21.2 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 2

Trump wil Afghaanse vluchtelingen naar Congo sturen

0

Afghaanse vluchtelingen die westerse troepen bijstonden in de oorlog tegen de Taliban worden niet alleen door Nederland teruggestuurd. Ook de VS willen ze geen veilig onderkomen bieden. De regering Trump kijkt naar de Democratische Republiek Congo als alternatieve bestemming.

Dit meldt Volkskrant. Het gaat om 11.00 Afghaanse vluchtelingen, waaronder 700 vrouwen en kinderen die momenteel vastzitten op een Amerikaanse basis in Qatar. Hier werden ze naartoe gebracht toen de Amerikanen zich in 2021 terugtrokken uit Afghanistan. De bedoeling was dat ze na 21 dagen verder konden reizen naar de VS, maar dit is tot op heden niet gebeurd.

De huidige Amerikaanse regering ziet het namelijk niet zitten om de Afghanen, waarvan veel samen hebben gewerkt met Amerikaanse strijdkrachten, naar de VS te halen. In plaats daarvan willen de VS ze óf terugsturen naar Afghanistan, óf hervestigen in de Democratische Republiek Congo, zo blijkt uit berichtgeving van Reuters.

De VS stuurden al eerder deze maand vijftien Zuid-Amerikanen naar de Democratische Republiek Congo, waarmee het blijkbaar een overeenkomst heeft. Hervestiging in een derde land wordt door steeds meer staten beschouwd als een optie om migratie te beteugelen. In ruil voor financiële middelen vangt dit land een afspraken aantal vluchtelingen op. Ook Nederland heeft eerder gekeken naar mogelijke hervestiging in Uganda.

Een punt van kritiek is dat de omstandigheden in veel van deze derde landen verre van ideaal zijn. Nederland zette het Uganda-plan daarom in de ijskast. De regering Trump lijkt zich hier geen zorgen over te maken. Hoewel de Democratische Republiek Congo verwikkeld is in een gewapende strijd en een eigen vluchtelingencrisis op gang heeft gebracht, vinden de VS het een prima bestemming voor de Afghaanse vluchtelingen.

Brief van een Libanees aan zijn Duitse vriend: ‘Wij zien het anders’

0

De Libanese architect en bareigenaar Rani al Rajji schreef onlangs een dringende oproep aan de wereld om niet langer zwijgend toe te kijken hoe Libanon bloedt. Dit keer richt hij zich tot een goede vriend in Duitsland, omdat juist daar het standpunt over Israël onder druk staat. ‘Macht moet worden bevraagd’, wil hij hem doen herinneren.

Ik had het gevoel dat ons gesprek gisteren abrupt werd onderbroken en heb er veel over nagedacht. Je had het over een gebrek aan zelfkritiek in mijn recente artikel op De Kanttekening.

Terecht. Maar dat stuk schreef ik op 8 april, enkele uren nadat Israëlische troepen in tien minuten tijd meer dan 150 locaties in Libanon hadden gebombardeerd. Ik schreef niet vanuit een collegezaal, maar vanuit een oorlogsgebied.

In dit stuk vroeg ik me af hoe het Westen toe kan kijken terwijl Libanon bloedt, en dit ‘ingewikkeld’ noemt. Ik schreef over een ‘diplomatie van lafaards’. Je wees me op 7 oktober. Weer terecht, maar ik noemde het niet in mijn stuk, omdat dit over iets anders ging, namelijk de specifieke stilte van regeringen die moreel leiderschap claimen terwijl ze de dader in bescherming nemen. Onrecht aanschouwen zonder het te benoemen is geen neutraliteit; het is medeplichtigheid met een neutraal gezicht.

Je zei dat je het zat was verantwoordelijk gehouden te worden. Maar verantwoordelijkheid is geen kwestie van intentie; het is een consequentie. Het Westen heeft de omstandigheden in onze wereld gevormd door grenzen te trekken waar wij niet aanwezig waren. De architect die een structureel ondeugdelijk gebouw ontwerpt, is verantwoordelijk voor de instorting, zelfs als hij er niet bij was toen het viel.

Toen ik schreef dat ‘de geschiedenis niet zal vragen of het Westen zich bewust was’, maar ‘wat het met dit bewustzijn heeft gedaan’, doelde ik op deze structurele verantwoordelijkheid.

De Duitse les

Vanuit een Duitser is de suggestie dat ik ‘te veel in het verleden verankerd ben’ merkwaardig. Duitsland is het bewijs dat het verleden benoemd en geïnstitutionaliseerd moet worden, anders keert het terug in vormen die veel erger zijn dan de herinnering. Jouw land werd juist een democratie door te weigeren het verleden te vergeten.

Toch zie ik een verschuiving in dit denken. Neem Jürgen Habermas, die kritiek op Israël onverdraaglijk vindt maar geen woorden wijt aan de bezetting van de Palestijnse gebieden. Wanneer het verwerken van historische schaamte (Duitsland, red.) loyaliteit aan een staat (Israël, red.) vereist, en deze loyaliteit boven de waarde komt te staan die schaamte had moeten bijbrengen, dan is dat geen ethiek maar een reflex.

‘Ik weiger een veroordeling uit te spreken die primair tot doel heeft mijn lijden te laten erkennen’

Laat ik nu eerlijk zijn over mijn eigen kant van het verhaal. Libanon is een catastrofaal mislukte staat en dat hebben we onszelf aangedaan. Onze politieke klasse is een kartel van sektarische krijgsheren die het land generaties lang hebben geplunderd. We hebben toegestaan ​​dat een gewapende militie een staat binnen een staat werd, waardoor Libanon werd meegesleurd in een conflict dat de staat nooit heeft gewild. Onze banken hebben het spaargeld van een hele generatie gestolen.

Ikzelf ben opgeleid in het Westen, seculier en Libanees. Ik sta intellectueel dichter bij jullie dan bij de politieke islam, want die visie op de samenleving is voor mij onverenigbaar met de vrijheden waarin ik geloof. Ik keur de methoden van Hamas niet goed. Maar ik weiger een veroordeling uit te spreken die primair tot doel heeft mijn lijden te laten erkennen. Zo’n veroordeling is geen morele eis, maar een tolpoort.

Solidariteit met Israël

Evengoed moeten we ons afvragen hoe we de Europese solidariteit met Israël moeten begrijpen. Rechtse politici in Europa hebben zich herpositioneerd, als de ‘verdediger van Israël’. Maar in feite is dit opportunisme, verkleed als solidariteit. Rechtse politici hebben ontdekt dat het bestrijden van de islam in dit decennium electoraal gezien handiger is.

Een protagonist kan niet tegelijkertijd ook scheidsrechter zijn. Een staat die één partij financiert en beschermt, kan zich niet positioneren als de stem van de rede. Echte vrede vereist een ultimatum met tanden – geen gefluister met voetnoten, zoals ik beschreef in mijn vorige stuk. Het vereist de moed om te zeggen: dit stopt nu, anders sta je er alleen voor.

Wij zien het anders. Ik ben blij dat we het nog steeds kunnen zien. Ik ben blij dat we het nog steeds kunnen zeggen.

Satellietfoto’s tonen Azerbeidzjaanse ontkerkelijking in Nagorno-Karabakh

0

Azerbeidzjan vernietigt structureel Armeense kerken in de recent veroverde Armeense enclave Nagorno-Karabakh. Dit blijkt uit nieuwe satellietfoto’s, zo schrijft de Arabische nieuwssite Middle East Eye.

Toen de grotendeels door Armeniërs bewoonde enclave in 2023 door Azerbaijan werd ingenomen, werden al veel eeuwenoude kerken ontheiligd en verwoest.

Nu blijkt uit satellietfoto’s dat Azerbeidzjan niet is gestopt met deze vernielingen. Zo zijn de Kathedraal van de Heilige Godsmoeder (uit 2019) en de Sint Jakobskerk in Khankendi, door Armeniërs Stepanakert genoemd, gesloopt.

Armeense kerkbestuurders uit Etchmiadzin in Armenië beschuldigden Azerbeidzjan vorige
maand al van het doelbewust aanvallen van christelijke heiligdommen, om de Armeense
aanwezigheid in de regio uit te wissen.

Tot 2023 woonden er ongeveer 100.000 Armeniërs in Nagorno-Karabakh, dat officieel
Azerbeidzjaans grondgebied was. Na meerdere bloedige conflicten met Azerbeidzjan
werden zij gedwongen te vertrekken.

Deze etnische zuivering lijkt nu te worden voltooid met de ontkerkelijking van Nagorno-Karabakh. Het vermoeden onder Armeniërs is dat deze kerken later zullen worden vervangen met moskeeën, zoals dat bijvoorbeeld gebeurde tijdens de Armeense genocide in Turkije.

Nagorno-Karabakh was tot 2023 een overwegend Armeense enclave. Het werd bestuurd
door de zelfverklaarde Republiek Artsakh na het einde van de eerste Nagorno-Karabakh-
oorlog. In 2023 vielen Azerbeidzjaanse troepen de enclave binnen en namen deze in.

Turks-Cypriotische premier wil geen Franse militairen op eiland

0

De Turks-Cypriotische premier Ünal Üstel is niet te spreken over Franse plannen om legereenheden in te zetten om Cyprus te verdedigen. Hij vindt dit extreem gevaarlijk en provocatie.

Zo meldt de nieuwssite Turkish Minute. Het eiland is sinds de Turkse invasie in 1974 verdeeld in een Turks en een Grieks deel. Het Griekse deel is internationaal erkend, terwijl het Turkse noorden alleen wordt erkend door Turkije, dat bovendien ook troepen heeft gestationeerd op het eiland.

Naar aanleiding van de Israëlisch-Amerikaanse agressieoorlog tegen Iran, werd Cyprus het
doelwit van Iraanse raketten. Engeland heeft op het eiland militaire bases die Amerika heeft gebruikt in de aanvallen tegen Iran. Europese landen, waaronder Nederland, stuurden vervolgens een fregat om het eiland te verdedigen.

Dat zorgde in Turks-Cyprus en Turkije al voor de nodige spanning, maar Franse plannen om
daadwerkelijk troepen naar het eiland te sturen wekken nog meer argwaan onder de Turken, ook als deze troepen om humanitaire redenen aanwezig zijn. Volgens de Turks-Cypriotische premier moet militaire samenwerking op het eiland uit veiligheidsoverwegingen plaatsvinden met de goedkeuring van Turkse Cyprioten.

Turkije maakt zich al langer zorgen over de militaire samenwerking tussen Cyprus,
Griekenland en Israël. Turkije hoopt met Egypte en Libië een islamitisch front te vormen tegen deze samenwerking.

Moeten slachtoffers van nu ook een plek krijgen bij de herdenking op de Dam?

0

Op 4 mei herdenken we de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Maar gebeurtenissen uit deze oorlog verdwijnen onvermijdelijk naar de achtergrond, terwijl nieuwe oorlogen de aandacht vragen. Wat betekent dit voor de dodenherdenking?

Rabbijn Lody van de Kamp (77) herinnert zich de beladen avonden van 4 mei uit zijn jeugd nog goed. Al even voor achten kwamen auto’s tot stilstand en verstomde het geluid op straten en pleinen. Om acht uur was het oorverdovend stil.

De eerste vrouw van zijn vader en hun twee zoontjes, zijn halfbroertjes, werden vermoord in Auschwitz. Ook zijn grootouders en veel andere familieleden kwamen om.

‘Mijn ouders stonden om acht uur voor het raam van ons huis in Enschede en staarden naar buiten. Mijn zus en ik zaten op de bank en hoorden hen snikken’, vertelt Van de Kamp. Toen hij ouder werd, liep hij mee in de stille tocht naar het oorlogsmonument.

In zijn jeugd was er relatief weinig aandacht voor de Joodse slachtoffers. Die eerste jaren na de oorlog lag de nadruk bij de nationale herdenking vooral op verzetsstrijders en militairen. Pas vanaf de jaren zestig werd de plechtigheid breder en kwam er meer aandacht voor de slachtoffers van de Holocaust. Nog later werden op de Dam ook de Nederlandse militairen herdacht die na de oorlog zijn omgekomen in vredesmissies.

Tegelijkertijd klinkt steeds vaker de roep om de herdenking uit te breiden naar slachtoffers van andere oorlogen. Dat speelde al tijdens de Joegoslaviëoorlog, en sinds de genocide in Gaza en de oorlog in Oekraïne is de discussie opnieuw actueel. Moeten slachtoffers van nu ook een plek krijgen bij de ceremonie op de Dam?

Van de Kamp vindt van wel en schreef er recentelijk in de Kanttekening een column over. ‘Er is zoveel leed in de wereld, mensen willen daar bij stilstaan’, licht hij telefonisch toe. ‘Na tachtig jaar is het onvermijdelijk dat de gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog langzaam naar de achtergrond verdwijnen. Dat is nu eenmaal het lot van de geschiedenis.’

Daphne Meijer (64), bestuurslid van Een Ander Joods Geluid, een stichting die kritisch is op het Israëlische regeringsbeleid, is terughoudend als het gaat om het uitbreiden van de nationale herdenking. Ze vindt het verstandiger om daar nog even mee te wachten ‘De polarisatie is nu te groot; voor je het weet zit iedereen weer in de loopgraven.’

Ze vertelt dat het Nationaal Comité 4 en 5 mei, dat de herdenking op de Dam organiseert, enkele jaren geleden liet onderzoeken of ook andere groepen slachtoffers een plek zouden moeten krijgen. ‘Daaruit kwam eigenlijk een middenweg: voorlopig houden we het zoals het is, maar er komt wel meer ruimte voor lokale initiatieven.’ Zo ontstond bijvoorbeeld ‘Theater Na de Dam’: voorstellingen over de Tweede Wereldoorlog die na de officiële herdenking in het hele land worden opgevoerd, waarin ook ruimte voor verdieping is.

Volgens Meijer leidt het heropenen van de discussie over wie wel en niet op de Dam en de Waalsdorpervlakte herdacht mag worden vooral tot oplopende spanningen. ‘Ik ben bang dat mensen dan afhaken en dat 4 mei zijn betekenis verliest, terwijl het juist iets is wat ons nog verbindt.’

‘Het staat iedereen vrij om tijdens die twee minuten stilte aan iets anders te denken’

Er is op 4 mei genoeg ruimte voor persoonlijke invulling, vindt ze. ‘Het staat iedereen vrij om tijdens die twee minuten stilte aan iets anders te denken. Je hoeft je niet per se te laten leiden door wat officieel zou moeten.’ Zelf gaat ze naar een kleine, lokale herdenking bij haar om de hoek, in de Amsterdamse Indische Buurt georganiseerd door buurtbewoners. ‘Heel klein, een beetje knullig, maar juist daarom zo ontroerend.’

Daarnaast ziet ze ruimte voor eigen initiatieven. ‘Je kunt zelf een herdenking organiseren, bijvoorbeeld rond Gaza of Libanon, daar ben ik ook voor. Hoe meer variatie, hoe beter. Dan kun je herdenken wie jij belangrijk vindt, zolang je elkaar maar niet in de weg zit.’

Een voorbeeld van zo’n plechtigheid is de alternatieve dodenherdenking in Den Haag, die dit jaar voor de tweede keer wordt georganiseerd. Vorig jaar trok de herdenking duizenden belangstellenden.

De organisatoren zijn oud-diplomaten en ambtenaren van Haagse ministeries. Sommigen kennen elkaar van een wekelijkse sit-in bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, uit protest tegen het Nederlandse beleid rond Gaza. Ze hebben voor hun activiteiten de stichting Comité van Waakzaamheid Nu opgericht, geïnspireerd op het Comité van Waakzaamheid, een groep Nederlandse schrijvers en denkers uit de jaren dertig die zich verzetten tegen de opkomst van het fascisme en nationaalsocialisme in Europa.

‘We willen stilstaan bij wat nu gaande is’, zegt woordvoerder Angélique Eijpe (54) over de aanstaande herdenking op het Lange Voorhout. ‘Het internationaal recht wordt steeds vaker genegeerd en er wordt meer gesproken over het inperken van grondrechten. We willen een tegengeluid laten horen en mensen samenbrengen die die zorgen delen.’

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft een specifiek mandaat: de Tweede Wereldoorlog en een aantal latere conflicten waar Nederland bij betrokken was, zoals vredesmissies’, vertelt Eijpe (54). ‘Wij zeggen: geef ook ruimte aan andere slachtoffers van oorlog, vervolging en genocide, zoals uit Gaza, of Iran en Libanon.’

‘Op de Dam staan regeringsvertegenwoordigers die begrip hebben uitgesproken voor de militaire agressieoorlog van Trump tegen Iran en nog steeds geen maatregelen nemen tegen Israël. Dat is voor ons moeilijk te rijmen met ‘Nooit meer’. Wij zeggen: ‘Nooit meer’ is nu, trek die les door naar vandaag.’

De alternatieve herdenking heeft een andere opzet dan de nationale herdenking op de Dam. De officiële herdenking is plechtig met kransleggingen en de aanwezigheid van het staatshoofd. ‘Wij willen juist een herdenking waarin gedeelde rouw en emotie centraal staan.’

‘Vorig jaar werd onze herdenking al snel als polariserend neergezet’, zegt Eijpe. ‘Ook vanuit de politiek. Terwijl ons doel juist het tegenovergestelde was. In de media leek het soms alsof het een herdenking tegen Joden was. Daarom zijn we het gesprek aangegaan met het comité om die spanning eruit te halen. Binnenkort spreek ik met iemand uit de Joodse gemeenschap met wie we eerder tegenover elkaar zijn gezet. We proberen juist bruggen te bouwen, want onenigheid is het laatste wat we willen.’

Van de Kamp begrijpt de behoefte aan een alternatieve herdenking, maar vindt het jammer dat het zo loopt. De nationale herdenking op de Dam is volgens hem juist belangrijk omdat die zo zichtbaar en groot is. Al gaat hij er zelf niet naartoe.

Hij kiest meestal voor een kleinschalige plechtigheid, bijvoorbeeld in het Amsterdamse Amstelpark, bij een plek waar in de oorlog gijzelaars zijn gefusilleerd. Dit jaar gaat hij samen met jongerenwerker Saïd Bensellam, met wie hij zich al jaren inzet tegen polarisatie, naar een herdenking in de wijk Bos en Lommer. Daar zullen ze kort iets zeggen over het omgaan met verschillende opvattingen. Ook het heden komt dan aan bod. ‘Herdenken is niet alleen stilstaan bij het verleden, je trekt dan geen conclusies naar het nu.’

Hoe een Joods jongetje in Palestina terecht kwam

0

In 1943 reist een groep van ongeveer 870 Joodse weeskinderen via een levensgevaarlijke omweg van de Sovjet-Unie naar het toenmalige Palestina. Over één van hen, de Poolse Joseph Rosenbaum, schreef Nicolette Knobbe het boek De vlucht van David Brenner.

In het boek heet Joseph namelijk David Brenner. Het verhaal is mooi geschreven en voert je mee naar de tijd van toen, maar het bevat ook passages waarvan de rillingen over je rug lopen. Het is het eerste Nederlandstalige boek over dit onderbelicht stukje geschiedenis.

Geen reis, maar een vlucht

Hoewel David Brenner een hele lange reis heeft gemaakt, heeft Knobbe bewust voor het woord ‘vlucht’ gekozen. ‘Vluchtelingen van deze tijd gebruiken dat ook. Ze hebben geen reis achter de rug, maar een vlucht. David maakte heel veel mee in zijn jonge leven en moest heel vroeg volwassen worden. Om het verhaal geloofwaardig te maken, heb ik hem een paar jaar ouder gemaakt. In het verhaal is hij van 1928 in plaats van 1931.’

In een oorlog hangt veel af van de keuzes die je maakt, wat ook dit verhaal ondubbelzinnig laat zien. David was de middelste van drie kinderen. Zijn zus Rachel was wat ouder, Sara was jonger. Hij woonde met zijn familie in Keulen, waar ze het anno 1938 niet makkelijk hadden als Joods-Pools gezin.

‘De vader van David voelde onraad aankomen en wilde met zijn gezin naar de Verenigde Staten, maar de moeder van David wilde niet mee. Daarom reisde de vader van David alvast vooruit, zijn gezin had moeten volgen. Het lot besliste anders. In oktober 1938 moesten alle Poolse Joden Duitsland verlaten. Rachel, de oudste dochter, is op dat moment bij familie in België en zij vluchtten op tijd naar de VS. David komt echter met zijn moeder en zusje terecht in Polen, waar ze niet erg welkom zijn. Ze gaan bij de grootouders wonen, maar as Polen wordt aangevallen en bezet door de Duitsers moeten ze weer vertrekken.’

Tussen 1939 en 1941 werden ongeveer 1,5 miljoen Poolse mensen weggevoerd naar de Sovjet-Unie

Het is de tweede keer dat David moet vluchten. Samen met zijn moeder, zus en grootouders bereikt hij de Sovjet-Unie. Daar zijn ze onderdeel van een pijnlijk stuk geschiedenis. Tussen 1939 en 1941 werden ongeveer 1,5 miljoen Poolse mensen weggevoerd naar de Sovjet-Unie. Ze waren geen vrije burgers, de meesten van hen belandden in werkkampen, onder andere in Siberië. Bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog waren miljoenen mensen naar deze werkkampen gedeporteerd.

Door de mensonterende omstandigheden heeft slechts een derde van alle gevangenen dit overleefd. Alleen al de reis er naartoe was een drama. Ze reisden met treinen waar normaalgesproken vee in werd vervoerd, waar veel te veel mensen op elkaar zaten en waar gemakkelijk besmettelijke ziekten uitbraken. In een scène in het boek moet een kind de trein verlaten omdat ze roodvonk heeft. De moeder weigert om zonder haar kind te vertrekken. Ze worden samen uit de trein gezet. Iedereen wist dat ze door de lage temperaturen zouden doodvriezen, maar niemand durfde iets te zeggen. ‘Mensen moesten overleven. Iemand met een besmettelijke ziekte kon de andere aanwezigen ziek maken, want er was absoluut geen ruimte om zieken te isoleren.’

Siberische werkkampen 

Was het de bedoeling dat mensen deze kampen niet zouden overleven? ‘Nee’, denkt Knobbe. ‘Ze werden echt als werkkampen gezien. Overigens was het heel moeilijk om te achterhalen waar David precies zat. Ik heb zijn hele vlucht in kaart kunnen brengen, maar niet zijn kamp, alleen een indicatie van waar hij zat. Dit stukje geschiedenis is met mist omgeven en je kunt er niet even naartoe reizen, zeker nu niet. Mogelijk schamen de autoriteiten zich voor dit stukje geschiedenis. Toch hadden deze kampen niet hetzelfde doel als de concentratiekampen. Er moest zwaar werk worden verzet in ruil voor te weinig eten. Het moest allemaal op de allergoedkoopste manier. In praktijk was het slavernij. Er moest op het land worden gewerkt, wat zwaar werk was. In combinatie met het schaarse voedsel werd dit veel mensen fataal.’

De moeder van David is in dit kamp overleden. In juni 1941 vielen de Duitsers de Sovjet-Unie binnen. Daardoor veranderde de situatie in de ogen van de Sovjet-reging. Polen en Russen hadden nu een gezamenlijke vijand. Het gevolg was dat alle Polen de werkkampen binnen twee maanden mochten verlaten. Maar waar moesten ze heen?

‘David en Sara gingen met hun oma en een broer van hun opa naar Tasjkent, waar het leven ook zwaar bleek. Ze hoorden dat er in Turkestan, wat zuidelijker lag en dus een beter klimaat had, werk en voedsel waren. Maar daar kwamen ze in verkapte werkkampen terecht, met wederom te weinig eten. Sara kwam er te overlijden. David komt op een moment in een weeshuis terecht. Opzettelijk, want hij heeft gehoord over het leger van generaal Anders, dat uit Poolse soldaten bestond en als eindbestemming had. Er mogen ook kinderen mee. Via dat weeshuis wil hij naar Palestina.’

David maakt niet veel vrienden in het weeshuis omdat hij Joods is. De Poolse kinderen discrimineren hun Joodse leeftijdgenoten openlijk, iets waar niet iedere priester tegen optreedt. Dit doet zijn verlangen naar Palestina groeien. Maar David wilde niet alleen naar Palestina omdat het daar veilig was voor Joden. Hij had nog een motief, hoe tragisch ook. Hij had inmiddels een paar jaar school gemist en wist daardoor niet waar Palestina precies lag. Hij denkt dat Palestina naast Amerika ligt en hij dan vlak bij zijn vader is. David heeft op dat moment vijf familieleden verloren, rampzalige treinreizen meegemaakt en in een Siberisch werkkamp overleefd. Toch is hij nog een beetje kind.

Teheran-kinderen

De treinreis van Turkestan naar Teheran valt mee, de ellende komt pas daarna. De organisatie krijgt géén toestemming om door Irak en Turkije te reizen met de kinderen. Deze kinderen kinderen moeten daarom via het toenmalige Brits-Indië naar Palestina reizen. Hier hebben ze hun naam ‘de Teheran-kinderen’ te danken. Het wordt géén luxe bootreis. De kinderen brengen, net als tijdens een eerdere bootreis, het grootste deel van de tocht in het benauwde ruim door, waar ze dicht op elkaar zitten en alleen een deken hebben om onder te slapen. Niet alle kinderen overleven de reis. Ook hier breken ziekten uit als gevolg van een gebrek aan hygiëne en voedsel.

Tijdens alle routes die David aflegt komen mensen te overlijden

Tijdens alle routes die David aflegt komen mensen te overlijden. Als hij in Palestina arriveert is het 1943. Hij is dan bijna vijf jaar weg uit Duitsland. Al die tijd is hij niet naar school geweest en heeft hij te weinig eten gehad, behalve wanneer hij in het ziekenhuis ligt. In het verhaal is hij op dat moment vijftien, maar in werkelijkheid is hij pas twaalf.

‘Als zijn moeder ervoor had gekozen om met haar man mee te gaan naar New York, dan was het anders gelopen. Dat geldt ook voor Joden die ervoor kozen om niet naar de Sovjet-Unie te gaan, maar terug naar Duitsland. Dat bleek ook niet veilig te zijn. De mensen die ervoor kozen om naar de Sovjet-Unie te gaan hadden geen idee wat hen te wachten stond’, vertelt Knobbe. Begrijpelijk. Het bestaan van de werkkampen en de onmenselijke omstandigheden was bij het grote publiek onbekend, wat eigenlijk nog steeds het geval is.

Onderzoek

Ongeveer tien jaar geleden las Nicolette Knobbe een samenvatting van het boek Die Odyssee der Kinder van Jutta Vogel over de Teheran-kinderen. Ze ging op onderzoek uit en stuitte op een uitspraak van Piotr Cywinsi, directeur van museum en herinneringencentrum Auschwitz-Birkenau: ‘Als er geen overlevenden meer zijn, is het aan ons om zorg te dragen voor hun verhalen.’

Dit was voor haar het laatste zetje om met dit onderwerp aan de gang te gaan. Er kwam veel onderzoek bij kijken. Het onderzoek om dit boek te kunnen schrijven kostte zelfs meer tijd dan het schrijven zelf. ‘Ik heb heel veel foto’s en filmpjes bekeken in zwart-wit, soms zoveel dat ik bijna vergat dat de wereld in kleur is. Het gebeurde dat ik zo onder de indruk was van alles dat ik het even weglegde. Over de omstandigheden in die tijd heb ik veel kunnen achterhalen via het internet.’

Joseph Rosenbaum is maar liefst 92 jaar geworden. Onlangs ontmoette Nicolette Knobbe zijn zoon. De familie is erg blij met het boek en heeft foto’s ter beschikking gesteld.

Het is zeer de moeite waard om te lezen. Het boek bevat dramatische situaties, maar ook tragikomische. Het is een verhaal met tranen én vertedering. Het is goed geschreven én educatief.

De vlucht van David Brenner, Nicolette Knobbe. Uitgever: Just Publishers. 353 blz.

Israël verbiedt prominente Palestijnse imams toegang tot Al-Aqsa moskee

0

Twee prominente Palestijnse voorgangers kregen maandag van de Israëlische
autoriteiten een verbod opgelegd, waardoor zij een week lang de al-Aqsa moskee in bezet Oost-Jeruzalem niet mogen betreden.

Sheikh Raed Salah en Sheikh Kamal al-Khatib zeiden tegen de Turkse nieuwssite Anadolu dat zij werden verhoord door Israëlische autoriteiten, waarna zij het verbod kregen opgelegd. Volgens Salah is het toetreden tot al-Aqsa een islamitisch recht en hebben zij dus het recht om er te komen. Hij veroordeelde het besluit van Israël als ‘onrechtmatig’
en ‘onrechtvaardig’. Verder noemde de Palestijnse voorganger het verbod ‘een
aanval op ons geloof’ en ‘religieuze vervolging’. Hij benadrukte dat de islamitische
waqf (islamitische instantie) in Jeruzalem exclusief gezag heeft over de moskee.

Al-Khatib zegt bang te zijn dat de Israëlische politie het verbod met een half jaar zal verlengen. Israëlische autoriteiten hebben dit jaar al honderden van dit soort verboden opgelegd aan voorgangers en gelovigen in bezet Oost-Jeruzalem en in Israël zelf. Zo’n verbod begint meestal met een ban van een week, waarna deze kan worden verlengd met zes maanden.

Al-Khatib en Salah waren voorheen leiders van de Islamitische Beweging in Israël. Israël verbood de noordelijke tak van de beweging in November 2015, omdat zij banden zou hebben met Hamas en de Moslimbroederschap. Israël had Salah al eerder een dergelijk verbod opgelegd van vijftien jaar, die in 2022 afliep.

De al-Aqsa moskee is één van de belangrijkste heilige plaatsen voor moslims. De locatie in bezet Oost-Jeruzalem wordt door moslims al-Haram al-Sharif en door Joden de Tempelberg genoemd. Israël bezette Oost-Jeruzalem in 1967 en annexeerde dit gedeelte van de stad in 1980, in strijd met het internationaal recht. De overgrote meerderheid van de internationale gemeenschap beschouwt Oost-Jeruzalem als bezet Palestijns gebied. Palestijnen beogen het als hoofdstad van een toekomstige eigen staat.

Toch gaat Israël door met pogingen om haar controle over Oost-Jeruzalem te vergroten. Dit gebeurt onder meer door het uitbreiden van illegale Israëlische nederzettingen, het innemen van religieuze en historische plaatsen en het creëren van een demografische meerderheid van joden. Dit alles gaat ten koste van de Palestijnen.

Dit gebeurt niet alleen in de bezette Palestijnse gebieden, maar ook in Israël zelf. Zo verbood de extreemrechtse Israëlische minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben Gvir eerder de azaan (de gebedsoproep) in Israël. Het verbod voor de Palestijnse voorgangers kan dan ook in dit patroon worden gezien.

Anti-azc protesten in Loosdrecht bereiken climax

0

Protesten in Loosdrecht tegen de tijdelijke opvang van asielzoekers in het gemeentehuis hebben maandagavond een climax bereikt. Demonstranten gooiden met stoeptegels en betonblokken en vernielden een hek, meldden verschillende media.

Volgens de politie was een groep van tientallen mensen verantwoordelijk voor de vernielingen. Er is één verdachte aangehouden.

Afgelopen week werd in Loosdrecht meerdere keren gedemonstreerd tegen het besluit van de gemeente Wijdemeren, waar het Noord-Hollandse dorp onder valt, om 110 alleenstaande mannelijke asielzoekers tijdelijk op te vangen. De gemeente had opvang geregeld in het leegstaande gedeelte van het gemeentehuis. Volgens NRC deden ook landelijke anti-azc groepen mee aan de demonstraties.

Nadat omwonenden en ondernemers bezwaar hadden gemaakt tegen de opvang, oordeelde de rechter afgelopen woensdag dat opvang van deze groep maximaal een half jaar zou mogen duren. Het belang van humane opvang weegt hierbij zwaarder dan het belang van omwonenden om daar inspraak in te hebben, vond de rechter. Omwonenden waren het niet eens met de komst van de asielzoekers, omdat zij de nood niet extreem hoog vonden. Het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) wierp tegen dat iedere opvangplek die nu geregeld kan worden noodzakelijk is.

Minister Van den Brink van Asiel en Migratie riep gemeenten vorige maand op meer opvangplekken te regelen. Er dreigt namelijk een tekort aan opvanglocaties. Na meerdere protesten vorige week, die uit de hand liepen, stelde de gemeente de komst van de asielzoekers uit naar begin mei, en verminderde het aantal asielzoekers van 110 naar 70.

Aanvankelijk zouden de asielzoekers afgelopen week al aankomen in Loosdrecht. De gemeente vond dat het kleinere aantal beter zou passen bij de lokale situatie, gezien de maatschappelijke onrust in het dorp. Ook zei zij de veiligheid niet te kunnen garanderen, gezien de beperkte politiecapaciteit met Koningsdag en een lokale feestweek in aantocht.

Volgens de NOS concludeerde de gemeente na de protesten dat de opvang ‘qua snelheid en omvang niet passend was bij de lokale situatie’, maar dat zij met het besluit niet was gezwicht voor geweld. Waarnemend burgemeester Mark Verheijen zei dat de gemeente niet heeft overwogen te stoppen met de opvang, maar wel heeft geluisterd naar de zorgen van omwonenden.

Islamisten en Toeareg-rebellen rukken samen op tegen junta in Mali

0

Rivaliserende groepen in Mali hebben de handen ineengeslagen tegen het militaire junta-regime. Ze voeren gecoördineerde aanvallen uit in heel Mali.

Zo meldt de Arabische nieuwszender Al Jazeera. Het militaire bestuur in Mali blijkt kwetsbaarder dan tot op heden werd gedacht. Het was in ieder geval niet bestand tegen de plotselinge samenwerking van islamisten en Toeareg-rebellen.

Het gaat om de de aan Al Qaida gelinkte groep Jamaat Nusral al-Islam wal Muslimin (JNIM) en het door Touaregs gedomineerde Azawad Bevrijdingsfront (FLA). Samen vielen ze militaire posten aan in heel het land, inclusief in de hoofdstad Bamako. De stad Kidal in het noorden werd door hen ‘bevrijd’ en zondag werd defensieminister Sadio Camara bij een aanval vermoord.

Mathias Hounkpe, directeur van de International Foundation for Electoral Systems voor Mali
maakt zich grote zorgen over de kwetsbaarheid van het land en de beveiliging van het bestuur. De troepen hebben het hele land bestreken, ook de stad Kati, het centrum van de macht, zo zei hij tegen Al Jazeera.

De twee groepen hebben verschillende belangen. De islamisten willen een strikte interpretatie van de islamitische wetgeving in heel Mali, terwijl de FLA strijdt voor een onafhankelijke regio. Toch werkten ze al eerder samen, namelijk in 2012, om de toenmalige regering af te zetten. De junta die op dit moment aan de macht is wordt gesteund door de Russische Wagnergroep.

Nieuwe dramaserie Mocros gaat over ‘mensen zoals zij’

De nieuwe dramaserie Mocros gaat over vriendschap, dromen en de dagelijkse strubbelingen van een biculturele generatie die klaar is met hokjesdenken. Makers Sahil Amar Aïssa en Shariff Nasr maakten een serie over mensen zoals zijzelf.

Het was ’s nachts, ergens aan een tafel met snacks, midden in de voorbereiding van een heel andere film. Sahil en Shariff waren aan het werk toen Sahil op het idee van een nieuwe serie kwam, over mensen zoals zij. Geen opgelegd drama van buitenaf, maar een verhaal vanuit de biculturele gemeenschap.

‘We herkenden onszelf niet in de series en films die er waren’, zegt Shariff. ‘Daar begon het eigenlijk mee.’ Sahil voegt toe: ‘Onze vrienden zijn bezig met afstuderen, met schulden en met de liefde. Ze zijn bezig met wat ze willen in hun leven, of met een partner die de ouders niet zien zitten. Maar op televisie gaat het bij mensen die op ons lijken altijd over een lading cocaïne die morgen ergens moet zijn, een broer die naar Syrië gaat, of een zus die vermoord wordt. We denken dan: wie zijn die mensen eigenlijk? Dat zijn niet de mensen tussen wie wij leven.’

Door de populaire serie Mocro Maffia roept Mocros onmiddellijk associaties op met misdaad. Dat weten Sahil en Shariff, juist daarom kozen ze bewust voor deze titel. ‘Dat woord gebruiken we onderling’, zegt Sahil. ‘Als ik met mijn matties praat, zeg ik gewoon: ‘hee Mocro’.’

Sahil snapt dat de titel ook negatieve reacties kan oproepen bij Marokkaanse Nederlanders. Volgens hem kijken zij niet zonder reden met wantrouwen naar media. ‘In Nederland zijn er twee groepen die de afgelopen dertig jaar heel erg getraumatiseerd zijn geraakt door de media. Dat zijn de Palestijnen en de Marokkanen.’

‘Ik vind het juist een verarming als je maar één perspectief hebt’

‘Veel mensen weten niet dat wij dit hebben gemaakt. Die zien BNNVARA, die zien NPO, en die denken gelijk: de witte televisiewereld maakt weer iets over ons. En dan zien ze de titel Mocros en denken ze meteen: here we go again. Maar deze Nederlandse dramaserie heeft de meeste biculturele Nederlanders achter de schermen ooit.’

Shariff heeft een Palestijnse achtergrond en groeide op in Rotterdam. Dat was niet altijd eenvoudig. ‘Toen ik klein was, zag ik mijn Palestijnse achtergrond als een verrijking. Tijdens de puberteit leek het alsof de maatschappij me vertelde dat het een verarming was en dat ik mijn Nederlandse kant meer naar voren moest brengen. Daarna ben ik het weer gaan omarmen’, zegt hij. ‘Ik vind het juist een verarming als je maar één perspectief hebt. Palestina is voor mij heel dichtbij. Afrika voelt voor veel witte Nederlanders ver weg, maar voor mij niet, door reizen met vrienden. Als je beseft hoe klein de wereld is, ga je de ander minder als ‘de ander’ zien.’

Mocros is ook de eerste Nederlandse serie waarin de Riffijnse taal Tharifit de hoofdtaal is. ‘Bijna alle Marokkaanse families in Nederlandse films en series praten Arabisch of Darija’, zegt Sahil. Voor het vinden van de juiste acteurs was een grote zoektocht nodig. ‘Er zijn in de Nederlandse film- en televisiewereld bijna geen acteurs die Tharifit spreken’, zegt Shariff. ‘Actrice Fatima Khanfour speelt de moeder en heeft speciaal voor de serie Tharifit geleerd. Voor de vader hebben we zelfs iemand gevonden zonder acteerervaring. Na een lang castingproces bleek hij een natuurtalent.’

Om de serie zo echt mogelijk te laten voelen, is ook goed nagedacht over de muziek. Zo hebben Shariff en Sahil bewust gekozen voor iconische Riffijnse artiesten zoals Mourad Sellam, Twattoun en Mimoun Rafraou, bekende namen voor de Amazigh-gemeenschap, maar ook andere MENA-muziek die nooit eerder in een Nederlandse serie te horen was.

Het hoofdpersonage heeft de Riffijnse achternaam Temsamani. Zijn voornaam is Souf en hij droomt van acteerwerk, maar vertelt zijn ouders dat hij studeert. In de trailer lijkt het te gaan om een Marokkaanse jongen die vecht tegen zijn ouders. Maar zo simpel is het niet. ‘Souf liegt niet omdat zijn ouders hem verbieden om acteur te worden’, zegt Sahil. ‘Hij liegt omdat hij hen niet wil teleurstellen, juist omdat ze hem steunen en zorgzaam zijn. Dat is dus een heel ander verhaal.’

Dit herkent Sahil van dichtbij. ‘Mijn vader heeft een camera voor mij gekocht en mijn theaterlessen betaald. Ik kom uit een liefdevolle familie. Maar juist omdat mijn ouders zo liefdevol zijn, voelde ik de druk om te presteren. Ik wilde hen niet teleurstellen.’ Die nuance, zegt hij, is precies wat je krijgt als je een serie laat maken door een Palestijn en een Marokkaan. ‘In bijna elk Marokkaans gezin dat ik ken, is de moeder de baas. Maar in Nederlandse fictie zie je dat zelden. Dat soort dingen weet je gewoon niet als je zelf niet in deze cultuur bent opgegroeid.’

‘De generatie van na 9/11 heeft vanuit de televisiewereld alleen maar klappen gehad’

De serie gaat verder dan alleen de huiskamer. Er zijn ook zwaardere lagen. Zo is er een aflevering die begint met een aanslag in België die niets te maken heeft met de hoofdpersonages, maar waarvan de sporen gedurende de hele aflevering door hun levens trekken en de sfeer op straat veranderen. ‘We willen die herkenning van microagressie bereiken’, zegt Shariff. Sahil voegt eraan toe: ‘De generatie van na 9/11 heeft vanuit de televisiewereld alleen maar klappen gehad. Met deze serie willen we hen eigenlijk een knuffel geven.’

Om ook kijkers mee te nemen die minder vertrouwd zijn met deze wereld, zijn er bewust rollen voor bekende gezichten. Loes Luca speelt de docent van Souf. ‘Ze is ook een goede vriendin van me én een echte Rotterdammer’, zegt Shariff trots. Sahil ziet er de humor van in. ‘Het lijkt me fantastisch als het publiek van ’t Schaep met de 5 pooten ook naar Mocros gaat kijken omdat ze Loes Luca zo goed vinden. Dan komen ze ineens in een heel andere wereld terecht.’ Shariff vult aan: ‘We willen dat mensen die op ons lijken zichzelf herkennen, maar ook dat kijkers zonder biculturele achtergrond voelen wat er bij ons onder de huid zit en uiteindelijk onderdeel willen worden van deze vriendengroep.’

Shariff hoopt dat deze serie over 10 jaar heeft bijgedragen aan meer verbinding. ‘Het zou een enorme eer zijn als we de status van Dunya & Desie mogen bereiken’, vertelt Sahil. ‘Dat was een serie waarin een hele generatie zich herkende’, zegt Shariff. ‘Als wij dat over tien jaar ook hebben bereikt, hebben we iets veranderd in hoe we naar elkaar kijken.’

De makers denken daarbij ook specifiek aan de jonge kijkers. ‘Ik hoop dat er een generatie opgroeit die zichzelf op televisie ziet, niet als een probleem, maar als een gegeven’, zegt Shariff. Sahil: ‘Een generatie die gewoon trots is op wie ze zijn, zonder twijfel.’

Aan het einde van het gesprek schiet Sahil nog iets te binnen. Er hoeft niet weggezapt te worden, we hebben ook aan de Marokkaanse huiskamer gedacht. ‘Als er een zoenscène in de serie zit, dan knippen we net op het goede moment weg’, lacht hij. ‘Ja, we hebben echt aan alles gedacht’, zegt Shariff. ‘Dus leg de afstandsbediening op tafel en kijk gewoon samen met je familie.’

Mocros is vanaf zondag 26 april te zien bij BNNVARA op NPO 3 en te streamen via NPO Start.