De Amerikaanse tour van de Britse popzanger Ed Sheeran dreigt in het water te vallen. Alle supportacts zich hebben teruggetrokken uit solidariteit met de pro-Palestijnse rapper Macklemore.
Volgens NOS werd Macklemore door de organisatoren geschrapt, nadat hij tijdens optredens pro‑Palestijnse uitspraken deed en beelden uit Gaza toonde. Maar deze beslissing keerde als een boemerang terug: Sheerans begeleidingsband en drie acts uit het voorprogramma hebben de roodharige zanger van liefdesliedjes de rug toegekeerd.
Uit berichtgeving van RTL Nieuws blijkt dat de artiesten boos zijn dat ze politieke misstanden niet mogen benoemen. Ze stellen dat podia geen plek mogen zijn waar politieke expressie wordt beperkt. RTL benadrukt dat Sheeran kort daarvoor had verklaard zich niet te willen mengen in het publieke debat over Gaza, omdat zijn publiek uit veel jonge luisteraars bestaat en hij zijn shows niet als politiek forum ziet.
De Britse omroep BBC beschrijft hoe de druk op de tour ontstond, toen de Amerikaanse Israëllobby en miljardair Robert Kraft druk op stadions uitoefenden om Macklemore niet langer toe te laten.
Op Instagram reageerde Sheeran gisteren op alle commotie. Hij zei dat het besluit om Macklemore te cancellen een besluit van de organisatoren was, niet van hemzelf. Ook zei hij het lijden aan ‘both sides‘ verschrikkelijk te vinden. Deze verklaring was in de ogen van veel artiesten veel te slap. ‘We zouden moeten kunnen praten over oorlog, over burgers die worden gedood, over kinderen die het verdienen om op te groeien, waar ook ter wereld’, antwoordde de Deense band Lukas Graham verbolgen.
De recente escalatie tussen Saoedi-Arabië en de sji’itische Houthi‑beweging legt pijnlijk bloot hoe weinig slagkracht het nieuwe Mekkapact heeft. Pakistan en Turkije schieten hun bondgenoot niet te hulp.
Terwijl de Houthis volgens Deutsche Welle opnieuw drones en raketten op Saoedische doelen afvuren en zelfs een aanval nabij Mekka wordt gemeld, blijft een gezamenlijke reactie van pactpartners Turkije en Pakistan uit. Beide landen beperken zich tot diplomatieke steunbetuigingen, ondanks de belofte dat een aanval op één lidstaat als een aanval op alle drie geldt.
Maar ondanks de aanvallen, die de Saoedische economie flink beschadigen, grijpen Pakistan en Turkije niet in, schrijft Turkish Minute. Pakistan zegt dat militair optreden niet aan de orde is, terwijl Turkije benadrukt dat de defensieclausules nog niet juridisch van kracht zijn.
Middle East Eye analyseert de achterliggende redenen, die vrij logisch zijn. Pakistan vreest escalatie met buurland Iran, terwijl Turkije andere geopolitieke belangen heeft. Bovendien is het pact volgens de nieuwssite nog nauwelijks uitgewerkt. Een gezamenlijke commandostructuur ontbreekt op dit moment bijvoorbeeld.
Ondertussen waarschuwt de Arabische nieuwszender Al Jazeeradat de Houthi‑opmars langs de Rode Zee een humanitaire ramp veroorzaakt. Meer dan 100.000 mensen zijn als gevolg van het weer oplaaien van het conflict ontheemd geraakt. Ook raakt de blokkade het internationale scheepvaartverkeer.
Wel of geen bezuinigingen op sociale zekerheid? Meer of minder belasting op de hoogste inkomens? Het zegt ze allemaal weinig. Maar begin over stagevergoeding of gratis ov en deze mbo’ers vertellen je precies wat ze willen.
Op Prinsjesdagochtend, nog voordat politiek Den Haag in beweging is gekomen en de Glazen Koets is vertrokken, is de discussie al losgebarsten in de Hoge Raad. Zo’n 300 mbo-studenten uit het hele land vieren hier Prinsjesdag voor en door het mbo.
Daar waar normaal gesproken rechters van het hoogste rechtsorgaan van Nederland plaatsnemen, staat docent burgerschap en dagvoorzitter Karim Amghar druk met zijn armen te zwaaien om de eerst nog wat verlegen studenten de urgentie van deze dag bij te brengen.
‘Veel van jullie hebben het gevoel dat jullie stem onvoldoende wordt gehoord. Ik ken dat gevoel. Maar mbo-studenten zijn de motor van de samenleving en deze motor moet gezien worden. We gaan vandaag bouwen aan het fundament van de samenleving’, zo trapt hij af.
Het is alweer de derde editie van het evenement, dat onderdeel is van het bredere Prinsjesfestival. Mbo-studenten brainstormen een ochtend over verschillende onderwerpen die voor hen belangrijk zijn en dragen zelf oplossingen aan. De beste acht ideeën worden op 25 oktober als de Troonrede van het mbo aan de Eerste Kamer aangeboden.
‘Gratis gewerkt’
‘Ik heb twee jaar stage gelopen en geen enkele vergoeding gekregen’, vertelt Abdurrahman Murat (20). Hij is nog maar drie jaar in Nederland en woont samen met zijn oudere broer. Hun familie woont nog in Syrië.
‘Natuurlijk wil je extra hard je best doen bij je stageplek, maar eigenlijk heb ik gewoon twee jaar gratis gewerkt, terwijl we echt geld nodig hebben. De stagevergoeding moet gelijkstaan aan het minimumloon.’
Benthe Zuidgeest (17) maakt zich hard voor het bewonen van oudere panden om de wooncrisis te lijf te gaan. ‘Ik zou het zelf echt niet erg vinden om in een wat ouder pand te gaan wonen. Ook als de buitenkant er niet goed uitziet, kun je er soms nog prima wonen.’
Politiek niet sexy
Het zijn juist dit soort onderwerpen waar deze studenten op aangaan, zegt Tom van Teijningen, docent op het MBO Rijnland in Alphen aan den Rijn. Hij begeleidt de studenten elk jaar naar dit evenement toe en dat is soms best even trekken, legt hij uit.
‘Ze zien politiek als iets schimmigs, het is niet een erg sexy onderwerp. Toch zijn er onderwerpen waar ze op aanslaan. Door deel te nemen aan een evenement als dit, willen we zorgen dat ze begrijpen wat burgerschap betekent.’
Dat burgerschap iets is dat je kunt leren, weet Amghar als geen ander. Naast zijn journalistieke werk over de doelgroep doceert hij nog altijd het vak burgerschap.
Docent Karim Amghar spreekt de mbo-studenten toe. Beeld: Majorie van Leijen
‘Veel van mijn studenten hebben er in eerste instantie niet veel mee. Ze wantrouwen de democratie en denken dat hun stem toch niet gehoord wordt. Dat is ook niet gek. Vaak zijn bestuurders hoger opgeleid. Hierdoor voelen mbo’ers zich niet vertegenwoordigd. Wat wij ze leren, is dat je kan zorgen dat democratie ook voor jou werkt. Als je het vak met passie geeft, kan dat echt wat veranderen.’
‘Vaak zijn bestuurders hoger opgeleid’
In de Hoge Raad groeit het enthousiasme, vooral naarmate de discussies concreter worden. Met grote woorden over democratie, participatie en burgerrechten hoef je bij deze groep niet te rekenen op applaus.
‘Ik heb er niet zo veel mee’, zegt een student in de zaal, voor wie de dag niet per se had gehoeven. Maar als even later over de zorg wordt gepraat, schiet ze overeind. Ze wil verpleegkundige worden op de spoedeisende hulp.
‘Met wie kan ik praten over de veiligheid van vrouwen?’, vraagt een andere student. Al snel krijgt ze medestanders. Ze voelen zich niet veilig op straat en, belangrijker nog, voelen zich niet serieus genomen.
‘Ik ben mishandeld door mijn ex en heb aangifte gedaan, maar de politie geloofde niet dat een jongen van zijn leeftijd me iets aan zou doen. Ik zou graag willen dat er meer boa’s of politie rondlopen en er harder wordt opgetreden’, zegt de 15-jarige Jezhlyn.
Motor van de samenleving
Dat mbo’ers van grote waarde zijn voor de samenleving, wordt steeds meer erkend. Vooral nu er in verschillende sectoren sprake is van personeelstekorten, is het mbo-onderwijs een serieus politiek thema geworden. Maar er wordt nog altijd veel over mbo’ers gepraat en over wat de samenleving van hen nodig heeft. De zelfstandige stem van mbo-studenten is nog relatief nieuw.
Een organisatie die hier verandering in probeert te brengen, is JOBmbo, een jongerenorganisatie die mbo-studenten een stem geeft. Dat lukt steeds beter. In januari 2026 zat toenmalig JOBmbo-voorzitter Maurits Brus als eerste mbo-student ooit aan de formatietafel. Hij bracht daar onder meer studiefinanciering, stagediscriminatie, prestatiedruk en de waardering van het mbo onder de aandacht. Volgens JOBmbo kwamen verschillende van deze onderwerpen herkenbaar terug in het nieuwe regeerakkoord.
Inmiddels heeft de 17-jarige Wiam Elaouati het stokje overgenomen van Brus. Aan passie lijkt het haar niet te ontbreken. Mbo-studenten moeten simpelweg op gelijke voet komen te staan met andere studenten, legt ze uit.
‘Neem bijvoorbeeld die studiefinanciering. Hbo’ers en wo’ers hebben recht op een hoger bedrag. Waarom worden mbo-studenten zo tekortgedaan?’
‘We hebben veel contact met Kamerleden’
Ook over de stagevergoeding zijn ze voorlopig nog niet uitgepraat, vertelt ze. In 2023 werd het Stagepact gesloten, een landelijke afspraak tussen onder meer de overheid, mbo-scholen, werkgevers, vakbonden en studentenorganisatie JOBmbo om stages beter, veiliger en eerlijker te maken. De afspraken richten zich op goede begeleiding, voldoende stageplekken, het tegengaan van stagediscriminatie en een passende stagevergoeding.
Hoewel er verbeteringen zijn, worden belangrijke doelen nog niet volledig gehaald: in 2024 kreeg slechts 42 procent van de mbo-studenten een stagevergoeding. Het kabinet kondigde daarom in 2026 aan een wettelijke stagevergoeding te willen invoeren voor mbo-, hbo- en wo-studenten.
‘Het is goed dat er een verplichte vergoeding is, maar we willen het minimumloon’, zegt Elaouati. ‘We doen het stapje voor stapje.’
Dat de stem van mbo’ers inmiddels Den Haag heeft bereikt, is fijn, zegt Elaouati.
‘We hebben veel contact met Kamerleden, we worden regelmatig uitgenodigd om over deze onderwerpen te komen praten. Maar of er wordt geluisterd? Dat weet ik niet. Het is in ieder geval mooi dat er een podium is voor de stem van de mbo’ers.’
Troonrede
De minimumlooneis wordt door de jury opgenomen in de Troonrede van het mbo, evenals ideeën over de dienstplicht – liever niet, maar als het moet eerst een training –, mentale gezondheid – graag bespreken op school – en klimaat: belast iedereen die de Rotterdamse haven gebruikt.
Vlak voordat de paarden van stal gaan om de leden van het Koninklijk Huis per koets naar de Schouwburg te brengen, nemen de studenten die durven hun boodschap aan de politiek nog even op in een video.
Dan breekt het moment aan waar een aantal stiekem het meest naar heeft uitgekeken: de koning en koningin bekijken. Als de koets voorbijrijdt, stijgt een luid gejoel op vanaf de tribune.
Toen ik de film Porte Bagage voor het eerst zag in het theater aan het Spui, liet de film mij niet meer los. Ik huilde om de herkenning en ik bleef er nog dagenlang aan terugdenken. Het ging over de loodzware bagage van familiebanden en de herkenbare strijd van het steeds anders zijn in twee landen. En toch bleven liefde, loyaliteit en zorg de familie altijd met elkaar verbinden. Vorige week zag ik de film voor de tweede keer. Dit keer thuis op de bank, samen met mijn man. En op de achtergrond zat mijn zoon aan de eettafel zijn huiswerk te maken. Opnieuw genoot ik van de beelden die voorbijkwamen op het scherm. En weer voelde ik het verdriet en de weemoed van een vader die terug wil naar zijn wortels, waar hij zijn laatste jaren in alle rust wil doorbrengen. Tijdens het kijken kwam de vraag weer in mijn hoofd op: wanneer ga ik ook terug naar waar ik me echt thuis voel?
Niet heel lang geleden dacht ik er anders over. Ik vertelde in Trouw heel stellig dat weggaan uit Nederland voor mij voelde als opgeven. Ik vond dat we hier moesten blijven en onze plek moesten blijven opeisen. En onszelf zeker nooit weg moesten laten jagen door discriminatie en anti-moslimracisme. Ik verklaarde zelfs een oude vriendin van mij voor gek. Ze vertrok tien jaar geleden voorgoed. En als mijn ouders met verlangen spraken over ooit met z’n allen terugkeren naar de Rif, begreep ik daar helemaal niets van.
En toch is dat gevoel van in Nederland willen blijven niet vanzelfsprekend gebleven. Want de tijd kan een mens echt veranderen en de maatschappelijke druk kan enorm zwaar wegen. Ik begin te merken dat ik de eindeloze discussie in dit land zo zat ben geraakt. Het steeds debatteren over de vraag of ik er als moslima wel echt bij hoor of niet. En of ik wel of niet genoeg ben geïntegreerd. En ook de strijd over wat ik draag, wie ik ben en hoe ik eruitzie. Deze verschrikkelijke mentale vermoeidheid slaat bij mij inmiddels om in iets heel anders. Namelijk de zorg om de toekomst van mijn zoon in dit land.
Over een paar jaar gaat hij op zoek naar een stageplek
Hij begint nu pas aan een weg die ik allang ken. Hij droomt groot, maar heeft gelukkig nog geen idee wat het pad dat voor hem ligt van hem gaat vragen. Ik zie het al voor me. Over een paar jaar gaat hij op zoek naar een stageplek of solliciteren naar zijn eerste baan. Hij zal puur om wie hij is en hoe hij eruitziet standaard drie-nul achterstaan. Dit terwijl zijn klasgenootjes, die nooit hoeven na te denken over hun naam, geloof of huidskleur, gewoon aan de startstreep zijn begonnen. Deze gedachten laten me niet meer los sinds hij naar de brugklas is gegaan.
En hoe ouder ik word, hoe harder de droom in mijn hoofd blijft roepen. Een groot verlangen naar het klimaat van de Rif, de bergen, de cultuur en het vertragende leven. Maar vooral een plek waar ik niemand hoef uit te leggen wie ik ben. Ook laten we dit onbewust in onze moedertaal terughoren. Wanneer we bijvoorbeeld onze tickets boeken naar de Rif, zeggen we altijd: Anawah – we gaan naar huis. En wanneer we naar Nederland terugkeren, zeggen we: Anedwar – we gaan weer terug. Zonder dat we er ooit bij stilstaan, verraden deze twee Riffijnse woorden eigenlijk altijd waar het hart echt geworteld ligt. Maar goed, dromen is makkelijker dan kiezen. Want neem ik de tekortkomingen in de Rif – de lastige politiek, het beleid en het gebrek aan voorzieningen – voor lief? Of kies ik voor de eindeloze strijd over mijn identiteit in Nederland?
Een keer vertelde ik mijn ouders dat als ik geen kinderen had gehad, ik waarschijnlijk het terugkeren had gewaagd. Mijn moeder viel toen een paar seconden stil en zei: ‘Precies, als ik jullie niet had gehad, had ik het ook geweten. Maar ach lieverd, als je daar één dag hoofdpijn of koorts hebt, wil je er ook niet meer blijven.’ Tja, daar zei ze iets wat me diep raakte. Want in haar woorden hoorde ik twee dingen tegelijk. De erkenning en herkenning van haar verlangen en het besef dat mijn eigen droom misschien een illusie is. Het leven in de Rif is natuurlijk mooi zolang alles goed gaat, maar je bent er zo kwetsbaar zodra er iets misgaat.
De aftiteling van Porte Bagage was allang voorbij en mijn zoon zat nog aan de eettafel. De vader in de film was inmiddels vertrokken en genoot van zijn rust in de Rif. En ik bleef achter met vragen waar ik geen duidelijk antwoord op heb kunnen vinden. Misschien is het eerlijkste wat ik kan zeggen dat ik vastzit. Niet in Nederland en niet in de Rif, maar ergens daartussenin. Mijn dromen kunnen wachten, net als die van mijn ouders, die al die jaren wachtten. Misschien is dit uiteindelijk de bagage die we steeds aan elkaar doorgeven. Niet de koffers die we uitpakken na een reis, maar het verlangen dat van generatie op generatie met ons meereist, zonder ooit aan te komen.
In de troonrede, waarin de regering de plannen voor het komende jaar presenteert, roept koning Willem-Alexander Nederlanders op elkaar meer te gunnen, zodat langlopende kwesties zoals stikstof, de wooncrisis en migratie aangepakt kunnen worden. Dat gezegd hebbende, beseft de regering ook dat die problemen niet van de ene op de andere dag zijn opgelost. De Kanttekening geeft een korte samenvatting van de troonrede, met opvallende punten voor multicultureel Nederland.
‘Leden van de Staten-Generaal’, zegt de koning traditiegetrouw en vervolgt: ‘Vandaag, 15 september, is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot de Internationale Dag van de Democratie. Dat geeft extra glans aan deze Prinsjesdag en herinnert ons eraan dat democratie continu bescherming en onderhoud vraagt.’
Een goed begin is het halve werk. Maar in hoeverre is de troonrede ook zo democratisch als het kabinet, via de koning, wenst te zijn? Op de eerste plaats lijkt dat dik in orde. De koning zegt immers dat democratie ‘geen platte rekensom van de helft van de stemmen plus één’ is, ‘maar een mentaliteit die moet leven in ieder van ons. Iedereen die iets doet voor een ander, als vrijwilliger, mantelzorger of anderszins, draagt bij aan het algemeen belang en maakt Nederland sterker.’
Hieruit spreekt impliciet de boodschap dat minderheden altijd gehoord moeten worden. Expliciet komen deze minderheden echter geen enkele keer naar voren. Zo wordt de toenemende haat tegen moslims, zwarte mensen en lhbti-personen niet benoemd in de troonrede. Wel zegt de koning dat de parlementaire democratie ‘van en voor iedereen’ is. De troonrede van 2020 had een heel andere toon. Hierin stond de koning nog expliciet stil bij racisme en discriminatie als wezenlijke bedreigingen voor de rechtsstaat.
De koning benadrukt verder dat er nu eindelijk een doorbraak komt in het stikstofdossier en staat stil bij de wooncrisis: ‘Veel te veel mensen vragen zich af hoe zij of hun kinderen nog aan een betaalbare en fatsoenlijke koop- of huurwoning komen. Het beste antwoord daarop is: zo snel mogelijk, zoveel mogelijk bouwen voor iedereen. Voor kopers en huurders, voor jong en oud. En ook voor mensen die extra hulp en aanbod nodig hebben om zelfstandig te wonen.’
Een ander gevoelig punt is het asielbeleid, waarvan de doelen worden opgesomd: ‘Een lagere instroom, opvang op orde en een streng uitzetbeleid voor kansloze, uitgeprocedeerde en overlastgevende asielzoekers.’ Wel moet er in Nederland ‘altijd ruimte zijn voor mensen die vluchten voor oorlog, geweld en onderdrukking’. Deze nieuwe Nederlanders moeten via ‘taallessen en begeleiding naar werk’ zo snel mogelijk op hun eigen benen staan en een bijdrage leveren aan Nederland.
De extreemrechtse aanslagen op opvanglocaties in Loosdrecht en Engelen komen ook aan de orde. Weliswaar niet in die bewoordingen, maar de koning noemt de polarisatie die steeds ‘extremere vormen’ aanneemt. Hij kiest voor zalvende woorden: ‘De zachtere stemming van mensen die zich oprecht zorgen maken over hun eigen omgeving of die zich het lot van anderen aantrekken… Het moet volstrekt duidelijk zijn dat bedreigingen en geweld ontoelaatbaar zijn.’ Het migratiepact van de Europese Unie wordt als oplossing aangedragen. ‘Strengere controle aan de Europese buitengrenzen en lopende initiatieven voor samenwerking met landen buiten Europa kunnen de asielstroom substantieel verlagen.’
Internationale kwesties waar Nederlanders tot op het bot over verdeeld zijn, bespreekt de koning eveneens. Het valt op welke termen hij daarvoor gebruikt. Zo spreekt hij over ‘het geweld in Oekraïne’, terwijl hij het over de ‘situatie in Gaza, Iran en andere brandhaarden’ heeft. Ook benoemt hij expliciet ‘een agressief Rusland’ dat Europa bedreigt, terwijl het Israëlische daderschap inzake de genocide in Gaza onbenoemd blijft.
Alfredo Goeloe (51), die afgelopen weekend overleed nadat politieagenten hem hardhandig in bedwang probeerden te houden tijdens een aanhouding, was onschuldig, aldus NRC.
De politie bevestigde tegenover de krant dat Goeloe niet rondreed op een gestolen fiets.
Agenten dachten dat Goeloe op een gestolen fatbike reed, nadat zij een melding hadden ontvangen van diefstal van zo’n fiets. Zij hielden Goeloe staande. Toen hij geen identiteitskaart kon laten zien besloten de agenten hem aan te houden. Goeloe verzette zich. Op geverifieerde videobeelden is te zien dat hij zich los probeerde te wurmen, terwijl meerdere agenten hem in bedwang probeerden te houden.
De man schreeuwde van de pijn en zei dat hij suikerziekte had. Hij raakte onwel. Reanimatie hielp niet meer.
De rijksrecherche is onder leiding van het Openbaar Ministerie een onderzoek gestart naar het incident.
Maandagavond hielden familieleden en buurtbewoners een stille tocht, waarbij zij ook protesteerden tegen het politiegeweld.
De dood van Goeloe doet denken aan die van de Afro-Amerikaanse George Floyd, zes jaar geleden. Floyd kwam om het leven toen een witte politieagent hem langdurig tegen de grond drukte. Hierdoor kon hij niet ademen.
De buurlanden van Oekraïne hebben de laatste maanden steeds vaker te maken met vermoedelijke Russische en Belarussische aanvallen op hun grondgebied. Daarmee lijkt de oorlog in Oekraïne dichterbij NAVO-grondgebied te komen.
In de nacht van maandag op dinsdag schoten gevechtsvliegtuigen van de NAVO een drone neer in het luchtruim van Litouwen, zo meldt Deutsche Welle. Volgens Litouwse media zou de drone afkomstig zijn uit Belarus, een bondgenoot van Rusland.
Deutsche Welle schrijft dat de Baltische staten Estland, Letland en Litouwen al sinds het begin van de Russische invasie van Oekraïne drones signaleren in hun luchtruim. Litouwen grenst zowel aan Belarus als aan de Russische exclave Kaliningrad, het voormalige Oost-Pruisen.
Maandag schoot een Russisch oorlogsschip twee lichtkogels af richting een helikopter van de Deense luchtmacht, zo bericht EuroNews. Het schip bevond zich in internationale wateren in de Oostzee, vlakbij de Deense kustplaats Gedser. De helikopter, die tijdens een routineoperatie foto’s maakte van het Russische fregat, werd net niet geraakt.
Eerder deze maand maakte de Deense inlichtingendienst bekend dat Rusland zich voorbereidt op sabotageacties tegen de Deense defensie-industrie. Gewone Denen zouden gerekruteerd worden om foto’s te maken die voor sabotageacties zouden kunnen worden gebruikt. Deze waarschuwing volgde op de verijdelde droneaanval op de luchthaven van Leipzig in Duitsland vorige maand.
Polen is al langer doelwit van rechtstreekse aanvallen. Afgelopen zondag kwam een Russische drone terecht op een locomotief van een Oekraïnse passagierstrein. Het incident vond plaats dicht in de buurt van de grens met Polen, aldus de NOS.
November vorig jaar vond een explosie plaats op het spoor in Polen, wat volgens het land een sabotageactie was in opdracht van Rusland. De spoorlijn tussen Polen en Oekraïne is belangrijk voor de toevoer van militaire steun en andere hulp aan Oekraïne. Eind juli stortte bovendien een Russische kruisraket neer in een veld in het oosten van Polen.
Volgens de NOS moeten Poolse gevechtsvliegtuigen en zijn NAVO-bondgenoten ‘meerdere keren per week’ opstijgen vanwege Russische aanvallen op het westen van Oekraïne. Polen bereidt zich voor op mogelijke verdere escalaties en mogelijk een direct gewapend conflict met Rusland.
Tara Singh Varma is gisteren op 78‑jarige leeftijd overleden. De voormalige CPN- en GroenLinks-politica was zeer omstreden. Zo loog ze in 2001 dat ze aan een ongeneeslijke ziekte zou lijden.
Singh Varma begon haar politieke loopbaan in de Amsterdamse gemeenteraad, waar ze tussen 1982 en 1994 actief was voor achtereenvolgens de Communistische Partij Nederland (CPN) en het Links Akkoord, een voorloper van GroenLinks. In 1994 maakte ze de overstap naar de Tweede Kamer, waar ze als eerste vrouw met een migratieachtergrond een zichtbare rol speelde en onderwerp werd van felle controverses.
De linkse politica zette zich in Amsterdam en later in Den Haag in voor vrouwen uit minderheidsgroepen, prostituees en nieuwkomers. Zo was ze betrokken bij talloze maatschappelijke organisaties en stond ze bekend als iemand die zich intensief inzette voor kwetsbare groepen. In de Tweede Kamer werkte ze onder meer aan vrouwenrechten en was ze lid van de parlementaire enquêtecommissie naar de Bijlmerramp, een onderwerp dat haar multiculturele achterban diep raakte.
Vanwege haar werk en haar positie als allochtoon Kamerlid zei Singh Varma regelmatig te zijn bedreigd door rechts‑extremisten. Zo verklaarde ze dat ze op 21 mei 1996 voor haar woning in Amsterdam was gemolesteerd. Voor dat incident is nooit enig bewijs gevonden, maar het droeg bij aan haar gevoel van druk en isolatie. ‘Omdat er nog zo weinig allochtonen in de politiek zaten, stond ik onder een enorme druk. Iedereen keek naar me. Die druk werd me te veel.’
In 2001 kwam Singh Varma landelijk in opspraak toen ze ten onrechte beweerde ongeneeslijk ziek te zijn. Ze verscheen soms in een rolstoel in de Kamer en zei in een interview: ‘Ik ga binnenkort dood, dat is een heel raar gevoel.’ Later dat jaar gaf ze toe dat ze niet lichamelijk ziek was, maar psychische problemen had. Ze sprak van een ‘waanwereld’ waarin ze oprecht dacht ernstig ziek te zijn.
GroenLinks‑fractievoorzitter Paul Rosenmöller reageerde destijds fel en zei zich ‘belazerd’ te voelen. Ook beschuldigingen van financiële malversaties bleven haar achtervolgen, al werd verduistering nooit bewezen.
Partijprominent Femke Halsema reflecteerde later kritisch op de rol van GroenLinks:
‘De angst voor verwijten van racisme, voor het verlies van contact met gemeenschappen die zij vertegenwoordigt, heeft tot vergoelijking en tot het negeren van negatieve signalen geleid.’
Na haar vertrek uit de landelijke politiek werkte Singh Varma onder meer als hoofdredacteur van Volkskrant Suriname, als programmamaker bij Amsterdamse omroepen en later in een Surinaamse broodjeszaak. Ze bleef schrijven voor kleine media en bleef betrokken bij de Surinaamse gemeenschap.
In de documentaire Tara keek ze terug op haar leven en de storm die haar carrière had omgeven. ‘Ik heb keihard gewerkt in dit land… voor iedereen heb ik klaargestaan. Ik heb geprobeerd om mijn best te doen en meer dan mijn best te doen.’
Het leven wacht niet op jou. Nieuw leven al helemaal niet. Daarom is een afwachtende houding niet verstandig als je alles uit je relatief korte leven wilt halen. ‘Alles’ hoeft in dit verband, als Nederlanders onderling, geen Hollywoodachtige carrière te zijn. Huisje, boompje, beestje is genoeg. Wanneer dit is bereikt, kan jouw leven wel even wachten om ruimte te bieden aan nieuw leven.
En laat dit nou precies het punt zijn waar het voor veel aspirant-gezinnen in Nederland stukloopt. Huisje, boompje, beestje is niet meer zo vanzelfsprekend als toen onze generatie werd geboren in de jaren tachtig en negentig, toen Nederland qua klasse en kleur gelijkwaardiger was dan nu.
Mijn vader, een aanvankelijk illegale migrant uit Turkije, had voor zijn 35ste al drie kinderen en is meerdere keren verhuisd in Amsterdam. Nu moet je minimaal twintig jaar wachten op een sociale huurwoning, en dan is dat zeker geen 80 vierkante meter met zolder en berging binnen de ring. De wooncrisis gaat gepaard met veel stil leed achter de voordeur: levens die stilstaan en jongeren die in hun krachtigste jaren een depressief bestaan leiden.
‘Hoe kun je hoop houden?’, vraagt een jonge, zwarte vrouw mij tijdens een story circle over gentrificatie in de bieb vorige week. Ik moet het gesprek faciliteren, maar deze vraag kan ik niet onbeantwoord laten. ‘We zijn het aan de jongere generaties verplicht om hoop te houden’, brabbel ik wat, terwijl ik ook verwijs naar escapisme in boeken (zoals die van James Baldwin en Frantz Fanon).
Het is geen bevredigend antwoord, maar even later krijg ik nog een kans. Schaamteloos eisen wat je wilt. ‘Als je je problemen niet durft aan te kaarten, dan komt er sowieso geen oplossing.’ Durf te zeggen, durf kwetsbaar te zijn en vind een vorm om dat zo expliciet mogelijk te doen, zonder je waardigheid te verliezen.
De straat kan emanciperend werken en de babyboomers, die alles in hun leven mee hadden, kunnen misschien ergens denken: oké, misschien moeten we deze jongeren ook ruimte gunnen. Of heeft die generatie haar handen al vol aan haar eigen witte (klein)kinderen? Het hemd is nader dan de rok.
De manier waarop oude en nieuwe levens met elkaar omgaan in de startfase van hun relatie – laten we zeggen de eerste 15 tot 20 jaar – is bepalend voor de rest van je leven. Hoe meer oude lichamen investeren in jong vlees en bloed, des te groter de wederdienst zal zijn op je oude dag. Althans, dat is de hoop.
Het vergt emotionele arbeid om de banden aan te halen met witte Nederlanders
Ik ben zonder witte Nederlanders opgegroeid in Amsterdam Nieuw-West en heb nu op structurele basis – professioneel – contact met ze. Het vergt emotionele arbeid om de banden aan te halen met witte Nederlanders. Arbeid die ik niet hoef te leveren met Turkse Nederlanders en in mindere mate met andere Nederlanders van kleur.
Een voorbeeld: een Turkse man met een volle winkelwagen laat me na oogcontact voorgaan in de Turkse supermarkt. In de Albert Heijn dringt een witte vrouw, zonder me aan te kijken, voor bij de kassa. Het zegt wellicht niets over de houding van Turkse mannen en witte vrouwen in het algemeen (genoeg irritante Turkse mannen en aardige witte vrouwen), maar zulke momenten gaan wel tussen mijn oren zitten.
Zo heb ik nog meer gedachtenkronkels. Bijvoorbeeld als bezwete, fietsende veertiger op doorreis in ‘mijn’ Vondelpark, waar ik hordes (witte) mensen zie die hun sportlichamen groepsgewijs afbeulen. Hoe durven ze dat te doen in mijn park, waar ik destijds, in mijn werkloze jaren, urenlang zaterdagbijlagen zat te verslijten?
Verderop, bij de P.C. Hooftstraat, zie ik de rijkere varianten van een Amsterdams bestaan met luxueuze brillen op hun smetteloos opgemaakte gezichten. Zouden ze ook gelukkig zijn? Dingen die ik me afvraag wanneer ik ‘hen’ zie. Zij die geen onderdeel zijn van mijn leven en ik niet van het hunne.
Zij die Amsterdam opkopen en verhuren aan studenten en almaar rijker worden, en wij, allochtone Amsterdammers, die veertig jaar na onze geboorte in deze stad verspreid leven in andere steden omdat het als middenklassers inmiddels te duur was om een gezin te beginnen in de stadsdelen waar we zijn geboren.
Amsterdam is nu van de anderen, zeg ik als aarzelende Hagenees. Ons Amsterdam is geschiedenis. Pijnlijk om te noteren, maar ik begin er steeds meer vrede mee te hebben. Nederland is groter dan Amsterdam-West. En een mensenleven is te kort om alleen maar te genieten van Amsterdam-West.
Is dit nou van twee walletjes eten of mijn Nederlanderschap opeisen in alle delen van het land? In de blauwe ogen van sommigen ben ik nooit een Amsterdammer geweest, misschien lukt het om Hagenees te worden. Ha!
Het kabinet wil vanaf 2028 een eigen bijdrage in de jeugdzorg invoeren. Daar zitten kinderen en jongeren niet op te wachten, schrijft Philip Veerman, deskundige op het gebied van de rechten van het kind.
In het toneelstuk van Samuel Beckett Wachten op Godot wachten twee zwervers alsmaar op een man (Godot) die uiteindelijk niet komt. Dat vruchteloze wachten in het absurdistische toneelstuk van Beckett is helaas te vergelijken met de situatie van de honderden kinderen voor wie passende zorg ontbreekt en die bij gebrek aan beter en bij gebrek aan een goed idee dan maar in vakantiehuisjes en appartementen moeten worden opgevangen.
Het voorpagina-artikel van Marten van de Wier in Trouw van 3 september jl. illustreert hoe veel kinderen en jongeren onder bewaking in een soort één-op-éénsituatie in vakantiehuisjes zitten en daar geen haar beter van worden. Sterker nog, ze moeten daar de tijd doden zonder behandeling. Die wachtende kinderen in de vakantiehuisjes staan symbool voor de treurige situatie van de Nederlandse jeugdhulp en jeugdzorg. Het recht op ontwikkeling (verankerd in het IVRK, het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind uit 1989, in artikel 6, lid 2), geratificeerd door Nederland, wordt hier met voeten getreden.
Belangen van het kind
Al in de eerste internationale verklaring van de rechten van het kind (de Verklaring van Genève), gelanceerd door de Save the Children International Union in 1923, heeft het recht op ontwikkeling een prominente plaats. Het eerste principe van die Verklaring van Genève stelt: ‘Het kind moet de middelen krijgen die nodig zijn voor zijn normale ontwikkeling, zowel op materieel als op geestelijk vlak.’ Ook bij alle maatregelen betreffende kinderen zijn de belangen van het kind leidend. Artikel 3 van het IVRK stelt dat het belang van het kind een eerste overweging (ook van de overheid) dient te zijn.
Eigen bijdrage
Opvallend is dat het de rijksoverheid maar niet lukt om een goed doordacht inhoudelijk plan voor jeugdhulp en jeugdzorg in elkaar te timmeren dat voor het gehele stelsel een verbeterslag betekent. Dat komt misschien doordat het enige waar de overheid echt aan lijkt te denken, is hoe de kosten kunnen worden verminderd, hoe je voor een dubbeltje op de eerste rang kunt zitten.
Het overhevelen van de sector naar de gemeenten in 2015 had al als basisgedachte dat er dan flink zou kunnen worden bezuinigd. Alleen bleek het onderbrengen van zorg en hulp voor kwetsbare kinderen bij gemeenten juist veel meer te gaan kosten en hadden veel gemeenten geen expertise op dat gebied. Kinderen en jongeren zijn nog steeds geen prioriteit geworden, alarmerende rapporten van onder andere de inspectie ten spijt.
‘Om te kunnen hervormen is het nodig een visie te hebben op jeugdzorg en jeugdhulp’
Dat het welzijn van kinderen de rijksoverheid eigenlijk geen zier kan schelen (ondanks recent gemaakte excuses), blijkt uit de recente plannen waar de rijksoverheid wél mee komt: het invoeren van een eigen bijdrage voor bepaalde vormen van jeugdzorg.
Mijn voorspelling is dat als de eigen bijdrage wordt doorgevoerd, veel jongeren (die toch al vaak ieder dubbeltje moeten omdraaien) zullen wegblijven bij hun hulpverleners. Zij zullen nog meer vastlopen en over een paar jaar zullen de hogere kosten opduiken in de vorm van stijgende criminaliteits-, verslavings- en suïcidecijfers. Daar zit de regering nu niet mee. Want de mammoettanker van het regeringsbeleid is deze eigenbijdragekoers al ingevaren (er staat immers al in de begroting van 2028 dat er wordt gerekend op 260 miljoen aan inkomsten uit de eigen bijdrage). In het belang van kinderen is het niet.
Het kabinet wil alvast beginnen met bezuinigen. Daar was de hele decentralisatieoperatie uit 2015 van de gemeenten verantwoordelijk maken voor jeugdzorg en jeugdhulp ook voor bedoeld. En dan pas hervormen. Maar om te kunnen hervormen is het nodig een visie te hebben op jeugdzorg en jeugdhulp, maar die ontbreekt. Kennelijk vindt de regering dat kwetsbare kinderen en jongeren sterke benen hebben om die eigen bijdrage te kunnen opbrengen en te dragen. Daarmee verkijken zij zich geheel op de sector en de emotionele draagkracht van deze kinderen en jongeren. Daar spreekt toch (maar een verkeerde) visie uit.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.