6.2 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 3

Partij voor de Dieren haalt hard uit naar VVD, die achter Israël blijft staan

0

In de coalitie is onenigheid ontstaan over de onvoorwaardelijke steun van de VVD aan Israël. Terwijl het CDA en D66 de druk willen opvoeren, en daarmee navolging geven aan een meerderheid in de Tweede Kamer die voor een motie met sancties tegen Israël heeft gestemd, blijft de VVD op de rem trappen.

‘Goed nieuws!’, rept PvdA-Kamerlid Kati Piri op X over de aangenomen motie met handelsmaatregelen tegen Israël. ‘Na de doodstrafwet voor Palestijnen, de foltering van kinderen, door de staat gesteunde terreur van kolonisten en de genocide op Palestijnen, eindelijk een meerderheid in de Tweede Kamer om het handelsgedeelte van het EU-Israël-associatieverdrag op te schorten.’

Er is echter wel een probleem. SP, PRO, D66, Volt, PvdD, CDA, DENK en FVD hebben voor deze motie gestemd, en de VVD, naast 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV niet. Er is dus wel een Kamermeerderheid, maar ook onenigheid binnen de minderheidscoalitie.

De Partij voor de Dieren is furieus op de VVD, die tijdens het debat over de oorlog in het Midden-Oosten de Israëlische aanval op Libanon een ‘lichtpuntje‘ zou hebben genoemd. ‘Dit terwijl er massaal onschuldige burgers, hulpverleners en journalisten worden gedood. En hele gemeenschappen op de vlucht slaan… De VVD is totaal de weg kwijt als het gaat om het morele kompas’, schrijft de partij op LinkedIn.

Het is nog niet bekend wat de consequenties zijn van de onvoorwaardelijke steun van de VVD aan Israël voor de minderheidscoalitie, ondanks de genocide in Gaza en de misdaden in Libanon en Iran. D66 en het CDA lijken wel te bewegen naar meer sancties.

Bij1-raadslid Meiland stelt vragen over Nederlandse onthouding bij VN-stemming slavernijverleden

0

Het Amsterdamse Bij1-raadslid Saskia Meiland wil van het stadsbestuur van Amsterdam weten wat het vindt van de Nederlandse houding bij een recente stemming in de Verenigde Naties over het slavernijverleden. Nederland besloot zich op 25 maart 2026 te onthouden van stemmen, en dat roept volgens haar vragen op, schrijft Afromagazine.

Aanleiding is een resolutie die door Ghana werd ingediend en uiteindelijk met ruime meerderheid werd aangenomen. De Verenigde Naties bestempelen daarin de trans-Atlantische slavenhandel als ‘de ernstigste misdaad tegen de menselijkheid ooit’. Vooral westerse landen hadden moeite met die formulering. De Verenigde Staten en Israël stemden tegen, onder meer vanwege bezwaren rond de Holocaust. Nederland en meerdere Europese landen kozen ervoor zich te onthouden. Hun belangrijkste argument: het gebruik van zulke superlatieven zou kunnen leiden tot een ‘hiërarchie van historische wreedheden’.

Volgens Meiland wringt die opstelling met eerdere excuses die in Nederland zijn gemaakt. Ze wijst op de excuses van oud-premier Mark Rutte in 2022, het verzoek om vergiffenis van koning Willem-Alexander een jaar later en de excuses van de gemeente onder burgemeester Femke Halsema in 2021.

Ze vraagt het college hoe die onthouding volgens hen moet worden gezien. En ook: botst het niet met elkaar, excuses maken en je daarna internationaal afwachtend opstellen? ‘Deelt het college de opvatting dat er spanning kan bestaan tussen het vragen om vergiffenis enerzijds en een terughoudende internationale opstelling anderzijds?’

Daarnaast uit Meiland onder meer zorgen over de gevolgen voor Amsterdam zelf en de mogelijke impact op de geloofwaardigheid van het herstelbeleid van de stad, aldus Afromagazine.

Noem mij maar Ismaël

0

Ik schrijf aan een roman waarin de hoofdpersoon, ‘noem mij maar Ismaël’, van de ene op de andere dag acteur wordt. Gewoon, omdat het kan. Ismaël krijgt een filmrolletje aangeboden; als de draaidagen achter de rug zijn, wordt zijn honorarium uitbetaald. Hij gaat ervan op reis. Gaandeweg het verhaal speelt Ismaël in meer films – de rol van mensensmokkelaar, religieus fanaticus en terrorist – totdat hem op een dag wordt gevraagd of hij de rol van Pontius Pilatus wil spelen in The Passion, de jaarlijkse uitvoering van het lijdensverhaal van Jezus voor de nationale televisie.

Ismaël is niet Bijbelvast, zijn agente legt hem uit dat het om een belangrijk personage gaat: de Romeinse bureaucraat die Jezus tot het kruis veroordeelde. De aanleiding voor zijn dood: Jezus roept om geen belasting te betalen! De hoofdpersoon vindt het wel een interessante rol, hij hoeft er niet voor te zingen. Een vriend raadt hem af Pontius Pilatus te spelen; het ligt best wel politiek gevoelig. Ismaël heeft een islamitische achtergrond en het spelen van Pontius Pilatus gooit olie op het vuur voor de islamofoben. De vriend ziet de krantenkoppen al voor zich: ‘Het is een moslim die Jezus heeft gedood.’

Hoe dit verhaal afloopt kan ik u niet vertellen, want ik schrijf nog aan de roman. Wat ik u wel kan vertellen, is dat Ismaël door de verwarring die ontstaat over zijn rol en zijn afkomst uiteindelijk de weg kwijtraakt. Letterlijk. De politie moet hem van de weg afhalen omdat hij daar als een zombie rondloopt, het verkeer ophoudend. Hoe meer Ismaël groeit in zijn talent, hoe meer hij zichzelf kwijtraakt, totdat er niet meer van hem over is dan een hoopje mens, een spookrijder. Is dat het lot van elke westerse moslim, dat je vroeg of laat, door omstandigheden waar je geen vat op hebt, op de verkeerde baan van de weg komt te liggen?

Ik zie een bruisende samenleving, anderen zien een opvallende aanwezigheid van de islam in het straatbeeld

De verrechtsing in Europa is mede veroorzaakt door het onbehagen rond migratie. De afgelopen jaren echter is de islamofobie ontzagwekkend toegenomen. En ik kan dat niet los zien van de rol die Ismaël is gaan spelen in de samenleving; het begint tot de politieke werkelijkheid door te dringen dat moslims niet weg te denken zijn. Punt. Er zijn altijd moslims geweest in Europa, zonder de culturele impulsen van de islam zou Europa niet zijn wat het vandaag is. De architectuur van kerken, ons dagelijks brood, de omgangsvormen, kleding: het draagt allemaal het DNA van de islamitische beschavingen. We zijn met elkaar verbonden.

Maar toen moslims een andere rol dan de klassieke gingen spelen, toen steeg ook het onbehagen en daarmee de weerzin. Het is de klassieke contradictie van de liberale samenleving: vanuit het vrijheidsprincipe ben je welwillend om minderheden te tolereren, maar vanaf het moment dat zij hun rechten, talenten en kansen volledig willen verwezenlijken, verkruimelt het ideaal. De reactie erop is die giftige cocktail van xeno-nostalgie, heimwee naar wat eigen was, toen de wereld stabiel was. Dat is een mooi verhaal, maar het klopt niet. Rotterdam in de jaren zeventig was een veel gewelddadigere plek dan het nu is, de armoede was schrijnend.

Hoe sterker de rol die moslims spelen in de samenleving, hoe groter hun aanwezigheid, hoe groter de apocalyptische angstdroom dat ze alles zullen overnemen – de vicieuze cirkel van haat is gelegd. En wanneer een moslim een voorname rol kreeg ’toebedeeld’, moest hij vooral bescheidenheid veinzen om zo de mensen gerust te stellen: zijn ambitie zou niemand schaden. Noem mij maar Ismaël.

Ik was laatst op Rotterdam Zuidplein, waar de multiculturele samenleving bruist – een potpourri van minderheden. Ik zie een bruisende samenleving, anderen zien een opvallende aanwezigheid van de islam in het straatbeeld, en dat zonder er echt geweest te zijn. Het is in deze wereld waarin Ismaël zich voorbereidt op de rol van zijn leven, om samen te vallen met zijn rol zonder daar excuses voor te hoeven maken.

Kamer steunt motie voor toegang Rode Kruis tot Israëlische gevangenissen

0

Naar aanleiding van een kritisch rapport van Save the Children over Israëlische martelgevangenissen, waar Palestijnse kinderen systematisch worden gemarteld, vernederd en zelfs seksueel misbruikt, is in de Tweede Kamer een motie aangenomen. De motie spoort de regering aan om de druk op Israël op te voeren.

De motie, ingediend door de Partij voor de Dieren, betreft de toegang van het Internationale Rode Kruis tot alle detentiecentra in Israël waar Palestijnen worden vastgehouden en gemarteld. De regering wordt verzocht zich ‘actief’ in te zetten voor onbelemmerde toegang van het Internationale Rode Kruis ’tot alle detentiecentra waar Palestijnen worden vastgehouden’.

Naast de coalitiepartijen VVD, CDA en D66 stemden ook de ChristenUnie, BBB, SP, Groep Van Haga (BVNL), 50PLUS, DENK, Volt en FVD voor de motie. SGP, JA21, Mona Keijzer, PVV en Groep Markuszower stemden tegen.

De voormalig ambtenaar Berber van der Woude gaf op NPO Radio 1 commentaar op de martelingen in Palestina. ‘De rechten van Palestijnse kinderen worden al heel lang geschonden, de details van dit rapport zijn gruwelijk,’ zei ze. ‘Na 7 oktober lijken alle remmen los te zijn gelaten. Israël heeft het kinderrechtenverdrag en de antifolterverdragen ondertekend en geratificeerd, en toch gebeurt dit.’

Journalist Fitria Jelyta, die dit verhaal voor NRC naar buiten bracht (samen met Derk Walters), reageerde opgelucht na de aangenomen motie. ‘Ik hoef geen erkenning, ik deed alleen mijn taak als journalist,’ aldus Jelyta, die stelt dat journalistiek hierom moet draaien.

In het rapport van Save the Children komen Palestijnse kinderen zelf aan het woord. Zo vertelt Ameer, die op 15-jarige leeftijd werd gevangengenomen en lange tijd rechteloos werd vastgehouden: ‘Wij worden blootgesteld aan brute martelingen. We hebben hulp nodig, van iedereen die ons kan helpen. De wereld moet weten wat we doormaken.’

PVV dwarsboomt eigen asielwetten

0

De PVV heeft via X, bij monde van Eerste Kamerlid Alexander van Hattem, laten weten dat zij de aanpassing van de asielwetten van voormalig asielminister Marjolein Faber niet zullen steunen in de Eerste Kamer. Hiermee dreigt de PVV de eigen asielwetten, waarmee ze ‘het strengste asielbeleid ooit’ wilde voeren, zelf om zeep te helpen, schrijft NRC.

Met de aanpassing, of novelle, zouden de nieuwe asielwetten worden versoepeld. Strafbaarstelling van illegaliteit, een onderdeel van de asielnoodmaatregelenwet die de PVV vorig jaar erdoor kreeg, ging tegen het zere been in van partijen als SGP en CDA. Hulp aan illegalen zou namelijk ook strafbaar worden. De novelle maakte de asielwetten van Faber acceptabel voor de SGP en het CDA.

Terwijl PVV-leider Geert Wilders eerder nog blij was met de versoepeling van de wet, zo schrijft NRC, dreigt hij nu alsnog de hele wet te torpederen en andere partijen de schuld te geven.

Want zonder de novelle is er geen steun van de twee christelijke partijen en dus geen meerderheid voor het hele plan in de Eerste Kamer.

Van Hattem liet woensdag weten wel vóór de twee strenge asielwetten te gaan stemmen. Wetten waarvoor hij eerder nog zijn steun dreigde in te trekken, omdat deze volgens hem waren ‘uitgekleed’ en ‘afgebroken’. Ze zouden dus niet meer streng genoeg zijn voor de PVV.

Door wel steun te geven aan de asielwetten, maar niet aan de novelle, dreigt de PVV andere partijen de schuld in de schoenen te schuiven. Zij kunnen zonder de aanpassing namelijk niet akkoord gaan met het hele plan.

En zo is het nog erg onzeker of de strenge maatregelen waar de PVV zich sterk voor had gemaakt, het nog wel gaan halen. Komende dinsdag stemt de Eerste Kamer over de asielwetten.

Wens de dieren een wereld zonder mensen

0

Ik was 7 jaar oud toen ik mijn allereerste vis ‘bewust’ at. Mijn vader nam me mee naar een restaurant en bij de entree was er een aquarium vol zeebaars en de ober zei: ‘kies er een uit’. Ze zagen er allemaal hetzelfde uit, dus ik wees willekeurig naar een vis.

Tien minuten later lag die vis bij mij op het bord. Dood! Ik schrok en begon te huilen en zei dat ik het niet zou eten.

Toen zei mijn vader: ‘een vis heeft maar één droom: om op een dag opgegeten te worden door iemand die hem waardeert en lekker vindt. Als jij het niet eet, is hij voor niets gestorven en is zijn droom niet waargemaakt.’

Ik at die dag drie vissen om hun droom waar te maken. Weet nu dat dat een illusie is en een van de vele sprookjes die mijn vader vertelde.

Met die gedachten was ik een vis aan het fileren en zag hoe de dode oogjes van het dier mij aankeken en ik dacht aan een zin van de filosoof Zawatski: ‘ik wens de dieren een wereld zonder mensen’.

Vrienden kwamen bij mij eten: een vegetariër, flexitariër, veganist, carnivoor, een Joodse, een moslim en een hindoe. De Joodse en moslimvriendin eten geen varken, de hindoevriend eet geen koe, de vegetariër überhaupt geen vlees en de veganist geen vlees en zuivelproducten. Koken voor deze groep was makkelijk: Thais eten bevredigt velen.

Eenmaal aan tafel, kijkend naar het plafond, zei een van hen: ‘Nil, dit kan echt niet, al die halogeenlampen. Je moet ledlampen nemen. Dit is slecht voor het milieu.’

‘Ik vind het zonde om lampen die het nog doen weg te gooien’, zei ik gegeneerd. ‘Er is geen weg terug van de klimaatcrisis en we moeten allemaal ons consumptieve patroon aanpassen, toch?’ ging hij verder.

Misschien vind ik dat wel de ergste soort mens: die zijn waarheid op de ander projecteert en, nog erger, bijna eist dat je hetzelfde moet vinden. Er wordt ons verteld hoe we de broeikasgassen verminderen door minder te kopen, minder te eten en minder fossiele brandstoffen te gebruiken. Daar kan ik in mee, maar moeten we niet vooral bij de macrocirkel zijn?

Alleen al in 2024 waren er 300 raketlanceringen naar een baan om de aarde, gedomineerd door raketten van de Amerikaanse, Russische en Chinese overheid en van bedrijven. Dat kost niet alleen vliegtuigbrandstof, maar ook veel zuurstof. Een lancering staat gelijk aan de vervuiling die 100 auto’s in een jaar produceren. Beschadigt dat de atmosfeer niet?

De Belgische politicus Bruno Tobback gaf ooit het eerlijkste antwoord: ‘Bijna elke politicus weet wat je moet doen om het klimaatprobleem aan te pakken. Er is alleen geen politicus die weet hoe hij nadien nog verkozen zal worden.’

De veganistische vriendin keek carnivoor Otto aan, die net een stuk vlees in zijn mond stopte

Volgens Europese afspraken moeten we in 2030 zo’n 55 procent minder uitstoten dan in 1990, en in 2050 moeten we klimaatneutraal zijn. En ja, we moeten allen ons steentje daaraan bijdragen.

De veganistische vriendin keek carnivoor Otto aan, die net een stuk vlees in zijn mond stopte. ‘Vlees zorgt voor 40 procent van de broeikasgassen. Voor 1 kilo vlees is 5 kilo plantaardig voer nodig. Vlees heeft zo’n grote klimaatimpact!’ ‘Je moet stoppen met vlees eten, Otto. Denk aan al die kinderen die de aarde nog nodig hebben in de toekomst waarin jij en ik er niet meer zullen zijn.’

De enige praktiserende gelovige aan tafel barstte los: ‘een fundamentalist die zijn geloof opdringt en je veroordeelt, is net zo radicaal als een veganist die de ander vlees verbiedt en oordeelt.’ Toen werd het een oneindige discussie…

Otto, die een zomerhuis op Ibiza heeft en met zijn Cadillac Jeep aankwam, durfde amper nog iets te zeggen. Ik voelde als gastvrouw dat ik voor hem moest opkomen, al is dat moeilijk met standvastige eco-warriors aan tafel, en mede omdat ik iedereen wel begrijp vanuit hun standpunt en manier van leven en laten leven.

‘Mag Otto nog wel bestaan volgens jullie?’, vroeg ik in de meest neutrale vorm. ‘Jazeker, maar dan moet hij wel zijn huis in het buitenland en daarmee zijn vluchten en zijn auto inleveren voor een gezondere aarde’, zei de vriendin die verpleegster is.

Het klonk klimaatvriendelijk, milieubewust en toch niet echt aardig. Als een pleidooi voor een ideaal een dreigement wordt, klinkt dat toch onfris. Ja, de wereld is aan een reset toe, maar gezond verstand ook. We kunnen elkaars vrijheid in de manier van leven toch niet belemmeren omdat wij de aarde willen redden. Of juist wel?

Minstens negen doden bij schietpartij op Turkse school

0

In twee dagen tijd is Turkije opgeschrikt door een tweede aanslag op een school. Zeker acht scholieren en een leraar zijn doodgeschoten door een 14-jarige leerling. De autoriteiten doen volop onderzoek naar de toedracht en of er nog meer aanslagen volgen.

‘We onderzoeken de zaak grondig’, meldt gouverneur Mükerrem Ünlüer van Kahramanmaraş, de Zuid-Turkse stad waar de aanslag plaatsvond, om de gemoederen tot bedaren te brengen. De paniek is echter groot in Turkije. Op sociale media worden heftige beelden van de aanslag getoond. ‘Kinderen die voor hun leven rennen en uit het raam springen,’ zegt een ooggetuige met een brekende stem.

Nieuwswebsite Ensonhaber meldt dat de dader de aanslag van tevoren heeft gepland, maar over de precieze aard ervan is nog weinig bekend.

De pro-Koerdische parlementariër Salih Gergerlioglu deelt al wel een filmpje van een boze vader die zijn zoon heeft verloren. Deze vader zou jarenlang hebben vastgezeten vanwege vermeend lidmaatschap van de Gülenbeweging en is pas recentelijk vrijgekomen. Hij uit zijn woede tegenover de gouverneur, die een ziekenhuis bezoekt.

‘Jullie hebben de vader van mijn zoon, die politieagent was, 1758 dagen lang opgesloten als ’terrorist’. Nu heeft de zoon van de ‘vaderlandslievenden’ mijn zoon gedood!’ roept hij buiten zinnen. Omstanders proberen hem tot zwijgen te brengen.

Parlementariër Gergerlioglu stelt op X wel een vraag: ‘Hoe gaan jullie verantwoording afleggen voor dit leed? Een KHK-vader (verwijzend naar de noodwetten tegen gülenisten na de couppoging) zat 1758 dagen onterecht vast.’

Advocaten krijgen nauwelijks toegang tot Palestijnse gevangenen

0

Advocaten van Palestijnen die vastzitten in Israëlische gevangenissen hebben sinds het begin van de Iranoorlog niet of nauwelijks toegang tot hun cliënten door de noodtoestand. Volgens de advocaten is het een van de vele voorbeelden van de slechte behandeling van Palestijnse gevangenen door Israël.

Sinds 28 februari geldt er volgens de Israëlische Gevangenisdienst een ‘noodtoestand’, waardoor de visitatiemogelijkheden van advocaten zijn beperkt en in sommige gevallen volledig zijn geschorst. Een deel van de toegang tot cliënten is inmiddels hervat, maar dat geldt alleen voor gevangenen met aankomende hoorzittingen. Veel Palestijnse gevangenen vallen daarbuiten en hebben dus op dit moment helemaal geen contact met hun advocaat.

‘De beperkingen bestaan vanwege zorgen om de veiligheid, en een deel van die zorgen is zeker gerechtvaardigd’, zegt Tal Steiner, hoofd van mensenrechtenorganisatie HaMoked, die Palestijnen juridische hulp verleent. ‘De gevangenissen staan op verschillende locaties in Israël, ook in het noorden, waar tijdens de oorlog vaak aanvallen waren. Het is dus zeker een gevaarlijke situatie voor advocaten, en ook voor bewakers en gedetineerden.’

Toch is het volgens Steiner van groot belang dat advocaten snel weer toegang krijgen. ‘Om iemand goed te kunnen vertegenwoordigen, moeten wij die persoon kunnen spreken. Daarnaast is het contact met de advocaat de enige band met de buitenwereld die Palestijnse gedetineerden hebben. Het is de enige manier om te weten wat er met hen gebeurt in de gevangenis.’

Enige contact met buitenwereld

Ook in 2023, na 7 oktober, ging er een noodtoestand in. Sindsdien weigert Israël families en hulporganisaties zoals het Rode Kruis toegang te verlenen aan Palestijnse gevangenen; ouders mogen zelfs hun gevangengenomen kinderen niet bezoeken. Afspraken met advocaten werden daardoor voor Palestijnen in de Israëlische gevangenissen het enige contact met de buitenwereld, en voor de buitenwereld werd het contact met de advocaten de enige manier om zicht te krijgen op wat er zich in de gevangenissen afspeelt.

‘Bewakers kwamen de cellen in en mishandelden hen daar’

Mensenrechtenadvocaat Sari Bashi, hoofd van het Publieke Comité tegen Marteling in Israël, heeft een aantal cliënten dat zij sinds het begin van de Iranoorlog niet heeft kunnen spreken. Ze maakt zich grote zorgen. ‘We weten uit getuigenissen van Palestijnen die tijdens de vorige Iranoorlog vastzaten dat misbruik en mishandeling in die periode toenamen. Gedetineerden zaten 24/7 vast in hun cellen, bewakers kwamen de cellen in en mishandelden hen daar, soms precies buiten het zicht van de camera’s. We maken ons zorgen dat dit weer gebeurt.’

De afgelopen jaren zijn er meerdere verhalen naar buiten gekomen over de slechte behandeling van Palestijnse gevangenen. Palestijnen vertellen na hun vrijlating over marteling, uithongering en gebrek aan hygiëne in de Israëlische gevangenissen. Zonder bezoeken van advocaten blijven berichten over dit soort mensenrechtenschendingen ongedocumenteerd, of ze komen pas veel later – na vrijlating – naar buiten. De Israëlische Gevangenisdienst zegt in een reactie aan de Kanttekening dat er op dit moment geen restricties gelden en dat de claims van advocaten dat zij geen toegang hebben tot Palestijnse cliënten niet kloppen.

Palestijnse kinderen gemarteld en misbruikt

Hulporganisaties vrezen dat niet alles wat misgaat in de detentiecentra aan het licht zal komen. Maar een deel komt wel aan het licht, zoals vorige week toen hulporganisatie Save the Children een rapport naar buiten bracht waaruit blijkt dat Palestijnse kinderen systematisch gemarteld, seksueel misbruikt en uitgehongerd worden in Israëlische gevangenissen. De situatie in de detentiecentra is sinds 7 oktober enorm verslechterd. Ook is het aantal arrestaties van Palestijnen toegenomen, onder wie dus veel kinderen.

‘Het misbruik begint al bij de arrestatie, dat gebeurt vaak ’s nachts’

Save the Children liet 165 Palestijnse kinderen vragenlijsten invullen en sprak daarnaast met ouders, verzorgers, hulpverleners en advocaten om een beeld te krijgen van de behandeling van Palestijnse kinderen in het Israëlische gevangenissysteem. Uit die rondgang blijkt dat de minderjarigen onder meer werden vastgebonden, geblinddoekt, geslagen, geschopt en gedwongen werden seksuele handelingen bij elkaar te verrichten. Ook kregen ze te weinig eten en niet of nauwelijks toegang tot medische zorg.

‘De resultaten uit het rapport verbazen me niet’, zegt Steiner. ‘Dit gebeurde ook al voor 7 oktober en het is sindsdien alleen maar erger geworden. Wij horen dit soort verhalen ook van Palestijnse kinderen die zijn vrijgelaten. Het misbruik begint al bij de arrestatie, dat gebeurt vaak ’s nachts en kinderen worden meteen gescheiden van hun ouders. Daarna zijn de omstandigheden in detentie heel zwaar: er is mishandeling, soms zelfs seksueel misbruik en veel eenzaamheid.’

Schending van het recht

Volgens mensenrechtenorganisatie Addameer zitten er bijna 10.000 Palestijnen vast in Israëlische gevangenissen. Ruim 3000 van hen zitten vast in zogenaamde ‘administratieve detentie’, zonder aanklacht of proces. Zo’n 350 van de gevangenen zijn kinderen uit de Westelijke Jordaanoever; van hen zit ongeveer de helft in administratieve detentie.

Het Israëlische gevangenissysteem schendt hiermee op meerdere vlakken het internationaal recht. Marteling en andere vormen van mishandeling van gevangenen uit bezette gebieden gelden onder internationaal humanitair recht als oorlogsmisdaden. Ook het overbrengen van gedetineerden naar gevangenissen buiten het bezette gebied is een schending van datzelfde recht. Daarnaast oordeelt het Internationaal Gerechtshof dat zowel het gebruik van militaire rechtbanken als de toepassing van administratieve detentie in strijd zijn met de Geneefse Conventies.

Wat betreft minderjarigen stelt het VN-Kinderrechtenverdrag dat detentie uitsluitend als uiterste maatregel mag worden toegepast, en dan voor de kortst mogelijke duur. ‘In moderne rechtssystemen is het gebruikelijk dat het opsluiten van een minderjarige alleen wordt gedaan als laatste redmiddel’, zegt Steiner. ‘Voorkeur wordt dan gegeven aan huisarrest of bijvoorbeeld een gesloten kostschool. En als je kinderen dan moet opsluiten, dan in ieder geval niet samen met volwassenen. En in Israël bestaat dit rechtssysteem ook, maar het geldt alleen voor Israëliërs, niet voor Palestijnen.’

‘Keer op keer stellen we de rechtbank op de hoogte, maar er wordt niets gedaan’

Bashi maakt zich ook zorgen om de recent aangenomen doodstrafwet. Palestijnen die veroordeeld zijn voor een moord met terroristisch motief, kunnen worden opgehangen. Vooral voor kinderen vormt deze nieuwe wet een extra groot gevaar, zegt Bashi. ‘Wat er bij kinderen vaak gebeurt, is dat zij verhoord worden zonder ouder of advocaat erbij. Ze worden gemarteld en gedwongen tot een bekentenis. Het is makkelijk om bekentenissen af te dwingen bij kinderen, en die gedwongen bekentenissen kunnen nu hun dood betekenen.’

‘We kunnen het niet voorkomen’

Er lijken op dit moment weinig mogelijkheden om Palestijnse gevangenen te beschermen tegen de slechte mishandeling in Israëlische gevangenissen. Uitspraken van Israëls eigen rechtssysteem lijken de gevangenissen ook aan hun laars te lappen. In juni 2024 dienden twee Israëlische mensenrechtenorganisaties een petitie in bij Israëls Hooggerechtshof nadat uit getuigenissen van Palestijnse gevangenen bleek dat ze tientallen kilo’s waren afgevallen tijdens hun gevangenschap. Dat kwam volgens de organisaties neer op uithongering. Het Hooggerechtshof besloot toen dat de Israëlische Gevangenisdienst verplicht was om gedetineerden te voorzien van voedsel en basislevensbehoeften. De rechter deed verder geen uitspraak over om welke hoeveelheden voedsel het ging en ook handhaving van dit besluit bleef uit.

‘We hebben de informatie, bijvoorbeeld van advocaten of van vrijgelaten Palestijnen. Het is niet zo dat we geen informatie hebben, het probleem is dat we het vervolgens niet kunnen voorkomen’, zegt Steiner. ‘Het gevangenissysteem opereert tegen de Israëlische wet, maar de rechters steunen ons niet. We hebben veel petities ingediend over misbruik, marteling, uithongering en medische nalatigheid. Keer op keer stellen we de rechtbank op de hoogte, maar er wordt niets gedaan.’

Geef ook de slachtoffers van vandaag een plek bij de Dodenherdenking

0

Wordt het ook dit jaar weer een ingewikkelde dodenherdenking? Gelden de twee minuten stilte alleen maar voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog hier in Nederland? En over welke slachtoffers hebben we het dan? Over hen die door ‘actief’ handelen zijn omgekomen, zoals de militairen en de verzetsstrijders? Of ook over hen die ‘passief’ tot slachtoffer zijn geworden, zoals de Sinti en Roma, de Joodse burgers of diegenen die onder waren gedoken omdat de bezetter om allerlei redenen naar hen op zoek was?

De meeste van deze vragen werden al gesteld vanaf die allereerste nationale herdenking. Deze vond plaats op 9 mei 1945 in Amsterdam.

Het heeft een aantal jaren geduurd voordat het herdenken bij het inmiddels opgerichte nationale monument op de Dam, daar in het hartje van onze hoofdstad, plaatsvond zoals wij dat nu kennen.

Aanvankelijk werden alleen gesneuvelde militairen, verzetsstrijders en zeelieden herdacht. Later kwamen daar ook burgerslachtoffers bij. Daarbij moeten we denken aan de slachtoffers in de Jappenkampen en van de Hongerwinter. Over de jaren kwamen na veel onwaardig geharrewar ook de slachtoffers van de politionele acties in Nederlands-Indië en van de Koreaanse Oorlog erbij. Weer later mochten de weggevoerde Joden, Roma en Sinti ook herdacht worden, evenals de omgekomen militairen bij buitenlandse VN-missies, zoals in Libanon, Bosnië en Afghanistan.

Nederland leeft, net als de rest van de wereld, met verschrikkelijke oorlogsbeelden die op dit moment de aandacht vragen, zoals die van de slagvelden van de oorlog tussen Oekraïne en Rusland, van de hel in het Midden-Oosten en van tal van andere strijdtonelen in Afrikaanse landen en in andere delen van Azië.

Al meerdere jaren klinkt de roep om juist ook deze slachtoffers mee te nemen in de Nationale Herdenking. Begrijpelijk is aan de ene kant de weerstand tegen deze wens. Op 4 mei hebben we het over de Tweede Wereldoorlog. Deze dag is in onze nationale herinnering gebeiteld.

Maar aan de andere kant mogen we niet wegkijken voor dit verlangen vanuit de samenleving. Allereerst is het een feit dat we ons moeten afvragen in hoeverre de verschrikkingen van de jaren 1940-1945 nog wel breed in het collectieve geheugen van ons Nederlanders verankerd liggen. Na tachtig jaar is het een geschiedkundig gegeven dat ook afschuwelijke feiten gaandeweg naar de achtergrond verdwijnen. Daartegen kunnen we proberen ons te verzetten, maar een feit is het. Het lot van de geschiedenis.

De slachtoffers van het verleden en van het heden verdienen het echter om over die drempel heen te stappen

Daarnaast is het met onze moderne communicatiemiddelen een gegeven dat beelden van ver weg bijna onmiddellijk in alle heftigheid onze woonkamers binnendringen. Bommen op Gaza, raketten op Israël, afschuwelijke slachtpartijen op de slagvelden van Oekraïne, de doden van de burgeroorlog in Soedan spelen zich niet langer af ver weg van ons bed. Met deze beelden voor ogen gaan we ook hier in Nederland slapen en staan we ’s ochtends op.

Met dit alles in ons achterhoofd krijgt de roep om breder te herdenken dan alleen de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog een legitimiteit.

We staan twee minuten in doodse stilte. Waar staan die twee minuten voor? Volgens de traditie is de eerste minuut gewijd aan de omgekomenen. De tweede minuut is bedoeld om diegenen te eren die levend zijn teruggekeerd uit de oorlog en voor wie de oorlog nog generaties lang impact heeft.

Al dit herdenken heeft ook een Bijbelse oorsprong. ‘Herinner wat Amalek u heeft aangedaan! Vergeet het niet!’ De bekende rabbijn Jonathan Sacks buigt zich over deze dubbele opdracht: herinneren en niet vergeten. Is dit niet hetzelfde? Nee, herinneren gaat over het verleden, over wat wij mensen elkaar hebben aangedaan. Niet vergeten gaat over het heden en over de toekomst.

Was ooit, direct na de tragiek van nota bene een Tweede Wereldoorlog in één eeuw, het dictum ‘nooit meer!’, nu weten wij, met een blik op de wereld van vandaag, dat dit misschien ooit onze hoop was, maar niet meer is geworden dan een ijdel verlangen. En dat is een reden des te meer om bij het herdenken van toen, en het niet vergeten ten behoeve van vandaag, vooral ook dat heden in ons nationaal herdenkingsbewustzijn mee te nemen.

Het zal allemaal best ingewikkeld zijn. Hoe geven wij op nationaal niveau invulling aan dit nieuwe herdenken zonder te vervallen in politieke controverses en debatten tijdens dat uurtje op de Dam? De slachtoffers van het verleden en van het heden verdienen het echter om over die drempel heen te stappen. Misschien wordt het ‘Nooit weer’ dan toch nog werkelijkheid.

Burgeroorlog in Soedan duurt al drie jaar en lijkt uitzichtloos

0

De burgeroorlog in Soedan is nu al drie jaar aan de gang en er lijkt geen einde aan te komen.

Op verschillende manieren berichten media over deze hopeloosheid. Felipe van Braak is coördinator noodhulp van Artsen zonder Grenzen en vertelde bij Radio 1 over zijn werk in Soedan. Hij was net terug uit het gebied, waar de ngo aan beide kanten van het conflict medische hulp biedt. Ziekenhuizen zijn vaker een doelwit geweest en dat is dan ook zijn grootste angst.

‘Waar ga je dan naartoe? Als je moet bevallen, als je kind ziek is, als je kind opeens medische hulp nodig heeft. Dan blijven sommige mensen thuis, met ernstige gevolgen van dien’, vertelt hij in een indrukwekkend interview.

De BBC sprak met een man die drie jaar vastzat in de stad Al Fasher en net was aangekomen in Port Soedan, waar hij voor het eerst toegang kreeg tot zijn telefoon. Drie jaar aan berichten overspoelen hem, over vrienden die zijn overleden of van mensen die denken dat hij dood is.

De oorlog woedt nog altijd in Soedan en de humanitaire ramp dendert voort. Bijna de helft van de essentiële gaarkeukens is de afgelopen zes maanden gesloten, meldt nieuwswebsite Middle East Eye, vanwege een gebrek aan internationale steun en de gevolgen van de oorlog tussen de VS en Israël tegen Iran.

Meer dan 21 miljoen mensen in Soedan – 45 procent van de bevolking – kampen momenteel met voedseltekorten. Kinderen gaan niet naar school en worden ingezet als soldaat in de strijd. Miljoenen mensen zijn ontheemd.

De aandacht voor de oorlog in Soedan is vanaf het begin beperkt geweest, omdat er meerdere brandhaarden tegelijk in de wereld zijn. Hulporganisaties wijzen consequent op de noodzaak om de ogen van de wereld op Soedan te richten.