6.4 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 2

BIJ1-lijsttrekker Stevie Nolten: ‘Utrecht noemt zich mensenrechtenstad, maar maakt dat niet waar’

0

Stevie Nolten, lijsttrekker van BIJ1 Utrecht, blikt terug op vier jaar strijd in de raad en kijkt vooruit naar een nieuwe campagne, gedreven door radicale gelijkwaardigheid en lokale solidariteit.

BIJ1 doet dit jaar in slechts drie gemeenten mee aan de verkiezingen, maar in Utrecht is de partij vastbesloten haar plek te behouden. Lijsttrekker Stevie Nolten, sinds 2022 raadslid, spreekt met onverholen overtuiging over representatie, radicale gelijkwaardigheid en de noodzaak om de stad menswaardiger te maken.

Ondanks het feit dat BIJ1 sinds 2023 niet meer in de Tweede Kamer zit, ziet Nolten hoe lokaal activisme en politieke inzet elkaar blijven versterken. In dit gesprek vertelt ze over de uitdagingen van een kleine partij, de kracht van een diverse kandidatenlijst en haar visie op een Utrecht dat werkelijk voor iedereen werkt.

Wie ben je, wat doe je, waar ben je geboren, wie zijn je ouders?

‘Ik ben Stevie Nolten, 34 jaar oud, geboren in Den Bosch in een gezin met twee Indonesisch‑Nederlandse ouders en een jonger zusje. Voor mijn studie kunstgeschiedenis ben ik naar Utrecht verhuisd. Inmiddels woon ik hier alweer vijftien jaar met veel plezier. Sinds 2022 ben ik raadslid voor BIJ1 in de Utrechtse gemeenteraad, en voor de komende verkiezingen ben ik opnieuw verkiesbaar als lijsttrekker. Naast mijn raadslidmaatschap werk ik als archiefonderzoeker op het gebied van koloniaal erfgoed.’

Hoe lang ben je al lid van BIJ1, en wat heeft je ertoe bewogen om actief te worden?

‘In 2020 ben ik lid geworden van BIJ1, nadat ik Sylvana Simons zag spreken tijdens de Black Lives Matter‑demonstratie in Utrecht. Voor het eerst in mijn leven voelde ik me vertegenwoordigd door een politicus. Ik zeg weleens grappend dat dit moment me heeft ‘geradicaliseerd’, maar feit is dat ik daarvoor weinig vertrouwen had in de politiek. Niet alleen door het gebrek aan representatie, maar vooral omdat BIJ1 als eerste partij de verbanden legde tussen verschillende vormen van uitsluiting. Dat radicale, antikapitalistische en antiracistische geluid is onderscheidend en broodnodig.

‘Toen ik lid werd, ben ik eerst achter de schermen actief geweest, bijvoorbeeld als vrijwilliger bij de crowdfunding voor de Tweede Kamer‑campagne. Het kostte wat overtuiging om te solliciteren voor de kandidatenlijst in 2022, maar inmiddels zijn we vier jaar verder. Met liefde zet ik die strijd voort in de stad die me zo dierbaar is. Daarom ben ik nu opnieuw lijsttrekker.’

‘Voor het eerst in mijn leven voelde ik mij vertegenwoordigd door een politicus’

Jullie lijst is niet bepaald een afspiegeling van de maatschappij, met zo weinig witte Nederlanders erop. In een stad waar witte Nederlanders de meerderheid vormen, heb je dan niet automatisch de wind tegen?

‘Een grappige vraag, vooral omdat dit andersom zelden wordt gesteld aan partijen met overwegend witte kandidatenlijsten. Utrecht is een zeer diverse stad: meer dan 40 procent van de inwoners heeft een migratieachtergrond. Dan zou je toch verwachten dat die diversiteit ook zichtbaar is op de kandidatenlijsten van álle partijen. Maar dat is niet zo.

‘Je zou je zelfs kunnen afvragen waarom er niet op elke kieslijst Marokkaanse Utrechters staan, aangezien Utrecht de grootste Marokkaans‑Nederlandse gemeenschap van het land heeft. Nog een extra reden om onze nummer 2, Noura Oul Fakir, óók de raad in te stemmen. Vorige keer kreeg zij, geheel terecht, meer voorkeursstemmen dan Forum voor Democratie in totaal!

‘Kortom: met zo’n diverse lijst doet BIJ1 de stad eigenlijk een gunst. Als anderen met meer van hetzelfde komen, brengen wij de veelzijdigheid die Utrecht wél te bieden heeft.’

Jullie eerste drie kandidaten zijn vrouwen van kleur. Waarom denk je dat je met deze twee andere zusters het verschil kunt maken, zoals op jullie flyer staat?

‘Heel simpel: de afgelopen jaren hebben we, ondanks dat we maar één zetel hebben, vaak de agenda bepaald en meerderheden georganiseerd voor radicale, idealistische voorstellen. Of het nu gaat om het stoppen met het beboeten van dakloze mensen die buiten slapen, het oprichten van de Utrechtse transkliniek, of het opkomen voor ongedocumenteerden, demonstranten en Palestijnse Utrechters. We hebben laten zien dat het kan. We waren ook de eerste gemeente die de situatie in Palestina als genocide benoemde.

‘Uiteraard doe ik dat niet alleen, maar samen met mijn fractie, waarin Noura Oul Fakir en Chiara Fakkel commissieleden zijn, onze afdeling en een hele hoop strijdbare mensen in de stad. Kun je nagaan wat we met drie zetels zouden kunnen betekenen. Dan kunnen we ‘links’ nog verder naar links trekken en de macht nog steviger bevragen.’

Hoe voelt het om na de teleurstellende Tweede Kamerverkiezingen, geen zetel,  weer in campagnestand te moeten? Tofik Dibi zei dat hij van diep moest komen, en nu is hij weer gecanceld voor de herdenking van de Februaristaking. Het gaat niet echt lekker met BIJ1.

‘Het is natuurlijk erg jammer dat we momenteel niet in de Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn. Ik had het Nederland, en met mij vele anderen, echt gegund om Tofik te zien vlammen in Den Haag. Ik mis de stevigheid en het compromisloze idealisme in de huidige oppositie, juist nu onze sociale voorzieningen vrijwel zonder morren worden afgebroken in ruil voor wapens en oorlogvoering.

‘Tegelijkertijd zijn BIJ1’ers niet zomaar uitgestreden. We doen in drie steden mee aan de gemeenteraadsverkiezingen. En parlementaire politiek is slechts één manier om verandering af te dwingen, nooit een doel op zich. We zijn niet voor niets óók altijd te vinden op protesten en binnen grassrootsbewegingen. Ongeacht de uitslag op 18 maart blijft dat zo.’

‘Parlementaire politiek is slechts één manier om verandering af te dwingen, nooit een doel op zich’

Wat zijn jullie speerpunten voor Utrecht?

‘Onze slogan is ‘Alles voor iedereen’. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in een kapitalistische samenleving waarin mensen tegen elkaar worden uitgespeeld, is dat nog geen realiteit,  terwijl het wél mogelijk is. Er is genoeg te verdelen om te voorkomen dat iemand in gebrek leeft. Wij kiezen er expliciet voor om niemand achter te laten in onze plannen voor de stad. Dat kan gewoon, als je ervoor durft te kiezen.

‘Ons verkiezingsprogramma staat vol goede ideeën, maar een aantal speerpunten springen eruit. We willen dat iedereen in Utrecht toegang heeft tot een betaalbare woning, met collectieve huurverlaging om de druk op bewoners te verlichten. Daarnaast pleiten we voor gratis openbaar vervoer in de hele stad, en voor een Utrecht dat vrij is van racisme en discriminatie. Toegankelijke zorg voor iedereen is voor ons vanzelfsprekend, net als klimaatrechtvaardigheid voor mens, dier en natuur. We vinden dat niemand op straat zou moeten slapen en dat huisuitzettingen moeten stoppen. Ook staan we voor het principe dat geen mens illegaal is: Utrecht moet een vrijhavenstad zijn waar iedereen welkom is. Tot slot kijken we verder dan de stadsgrenzen en kiezen we voor internationale solidariteit.’

Het voelt alsof deze gemeenteraadsverkiezingen de laatste kans zijn voor de partij. Deel je dat gevoel?

‘Het is geen geheim dat het moeilijk is om terug te keren in de politieke arena als je daar eenmaal uit bent. In die zin wordt het inderdaad spannend of we lokaal kunnen blijven strijden in Rotterdam, Amsterdam en Utrecht. Het ingewikkelde aan het politieke speelveld is dat het niet altijd uitmaakt hoeveel je voor elkaar krijgt of hoe hard je je inzet voor je gemeenschappen. Dat wordt lang niet altijd beloond met media‑aandacht of voldoende stemmen.

‘Onze fractie is ontzettend zuinig op de mensen die ons eerder het vertrouwen gaven om hen te vertegenwoordigen. Dat blijft het meest eervolle wat er is. De afgelopen jaren hebben we ons geluid luid laten horen, op straat én in de raad. Maar uiteindelijk is het aan de stemmers of we dat de komende vier jaar mogen voortzetten.’

Wat zouden jullie beter moeten doen?

‘Voor ons is het best ingewikkeld gebleken om buiten onze linkse bubbel en achterban te treden. Dat komt mede doordat (lokale) media nauwelijks over ons schrijven, zelfs wanneer we agenderen en onze voorstellen worden aangenomen. Mensen denken vaak dat onze voorstellen alleen bedoeld zijn voor onze achterban, maar dat is absoluut niet zo. We komen consequent op voor de meest kwetsbare mensen en gemeenschappen die dagelijks met uitsluiting te maken hebben, maar als we bijvoorbeeld pleiten voor huurverlaging in de héle stad, profiteren talloze Utrechters daarvan.

‘Toen ons voorstel om te stoppen met het beboeten van buiten slapen voor de verandering wél werd opgepakt door de media, zagen we reacties van mensen die ‘niks van BIJ1 moesten hebben’, maar het wel met ons eens waren. Dat is precies het normaliseren van onze standpunten. En daar moeten we aan blijven trekken. Door diezelfde aandacht zijn inmiddels talloze steden gestopt met het beboeten van mensen die noodgedwongen buiten slapen.

‘Je nek uitsteken en aanjagen is in de politiek vaak een ondankbare taak’

‘Daarnaast hebben onze voorstellen vaak een lange aanloop. Je moet andere partijen soms jaren overtuigen voordat er beweging ontstaat. Hoewel verandering uiteindelijk volgt, krijgen we daar niet altijd de credits voor. Soms gaan partijen er zelfs met onze voorstellen vandoor zodra er een maatschappelijk kantelpunt ontstaat door activisme, terwijl ze diezelfde voorstellen eerder wegstemden. Natuurlijk gaat het erom dát de verandering er komt, maar je nek uitsteken en aanjagen is in de politiek vaak een ondankbare taak. Zoals men zegt: ‘Being a leftist means being right too early.’ Misschien moeten we soms beter leren onze gezamenlijke successen te vieren.’

Pro-Palestinademonstratie in Utrecht, 22 februari 2024. Beeld: Ewout Klei

Hoe ziet jouw ideale Utrecht eruit? Wat zijn je grootste ongemakken in de stad — en wat moet er volgens jou worden opgelost?

‘Utrecht noemt zich mensenrechtenstad, maar in de praktijk maken we dat niet waar. De wachtlijsten voor sociale huur zijn ellenlang, zogenaamd betaalbare woningen zijn nog steeds te duur, het OV is gebrekkig en niet gratis, en demonstranten en minderheden worden geconfronteerd met repressie of (etnisch) profileren. Ik kan nog wel even doorgaan. We noemen ons een inclusieve gemeente die niemand in de kou laat staan, maar ondertussen vaart de politie vrolijk mee tijdens de Canal Pride terwijl mensen niet mogen meevaren met een Palestijnse vlag. We zagen recent grof politiegeweld onder het Bollendak richting twee moslimvrouwen en ondertussen slapen er nog steeds mensen op straat omdat de opvang vol is.

‘Zolang we accepteren dat sommigen van ons door het ijs zakken terwijl de meerderheid er warmpjes bij zit, zijn we niet inclusief en niet menswaardig bezig.

‘Wij nemen geen genoegen totdat Utrecht een stad is waarin iedereen die hier leeft gelijkwaardig is. Een stad waar je waarde niet afhangt van hoeveel geld je opbrengt of hoe goed je je aanpast aan de norm. Een stad waar we intolerantie richting minderheden en onze gemeenschappen niet accepteren. Een stad waar we durven te dromen, macht en middelen eerlijk verdelen en kiezen voor de mensen die de stad maken. Pas dan zijn we tevreden. Niet te veel gevraagd toch.’

Hoe zou een ‘radicale, antiracistische en antikapitalistische burgemeester’ moeten optreden in Utrecht? Welk advies zou je Sharon Dijksma geven?

‘Dat klinkt als een droom. Een burgemeester heeft de taak er voor elke burger te zijn, en hoe kan dat beter dan door actief antikapitalistisch en antiracistisch te zijn. Iemand als Zohran Mamdani klinkt ons dan ook niet voor niets als muziek in de oren. Hij laat zien dat je een idealistisch front kunt vormen van talloze verschillende mensen en daadwerkelijk dingen gedaan kunt krijgen, recht tegen haatdragende landelijke slooppolitiek in.

‘Utrecht laat soms zien dat we dit óók kunnen, maar wat mij betreft kunnen we nog veel verder gaan. Laat het een inspiratie zijn dat je alles op alles kunt zetten om de stad écht gelijkwaardig te maken voor iedereen. En misschien te beginnen met het desinvesteren in handhaving, dat brengt ons namelijk helemaal geen veiligheid.’

Eerste Kamerleden hebben bedenkingen bij strafbaarstelling van illegaliteit

0

De Eerste Kamer behandelde deze week de asielnoodmaatregelenwet en de strafbaarstelling van illegaal verblijf. Veel partijen hebben serieuze bedenkingen, blijkt uit het verslag van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel.

‘Dit is goed nieuws. Een serieuze taakopvatting van Eerste Kamerleden begint met twijfel: met vragen over het aangeboden wetsvoorstel’, schrijft migratierechtdeskundige Carolus Grütters van de Radboud Universiteit Nijmegen woensdag op sociale media.

Het aantredende kabinet heeft in het regeerakkoord opgenomen dat de twee wetten nu afhangen van het goed- of afkeuren door de Eerste Kamer, die deze maand een beslissing moet nemen. Van een aantal fracties in de Eerste Kamer is bekend dat zij er niet mee akkoord zullen gaan. GroenLinks-PvdA, Volt en de PvdD waren zoals verwacht kritisch over de wetsvoorstellen tijdens het overleg op dinsdag.

Ook D66 stelde zich kritisch op, blijkt uit het verslag. ‘Waarom worden alle categorieën ongedocumenteerden op één hoop gegooid en strafbaar gesteld? De politieke discussie ging met name over overlastgevende ongedocumenteerden die weigeren aan hun vertrek mee te werken. Het is begrijpelijk dat er streng tegen die groep wordt opgetreden. Maar is de regering het met de D66-fractie eens dat er talloze ongedocumenteerden in de samenleving zijn die hier soms al jaren wonen en werken en geen enkel probleem veroorzaken?’, vroegen leden van de fractie zich af.

Opvallend was echter de houding van CDA en VVD, die in de Tweede Kamer weinig in de weg legden om de wetsvoorstellen in de huidige vorm naar de Eerste Kamer te sturen. Nu uiten ook deze partijen hun bedenkingen.

‘De Raad van State stelt dat een volwaardige en integrale weging van alle relevante belangen en overwegingen niet heeft plaatsgevonden.’ En: ‘Wat zouden de voor- en tegenargumenten zijn om de strafbaarstelling van illegaliteit eventueel pas in te laten gaan wanneer een integrale belangenafweging alsnog wel heeft plaatsgevonden?’, zo vragen deze leden van CDA en VVD zich af.

Je moet je natuurlijk afvragen wat voor vragen hier nu echt gesteld worden, zegt Grütters. ‘Veel vragen naar de bekende weg. Er zijn talloze instanties die over de strafbaarstelling hebben geadviseerd en die stellen dat het niet uitvoerbaar of niet rechtmatig is. De Raad van State zegt zelfs dat je dit gewoon niet moet doen. De antwoorden op veel vragen zijn dus al gegeven. Deze vraag stellen is dan misschien meer een manier om te laten blijken waar iemand staat. Maar er zullen misschien ook serieuze vragen zijn over zaken die nog niet goed zijn onderzocht. Hier zal dan ook antwoord op moeten komen.’

Volgens de jurist is het hoopvol dat er vragen worden gesteld. ‘Het is een begin. Als de Eerste Kamerleden hun rol serieus nemen, zou dit niet zo veel te maken moeten hebben met partijpolitiek. De Eerste Kamer moet wetgeving toetsen op juistheid. Als ze dat doen, kunnen deze twee wetten alleen maar worden afgeschoten.’

Voor een meerderheid in de Eerste Kamer zijn 38 van de 75 zetels nodig. Linkse partijen vertegenwoordigen nu ongeveer 28 tot 30 zetels, centrumpartijen ongeveer 10 tot 11 zetels en rechtse partijen ongeveer 32 tot 34 zetels. Tijdens het debat waren er geen vragen van PVV, BBB of JA21. Zij stemmen naar verwachting in met het voorstel.

Rechter wijst schadeclaim van Gündogan tegen Volt af

0

De rechtbank in Amsterdam heeft de schadeclaim van oud-Kamerlid Nilüfer Gündogan tegen Volt afgewezen. Haar eis van ruim een miljoen euro voor gederfde inkomsten, reputatieschade en immateriële schade leverde haar niets op.

Dit meldt NRC. Gündogan werd in 2022 door Volt uit de fractie gezet na meldingen van grensoverschrijdend gedrag, variërend van intimidatie tot ongewenste avances. Zij betwistte deze beschuldigingen en vond haar schorsing onterecht — een standpunt dat haar al eerder juridisch weinig opleverde.

De rechter oordeelde nu opnieuw dat Volt niet aansprakelijk kan worden gehouden voor beslissingen van de fractie in de Tweede Kamer en wees alle vorderingen af. Ze mocht uit de fractie worden gezet; er waren meldingen over haar gedrag en zij was bekend met die meldingen, aldus het vonnis.

Het grensoverschrijdend gedrag kwam aan het licht nadat dertien mensen die bij de partij betrokken waren hun beklag hadden gedaan bij onderzoeksbureau Bing. NRC sprak met vijf van die melders en vijf andere direct betrokkenen. Uit deze gesprekken bleek dat het partijlid collega’s op de billen tikte, seksvoorstellen deed, hun uiterlijk bekritiseerde en hen intimideerde.

Is D66 gezwicht voor de druk van rechts?

0

D66 ligt onder vuur nog vóór het nieuwe kabinet aantreedt. Verwijten over opportunisme en rechtse concessies klinken luid, maar twee actieve D66-leden schetsen een minder cynisch, strategischer beeld.

Indonesië wil vredestroepen naar Gaza sturen

0

Indonesië bereidt zich voor op deelname aan een internationale stabilisatiemacht in Gaza. Zo’n vredesmacht is een onderdeel van het vredesplan van de Amerikaanse president Donald Trump. Dit schrijft de Britse krant the Guardian.

Daarmee zou Indonesië mogelijk de eerste staat worden die daadwerkelijk troepen inzet voor de missie.

Over de omvang van de Indonesische bijdrage bestaat echter veel onduidelijkheid. De legerleiding spreekt van een brigade van 5.000 tot 8.000 militairen, terwijl andere regeringsfunctionarissen aanzienlijk lagere aantallen noemen. De vice‑minister van Defensie houdt het op ongeveer 600 militairen, aldus Jakarta Globe. Volgens Jakarta is er nog geen definitief besluit genomen, president Prabowo zal later deze maand een formeel document ondertekenen.

De troepen zouden worden gestationeerd in een nieuw kamp in het zuiden van Gaza, tussen Rafah en Khan Younis. Het zou de eerste buitenlandse militaire aanwezigheid in het gebied zijn sinds 1967, wat de inzet politiek gevoelig maakt.

Binnen Israël stuit vooral de komst van militairen uit een islamitisch land op weerstand bij extreemrechtse partijen, schrijft the Guardian.

Indonesië benadrukt dat zijn bijdrage uitsluitend humanitair van aard zal zijn en niet gericht is op het ontwapenen van Hamas, aldus Jakarta Globe. De missie maakt deel uit van de International Stabilization Force (ISF), die Palestijnse politie-eenheden moet trainen en samen met Israël en Egypte de grenzen moet beveiligen om wederopbouw mogelijk te maken. Jakarta ziet de ISF als een tijdelijke maatregel. Het uiteindelijke doel blijft een tweestatenoplossing.

Illegale vuilstort Bonaire blijft risico vormen, Tweede Kamer wil maatregelen

0

De aanhoudende milieuschandalen rond de vuilstort bij Lagun op Bonaire leiden tot toenemende druk op het demissionaire kabinet-Schoof om in te grijpen, zo schrijft de Volkskrant.

Duizenden inwoners op Bonaire worden al jaren blootgesteld aan giftige rook en schadelijke stoffen afkomstig van de illegale stortplaats, die zonder milieuvergunning opereert. Zowel de Nationale Ombudsman als de Tweede Kamer stelt dat de situatie te lang voortduurt en dat de Nederlandse overheid verantwoordelijkheid moet nemen.

De stortplaats, beheerd door het eilandbedrijf Selibon, kampt al decennia met branden door broei in de metershoge afvalberg. Daarbij komen kankerverwekkende stoffen vrij, waarvan de concentraties volgens inspecties ver boven de normen liggen. Omwonenden worden daarnaast blootgesteld aan zware metalen en andere schadelijke emissies. Ondanks herhaalde waarschuwingen van bewoners en maatschappelijke organisaties bleef ingrijpen door het eilandbestuur uit.

Inspecties in 2024 brachten bovendien ernstige misstanden aan het licht, zoals jarenlang opgeslagen ziekenhuisafval en onbeheerd gestort asbest. De rijksvertegenwoordiger greep tijdelijk in, maar werd na een rechtszaak teruggefloten, waardoor het eilandbestuur opnieuw verantwoordelijk werd.

Ondertussen blijven nieuwe branden ontstaan en groeit het wantrouwen onder bewoners. De Kamer bespreekt deze week opnieuw welke stappen Nederland kan zetten, maar juridische beperkingen bemoeilijken directe actie. De roep om stevig ingrijpen klinkt echter steeds luider.

In de prentenboeken van Mylo Freeman spelen kinderen van kleur de hoofdrol

Mylo Freeman is schrijver en illustrator. Ze brak door met de prentenboekenserie Prinses Arabella. ‘Dat een donker meisje centraal staat in een kinderboek is zó belangrijk.’

Toen de Nederlands-Amerikaanse Mylo Freeman in de jaren negentig moeder werd, merkte ze hoe weinig kinderboeken er waren met een niet-wit kind in de hoofdrol. Als afgestudeerd illustrator aan de Rietveld Academie moest ze daar toch iets aan kunnen doen. Inmiddels is ze een slordige zestig prentenboeken verder, uiteenlopend van Potje tot de avonturen van prinses Arabella en de kennismaking voor de allerkleinsten met slavernij in het recente prentenboek Cupido & Sideron.

Mylo Freeman groeide op in Den Haag. Na haar studie in Amsterdam woonde ze een tijdje in New York. In de jaren daarna hield ze zich bezig met schilderen en, later weer terug in Amsterdam, met muziek. Dat veranderde een paar jaar na de geboorte van haar zoon. Ze werkte voor verschillende tijdschriften en had reclameopdrachten. Haar eerste prentenboek was Potje, dat tot haar verbazing bijna dertig jaar later nog steeds wordt uitgegeven.

De allerliefste billetjes

‘Het prentenboek speelt zich af in de jungle. Daar staat een potje, maar wie of wat past erop? Alleen de allerliefste billetjes. Elk dier neemt een keer plaats op het potje. Bij de olifant verdwijnt het potje zelfs helemaal. Geen enkel dier past goed op het potje. Totdat er een lief getint jongetje op gaat zitten. Dat past precies! Hij heeft dus de allerliefste billetjes. Op deze manier leren kinderen niet alleen over ‘op het potje gaan’, maar ook over dieren. Ik had nooit kunnen denken dat Potje zo populair zou worden. Ik lees het regelmatig voor tijdens voorleessessies. Het blijft een succes.’

Destijds was het gebruikelijk om tekeningen per post naar een uitgever te sturen in plaats van ze te e-mailen. Mylo Freeman stuurde enkele illustraties van Potje naar uitgeverij Gottmer. ‘Ik kreeg vrij snel een telefoontje met het verzoek of ik de tekst wilde sturen. Die beviel goed. Alles was snel rond.’ In 1998 won Potje de Kiekeboeprijs.

Prinsessen waren altijd wit

Op een dag kreeg de dochter van een bekende van Freeman een rol in een toneelstuk, maar ze vond dat ze die niet kon spelen. Het ging om een prinses, en prinsessen waren altijd wit. Uiteindelijk heeft ze de rol wel gespeeld, maar er was overredingskracht nodig om haar daarvan te overtuigen. Dat gegeven trof Freeman en daarom besloot ze een prentenboek te maken over prinses Arabella.

Prentenboekenmaker Mylo Freeman

Arabella heeft een donkere huidskleur en kroeshaar in parmantige vlechtjes. Het bleef niet bij één boek, want Arabella maakt van alles mee. Hare Koninklijke Hoogheid prinses Arabella is natuurlijk een beetje anders dan anderen omdat ze prinses is, maar verder beleeft ze dezelfde avonturen als haar leeftijdgenoten. Ze krijgt een reuzentaart, is jarig, wordt grote zus, gaat naar het museum, wordt verliefd, gaat naar school, maakt muziek, bezoekt het theater en nog veel meer.

‘De eerste Arabella verscheen in 2006. In Nederland was er wel interesse, maar publicatie kon pas een jaar later plaatsvinden en ik wilde het graag sneller. Daarom keek ik over de grens. De boeken over Arabella verschijnen bij de Belgische uitgeverij Eenhoorn. Daar was behoefte aan boeken met diversiteit en het is een heel leuke uitgever. Er wordt weleens gesproken over Nederlands en Vlaams. Een jurk wordt in Vlaanderen vaak een kleedje genoemd, maar dat woord kan écht niet in een boek voor de Nederlandse markt. Hier draag je geen kleedje.’

Prinses Arabella heeft klasse en is ondernemend. Ze speelt met iedereen, eet graag taart en krijgt bijzondere cadeaus voor haar verjaardag. Zo kreeg ze ooit een echte olifant, wat geen groot succes was. Arabella is niet alleen leuk voor getinte kinderen, maar net zo goed voor witte kinderen, en zeker niet alleen voor kinderen in Nederland en België. Het verhaal is universeel, wat Freeman merkt tijdens voorleessessies, bijvoorbeeld in migratiemuseum Fenix in Rotterdam. Zowel meisjes als jongens van allerlei achtergronden hingen aan haar lippen.

‘Ik krijg regelmatig e-mails van leerkrachten uit Brazilië. Prinses Arabella is daar heel populair’

De avonturen van prinses Arabella zijn in meerdere talen vertaald, onder andere in het Engels, Scandinavische talen en het Portugees. Opvallend is dat de boeken niet in het Duits zijn vertaald, terwijl ook de Duitse bevolking behoorlijk divers is. Prinses Arabella verschijnt onder meer in Afrikaanse landen zoals Nigeria en in het Zuid-Amerikaanse Brazilië.

‘Ik krijg regelmatig e-mails van leerkrachten uit Brazilië. Prinses Arabella is daar heel populair. Iedere keer als ik voorlees merk ik hoe belangrijk het is om te laten zien dat een donker meisje centraal kan staan in een kinderboek. Er is ook een musical geweest rond Arabella, die zeer succesvol was. Het publiek was heel gemengd, inclusief islamitische gezinnen. Na de voorstelling werden de boeken verkocht en signeerde ik. Daar ontmoette ik ook de lezers.’

De belevenissen van prinses Arabella zijn over het algemeen heel herkenbaar. ‘Als ik iets bedenk, zie ik het voor me. Ik denk in beelden. Het moet ook grappig zijn. Voor mij is illustreren en schrijven de ideale combinatie. En in principe werk ik het liefst alleen.’

Er is goed nieuws voor de liefhebbers: over een paar jaar verschijnt hoogstwaarschijnlijk de eerste animatiefilm over Arabella. Deze bijzondere prinses wordt dus ook een filmster.

De prentenboeken van Mylo Freeman hebben vaak een diepere laag. In een heel ander boek, Over dames en sieraden, staan vijftig inspirerende vrouwen centraal die opvielen door hun doen en laten en hun sieraden, zoals Iris Apfel. Ook Farah Diba komt aan bod met haar collectie tiara’s.

Jonge donkere bedienden werden als buitengewoon chic beschouwd

In het najaar van 2025 verscheen haar meest recente boek, Cupido & Sideron. De inspiratie hiervoor deed ze op tijdens een tentoonstelling in Paleis Het Loo in Apeldoorn. Het paleis werd gebouwd in 1686 en diende als zomerverblijf voor Mary II Stuart en stadhouder Willem III, prins van Oranje. Door de waterpartijen leende het zich uitstekend voor bijzondere planten.

Bij de tentoonstelling hoorden portretten. Op grote aquarellen stonden ook donkere jongens, soms zelfs afzonderlijk geportretteerd. Dan moesten zij een belangrijke rol hebben gespeeld. Hoe zat dat? Haar zoektocht mondde uit in het prentenboek Cupido & Sideron, een toegankelijke eerste kennismaking met slavernij en tot slaaf gemaakten.

Het verhaal speelt zich af in 1763. In die tijd werd het als buitengewoon chique beschouwd om donkere jongens als bedienden te hebben. Daarvoor moesten deze kinderen ingrijpende dingen meemaken: ze werden bij hun ouders weggehaald, maakten een lange en zware bootreis naar Nederland en kwamen terecht in een onbekend land waar een taal werd gesproken die ze vaak nog niet kenden.

Sideron is negen jaar en Cupido zes. Sideron werkt al langer in het paleis en moet Cupido inwerken. Dat gaat moeizaam, vooral omdat Cupido niet wil praten. Als volwassene begrijp je dat dit samenhangt met de schok van alle negatieve ervaringen, maar dat staat tussen de regels door in kindertaal beschreven. Uiteindelijk komt het goed met Cupido, ook in het echte leven. Ze hebben namelijk echt bestaan.

Ontmoeting met Mozart 

Sideron bleef zijn hele leven bij stadhouder Willem V. Hij heette voluit Guan Anthony Sideron. Cupido heette Willem Frederik Cupido. Voor zover bekend kwam Cupido van Curaçao, Sideron mogelijk uit Guinee. ‘Zeker weten zullen we het nooit, want Curaçao was een doorvoerhaven. Het verhaal van de echte Cupido en Sideron komt naar voren in een boek van Esther Schreuder. Zo weet ik dat Cupido met een Duitse vrouw is getrouwd en veel nakomelingen heeft. Van een van hen heb ik een e-mail ontvangen. Dat vond ik erg leuk. In het prentenboek heb ik Wolfgang Amadeus Mozart opgevoerd als kleine jongen. Hij is als kind ziek geweest en verbleef enige tijd in Nederland. Niet op Paleis Het Loo, maar Cupido en Sideron hebben hem zeker ontmoet.’

‘Zo weet ik dat Cupido met een Duitse vrouw is getrouwd en veel nakomelingen heeft’

Ook het prentenboek Rembrandt en Lucia gaat indirect over slavernij. In de tijd van Rembrandt waren er buitenlandse zeelieden in Amsterdam, maar ook Portugezen die hun tot slaaf gemaakten meenamen. Zij wisten vaak niet dat slavernij in Nederland verboden was en dat ze vrij konden worden. Freeman deed intensief onderzoek naar dit onderwerp én naar hoe de buurt rond het Rembrandthuis er destijds uitzag. Dat is duidelijk terug te zien in de prenten.

Er zijn inmiddels meer kinder- en jeugdboeken met diversiteit dan in de jaren negentig, maar het kan nog steeds beter. Mede daarom is Mylo Freeman schrijfcoach bij Rose Stories, een organisatie die auteurs met een andere etniciteit en culturele achtergrond begeleidt.

‘Aan het einde van het traject worden de verhalen gepitcht bij uitgevers. Dat wordt over het algemeen goed opgepakt. Wat jeugdboeken betreft kan de diversiteit zeker beter. Toch zijn veel boeken vertaald uit het Engels, meestal uit de Verenigde Staten en minder uit Engeland. Dat land is minder inclusief.’

Meer informatie: www.mylofreemanartwork.com. De boeken van Mylo Freeman zijn verkrijgbaar bij boekhandels en via internet.

Discriminerende opmerkingen van politici werken door in de media

0

Wat politici zeggen over bevolkingsgroepen werkt door in kranten en op sociale media. Vooral uitspraken van Tweede Kamerleden hebben invloed: als zij vaker, negatiever of discriminerend spreken over bevolkingsgroepen, zie je dat daarna terug op sociale media en, in mindere mate, in kranten.

Dat blijkt uit de nieuwe voortgangsrapportage Tussen Kamer, krant en sociale media van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme. Volgens de staatscommissie schuilt daarin het risico dat discriminerende taal in het publieke debat steeds normaler wordt. Dat terwijl discriminatie op alle gronden van artikel 1 van de Grondwet in Nederland verboden is.

Discriminatie is een diepgeworteld en wijdverbreid probleem in de Nederlandse samenleving. Het raakt mensen persoonlijk en hersteloperaties kosten de samenleving miljarden. Steeds meer mensen ervaren discriminatie in sectoren als onderwijs, zorg en de arbeidsmarkt. In 2024 verdubbelde het aantal meldingen bij antidiscriminatievoorzieningen ten opzichte van het jaar daarvoor.

Om beter inzicht te krijgen in de wisselwerking tussen politiek, media en sociale platforms, liet de staatscommissie onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam een grootschalige analyse uitvoeren. Zij onderzochten toespraken en interrupties van Tweede Kamerleden, artikelen in nationale kranten en reacties op YouTube onder de kanalen van de Telegraaf, NOS, NOS Jeugdjournaal en NU.nl. In totaal werden miljoenen teksten uit de periode 2014–2024 geanalyseerd. Daarbij is gekeken hoe vaak bevolkingsgroepen worden genoemd, met welke emotionele lading dat gebeurt en hoe vaak sprake is van discriminerende uitingen.

De resultaten laten zien dat vooral politieke uitingen richtinggevend zijn. Wanneer Kamerleden vaker en negatiever spreken over bevolkingsgroepen, is dat later terug te zien in reacties op sociale media. Tegelijkertijd zijn er ook aanwijzingen voor invloed in omgekeerde richting: als op sociale media vaker en negatiever over bevolkingsgroepen wordt gesproken, is dat daarna ook zichtbaar in uitingen van Kamerleden.

Volgens commissievoorzitter Joyce Sylvester kan zo een neerwaartse spiraal ontstaan waarin discriminerende taal geleidelijk wordt genormaliseerd. ‘Politici, journalisten, sociale mediaplatforms en gebruikers dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor een publiek debat dat volgens principes van gelijkwaardigheid wordt gevoerd’, stelt zij. Het doorbreken van die normalisering vraagt volgens haar om blijvende bewustwording van de impact van woorden. Discriminerende taal is niet acceptabel, juist niet in het politieke en publieke debat, aldus de commissie. Alleen zo kan worden bijgedragen aan een respectvolle omgang met diversiteit en aan het tegengaan van discriminatie en racisme in Nederland.

Veel moslims zijn teleurgesteld over het coalitieakkoord

0

Eindelijk is er licht aan het eind van de tunnel. Eind vorige maand presenteerden drie coalitiepartijen (D66, CDA en VVD) hun coalitieakkoord en inmiddels zijn ook de poppetjes rond. Na de verkiezingen luidde de kop van mijn hoofdredactioneel: ‘De redelijkheid wint, maar onredelijkheid is niet verdwenen’. Bicultureel en nuchter Nederland was even opgelucht: de PVV was niet langer de grootste en werd bovendien uitgesloten door D66 en CDA. Ook de VVD van Yesilgöz, die Wilders salonfähig had gemaakt, had verloren.

Maar wie het akkoord nu leest, ziet dat de berg een muis heeft gebaard. In mijn omgeving hoor ik veel teleurstelling onder biculturele Nederlanders binnen D66 en CDA over hun partijtop. Van de toon van de positieve agenda van Jetten en Bontenbal is weinig over. Het akkoord is niet verbindend en zet moslims opnieuw in een verdacht hoekje.

Veel moslim- en biculturele Nederlanders stemden op D66 omdat Rob Jetten zich tijdens de verkiezingscampagne nadrukkelijk uitsprak tegen het normaliseren van haat en uitsluiting. In debatten met Wilders sprak hij over ‘haatprediken’ en hield hij Dilan Yesilgöz verantwoordelijk voor het feit dat zij daar onvoldoende grenzen aan stelde. Wie zwijgt legitimeert, was Jettens boodschap.

Ook Henri Bontenbal zei in mijn interview met hem dat ‘moslims volwaardig onderdeel zijn van onze samenleving’. Juist daarom wringt het dat deze helderheid in het uiteindelijke coalitieakkoord verdampt: moslims worden niet expliciet genoemd, moslimdiscriminatie wordt niet benoemd en de schade van jarenlange stigmatisering blijft onbesproken. Dat is opmerkelijk, omdat kabinetten-Rutte III, IV en zelfs kabinet-Schoof I moslimdiscriminatie wél benoemden in hun regeerakkoorden.

De toon is fatsoenlijker, maar de morele grens die Jetten in debatten trok, is in het akkoord nauwelijks terug te vinden. Moslims worden in het akkoord vooral als dader benaderd (jihadisme, haatimams, niqabdraagsters). Het sneller beboeten van overtreding van het verbod op gezichtsbedekkende kleding is pure symboolpolitiek en in wezen strijdig met artikel 1. Stigmatiserend en polariserend. In het akkoord ontbreekt elke erkenning dat moslims zelf óók doelwit zijn van extremisme, racisme en geweld. Dat is opnieuw een klap in het gezicht van moslims.

Het lijkt erop dat zelfs partijen als D66 en CDA moeite hebben om moslimdiscriminatie expliciet te benoemen

Was het voor D66 werkelijk zo moeilijk om als grootste partij te eisen dat één korte, inclusieve zin werd opgenomen: dat alle vormen van discriminatie – racisme, antisemitisme én moslimdiscriminatie – hard worden bestreden? Racisme en antisemitisme worden wel expliciet genoemd, wat goed is, maar het lijkt erop dat zelfs partijen als D66 en CDA moeite hebben om moslimdiscriminatie expliciet te benoemen. Mijn advies aan het kabinet: discrimineer niet bij de aanpak van discriminatie.

Op het gebied van asiel en migratie laat het nieuwe kabinet de asielnoodmaatregelen van Faber over aan de Eerste Kamer, mogelijk in de hoop dat ze daar stranden. Toch is het onbegrijpelijk dat deze wetten van het meest rechtse kabinet in tijden niet direct worden ingetrokken. De gevolgen zijn ingrijpend en onmenselijk, met als schrijnend voorbeeld dat gezinshereniging pas na drie jaar verblijf mogelijk wordt. Tegelijkertijd is er een duidelijke koerswijziging: de asielketen krijgt eindelijk structurele steun. IND, COA en VluchtelingenWerk worden versterkt, de spreidingswet blijft van kracht, noodopvang wordt afgebouwd en er komt meer geld voor stabiele opvang. Anders dan voorheen wordt geïnvesteerd totdat de instroom daadwerkelijk daalt.

Het kabinet blijft inzetten op migratiedeals. Positief is dat de Oeganda-deal voorlopig van tafel is, wat wijst op aandacht voor mensenrechten. Of effectieve en rechtvaardige deals mogelijk zijn, blijft onzeker: grip op migratie is volgens experts een illusie en irreguliere migratie zal blijven bestaan, terwijl het kabinet kiest voor een harde lijn.

Op het gebied van de rechtsstaat wil de coalitie belangrijke stappen zetten, wat ik zeer positief vind. Politiek moet zich niet bemoeien met de rechtspraak. Er komt een ‘stevig schot’ tussen rechtspraak en politiek: de benoeming van leden van de Raad voor de Rechtspraak wordt onafhankelijk van de minister en de rechtspraak krijgt een aparte begroting. In 2002 werd de rechterlijke organisatie juist ondergeschikt gemaakt aan de minister, wat riskant was voor de onafhankelijkheid, aldus hoogleraar Jonathan Soeharno in NRC. Dit is een zeer belangrijke ontwikkeling, zeker gezien de ontwikkelingen in de VS en Hongarije.

Verder wil de coalitie de kiesdrempel onderzoeken. Nederland is een van de weinige landen waar relatief weinig excessen plaatsvinden, juist omdat het parlement laagdrempelig is en vrijwel alle geluiden vertegenwoordigd zijn – van links tot rechts en ook minderhedenpartijen. In plaats van dat mensen hun recht elders zoeken, kunnen zij hun stem laten horen in de Tweede Kamer. Dat is soms ongemakkelijk, maar dat is democratie. Daarom vind ik een hogere kiesdrempel inherent antidemocratisch, en het is goed dat dit voorstel gisteren in de Tweede Kamer is weggestemd.

Op 18 maart zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Ik ben zeer benieuwd of de vele biculturele Nederlanders die niet op GroenLinks-PvdA stemden, opnieuw voor D66 kiezen. We gaan het samen zien.

Onderzoek: moslimjongeren ervaren dagelijks uitsluiting en dat heeft grote impact op hen

0

Nieuw onderzoek van het Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) laat zien hoe moslimjongeren het huidige maatschappelijke en politieke debat ervaren. Zij krijgen dagelijks te maken met subtiele en openlijke vormen van uitsluiting, en dat heeft een zware invloed op hun mentale gezondheid.

Veel moslimjongeren zeggen dat zij vaak negatieve reacties krijgen of lastige vragen moeten beantwoorden. Soms worden ze openlijk buitengesloten, maar meestal gaat het om kleine, subtiele opmerkingen of bepaalde blikken. ‘Door deze alledaagse en inmiddels genormaliseerde situaties komt hun gevoel van veiligheid en zelfvertrouwen onder druk te staan’, aldus het onderzoeksrapport.

Het onderzoek laat enerzijds zien wat de gevolgen zijn van voortdurende discriminatie voor moslimjongeren. Steeds moeten aanpassen, zichzelf bewijzen of zich onzichtbaar maken kost veel energie en heeft invloed op de keuzes die zij maken: waar ze naartoe gaan, hoe ze zich gedragen en hoeveel ruimte ze zichzelf geven.

Anderzijds laat het onderzoek zien hoe deze jongeren hiermee omgaan. Ze hebben een manier ontwikkeld om met deze situatie om te gaan, en die heeft ook positieve kanten. Doordat ze goed kunnen wisselen tussen verschillende identiteiten, zijn ze flexibel en kunnen ze zich goed in anderen inleven.

Maar niet iedereen lukt het om hier iets positiefs van te maken. De bevraagde jongeren zeggen ook dat de verantwoordelijkheid om met discriminatie om te gaan nu bij hen ligt, terwijl die bij de veroorzakers zou moeten liggen. Ze willen blijvende erkenning van de uitsluiting die zij ervaren én duidelijke stappen van organisaties en professionals om die ongelijkheid te verkleinen.

Er worden regelmatig onderzoeken gedaan naar moslimdiscriminatie. Vorig jaar werd het Nationaal Onderzoek Moslimdiscriminatie uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse overheid (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Binnenlandse Zaken). Ook daaruit bleek dat moslims discriminatie ervaren in onderwijs, werk, huisvesting, gezondheidszorg en in de samenleving.

De bevraagde jongeren in het KIS-onderzoek zeggen terecht dat ze niet nóg meer losse maatregelen zoals een weerbaarheidstraining willen, maar een eerlijke positie en gelijke kansen.