13.9 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 2

Onzekerheid en angst onder vluchtelingen over nieuwe regels

Er staan grote wijzigingen voor de deur op het gebied van asiel en migratie. Hoe beleven vluchtelingen die zich momenteel in de asielketen bevinden dit? We vroegen het aan Turkse en Syrische vluchtelingen die wachten op een beslissing over hun aanvraag of gezinshereniging.

Volgende maand treedt het EU-Migratiepact in werking. Over de Nederlandse implementatie daarvan wordt nog hevig gediscussieerd en het is nog niet duidelijk welke aanvullende wetgeving hier zal gelden.

Wat al wel duidelijk is, is dat Nederland opnieuw het tweestatusstelsel invoert. Dit maakt onderscheid tussen twee soorten vluchtelingen. Mensen die persoonlijk vervolgd worden vanwege bijvoorbeeld politieke overtuiging, religie, afkomst of seksuele gerichtheid krijgen een vluchtelingenstatus (A-status). Mensen die niet individueel vervolgd worden, maar wel gevaar lopen door oorlog, geweld of onmenselijke behandeling in hun land, krijgen subsidiaire bescherming (B-status).

Vooral voor deze laatste categorie zal veel veranderen, met name op het gebied van gezinshereniging. Zij zullen in veel gevallen twee jaar moeten wachten voordat ze een aanvraag kunnen indienen en moeten daarvoor eerst beschikken over voldoende inkomen en geschikte huisvesting. Niet iedereen mag nareizen; de nadruk ligt op het kerngezin. Meerderjarige kinderen vallen buiten de boot.

Wat nog niet duidelijk is, is of en wanneer deze nieuwe regels worden toegepast op lopende aanvragen. Kamerlid Kati Piri (PRO) pleitte vorig jaar voor een overgangsregeling, om te voorkomen dat een besluit afhankelijk is van het moment waarop een ambtenaar beslist, terwijl vluchtelingen op het moment van hun aanvraag in de veronderstelling waren dat zij bepaalde rechten hadden. Dit voorstel werd verworpen. Vluchtelingen weten weinig tot niets over wat hen nu te wachten staat, blijkt uit de gesprekken.

Turkse vluchtelingen

Turkse vluchtelingen die de afgelopen jaren naar Nederland zijn gekomen, zijn in veel gevallen politieke vluchtelingen. Veel van hen zijn sympathisanten van de Gülenbeweging, die in Turkije verantwoordelijk wordt gehouden voor de mislukte coup in 2016. Sindsdien worden sympathisanten en hun familieleden vervolgd.

Zo ook Mustafa Ceyhan (51). Hij kwam 25 maanden geleden naar Nederland, zijn vrouw en twee zonen 33 maanden geleden. Ook zijn dochter en haar gezin verblijven al 20 maanden in verschillende azc’s. Ze wachten allemaal op een beslissing op hun asielaanvraag.

Ceyhan weet wat het tweestatusstelsel inhoudt; hij is goed op de hoogte. Toch beschrijft hij onzekerheid en angst. Het niet weten of hij mag blijven, of zijn familie mag blijven en of zijn toekomst in Nederland ligt, zorgt voor voortdurende stress en angst, vertelt hij.

‘Elke dag wachten we op een e-mail. Komt er nieuws?’

‘De asielprocedure is al lang en zwaar. Met dit systeem komen daar nog meer controles, meer wachten en meer onzekerheid bij. Na verloop van tijd ontstaat het gevoel: wat er ook gebeurt, laat het tenminste duidelijk worden.’

‘Elke dag wachten we op een e-mail. Komt er nieuws? Krijgen we een verblijfsvergunning? We hebben in Turkije al vijf jaar geleefd met angst en stress. Mijn kind was vijf of zes jaar oud toen zijn vader naar de gevangenis ging, en elf of twaalf toen hij vrijkwam. Nu vraagt hij: mama, wanneer krijgen wij eindelijk een normaal leven?’, vertelt Safak, een Turkse vrouw die in november 2023 met haar man en zoon naar Nederland vluchtte.

Ook Safak (ze noemt haar achternaam liever niet) is op de hoogte van de nieuwe regels, die al sinds haar aankomst in Nederland in de lucht hingen. Toen kwam immers het meest rechtse kabinet aan de macht en dat heeft ze wel degelijk meegekregen, vertelt ze. ‘Ze weten veel van onze zaken af, maar richten zich volledig op: hoe kunnen we het moeilijker maken zodat mensen niet meer komen? Mensen willen niet dat nieuwkomers hier lang verblijven terwijl hun eten, drinken en huisvesting betaald moeten worden.’

Wachten op gezinshereniging

‘De verdere verharding van het systeem en de onzekerheid over de uitvoering ervan betekenen meer uitsluiting, meer wachttijd en meer onzekerheid’, beschrijft Abdurrahman Öztürk, een 53-jarige Turkse statushouder. Hij kreeg na 21 maanden een verblijfsvergunning, maar wacht momenteel op gezinshereniging met zijn kinderen en op een woning. Hij verblijft bij een Nederlands gastgezin.

‘Vluchteling zijn is op zichzelf al een zware situatie. Terwijl iemand de last van het verleden met zich meedraagt, zoekt hij tegelijkertijd zekerheid voor de toekomst. Maar deze nieuwe maatregelen ondermijnen juist dat gevoel van veiligheid. De beperkingen op gezinshereniging maken de kans om onze dierbaren terug te zien tot een luchtspiegeling.’

‘Mama, wanneer krijgen wij eindelijk een normaal leven?’

Daarnaast roept het een diep gevoel van onrechtvaardigheid op, gaat hij verder. ‘Want ik en vele anderen willen niets anders dan onze kinderen in een veilige omgeving grootbrengen, werken en bijdragen aan de samenleving. Dat mensen na alles wat zij hebben meegemaakt ook nog moeten leven met de angst dat hun rechten verder worden beperkt, is psychologisch zeer uitputtend.’

‘Ik begrijp de behoefte van Nederland aan veiligheid en orde, maar ik geloof dat er een balans moet zijn tussen veiligheid en rechtvaardigheid’, zegt ook Ceyhan. ‘Nieuwe wetten mogen niet met terugwerkende kracht worden toegepast. Dit is niet alleen een wens, maar een fundamenteel rechtsbeginsel.

‘Mensen bouwen hun leven op basis van bestaande regels. Zij hebben een aanvraag ingediend, een procedure gestart en vertrouwden op een bepaald systeem. Als regels tijdens een lopende procedure veranderen, weten mensen niet meer waarop zij beoordeeld zullen worden. Dat veroorzaakt een diep gevoel van onrechtvaardigheid.’

Öztürk voegt toe: ‘Vluchtelingen opdelen op basis van hun status maakt de samenleving niet veiliger, maar vergroot juist de polarisatie. Wij zijn geen dossiernummers, maar mensen die met waardigheid willen leven. Wij verwachten dat onze stem wordt gehoord en dat rechtvaardigheid voor iedereen gelijk wordt toegepast.’

Syrische vluchtelingen

Een van de grootste noodopvanglocaties in Nederland is de Silja Europa, een gigantisch cruiseschip in de haven van Rotterdam-West. Hier worden maar liefst tweeduizend vluchtelingen opgevangen, van wie velen uit Syrië komen. ‘De meesten van ons zijn statushouder, we wachten op een woning’, vertelt een man van in de 50 die voor de boot staat te wachten op een vriend.

Toch zijn de nieuwe regels wel degelijk van belang voor veel van hen. De Syriër, die zijn naam liever niet noemt, wacht al zes jaar op gezinshereniging en de procedure zit nog altijd muurvast. Zijn vrouw en kinderen wonen nog steeds in Syrië en hij heeft geen idee wat de nieuwe regels voor hen zouden betekenen. ‘Ons wordt niets verteld.’

‘De procedure mag eigenlijk maar zes maanden duren, toch wacht ik al zes jaar’

De man heeft een christelijke achtergrond en zou op basis van zijn geloof een politieke vluchteling worden als het tweestatusstelsel in werking treedt. Dit is in zijn voordeel: voor vluchtelingen uit oorlogsgebieden wordt het namelijk nog lastiger om gezinsleden over te laten komen. Voor politieke vluchtelingen blijven de regels hetzelfde, maar daar heeft de man weinig boodschap aan. ‘De procedure mag eigenlijk maar zes maanden duren, toch wacht ik al zes jaar.’

Zijn vriend is inmiddels gearriveerd. Het is een Syrische man van in de 40 en ook hij wil zijn naam niet noemen. Hij is soenniet, maar zijn vrouw is alawiet en dat kan hem in de problemen brengen, zegt hij. Zijn vrouw en kinderen woonden nog in Syrië toen het Assad-regime viel. Ze waren niet langer veilig in Syrië, maar wachtten nog op de procedure om herenigd te worden in Nederland.

‘Ik heb hun situatie aan de IND voorgelegd, maar dit heeft niet geleid tot een snellere beslissing. Ze zouden het meenemen. We konden hier niet op wachten, mijn gezin is inmiddels het land uit gesmokkeld naar Libanon, waar ze niets of niemand hebben’, vertelt hij.

‘Mijn situatie blijft hetzelfde en die was altijd al slecht’

Ook hij heeft geen idee wat het tweestatusstelsel zal betekenen voor zijn aanvraag. ‘Wat betekent het dat mijn status gaat veranderen? Mijn situatie blijft hetzelfde en die was altijd al slecht. Ik ben gevlucht tijdens de oorlog, nu is mijn gezin nog meer in gevaar en ik kan vanaf hier niets voor ze betekenen. Ik kan niet werken, geen geld verdienen en niet voor ze zorgen.’

Mentale toestand

Het lange wachten, de onzekerheid en de onduidelijkheid over de procedures breken Syrische vluchtelingen op. Al sinds de val van het Assad-regime is er onduidelijkheid over de kansen die zij hebben op een nieuw leven in Nederland. Eerst was er een beslisstop. Daarna volgden verschillende veiligheidsanalyses van hun land en nu zou hun vluchtelingenstatus weleens kunnen veranderen. Veel van hen mogen dan misschien een verblijfsvergunning hebben, de meesten wachten nog op naaste familieleden.

Zo ook M., een Syrische vrouw die op een boot even verderop woont. Ze wacht al ruim drie jaar op hereniging met haar man en drie kinderen. Ze is Koerdisch; haar man en kinderen lopen dagelijks gevaar in Syrië. De oorlog mag dan voorbij zijn, maar dat betekent nog geen veilig leven.

Ze heeft van verschillende kanten veel negatieve berichten gehoord over de veranderende regels en dat beïnvloedt haar mentale toestand en die van haar familie, vertelt ze. Ze heeft volgende week een afspraak bij de IND en hoopt dan meer duidelijkheid te krijgen, maar ze heeft tot nu toe geen informatie gekregen over het tweestatusstelsel.

Bewoners op deze opvanglocaties moeten het hebben van geruchten, verhalen over anderen bij wie het wel is gelukt of juist niet. Ze moeten het vooral hebben van heel veel wachten. ‘Tot de situatie opeens weer verandert. We horen het altijd achteraf’, vertelt de 40-jarige Syriër, waarna hij vertrekt met een vlotte ‘doei’.

Lees ook:

Volgende maand gaan de nieuwe Europese asielregels in. Wat verandert er? 

‘De wereld is nooit hersteld van de Holocaust en de Nakba’

Vandaag wordt op verschillende plekken stilgestaan bij de Palestijnse Nakba. Moet deze herdenking een plek krijgen naast 4 mei in onze herinneringscultuur?

Op steeds meer plekken in Nederland wordt vandaag de ‘voortdurende’ Nakba, Arabisch voor ‘catastrofe’ of ‘ramp’, herdacht. De Nakba verwijst naar de massale verdrijving van Palestijnen bij de oprichting van de staat Israël. In de periode van 1947 tot 1949 werden ongeveer 750.000 Palestijnen verjaagd door zionistische strijdgroepen en werden honderden Palestijnse dorpen verwoest of ontvolkt.

Volgens veel deelnemers aan de herdenkingen is de Nakba nooit gestopt, maar zet die zich in verhevigde vorm voort door de genocide in Gaza en het toenemende geweld van kolonisten op de bezette Westelijke Jordaanoever.

Twee wetenschappers, een schrijver en een politicus die begaan zijn met het lot van de Palestijnen vertellen over de toenemende betekenis van de ‘voortdurende Nakba’ en over de relatie met 4 mei.

Gelijkwaardige ruimte om te rouwen

De schrijver Chris Keulemans gaat vanavond naar de Nakba-herdenking in de Dominicuskerk in Amsterdam, waar ook aandacht wordt gevraagd voor de relatie tussen 4 mei, de herdenking van de Nederlandse oorlogsslachtoffers, en het Palestijnse leed. Dat die geschiedenissen met elkaar in verband worden gebracht, vindt hij niet vreemd.

‘Voor mij is het een logische verbinding. De wereld is nooit hersteld van de Holocaust en de Nakba. De gevolgen maken we nog elke dag mee. Elk slachtoffer is voor niets gevallen. Dat herdenk ik op beide dagen’, zegt hij.

‘Ik begrijp heel goed dat slachtoffers, nabestaanden en geestverwanten hun eigen, specifieke tragedie willen herdenken. Ik hoop ook dat zij in staat zijn om stil te staan bij de connectie met andere tragedies en de slachtoffers daarvan. Als onze samenleving aan allen een gelijkwaardige ruimte zou bieden om te rouwen en te herdenken, dan zou dat begrip over en weer kunnen ademen.’

alestijnse families vluchten uit Galilea, november 1948

Yarin Eski, criminoloog aan de Vrije Universiteit, staat dit jaar voor het eerst stil bij de Nakba. ‘Ik heb in maart 2024 voor het eerst over de Nakba gehoord en daarna steeds meer geleerd over Palestina, de wreedheden en het oorverdovende internationale ontkennen daarvan. Ik wil daar geen onderdeel meer van zijn’, reageert hij.

Ook Eski vindt dat er in Nederland steeds meer aandacht voor deze geschiedenis moet komen. ‘De verbinding tussen 4 mei en 15 mei zit hem er voor mij in dat deze dagen ons eraan herinneren wat ontmenselijking, uitsluiting en massaal geweld kunnen aanrichten, en dat die lessen niet selectief toegepast kunnen worden. De Holocaust is net zo verschrikkelijk als de Nakba. Dat betekent niet dat je verschillende geschiedenissen op één hoop gooit, maar wel dat je bereid bent menselijk leed serieus te nemen. Juist als dat politiek gevoelig ligt’, zegt hij.

‘Aandacht voor Palestijns leed doet niets af aan de betekenis van de Holocaust’

Dat dit ongemak oproept bij veel Nederlanders begrijpt hij. ‘Maar aandacht voor Palestijns leed doet niets af aan de betekenis van de Holocaust of de Tweede Wereldoorlog, net zoals aandacht voor andere genocides en humanitaire rampen, zoals in Soedan, dat ook niet doet.’

Socioloog Joost Jongerden van de Wageningen Universiteit doet vandaag niets bijzonders met betrekking tot de herdenking van de Nakba. ‘Dat wil overigens niet zeggen dat ik niets doe’, zegt hij er meteen achteraan.

‘Ik zet mij onder meer in voor het verbreken van de banden tussen de universiteit waar ik werk en Israëlische universiteiten, in het bijzonder de Hebrew University of Jerusalem (HUJI). Die universiteit is betrokken bij de illegale bezetting van gebieden op de Westelijke Jordaanoever en heeft mogelijk handelingen gefaciliteerd die mensenrechten schenden en zelfs strafbaar zijn onder het Genocideverdrag.’

‘4 mei was voor mij een betekenisvolle dag’

Over de Nederlandse herinneringscultuur rondom 4 mei en de koppeling met 15 mei is hij tot een harde conclusie gekomen. ‘4 mei was voor mij een betekenisvolle dag: een dag waarop degenen werden herdacht die hun leven hebben gegeven in de strijd tegen het fascisme. Maar die betekenis is ons afgenomen’, vindt hij.

Jongerden legt uit: ‘Officieel herdenken we op 4 mei niet alleen meer verzetsstrijders en slachtoffers van de nazi’s, maar ook degenen die zijn gevallen tijdens de koloniale oorlog in Indonesië. Wat mij betreft zouden we juist de slachtoffers van die koloniale oorlog moeten herdenken, niet de uitvoerders. In die verschuiving zie je hoe de betekenis van 4 mei geleidelijk nationalistisch is geherdefinieerd. Niet langer staat centraal waarvoor iemand streed, of waarvan iemand slachtoffer werd, maar vooral dát iemand Nederlander was, los van de rol die diegene heeft gespeeld.’

Opnieuw vormgeven

Hij wil dat 4 mei een bredere betekenis krijgt. ‘Het is belangrijk om 4 mei opnieuw vorm te geven: als een antifascistische herdenking die niet alleen terugblikt op het verleden, maar ook verbonden is met de politieke werkelijkheid van vandaag. De alternatieve herdenking vormt daarvoor een belangrijk begin.’

De Amsterdamse fractievoorzitter van Denk, Sheher Khan, is er vandaag bij in de Dominicuskerk. Over de verbondenheid van de Dodenherdenking op 4 mei met het leed van de Palestijnen zegt hij het volgende: ‘De Dodenherdenking is voor mij een dag om te leren van het verleden door het te koppelen aan het heden. We moeten waakzaam zijn en daardoor aandacht hebben voor de huidige genocide in Gaza en de Westbank. Dat is voor mij de koppeling.’

‘We moeten waakzaam zijn’

Dat sommige mensen dat kwetsend vinden, begrijpt hij wel. ‘We moeten niet per se leed vergelijken, want elke geschiedenis heeft zo zijn eigen specifieke ontstaansgrond en omstandigheden. Maar in bredere zin is er wel degelijk een overeenkomst tussen de Holocaust, de Nakba en de huidige genocide. Dat zit hem in het kolonialisme, het onderliggende raamwerk waardoor die tragedies met elkaar verweven zijn.’

Dat behoeft enige uitleg. Khan haalt de beroemde Frans-Martinikaanse dichter Aimé Césaire aan, die beklemtoont dat Hitler geen anomalie is in de westerse geschiedenis en dat de Holocaust eigenlijk het logische koloniale gevolg was van de daden die westerlingen tot die tijd tegenover niet-witte volkeren hadden gepleegd. ‘Hitler heeft op witte Europeanen slechts toegepast wat Europeanen tot die tijd alleen hadden gereserveerd voor Arabieren, Afrikanen en inheemse Amerikanen’, citeert Khan Césaire. ‘En bij het creëren van een raciale eenheidsstaat is er geen plek voor minderwaardig geachte bevolkingsgroepen, zoals destijds de Joden en nu de Palestijnen.’

Palestijnen in Ramleh geven zich over een de Israelische strijdkrachten tijdens de oorlog van 1948. Beeld: Eldad David

Wat zou Nederland ten slotte moeten doen om de Nakba-herdenking een plek te geven in de Nederlandse herinneringscultuur? En wat is de Nakba-boodschap die Keulemans, Eski, Jongerden en Khan dit jaar willen meegeven?

‘De Palestijnen hebben recht op hun thuis, hun land en hun leven’

Keulemans: ‘Staak elk vervolg op de Nakba. En herstel de situatie die door de Nakba is verwoest. De Palestijnen hebben recht op hun thuis, hun land en hun leven. Vermoord hen niet omdat ze bestaan. En wie de vrijheid heeft om die stem te versterken, waar ook ter wereld, heeft het recht om dat te doen.’

Eski: ‘Ik hoop in ieder geval dat Nederland meer ruimte maakt voor kennis en bewustwording over de Palestijnse geschiedenis, zoals het dat in andere gevallen heeft gedaan en zal blijven doen. Dat het durft op te komen voor internationaal recht en menselijke waardigheid, zoals het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof dat nota bene vanuit ons land doen. Voor iedereen.’

‘Nooit meer is nu’

Jongerden: ‘De bredere les die ik trek, is het gevaar van nationalisme: wanneer een beweging of staat zichzelf definieert vanuit één exclusieve identiteit, wordt de aanwezigheid van de ander al snel als een existentiële bedreiging gezien. Dat is de logica die kan leiden tot etnische zuivering en genocide, en die ook achter de Nakba schuilgaat. Het herdenken van de Nakba betekent voor mij daarom ook: “nooit meer is nu” en tegelijk een confrontatie met het systematische falen van de politieke orde om dat principe daadwerkelijk te benoemen en te beschermen.’

Khan: ‘Ik denk dat we sowieso weer moeten stilstaan bij de Nakba en dat veel met elkaar samenhangt. Het feit dat we destijds op koloniale wijze wegkeken, duurt eigenlijk nog steeds voort, omdat we institutioneel nog altijd wegkijken van de koloniale agressie die plaatsvindt. Het duurt ook heel lang voordat we inzien dat er een koppeling is met het koloniale verleden. Het is daarom belangrijk om op deze dag bewustwording te verspreiden. Oorlog en vernietiging zijn geen afgesloten hoofdstukken. Het werkt door en culmineert op dit moment in de genocide in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever.’

Is Marokko zomaar een beschaving?

0

In de meivakantie deed ik een weekje Marokko. Een toeristisch bezoek vanwege het fijne land en het lekkere weer. Ook lekker eten trouwens. Ik was al eens in de noordelijke havenstad Tanger geweest, dit keer kozen we de koningssteden Rabat en Fez.

Vakanties halen bij mij zelden een column. ’s Ochtends doe ik een cultureel uitstapje, ’s middags lees ik aan de rand van het zwembad een boek. De vakantiebestemming is een fijn decor, maar geen onderwerp. Maar in Marokko belandde ik in een diepe bespiegeling over de vakantieplek. Aan het eind van de week bracht ik in mijn hoofd een historische correctie aan en zag de Noord-Afrikaanse beschaving in een nieuw perspectief.

Waar zal ik beginnen? Eerst maar de vliegreis van drie uur. Dat is niet verder dan Athene of Istanbul. Het ligt dichterbij dan de Canarische Eilanden en Madeira. Op de avond van aankomst in Rabat kijk ik verbaasd naar het nieuwe hoofdgebouw van luchthaven Salé. Een imposant sculpturaal bouwwerk dat de Marokkaanse vormentaal accentueert. Ontworpen door een vrouw, architect Zhor Jaidi Bensouda.

Even later passeert onze taxi een 250 meter hoge wolkenkrabber – de Mohammed VI-toren – die als een raket uit het landschap steekt. Sinds een paar maanden is dit het hoogste gebouw van Noord-Afrika, bedoeld als startschot van de Marokkaanse Zuidas. Ten slotte komen we langs een futuristisch operagebouw – het Grand Théâtre de Rabat. Deze cultuurtempel is de Marokkaanse variant op het Sydney Opera House, wederom ontworpen door een Arabische vrouw. Dit drieluik maakt onze entree met hedendaagse Arabische architectuur overweldigend.

Oké, de toren van Pisa dateert uit dezelfde jaren – maar die groeide al snel scheef

De dag na aankomst bezoeken we het beroemde ensemble van de Hassan-toren met het mausoleum van koning Mohammed V. De toren werd al in de twaalfde eeuw gebouwd. Hij moest de hoogste minaret ter wereld worden, maar bleef onvoltooid. Ook in deze hoedanigheid maakt hij indruk. Zeker als je bedenkt dat Europa in de twaalfde eeuw midden in de Romaanse periode zat, met lage kerken opgetrokken uit dikke muren met kleine vensters. Oké, de toren van Pisa dateert uit dezelfde jaren – maar die groeide al snel scheef.

Aan de voet van de Hassan-toren beleef ik mijn aha-moment. In de lessen kunstgeschiedenis die ik ooit – in de jaren tachtig van de vorige eeuw – volgde, bestond er alleen westerse architectuur en stedenbouw. We leerden over de Grieken en Romeinen als bakermat van de latere Europese renaissance. Verder had je het Byzantijnse Rijk als opvolger van de Romeinen en de gotische tijd met de imposante kathedralen die in vele Europese steden nog altijd op een voetstuk staan. Maar die hoogtijdagen van de christelijke kerkenbouw vielen tussen de dertiende en zestiende eeuw. Waarom stond er in mijn kunstgeschiedenisboek niets over de enorme religieuze ensembles zoals die een eeuw eerder in Marokko en elders in de Arabische wereld zijn gebouwd?

Als je kijkt naar de Arabisch aandoende bogen en mozaïeken in het Dogepaleis van Venetië, lijken ze toch een inspiratiebron te hebben gevormd. Ik denk ook aan de enorme moskeeën in Granada en Córdoba, de eeuwen van Al-Andalus. De Spanjaarden heroverden het op de Moren en maakten er machtige kerken van binnen het Spaanse tijdperk. Dit alles roept bij mij de vraag op of Marokko zomaar een beschaving is. Was en is het niet eigenlijk een bakermat?

Welk land ligt met z’n havens nou op zo’n gunstig punt tussen oceanen?

Anno 2026 wordt de ligging van Marokko vaak als perifeer beschouwd. Maar welbeschouwd heeft het twee goudkusten. Welk land ligt met z’n havens nou op zo’n gunstig punt tussen oceanen? De Middellandse Zee scharniert naar Europa, de Atlantische Oceaan naar Noord- en Zuid-Amerika én Afrika. Wist je trouwens dat Marokko net zo westelijk ligt als Ierland? Marokko is onderdeel van de Arabische wereld zonder echt in Arabië te liggen. Dat was lange tijd wellicht een nadeel, maar na een eeuw van oorlogen in het Midden-Oosten wil iedereen een Arabische wereld zonder brandhaarden. Welkom in West-Arabië, waar Europa veel dichterbij ligt dan Dubai. Een slimme Saoediër investeert zijn miljarden straks in dit veilige stuk heilige grond. Je krijgt er twee voor de prijs van één: Afrika én Europa, de Arabische én westerse wereld. Ik snap opeens waarom Marokko per se het WK 2030 wil organiseren. Elke eyeopener vereist een dwingend momentum.

Het enige dat nog ontbreekt, is een vaste verbinding tussen Europa en Afrika. Daar wordt aan gewerkt, begrijp ik. Die tunnel van Spanje naar Marokko is zijn miljarden waard. Dan vindt de Arabische renaissance weldra plaats in Marokko.

Hoe China twijfel zaait over het lot van de Oeigoeren

0

Een burgemeester van een stad in Californië is ontslagen omdat ze voor de Chinese overheid werkte. Ze verspreidde onder meer propaganda waarin de genocide op de Oeigoeren wordt ontkend, schrijft Asiye Uyghur.

De bekentenis en het ontslag van Eileen Wang, burgemeester van de stad Arcadia in Californië, wegens het optreden als vermeend agent van de Chinese overheid, lijkt op het eerste gezicht een gewone strafzaak in de Verenigde Staten. Maar achter deze zaak schuilt een bredere werkelijkheid: de manier waarop de Chinese Communistische Partij (CCP) invloed probeert uit te oefenen op lokale politiek, diaspora-media en de publieke opinie in westerse democratieën — en de rol die de kwestie van de Oeigoeren daarin speelt.

Opvallend is dat Amerikaanse aanklagers zeggen dat Wang en haar netwerk, in opdracht van Chinese functionarissen, berichten verspreidden waarin werd ontkend dat er sprake is van genocide en dwangarbeid in de Oeigoerse regio. Daarmee gaat het niet alleen om propaganda, maar ook om het actief sturen van het internationale debat over de Oeigoeren.

De situatie van de Oeigoeren is uitgegroeid tot een van de gevoeligste internationale dossiers voor Beijing. VN-documenten, satellietbeelden, gelekte politiedossiers, getuigenissen en journalistiek onderzoek schetsen al jaren een beeld van grootschalige repressie in de regio: van detentie en familiescheiding tot religieuze onderdrukking en massasurveillance. Juist daarom probeert Beijing niet alleen de regio zelf te controleren, maar ook het wereldwijde verhaal over de Oeigoeren te beïnvloeden.

Voor China staat er veel op het spel: economische belangen en geopolitieke invloed

Waarom investeert China zoveel energie in het ontkennen van beschuldigingen van genocide en dwangarbeid? Dat heeft te maken met de politiek van ontkenning. Grote vormen van politieke onderdrukking gaan vaak samen met pogingen om kritiek ongeloofwaardig te maken of af te doen als propaganda.

Voor China staat er veel op het spel: internationale reputatie, economische belangen en geopolitieke invloed. Daarom presenteert Beijing kritiek geregeld als ‘anti-Chinese propaganda’, terwijl de repressie wordt omschreven als ‘antiterrorisme’ of ‘deradicalisering’.

Kwetsbare democratieën

De zaak-Wang laat zien dat zulke beïnvloedingscampagnes zich mogelijk uitstrekken tot lokale politiek en gemeenschapsmedia in westerse landen. Dat maakt democratieën kwetsbaar. Open samenlevingen bieden ruimte voor vrije meningsuiting en politieke organisatie, maar juist die openheid kan ook worden gebruikt om invloed uit te oefenen op het publieke debat.

Het doel is niet alleen kritiek bestrijden, maar ook twijfel zaaien

Volgens veel onderzoekers doet China dat via diaspora-netwerken, sociale media, pro-Beijing media en organisaties met banden met het zogeheten Verenigd Front. Het doel is niet alleen kritiek bestrijden, maar ook twijfel zaaien. Dat is vooral zichtbaar in het debat over de Oeigoeren. Daarin keren steeds dezelfde boodschappen terug: ‘Het Westen liegt over China’, ‘de kampen zijn opleidingscentra’ of ‘alle kritiek is geopolitiek gemotiveerd’.

Het doel van zulke boodschappen is niet altijd om iedereen te overtuigen. Vaak is twijfel zaaien al voldoende. Want zodra feiten worden gezien als slechts ‘een mening’, verzwakt de internationale druk automatisch.

Voor Oeigoeren is dat extra problematisch. Zij beschikken niet over een eigen staat, groot mediaplatform of geopolitieke macht. Vaak zijn zij afhankelijk van getuigenissen, kleine organisaties en internationale media om hun verhaal hoorbaar te maken.

De zaak-Wang laat zien dat westerse landen Chinese beïnvloeding serieuzer beginnen te nemen. Tegelijk blijft veel van die invloed moeilijk zichtbaar, juist omdat zij vaak wordt verpakt als culturele samenwerking, economische samenwerking of belangenbehartiging van de Chinese gemeenschap.

Campagne tegen toenemend geweld van extreemrechts

0

De Goede Zaak heeft een nieuwe actie bedacht: ‘Sponsor een extreemrechtse demonstrant.’ Op deze manier verzet de linkse actiegroep zich tegen extreemrechts geweld tegen asielzoekerscentra. 

‘We moeten het bestaan van ons volk en een toekomst voor witte kinderen veiligstellen’, staat in een geheime Telegram-chatgroep van Defend Netherlands. Deze beruchte ‘14 woorden’ krijgen elf likes in de vorm van een bliksemstraal, die onder neonazi’s populair is. Dat meldt het onderzoeksplatform Pointer van KRO-NCRV.

Vanuit soortgelijke groepen waait deze dagen een extreemrechtse terreurgolf richting azc’s in Nederland over. Gisteren is brand gesticht in de beoogde noodopvanglocatie voor vluchtelingen in Loosduinen en ook op verschillende andere plekken is er geweld gebruikt. Om verdere ondermijning te voorkomen, is een campagne gestart met de enigszins verwarrende naam: ‘Sponsor een extreemrechtse demonstrant voor een hoopvol tegengeluid!’

‘Vol afschuw zien we komend weekend weer extreemrechtse acties in verschillende steden op de agenda: donderdag een mars van Defend Loosdrecht en zaterdag het Nationaal Protest in Haarlem en Nijmegen. Afgelopen weken hebben we gezien wat dit betekent: ingegooide ruiten, bedreigingen en explosies’, staat op de website van DeGoedeZaak.

Met de campagne willen de organisatoren zich verweren tegen het politieke geweld van extreemrechts, dat op deze manier zijn ‘haatagenda’ probeert door te drukken.

Terwijl het groeiende gevaar van extreemrechts lange tijd in de politiek is gebagatelliseerd als onvrede van ‘bezorgde burgers’, lijkt nu ook in Den Haag het besef door te dringen dat er veel meer aan de hand is: extreemrechtse agitatie door witte supremacisten. De AIVD gaat hier onderzoek naar doen. Dat meldde asielminister Bart van den Brink gisteren tijdens een debat in de Tweede Kamer.

Volgens Van den Brink wordt gekeken ‘welke patronen er zijn en wat daarachter zit’. Of daarbij ook onderzoek wordt gedaan naar buitenlandse bemoeienis, kon hij niet zeggen.

Thomas Erdbrink reageert op kritiek: ik vertel een evenwichtig verhaal over Rusland

0

Journalist Thomas Erdbrink heeft gisteren tijdens de Persvrijheidslezing in Den Haag gereageerd op de kritiek op zijn omstreden documentaireserie Onze man bij de vijand, zo bericht NOS.

Erdbrink reisde een jaar lang door Rusland en sprak met inwoners over de oorlog en het dagelijks leven onder president Vladimir Poetin. De serie leidde tot stevige discussies binnen de journalistiek.

Een groep journalisten en deskundigen vindt dat de serie te weinig tegenstemmen bevat en te veel ruimte laat aan uitspraken die aansluiten bij het narratief van het Kremlin. In een open brief aan de organisatie van de Persvrijheidslezing vroegen zij om een extra spreker, om meer balans te bieden. De Nederlandse Vereniging van Journalisten besloot dat verzoek echter niet te honoreren.

Critici wijzen onder meer op passages waarin feitelijke onjuistheden niet worden gecorrigeerd, zoals beweringen over de aanval op het theater in Marioepol en het aantal slachtoffers in de Tweede Wereldoorlog. Volgens hen had de maker deze punten moeten duiden om misverstanden te voorkomen.

Erdbrink stelt op zijn beurt dat de serie als geheel duidelijk maakt hoe de oorlog wordt gevoerd en hoe Russen zich tot het conflict verhouden. Hij erkent dat er fouten zijn gemaakt, maar benadrukt dat volgens hem zichtbaar is dat zowel steun voor Poetin als afkeer van de oorlog voorkomt onder de mensen die hij sprak. Erdbrink benadrukt dat hij een gebalanceerd verhaal heeft gebracht.

De journalist reageerde echter niet op de kritiek dat hij ook illegaal in de door Rusland bezette delen van Oekraïne is geweest.

Telegraaf publiceerde zeventig brieven van niet-bestaande auteur

0

De Telegraaf heeft de afgelopen maanden meerdere keren berichten met twijfelachtige inhoud gepubliceerd. Het nieuwste dieptepunt is K. Laheye, een briefschrijver die niet bestaat.

Het is dus niet de eerste keer. In maart publiceerde de krant een AI‑gegenereerde foto en een bericht over niet‑bestaande evacuatievluchten uit Dubai. In april gebruikte columnist Wierd Duk een door AI geschreven lezersreactie, als illustratie van de vermeende stemming in het land. Nu blijkt dat de redactie jarenlang brieven heeft geplaatst van een schrijver die onder een verzonnen naam opereert.

De betreffende briefschrijver gebruikt het pseudoniem K. Laheye. Vorige week viel een ingezonden brief van zijn hand op, waarin hij begrip uitte voor de aanslag op het D66‑partijkantoor. De Telegraaf gaf de brief een prominente plek op de website. Dat leidde tot vragen, onder meer van Volkskrant‑columnist Sander Schimmelpenninck. Hij wees erop dat de naam ‘K. Laheye’ in Nederland niet voorkomt en dat de krant sinds 2020 meer dan zeventig brieven van deze inzender heeft geplaatst, vaak over onderwerpen die aansluiten bij de redactionele lijn van De Telegraaf.

Hoofdredacteur Kamran Ullah bevestigt tegenover de Volkskrant dat de identiteit van de schrijver onduidelijk is. Dat de brieven onder een pseudoniem werden ingestuurd, vormde voor de redactie geen bezwaar. ‘Omdat hij nu zo onder een vergrootglas ligt, hebben we contact met hem gezocht vandaag, maar nog geen antwoord gekregen. Als ik de naam uit zijn e-mailadres google, dan zie ik dat hij een bestaande man is’, zegt Ullah tegen de Volkskrant.

Maar Ullah weigert het boetekleed aan te trekken. In plaats daarvan stelt hij dat de kritiek van Schimmelpenninck de discussie onnodig heeft aangejaagd.

CIDI geeft stemadvies om op Israël te stemmen tijdens Songfestival

0

De pro-Israëlische lobbygroep CIDI roept op om op Israël te stemmen tijdens het Eurovisie Songfestival. ‘Help Israël zich te kwalificeren voor de grote finale van het Songfestival’, schrijft de organisatie op X.

Het Centrum Informatie en Documentatie Israël is tegenwoordig omstreden. De organisatie blijft immers de staat Israël verdedigen in deze tijden, ondanks de genocide in Gaza, het kolonistengeweld op de Westelijke Jordaanoever, de oorlog in Libanon en de racistische doodstrafwetten.

Maar met dit stemadvies lijkt er voor Europa toch een grens overschreden. Zo kreeg Israël een waarschuwing van de organisatoren van het Eurovisie Songfestival voor het ronselen van stemmen. Zal het CIDI van Nederland een tik op de vingers krijgen?

Geen vuurwerkbom maar een debat

0

Het lijkt alsof er een langspeelplaat in mijn hoofd op volle toeren zijn deuntjes draait. De onderwerpen waar ik me druk over maak, waar ik me voor inzet, zoals armoedebestrijding en het ontoereikende beleid voor werkende mensen met geldstress, of de positie van Nederlanders met een migratieachtergrond, gelijke rechten voor iedereen en, nog persoonlijker, de zoektocht naar mijn dubbelbloed.

Het komt allemaal in een voortdurende loop voorbij wanneer ik naar het nieuws kijk en zie wat er in de wereld gebeurt. Wat politici zeggen, of juist niet. Wat er door de mainstreammedia wordt verteld, welk perspectief de ruimte krijgt, en dus ook welke stem we niet horen.

Soms maakt het me moedeloos. Want waar blijft de verandering, waar blijft het verzet van ons mensen tegen het systeem?

Vorige week is er een vuurwerkbom ontploft bij het landelijk bureau van D66. Nu ben ik politiek actief voor deze partij. Ik zeg het nooit erg uitdrukkelijk omdat ik niet wil dat men mij, of mijn woorden, met hun mogelijke vooroordelen over D66 gaan kleuren.

Dit realiseerde ik me deze week. Dat ik het misschien wel uit angst niet zo expliciet zeg. En dat klopt niet met wie ik wil zijn.

Wat ik wil, is dat meer mensen van kleur, meer vrouwen en meer vrouwen van kleur politiek actief worden. Alleenstaande moeders. Mensen die praktisch geschoold zijn. Ongeacht welke politieke partij zij kiezen.

Wat ik wil, is dat zij naar mij kijken en denken: als zij het kan, kan ik het ook. En dat ze lid worden van een politieke partij, bestuursfuncties gaan vervullen binnen die partij, workshops en talentklassen gaan volgen, zich kandidaat stellen voor de gemeenteraad, voor de Provinciale Staten, voor de Eerste Kamer, voor de Tweede Kamer. Dat zij solliciteren op de functie van wethouder of burgemeester.

En dan werkt een aanslag op het bureau van D66 niet mee, om het even zacht uit te drukken. Maar hoe er vervolgens wordt gereageerd door de media en politici ook niet. Dat het natuurlijk wordt afgekeurd, maar ja, Jetten heeft het er wel naar gemaakt met beleid a, b of c. Vul naar eigen keuze het onderwerp in.

Op het wereldtoneel zie ik dat er steeds minder waarde wordt gehecht aan de wereldorde zoals we die kenden. Met een VN-verdrag, met afspraken over de wereldhandel, afspraken over vrede. We staan erbij en kijken ernaar.

Wij als wereld laten een Trump onderscheid maken tussen Amerikaanse burgers op kleur, op gender en op seksuele voorkeur. Het wissen van de verhalen van zwarte militairen, wetenschappers, mensen.

We accepteren dat hij een democratisch gekozen president ontvoert en deze gevangen zet als een crimineel. Zonder overleg. Zonder het juridische recht om dit te doen. De democratie die Amerika ooit was, zien wij met de dag afbrokkelen.

En dat zie ik ook hier in ons land.

‘Zij vinden dat bepaalde politici moeten uitvoeren wat zij willen’

Steeds meer mensen vinden dat zij meer recht op Nederland hebben dan andere Nederlanders. Dat bepaalde groepen in de samenleving zich moeten aanpassen aan hún normen en waarden. Niet zelden hebben die groepen Nederlanders een kleurtje of een bepaalde religie waarbij vrouwen kunnen kiezen voor het dragen van een hoofddoek. Zij vinden dat bepaalde politici moeten uitvoeren wat zij willen en niet wat is vastgesteld als uit te voeren beleid, vastgelegd in onze wetten.

En dan zie je ook nog eens dat de politie, de media en de politiek anders handelen en reageren op bijvoorbeeld protesterende boeren dan op Black Lives Matter-activisten of mensen die protesteren tegen de genocide in Israël versus pro-Israëlgroepen.

Vorige week mocht ik een bijeenkomst bijwonen waar Jerry Afriyie sprak. Hij gebruikte de term ‘onvoorwaardelijk Nederlanderschap’.

Voor mij persoonlijk valt veel van wat ik belangrijk vind onder deze noemer.

Ik mag lid zijn van D66. Ik mag tegen Zwarte Piet zijn. Ik mag tegen de genocide in Gaza zijn. Ik mag voor de Spreidingswet zijn. Ik mag voor een nationale vrije dag op 1 juli zijn.

Ik mag alles zijn wie ik wil zijn, alles denken wat ik wil denken en doen wat ik wil doen, binnen de kaders van de wet. Mijn vrijheid eindigt waar die van de ander begint. En al deze standpunten, visies, leefwijzen of filosofieën veranderen niets aan mijn Nederlanderschap. Ik ben Nederlander. Ook als ik onverhoopt een misstap bega en in de gevangenis terechtkom. Ook als ik, zeer onwaarschijnlijk, een gouden medaille behaal voor kunstschaatsen. En wat mij betreft geldt dit voor alle Nederlanders. Met kleur, met hoofddoek, met keppeltje, met een regenboog.

Een democratie is niet een land waar de meeste stemmen tellen of waar de schreeuwers gelijk krijgen. Een democratie is een systeem waarin ruimte wordt gemaakt voor de minderheid. Maar nimmer is er plek voor uitsluiting, voor discriminatie, voor racisme, voor terreur.

Geen vuurwerkbom maar een debat. En ik hoop op medemenselijkheid terwijl ik ondertussen luister naar de plaat in mijn hoofd.

Songfestival in Nederland uitgezonden op Nederlandse televisie, ondanks boycot

0

Het Eurovisie Songfestival is toch te zien op de Nederlandse televisie, aldus Nu.nl. De Nederlandse boycot van het event gaat minder ver dan de Spaanse en Sloveense boycot. 

Nederland besloot afgelopen december af te zien van deelname aan het Songfestival, net als Ierland, Spanje, Slovenië en IJsland. De reden voor de boycot was de deelname van Israël, vanwege de genocide in Gaza. Recent is er bovendien ophef ontstaan over het feit dat Israël actief probeerde om op illegale wijze extra stemmen te winnen.

Sinds 2010 wordt het Eurovisie Songfestival uitgezonden door AVROTROS. Maar de omroep heeft laten weten dat er nu een grens is bereikt, vanwege Israël. Daarom heeft de omroep besloten dat Nederland niet meedoet. Ook zendt de AVROTROS het festival niet uit op televisie.

Maar in plaats van AVROTROS verzorgen de NOS en NTR nu de uitzendingen. Er is dinsdagavond een voorbeschouwing te zien op NPO1, waarna de eerste halve finale wordt uitgezonden. Commentatoren Henry Schut en Jeroen Kijk in de Vegte zullen vanuit Wenen verslag doen van het Songfestival.

In Ierland en Spanje daarentegen zenden omroepen het evenement helemaal niet uit. Slovenië gaat nog een stap verder. In plaats van het songfestival worden er tijdens de halve finales en de finale documentaires en films over en uit Gaza uitgezonden.

Volgens Nu.nl is het besluit van de NOS en NPO om het evenement toch uitgebreid uit te zenden niet goed gevallen bij de AVROTROS. Maar een woordvoerder van de omroep wil dat niet bevestigen tegen de nieuwssite.

De NPO benadrukt dat het evenement er wel anders uitziet dan in andere jaren. De NOS en NTR zullen tijdens de uitzendingen vragen beantwoorden over de deelname van Israël en de rol van politiek. Een dergelijke duidende rol is volgens de NPO de taak van de publieke omroep.