27.7 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 2

OM krijgt tientallen klachten over ON, na uitzending over Hitler

0

De publieke omroep Ongehoord Nederland (ON) ligt opnieuw zwaar onder vuur na een online-uitzending waarin hoofdredacteur Joost Niemöller stelde dat Adolf Hitler soms gelijk had. Het Openbaar Ministerie (OM) heeft tientallen klachten binnengekregen.

In het gewraakte fragment, dat te zien was in het ON-programma Let’s Twist Again, bespraken Niemöller en Raisa Blommestijn een redevoering van Hitler. In zijn speech fulmineerde de Führer tegen een vermeende internationale elite die volkeren zou ontwortelen. Terwijl hij nog aan het woord was riep iemand uit het publiek ‘Joden’.

‘Kosmopolitische elite’

In de ON-uitzending legde de presentatrice de gasten een stelling voor over een kosmopolitische elite die vijandig zou staan tegenover het gewone volk. Zowel Niemöller als Raisa Blommestijn stemden in met die stelling. Niemöller voegde daaraan toe dat Hitler dit heel goed verwoordde en dat bepaalde elementen uit diens denken volgens hem begrijpelijk waren, ondanks dat hij benadrukte het antisemitisme en de misdaden van het naziregime af te wijzen.

Voor Kamerleden van PRO, CDA en D66 is deze nuancering volstrekt onvoldoende. Zij zijn van mening dat ON hiermee het gedachtegoed van Hitler normaliseert en dat de omroep daarmee de grenzen van het publieke bestel heeft overschreden. Volgens hen wordt een ideologische lijn gepresenteerd waarin elementen van nationaalsocialistische propaganda worden losgeweekt van hun historische context, waardoor ze acceptabel lijken. De politici spreken van vergoelijking en ideologisch witwassen. Ze willen dat minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rianne Letschert onderzoekt of ON nog wel thuishoort binnen de publieke omroep.

Ook deskundigen reageren kritisch. Historicus Daniël Knegt (UvA) zegt tegen NRC dat Niemöller met zijn uitspraken impliciet het nazisme omarmt door te doen alsof delen van Hitlers ideologie los verkrijgbaar zijn, zonder de antisemitische kern.

Tientallen klachten

Inmiddels heeft het Openbaar Ministerie (OM) tientallen klachten ontvangen. Eerder constateerde zij al dat ON structureel moeite heeft met het scheiden van feiten en meningen, dat presentatoren onvoldoende doorvragen en dat er te weinig tegenspraak wordt geboden. Een visitatiecommissie van de NPO waarschuwde dit voorjaar dat ON aantoonbaar onjuiste informatie verspreidt en dat dit de betrouwbaarheid van de publieke omroep schaadt. Tegelijkertijd is het toezicht versnipperd: de ombudsman kan geen sancties opleggen, het Commissariaat voor de Media ziet slechts beperkt toe op inhoud, en de NPO kan wel maatregelen nemen maar mag journalistieke kwaliteit niet meewegen.

Minister Letschert laat weten dat zij begrijpt dat mensen aanstoot nemen aan een discussie die wordt gevoerd aan de hand van een rede van Hitler. Zij zal de Kamer eind september informeren over mogelijke stappen. ON zelf stelt dat de betrokken presentatoren duidelijk afstand namen van Hitlers misdaden, maar erkent dat er onvoldoende rekening is gehouden met de gevoeligheden rond het onderwerp.

Een bredere geschiedenis

De discussie over ON past in een bredere geschiedenis van omroepen die in Nederland hun zendtijd verloren. In de jaren dertig werd de atheïstische Vrijdenkers Radio Omroepvereniging (VRO) uit het omroepbestel gezet, nota bene mede omdat in een radio-uitzending Hitler was beledigd. De Führer was ‘een bevriend staatshoofd’ en kritiek op hem lag heel gevoelig. Sowieso wilden de christelijke partijen graag van de VRO af, omdat de omroep heel kritisch was over religie.

De VARA werd in 1933 tijdelijk gesanctioneerd omdat ze het revolutionaire strijdlied De Internationale hadden gedraaid. Dat lag bij de Antirevolutionaire minister-president Hendrikus Colijn heel gevoelig. In 1934 verloor de VARA alsnog een dag zendtijd omdat de omroep één minuut stil was voor Marinus van der Lubbe, de communistische activist die de Rijksdag in brand zou hebben gestoken en daarom in nazi-Duitsland werd onthoofd. Door één minuut stil te zijn voor Van der Lubbe zou de VARA de Duitse rechtsgang en de Duitse Rijkspresident, op dat moment nog Paul von Hindenburg, hebben beledigd.

Recent zijn de omroep LLiNK en de Nederlandse Moslimomroep hun zendtijd kwijtgeraakt, maar dit kwam door financieel wanbeheer respectievelijk onderling geruzie.

Ingrijpen is lastig

Het huidige stelsel maakt ingrijpen complex. Een omroep kan zijn erkenning verliezen als zij herhaaldelijk de Mediawet overtreedt, bindende besluiten van de NPO negeert of twee keer binnen een jaar een sanctie van het Commissariaat krijgt. Tot nu toe is ON wel berispt, maar nooit zwaar genoeg om intrekking te rechtvaardigen.

Toch groeit de druk. Politici spreken van een omroep die het bestel van binnenuit ondermijnt, deskundigen waarschuwen dat het publieke systeem onvoldoende is toegerust om desinformatie en extremistische retoriek te beteugelen.

De komende weken zal blijken of de recente rel voor ON de druppel wordt die leidt tot ingrijpen — of dat de omroep opnieuw wegkomt met een waarschuwing.

Nederland voert gesprekken over ’terugkeerhub’ in Rwanda

0

Niet Oeganda, maar Rwanda zou wel eens het eerste Afrikaanse land kunnen worden waar Nederland afspraken mee maakt over de oprichting van een terugkeerhub.

Nederland voert samen met Duitsland, Oostenrijk, Denemarken en Griekenland gesprekken over de mogelijke oprichting van een terugkeerhub in Rwanda, zo meldden de Duitse media Der Spiegel en Report Mainz deze week. NRC poogde het nieuws bevestigd te krijgen, maar een woordvoerder van minister Bart van den Brink (Asiel, CDA) wilde de gesprekken bevestigen noch ontkennen, aldus de krant.

De naam van Rwanda klonk echter al langer in de wandelgangen van Den Haag als potentieel gastland voor een terugkeerhub. Vanuit zo’n centrum zouden afgewezen asielzoekers naar Rwanda kunnen worden overgebracht, in plaats van naar hun land van herkomst, als ze om wat voor reden dan ook niet naar dat land kunnen terugkeren. De EU maakte onlangs afspraken die deze constructie juridisch mogelijk maken.

Het idee is echter niet nieuw. Onder het vorige kabinet werden ook al gesprekken gevoerd over mogelijke terugkeerhubs in derde landen. Toen werd vooral naar Oeganda gekeken als mogelijke locatie. De kritiek op deze plannen was fors. Oeganda zou zelf weinig op hebben met mensenrechten. Het nieuwe kabinet zette de plannen daarom on hold.

In de tussentijd werd op EU-niveau de juridische basis voor de terugkeerhub gelegd. In juni bereikten de Europese Raad en het Europees Parlement een akkoord over nieuwe terugkeerregels. Die maken het mogelijk om mensen zonder verblijfsrecht onder bepaalde voorwaarden naar een derde land te brengen. Dat land hoeft dus niet het land van herkomst te zijn. Een terugkeerhub kan daarbij dienen als eindbestemming, maar ook als tussenstation van waaruit iemand verder wordt teruggestuurd.

Voorwaarde is wel dat het betreffende derde land de internationale mensenrechten en het non-refoulementbeginsel respecteert. Dat laatste betekent dat iemand niet mag worden teruggestuurd naar een land waar die persoon gevaar loopt op vervolging, marteling of andere ernstige mensenrechtenschendingen. Ook niet-begeleide minderjarigen zijn uitgesloten van dergelijke afspraken.

Juist daar begint de discussie over Rwanda. Rwanda staat internationaal bekend als een relatief stabiel en goed georganiseerd land, maar tegelijkertijd als een autoritair bestuurde staat waarin politieke oppositie en kritische stemmen weinig ruimte krijgen. Volgens Human Rights Watch worden critici van de regering regelmatig gearresteerd of bedreigd en komen willekeurige detentie, mishandeling en marteling voor. Ook de onafhankelijkheid van de rechtspraak staat onder druk.

Rwanda is daarmee een opmerkelijke kandidaat voor een Europees migratiebeleid dat nadrukkelijk zou moeten voldoen aan mensenrechtelijke waarborgen.

Mensenrechten

Dat was ook een van de belangrijkste bezwaren die deskundigen in het eerdere debat over terugkeerhubs naar voren brachten. In het artikel van de Kanttekening uit december 2025 wees universitair docent Mark Klaassen erop dat het juridisch mogelijk maken van terugkeer naar een derde land nog niet betekent dat zo’n constructie in de praktijk ook rechtmatig kan worden uitgevoerd. Er moet volgens hem kunnen worden gegarandeerd dat de mensenrechten van terugkeerders daar niet in het geding komen.

Bovendien is de vraag wie er toezicht houdt op wat er in zo’n hub gebeurt. Bij de eerdere plannen voor Oeganda bleef bijvoorbeeld onduidelijk hoe lang mensen daar zouden mogen worden vastgehouden, wat er gebeurt wanneer terugkeer naar het land van herkomst alsnog onmogelijk blijkt en wie verantwoordelijk is voor de monitoring van de omstandigheden. Ook bleef onduidelijk welke concrete rechtsbescherming mensen in zo’n centrum zouden hebben.

Die vragen verdwijnen niet omdat de beoogde bestemming nu Rwanda heet. Rwanda sloot eerder een overeenkomst met de Verenigde Staten om onder bepaalde voorwaarden mensen uit derde landen op te nemen. Human Rights Watch uitte daarbij zorgen over de rechten van deze groep.

Britse Rwanda-plan

Ook het eerdere Britse Rwanda-plan ligt nog vers in het geheugen. Het Verenigd Koninkrijk wilde asielzoekers die via irreguliere routes waren aangekomen naar Rwanda sturen. Uiteindelijk werden onder dat beleid geen mensen gedwongen naar Rwanda overgebracht en werd het akkoord in maart 2026 formeel beëindigd.

Dat maakt de huidige Europese interesse in Rwanda opvallend. Een constructie die in het Verenigd Koninkrijk jarenlang juridisch en politiek omstreden was, lijkt nu in een andere vorm terug te keren op Europees niveau.

Europese landen worstelen al jaren met het terugsturen van mensen die geen verblijfsrecht hebben, maar die om praktische of diplomatieke redenen niet naar hun land van herkomst kunnen worden uitgezet. Niet alle landen werken mee aan terugkeer en mensen beschikken niet altijd over de benodigde reisdocumenten. De EU heeft de terugkeer van afgewezen asielzoekers hoog op de agenda geplaatst.

Toch lijkt het er nu op dat Europese landen een deel van hun verantwoordelijkheid letterlijk buiten de eigen grenzen plaatsen. Dat is ook de kritiek van GroenLinks-PvdA-Europarlementariër Tineke Strik. Zij stelt dat Europese landen met dergelijke deals het probleem naar buiten proberen te verplaatsen. Volgens haar blijft onduidelijk hoe de hubs precies zouden functioneren en wie verantwoordelijk zou zijn wanneer het daar misgaat.

Nederland neemt ook volgend jaar geen deel aan Eurovisie Songfestival

0

Omroep AVROTROS, die het Eurovisie Songfestival uitzendt, ziet ‘onvoldoende aanknopingspunten’ om nog mee te doen aan het beroemde zangevent. Nederland doet daarom ook in 2027 niet mee aan het Eurovisie Songfestival, schrijven diverse media.

De omroep schrijft dat ‘de geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten te veel doorwerken in het Songfestival’, wat geleid heeft ’tot grote verdeeldheid,’ aldus Villamedia.

Daarmee doelt de omroep op de deelname van Israël, dat sinds oktober 2023 genocide pleegt op de Palestijnen in de Gazastrook. AVROTROS drong bij het organiserende European Broadcasting Union (EBU) aan op ‘transparante regels voor deelname van landen in een militair conflict.’ De EBU blijft echter weigeren om oorlogvoerende landen uit te sluiten, zo bericht de Volkskrant. Wel voerde de organisatie de regel in dat een land dat in oorlog verkeert het festival niet mag organiseren als het wint.

Voor AVROTROS gaat deze beslissing niet ver genoeg om het ‘onafhankelijke en neutrale karakter van het Songfestival’ te herstellen. Volgens directeur Taco Zimmerman kun je niet ontkennen dat een internationaal conflict steeds nadrukkelijker doorwerkt in het evenement. Het Eurovisie Songfevestival is volgens hem ‘een podium van verdeeldheid geworden’. 

Nederland was dit jaar afwezig op het Songfestival, nadat de AVROTROS had besloten af te zien van deelname. Dit kwam niet alleen door de genocide, maar ook omdat de Israëlische regering in 2025 had geprobeerd de stemming te beïnvloeden. Ook Spanje, Ierland, Slovenië en IJsland deden in 2026 niet langer mee.

Sommige commentatoren gingen volledig voorbij aan de maatschappelijke discussie rond de omstreden deelname van Israël aan het Songfestival. Volgens journalist Ton F. van Dijk, te gast in het WNL-radioprogramma Sven op 1, markeert het besluit ‘het failliet van de publieke omroep zoals die nu is georganiseerd. Een individuele omroep maakt een politieke afweging over het Songfestival en politiseert het. Dat betekent dat iets wat van iedereen is de Nederlandse bevolking nu misschien wordt onthouden.’

BBB-voorvrouw Caroline van der Plas zei het ‘volslagen idioot’ te vinden dat de omroep het ‘niet wil uitzenden’ en dat het ‘heel politiek wordt gemaakt terwijl het een cultureel evenement is.’

Waarom Indonesische vrouwen vaker voor een witte partner kiezen

0

Indonesische vrouwen kiezen relatief vaak voor een witte partner. Nabila Adhani en Khairi Fajriyah vertellen waarom zij die keuze maakten en met welke stigma’s ze te maken krijgen.

‘Ik had niet per se de intentie om met een Nederlandse man te trouwen toen ik naar Nederland vertrok, maar het is gebeurd en het bevalt me wel’, vertelt Nabila Adhani (34). Vijf jaar geleden kwam ze aan in Nederland om in de zorg te werken. Na een opleiding tot verpleegkundige te hebben afgerond, ging ze aan de slag bij verschillende ouderenzorgorganisaties. Het leven in Nederland beviel haar goed, waardoor ze besloot voor langere tijd te blijven. Vlak daarna ontmoette ze haar Nederlandse echtgenoot via een datingapp.

Adhani behoort tot ruim 350.000 mensen in Nederland met een Indonesische migratieachtergrond. Binnen deze herkomstgroep is 90 procent van de huwelijken een gemengd huwelijk, waarbij leden van deze groep met een partner trouwen buiten de eigen culturele groep. Volgens Loving Day, een stichting die zich inzet voor meer zichtbaarheid van gemengde relaties en huwelijken, zouden Indonesische vrouwen vaker dan Indonesische mannen een huwelijk sluiten met een Nederlandse partner. De stichting ziet in de cijfers van het CBS dat er geen onderscheid is gemaakt tussen Indonesische vrouwen zoals Adhani, die nog niet zo lang geleden uit Indonesië zijn geëmigreerd, en vrouwen met een Indische achtergrond die vanwege het koloniale verleden al langer geworteld zijn in de Nederlandse samenleving.

Ook in Jakarta ziet het officiële bevolkings- en burgerlijkestandbureau dat Indonesische vrouwen vaker dan Indonesische mannen voor een witte partner kiezen. Het grootste aantal geregistreerde gemengde huwelijken tussen 2020 en 2025 was dat van Indonesische vrouwen en Amerikaanse mannen. Een content creator in Jakarta zag de vraag naar een witte partner – ‘orang bule’ – onder Indonesische vrouwen toenemen en richtte vorig jaar een datingbureau op speciaal voor deze vrouwen.

Hedendaagse stereotypen

Adhani merkt in haar directe omgeving dat er onder Indonesische vrouwen veel vraag is naar een partner uit Europa of de Verenigde Staten. Een aantal van haar vriendinnen in Indonesië nam al contact op voor haar advies als ervaringsdeskundige. ‘In Indonesië bestaat nog altijd het vertekende beeld dat het beter is voor je nageslacht wanneer je met een Europese of Amerikaanse man trouwt’, zegt zij. ‘Niet alleen omdat mensen denken dat die mannen meer te besteden hebben, maar ook omdat ze wit zijn en denken dat hun kinderen er dan mooier uit zullen zien dan wanneer ze met een bruine Indonesische man zouden trouwen.’ Adhani denkt dat dit een duidelijk voorbeeld is van hoe stereotypen uit het koloniale verleden nooit zijn opgehouden te bestaan.

‘Deze stereotypen zeggen vooral veel over hoe er in Indonesië wordt gedacht over vrouwen’

Zelf heeft ze ook te maken gehad met stigma’s die ze vooral van vrienden en familie in Indonesië hoort. ‘Ze denken dat ik door mijn man word gebruikt of dat ik alleen maar met hem ben vanwege geld en status. Het zijn altijd aannames met een negatieve ondertoon die op mij als Indonesische vrouw zijn gericht.’

Dat beaamt Khairi Fajriyah (33). Ze is pas drie maanden in Nederland en heeft al twee jaar een relatie met een Nederlandse man die ze via Adhani leerde kennen. ‘Sommige mensen in Indonesië vinden ook dat witte mannen alleen maar een relatie willen met ‘lelijke’ Indonesische vrouwen’, vertelt ze. ‘Dan zeggen ze: waarom trouwen die witte mannen toch alleen maar met vrouwen die eruitzien alsof ze hun huishoudhulp kunnen zijn, en niet met mooie Indonesische vrouwen?’

‘Hoe witter je huid, hoe mooier je wordt gevonden’

Volgens Fajriyah gaan de stereotypen vooral over vrouwen die niet voldoen aan Indonesische schoonheidsidealen. ‘Die willen juist heel erg lijken op witte mensen, want hoe witter je huid, hoe mooier je wordt gevonden’, zegt zij. ‘Maar de meeste vrouwen in Indonesië zijn helemaal niet wit, dus dan is de kans groter dat een witte man met een doorsnee Indonesische vrouw trouwt die geen witte huid heeft.’

De stereotypen over het Indonesische schoonheidsideaal hebben haar in het verleden gekwetst, vertelt Fajriyah. ‘Het heeft me lange tijd gekost voordat ik weer zelfvertrouwen had en mezelf mooi begon te vinden’, zegt zij. ‘Maar deze stereotypen zeggen vooral veel over hoe er in Indonesië wordt gedacht over vrouwen en over vrouwen die een relatie aangaan met witte mannen.’ In Nederland ervaren zowel Fajriyah als Adhani de stigma’s niet. ‘Hier is het prima dat mensen buiten hun eigen cultuur trouwen. Ik voel alleen maar liefde van mijn Nederlandse schoonfamilie’, zegt Fajriyah.

Onderdanig

Voor Fajriyah was het een bewuste keuze om een relatie aan te gaan met een Nederlandse man. ‘Ik ben nog niet zo lang samen met mijn huidige vriend, maar ik ben gelukkiger dan ik ooit was toen ik een relatie had met een Indonesische man.’ Een van haar ex-partners zou door zijn moeder zijn geïnstrueerd om hun relatie te beëindigen, omdat Fajriyah een hogere opleiding had genoten dan haar zoon. ‘Zijn moeder zei dat dat uiteindelijk niet goed was voor haar zoon – mijn voormalige vriend – omdat ze vond dat ik vanwege mijn opleiding te dominant zou zijn als ik zijn echtgenote was.’

Volgens Fajriyah zijn huwelijken in Indonesië ingewikkeld, omdat het niet alleen gaat om twee verschillende mensen die hun levens willen delen, maar ook om twee verschillende families met vaak verschillende culturen. ‘Vaak word je dan geacht om de belangen van je familie voorop te stellen en mee te laten wegen in je partnerkeuze’, zegt ze. ‘Daarnaast zijn we in Indonesië veel minder bezig met vrouwenrechten in het gezinsleven dan in Europa.’ Dat stelt ook Adhani.

‘Ik wilde een levenspartner uit een andere cultuur’

‘Voordat ik mijn man leerde kennen, had ik ook een relatie met een witte man. Maar daarvoor had ik alleen maar Indonesische mannen gedatet’, zegt Adhani. ‘Uiteindelijk waren het mijn relaties met Indonesische mannen die mijn ogen hadden geopend. Ik wilde een levenspartner uit een andere cultuur dan de mijne.’ Adhani groeide op in Jakarta met een Oost-Javaanse moeder. Haar vader komt van het Indonesische eiland Sumatra. ‘Mijn moeder leeft niet meer, maar mijn vader nog wel. Daar heb ik helaas geen goede band mee.’

Als kind zag ze dat er geen gehoor werd gegeven aan de behoeften van haar moeder. Haar ouders leefden volgens een traditionele rolverdeling, waarin er volgens haar geen plek was voor een vrouw die iets anders wilde doen met haar leven dan enkel de zorg voor het gezin. Volgens Adhani zouden haar moeder en de meeste Indonesische vrouwen die ze kende door hun mannen verantwoordelijk worden gehouden voor alle huishoudelijke taken. Zelfs wanneer de mannen niet de kostwinner zijn. ‘Ik denk dat mijn vader voor mij het eerste echte voorbeeld was van de traditionele Indonesische man en een voorbeeld van hoe vreselijk patriarchaal onze culturen nog zijn.’

Verwachtingspatronen doorbreken

De ervaringen die ze op latere leeftijd met mannen had opgedaan, kwamen overeen met wat ze zag in het huwelijk van haar ouders. ‘Ik wil zeker niet iedereen over één kam scheren. Niet alle Indonesische mannen zijn zo, maar ik durf wel met zekerheid te stellen dat de meesten zijn zoals mijn vader en de mannen met wie ik een relatie had’, zegt ze. ‘Ze verwachten dat een vrouw zich onderdanig opstelt tegenover haar man. Dat ze haar man nooit zal weigeren wanneer hij om seks vraagt. En dat ze al haar behoeftes links laat liggen om haar gezin voorop te stellen.’

Pas later, toen ze naar Nederland emigreerde, besefte ze dat het ook anders kon. Haar ogen werden geopend op het moment dat ze op bezoek ging bij Indonesische vriendinnen die al langer in Nederland wonen. ‘Deze vrouwen waren niet allemaal getrouwd met een witte man. Er waren ook Indonesische vrouwen die met Indonesische mannen waren getrouwd die al langer in Europa leefden’, vertelt ze. ‘Maar die gedroegen zich niet als Indonesische mannen die in Indonesië wonen. Ik zag bijvoorbeeld dat ze wel allerlei huishoudelijke taken op zich namen, zoals koken en de afwas doen.’

‘Dat is denk ik uiteindelijk waar het om draait’, zegt Fajriyah. ‘Een gelijkwaardige relatie’

Adhani denkt dat het te maken heeft met hoe mensen in Europa leven, waar veel meer sprake is van gedeelde verantwoordelijkheid in het huishouden. Anders dan in Indonesië zijn er in Nederland meer huishoudens met twee inkomens, denkt ze. Door drukke banen en hoge kosten van levensonderhoud is er vaak ook geen geld voor huishoudelijke hulp, die in Indonesië volgens haar vaker wordt ingezet. ‘Dat heeft blijkbaar invloed op Indonesische mannen die langer in Nederland wonen vanwege werk en studie’, zegt ze. ‘Ik zie dat vooral in kringen van hoogopgeleide mensen. Dan zijn ze gelukkig samen, omdat ze alle lasten delen.’

‘Dat is denk ik uiteindelijk waar het om draait’, zegt Fajriyah. ‘Een gelijkwaardige relatie. En daar heb ik uiteindelijk meer kans op wanneer ik met een witte man ben dan wanneer ik een relatie aanga met een Indonesische man in Indonesië.’

‘Maar het is niet zo dat ik Indonesische vrouwen per se aanraad om met een witte man te trouwen’, vult Adhani aan. ‘De stigma’s zijn er nog altijd. En dan heb je ook nog grote culturele verschillen en taalbarrières die je moet overbruggen in je huwelijk. Dat is niet voor iedereen weggelegd.’

Ebola-uitbraak in Congo: ‘Eén nieuw geval elke 15 minuten’

0

Het ebolavirus maakt steeds sneller dodelijke slachtoffers in Congo. Het is nu al de dodelijkste epidemie die het land ooit heeft gezien, zo meldt Dokters van de Wereld, een van oorsprong Franse organisatie.

Tot nu toe zijn er al 5200 infectiegevallen bekend en zijn meer dan 2500 mensen aan het virus overleden. Dat komt neer op een sterftecijfer van 47 procent. Het heeft er alle schijn van dat de situatie nog verergert.

Met name in Oost-Congo is de situatie zeer zorgwekkend. Vorige week waren er 100 nieuwe infectiegevallen per dag. Dat betekent een nieuwe infectie per 15 minuten.

De sterftecijfers liegen er dan ook niet om. In enkele maanden tijd zijn er al meer doden gevallen (2500) dan tijdens de vorige epidemie van 2018-2020, waarbij in twee jaar tijd 2300 mensen overleden. Ook de geografische reikwijdte van de epidemie baart zorgen. Het virus is in zes verschillende provincies aangetroffen: Ituri, Zuid-Kivu, Noord-Kivu, Tshopo, Haut-Uele en Bas-Uele.

Wat de situatie nog rampzaliger maakt, is dat er op dit moment geen bewezen behandeling of vaccin tegen dit ebolavirus beschikbaar is. Hierdoor is het zeer moeilijk om de epidemie te bestrijden.

Ebola werd voor het eerst ontdekt in 1976 nabij de Ebola-rivier in het toenmalige Zaïre (nu de Democratische Republiek Congo). Sindsdien is het land regelmatig getroffen door uitbraken, waarbij de regio rond de evenaar en de oostelijke provincies het vaakst worden geraakt. Hoewel ebola in het verleden vaker is opgedoken in Centraal- en West-Afrika, blijft Congo een van de meest kwetsbare gebieden, vanwege de aanhoudende politieke instabiliteit en beperkte toegang tot gezondheidszorg.

Parool: steeds meer gemeenten regelen opvang asielzoekers zelf

0

Steeds meer gemeenten lijken ervoor te kiezen om zelf het beheer van een asielzoekerscentrum op zich te nemen, schrijft Het Parool

Terwijl veel gemeenten wegens onvoldoende draagkracht onder de bevolking en ontoereikende communicatie nog niet voldoen aan de opdracht uit de spreidingswet, zijn er volgens de krant momenteel zestien gemeenten die het anders aanpakken. Zij runnen de opvang deels zelf, met een beperkte rol voor het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). De spreidingswet biedt gemeenten de mogelijkheid daartoe.

Gemeenten en Tweede Kamerleden gingen op werkbezoek in Oss, één van de gemeenten die een gemeentelijke opvang hebben. 250 Oekraïners en 250 asielzoekers wonen daar ‘al jaren zonder problemen’ samen.

CDA-Kamerlid Jeltje Straatman denkt dat een gemeentelijke opvang meer ruimte geeft voor eigen voorwaarden, zoals de grootte van een locatie. Het is bovendien goedkoper, zegt ze.

Het COA zegt tegen Het Parool te verwachten dat meer gemeenten zullen gaan kiezen voor een duurzame gemeentelijke opvang, zeker voor kleinere locaties.

Opvang in eigen beheer heeft volgens Het Parool als voordeel dat bewoners niet meer verplicht zijn te verhuizen, iets wat vaak een belemmering vormt voor de integratie. Nog een argument om te kiezen voor een opvang in gemeentelijke beheer is de potentiële rol van lokale ondernemers, omdat men niet vastzit aan contracten van het COA.

CDA-Kamerlid Straatman diende in juni samen met haar collega Lisa Westerveld (PRO) en D66 een motie in. Hierin verzoeken zij de regering ‘goede voorbeelden’ van gemeentelijke opvanglocaties beter te verspreiden onder gemeenten. De indieners hopen dat hiermee het maatschappelijke draagvlak wordt vergroot. De motie werd aangenomen.

Al Jazeera: Israël ziet vliegers van Palestijnse kinderen nu ook als dreiging

0

Volgens de Arabische nieuwszender Al Jazeera ziet Israël vliegers van Palestijnse kinderen in Gaza nu ook als een ‘bedreiging’. 

Dit blijft niet zonder gevolgen. Een vierjarige Palestijnse jongen, Muhammed Abdel Salam Yaha, werd samen met twee anderen vermoord na een Israëlische luchtaanval. De aanval werd gepresenteerd als ‘vergelding’ voor een Palestijnse vlieger, zo meldt de zender.

Yaha werd gedood door Israëlische raketten, die een winkelcentrum in az-Zawayda raakten. Kort daarna werd Khan Younis, waar wanhopige Palestijnse overlevers in tenten bivakkeren, het doelwit van een Israëlische drone-aanval. Temidden van de verwoesting in az-Zawayda getuigt Abu Ahmed tegenover Al Jazeera over de situatie: ‘Er is geen wapenstilstand; er is niets. We willen oplossingen; we willen in vrede leven.’

Critici beschuldigen Israël ervan een ‘veiligheidscrisis’ te fabriceren, waarbij zelfs kinderspeelgoed, zoals een vlieger, wordt aangegrepen als excuus om de vernietiging van het Palestijnse volk voort te zetten. Extreemrechtse Israëlische ministers nemen geen blad voor de mond en bezigen openlijk genocidale retoriek. Volgens Itamar Ben-Gvir moeten er dagelijks minimaal 40 tot 50 Palestijnen vermoord worden.

Erdogan krijgt steeds meer controle over het internet

0

Wakkert de politieke oppositie in Turkije inmiddels de wanhoop onder de bevolking nog sterker aan dan het regime van Recep Tayyip Erdogan zelf? Of de oppositie de regering als bron van onvrede overtreft, valt te betwisten, maar door haar chronische passiviteit en interne chaos verspeelt ze actief het beetje hoop dat nog resteert op een democratische toekomst.

De stemming onder de bevolking is onmiskenbaar: volgens de ‘Pulse of Turkey’-peiling van onderzoeksbureau Metropoll van juli 2026 wees bijna twee derde van de ondervraagden op diepe teleurstelling toen hun werd gevraagd welk gevoel hun reactie op de recente politieke ontwikkelingen het beste weergeeft.

Maar liefst 33,6 procent noemde ‘angst en bezorgdheid’, terwijl 30,5 procent koos voor ‘vermoeidheid en frustratie’. Daarmee kwam het totale negatieve sentiment uit op 64,1 procent. ‘Hoop’ kwam ondertussen niet verder dan 10,6 procent en ‘vertrouwen’ bleef steken op een schamele 7,2 procent. In het Turkije van vandaag gaan twee op de drie burgers gebukt onder een verstikkende deken van politieke uitputting.

Een recent voorbeeld maakt dit duidelijk. De oppositie werd volledig in beslag genomen door haar eigen crises: de pro-Koerdische DEM-partij raakte betrokken bij het ontwapeningsproces van de PKK, terwijl de belangrijkste oppositiepartij CHP bezweek onder juridische druk en bittere interne verdeeldheid. De regeringscoalitie van president Erdogan maakte gebruik van deze afleiding en loodste een verstrekkende wet door het parlement die de controle over de technische ruggengraat van het internet in handen legt van een op veiligheid gerichte presidentiële instantie. Daarmee is een beslissende stap gezet in de richting van volledig digitaal autoritarisme.

Op 24 juli 2026 — opvallend genoeg de verjaardag van de opheffing van de Ottomaanse perscensuur in 1908 — nam de Grote Nationale Assemblee van Turkije wetswijzigingen aan waarmee de belangrijkste bevoegdheden voor toezicht op en ingrijpen in internet en sociale media werden overgeheveld. Die lagen voorheen op grond van Wet nr. 5651 bij de Autoriteit voor Informatie- en Communicatietechnologie (BTK), maar gingen nu naar het Presidium voor Cyberveiligheid, een instantie die rechtstreeks onder het door Erdogan benoemde presidentschap valt. De wet trad op 31 juli 2026 in werking als Cyberveiligheidswet nr. 7545.

De oppositie werd volledig in beslag genomen door haar eigen crises

Vooral de manier waarop de wet werd aangenomen is veelzeggend. Van de 600 parlementsleden kwamen er slechts 252 opdagen voor de stemming; de wet werd aangenomen met 220 stemmen voor en 32 tegen. Dat betekent dat ongeveer 350 parlementariërs — voor het overgrote deel van de oppositie — niet deelnamen aan de stemming. Ze werden afgeleid door de oprichting van een nieuwe oppositiepartij en het illusoire ‘vredesproces’, terwijl deskundigen al weken waarschuwden dat de stemming eraan zat te komen.

Het is een bekend patroon: de Turkse regeringscoalitie kiest voor haar meest ingrijpende autoritaire maatregelen telkens momenten waarop de oppositie verdeeld is en het publieke debat wordt afgeleid door kunstmatig gecreëerde discussies over minder belangrijke kwesties.

Inhoudelijk centraliseert de wet het digitale bestuur en brengt zij dit op verschillende concrete manieren onder het veiligheidsapparaat:

  • De technische controle over de internetinfrastructuur, waaronder de bevoegdheid om de bandbreedte te beperken of de toegang af te sluiten, gaat over naar het nieuwe Presidium voor Cyberveiligheid.
  • Het beheer van en beleid rond domeinnamen (DNS), voorheen in handen van de ICTA/BTK, valt voortaan onder dezelfde veiligheidsinstantie.
  • Het Presidium houdt rechtstreeks toezicht op de naleving van de regels door socialemediaplatforms en kan opdracht geven de toegang te blokkeren of inhoud te verwijderen.
  • De cyberdatacentra en gespecialiseerde medewerkers van de BTK moeten binnen drie maanden worden overgedragen aan de nieuwe instantie, waardoor het toezicht op internet volledig wordt opgenomen in de presidentiële hiërarchie.
  • Providers, toegangsaanbieders en datacentra moeten opdrachten om toegang te blokkeren of de snelheid te beperken binnen twee uur uitvoeren. Vervolgens heeft een strafrechter 24 uur om het besluit te beoordelen. Als binnen 48 uur geen uitspraak volgt, vervalt de maatregel automatisch. Feitelijk komt dit neer op een model van ‘eerst handelen, daarna toetsen’.
  • De wettelijke definitie van ‘verkeersgegevens’ omvat nu expliciet informatie over bron en bestemming. Daardoor kan van begin tot eind worden gevolgd welk apparaat verbinding maakte met welke website, vanaf welk IP-adres en op welk moment. Die gegevens kunnen worden gebruikt voor uitgebreide profilering onder de noemer ‘nationale cyberdreigingsinformatie’.
  • Platforms die de regels niet naleven, kunnen per overtreding bestuurlijke boetes krijgen van ongeveer 350 tot 1.800 euro. Daarnaast kunnen andere boetes op het gebied van cyberveiligheid oplopen tot 1,8 miljoen euro en kunnen gevangenisstraffen tot twaalf jaar worden opgelegd.

Mensenrechtenorganisaties zoals Ifade Özgürlügü Dernegi, vereniging voor vrijheid van meningsuiting, waarschuwden tijdens de behandeling van de wet dat vage bepalingen over ‘nationale veiligheid’ en situaties waarin ‘uitstel schadelijk zou zijn’ preventieve censuur feitelijk legaliseren zonder betekenisvol rechterlijk toezicht.

De maatregel volgt op jaren van stapsgewijze aanscherping, gedocumenteerd door monitoringplatforms zoals EngelliWeb, dat regelmatig afzonderlijke verwijderingen van online-inhoud op grond van Wet 5651 registreert. De nieuwe wet formaliseert en versnelt in wezen een systeem van blokkades dat al van geval tot geval werd toegepast.

De maatregel volgt op jaren van stapsgewijze aanscherping

Na de overdracht van bevoegdheden van de BTK aan het Presidium voor Cyberveiligheid (SGB) kwam de nieuwe instantie onmiddellijk in actie. Op 6 augustus begon zij blokkades op te leggen en volgens gegevens van EngelliWeb werd alleen al op 7 augustus de toegang tot minstens 1.048 domeinnamen geblokkeerd.

Van de twee meest aangehaalde modellen van digitaal autoritarisme lijkt het nieuwe Turkse systeem meer op het Chinese dan op het Iraanse model. Iran leunt sterk op een parallel ‘nationaal informatienetwerk’, dat tijdens onrust kan worden afgesloten van het wereldwijde internet. De Turkse wet probeert daarentegen niet het land technisch los te koppelen van het open internet.

In plaats daarvan vertoont het systeem overeenkomsten met de Chinese aanpak, waarbij de controle over de infrastructuur, de bevoegdheid over DNS en het verzamelen van verkeersgegevens worden gecentraliseerd bij één staatsveiligheidsinstantie die snel verwijdering of blokkering kan opleggen. Rechterlijke toetsing fungeert daarbij achteraf eerder als een formaliteit dan als een daadwerkelijke controle vooraf.

Het praktische gevolg — een censuurregime van ‘eerst schieten, daarna procederen’ — brengt het Turkse digitale bestuur verder weg van de Europese normen voor behoorlijke rechtsbescherming en dichter bij de preventieve, op veiligheid gerichte controle zoals die in Beijing wordt toegepast.

Het treurige is dat deze stap naar verdere duisternis mede mogelijk werd gemaakt door de oppositie, terwijl de verzwakte en gepolariseerde Turkse media de betekenis ervan grotendeels niet onderkenden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat al maandenlang bijna 30 procent van de kiezers onbeslist blijft of uit protest geen keuze maakt.

Zomergasten: de wereld van Sigrid Kaag is veel groter dan Nederland

0

Na een half uur Zomergasten rol je toch even van je stoel. Sigrid Kaag (64) had zomaar secretaris-generaal van de Verenigde Naties kunnen worden. Zo’n tien jaar geleden vroegen de Amerikanen Nederland om haar beschikbaar te stellen. Maar Nederland dong naar een zetel in de VN-Veiligheidsraad en liet het lopen.

Kaag werkte ruim twintig jaar bij de VN voordat ze in 2017 minister werd. Ze weet dus hoe beperkt de macht van de hoogste baas kan zijn. Verwacht niet te veel van de huidige secretaris-generaal Guterres, is haar boodschap. ‘De politieke macht ligt bij de lidstaten.’ Als die het laten afweten, ‘kun je als secretaris-generaal hoog en laag springen, maar dan kom je echt niet veel verder.’

Ook over de democratie maakt democraat Kaag zich weinig illusies. Na beelden van JD Vance op de Munich Security Conference en Carney op het World Economic Forum in Davos zegt ze: ‘De waardengemeenschap die wij zijn, staat zwaar onder druk.’ Wegkijken kan niet meer. ‘Je moet zeker niet de zwijgende meerderheid blijven.’

Kaag vertelt presentator Janine Abbring dat ze opgroeide in een flat in Zeist, met een grote vleugel midden in de kamer. Haar ouders letten scherp op het stem- en taalgebruik van Sigrid en haar zus. Later zou ze er als minister om worden bekritiseerd. Haar ouders waren er juist zeer tevreden over.

Zorgeloos was haar jeugd niet. Haar vader kampte met zware depressies en haar moeder kreeg een hersentumor. Bij de operatie verloor ze het zicht aan één oog, werd ze doof en raakte ze zwaar verlamd. De kinderen gingen tijdelijk naar pleeggezinnen.

Misschien koos Kaag juist daardoor al jong haar eigen ver-weg. Ze studeerde Arabische taal- en letterkunde in Utrecht, maar wilde meer: politicologie en economie erbij, met taal als middel. Daarvoor vertrok ze naar Caïro, in haar ogen een prachtige stad in de jaren tachtig. We zien een scène uit de Egyptische film The Yacoubian Building, waarin een arme jonge vrouw met een welgestelde heer praat over de grote sociale problemen van het leven in Egypte, terwijl ze dansen op muziek van Edith Piaf. Ook Kaag had in die tijd niet veel geld en was zich bewust van haar kwetsbare positie als vrouw in de Egyptische metropool.

‘O, je was dus vooral bezig met voorzichtig zijn’, zegt Abbring. ‘Ik dacht: misschien komen er nog spannende verhalen over het uitgaansleven.’ Die komen er wel degelijk. Abbring heeft uitgezocht in welke gelegenheden in de jaren tachtig tot diep in de nacht werd gedanst. En jawel: Kaag kwam er ook. Ze zong er zelfs Franse chansons, waar ze zo van hield. Het nachtleven in Caïro was geweldig, vertelt ze. Je reed zo naar de piramides, waar je toen nog makkelijk naartoe kon.

Op haar 31ste werkte Kaag als diplomaat voor Buitenlandse Zaken en ontmoette ze haar man, een Palestijnse tandarts en vredesactivist uit Jeruzalem. Hun volgende afspraakje was in Londen en ze besloot met hem te trouwen. Een lucide droom speelde daarbij een bijzondere rol: ze droomde dat ze naar Londen zou vertrekken en als een ander mens zou terugkomen. En zo gebeurde het.

Kaag vertelt dat ze haar hele leven al voorgevoelens en dromen heeft die uitkomen. Haar moeder en zus hebben dat zesde zintuig ook. Opvallend voor een vrouw die, verborgen achter een grote bril, zo rationeel en evenwichtig overkomt.

‘Het is prima als je oerconservatief wil zijn, maar geef dat dan toe’

Haar carrière is verbluffend. Ze onderhandelde met wereldleiders en terroristische organisaties, was ondersecretaris-generaal van de Verenigde Naties, is commissaris bij een Australisch mijnbouwbedrijf en geeft les in conflictonderhandelingen aan een Parijse universiteit. En dan is ze ook nog onbezoldigd en onafhankelijk lid van de adviesraad voor Gaza, die voortkomt uit een VN-resolutie. Wat die raad precies inhoudt, weet eigenlijk niemand. Trump-vertrouwelingen Jared Kushner en Steve Witkoff zitten erin, maar de raad is nog nooit bij elkaar gekomen.

Waarom zit Kaag er dan in? Als ze ook maar iets kan betekenen voor de Gazaanse bevolking, die in erbarmelijke omstandigheden probeert te overleven, bijvoorbeeld bij de toegang tot hulp en steun voor kinderen, doet ze dat. Tegelijkertijd laat ze doorschemeren dat er een moment kan komen waarop het voor haar klaar is.

Dan volgt een scène uit de film Caramel, over een schoonheidssalon in een christelijke wijk in Libanon. ‘Dit is ook het Midden-Oosten’, zegt Kaag. Een mozaïek van verschillende culturen en geloven, met ondanks de burgeroorlog een grote mate van tolerantie. Juist dat trof haar in de drie jaar dat ze in Libanon woonde.

Heel anders was haar terugkeer naar Nederland. Haar tijd als vicepremier en politiek leider van D66 werd een koude douche. ‘Nederland is kleiner geworden. Ik denk dat we, toen ik jonger was, toch een opener blik op de wereld hadden.’ Ze kreeg een stortvloed aan kritiek en beledigingen over zich heen en moest zelfs worden beveiligd als ze boodschappen deed bij de Albert Heijn om de hoek. Op een gegeven moment was het genoeg. ‘Weer een doelwit zijn in een tijdperk waarin de politieke gekte nog niet is uitgeraasd, waarom zou ik het doen? Ik had een heel politiek leven achter de rug, ik hoefde niets te bewijzen.’

Had ze heimwee naar een ander Nederland? ‘Misschien. We zijn veel kwijtgeraakt. Dat progressieve zelfbeeld dat we hebben, dat is er al lang niet meer. Het is prima als je oerconservatief wil zijn, maar geef dat dan toe.’

Deze zomer was Kaag weer in Libanon. Heimwee naar dat land dan? Ook niet. Heimwee vindt ze niet zo positief. ‘Daar moet je niet in verzanden, zeker niet op een bepaalde leeftijd.’

De avond eindigt met het prachtige Les cèdres, over Libanon en de beelden die je met je meedraagt, ook als je ver van huis bent. Een zanger en zangeres zingen het samen, begeleid door een trompettist. Een passend slot. Kaag toont deze avond haar grote kennis van en liefde voor de Arabische cultuur. Ze lijkt inderdaad niet meer helemaal te passen in het Nederland dat ze eerder op de avond beschreef. Drie uur lang neemt ze ons mee in een veel grotere wereld. En tilt ze ons een klein beetje op.

Congolese regering en M23-rebellen bereiken akkoord over vredesonderhandelingen

0

De Democratische Republiek Congo (DRC) en de door Rwanda gesteunde M23-rebellen hebben een routekaart voor vredesbesprekingen ondertekend. Dit akkoord, bereikt na vijf dagen onderhandelen, markeert een nieuwe poging om het decennialange conflict in het oosten van Congo te beëindigen, schrijft de BBC.

De partijen hebben toegezegd ‘onderhandelingen te voeren voor een alomvattende vrede en een einde te brengen aan het conflict’. Dit proces bouwt voort op een eerder akkoord uit 2025. Een eerste verificatiemissie staat maandag gepland in Minembwe, in de provincie Zuid-Kivu, een gebied dat zwaar getroffen is door aanhoudend geweld.

Ondanks de diplomatieke vooruitgang blijven er volgens de Britse omroep aanzienlijke obstakels. Er is nog geen overeenstemming bereikt over heikele punten zoals de sancties tegen M23-leiders, de vrijlating van gevangenen en de timing van noodzakelijke politieke hervormingen. Bovendien beschuldigen de regering en de rebellen elkaar over en weer van het schenden van eerdere wapenstilstanden.

Het conflict is nauw verweven met de gespannen relatie tussen Congo en buurland Rwanda. Congo beschuldigt Rwanda ervan de M23-rebellen te steunen met troepen en wapens, een claim die Rwanda steevast ontkent, ondanks bewijs van internationale waarnemers. Rwanda voert op zijn beurt aan dat de DRC er niet in slaagt de Democratische Strijdkrachten voor de Bevrijding van Rwanda (FDLR) te ontmantelen, een gewapende groep die het als een directe veiligheidsdreiging beschouwt.

Congo, rijk aan waardevolle grondstoffen die essentieel zijn voor producten als smartphones, is al decennia het toneel van instabiliteit. Sinds de escalatie in januari 2025, waarbij M23 strategische locaties zoals Goma en nabijgelegen luchthavens innam, zijn duizenden mensen omgekomen en honderdduizenden burgers ontheemd geraakt.