10.6 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 21

Hoe er onder de voorouders van mensen uit de Cariben verrassend veel moslims zijn

0

Dertig mensen doen in het project Our HERitage onderzoek naar hun Caribische voormoeders. Dit moet leiden tot vijftig portretten, die laten zien hoe divers de roots van mensen in de Cariben zijn. Tot verrassing van velen blijken die voorouders regelmatig moslim te zijn geweest.

Bijna altijd is de achtergrond van mensen uit de Cariben gemengd. De islamitische identiteit en het Caribisch erfgoed kruisen elkaar regelmatig. In Nederland is hier niet zoveel aandacht voor, maar de islam maakt onderdeel uit van de geschiedenis van dit gebied, waar Nederland aan heeft bijgedragen. Opvallend detail: de nazaten van moslims van vooral de ABC-eilanden kennen vaak hun eigen achtergrond niet. Het project Our HERitage (‘her’ staat in hoofdletters omdat afstamming via vrouwelijke lijnen centraal staat) probeert de stereotypering te doorbreken en de aandacht te vestigen op de diversiteit van de Cariben.

Vijftig portretten

Our HERitage startte in 2023-2024, toen we in Nederland stilstonden bij honderdvijftig jaar afschaffing van de slavernij. Door middel van vijftig historische portretten willen de mensen achter dit project de koloniale erfenis van de Cariben op een bijzondere manier in beeld brengen. Dat verloopt bij Our HERitage niet via de voorouders, maar via de voormoeders. En onder de Cariben vallen voor dit project alle gebieden die een kolonie van Nederland zijn geweest, dus ook Suriname en de Guyana’s.

In het team van Our HERitage zit een senior onderzoeker genealogie, Tanya Sitaram, die een PhD heeft behaald met onderzoek naar contractarbeid. Ze is gespecialiseerd in Hindostaanse en bredere Aziatische migratiegeschiedenis. Andere onderzoekers in het team zijn Sjaïsta Nanhekhan (genealogie) en Rashid Dossett (Caribische eilanden en migratie). Samen met oprichter Fausia Abdul proberen ze de achtergronden van de deelnemers boven tafel te krijgen.

De benodigde dertig deelnemers, van wie sommigen twee voormoeders belichten, hebben zich al gemeld. Zij moeten zelf ook aan de slag. Daar krijgen ze begeleiding bij, bijvoorbeeld met behulp van bijeenkomsten. Dat kan vanuit huis, want veel archieven zijn gedigitaliseerd. Met die vondsten gaan de onderzoekers van Our HERitage aan het werk, om context te zoeken bij de gevonden informatie. Vervolgens neemt een academische review-commissie het ontstane portret onder de loep. Deze bestaat uit deskundigen zoals Rose Mary Allen, de eerste zwarte vrouwelijke hoogleraar op Curaçao. In de eindfase moeten de deelnemers aangeven of ze het eens zijn met de tekst. Dan volgt het grote moment: het historische portret wordt gepresenteerd. In de eerste helft van 2025 komt er een tentoonstelling. Zo worden de vergeten verhalen onder de aandacht gebracht en leren de deelnemers meer over hun persoonlijke geschiedenis.

Bij de zoektocht naar de achtergronden van de deelnemers gaat het niet alleen om de islamitische identiteit, maar ook om inzicht te krijgen in de diversiteit van de etnische achtergronden van Caribische vrouwen tijdens de slavernijperiode en de koloniale periode. Een deel van hen komt uit islamitische gebieden. In sommige gevallen is de islam op de achtergrond geraakt, met uitzondering van het doorgeven van islamitische (voor)namen. Dat realiseren veel mensen met Caribische roots zich niet.

Moskeeën op de eilanden

Fausia S. Abdul weet hier alles van. Zij heeft als promovendus ruim tien jaar werkervaring als onderzoeker, beleidsadviseur en communicatieconsultant. Ze werkte voor overheidsorganisaties, soms met een internationaal karakter, in onder andere Berlijn, New York en Wenen. Ze studeerde gendergeschiedenis, een van haar grote interesses, wat leidde tot het project Our HERitage. Zelf heeft ze gemixte Caribische roots. Ze was twintig jaar toen in 2011 de Arabische Lente plaatsvond. Haar interesse ging uit naar de invloed van vrouwen op dit gebeuren. De positie van de vrouw houdt haar op allerlei manieren bezig.

‘Je moeder gaf je je cultuur mee. Vaak gaat het om sterke voormoeders.’

Fausia merkt op dat veel mensen in de Caribische gemeenschap zich niet bewust zijn van de islamitische invloeden in hun geschiedenis. ‘Als je voorouders uit West-Afrika kwamen, is het mogelijk dat zij moslims waren. De islam werd daar vanaf de achtste eeuw verspreid. Door slavernij en kolonisatie werden veel gemeenschappen gekerstend, maar dat sluit een islamitisch verleden niet uit.’

Volgens Fausia vindt er ook op de eilanden soms discriminatie plaats richting de islam. Of ontkenning van de aanwezigheid ervan. De invloed van anti-islamitische haatpropaganda vanuit de VS helpt daarbij niet. ‘Niet voor niets zijn er op de eilanden moskeeën, maar daar staat men niet bij stil. Dus zijn er ook moslims op de eilanden, of ze zijn daar in het verleden geweest. En vergeet de Moriscos niet.’

Moriscos is de benaming voor wat in Nederland de Morisken wordt genoemd: een islamitische minderheid die honderden jaren in Spanje rond Granada woonde. In 1492 reisden Moriscos mee op de ontdekkingsreis van Columbus naar Amerika. Een deel van hen is blijven hangen op de Caribische eilanden. ‘Een museum in de VS heeft een brief waarin Columbus schreef over zijn crew. Daarin noemt hij ook de Moriscos.’

Gemengde achtergronden

Veel mensen van de Cariben hebben een gemengde achtergrond. ‘Je kunt ons niet zomaar in een hokje stoppen’, vertelt Fausia. ‘Onze roots hebben een lange en ingewikkelde geschiedenis, vooral in de tijd van de slavernij.’

De zoektocht naar deelnemers aan Our HERitage is afgesloten. Nu gaat het om het realiseren van de portretten, waarvan er op dit moment zestien af zijn. Daarin staan vrouwen doelbewust centraal. Fausia: ‘Je weet altijd wie je moeder was. Je moeder gaf je je cultuur mee. Vaak gaat het om sterke voormoeders.’

De manier waarop mensen naar vrouwen kijken speelt een rol, ook anno nu. ‘Tijdens corona was er veel geweld tegen vrouwen, bijvoorbeeld in Trinidad en Tobago. Binnenshuis was het voor hen zeer onveilig – veel vrouwen werden vermoord. Tijdens het begin van de pandemie steeg het aantal meldingen van huiselijk geweld met 140 procent. Helaas was daar amper aandacht voor.’

‘Terug in Nederland merk ik dat dit land minder verdraagzaam is geworden’

Fausia steekt naar eigen zeggen al haar vrije tijd in Our HERitage, waarbij ze respect en waardering voor het verleden als drijfveer noemt. Ze is gepassioneerd, ook vanwege haar verbondenheid met de positie van de vrouw. ‘Meisjes werden vaak beschouwd als een tweede klasse. Vrouwen zouden niet zo slim zijn. Ze moesten koken en schoonmaken. Gender wordt ook altijd beïnvloed door religie. Zo ligt bij religieuze conflicten de nadruk vaak op de rol van vrouwen. Mede daarom heeft dit project me gegrepen, ook vanwege mijn persoonlijke reis.’

De deelnemers zijn zich vaak niet bewust van hun islamitische achtergrond. ‘Toen Geert Wilders begon te roepen dat moslims weg moesten uit Nederland vroegen veel moslims zich af: ‘Waar moeten we heen?’ Maar mensen van de Cariben deden dat niet. Zij vonden dat Wilders’ uitspraak niet over hen ging. Nou, wel dus! De mensen hebben er echter moeite mee om erover te praten.’ En Fausia vervolgt: ‘Ik ben zelf moslim. Dus inderdaad: waar gaan we heen? Beseft Wilders wel over wie hij het heeft? Ik denk niet dat hij zal weten of begrijpen welke lange verwevenheid Nederland met de islam heeft. Er wordt vaak aangenomen dat de islam naar Nederland is gebracht door de toenmalige gastarbeiders. Dat klopt niet. Deze religie was er al veel eerder en heeft een complexe geschiedenis.’

Fausia Abdul heeft een slordige tien jaar in het buitenland gewoond. Toen ze terugkeerde naar Nederland, merkte ze dat het land veranderd was. ‘Ik heb ook in Oostenrijk gewoond. De Turkse gemeenschap heeft het daar lastig. Nigerianen vormen de grootste groep niet-Oostenrijkers, maar veel van hen zijn illegaal in het land. Terug in Nederland merk ik dat dit land minder verdraagzaam is geworden. Er is minder kennis over migranten en over vaderlandse geschiedenis. Eigenlijk is de algemene kennis van mensen verminderd, ook onder hoogopgeleide mensen. Iemand met een behoorlijke functie reageerde heel verbaasd toen hij hoorde dat ik in Egypte was geweest. In dat land was toch niets anders dan zand? Tijdens mijn studie was het heel populair om naar het Midden-Oosten te gaan, vooral naar Caïro. Hij wist niet dat Egypte een goed ontwikkeld land was.’

‘We hebben zelfs twee portretten kunnen maken van mensen uit de zeventiende eeuw’

Fausia benadrukt dat in Nederland wonen niet betekent dat je je achtergrond vergeet. ‘Ik ben in Nederland geboren. Thuis werd er Nederlands gesproken. Toch werd ik uitgemaakt voor vieze Turk. Mijn familie op de Cariben had niet eens door dat ik in Nederland werd gezien als aparte groep. De afgelopen jaren heb ik het gevoel dat ik me moet verdedigen dat ik een Nederlandse ben. Dat doet pijn. In het buitenland ben je een coole expat. Eenmaal thuis speelt mij kleur ineens een rol en ben ik ineens weer dat ‘meisje’ dat het zo goed gedaan heeft als eerste generatie geboren in Nederland. Dit heb ik nog nooit meegemaakt. Heftig op een plek als Den Haag.’

Gedwongen bekering

De deelnemers aan Our HERitage ontdekten vaak dingen ze niet wisten. ‘Een deelnemer, een oudere man, is gestopt nadat was gebleken dat hij zwarte voorouders had. Hij kon dit moeilijk verwerken. Waar we ook op stuiten is gedwongen bekering van islam naar christendom en andersom. Daarom zeggen sommige mensen bloedserieus dat ze niet van moslims kunnen afstammen. Toch is het zo.’

‘Het lukt niet altijd om informatie van voor 1800 te vinden’, vervolgt Fausia. ‘Toch hebben we zelfs twee portretten kunnen maken van mensen uit de zeventiende eeuw. Veel deelnemers van Our HERitage weten vrijwel niets over hun geschiedenis. Informatie over voormoeders zoeken is op de Antillen lastiger dan in Suriname, maar Guyana spant de kroon. Het is Brits gebied geweest en de Britten hebben niet alles op dezelfde naam bewaard. En ook de eilanden hebben niet alles goed bijgehouden. De kolonisatie werkt ook niet mee. Naamsveranderingen vonden overal plaats. Britten documenteerden sowieso niet veel als het om persoonsgegevens ging en hebben niet alles bewaard.’

Veertigduizend moslims ondertekenen petitie tegen toezicht op ‘informeel onderwijs’

0

De petitie Trek de Wet toezicht op informeel onderwijs in is 40.000 keer ondertekend. Moslims maken zich grote zorgen over het voorgenomen strikte staatstoezicht op informeel islamitisch onderwijs. ‘Willen ze ook naaiclubjes gaan controleren?’

De petitie is een initiatief van de Turkse Islamitische Stichting Nederland (Diyanet), onderdeel van het Turkse Directoraat voor Religieuze Zaken, waaraan 149 moskeeën in Nederland zijn verbonden.

Volgens de ondertekenaars zou dit wetsvoorstel grondrechten zoals ‘vrijheid van religie, onderwijs en vereniging’ bedreigen. Ook maken de initiatiefnemers bezwaar tegen de voorgenomen ‘registratie van gevoelige persoonsgegevens’. Dit zou gevoelens van onveiligheid en wantrouwen onder moslims vergroten.

Volgens Diyanet is religieus informeel onderwijs ‘essentieel’ voor identiteitsvorming, en zou dit ernstig belemmerd worden door de voorgenomen wet. De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Eppo Bruins (NSC), moet volgens de ondertekenaars de adviezen van de Onderwijsinspectie en de landsadvocaat in acht nemen en het wetsvoorstel intrekken.

Strijdig met vrijheden

Politicoloog Roemer van Oordt zei eerder tegen de Kanttekening dat het beleid in strijd is met een breed scala aan vrijheden die zowel nationaal als internationaal zijn gewaarborgd: ‘de vrijheid van en het recht op onderwijs, de vrijheid van vereniging, de vrijheid van godsdienst, het huisrecht en de scheiding van kerk en staat.’

‘Het is een enorme zorg onder moslims’, zegt historicus Kasim Tekin tegen de Kanttekening. Hij diende zelfs een officiële reactie in bij de internetconsultatie voor het wetsvoorstel en roept andere moslims op hetzelfde te doen.

‘Met dit bericht wil ik mijn diepe verontwaardiging en ernstige zorgen uiten over het voorgestelde wetsvoorstel betreffende de controle op informeel religieus onderwijs in Nederland. Dit voorstel is niet alleen onnodig, maar vormt ook een directe bedreiging voor de kernwaarden van onze democratische rechtsstaat, waaronder vrijheid van godsdienst, non-discriminatie en gelijkheid voor de wet’, schrijft Tekin in zijn eigen reactie.

Volgens hem biedt de huidige wetgeving al ‘voldoende instrumenten’ voor instellingen of individuen die de wet overtreden via het strafrecht, en is het invoeren van extra regels vooral bedoeld om grondrechten van moslims in te perken.

‘Hoe vaak kwam het niet voor dat de rechter zei: dit mag helemaal niet wat jullie doen?’

Hij legt uit: ‘Veel mensen waren gerustgesteld toen de Onderwijsinspectie zei dat het een onhaalbare wet is en dat er geen capaciteiten voor zijn, maar daar gaat het niet om. Geloof mij maar dat ze de capaciteiten wel gaan vinden om langs te gaan bij die organisaties waarvan de overheid, de politiek of het publieke debat op dat moment wil dat ze langsgaan.’

Hij doelt op zijn ervaringen toen hij docent was bij het Cornelis Haga Lyceum in 2017. ‘Ze hebben een aantal jaren heel veel teams op ons afgestuurd. De toenmalige minister Sander Dekker zei dat ze de inspectie vanaf dag één zouden langs sturen. En dat klopt ook, ze kwamen vanaf dag één, ze zijn daarna in dat jaar vaker langsgekomen.’

Volgens hem is deze wet bedoeld om ‘het kleine beetje rechtsstatelijke bescherming’ dat moslims genoten in Nederland te ontmantelen. ‘Wanneer we genoeg geld, kracht en mensen achter ons hadden, konden we bijvoorbeeld naar de rechter stappen. Die weg wordt ons in dit wetsvoorstel afgenomen. Hoe vaak kwam het niet voor dat de rechter zei: dit mag helemaal niet wat jullie doen?’

Halil Karaaslan, docent maatschappijleer in Rotterdam, beaamt de zorgen van Tekin.

‘De Wet toezicht op informeel onderwijs is op zichzelf al problematisch, omdat iedereen die de totstandkoming van de wet volgt, weet dat het komt vanuit een wens om moskeeën te controleren. Zeker nu het vertrouwen in de overheid vanuit de islamitische gemeenschap erg laag is, wordt met argwaan naar deze wet gekeken. In combinatie met een islamofoob kabinet maken moslims zich hier zeker zorgen over, en terecht’, zegt hij.

Hij noemt naast de petitie van Diyanet ook petities van andere groepen, zoals het Interkerkelijk Kenniscentrum, die ruim 52.000 keer is ondertekend.

‘Het grootste gevaar zit hem in de algemene formulering van het wetsvoorstel’

‘De overheid moet zich houden aan haar principes, de scheiding van kerk en staat, en dit niet selectief doorbreken op het moment dat het hen uitkomt of past binnen de politieke agenda’, aldus Karaaslan. ‘Daar waar het nodig is om haatpredikers of andere vormen van geweld tegen te gaan, is er de wet. De overheid zou meer moeten investeren in banden met diverse gemeenschappen om samen op te trekken tegen mogelijke problemen, in plaats van door dit soort voorstellen gehele groepen te demoniseren en weg te zetten als potentieel risico.’

Karaaslan noemt nog een extra zorgpunt: ‘Het grootste gevaar zit hem in de algemene formulering van het wetsvoorstel. Daarmee lijkt de wet van toepassing op iedereen, maar minderheidsgroepen weten dat dit in de praktijk niet zo zal zijn. Kortom, schrap deze wet, zoek toenadering, werk samen en betrek moslims bij de oplossing en zie ze niet alleen als partner bij het probleem.’

‘Wij noemen dit de Koranschoolpolitie’, zegt Sheher Khan, fractievoorzitter van Denk Amsterdam. ‘Het wetsvoorstel komt voort uit misstanden bij enkele islamitische scholen en de wens om al het islamitisch onderwijs te controleren. De Onderwijsinspectie zegt dat de controle niet uitvoerbaar is, er zijn veel te veel scholen. En waar ligt de grens? Willen ze ook naaiclubjes gaan controleren? Met veertigduizend ondertekenaars van de petitie is het signaal duidelijk: het wetsvoorstel moet worden ingetrokken.’

Cartoonist verlaat Washington Post na weigering spotprent met eigenaar Jeff Bezos

0

Cartoonist Ann Telnaes, die eerder een Pulitzerprijs won voor haar werk, heeft haar baan bij The Washington Post opgezegd omdat haar werkgever een cartoon weigerde waarin onder andere eigenaar Jeff Bezos knielde voor Donald Trump. 

De cartoon bekritiseert de miljardairs in de technologie- en mediasector die hun best doen om in de gunst te komen bij de aankomende president Trump. Afgebeeld zijn Jeff Bezos, eigenaar van The Washington Post, Facebook-oprichter Mark Zuckerberg, Sam Altman, ceo van OpenAI, Patrick Soon-Shiong, uitgever van de LA Times, en Mickey Mouse, symbool van de Walt Disney Company, die ook eigenaar is van ABC News. Ze reiken zakken geld aan of knielen voor de aankomende president van de Verenigde Staten.

Met de cartoon wilde de maker met humor de toenemende politieke macht van deze mannen aan de kaak stellen, maar de krant zag er de humor niet van in. De cartoon mocht niet worden getoond omdat de krant geen precedent wil scheppen, aldus David Shipley, redacteur van de opiniepagina tegen de BBC.

Volgens Telnaes is deze beslissing gevaarlijk voor de vrije pers. Cartoons worden wel vaker afgewezen, maar nooit vanwege het standpunt dat gemaakt wordt, schrijft ze in een post op Substack op 4 januari. ‘Media-eigenaren zijn verantwoordelijk voor het beschermen van die vrije pers. Als je probeert in de gunst te komen van een autocraat in spe, zal dat alleen maar resulteren in het ondermijnen van die vrije pers’, aldus de cartoonist.

Haar ontslag bij de toonaangevende krant leverde haar veel lof op. Op sociale media wordt ze omschreven als een held. Ook de cartoon, die ze zelf op Substack heeft gezet, wordt alom gedeeld.

Waarom zoveel Vietnamezen in bootjes het Kanaal oversteken

0

Steeds meer Vietnamezen steken over naar Engeland. In de eerste helft van 2024 waren het er ruim 2200, ondanks de groeiende economie van Vietnam. De BBC zocht uit waarom.

Phuong, een schuilnaam, is een van de vele Vietnamezen die de gevaarlijke boottocht naar Engeland waagden. Ze leefde meer dan twee maanden in Frankrijk in zelfgemaakte tenten.

Haar zus, die in Londen woont, herinnert zich haar wanhopige telefoontjes. ‘Ze werd verscheurd tussen angst en een drang om almaar door te gaan.’ Dit kwam mede doordat ze zeker 25.000 Britse pond had geleend om deze reis te maken. ‘Terugkeren was geen optie meer voor haar’, aldus de zus tegen de BBC.

Vandaag de dag leeft Phuong met haar zuster in Londen, zonder papieren.

Vietnamezen staan bovenaan de lijst van nationaliteiten die de gevaarlijke oversteek maken naar Engeland. Ze worden zelfs vaker genoemd dan mensen uit landen zoals Afghanistan en Iran, waar mensenrechtenschendingen aan de orde van de dag zijn.

De BBC meldt dat er mensensmokkelaars uit Vietnam actief zijn. Veel mensen die de reis maken, eindigen in Engeland in situaties van mensenhandel of raken betrokken bij drugskartels.

De exodus uit Vietnam lijkt onlogisch, omdat Vietnam economisch hard groeit en al een ‘mini-China’ wordt genoemd. Wat drijft Vietnamezen om toch weg te trekken?

Het land is een communistische eenpartijdictatuur en staat daarom onderaan mensenrechtenlijstjes. Politieke oppositie is verboden, en de weinige dissidenten belanden voor de rest van hun leven in een cel. Toch is dit niet de belangrijkste reden waarom Vietnamezen vertrekken.

De vlucht heeft vooral te maken met ‘relatieve armoede’. De economische groei van het land is in vergelijking met buurlanden als Thailand verwaarloosbaar. Het zijn vooral grote families met bedrijven die profiteren van de economische groei, waardoor er weinig overblijft voor het Vietnam dat achterblijft.

‘Het is alsof er twee Vietnams tegelijk bestaan’, schrijft de BBC. Aan de ene kant een Vietnam dat meegroeit en profiteert, en aan de andere kant een duister Vietnam waar de klappen vallen en waar velen, zoals Phuong, migreren voor een betere toekomst.

Bijbelkennis is helaas niet altijd onschuldig

0

Het was geen voorpaginanieuws, maar wel paginavullend, om de bijbehorende foto’s kwijt te kunnen: het bericht, vlak voor Kerst, dat de protestantse aannemer Johan Huibers zijn imposante replica van de Ark van Noach als ‘onrendabel’ te koop heeft gezet. Althans, replica? Dat woord suggereert dat er dus ook ooit een origineel heeft bestaan. Dat laatste wordt door de moderne wetenschap ernstig betwijfeld, om het maar als understatement te formuleren.

Huibers is niet de eerste die zich in de loop van de geschiedenis aan het ontwerpen van zo’n ark heeft gewaagd, in hout of op papier. Al eeuwen geleden deden grotere geleerden een poging. Een van de vermaardste was de zeer veelzijdige Duitse Jezuïetenpater Athanasius Kircher (1602-1680), in later jaren onvermijdelijk in Rome beland.

Over hem verscheen twintig jaar geleden een biografie onder de mooie titel ‘The Last Man Who Knew Everything‘ – de laatste man die alles wist wat men op dat moment in Europa weten kon, wiens kennis nog op alle terreinen van wetenschap up to date was. Na hem viel de explosieve kennisontwikkeling niet meer door één persoon te overzien.

Kircher schreef lijvige folianten vol over alles wat los en vast zat, over theologische en wiskundige vraagstukken, over vulkanisme en magnetisme, over Egyptische hiëroglyfen en Chinese monumenten, en, ja, ook over de Ark van Noach alsmede, even onvermijdelijk, de Toren van Babel. In het laatste geval moest hij na lange, van fraaie prenten vergezelde berekeningen overigens tot de conclusie komen dat de bijbelse overlevering van een toren die tot in de hemel reikte niet kon kloppen.

En wel om drie nuchtere redenen, nadat hij de afstand tot de hemel op een kwart van die tot de maan – dus op honderdduizend kilometer – had vastgesteld. Ten eerste ontbrak daarvoor op Aarde het benodigde bouwmateriaal. Ten tweede zou de Aarde door een toren van een dergelijke gigantische omvang tijdens zijn rondje om de Zon volledig uit balans raken. En ten derde: hoe hoger de toren werd, hoe meer tijd de bouwvakkers zouden benodigen om het bouwmateriaal naar boven te slepen. Uren werden dagen werden maanden werden jaren – al op een fractie van de beoogde hoogte was iedereen allang dood.

‘In het heden zijn zulke bijbelse reconstructiepogingen vaak minder onschuldig’

Onze brave Kircher zat, vanuit het Midden-Oosten bezien, veilig ver weg in Rome, en heeft met zijn deels wel erg fantasievolle voorstelling van zaken op dat moment niemand kwaad gedaan. Maar zeker in het heden zijn zulke bijbelse reconstructiepogingen vaak minder onschuldig.

Ook bij aannemer Huibers ging zijn arkbouwfanatisme samen met een diepe religieuze beleving van fundamentalistische snit. Bij protestanten is dan de evangelisatiedrang al snel niet ver, alsmede de drang om die in het Heilige Land in een nieuwe stenen werkelijkheid om te zetten. Tot de favoriete theoretische, toen nog onschuldige speeltjes van zeventiende-eeuwse Europese geleerden – joodse en christelijke – behoorden ook reconstructies van de Tempel van Salomo.

Toen slechts op papier uiteraard. Nu zijn zowel sommige radicale evangelische christenen als dito joden eropuit om die daadwerkelijk ter plekke op de Tempelberg in Jeruzalem te herbouwen – wat onvermijdelijk de sloop zou betekenen van een van de belangrijkste heiligdommen van de islam, de Rotskoepel op diezelfde berg, in de Arabische wereld als de Haram-al-Sharif bekend. Met elke concrete stap in die richting komt een wereldwijde godsdienstoorlog naderbij.

Tot nu toe is zelfs de huidige extreemrechtse Israëlische regering ervoor teruggeschrokken om zo’n concrete stap te zetten, ongetwijfeld ook omdat dat zelfs Washington te ver zou zijn gegaan. Maar of dat straks nog steeds geldt? Trump heeft zich electoraal zeer afhankelijk gemaakt van radicale Amerikaanse evangelisten die niets liever willen dan olie op het vuur gooien, in de apocalyptische hoop zo de terugkeer van de Messias op Aarde te bespoedigen. De komende Amerikaanse ambassadeur in Israël Mike Huckabee is zo’n gevaarlijke evangelist.

Bijbels-archeologisch onderzoek moet al langer voor het extreem-zionistische kamp de territoriale claims legitimeren die het door haar beoogde Groot-Israël naderbij helpen brengen. Niet voor niets is de betrokkenheid daarbij van Europese universiteiten nu sterk omstreden.

Ook de bewuste eliminatie van eeuwenoud Palestijns islamitisch erfgoed in de Gazastrook dient dat doel. En na de implosie van de Assad-tirannie zien veel geestverwanten inmiddels tevens voor het verschuiven van de staatsgrenzen in Libanon en Syrië hun kans schoon.

Musk pleit voor vrijlating van extremist Tommy Robinson

0

Net als PVV-leider Geert Wilders, pleit ook multimiljardair Elon Musk voor de vrijlating van de extreemrechtse Tommy Robinson. Zo meldt de Arabische nieuwssite Middle East Eye.

Robinson zit een gevangenisstraf van achttien maanden uit vanwege het uitzenden van een documentaire waarin haat wordt gezaaid tegen een Syrische scholier, die werd aangevallen en gepest op school. De documentaire bevat fakenieuws en mocht niet worden vertoond, zo oordeelde de Britse rechter.

Dit is tegen het zere been van extreemrechtse politici, die vinden dat de documentaire onder de vrijheid van meningsuiting valt. Zij krijgen steun van techmiljardair Elon Musk. Hij noemt de documentaire ‘het kijken waard’.

Advocaten van de Syrische jongen hebben Robinson met succes aangeklaagd voor smaad. De rechter acht bewezen dat de valse claims een ‘vernietigende impact’ hadden op de jongen en zijn familie, waardoor ze moesten verhuizen.

Musk heeft daar geen boodschap aan. ‘Waarom moet Tommy Robinson in solitaire opsluiting voor het vertellen van de waarheid?’, vraagt hij zich af op zijn eigen medium X. Volgens hem moet Robinson bevrijd worden en degenen die verantwoordelijk zijn voor zijn veroordeling juist de bak in.

Robinson is een prominente extreemrechtse Brit. Vroeger zat hij bij de beruchte British National Party, later richtte hij de islamofobe English Defence League (EDL) op, de organisatie die de documentaire over de Syrische jongen produceerde. De laatste jaren neemt hij steeds meer pro-Israëlische standpunten in en steunt hij de bezetting van Palestijns grondgebied.

Historische ontmoeting tussen extreemrechtse Turkse leider en pro-Koerdische politici

0

De extreemrechtse Devlet Bahçeli (MHP), coalitiegenoot van president Erdogan, heeft in een historische ontmoeting drie pro-Koerdische politici ontvangen. Ze hebben elkaar veertig minuten gesproken in wat lijkt op een nieuwe opening van de Turks-Koerdische dialoog die in 2015 werd afgebroken.

Zo meldt de Turkse nieuwssite Duvar. De Koerdische politici Pervin Buldan en Sirri Süreyya Önder brachten de boodschap van de gevangen PKK-leider Abdullah Öcalan over aan Bahçeli, die bijna twintig jaar geleden nog om zijn ophanging vroeg.

Buldan en Önder hadden Öcalan eind december in de gevangenis bezocht,
nadat de Turkse autoriteiten daar groen licht voor gaven. Öcalan herhaalde zijn
vredesboodschap en pleidooi voor de ontwapening van de PKK (op de terreurlijst van Turkije, de VS en de EU). Het is de vraag hoe de actieve leiding van de PKK daarover denkt, vorig jaar waren ze nog zeer kritisch over met name de ontwapening van de PKK.

Turkije beleeft bijzondere tijden. Na bijna tien jaar lijkt het vredesproces met de Koerden weer mogelijk. Bahçeli, die eerst onverzoenlijk was, riep twee maanden geleden op dat de gevangen PKK-leider een toespraak moest houden in het Turkse parlement om de PKK te ontmantelen.

Vrede tussen Turkije en de Koerden zou voor stabiliteit in de regio kunnen zorgen. Ook in Syrië speelt de eeuwenoude strijd momenteel een rol, nu Turkije er een groeiende invloed heeft.

Lees ook:

Gevangen PKK-leider Öcalan wil bijdragen aan vredesproces

Turkije valt PKK-doelwitten in Syrië en Irak aan na de aanslag in Ankara

Wat zou ik graag zien dat dit jaar het woord wat minder agressief beladen is

0

Wat ik van Marokko leer is dat er meer dan een manier is om je ongenoegen kenbaar te maken. En niets zeggen is vaak een geweldige manier om te de-escaleren. Je hoeft niet altijd het hoogste woord te hebben.

In Nederland ligt er een sterke nadruk op verbale en talige competenties. Hoe sterker iemands taalvermogen, hoe groter het ontzag. Dat verklaart ook waarom sociale media, althans de sferen waarin ik verkeer, bij uitstek geschikt zijn voor mensen die snel kunnen associëren, hun hand niet omdraaien voor een paar felle argumenten en hoogdravende standpunten durven in te nemen. Ik hoor de vingers tikken op het scherm – het vlamt! Het nadeel van zoveel zelfbewustheid is dat het steeds verleidelijker wordt om de morele grenzen op te zoeken. De ingebeelde macht die woordkunst geeft is verslavend. Je maakt een reactie los, krijgt aandacht, pookt de emoties op!

Zo is het schelden tot kunstvorm verheven. Onder mijn volgers zitten de zogenaamde anti-volgers, die mij enkel volgen om me de huid vol te schelden, sommigen doen dat zo welbespraakt dat ik er om kan glimlachen. Het is uiteindelijk vooral zielig, dat vertoon van onmacht.

‘Taal is hier gek genoeg minder belangrijk dan het non-verbale’

Feit is dat het grootste deel van de wereldbevolking met een wat kleiner hamertje slaat om haar punt duidelijk te maken. De geletterdheid in Marokko stijgt elk jaar, maar dat betekent niet dat iedereen dan maar aan het communiceren slaat. Taal is hier gek genoeg minder belangrijk dan het non-verbale. Het kan makkelijk gebeuren dat ik na een kort gesprek met onbekenden toch het gevoel heb echt een ontmoeting te hebben gehad. In een eettentje spreekt een man ons aan, complimenteert onze dochters en laat foto’s van zijn eigen dochter zien. Een kort, spontaan moment. Hoeveel zinnen zijn er uitgewisseld? Tien? Nog geen twintig? Maar de gelaatsuitdrukking zei alles, de blik in de ogen, de glans op de pupil, de brede glimlach. Dan is taal totaal volstrekt overbodig.

Het is niet zo dat ik taal overboord wil gooien. In ons hoogopgeleide Westen hebben we hoogopgeleid en vooral sociale intelligentie in zo’n grote mate aan taalkennis- en taalvaardigheid gekoppeld dat we vergeten zijn dat er nog heel veel andere manieren zijn om de boodschap over te brengen. Het andere nadeel van die fixatie op verbale assertiviteit is dat het door jongeren als een giftig machtsmiddel wordt gezien, een manier waarop een groep hoogopgeleiden hun wereld afbakenen- een soort van paspoort eigenlijk.

Ja, er wordt wat afgekletst in Marokko. Maar stilte is er ook. En ook vooral het vertrouwen dat er niet veel gezegd hoeft te worden om elkaar te leren kennen. Te vaak wordt taal ingezet als een wapen om elkaar te bestrijden. Dat is het natuurlijk ook, maar het is vooral een middel om vrede te maken. Taal was uiteindelijk de afsluitende procedure waarmee langlopende conflicten in een juridisch kader werden gevat. Dat kon schriftelijk, maar ook zeker mondeling. Bij geschillen rond land of eigendom kunnen twaalf getuigen opgeroepen worden om hun woord van vertrouwen te spreken. En dat is dat.

Wat zou ik graag zien dat dit jaar het woord wat minder agressief beladen is; we moeten een inspanning plegen om de taal te demilitariseren en dat begint ermee dat we ons bewust worden van de keuze die we hebben: spreken om te splijten of spreken om bij elkaar te houden.

En serveer vooral dat kopje thee erbij.

Zorgen over ‘militarisering van de universiteit’: weinig ruimte voor kritiek

We moeten ons voorbereiden op oorlog, vindt de kersverse NAVO-chef Mark Rutte. En met wij bedoelt hij iedereen, ook universiteiten. Maar de universiteit moet een onafhankelijk instituut blijven, vindt een aantal wetenschappers. Ze maken zich zorgen over de toenemende invloed van het ‘militair-industriële complex’ op hun academisch wezen. 

Er is sprake van een ‘geleidelijke militarisering van de Universiteit Tilburg’, schrijft een groep wetenschappers begin december in hun universiteitsblad. Ze vinden dat te weinig collega’s en studenten zich hiervan bewust zijn en trekken daarom aan de bel. Want de samenwerking van universiteiten met defensie en bedrijven uit de militaire industrie is ethisch discutabel, zo stellen ze. ‘Eufemistische termen zoals ‘veiligheid’, ‘defensie’, ‘innovatie’, ’technologie’ en zelfs ‘vrede’ worden gebruikt om samenwerking met het leger te legitimeren, maar wat academici daadwerkelijk bijdragen via deze samenwerkingen is een oorlogsmachine die wapens produceert.’

De laatste jaren is de samenwerking tussen defensie en universiteiten flink uitgebreid. Waar het vroeger vooral ging om het ontwikkelen van nieuwe technologie, wordt nu ook samengewerkt in vakgebieden als rechten, filosofie en theologie. Zaken als moraliteit, transparantie en burgerleed worden aan de kaak gesteld. Op zich prima, maar niet wanneer defensie zelf betrokken is bij dit soort vraagstukken, zo luidt de kritiek. 

Michiel Bot is een van de academici die heeft besloten zijn stem te laten horen. Hij is docent Recht en Geesteswetenschappen aan de Universiteit van Tilburg en uitgesproken in zijn mening. Maar ook voorzichtig, want hij weet dat niet iedereen op de universiteit vrijuit durft te spreken over het onderwerp. Binnen de faculteiten waar hij werkzaam is, neemt hij een groeiende invloed van het ministerie van Defensie waar. ‘Er staat nu weer een vacature online waarin gevraagd wordt om een universitair docent die banden onderhoudt met Defensie.’

‘Er is sprake van steeds meer verwevenheid. Een hoogleraar Cognitive Science en AI is in dienst bij Defensie, een bijzonder hoogleraar Theologie bij het leger. Door dit soort invloed van buitenaf wordt de ruimte om kritisch te zijn over deze ontwikkeling steeds kleiner.’   

Samenwerking met ‘spanningen’

Niet alleen op de Universiteit Tilburg maken ze zich zorgen over deze ontwikkeling. Ook Lauren Gould, universitair docent aan de Universiteit Utrecht, ziet het gebeuren. Ze doet al jaren onderzoek naar het veranderende karakter van oorlogsvoering en welke vormen van legitimering en samenwerking daarbij komen kijken. Onlangs kreeg ze onderzoeksgeld om te kijken naar de rol van AI in oorlogsvoering in zowel Oekraïne als in Gaza, en de impact die dit heeft op burgerleed. 

Het feit dat dit soort vragen worden gesteld is goed en kan veel nuttige informatie opleveren voor Defensie, zegt ze. ‘Het is wel zaak dat het onderzoek onafhankelijk wordt uitgevoerd. Het ministerie van Defensie heeft een bepaalde doelstelling, het wil zichzelf beter maken in het voeren van oorlog. Als wetenschapper wil je juist kritisch kunnen onderzoeken of oorlog en de manier waarop we dat voeren de juiste manier is om complexe politieke problemen op te lossen.’

‘Deze onderzoeksopdracht brengt bepaalde spanningen met zich mee’

Hoewel haar nieuwe project los staat van de overheid, doet ze ook onderzoek naar 20 jaar Nederlandse interventie in Afghanistan. ‘Dit is een onderzoek van het NIOD, maar wordt mede-gefinancierd door de ministeries van Defensie, Buitenlandse Zaken en Justitie. ‘Het is heel goed dat de overheid dit onderzoek uitbesteed aan een onafhankelijk onderzoeksinstituut, maar ik snap heel goed wat Bot wil zeggen. Deze onderzoeksopdracht brengt, laat ik het zo maar zeggen, bepaalde spanningen met zich mee met betrekking tot open en breed toegankelijke wetenschap. Er zijn uiteenlopende belangen over wie de onderzoeksvragen mogen bepalen, wie wel en niet mogen werken aan het onderzoek, en wanneer en welke onderzoeksresultaten openbaar worden gemaakt. Hier moet je hele duidelijke afspraken over maken.’ 

Het zijn precies dit soort spanningen waar Bot en zijn collega’s zich zorgen over maken in Tilburg; nuances die op het eerste gezicht niet opvallen, maar duiden op een afbreuk aan de onafhankelijkheid van de universiteit. ‘Neem die vacaturetekst. Door te vragen om een kandidaat die banden kan onderhouden met defensie, zal er niet snel een kritische kandidaat worden geworven, zegt de docent. ‘De positie van een bijzonder hoogleraar wordt niet direct beslist door een externe partij. Er is altijd een benoemings- en adviescommissie bij betrokken. Maar ik denk wel dat hier vaak sprake is van zelfcensuur. De universiteit wil de pot geld natuurlijk ook niet mislopen, vooral gezien de bezuinigingen.’

Meer voor defensie, minder voor onderwijs

Hoewel de oorspronkelijke bezuinigingen op het onderwijs inmiddels iets zijn bijgesteld, is er nog steeds fors minder geld voor onderwijs en onderzoek in de komende jaren. Daarentegen is er wel meer geld voor defensie. Volgens de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie moeten partnerschappen met de defensiesector gezien worden als een kans om nieuwe financieringsbronnen aan te boren binnen de context van bezuinigingen. ‘In feite wordt er gezegd: defensie krijgt een hoop geld, doe dus maar onderzoek voor defensie’, merkt Gould op.

De toenemende investeringen in defensie moeten vervolgens gelegitimeerd worden, gaat ze verder. ‘Hiervoor moet je een groot dreigingsbeeld neerzetten. Het is heel interessant om te zien welke terminologie hiervoor wordt gebruikt. Op het moment gaat het weer veel over het hybride gevaar, een breed, vrij vaag begrip, waardoor er eigenlijk niet zo heel veel concrete voorbeelden worden gegeven, maar waarbij wel de noodklok wordt geluid. De universiteiten, verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen, allemaal moeten ze investeren in die oorlogsmachine.’

‘De toenemende investeringen in defensie moeten gelegitimeerd worden’

NRC wijdde onlangs een artikel aan de oorlogsretoriek van Rutte. ‘Dit soort mobiliserende toespraken gaan altijd over iets heel ernstigs dat kán gebeuren, maar misschien wel helemaal níét gebeurt’, zegt communicatiewetenschapper Etienne Augé in het artikel. ‘Als er dan vervolgens niets gebeurt, zegt de propagandist: maar goed dat ik heb gewaarschuwd. We waren voorbereid met – inmiddels – een veel groter leger en militair budget.’

‘Als wetenschapper vind ik het heel zorgwekkend dat universiteiten klakkeloos en kritiekloos meegaan in dit narratief’, zegt Bot. ‘Dat narratief komt van de regering en van de wapenlobby en wordt gebruikt om mensen angst aan te jagen en achter die extra defensie-uitgaven te scharen. Begrijp me niet verkeerd, ik zou niet willen beweren dat Rusland geen bedreiging vormt voor Europa. Dat Europa zich weert tegen dreiging lijkt me verstandig, maar ik weet niet of daarvoor meer geld naar Defensie moet. Deze dreiging rechtvaardigt bovendien niet dat de universiteiten tot dependances van het ministerie van Defensie worden gemaakt. Een kritisch debat hierover wordt op deze manier binnen de universiteiten onmogelijk gemaakt.’

Universiteiten in Israël

De kritiek op de apathische houding van universiteiten gaat niet alleen over de dreiging van Rusland. Ook wat betreft de oorlog in Gaza zijn studenten en docenten kritisch over het gebrek aan reflectie op de samenwerking met Israelische universiteiten, waar de verwevenheid met de militaire industrie nog veel groter blijkt. Sommige universiteiten in het buitenland beperkten deze samenwerking al eerder. Een adviescommissie van de Universiteit Tilburg adviseerde vorige maand om de samenwerking op te schorten. De commissie van vier hoogleraren concludeerde dat er een ‘onlosmakelijke band’ bestaat tussen de partneruniversiteiten in Israël, de Israëlische krijgsmacht en de Israëlische wapenindustrie. Het College van Bestuur, dat de commissie in juni zelf had aangesteld nadat studenten een kampement waren begonnen op de campus, blijft een beslissing hierover echter op de lange baan schuiven, tot grote frustratie van veel docenten en studenten.

‘uitgerekend dit bedrijf is betrokken bij een van de onderzoeksprojecten aan de universiteit

Een andere doorn in het oog van kritische academici aan de universiteit is de samenwerking met wapenfabrikant Thales. ‘Thales werkt samen met Israël en is een belangrijke leverancier van surveillance-infrastructuur voor de uiterst dodelijke buitengrenzen van Europa’, schrijven ze in het universiteitsblad. En uitgerekend dit bedrijf is betrokken bij een van de onderzoeksprojecten aan de universiteit. ‘Samenwerkingen zoals deze staan haaks op de door de universiteit gekoesterde waarden van duurzaamheid, diversiteit en inclusie van de universiteit’, aldus de Tilburgse academici. 

‘Veel collega’s en studenten zijn diep toegewijd aan het niet bijdragen aan de ontwikkeling van kennis of technologieën die, direct of indirect, worden gebruikt om mensen te doden. De universiteit is haar medewerkers en studenten volledige transparantie verschuldigd bij het aangaan van samenwerkingen met het militair-industriële complex’, aldus de oproep aan de universiteit.  

Meewerken aan de oorlog

Het gebruik van kennis of technologie in oorlogsgebied is een ingewikkelde discussie, weet Gould. ‘Veel studenten willen niet meewerken aan het ontwikkelen van technologieën die gebruikt kunnen worden om te doden. Dit geldt ook voor veel startups. Tot nu toe was een patroon zichtbaar in deze discussie. Er werd dan gezegd dat de technologie nooit autonoom zou worden ingezet; wel ter surveillance maar niet om te doden. Hiermee wordt de discussie in de kiem gesmoord. Maar dan zie je bijvoorbeeld in Oekraïne dat die drones, eenmaal ontwikkeld, toch worden ingezet in de oorlog, want er is nu een dreigingsbeeld. Als die wapens er eenmaal zijn, dan is het heel moeilijk om dat terug te draaien.’ 

Volgens haar is de oplossing er juist onderzoek naar te blijven doen en de discussie wel te blijven voeren. ‘Naar de manier waarop we oorlog voeren, de manier waarop we samenwerken en welke gevolgen dit heeft. Het onderzoek moet onafhankelijk worden gedaan, terwijl de discussie samen moet worden gevoerd.’

Volgens Bot is er binnen zijn universiteit weinig ruimte voor dit gesprek. Hij denkt dat dit komt door de samenwerking met defensie. ‘Er zijn bij ons collega’s die het gevoel hebben zich niet in het openbaar te kunnen uitspreken tegen deze samenwerking’, vertelt hij. ‘Er zijn natuurlijk ook mensen die daar helemaal geen probleem in zien. Het leger staat toch aan onze kant en beschermt ons toch? Maar dat vind ik ook wel zorgwekkend, want de universiteit is juist de plek van het kritische denken.’

Deze zorgverzekeraars financieren indirect illegale nederzettingen Israël

0

De website Stopfundinggenocide.nl is een actie begonnen tegen Nederlandse financiële instellingen en zorgverzekeraars die zouden bijdragen aan de genocide in Palestijnse gebieden. 

Stop Funding Genocide baseert zich op het rapport van Don’t Buy into Occupation, een gezamenlijk project van Palestijnse en Europese organisaties gevestigd in België, Frankrijk, Ierland, Nederland, Noorwegen, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.

Don’t Buy into Occupation heeft een onderzoek gedaan naar Europese bedrijven die financiële relaties hebben met Israëlische bedrijven, die op hun beurt betrokken zijn bij illegale nederzettingen op de Westbank.

De conclusie? Zorgverzekeraars ASN en Aegon hebben meer dan een miljard Amerikaanse dollars geïnvesteerd in Israëlische bedrijven die de bezetting van de Westbank ondersteunen, zorgverzekeraar Achmea 178 dollar.

Stop Funding Genocide maakt geen deel uit van Don’t Buy into Occupation, maar is een losstaand initiatief dat de conclusies van het DBIO-rapport als uitgangspunt neemt voor een eigen actie: overstappen van zorgverzekeraar of bank.

Het is onbekend wie er achter het initiatief zitten. Op vragen van De Kanttekening is vooralsnog niet gereageerd.