16.1 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 2

Pro-Europese regering van Roemenië gevallen

0

De pro-Europese regering van Roemenië is gevallen na een succesvolle motie van wantrouwen in het parlement. Het waren vooral de indieners van de motie die voor een verrassing zorgden.

Is een kwart van de discriminatie antisemitisch, zoals wordt beweerd? Nee, dat is onjuist

Gaat een kwart van de discriminatiemeldingen uit 2025 over antisemitisme? Onderzoeker Ewoud Butter zocht het uit. Zijn conclusie: dat percentage berust op desinformatie.

‘Kwart discriminatie in Nederland is antisemitisch’, kopte De Telegraaf naar aanleiding van de publicatie van de discriminatiecijfers over 2025. Het programma Nieuws van de Dag herhaalde deze boodschap op X, net als Telegraaf-columnist Ronald Plasterk, de organisatie StandwithUs en De Dagelijkse Standaard. Mirjam Bikker (ChristenUnie) en Ulysse Ellian (VVD) schreven in een opiniestuk in De Telegraaf dat het ‘bij ruim 26 procent van de discriminatiemeldingen in Nederland om antisemitisme’ gaat. Bikker herhaalde het bij Sven op 1. Velen volgden en ook Google AI nam het als een vaststaand feit over. Het Nieuw Israëlitisch Weekblad kwam met een variant en beweerde dat 26 procent van alle door de politie geregistreerde discriminatiezaken tegen Joden is gericht. Alarmerende cijfers, maar kloppen ze ook? Het korte antwoord is: nee, deze cijfers zijn misleidend.

Antisemitisme in de discriminatiemeldingen

Ruim een kwart van de Nederlanders ervaart volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) discriminatie. Dat gebeurt op basis van één of meerdere persoonlijke kenmerken op grond waarvan iemand ongelijk wordt behandeld, achtergesteld of uitgesloten. Denk aan discriminatiegronden als herkomst, geloof, seksuele oriëntatie, beperking en opvatting. Slechts 3 procent van de mensen die discriminatie ervaren, doet hiervan melding bij een instantie die discriminatie registreert. Bij discriminatiemeldingen gaat het dus altijd om ‘het topje van de ijsberg’.

Jaarlijks worden in april de discriminatiecijfers van het voorbije jaar naar de Tweede Kamer gestuurd. Dat gebeurt in twee rapporten: een rapport met vooral de cijfers van antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) en de politie en een rapport met de cijfers van het Openbaar Ministerie. Omdat slechts weinig discriminatiegevallen worden gemeld, wordt jaarlijks opgemerkt dat de cijfers geen inzicht geven in de totale omvang van discriminatie, maar wel iets zeggen over de aard ervan in Nederland.

Een groot deel van de meldingen van discriminatie komt in Nederland binnen bij de antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s). In 2025 ontvingen deze bureaus in totaal 25.356 meldingen, waarvan 14.402 meldingen over één uiting van de PVV-leider op X waarin hij een AI-geproduceerde afbeelding publiceerde met een stigmatiserend beeld van moslims.

Buiten deze clustermelding ging het in 2025 om 10.954 reguliere meldingen. Dit laatste aantal is in de jaarlijkse rapportage gebruikt voor verdere berekeningen. De ADV’s ontvingen in 2025 271 meldingen van antisemitisme. Dat betekent dat het bij 1 op de 40 meldingen (2,5 procent) om antisemitisme ging. Dat was een hoger aandeel dan in de afgelopen jaren, maar, zoals ieder jaar, aanmerkelijk lager dan discriminatie op grond van herkomst (43,2 procent), discriminatie op grond van geslacht (15,4 procent), seksuele gerichtheid (12,3 procent), handicap (9,6 procent) of moslimdiscriminatie (6,7 procent).

Bij de ADV’s gaat het bij antisemitisme volgens de rapportages van de afgelopen jaren vooral om uitingen in de publieke sfeer: antisemitische berichten op sociale media, uitspraken van politici of opiniemakers en flyers of posters met haatdragende teksten over Joden of Israëliërs. In 2025 ging het om zeker 19 meldingen ‘die te maken hadden met uitspraken die in de context van discussies of protesten rond het Israël-Palestina-conflict zijn gedaan’. Daarnaast waren er minstens 10 meldingen over uitingen van het punkduo Bob Vylan op 13 september 2025 in Paradiso. Verder waren er veel meldingen van antisemitische stickers of graffiti in de openbare ruimte of op bezittingen van de melders.

Politie

De politie registreerde in 2025 in totaal 10.748 discriminatie-incidenten, een stijging van 12 procent ten opzichte van 2024. Het merendeel van de geregistreerde incidenten ging ook bij de politie om discriminatie op grond van herkomst (46 procent), gevolgd door discriminatie op grond van seksuele gerichtheid (29 procent).

Het aantal antisemitische incidenten daalde heel licht: van 880 naar 867 incidenten; dit was 8 procent van het totaal aantal incidenten dat jaar. Met deze 8 procent daalde het aandeel geregistreerde discriminatie-incidenten bij de politie weer licht en terug naar het niveau van 2022.

Van de 867 door de politie geregistreerde antisemitische incidenten waren er in 2025 ruim 400 direct gericht op (veronderstelde) Joodse personen en instellingen. Dat was 3,7 procent van het totaal aantal geregistreerde incidenten. Verder registreerde de politie 240 incidenten waarbij medewerkers met een publieke taak (meestal politie) worden uitgescholden voor (kanker)joden. Op dezelfde manier wordt (kanker)homo ook vaak als scheldwoord geregistreerd.

Het OM besloot in november 2025 de aangiften tegen Bob Vylan te seponeren

Er waren afgelopen jaar 157 scheldpartijen tussen burgers met het woord ‘Jood’, waarbij niet duidelijk is of het Joods-zijn een rol speelt, en 42 antisemitische uitingen in het kader van voetbal.

In 85 gevallen ging het om bekladdingen of vernielingen, vaker dan gemiddeld gericht tegen Joodse begraafplaatsen, synagogen, monumenten, culturele instellingen of eigendommen van Joodse bewoners. Ruim 70 incidenten hingen samen met uitspraken over Israël, Palestina of het zionisme. Het ging hierbij om leuzen op demonstraties, berichten op internet, flyers en spandoeken.

Het eerdergenoemde optreden van Bob Vylan leidde tot 30 aangiften bij de politie. Het OM besloot in november 2025 de aangiften tegen Bob Vylan te seponeren. Hoewel de uitingen als provocatief en grof kunnen worden ervaren, is er volgens het OM geen sprake van groepsbelediging, aanzetten tot haat of discriminatie of opruiing.

Waar komt het percentage van 26 procent dan vandaan?

Je kunt bij de politie melding maken van discriminatie, maar je kunt ook aangifte doen als je wilt dat de dader gestraft wordt. Een selectie van deze aangiftes, waarbij de officier van justitie een verdenking van een strafbaar feit aanwezig acht, wordt doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie. Dat gaat bijna ieder jaar om tussen de 140 en 160 discriminatiefeiten, een enkele uitschieter uitgezonderd.

In 2025 registreerde het OM 141 specifieke discriminatiefeiten. Eén feit kan meerdere discriminatiegronden omvatten. Bij de registratie van deze discriminatiegronden werd antisemitisme 46 keer geregistreerd, ofwel 26 procent van het totaal aantal geregistreerde gronden. Dat was de 26 procent waarover De Telegraaf en anderen schreven.

Meldingen van antisemitisme worden zeven keer vaker doorgestuurd naar het OM

In vergelijking met voorgaande jaren was dat overigens, zoals uit onderstaande grafiek blijkt, niet uitzonderlijk hoog. Sinds 2014 had gemiddeld 31 procent van de specifieke discriminatiefeiten betrekking op de discriminatiegrond antisemitisme. De piek in 2023, toen antisemitisme maar liefst 48 procent van alle geregistreerde discriminatiegronden uitmaakte, kwam vooral door incidenten rond voetbalwedstrijden.

Het overgrote deel van de antisemitische feiten bij het OM betreft groepsbelediging: openbare uitlatingen die Joden als groep beledigen. Het gaat dan bijvoorbeeld geregeld om antisemitische spreekkoren en leuzen bij voetbalwedstrijden, het verspreiden van discriminatoire teksten en afbeeldingen via sociale media en antisemitische projecties op gebouwen. Naast groepsbelediging worden ook feiten ten laste gelegd waarbij sprake is van aanzetten tot haat of geweld of verspreiding van haatdragend materiaal. Een kleinere categorie betreft geweld of bedreiging met een antisemitisch karakter: mishandeling waarbij ‘kankerjood’ wordt geroepen, of bedreigingen gericht tegen personen die als Joods worden herkend.

Hoe komt het dat zo’n groot deel van de discriminatiefeiten bij het OM antisemitisme als discriminatiegrond heeft?

Schrijver en onderzoeker Mounir Samuel analyseerde in 2024 met Control Alt Delete de politie- en OM-cijfers en constateerde dat meldingen van antisemitisme zeven keer vaker worden doorgestuurd naar het OM dan meldingen van discriminatie op grond van herkomst. Hoe dat verschil precies tot stand komt, blijft goeddeels ondoorzichtig en kon ook niet door de politie worden verklaard.

Een davidster en een Thora, symbolen van het Jodendom. Beeld: Pixabay

Een verklaring zou kunnen zijn dat antisemitische spreekkoren en uitingen rond voetbalwedstrijden vaak op camera zijn vastgelegd, met veel getuigen en gemakkelijker te bewijzen zijn. Elke supporter die iets roept kan bovendien afzonderlijk als verdachte worden geregistreerd.

Een andere verklaring kan het verschil in aangiftebereidheid zijn. Het OM komt alleen in actie als er een aangifte ligt. Maar niet iedereen doet aangifte. Uit onderzoek blijkt dat bijna een derde van burgers met een niet-westerse migratieachtergrond weinig vertrouwen heeft in de politie — bijna twee keer zoveel als het Nederlandse gemiddelde. Dat lagere vertrouwen vertaalt zich direct in een lagere bereidheid om aangifte te doen. Mensen met een migratieachtergrond hebben de indruk of de ervaring dat de politie zelf discrimineert, vrezen repercussies van een aangifte of hebben simpelweg de indruk dat er toch niets mee wordt gedaan.

Discriminatiecijfers lenen zich goed voor cherrypicking en framing

Waarschijnlijk speelt ook het verschil in organisatiegraad een rol. Voor het agenderen van antisemitisme en het begeleiden van slachtoffers is er bijvoorbeeld het CIDI. Voor andere groepen die met discriminatie te maken hebben, ontbreekt vergelijkbare infrastructurele ondersteuning grotendeels. Ook heeft Nederland een aparte Nationale Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB), terwijl alle andere discriminatievormen vallen onder één algemene coördinator: de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR).

Onjuiste claims

De claims dat ‘een kwart van de discriminatie in Nederland antisemitisch is’ of dat het bij 26 procent van de politieregistraties over antisemitisme gaat, zijn allebei volstrekt onjuist. Het is desinformatie. De uitspraken zijn gebaseerd op een reëel cijfer (26 procent van de OM-discriminatiefeiten in 2025 had betrekking op antisemitisme), maar ten onrechte veralgemeniseerd naar alle discriminatiemeldingen in Nederland of naar de registraties van de politie.

Discriminatiecijfers lenen zich goed voor cherrypicking en framing en dat is precies wat hier gebeurde. De claim dat het bij 1 op de 4 discriminatiefeiten bij het OM om de discriminatiegrond antisemitisme gaat, is even waar als bijvoorbeeld de bewering dat dit aandeel sinds 2020 niet zo laag is geweest en in twee jaar zelfs meer dan gehalveerd is: van 122 registraties van de grond antisemitisme (2023) naar 46 (2025). Wat ook waar is, is dat het bij 1 op de 40 discriminatiemeldingen bij ADV’s (2,6 procent) om antisemitisme gaat en dat het aandeel antisemitisme onder politieregistraties al jaren stabiel rond de 8 procent ligt en de afgelopen twee jaar, na een korte opleving, daalde van 10 procent naar 8 procent.

Antisemitisme is van oudsher in Nederland een serieus probleem dat nog steeds veel te veel Joodse Nederlanders treft en verdient een daadkrachtige aanpak. Wanneer dit probleem door journalisten of politici echter wordt weergegeven met onjuiste of selectief gekozen cijfers, dan is er sprake van framing en gaat er iets fundamenteel fout. Antisemitisme is te ernstig om er politiek mee te bedrijven.

Bezoekers Alternatieve Herdenking in Den Haag. ‘Ik sta hier met gemengde gevoelens’

Ook dit jaar vond er in Den Haag een alternatieve dodenherdenking plaats, met beduidend minder bezoekers dan vorig jaar en onder hoogspanning door de bekladding van het monument op de Dam. Bezoekers reflecteren op dat incident en op de vraag hoe het verder moet met de verdeelde herdenkingen.

‘In een tijd waarin oorlog terugkeert in Europa, de internationale rechtsorde onder druk staat en wereldwijd burgers slachtoffer worden van geweld, vinden wij het belangrijk om het jaarlijkse ritueel van herdenken te verbreden’, staat op de website van de organisatie 4 Mei Inclusief.

Die boodschap wordt daar verder toegelicht: ‘Herdenken betekent niet alleen terugkijken, maar ook verantwoordelijkheid nemen voor het heden. Op deze dag willen we expliciet ruimte maken voor empathie met álle slachtoffers van oorlog en geweld. Want de impact van oorlogsleed kent geen grenzen.’

Dit jaar is de herdenking verplaatst van het serene grasveld van de Koekamp naar het statige Lange Voorhout. Eveneens een prachtige plek, onder de grote, monumentale bomen, maar toch trekt deze herdenking slechts enkele honderden bezoekers, terwijl er vorig jaar duizenden mensen op de alternatieve herdenking afkwamen.

Gemengde gevoelens

Dat maakt het belang van deze herdenking voor de aanwezigen niet minder. Een van hen is de pro-Palestijnse activist José van Leeuwen, die aan het begin van het Lange Voorhout staat te wachten met haar fiets. Ze staat er met ‘gemengde gevoelens’, zegt ze.

Bezoeker José van Leeuwen. Beeld: Tayfun Balcik

‘Eigenlijk is 4 mei altijd zo’n zware deken, maar ik vind dat nu nog zwaarder dan anders. Omdat we niet leren. We hebben nooit geleerd van het verleden. Kijk naar Congo, naar Soedan, naar Palestina. En onze overheid doet eigenlijk niets tegen welk conflict of genocide dan ook. Toch doen ze vanavond weer alsof ze beschaafd zijn.’

Ze is nooit bij de herdenking op de Dam geweest en zou daar ook nooit willen zijn. ‘Als je niet openstaat voor andere conflicten en ander leed in de wereld, en zelfs aan sommige genocides deelneemt, dan moet je je afvragen of je daar wel op de juiste plek bent’, zegt ze.

‘Het standbeeld op de Dam is voor de doden van toen’

De gedachtengang van de pro-Palestijnse bekladders van het monument op de Dam verschilt wellicht niet zo veel van die van Van Leeuwen. Hoe werd zij vandaag wakker?

‘Ik vind die actie contraproductief. Die teksten en verf had je ook op de grond kunnen aanbrengen.’ Op de vraag of dat tot een andere reactie in de politiek had geleid, antwoordt Van Leeuwen met advies voor de activisten. ‘Het standbeeld op de Dam is voor de doden van toen, die kunnen er niets aan doen wat er nu gebeurt. Wij moeten leren van het verleden, dus je moet het standbeeld met rust laten. Doe het op de grond, precies daar waar iedereen staat’, herhaalt ze. ‘Nu gaat het de hele dag niet over de boodschap van de alternatieve herdenking, bijvoorbeeld over onze betrokkenheid bij de genocide in Palestina, of over Sudan en Congo, maar om een beetje verf. Dit hadden ze kunnen verwachten, en daarom vind ik het contraproductief.’

Ze gelooft er niet in dat het ooit nog goedkomt met het Comité 4 en 5 mei. ‘Ik zie het niet gebeuren dat mensen van die organisatie hier optreden of andersom. Ze hebben ook rapper Sef geweigerd vanwege zijn uitspraken over Palestina. Die herdenking op de Dam is besmet door het exclusieve karakter ervan. De pijn van de wereld is veel breder, toch?’

Edjo Frank vindt het belangrijk om in moeilijke situaties niet je menselijkheid te verliezen. Beeld: Tayfun Balcik

Verderop loopt een oudere man, Edjo Frank, met een vriend naar het podium. Hij zet nog net zijn keppeltje op voordat hij even stopt voor een paar vragen van de Kanttekening. Ook hij meldt dat hij hier staat met gemengde gevoelens.

‘Aan de ene kant is dit een dag waarop ik heel speciaal denk aan een paar honderd familieleden die vermoord zijn in Auschwitz en Sobibor, het grootste deel van mijn familie. En tegelijkertijd moet ik denken aan wat er nu in de wereld gebeurt, specifiek aan Israël-Palestina. Het is heel dubbel wat ik voel.’

Toch heeft hij ervoor gekozen om hier te zijn. ‘Ja, juist vanwege die gemengde gevoelens’, zegt hij. De bekladding op de Dam vindt hij ‘verschrikkelijk’.

‘Ik kan me voorstellen wat de beweegredenen zijn, maar ik vind de daad verkeerd. Zelfs in de moeilijkste situaties is het heel belangrijk om je menselijkheid niet te verliezen. Als je alleen je emotie de vrije loop laat, kan dat omslaan in het tegendeel. Dat zie je nu bij een deel van de Israëlische bevolking dat is doorgeslagen en misdaden begaat. Ze maken het erger.’

Is het niet tijd voor een goed gesprek tussen de organisatoren van 4 Mei Inclusief en het Comité 4 en 5 mei?

‘Ik heb begrepen dat dat gesprek wel plaatsvindt, maar dat het comité, dat ik ook ken vanuit mijn activiteiten rondom antisemitisme en racisme, niet te bewegen is. Ze hebben andere belangen en zijn heel stroef. Hoe harteloos kun je zijn als je enerzijds begaan bent met wat er in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd en anderzijds onze koning zonder duidelijke instructies naar het Witte Huis stuurt, vanwaar de meest verschrikkelijke dingen over de wereld worden verspreid?’

Ingewikkeld

Het programma is al begonnen wanneer de Haagse Fatos met haar man arriveert. Die laatste maakt zich snel uit de voeten.

‘Natuurlijk wil ik wel praten, maar ik sta hier echt met veel verdriet’, zegt Fatos. ‘Ik ontwijk zulke gelegenheden normaal gesproken, want ik word altijd een beetje ziek van. Het is allemaal heel ingewikkeld’, vervolgt ze met een bedrukt gezicht.

Het incident op de Dam snapt ze wel. ‘Ik denk ook: doe nou niet zo aso. Het is niet mijn manier, maar ik snap het wel. Mensen zijn radeloos door de willekeur. Dat is wat er aan de hand is. Ook dat sommige buitenlandse conflicten, zoals Oekraïne, wel aandacht krijgen en andere niet. Ik ben hier voor alle oorlogsslachtoffers en ben tegen alle oorlogen.’

‘Mensen zijn radeloos’

Ze denkt niet dat 4 Mei Inclusief en het Comité 4 en 5 mei ooit tot verzoening zullen komen. ‘Het is net als dat gesprek destijds tussen Hedy d’Ancona en Frits Barend. De één staat open voor verandering, de ander luistert gewoon niet. Dit is zijn herdenking en daar moeten anderen vanaf blijven. Er moet nog veel gebeuren voordat dat goedkomt. Misschien maken onze kinderen en kleinkinderen het nog mee.’

Beeld: Tayfun Balcik

Ze oogt aangeslagen. ‘Ik was vroeger gek op Anne Frank. Ik heb haar dagboek zo vaak gelezen op de middelbare school. Maar mijn naïviteit is verdwenen. “Dit nooit meer” heeft voor mij geen betekenis meer. Het zijn holle woorden geworden. Ik heb soms bijna spijt dat ik kinderen heb gekregen’, zegt ze bedroefd.

Taboe op verzetsrol van de CPN

Op het podium spreekt onder anderen Jaap Hamburger van Een Ander Joods Geluid. ‘Ik bepleit niet alleen omzien, maar vooral om ons heen zien. De internationalisering en actualisering van de Dodenherdenking maken deze herdenking tot een dynamisch en levend antwoord op verleden en heden, en dat is een rijkdom’, zegt hij.

‘De Tweede Wereldoorlog, de brute dictatuur van de naziterreur, moet ons morele vertrekpunt zijn en blijven, maar mag niet ons eindpunt zijn.’

Hij pleit eveneens voor inclusiviteit, maar stelt ook kritische vragen over de herdenking op de Dam. ‘Waarom is het koningshuis zo prominent aanwezig? Weerspiegelt die rol tijdens de jaarlijkse herdenking wel correct de rol die het huis speelde tijdens de vijf jaren van naziterreur? Waarom zijn uniformdragers elk jaar zo dominant op de Dam en als eerste aan de beurt bij het leggen van hun erekransen? Dit vergeleken met het eerbetoon van en aan gewone burgers, waaraan mijn ouders en vele anderen hun leven in die vijf barre jaren mede te danken hebben gehad. Waarom is het nog steeds bijna taboe om de verzetsrol van de Communistische Partij Nederland, de CPN, te eren?’

Prikkelende vragen waar het Comité 4 en 5 mei een jaar lang op kan reflecteren.

Gevlucht uit Gaza

Na Hamburger komt de Palestijnse overlevende Ahmed Abu Artema aan het woord. Hij is schrijver en activist, geboren en getogen in Gaza, en was acht maanden getuige van de verschrikkingen daar. Hij wist uiteindelijk te vluchten en vertelt onder meer over zijn zoon Abdullah, die, zoals zoveel Palestijnen, is vermoord door het Israëlische regime.

‘De pijnlijke ironie is dat de dader een koloniaal regime is dat zijn narratief heeft opgebouwd op slachtofferschap. Vanaf het allereerste begin was het duidelijk dat het noodzakelijk was om een thuisland voor Joden te vestigen in ons land, Palestina, om te voorkomen dat zulke misdaden tegen Joden ooit nog zouden gebeuren’, zegt hij, en later: ‘Al bijna acht decennia lang zijn bloedbaden, gedwongen verdrijving, landonteigening, bezetting, het bouwen van muren en hekken, raciale discriminatie, detentie en dagelijkse vernedering de constante strategie geweest om Israëls bestaan en dominantie te behouden. De slachtoffers hiervan zijn het gehele Palestijnse volk.’

‘Jongeren kijken er natuurlijk anders tegenaan’

Jannie en Marion luisteren aandachtig. ‘Ik vind het wel goed om alles erbij te betrekken en om het breder te doen, mits dat zonder dwang gebeurt. Het moet geleidelijk groeien’, zegt Marion. ‘De jongeren kijken er natuurlijk anders tegenaan’, vult Jannie aan. ‘Maar wij zijn nog echt opgegroeid met de verhalen van onze ouders, onze oma en opa over de oorlog. En ik denk dat die generaties daarna, die weten ervan, maar het is toch een ander gevoel dan wij, die de verhalen uit de eerste hand hebben gehoord. Mijn vader is 89, die vertelt heel vaak over wat wij hebben meegemaakt. Dus dat moet ook een plek blijven houden.’

Maar ze zijn toch hier, bij de alternatieve herdenking. Zichtbaar in twijfel kan Marion even niet de woorden vinden. Jannie merkt dan op dat ze hier zijn om ‘de warmte van deze herdenking’ op te zoeken. ‘En dat voelt mooi en goed’, zegt Jannie. Marion knikt, nog met twijfel in haar ogen.

5 mei – ‘Vrij van misbruikte vrijheid’

0

Vrijheid bestaat alleen zolang we haar blijven bevragen, bekritiseren en ertegen in verzet kunnen komen, stelt Yarin Eski in een essay ter gelegenheid van Bevrijdingsdag.

Vrijheid wordt zelden afgeschaft voordat het verdwijnt. Sterker nog, zodra de belofte van meer vrijheid wordt gedaan en gepresenteerd als iets dat af is, is dat precies het moment dat zij uitgehold kan worden, totdat onvrijheid overblijft.

Dit gebeurt wanneer Donald Trump spreekt over ‘Operation Freedom’ en militaire of (geo)politieke operaties, die vrijheid zouden brengen voor de maritieme scheepvaart en wereldhandel. In de praktijk gaan die gepaard met allesverwoestende bombardementen in Iran (of denk aan deportatiepolitiek en het ongelijk verdelen van rechten in de Verenigde Staten zelf). Het woord ‘vrijheid’ functioneert dan als een moreel schild voor Trumps misdaden tegen de menselijkheid.

Dit gebeurt wanneer Vladimir Poetin de invasie van Oekraïne presenteert als ‘denazificatie‘, als een bevrijding van een zogenaamd bedreigend regime, terwijl diezelfde handeling inmiddels al vier jaar lang steden vernietigt en een soeverein land onderwerpt. Dan wordt vrijheid niet ontkend, maar omgedraaid tot haar tegendeel.

Dit gebeurt wanneer Benjamin Netanyahu zegt de vrijheid, veiligheid en zelfverdediging van Israël te willen waarborgen en daarvoor de Palestijnse bevolking uitmoordt. Dan wordt vrijheid een retorisch decor voor de genocide die er momenteel plaatsvindt.

Dit gebeurt wanneer Viktor Orbán beweert democratie te verdedigen, ook na zijn verlies, en daarbij de persvrijheid blijft onderdrukken. Dan wordt vrijheid censuur.

Dit gebeurt wanneer Marine Le Pen de rechtsstaat gebruikt als retoriek om te beweren dat ze politiek vervolgd wordt, terwijl ze simpelweg strafrechtelijk wordt vervolgd voor corruptie. Dan wordt vrijheid een uitholling van die rechtsstaat.

Het woord ‘vrijheid’ functioneert dan als een moreel schild

Dit gebeurt wanneer Giorgia Meloni hervormingen van de rechterlijke macht nastreeft die de onafhankelijkheid kunnen verzwakken. Dan wordt vrijheid niet langer een grens aan macht, maar een manier om tegenmacht te verzwakken.

Dit gebeurt wanneer Lidewij de Vos het demonstratierecht gebruikt tijdens protesten tegen tijdelijke noodasielopvang in Loosdrecht. Dan wordt zichtbaar hoe een universeel recht op demonstreren kan verschuiven naar een recht dat discrimineert, waarin vrijheid niet langer neutraal is maar selectief, en hoe snel vrijheid een racistisch instrument wordt dat de onvrijheid van anderen bewerkstelligt.

En dit gebeurt in nog veel meer gevallen vandaag de dag.

Maar in al deze gevallen blijft het woord ‘vrijheid’ intact. En dat is precies mijn zorg. Terwijl het als belofte wordt gedaan, verdwijnt vrijheid niet, maar verschuift zij van richting. Zij is niet langer een grens aan macht, maar wordt giftige retoriek waarmee machthebbers zichzelf vergoelijken en zelfs ophemelen. Wat ooit bedoeld was als bescherming tegen dwang, wordt zo gebruikt om dwang te rechtvaardigen.

No Kings-protesten

Wat echter minstens zo belangrijk is, is dat er telkens een tegenbeweging ontstaat tegen dit misbruik van vrijheid.

Tegenover Trumps militaire ‘bevrijdingsretoriek’ en ICE-razzia’s staan No Kings-protesten tegen zijn bewind.

Tegenover Poetins herdefinitie van ‘bevrijding’ staat het onvermoeibare Oekraïense verzet

Tegenover Netanyahu’s genocidale politiek staan wereldwijd pro-Palestijnse bewegingen die vrijheid weer inclusiever maken en opkomen voor het bestaansrecht van de Palestijnse bevolking.

Tegenover Poetins herdefinitie van ‘bevrijding’ staat het onvermoeibare Oekraïense verzet, dat ook de vrijheid en democratie aan de Europese grenzen verdedigt, iets wat Europese landen steeds meer beginnen te beseffen.

En binnen Europa worden illiberale en fascistische tendensen nog steeds begrensd door instituties, verkiezingen, media en rechtsprocedures die, hoe fragiel ook, vrijheid blijven terugbrengen richting de rechtsstaat en publieke controle. Zo gaat Meloni’s wetsvoorstel niet door, is Orbán niet herkozen, en wordt tegen Le Pen in hoger beroep alsnog vier jaar cel geëist en zwicht het OM dus niet voor haar ondermijnende populisme.

Die tegenbeweging is dus geen uitzondering op het patroon, maar juist onderdeel ervan.

Intocht van de Canadezen op de Dam in Amsterdam op 8 mei 1945. Beeld: Stadsarchief Amsterdam

Vrijheid is dus niet alleen een retorisch instrument van machthebbers, maar ook van degenen die zich tegen hen verzetten. Vrijheid wordt voortdurend opgeëist door beide kanten van hetzelfde conflict over haar betekenis. Kortom, vrijheid is spanning.

Spanning die in het begrip zelf zit en waardoor vrijheid twee dingen tegelijk kan betekenen: zowel de afwezigheid van inmenging als de mogelijkheid om een ‘hoger’ of ‘waar’ leven te realiseren. Zodra die tweede betekenis dominant wordt, ontstaat er ruimte voor een gevaarlijke sprong. Wie bepaalt wat dat ware leven is, kan ingrijpen in naam van vrijheid en zo onvrijheid creëren.

Azc-protesten

Isaiah Berlin heeft het in Two Concepts of Liberty over het onderscheid tussen negatieve vrijheid, waarbij je gevrijwaard blijft van inmenging, en positieve vrijheid, die kan worden opgevat als zelfbeschikking of zelfverwezenlijking. Met daarbij het voortdurende risico dat anderen gaan bepalen wat dat ‘zelf’ en die verwezenlijking zouden moeten zijn. In dat geval kan dwang als bevrijding worden gerechtvaardigd.

Oftewel: zodra positieve vrijheid wordt ingevuld door een politieke of morele autoriteit, kan ‘bevrijding’ omslaan in dwang die zichzelf als emancipatie ziet. In het voorbeeld van azc-protesten gaat het dan om omwonenden die zich beroepen op hun vrijheid om hun leefomgeving en identiteit te beschermen. Die claim op zelfbeschikking verschuift naar het uitsluiten van asielzoekers, die vervolgens in hun vrijheid worden beperkt.

Niet de eerste

Amsterdam verbiedt openbare reclame voor vlees en fossiele brandstoffen

0

Amsterdam heeft, als eerste stad ter wereld, per 1 mei reclame voor vleesproducten, reizen met hoge uitstoot en auto’s met een fossiele brandstofmotor verboden in de publieke ruimte, melden verschillende media.

Het verbod geldt voor reclame-uitingen op plaatsen die stadsbezit zijn, zoals bushokjes, trams, bussen en metrostations.

Met het verbod wil de gemeenteraad het beeld op straat gelijktrekken met haar beleid om in 2050 CO2-neutraal te worden, fossiele brandstoffen niet meer te promoten en mensen minder vlees te laten eten. Raadsleden van PRO (GroenLinks en PvdA) die al sinds 2020 aan het voorstel werkten, zeggen dat het tegenstrijdig is om klimaatbeleid te voeren en tegelijkertijd reclame voor zaken als vlees en reizen toe te laten. Volgen hen is er in de stad geen plek meer voor reclame van bedrijven die ‘de klimaatcrisis aanjagen’.

Ook wil Amsterdam dat mensen minder vlees gaan eten. De stad heeft als doel dat het aandeel plantaardige eiwitten in het dieet van inwoners stijgt van 40 naar 60 procent in 2030

Het voorstel werd afgelopen januari aangenomen in de Amsterdamse gemeenteraad, met een meerderheid van 27 (uit 45) zetels.

De maatregel volgt op het verbod op reclame voor fossiele brandstoffen dat werd ingevoerd in 2020, waarmee Amsterdam ook al de primeur had. Den Haag, Utrecht, Nijmegen en Delft volgden later het voorbeeld van de hoofdstad.

Reclame voor dit soort producten is nog wel toegestaan in winkels en media.

Israël wil dat ook Libanezen ten noorden van ‘gele lijn’ vertrekken

0

Het Israëlische leger heeft zondag opnieuw evacuatiebevelen uitgevaardigd voor Libanese dorpen ten noorden van het Libanese grondgebied dat Israël sinds half april bezet houdt, schrijft NRC.

Legerwoordvoerder Avichai Adraee gebood op X inwoners van elf Libanese dorpen om hun dorpen te verlaten.

De dorpen in het district van Nabatiyeh liggen ten noorden van de ‘gele lijn’, een met betonblokken gemarkeerde ‘grens’ van een gebied dat Israël al eerder bezette onder het mom van een bufferzone tegen Hezbollah. Van daaruit eigent Israël zich het recht toe om zonder waarschuwing aanvallen uit te voeren op vermeende doelen van Hezbollah en daarbij ook civiele infrastructuur te vernietigen. Dit ondanks de wapenstilstand die half april tussen Israël en Hezbollah werd gesloten.

De nieuwe evacuatiebevelen, die steeds verder naar het noorden schuiven en een steeds groter Libanees grondgebied treffen, vormen een escalatie in de Israëlische oorlogsstrategie. Deze doet denken aan de Gele Lijn die Israël eerder oplegde in de Gazastrook. Het bezet ongeveer de helft van Gaza, een gebied dat werd ontvolkt en vernietigd tijdens de genocidale aanvallen op de Gazastrook.

Israël ging ondanks de wapenstilstand door met luchtaanvallen op vermeende doelen van Hezbollah en maakte hele dorpen met de grond gelijk. Volgens het Libanese National Council for Scientific Research zijn in 35 dagen tenminste 40.000 huizen vernietigd. Scholen en ziekenhuizen zijn daarbij niet gespaard. Beelden van de verwoestingen deelt Israël vaak via sociale media.

Het Israëlische leger bezet op dit moment het gehele grensgebied in het zuiden van Libanon, een gebied van meer dan vijfhonderd vierkante kilometer groot. De meeste inwoners van het gebied zijn inmiddels gevlucht.

Al Jazeera meldde op basis van cijfers van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) dat meer dan één miljoen Libanezen ontheemd raakten in een periode van twee weken.

Middle East Eye schreef vorige week op basis van verslaggeving door de Israëlische krant Haaretz dat de missie van het Israëlische leger niet langer op gevechtsoperaties zou zijn gericht, maar op de systematische vernietiging van gebouwen. Officieren hadden de krant verteld dat troepen zones kregen toegewezen om te vernietigen en dat commandanten bij moesten houden hoeveel gebouwen ze hadden verwoest.

Mijn ergernissen in de strijd tegen islamofobie

0

In de bestrijding van moslimhaat, islamofobie, anti-moslimracisme en moslimdiscriminatie zijn er al lange tijd terugkerende patronen waar we als Nederlandse moslims beter mee kunnen stoppen.

En hoewel schrijven over mijn ergernissen in de bestrijding van islamofobie een fundamenteel paradoxale bezigheid is (omdat het dan juist meer over die ergernissen gaat, in plaats van over de nationale aanpak tegen islamofobie, die – ook nadat in 2023 1 op de 4 Nederlanders op de PVV heeft gestemd – nog steeds van de grond moet komen), moet het er toch uit.

Niet meteen boos worden, medemoslims. Zoals het Turkse gezegde luidt: een goede vriend spreekt de pijnlijke waarheid (dost acı söyler).

Ik zat met die frustraties in mijn maag tijdens de bijzondere bijeenkomst Hoe kunnen we de stilte verbreken?, georganiseerd door het Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie. Als moderator, die die rol zo objectief mogelijk vervulde (bijvoorbeeld door te beginnen met een minuut stilte voor alle slachtoffers van islamofobie), moest ik ter plekke functioneel een aantal gedachten wegdrukken. In mijn rol als columnist, die ‘de boel zou moeten opschudden’, kan ik die inhibities nu echter laten varen.

Ten eerste is er de immer aanwezige discussie over de term islamofobie. Elke keer wanneer deze term opduikt, is er wel iemand in de zaal of online (maar ook in het mainstreamdebat) die hier met goede of kwade bedoelingen een punt van maakt, op een manier die bij de bestrijding van antisemitisme of homofobie maar zelden voorkomt. Dit terwijl we, puur technisch gezien, bij die laatste twee termen ook heel wat bedenkingen kunnen hebben, bijvoorbeeld dat Arabische moslims ook tot de Semitische bevolkingsgroepen behoren, of dat mensen ‘angsten’ kunnen hebben voor homonationalisme en ‘regenboogdwang’ in Nederland.

Ten eerste is er de immer aanwezige discussie over de term islamofobie

Niemand in Nederland (even los van de constante neiging van pro-Israëlische lobbygroepen, die in elke vorm van Israëlkritiek ‘antisemitisme’ zien) haalt het in zijn hoofd om bij een bijeenkomst tegen antisemitisme te brabbelen over kritiek op het exclusieve karakter van het jodendom, of om bij de aanpak van homofobie te beginnen over de zogenoemde ‘kwaadaardige geaardheid’ van de lhbtiq+-gemeenschap. Dat zijn slechts enkele voorbeelden van wat moslims systemisch over zich heen krijgen wanneer zij moslimdiscriminatie agenderen.

Het is een bijna godwinachtige wetmatigheid in het Westen dat moslims met dit soort afleidingsmanoeuvres worden geconfronteerd. Is het dus niet tijd om een strategie te ontwikkelen om hiermee om te gaan? Hieronder een suggestie die je kunt inzetten wanneer je weer eens te horen krijgt dat ‘je kritiek op een religie moet kunnen hebben’, ‘islam geen ras is, dus racisme niet kan’ of dat ‘moslims zich niet aanpassen’.

Bij moslimhaat, islamofobie, anti-moslimracisme en moslimdiscriminatie draait het in wezen om de ongelijke behandeling, marginalisering en minachting van Nederlandse moslims, omdat wij al eeuwenlang (’liever Turks dan Paaps’ is geen compliment voor Turken of moslims) institutioneel worden gewantrouwd en sinds Fortuyn ook publiekelijk worden uitgekotst. Dus wanneer we het over islamofobie hebben in Nederland, gaat het om slachtofferschap van moslims omdat ze moslims zijn. Niet om islamistische superioriteitsgevoelens, de ongelijke behandeling van vrouwen of homo’s, of het feit dat niet-moslims Mekka niet mogen betreden. Daar is al genoeg – en vaak terechte – aandacht voor in talloze andere zalen in Nederland.

Zo, dat is eruit. Dan de volgende ergernis. Die heeft te maken met de toevoeging ‘terecht’ in de vorige alinea, die moslims haast verplicht moeten gebruiken bij het bespreken van moslimhaat. Met andere woorden: in het oog van het publiek duidelijk maken dat je geen terrorist bent, door afstand te nemen van gewelddadige praktijken van andere moslims. Hoe vaak zie je witte mensen en/of Joodse Nederlanders afstand nemen van het Trump-regime of van het Israëlische apartheidsregime, om vervolgens vrijuit te kunnen spreken?

Wij als Nederlandse moslims zouden daar ook mee moeten stoppen. Ik ben overigens niet klaar met ellenlange filosofische discussies over kritiek op de islam, islamistische superioriteitsgevoelens en de ongelijke behandeling van vrouwen binnen de islam, maar die discussies kan ik wel even pauzeren wanneer witte politieagenten, supremacistische politici of overcompenserende allochtone agenten en politici ons in de nek hijgen met hun islamofobie.

Er moet dus eerst afstand worden genomen voordat je je eigen slachtofferschap kunt bespreken. Dat dit ook gebeurt in een internationale context waarin sprake is van genocidaal geweld tegen Palestijnen en Libanezen door Israël (gesteund door het Westen), en waarin elk pro-Palestijns verzet wordt weggezet als islamistische terreur en als bedreiging voor het ‘bestaansrecht’ van Israël, illustreert de alledaagsheid van islamofobie waar Nederlandse moslims mee te maken hebben.

Het is een strategie om ons koest te houden

Tot slot lees ik bij het afronden van deze column dat de Zweedse regering wil stoppen met de term islamofobie, omdat, je voelt hem al aankomen, ‘kritiek op de islam mogelijk moet blijven’.

De ontkenning van moslimhaat begint bij de ontkenning van deze term als fundamentele beschrijving van onze alledaagse realiteit. Het is een strategie om ons koest te houden, ons te dwingen te verdwalen in nietszeggende mantra’s over neutraliteit, objectiviteit en vrijheid, terwijl islamofobie zich juist uit in concrete achterstelling: geen baan krijgen, opgroeien in achtergestelde getto’s, lagere schooladviezen en terechtkomen op zogenoemde ‘zwarte scholen’, omdat je niet binnen het plaatje van ‘Henk en Ingrid’ past.

Islamofobie betekent dat je als moslim klein wordt gehouden omdat je Ahmed of Fatma heet, misschien een hoofddoek draagt en bidt. Zo simpel en zo racistisch is het. En, beste mensen, racisme heeft niets met religiekritiek te maken, dus laten we niet verzanden in semantiek.

Onderzoeker Jelle Postma waarschuwt in Buitenhof voor groeiend extreemrechts

0

Oud-AIVD’er Jelle Postma, directeur van onderzoeksbureau Justice for Prosperity, waarschuwt dat extreemrechts steeds internationaler wordt en ook in Nederland meer invloed krijgt. Deze groepen wakkeren ook de protestacties tegen de komst van azc’s aan, zei hij zondag bij Buitenhof.

Hij wees daarbij onder meer op de recente ontmoeting in Parijs tussen Forum-politicus Thierry Baudet en de extreemrechtse activist Tommy Robinson uit Engeland.

De protesten in Loosdrecht, Engelen, IJsselstein en Tilburg zijn volgens Postma geen toeval. ‘Het is een bevestiging van wat we al zagen aankomen’, staat in het rapport dat vandaag naar buiten is gekomen. Daarin staat dat extreemrechtse cellen van Identitair Verzet betrokken zijn bij lokale intimidatieacties tegen azc’s. Daarbij wordt geweld niet geschuwd: de politie is meerdere keren met vuurwerk bekogeld en er zijn veel ruiten gesneuveld.

Postma erkende bij Buitenhof dat er onder de demonstranten ook ‘bezorgde burgers’ zijn. Tegelijk waarschuwde hij dat hun onvrede wordt uitgebuit door georganiseerde extreemrechtse groeperingen en politici, zoals Forum-voorvrouw Lidewij de Vos, die aanwezig was bij het gewelddadige protest in Loosdrecht en dat ‘vreedzaam’ noemde. Volgens Postma is bovendien een volgende fase ingegaan: de internationalisering van extreemrechtse opruiing tegen migranten en vluchtelingen.

Enkele passages uit het rapport:

‘Onder de demonstranten verscheen een spandoek met een gele lambda op een zwarte achtergrond. Datzelfde symbool dook enkele dagen later op in Engelen, vervolgens in IJsselstein en daarna in Tilburg. Elke keer was het afkomstig van één organisatie: Identitair Verzet, of IDV. De Nederlandse tak van een pan-Europees extreemrechts netwerk, waarvan de Franse moederorganisatie door de Franse overheid is verboden als privémilitie, waarvan de Oostenrijkse leider Martin Sellner geld ontving van Brenton Tarrant, de man die 51 mensen (moslims, red.) vermoordde bij de aanslagen in Christchurch, en waarvan de Nederlandse oprichter is veroordeeld voor het bekladden van een Joodse begraafplaats met swastika’s en de leus “Juden raus.”’

‘De ideologische basis (van IDV) bestaat uit twee pijlers. De eerste is de omvolkingstheorie, de complottheorie dat een schimmige elite doelbewust Europese bevolkingen vervangt via massale immigratie. De tweede is “remigratie”, een eufemistische term voor de gedwongen deportatie van mensen op basis van etniciteit, religie of huidskleur. Ondanks pogingen om het woord te normaliseren in het publieke debat, moet hier een duidelijke grens worden getrokken. Ook de NCTV is daar helder over: in de taal van extreemrechts betekent remigratie het deporteren van miljoenen mensen op basis van ‘ras, religie, seksuele geaardheid of ongewenste opvattingen’.’

Monument op de Dam beklad met rode verf

0

Het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam is vannacht beklad met de tekst ‘genocide’. Vermoedelijk wordt daarmee de genocide in Gaza bedoeld, waarvan pro-Palestijnse critici vinden dat de Nederlandse staat daaraan medeplichtig is. De burgemeester spreekt van een ‘ongelooflijk laffe daad’, meldt NU.nl.

Ook premier Rob Jetten heeft gereageerd. ‘Het bekladden van het Nationaal Monument op de Dam is een idiote en volstrekt onacceptabele actie. Al helemaal vandaag, op 4 mei’, schrijft hij op X. ‘Laten we vandaag eensgezind zijn en samen met respect stilstaan.’

Het is niet de eerste keer dat het Nationaal Monument op de Dam doelwit is van bekladding. Vorig jaar in augustus gebeurde het weer tijdens een pro-Palestijnse demonstratie. En zo’n twee maanden daarna werd ook het Paleis op de Dam besmeurd met rode verf. Daarbij stond de tekst ‘fuck Israël’. Actiegroep Palestine Action NL eiste de actie toen op. De rode verf zou ‘het bloed’ moeten illustreren dat aan de handen van de Nederlandse staat kleeft.

Talkshows hebben extreemrechts genormaliseerd

De publieke omroep is geworden tot de spreekbuis van haat. Haat scoort. Extreemrechts wil altijd wel naar de talkshows om de boel in de fik te zetten. En de talkshows blijven ze uitnodigen.

De publieke omroep is medeplichtig aan het geweld waaraan mensen in dit land bloot staan. Haat tegenover migranten wordt er goedgepraat. Een burgemeester van een gemeente waar wordt geprotesteerd tegen een azc zei dat we in een situatie terecht zijn gekomen waarin asielzoekers beschermd moeten worden tegen Nederlanders. De publieke omroep zendt programma’s uit waarin het geweld tegen vreemdelingen worden aangemoedigd. Het kan allemaal.

Het is niet sporadisch. Het gebeurt de hele dag, elke week, elke maand. Die gesprekken worden dan weer gedeeld op de socials, komen in mijn tijdlijn; in die zin mis ik niets. Voeg daarbij het fenomeen van de influencers die met de camera door de multiculturele wijken lopen en spreken over chaos, ellende en barbaren. ‘Europa is Europa niet meer’, zeggen ze.

Marktbezoekers, mannen in lange jurken op weg naar de moskee, een Senegalees die op straat T-shirts verkoopt: dit is de tsunami van barbaren die Europa aan het opvreten zijn. De influencers krijgen er geen genoeg van. Net als de extreemrechtse leiders die de stoelen van de talkshows warm houden weten ze dat haat en angst verkoopt.

‘Geert, je moet wat vaker naar de markt’

Meta, Musk, de publieke omroep: ze faciliteren de ontmenselijking. Geert Wilders ging naar de markt op Rotterdam-Zuid; leuke markt, gezellige markt waar veel mensen hun boodschappen doen. Gewoon een markt. Wilders wringt zich door de menigte, omringd door gemaskerde agenten; de burgeroorlog loopt door de straten. Goedwillende Rotterdammers willen met hem op de foto, een zwarte man geeft hem een hand. Gewoon een dag op de markt. Wilders maakt er een filmpje van waarin hij spreekt van Nederland dat Nederland niet meer is. Geert, je moet wat vaker naar de markt.

Ik was in Zuidoost (Amsterdam, red.) met mijn kinderen, onder de metrobaan was een kermis; mensen van alle culturen liepen door elkaar; gezellig. Maar voor de roeptoeters die plaatsnemen aan de talkshowtafels is dit een ongewenste wereld. Deze gezelligheid is een bedreiging voor het vrije Westen. Ze draaien alles om en de publieke omroep helpt ze een handje. Elke dag opnieuw.

Ik kijk niet meer naar de talkshows, de talkshow komt mijn kant op. Via de socials wordt mij verteld dat die vreedzame, goede en positieve wereld die ik bewoon een ongewenst fenomeen is. Een vergissing.

Vrienden zeggen tegen me: waarom ben je zo uitgesproken geworden? Dat heeft een reden. Dat is omdat de publieke omroep steeds meer ruimte laat aan stemmen die de vrije nieuwsgaring misbruiken voor propagandadoeleinden, ik hoor ze dingen beweren over de wereld waarin ik woon die niet overeenkomt met zoals ik ‘m beleef.

Het verschil tussen die mensen en ik is dat ik deze wereld wel bewoon. Zij rijden er langs. Als ze er komen dan komen ze met gemaskerde agenten om er rotzooi te trappen. En ’s avonds mogen ze leeglopen bij de publieke omroep, beweringen doen over een wereld die ze niet kennen. Ik kan alles wat deze mensen beweren aan leugens en verdraaiingen weerleggen maar de publieke omroep nodigt me niet uit aan tafel. Eerst moet de haat zijn zegje doen.