Meer dan vierhonderd middelbare scholen in Frankrijk blijven vandaag dicht vanwege protesten van scholieren. Rond de scholen mag niet worden gedemonstreerd. Ook burgemeester Bally Bagayoko van Saint-Denis is door de protesten in opspraak geraakt.
De protesten op de middelbare scholen, die vorige week begonnen, hebben zich de afgelopen dagen snel uitgebreid. Scholieren protesteren onder meer tegen het tekort aan leraren, overvolle klassen en de slechte staat van schoolgebouwen. Ook de hoge temperaturen in klaslokalen spelen een rol. Donderdag werden 1.207 middelbare scholen geblokkeerd of op een andere manier verstoord. aldus de Frans krant Le Monde.
De protesten zijn op verschillende plaatsen uitgelopen op confrontaties. Volgens minister van Onderwijs Édouard Geffray zijn sinds het begin van de blokkades 65 medewerkers van het onderwijs gewond geraakt, onder wie veertig schooldirecteuren. Volgens de minister waren bij de gewelddadige incidenten vaak mensen betrokken die geen leerling van de betreffende school waren.
Om verdere onrust te voorkomen hebben alle Franse prefecten voor vrijdag demonstraties verboden rond de scholen die gesloten blijven. In Parijs geldt het verbod bij dertien middelbare scholen. De Franse regering zegt daarmee te willen voorkomen dat de blokkades opnieuw gepaard gaan met geweld.
Melding bij OM over burgemeester Saint-Denis
De protesten hebben ook gevolgen voor Bally Bagayoko, de burgemeester van Saint-Denis, een voorstad ten noorden van Parijs. De politie in Parijs heeft woensdag een melding gedaan bij het Openbaar Ministerie omdat Bagayoko zich mogelijk schuldig zou hebben gemaakt aan ‘aanzetten tot het plegen van een strafbaar feit’.
De burgemeester van bezocht meerdere keren geblokkeerde scholen in zijn gemeente. Volgens de politie sprak hij zich daarbij uit op een manier die geweld als reactie op politieoptreden begrijpelijk of gerechtvaardigd zou kunnen laten lijken. Bagayoko ontkent geweld te steunen en zegt dat geweld niet zijn manier van actievoeren is.
De kwestie kreeg extra aandacht nadat beelden opdoken waarop Bagayoko bij een geblokkeerde school te zien is naast een brandende vuilnisbak. De burgemeester ontkent dat hij de vuilnisbak in brand heeft gestoken en spreekt van een misleidende interpretatie van de beelden.
Bagayoko werd eerder dit jaar, kort na zijn verkiezing tot burgemeester van Saint-Denis, al doelwit van racisme. De in Frankrijk geboren zoon van Malinese ouders kreeg onder meer op sociale media en televisie te maken met racistische uitingen en desinformatie. Hij werd in maart bij de gemeenteraadsverkiezingen in de eerste ronde gekozen.
In Egypte is deze week de volledige redactie van het onafhankelijke onderzoeksplatform Matsadaash opgepakt. De Egyptische overheid beschuldigt hen onder meer van banden met de verboden Moslimbroederschap en van het verspreiden van verzonnen nieuws. Matsadaash spreekt de beschuldigingen tegen.
In totaal werden zes journalisten opgepakt. Vier van hen werden gearresteerd in hun huizen in de gouvernementen Caïro, Gharbia en Port Said, terwijl twee anderen ‘op een straat in Caïro’ werden vastgehouden, aldus de Egyptische mensenrechtenorganisatie EIPR, meldt de Franse nieuwsdienst AFP
De Egyptische autoriteiten beschuldigen hen ervan onderdeel te zijn van een mediacomité van de in Egypte verboden Moslimbroederschap. Matsadaash, Egyptisch-Arabisch voor ‘Geloof het niet’, ontkent de beschuldigingen. Ze zouden juist kritisch zijn over de Moslimbroederschap. Bovendien is er geen sprake van buitenlandse inmenging, zei de redactie in een reactie.
Matsadaash is sinds 2018 gespecialiseerd in nieuwsverificatie en factcheck, waarbij vaak uitspraken van autoriteiten en overheidsinstanties worden weerlegd. Mensenrechtenorganisaties en onafhankelijke media hebben opgeroepen tot de vrijlating van de journalisten. Volgens EIPR zitten in Egypte momenteel 26 journalisten vast vanwege hun werk.
Het zal u misschien verbazen, maar er zijn allerlei maatschappelijke thema’s waarover ik niet zo’n uitgesproken mening heb. Er worden ook allerlei keuzes gemaakt waarvan ik zelf geen voorstander ben, maar die ik daarom nog niet meteen wil verbieden. Of waarbij ik de facilitering van overheidswege niet als een onoverkomelijke knieval beschouw.
Speciaal is dat het geval als het gescheiden of gemengd gebruik van publieke faciliteiten door beide geslachten betreft, wat dan snel aan ‘islamisering’ gekoppeld wordt. Voor sommigen is dat een reden om er met grote gretigheid op te duiken en wellustig op alle gevoelige tenen te springen, voor anderen om angstvallig de boot af te houden uit angst ook maar één overgevoelige teen te bezeren.
De kwestie van aparte zwemuren voor (moslim)vrouwen is er zo eentje. Jolande Withuis kaartte dat op 18 september in haar Volkskrant-column aan, vanwege een D66-voorstel om dat in een Amsterdams zwembad te faciliteren. Bij haar speelt het emancipatoire argument een belangrijke rol: wanneer ‘manloos zwemmen mogelijk is, verliezen vrouwen van welk geloof dan ook tegenover behoudende familie en vrienden een goed argument om gemengd baantjes te mogen trekken’.
Vooropgesteld: het is volkomen legitiem om dit ter discussie te stellen. Maar het is, met een blik op een heel wat langer ingeburgerde Nederlandse c.q. westerse praktijk, wel wenselijk om dat zonder al te grote woorden te doen. Want als het de scheiding der geslachten betreft, zijn wij namelijk allang zo inconsequent als de pest.
In het zeer seculiere VVD-dorp waar ik vandaan kom, beschikte het onverwarmde natuurzwembad tot de sluiting in de jaren ’70, lang voordat tussen de villa’s de eerste moslim werd gesignaleerd, over een apart damesbad. Dat het weinig gebruikt werd, kwam vooral omdat het in de schaduw van hoge dennen lag en zo enige graden koeler was.
Zelfs bij schaken zijn grote kampioenschappen nog steeds apart
Het is niet het enige voorbeeld. Sportwedstrijden: nog steeds als vanouds in beginsel gescheiden, met uitzondering van korfbal en paardensport. In het laatste geval zijn niet alleen de ruiters, maar ook de paarden gemengd. Maar zelfs bij schaken zijn grote kampioenschappen nog steeds apart, terwijl je toch geacht wordt hooguit op het speelbord de dame van je tegenstander te slaan, en niet je tegenstander zelf.
Gymnastiek op school: in mijn jeugd was dat ‘uiteraard’ gescheiden (ongeacht of het bijzonder of openbaar onderwijs betrof), tegenwoordig niet meer. Maar juist op sommige moderne scholen wordt nu, omgekeerd, geëxperimenteerd met gescheiden klassen voor sommige reguliere vakken vanwege een (vermeende?) andere leerstijl.
Toiletten: vanouds in publieke gelegenheden ‘vanzelfsprekend’ gescheiden, maar thuis even vanzelfsprekend genderneutraal. Behandeling door artsen: mannelijke gynaecologen vinden we normaal. Maar fouillering door politieagenten of douanepersoneel van het andere geslacht niet, ofschoon een medisch onderzoek toch veel langduriger intiem fysiek contact kan impliceren dan het vluchtige tweede.
Jeugdherbergen: in Duitsland nog altijd strikt gescheiden, in Engeland tot voor kort ook, in Nederland nu niet meer, maar je kunt er wel nog steeds een aparte damesslaapzaal boeken. In Zwitserland allang overal vanzelfsprekend gemengd – net als in berghutten waar iedereen bij een overaanbod aan gasten al sinds vele decennia op een Matratzenlager gewoon maar wat moet indikken. Misschien ook omdat je na duizend meter klimmen toch zo uitgeput bent dat ook de seksuele lust volledig is uitgedoofd en samen slapen zo vooral op slapen neerkomt. Maar gymnastiek op school is dáár dan weer nog steeds apart.
Meisjes- en jongensinternaten gelden thans als achterlijk (behalve in Engeland, daar is het juist chique), maar eigen vrouwencafés en aparte vrouwenparkeerplaatsen weer als vrouwvriendelijk modern. Zowel in het seculiere Japan en Mexico als in de theocratieën Israël en Iran zijn er ook in bussen (vaak) aparte vrouwenplaatsen, om diametraal tegenovergestelde redenen (emancipatoire veiligheid versus orthodoxe preutsheid). Gevangenissen zijn bij ons nog steeds gescheiden, ook al heeft (vrijwel) iedereen een eigen veilig afsluitbare cel.
Stuk voor stuk valt voor alles best een goede legitimatie te geven, maar de argumenten voor de ene keuze zouden ook waar net andersom gekozen wordt niet bij voorbaat onzin zijn. Wat daarbij opvalt, is dat felle feministische kritiek op gescheiden zwemmen soms moeiteloos met dito anti-transgenderhysterie inzake gedeeld toiletgebruik gepaard kan gaan. Ofschoon daar toch ook iedereen een eigen afsluitbaar hokje heeft.
Bij de wedstrijd tussen AZ en de Israëlische club Hapoel Be’er Sheva op 15 oktober kunnen Israëlische fans thuisblijven. De hekken in Alkmaar blijven dicht voor de uitsupporters om ongeregeldheden zoals twee jaar geleden in Amsterdam rond Maccabi Tel Aviv te voorkomen, zo meldt de Volkskrant.
Burgemeester Anja Schouten wilde vorige maand nog niets weten van het weren van de Israëlische supporters. Na een risicoanalyse besloot de driehoek van gemeente, politie en Openbaar Ministerie uiteindelijk toch geen uitsupporters toe te laten. ‘De spanning in de samenleving is de afgelopen twee jaar niet afgenomen en de wedstrijd heeft een zeer hoog risicoprofiel’, aldus Schouten.
Pro-Palestijnse actiegroepen maken zich al een tijdje op voor de wedstrijd en laten van zich horen op sociale media en op straat, met of zonder Israëlische supporters. Teksten als ‘Kick Israel uit de UEFA’ en ‘Genocide-supporters not welcome here’ zijn op verschillende plekken in Alkmaar gespoten, onder meer op zebrapaden.
De activisten vinden dat Israëlische clubs vanwege de genocide in Gaza niet aan Europese competities zouden moeten deelnemen. Daarbij wijzen ze erop dat Russische clubs na de invasie van Oekraïne wel uit Europese competities werden geweerd.
Hapoel Be’er Sheva mocht vorige maand niet in Leuven spelen tegen Union Saint-Gilloise. De Brusselse club speelt zijn Europese thuiswedstrijden normaal in Leuven, maar de stad verbood het duel met de Israëlische club. Daarom wordt de wedstrijd in Duitsland gespeeld. Ook daar zijn supporters van Hapoel niet welkom.
Gisteravond richtten tientallen jongeren vernielingen aan bij het gemeentehuis van Rhenen, waar de gemeenteraad sprak over de opvang van 110 asielzoekers.
Aan het begin van de avond debatteerde de gemeenteraad over hoe Rhenen de spreidingswet zal uitvoeren, schrijft de Gelderlander. Volgens de krant hing de hele avond een groep van enkele honderden jongeren rond bij het gemeentehuis.
Hoewel het lange tijd relatief rustig bleef, weigerde een groep van ongeveer veertig jongeren te vertrekken, ondanks aandringen van de politie. Er werd met vuurwerk gegooid en een 25-jarige Veenendaler werd aangehouden voor openbare dronkenschap en het verstoren van de openbare orde, schrijft de Gelderlander.
Nadat op sociale media was opgeroepen om tijdens de raadsvergadering te komen protesteren tegen de komst van de asielzoekers, nam de burgemeester van Rhenen verschillende maatregelen om onrust te voorkomen. In het gemeentehuis stemden vijftien raadsleden stemden voor en drie tegen een opvanglocatie voor vluchtelingen in de gemeente, meldt RTV Utrecht.
Vorige maand greep de politie ook in bij gewelddadige anti-azc-protesten in de Gelderse dorpen Opheusden en Kesteren. In Opheusden werden veertien mensen aangehouden. Ook in Kesteren werden arrestaties verricht, meldt NOS.
Turkije wil nauwer samenwerken met Saoedi-Arabië op defensiegebied, maar de Houthi’s waarschuwen om dat niet te doen. Turkije-experts Ahmet Erdi Öztürk en Ergün Babahan leggen uit wat de risico’s voor Ankara zijn.
Het conflict rond de Rode Zee krijgt een nieuwe regionale dimensie. De Houthi’s hebben Turkije expliciet gewaarschuwd dat een militaire interventie aan de zijde van Saoedi-Arabië harde vergelding kan uitlokken. De waarschuwing komt op een moment dat Turkije zich steeds directer bezighoudt met de veiligheid van Saoedi-Arabië. De Turkse minister van Buitenlandse Zaken Hakan Fidan heeft gezegd dat Ankara bereid is Saoedi-Arabië op defensiegebied te steunen. Daarnaast hebben Turkije, Saoedi-Arabië en Pakistan een nieuw defensiepartnerschap opgezet, het Mekka-pact.
Met twee Turkije-experts bespreken we aan de hand van drie vragen de oplopende spanningen rond de Rode Zee. Ahmet Erdi Öztürk, universitair hoofddocent Internationale Betrekkingen aan de London Metropolitan University, en de in de Verenigde Staten gevestigde, gevluchte Turkse journalist Ergün Babahan geven hun visie.
Kan Turkije Saoedi-Arabië militair helpen zonder zelf doelwit te worden?
Öztürk: ‘Dat kan, maar slechts tot op zekere hoogte. Het cruciale onderscheid is tussen het ondersteunen van de verdediging van Saoedi-Arabië en zelf partij worden in de oorlog in Jemen. Minister Fidan heeft tot nu toe vooral gesproken over technische en militaire ondersteuning, niet over de inzet van Turkse gevechtstroepen.
Ahmet Erdi Öztürk
Dat geeft Ankara manoeuvreerruimte. Turkije kan bijvoorbeeld lucht- en raketverdediging, drones, elektronische systemen, inlichtingen, training en onderhoud leveren zonder rechtstreeks offensieve operaties tegen de Houthi’s uit te voeren. Ankara kan dat presenteren als steun aan de verdediging van Saoedi-Arabië, niet als deelname aan de oorlog in Jemen.
Maar de Houthi’s hoeven dat onderscheid niet te accepteren. Zij hebben Turkije en Pakistan al gewaarschuwd voor militaire interventie aan de zijde van Saoedi-Arabië. De vraag is daarom niet alleen hoe Ankara zijn rol definieert, maar vooral hoe de Houthi’s die rol interpreteren.
Ik zou het akkoord tussen de drie landen daarom ook nog geen NAVO voor het Midden-Oosten noemen. De institutionele structuur moet nog worden opgebouwd. Er is politieke overeenstemming, maar de procedures voor gezamenlijke militaire actie zijn nog in ontwikkeling.
Op langere termijn probeert Turkije zich op te werpen als een soort veiligheidsverbinder: een land dat verschillende veiligheidsstructuren met elkaar verbindt, van de NAVO en het oostelijke Middellandse Zeegebied tot de Golf, Pakistan en mogelijk Centraal-Azië. Maar toegang en invloed zijn iets anders dan het vermogen om militaire uitkomsten af te dwingen. Jemen kan dat verschil nadrukkelijk op de proef stellen.’
Babahan: ‘Dit akkoord is nog niet door het Turkse parlement goedgekeurd en is daarom nog niet in werking getreden. Vanuit juridisch perspectief heeft Fidans verklaring dus geen stevige basis. Erdogan heeft de verwachtingen hierover met zijn eigen uitspraken bovendien al getemperd.
‘Als Turkije rechtstreeks ingrijpt, ligt vergelding voor de hand’
De Houthi’s hebben laten zien dat zij zelfs voor de Verenigde Staten een serieuze militaire uitdaging vormen. Tijdens de oorlog tussen Iran en Israël hebben zij bovendien hun vermogen getoond om Israël met raketten aan te vallen. Als Turkije rechtstreeks ingrijpt, ligt vergelding voor de hand en kan Turkije, met zijn kwetsbare luchtverdediging, zwaar worden getroffen.
Misschien bedoelt Fidan met militaire steun iets anders: bijvoorbeeld het beschikbaar stellen van de door Turkije aangekochte S-400-systemen aan Saoedi-Arabië, in ruil voor ruimte voor de verkoop van F-35’s aan Turkije. Daarmee zou Ankara twee doelen tegelijk kunnen nastreven.’
Waar zouden de Houthi’s Turkse doelen kunnen aanvallen?
Ergun Babahan (Beeld: Twitter)
Babahan: ‘De Houthi’s zouden Turkse luchthavens, raffinaderijen, havens en militaire fabrieken als doelwit kunnen nemen. Afhankelijk van de omvang van een Turkse interventie zouden ze mogelijk meerdere locaties tegelijk aanvallen.’
Öztürk: ‘Ik zou er niet automatisch van uitgaan dat Turks grondgebied het eerste doelwit wordt. Het grootste risico ontstaat waarschijnlijk daar waar Turkse belangen rechtstreeks verbonden raken met de confrontatie tussen Saoedi-Arabië en de Houthi’s. Denk aan Turks personeel of militaire middelen die in Saoedi-Arabië worden ingezet, Turkse commerciële belangen rond de Rode Zee en aan Turkije gelieerde scheepvaart bij Bab al-Mandab en in de Rode Zee. De Houthi’s hebben laten zien dat zij zowel de bereidheid als de capaciteit hebben om scheepvaart en regionale infrastructuur te bedreigen.
Zolang Ankara zich beperkt tot technologie, defensie-export en inlichtingensamenwerking, blijft het risico voor Turkije zelf relatief beperkt. Zodra Turkse militairen of wapensystemen rechtstreeks bij gevechtsoperaties betrokken raken, verandert dat. Daarom zal Ankara waarschijnlijk proberen strategische ambiguïteit te behouden: wel solidariteit met Riyad tonen, maar voorkomen dat Turkije een directe strijdende partij in het Jemenitische conflict wordt.
Daarbij speelt ook de relatie met Iran mee. Turkije heeft jarenlang geïnvesteerd in contacten met zowel Saoedi-Arabië als Iran. Een directe confrontatie met de Houthi’s zou die positie bemoeilijken. Voor een land dat zich als verbinder en bemiddelaar wil profileren, kan directe deelname aan het conflict de diplomatieke manoeuvreerruimte juist verkleinen.’
Is nóg een front tegen Iran in het Midden-Oosten ook wat Trump wil?
Babahan: ‘Ik denk dat Trump beseft dat hij in Iran in een impasse is beland. De Verenigde Staten betalen economisch een prijs voor de oorlog en hun positie in de regio is verzwakt. Een nieuwe oorlog zou Washington een nog zwaardere klap kunnen bezorgen. Ook als Turkije en Pakistan zich ermee bemoeien, zal dat de situatie niet fundamenteel veranderen. Het risico is vooral dat de regio verder wordt verwoest.’
Öztürk: ‘Ik zou niet zonder meer zeggen dat Trump momenteel een nieuw front tegen Iran wil openen. De beschikbare aanwijzingen wijzen op een ingewikkelder beeld. Ondanks Saoedische verzoeken om hulp hebben de Verenigde Staten zich tot nu toe terughoudend opgesteld tegenover een nieuwe directe confrontatie met de Houthi’s. Persbureau Reuters meldde dat Washington Saoedische verzoeken om militaire steun tijdens de huidige escalatie heeft afgewezen. Dat past bij de bredere terughoudendheid om een nieuw militair front te openen, terwijl de confrontatie met Iran al grote regionale en economische gevolgen heeft.
‘Ondanks Saoedische verzoeken om hulp hebben de Verenigde Staten zich tot nu toe terughoudend opgesteld’
Washington kan wel belang hebben bij meer regionale lastenverdeling. Als Turkije, Saoedi-Arabië en Pakistan zelf meer capaciteit ontwikkelen om de regionale veiligheid te waarborgen, kan dat de druk op Amerikaanse strijdkrachten verminderen. Dat betekent echter niet automatisch dat de VS willen dat Turkije een nieuwe oorlog aangaat met een aan Iran gelieerde actor. De kern is daarom eerder dat de regionale veiligheidsstructuur steeds meer versnipperd raakt. Saoedi-Arabië zoekt meer bescherming, Turkije wil laten zien dat het naast diplomatie ook veiligheid kan bieden, Pakistan wil zijn relatie met Riyad versterken en Iran behoudt invloed via regionale partners. Washington lijkt ondertussen vooral te willen voorkomen dat het opnieuw zelf in iedere regionale confrontatie wordt meegezogen.
Turkije raakt daarmee steeds dieper verweven met de veiligheidsstructuur van de Golf. Tegelijkertijd zal Ankara proberen zijn betrokkenheid te vergroten zonder zijn diplomatieke manoeuvreerruimte op te geven. De waarschuwingen van de Houthi’s maken duidelijk hoe moeilijk die balans wordt.’
Rusland voert de dreigende taal richting het Westen verder op. Het land waarschuwt nu voor de inzet van kernwapens tegen de NAVO als de Russische exclave Kaliningrad wordt geblokkeerd. Dat meldt NRC.
Het dreigement is geuit in een brief aan de NAVO, waarin het Westen en in het bijzonder Oost-Europa worden gewaarschuwd. De voormalige Oostbloklanden wordt verweten ‘een gevaarlijke en roekeloze koers’ te varen. Mochten zij niet inbinden, dan zou Rusland er niet voor terugdeinzen ‘nucleair’ te gaan.
‘Rusland is bereid om het hele arsenaal aan krijgsmachtonderdelen en mogelijkheden waarover het beschikt, inclusief nucleaire wapens, in te zetten om zijn grondgebied te verdedigen, mochten NAVO-landen proberen Kaliningrad te isoleren van de rest van het land’, luiden de exacte woorden in de brief. Secretaris-generaal van de NAVO Mark Rutte heeft direct gereageerd en Rusland erop gewezen niet te dreigen met nucleaire wapens.
Het is niet de eerste keer dat Poetin schermt met het Russische kernwapenarsenaal. Ook rond de Russische verovering van de Krim in 2014 wees hij het Westen op de nucleaire capaciteit van Rusland.
Wat betreft Kaliningrad maakt Rusland zich vooral zorgen over de toenemende isolatie en militarisering rondom de al zwaarbewapende exclave, die alleen via een landcorridor vanuit Belarus en via de Oostzee met het moederland verbonden is. Kaliningrad wordt verder omringd door Polen en Litouwen.
Oorspronkelijk was het gebied bekend als Königsberg, Koningsbergen, de hoofdstad van Oost-Pruisen. Na de Tweede Wereldoorlog werd de stad tijdens de Conferentie van Potsdam toegewezen aan de Sovjet-Unie, waarna de Duitse bevolking werd verdreven en de stad werd omgedoopt tot Kaliningrad. Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 is het een Russische exclave die geografisch volledig gescheiden is van het Russische vasteland.
Gisteren zag ik op Instagram een filmpje waarin een man aan mannelijke voorbijgangers vraagt of ze homo zijn of hetero (andere smaken waren er niet). Alle mannen in het filmpje reageren geschokt op die vraag. ‘Hell no!’ luidt zo ongeveer elke reactie. Want, zo roepen de mannen verontwaardigd, dat was toch duidelijk aan ze te zien? In het filmpje laat de interviewer vervolgens een foto zien van een van de andere geïnterviewden. Stuk voor stuk mannen die net zo hard riepen dat ze geen homo waren en dat dat toch duidelijk te zien was. Je raadt het al: bijna alle mannen wisten zeker dat de man op de foto die ze te zien kregen wél homo was. Waarom? Vanwege de manier waarop hij lachte. Hoe hij erbij stond. Zijn kleren. ‘Duidelijk gay.’ Het zou hilarisch zijn als het niet zo pijnlijk was.
Het filmpje houdt me sindsdien behoorlijk bezig. Net zoals de schrikbarende cijfers over lhbtiq-acceptatie die onlangs verschenen – al vind ik acceptatie in dit verband toch een beetje een raar woord. Alsof het aan hetero’s is om de seksualiteit van queer personen te accepteren. Die cijfers lieten zien dat de afgelopen vier jaar het percentage jongens dat positief denkt over homoseksualiteit bijna halveerde, van 40 naar 22 procent. Bij meisjes is dat percentage gedaald van 78 naar 51 procent. Het COC luidt terecht de noodklok: nog maar 4 op de 10 jongeren zijn positief over homoseksualiteit.
En voor wie desondanks denkt dat het allemaal wel meevalt: lees voor de grap maar eens de commentaren onder nieuwsberichten over de opening van een nieuw regenboogzebrapad, over de Pride Walk of over Paarse Vrijdag.
Vooruitgang is zelden lineair – veel vaker is er sprake van twee stappen voorwaarts en een stap terug. Maar zoals de cijfers pijnlijk duidelijk maken, gaat het nu om vier forse stappen terug. Nog maar zeven jaar geleden debatteerde ik als Kamerlid samen met mede-indieners Vera Bergkamp en Nevin Özütok met onze collega-volksvertegenwoordigers over de uitbreiding van artikel 1 van de Grondwet met de discriminatiegronden handicap en seksuele oriëntatie. Ons voorstel werd uiteindelijk met brede steun aangenomen. Alleen PVV, SGP, FVD en de toenmalige Fractie Nanninga (nu JA21) en Fractie-Frentrop (ex-FVD) stemden tegen. Het is nog maar de vraag of die Grondwetswijziging het vandaag de dag zou halen.
Wat doet u als u op uw werk een zogenaamde grap hoort over homo’s?
Tegelijkertijd zien verschillende rechtse partijen hun kans schoon om moslims de teruglopende lhbtiq-acceptatie in de schoenen te schuiven. Maar laat u zich niks wijsmaken: dat is puur politiek pinkwashen. Want diezelfde partijen zijn voor het gemak even vergeten dat zij het waren die kritisch waren op de Lentekriebels-lessen in het basisonderwijs, die de aanpassing van de transgenderwet van tafel veegden en die geen moment onbenut laten om ‘woke’ de schuld te geven van alle ellende in ons land.
Als het gaat om oplossingen voor het tegengaan van homohaat, blijft het ineens muisstil op de rechterflank. Terwijl er genoeg is dat we kunnen doen. Aandacht voor lhbtiq-inclusie in het curriculum van lerarenopleidingen. Sociale mediabedrijven dwingen om eindelijk iets te doen tegen online haatzaaierij op hun platforms. De schadelijke gevolgen van de manosphere aanpakken, waar manfluencers nog steeds ongehinderd hun content vol racisme, misogynie, homo- en transfobie, antisemitisme en islamofobie mogen delen. Niet voor niets legden onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam in een eveneens recent verschenen rapport het verband tussen de manosphere en veranderende opvattingen over de regenbooggemeenschap onder jongeren.
Maar ook u en ik zijn aan zet, als buren, broers, zussen, ooms, tantes of collega’s van mensen uit de regenbooggemeenschap. Want wat doet u als u op uw werk een zogenaamde grap hoort over homo’s, of als u op straat of in de trein getuige bent van homo- of transhaat? Spreekt u zich uit of kijkt u de andere kant op?
Het gaat de laatste tijd – terecht – vaak over hoe uitsluitende taal steeds meer wordt genormaliseerd. Als we ons alleen druk maken als die taal over onszelf gaat, zijn we minstens zo ver van huis. Dus ik zeg: hetero’s, laat je horen. Want wie ooit een bondgenoot wil hebben, moet er ook één durven zijn.
Een groep moslimorganisaties trok vanmiddag naar de Tweede Kamer om aandacht te vragen voor islamofobie. Mikal Tseggai, Kamerlid voor Pro, nam hun manifest in ontvangst.
Een bonte stoet aan maatschappelijke organisaties biedt vandaag in Den Haag een zogenoemd ‘manifest tegen islamofobie’ aan Kamerleden aan. Daarin hekelen de organisaties de dagelijkse realiteit van ‘moslimdiscriminatie, islamofobie en moslimhaat’, die volgens hen wordt versterkt en gelegitimeerd door beleid, politiek en instituties.
‘Wie nu nog wegkijkt, kiest actief de kant van ongelijkheid en vernedering’, staat in het manifest, waarin ook wordt verwezen naar het Nationaal Onderzoek Moslimdiscriminatie (Regioplan/Ercomer, 2025). In dat rapport werd geconcludeerd dat moslimdiscriminatie sterk verankerd is in de haarvaten van de Nederlandse maatschappij en dat een deel van de Nederlandse moslims zich daarom terugtrekt in zijn eigen schulp.
Het collectief van organisaties is al een paar maanden bezig om meer bewustwording te creëren over ‘alledaagse islamofobie’. Tahirah Shah schreef in april een kritisch stuk in de Kanttekening na een bezoek aan het eerste evenement: ‘Over moslims en de islam lijkt iedereen alles te kunnen zeggen. Dat zorgt er als moslim voor dat je gaat overcompenseren’, aldus Shah.
De moslimdemonstranten, in totaal zo’n twintig tot dertig, gebruiken de termen moslimhaat, islamhaat en islamofobie door elkaar. ‘Stop moslimhaat, stop islamhaat’, schalt het uit de megafoon. Ambtenaren en andere (witte) medewerkers van de Tweede Kamer lopen er met een grote boog omheen of passeren met een pokerface.
‘Sommigen kijken echt boos’, zegt publicist Ahlam Benali, die ook van de partij is en even daarvoor schande sprak van politici die moslims van alles en nog wat in de schoenen schuiven, zoals de dalende homo-acceptatie in Nederland. ‘Ik klaag de Tweede Kamer aan, die de iftar bij de politie heeft weggestemd.’
Beeld: Tayfun Balcik
Ook zij kan op weinig sympathie rekenen. Een oudere witte man staat op enige afstand geïrriteerd een sigaretje te roken. De Kanttekening spreekt hem aan. Hij wil inderdaad reageren op de aanklacht van Benali. ‘Ik vind dat je je wel moet aanpassen aan de cultuur die hier is’, zegt hij. ‘En ik denk: de dame die ik daar zie staan (hij wijst naar een vrouw met een niqab), daar ben ik het niet mee eens.’
Hij wil geen discussie over de vrijheid van godsdienst aangaan, maar doet het toch. ‘Ja, vrijheid is ook onderdeel van onze cultuur, maar toch moet je je aanpassen aan wat hier al is’, houdt hij voet bij stuk.
De gesluierde vrouw sluit zich aan bij het interview en vindt dat hij niet mag bepalen wat de Nederlandse cultuur is, dat zij daar ook recht op heeft en die mede bepaalt. ‘Ik vond hem onderdrukkend’, zegt ze nadat de man weer is doorgelopen.
‘De hand moet in de eigen moslimboezem gestoken worden’
De activist Mekki Aulad Ahmed vindt de opkomst teleurstellend. ‘Ik denk dat wij als moslims hier in Nederland geaccepteerd hebben dat we tweederangsburgers zijn’, zegt hij. ‘Als wij onszelf niet zo belangrijk vinden en deze behandeling normaal vinden, dan moeten we inderdaad thuisblijven. Maar dan moeten we niet raar opkijken als niet-moslims ons ook op die manier gaan behandelen. Zij denken: het zal wel goed zijn. De hand moet in de eigen moslimboezem gestoken worden.’
Tegen het einde van de manifestatie komt Pro-Kamerlid Mikal Tseggai met een medewerker het manifest in ontvangst nemen. Ze luistert naar de onvrede van moslims in Nederland, die Saida Derrazi verwoordt, en spreekt vervolgens de demonstranten toe. Pro gaat in ieder geval haar best doen om het tij te keren, aldus Tseggai, die ook even de Kanttekening te woord wil staan.
Een van de pijnpunten van moslims is dat islamofobie niet zoveel aandacht krijgt als bijvoorbeeld antisemitisme. Wat vindt Pro hiervan?
‘Nou, allereerst vinden wij het heel erg belangrijk dat iedereen zich in Nederland thuis voelt, dat iedereen erbij hoort en dat je ook een eerlijke kans krijgt om mee te doen. We schrikken elk jaar weer van de cijfers over bijvoorbeeld discriminatie op de woningmarkt, op de arbeidsmarkt. En we hebben inderdaad de laatste jaren een explosieve toename gezien van islamofobie en moslimdiscriminatie, en daar maken wij ons zoveel zorgen over.’
De demonstranten hier spreken over de normalisering van islamofobie en zeggen dat moslims die zelf deels hebben geïnternaliseerd. Wat vindt u ervan dat veel moslims volgens hen hun positie als tweederangsburger in Nederland hebben geaccepteerd?
Mikal Tseggai. Beeld: Pro
‘Ja, ik vind dat heel erg. Dat raakt mij diep. Ik heb zelf ook een migratieachtergrond. Dus ik begrijp het gevoel. Maar thuisblijven is niet de oplossing. Het is juist belangrijk om je stem te laten horen in politiek Den Haag. Om dit ook hoger op de politieke agenda te krijgen. Want heel veel partijen erkennen het probleem van moslimdiscriminatie niet eens. Dus daarvoor is het belangrijk dat je je stem hier laat horen.’
Een groot aantal van uw collega’s in de Tweede Kamer is heel islamofoob in hun uitingen. Spreekt u hen daar weleens op aan?
‘Zeker, maar ik ga helaas niet over wat mijn collega’s zeggen. Wat ik probeer te doen, is gewoon serieuze, concrete maatregelen bewerkstelligen. Strenger beboeten van mensen die openlijk discrimineren. Dat we een vergunning instellen voor makelaars, zodat makelaars minder discrimineren. En ook gewoon een serieuze aanpak van discriminatie. Want die is er gewoon nog steeds niet echt in Den Haag.’
‘We hebben inderdaad de laatste jaren een explosieve toename gezien van islamofobie en moslimdiscriminatie’
Even terug naar uw islamofobe collega’s. Kunt u met zulke Kamerleden wel normaal omgaan als zij zo expliciet hun afkeer van meer dan een miljoen Nederlanders uiten?
‘Tja, wat is normaal omgaan? Kijk, het zijn niet mijn beste vrienden. En ik denk ook dat het belangrijk is dat je ook als politicus voor elke Nederlander opkomt en daar staat en dat je inderdaad niet een groep van miljoenen Nederlanders discrimineert en wegzet. En wegzetten, daar heb ik een heel groot probleem mee.’
Is geen hand meer geven aan uw discriminerende collega’s een oplossing, of een cordon sanitaire?
‘Ik vind dit geen relevante vraag. Het is relevant hoe we meerderheden kunnen bewerkstelligen in de Tweede Kamer. Hoe we kunnen samenwerken om problemen aan te pakken. De vraag is: hoe gaan we meerderheden bewerkstelligen in de Tweede Kamer om dit probleem aan te pakken?’
Laatste vraag: is democratie alleen maar bedoeld om meerderheden te creëren?
‘Nee, zeker niet. Democratie is juist ook bedoeld om de minderheden te beschermen. En dat moeten we beter doen. En daarom sta ik helemaal achter deze actie en dit manifest.’
De Amerikaanse staat Californië heeft het Suikerfeest en het Offerfeest officieel erkend als feestdagen. Gouverneur Gavin Newsom ondertekende zondag 27 september een wet die beide islamitische feestdagen toevoegt aan de officiële feestdagenkalender van de staat.
Californië is daarmee, na Washington in 2025, de tweede Amerikaanse staat die beide feesten op staatsniveau erkent. De nieuwe wet, ingediend door parlementslid Matt Haney, geeft ambtenaren de mogelijkheid om bestaande verlofuren in te zetten om de feestdagen te vieren. Ook mogen openbare scholen en community colleges sluiten, als daarover lokaal afspraken worden gemaakt. De wet verplicht scholen niet om op deze dagen dicht te gaan en stelt evenmin een algemene extra betaalde vrije dag in.
Het Suikerfeest, Eid al-Fitr, markeert het einde van de islamitische vastenmaand ramadan. Het Offerfeest, Eid al-Adha, valt samen met de jaarlijkse hadj-bedevaart naar Mekka en herdenkt de bereidheid van Ibrahim (Abraham) om zijn zoon te offeren uit gehoorzaamheid aan God.
De Californische afdeling van de Council on American-Islamic Relations (CAIR-CA) verwelkomde de wet. Volgens de organisatie helpt de erkenning moslims om hun religieuze feestdagen te vieren zonder daarvoor verplichtingen op school of werk te hoeven verwaarlozen. Californië telt volgens CAIR-CA meer dan een miljoen moslims.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.