17.8 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 2

Strengere regels voor thuisonderwijs raken ook moslimouders

0

Sinds een uitspraak van de Hoge Raad in april is het voor ouders veel moeilijker om vrijstelling van de leerplicht te krijgen. Daardoor weten ook islamitische gezinnen die thuisonderwijs geven niet goed waar ze aan toe zijn.

Terwijl deze maand in Nederland overal de schoolbellen weer gaan, weten zo’n 2860 kinderen niet of ze binnenkort ook naar school moeten. Zij volgen thuisonderwijs, onder wie kinderen uit moslimgezinnen die geen school in de buurt vinden die aansluit bij hun geloofsovertuiging. Artikel 5 onder b van de Leerplichtwet maakt deze onderwijsvorm sinds 1969 mogelijk. Maar sinds de Hoge Raad dat artikel in april dit jaar drastisch strenger uitlegde, is de vrijstelling in de praktijk bijna dood, terwijl hij op papier springlevend is. Gemeenten gaan er verschillend mee om: de een bevriest nieuwe kennisgevingen, de ander stuurt aan op strafrechtelijke vervolging en een derde wacht op Den Haag. Voor islamitische ouders die thuisonderwijs geven, aan de keukentafel of in de natuur, is het onduidelijk wat er van hen wordt verwacht.

De onzekerheid is groot. Verschillende islamitische thuisonderwijzers wilden daarom niet over hun situatie vertellen. Imane, die één leerplichtig kind heeft en al vier jaar thuisonderwijs geeft, wilde wel haar verhaal doen. Ook leerplichtambtenaar Yassin deelt op persoonlijke titel zijn visie. Beiden spreken onder een gefingeerde naam. De Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs (NVvTO) geeft eveneens een reactie.

Geen bezwaar maken

‘De wet is nog hetzelfde,’ zegt leerplichtambtenaar Yassin, ‘alleen is er nu de uitspraak van de Hoge Raad en die is bepalend. Als de vrijstelling op basis van artikel 5 onder b niet wordt toegekend, kunnen ouders daar ook geen bezwaar tegen maken. Op het moment dat die vrijstelling niet wordt toegekend, ontstaat er een overtreding van de Leerplichtwet. Dan kom je in absoluut verzuim en moet de leerplichtambtenaar zijn werk doen: handhaven en de zaak richting het Openbaar Ministerie sturen. Wat het OM daarmee doet, is vervolgens aan hen.’

In de gemeente waar Yassin werkt, hebben ouders die al een vrijstelling hadden een brief gekregen met een overbruggingsjaar om een passende school of alternatief te vinden. Zijn gemeente staat ook open voor gesprekken: ‘We zijn ook bezig met het samenwerkingsverband om te kijken hoe kinderen die bijvoorbeeld nooit op een school hebben gezeten, kunnen worden getoetst en hoe we vervolgens kunnen kijken naar een passend niveau.’

Hoeveel kinderen het treft, verschilt sterk per gemeente. ‘Bij de ene gemeente gaat het om twee kinderen, bij een andere om dertig. Wij weten nu wie eerder een vrijstelling heeft gehad en hebben die ouders geïnformeerd. We kunnen vervolgens samen kijken naar oplossingen.’

Hij maakt daarbij een onderscheid: ‘Als een kind thuiszit omdat het bijvoorbeeld langdurig ziek is, moet je kijken wat dat kind nodig heeft. Dat is iets anders dan wanneer ouders hun kind niet willen inschrijven vanwege de richting van het onderwijs.’

Islamitisch onderwijs

Over islamitische ouders die een beroep doen op de vrijstelling, is hij kritisch. ‘Ik ben zelf ook islamitisch, maar ik zie dat anders. Je hebt als ouder ook een taak in de opvoeding en de school heeft een andere taak. Gelukkig hebben wij islamitisch onderwijs in Nederland. Als ik sec naar de aanvragen kijk, denk ik: we hebben een soennitische islamitische school in deze gemeente en als je soennitisch bent, dan pas je daar in principe bij. Als je bijvoorbeeld sjiitisch bent, dan is het een ander verhaal.

‘Wij hebben een wet waar wij aan moeten voldoen, dat is de Leerplichtwet’

Als je niet tevreden bent over islamitisch onderwijs en je wilt dat verbeteren, moet je ook deelnemen aan de organisatie. Zoek de bestuurders op, kijk kritisch en doe mee. Als we het islamitische onderwijs hebben, moeten we het niet zomaar loslaten. Laten we verbeteren wat we hebben.

Ik hoop dat er uit de gesprekken met thuisonderwijsorganisaties en het ministerie iets komt waardoor mensen ook meer vrijheid kunnen hebben. We hebben een wet uit 1969. De samenleving is inmiddels heel anders ontwikkeld. Je moet met een andere bril naar die wet kijken en opnieuw bekijken hoe je dit kunt inrichten.’

Zijn ideale situatie? ‘De Belgische aanpak, alleen hoeft het wat mij betreft niet met een test, observatie kan ook.’ Toch blijft voor hem één ding overeind: ‘Wij hebben een wet waar wij aan moeten voldoen, dat is de Leerplichtwet. En elke casus is uniek, daarom moet je per situatie kijken wat nodig is.’

‘De NVvTO pleit al 25 jaar voor het erkennen van thuisonderwijs als onderwijsvorm met toezicht’, geeft vicevoorzitter Josien van Putten aan. ‘In een pluriforme maatschappij zoals we die in Nederland kennen en kijkend naar andere democratische landen zien we dat thuisonderwijs in de wet een mooie manier is om aan wetten en regelgeving te voldoen. De rechten van het kind, de rechten van de ouders en de verplichting van de staat zijn dan geborgd. We herkennen de roep vanuit professionals en vanuit ouders om dit beter te regelen, dit horen we al langer. Het is nu aan de wetgever om dit te doen.’

‘We willen zelf bepalen wat ons kind meekrijgt’

‘Wij hebben destijds voor thuisonderwijs gekozen omdat wij ons niet konden vinden in het schoolsysteem en de islamitische scholen. Wij wilden zelf kunnen bepalen wat onze dochter meekrijgt. Bepaalde zaken die wij heel belangrijk vinden, zoals het gebed, bepaalde dua’s [smeekbedes] en meer uit ons geloof, kunnen scholen niet constant begeleiden. Dat kunnen wij thuis wel, op haar tempo en niveau.’

Imane geeft inmiddels vier jaar thuisonderwijs aan haar dochter van negen jaar. Haar dagen hebben een vaste structuur, maar binnen die structuur is veel ruimte voor haar eigen keuzes. ‘Ze wordt zelfstandig wakker en maakt zichzelf klaar. Ze doet haar wudu [rituele wassing], gebed en gaat ontbijten. Daarna begint ze met een onderdeel dat ze zelf graag wil doen: taal, rekenen of Arabisch, we rouleren daarin. De islamitische lessen doen we dagelijks samen. Op vrijdag heeft ze twee uur privéles van een juf aan huis en in het weekend gaat ze naar de moskee.’

‘We werken met erkende lesmethodes zoals Wereld in Getallen. Maar daarnaast heeft zij haar eigen projecten en interesses. Als ze bijvoorbeeld geïnteresseerd is in paarden, kunnen we daar een taalopdracht of een verhaal aan koppelen. Ze volgt paardrijlessen en leert daarnaast ook hoe ze een paard moet verzorgen, hoe de onderdelen heten en wat een paard nodig heeft. We hebben Leerlijnen voor het basisonderwijs waarin we haar ontwikkeling kunnen toetsen. Van tijd tot tijd kijk ik wat ze moet kennen. Zo kunnen we naar de volgende stap en blijft ze op het niveau van haar leeftijdsgenoten.’

Vrije tijd in de middag

Thuisonderwijs betekent volgens haar dan ook niet dat haar dochter de hele dag met school bezig is. ‘In de middag gaan we naar buiten of heeft ze vrije tijd. Als het weer minder is, doen we iets creatiefs binnen. Ze zit ook op piano-, naai- en schaakles en bokst twee keer per week. Dus naast de schoolse vakken doen we andere dingen waarmee ze zich kan ontplooien. Het is niet zo dat ze zich niet ontwikkelt of niets meekrijgt omdat ze maar een paar uur per ochtend leert. Ook sociaal ontwikkelt ze zich goed. Ze heeft vriendjes en vriendinnetjes en heeft daardoor een sociaal netwerk opgebouwd. Eens in de twee weken gaat ze op zondag naar de islamitische scouting. Daarnaast doen we met andere thuisonderwijsgezinnen regelmatig uitstapjes naar een kinderboerderij, een museum of een pretpark. Soms krijgen de kinderen daar een lesje of rondleiding.’

‘Eens in de twee weken gaat ze op zondag naar de islamitische scouting’

Een verplichte schoolgang ziet Imane voor haar dochter niet zitten. ‘Ik denk dat zij daardoor juist achteruit zou gaan in haar ontwikkeling. Ik heb het er wel eens met haar over gehad. Dan zegt ze: “Maar dan houd ik geen tijd over voor andere dingen die ik graag wil doen en waar ik plezier uit haal.” Als ze naar school zou moeten, zou ze veel tijd kwijt zijn aan moeten en minder tijd hebben voor haar eigen interesses.’ Ook de dagelijkse geloofsbeleving zou volgens Imane moeilijker worden. ‘Op een islamitische school zijn er natuurlijk wel bepaalde dingen, zoals dua’s en gebeden. Maar niet zoals ze het nu thuis doet en uitvoert. Het zijn juist de kleine dingen die het compleet maken. Een dua bij het wakker worden, bij het naar het toilet gaan, bij het eten. Daar is op school niet voortdurend ruimte voor. En het gebed en de Arabische lessen zoals zij die nu dagelijks krijgt, hebben daar ook niet dezelfde plek.’

De huidige onzekerheid rond thuisonderwijs maakt Imane niet angstig. ‘Ik voel me niet anders bejegend. Dit speelt niet alleen onder islamitische gezinnen. Als je thuisonderwijs geeft, vind ik het prima dat je in gesprek gaat met een leerplichtambtenaar die kennis heeft van thuisonderwijs. Als het nodig is, kan die een huisbezoek inplannen. Ik heb daar niets op tegen. Maar iedereen over één kam scheren is niet de oplossing. Er zijn genoeg kinderen die echt baat hebben bij thuisonderwijs. Als deze weg niet meer kan, gaat er wel een andere deur open. Ik laat mij niet leiden door angst. Ik denk dat het heel belangrijk is in dit proces hoe je erin gaat staan: vanuit angst of vanuit de kracht en liefde die je erin stopt? Ik hoop vooral dat andere thuisonderwijzers zich laten leiden door hun positieve kracht. Thuisonderwijs is iets moois; je kind zien ontwikkelen en die ontwikkeling zo van dichtbij mogen meemaken.’

Oud-diplomaten en bestuurders roepen kabinet op tot actie tegen Israël: ‘Niets doen is geen optie’

0

Meer dan 230 oud-bewindspersonen, diplomaten en ambtenaren roepen het kabinet op om het Nederlandse beleid tegenover Israël aan te scherpen. Dit doen ze door middel van een brief aan het kabinet.

Het is niet de eerste brief, en zeker ook niet de eerste actie die de oudgedienden samen op touw zetten, maar het is wel de eerste aan deze premier, vertelt Angélique Eijpe, een van de initiatiefnemers. ‘De aanleiding is allereerst natuurlijk de situatie in Gaza. Maar we hadden voorzichtig gehoopt dat dit kabinet een andere koers zou gaan varen, omdat Jetten zich eerder ook uitsprak tegen het Nederlandse beleid. Maar we zijn nu een half jaar verder, en we constateren geen koerswijziging.’

De groep van oud-bewindslieden, ex-ambtenaren en voormalige diplomaten ontmoet elkaar elke donderdag tijdens de sit-in voor het ministerie van Buitenlandse Zaken en laat op verschillende manieren weten niet langer achter het Nederlandse beleid te staan.

In het kader van ‘niets doen is geen optie in tijden van voortdurende genocide’ staken ze wederom de koppen bij elkaar, schrijft Eijpe op LinkedIn. Dit keer is de brief gericht aan het ‘kabinet van voormalig Rode Lijn-loper Rob Jetten’, aldus de oud-diplomaat.

‘Niets doen is geen optie in tijden van voortdurende genocide’

Ook dit keer hebben de gelijkgezinden forse eisen. Ze vragen onder meer om een volledig wapenembargo tegen Israël, het opschorten van het handelsverdrag tussen de Europese Unie en Israël en onderzoek naar mogelijke betrokkenheid van Nederlanders en in Nederland verblijvende Israëliërs bij internationale misdrijven.

De Nederlandse regering heeft weliswaar een stap gezet met het weren van producten uit illegale nederzettingen, maar dit blijft ver achter bij wat je zou verwachten van een gastland van internationale hoven en tribunalen, zo staat in de brief.

Eisen zijn eerder gesteld

De eisen zijn niet nieuw. De vraag om een volledig wapenembargo is eerder ook door verschillende linkse partijen geopperd. Het zou dan niet alleen gaan om offensieve wapenexport, maar ook bijvoorbeeld om leveringen die bijdragen aan de Israëlische Iron Dome, of om de import van wapens die in Israël gebruikt zijn tegen de Palestijnse bevolking.

Het kabinet wijst een algeheel embargo echter af, omdat het vindt dat de bestaande Europese regels voor wapenexport voldoende mogelijkheden bieden om risicovolle leveringen tegen te houden. Het wil daarnaast per transactie beoordelen of het is toegestaan of niet, omdat het voor een groot deel afhankelijk is van de wapenimport uit Israël.

‘Je hoeft geen geopolitieke reus te zijn om impact te hebben’

Het opschorten van het handelsverdrag tussen de Europese Unie en Israël is een andere, langlopende discussie. Een groot aantal lidstaten heeft zich uitgesproken voor het opschorten van dit handelsverdrag, dat de Israëlische economie ondersteunt en daarmee dus ook de oorlogseconomie voedt. Toch zijn er ook lidstaten die dit verdrag in stand willen houden en voor de opschorting op Europees niveau is unanimiteit vereist.

Maar Nederland  kan afzonderlijk ook stappen zetten, vinden activisten. ‘Je hoeft geen geopolitieke reus te zijn om impact te hebben’, zegt Eijpe, en haalt het voorbeeld aan van Luxemburg dat onlangs besloot de goedkeuring van het prospectus voor Israël Bonds [waarmee beleggers geld lenen aan de Israëlische staat] niet te verlengen. Hierdoor kan Israël op dit moment niet simpelweg via Luxemburg nieuwe Israël Bonds op de Europese markt aanbieden. Dit heeft dan weer impact op de mogelijkheden de oorlog te blijven financieren, legt Eijpe uit.

Nieuwe namen

Wat nieuw is aan deze brief aan het huidige kabinet, is dat ook een aantal zittende ambtenaren hem hebben ondertekent, 111 maar liefst. Dat is opvallend. Kritiek op beleid onder zittende ambtenaren is niet vanzelfsprekend, weet Eijpe. ‘Ik weet zeker dat er veel meer mensen zijn die het eens zijn met de strekking van de brief, maar mensen vinden het niet altijd even makkelijk om dit te zeggen. Ik ben daarom ook heel dankbaar voor de handtekeningen van deze mensen.

Ook onder de oud-diplomaten neemt het lijstje kritische stemmen toe. Zo stond onder deze brief de naam van René van der Linden, Wim Deetman, Ahmed Aboutaleb, Yvonne van Rooij en Bert de Vries. ‘Veel van deze mensen hadden twee jaar geleden echt niet verwacht een openbare brief aan de premier te ondertekenen. Sommigen dienden zelfs in Tel Aviv. Maar op een gegeven moment komt de druppel die de emmer doet overlopen’, zegt Eijpe.

‘Ik weet zeker dat er veel meer mensen zijn die het eens zijn met de strekking van de brief’

Zelf nam Eijpe al vrij snel na 7 oktober ontslag, om zich volledig te gaan richten op het beïnvloeden van beleid van buitenaf, gebruikmakend van het netwerk dat ze inmiddels had opgebouwd. Dit is geen makkelijke beslissing geweest, vertelt ze. ‘Ik had voor 7 oktober al eens aangekaart dat het Nederlandse beleid ten opzichte van Israël onhoudbaar was, en daarna ook. Ik wilde niet zomaar ontslag nemen.

‘De eerste weken had ik ook nog wel hoop op een draai, maar het bleef een langspeelplaat over het Israëlische recht op zelfverdediging. Toen ik de beelden zag van pasgeboren baby’s die in hun coiffeuses werden achtergelaten, was voor mij de emmer vol. Dit konden we niet laten passeren, vond ik.’

Toch weer een brief

Of de huidige brief iets teweeg zal brengen, vindt Eijpe lastig te zeggen. ‘We hebben echt niet de illusie dat er nu opeens een draai van 180-graden komt. We wilden vooral nog een keer op een rijtje zetten wat we kunnen doen. Het is misschien ook een steuntje in de rug voor D66, dat nu gewoon vastzit in de coalitie terwijl het echt wel anders wíl handelen. Het is ook ter herinnering aan onze verplichting het internationaal recht te beschermen.’

‘Nadat ik ontslag had genomen heb ik nog een tijd gedacht: wat als het kabinet nu toch een draai maakt? Dan heb ik mijn baan opgezegd. Helaas word elke dag bevestigd dat het de juiste beslissing was. Gaza gaat ook over ons. Het gaat over de internationale rechtsorde en over het recht om te demonstreren. Nu is er weer een voorstel om de AIVD meer bevoegdheden te geven om burgers te bespioneren. Dit soort maatregelen raakt ons allemaal.’

Waarom gaat links niet de straat op voor Oekraïne? Het dK-panel reageert

0

Schrijver en activist Joris Luyendijk zei in de podcast BOOS dat links volgens hem te weinig aandacht heeft voor Oekraïne, dat door Rusland wordt aangevallen. Waarom gaan linkse mensen niet de straat op om Oekraïne te steunen?

Yunus Kaplan, docent

‘Oekraïne is geen linkse zaak. Het gaat over oorlog, vrijheid, Europa en over een land dat niet door Rusland opgeslokt wil worden. Dat er minder grote demonstraties zijn, betekent volgens mij niet dat er geen betrokkenheid is. Voor Oekraïne is vanaf het begin veel aandacht geweest. In de media, in de politiek, bij hulpacties, bij mensen die geld gaven, spullen inzamelden of vluchtelingen opvingen. Dat is geen stilte. Misschien zit het verschil erin dat Nederland Oekraïne officieel steunt. Demonstraties ontstaan vaak als mensen vinden dat hun eigen regering wegkijkt. Bij Oekraïne ligt dat anders. Je mag links daar best op aanspreken. Maar doe niet alsof afwezigheid op straat hetzelfde is als onverschilligheid.’

‘Demonstraties ontstaan vaak als mensen vinden dat hun eigen regering wegkijkt’

Dimple Sokartara, communicatieadviseur

‘Het geweld dat Oekraïne meemaakt, is niet goed te praten en verdient ook protest, zoals dat er gelukkig ook is. Maar het verschil in opvang, steun en begrip voor Oekraïne en bijvoorbeeld Gaza is ongelooflijk groot. Daarom kan ik me voorstellen dat mensen meer van zich laten horen voor een gebied waar veel minder steun en begrip voor is, zoals Gaza. Overigens zie ik ook geen rechtse massa’s de straat op gaan voor Oekraïne. Zij komen eerder in actie voor rechtse belangen, vaak rond onderwerpen van meer nationalistische aard, zoals anti-azc-demonstraties.’

Ahmed Abdillahi, postbezorger

‘Ik denk wel degelijk dat links demonstreert voor Oekraïne, alleen is dat misschien wat minder zichtbaar. Ik ken heel wat linkse mensen die Oekraïne steunen. Door de grote steun die er vanuit links ook voor Gaza is, is Oekraïne misschien wat ondergesneeuwd geraakt, maar de steun voor Oekraïne is er zeker. Ik wil de twee conflicten overigens niet met elkaar vergelijken. Wat daar gebeurt, is in beide gevallen verschrikkelijk. Hopelijk komt er aan beide oorlogen snel een einde. Oorlog is nergens goed voor. Ik ben zelf ooit als vluchteling hier gekomen vanwege een burgeroorlog. De naweeën daarvan voel ik nog steeds en ik wens dat niemand toe.’

Mostafa Hilali, militair

‘Links gaat de straat niet op voor Oekraïne omdat het niet hoeft. Overigens hoeft niemand de straat op voor Oekraïne, ongeacht wat Joris Luyendijk zegt. Demonstreren doe je namelijk om solidariteit te tonen en druk uit te oefenen. Solidariteit met Oekraïne is er, ontzettend veel zelfs. Ook vier jaar later zie je overal Oekraïense vlaggen en staan nieuws en sociale media vol met verhalen over Oekraïne. Die solidariteit blijkt ook uit de manier waarop Nederlanders hun woningen, werk en armen openen voor Oekraïense vluchtelingen. Om solidariteit te tonen, hoef je dus niet de straat op.

Ook is het niet nodig om druk uit te oefenen. Rusland is de agressor en dat land ligt niet wakker van demonstranten tegen de illegale aanvallen op Oekraïne. Demonstreren tegen de Oekraïense regering is evenmin nodig, want die blijft zich verzetten tegen de Russische aanvallen. Ook demonstreren tegen de Nederlandse regering is niet nodig, aangezien Nederland een zeer actieve bijdrage levert aan de ondersteuning van Oekraïne met middelen en trainingen.

‘Solidariteit met Oekraïne is er, ontzettend veel zelfs’

Dus waarom en waartegen zouden we gaan demonstreren? Van mensen eisen dat ze voor Oekraïne demonstreren, is zinloos en zal niets veranderen. Dat hoeft ook niet, want dit conflict is niet vergeten en we hebben de wil om het verschil te maken. Iets wat niet vanzelfsprekend is, gezien onze houding tegenover andere conflicten.’

Jakob de Jonge, kunstenaar

‘Dit is een heel interessante vraag. Ik zou er ook een kanttekening bij willen plaatsen. Want ‘nominaal’ links – links in naam, maar in feite liberaal: Pro, D66, CU – is wél pro-Oekraïne. Zij gingen in het begin van de oorlog ook de straat op. Maar ‘echt’ links inderdaad niet. Dit heeft meerdere oorzaken, denk ik:

  • Traditioneel links is principieel tegen oorlog. Ten aanzien van Oekraïne denkt Nederland, in NAVO-verband, dat oorlog voeren tegen Rusland de oplossing is. Dat is wat mij betreft, en vanuit links-pacifistisch standpunt, waanzin. Wij geloven in diplomatie en dialoog en in het bouwen aan een vreedzame toekomst. Daarin past geen militaire escalatie. Oorlog is een roekeloze verkwisting van mensenlevens en geld en het is een illusie dat de ‘verschillen van mening’ met Rusland op het slagveld kunnen worden opgelost.
  • De oorlogsretoriek van de regering is hypocriet. Het verhaal is dat we Oekraïne moeten helpen tegen de Russische agressie. Maar we zien tegelijkertijd dat NL politieke en economische steun verleent aan Israël, dat al jaren bezig is een genocide uit te voeren in Gaza, de West Bank en Libanon en bovendien agressie pleegt tegen Iran, Syrië, Jemen et cetera. Deze dubbele moraal maakt linkse mensen niet warm voor de oorlog tegen Rusland. Een groot deel van de wapens voor de oorlog met Rusland gaan we kopen bij de VS en Israël: twee neofascistische staten en twee van de grootste schenders van mensenrechten van deze tijd.
  • De Oekraïne-oorlog is een NAVO-project. Geen enkel links persoon vertrouwt de NAVO vanwege de gewelddadige koloniale avonturen in Joegoslavië, Libië en Afghanistan. De NAVO is niet voor vrede, maar het agressieve verlengstuk van Amerikaans imperialisme en het verdienmodel van de Amerikaanse militaire industrie.
  • De oorlogsvoorbereidingen met Rusland slopen zorg, onderwijs en sociale zekerheid. Tussen 2020 en 2030 zal NL bij benadering 250 miljard uitgeven aan wapens, oefenterreinen, militair materieel en een enorme uitbreiding van het leger. Dat geld moet ergens vandaan komen.
  • Het wetsvoorstel Wet op de Defensiegereedheid gebruikt de oorlog in Oekraïne om het leger veel macht en middelen te geven om onze kinderen te werven voor de loopgraven. Als de wet wordt goedgekeurd door het parlement, krijgt het leger alle macht om natuur en leefomgeving naast zich neer te leggen, onze meest persoonlijke data te verzamelen en te delen met inlichtingendiensten en zelfs buitenlandse mogendheden.’

Erdogan doet Poetin een handreiking

0

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan heeft zijn Russische collega Vladimir Poetin ontmoet tijdens een handelstop in Kirgizië. ‘Onze relatie gaat de goede kant op’, zei hij over de Turks-Russische betrekkingen, zo schrijft de Erdogangezinde nieuwssite En Son Haber.

Erdogan was in Centraal-Azië vanwege een bijeenkomst van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SCO, eerder bekend als de ‘Shanghai Vijf’, met landen zoals Rusland, China, Kazakhstan, Tadzjikistan en Kirgizië, en later uitgebreid met India, Oezbekistan, Pakistan, Iran en Belarus).

Turkije is geen volwaardig lid van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie, maar sinds 2013 wel een zogenoemde ‘dialoogpartner’. Turkije aast op lidmaatschap, maar heeft nog geen observator-status gekregen (wat nog tussen volwaardig lidmaatschap ligt). Vorige maand verklaarde Erdogan wel dat EU-lidmaatschap geen prioriteit meer had voor Turkije.

In een aparte ruimte van de Aziatische top sprak Erdogan met Poetin. Daarbij uitte Erdogan de wens om nog meer Russische kernenergiecentrales in Turkije te bouwen, nadat de Akkuyu-centrale (aan de Middellandse Zee in Mersin) is geopend. Erdogan wil maar liefst acht nieuwe kerncentrales bouwen (vier in de noordelijke Zwarte Zee-stad Sinop en vier in het Europese gedeelte van Turkije, Oost-Thracië).

In Europa wordt de toenadering tussen Turkije en Rusland al lange tijd met argusogen gevolgd. Aan het begin van de Russische invasie van Oekraïne werd van Turkije nog verwacht om een kant te kiezen. Maar naarmate de oorlog voortduurde en Europa meer moest gaan leunen op de Turkse defensie-industrie is de kritiek verstomd. Zo leverde Turkije veel drones aan Oekraïne in 2022.

De Russische dreiging wordt in Europa steeds meer voelbaar. Duitsland beschuldigt Rusland nu ook van een droneaanval bij de luchthaven van Leipzig. Sinds de Tweede Wereldoorlog is dat een unicum in de relaties tussen Duitsland en Rusland.

Poetin ontkent overigens alle beschuldigingen van Russische betrokkenheid in Leipzig. NAVO-bondgenoten zoals Polen, Italië, Engeland, Zweden en Tsjechië sluiten zich bij de Duitse beschuldiging aan. Turkije, maar ook de Verenigde Staten, hebben zich nog niet uitgelaten over de drone-aanval in Duitsland.

Terwijl de oorlog in Oekraïne verder escaleert heeft Turkije opnieuw aangegeven zich te willen inzetten als bemiddelaar in het conflict. President Erdogan hoopt op deze manier een brug te slaan tussen het Westen en Rusland en een vreedzame oplossing te bevorderen.

Wie is het nieuwe FvD-Kamerlid Iem al Biyati?

0

Iem al Biyati (1998) is gisteren beëdigd als lid van de Tweede Kamer namens Forum voor Democratie. Zij vervangt tijdelijk fractievoorzitter Lidewij de Vos, die met zwangerschapsverlof is.

Al Biyati werkte eerder op het partijbureau en bij de Kamerfractie en was van 2021 tot 2026 voorzitter van de jongerenorganisatie JFVD.

Al Biyati werd geboren in Amsterdam. Haar ouders komen uit Iraaks-Koerdistan en waren in 1996 naar Nederland gevlucht. Volgens haar ouders deden zij dat vanwege ‘een bepaald politiek en religieus klimaat’. Zelf volgde zij een mbo-opleiding Veiligheid en Vakmanschap en later deed ze de havo. Een hbo-opleiding Europese Studies rondde zij niet af.

In 2020 kwam Al Biyati in opspraak door deelname aan interne JFVD-appgroepen waarin antisemitische, homofobe en extreemrechtse berichten circuleerden. Zij deelde in 2019 een link naar muziek die tijdens de Christchurch-aanslag werd afgespeeld en maakte volgens NRC homofobe en islamofobe opmerkingen. Later relativeerde zij deze discriminerende berichten en noemde het ’tienerhumor’.

In 2023 kwam Al Biyati aan het woord in tv-documentaires Rutger en de nationalisten van Rutger Castricum en Eigen Volk Eerst van Sahar Meradji. Als JFVD-voorzitter sprak zij in 2025 tijdens een kerstgala de wens uit dat 2026 ‘het jaar van remigratie’ zou worden, zo berichtte de Volkskrant begin dit jaar. Trouw-columnist Jamal Ouariachi vond dat pijnlijk ironisch: ‘Als haar extreemrechtse fascistenvriendjes ooit werkelijk de macht krijgen in Nederland, komt Al Biyati doodleuk op hetzelfde deportatielijstje terecht waar ook ikzelf en Dilan Yesilgöz op belanden.’

In een interview met Ey! Daily, het publicatieplatform van de studenten van Fontys Journalistiek Tilburg, vertelde Al Biyati over haar politieke drijfveren. ‘Ik wil er alles aan doen om het land waar mijn ouders naartoe zijn gevlucht en het land waar ik geboren ben, om dat zo goed mogelijk door te geven aan de volgende generaties.’ Tijdens haar vooropleiding bij Defensie begon haar politieke interesse te groeien: ‘Ik was het best vaak niet eens met westerse inmengingen in het Midden-Oosten.’

Over migratie zegt zij: ‘Dat allerlei lui, ongecontroleerd, op elkaars land kunnen binnenlopen, zonder dat je weet wie die persoon is of wat diegene komt doen.’ Ze pleit voor grenscontroles of een tijdelijke asielstop van ‘5 à 10 jaar’. Daarnaast wil ze dat belastingen voor werkenden omlaag gaan en dat de overheid wordt ‘gesnoeid’.

Kritiek op haar persoon raakt haar weinig. ‘Dus wat dan een random iemand op internet zou zeggen, dat zou echt aan mijn r**t roesten.’ Wel stoort het haar dat ze homofoob werd genoemd: ‘Dan denk ik van: waar heb jij het over?’

Al Biyati blijft naar eigen zeggen in de Kamer zolang haar ideeën aansluiten bij de partij. ‘Ik denk dat dit de enige partij is die daadwerkelijk opkomt voor Nederland. En voor Nederlanders, Nederlandse cultuur en geschiedenis. En dat moet gewoon behouden worden.’

Trouw: onzekerheid over asielprocedure leidt tot schoolverzuim jonge asielzoekers

0

Jonge asielzoekers blijven regelmatig weg van school door stress en onzekerheid over hun asielprocedure, aldus Trouw in een groot achtergrondverhaal.

Uit gesprekken met leerlingen, docenten en leerplichtambtenaren van de Internationale Schakelklas (ISK) in Goes blijkt dat jonge asielzoekers psychische klachten hebben. De langdurige procedures – gemiddeld 29 maanden, vier keer langer dan wettelijk bedoeld – en frequente verhuizingen tussen opvanglocaties zorgen volgens de krant voor mentale overbelasting.

Leerlingen zeggen graag naar school te gaan, maar kampen met psychische druk. ‘Mijn hoofd zit vaak vol met negatieve gevoelens. Het liefste wil ik me dan weer omdraaien en verder slapen zodat dat gevoel weg is’, vertelt de achttienjarige Muhammed uit Gambia tegen Trouw. Abubakarr uit Sierra Leone, die ook achttien is, ervaart vergelijkbare spanning: ‘Ik heb psychische en lichamelijke klachten door alle spanning van het wachten.’

Volgens scholen ligt het verzuim niet aan de motivatie van de jongeren, maar aan het asielbeleid. Onverwachte verhuizingen zorgen voor onderbrekingen in het onderwijs, en afwijzingen binnen bepaalde groepen – zoals Gambianen en Syriërs – leiden tot motivatieverlies. ‘Er wordt er één afgewezen, en daarna nog één. Vervolgens zie je een hele groep omvallen’, zegt ISK-directeur Marlou van der Hor.

Scholen zoeken daarom naar maatwerk, van later starten op koude dagen tot praktische lessen voor jongeren die mogelijk willen doorreizen. ‘Want als het relevant is voor hun toekomst, dan behandelen we  in de les gewoon hoe je een tent moet opzetten’, aldus docent Annelien bij de Vaate.

Thuiskomen in Deventer

0

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: ik ben een trotse remigrant. Deze zomer verruilden mijn man en ik de Randstad voor een Hanzestad: terug naar Deventer, de stad waar ik 50 jaar geleden werd geboren. Meer rust, meer ruimte, dichter bij mijn moeder (én de beste kaas van Nederland, van kaasboer Kloas uit Bathmen). Wat wil een mens nog meer?

Verhuizen naar Deventer, dat is verhuizen naar de andere kant van de wereld, afgaand op de commentaren op ons verhuisbericht. Of juist naar de andere kant van de stad, volgens Egyptische begrippen. ‘Anderhalf uur met de trein? Dat is niks!’ aldus mijn schoonfamilie. Hun ochtendspits duurt als het meezit minstens twee uur. Onze Randstedelijke vrienden daarentegen vinden Deventer gigantisch ver, en dat laten ze merken ook. ‘Laten jullie weten als jullie weer eens hier in de buurt zijn? Want Deventer is wel een heel eind natuurlijk.’ ‘Ga je het hier niet ontzettend missen?’ vroeg een andere Haagse kennis. ‘Daar is toch een stuk minder te doen.’ De afstand Oost-West is aanmerkelijk korter dan andersom, dat is duidelijk. En dat je die afstand vrijwillig aflegt, is blijkbaar voor sommigen helemaal moeilijk voor te stellen.

Ja, natuurlijk is het in Deventer een stuk rustiger dan in Den Haag. De Brink is geen Malieveld, de Deventer Kermis is geen Prinsjesdag, het IJsselstrand is geen Scheveningen. Maar waarom vergelijken? Koekstad, Boekenstad, Go Aheadstad, Dickens-stad: er is genoeg te beleven hier. Ook hier staat een schouwburg, een filmhuis, een bioscoop, ook hier is heerlijke horeca en komt een kunstminnaar aan zijn trekken. Er spreekt een onmiskenbaar Randstad-centrisme uit dit soort opmerkingen. Alsof de wereld ophoudt buiten de G4. Dat doet hij niet, kan ik u geruststellen.

En zullen we ook eens ophouden alles buiten de G4 ‘de provincie’ te noemen, en mensen die daar vandaan komen ‘provinciaal’? Want ook Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland zijn per slot van rekening provincies, en de verschillen tussen dorpen en steden, wijken en bevolkingsgroepen zijn ook daar net zo groot als elders in het land. Bovendien: je bent niet waar je woont, en zeker niet waar je wieg stond.

Zullen we ook eens ophouden alles buiten de G4 ‘de provincie’ te noemen?

Eerlijk is eerlijk: als scholier was ook mijn blik vooral op het Westen gericht. Daar gebeurde het. Daar traden mijn idolen op, daar waren de hipste clubs, daar waren coole kledingwinkels die we hier (nog) niet hadden, daar kon je zomaar een BN’er in het wild tegenkomen. Heel wat anders dan in Overijssel, waar het in mijn tienerogen stil, saai en suf was. Ik kon niet wachten om te gaan studeren in ‘De Grote Stad’. Maar na twintig jaar Amsterdam en ruim tien jaar Den Haag had voor mij de Randstad inmiddels wel een deel van haar glans verloren. Ja, voor concerten, tentoonstellingen en theatervoorstellingen heb je in de grote steden ontegenzeggelijk meer keuze. Je hebt meer winkels, meer markten, meer restaurantjes uit alle windstreken. Maar ook: meer toeristen, meer vervuiling, meer lawaai, meer verharding.

Wat een verschil met Deventer. De rust, die ik als tiener zo saai vond, voelt nu juist als een verademing. Wat ons nog meer opvalt als nieuwkomers: mensen groeten elkaar op straat, ook volslagen vreemden. Er ligt nauwelijks afval naast de vuilcontainers. Auto’s en fietsen stoppen voor het zebrapad. Er klinken minder sirenes, er zijn geen trams. En al helemaal geen Instagramrijen voor veel te dure patatzaken of stroopwafelwinkels.

Mijn man is inmiddels bezig met zijn tweede inburgering, sinds hij voor mij Egypte voor Nederland verruilde. Op zoek naar een nieuwe moskee, nieuwe winkels voor zijn kruiden en producten, een nieuwe sportclub. Bij ons eerste boodschappenrondje in onze nieuwe stad werd hij aangesproken in onmiskenbaar Syrisch Arabisch. ‘Spreekt ze Arabisch? Maar ze is buitenlands toch?’ zei de man met een discreet knikje mijn kant op. Hij had mijn man en mij horen praten en kon ons duidelijk niet helemaal plaatsen. Het duurde even voor ik begreep wat hij bedoelde. ‘Dat je niet Arabisch bent’, verduidelijkte mijn man. ‘Nee, zij is van hier’, antwoordde mijn man. ‘Zijn jij en ik niet juist de buitenlanders?’ zei hij tegen de Syriër. ‘Nee joh, we zijn allemaal buitenlanders’, zei ik. En het mooiste is: allemaal zijn we hier thuis.

VN uit ‘ernstige zorgen’ over stijgend aantal burgerdoden in Gaza, ondanks ‘staakt-het-vuren’

0

De Verenigde Naties maken zich ‘ernstige zorgen’ over het stijgende aantal burgerdoden in Gaza, zo schrijven verschillende media. Afgelopen maandag kwamen weer vijf Palestijnen om als gevolg van Israëlische luchtaanvallen. Ondanks het zogenoemde ‘staakt-het-vuren’ van oktober 2025 blijft Israël gewoon doorgaan met aanvallen op de Gazastrook.

Volgens de Turkse staatsomroep TRT World kwamen drie Palestijnen om bij een droneaanval op een burgervoertuig in Tal al-Hawa, in het zuiden van de Gazastrook. Tijdens een andere aanval met een drone, gericht op de ingang van een woongebouw in Gaza-Stad, kwamen nog eens twee mensen om.

De Palestijnse Rode Halve Maan verklaarde dat vijf vissers gewond raakten, nadat zij aan de kust bij Gaza-Stad door Israëlische oorlogsschepen werden geraakt. Volgens getuigen schoten de schepen op de vissersboten terwijl deze al aan land waren.

Huizen in Hamad Residential City werden beschoten door Israëlische militaire voertuigen en drones. Lokale bronnen meldden dat gebouwen en andere faciliteiten in het door Israël bezette gebied ten oosten van Gaza-Stad werden vernield.

VN-woordvoerder Stephane Dujarric zei maandag tegen verslaggevers dat de Verenigde Naties ‘nog altijd zeer bezorgd zijn over de impact op Palestijnse burgers als gevolg van de voortdurende Israëlische aanvallen.’ Dujarric benadrukte dat burgers en burgerinfrastructuur ‘te allen tijde beschermd moet worden.’

Maar Israël wordt al lang beschuldigd van het vernietigen van dit soort infrastructuur. Al snel na het begin van de genocide in Gaza, op 7 oktober 2023, waarschuwden de Verenigde Naties voor het vernietigen van burgerinfrastructuur en woongebouwen. De speciale VN-gezant Balakrishnan Rajagopal omschreef het ‘willens en wetens uitvoeren van geweld waardoor woongebouwen en civiele infrastructuur worden beschadigd en vernietigd en hele steden onbewoonbaar worden’ als een oorlogsmisdaad.

Enkele weken geleden maakten de Verenigde Naties op basis van satellietbeelden bekend dat het aantal vernietigde gebouwen sinds het ‘staakt-het-vuren’ van oktober 2025 met negen procent is gestegen. De VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen UNRWA meldde dat er sinds die tijd opnieuw sprake was van ‘sloopwerkzaamheden die impact hadden op scholen en andere VN-faciliteiten in gebieden bezet door Israël.’

VN-rapporteurs springen voor Franse Europarlementariër Rima Hassan op de bres

0

Vijf rapporteurs van de Verenigde Naties hebben hun bezorgdheid geuit over wat zij beschouwen als een mogelijke vorm van ‘gerechtelijke en politieke intimidatie’ tegen de pro-Palestijnse politica Rima Hassan, zo schrijven diverse Franse media.

Hassan is een Frans-Palestijnse Europarlementariër voor de radicaal-linkse partij La France Insoumise (LFI). Sinds zij in 2024 werd verkozen in het Europees Parlement komt ze op voor de rechten van de Palestijnen. Ook staat Hassan bekend om haar activisme.

Afgelopen april werd Hassan gearresteerd door de Franse autoriteiten, nadat zij op X een citaat had geplaatst van de Japanse militant Kozo Okamoto, die werd veroordeeld voor zijn rol in de aanslag op de luchthaven van Tel Aviv in 1972. Zesentwintig mensen kwamen toen om. Het citaat verwees naar het recht van Palestijnen om zicht tegen hun onderdrukking door Israël te verzetten. Ze werd voor enkele uren vastgehouden.

Hassan werd aangeklaagd voor het ‘verheerlijken van terrorisme’. Op 19 en 20 oktober behandelt een Franse rechbank haar zaak.

Hassan vertelde Middle East Eye dat de juridische druk die zij ervaart, een bewuste strategie is om haar tot stilzwijgen te brengen. Ook werd volgens haar valse informatie verspreid over het in bezit hebben van drugs. Ze benadrukt dat dergelijke intimidatie niet alleen haar, maar ook anderen die zich uitspreken over de Palestijnse kwestie, kan treffen.

De VN-rapporteurs die een mandaat hebben van de Mensenrechtenraad, maar volgens Le Parisien niet namens de raad spreken, stellen in een verklaring dat de acties tegen Hassan een schending zijn van haar recht op vrije meningsuiting, vrijheid van vereniging en samenkomst, gelijkheid en non-discriminatie. Ze waarschuwen dat de Franse autoriteiten hiermee diegenen onderdrukken die opkomen voor de rechten van de Palestijnen.

De situatie rondom Hassan heeft geleid tot een bredere discussie over de grenzen van politieke meningsuiting in Europa. Critici van de juridische stappen tegen haar wijzen erop dat deze acties een gevaarlijk precedent kunnen scheppen voor de vrijheid van meningsuiting, vooral als het gaat om gevoelige onderwerpen zoals de kwestie Israël-Palestina. De rapporteurs van de VN hebben hun zorgen geuit dat deze juridische intimidatie niet alleen gericht is op Hassan, maar ook op anderen die zich kritisch uitlaten over Israël.

Hassans situatie is niet uniek; het is een reflectie van een bredere trend waarbij politici en activisten die zich uitspreken over de Palestijnse kwestie, steeds vaker te maken krijgen met juridische en politieke druk.

Wat hadden wij ons vaderland lief

0

Alle schoolkinderen kwamen op de ochtend van Koninginnedag naar het grote marktplein en brachten daar de jaarlijkse aubade aan onze jarige vorstin. ‘Aubade’ was geloof ik het eerste moeilijke woord dat ons als vijf- of zesjarigen werd bijgebracht.

Het moeten voor onze ouders en grootouders best nog moeilijke jaren zijn geweest, zo kort na die Tweede Wereldoorlog. Maar de koningin en de prins waren na hun ballingschap tijdens die bezettingsjaren weer terug in het land en luidkeels klonk het uit onze kindermondjes:

Waar de blanke top der duinen
Schittert in de zonnegloed
En de Noordzee vriend’lijk bruisend
Neerlands smalle kust begroet
Juich ik aan het vlakke strand
Juich ik aan het vlakke strand
‘k Heb u lief mijn Nederland
‘k Heb u lief mijn Nederland

Zo werd onze onschuldige kinderzieltjes de zuivere liefde voor het vaderland ingeprent. ‘Ik heb u lief mijn Nederland.’ O, wat hadden wij ons Nederland toch lief!

Met het klimmen der jaren lijkt het steeds moeilijker die liefde te blijven koesteren voor het land waar ooit onze wieg en de wieg van onze ouders, groot- en overgrootouders hebben gestaan.

Is dit echt nog wel het land waar ‘het lachend groen der heuvels, ’t kleed der stille heide omzoomd’? Is het echt ‘het land der vaad’ren, make u eendracht sterk en groot’?

De getallen doen ons duizelen. Genoeg om niet alleen weerzin te krijgen tegen het land waar op de jaarlijkse nationale feestdag ooit deze lovende woorden uit die kindermondjes schalden. Maar ook genoeg om een vrees te ontwikkelen, met een blik op de toekomst.

Twintigduizend van onze jonge Nederlandse jongeren die het hun hele leven al zo moeilijk hadden, kregen daar nog eens de traumatische ervaringen van de Gesloten Jeugdzorg overheen. Genoeg om hun levens voorgoed te beschadigen. Twintigduizend kinderen in ons eigen Nederland. Deze week kregen zij excuses aangeboden. Maar de schade blijft.

Drieënveertigduizend bedraagt het aantal erkende slachtoffers van de toeslagenaffaire. Drieënveertigduizend van onze medemensen in ons land die te maken kregen met onterechte beschuldigingen van fraude, die werden opgezadeld met enorme schulden, het kwijtraken van uit huis geplaatste kinderen en zwaar psychisch leed.

Stel je voor dat we dit allemaal hoorden over een land elders in de wereld

Meer dan twaalfduizend Nederlanders, waaronder meer dan drieduizend militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL), werden in het inmiddels onafhankelijke Indonesië veelal tegen hun wil ingescheept. Om bij aankomst in Rotterdam van regeringswege te worden afgescheept met valse voorwendselen. Zij waren in de haven van Rotterdam nog niet van de boot gestapt of ze kregen te horen dat zij per onmiddellijk uit overheidsdienst waren ontslagen. Zij kregen geen salaris, hoogstens een zakcentje, en de gezinnen werden ondergebracht in voormalige concentratie- en werkkampen uit de Tweede Wereldoorlog.

Twintigduizend, drieënveertigduizend, twaalfduizend. En dit zijn nog maar drie voorbeelden van heel veel meer misstanden.

Kunnen we nog wel van zo’n Nederland houden? Stel je voor dat we dit allemaal hoorden over een land elders in de wereld. Een land dat dit zijn burgers allemaal aandoet. Hoe zouden we daar dan naar kijken? Allemaal de straat op met spandoeken tegen Holland? Wegen blokkeren? Eisen dat Nederland geboycot zou moeten worden?

Deze getallen, met alles wat daarachter schuilgaat, zouden ons alle hoop op een mooie samenleving kunnen laten verliezen.

In zijn boek Tijd is een Leeuwerik, reizen langs de rafelranden van Nederland stimuleert de schrijver en journalist Hilbrand Rozema ons tot een andere blik op de harde samenleving. ‘Elk dorp heeft zijn eigen oorlogsverhaal.’ Over meelopers en over verzet. Deze twee uitersten plaatst hij naast elkaar. ‘Joodse landgenoten raakten huis en haard kwijt.’ Maar pastoor Vullinghs in het Limburgse Grubbenhorst roept al op 12 mei 1940: ‘Onze soldaten kunnen niets meer doen. Nu is het aan ons.’

Nederlanders waren niet alleen meelopers. Velen hadden net zo’n moreel kompas als die pastoor.

Hilbrand Rozema schrijft ook over getallen. In die oorlogsjaren ‘versleet’ een onderduiker vijf tot zeven adressen. Maar twintig of dertig kwam ook voor. Dat betekent dat in totaal zo’n driehonderd- tot vierhonderdduizend Nederlanders ooit onderduikers in huis moeten hebben gehad. Naast die helpers onderweg, die ook meetellen. De mooie keerzijde van doffe volksellende.

De schrijver vat zijn hoofdstuk samen. ‘In menig dorp ging het leven gewoon door, pal naast een werkkamp waarin Joden waren opgesloten. Zo bestaan er in Nederland uiteenlopende oorlogsverhalen naast elkaar. Het ene is leerzaam. Het andere inspireert.’

Gesloten Jeugdzorgkinderen. Slachtoffers van de toeslagenaffaire. Aan hun bittere lot overgelaten Molukkers. Te pijnlijk om allemaal te benoemen.

Maar nog steeds kent ons Nederland toch echt wel die andere burgers. Die medemens die zich nog steeds op allerlei manieren inzet om die naaste een bloeiend Nederlands leven te gunnen. De medemens die onze ‘blanke top der duinen, schitterend in de zonnegloed’ nooit verloren zal laten gaan. Zo blijven wij kijken naar ons eigen landje. En hopelijk ook naar de wereld om ons heen, waar het echt niet allemaal pais en vree is. Maar waar diezelfde inspanningen worden geleverd om de wereld wel leefbaar en bloeiend te houden. Ook tegen de overheid in.