De Tweede Kamer heeft dinsdag met ruime meerderheid een motie aangenomen die het minderheidskabinet oproept geen politieke akkoorden meer te sluiten met partijen of politici die geweld tegen vluchtelingen goedpraten of aanmoedigen, of die de omvolkingstheorie verspreiden.
De motie werd ingediend door PRO‑fractievoorzitter Jesse Klaver en kreeg steun van de coalitiepartijen D66, VVD en CDA, evenals van SP, Volt, Partij voor de Dieren, Denk, 50Plus en de ChristenUnie, zo bericht NRC.
De stemming volgt op een debat over de normalisering van geweld, dat mede was aangezwengeld door recente uitspraken van PVV-afsplitser Gidi Markuszower van DNA. Hij pleitte in een interview met de communistische journalist Bob Sneevliet (pseudoniem van Bob Scholten) van Left Laser voor inzet van ‘maximaal geweld’ om te voorkomen dat Palestijnse vluchtelingen naar Nederland komen. Later stelde Markuszower dat hij daarmee uitsluitend de marechaussee bedoelde. Ook sprak hij over omvolking, een term die door veiligheidsdiensten in verband wordt gebracht met extreemrechts gedachtegoed.
Hoewel de coalitie eerder structurele samenwerking met PVV en FVD uitsloot maakte zij recent wel gebruik van de steun van Markuszowers DNA-fractie om een kabinetsplan over de AOW‑leeftijd overeind te houden. De aangenomen motie moet voorkomen dat dergelijke constructies zich herhalen wanneer betrokken politici extremistische ideeën verspreiden.
De tegenstemmen kwamen van de volledige radicaal‑rechtse flank, waaronder PVV, FVD, JA21, BBB, SGP en het onafhankelijke Kamerlid Mona Keijzer.
Esmah Lahlah verlaat na anderhalf jaar de Tweede Kamer en keert terug naar het lokale bestuur. Het Kamerlid van Progressief Nederland (voorheen GroenLinks‑PvdA) wordt wethouder in Amsterdam. Daarmee komt een einde aan een Haagse periode die nooit echt tot bloei kwam.
Lahlah maakte haar vertrek bekend via Instagram, waar ze benadrukte dat haar hart bij het lokale bestuur ligt. Dat gevoel speelde al langer. Het afgelopen jaar solliciteerde ze zonder succes naar burgemeestersfuncties in Tilburg en Delft, wat erop wees dat ze actief zocht naar een nieuwe politieke rol buiten Den Haag.
Volgens politiek verslaggever Leendert Beekman van BNR Nieuwsradio is haar overstap dan ook geen verrassing. Binnen de Kamerfractie kreeg Lahlah een zichtbare plek achter partijleider Frans Timmermans, maar inhoudelijk wist ze zich nauwelijks te profileren. In grote debatten speelde ze geen prominente rol, waardoor ze in Den Haag relatief onzichtbaar bleef.
Lahlah gaf eerder aan dat ze een grote afstand ervaart tussen wetgeving en de dagelijkse leefwereld van inwoners. In de gemeentepolitiek, zegt ze, voelt ze meer directe invloed. Die voorkeur lijkt nu de doorslag te hebben gegeven.
Met haar benoeming in Amsterdam kiest Lahlah opnieuw voor een bestuurlijke functie op lokaal niveau. Dat is de plek waar haar politieke loopbaan ooit begon en waar ze zich, naar eigen zeggen, het meest thuis voelt.
Mensen vragen me soms hoe ik mijn activisme volhoud. Waar ik mijn kracht en inspiratie vandaan haal? Afgelopen twee weken kreeg ik het antwoord. Op de plekken waar ik het niet had verwacht. Niet achter mijn laptop of op een podium, maar naast mijn lieve ouders. Allebei apart in een theaterzaal en een concertzaal.
Ik nam ze mee naar de plekken waaruit ik zelf mijn kracht haal. Niet om hun iets uit te willen leggen, maar omdat ik voelde dat het tijd was om mijn eigen wereld en netwerk met ze te delen. Ik ging eerst met mijn vader naar Nasrdin Dchar en zijn voorstelling Wat Als. Het was niet zomaar een avondje theater. Het was een voorstelling waarin iemand eindelijk de moed had om te vertellen wat mensen zoals mijn vader en ik dagelijks meemaken en wat al zo lang verschrikkelijk op ons drukt. Die diepe pijn, het verdriet en de machteloosheid over de onderdrukking van de Palestijnen. Maar ook tegelijkertijd de angst en de verstikkende stilte die we hier dagelijks in Nederland om ons heen voelen. De voorstelling gaf een stem aan onze realiteit, maar hield vooral een spiegel voor aan de ander. Aan de mensen die onze pijn niet kennen, niet voelen en vaak niet willen zien.
Dchar stelde die avond met twee woorden de allerbelangrijkste vraag: Wat Als? De twee woorden die de mijne werden. Want wat als mijn ouders in de Rif waren gebleven en daar de kans kregen om te studeren en te werken? Wat als ik nooit had hoeven leren hoe ik aan de wereld uitleg wie ik ben, voordat die me al heeft ingekaderd, nog voordat ik mijn mond open doe? Of beter gezegd: wat als wij hier in Nederland wel gelijkwaardig waren behandeld? Wat als ik nooit had hoeven vechten tegen de discriminatie die ons hier dagelijks klein probeert te houden? Hoe zag dan ons leven eruit?
Halverwege de voorstelling keek ik naar mijn vader. Hij zat aandachtig te luisteren, zijn armen over elkaar en zijn ogen op het podium gericht. Ik zag een glimlach van herkenning en een zacht knikkend hoofd. Ik zag vooral een man die alles heeft achtergelaten en die jarenlang zijn gemis en pijn stil heeft gedragen. Dit omdat doorgaan de enige weg was die hij kende. Die avond hoefde hij dat even niet. Hij werd gezien. Eindelijk, na al die jaren.
Ik wist het meteen: zij denkt nu aan haar eigen moeder
Een paar dagen later nam ik mijn moeder mee naar het vredesconcert van Marcel Khalife. Een paar uur daarvoor stonden we nog bij de uitreiking van de P.C. Hooft-prijs aan Anja Meulenbelt. Het voelde alsof die ook voor mijn moeder was. Mijn moeder leerde mij als feminist dat het belangrijker is om jezelf eerst te onderwijzen in zelfredzaamheid en onafhankelijkheid voordat je aan een huwelijk denkt. Een les die ik als tienermeisje nooit heb begrepen. Maar waar ik nu eigenlijk niet anders meer over denk. Ik eis nu ook voor mijn dochters die onvoorwaardelijke vrijheid. En met die strijdbare energie nog in ons lijf namen we plaats in de zaal. Marcel Khalife zingt niet alleen. Hij getuigt over Palestina, Libanon, ballingschap en over het verlangen naar een thuis dat er niet meer is. Voordat hij zijn Midden-Oosterse luit (oud) aanraakte, zei hij zacht: ‘Mogen deze snaren mij vergeven, want ik leg er een zware druk aan emoties op.’ Vervolgens zong hij het lied Oumie. Over een moeder. Over het missen van haar brood, haar koffie en haar aanraking.
Ik zag mijn moeder langzaam rechtop gaan zitten en met het ritme meebewegen met haar hoofd en zachtjes klappen in haar handen. Ik keek naar haar gezicht en ik wist het meteen: zij denkt nu aan haar eigen moeder. Want mijn moeder was negen jaar oud toen ze haar moeder verloor. Ze slikte die pijn in, maakte er kracht van en bouwde later hier een leven op met mijn vader. Ver van alles wat voor haar vertrouwd was. Ze leerde mij: ‘Blijf dromen, anders sterf je.’ En precies die avond zweefden die woorden opnieuw door mijn hoofd. Ik legde mijn hand op haar knie. Ze beantwoordde mijn aanraking met haar hand op de mijne. We aaiden elkaar even. Heel kort en heel stil.
Op dat moment ging de hele wereld door me heen. Het verdriet van dat kleine meisje van negen. De kinderen in Palestina en Libanon die hun moeders roepen. De vrouw naast me, die al die pijn heeft gedragen en toch iets van het leven heeft gemaakt. Die mij heeft geleerd dat je niet buigt. Niet voor verlies en niet voor onrecht. Het vuur dat in haar brandt, is het vuur dat nu in mij brandt.
Dus als mensen me opnieuw vragen hoe ik mijn activisme volhoud en waar ik mijn kracht vandaan haal, dan is het antwoord eigenlijk heel simpel. Wat als mijn ouders niet waren vertrokken? Wat als ze niet hadden geleerd rechtop te staan zonder hun eigen moeder? En wat als mijn moeder niet bleef dromen?
Wat als, is niet zomaar een vraag van Nasrdin Dchar. Het is verzet. En mijn ouders zijn het antwoord.
Israël dreigt opnieuw de Libanese hoofdstad Beiroet te zullen aanvallen. Inwoners die na het staakt-het-vuren van april meenden terug te kunnen keren naar hun huizen moeten hun huizen opnieuw ontvluchten.
Er ontstond paniek nadat de Israëlische minister van Defensie Israël Yisrael Katz waarschuwde voor nieuwe aanvallen op Beiroet. Hij dreigde dit te doen als Hezbollah de aanvallen op Israëlische troepen en het noorden van Israël niet zou staken.
Ondanks het staakt-het-vuren heeft Israël haar offensief in Libanon de afgelopen dagen opgevoerd. Officieel doet Israël dit met het doel Hezbollah te verdrijven uit het zuiden van Libanon, om zo Israëlische troepen en burgers in Noord-Israël te beschermen.
Israël rukt echter steeds verder op in het zuiden van Libanon. Terwijl het Israëlische regime eerder eiste dat Hezbollah zich zou terugtrekken tot boven de rivier de Litani, zo’n dertig kilometer van de grens met Israël, wordt het gebied dat tot oorlogszone is verklaard steeds groter. Israël heeft inmiddels een gebied van ongeveer veertig kilometer van de grens, tot aan de rivier Zahrani, verklaard als ‘combat zones’. In dat gebied liggen de grote steden Sour en Nabatieh. Het Israëlische leger heeft de inwoners laten weten dat ze hun huizen moeten verlaten.
Ondertussen is Israël kwetsbaar gebleken voor de aanvallen door Hezbollah met drones die moeilijk te detecteren zijn. Volgens Israëlische media zouden de drone-capaciteiten van Hezbollah tachtig procent van de Israëlische aanvallen in zuid-Libanon beperken. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu staat onder toenemende druk van zijn extreemrechtse ministers Itamar Ben-Gvir en Bezalel Smotrich om in reactie hierop het geweld tegen Hezbollah te escaleren.
Smotrich riep vorige week op om de Libanese hoofdstad te bestraffen voor de aanvallen door Hezbollah: ‘Voor iedere explosieve drone zouden er tien gebouwen moeten instorten in Beiroet’, zei de minister van Financiën. Minister van Nationale Veiligheid Ben-Gvir riep Netanyahu op om terug te keren naar een grootschalige oorlog tegen Libanon, de elektriciteit af te sluiten en grondgebied tot aan de rivier Zahrani in te nemen.
Dit laatste dreigt nu inderdaad te gebeuren.
Naast het desastreuze effect op Libanon blijft het escalerende Israëlische offensief ook een struikelblok voor een mogelijk vredesakkoord tussen de Verenigde Staten en Iran. Het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken zei maandag dat een staakt-het-vuren (die er in feite al is) in Libanon een essentiële voorwaarde is voor een akkoord met de Verenigde Staten.
Het Europees parlement, EU-lidstaten en de Europese Commissie zijn overeengekomen om strengere asielregels in te voeren. Hieronder valt ook het mogelijk maken van ‘terugkeerhubs’ buiten de EU, zo schrijven verschillende media.
De Europese Unie staat vanwege de opkomst van extreemrechts in Europa onder druk om migratie aan te pakken. Maar mensenrechtenorganisaties waarschuwen voor de implicaties van stevig anti-immigratiebeleid.
De Duitse omroep DW wijst erop dat irreguliere migratie naar de EU in 2025 met 26 procent daalde en uitkwam op het laagste niveau sinds 2021. EU-functionarissen zeggen echter dat lidstaten problemen ondervinden bij het terugsturen van uitgeprocedeerde asielzoekers.
Terugkeerregeling
Belangrijk onderdeel van de overeenkomst is dat uitgeprocedeerde asielzoekers die niet kunnen worden teruggestuurd naar het land van herkomst naar zogeheten ‘terugkeerhubs’ buiten de EU kunnen worden verplaatst. Het Europees parlement stemde afgelopen maart al in met het voorstel.
De terugkeerregeling wordt gezien als een essentieel onderdeel van het Europese asiel- en migratiepact, waarover de Kanttekening al eerder schreef.
Het voorstel waar gisteren voor werd gestemd bepaalt ook dat deze groep asielzoekers moet meewerken met autoriteiten. Doen zij dat niet, dan lopen ze het risico te worden gedetineerd voordat zij worden uitgezet. Ook kunnen EU-staten hen hun uitkeringen en reisdocumenten afnemen.
Autoriteiten mogen in het nieuwe voorstel migranten opsluiten als zij vinden dat zij een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid of dat er het risico is op vluchten. Mensen kunnen dan tot 24 maanden vast blijven zitten.
Terwijl lidstaten voor sommige nieuwe regels meer tijd krijgen om zich voor te bereiden, gaat het toestaan van ‘terugkeerhubs’ meteen in. EU-lidstaten mogen daarover zelf deals sluiten met landen buiten de EU, zoals het Verenigd Koninkrijk eerder probeerde te doen met Rwanda. Het Britse plan ging echter niet door vanwege juridische bezwaren.
Mensenrechtenorganisaties maken zich zorgen
In een persbericht schrijft de EU dat de nieuwe regels ’tot doel hebben procedures te vergemakkelijken en te bespoedigen, met het volle respect voor fundamentele rechten en internationaal recht.’ Toch is het de vraag of de mensenrechten met deze regels wel gewaarborgd zullen worden.
Mensenrechtenorganisaties hebben gewaarschuwd dat het nieuwe plan het makkelijker maakt voor regeringen om migranten vast te zetten en te deporteren. Ook zijn zij bang dat het tot meer invallen gaat leiden en taferelen zoals we die kennen van de Amerikaanse Immigration and Customs Enforcement (ICE).
Ten slotte zijn mensenrechtenorganisaties bang dat migranten slachtoffer zullen worden van meer misbruik en mensenrechtenschendingen zodra zij terechtkomen in de detentiecentra in landen buiten de EU.
De regio die meestal het ‘Midden-Oosten’ wordt genoemd, heeft volgens sommige deskundigen en journalisten een eurocentrische naam met een koloniale achtergrond. Daarom gebruiken zij liever termen als ‘West-Azië’, die volgens hen beter passen bij de culturele en religieuze diversiteit van het gebied. Maar het duurt nog wel even voordat zulke namen algemeen worden gebruikt.
De term ‘Midden-Oosten’ is zo alomtegenwoordig, dat je bijna zou vergeten dat er meer achter schuilgaat. Maar de term is niet eenduidig, laat staan neutraal. Meestal omvat het de regio van Turkije, de Levant (Palestina, Syrië, Jordanië) en Egypte in het westen tot aan de Golfstaten in het oosten en Jemen in het zuiden. Landen die veel culturele kenmerken gemeen hebben, zoals het islamitische geloof of de Arabische taal. Maar hoort Soedan, ook een Arabisch land, bij deze definitie van het gebied? Hoe zit het dan met Iran, een niet-Arabisch land?
Robert Soeterik, Midden-Oostenspecialist en voorzitter van het Nederlands Palestina Komitee (NPK), legt uit dat de term terug te voeren is op de tijd dat de Britten koloniale belangen hadden in het gebied. ‘De term is bedacht vanuit Londen, dat in de negentiende en een deel van de twintigste eeuw een wereldmacht was en als belangrijkste kolonie Brits-Indië had [o.a. het huidige India en Pakistan, red.]. Gerekend vanaf Londen lag het gebied dat wij doorgaans het Midden-Oosten noemen halverwege Londen en Brits-Indië, vandaar “Midden”.’
Weinig oog voor culturele diversiteit
Eline Derakhshan, onderzoeksjournaliste woonachtig in Syrië, zegt dat de term problematisch is omdat niet eenduidig is vast te stellen welke landen precies bij de regio horen. Zij haalt het boek Is There a Middle East? aan, waarin wetenschappers met verschillende achtergronden concluderen dat op taalkundig, geografisch, cultureel en religieus gebied geen kenmerk te vinden is dat de verschillende landen gemeen hebben. ‘Het is echter een regio geworden omdat wij het zo zijn gaan noemen. Wat Iran gemeen heeft met Egypte, is dat het het Midden-Oosten wordt genoemd, er op een vergelijkbare manier over wordt bericht en onderworpen wordt aan een vergelijkbaar internationaal beleid. Maar de regio is veel meer dan dat.’
Het gebied dat wordt aangeduid als het Midden-Oosten. Beeld: Pixabay
Inderdaad heeft de term Midden-Oosten weinig oog voor de rijke diversiteit aan culturen, geloven, etniciteiten en talen in de regio. Waar het gebied onder die term vaak wordt geassocieerd met oorlog, instabiliteit en corruptie, is de regio zeer divers. Er leven bijvoorbeeld christenen van diverse denominaties in de Levant (Libanon, Syrië, Palestina), islamitische bedoeïenen in de Golfregio en jezidi’s in Irak. Ook qua etniciteit is het gebied allesbehalve homogeen. Naast Arabieren en joden is de regio de thuisbasis van Turken, Koerden (Turkije, Iran, Irak) en Armeniërs.
Centrum van beschaving
Wanneer het gaat om termen als Midden-Oosten of Nabije Oosten, spreekt politicoloog Kamal Azari van een ‘Europese raciale geografie, waarbij regio’s werden benoemd en gecategoriseerd op basis van hun strategisch belang voor imperialistische machten, in plaats van enige inheemse identiteit.’ Azari schrijft dat Europese machten hiërarchieën aanbrachten in hun classificatie van niet-Europese regio’s, met ‘geciviliseerde’ en ‘niet-geciviliseerde’ regio’s zoals ‘Donker Afrika’, alsof er daar geen beschaving was. Volgens Azari versterken termen als Midden-Oosten een raciale en culturele hiërarchie waarbij Europa als centrum van de beschaving werd gezien.
‘Het is een term die veel vooroordelen met zich meebrengt’
Derakhshan zegt dat wanneer je probeert te argumenteren waarom een bepaald land wel of niet bij het Midden-Oosten hoort, je vastloopt omdat je dan andere landen uitsluit. ‘Het is een term die veel vooroordelen met zich meebrengt en weinig duiding geeft. Als je aan het Midden-Oosten denkt, denk je direct aan oorlog, en denk je direct aan islam. Terwijl dit niet betekent dat hier nooit oorlog plaatsvindt. Of dat er niet een meerderheid is van de bevolking die religieus of cultureel islamitisch is. Maar de regio wordt gereduceerd tot deze aspecten. Zo is er gepraat over de regio in de media, in films en in de politiek.’
Bevrijding van koloniale termen
Met dit in het achterhoofd kiezen steeds meer wetenschappers en journalisten voor alternatieve benamingen.
Joas Wagemakers, islamoloog aan de Universiteit Utrecht, vertelt aan de Kanttekening dat hij binnen de academische wereld een trend ziet om steeds vaker alternatieve termen te gebruiken. Waar men eerder al afstand heeft gedaan van ‘oriëntaals’, laat men nu ook de term Midden-Oosten vallen.
‘Het gebruik van West-Azië of Zuidwest-Azië is een poging om op een neutralere manier te kijken naar een regio, en de naamgeving ervan te ontdoen van eventuele culturele gekleurdheid. Ik zie steeds vaker dat mensen in mijn vakgebied het hebben over ‘West-Azië’ i.p.v. ‘Midden-Oosten’, of ‘WANA’ (West Asia and North Africa) i.p.v. MENA (Middle East and North Africa). Ik merk wel dat het leeft.’
Ook Derakhshan heeft in haar werk een duidelijke keuze gemaakt. ‘Als journalist vind ik het correcter en handiger om de term Midden-Oosten achterwege te laten. Ik heb het liever over wat de regio nog meer te bieden heeft. Daarom heb ik zelf de voorkeur voor een term als West-Azië wanneer ik over de regio spreek waar ik werk: Libanon, Syrië, Palestina. Wanneer ik het heb over Iran, is het ‘Centraal-Azië’. Dan heb je het meer over het geografische gebied.’
Groeiend zelfbewustzijn
Midden-Oostenspecialist Soeterik ziet de opkomst van alternatieve namen voor de regio als onderdeel van een bredere beweging waarbij mensen bevrijd willen worden van termen die terug te voeren zijn op koloniale overheersing.
‘Ik zie het als onverbrekelijk verbonden met het groeiende zelfbewustzijn van het Globale Zuiden, waarbij er lang na de feitelijke dekolonisatie een groeiende beweging is om af te rekenen met terminologie die terug te voeren is op de periode van de kolonisatie.’
‘Een Palestijn gaat naar al-Quds, niet naar Jeruzalem’
Soeterik legt uit dat dit soort koloniale termen niet los zijn te zien van overheersing.
‘Israël doet al heel lang hetzelfde in relatie tot de Palestijnen; een Palestijn gaat naar al-Khalil, niet naar Hebron, een term die Israël gebruikt en die wij hebben overgenomen. Een Palestijn gaat naar al-Quds, niet naar Jeruzalem. Verder spreekt Israël over de Negev, wat de Palestijnen aanduiden met de oorspronkelijke term Naqab. Zodra onderdrukten zich bewust worden van dit taalimperialisme, waarbij de overheerser zijn eigen termen wil opleggen en die van de onderdrukte wil wegdrukken, gaan zij hun eigen termen promoten.’
Hij noemt Latijns-Amerika als ander voorbeeld. ‘Daar vestigden zich kolonisten, met name uit Spanje en Portugal, die daar de lokale taal en cultuur onderdrukten. Zij hebben daarbij het Spaans en het Portugees, Latijnse talen, ingevoerd. Nu streven zelfbewuste inwoners van het gebied ernaar beide Amerika’s Abya Yala (rijp land, uit een lokale inheemse taal) te noemen.’
Andere voorbeelden die Soeterik noemt zijn Rhodesië, dat Zimbabwe werd; Birma, dat zich Myanmar ging noemen; en Peking, dat nu Beijing heet.
De skyline van Doha, de hoofdstad van Qatar. Beeld: Wikimedia Commons
Bekende naam
Ondanks de toegenomen acceptatie van alternatieve termen kun je je afvragen of het wel realistisch is deze termen te gaan gebruiken en of deze wel voor iedereen te begrijpen zijn.
‘We moeten hen ook toestaan om zichzelf een naam te geven’
Islamoloog Wagemakers zegt dat het vanuit commercieel oogpunt aantrekkelijker kan zijn om de term Midden-Oosten te blijven gebruiken, zoals bij universitaire studies van de regio. ‘Het Midden-Oosten, dat is een heel bekende naam en appelleert aan een interesse van mensen in die regio. Als je toch al weinig studenten weet te trekken, dan zul je de term die voor enige bekendheid en aanwas zorgt niet snel vervangen.’
Terwijl Wagemakers het nut van alternatieve termen erkent, vindt hij dat een alternatieve term niet zou moeten worden opgelegd aan de bevolking van de regio.
‘Voor mij persoonlijk is het belangrijk dat we niet voor de mensen om wie het gaat, de mensen in de regio zelf, uitlopen. Als zij het goed vinden dat hun regio Midden-Oosten wordt genoemd, dan denk ik dat je niet roomser dan de paus moet willen zijn en de term zou moeten aanpassen. We moeten hen ook toestaan om zichzelf een naam te geven en niet denken dat wij het beter weten dan zij.’
Soeterik beaamt dat alternatieve termen als West-Azië niet zouden moeten worden opgelegd aan de mensen in de regio. Hij denkt wel dat mensen de redelijkheid ervan kunnen gaan inzien en die onderschrijven door zelf deze termen te gebruiken. ‘Het is een lang proces van bewustwording en acceptatie.’
Al lang discussie
Volgens journaliste Derakhshan is er al heel lang discussie over het gebruik van West-Azië of Zuidwest-Azië in plaats van het Midden-Oosten. Dit komt volgens haar ook voort uit academici die uit de regio zelf komen en erop wijzen dat de laatste een koloniale term is. ‘Ik denk dat er voldoende grond is om te zeggen dat het gebruik van West-Azië of Zuidwest-Azië ook uit de gemeenschappen hier komt. Ik vind dat je nooit iets zou moeten opleggen aan de bevolking hier. Maar het feit dat de term Midden-Oosten hier ook wordt gebruikt, vanwege de koloniale geschiedenis, betekent niet dat dit goed is.’
‘Het is onze taak als journalisten om kritisch na te denken over welke woorden we gebruiken’
Derakhshan vindt dat commerciële overwegingen nooit de doorslag zouden moeten geven bij het al dan niet kiezen voor een alternatieve term. ‘Als we ons daardoor laten tegenhouden, dan nemen we ons publiek helemaal niet serieus en hebben we heel weinig vertrouwen in hen. Het is juist onze taak als journalisten om kritisch na te denken over welke woorden we gebruiken en wat het effect ervan is. Als blijkt dat een term bepaalde vooroordelen of een bepaald narratief in de hand werkt, dan kunnen we dat veranderen en ook verantwoorden. Je kunt dat prima uitleggen.’
Hulporganisatie Oxfam Novib schrijft op haar website dat zij bewust kiest voor een andere benaming, en verwijst daarbij naar de termen Nabije Oosten en Verre Oosten, waarvan eerder al afstand is genomen. ‘Het is belangrijk om kritisch te blijven en je taal te dekoloniseren. Daarom spreken wij als Oxfam Novib over Zuidwest-Azië, omdat deze benaming de regio geografisch beschrijft zonder Europa als middelpunt te nemen. Met deze keuze dragen we bij aan zorgvuldiger en inclusiever taalgebruik.’
Het sociale medialandschap voor politici segregeert in rap tempo, schrijft Binnenlands Bestuur. Linkse parlementariërs blijven nog op X, maar linkse raadsleden zijn massaal naar BlueSky gegaan.
X heeft veel gebruikers verloren. Bijna een half miljoen Nederlandse gebruikers vertrok in 2024. Ook veel lokale politici hebben het platform van Elon Musk verlaten. In 2023 was nog 45 procent van de raadsleden actief was op X. Dit percentage is dit jaar gezakt naar 20,4 procent. Veel gebruikers zijn op BlueSky overgestapt. 17 procent van alle politici heeft een account op dit alternatief voor X en gebruikt die actief.
Uit het onderzoek van Binnenlands Bestuur blijkt dat X populair is onder de lokale politici van FvD, PVV, JA21, VVD, BBB en SGP, Leefbaar Rotterdam en Hart voor Den Haag. ‘Binnen deze groep is ongeveer 44 procent actief op X. Onder politici van linkse partijen is dat nog slechts 18 procent.’
Interessant is dat linkse Tweede Kamerleden wel actief blijven op X. ‘Lokale politici communiceren vaak binnen een meer afgebakende gemeenschap’, zegt José van Dijck, hoogleraar Media en digitale samenleving aan de Universiteit Utrecht. ‘Landelijke politici hebben veel meer belang bij een nationaal podium en een zo groot mogelijk bereik.’
Het duurt nog een maand voordat op 1 juli de afschaffing van de slavernij wordt herdacht én gevierd, maar in Amsterdam organiseren ze een Keti Koti-maand, aldus AT5. Organisator Roy Kaikusi Groenberg pleit er onder meer voor dat jaarlijks een groepje nazaten van slaafgemaakten gratis mag studeren.
De Keti Koti-maand begon met een ‘Memre Waka’, een herinneringswandeling langs grachtenpanden die mede tot stand zijn gekomen met de vergaarde rijkdom tijdens de slavernij. Vanaf het stadsarchief liepen mensen naar de ambtswoning van burgemeester Femke Halsema aan de Herengracht, die door slavenhandelaar Paulus Godin werd gebouwd.
‘Wat verkeerd is gegaan in het verleden, moeten we overdragen aan toekomstige generaties’, legt organisator Roy Kaikusi Groenberg uit tegen AT5. ‘De Nederlandse regering heeft geen punt gezet achter de excuses, maar een komma. Nu zijn we in het tijdperk beland dat de komma moet worden ingevuld.’
Volgens critici zijn excuses niet voldoende, maar is het ook tijd voor herstelbetalingen die er nooit zijn gekomen voor de nazaten van de slavernij. Voor nabestaanden van de Holocaust is dat wel gebeurd.
Groenberg had het gisteren niet expliciet over herstelbetalingen, maar stelde wel het volgende voor: ‘Je zou bijvoorbeeld jaarlijks 20 of 25 nazaten (van slaafgemaakten, red.) gratis kunnen laten studeren, het slavernijverleden nog strakker kunnen opnemen in het onderwijscurriculum en meer begrip voor de nazaten moeten opbrengen.’
In de jaren negentig, toen ik net naar de brugklas ging in Amsterdam (Lidewij de Vos van Forum voor Democratie was toen als ‘oorspronkelijke, inheemse Nederlander’ nog niet eens geboren), liepen we met een groepje Turkse, Marokkaanse en Surinaamse Amsterdammers van school naar huis. ‘Wat is jouw Nederlandse naam als de dag komt dat we ons moeten bekeren tot Hollanders?’, vroegen we elkaar af. Ik vond Willem wel een leuke naam.
Mehmet werd Klaas, Rodney Jan en Ahmed koos voor Gerard. Oer-Hollandse namen tegenover onze ‘namen met een migratieachtergrond’. Bijna twee decennia en twintig jaar eenzijdige integratie later hoorde ik een witte collega op de redactievloer waar ik stage liep over een Nederlander van kleur het volgende zeggen: ‘Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding.’
Dat kun je goedschiks opvatten als een stimulerende uitspraak om jezelf te zijn. Maar zoals ik toen ook de betekenis opzocht, doe ik dat vandaag weer. ‘Wie zich mooi aankleedt, wordt daarmee zelf nog niet mooi’ of ‘Fraaie kleren maken niet alleen de man’, staat op internet. Klinkt niet echt chic, ook al gaan deze definities vooral over klassenmigratie en parvenu’s.
Ik kijk naar het debat over Nederlanderschap (lees: witheid) in de Kamer, waar De Vos met haar zwangere buik voorover leunt. Ze draagt de zwaarte van een ongeboren kind dat nu al multiculturele stress ontvangt, omdat haar woorden over ‘remigratie’ nooit betrekking zullen hebben op haar eigen kind. Het gaat om mijn kind met donkere ogen en donker haar. En om de kinderen van alle andere niet-witte Nederlanders. Als je wit privilege wilt begrijpen, dan is dat al genoeg.
De arrogantie van een witte vrouw van 28 die voor alle andere Nederlanders van kleur wil gaan meten hoe Nederlands ze zijn en ‘vrijwillige remigratie’ wil toepassen wanneer ze niet door de ballotagecommissie komen. Maar hoort racisme dan wel bij het Nederlanderschap? Waarom zouden racisten betere Nederlanders zijn dan Nederlanders met een migratieachtergrond?
Nederland is vol, roepen Nederlandse nationalisten nu al meer dan veertig jaar. Als het toen al niet klopte en nu nog steeds niet klopt, omdat we volop arbeidsmigranten nodig hebben en daarom deals sluiten met grote mogendheden (zoals India), dan is er dus iets anders aan de hand dan volheid: de kleurverandering in Nederland. Als je echt vindt dat Nederland te vol is, dan zou je in principe niet alleen voor een stop op immigratie moeten pleiten, maar ook moeten stoppen met het krijgen van witte kinderen. Maar die oproep wordt niet gedaan. Integendeel: ‘Nieuwkomers maken we zelf’, roepen witte supremacisten op sociale media.
Zei iemand ‘wit privilege’?
Op tv zag ik Ruud Gullit zeggen dat hij een ‘trotse Nederlander’ is. Conformerende woorden van een bruine Nederlander die mij eerlijk gezegd weinig meer doen. In de Volkskrant werden ook allerlei Nederlanders met een migratieachtergrond opgetrommeld die hun Nederlanderschap toonden. Ook dit las ik met de emotieloze blik van een Nederlander met een Turkse naam, die het geen probleem vindt om als oer-Hollander in een Turks shirt rond te lopen en voor Turkije te juichen op het WK. Sorry, medelanders, zolang er geen Turken of Marokkanen spelen bij Oranje, is er voor mij weinig reden om te kijken.
Waarom moeten wij nu opeens ons Nederlanderschap bewijzen?
‘Binnenkort krijgen we de one-drop rule en schedelmetingen om Nederlanderschap te toetsen. Fokking white supremacists willen exclusief blank zijn en dan moeten allochtonen hun Nederlanderschap uithuilen. Ga eens achter witte Nederlanders aan en interview hen kritisch over hun Nederlanderschap’, app ik een vriend.
‘Lale… nice try, babes’, appt hij terug.
Later op de dag drinken we iets, net nog binnen de ring in Amsterdam (waar steeds meer witte mensen met de gentrificatiegolf zijn komen aanwaaien). Willen we eigenlijk nog wel dat onze kinderen in Nederland opgroeien? Zitten ze straks in Ankara of Igdir, en dan? Ook daar moeten ze zich – dit keer als buitenlandse Hollanders (daar wel inderdaad!) – invechten in het verrotte Turkse systeem.
Ik ga me niet meer invechten. Als je met ons wilt zijn, dan passen we ons gezamenlijk aan het Nederlanderschap van 2026 aan. Witte nationalisten definiëren dat als blank, maar daarmee plaatsen ze zich vanwege racisme buiten het Nederlanderschap. We leven namelijk in Nederland, niet in Blankland. Als die witte nationalisten moslims waren geweest, dan zou in de Tweede Kamer wetgeving worden besproken om hun Nederlandse nationaliteit af te nemen. Waarom nu niet? Zei iemand ‘wit privilege’?
Terwijl de stemlokalen in Ethiopië vandaag zijn geopend voor de parlementsverkiezingen, vallen veel mensen buiten de boot door oorlog en uitsluiting. Toch hopen veel jonge kiezers op stabiliteit, schrijft de BBC.
Niet alleen wordt er in verschillende regio’s van het land gevochten, ook is het noordelijke gedeelte, de regio Tigray, uitgesloten van verkiezingen. Deze regio probeert te herstellen van de gevolgen van de brute burgeroorlog die in 2022 tot een einde kwam.
De gedoodverfde winnaar is de huidige premier Abiy Ahmed. Hij kwam in 2018 aan de macht, na massademonstraties tegen de regering, geleid door de Ethiopian People’s Revolutionary Democratic Front (EPRDF). Deze coalitie had al sinds 1991 de macht in het land en werd gedomineerd door politici uit Tigray. Abiy ontbond de EPRDF en verving deze door zijn eigen Prosperity Party.
Toen Abiy aan de macht kwam, werd hij geroemd als hoeder van de democratie en persvrijheid. Hij kreeg in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede voor het doorbreken van de jarenlange militaire impasse met buurland Eritrea.
Nu is Abiy echter onderwerp van kritiek vanwege onderdrukking van de oppositie en het arresteren van politieke rivalen. De persvrijheid staat onder druk en journalisten worden gearresteerd, schrijft de BBC op basis van rapporten van Human Rights Watch en Reporters Without Borders.
Abiy begon in 2020 een oorlog tegen de leiders van Tigray, de regio die nu is uitgesloten van verkiezingen. Het twee jaar durende conflict kostte zo’n 600.000 mensen het leven en leidde tot hongersnood in de regio.
Tigray wordt sinds 2022, na een vredesproces tussen het Tigray People’s Liberation Front (TPLF) en de Ethiopische regering, geleid door een interim-regering. De spanningen tussen beide partijen lopen de laatste jaren op. Zo wil Tigray grondgebied terug dat het in de oorlog verloor, zoals West-Tigray. Zo’n miljoen mensen moesten dat gebied ontvluchten en leven sindsdien onder erbarmelijke omstandigheden in kampen in Tigray. Ook de banden tussen het TPLF en Eritrea spelen een rol.
Afgelopen maand deelde de kiesraad mee dat er niet gestemd zal worden in Tigray. Hiermee loopt het land het risico opnieuw verwikkeld te raken in een breder conflict.
Volgens oppositieleider Merera Gudina, die met de BBC sprak, zijn deze verkiezingen de minst competitieve in de recente geschiedenis van Ethiopië.
Steunbetuigers van Abiy zeggen dat hij het land verder heeft ontwikkeld. De hoofdstad Addis Abeba ondergaat een snelle transformatie die heeft geleid tot verbeteringen van de stedelijke omgeving, maar ook tot de vernietiging van huizen. Daardoor zijn volgens de BBC tienduizenden bewoners ontheemd geraakt.
Abiy heeft economische hervormingen doorgevoerd die door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank zijn omarmd. Ethiopië is het op één na dichtstbevolkte land van Afrika en een van de snelst groeiende economieën van het continent.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.