Advocaten van Palestijnen die vastzitten in Israëlische gevangenissen hebben sinds het begin van de Iranoorlog niet of nauwelijks toegang tot hun cliënten door de noodtoestand. Volgens de advocaten is het een van de vele voorbeelden van de slechte behandeling van Palestijnse gevangenen door Israël.
Sinds 28 februari geldt er volgens de Israëlische Gevangenisdienst een ‘noodtoestand’, waardoor de visitatiemogelijkheden van advocaten zijn beperkt en in sommige gevallen volledig zijn geschorst. Een deel van de toegang tot cliënten is inmiddels hervat, maar dat geldt alleen voor gevangenen met aankomende hoorzittingen. Veel Palestijnse gevangenen vallen daarbuiten en hebben dus op dit moment helemaal geen contact met hun advocaat.
‘De beperkingen bestaan vanwege zorgen om de veiligheid, en een deel van die zorgen is zeker gerechtvaardigd’, zegt Tal Steiner, hoofd van mensenrechtenorganisatie HaMoked, die Palestijnen juridische hulp verleent. ‘De gevangenissen staan op verschillende locaties in Israël, ook in het noorden, waar tijdens de oorlog vaak aanvallen waren. Het is dus zeker een gevaarlijke situatie voor advocaten, en ook voor bewakers en gedetineerden.’
Toch is het volgens Steiner van groot belang dat advocaten snel weer toegang krijgen. ‘Om iemand goed te kunnen vertegenwoordigen, moeten wij die persoon kunnen spreken. Daarnaast is het contact met de advocaat de enige band met de buitenwereld die Palestijnse gedetineerden hebben. Het is de enige manier om te weten wat er met hen gebeurt in de gevangenis.’
Enige contact met buitenwereld
Ook in 2023, na 7 oktober, ging er een noodtoestand in. Sindsdien weigert Israël families en hulporganisaties zoals het Rode Kruis toegang te verlenen aan Palestijnse gevangenen; ouders mogen zelfs hun gevangengenomen kinderen niet bezoeken. Afspraken met advocaten werden daardoor voor Palestijnen in de Israëlische gevangenissen het enige contact met de buitenwereld, en voor de buitenwereld werd het contact met de advocaten de enige manier om zicht te krijgen op wat er zich in de gevangenissen afspeelt.
‘Bewakers kwamen de cellen in en mishandelden hen daar’
Mensenrechtenadvocaat Sari Bashi, hoofd van het Publieke Comité tegen Marteling in Israël, heeft een aantal cliënten dat zij sinds het begin van de Iranoorlog niet heeft kunnen spreken. Ze maakt zich grote zorgen. ‘We weten uit getuigenissen van Palestijnen die tijdens de vorige Iranoorlog vastzaten dat misbruik en mishandeling in die periode toenamen. Gedetineerden zaten 24/7 vast in hun cellen, bewakers kwamen de cellen in en mishandelden hen daar, soms precies buiten het zicht van de camera’s. We maken ons zorgen dat dit weer gebeurt.’
De afgelopen jaren zijn er meerdere verhalen naar buiten gekomen over de slechte behandeling van Palestijnse gevangenen. Palestijnen vertellen na hun vrijlating over marteling, uithongering en gebrek aan hygiëne in de Israëlische gevangenissen. Zonder bezoeken van advocaten blijven berichten over dit soort mensenrechtenschendingen ongedocumenteerd, of ze komen pas veel later – na vrijlating – naar buiten. De Israëlische Gevangenisdienst zegt in een reactie aan de Kanttekening dat er op dit moment geen restricties gelden en dat de claims van advocaten dat zij geen toegang hebben tot Palestijnse cliënten niet kloppen.
Palestijnse kinderen gemarteld en misbruikt
Hulporganisaties vrezen dat niet alles wat misgaat in de detentiecentra aan het licht zal komen. Maar een deel komt wel aan het licht, zoals vorige week toen hulporganisatie Save the Children een rapport naar buiten bracht waaruit blijkt dat Palestijnse kinderen systematisch gemarteld, seksueel misbruikt en uitgehongerd worden in Israëlische gevangenissen. De situatie in de detentiecentra is sinds 7 oktober enorm verslechterd. Ook is het aantal arrestaties van Palestijnen toegenomen, onder wie dus veel kinderen.
‘Het misbruik begint al bij de arrestatie, dat gebeurt vaak ’s nachts’
Save the Children liet 165 Palestijnse kinderen vragenlijsten invullen en sprak daarnaast met ouders, verzorgers, hulpverleners en advocaten om een beeld te krijgen van de behandeling van Palestijnse kinderen in het Israëlische gevangenissysteem. Uit die rondgang blijkt dat de minderjarigen onder meer werden vastgebonden, geblinddoekt, geslagen, geschopt en gedwongen werden seksuele handelingen bij elkaar te verrichten. Ook kregen ze te weinig eten en niet of nauwelijks toegang tot medische zorg.
‘De resultaten uit het rapport verbazen me niet’, zegt Steiner. ‘Dit gebeurde ook al voor 7 oktober en het is sindsdien alleen maar erger geworden. Wij horen dit soort verhalen ook van Palestijnse kinderen die zijn vrijgelaten. Het misbruik begint al bij de arrestatie, dat gebeurt vaak ’s nachts en kinderen worden meteen gescheiden van hun ouders. Daarna zijn de omstandigheden in detentie heel zwaar: er is mishandeling, soms zelfs seksueel misbruik en veel eenzaamheid.’
Schending van het recht
Volgens mensenrechtenorganisatie Addameer zitten er bijna 10.000 Palestijnen vast in Israëlische gevangenissen. Ruim 3000 van hen zitten vast in zogenaamde ‘administratieve detentie’, zonder aanklacht of proces. Zo’n 350 van de gevangenen zijn kinderen uit de Westelijke Jordaanoever; van hen zit ongeveer de helft in administratieve detentie.
Het Israëlische gevangenissysteem schendt hiermee op meerdere vlakken het internationaal recht. Marteling en andere vormen van mishandeling van gevangenen uit bezette gebieden gelden onder internationaal humanitair recht als oorlogsmisdaden. Ook het overbrengen van gedetineerden naar gevangenissen buiten het bezette gebied is een schending van datzelfde recht. Daarnaast oordeelt het Internationaal Gerechtshof dat zowel het gebruik van militaire rechtbanken als de toepassing van administratieve detentie in strijd zijn met de Geneefse Conventies.
Wat betreft minderjarigen stelt het VN-Kinderrechtenverdrag dat detentie uitsluitend als uiterste maatregel mag worden toegepast, en dan voor de kortst mogelijke duur. ‘In moderne rechtssystemen is het gebruikelijk dat het opsluiten van een minderjarige alleen wordt gedaan als laatste redmiddel’, zegt Steiner. ‘Voorkeur wordt dan gegeven aan huisarrest of bijvoorbeeld een gesloten kostschool. En als je kinderen dan moet opsluiten, dan in ieder geval niet samen met volwassenen. En in Israël bestaat dit rechtssysteem ook, maar het geldt alleen voor Israëliërs, niet voor Palestijnen.’
‘Keer op keer stellen we de rechtbank op de hoogte, maar er wordt niets gedaan’
Bashi maakt zich ook zorgen om de recent aangenomen doodstrafwet. Palestijnen die veroordeeld zijn voor een moord met terroristisch motief, kunnen worden opgehangen. Vooral voor kinderen vormt deze nieuwe wet een extra groot gevaar, zegt Bashi. ‘Wat er bij kinderen vaak gebeurt, is dat zij verhoord worden zonder ouder of advocaat erbij. Ze worden gemarteld en gedwongen tot een bekentenis. Het is makkelijk om bekentenissen af te dwingen bij kinderen, en die gedwongen bekentenissen kunnen nu hun dood betekenen.’
‘We kunnen het niet voorkomen’
Er lijken op dit moment weinig mogelijkheden om Palestijnse gevangenen te beschermen tegen de slechte mishandeling in Israëlische gevangenissen. Uitspraken van Israëls eigen rechtssysteem lijken de gevangenissen ook aan hun laars te lappen. In juni 2024 dienden twee Israëlische mensenrechtenorganisaties een petitie in bij Israëls Hooggerechtshof nadat uit getuigenissen van Palestijnse gevangenen bleek dat ze tientallen kilo’s waren afgevallen tijdens hun gevangenschap. Dat kwam volgens de organisaties neer op uithongering. Het Hooggerechtshof besloot toen dat de Israëlische Gevangenisdienst verplicht was om gedetineerden te voorzien van voedsel en basislevensbehoeften. De rechter deed verder geen uitspraak over om welke hoeveelheden voedsel het ging en ook handhaving van dit besluit bleef uit.
‘We hebben de informatie, bijvoorbeeld van advocaten of van vrijgelaten Palestijnen. Het is niet zo dat we geen informatie hebben, het probleem is dat we het vervolgens niet kunnen voorkomen’, zegt Steiner. ‘Het gevangenissysteem opereert tegen de Israëlische wet, maar de rechters steunen ons niet. We hebben veel petities ingediend over misbruik, marteling, uithongering en medische nalatigheid. Keer op keer stellen we de rechtbank op de hoogte, maar er wordt niets gedaan.’




