In Indonesië wint een opvallende vorm van koloniale nostalgie aan populariteit onder jongeren, schrijft correspondent Zuidoost-Azië Noël van Bemmel van de Volkskrant. Op sociale media circuleren filmpjes waarin het vroegere Nederlandse bewind wordt opgehemeld, vaak als sarcastische kritiek op de huidige politiek.
‘Nederland! Koloniseer ons alsjeblieft weer…’, zegt tiktokker Bang Soleh. Motortaxichauffeur Budibae2023 doet daar nog een schepje bij bovenop: ‘Als we nog gekoloniseerd zouden zijn, dan was onze economie hoog ontwikkeld, de corruptie verwaarloosbaar, de infrastructuur beter, de samenleving inclusiever en drugs en lhbti legaal.’
De trend is zichtbaar in zogeheten VOC‑cafés in Jakarta, Surabaya en andere steden, waar koloniale esthetiek – van zwart-witfoto’s tot het iconische VOC‑logo – commercieel wordt ingezet. Het bekendste etablissement is Café Batavia. Kanttekening-journalist Ewout Klei, die dit café in 2023 en 2024 bezocht, verbaasde zich destijds over de sfeer van nostalgie en kolonialisme.
Café Batavia
‘Een van de meest bizarre plekken in Jakarta is Café Batavia, een restaurant in oude koloniale stijl, compleet met de portretten van Nederlandse gouverneur-generaals. Ook de beruchte Jo van Heutz, die met grof geweld Atjeh onderwierp, hangt erbij.’
Maar er is meer, zegt Van Bemmel. Hij noemt het muziekfestival VOC Land in Bandung, georganiseerd door schrijver Pidi Baiq, dat veel jonge bezoekers trekt. Sommige ouders spreken tegenwoordig zelfs over een ‘VOC‑opvoeding’, waarbij strikte discipline centraal staat. Voor progressieve Nederlanders lijkt dit de omgekeerde wereld, want was het niet Jan Pieterszoon Coen van de VOC die een felle strijd voerde om Jakarta en verantwoordelijk was voor de genocide op de Banda-eilanden?
Volgens de Volkskrant komt de nostalgie deels voort uit een gebrek aan historisch onderwijs. Het racistische koloniale bestuursmodel – waar witte Nederlanders aan de top stonden, gevolgd door Indo’s en Chinezen, en ‘inlanders’ helemaal onderaan stonden – wordt op scholen nauwelijks onderwezen. Daardoor reageren veel Indonesiërs luchtig wanneer Nederlanders het koloniale verleden ter sprake brengen. Een veelgehoorde reactie is: ‘Sudalahhh, dat is zó lang geleden. Zo ging dat toen’, schrijft Van Bemmel. Andere Indonesiërs benadrukken dat de Japanse bezetting zwaarder woog: ‘De Japanse bezetting was erger.’

Achter de expliciete lof voor het koloniale bewind schuilt vaak frustratie over corruptie en incompetentie van de huidige regering. Door Nederland te idealiseren, kiezen jongeren voor een provocerende manier om hun onvrede te uiten. Van Bemmel ziet een parallel met de ‘One Piece’-protesten, geïnspireerd door een Japanse animeserie en Netflix-serie over sympathieke piraten. De correspondent vraagt zich af of Gen Z-demonstranten straks misschien met VOC-vlaggen zullen gaan zwaaien.
Kritiek
Jeffry Pondaag, voorzitter van het Comité Nederlandse Ereschulden
(K.U.K.B.), reageert tegenover de Kanttekening fel op het artikel in de Volkskrant, omdat dat stuk de koloniale nostalgie in Indonesië zou romantiseren. Volgens hem is die blik nog altijd doordrenkt van een koloniale reflex, het idee dat Nederland een beschavingsmacht was en dat Indonesië iets te danken heeft aan de bezetter.

Maar hoe verklaart Pondaag de nostalgie naar de VOC-mentaliteit? ‘Veel Indonesische jongeren kennen hun eigen geschiedenis nauwelijks’, antwoordt hij. ‘Ze krijgen ook de Nederlandse versie van de geschiedenis voorgeschoteld, een versie die door Nederlanders is geschreven en waarin de misdaden worden verzacht of verhuld.’
Voor Pondaag is het essentieel dat Indonesische jongeren zich bewust worden van het Indonesische verhaal. Niet de Nederlandse koloniale geschiedschrijving, maar de geschiedenis van het eilandenrijk Nusantara in al zijn diversiteit en de gezamenlijke strijd tegen de koloniale onderdrukking. Hij herhaalt steevast dat Indonesië nooit ‘van Nederland’ is geweest, omdat Nederland een vreemde bezetter was. ‘Nederland was fout, punt. Geen komma.’



