Het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) reageert op LinkedIn op de nieuwe politieke plannen rond versterkte gebedsoproepen en ritueel slachten. Volgens het orgaan raken beide onderwerpen direct aan de vrijheid van godsdienst. Daarom moeten voorstellen eerst goed worden getoetst aan feiten en aan wat er in de praktijk al gebeurt.
In de Tweede Kamer ligt er nu een initiatiefsvoorstel van de partijen JA21 en SGP om versterkte gebedsoproepen landelijk te beperken. De partijen vinden dat moskeeën nu te veel ruimte hebben om geluid te versterken. Gemeenten mogen daar nu zelf regels voor maken, maar de indieners willen landelijke afspraken. Het luiden van de kerkklokken valt echter niet onder het voorstel. De Raad van State heeft eerder gewaarschuwd dat het beperken van de islamitische gebedsoproep de godsdienstvrijheid raakt. Het is nog onduidelijk of er genoeg steun is voor de nieuwe regels.
CMO wijst erop dat een landelijke nulmeting uit 2026 laat zien dat de meeste gemeenten geen problemen ervaren met de oproep tot gebed. Waar wel vragen spelen, wordt volgens het orgaan al gewerkt met bestaande wetgeving, overleg en lokaal maatwerk. Dat zou volgens het CMO moeten meewegen voordat er nieuwe landelijke beperkingen komen.
Ook de discussie over ritueel slachten is terug op de agenda. De Partij voor de Dieren wil opnieuw een verbod op onbedwelmd slachten. Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Silvio Erkens (VVD) staat daar persoonlijk positief tegenover. CMO benadrukt echter dat er al jaren afspraken bestaan over onverdoofd ritueel slachten, waaronder een convenant dat volgens een evaluatie uit 2021 heeft geleid tot betere bescherming van dieren.
Volgens CMO kan beperking van religieuze slacht alleen als daar een sterke en goed onderbouwde reden voor is. Het orgaan zegt binnenkort met een uitgebreidere toelichting te zullen komen.
Hoewel hij zelf niet op het stembiljet stond, is de Servisch-nationalistische leider Milorad Dodik de duidelijke winnaar van de verkiezingen in Bosnië en Herzegovina.
Dodik zag zowel zijn kandidaat voor het driekoppige presidentschap als die voor de deelrepubliek Republika Srpska overtuigend winnen, met ruim de helft van de stemmen. Ook de islamitische Bosniakken en katholieke Kroaten stemden grotendeels langs etnische lijnen, wat het al jaren vastgelopen bestuur verder bemoeilijkt, zo bericht NOS.
De verkiezingen gelden als de meest complexe ter wereld. Burgers moesten stemmen voor het driekoppige presidentschap, het landelijke parlement en de parlementen van de Republika Srpska en de Federatie, de deelstaat van de Bosniakken en Kroaten. Ook moesten de inwoners van de Federatie stemmen voor de tien kantons met eigen regeringen. Die gelaagde structuur is vastgelegd in de vredesakkoorden die de Bosnische burgeroorlog van de jaren negentig beëindigden.
Dodik mocht zelf niet meedoen vanwege een veroordeling voor het negeren van rechterlijke besluiten, maar domineerde de campagne met billboards en mediaoptredens. Zijn kandidaten wonnen met grote marges, waardoor hij zijn positie als onbetwiste leider van de Bosnische Serviërs verstevigt. Dodik pleit al langer voor meer autonomie van de Republika Srpska en flirt openlijk met afscheiding. Het hoeft geen betoog dat dit de spanningen in het land vergroot.
De opkomst lag met 42 procent laag. Veel Bosniërs zijn teleurgesteld in het vastgelopen bestuur en zoeken hun toekomst inmiddels in het buitenland. Zolang etnische angst de politiek blijft bepalen, lijkt echte hervorming ver weg.
Religieus Nederland is nog niet eens bijgekomen van het komende verbod op het houden van politie-iftars en de volgende anti-geloofsmaatregel van overheidswege dient zich alweer aan. Staatssecretaris Erkens van Landbouw vindt dat er een verbod moet komen op het onbedwelmd slachten vanwege het dierenwelzijn. ‘Dit hoort niet thuis in Nederland.’
Pardon, meneer de bewindspersoon? Als dit ‘niet thuishoort in Nederland’, dan vindt u dus ook iets van de gebruikers van koosjer en halal vlees. Dat zijn die paar duizend Joden die er nog over zijn van ooit een veel grotere gemeenschap en die zoveel honderdduizend moslims voor wie deze manier van slachten een religieus voorschrift is. Die horen hier volgens u dus ook niet thuis?
Voor de zoveelste keer worden wij als moslims en Joden door onze overheid geschoffeerd en voorgesteld als dierenmishandelaars met middeleeuwse slachtpraktijken. Dit is andermaal een afschuwelijk waardeoordeel van rijkswege, over mij als Jood en over mijn islamitische buurman en buurvrouw.
Begin jaren tachtig van de vorige eeuw, toen deze huidige staatssecretaris nog geboren moest worden, zat ik al aan tafel met de toenmalige bewindspersoon op het ministerie van Landbouw, wijlen Ad Ploeg. Ook toen ging het over ‘dierenleed’ waarop de Jood en moslim aangepakt moesten worden. En weer zoveel jaren later was het, ook al een voorganger op die stoel, Henk Bleker met wie wij de degens mochten kruisen over dit soort slachtpraktijken die ‘zoveel weerstand oproepen’.
Net als nu ging het eveneens over het in de hoek plaatsen van religieuze Joden en moslims. Omdat het niet meer van deze tijd zou zijn hoe deze mensen hun geloof wensen te handhaven. En dat verschrikkelijke ‘dierenleed’ dat zij veroorzaken, moet nu maar eens afgelopen zijn.
Ik waag me nu al aan de voorspelling dat het hele scenario van die keren ook nu weer langs zal komen. ‘Jullie moeten niet zeuren over moslimhaat of anti-Joodse gevoelens. Daar gaat het helemaal niet om.’
Nooit werd toen de vraag beantwoord hoe het toch komt dat er zoveel diervriendelijke en politieke aandacht wordt gevraagd voor het welzijn van ritueel te slachten dieren.
Het totale slachtgebeuren in Nederland bedraagt zo’n 1,7 miljoen slachtingen per dag: pluimvee, kleinvee en grootvee. Of, zo u wilt, 630 miljoen op jaarbasis. Het ritueel slachten is daar maar een marginaal onderdeel van. Terwijl het welzijn van de dieren bij deze fabrieksmatige massaslacht, met alles wat daar op gezette tijden aan dierenleed te rapporteren is, nauwelijks of geen aandacht krijgt van dierenminnend Nederland.
Net als al die vorige keren zullen onze regering en de parlementsleden zich in allerlei bochten wringen om de samenleving toch vooral te laten geloven dat het niet om het inperken van godsdienst gaat. Ik zou bijna zeggen: ‘G’d verhoede.’ Geloof is toch een grondrecht?
Inmiddels weet de religieuze burger al lang dat het daar wel om gaat. Het was het geval bij het hoofddoek- en het keppeltjesverbod. Het is het geval bij de politie-iftar. Het is nu opnieuw het geval bij halal en koosjer.
Binnen onze gemeenschappen wordt het steeds meer duidelijk: ‘ze motten ons niet’
Bij de hoofdbedekking werd, om ook maar meteen een verbod op de integraalhelm meegenomen. Dit om ons een beetje voor de gek te houden; we mochten eens denken dat het tegen die Joden of moslims was gericht. En nu bij de iftar werd om dezelfde reden bij de politie het begrip neutraliteit ineens op een groot voetstuk gehesen.
Het klinkt plat, maar binnen onze gemeenschappen wordt het steeds meer duidelijk: ‘ze motten ons niet’.
Als onderschrijving hiervan zijn er de woorden van de heer Erkens. Hun religieuze levenswijze hoort niet thuis in Nederland. Dan behoren diegenen die hun leven geloofsmatig toch zo inrichten hier dus ook niet.
Na alles wat er de afgelopen jaren al aan institutionele discriminatie en racisme langs is gekomen binnen alle overheidsdiensten, hoog en laag, komt, terwijl ik deze woorden schrijf, het bericht voorbij dat er nu weer bij de uitkeringsinstantie UWV openlijk en genadeloos sprake is van racisme en discriminatie.
In de hal van veel openbare overheidsgebouwen hangt heel pontificaal de letterlijke tekst van artikel 1 van de Grondwet: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’
Het wordt tijd om ook deze woorden maar te laten verdwijnen. Dan weet iedere burger waar we aan toe zijn. En dan weten we ook wat de staatssecretaris precies bedoelt.
Bij uitkeringsinstantie UWV zijn ernstige signalen van discriminatie op de afdeling Handhaving. Mensen met een biculturele achternaam zouden vaker en hogere boetes krijgen.
Medewerkers van de afdeling Handhaving spreken tegenover AD en Het Parool van een cultuur waarin mensen met een biculturele achternaam en mensen van kleur stelselmatig strenger worden beoordeeld dan anderen. Volgens klokkenluiders verdwijnt de objectiviteit zodra een cliënt een migratieachtergrond heeft, met hogere boetes en ongelijke behandeling tot gevolg.
Volgens het AD, dat op basis van een tip sprak met meerdere mensen in verschillende lagen van de organisatie, zijn racisme en discriminatie ‘onlosmakelijk verbonden met het functioneren van de afdeling Handhaving’. Er zou volgens de krant zowel sprake zijn van discriminerende opmerkingen over collega’s van kleur als over groepen in de samenleving. Verder worden vaker en hogere boetes opgelegd aan mensen met een biculturele achternaam.
Het bestuur van de instantie zou volgens Het Parool al sinds december beschikken over de resultaten van een intern onderzoek dat naar aanleiding van klachten was uitgevoerd, maar de minister werd pas recent op de hoogte gebracht. Uit dit onderzoek bleek dat er inderdaad onderscheid werd gemaakt.
De onthullingen doen denken aan de toeslagenaffaire, waarbij mensen van kleur ten onrechte werden bestempeld als fraudeurs.
Minister van Sociale Zaken Hans Vijlbrief heeft de signalen als ‘onaanvaardbaar’ bestempeld en benadrukt dat de kwestie tot op de bodem moet worden uitgezocht. Ook Kamerleden willen dat wordt onderzocht in hoeverre institutionele vooroordelen de besluitvorming hebben beïnvloed en welke structurele maatregelen nodig zijn om dit te stoppen.
Het UWV stelt dat er geen conclusies kunnen worden getrokken uit het onderzoek, schrijft Het Parool. Toch bood de voorzitter van de raad van bestuur van het UWV op voorhand al zijn excuses aan. ‘Dit kan niet’, zei hij tegen Het Parool.
De rechtbank Den Haag oordeelt dat de nieuwe, strengere regels voor gezinshereniging ook gelden voor oudere aanvragen. Daardoor wordt het voor sommige mensen met een asielvergunning moeilijker om hun partner of kinderen naar Nederland te laten overkomen.
De rechter deed afgelopen vrijdag uitspraak in twee zaken, die beide betrekking hadden op een persoon uit Syrië met een verblijfsvergunning op grond van subsidiaire bescherming die een aanvraag tot nareis had gedaan, schrijft Rechtspraak.nl.
In beide gevallen wees de minister van Asiel en Migratie de aanvraag tot gezinshereniging af, omdat de personen in kwestie niet voldeden aan de strengere vereisten voor nareis.
Volgens RefugeeHelp is het verschil tussen mensen met een vluchtelingenstatus en mensen met subsidiaire bescherming met het ingaan van de nieuwe regels belangrijker geworden.
De nieuwe regels houden in dat mensen met een verblijfsvergunning alleen gezinshereniging kunnen aanvragen voor hun echtgenoot en biologische of geadopteerde kinderen jonger dan achttien jaar. Kinderen kunnen alleen hun ouders of broers en zussen jonger dan achttien jaar uit het land van herkomst laten overkomen.
Mensen die subsidiaire bescherming genieten, moeten aan extra voorwaarden voldoen. Zo moeten zij een vast en voldoende inkomen en een eigen huis hebben. Voor hen geldt een wachttijd van twee jaar voordat zij hun gezinsleden naar Nederland mogen laten komen.
De personen in de twee zaken waarin de rechter uitspraak deed, hadden hun aanvraag tot nareis vóór 12 juni 2026 ingediend. Volgens Rechtspraak.nl ziet de rechtbank ‘dat de gevolgen van de nieuwe nareisregels groot kunnen zijn. Dat geldt vooral voor mensen die hun aanvraag nog volgens de oude regels hebben gedaan.’ Toch oordeelde de rechter ‘dat de nieuwe strengere eisen en de keuze om deze ook te laten gelden voor oudere aanvragen niet in strijd zijn met hogere regels en rechtsbeginselen.’
De inkt van de vijf boeken over het koloniale verleden van de Oranjes is nog maar nauwelijks droog of er klinkt al kritiek op het koningshuis. Antiracismeactivist Mitchell Esajas levert zijn koninklijke onderscheiding in, omdat hij teleurgesteld is over de reactie van koning Willem-Alexander op het onderzoek. ‘Een onderzoek is geen herstel’, stelt hij.
‘In 2023 kreeg ik een lintje vanwege mijn maatschappelijke betrokkenheid en inzet voor Kick Out Zwarte Piet en The Black Archives. Voor OneWorld schreef ik al dat ik hier dubbele gevoelens bij had. Ik besloot echter het lintje te behouden omdat ik het beschouwde als een vorm van erkenning en waardering voor een collectieve strijd’, aldus Esajas, die van andere activisten juist het verwijt kreeg dat hij het lintje überhaupt niet had moeten accepteren.
Esajas grijpt de reactie van koning Willem-Alexander op het onderzoek aan om nu een andere keuze te maken. ‘Ik hoef geen ridder in de Orde van Oranje-Nassau te zijn. Ik doe afstand van mijn lintje en roep de koning op zich in te zetten voor een Nationale Route naar Herstel!’, aldus Esajas op Instagram. Met herstel wordt onder andere gedoeld op herstelbetalingen voor de nazaten van tot slaaf gemaakten. Dit ligt gevoelig in Nederland. Een ruime meerderheid van de bevolking vindt herstelbetalingen veel te ver gaan, zo bleek uit een panelonderzoek van RTL Nieuws onder 18.000 Nederlanders.
Critici wijzen echter vaak naar de Holocaust, waarvoor wel herstelbetalingen zijn uitgekeerd. Zo betaalde Duitsland via het Verdrag van Luxemburg (1952) miljarden aan de staat Israël en individuele overlevenden, en heeft ook de Nederlandse overheid in de afgelopen jaren diverse collectieve en individuele uitkeringen gedaan aan Holocaustoverlevenden en hun nabestaanden als erkenning voor het geleden leed.
Vernederd, gemarteld en medisch aan hun lot overgelaten, soms met de dood tot gevolg. Volgens Israëlische artsen worden Palestijnse gevangenen structureel gemarteld. Tijdens een bijeenkomst van The Rights Forum presenteerden zij hun bevindingen. Een Palestijnse advocaat die zelf gevangen zat, vertelde over zijn ervaringen.
Het is stil in de volle zaal woensdag wanneer de Palestijnse advocaat Sary Khuriya zichtbaar geëmotioneerd vertelt hoe hij tijdens zijn gevangenschap in de Israëlische gevangenis Megiddo naar een pikdonkere cel wordt geleid. ‘De bewaker sloeg en schopte mij, omdat ik tijdens de zitting over de verlenging van mijn detentie iets verkeerds zou hebben gezegd tegen de rechter. Het was duidelijk dat ze mij daarvoor straften. Toen brachten ze mij naar een andere afdeling die binnen de gevangenis ‘Tora Bora’ wordt genoemd.’ Even blijft het stil. Khuriya heeft moeite zijn tranen te bedwingen.
‘Het was een donkere cel, van zo’n twee bij twee meter. Ze zeiden dat ik er een week moest blijven.’
Khuriya werd in november 2023 opgepakt en naar de Megiddo-gevangenis gebracht. ‘Ik dacht dat Israël een democratie was, in de zin dat het recht mij wel zou beschermen. Maar toen ik de gevangenis binnenkwam, wist ik gelijk al dat dit een vreselijke plek was. Een groepje gevangenen uit de bezette Westelijke Jordaanoever werd geschopt en geslagen, terwijl zij niets hadden gedaan. Ik moest mij helemaal uitkleden in het bijzijn van anderen. Toen ik verder werd geleid voor registratie, zag ik dat de bewakers vier jonge gasten opdroegen de Israëlische vlag te kussen.’
In de cel waar hij belandde, zaten ze met z’n tienen, vertelt Khuriya. ‘Allemaal jongens rond de achttien, negentien uit de Westelijke Jordaanoever. Ieder van hen had verwondingen. Zij vertelden me dat ze waren gemarteld door Israëlische soldaten. In de cel stonden ijzeren bedden. De badkamer had alleen een klein kraantje. Je had totaal geen privacy, want er was geen deur. Van datzelfde kraantje moesten we water halen om te drinken, want we kregen geen water. Per drie gevangenen kregen we een bord witte rijst te eten. Zeker vier keer per nacht kwamen er gewapende bewakers naar onze cel om ons te tellen. Ze lieten ons niet slapen’, zegt Khuriya.
De Palestijnse advocaat Sary Khuriya en gespreksleider Nadia Moussaid. Beeld: Hanneke Vollbehr/The Rights Forum
Toen hij in ‘Tora Bora’ zat, werd een andere gevangene binnengebracht, vertelt Khuriya. Zijn naam was Mar’i Abdulrahman. ‘Hij huilde en schreeuwde de hele dag om een dokter, maar niemand kwam hem helpen. Hij was gewond geraakt door martelingen in de gevangenis. Maar in plaats van een dokter kwam er een verpleger die hem alleen pijnstillers gaf en verder niets kon doen. Tijdens de telling de volgende dag vonden de bewakers hem op de grond. De bewakers bevalen hem op te staan, maar dat kon hij niet. Toen begonnen ze op hem in te slaan. Toen er eindelijk een arts kwam, verklaarde deze Mar’i dood. “We hebben er eentje minder”, zei een bewaker.’
Toen Khuriya de verpleger later confronteerde met het feit dat hij Mar’i aan zijn lot had overgelaten en dreigde een aanklacht tegen hem in te dienen, zei hij dat Khuriya zijn mond moest houden. ‘Even later kwamen vijf gewapende bewakers mijn cel in en begonnen mij te slaan en te schoppen. Zij zeiden: “Als je je mond opentrekt, zullen we je doden.”’
Verhoogd sterftecijfer na 7 oktober
Daniel Solomon, chirurg en bestuurslid van Artsen voor mensenrechten in Israël (PHRI), was getuige van autopsies die werden uitgevoerd op Palestijnse gevangenen. Zij waren tijdens hun detentie gestorven. Solomon vertelt dat het lichaam van Mar’i ‘vol zat met blauwe plekken en gebroken ribben’. ‘Hoewel dit nog niet aantoonde dat dit zijn dood had veroorzaakt, is het duidelijk dat hij zich langere tijd niet goed voelde en dat hem medische behandeling werd onthouden.’ Volgens Solomon zou Mar’i kunnen zijn overleden door homicide by heart attack, waarbij iemands hart het begeeft als diegene zich in een erg angstige of stressvolle situatie bevindt. ‘Dit moet nog verder onderzocht worden, maar ik kan dat als chirurg niet doen. De forensisch artsen die dit aanvankelijk deden, zijn Palestijns, maar krijgen sinds 7 oktober geen inreisvisum meer. Gelukkig hebben we ook getuigenissen die ons een context geven van wat er gebeurde met de gevangene.’
Volgens Mays Medleg, hoofd internationale belangenbehartiging bij PHRI, zijn de martelpraktijken tegen Palestijnse gevangenen erger geworden na 7 oktober. ‘Na 7 oktober zien we een duidelijke verslechtering van de condities waarin gevangenen worden gehouden: weigering van medische behandelingen, inhumane leefomstandigheden en martelingen.’
Bovendien steeg het aantal Palestijnse gevangenen in Israël na 7 oktober. Volgens cijfers van de Israëlische mensenrechtenorganisatie Hamoked zitten op dit moment 9265 Palestijnen gevangen; in september 2023 waren dit er ruim 5000. Daarvan zitten er 3101 gevangen zonder proces, in zogeheten ‘administratieve detentie’. Het door Israël gevangenzetten van Palestijnen buiten de bezette Palestijnse gebieden is illegaal volgens de Vierde Geneefse Conventie, die het verplaatsen van gevangenen buiten bezet gebied verbiedt. Het is bovendien een schending van de mensenrechten die door de Israëlische wet worden gewaarborgd, schrijft de organisatie.
Uit onderzoek van PHRI blijkt dat het sterftecijfer na 7 oktober acht keer zo hoog was als ervoor. Het feit dat het stijgende sterftecijfer niet alleen te zien is in een enkele gevangenis, maar betrekking heeft op alle gevangenissen en detentiecentra, toont volgens Medleg aan dat de martelpraktijken systematisch zijn. ‘Bovendien is gedwongen verdwijning sinds 7 oktober 2023 officieel beleid van het Israëlische leger. Dit maakt het moeilijk om erachter te komen hoeveel mensen overleden en op welke manier zij tot hun einde kwamen.’
‘Wat we te zien kregen was een verzameling botten’
Ook blijkt uit gegevens van PHRI dat gedetineerden jonger overleden. Een derde van het aantal Palestijnen dat na 7 oktober in de gevangenis overleed, was onder de dertig. Dat is een verdubbeling vergeleken met voor 7 oktober. Zo’n vijf procent was jonger dan twintig. Die groep kwam eerder niet voor in de sterftecijfers.
In juni dit jaar zaten er 376 minderjarigen in een Israëlische cel, laten cijfers van de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem zien. Zij waren tussen de veertien en achttien jaar.
Walid Ahmad, zeventien jaar, was het eerste kind dat sinds 7 oktober omkwam in een Israëlische gevangenis. Solomon vertelt over zijn autopsie: ‘Ik had nog nooit zoiets gezien. Wat we te zien kregen was een verzameling botten. Het enige waar ik als Jood aan kon denken, zijn de foto’s van de Holocaustoverlevenden. Er zat geen vet meer aan. Hij was zwaar vermagerd en uitgehongerd. Ook al wees niets in de autopsie op de doodsoorzaak, kan men ervan uitgaan dat hij in die uitgehongerde toestand veel vatbaarder was voor onschuldige infecties als diarree.’ Solomon oordeelt dan ook dat Ahmad waarschijnlijk is overleden aan uithongering.
Dit soort schokkende gevallen maken duidelijk dat het hier niet gaat om een plotselinge dood, maar dat gevangenen gedurende langere tijd medische behandeling wordt onthouden, vertelt Solomon. ‘Hierdoor kunnen ziektes zich steeds verder ontwikkelen, totdat dit hen fataal wordt. Wanneer je als arts sporen van marteling ziet, dan is het erg pijnlijk te zien dat de dood meestal voorkomen had kunnen worden, wat dus niet is gebeurd. In combinatie met de cijfers kun je spreken van een patroon en van een intentie om hun een basaal mensenrecht te onthouden, dat van het recht op medische zorg. Dit is een vorm van marteling’, zegt hij.
Als zij al worden behandeld in een Israëlisch ziekenhuis, dan worden gevangenen daar geboeid en geblinddoekt. Solomon vertelt over een patiënt die hij na een operatie vastgebonden aan zijn bed zag liggen. ‘Dit is een openlijke schending van conventies die Israël zelf heeft getekend.’
‘Dit is een vorm van marteling’
Verschillende mensenrechtenorganisaties bevestigen het beeld dat de Israëlische artsen schetsen. In maart dit jaar waarschuwde VN-gezant Francesca Albanese dat martelingen die voorheen in het geniep plaatsvonden, ‘staatsdoctrine’ waren geworden. Zij sprak van een ‘regime van georganiseerde vernedering, pijn en dehumanisering, van hogerhand mogelijk gemaakt’.
Mays Medleg (PHRI), de Israëlische arts Daniel Solomon en Nadia Moussaid. Beeld: Hanneke Vollbehr/The Rights Forum
Op basis van getuigenissen van gedetineerden concludeerde B’Tselem al in augustus 2024 dat er sprake was van een ‘systematisch, institutioneel beleid gericht op het continue misbruik en martelen van alle Palestijnse gevangenen in een netwerk van martelkampen’. Volgens de organisatie heeft de dehumanisering van Palestijnen sinds de oprichting van de staat Israël ertoe geleid dat er extreem geweld tegen hen is gebruikt, te zien in de mishandeling van de gevangenen, maar ook in de genocide in Gaza.
Militaire boycot
Om deze martelpraktijken te helpen stoppen, zal de Nederlandse regering veel meer moeten doen, vertelt Gerard Jonkman, directeur van The Rights Forum, in een gesprek met de Kanttekening. ‘Er moet veel meer druk worden uitgeoefend op Israël. Nederland heeft [bij het Internationaal Gerechtshof in juni 2023, red.] samen met Canada een rechtszaak aangespannen tegen Syrië vanwege martelingen daar. Waarom zou de Nederlandse regering niet iets soortgelijks doen tegen Israël?’
Volgens Jonkman zouden we niet op Europa moeten wachten om de druk op Israël op te voeren. ‘Nederland kan zelf heel veel doen, of samen met gelijkgestemde landen. Dat zagen we bijvoorbeeld bij het verbod dat Nederland instelde op import uit de nederzettingen. Terwijl vaak werd gezegd dat dat alleen in Europees verband kon, zien we nu dat steeds meer landen dit zelf zijn gaan doen.’
‘Alle samenwerking tussen Nederland en Israël op militair gebied moet gestaakt worden’
Jonkman vindt dat Nederland ook op militair gebied de druk op Israël zou moeten opvoeren. ‘Aangezien heel veel [van dit soort martelpraktijken, red.] gebeurt onder toezicht van of zelfs door het leger, is een totale militaire boycot op zijn plaats. Alle samenwerking tussen Nederland en Israël op militair gebied moet gestaakt worden. Terwijl de regering zegt dat deze samenwerking is beperkt tot de grenzen van 1967, is dat in de praktijk niet het geval. Een militair met wie je samenwerkt en met wie je kennis opdoet, zal dat niet vergeten als hij bezet gebied binnenkomt.’
Ook zou Nederland moeten stoppen met het inkopen van wapens en andere militaire goederen uit Israël, zegt Jonkman. ‘Die wapens zijn getest op Palestijnen in Gaza en ander bezet gebied, en daarom zou je die niet moeten willen.’
Jonkman ziet, ondanks het uitblijven van maatregelen door de Nederlandse regering, wel dat er in Nederland steeds meer bewustzijn is. ‘Ik ga ervan uit dat mensen echt wel gaan zien wat er in Israël gebeurt. Daarom is het belangrijk dat ooggetuigen en slachtoffers van marteling aan het woord komen tijdens dit soort evenementen. Ik hoop dat Nederlandse politici dit ter harte nemen.’
Na zijn vrijlating kon advocaat Khuriya alsnog aangifte doen op het politiebureau en nu loopt de zaak bij de rechtbank, vertelt hij. Hoewel hij vanwege zijn getuigenis slachtoffer is van intimidatie in Israël, blijft hij voor de zaak vechten, ‘want ik heb mezelf toegewijd aan Mar’i’.
Turkije heeft in september 1270 accounts op X laten blokkeren. Dat zijn er in één maand meer dan in heel 2025, toen 995 accounts werden geblokkeerd. Dat meldt de nieuwssite Turkish Minute.
Turkije sloot een paar jaar geleden een deal met het bedrijf van Elon Musk. Daardoor kon de Turkse overheid ingrijpen in de vrije informatievoorziening en kon X actief blijven op de Turkse internetmarkt. Sindsdien dient het Erdogan-regime regelmatig verzoeken in om accounts te blokkeren. X moet die blokkades vervolgens uitvoeren. Het bedrijf van Elon Musk werkt daar zonder scrupules aan mee.
Zelfs EngelliWeb, een Turks account dat over online censuur bericht, werd het doelwit van een blokkade. Onder de geblokkeerde accounts zijn verder die van journalisten, academici, vrouwenrechtenactivisten, lhbtiq+-organisaties, mensenrechtengroepen en kritische individuele gebruikers.
De blokkade van X-accounts staat niet op zichzelf. Sinds de zomer worden verschillende oppositiegroepen aangepakt, zoals religieuze bewegingen, de seculiere CHP en de queerbeweging. Ook mensen die recentelijk berichten over het fondsschandaal worden aangepakt.
In 2020 werd de Turkse internetwet (wet nr. 5651, in de volksmond de censuurwet) uitgebreid. Grote socialemediaplatforms werden verplicht een lokale vertegenwoordiger aan te stellen en gehoor te geven aan verzoeken om content en accounts te verwijderen of te blokkeren. Wie niet meewerkt, kan te maken krijgen met hoge boetes, een advertentieverbod en uiteindelijk een forse beperking van de internetbandbreedte. Daardoor kan een platform in Turkije praktisch onbruikbaar worden.
In 2022 werd de wet opnieuw aangescherpt met een omstreden bepaling die het verspreiden van ‘valse informatie’ strafbaar stelt. Critici waarschuwen dat deze wetgeving de regering een belangrijk instrument geeft om kritische geluiden en onafhankelijke journalistiek online het zwijgen op te leggen.
Afgelopen vrijdag was het zover: de presentatie van de resultaten van een meerjarig onderzoek naar de betrokkenheid van het Huis Oranje-Nassau bij de slavenhandel. Alleen al het feit dat de koning zelf de opdracht heeft gegeven voor dit onderzoek en het zelf heeft bekostigd, is een unicum en meteen geschiedschrijving.
Ik heb de live-registratie al drie keer teruggekeken en probeer zoveel mogelijk reacties van verschillende mensen en organisaties te volgen. Ik ben een nazaat van tot slaaf gemaakten en een nazaat van de witte kolonisator, een Zeeuws-Surinaamse dubbelbloed. Al begrijp ik sinds kort dat deze term niet politiek correct is. Zo las ik deze week in het boek van Mounir Samuel, Je mag ook niets meer zeggen, dat deze term voortborduurt op het koloniale woord ‘halfbloed’, waar ik inderdaad mee ben opgegroeid en dat mij altijd pijn deed. Ik was nooit genoeg Surinaams en nooit genoeg Nederlands.
Anno 2026 zou ik naar mezelf moeten verwijzen als een ‘multi-etnische zwarte vrouw’. Nou, daar vind ik wat van. Blijkbaar ben ik nog niet zover dat ik de trots die ik voel bij het woord Dubbelbloed van me af kan schudden. Voor mij is het een woord dat alles zegt over wie ik ben. Maar dat terzijde.
Wat mij in deze paar dagen na de presentatie van het onderzoek van de koning is opgevallen, is de rol van geld.
Uit eerder onderzoek was ook al naar voren gekomen dat het Huis Oranje-Nassau ruim 576 miljoen euro heeft verdiend aan de slavenhandel en de koloniale geschiedenis. Dat er dan 200 miljoen euro is vrijgemaakt voor herstelmaatregelen, in het kader van ‘het verhaal na de komma’ na de excuses van Rutte in 2022 en de gevraagde vergiffenis van de koning in 2023, en dat Jetten nu zegt dat daar niets bij komt, is exemplarisch voor de kortzichtigheid van de huidige bestuurders en het nog altijd aanwezige koloniale denken van de Staat.
Zo ook de onthouding van Nederland bij een resolutie in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties die de trans-Atlantische slavenhandel bestempelde als ‘de ernstigste misdaad tegen de menselijkheid’. Zonder overleg met de Caribische landen binnen het Koninkrijk onthield Nederland zich van stemming. Om hier later over te zeggen dat de communicatie richting de Caribische delen in de toekomst anders moet. Dat er vanuit gelijkwaardigheid gehandeld dient te worden, is niet uit de witte Nederlandse mond gekomen.
Zonder overleg met de Caribische landen binnen het Koninkrijk onthield Nederland zich van stemming
Dit jaar stelde een commissie van de Verenigde Naties dat staten verplicht zijn herstelbetalingen te doen en structurele maatregelen te nemen tegen de gevolgen van de trans-Atlantische slavenhandel, het kolonialisme en de rassenslavernij. Dat geldt voor alle landen die daar direct of indirect bij betrokken waren. Nationale actieplannen moeten de achterstanden door dit verleden verkleinen en systemische discriminatie, racisme en achterstelling tegengaan.
De koning sprak over ‘verbinding, heling en verzoening’. Volgens rechtsfilosoof Wouter Veraart kan er pas sprake zijn van verzoening als ‘je er met elkaar uitkomt over wat de herstelagenda zou moeten zijn’ (Trouw, 3 oktober).
Die herstelagenda gaat voor mij niet over individuele compensatie, maar over een proces van herstel van dit land én van de voormalige koloniën. Ik zag de zanger Jeangu Macrooy op tv. Hij zei dat Suriname vijftig jaar onafhankelijk is, maar dat je de staat waarin het land nu verkeert niet alleen aan die vijftig jaar kunt toeschrijven. Ook daar is sprake van de doorwerking van een zeer pijnlijk en traumatisch verleden.
De nadruk op wat het Huis Oranje-Nassau heeft verdiend aan de koloniën en de slavenhandel schuurt. Want wat nu als de financiële winst slechts één euro was geweest? Zou het onmenselijke leed dat de tot slaaf gemaakten is aangedaan dan minder zwaar wegen?
De vraag zou ook andersom gesteld moeten worden: wat heeft het de tot slaaf gemaakten toen gekost, en wat kost het hun nazaten nu nog?
Wat als we investeren in het wegwerken van achterstanden op het gebied van huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg, werk en inkomen? Wat als we het voor zwarte ondernemers makkelijker maken om financiering te krijgen? Als we onderadvisering in het onderwijs tegengaan? Wat als we de positieve opbrengsten van deze ontwikkelingen nou verrekenen met de herstelbetalingen en maatregelen die nodig zijn? Het nationale actieplan waar de VN om vraagt.
De maatschappelijke kosten-batenanalyse van dit herstel zou ik graag zien. De koning heeft dit onderzoek laten doen en wil werken aan verzoening en heling. Maar zonder herstelplan zie ik in dit onderzoek alleen maar ‘de nieuwe kleren van de koning’.
Met het werk gingen we samen de herfst begroeten. Dat deden we met een boottocht over de Nieuwe Maas in Rotterdam. Veel collega’s uit Amsterdam vonden dat moeilijk haalbaar. Dat was te ver. In de avondspits de files trotseren is ook een uitdaging. Daar hebben ze helemaal gelijk in. Maar laten we wel wezen. Voor Amsterdammers is alles voorbij Hoofddorp te ver en exotisch.
Die dag had het zo ongeveer 24 uur geregend. De droogte van de zomer was omgeslagen in de nattigheid van september. De rederij had een andere boot aangekondigd om het slechte weer beter te trotseren. Het viel wel mee. Een beetje winderig. Maar het was droog en de zon scheen er ook wel doorheen. Hier praten we niet zomaar altijd over het weer. Nadenken over het weer en de te nemen maatregelen is een noodzaak.
De mevrouw van de boot riep ons op om achter haar aan naar het voordek te gaan. Daar zouden ze de catering introduceren. Braaf liepen we met zijn allen achter haar aan. Maar een catering is toch geen persoon. Het is een geordend systeem van roestvrijstalen pannen en bakken gevuld met eten. Dat gaat niet zeggen: ‘Hallo, ik ben de catering.’
In het midden van het dek was een soort dansvloer. We moesten eromheen gaan staan. Toen begon de vloer te bewegen. Uit de grond kwam de catering omhoog, inclusief medewerkers. ‘Dit zou je thuis ook wel willen’, schertste de mevrouw van de boot.
Voor Amsterdammers is alles voorbij Hoofddorp te ver en exotisch
Na zonsondergang is Rotterdam aan het water een soort diamanten ketting. Maar ‘de omgeving van de mens is de medemens’, had dichter Jules Deelder gezegd. Iedereen was met elkaar in gesprek. Het staren naar de omgeving is er bij sommigen mogelijk bij ingeschoten.
We stonden stil bij de respectabele staat van dienst van een aantal collega’s. De boot meerde aan bij De Esch. Daar ergens zal over een paar jaar de nieuwe grote brug komen. Nu is er nog een kat-en-muisspel tussen de gemeente en de kadekapers. Dat had de mevrouw van de boot mij verteld.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.