De Amerikaanse president Donald Trump suggereert dat de Verenigde Staten niet langer het Verenigd Koninkrijk steunen wat betreft de status van de Falkland-eilanden. Het Witte Huis lijkt de aanspraken van Argentinië op de eilandengroep te steunen, zo schrijft de Britse krant The Guardian.
Er zal weinig van de ‘speciale relatie’ tussen de twee Angelsaksische landen overblijven als Trump daadwerkelijk overgaat tot een ‘America First’-beleid aangaande de Falklandeilanden. Hij is er zelf in ieder geval dubbelzinnig over.
‘Ik herbeoordeel altijd elke positie – dat is slechts één van de vele,’ zo vertelde hij aan verslaggevers in het Witte Huis. Trump reageerde op een vraag van een journalist of hij de positie van de Verenigde Staten inzake de Falklandeilanden heroverwoog. De status van deze archipel wordt al lange tijd betwist door Argentinië.
De Falklandeilanden, door Argentinië geclaimd als Las Islas Malvinas, zijn sinds 1833 onder Brits bestuur. De soevereiniteit over de eilanden leidde in 1982 tot een korte maar hevige oorlog tussen het Verenigd Koninkrijk en Argentinië, die eindigde in een Britse overwinning. Sindsdien blijft de status van de archipel een gevoelig punt in de diplomatieke betrekkingen tussen beide landen.
Islamitische scholen worden nogal eens gezien als een manier om je terug te trekken uit de samenleving. Maar volgens schrijver en leerkracht Dirk Wanrooij helpen ze juist bij het ontwikkelen van een Nederlandse islamitische identiteit.
Wanrooij (43) groeide de eerste tien jaar van zijn leven op in Jemen en Pakistan, waar hij als kind al kennismaakte met de islam. Na zijn studies geschiedenis en Arabische taal en cultuur werkte hij bijna tien jaar als journalist in Egypte. Daar verdiepte hij zich verder in de islam en de politieke en maatschappelijke rol van religie in de Arabische wereld. Tijdens de Arabische Lente keerde Wanrooij terug naar Nederland. Hij besloot zijn carrière om te gooien en meldde zich aan als zij-instromer in het islamitische basisonderwijs. Deze maand verschijnt zijn boek ‘De islam hoort wél bij Nederland.’
De gemiddelde witte Nederlander zal zich misschien afvragen waarom je op een islamitische basisschool bent gaan werken. Wat trok je daarin aan?
‘Dat vind ik een gekke gedachte. Een meerderheid van ons onderwijs is bijzonder onderwijs, vooral christelijk. Dan is het heel gek als we islamitisch onderwijs als iets anders zien. Er zijn bijvoorbeeld maar weinig niet-moslims die solliciteren bij islamitische scholen. Kennelijk is er een barrière om daar aan de slag te gaan. Maar we werken allemaal met dezelfde landelijke richtlijnen van het basisonderwijs.’
Je schrijft in je nieuwe boek dat je de verbinding wilde zoeken ‘als hoogopgeleide witte man met uitgesproken ideeën over diversiteit en de noodzaak van inclusieve instituties’. Welke rol zag je daarin voor jezelf?
‘Terwijl inclusiviteit in eerste instantie betekende dat je binnen een door wit gedomineerde omgeving kleur verwelkomt, heb ik inmiddels ingezien dat inclusiviteit ook betekent dat je instituties omarmt die niet wit gedomineerd zijn en bereid moet zijn om daar een minderheid te zijn. Dit wilde ik vanzelfsprekend maken.’
Was dat jouw rol, om de minderheid te zijn?
‘Nee, mijn rol was om leerkracht te zijn, al zette de dynamiek op school me wel aan het denken. Ik moest zelf ook een proces doormaken en kwam in eerste instantie binnen met opgetrokken wenkbrauwen.’
‘Ik heb veel geleerd over hoe het voor de islamitische minderheid is om in Nederland te leven’
Je was aanvankelijk terughoudend om op een islamitische basisschool aan de slag te gaan, zo schrijf je, omdat je elke vorm van religieus geïnspireerd onderwijs als een ‘anachronisme’ beschouwde, ‘in essentie polariserend en daarom waarschijnlijk ongewenst in de huidige tijd.’
Wat heeft jouw mening doen veranderen?
‘Ik dacht aanvankelijk dat we openbaar onderwijs nodig hadden waar iedereen bij elkaar zat. Ik kwam dus binnen met enige scepsis. Inmiddels heb ik de positieve aspecten ingezien. Ik heb veel geleerd over hoe het voor de islamitische minderheid is om in Nederland te leven en heb dit vergeleken met mijn ervaring. Die is wezenlijk anders dan die van hen. En van daaruit ben ik gaan inzien dat het voor hen belangrijk is om veilige plekken te hebben waar je niet als moslim wordt beoordeeld. Een plek waar wordt gewerkt aan een Nederlandse islamitische identiteit. Mijn boek is een verslag van die omslag.’
In hoeverre heeft het feit dat jij als niet-moslim daar tot de minderheid behoorde het je moeilijker gemaakt om tot de leerlingen door te dringen?
‘Ik ben uiteindelijk gewoon leerkracht. Als leerkracht heb ik geleerd dat het niet uitmaakt welk geloof de kinderen tegenover je hebben. Uiteindelijk gaat het om de vaardigheden om met een groep om te gaan en dat je hen als individu, maar ook als groep weet te raken. In die zin heeft dat het voor mij niet moeilijker gemaakt.’
Maar hoe was dat toen leerlingen koste wat kost wilden bidden, terwijl jij vanwege de tijd had besloten dat het gebed niet door kon gaan? Maakte het feit dat jij geen moslim was het niet moeilijker om tegen hun wens in te gaan?
‘Als leerkracht zijn er wel vaker momenten dat je botst met de groep. Dat hoort erbij. Je leert daarmee omgaan. Op een openbare school komt dat ook voor. Ik was op dat moment wel wat onzeker, omdat ik niet wist waar de grenzen lagen van wat kan of mag. Maar uiteindelijk is dat aan de leerkracht en speelt het religieuze aspect geen rol.’
De titel van je boek lijkt een reactie op het idee dat de islam niet bij Nederland zou horen. Klopt dat? Welk tegengeluid wil je met je boek laten horen?
‘Het is een reactie op een geluid dat veel te dominant is geweest de afgelopen vijfentwintig jaar, zoals dat van Wilders en de zijnen. Maar het is ook een stelling, eentje die heel logisch is voor mij. Natuurlijk hoort de islam bij Nederland, want er zijn een miljoen moslims in Nederland, vaak al generaties lang. En iedereen hoort erbij. Voor mij is dat heel voor de hand liggend. Blijkbaar is dit controversieel.
Ik zag een verschil tussen mijn ervaringen op school, in de omgang met kinderen, ouders en collega’s, en de manier waarop erover gesproken werd buiten de school. Toen ik vertelde waar ik werkte, werd bijvoorbeeld gevraagd of er ook Nederlands werd gesproken op de school. Maar dat is irrelevant, want natuurlijk wordt er Nederlands gesproken op een Nederlandse school. Uit dit soort vragen bleek dat men er heel weinig van wist. Het viel me ook op dat men het idee had dat islamitisch onderwijs niet bij Nederland past, of dat er een dreiging vanuit zou gaan. Dat beeld wilde ik bijstellen.’
Je schrijft dat je veel hebt geleerd over Nederlanders met een migratieachtergrond. Wat heb je tijdens je docentschap over de islam geleerd en wat zou je willen meegeven aan mensen die vinden dat de islam niet in Nederland thuishoort?
‘Dat ‘de islam’ eigenlijk niet bestaat, dat het heel divers is. Ik heb vooral van mensen geleerd, van collega’s. Dat zij moslim waren, dat was niet relevant. Maar ik heb wel goede dingen gezien van de islam, en dat zit met name in het gemeenschapsgevoel, de verbroedering en het vertrouwen in elkaar. Al zou ik dat niet direct als iets van de islam kunnen bestempelen. Ik heb wel gezien dat de islam veel handvatten biedt in het onderwijs. Onze school legde de focus op akhlaaq, of morele deugden. Dat was voor veel ouders een reden om te kiezen voor een islamitische basisschool, om slechte invloeden van buitenaf te weren. En net zo goed als allerlei [universele] methoden om gemeenschapsvorming of omgangsvormen in de klas te doceren, hebben islamitische leerkrachten een rijk naslagwerk dat zij kunnen inzetten. Daarmee brengen zij de leerlingen bij hoe zij zich dienen te gedragen binnen een gemeenschap. Aangezien de kinderen die verhalen al kennen, komt het écht binnen bij de leerlingen.’
Het aantal islamitische basisscholen groeide van twee eind jaren tachtig naar tweeëndertig in 2002 en tweeëntachtig in 2025. Je schrijft dat gemengde scholen daardoor op den duur witter worden. Is dat een teken dat de islamitische gemeenschap zich steeds meer terugtrekt, mede onder invloed van (extreem)rechts?
‘‘Terugtrekken’ vind ik een negatieve term, maar ik begrijp goed dat men een veilige omgeving zoekt voor kinderen, waar ze er niet op worden aangekeken dat ze moslim zijn. Ik vind het ook belangrijk dat deze omgeving geschapen wordt waarin wordt gewerkt aan een Nederlandse islamitische identiteit. Met het politieke klimaat in het achterhoofd zie ik daar een groeiend zelfvertrouwen in.’
‘Ik begrijp goed dat men een veilige omgeving zoekt’
Toch zouden mensen op rechts wellicht zeggen dat dit een teken is dat de integratie inderdaad mislukt is, omdat moslims zo hun eigen weg gaan.
‘Maar het merendeel van de scholen is toch christelijk? In onze geschiedenis heeft de verzuiling geleid tot emancipatie van verschillende groepen. Dus dan is het niet zo gek dat dit ook bij moslims gebeurt en dat de identiteit in een eigen tempo wordt gevormd. Ik vind het een loos argument om te zeggen dat dit een bewijs is dat de integratie mislukt is. Integendeel, want er wordt gebruikgemaakt van iets wat ontzettend Nederlands is, namelijk onderwijsvrijheid. Dat inzetten in een proces van emancipatie is iets echt Nederlands. Bovendien gebruiken ze methoden die alle andere kinderen op school krijgen.’
Wat zegt de institutionele discriminatie van islamitische personen en organisaties waarover je schrijft over de manier waarop in Nederland naar moslims wordt gekeken?
‘Tijdens mijn periode op de islamitische school heb ik gezien dat de mate van institutionele discriminatie de islamitische gemeenschap parten speelt. Hoewel er niet meteen over geklaagd wordt, is het wel continu aanwezig. Maar het verbaasde me dat toen Wilders de verkiezingen won, mensen niet verdrietig reageerden, maar gelaten. ‘Dit is het Nederland dat we al jaren kennen,’ hoorde ik ze dan zeggen. Die onderstroom werd door hen altijd al gevoeld, iets waar wij, witte Nederlanders, ons niet zo van bewust zijn.’
Wat wil je meegeven aan witte Nederlanders die negatief denken over de islam en moslims?
‘Wees niet bang. Ik vind dat we moeten stoppen met doen alsof het ons vreemd is, want dat is het niet. We moeten er maar aan wennen, dus vind maar een manier om ermee om te gaan. Een mooi voorbeeld vond ik toen mijn leerlingen, toen acht of negen jaar oud, midden in het centrum van Amsterdam hun ruimte opeisten door als klas spontaan een demonstratie te beginnen. De genocide in Gaza was in volle gang en we gingen met het openbaar vervoer op excursie naar het chique Leidseplein, een plek die geografisch dichtbij, maar gevoelsmatig erg ver weg is voor die leerlingen. Na een wat timide begin begon de klas toen ‘Free Palestine’ te roepen.
Dat was voor mij wel een bijzonder moment. Aanvankelijk had ik de neiging om hen te stoppen, om hen te beschermen tegen boze blikken van mensen op straat. Zij begonnen al te filmen met hun telefoons. Maar vervolgens drong het tot me door dat dit een belangrijk moment was voor die leerlingen en besefte ik dat ik het engagement van mijn leerlingen diende te omarmen in plaats van het weg te zetten als niet oprecht of als iets anders dan engagement. Dat liet mij ook zien dat zij de ruimte wilden opeisen en van zich wilden laten horen. Dat vond ik heel mooi. Hiermee zag ik dat mijn eigen ontwikkeling rond was.’
Dirk Wanrooij schreef eerder ‘Oproer’ (2015) en ‘Het Huis in de Wolken’ (2023). Op 4 september verschijnt ‘De islam hoort wél bij Nederland’ bij uitgeverij De Geus.
Terwijl CDA-leider Henri Bontenbal zich beroept op vertrouwde waarden en woorden van het CDA, streeft hij een beleid na waartegen zijn voorbeeld Ruud Lubbers zich fel verzette, schrijft EW Magazine.
Bontenbal werd benoemd tot leider van het CDA om het christendemocratische verhaal nieuw leven in te blazen.
Volgens EW veranderden de uitgangspunten van het CDA rond migratie na de opkomst van Pim Fortuyn. Gaandeweg stelde de partij de zegeningen van de multiculturele samenleving ter discussie en pleitte zij voor een strenger immigratiebeleid.
Met het verdwijnen van de traditionele christelijke achterban verloor de partij ook de taal waarmee zij haar migratiestandpunten jarenlang rechtvaardigde, schrijft EW. In plaats daarvan kwam de nadruk onder meer te liggen op de terugkeer van migranten en het beheersen van de instroom. Lubbers had daar kritiek op.
Bontenbal probeert de christendemocratische waarden weer te laten herleven in het migratiedebat, maar heeft volgens EW te maken met een andere politieke werkelijkheid. Hoewel hij de taal van Lubbers spreekt, hebben die woorden inmiddels een andere betekenis gekregen.
Zo zag het CDA in het Europese verkiezingsprogramma van 1994 de opvang van vluchtelingen als een gezamenlijke christendemocratische verantwoordelijkheid van de landen binnen de Europese Unie. Solidariteit betrof daarbij vooral de vluchtelingen zelf.
Dertig jaar later heeft de solidariteit waarvoor de partij pleit niet langer betrekking op de vluchtelingen, maar op de ongelijke verdeling van asielzoekers over Europa. Daarmee heeft de term volgens EW ‘een totaal andere politieke functie’ gekregen.
Hetzelfde geldt voor de Europese aanpak van asiel. Terwijl het CDA in 1994 de term ‘gespreide verantwoordelijkheid’ gebruikte om samenwerking bij de bescherming van vluchtelingen te bepleiten, dient zo’n gezamenlijke aanpak voor de partij nu niet langer primair dat doel. In plaats daarvan staan het inperken van migratie en het bewaken van de buitengrenzen voorop.
Door migratie als probleem te zien, neemt Bontenbal afstand van Lubbers, stelt EW.
De Verenigde Staten hebben vannacht voor het eerst in weken een aanval uitgevoerd op Iran, dit keer op het eiland Larak, in de Straat van Hormuz. Volgens een Amerikaanse functionaris zou het gaan om twee raketlanceerinstallaties die klaar zouden hebben gestaan om raketten met zeemijnen de waterweg in te sturen.
VolgensThe Middle East Eye zei de Amerikaanse president Trump vorige week nog dat alle mijnen in de Straat waren opgeruimd. Hij waarschuwde Iran dat elk schip dat mijnen zou leggen, zou worden vernietigd.
De Iraanse Revolutionaire Garde zei dat bij de aanval militairen en burgers werden gedood en gewond zijn geraakt. Het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken veroordeelde de Amerikaanse ‘agressie’ als schending van het Handvest van de Verenigde Naties en maakte de internationale gemeenschap duidelijk dat ‘de illegale agressie van de Verenigde staten en het zionistische regime’ [Israël, red.] de enige reden van de crisis is.
Vergeldingsacties
Iran kondigde al snel vergeldingsacties aan en enkele uren na de Amerikaanse aanval stuurde Iran raketten af op Amerikaanse militaire infrastructuur op twee vliegbases in Jordanië, Koning Husseinbasis en de al-Azraqbasis. De aanvallen werden onderschept en gewonden of doden bleven uit.
Maandagochtend meldde het Iraanse leger dat zij een drone-aanval had uitgevoerd op al-Minhad vliegbasis in het emiraat Dubai, al ontkenden de lokale autoriteiten dit.
Terwijl Iran de VS beschuldigde van ‘agressie’, beweerde de US Central Command, het Amerikaanse commandocentrum dat militaire operaties leidt in West-Azië (het Midden-Oosten) en Midden-Azië, in een post op X dat de VS enkel had aangevallen omdat Iran een ‘dreiging had gecreëerd,’ en om ‘civiele en commerciële scheepvaart en de vrije doorgang van goederen te beschermen.’
Het conflict tussen de VS en Iran raakte de afgelopen weken in een impasse. Trump dreigde Iran met ‘de meest vernietigende economische operatie tegen een land ooit’, wat zou inhouden dat landen die met Iran samenwerken, financieel zouden worden gestraft.
Trump post AI-video
Afgelopen nacht postte Trump op ‘Truth Social’ een AI-video waarop te zien was dat het Iraanse eiland Kharg werd aangevallen. Het eiland, dat de belangrijkste raffinaderij van het land huisvest, zou volgens Trump ‘aan diggelen’ zijn geschoten. Het Amerikaanse leger heeft een dergelijke aanval niet bevestigd.
De VS en Iran claimen inmiddels beide de controle over de Straat van Hormuz, waar, voordat de VS en Israël Iran aanvielen, zo’n twintig procent van ’s werelds vraag naar olie doorheen ging. Eerder hadden beiden landen aangekondigd dat de Straat weer zou worden geopend, maar het bleef onduidelijk wie precies de controle zou krijgen over de waterweg.
Volgens Al Jazeera Arabic zijn beide landen nu een nieuwe fase in de machtsstrijd in gegaan. Washington probeert de blokkade van de Straat aan te scherpen en blijft de economische druk blijft opvoeren, gesteund met gerichte aanvallen. Iran wijst een bestand af, terwijl het signalen afgeeft dat het niet alleen gevolgen heeft voor de Straat van Hormuz, maar ook voor de Amerikaanse aanwezigheid en die van haar bondgenoten in de regio.
Volgens een Iraanse oud-diplomaat die Al Jazeera sprak is de Amerikaanse positie ‘strategisch incoherent’, omdat het verschuift tussen verschillende opties, waaronder het opleggen van sancties, het uitvoeren van zeeslagen en militaire parades op zee en de druk opvoeren via de media en diplomatie. Hierdoor ontbreekt het volgens hem aan een strategische visie die een einde moet maken aan de crisis, en de afschrikkingscapaciteiten in te dammen.
Bezorgdheid binnen Amerikaanse krijgsmacht
Tegelijkertijd groeit binnen de Amerikaanse krijgsmacht de bezorgdheid over het voortduren van de oorlog. Verschillende hoge militaire leiders hebben minister van Defensie Pete Hegseth gewaarschuwd dat de grootschalige inzet tegen Iran op den duur niet vol te houden is. Dat meldtThe Washington Postop basis van een geheime beoordeling die voor Hegseth is opgesteld.
Voor de oorlog met Iran houdt het Amerikaanse Central Command al maanden meer dan 50.000 militairen paraat in het Midden-Oosten. Sommige van deze militairen moeten tot september blijven, andere eenheden mogelijk tot in 2027. De langdurige inzet in het Midden-Oosten gaat volgens de militaire leiders ten koste van de Amerikaanse slagkracht in Europa, Azië en Latijns-Amerika.
Iraanse minister noemt Israëlische premier Netanyahu een ‘slang’
Ook tussen Iran en Israël lopen de spanningen verder op. De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi beschuldigde de Israëlische premier Benjamin Netanyahu er vandaag van Washington te hebben misleid om oorlog te voeren met Iran. Hij noemde Netanyahu een ‘slang’, meldt de Franse nieuwsdienst AFP. Vorige week had Netanyahu een akkoord tussen Iran en de VS nog afgewezen en de Iraanse leiders ‘barbaren’ genoemd.
Burgemeester Femke Halsema van Amsterdam waarschuwde zondag in Buitenhof voor de groeiende problemen met dakloosheid, drugsgebruik en mensen met verward gedrag in de grote steden. Volgens haar staat hierdoor de leefbaarheid steeds verder onder druk.
In de regio Amsterdam zijn bij de gemeente 3644 dakloze mensen in beeld die overlast veroorzaken. Naar schatting zijn in de regio in totaal 15.000 mensen dak- of thuisloos. De gemeente gaat ervan uit dat het werkelijke aantal nog hoger ligt.
‘Het neemt nu zulke vormen aan dat het de kwaliteit van leven in de stad onder druk zet’, zegt Halsema in een interview in Het Parooldat eveneens gisteren verscheen. Volgens haar is de regering medeverantwoordelijk. ‘Mensen vallen tussen wal en schip en die komen bij ons in de daklozenopvang terecht. Dit is landelijk beleid en de problemen kunnen wij als stad helaas maar heel beperkt oplossen.’
De problemen beperken zich niet tot Amsterdam. Steeds meer grote steden kampen met de gevolgen van dakloosheid, drugsgebruik en een tekort aan passende zorg. Ook de woningnood speelt daarbij een belangrijke rol.
Het aantal dakloze mensen in Nederland is de afgelopen twintig jaar aanzienlijk toegenomen. Het CBS telde begin 2024 ongeveer 33.000 dakloze mensen.
Een veerboot met 267 opvarenden is gisteren voor de kust van Noord-Cyprus gekapseisd. Zeker acht mensen zijn verdronken en 241 opvarenden zijn gered. Van 17 anderen ontbreekt nog elk spoor. De kapitein en de bemanningsleden zijn aangehouden, zo meldt de Turkse nieuwssite Serbestiyet.
De boot vertrok gistermiddag vanuit de Noord-Cypriotische haven Girne richting Turkije, maar kwam direct na vertrek in de problemen. Om vooralsnog onverklaarbare redenen liep het schip vol water. De kapitein schakelde daarop de Turkse kustwacht in voor hulp.
Sommige reizigers die met lokale media spraken, maken melding van een ‘knallend geluid’ voorafgaand aan het kapseizen, meldt Turkish Minute. Ook zouden er te weinig reddingsvesten aan boord zijn geweest. ‘Sommige mensen moesten springen zonder reddingsboeien of zwemvesten,’ vertelde een jonge man, Efe Multici, aan CNN Türk. ‘Het was letterlijk een strijd om te overleven.’
Op videobeelden is te zien dat de veerboot op 8 kilometer voor de kust kapseisde en langzaam zinkt.
Het eiland Cyprus is sinds 1974, na een Turkse militaire interventie, verdeeld. Het noordelijke deel wordt enkel door Turkije erkend als de Turkse Republiek Noord-Cyprus, terwijl het zuidelijke deel wordt bestuurd door de internationaal erkende Republiek Cyprus, die lid is van de Europese Unie.
Dit weekend werd aan het IJ in Amsterdam een bijzonder beeld onthuld. In het Wilhelmina Druckerpark, een weids grasveld achter het EYE Filmmuseum, staat sinds vrijdag een reusachtige halsbandparkiet. Deze knalgroene vogels zijn inmiddels een bekend fenomeen in de meeste Nederlandse steden. Ze zijn geliefd vanwege hun kleurenpracht, maar soms ook irritant omdat ze luidruchtig krijsen.
De halsbandparkiet komt van oorsprong uit Azië en Afrika. De Nederlandse stadsparkiet landde midden jaren zeventig in Amsterdam. De anekdote dat één persoon één kooi openzette en daarmee alle Nederlandse halsbandparkieten heeft veroorzaakt, wordt soms verteld, maar is waarschijnlijk te simpel. Ook dat de Surinaamse migratie ermee samenhangt, is waarschijnlijk een fabeltje. Surinamers houden traditioneel Zuid-Amerikaanse zangvogels. Bovendien vloog de eerste Nederlandse populatie al eind jaren zestig in Den Haag. Ze moeten uit volières zijn ontsnapt of vrijgelaten. Sindsdien verspreidde de exotische vogel zich geleidelijk over Nederlandse stadsparken. Halsbandparkieten kunnen goed tegen kou. In steden vinden ze precies wat ze nodig hebben: restvoedsel en een stedelijk klimaat dat gemiddeld wat warmer is dan het buitengebied. Bijvoeren door stedelingen heeft waarschijnlijk eveneens geholpen.
Waarom dan toch steeds weer roepen dat hij terug moet naar zijn eigen land?
Geheel onomstreden is de halsbandparkiet niet. Het is best een lawaaiige vogel en ook nog eens brutaal. Toch vindt kunstenaar Teun Castelein, maker van het Amsterdamse beeld, dat deze vogel een ode verdient. Hij werkte enkele jaren aan het zeven meter hoge beeld van kleurrijk keramiek. Volgens Castelein zien Nederlanders ‘invasieve’ soorten te lang als exoot. Hij wijst erop dat de parkiet al meer dan vijftig jaar in ons land is. Waarom dan toch steeds weer roepen dat hij terug moet naar zijn eigen land? Zo is het beeld een eerbetoon aan een vreemde vogel die gewoon besloot te blijven.
De locatie van het kunstwerk zet deze boodschap toevallig kracht bij. In vroeger eeuwen was dit park het galgenveld van Amsterdam. Er stonden raderen, schandpalen, spiesen, staken en galgenputten. Dit alles ‘ter grauwelijck exempel’ totdat de lijken waren ‘verteerd door de lucht en de vogelen des velds’. ‘Pronkstuk’ was de Leeuwenput, een stenen galgenput met drie zuilen met daarop gebeeldhouwde leeuwen. Van de veertiende tot en met de achttiende eeuw vergingen hier zo’n duizend ter dood gebrachten. Tentoongesteld worden op het galgenveld was een extra straf die vaak armen en buitenlanders ten deel viel. Zij hadden minder geld of familie die hun deze straf kon besparen.
Een eerder voorstel om een kunstwerk op te richten ter nagedachtenis aan de slachtoffers van het galgenveld haalde het niet. De parkiet biedt een vrolijk alternatief. Het is vooral een knipoog richting migratie die past in een traditie van geëngageerde kunstenaars. Denk aan het grote beeld van de jonge zwarte vrouw op het Stationsplein van Rotterdam. Die staat er in alledaagse kleding, met haar handen in haar zakken. Geen standbeeld voor een held, maar voor iemand die er gewoon is en daarmee waardigheid uitstraalt. Op het bekende standbeeld van filosoof Spinoza – zoon van Joodse migranten – voor het stadhuis van Amsterdam draagt de denker een mantel vol parkieten. Migranten blijven geen vreemdelingen, ze voegen kleur toe aan de stad.
Als je op Amsterdam CS bent, neem dan vooral de gratis pont naar EYE. Dit kunstwerk zal binnen enkele jaren het bekendste standbeeld van de hoofdstad zijn. Want het is zeer instagrammable. Die zeven meter hoge immigrant heeft z’n plek veroverd en is niet van plan op te vliegen.
De Amerikaanse immigratiedienst ICE koopt zesduizend paar handschoenen waarmee agenten elektrische schokken kunnen geven. Burgerrechtenorganisatie ACLU maakt zich zorgen over het gebruik ervan. Volgens de organisatie kunnen agenten hiermee ernstige pijn veroorzaken zonder dat dit voor omstanders goed zichtbaar is.
De schokken moeten het reactievermogen van een persoon tijdelijk verstoren. Het ministerie van Binnenlandse Veiligheid, waaronder ICE valt, stelt dat de handschoenen kunnen worden gebruikt voor ‘afleiding en de-escalatie’, schrijft de Belgische krant Het Laatste Nieuws.
ICE krijgt veel kritiek krijgt vanwege het harde optreden tegen migranten. De dienst speelt een belangrijke rol in het strengere immigratiebeleid van president Donald Trump.
Vorige maand werd in Houston een Mexicaanse migrant doodgeschoten tijdens een actie van ICE. Volgens The Guardian was hij de tiende migrant die in twee jaar tijd omkwam. Ook twee Amerikaanse burgers kwamen om bij het optreden van federale immigratiediensten. De regering-Trump legt de verantwoordelijkheid voor gewelddadige confrontaties rond het immigratiebeleid mede bij migranten en Amerikanen die zich tegen het optreden van de immigratiediensten verzetten.
De migratiecrisis in de Spaanse exclave Ceuta is nog niet voorbij. Inwoners hielden donderdag hulpgoederen van het Rode Kruis tegen en staken hutjes van migranten in brand, meldt de NOS.
Onder inwoners van Ceuta is de weerstand groot tegen de migranten en vluchtelingen die eind juli vanuit Marokko de Spaanse exclave bereikten. In totaal ging het om zo’n 70.000 mensen die Europa wilden bereiken. Velen keerden terug naar Marokko, maar duizenden verblijven nog in Ceuta. Ook organisaties die hen helpen, krijgen met weerstand te maken. ‘Het Rode Kruis is de maffia’, scandeerden inwoners volgens lokale media.
Bij de oversteek naar Ceuta verdronken zeker honderd migranten.
Extreemrechtse partijen zoals VOX in Spanje noemen het geweld tegen migranten ‘voorbeeldig’. De minister van Territoriaal Beleid noemde het gedrag juist ‘onverstandig, roekeloos en een leugen’. Hij riep op al het geweld af te wijzen, zowel tegen inwoners van Ceuta als tegen migranten, vrijwilligers van het Rode Kruis en journalisten.
De gebeurtenissen in Ceuta vinden plaats tegen de achtergrond van een steeds strenger Europees migratiebeleid. Sinds juni zijn de nieuwe regels van het Europese Migratie- en Asielpact van toepassing. Die moeten onder meer zorgen voor strengere controles aan de buitengrenzen en snellere asielprocedures. Mensenrechtenorganisaties hebben kritiek op het pact. Volgens hen bemoeilijkt het de toegang tot asiel en vergroot het de kans op mensenrechtenschendingen. Spanje voert binnen de EU een relatief migratievriendelijk beleid. De vraag is of de gebeurtenissen in Ceuta gevolgen hebben voor dat beleid.
Hij was een van de gezichten achter de Rode Lijn-demonstraties en voerde pittige gesprekken met premiers Rutte en Schoof en met Jetten over het Nederlandse beleid ten aanzien van Israël. Nu gooit Michiel Servaes het roer om: hij wil voorzitter worden van Pro en daarmee de grootste linkse beweging van dit moment gaan leiden.
Zijn rode jasje hangt nu misschien even in de kast, maar zeker niet aan de wilgen. Servaes heeft zich de afgelopen maanden ontpopt tot een ware activist – geen vanzelfsprekende rol voor een directeur van Oxfam Novib. Maar hij en andere ngo-directeuren voelden zich genoodzaakt zich in te zetten voor de Palestijnse zaak, want de politiek liet het afweten.
Dat voelt hij nog steeds zo, vertelt hij. Sterker nog, het was misschien wel uit frustratie over het uitblijven van verandering in het Nederlandse beleid – onder andere ten opzichte van Israël – dat Servaes besloot zich opnieuw in de politieke arena te begeven. Opnieuw, want hij was ten tijde van Rutte II Tweede Kamerlid namens de PvdA. ‘Dat was natuurlijk wel een hele andere rol.’
Michiel Servaes tijdens een feminisme-demonstratie
Wat doet een partijvoorzitter eigenlijk?
‘Dat verschilt eigenlijk nogal per partij. Bij sommige partijen is het een nevenfunctie. Bij zowel PvdA als GroenLinks was het altijd een volledige baan, hoewel die ook daar verschillend werd ingevuld. Je kunt vooral faciliterend zijn, maar ook aanjager van debat of sparringpartner voor de politieke leiding. Bij de PvdA werd de rol van voorzitter altijd wat politieker ingevuld en wat mij betreft is dat ook wat Pro de komende tijd nodig heeft: iemand die het allebei kan.’
Als voorzitter zou je wat jou betreft dus best iets mogen zeggen over de lijn van de politieke partij?
‘Zeker, maar dan namens de leden, uiteraard. De leden hebben daar best sterke ideeën over. Je moet natuurlijk niet op de stoel van de partij- of fractieleider in Den Haag willen zitten voor de dagelijkse politiek. Maar je kunt je wel uitspreken over de lange lijnen. Waar wil je als partij naartoe?’
Je hebt het vaak over people power, ook bij Oxfam Novib al. Hoe moet die people power er volgens jou uitzien binnen Pro?
‘Op een paar manieren. Ten eerste is een partij natuurlijk uiteindelijk een partij van mensen. Na de fusie is Pro de grootste ledenpartij van Nederland, met meer dan 100.000 leden.
De lokale afdelingen weten heel goed wat er leeft in de buurt. Wat me echter opvalt, is dat zij met dezelfde vraag zitten: hoe zorgen we ervoor dat we mensen in onze gemeente organiseren om zich in te zetten voor bijvoorbeeld vergroening van de buurt, leefbaarheid of een goed gesprek over hoe we vluchtelingen verwelkomen? Dat vergt people power en lokale bewegingsopbouw.
Ik merk dat afdelingen hierin behoefte hebben aan ondersteuning. Hoe zet je een campagne op? Hoe organiseer je handelingsperspectief voor mensen in je gemeente? Hoe ben je aantrekkelijk voor jongeren? Ik denk dat we dit met elkaar moeten uitvinden en support voor mensen in de frontlinie moeten organiseren.
‘Je moet echt naar mensen en groepen toe en eerst vragen: wat hebben jullie nodig om jullie doelen te bereiken?’
Maar er is nog een ander belangrijk aspect. Pro moet als politieke partij veel dichter bij maatschappelijke organisaties, vakbonden en activistische bewegingen gaan staan — en ook echt naar hen toe gaan.
In de politiek denken we soms dat het genoeg is om groepen en organisaties af en toe uit te nodigen om op een podium te komen staan. Maar in mijn acht jaar bij Oxfam heb ik geleerd dat het zo niet werkt. Je moet echt naar mensen en groepen toe en eerst vragen: wat hebben jullie nodig om jullie doelen te bereiken? Welke gevoeligheden spelen er? Hoe willen jullie gezien en betrokken worden? Dat vraagt om een heel andere mindset.’
Er zijn mensen die vinden dat er meer gedacht moet worden in termen van een progressieve beweging dan van een typisch linkse partij. Zit daar wat in?
‘Ik denk dat je niet bang moet zijn om ook scherpe debatten te voeren; daar leent een politieke partij zich juist voor. Dat heb ik de laatste tijd eerlijk gezegd een beetje gemist. Neem bijvoorbeeld de genocide in Gaza. Het heeft heel lang geduurd voordat de partij uit de kramp kwam en het aandurfde om hier open – en uiteraard respectvol – met elkaar over te discussiëren en uiteindelijk een stevige positie in te nemen. Ik heb om me heen gezien dat mensen hierdoor teleurgesteld raakten of zich niet vertegenwoordigd voelden.
Bovendien denk ik dat je juist moet gaan staan voor wat je bent: een grote links-progressieve partij. Dat schrijf ik ook in mijn mini-fest, waarin ik uiteen zet waar je op kunt rekenen als ik voorzitter word.
‘Je moet wel met lef en overtuiging gaan staan voor wat je vindt’
Wat dat betreft was ik eerder wel teleurgesteld hoe de partij omging met het frame dat we een ‘radicale’ partij zouden zijn, zoals Dilan Yesilgöz ons in verkiezingstijd probeerde te framen. De partij schoot enorm in de verdediging, probeerde te bewijzen dat wij helemaal niet zo radicaal zijn en juist hele redelijke mensen zijn die verschrikkelijk goed hebben samengewerkt met de VVD in het verleden.
Je hoeft je echt niet te laten aanmeten dat je extreem bent, maar je moet wel met lef en overtuiging gaan staan voor wat je vindt. Bijvoorbeeld dat er na zestien jaar VVD aan de macht echt een radicaalandere koers nodig is: eerlijker, groener, menselijker en rechtvaardiger. Je moet zonder voorzichtigheid en met trots durven zeggen dat je een linkse partij bent.’
Ook binnen links kringen is er discussie over wat rechtvaardigheid betekent. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de recente interviews van Tim Hofman met enerzijds Bob Scholte van Left Laser, en anderzijds Sylvana Simons. Scholte vindt dat links zich zoveel mogelijk moet verenigen in de klassenstrijd en boven identiteitspolitiek moet staan. Simons stelt juist dat ook binnen klassen ongelijkheid bestaat en je daarom moet blijven opkomen voor bepaalde minderheden. Hoe kun je deze belangen verenigen?
‘Het is geen tegenstelling. Of je nu voor de rechten van minderheden opstaat of een klassenstrijd voert, je strijdt voor gelijkheid. De scheidslijnen in onze samenleving zijn deels bepaald door inkomen en vermogen, maar ook door je positie, wie je bent en waar je vandaan komt. Ik vind het een interessante discussie, maar ik vind het absurd om te doen alsof je niet voor het ene belang kunt opkomen, omdat je dan minder geloofwaardig zou zijn op de klassieke sociale thema’s. Het tegendeel is wat mij betreft waar.’
Je bent de afgelopen jaren bezig geweest voor een maatschappelijke organisatie, waarbij je regelmatig tegen de macht inging. Wat ga je anders doen als je verantwoordelijk bent voor een politieke partij?
‘Inhoudelijk niets. Ik ben wie ik ben en ik vind wat ik vind. Het lijkt me ook gezond, zowel voor mijn eigen welzijn als voor de leden die mogen kiezen, dat ze weten waar ik voor sta.
Mijn rol zal natuurlijk wel anders zijn. Hoewel ik nu ook het grootste gedeelte van mijn tijd achter de schermen bezig ben om een organisatie te leiden, ben ik wel het gezicht naar buiten. De rol van voorzitter zal wat meer dienend en faciliterend zijn, om ervoor te zorgen dat leden, afdelingen, maar ook de politieke kopstukken goed kunnen optreden. Dat bevalt me wel. Ik vind het wel fijn om één stapje naar achter te doen, al zal ik mijn stem blijven gebruiken als ik denk dat dat nodig is.’
In je huidige rol ben je veel bezig geweest met de kwestie Israël-Palestina. Denk je dat je straks meer impact hebt om hierin iets voor elkaar te krijgen?
‘Niet alleen op dit thema, maar ik geloof echt dat het een niet zonder het andere kan. Maatschappelijke organisaties, activisme en bewegingsopbouw kunnen niet zonder een politieke voorhoede. En een politieke voorhoede kan niet zonder die maatschappelijke beweging. Dat geldt voor al die grote progressieve thema’s.
‘Nu is het tijd om de blik weer naar buiten te richten’
Het is wel zo dat mijn motivatie om me kandidaat te stellen voor deze functie deels voortkwam uit frustratie over het feit dat de politiek nog steeds niet luistert naar zaken waar de meerderheid zo duidelijk over is: de klimaatcrisis, eerlijke belastingen, de macht van tech-miljardairs, het onrecht in de wereld. Progressief Nederland zou wat mij betreft een politiek breekijzer moeten zijn om op al die grote thema’s de brede politiek wel te laten luisteren.
We moeten ook niet meer accepteren dat een partij als de VVD, die 15 procent van de stemmen heeft gehaald in dit land, het regeerakkoord dicteert. Daar moeten we echt doorheen breken en daar wil ik vanuit de politiek graag mijn steentje aan bijdragen.’
Wat zou je daaraan kunnen doen vanuit de rol als voorzitter?
‘Uiteindelijk moet de partij gewoon een succes worden. Er is veel tijd gestoken in de fusie en ik ben dankbaar voor al die inspanningen die hiervoor zijn geleverd, maar het is ook ten koste gegaan van hoe zichtbaar de partij is geweest. Nu is het tijd om de blik weer naar buiten te richten. De echte transformatie van Pro moet nog beginnen,
Deze partij kan de politieke voorhoede vormen van een brede maatschappelijke beweging en als voorzitter hoop ik dat project te kunnen laten slagen.’
Waarom ben jij daarvoor de juiste kandidaat?
‘Ik breng mijn politieke ervaring én die vanuit het maatschappelijk veld mee. Ik kan deze twee met elkaar verbinden. Ik denk dat mensen me vanuit het maatschappelijk veld kennen en vertrouwen. Maar het is natuurlijk aan de leden om te beslissen wat zij het belangrijkste vinden.’
Stel, er komt nog een Rode Lijn-demonstratie. Loop je dan nog steeds mee?
‘Ja, tuurlijk. Ik ben bijna saai consistent in mijn standpunten en hoe ik die uitdraag. Ik ben op geen enkele manier van plan om daar iets aan te veranderen.’
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.