatelijke voorwaarden, niet worden weggestopt achter topoverleg en pragmatische uitruil. Onafhankelijke rechtspraak, vrije meningsuiting en eerlijke verkiezingen zijn geen decoratieve waarden. Ze vormen de kern van elke duurzame veiligheidsrelatie. Een Turkije dat is uitgehold door gepersonaliseerde macht, is geen stabiele bondgenoot, hoe bruikbaar het op korte termijn ook lijkt.
De slotles is eenvoudig. De couppoging was niet alleen een trauma. Ze was ook een politieke kans, en Erdogan gebruikte die om de republiek naar zijn hand te zetten. Tien jaar later gaat de keuze niet langer tussen seculiere generaals en een verkozen islamistische leider. Ze gaat tussen een gemilitariseerd en gepersonaliseerd systeem dat in een diplomatieke limbo verkeert, en een Turkije dat nog altijd pluralisme en democratie met elkaar kan verzoenen.
Het Westen moet ophouden de overwinningen van Erdogan te verwarren met het lot van Turkije. Zijn macht is niet het noodlot van het land. De Turkse burgers zijn geen verlengstuk van zijn regime. Zij zijn het politieke subject dat de Turkse politiek al veel te lang probeert uit te wissen.
De Rotterdamse gemeenteraad heeft donderdag onverwacht niet de door D66 voorgedragen kandidaat Eva Heijblom, maar haar partijgenoot Joan Nunnely tot wethouder benoemd. Heijblom en haar gezin zaten nietsvermoedend in de zaal toen zich een plottwist voltrok.
Bij de geheime stemming kreeg Nunnely 23 stemmen en Heijblom 21, waardoor de voorgedragen wethouder opeens afviel. De kandidaat werd na de telling apart genomen in de kamer van de burgemeester, waar het slechte nieuws haar werd medegedeeld. Nunnely was even verrast met de stemmen; ze had geen familie in de zaal zitten en zei niets van de coup af te weten.
Toch waren er wel tekenen van onrust in de gemeenteraad geweest. Nadat de voorgedragen wethouders bekend waren gemaakt, laaide er discussie op over het gebrek aan diversiteit van het nieuwe Rotterdamse college. Nunnely uitte eerder publiekelijk kritiek op de vrijwel volledig witte samenstelling van de beoogde wethoudersploeg. Volgens haar past een bestuur zonder voldoende culturele diversiteit niet bij een stad als Rotterdam.
De stemming vond plaats tijdens een beladen raadsvergadering, waarin ook de benoeming van Pro-wethouder Miriam Harika op de agenda stond. Rond haar kandidatuur was de afgelopen weken veel discussie ontstaan na een kritisch advies van de Rotterdamse ombudsman. Eerder riep een open brief, mede gepubliceerd door de Kanttekening, raadsleden op zich niet uitsluitend door dat advies te laten leiden, maar een zelfstandig oordeel te vormen.
Harika kreeg hierdoor minder stemmen dan verwacht, maar wel genoeg om aangesteld te worden als wethouder. Pro-fractieleider Jeroen Postma was dan ook verrast over de gang van zaken en gaf aan dat zijn fractie uitsluitend op de voorgedragen kandidaten had gestemd, zoals afgesproken. Hij wil overleg, om te zien hoe het nu verder moet.
Een Mexicaanse migrant is dinsdag in Houston doodgeschoten tijdens een actie van de Amerikaanse immigratiedienst ICE. De zaak leidt tot nieuwe kritiek op het deportatiebeleid van president Donald Trump.
Lorenzi Salgado Aranjo (52) begon zijn dag zoals iedere andere werkdag in Houston. Hij dronk koffie, at het eten dat zijn vrouw voor hem had voorbereid en verliet het huis dat hij zelf had gebouwd. Met een wit busje haalde hij drie andere ongedocumenteerde arbeiders op om samen te werken op de bouwplaats, zoals ze al jaren deden. Maar daar kwamen ze dinsdag nooit aan. De Amerikaanse immigratiedienst schoot Aranjo dood en arresteerde vervolgens zijn collega’s. Zij worden vermoedelijk gedeporteerd, zo meldt The Guardian.
Volgens The Guardian is de dood van Aranjo de tiende migrantendode in twee jaar tijd. NU.nl meldt echter dat er in detentiecentra in de VS dit jaar al minstens veertien migranten zijn gestorven. De regering-Trump houdt migranten en Amerikanen die hen steunen, zoals de vermoorde Renee Good en Alex Pretti, verantwoordelijk voor de moordpartijen en razzia’s van ICE.
Dat is ook het geval bij Aranjo. Hij wordt door het Department of Homeland Security beschuldigd van het bedreigen van ICE-agenten. ‘Een leugen’, volgens de collega’s van Aranjo, meldt The Washington Post. ICE zou vrijwel direct nadat zij uit het busje stapten hebben geschoten.
Het verhaal van de Amerikaanse autoriteiten dat Aranjo een ICE-busje heeft ‘geramd’ en zijn busje daarmee tot een ‘moordwapen’ had gemaakt, klopt volgens hen niet. ‘Dat is een leugen’, schreef Jose Trinidad Rojas (51) in een handgeschreven verklaring. ‘Het is onmogelijk voor hen om te zeggen dat ze overreden zouden worden… Er waren geen agenten voor of achter het voertuig. Ze stonden aan de zijkanten.’
Het deportatiebeleid van Trump kenmerkt zich door een sterke nationalistische retoriek, waarbij immigratie wordt geframed als een bedreiging voor de ‘nationale veiligheid’ en ‘sociale stabiliteit’.
Critici wijzen erop dat dit beleid voortkomt uit een ideologie van white nationalism, waarbij de nationale identiteit nauw verbonden wordt met witte etniciteit en het behoud van een demografische meerderheid van witte Amerikanen. Migranten moeten koste wat het kost buiten Amerika worden gehouden of gedeporteerd.
De Verenigde Staten voeren momenteel diplomatieke gesprekken met verschillende groepen in Libië om het land te verenigen. Daarbij beloven ze Amerikaanse investeringen in de olie-industrie. Of dat plan haalbaar is en een einde kan maken aan de verdeeldheid in het land, is volgens diverse media nog zeer onzeker.
Libië raakte na de val van Moammar Gadaffi in 2011 in een staat van chaos en politieke crises en sindsdien oefenen verschillende facties macht uit in verschillende gebieden van het land.
Het land heeft momenteel twee regeringen: een internationaal, door de Verenigde Naties erkende regering in de hoofdstad Tripoli, geleid door premier Abdulhamid Dbeibeh, en een andere regering in het oosten, met generaal Khalifa Haftar aan het hoofd. Deze laatste wordt gesteund door de Verenigde Arabische Emiraten en Rusland. Haftar heeft ook de leiding over de Libische Strijdkrachten, een coalitie van milities in het oosten.
Van een centraal gezag is in Libië geen sprake. Al jaren proberen de Verenigde Naties het land te verenigen, maar Libië blijft diep verdeeld. De Verenigde Staten spelen op de achtergrond een steeds belangrijkere rol, schrijft Al Jazeera.
Onder leiding van de adviseur Arabische wereld van de Amerikaanse president Donald Trump, Massad Boulos, proberen de VS de facties van Dbeibeh en Haftar bij elkaar te brengen in ruil voor investeringen in de Libische olie-industrie. Boulos, die ook de vader is van Trumps schoonzoon Michael Boulos, werd tijdens Trumps tweede termijn aangesteld als speciaal gezant voor Libië.
De door de VS in het vooruitzicht gestelde oliedeals zullen door beide facties moeten worden getekend. Alleen als beide groepen samenwerken, kan er sprake zijn van internationale investeringen in de oliesector. Haftars troepen oefenen macht uit in het gebied waar olievelden en -installaties liggen. In het westen, waar de internationaal erkende regering van Dbeibeh de scepter zwaait, is er oppositie tegen Haftars macht in het oosten.
Terwijl de Libische Centrale Bank heeft aangegeven dat het niet in staat is beide regeringen te blijven financieren, hopen Boulos en Trump erop dat beide facties kunnen worden overtuigd samen te werken.
Hoewel Libië zal profiteren van internationale investeringen in de olie-industrie, is het de vraag of dit zal leiden tot de gewenste stabiliteit.
Het Amerikaanse diplomatieke offensief wordt door sommigen gezien als een tegenhanger van het door de VN geleide proces. Het door Boulos geleide proces is meer transactioneel en van bovenaf, schrijft de Libische journalist Mustafa Fetouri. Het belangrijkste motief lijkt daarbij het snel realiseren van stabiliteit om met behulp van Amerikaanse bedrijven de olieproductie te verdubbelen.
Bovendien is het onduidelijk wanneer een dergelijke overeenkomst zal leiden tot broodnodige presidents- en parlementsverkiezingen en is er geen garantie dat het zal worden gesteund door het Libische parlement en de VN-Veiligheidsraad, schrijft Fetouri. Het risico van het Amerikaanse plan is volgens Fetouri dat het de verdeeldheid in het land in stand houdt door de elite te belonen die gewapende groepen en publiek geld hebben gebruikt om macht te behouden.
Een overeenkomst tussen de twee facties, Dbeibeh en Haftar, zal mogelijk een einde betekenen van de door Libiërs gehoopte verkiezingen en de revolutie van 2011 beëindigen ten gunste van een nieuw autoritair systeem.
Frankrijk was veel te sterk voor Marokko. We liepen het café uit. Op straat werd de nederlaag gevierd alsof het een overwinning was.
De corniche is de boulevard langs het strand. Die strekt zich kilometers uit langs de baai van Tanger. Hier reed lang geleden de trein naar het station van de haven. Die spoorlijn is opgeheven en maakte plaats voor een voetgangerszone.
Er werd vuurwerk afgestoken, gedanst en gezongen. Er was vreugde. We liepen richting de ondergrondse parkeergarage, maar kwamen nauwelijks vooruit door de drukte. Mannen en vrouwen, jongens en meisjes; een wonderbaarlijke mix van hip en traditioneel. Veel zag ik in die gezichten, maar wat ik niet zag, was teleurstelling of verdriet. Wat ik wel zag, was trots.
Wat opvalt, is hoe jong de natie is. Nu loopt generatie Z over straat. Zelfbewust, modieus, werelds. Ik knipper met mijn ogen. Waar ben ik eigenlijk? De corniche, een catwalk. Wat ook opvalt, is hoe veelbelovend de natie is.
Over vier jaar zal het WK voetbal in Marokko plaatsvinden. Het land organiseert het samen met Portugal en Spanje. Mijn dochter is zes en ligt in mijn armen. Ze is allang in slaap gevallen. Over vier jaar zal ze tien zijn en dan zullen we wedstrijden hier in de stad bezoeken. Een mooi vooruitzicht. Een vriendin loopt met haar zoon naast ons. Hij heeft een Nederlandse vader. Over vier jaar is hij puber. Ik hoop dat hij er dan ook bij zal zijn.
Vanuit Nederland komen de gebruikelijke berichten dat feestvierende Marokkanen zich schuldig hebben gemaakt aan ongeregeldheden. Er zou met vuurwerk zijn gegooid. Vervelend, maar niet onoverkomelijk. Veel erger zijn de politici die olie op het vuur gooien. De extreemrechtse politici trekken de gebruikelijke kaarten om de baldadigheid te promoveren tot een staat van burgeroorlog. Ook de minister van Defensie laat van zich horen. Lachwekkend is het.
Ondertussen wordt de Frans-Marokkaanse speler Ayyoub Bouaddi, die een uitstekend WK speelde, gevraagd of hij zijn keuze voor het Marokkaanse elftal niet betreurt. Scorebordjournalistiek. Hij antwoordt dat hij de keuze met zijn hart heeft gemaakt en geen seconde spijt heeft.
Het Marokkaanse en het Egyptische elftal brachten vreugde in Gaza, Caïro, Ramallah en Bagdad
Het hart. We waren dat orgaan begonnen te vergeten. Het Marokkaanse en het Egyptische elftal brachten vreugde in Gaza, Caïro, Ramallah en Bagdad. Het liet miljoenen harten sneller kloppen. Waarom doet die vreugde mij meer dan honderd pagina’s aan diepzinnige bespiegelingen over de triestheid van het leven?
Dan schiet me te binnen wat ik las van de Franse filosoof Gilles Deleuze. Geen makkelijke filosoof. Maar zijn zinnen over vreugde als kracht raken me: ‘De macht vereist droevige lichamen. De macht heeft verdriet nodig omdat het die kan beheersen. Vreugde is daarom verzet, omdat ze zich niet overgeeft. Vreugde als levenskracht brengt ons naar plaatsen waar verdriet ons nooit zou brengen.’
Vreugde brengt ons naar een andere wereld. We zijn even ontsnapt aan de macht. Het is ontsnappen aan de dwang. We worden gedwongen om verdrietig te zijn, we worden gedwongen om sorry te zeggen, om ons schuldig te voelen; we moeten ons schamen dat we feest vieren en vuurwerk afsteken. Verdrietige lichamen kunnen worden beheerst. Vreugdevolle lichamen dansen met de engelen. Dansen met voetballers. Dansen met de kinderen. Dansen met de doden.
Ik rijd de auto de garage uit en zie dat aan het feest nog lang geen einde komt; hele gezinnen die op autodaken zitten, meisjes die uit de ramen hangen en politieagenten die mild toekijken. Verenigd zijn in vreugde is het mooiste wat er is.
Onderweg naar huis zien we een man met een bloedend lichaam. Hij wordt opgelapt om zijn weg te vervolgen.
De tweedaagse NAVO-top in Ankara is voorbij en de regeringsleiders van het militaire bondgenootschap zijn weer naar huis. De verbazing was groot toen bleek welk cadeau de Turkse president Erdogan hun had meegegeven: een klassieke Turkse revolver, een Gümüsay .357 Magnum, verpakt in een houten kistje met de Turkse vlag en het NAVO-logo.
Het geschenk roept vragen op. Is het vooral een promotie van de Turkse defensie-industrie, een verwijzing naar Ottomaanse tradities of wil Ankara er ook een geopolitieke boodschap mee afgeven?
Volgens de regeringsgezinde Turkse media symboliseert het cadeau de hernieuwde positie van Turkije als grootmacht. Ook de ontvangst van de NAVO-leiders door een erehaag van strijders in Ottomaanse kledij wordt gepresenteerd als een verwijzing naar het historische erfgoed van het Ottomaanse Rijk.
‘De Turkse staat is in volle glorie weer terug op het wereldtoneel’, zegt Mehmet Akif Okur tegen de islamistische krant Yeni Safak. ‘In deze regio zien we dat de historische aanwezigheid van Turkije als grote macht wordt benadrukt met de NAVO-top. De Janitsaren (Ottomaanse elite-eenheden, red.) en de mehtermarsen (Ottomaanse marsmuziek, red.), die het historische erfgoed van het Ottomaanse Rijk symboliseren, vormden een mooie choreografie die zowel het verleden als het heden samenbrengt en de continuïteit van onze staat benadrukt.’
Wat de revolver betreft, wordt volgens Okur eveneens een aloude Ottomaanse traditie voortgezet. Bevriende leiders kregen vroeger van de sultan een gedecoreerd zwaard mee. Daarnaast zou revolver ook vooral bedoeld zijn om de kwaliteit van de Turkse defensie-industrie te onderstrepen, gezien de vele deals die tussen westerse bedrijven en Turkije worden gesloten.
Het cadeau leidde tot stomverbaasde reacties. Ook omdat de douanes van de betreffende landen niet bekend zijn met de invoer van wapens via civiele vluchten, ook niet als het om regeringsleiders gaat. Premier Rob Jetten en de Zweedse premier hebben het cadeau bij hun ambassades in Turkije achtergelaten vanwege het ‘papierwerk’ voor de invoer van wapens.
Critici menen in het geschenk ook een verkapt dreigement van het Turkse regime te zien. ‘Wie geeft er nou een geladen wapen cadeau?’ en ‘Ik zou er maar mee oppassen’, klinkt het op sociale media.
‘Willen ze ons straffen?’ dacht Mohammad toen hij in het azc een sneetje brood met kaas kreeg. Nu runt hij samen met zijn vrouw Anouk een lunchroom en cateringbedrijf, want ‘lekker eten’ is toch wel het minste wat je mensen kunt bieden, vindt het stel.
Het begon allemaal vanuit thuis. In hun keukentje in Eindhoven maakten Anouk en Mohammad Habanakeh Syrische gerechten klaar op bestelling. Inmiddels verzorgen ze de catering voor azc’s, feesten en evenementen waar hun Arabisch geïnspireerde gerechten goed in de smaak vallen. Vorige maand openden ze hun eerste echte café in Bibliotheek Rotterdam: Morgenland, by Memories of Damascus.
Anouk en Mohammad Habanakeh in hun pas geopende lunchroom in Rotterdam. Beeld: Majorie van Leijen
Het is de soft opening van het gloednieuwe café. De lichtborden met daarop de fajita’s (Mexicaanse broodjes) en ijskoffies worden nog even aangezet, de deur gaat wagenwijd open. Vanaf het marktplein bij Blaak steekt af en toe iemand nieuwsgierig een hoofd om de hoek. ‘Je bent welkom hoor, we zijn open’, roept Anouk haar nieuwe publiek toe.
Ook vanuit de centrale hal van de Rotterdamse bibliotheek kun je nu naar binnenlopen bij Morgenland, ‘de Nederlandse vertaling van ‘Oriënt’,’ vertelt Anouk. ‘We hebben bewust gekozen voor een naam die niet per se Arabisch klinkt, hoewel er wel een link is met de regio. We willen niet dat mensen denken dat ze hier alleen maar Arabisch kunnen eten of drinken. Maar het is natuurlijk wel door Memories of Damascus.’
Het koppel is inmiddels alweer tien jaar getrouwd. Anouk komt uit Best, studeerde Midden-Oostenstudies en was net terug van haar stage in Istanbul toen ze in 2015 met een vriendin naar een ‘meet-and-eat’-avond ging waar ook de bewoners kwamen van het nabijgelegen azc Heumensoord. Hier ontmoette ze Mohammad uit Damascus, gevlucht uit Syrië en net aangekomen op het azc. Het klikte meteen tussen de twee, ze trouwden en verhuisden naar Eindhoven, waar het zaadje werd geplant voor Memories of Damascus.
Beeld: Memories of Damascus
Hoe kwam het idee voor een Syrische catering tot stand?
‘Voor Mohammad was dit een frustrerende periode. Hij werkte wel, maar had nooit echt een stabiele baan. Op een gegeven moment zei hij: ‘Op deze manier ga ik nog liever terug naar de oorlog”, maar dat kon natuurlijk niet.
‘We besloten voor onszelf te beginnen. Dat begon met niet meer dan een inductieplaat thuis. We maakten mezzes (Syrische gerechtjes) die mensen via een Facebook-pagina konden bestellen. We hadden toen nog geen ervaring. Mohammad belde regelmatig met zijn moeder, die hem telefonisch uitlegde hoe hij de gerechten moest bereiden. Pas later gingen we daar onze eigen draai aan geven.
‘Het leverde niet meer op dan een paar tientjes per week, maar mensen bleven wel bestellen. Het was ook echt wel lekker wat we maakten, maar achteraf denk ik: dat was bijzonder. We hadden niet per se hele mooie foto’s op onze site staan.’
En toen kwam die eerste grote opdracht…
‘Ja, we kregen een opdracht om de catering te verzorgen voor vijftig personen. Dat was voor ons echt groot, zoiets hadden we nog nooit gedaan. We maakten veel te veel en waren na afloop twee dagen bezig met de afwas, en dat alles nog steeds vanuit huis. We hadden ook geen bedrijfsauto, alles moest in onze Ford. Bovendien werkte ik zelf nog fulltime als juridisch adviseur, en we hadden inmiddels kinderen. Dat was echt een spannende tijd.
‘Maar op een gegeven moment begon de catering te lopen. We hebben eerst een ruimte bij iemand gehuurd, later konden we terecht in een professionele keuken in Best. Vanuit daar kregen we onze eerste azc-opdracht.’
Ging dat zomaar?
‘Nee, het begon met de gemeente Boxtel. Zij belden of we konden koken voor een azc met 450 bewoners, elke dag, vier maanden lang. En of we over twee maanden konden beginnen.
‘Toen hebben we wel moeten opschalen. Eerst kwamen de broers van Mohammad uit Duitsland helpen om alles op poten te krijgen. Toen het eenmaal stond, hebben we personeel aangenomen. Het werd echt een bedrijf. Mohammad en de anderen kookten, ik deed de administratie en onderhield de contacten. Hierna volgden ook andere gemeenten met de vraag of we bij hen de catering op het azc wilden verzorgen. Toen heb ik mijn andere baan opgezegd en ben ik me volledig gaan richten op ons bedrijf.’
Wat maakt jullie anders dan andere cateraars voor deze doelgroep?
‘Toen Mohammad in Heumensoord zat, kregen ze op z’n Hollands twee keer per dag een sneetje brood met een plakje kaas of worst. Mijn man heeft weleens aan mij gevraagd: ‘Willen ze ons straffen?” Ik moest daar toen erg om lachen en legde uit dat we dit zelf ook eten.
‘je kunt natuurlijk wel rekening houden met wat bewoners graag eten’
‘Maar goed, je kunt natuurlijk wel rekening houden met wat bewoners graag eten. Het budget is vaak beperkt, maar je kunt bijvoorbeeld af en toe platbrood aanbieden, of hummus en labneh (yoghurt) bij het ontbijt doen. We maken weleens makdous (gevulde aubergine) voor de lunch. De bewoners komen natuurlijk niet alleen uit Syrië, we kijken echt naar de bewoners die er zitten en passen onze maaltijden daar op aan. Zo maken we bijvoorbeeld ook injera voor Ethiopische en Somalische bewoners. Met dit soort gerechten maak je veel mensen blij.’
Wat krijg je mee van de bewoners zelf?
‘Het leven op een azc is natuurlijk een uitdaging. Mensen die daar wonen worden op een gegeven moment depressief en hebben weinig te doen. In het begin raken ze enthousiast over het feit dat ze herkenbaar eten krijgen, maar daarna missen ze toch een stukje zelfbeschikking. Als je jarenlang eet wat de pot schaft, krijg je op een gegeven moment behoefte aan een eigen plek, waar je zelf kunt koken.
‘Het minste wat gemeenten kunnen doen, vind ik, is een beetje rekening houden met het eten. Daar kun je tenminste een beetje aan draaien. Qua kosten maakt het niet uit of je een boterham met pindakaas neerzet of platbrood met hummus. Geef die mensen een beetje erkenning.’
Een fajita uit Morgenland. Beeld: Majorie van Leijen
Jullie hebben ook statushouders in dienst. Is dat een bewuste keuze?
‘Klopt, ongeveer 75 procent van onze werknemers zijn statushouders óf mensen die nog in de procedure zitten. Soms zijn dit mensen die al twee tot zes jaar wachten op een besluit. In het eerste halfjaar mogen mensen niet werken, maar ze kunnen dan wel als vrijwilliger meewerken als ze zich daarvoor bij het COA aanmelden. Als dat goed werkt, kunnen we ze na een halfjaar alsnog in dienst nemen. Dat gaat heel vaak zo.
‘Ongeveer 75 procent van onze werknemers zijn statushouders óf mensen die nog in de procedure zitten’
‘Kijk, voor ons is dit heel fijn, omdat dit vaak mensen zijn die de gerechten kennen en dezelfde taal spreken. Tegelijkertijd zien we dat het vaak hele goede werknemers zijn. Ze zijn gedreven en steunen hun families in Syrië of in andere landen, dus ze willen graag werken. Maar het blijft ook lastig, vooral nu voor veel van hen onzeker is of ze mogen blijven. Dat is ontzettend naar.’
Inmiddels zijn jullie verhuisd naar Rotterdam. Wat bracht jullie hier?
‘De zaken in Eindhoven lopen nu goed. We hebben inmiddels ook een unit op een foodmarkt, dus dat staat. We dachten: laten we eens zien of we ergens anders kunnen uitbreiden. We doen regelmatig mee aan aanbestedingen. Bibliotheek Rotterdam was op zoek naar een passende horecapartner en dat werden wij dus.
‘We hebben ons voorgesteld met het concept van een koffiebar, maar dan geen standaard koffiebar. Op de tweede verdieping hebben we ook een locatie; daar serveren we de gerechten. Het is een mix tussen Arabische en westerse dranken en hapjes. We hebben bijvoorbeeld fajita’s, niet echt een typisch Syrisch gerecht, maar wel gemaakt door onze Syrische chefs. We hebben ook allerlei soorten koffies; Arabische koffie staat hier juist niet op het menu.
‘Hier willen we ons niet alleen op Arabische gasten richten, maar op iedereen. Dat is ook onze kracht. We zijn een Arabisch-Nederlands stel, we kennen beide culturen.’
De VN eist dat Israël de Palestijnse arts Hussam Abu Safia, tevens directeur van het Kamal Adwan-ziekenhuis, onmiddellijk vrijlaat. Hij wordt al 18 maanden zonder aanklacht vastgehouden. Er zijn sterke ‘aanwijzingen’ dat hij wordt misbruikt, zo meldt Al Jazeera.
De advocaat van de arts, Nasser Odeh, luidt de noodklok over de miserabele gezondheid van de arts. Hij zou ieder moment kunnen sterven in de cel, waar hij dagelijks het slachtoffer is van fysiek en mentaal geweld door Israëlische gevangenbewaarders. Mensenrechtengroepen spreken over ‘reguliere martelpraktijken’.
Bij een bezoek had de advocaat moeite om zijn cliënt te herkennen, meldt de mensenrechtenorganisatie Physicians for Human Rights Israel. Op video’s is de arts ook sterk vermagerd te zien.
‘De Commissie (van de VN) roept op tot de onmiddellijke, onvoorwaardelijke en veilige vrijlating van Abu Safia en van al het medische personeel dat door Israël in willekeurige detentie wordt gehouden,’ aldus de commissie in een verklaring, en vervolgt: ‘Daarnaast dringt zij er bij de Israëlische autoriteiten op aan om onmiddellijke onafhankelijke medische zorg voor Abu Safia te bieden.’
Abu Safia is zeker niet de enige Palestijn die het slachtoffer is van systemisch geweld door het Israëlische regime. Naast de genocide in Palestina en Libanon worden duizenden Palestijnen gevangengehouden, en volgens vele mensenrechtenorganisaties worden zij gemarteld.
Wat ons met elkaar verbindt, is de centrale vraag, niet wie er niet bij hoort, schrijft Ioannis Kavvadias.
De afgelopen jaren zijn de spanningen in de Nederlandse politiek en samenleving toegenomen. Er werd gewaarschuwd voor een ‘integratiecrisis’; het verzet tegen migratie groeide en polarisatie werd zichtbaarder. Incidenten zoals de brandstichting bij het asielzoekerscentrum in Loosdrecht en de rellen in Den Haag in september, waarbij Hitlergroeten werden gebracht en het D66-partijbureau werd vernield, markeerden de dieptepunten. Het Tweede Kamerdebat van 26 mei was een voorlopig hoogtepunt van deze spanningen. Toen FvD-fractievoorzitter Lidewij de Vos stelde dat het bezit van een paspoort iemand in de praktijk nog geen ‘Nederlander’ maakt, ontstond direct een fel en gepolariseerd debat.
Al decennialang klinkt de oproep dat ‘Nederland wel Nederland moet blijven’ of dat ‘Nederlanders zich thuis moeten kunnen voelen’. De onderliggende vraag blijft echter onbeantwoord: wat maakt iemand in 2026 daadwerkelijk tot Nederlander en op basis waarvan bepalen we dat?
In 2017 demonstreerden Turkse Nederlanders op de Erasmusbrug in Rotterdam ter steun van president Erdogan. Dat riep bij veel mensen vragen op over politieke loyaliteit en nationale verbondenheid. Tegelijkertijd is een sterke emotionele of familiale band met een ander land niet onverenigbaar met het Nederlandse burgerschap. Daarom is de relevante vraag niet of mensen één identiteit mogen hebben, maar welke publieke loyaliteit burgers met elkaar delen wanneer democratische waarden, buitenlandse conflicten of maatschappelijke spanningen onder druk komen te staan.
Blijft er dan nog iets over als gemeenschappelijke basis?
Dit spanningsveld rond nationale identiteit is niet exclusief een ‘migrantenverschijnsel’. Kijk naar de jonge, progressieve generatie internationaal georiënteerde studenten, bijvoorbeeld in Amsterdam: zij voelen zich vaak vooral ‘Europeaan’ of ‘wereldburger’, spreken onderling Engels en hebben minder binding met nationale symbolen of tradities. Meervoudige verbondenheid is op zichzelf geen probleem. Maar als de betekenis van het Nederlanderschap voor verschillende groepen afneemt, blijft er dan nog iets over als gemeenschappelijke basis?
‘Direct zijn’
Wanneer in Nederland wordt gevraagd naar de inhoud van onze cultuur, blijft het antwoord vaak abstract. Er wordt verwezen naar respect voor de democratie, de Grondwet, gelijkheid of het homohuwelijk. Dit zijn universele, liberale rechtsstatelijke principes, geen unieke cultuurkenmerken. De kernvraag is daarom niet óf we waarden delen, maar welke culturele inhoud het Nederlanderschap verder draagt. Wanneer het concreet moet worden gemaakt, komen we vaak niet verder dan een haring in de hand en ‘direct zijn’ in de communicatie.
Het probleem is niet dat Nederland geen cultuur heeft, maar dat veel vormen van Nederlandse cultuur minder zichtbaar, minder gedeeld en minder verbindend zijn geworden. Nederland kent vanzelfsprekend diepgewortelde tradities, lokale gebruiken, verenigingen, herdenkingen, sportcultuur, taal en dagelijkse gewoonten. Toch ontbreken vaak publieke rituelen en gedeelde momenten die generaties, sociale klassen en verschillende gemeenschappen met elkaar verbinden. Daardoor speelt veel van wat als typisch Nederlands wordt ervaren zich inmiddels vooral af in de eigen kring, achter de voordeur of in commerciële vormen van vrije tijd.
Religieus-conservatieve burgers
Tegen deze achtergrond rijst een ongemakkelijke vraag: waarom worden sommige religieus-conservatieve burgers, zoals conservatieve gereformeerden uit de Biblebelt, vanzelfsprekend als onderdeel van de Nederlandse samenleving gezien, terwijl anderen, zoals conservatieve moslims, sneller als buitenstaanders worden behandeld, zelfs als zij hier geboren zijn, hier leven en juridisch volwaardige burgers zijn? Beide groepen kunnen op bepaalde punten kritisch staan tegenover de moderne liberale cultuur en sterk verbonden zijn met hun eigen geloofsgemeenschap.
Natuurlijk zijn er reële verschillen tussen religieuze stromingen, opvattingen en maatschappelijke praktijken. Niet iedere vorm van religieus conservatisme is hetzelfde, en elke beweging mag kritisch worden bevraagd over haar verhouding tot de democratische rechtsstaat, de vrijheid en de veiligheid van anderen. Toch wordt ons oordeel over wie erbij hoort niet alleen door deze inhoudelijke vragen bepaald; ook historische herkenbaarheid, afkomst en uiterlijk spelen daarbij een rol. Daarom moet de norm voor iedere burger gelijk zijn: respect voor de rechtsstaat, de vrijheid en de veiligheid van anderen. Daarnaast is een positieve en gedeelde invulling van burgerschap nodig om duidelijk te maken wat het Nederlanderschap inhoudt.
Als we willen dat het Nederlanderschap weer betekenis krijgt, moeten we stoppen met politieke verwijten en het debat richten op de concrete invulling van het burgerschap. De centrale vraag is niet langer wie er niet bij hoort, maar welke gemeenschappelijkheid we actief willen opbouwen. Cultuur en verbondenheid ontstaan niet alleen door de wet te volgen of een inburgeringscursus te voltooien, maar vooral wanneer mensen hun eigen kring verlaten en samen iets opbouwen.
Als we willen dat het Nederlanderschap weer betekenis krijgt, moeten we stoppen met politieke verwijten
De politiek moet overwegen instituten te ontwikkelen die gemeenschappelijkheid bevorderen. Maak dit concreet door nationale feestdagen, zoals Bevrijdingsdag, om te zetten in lokale ontmoetingsmomenten in de wijk, via het lokale bestuur, in plaats van alleen grootschalige festivals waar alleen festivalgangers naartoe gaan. Investeer daarnaast bijvoorbeeld in een brede, toegankelijke maatschappelijke diensttijd waarin mensen met verschillende achtergronden samen bijdragen aan zorg, Defensie, natuurbeheer of lokale gemeenschappen. Dit moet geen inburgeringsinstrument voor specifieke groepen zijn, maar een publieke ervaring die voor alle burgers openstaat en waarin mensen buiten hun eigen sociale kring samenwerken aan iets groters dan alleen zichzelf. Zo krijgt burgerschap niet alleen juridische, maar ook praktische en relationele betekenis.
Het debat moet niet langer gaan over uitsluiting of het in twijfel trekken van paspoorten. De opdracht die voor ons ligt is constructief en helder: durven we de inhoud van ons burgerschap te definiëren? Alleen als we gezamenlijk formuleren wat Nederlands burgerschap betekent, kunnen we de strijd over wie er wel of niet bij hoort achter ons laten.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.