De zoon van Parool-columnist Yesim Candan is met een kettingslot geslagen, kort nadat Candan een kritische column schreef over voetbalclub De Dijk uit Amsterdam-Noord. Hij maakt het ‘naar omstandigheden’ goed. Of er een verband bestaat tussen de column en het geweldsincident is nog onduidelijk. De politie doet onderzoek, meldt NOS.
‘Ik ben echt ontdaan’, zegt Yesim Candan op sociale media na het geweld tegen haar zoon.
Vorige maand schreef Candan over een incident op het voetbalveld, waar haar zoon bij betrokken was. ‘Op het moment dat de vrouwelijke scheidsrechter een penalty aan AFC toekende, stormde een groep jongens van de tegenpartij collectief op haar af’, schrijft zij in haar column. Ze zouden de scheidsrechter daarbij hebben uitgescholden voor ‘kankerlijer’.
Ook maakte Candan toen de volgende koppeling met de etnische achtergrond van de geweldplegers: ‘Het schuurt om dit te benoemen, maar de tegenpartij was een multicultureel team… want daarmee bevestigen ze precies de vooroordelen en stigma’s waar biculturele jongeren al jaren tegen vechten. Dat is niet alleen schadelijk voor het voetbal, maar voor alle jongeren met dezelfde achtergrond.’
Het is niet duidelijk of deze woorden een rol hebben gespeeld bij het geweldsincident tegen haar zoon.
Verschillende hoogwaardigheidsbekleders spreken hun steun uit aan Candan, onder wie de burgemeester van Amsterdam, Femke Halsema. Zij legt wel een link tussen haar column en het geweld. ‘In haar column pleit Yesim Candan voor respect en fatsoen’, aldus burgemeester Halsema op sociale media. ‘In plaats daarvan wordt haar zoon mishandeld, mogelijk om de moeder het zwijgen op te leggen.’ Halsema noemt dat ‘afschuwelijk en onverteerbaar’. Candan en haar zoon verdienen volgens de burgemeester ‘alle steun en vrijheid’, reageert ze tegen de NOS.
Candan beweert dat het incident met haar zoon niet losstaat van een zogenoemd structureel probleem. ‘Dit gaat over iets groters: over respect, opvoeding en de manier waarop jongens leren omgaan met autoriteit en met vrouwen.’
Een van de twee hoofdredacteuren van Het Parool, Michiel Couzy, neemt het ook op voor de familie Candan. ‘Als deze aanval verband houdt met haar column, is dit ook een aanval op de persvrijheid. Een columnist moet in alle vrijheid onderwerpen aan de orde kunnen stellen. Wij staan met z’n allen achter Yesim en haar zoon.’
Israël werkt aan plannen om grote aantallen Palestijnen Gaza te laten verlaten via wat het omschrijft als ‘vrijwillige migratie’. Terwijl juristen waarschuwen dat dergelijke plannen in strijd kunnen zijn met het internationaal recht, zien steeds meer Palestijnen door oorlog, honger en onzekerheid geen andere uitweg dan vertrek.
Israël wil stappen gaan zetten in de grootschalige verdrijving van Palestijnen uit Gaza. De Israëlische minister van Defensie Israel Katz kondigde vorige week aan dat de regering plannen heeft om grote aantallen Palestijnen ‘vrijwillig’ Gaza te laten verlaten op ‘het juiste moment en op de juiste manier’. Een dag later kondigde premier Netanyahu aan dat hij 70 procent van Gaza zal gaan bezetten: ‘om te beginnen.’ Het is allemaal onderdeel van Israëls langetermijnplannen voor het gebied.
Plannen om Palestijnen massaal uit Gaza te deporteren, schenden het staakt-het-vurenplan van president Trump voor Gaza, dat Israël vorig jaar in oktober ondertekende. Het tweede punt van dat plan zegt dat Gaza herbouwd zal worden voor de bevolking van Gaza, want ‘die heeft al meer dan genoeg geleden.’
Daarnaast zijn de deportatie- en bezettingsplannen in strijd met het internationaal recht, ook als het vertrek van de Palestijnen op een zogenaamd ‘vrijwillige manier’ gebeurt. Experts op het gebied van internationaal recht waarschuwen al langere tijd dat deze vorm van deportatie een oorlogsmisdaad en misdaad tegen de menselijkheid is. Een woordvoerder van Katz reageerde niet op vragen van de Kanttekening of Israël zich aan de afspraken zal houden rondom de bewoners van Gaza zoals vastgelegd in Trumps staakt-het-vurenplan, en of het ministerie zich bewust is van de wettelijke implicaties.
‘Vrijwillige migratie’
De Israëlische regering promoot al langer het vooruitzicht van een Gaza zonder Palestijnen. Vorig jaar zette Israël een kantoor op voor ‘vrijwillige migratie’. Het bureau was niet erg succesvol, want het was onzeker waar de Palestijnen naartoe konden worden gedeporteerd. Israël noemde in het beginstadium van de plannen landen als Zuid-Soedan en Somaliland, maar deze landen gingen niet akkoord met het opvangen van uitgezette Palestijnen. Minister Katz zei toentertijd dat zo’n 40 procent van de inwoners in Gaza interesse had om te migreren.
Hoeveel Palestijnen precies weg willen, is onduidelijk, maar dat steeds meer mensen vertrekken uit Gaza, is zeker; ook Nederland gaat 47 Palestijnen helpen Gaza te verlaten. De Palestijnen kunnen bijvoorbeeld via een visum voor een ander land, zoals een studentenvisum of een werkvisum via een buitenlandse werkgever, naar Europa komen. Deze week vertrok er een groep Palestijnen met visa voor verschillende Europese landen.
‘Ik kan niet blijven toekijken hoe mijn kinderen lijden’
En nog veel meer Palestijnen willen weg. Zo ook Ammar Murtaja. Ik spreek hem meermaals gedurende de genocide en na het tekenen van de wapenstilstand. De eerste keer dat we contact hebben, is in april vorig jaar. Er is op dat moment nog geen wapenstilstand, zijn vrouw is dan hoogzwanger en zijn dochter met diabetes kan niet genoeg insuline krijgen. Hij wil weg uit Gaza en ergens een beter, veiliger bestaan opbouwen. ‘Maar’, voegt hij eraan toe, ‘ik zou nooit gebruik maken van een Israëlisch migratiekantoor.’
Niet veel later, in juli 2025, krijg ik een berichtje van Ammar. De situatie in Gaza heeft dan een dieptepunt bereikt, hongersnood is wijdverspreid en op WhatsApp ontstaat de groep #Survival_Attempt, waar Palestijnen elkaar tips geven over hoe ze het beste Gaza kunnen verlaten. Ammar vraagt in dat berichtje of ik meer informatie heb over het Israëlische immigratiekantoor. Hij wil zich toch aanmelden voor de zogenaamde ‘vrijwillige migratie’ via Israël. Hij wil weg, op welke manier dan ook. ‘Dit is geen makkelijke keuze. Het gaat om de veiligheid en het overleven van mijn familie. Ik kan niet blijven toekijken hoe mijn kinderen lijden’, schrijft hij.
Inmiddels gaat het iets beter met Ammar en zijn familie. Hij woont met zijn ouders, vier kinderen en vrouw in hun deels verwoeste huis in Gaza-Stad. Er is iets meer eten, hoewel de prijzen hoog blijven. Ammar is, net als veel andere Palestijnen in Gaza, een crowdfundingactie begonnen om zich het dure eten te kunnen veroorloven. Insuline is volgens de vader nog steeds moeilijk te krijgen. Mede voor de gezondheid van zijn dochter Hind hoopt hij daarom nog steeds Gaza te kunnen verlaten. De uitspraken van minister Katz geven hem hoop, maar veel blijft onduidelijk: ‘Ik heb nog niets nieuws gehoord. Er is niets officieel aangekondigd over wat we kunnen doen om te vertrekken. Hopelijk komt dat binnenkort.’
Geheime deportatievluchten
Andere Palestijnen hebben de Gazastrook weten te verlaten via de omstreden organisatie Al Majd. De organisatie regelde in ruil voor grote sommen geld geheime vluchten naar Zuid-Afrika. Volgens tv-zender Al Jazeera moesten de Palestijnen tussen de 1000 en 2000 dollar betalen per persoon en golden strenge toelatingseisen, zo moesten mensen bijvoorbeeld beloven dat ze hun vertrek geheim zouden houden. Details over de vluchten werden pas enkele uren van tevoren bekendgemaakt.
‘Alleen mijn moeder, mijn zus en ik mochten mee’
‘Ik kende iemand die via deze route was vertrokken en dacht: daar ga ik me ook voor aanmelden’, vertelt de 25-jarige Ghazal Abudalal aan de Kanttekening. We ontmoeten elkaar op het treinstation in Amsterdam, waar ze na een maandenlange reis uiteindelijk terechtkwam. ‘We moesten 2000 dollar per persoon betalen en alleen mijn moeder, mijn zus en ik mochten mee.’ De andere zus, broer en vader van Ghazal blijven achter in Gaza.
Wanneer de Palestijnen op 13 november landen op het vliegveld in Zuid-Afrika, worden zij tegengehouden door de grenspolitie; ze hebben namelijk geen Israëlische vertrekstempels in hun paspoorten. Ze zitten twaalf uur lang vast in het vliegtuig voordat ze er eindelijk uit mogen. De Zuid-Afrikaanse president Ramaphosa zegt de passagiers dan ‘uit mededogen’ toe te laten, maar dat hij een onderzoek zal instellen, omdat de Palestijnen ‘uit de Gazastrook lijken te zijn geduwd.’
Neporganisatie
In Zuid-Afrika worden Ghazal en haar familie geholpen door een hulporganisatie, die regelt een klein huis voor de drie vrouwen en een beetje geld voor eten. ‘Maar het was daar heel erg gevaarlijk’, zegt Ghazal. In die periode wordt haar telefoon gestolen en durft ze nauwelijks naar buiten. Vijf maanden later vertrekt ze naar Nederland, haar broer heeft een mvv-vergunning en ze kan mee als familielid. In Nederland zit de familie nu in een asielzoekerscentrum. ‘Onze kamer is klein, maar hier is het in ieder geval veilig’, zegt Ghazal terwijl ze uitkijkt over het water van het IJ. ‘Ik realiseerde me pas veel later dat Al Majd een neporganisatie was.’
‘Onze kamer is klein, maar hier is het in ieder geval veilig’
Al Majd leek een Duitse humanitaire organisatie te zijn die al sinds 2010 actief was, maar later blijkt dat niet te kloppen. Uit onderzoek van Al Jazeera blijkt dat de organisatie nooit in Duitsland of een ander Europees land geregistreerd heeft gestaan. Ook blijkt de extreemrechtse organisatie Ad Kan achter de geheime vluchten te zitten. Bijna 400 Palestijnen worden via deze club naar Indonesië, Maleisië en Zuid-Afrika gevlogen.
Hoewel Al Majd zichzelf omschrijft als een humanitaire organisatie die zich ‘inzet voor Palestijnse levens’, suggereert de ‘geschiedenis van Ad Kan en haar oprichter, Gilad Ach, dat de Israëlische groep mogelijk, in ieder geval gedeeltelijk, door een andere agenda werd gedreven’, schrijft de Israëlische krant Haaretz. Oprichter Ach, een Israëlische reservist, is een activist voor kolonisten op de Westelijke Jordaanoever en een fervent voorstander van Trumps voorstel om 2 miljoen Palestijnen uit Gaza te ‘verplaatsen.’ De onthullingen rond Al Majd wekken de indruk dat de geheime vluchten passen binnen een groter streven om Palestijnen te verdrijven en Gaza stapje voor stapje te ontvolken. Hoe de verdere plannen van minister Katz eruit zullen gaan zien, blijft vooralsnog onduidelijk.
Nederlandse rechters luiden de noodklok over de werkwijze van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Met de invoering van de nieuwe Europese asielwet zou de IND te veel bevoegdheden krijgen, waardoor zij zelfs op de stoel van de rechter gaan zitten, aldus dagblad Trouw.
Er zouden meerdere overleggen zijn geweest tussen rechtbankmedewerkers en de IND, maar deze zijn begin dit jaar afgebroken. ‘Rechters toonden zich ontstemd omdat de IND hen wil vertellen hoe zij hun werk moeten doen’, schrijft Trouw. ‘De kritiek richtte zich vooral op een brief die de IND van tevoren had opgesteld, zo bevestigen twee aanwezigen die anoniem willen blijven.’
Die brief is in handen van Investico, Trouw en De Groene Amsterdammer. In deze brief zou de IND een aantal maatregelen voorstellen, die het afhandelen van rechtszaken moeten versnellen. De rechters zijn van mening dat de IND hiermee een grens overschrijdt.
De Raad voor de Rechtspraak heeft opeenvolgende bijeenkomsten met de IND afgezegd, maar op landelijk niveau zou er wel contact zijn met de IND. De IND beraadt zich momenteel over hoe zij de verhoudingen met de rechters kan herstellen.
‘Oprotten k*nkerturk’, staat er op de deur van een uitgebrand Turks restaurant in het West-Friese dorp Wijdenes (Noord-Holland), dat vermoedelijk in brand is gestoken. De politie doet onderzoek naar de racistische leuzen en of er sprake is van brandstichting, zo meldt NH Nieuws.
Bij de brand, die gisteren in de vroege ochtend uitbrak, is niemand gewond geraakt. Maar het pand is volgens de eerste beschouwingen niet meer bruikbaar. Bij de bluswerkzaamheden zijn meerdere brandweervoertuigen ingezet.
De politie gaat uit van brandstichting en onderzoekt ook of er een oorzakelijk verband is tussen de racistische leuzen en de brand. Ook is de forensische opsporing ingeschakeld om sporen te onderzoeken, aldus de woordvoerder van de politie tegen NH Nieuws.
Nederland gaat door een periode van bijzondere verharding in de interetnische verhoudingen. Zo vonden er in Loosdrecht en IJsselstein gewelddadige acties tegen vluchtelingen. Politici als Gidi Markuszower (DNA, Groep Markuszower), Geert Wilders (PVV) en Lidewij de Vos (Forum voor Democratie) gooien daarbij olie op het vuur. Markuszower riep recent op tot geweld tegen Palestijnse vluchtelingen, Wilders is solididair met de anti-asieldemonstraties en De Vos propageerde opnieuw de beruchte omvolkingstheorie. De D66-VVD-CDA-coalitie steunde echter een motie van Jesse Klaver (PRO), waarin het kabinet werd opgeroepen om geen akkoorden te sluiten met fracties die oproepen tot geweld, of de omvolkingstheorie propageren.
Binnen de VVD groeit openlijk verzet tegen de koers van de Tweede Kamerfractie op het Midden-Oosten. De interne pressiegroep Liberaal Collectief Nabije-Oosten (LCNO) dient op het partijcongres van zaterdag 13 juni een motie in die de fractie oproept de nieuwe Israëlische doodstrafwet ondubbelzinnig te veroordelen. Saillant detail: oud‑Kamervoorzitter en VVD‑zwaargewicht Frans Weisglas steunt de motie. Voor de doorgaans pro-Israëlische Weisglas is de doodstrafwet ‘een rode lijn’, zegt initiatiefnemer Maarten Dirkse tegen de Kanttekening.
De motie komt op een moment dat de spanning binnen de partij oploopt. Dirkse, twaalf jaar gemeenteraadslid in Leiden en mede‑oprichter van het LCNO, zegt dat hij zich zorgen maakt over de ‘radicaal‑rechtse, populistische partijkoers’ van partijleider Dilan Yesilgöz en Kamerleden als Ulysse Ellian en Bente Becker. ‘Ze denken dat de VVD hierdoor electoraal succes krijgt. Dat is onzin. En het is onliberaal’, zegt hij. ‘Ik wil de partij niet overlaten aan populisten.’
‘Morele plicht’
Aanleiding voor de escalatie is de felle kritiek van de VVD‑fractie op het kabinetsbesluit om Palestijnse visumhouders uit Gaza te helpen Nederland te bereiken. Volgens Dirkse is die kritiek niet alleen onjuist, maar ook moreel verwerpelijk. ‘Nederland heeft een morele plicht om deze Palestijnse vluchtelingen te helpen’, zegt hij. ‘Zonder Nederlandse diplomatieke hulp kunnen ze Gaza niet uit. Het is het kleine beetje dat we kunnen doen.’
‘Ellian zet hen weg als geniepige uitvreters’
Hij verwijst naar de uitlatingen van Kamerlid Ellian, die Palestijnse visumhouders neerzette als mensen die misbruik maken van het systeem. ‘Ellian zet hen weg als geniepige uitvreters. Dat is een verkeerde voorstelling van zaken. En je hoort hem natuurlijk nooit over asielzoekers uit Iran. Hij bezigt populistische anti‑Palestijnse retoriek die moreel niet te verantwoorden is.’
Het LCNO verwoordt die kritiek in ongebruikelijk scherpe bewoordingen in een persbericht:
‘Bij monde van Kamerlid Ellian worden de Palestijnen in kwestie, en Gazanen in het algemeen, gestigmatiseerd als geniepige bedriegers die onder valse voorwendselen ons land proberen binnen te dringen.’
Ook hekelt de groep dat de fractie zich nooit uitsprak over bezoeken van Israëlische militairen die worden verdacht van oorlogsmisdaden:
‘Bezoeken van IDF‑soldaten die trots op sociale media pronken met video’s van de door Israël aangerichte oorlogsmisdaden in Gaza zijn voor onze Tweede Kamerleden echter geen probleem.’
Motie tegen doodstrafwet
De directe aanleiding voor de motie is de Israëlische wet, die op 30 maart werd aangenomen en de doodstraf invoert — en in sommige gevallen verplicht stelt — voor bepaalde vormen van geweld. Volgens het LCNO is de wet in de praktijk uitsluitend gericht op Palestijnen. In de motie staat:
‘Deze wet is zo geformuleerd dat ze in de praktijk alleen van toepassing is op Palestijnen, terwijl bijvoorbeeld illegale joodse kolonisten op de Westelijke Jordaanoever niet onder deze wet vallen.’
Ook wijst de motie op het risico van schijnprocessen: ‘Palestijnen in Israël en de bezette Westelijke Jordaanoever kunnen hierdoor middels een (militair) schijnproces ter dood veroordeeld en geëxecuteerd worden.’
De motie benadrukt dat de VVD in het verleden doodstrafwetgeving in landen als Iran wél heeft veroordeeld. Zo kan het beeld ontstaan ‘dat de VVD haar liberale en morele principes selectief toepast’.
De oproep van de ondertekenaars van de motie aan de VVD-Kamerfractie luidt daarom als volgt: ‘Om pal voor de liberale principes en morele integriteit van de VVD te staan en de Israëlische wet in kwestie alsnog ondubbelzinnig te veroordelen.’
Brede steun uit de partijtop
Dirkse benadrukt dat hij niet alleen staat. Naast Weisglas ondertekenen ook oud‑bewindslieden Jozias van Aartsen en Ed Nijpels de motie. ‘Dat zijn geen lichtgewichten’, zegt hij. ‘Weisglas zei dat de Israëlische doodstrafwet voor hem een ‘rode lijn’ is.’
‘Veel VVD-leden herkennen zich niet in de huidige retoriek van de partij’
Volgens Dirkse laat de steun van deze prominenten zien dat de VVD nog steeds een liberale partij is. ‘Het nieuwe Liberaal Manifest, waar we ook over stemmen, is een heel liberaal manifest. Maar de VVD-top en rechts-populistische Kamerleden verkwanselen de liberale principes van de VVD. In het manifest staat nergens dat visumdragers ‘uitvreters’ zijn. Veel VVD-leden herkennen zich niet in de huidige retoriek van de partij. VVD’ers moeten zich uitspreken tegen de populistische koers.’
Zaterdag 13 juni wordt duidelijk of de ledenvergadering de motie aanneemt, waarin de Israëlische doodstrafwet wordt veroordeeld. De VVD-fractie kan niettemin besluiten deze motie naast zich neer te leggen. Dirkse hoopt uiteraard dat dit niet gebeuren zal. De partijtop moet bereid zijn de interne kritiek op de populistische, onliberale koers serieus te nemen.
In de serie Nieuwe Pioniers spreekt de Kanttekening biculturele Nederlanders met een eigen onderneming. Deze keer: Sam’s Toko in Enschede, al jaren een vertrouwd adres voor liefhebbers van de Aziatische keuken.
Achter de toonbank staat Amar Nandpersad. Rustig, scherp en met de blik van iemand die precies weet waar je voor komt. Soms hoeft hij alleen maar naar het mandje van een klant te kijken. ‘Dan zie ik aan de producten wat iemand gaat maken’, zegt hij. ‘Dan zeg ik: je bent je pimentkorrels of gebakken uitjes vergeten.’
Dat is Sam’s Toko in één zin. Je komt er voor boodschappen, maar loopt vaak naar buiten met een tip, een alternatief of precies dat ene potje dat je anders had laten staan. ‘Veel producten kun je tegenwoordig ook in de supermarkt kopen’, zegt Amar. ‘Maar voor dat stukje meedenken kom je toch hier.’
Klein begonnen
Het verhaal van Sam’s Toko begint in 1981. Niet in een groot winkelpand, maar in een extra slaapkamer van het gezin, in een flat aan de Wesselerbrink. Amars ouders begonnen klein, met een paar producten die in Enschede lastig te krijgen waren. Voor Surinaamse en Aziatische boodschappen moesten mensen vaak naar Den Haag. ‘Mijn vader werd boos dat het hier zo duur en lastig was’, vertelt Amar. ‘Toen dacht hij: waarom verkoop ik het zelf niet?’
Klanten vertelden het door aan familie, buren en vrienden. De slaapkamer werd al snel te krap. Later verhuisde de zaak naar de Oostveenweg in Enschede. Daar ging het verder onder de naam Sam’s Tropic Center.
‘Iedereen hielp mee’
Voor Amar hoorde de toko vanaf dat moment gewoon bij thuis. Hij is geboren en opgegroeid in Enschede, groeide op in de wijk Velve en is de jongste van vijf kinderen. De zaak zat naast de woning, dus werk en gezinsleven liepen vanzelf door elkaar heen.
Schappen vullen, klanten helpen, spullen klaarzetten. Geen groot overleg, geen discussie. Het moest gebeuren. ‘Dat was normaal’, zegt hij. ‘Iedereen hielp mee.’
‘Zo was het vroeger’
Huiswerk kwam vaak later, als de winkel dicht was. Toch vertelt Amar dat zonder drama. Zo ging dat gewoon. De toko hoorde bij het gezin, net als eten, school en familie. Zijn vader Sam was streng en duidelijk. Zijn moeder Bea, nu 75 jaar, was warmer en zachter in de omgang. Van allebei nam Amar iets mee: discipline van zijn vader, geduld met mensen van zijn moeder.
De toko van vroeger was een wereld op zich. Je kon er levensmiddelen kopen, eten afhalen en films huren. Een toko, videotheek, afhaalplek en kleine supermarkt in één. Lekker efficiënt, zouden we nu zeggen. Toen was het vooral handig. ‘Dat kun je je nu bijna niet meer voorstellen’, zegt Amar. ‘Maar zo was het vroeger.’
Meer dan dertig soorten sambal in het schap van Sam’s Toko in Enschede. Beeld: Shalinie Ramlal
Opleiding in de handel
Als kind zag Amar zichzelf niet meteen achter een toonbank staan. Hij droomde niet van schappen, bestellingen en kassa’s. Hij wilde politieagent worden. Of rijinstructeur. ‘Dat leek me toen gewoon leuk’, zegt hij lachend. Toch bleef het ondernemen lonken. Hij volgde een opleiding in de handel, deed later in de avonduren NIMA Marketing Management en haalde naast zijn werk een hbo-diploma.
Zijn eerste echte stap maakte hij in 1998. Zijn broer Anand had toen een tweede toko bij de Profimarkt aan de Wethouder Beverstraat in Enschede. Amar nam die over. ‘Ik kende de winkel natuurlijk al’, vertelt hij. ‘Maar ineens moest ik zelf keuzes maken.’
Elf jaar later kreeg de zaak een nieuwe plek: Spaansland in Enschede. Daar zit Sam’s Toko nog steeds. Amar gaf alles stap voor stap zijn eigen draai. De indeling veranderde, het assortiment werd breder en de kassa moderner. Klanten moesten makkelijker door de winkel kunnen lopen. Kleurrijk mocht, rommelig niet. ‘Mijn ouders deden het op hun manier’, zegt Amar. ‘Maar ik ben ook een andere generatie.’
Loempia’s
Eén product maakte Sam’s Toko in Enschede extra bekend: de loempia. Vega of kip, vers uit het kraampje buiten bij de toko. Amar stond er jarenlang. Niet alleen als de zon scheen, maar ook als het regende en de wind net iets te enthousiast meedeed. ‘Elf jaar lang stond ik buiten’, zegt hij. ‘Regen of geen regen.’ Alleen bij hevige sneeuwval bleef hij binnen. De rest ging gewoon door. In de zomer was dat gezellig. Mensen maakten een praatje, bestelden nog iets extra’s en bleven hangen. In de winter was het vooral karaktertraining. Maar dan wel met loempia’s.
Loempia’s van Sam’s Toko. Foto: Shalinie Ramlal
Nog steeds zijn ze een van zijn bekendste producten. Amar levert ze aan voetbalclubs, cafetaria’s, shoarmazaken en all-you-can-eat-restaurants. Sommige mensen kennen ze inmiddels gewoon als die loempia’s van Sam’s Toko.
‘Elf jaar lang stond ik buiten’
Meer Nederlandse bezoekers
De zaak veranderde mee met de tijd. Vroeger kwamen vooral Surinaamse en Hindoestaanse klanten binnen. Nu ziet Amar veel meer Nederlandse bezoekers. Ook jongeren weten hem te vinden. In de pauze lopen scholieren naar binnen voor snacks, pittige noodles en drankjes. En TikTok zorgt ondertussen voor een nieuwe stroom klanten.
‘Soms laten mensen een filmpje zien en zeggen ze: ik wil dit maken.’
Dan kijkt Amar mee. Welke noodles heb je nodig? Welke saus hoort erbij? En wat kun je gebruiken als iets uitverkocht is? Zo leert hij zelf ook nieuwe trends kennen. Van extreem scherpe noodles tot drankjes die ineens overal op TikTok opduiken. Wordt er vaak naar gevraagd, dan kijkt Amar of het in het assortiment past.
Dertig soorten sambal
Wie denkt dat sambal gewoon sambal is, moet even met Amar meelopen. In de schappen staan meer dan dertig soorten. Er is sambal voor bij nasi, roti, loempia’s of gewoon op een broodje. Sommige potjes zijn zoetzuur, andere juist scherp. Je hebt grove varianten met stukjes erin, maar ook fijne sambal die je makkelijk door een gerecht roert.
‘Scherp moet wel lekker blijven’
Ook de smaken verschillen flink. Er is sambal met mango, birambi, aardappel of extra chili. De een wil vooral pit, de ander zoekt juist smaak. ‘Scherp moet wel lekker blijven’, vindt Amar. ‘Alleen maar heet, daar heb je niks aan.’
Zijn favoriet is pommisitair, ook wel ambarella of Tahiti-appel genoemd. Dat is een tropische vrucht met een frisse, wat zoetige smaak. Amar wijst de variant aan. ‘Die is grof, lekker gekruid en superlekker.’
Voor veel klanten is sambal geen extraatje, maar vaste prik. Sommige mensen hebben thuis meerdere potjes staan voor verschillende gerechten. Amar snapt dat. Eten gaat niet alleen over trek hebben. Het gaat ook over smaak, gewoonte en herinnering.
De winkel blijft trekken
Ook thuis is de toko nooit helemaal weg. Niet dat er elke avond een vergadering aan de keukentafel is, maar de zaak hoort bij hun leven. Zijn vrouw Sandhia is sinds 2009 betrokken. In 2018 kwam er een tweede vestiging bij in winkelcentrum Zuid, waar zij veel meewerkte. Die locatie is deze week gesloten. Minder verspreid, meer focus. Dat past beter bij hoe Amar nu naar ondernemen kijkt.
Hun dochter Chalisa (16) wil ook graag meewerken. Amar houdt dat nog even af. Eerst haar examens, daarna de toko. ‘Zij is zeker een onderneemster’, zegt hij.
Ook zijn moeder Bea helpt soms nog mee, vooral met catering. En zelfs als ze niet werkt, blijft de winkel trekken. Als ze langskomt, kijkt ze rond. Dan worden bananen gesorteerd of producten rechtgezet. ‘Dat zit er gewoon in’, zegt Amar met een glimlach. Zijn vader Sam overleed in 2016. Zijn invloed is nog steeds merkbaar: in de discipline, in de manier van werken en in het idee waarmee de toko ooit begon.
Beeld: Shalinie Ramlal
Naast de winkel organiseert Amar ongeveer eens per drie maanden dansfeesten. Vooral voor de Hindoestaanse gemeenschap, maar iedereen is welkom. Zelf houdt hij ook van gezelligheid. En omdat er volgens hem in Enschede weinig van dit soort avonden zijn, regelt hij ze dan maar zelf.
‘Ik ben eigenlijk heel tevreden met wat ik nu heb en doe’
Voor muziek, bands en feesten moet je anders al snel naar Den Haag, Almere of Amsterdam. In Enschede kan het dichterbij. ‘Je bent in tien minuten of een kwartier weer thuis’, zegt Amar. Voor hem draait zo’n avond niet alleen om muziek. Het gaat om elkaar zien, dansen en bijpraten.
Liever goed dan groot
Toch blijft de toko de basis. Amar dacht ooit aan meer winkels, misschien zelfs aan een keten door Nederland. Maar corona, drukte en jarenlange ervaring leerden hem anders kijken. Sam’s Toko begon omdat zijn vader vond dat Enschede beter verdiende. Nu houdt Amar dat verhaal levend.
Het hoeft voor hem niet per se groter. Het moet vooral goed blijven: een nette zaak, producten waar mensen voor terugkomen en klanten die weten waarvoor ze naar Sam’s Toko komen. ‘Ik ben eigenlijk heel tevreden met wat ik nu heb en doe.’
De Tweede Kamer heeft dinsdag met ruime meerderheid een motie aangenomen die het minderheidskabinet oproept geen politieke akkoorden meer te sluiten met partijen of politici die geweld tegen vluchtelingen goedpraten of aanmoedigen, of die de omvolkingstheorie verspreiden.
De motie werd ingediend door PRO‑fractievoorzitter Jesse Klaver en kreeg steun van de coalitiepartijen D66, VVD en CDA, evenals van SP, Volt, Partij voor de Dieren, Denk, 50Plus en de ChristenUnie, zo bericht NRC.
De stemming volgt op een debat over de normalisering van geweld, dat mede was aangezwengeld door recente uitspraken van PVV-afsplitser Gidi Markuszower van DNA. Hij pleitte in een interview met de communistische journalist Bob Sneevliet (pseudoniem van Bob Scholten) van Left Laser voor inzet van ‘maximaal geweld’ om te voorkomen dat Palestijnse vluchtelingen naar Nederland komen. Later stelde Markuszower dat hij daarmee uitsluitend de marechaussee bedoelde. Ook sprak hij over omvolking, een term die door veiligheidsdiensten in verband wordt gebracht met extreemrechts gedachtegoed.
Hoewel de coalitie eerder structurele samenwerking met PVV en FVD uitsloot maakte zij recent wel gebruik van de steun van Markuszowers DNA-fractie om een kabinetsplan over de AOW‑leeftijd overeind te houden. De aangenomen motie moet voorkomen dat dergelijke constructies zich herhalen wanneer betrokken politici extremistische ideeën verspreiden.
De tegenstemmen kwamen van de volledige radicaal‑rechtse flank, waaronder PVV, FVD, JA21, BBB, SGP en het onafhankelijke Kamerlid Mona Keijzer.
Esmah Lahlah verlaat na anderhalf jaar de Tweede Kamer en keert terug naar het lokale bestuur. Het Kamerlid van Progressief Nederland (voorheen GroenLinks‑PvdA) wordt wethouder in Amsterdam. Daarmee komt een einde aan een Haagse periode die nooit echt tot bloei kwam.
Lahlah maakte haar vertrek bekend via Instagram, waar ze benadrukte dat haar hart bij het lokale bestuur ligt. Dat gevoel speelde al langer. Het afgelopen jaar solliciteerde ze zonder succes naar burgemeestersfuncties in Tilburg en Delft, wat erop wees dat ze actief zocht naar een nieuwe politieke rol buiten Den Haag.
Volgens politiek verslaggever Leendert Beekman van BNR Nieuwsradio is haar overstap dan ook geen verrassing. Binnen de Kamerfractie kreeg Lahlah een zichtbare plek achter partijleider Frans Timmermans, maar inhoudelijk wist ze zich nauwelijks te profileren. In grote debatten speelde ze geen prominente rol, waardoor ze in Den Haag relatief onzichtbaar bleef.
Lahlah gaf eerder aan dat ze een grote afstand ervaart tussen wetgeving en de dagelijkse leefwereld van inwoners. In de gemeentepolitiek, zegt ze, voelt ze meer directe invloed. Die voorkeur lijkt nu de doorslag te hebben gegeven.
Met haar benoeming in Amsterdam kiest Lahlah opnieuw voor een bestuurlijke functie op lokaal niveau. Dat is de plek waar haar politieke loopbaan ooit begon en waar ze zich, naar eigen zeggen, het meest thuis voelt.
Mensen vragen me soms hoe ik mijn activisme volhoud. Waar ik mijn kracht en inspiratie vandaan haal? Afgelopen twee weken kreeg ik het antwoord. Op de plekken waar ik het niet had verwacht. Niet achter mijn laptop of op een podium, maar naast mijn lieve ouders. Allebei apart in een theaterzaal en een concertzaal.
Ik nam ze mee naar de plekken waaruit ik zelf mijn kracht haal. Niet om hun iets uit te willen leggen, maar omdat ik voelde dat het tijd was om mijn eigen wereld en netwerk met ze te delen. Ik ging eerst met mijn vader naar Nasrdin Dchar en zijn voorstelling Wat Als. Het was niet zomaar een avondje theater. Het was een voorstelling waarin iemand eindelijk de moed had om te vertellen wat mensen zoals mijn vader en ik dagelijks meemaken en wat al zo lang verschrikkelijk op ons drukt. Die diepe pijn, het verdriet en de machteloosheid over de onderdrukking van de Palestijnen. Maar ook tegelijkertijd de angst en de verstikkende stilte die we hier dagelijks in Nederland om ons heen voelen. De voorstelling gaf een stem aan onze realiteit, maar hield vooral een spiegel voor aan de ander. Aan de mensen die onze pijn niet kennen, niet voelen en vaak niet willen zien.
Dchar stelde die avond met twee woorden de allerbelangrijkste vraag: Wat Als? De twee woorden die de mijne werden. Want wat als mijn ouders in de Rif waren gebleven en daar de kans kregen om te studeren en te werken? Wat als ik nooit had hoeven leren hoe ik aan de wereld uitleg wie ik ben, voordat die me al heeft ingekaderd, nog voordat ik mijn mond open doe? Of beter gezegd: wat als wij hier in Nederland wel gelijkwaardig waren behandeld? Wat als ik nooit had hoeven vechten tegen de discriminatie die ons hier dagelijks klein probeert te houden? Hoe zag dan ons leven eruit?
Halverwege de voorstelling keek ik naar mijn vader. Hij zat aandachtig te luisteren, zijn armen over elkaar en zijn ogen op het podium gericht. Ik zag een glimlach van herkenning en een zacht knikkend hoofd. Ik zag vooral een man die alles heeft achtergelaten en die jarenlang zijn gemis en pijn stil heeft gedragen. Dit omdat doorgaan de enige weg was die hij kende. Die avond hoefde hij dat even niet. Hij werd gezien. Eindelijk, na al die jaren.
Ik wist het meteen: zij denkt nu aan haar eigen moeder
Een paar dagen later nam ik mijn moeder mee naar het vredesconcert van Marcel Khalife. Een paar uur daarvoor stonden we nog bij de uitreiking van de P.C. Hooft-prijs aan Anja Meulenbelt. Het voelde alsof die ook voor mijn moeder was. Mijn moeder leerde mij als feminist dat het belangrijker is om jezelf eerst te onderwijzen in zelfredzaamheid en onafhankelijkheid voordat je aan een huwelijk denkt. Een les die ik als tienermeisje nooit heb begrepen. Maar waar ik nu eigenlijk niet anders meer over denk. Ik eis nu ook voor mijn dochters die onvoorwaardelijke vrijheid. En met die strijdbare energie nog in ons lijf namen we plaats in de zaal. Marcel Khalife zingt niet alleen. Hij getuigt over Palestina, Libanon, ballingschap en over het verlangen naar een thuis dat er niet meer is. Voordat hij zijn Midden-Oosterse luit (oud) aanraakte, zei hij zacht: ‘Mogen deze snaren mij vergeven, want ik leg er een zware druk aan emoties op.’ Vervolgens zong hij het lied Oumie. Over een moeder. Over het missen van haar brood, haar koffie en haar aanraking.
Ik zag mijn moeder langzaam rechtop gaan zitten en met het ritme meebewegen met haar hoofd en zachtjes klappen in haar handen. Ik keek naar haar gezicht en ik wist het meteen: zij denkt nu aan haar eigen moeder. Want mijn moeder was negen jaar oud toen ze haar moeder verloor. Ze slikte die pijn in, maakte er kracht van en bouwde later hier een leven op met mijn vader. Ver van alles wat voor haar vertrouwd was. Ze leerde mij: ‘Blijf dromen, anders sterf je.’ En precies die avond zweefden die woorden opnieuw door mijn hoofd. Ik legde mijn hand op haar knie. Ze beantwoordde mijn aanraking met haar hand op de mijne. We aaiden elkaar even. Heel kort en heel stil.
Op dat moment ging de hele wereld door me heen. Het verdriet van dat kleine meisje van negen. De kinderen in Palestina en Libanon die hun moeders roepen. De vrouw naast me, die al die pijn heeft gedragen en toch iets van het leven heeft gemaakt. Die mij heeft geleerd dat je niet buigt. Niet voor verlies en niet voor onrecht. Het vuur dat in haar brandt, is het vuur dat nu in mij brandt.
Dus als mensen me opnieuw vragen hoe ik mijn activisme volhoud en waar ik mijn kracht vandaan haal, dan is het antwoord eigenlijk heel simpel. Wat als mijn ouders niet waren vertrokken? Wat als ze niet hadden geleerd rechtop te staan zonder hun eigen moeder? En wat als mijn moeder niet bleef dromen?
Wat als, is niet zomaar een vraag van Nasrdin Dchar. Het is verzet. En mijn ouders zijn het antwoord.
Israël dreigt opnieuw de Libanese hoofdstad Beiroet te zullen aanvallen. Inwoners die na het staakt-het-vuren van april meenden terug te kunnen keren naar hun huizen moeten hun huizen opnieuw ontvluchten.
Er ontstond paniek nadat de Israëlische minister van Defensie Israël Yisrael Katz waarschuwde voor nieuwe aanvallen op Beiroet. Hij dreigde dit te doen als Hezbollah de aanvallen op Israëlische troepen en het noorden van Israël niet zou staken.
Ondanks het staakt-het-vuren heeft Israël haar offensief in Libanon de afgelopen dagen opgevoerd. Officieel doet Israël dit met het doel Hezbollah te verdrijven uit het zuiden van Libanon, om zo Israëlische troepen en burgers in Noord-Israël te beschermen.
Israël rukt echter steeds verder op in het zuiden van Libanon. Terwijl het Israëlische regime eerder eiste dat Hezbollah zich zou terugtrekken tot boven de rivier de Litani, zo’n dertig kilometer van de grens met Israël, wordt het gebied dat tot oorlogszone is verklaard steeds groter. Israël heeft inmiddels een gebied van ongeveer veertig kilometer van de grens, tot aan de rivier Zahrani, verklaard als ‘combat zones’. In dat gebied liggen de grote steden Sour en Nabatieh. Het Israëlische leger heeft de inwoners laten weten dat ze hun huizen moeten verlaten.
Ondertussen is Israël kwetsbaar gebleken voor de aanvallen door Hezbollah met drones die moeilijk te detecteren zijn. Volgens Israëlische media zouden de drone-capaciteiten van Hezbollah tachtig procent van de Israëlische aanvallen in zuid-Libanon beperken. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu staat onder toenemende druk van zijn extreemrechtse ministers Itamar Ben-Gvir en Bezalel Smotrich om in reactie hierop het geweld tegen Hezbollah te escaleren.
Smotrich riep vorige week op om de Libanese hoofdstad te bestraffen voor de aanvallen door Hezbollah: ‘Voor iedere explosieve drone zouden er tien gebouwen moeten instorten in Beiroet’, zei de minister van Financiën. Minister van Nationale Veiligheid Ben-Gvir riep Netanyahu op om terug te keren naar een grootschalige oorlog tegen Libanon, de elektriciteit af te sluiten en grondgebied tot aan de rivier Zahrani in te nemen.
Dit laatste dreigt nu inderdaad te gebeuren.
Naast het desastreuze effect op Libanon blijft het escalerende Israëlische offensief ook een struikelblok voor een mogelijk vredesakkoord tussen de Verenigde Staten en Iran. Het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken zei maandag dat een staakt-het-vuren (die er in feite al is) in Libanon een essentiële voorwaarde is voor een akkoord met de Verenigde Staten.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.