13.8 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 3

Rellende jongeren richten vernielingen aan tijdens raadsvergadering over azc in Rhenen

0

Gisteravond richtten tientallen jongeren vernielingen aan bij het gemeentehuis van Rhenen, waar de gemeenteraad sprak over de opvang van 110 asielzoekers.

Aan het begin van de avond debatteerde de gemeenteraad over hoe Rhenen de spreidingswet zal uitvoeren, schrijft de Gelderlander. Volgens de krant hing de hele avond een groep van enkele honderden jongeren rond bij het gemeentehuis.

Hoewel het lange tijd relatief rustig bleef, weigerde een groep van ongeveer veertig jongeren te vertrekken, ondanks aandringen van de politie. Er werd met vuurwerk gegooid en een 25-jarige Veenendaler werd aangehouden voor openbare dronkenschap en het verstoren van de openbare orde, schrijft de Gelderlander.

Nadat op sociale media was opgeroepen om tijdens de raadsvergadering te komen protesteren tegen de komst van de asielzoekers, nam de burgemeester van Rhenen verschillende maatregelen om onrust te voorkomen. In het gemeentehuis stemden vijftien raadsleden stemden voor en drie tegen een opvanglocatie voor vluchtelingen in de gemeente, meldt RTV Utrecht.

Vorige maand greep de politie ook in bij gewelddadige anti-azc-protesten in de Gelderse dorpen Opheusden en Kesteren. In Opheusden werden veertien mensen aangehouden. Ook in Kesteren werden arrestaties verricht, meldt NOS.

Turkije wil Saoedi-Arabië militair helpen, Houthi’s dreigen met vergelding

0

Turkije wil nauwer samenwerken met Saoedi-Arabië op defensiegebied, maar de Houthi’s waarschuwen om dat niet te doen. Turkije-experts Ahmet Erdi Öztürk en Ergün Babahan leggen uit wat de risico’s voor Ankara zijn.

Het conflict rond de Rode Zee krijgt een nieuwe regionale dimensie. De Houthi’s hebben Turkije expliciet gewaarschuwd dat een militaire interventie aan de zijde van Saoedi-Arabië harde vergelding kan uitlokken. De waarschuwing komt op een moment dat Turkije zich steeds directer bezighoudt met de veiligheid van Saoedi-Arabië. De Turkse minister van Buitenlandse Zaken Hakan Fidan heeft gezegd dat Ankara bereid is Saoedi-Arabië op defensiegebied te steunen. Daarnaast hebben Turkije, Saoedi-Arabië en Pakistan een nieuw defensiepartnerschap opgezet, het Mekka-pact.

Met twee Turkije-experts bespreken we aan de hand van drie vragen de oplopende spanningen rond de Rode Zee. Ahmet Erdi Öztürk, universitair hoofddocent Internationale Betrekkingen aan de London Metropolitan University, en de in de Verenigde Staten gevestigde, gevluchte Turkse journalist Ergün Babahan geven hun visie.

Kan Turkije Saoedi-Arabië militair helpen zonder zelf doelwit te worden?

Öztürk: ‘Dat kan, maar slechts tot op zekere hoogte. Het cruciale onderscheid is tussen het ondersteunen van de verdediging van Saoedi-Arabië en zelf partij worden in de oorlog in Jemen. Minister Fidan heeft tot nu toe vooral gesproken over technische en militaire ondersteuning, niet over de inzet van Turkse gevechtstroepen.

Ahmet Erdi Öztürk

Dat geeft Ankara manoeuvreerruimte. Turkije kan bijvoorbeeld lucht- en raketverdediging, drones, elektronische systemen, inlichtingen, training en onderhoud leveren zonder rechtstreeks offensieve operaties tegen de Houthi’s uit te voeren. Ankara kan dat presenteren als steun aan de verdediging van Saoedi-Arabië, niet als deelname aan de oorlog in Jemen.

Maar de Houthi’s hoeven dat onderscheid niet te accepteren. Zij hebben Turkije en Pakistan al gewaarschuwd voor militaire interventie aan de zijde van Saoedi-Arabië. De vraag is daarom niet alleen hoe Ankara zijn rol definieert, maar vooral hoe de Houthi’s die rol interpreteren.

Ik zou het akkoord tussen de drie landen daarom ook nog geen NAVO voor het Midden-Oosten noemen. De institutionele structuur moet nog worden opgebouwd. Er is politieke overeenstemming, maar de procedures voor gezamenlijke militaire actie zijn nog in ontwikkeling.

Op langere termijn probeert Turkije zich op te werpen als een soort veiligheidsverbinder: een land dat verschillende veiligheidsstructuren met elkaar verbindt, van de NAVO en het oostelijke Middellandse Zeegebied tot de Golf, Pakistan en mogelijk Centraal-Azië. Maar toegang en invloed zijn iets anders dan het vermogen om militaire uitkomsten af te dwingen. Jemen kan dat verschil nadrukkelijk op de proef stellen.’

Babahan: ‘Dit akkoord is nog niet door het Turkse parlement goedgekeurd en is daarom nog niet in werking getreden. Vanuit juridisch perspectief heeft Fidans verklaring dus geen stevige basis. Erdogan heeft de verwachtingen hierover met zijn eigen uitspraken bovendien al getemperd.

‘Als Turkije rechtstreeks ingrijpt, ligt vergelding voor de hand’

De Houthi’s hebben laten zien dat zij zelfs voor de Verenigde Staten een serieuze militaire uitdaging vormen. Tijdens de oorlog tussen Iran en Israël hebben zij bovendien hun vermogen getoond om Israël met raketten aan te vallen. Als Turkije rechtstreeks ingrijpt, ligt vergelding voor de hand en kan Turkije, met zijn kwetsbare luchtverdediging, zwaar worden getroffen.

Misschien bedoelt Fidan met militaire steun iets anders: bijvoorbeeld het beschikbaar stellen van de door Turkije aangekochte S-400-systemen aan Saoedi-Arabië, in ruil voor ruimte voor de verkoop van F-35’s aan Turkije. Daarmee zou Ankara twee doelen tegelijk kunnen nastreven.’

Waar zouden de Houthi’s Turkse doelen kunnen aanvallen?

Ergun Babahan (Beeld: Twitter)

Babahan: ‘De Houthi’s zouden Turkse luchthavens, raffinaderijen, havens en militaire fabrieken als doelwit kunnen nemen. Afhankelijk van de omvang van een Turkse interventie zouden ze mogelijk meerdere locaties tegelijk aanvallen.’

Öztürk: ‘Ik zou er niet automatisch van uitgaan dat Turks grondgebied het eerste doelwit wordt. Het grootste risico ontstaat waarschijnlijk daar waar Turkse belangen rechtstreeks verbonden raken met de confrontatie tussen Saoedi-Arabië en de Houthi’s. Denk aan Turks personeel of militaire middelen die in Saoedi-Arabië worden ingezet, Turkse commerciële belangen rond de Rode Zee en aan Turkije gelieerde scheepvaart bij Bab al-Mandab en in de Rode Zee. De Houthi’s hebben laten zien dat zij zowel de bereidheid als de capaciteit hebben om scheepvaart en regionale infrastructuur te bedreigen.

Zolang Ankara zich beperkt tot technologie, defensie-export en inlichtingensamenwerking, blijft het risico voor Turkije zelf relatief beperkt. Zodra Turkse militairen of wapensystemen rechtstreeks bij gevechtsoperaties betrokken raken, verandert dat. Daarom zal Ankara waarschijnlijk proberen strategische ambiguïteit te behouden: wel solidariteit met Riyad tonen, maar voorkomen dat Turkije een directe strijdende partij in het Jemenitische conflict wordt.

Daarbij speelt ook de relatie met Iran mee. Turkije heeft jarenlang geïnvesteerd in contacten met zowel Saoedi-Arabië als Iran. Een directe confrontatie met de Houthi’s zou die positie bemoeilijken. Voor een land dat zich als verbinder en bemiddelaar wil profileren, kan directe deelname aan het conflict de diplomatieke manoeuvreerruimte juist verkleinen.’

Is nóg een front tegen Iran in het Midden-Oosten ook wat Trump wil?

Babahan: ‘Ik denk dat Trump beseft dat hij in Iran in een impasse is beland. De Verenigde Staten betalen economisch een prijs voor de oorlog en hun positie in de regio is verzwakt. Een nieuwe oorlog zou Washington een nog zwaardere klap kunnen bezorgen. Ook als Turkije en Pakistan zich ermee bemoeien, zal dat de situatie niet fundamenteel veranderen. Het risico is vooral dat de regio verder wordt verwoest.’

Öztürk: ‘Ik zou niet zonder meer zeggen dat Trump momenteel een nieuw front tegen Iran wil openen. De beschikbare aanwijzingen wijzen op een ingewikkelder beeld. Ondanks Saoedische verzoeken om hulp hebben de Verenigde Staten zich tot nu toe terughoudend opgesteld tegenover een nieuwe directe confrontatie met de Houthi’s. Persbureau Reuters meldde dat Washington Saoedische verzoeken om militaire steun tijdens de huidige escalatie heeft afgewezen. Dat past bij de bredere terughoudendheid om een nieuw militair front te openen, terwijl de confrontatie met Iran al grote regionale en economische gevolgen heeft.

‘Ondanks Saoedische verzoeken om hulp hebben de Verenigde Staten zich tot nu toe terughoudend opgesteld’

Washington kan wel belang hebben bij meer regionale lastenverdeling. Als Turkije, Saoedi-Arabië en Pakistan zelf meer capaciteit ontwikkelen om de regionale veiligheid te waarborgen, kan dat de druk op Amerikaanse strijdkrachten verminderen. Dat betekent echter niet automatisch dat de VS willen dat Turkije een nieuwe oorlog aangaat met een aan Iran gelieerde actor. De kern is daarom eerder dat de regionale veiligheidsstructuur steeds meer versnipperd raakt. Saoedi-Arabië zoekt meer bescherming, Turkije wil laten zien dat het naast diplomatie ook veiligheid kan bieden, Pakistan wil zijn relatie met Riyad versterken en Iran behoudt invloed via regionale partners. Washington lijkt ondertussen vooral te willen voorkomen dat het opnieuw zelf in iedere regionale confrontatie wordt meegezogen.

Turkije raakt daarmee steeds dieper verweven met de veiligheidsstructuur van de Golf. Tegelijkertijd zal Ankara proberen zijn betrokkenheid te vergroten zonder zijn diplomatieke manoeuvreerruimte op te geven. De waarschuwingen van de Houthi’s maken duidelijk hoe moeilijk die balans wordt.’

Rusland dreigt kernwapens tegen NAVO in te zetten

0

Rusland voert de dreigende taal richting het Westen verder op. Het land waarschuwt nu voor de inzet van kernwapens tegen de NAVO als de Russische exclave Kaliningrad wordt geblokkeerd. Dat meldt NRC.

Het dreigement is geuit in een brief aan de NAVO, waarin het Westen en in het bijzonder Oost-Europa worden gewaarschuwd. De voormalige Oostbloklanden wordt verweten ‘een gevaarlijke en roekeloze koers’ te varen. Mochten zij niet inbinden, dan zou Rusland er niet voor terugdeinzen ‘nucleair’ te gaan.

‘Rusland is bereid om het hele arsenaal aan krijgsmachtonderdelen en mogelijkheden waarover het beschikt, inclusief nucleaire wapens, in te zetten om zijn grondgebied te verdedigen, mochten NAVO-landen proberen Kaliningrad te isoleren van de rest van het land’, luiden de exacte woorden in de brief. Secretaris-generaal van de NAVO Mark Rutte heeft direct gereageerd en Rusland erop gewezen niet te dreigen met nucleaire wapens.

Het is niet de eerste keer dat Poetin schermt met het Russische kernwapenarsenaal. Ook rond de Russische verovering van de Krim in 2014 wees hij het Westen op de nucleaire capaciteit van Rusland.

Wat betreft Kaliningrad maakt Rusland zich vooral zorgen over de toenemende isolatie en militarisering rondom de al zwaarbewapende exclave, die alleen via een landcorridor vanuit Belarus en via de Oostzee met het moederland verbonden is. Kaliningrad wordt verder omringd door Polen en Litouwen.

Oorspronkelijk was het gebied bekend als Königsberg, Koningsbergen, de hoofdstad van Oost-Pruisen. Na de Tweede Wereldoorlog werd de stad tijdens de Conferentie van Potsdam toegewezen aan de Sovjet-Unie, waarna de Duitse bevolking werd verdreven en de stad werd omgedoopt tot Kaliningrad. Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 is het een Russische exclave die geografisch volledig gescheiden is van het Russische vasteland.

Hetero’s, laat je horen

0

Gisteren zag ik op Instagram een filmpje waarin een man aan mannelijke voorbijgangers vraagt of ze homo zijn of hetero (andere smaken waren er niet). Alle mannen in het filmpje reageren geschokt op die vraag. ‘Hell no!’ luidt zo ongeveer elke reactie. Want, zo roepen de mannen verontwaardigd, dat was toch duidelijk aan ze te zien? In het filmpje laat de interviewer vervolgens een foto zien van een van de andere geïnterviewden. Stuk voor stuk mannen die net zo hard riepen dat ze geen homo waren en dat dat toch duidelijk te zien was. Je raadt het al: bijna alle mannen wisten zeker dat de man op de foto die ze te zien kregen wél homo was. Waarom? Vanwege de manier waarop hij lachte. Hoe hij erbij stond. Zijn kleren. ‘Duidelijk gay.’ Het zou hilarisch zijn als het niet zo pijnlijk was.

Het filmpje houdt me sindsdien behoorlijk bezig. Net zoals de schrikbarende cijfers over lhbtiq-acceptatie die onlangs verschenen – al vind ik acceptatie in dit verband toch een beetje een raar woord. Alsof het aan hetero’s is om de seksualiteit van queer personen te accepteren. Die cijfers lieten zien dat de afgelopen vier jaar het percentage jongens dat positief denkt over homoseksualiteit bijna halveerde, van 40 naar 22 procent. Bij meisjes is dat percentage gedaald van 78 naar 51 procent. Het COC luidt terecht de noodklok: nog maar 4 op de 10 jongeren zijn positief over homoseksualiteit.

En voor wie desondanks denkt dat het allemaal wel meevalt: lees voor de grap maar eens de commentaren onder nieuwsberichten over de opening van een nieuw regenboogzebrapad, over de Pride Walk of over Paarse Vrijdag.

Vooruitgang is zelden lineair – veel vaker is er sprake van twee stappen voorwaarts en een stap terug. Maar zoals de cijfers pijnlijk duidelijk maken, gaat het nu om vier forse stappen terug. Nog maar zeven jaar geleden debatteerde ik als Kamerlid samen met mede-indieners Vera Bergkamp en Nevin Özütok met onze collega-volksvertegenwoordigers over de uitbreiding van artikel 1 van de Grondwet met de discriminatiegronden handicap en seksuele oriëntatie. Ons voorstel werd uiteindelijk met brede steun aangenomen. Alleen PVV, SGP, FVD en de toenmalige Fractie Nanninga (nu JA21) en Fractie-Frentrop (ex-FVD) stemden tegen. Het is nog maar de vraag of die Grondwetswijziging het vandaag de dag zou halen.

Wat doet u als u op uw werk een zogenaamde grap hoort over homo’s?

Tegelijkertijd zien verschillende rechtse partijen hun kans schoon om moslims de teruglopende lhbtiq-acceptatie in de schoenen te schuiven. Maar laat u zich niks wijsmaken: dat is puur politiek pinkwashen. Want diezelfde partijen zijn voor het gemak even vergeten dat zij het waren die kritisch waren op de Lentekriebels-lessen in het basisonderwijs, die de aanpassing van de transgenderwet van tafel veegden en die geen moment onbenut laten om ‘woke’ de schuld te geven van alle ellende in ons land.

Als het gaat om oplossingen voor het tegengaan van homohaat, blijft het ineens muisstil op de rechterflank. Terwijl er genoeg is dat we kunnen doen. Aandacht voor lhbtiq-inclusie in het curriculum van lerarenopleidingen. Sociale mediabedrijven dwingen om eindelijk iets te doen tegen online haatzaaierij op hun platforms. De schadelijke gevolgen van de manosphere aanpakken, waar manfluencers nog steeds ongehinderd hun content vol racisme, misogynie, homo- en transfobie, antisemitisme en islamofobie mogen delen. Niet voor niets legden onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam in een eveneens recent verschenen rapport het verband tussen de manosphere en veranderende opvattingen over de regenbooggemeenschap onder jongeren.

Maar ook u en ik zijn aan zet, als buren, broers, zussen, ooms, tantes of collega’s van mensen uit de regenbooggemeenschap. Want wat doet u als u op uw werk een zogenaamde grap hoort over homo’s, of als u op straat of in de trein getuige bent van homo- of transhaat? Spreekt u zich uit of kijkt u de andere kant op?

Het gaat de laatste tijd – terecht – vaak over hoe uitsluitende taal steeds meer wordt genormaliseerd. Als we ons alleen druk maken als die taal over onszelf gaat, zijn we minstens zo ver van huis. Dus ik zeg: hetero’s, laat je horen. Want wie ooit een bondgenoot wil hebben, moet er ook één durven zijn.

Protest bij Tweede Kamer tegen ‘dagelijkse islamofobie’

0

Een groep moslimorganisaties trok vanmiddag naar de Tweede Kamer om aandacht te vragen voor islamofobie. Mikal Tseggai, Kamerlid voor Pro, nam hun manifest in ontvangst.

Een bonte stoet aan maatschappelijke organisaties biedt vandaag in Den Haag een zogenoemd ‘manifest tegen islamofobie’ aan Kamerleden aan. Daarin hekelen de organisaties de dagelijkse realiteit van ‘moslimdiscriminatie, islamofobie en moslimhaat’, die volgens hen wordt versterkt en gelegitimeerd door beleid, politiek en instituties.

‘Wie nu nog wegkijkt, kiest actief de kant van ongelijkheid en vernedering’, staat in het manifest, waarin ook wordt verwezen naar het Nationaal Onderzoek Moslimdiscriminatie (Regioplan/Ercomer, 2025). In dat rapport werd geconcludeerd dat moslimdiscriminatie sterk verankerd is in de haarvaten van de Nederlandse maatschappij en dat een deel van de Nederlandse moslims zich daarom terugtrekt in zijn eigen schulp.

Het collectief van organisaties is al een paar maanden bezig om meer bewustwording te creëren over ‘alledaagse islamofobie’. Tahirah Shah schreef in april een kritisch stuk in de Kanttekening na een bezoek aan het eerste evenement: ‘Over moslims en de islam lijkt iedereen alles te kunnen zeggen. Dat zorgt er als moslim voor dat je gaat overcompenseren’, aldus Shah.

De moslimdemonstranten, in totaal zo’n twintig tot dertig, gebruiken de termen moslimhaat, islamhaat en islamofobie door elkaar. ‘Stop moslimhaat, stop islamhaat’, schalt het uit de megafoon. Ambtenaren en andere (witte) medewerkers van de Tweede Kamer lopen er met een grote boog omheen of passeren met een pokerface.

‘Sommigen kijken echt boos’, zegt publicist Ahlam Benali, die ook van de partij is en even daarvoor schande sprak van politici die moslims van alles en nog wat in de schoenen schuiven, zoals de dalende homo-acceptatie in Nederland. ‘Ik klaag de Tweede Kamer aan, die de iftar bij de politie heeft weggestemd.’

Beeld: Tayfun Balcik

Ook zij kan op weinig sympathie rekenen. Een oudere witte man staat op enige afstand geïrriteerd een sigaretje te roken. De Kanttekening spreekt hem aan. Hij wil inderdaad reageren op de aanklacht van Benali. ‘Ik vind dat je je wel moet aanpassen aan de cultuur die hier is’, zegt hij. ‘En ik denk: de dame die ik daar zie staan (hij wijst naar een vrouw met een niqab), daar ben ik het niet mee eens.’

Hij wil geen discussie over de vrijheid van godsdienst aangaan, maar doet het toch. ‘Ja, vrijheid is ook onderdeel van onze cultuur, maar toch moet je je aanpassen aan wat hier al is’, houdt hij voet bij stuk.

De gesluierde vrouw sluit zich aan bij het interview en vindt dat hij niet mag bepalen wat de Nederlandse cultuur is, dat zij daar ook recht op heeft en die mede bepaalt. ‘Ik vond hem onderdrukkend’, zegt ze nadat de man weer is doorgelopen.

‘De hand moet in de eigen moslimboezem gestoken worden’

De activist Mekki Aulad Ahmed vindt de opkomst teleurstellend. ‘Ik denk dat wij als moslims hier in Nederland geaccepteerd hebben dat we tweederangsburgers zijn’, zegt hij. ‘Als wij onszelf niet zo belangrijk vinden en deze behandeling normaal vinden, dan moeten we inderdaad thuisblijven. Maar dan moeten we niet raar opkijken als niet-moslims ons ook op die manier gaan behandelen. Zij denken: het zal wel goed zijn. De hand moet in de eigen moslimboezem gestoken worden.’

Tegen het einde van de manifestatie komt Pro-Kamerlid Mikal Tseggai met een medewerker het manifest in ontvangst nemen. Ze luistert naar de onvrede van moslims in Nederland, die Saida Derrazi verwoordt, en spreekt vervolgens de demonstranten toe. Pro gaat in ieder geval haar best doen om het tij te keren, aldus Tseggai, die ook even de Kanttekening te woord wil staan.

Een van de pijnpunten van moslims is dat islamofobie niet zoveel aandacht krijgt als bijvoorbeeld antisemitisme. Wat vindt Pro hiervan?

‘Nou, allereerst vinden wij het heel erg belangrijk dat iedereen zich in Nederland thuis voelt, dat iedereen erbij hoort en dat je ook een eerlijke kans krijgt om mee te doen. We schrikken elk jaar weer van de cijfers over bijvoorbeeld discriminatie op de woningmarkt, op de arbeidsmarkt. En we hebben inderdaad de laatste jaren een explosieve toename gezien van islamofobie en moslimdiscriminatie, en daar maken wij ons zoveel zorgen over.’

De demonstranten hier spreken over de normalisering van islamofobie en zeggen dat moslims die zelf deels hebben geïnternaliseerd. Wat vindt u ervan dat veel moslims volgens hen hun positie als tweederangsburger in Nederland hebben geaccepteerd?

Mikal Tseggai. Beeld: Pro

‘Ja, ik vind dat heel erg. Dat raakt mij diep. Ik heb zelf ook een migratieachtergrond. Dus ik begrijp het gevoel. Maar thuisblijven is niet de oplossing. Het is juist belangrijk om je stem te laten horen in politiek Den Haag. Om dit ook hoger op de politieke agenda te krijgen. Want heel veel partijen erkennen het probleem van moslimdiscriminatie niet eens. Dus daarvoor is het belangrijk dat je je stem hier laat horen.’

Een groot aantal van uw collega’s in de Tweede Kamer is heel islamofoob in hun uitingen. Spreekt u hen daar weleens op aan?

‘Zeker, maar ik ga helaas niet over wat mijn collega’s zeggen. Wat ik probeer te doen, is gewoon serieuze, concrete maatregelen bewerkstelligen. Strenger beboeten van mensen die openlijk discrimineren. Dat we een vergunning instellen voor makelaars, zodat makelaars minder discrimineren. En ook gewoon een serieuze aanpak van discriminatie. Want die is er gewoon nog steeds niet echt in Den Haag.’

‘We hebben inderdaad de laatste jaren een explosieve toename gezien van islamofobie en moslimdiscriminatie’

Even terug naar uw islamofobe collega’s. Kunt u met zulke Kamerleden wel normaal omgaan als zij zo expliciet hun afkeer van meer dan een miljoen Nederlanders uiten?

‘Tja, wat is normaal omgaan? Kijk, het zijn niet mijn beste vrienden. En ik denk ook dat het belangrijk is dat je ook als politicus voor elke Nederlander opkomt en daar staat en dat je inderdaad niet een groep van miljoenen Nederlanders discrimineert en wegzet. En wegzetten, daar heb ik een heel groot probleem mee.’

Is geen hand meer geven aan uw discriminerende collega’s een oplossing, of een cordon sanitaire?

‘Ik vind dit geen relevante vraag. Het is relevant hoe we meerderheden kunnen bewerkstelligen in de Tweede Kamer. Hoe we kunnen samenwerken om problemen aan te pakken. De vraag is: hoe gaan we meerderheden bewerkstelligen in de Tweede Kamer om dit probleem aan te pakken?’

Laatste vraag: is democratie alleen maar bedoeld om meerderheden te creëren?

‘Nee, zeker niet. Democratie is juist ook bedoeld om de minderheden te beschermen. En dat moeten we beter doen. En daarom sta ik helemaal achter deze actie en dit manifest.’

Californië erkent Suikerfeest en Offerfeest als officiële feestdagen

0

De Amerikaanse staat Californië heeft het Suikerfeest en het Offerfeest officieel erkend als feestdagen. Gouverneur Gavin Newsom ondertekende zondag 27 september een wet die beide islamitische feestdagen toevoegt aan de officiële feestdagenkalender van de staat.

Californië is daarmee, na Washington in 2025, de tweede Amerikaanse staat die beide feesten op staatsniveau erkent. De nieuwe wet, ingediend door parlementslid Matt Haney, geeft ambtenaren de mogelijkheid om bestaande verlofuren in te zetten om de feestdagen te vieren. Ook mogen openbare scholen en community colleges sluiten, als daarover lokaal afspraken worden gemaakt. De wet verplicht scholen niet om op deze dagen dicht te gaan en stelt evenmin een algemene extra betaalde vrije dag in.

Het Suikerfeest, Eid al-Fitr, markeert het einde van de islamitische vastenmaand ramadan. Het Offerfeest, Eid al-Adha, valt samen met de jaarlijkse hadj-bedevaart naar Mekka en herdenkt de bereidheid van Ibrahim (Abraham) om zijn zoon te offeren uit gehoorzaamheid aan God.

De Californische afdeling van de Council on American-Islamic Relations (CAIR-CA) verwelkomde de wet. Volgens de organisatie helpt de erkenning moslims om hun religieuze feestdagen te vieren zonder daarvoor verplichtingen op school of werk te hoeven verwaarlozen. Californië telt volgens CAIR-CA meer dan een miljoen moslims.

VS beëindigt missie in Irak, zorgen over invloed Iran

0

De Verenigde Staten hebben woensdag hun militaire missie tegen terreurgroep Islamitische Staat (IS) in Irak beëindigd. De laatste Amerikaanse troepen en militaire uitrusting zijn vertrokken van de luchtmachtbasis Erbil, in het Koerdische noorden van het land.

Daarmee komt een einde aan de missie van de internationale coalitie die in 2014 werd opgezet om IS te bestrijden. Dat meldt het Amerikaanse leger.

De terugtrekking maakt deel uit van een in 2024 gesloten akkoord tussen Washington en Bagdad. Irak neemt voortaan zelf de verantwoordelijkheid voor de veiligheid, terwijl de samenwerking met de VS wordt voortgezet op bilaterale basis. De Amerikaanse strijdkrachten blijven wel betrokken bij de strijd tegen IS in buurland Syrië.

De terugtrekking vindt plaats op een gevoelig moment. Hoewel IS zijn territoriale controle in Irak heeft verloren, zijn er nog altijd slapende cellen actief. Tegelijkertijd bestaat de vrees dat de invloed van Iran op de Iraakse politiek en veiligheidsdiensten verder toeneemt. Pro-Iraanse milities hebben een belangrijke positie in het land en verzetten zich tegen plannen om hun wapens onder staatscontrole te brengen.

De Amerikaanse aanwezigheid in Irak begon met de invasie van 2003, waarbij het regime van Saddam Hoessein ten val werd gebracht. In 2014 keerden Amerikaanse troepen terug om de Iraakse strijdkrachten te helpen in de strijd tegen IS, dat grote delen van Irak en Syrië had veroverd.

Tineke Strik kritisch over uitzetdeals: ‘Rwanda is nog repressiever dan Oeganda’

0

Nu de Oegandadeal van de baan is, kijkt de Nederlandse overheid naar Rwanda voor de opvang van afgewezen asielzoekers. Europarlementariër Tineke Strik (Pro) besloot alvast naar de Afrikaanse landen af te reizen om te zien waar we het nu eigenlijk over hebben. ‘Het komt veel meer binnen als je de gevolgen met eigen ogen ziet.’ 

Of de Oegandadeal daadwerkelijk van de baan is, betwijfelt Tineke Strik, die Oeganda en Rwanda samen met Anna Strolenberg (Volt) bezocht. ‘Op technisch niveau zou er nog worden doorgepraat. Tenminste, dat is wat wij horen van anderen.’

Strik zit in haar woonkamer en is net terug van het werkbezoek. Haar fractie was nooit voorstander van de terugkeerverordening, die het mogelijk maakt afgewezen asielzoekers op te vangen in landen waar ze niet vandaan komen. Maar als zulke deals er dan toch komen, wil ze goed voorbereid zijn, vertelt ze.

Nederland loopt voorop in het onderhandelen over deze terugkeerdeals. Al voordat de terugkeerverordening was geratificeerd, waren er gesprekken gevoerd met Oeganda. Het nieuwe kabinet schrapte deze deal – mensenrechtenschendingen vormden en te  groot risico. Nu zijn de ogen gericht op Rwanda, waar ook de VK eerder een deal mee trachtte te sluiten.

En toch gingen jullie eerst naar Oeganda…

‘Ja, en dat was ook wel goed. De Oegandese autoriteiten zijn namelijk nog wel heel erg bezig met de deal, meer nog dan in Rwanda. Ze denken momenteel bijvoorbeeld na over de criteria die ze zouden stellen: alleen mensen die vrijwillig terugkeren en oorspronkelijk uit omringende landen komen; geen onbegeleide minderjarigen of mensen met criminele antecedenten. Daar hadden ze echt een lijstje van gemaakt.

‘Ze zijn vooral erg gebrand op het sluiten van een deal’

In Rwanda zijn ze er ook mee bezig, maar daar kijken ze meer naar de economische voordelen. We spraken met iemand die ook over de Rwandadeal met het VK had onderhandeld. Hij had het over een win-winsituatie. Hij noemde het ook geen terugkeerdeal, maar een migration and economic partnership.’

We konden hier eerlijk gezegd niet echt helder krijgen hoe een terugkeerhub eruit zou zien. Ze hebben het heel stellig over een open faciliteit. Mensen zouden een verblijfsvergunning krijgen en zelfs kunnen naturaliseren als ze dat willen, maar ik durf dat niet zonder meer aan te nemen. Ze lijken niet erg na te denken over de praktische uitvoering. Ze zijn vooral erg gebrand op het sluiten van een deal.’

Jullie bezochten een vluchtelingenkamp en spraken met betrokken organisaties. Wat viel jullie op aan de huidige opvang?

‘In eerste instantie dat beide landen een open door policy hebben, waarbij vluchtelingen uit buurlanden direct erkenning, integratie en toegang tot de arbeidsmarkt krijgen. Daar kunnen wij nog wel wat van leren.

In Oeganda worden ruim 2 miljoen mensen opgevangen. Ze hebben geen kampen maar settlements, waar mensen een stukje land krijgen dat ze kunnen bewerken en waar zij of mensen vanuit de host community winkels kunnen openen. De scholen zijn gemengd. Ze proberen vluchtelingen echt op te nemen in de samenleving. De vraag is wel in hoeverre dat lukt. We zijn in een kamp geweest waar 280.000 vluchtelingen woonden. Het was een enorm uitgestrekt gebied, waar je niet zomaar een praatje met iemand maakt.

Rwanda vangt ook vluchtelingen op uit de regio. Er is onlangs een centrum opgezet om mensen te redden uit de hel van Libië, waar zij als slaven worden verhandeld. Ze worden hier opgevangen en dan wordt er met landen wereldwijd bemiddeld over hervestiging. Dit Emergency Transit Center is een overeenkomst tussen de Afrikaanse Unie, Libië en de EU, die het betaalt.’

Wat zijn jullie zorgen?

‘Hier is nu nog sprake is van een goed systeem en draagvlak vanuit de maatschappij, maar dit kan veranderen wanneer er nog meer vluchtelingen bijkomen vanuit Europese landen. Wat bovendien meespeelt, is dat de financiering voor opvang in de regio vanuit westerse landen sterk is gedaald. Niet alleen de VS hebben zich teruggetrokken, ook Europese landen zijn steeds minder gaan investeren in ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp.

In de kampen in Oeganda wordt nu nog maar de helft van wat ze nodig hebben gefinancierd. De mensen die hier wonen, moeten maaltijden overslaan en kinderen kunnen niet meer naar de middelbare school, met alle gevolgen van dien. De organisaties die hier werken, maken zich grote zorgen over de snelle toename van armoede, uitval op school en vroege huwelijken en zwangerschappen.

‘We zijn in een kamp geweest waar 280.000 vluchtelingen woonden’

Ook in Rwanda is dit zichtbaar. Het Emergency Transit Centre is een prachtig model, maar steeds meer landen trekken zich terug. De VS hebben laten weten geen mensen meer uit te nodigen voor hervestiging en onlangs heeft ook Duitsland zich teruggetrokken. Omdat het centrum plek biedt aan slechts 700 mensen, moeten evacuaties uit Libische detentiecentra steeds vaker worden uitgesteld. Daarnaast is ook hier de financiering achteruitgegaan. Volgens de UNHCR in Rwanda zijn de gezondheidszorg, het voedsel en de sanitaire voorzieningen daardoor beperkt, waardoor mensen ziek worden.’

Stel, er komt een terugkeerdeal met deze landen, krijgen ze dan de financiële ondersteuning die ze nodig hebben?

‘Dat is nog maar de vraag. Het is niet duidelijk hoeveel middelen ze krijgen en of deze ook daadwerkelijk gebruikt worden voor de opvang van vluchtelingen. Het kan zijn dat ze zelf mogen beslissen wat ze met dat geld doen. De man die vertelde over de Migration and Economic Partnership in Rwanda had het over ‘geld dat vrijkomt voor de host community’, ‘bedrijven die zullen investeren’ en ‘een economische boost’. Ik vond het nogal een propagandaverhaal en denk dat ze vooral veel geld krijgen dat ze zelf kunnen besteden.’

We sturen ze dus eigenlijk een beetje extra geld, maar ook meer vluchtelingen?

‘Ja, en dat is het wrange. In plaats van ervoor te zorgen dat het systeem overeind blijft, gooien we nog meer mensen over de schutting. Wat doen we die landen aan? Waarom ondersteunen we ze niet veel meer in de bescherming die zij al bereid zijn om te bieden? We hebben het altijd over opvang in de regio, maar we laten ze compleet barsten. Daardoor wordt de kans alleen maar groter dat mensen gaan doorreizen.

Bovendien zullen we mensen daar naartoe sturen die uit hele andere landen komen. De mensen die vanuit de VS naar Rwanda worden gestuurd bijvoorbeeld, zijn maar in 10 procent van de gevallen afkomstig uit een Afrikaans land. Plaatselijke hulporganisaties maken zich hier zorgen over. Ze vangen vluchtelingen vooral groepsgewijs op. Als in zo’n groot kamp waar voornamelijk Congolezen wonen opeens Oezbeken of Bengalezen terechtkomen, werkt dit niet, al is het alleen al vanwege de taalbarrière. Deze manier van opvang sluit niet aan bij hoe ze het daar hebben geregeld.’

De VS hebben al langer een terugkeerdeal met beide landen. Kregen jullie een indruk van hoe het deze mensen vergaat?

‘We spraken met een aantal internationale organisaties over deze deals en wat ze allemaal vertelden, is dat het niet werkt. Mensen zouden vanuit de VS een kapitaal meekrijgen en goed kunnen integreren, maar ze kwamen berooid aan. Vervolgens verdwenen ze van de radar of werden ze uitgezet. Het lukte de organisaties niet om ze te bereiken of de vluchtelingen konden hun weg naar de autoriteiten niet vinden. In Rwanda liep het iets anders. Daar werden ze opgevangen in een open faciliteit, waar het IOM bij betrokken was. Maar hier werden ook groepen uitgezet.’

De Oegandadeal werd vooral bekritiseerd vanwege de mensenrechtenschendingen in het land. Hoe zit dit in Rwanda?

‘Rwanda heeft eigenlijk een nog veel repressiever regime dan Oeganda, waar de doodstraf geldt voor LHBTI’ers. Het is een autocratie en ngo’s zijn er niet welkom, omdat ze kritisch zijn over deze situatie. De ngo’s die er zijn, werken voor de regering. De vrijheid van meningsuiting is beperkt en de oppositie zit in de gevangenis. Het is echt een surveillancesamenleving.’

In hoeverre krijgen mensen die in een vluchtelingenkamp wonen te maken met deze repressie?

‘Lhbti-criminalisering is natuurlijk echt een probleem voor iedereen, ook voor de vluchtelingen. In Rwanda zit je in de problemen als je een publieke opinie verkondigt, dat doe je misschien juist als je vluchteling bent. Maar het is vooral ook voor ngo’s lastig om vluchtelingen te ondersteunen in een beperkte civil space. Er is veel te weinig juridische rechtshulp en omdat er zoveel mensenrechten niet gewaarborgd zijn, kun je je afvragen of een asielverzoek onafhankelijk wordt beoordeeld en of er wel bescherming is tegen deportatie.’

Zijn jullie door dit werkbezoek anders gaan kijken naar deze mogelijke deals?

‘Nee. Ik vind dat Europa zijn eigen verantwoordelijkheid moet nemen en veel meer moet investeren in een duurzame relatie met de herkomstlanden van afgewezen asielzoekers, waardoor mensen rustig en goed geïntegreerd kunnen terugkeren. Deze deals leiden daar heel erg van af. Het kost heel veel geld en je brengt mensen in een ongewisse situatie, die maar een kortetermijnoplossing biedt.

‘Rwanda steunt rebellenbewegingen in Congo door het leveren van wapens’

Daarnaast vind ik dat je, door deze deals te sluiten, deze regimes legitimeert. Rwanda steunt rebellenbewegingen in Congo door het leveren van wapens, logistieke hulp en militairen. Sommige vluchtelingen in Rwanda zijn juist voor deze beweging gevlucht. Ik denk dat dit misschien ook wel een van de redenen is dat Rwanda deze deal wil: het wil een soort goedkeuring krijgen van de EU.’

Hoe gaan jullie dit nu propageren?

‘In ieder geval door deze kant van het verhaal te vertellen, zodat mensen niet alleen het verkooppraatje van de betrokken lidstaten horen.

Vanuit het Europees Parlement gaan we lobbyen voor meer waarborgen in dit soort deals. Een striktere invulling van de criteria voor met welk land je een deal sluit bijvoorbeeld, want Rwanda is wat ons betreft niet de meest logische keuze. We willen ook weten wie dit gaat monitoren en wat er gebeurt als het niet goed gaat.

Op 28 oktober komt er een wijziging in de bevoegdheden van Frontex. Het zal dan de ruimte krijgen om de terugkeer van derdelanders naar andere derde landen te faciliteren. Ik vind het een heel slecht idee dat een EU-agentschap geheel zonder controle van de EU in deze landen aan het werk mag. Ook daar zullen ook daar belangrijke waarborgen ingebouwd moeten worden.’

Tot slot: hoe groot acht je de kans dat de Rwandadeal en de Oegandadeal er komen?

‘Ik denk dat die kans best groot is, te beginnen met Rwanda. Toen we daar liepen, mocht niemand ons iets vertellen over de onderhandelingen. Dat was iets tussen de regeringen, zeiden ze. Maar we zagen wel de naam van een hoge ambtenaar van het ministerie van Justitie in het gastenboek van de Emergency Transit Hub. Ik sluit ook zeker niet uit dat er een deal komt met Oeganda. Daarnaast zijn er nog andere kanshebbers die we voorbij horen komen: Oezbekistan bijvoorbeeld. Kenia heeft aangegeven absoluut geen terugkeerhub te willen.’

Turks fondsenschandaal raakt nu ook oud-minister Fatma Kaya

0

De Turkse autoriteiten hebben de bezittingen van voormalig minister van Gezin en Sociale Zaken Fatma Kaya (AKP) en haar man Ilyas Kaya bevroren. Vorige week werd bekend dat het echtpaar mogelijk betrokken is bij fraude met staatsinvesteringsfondsen en daarmee honderden miljoenen Turkse lira zou hebben verdiend. Dat meldt de islamistische krant Yeni Safak.

Bij de handel in aandelen van het maritieme bedrijf Özata waren grote bedragen gemoeid. Vlak voordat de fondsencrisis op 16 september de aandelen deed kelderen, zouden daarmee enorme winsten zijn gemaakt. Kaya zou ongeveer 1,14 miljoen euro hebben geïnvesteerd en vervolgens 24,15 miljoen euro uit een staatsfonds hebben opgenomen. Haar man zou met een investering van ongeveer 1,79 miljoen euro 14,84 miljoen euro hebben opgenomen.

Fatma Kaya en haar man vormen volgens critici slechts het topje van de ijsberg in het fondsenschandaal. Middle East Eye meldt dat de Turkse autoriteiten voor minstens 17 miljard dollar aan fondsen hebben bevroren. Vanwege de nauwe banden tussen ‘de fondsen, managers en de heersende islamistische klasse’ zou het schandaal kunnen uitgroeien tot een politieke crisis voor het Erdogan-regime.

Erdogan reageerde maandag op het fondsenschandaal en beloofde degenen die verantwoordelijk zijn voor marktmanipulatie en frauduleuze handelspraktijken te vervolgen. ‘Wie de rechten, bezittingen of wettelijke belangen van de natie aantast, zal met ons en de staat te maken krijgen’, aldus Erdogan.

Dit is niet het eerste corruptieschandaal rond Erdogan en zijn politieke omgeving. Sinds zijn aantreden als premier en later als president is zijn bewind meerdere keren in opspraak gekomen door grootschalige corruptieonderzoeken. Zo werden bij het grote corruptieschandaal van 2013 verschillende ministers en mensen uit Erdogans omgeving beschuldigd van omkoping en witwassen. Het ging destijds om tientallen miljoenen dollars aan steekpenningen en ongeveer 10 miljard dollar aan goudtransacties.

NAZA: schokkende documentaire geeft inkijk in genocide in Gaza

0

Recensie | In NAZA vertellen Israëlische militairen over hun rol bij de genocide in Gaza. Het doden van Palestijnen gaf een ‘gevoel van zingeving’, zegt een van hen.

Ronduit schokkend is het. De getuigenissen van jonge Israëlische militairen en medewerkers van inlichtingendiensten die in de documentaire NAZA vertellen over hun bombardementen op Gaza. De aanvallen begonnen na de terreuraanval van Hamas op 7 oktober 2023, waarbij uiteindelijk meer dan 1200 mensen omkwamen. In Gaza staat het officiële dodental inmiddels boven de 70.000. Sommige deskundigen becijferen dat het er wel honderdduizend zijn. Overal liggen nog lichamen onder het puin. Experts spreken van een genocide.

De makers van NAZA, de Israëliërs Yuval Abraham en Rachel Szor, wonnen in 2025 samen met Palestijnse collega’s een Oscar voor No Other Land, over het geweld van het Israëlische leger tegen een dorpje op de Westelijke Jordaanoever. Aan NAZA werkten ze drie jaar. Ze spraken met 24 landgenoten die bij de moordpartijen van het Israëlische leger en de inlichtingendiensten betrokken zijn.

De interviews vinden ’s avonds in het geheim plaats, in het donker op het dak van een hoog gebouw in Tel Aviv. De geïnterviewden hebben een onherkenbaar gemaakt gezicht en stem vanwege het gevaar als hun identiteit bekend wordt.

De bekentenissen en de stiltes die vallen, worden afgewisseld met shots van inwoners van Tel Aviv die comfortabel onderuitgezakt op de bank in hun appartement naar het achtuurjournaal kijken. Wat krijgen zij daar voorgeschoteld, vraag je af. En ook: de mensen in Gaza die nu dood zijn, woonden ooit ook in soortgelijke appartementen.

NAZA komt van Nezek Agavi, een militaire term en betekent zoiets als nevenschade in het Hebreeuws: de verwachte burgerdoden die vallen bij het uitschakelen van Hamasleden in Gaza. Wanneer een Hamaslid wordt gebombardeerd – en dat doen ze het liefst in de nacht als hij thuis is, vertelt een van de Israëliërs – en hij bijvoorbeeld een vrouw en vijf kinderen heeft, dan betekent dat zes NAZA. Zo moet je het zien.

NAZA kreeg deze maand op het filmfestival van Venetië de Speciale Juryprijs en een applaus van ongeveer 25 minuten. In Israël leidde de film tot woedende reacties. De Belgische krant De Morgen meldt dat een menigte zich voor het ouderlijk huis van Rachel Szor verzamelde. De minister van Cultuur noemde de makers landverraders en wil hun nationaliteit afpakken. Premier Netanyahu kondigde twee nieuwe wetten aan: een die de nationaliteit afneemt ‘van iedereen die slecht spreekt van Israëlische soldaten’ en een andere die de schadevergoeding bij laster twintig keer zo hoog maakt.

In de documentaire, die vanaf morgen in de bioscoop is te zien en waarvan ondergetekende journalist de voorvertoning zag, vertellen militairen hoe Palestijnen in Gaza op grote schaal worden gevolgd en afgeluisterd. Telefoons geven informatie over waar mensen werken, wonen en slapen. Gesprekken worden afgeluisterd. Militairen kunnen daardoor ook horen wat er na bombardementen gebeurde, wanneer gezinnen, kleine kinderen, vaders en moeders het uitschreeuwden van wanhoop en pijn.

Later zag hij hoe straathonden van zijn lichaam aten

Dat de opnames in Tel Aviv plaatsvinden, is omdat daar het belangrijkste militaire hoofdkwartier blijkt te liggen. Veel mensen die binnen de inlichtingendiensten betrokken zijn bij de bombardementen, komen uit de stad. Een medewerker vertelt over een twaalfjarige Gazaanse jongen die hij doodschoot. Via een drone met camera kon hij de jongen zien. Later zag hij hoe straathonden van zijn lichaam aten. Zijn eigen rol binnen zijn team is technisch, niet moreel, vertelt hij.

Een andere militair vertelt over het schieten op Palestijnen bij voedseldistributiepunten in Gaza. Er stond een lange rij mensen die over een brug bij het uitdeelpunt uitkwam. De mensen die probeerden de rij te omzeilen, werden beschoten. Niet iedereen werd dan gedood, een paar. Per dag? Nee, per uur. Het was net een spel, zegt hij. ‘Beschrijf je nu een massamoord?’, vraagt Abraham.

Een van de geïnterviewden vertelt dat hij vroeger met zijn school naar Europa ging om concentratiekampen te bezoeken. Hij vroeg zich dan af: waarom kwam er niemand in opstand? Nu begrijpt hij het. Nazi’s vindt hij nog steeds slechte mensen. Maar wat is hij dan, vraagt hij zich af. Hij weet het niet. Abraham vraagt hem of hij vindt dat wat in Gaza gebeurt genocide is. ‘Ja’, antwoordt de militair. Volgens hem gebeurt het doden van mensen doelbewust.

Een militair vertelt over zijn werk achter een computerscherm. Het doden van mensen gaf hem ‘een gevoel van zingeving’. Het kon grappig zijn en de sfeer was goed, vooral wanneer een aanval succesvol was.

Vanuit de legerleiding werd gevraagd of de militairen misschien psychologische hulp nodig hadden. Volgens hem was dat niet nodig. Ze dachten niet aan de mensen die ze doodden.

Hoeveel mensen hij zelf heeft gedood of bij hoeveel doden hij betrokken was? Duizenden, antwoordt hij.

Dan volgen beelden van de Holocaustherdenking in Israël. Een sirene klinkt. Auto’s op een drukke weg komen tot stilstand. Sommige mensen stappen uit en blijven staan. De Holocaust was zo schokkend vanwege de systematische rationaliteit die erachter zat: het uitdenken van hoe je op efficiënte wijze zoveel mogelijk mensen die je ontmenselijkt hebt, kunt doden. Het doet denken aan het mechanisme dat ook achter de technische bombardementen en executies op de bevolking van Gaza zit.

Aan het einde van de pikzwarte documentaire laat NAZA beelden uit Gaza zelf zien.

Een vader zoekt in het puin van ingestorte gebouwen naar zijn gezin. Hij roept hun namen: Selma, Said. Het blijft stil. Dan ziet hij onder een ingestorte betonnen plaat de benen van meerdere kinderen uitsteken. Ze zijn dood.

De vader huilt.

‘Had ik je niet gezegd om op je moeder te passen, Said…’

Daar eindigt de documentaire. Met daarna de boodschap dat het leed nog niet ten einde is. Het doden van Palestijnse burgers in Gaza gaat gewoon door.

Als de bioscoopzaal leegloopt, blijft een oudere vrouw zitten, ze huilt. Een jongere vrouw staat er aangedaan naast.