Home Blog Pagina 20

Babah Tarawally: ‘Mensen die discrimineren, zijn aan het verliezen’

0

Babah Tarawally (1972) wil met zijn nieuwe boek Ik ben omdat wij zijn laten zien dat verzoening en begrip nodig zijn in tijden van polarisatie. Hoewel hij racisme en discriminatie in Nederland ziet toenemen, ziet hij ook hoop en solidariteit.

De zeven jaren waarin hij nu als columnist voor dagblad Trouw schrijft, vergelijkt Tarawally met de zeven ‘magere’ jaren waarin hij in asielzoekerscentra zat, vertelt hij aan de telefoon vanuit zijn geboorteland Sierra Leone. Waar hij toen, in de jaren negentig, moest vechten voor zijn bestaan en voor erkenning, ziet hij dat tegenwoordig terug in het feit dat hij als niet-witte Nederlander opnieuw moet vechten voor zijn plek in de samenleving.

Wat hoop je met je nieuwe boek te bereiken?

‘Toen ik voor de krant begon te schrijven, was het een hele moeilijke tijd, van polarisatie, verdeeldheid, verdeel-en-heerspolitiek, discriminatie en racisme. Mijn columns in Trouw zijn persoonlijke verhalen over wat ik de afgelopen jaren meemaakte. In mijn boek reflecteer ik op die tijd. Ondanks die heftige periode probeer ik lezers te bewegen richting verzoening en begrip voor elkaar. Ik wil benadrukken dat wij allemaal mens zijn. Maar dat kan ik niet doen zonder eerst de pijn bloot te leggen, zoals de Ubuntu-filosofie ons heeft geleerd. Na zeven magere jaren hoop ik nu op zeven goede jaren, zoals je ziet in het christelijke geloof, waarin we nieuw perspectief krijgen in Nederland.’

‘Ik probeer altijd een oplossing te bieden’

Waarom omschrijf je de laatste zeven jaar als magere jaren?

‘Het waren hele pittige jaren waarin we elkaar niet begrepen, waarin sprake was van verdeel-en-heerspolitiek. Mensen in Nederland zagen niet in dat we discriminatie en racisme in stand houden. Mensen ontkenden dat er racisme was, maar in de tussentijd is het genormaliseerd. Maar nu is het van belang: hoe komen we hieruit en zorgen we ervoor dat we elkaar als mens blijven zien? Mijn verhalen gaan niet alleen over racisme en discriminatie, maar ik probeer ook mensen met elkaar te verbinden. Soms kan het pijnlijk en confronterend zijn, maar de bedoeling is om elkaar te vinden. Ik laat de lezer niet achter met een vraagteken; ik probeer altijd een oplossing te bieden. Dat is het doel van mijn boek Ik ben omdat wij zijn. Het eerste wat we moeten erkennen, is dat we de kwaliteit hebben om mens te zijn.’

Hoe heeft racisme zich ontwikkeld sinds jij je in Nederland vestigde?

‘Toen ik net in Nederland was, waren we niet online. Mensen die mij niet mochten, durfden dat niet te zeggen, maar je zag het aan hen, aan hun non-verbale communicatie. Zo werd je uitgesloten. Nu is dat veranderd, zeker sinds de komst van Pim Fortuyn, Rita Verdonk en nu Geert Wilders. Mensen die vanuit een nationalistisch gevoel durven te zeggen wat mensen al lang dachten maar niet durfden uit te spreken.’

Heb je racisme erger zien worden de afgelopen zeven jaar?

‘Ja. Ken je het Afrikaanse spreekwoord “een koe sterft niet zonder zijn staart te bewegen”? Je kunt niet tot heling komen zonder eerst de pijn te voelen. Zoals een koe zijn staart beweegt voordat zij sterft, doen mensen en extreemrechtse bewegingen die discrimineren of zich racistisch uiten een laatste stuiptrekking om zich te verzetten. Zij zijn namelijk aan het verliezen. Zij verzetten zich hiertegen door zich extra hard uit te spreken. Dat is de situatie waarin we nu zitten.’

Maar rechtsextremisme is juist bezig met een opmars in Europa.

‘Wij hebben het gevoel dat het aan het groeien is. Maar wij die daartegen zijn, zijn in de meerderheid. Zij zijn nu veel meer aan het woord en domineren de discussie. En zo bewegen zij als het ware hun staart, zoals het spreekwoord zegt. Zo zeiden mensen vroeger niet tegen mij “ik mag je niet”; nu doen ze dat wel. Vroeger was het racisme verborgen en durfden mensen zoiets niet hardop te zeggen. Dat mensen dat nu wel durven te zeggen, betekent niet dat het toeneemt; het is explicieter geworden en genormaliseerd.’

In een van je stukken schrijf je: ‘In Nederland koken we het racismevirus in een doofpot met deksel, waardoor de damp krampachtig in de pot blijft zitten. Soms ontsnapt er wat, waarop we snel controleren of het deksel nog goed zit.’ Denk je dat die pot verder opengaat met de opkomst en normalisering van extreemrechts?

‘Racisme en discriminatie zijn er altijd geweest. We willen niet dat het explodeert en naar buiten komt. Maar nu is het uit de pan gekomen. Sinds ik dat stukje schreef, is de situatie dus veranderd; het zit niet meer in de doofpot. Dat zie je aan de uitspraak van toenmalig premier Mark Rutte [toen hij in 2016 sprak over Turkse Nederlanders die zich niet zouden houden aan de Nederlandse normen en waarden, red.]: “Pleur op, zou ik in plat Haags willen zeggen.” Racisme heeft nu een gezicht gekregen.’

‘Ons verhaal over verbinding is niet sexy genoeg’

Zie je nu ook signalen dat mensen elkaar weer gaan vinden?

‘Zeker. Ik zie heel veel verandering in Nederland. Kerken, organisaties en bedrijven nodigen me uit om te komen spreken omdat zij het thema belangrijk vinden. Er zijn heel veel mensen die iets doen voor een ander, en dat groeit. Maar dat verhaal wordt niet vaak verteld, omdat we vaak de nadruk leggen op dingen die niet goed gaan. Terwijl we de geluiden van de flanken, zowel extreemrechts als extreemlinks, vaker horen, hoor je het midden weinig. Maar juist daar heb je meer ruimte om elkaar te ontmoeten. Wij zijn in de meerderheid, maar ons verhaal over verbinding is niet sexy genoeg.’

Wat zegt de huidige discussie over de nieuwe asielwetten jou over de angst voor de ander in Nederland?

‘Links maakt nu een grote fout door te denken dat ze het rechtse verhaal moeten gaan vertellen. Ze houden niet vast aan hun waarden en normen. Ze denken dat rechts scoort. En daardoor verliezen we onze menselijkheid uit het oog. Daarom herkennen veel mensen zich niet meer in het linkse verhaal, omdat het linkse verhaal langzamerhand op het rechtse is gaan lijken. Houd vast aan je principes! Vóór de mens. Vóór de humaniteit, vóór het leven, vóór asielzoekers!’

Je omschreef in je columns Nederland als divers, maar niet als inclusief. Kun je dat uitleggen?

‘Vaak wordt eerst de nadruk gelegd op diversiteit. Een bedrijf waar ik trainingen verzorgde aan vluchtelingen, vond diversiteit belangrijk. Zij boden deze vluchtelingen uit verschillende culturen de kans om voor hen te komen werken. Maar eenmaal op de werkvloer merkte ik dat het personeel geen idee had van andere culturen. Ze hadden geen contact met elkaar. Een ander voorbeeld is een 5 mei-viering waar ik bij was. Tot mijn verbazing werden daar alleen liedjes uitgevoerd waarin mijn vrienden en ik, uit Afrika en andere landen, ons niet konden vinden. Het begint bij het bestuur: zitten er mensen in het bestuur die weten wat er speelt in andere culturen? Nee! Zo kun je niet inclusief handelen en doe je dingen vanuit je eigen perspectief. Als een land met zoveel nationaliteiten er niet voor zorgt dat iedereen zich thuis voelt, dan ben je wel een divers land, maar niet inclusief. Als je niet de moeite neemt om verbinding te maken en inclusief te denken, dan is diversiteit een lege huls.’

Inclusiviteit heeft dus een diepere betekenis dan diversiteit, dat wat meer aan de oppervlakte ligt?

‘Klopt, en daarom moeten we de nadruk leggen op inclusiviteit. Als we dat als vertrekpunt willen nemen, moeten we eerst beseffen dat iedereen een mens is met kwaliteiten. En iedereen heeft recht op kansen.’

In je boek put je ook hoop uit de beweging Black Lives Matter. Heeft het opgeleverd wat je ervan hoopte?

‘Black Lives Matter heeft bewustwording gecreëerd, vooral onder Gen Z. De jongere generatie gaat het anders doen. Mijn dochter bijvoorbeeld. Zij ziet niet de pijn die ik zie. Voor deze jongeren is diversiteit vanzelfsprekend, omdat zij denken in inclusie; onder invloed van sociale media is de wereld dichterbij gekomen. Dat geeft mij hoop. Dankzij Black Lives Matter werden mijn dochters bewuster van hun huidskleur en positie in de wereld. Ze komen nu ook voor elkaar op als iemand wordt onderdrukt of gediscrimineerd. Maar je hoeft niet altijd je mond open te doen om dingen aan te kaarten of de dader fysiek te confronteren. Als je onrecht ziet gebeuren, kun je verzet bieden door het te filmen of de politie te bellen. Blijf niet aan de zijlijn staan!’

Babah Tarawally, Ik ben omdat wij zijn, Uitgeverij Jurgen Maas, 228 blz., € 21,99

Ten minste twee Nederlandse Gaza-activisten ‘gekidnapt’ door Israël

0

Israël heeft naar alle waarschijnlijkheid minstens twee Nederlanders ontvoerd, die meevoeren op de Global Sumud Flotilla.

Het gaat om de pro-Palestijnse activisten Jesse van Schaik en Pieter Rambags. Sinds maandag is er niets meer van hen vernomen. Een protestactie gisteren bij de Tweede Kamer werd hardhandig de kop ingedrukt door de politie, meldt Hart van Nederland.

‘Vanochtend is mijn goede vriend en collega Pieter Rambags gekidnapt op internationale wateren door het Israëlische leger’, schreef Jakob de Jonge, directeur van The Hague Peace Projects, gisteren op LinkedIn. ‘Pieter was met enkele tientallen andere boten als onderdeel van de “Flotilla” op weg naar Gaza om daar humanitaire hulp te brengen. Hulp voor de Palestijnse bevolking, die al sinds september 2024 systematisch wordt uitgehongerd en platgebombardeerd door Israël.’

De Jonge zei het onwerkelijk te vinden dat Nederlandse bestuurders ‘passief toekijken’ naar wat Israël doet op internationale wateren. Hij heeft lezers opgeroepen om de Nederlandse overheid te herinneren aan haar verantwoordelijkheid om de veiligheid van Nederlandse burgers te waarborgen en zich in te zetten voor hun vrijlating.

De moeder van Jesse van Schaik vertelde aan de Volkskrant dat ze al sinds maandag niets meer heeft vernomen van haar dochter. Jesse zelf werd in april door  de Kanttekening geïnterviewd. Uit appberichten van mede-activist Rambags, die in het bezit zijn van de Kanttekening, blijkt ook dat hij maandag om 10.14 uur voor het laatst online was op WhatsApp.

‘Het is nog twee dagen varen naar Gaza. Israël is reeds begonnen met het bedreigen van de vreedzame vloot waar ik onderdeel van ben’, is het laatste wat hij die maandag berichtte.

Kamervragen Forum voor Democratie over rol Turkse diplomaat bij Nederlandse tak Diyanet

0

De uiterst rechtse partij Forum voor Democratie heeft Kamervragen gesteld over mogelijke ongewenste Turkse beïnvloeding. Een Turkse diplomaat zou een centrale rol spelen bij de Islamitische Stichting Nederland, de Nederlandse tak van het Turkse directoraat van godsdienstzaken Diyanet.

Forum voor Democratie verdenkt diplomaat Ömer Özgül ervan ‘feitelijk leidinggevende’ te zijn van Diyanet Nederland, terwijl ISN in 2020 de belofte deed aan de Kamer om de invloed van Turkije te verminderen. Minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen (CDA) gaat daar in zijn antwoord niet direct op in. ‘Het kabinet heeft geen inzicht in de agenda van diplomaten van andere landen’, aldus de minister, die ook benoemt dat er in het huidige bestuur van ISN geen diplomatieke of consulaire functionarissen zitten.

Forum voor Democratie wil ook weten waarom het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft samengewerkt met het Kennisplatform Inclusief Samenleven, omdat dit platform volgens de partij zo ‘nauw verbonden’ zou zijn met de Turkse staat. Daarop volstaat de minister met de mededeling dat KIS een onafhankelijke stichting is die eigen afwegingen maakt. Ook benadrukt de minister dat ISN voor veel mensen een ‘religieuze en sociale rol’ heeft.

Het Kennisplatform Inclusief Samenleven kwam eerder dit jaar negatief in het nieuws, vanwege mogelijke belangenverstrengeling. Een KIS-rapport in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken over islamofobie was deels gefinancierd door de ISN-academie. Maar wat bleek? De onderzoeker die dit rapport schreef is de echtgenoot van de directeur van de ISN-academie. Hun echtelijke verbinding was echter niet aangegeven bij het ministerie en stond evenmin vermeld in het onderzoek. De uiterst rechtse partij JA21 stelde daarover ook Kamervragen.

VNG en kabinet gaan nauwer samenwerken bij organiseren asielopvang

0

Het kabinet en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben maandagavond 18 mei afgesproken nauwer samen op te trekken bij de organisatie van asielopvang. Aanleiding zijn de gewelddadige protesten tegen azc’s.

Die protesten vonden onder meer plaats in Loosdrecht, IJsselstein, ’s‑Hertogenbosch en Apeldoorn. Gemeenten die noodopvang wilden realiseren kregen te maken met intimidatie en geweld. De gemeenten hebben daarom in een brandbrief om steun van het kabinet gevraagd, omdat zij vonden dat het Rijk te stil bleef terwijl lokale bestuurders onder grote druk stonden.

Volgens RTL Nieuws heeft het kabinet nu toegezegd de ongeregeldheden expliciet te veroordelen en zich onvoorwaardelijk achter de zogenoemde Spreidingswet te scharen. Die wet verplicht gemeenten asielzoekers evenwichtiger over het land te verdelen en kan in uiterste gevallen worden gehandhaafd.

Zowel RTL als de VNG melden dat er ‘vliegende teams’ komen. Dit zijn groepen experts van het Rijk en grote gemeenten die kleinere gemeenten ondersteunen bij het opzetten van opvanglocaties en het communiceren met de inwoners. Ook wordt er gewerkt aan betere handhaving tegen opruiing en bedreiging, zowel online als offline.

Volgens de VNG raakt de huidige situatie niet alleen de opvangcapaciteit, maar ook de werking van de democratische rechtsstaat. Het kabinet benadrukt dat het ‘schouder aan schouder’ met gemeenten wil optrekken en vasthoudt aan uitvoering van de Spreidingswet.

HRW: opnieuw genocidaal geweld tegen islamitische Rohingya in Myanmar

0

Nieuwe getuigenissen van Rohingya‑vluchtelingen in Bangladesh wijzen op een hernieuwde golf van extreem geweld in Myanmar, zo bericht dagblad Trouw naar aanleiding van een rapport van Human Rights Watch.

Volgens een onderzoek van Human Rights Watch werden op 2 mei 2024 in het dorp Hoyyar Siri in de staat Rakhine zeker 170 burgers gedood, onder wie 90 kinderen. Het bloedbad vond plaats tijdens een offensief van het Arakan‑leger, een rebellenbeweging die zich verzet tegen de militaire junta die sinds 2021 aan de macht is. Het Arakan-leger vertegenwoordigt de boeddhistische Rakhine-bevolking.

De Rohingya, een staatloze islamitische minderheid, werden al eerder slachtoffer van zuiveringscampagnes. In 2016 en 2017 vluchtten honderdduizenden naar Bangladesh nadat het Myanmarese leger dorpen verwoestte en bewoners vermoordde. Nu lijkt de geschiedenis zich te herhalen. Overlevenden melden dat het Arakan‑leger burgers vasthoudt in kampen en dwingt tot slavernij.

Human Rights Watch stelt dat de situatie in Rakhine verre van veilig is en spreekt van ‘genocidal acts’. De organisatie roept de internationale gemeenschap op Bangladesh financieel te steunen bij de opvang van de ruim een miljoen Rohingya‑vluchtelingen, in plaats van te praten over hun terugkeer naar Myanmar.

Utrechtse broedplaats wil jongeren van verschillende culturen samenbrengen

0

Stichting SECU uit Utrecht strijdt om 100.000 euro voor een nieuwe jongerenbroedplaats: ‘Om echte blijdschap te vinden, moet je anderen blij maken.’

VK hoeft geen speciale behandeling te verwachten bij terugkeer naar EU, zeggen ingewijden

0

Het Verenigd Koninkrijk (VK) zal geen bijzondere positie genieten mocht het land ervoor kiezen weer lid te worden van de Europese Unie, zeggen voormalige Brexit-onderhandelaars tegen de Britse krant The Guardian.

De Britten kozen er in een referendum in 2016 voor om de Europese Unie te verlaten. Nu duidelijk is geworden dat deze Brexit zowel voor het VK als voor de EU negatief heeft uitgepakt, spreken sommige politici van de Labourpartij hun wens uit dat hun land in de toekomst weer lid wordt van de EU.

Voormalig minister van Volksgezondheid en lid van Labour Wes Streeting zei recent nog dat het VK in de toekomst weer lid zou moeten worden van de EU, een uitspraak die volgens The Guardian de discussie over Europa binnen de gelederen van de Labourtop weer doet oplaaien. Ook burgemeester van Manchester Andy Burnham, die premier Keir Starmer wil opvolgen, heeft eerder gezegd dat het VK weer lid zou moeten worden.

Voormalig adviseur van de Brexit taskforce van de EU, Georg Riekeles, vertelt aan de krant dat hij verwacht dat lidstaten het VK ‘warm en met open armen’ zullen ontvangen, maar ook ‘realistisch’ zullen kijken naar een Britse aanvraag voor lidmaatschap. Ondanks het feit dat de EU en het VK elkaar nodig hebben, zegt Riekeles niet te verwachten dat de lidstaten open zullen staan voor een nieuwe uitzonderlijke positie voor de Britten.

In de 47 jaar dat het VK lid was van de EU, had het land een ongeëvenaarde status verworven. Het kon uitzonderingen krijgen voor bepaalde beleidsterreinen, zoals de Euro en het vrij reizen binnen het Schengengebied.

Sandro Gozi, voormalig staatssecretaris voor Europese Zaken van Italië, verwacht dat EU-lidstaten het VK zullen verwelkomen, ondanks het vooruitzicht op een premierschap van euroscepticus Nigel Farage. Gozi, nu hoofd van de delegatie van het Europese parlement bij de Brits-Europese parlementaire raad, zegt dat het VK moet gaan onderhandelen zoals iedere andere kandidaat.

Gozi vertelt aan de krant dat wanneer het VK besluit het lidmaatschap opnieuw aan te vragen, dit ook een succes zal zijn voor het Europese politieke bestel. Hij verwijst naar de negatieve effecten van de Brexit op beide partijen en de huidige onrust in de wereld.

Het VK heeft volgens hem echter ook andere opties, zoals de Europese interne markt en een mogelijke Europese veiligheidsraad.

Riekeles zegt dat het VK wel zou moeten aantonen aan de EU dat er nationale consensus is om weer EU-lid te worden. Hij waarschuwt voor een VK dat wel de voordelen van integratie met de EU wil, maar ondertussen politiek gezien afgescheiden wil blijven. ‘Als er nationale consensus over zou zijn, dan denk ik dat de EU hier volop aan zou meewerken. Maar zijn wij nu zover? Nog niet.’

Raad van State: verbod op partij zonder leden is een te grote inbreuk op kiesrecht

0

Het uitsluiten van politieke partijen zonder leden of interne partijdemocratie gaat nu nog te ver, zegt de Raad van State in een kritisch advies, schrijven verschillende media.

Het hoogste adviesorgaan van de overheid uitte haar kritiek op het plan van D66 en PRO om politieke partijen uit te kunnen sluiten van verkiezingen. Het gaat dan om partijen die geen interne partijdemocratie hebben, of geen leden, zoals de PVV.

D66 en PRO vinden dat politieke partijen die meedoen aan de Tweede Kamerverkiezingen een interne democratie zouden moeten hebben. Dat wil zeggen dat de partijen leden hebben die kunnen meebeslissen over de kandidatenlijst en invloed kunnen uitoefenen op het verkiezingsprogramma.

Naast D66 en PRO wil ook het CDA dat partijen leden moeten toelaten, zoals de partij schreef in haar verkiezingsprogramma.

Op dit moment is de PVV de enige partij in Nederland zonder leden, met Geert Wilders als enig lid. Het wetvoorstel zou in de praktijk betekenen dat de PVV zou worden uitgesloten van de verkiezingen. De PVV is zelf onderwerp van kritiek vanwege het ontbreken van partijdemocratie, maar ook vanwege het uitsluiten en wegzetten van moslims in de Nederlandse samenleving.

Een nog op te richten Nederlandse autoriteit voor Politieke Partijen (Napp) zou moeten controleren of politieke partijen zich houden aan de vereisten van de interne partijdemocratie.

Maar volgens de Raad van State zijn deze vereisten nog niet duidelijk onderbouwd in het wetsvoorstel van de twee partijen. Dat moet onderwerp worden van discussie, zegt de overheidsadviseur, onder meer in de Tweede Kamer.

Met het voorstel kunnen politici die zijn uitgesloten ook niet meer met een blanco lijst en zonder partijnaam, meedoen aan de verkiezingen. De Raad van State vindt deze maatregel ’te ingrijpend’, omdat het mensen hun passief kiesrecht ontneemt, het recht om zelf verkozen te worden.

Ook zullen de partijen moeten afwegen ‘waarom de voorgestelde beperkingen van de verenigingsvrijheid en van het passief kiesrecht noodzakelijk en proportioneel zijn om de democratie te beschermen en te versterken.’

De Tweede Kamer zal nu verder gaan praten over het wetsvoorstel. Daarna zal duidelijk worden of de partijen de adviezen van de Raad van State zullen overnemen.

Islamofobe aanslag in San Diego (VS)

0

Bij een islamofobe aanslag op een moskee in de Amerikaanse stad San Diego zijn drie doden gevallen. De twee daders, twee jongens van 17 en 18 jaar, hebben daarna zelfmoord gepleegd, bericht Deutsche Welle.

De politie werd momenten voor de aanslag al geïnformeerd door de moeder van een van de daders. Doodsbenauwd gaf ze aan dat haar zoon met haar wapens en auto was vertrokken. Ze was bang dat hij zelfmoord zou plegen.

Maar voorafgaand aan die zelfmoord moesten kennelijk eerst anderen sterven. Het heldhaftige optreden van een beveiliger van de moskee, die later aan zijn verwondingen overleed, heeft volgens de lokale politie veel levens hebben gered.

De aanslag maakt veel los in het verdeelde Amerika. De burgemeester van San Diego werd, luttele momenten voor een persverklaring, onderbroken door een boze vrouw, die zwaar emotioneel was vanwege de aanslag. ‘Dit is het directe resultaat van jouw leiderschap. Hoe lang praten onze moslimbroeders en zusters wel niet met jou, je moet echt naar hen luisteren, doe iets. Je scoort slechter in de peilingen dan een fascistische dictator (Donald Trump, red.).’

President Donald Trump heeft vooralsnog alleen gemeld dat de aanslag ‘verschrikkelijk’ was. Andere hoogwaardigheidsbekleders spreken zich explicieter uit, zoals de populaire burgemeester van New York Zohran Mamdani.

‘Islamofobie brengt moslimgemeenschappen in het hele land in gevaar,’ schreef hij op X. De burgemeester voegde er meteen aan toe dat de politie van New York extra agenten inzet bij moskeeën ‘uit voorzorg’.

Alcoholverbod in Damascus: ‘Wie zijn zij om te bepalen wat we wel en niet mogen?’

0

Een mogelijk alcoholverbod in Damascus zorgt voor onrust onder Syriërs in de hoofdstad. Volgens sommigen gaat het om meer dan alleen de mogelijkheid om alcohol te drinken: het raakt aan de toekomstige manier van besturen van het land en aan persoonlijke vrijheden.

‘Ze hebben hier een Afamia 8 procent’, zegt een Syrische man in Abu George, een van de oudste cafés in Damascus. Afamia is een bierbrouwerij in handen van de overheid, in de buurt van Damascus. De man raadt het biertje van harte aan, ‘want die met 8 procent hebben ze op weinig plekken’.

We zijn in de oude stad, in de christelijke wijk Bab Touma. Het is zeker niet de enige plek in de Syrische hoofdstad waar Syriërs en zeldzame toeristen heen kunnen voor een borrel, maar het is wel een van de populairste. De smalle straat met oude stenen gebouwen en warme straatlantaarns is gevuld met kroegen, kleine winkeltjes en een aantal kerken. Het is de plek waar rijkere Syriërs bij elkaar komen voor drankjes en nargileh (waterpijp).

Abu George is een van de kroegen in de wijk. Het café is klein, niet veel groter dan de gemiddelde studentenkamer en daarmee de definitie van een ‘hole in the wall’. Aan de muur hangen geldbriefjes uit verschillende landen, met berichten van bezoekers erop geschreven. Vijf kleine tafels staan dicht bij elkaar en eigenaar Abu Essam staat achter de smalle bar. Hij wijst naar de zwarte kat die op een barkruk zit en tevreden aaitjes over zijn bol accepteert van binnenlopende klanten. ‘Dat is Bagheera, welkom bij Abu George.’

Binnen een paar minuten staat het kleine tafeltje, waar we met vijf man omheen gepropt zitten, vol met Afamia 8 procent en glaasjes arak, het geliefde (en gehate) anijsdrankje in het Midden-Oosten. Het is moeilijk voor te stellen dat alcohol hier ooit verboden zou kunnen worden. Toch ligt er een plan van de gemeente om de verkoop van alcohol in cafés te verbieden. Alcohol zou straks alleen nog maar in winkels in de christelijke wijken mogen worden verkocht.

Beperking persoonlijke vrijheden

‘Wie zijn zij om te bepalen wat we wel en niet mogen?’, zegt Abu Essam. De vader van Abu Essam opende Abu George bijna tachtig jaar geleden. Volgens de eigenaar is het café sindsdien geen enkele dag dicht geweest, ook niet tijdens de burgeroorlog. Een alcoholverbod is niet compleet ongebruikelijk in islamitische landen, maar wel in Damascus. Tijdens het Assad-regime was alcohol overal toegestaan. Wetten die er waren, werden niet gehandhaafd en religieuze regels kregen weinig prioriteit.

‘Tachtig procent van het land drinkt niet’

Toen het verbod in maart werd aangekondigd, waren er protesten bij de ingang van de oude stad. De protesten waren divers: jong en oud, man en vrouw, en vooral: christen én moslim. Lokale journalist Abdullah Okaily was bij de protesten. ‘De demonstraties gingen niet zozeer om het recht om alcohol te kopen’, legt hij uit. ‘Tachtig procent van het land drinkt niet. Mensen komen niet in opstand vanwege een alcoholverbod, maar vanwege de beperking van hun persoonlijke vrijheden.’

Kheder Khaddour, onderzoeker van het Malcolm H. Kerr Carnegie Middle East Center, herkent wat Okaily zegt. ‘Voor veel Syriërs is de grootste zorg niet het wel of niet mogen kopen van alcohol, maar de staat die zich mogelijk opnieuw in hun privéleven gaat mengen. Na jaren van oorlog en autoritair bewind zijn veel Syriërs gevoelig voor elk teken dat de regering opnieuw zal bepalen wat mensen in hun dagelijks leven wel en niet mogen doen.’

Ideologisch verleden HTS

Volgens Okaily, die liever het Deense Tuborg dan het Syrische Afamia drinkt, weten Syriërs hoe het voelt als je langzaam maar zeker meer rechten verliest. Daar zijn ze waakzaam voor. Het alcoholverbod lijkt in lijn met eerder aangekondigde regels. Zo besloot de Syrische regering afgelopen zomer dat mannen en vrouwen bedekkende kleding moesten dragen op het strand en bij zwembaden. In januari besloot de gemeente in Wari Barada dat restaurants geen gemengde groepen van mannen en vrouwen meer mochten serveren en in al-Tal, een dorp in de buurt van Damascus, mogen mannen niet langer werken in winkels waar vrouwenkleding wordt verkocht.

Een billboard in Damascus van het ministerie van Religieuze zaken roept Syriërs op tot gebed in aanloop naar het Offerfeest en de hadj, 4 juni 2025. Op de achtergrond de Grieks-katholieke Sint-Jozefkerk in de wijk Dwelaa. Foto: Louai Beshara/AFP

‘Het lijken losstaande regels, maar samen suggereren ze een poging om de grenzen van het sociale leven te bewaken’, zegt Khaddour. ‘Tegelijkertijd gebeurt het regelmatig dat de autoriteiten strenge regels aankondigen, om ze vervolgens aan te passen nadat ze de reacties erop hebben gezien.’

Maar we moeten alert blijven, zegt Okaily: ‘Zeker met de achtergrond van deze regering.’ Hij doelt daarmee op het verleden van Hayat Tahrir al-Sham (HTS), de rebellengroep die eind 2024 het Assad-regime omverwierp. Lange tijd voerde HTS conservatief beleid in de Syrische regio Idlib en was de groep verbonden aan extremistische islamitische groepen. HTS heeft sinds de val van Assad zijn beleid gematigd, maar de zorg over toekomstig beleid leeft onder gewone Syriërs nog steeds, zegt Okaily.

‘HTS heeft gebroken met zijn ideologische verleden en probeert inclusiever te zijn’, zegt politicoloog Haian Dukhan. ‘Maar ik snap de zorgen. Het zou kunnen dat deze regering geleidelijk verschuift naar een restrictiever beleid en steeds meer beslissingen neemt over het publieke leven, en dat is niet waar Syriërs dertien jaar lang voor hebben gestreden.’

‘Die wet komt er niet’

Abu Essam zegt met andere café-eigenaren in gesprek te zijn met de burgemeester. Ze willen duidelijkheid over de vraag of de wet echt wordt doorgevoerd en wat dat zou betekenen voor cafés in de stad. ‘We hebben nog niets teruggehoord. We zijn ons dus nog niet aan het voorbereiden op het verbod, maar misschien zijn we over een paar maanden een theehuis in plaats van een kroeg.’

Volgens Dukhan moet worden benoemd dat een deel van de Syriërs het alcoholverbod wel steunt. ‘Ook binnen de overheid zie je dat er een conservatievere groep is en een seculiere groep. De regering probeert nu een balans te vinden tussen die twee. Tegelijkertijd willen ze toeristen en investeerders aantrekken. Ik verwacht dat ze zich zullen realiseren dat strengere sociale regels toeristen en investeerders zullen afschrikken, en dat is niet wat de autoriteiten willen. Het verbod zal dus waarschijnlijk niet in deze vorm worden doorgevoerd.’

‘We zijn christenen, waarom zou het niet mogen?’

Bij kroeg Samra, iets verderop in de straat bij Abu George, zit een groep jonge vrouwen buiten op het terras. Ook zij hebben arak op tafel staan, en naast de tafel staat een grote waterpijp. ‘Nee, die wet komt er niet, hoor’, zegt de eigenaar van deze pub. ‘We zijn christenen, waarom zou het niet mogen?’

Okaily snapt die houding, omdat het voor veel Syriërs in Damascus ondenkbaar is. Toch denkt hij dat mensen en cafés zich eraan zullen houden als de wet er eenmaal is. ‘Het risico is te groot om het niet te doen.’