Frankrijk wil dat de Verenigde Naties speciaal rapporteur voor de Palestijnse gebieden Francesca Albanese ontslaat, omdat zij Israël een ‘gemeenschappelijke vijand van de mensheid’ zou hebben genoemd.
Tegen de Italiaanse juriste Albanese voert Israël nu enkele jaren een felle campagne, omdat ze aandacht vraagt voor de rechten van Palestijnen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever. Omdat ze hierbij grote woorden niet schuwt en Israël beschuldigt van genocide in Gaza – wat ook wordt onderschreven door mensenrechtenorganisaties Human Rights Watch en Amnesty International – wordt haar integriteit in twijfel getrokken en wordt ze bovendien van antisemitisme beschuldigd.
Rechtse media in Nederland, waaronder de Telegraaf, gaan in dat frame mee. ‘Net sluit zich rond antisemitische Albanese’, kopte de Telegraaf. De krant noemt haar een ‘openlijk antisemitische functionaris’.
Dat is nu ook de mening van Jean-Noël Barrot, de Franse minister van Buitenlandse Zaken. Hij noemt de meest recente uitlatingen van Albanese volstrekt onaanvaardbaar, omdat ze zich volgens hem niet alleen keert tegen de Israëlische staat, maar ook tegen Israël als volk en natie. Op een bijeenkomst van de Arabische nieuwszender Al Jazeera zei Albanese: ‘Wij zien nu dat we als mensheid een gemeenschappelijke vijand hebben.’
Dit wordt door Barrot als antisemitisme geïnterpreteerd. Hij heeft ook kritiek op eerdere uitlatingen van Albanese. De VN-rapporteur zou de gebeurtenissen van 7 oktober hebben vergoelijkt, door het een reactie op de Israëlische onderdrukking te noemen. Ook vergeleek Albanese Israël met het Derde Rijk en de Israëlische premier Benjamin Netanyahu met Adolf Hitler.
Israël heeft na de gebeurtenissen van 7 oktober 2023 ongekend hard teruggeslagen. Een groot deel van Gaza ligt in puin en er zijn minimaal 68.000 Palestijnen omgekomen, waaronder veel vrouwen en kinderen.
Nog voor het nieuwe kabinet rond was, gaf het al een veelzeggend visitekaartje af: het bonusplafond in de financiële sector wordt fors verhoogd. Het was ooit ingesteld omdat die ziekelijke bonuscultuur bij de banken tot onverantwoord kortetermijnspeculatiegedrag had geleid. Dat was de les van de kredietcrisis van 2008, waarbij de samenleving voor de schade van bancaire roekeloosheid moest opdraaien.
Die les is kennelijk vergeten: na jarenlang gejengel vanuit financiële hoek krijgt die zijn zin. Het argument: anders zijn we in Nederland niet voldoende attractief voor ‘getalenteerde’ krachten. Wie men daarmee bedoelt, is mij niet helemaal duidelijk. Ralph Hamers misschien, de CEO van ING die niet doorhad dat er onder zijn neus voor 775 miljoen aan witwasgeld werd gefraudeerd?
En als u nu mocht denken: een CEO van een bank kan zich sindsdien slechts een klein flatje in een achterstandsbuurt veroorloven — zo is het niet. Maar kennelijk bestaat de financiële wereld uit dermate inhalige egoïsten dat ze alleen maar bereid zijn een beetje fatsoenlijk hun werk te doen als ze er zelf vele tonnen extra aan overhouden. Volgens de VVD moeten hoogbetaalden immers nog hoger betaald worden om te zorgen dat ze bereid zijn hun werk te doen, en laagbetaalden juist lager.
Contrasteer dit namelijk even met wat de nieuwe coalitie voor burgers met een kleinere beurs in petto heeft: verhoging van de AOW-leeftijd, verhoging van het eigen risico in de zorg, halvering van de duur van de WW. Bij alle nuttige investeringen in onderwijs en woningbouw, en de noodzakelijke versterking van onze defensie: de rekening daarvan wordt wel heel erg eenzijdig bij de lagerbetaalden gelegd. Alsof miljonairs niet heel wat meer te verliezen hebben bij een Russische invasie dan minimumloners.
Vergelijk het regeerakkoord nu met het eerdere pre-akkoord van D66 en CDA. Klonk dat laatste over het algemeen best redelijk, nu heeft heel duidelijk de VVD haar zelfzuchtige stempel erop gedrukt. Alle rechtse financiële hobby’s, zoals het door elke econoom voor stupide verklaarde behoud van de hypotheekrenteaftrek, keren terug. Er wordt niets gedaan aan de sterk toegenomen ongelijkheid, vermogens blijven onbelast. Het bedrijfsleven en zijn aanhangers zijn heilig verklaard.
Er wordt niets gedaan aan de sterk toegenomen ongelijkheid, vermogens blijven onbelast
Jetten betaalt zijn premierschap met in sociaal-economisch opzicht ultrarechts VVD-beleid. Het is veelzeggend dat de VVD als spreekbuis van het grootkapitaal wegbleef bij het bezoek van Gabriël Zucman aan de Tweede Kamer, die ervoor pleit om op vermogens boven de 100 miljoen 2% belasting te heffen.
Nadat Yesilgöz eerst al met ongekende brutaliteit GroenLinks-PvdA van de onderhandelingen uitgesloten had weten te krijgen, omdat zij tijdens de verkiezingscampagne besloten had de bestuurbaarheid van Nederland aan haar eigen lijfsbehoud ondergeschikt te maken, volgde nu stap twee: een inhoudelijk VVD-dictaat. Ook daarvoor is Jetten bezweken.
Geen uitgestoken hand naar de grootste oppositiepartij, die men vooral in de Eerste Kamer voor meerderheden hard nodig zal hebben, zeker nadat de coalitie met het voorstel voor een onderzoek naar een kiesdrempel alle kleine partijtjes tegen zich in het harnas heeft gejaagd. Ook dit — van weinig tactisch benul getuigend — idee kwam uit de koker van de VVD, die zo hoopt de concurrentie op rechts uit te schakelen.
De VVD heeft intussen al triomfantelijk langs de snelweg borden laten plaatsen waarop zij haar overwinning viert. ‘De VVD kiest voor rust in je portemonnee’, aldus een slagzin. Zelden een leugenachtiger leus gezien. Die rust beperkt zich namelijk tot de portemonnee van de welvarende bovenhelft van het land, die haar rijkdom voor eigen verdienste verslijt en het als haar natuurrecht beschouwt om alle maatschappelijke problemen bij anderen over de heg te kieperen. De onrust in de portemonnee van de andere helft interesseert de VVD geen barst. Met zulk beleid zal de maatschappelijke kloof tussen de maatschappelijk wel- en niet-geslaagden alleen maar groter worden. Het zal de onvrede van de niet-gehoorden verder versterken.
In dat opzicht is het regeerakkoord voor Klaver een klap in het gezicht. Politiek-electoraal biedt het voor hem overigens zeker kansen, als hij kiest voor een onvervalst links sociaal-economisch programma. Door enerzijds duidelijk te maken dat deze rechtse coalitie op dit vlak slechts de agenda van het juichende bedrijfsleven uitvoert en anderzijds duidelijk te maken dat Wilders, ondanks zijn anti-elitaire retoriek, zodra het concreet wordt evenmin de belangen van de ‘gewone burger’ dient.
Stevie Nolten, lijsttrekker van BIJ1 Utrecht, blikt terug op vier jaar strijd in de raad en kijkt vooruit naar een nieuwe campagne, gedreven door radicale gelijkwaardigheid en lokale solidariteit.
BIJ1 doet dit jaar in slechts drie gemeenten mee aan de verkiezingen, maar in Utrecht is de partij vastbesloten haar plek te behouden. Lijsttrekker Stevie Nolten, sinds 2022 raadslid, spreekt met onverholen overtuiging over representatie, radicale gelijkwaardigheid en de noodzaak om de stad menswaardiger te maken.
Ondanks het feit dat BIJ1 sinds 2023 niet meer in de Tweede Kamer zit, ziet Nolten hoe lokaal activisme en politieke inzet elkaar blijven versterken. In dit gesprek vertelt ze over de uitdagingen van een kleine partij, de kracht van een diverse kandidatenlijst en haar visie op een Utrecht dat werkelijk voor iedereen werkt.
Wie ben je, wat doe je, waar ben je geboren, wie zijn je ouders?
‘Ik ben Stevie Nolten, 34 jaar oud, geboren in Den Bosch in een gezin met twee Indonesisch‑Nederlandse ouders en een jonger zusje. Voor mijn studie kunstgeschiedenis ben ik naar Utrecht verhuisd. Inmiddels woon ik hier alweer vijftien jaar met veel plezier. Sinds 2022 ben ik raadslid voor BIJ1 in de Utrechtse gemeenteraad, en voor de komende verkiezingen ben ik opnieuw verkiesbaar als lijsttrekker. Naast mijn raadslidmaatschap werk ik als archiefonderzoeker op het gebied van koloniaal erfgoed.’
Hoe lang ben je al lid van BIJ1, en wat heeft je ertoe bewogen om actief te worden?
‘In 2020 ben ik lid geworden van BIJ1, nadat ik Sylvana Simons zag spreken tijdens de Black Lives Matter‑demonstratie in Utrecht. Voor het eerst in mijn leven voelde ik me vertegenwoordigd door een politicus. Ik zeg weleens grappend dat dit moment me heeft ‘geradicaliseerd’, maar feit is dat ik daarvoor weinig vertrouwen had in de politiek. Niet alleen door het gebrek aan representatie, maar vooral omdat BIJ1 als eerste partij de verbanden legde tussen verschillende vormen van uitsluiting. Dat radicale, antikapitalistische en antiracistische geluid is onderscheidend en broodnodig.
‘Toen ik lid werd, ben ik eerst achter de schermen actief geweest, bijvoorbeeld als vrijwilliger bij de crowdfunding voor de Tweede Kamer‑campagne. Het kostte wat overtuiging om te solliciteren voor de kandidatenlijst in 2022, maar inmiddels zijn we vier jaar verder. Met liefde zet ik die strijd voort in de stad die me zo dierbaar is. Daarom ben ik nu opnieuw lijsttrekker.’
‘Voor het eerst in mijn leven voelde ik mij vertegenwoordigd door een politicus’
Jullie lijst is niet bepaald een afspiegeling van de maatschappij, met zo weinig witte Nederlanders erop. In een stad waar witte Nederlanders de meerderheid vormen, heb je dan niet automatisch de wind tegen?
‘Een grappige vraag, vooral omdat dit andersom zelden wordt gesteld aan partijen met overwegend witte kandidatenlijsten. Utrecht is een zeer diverse stad: meer dan 40 procent van de inwoners heeft een migratieachtergrond. Dan zou je toch verwachten dat die diversiteit ook zichtbaar is op de kandidatenlijsten van álle partijen. Maar dat is niet zo.
‘Je zou je zelfs kunnen afvragen waarom er niet op elke kieslijst Marokkaanse Utrechters staan, aangezien Utrecht de grootste Marokkaans‑Nederlandse gemeenschap van het land heeft. Nog een extra reden om onze nummer 2, Noura Oul Fakir, óók de raad in te stemmen. Vorige keer kreeg zij, geheel terecht, meer voorkeursstemmen dan Forum voor Democratie in totaal!
‘Kortom: met zo’n diverse lijst doet BIJ1 de stad eigenlijk een gunst. Als anderen met meer van hetzelfde komen, brengen wij de veelzijdigheid die Utrecht wél te bieden heeft.’
Jullie eerste drie kandidaten zijn vrouwen van kleur. Waarom denk je dat je met deze twee andere zusters het verschil kunt maken, zoals op jullie flyer staat?
‘Heel simpel: de afgelopen jaren hebben we, ondanks dat we maar één zetel hebben, vaak de agenda bepaald en meerderheden georganiseerd voor radicale, idealistische voorstellen. Of het nu gaat om het stoppen met het beboeten van dakloze mensen die buiten slapen, het oprichten van de Utrechtse transkliniek, of het opkomen voor ongedocumenteerden, demonstranten en Palestijnse Utrechters. We hebben laten zien dat het kan. We waren ook de eerste gemeente die de situatie in Palestina als genocide benoemde.
‘Uiteraard doe ik dat niet alleen, maar samen met mijn fractie, waarin Noura Oul Fakir en Chiara Fakkel commissieleden zijn, onze afdeling en een hele hoop strijdbare mensen in de stad. Kun je nagaan wat we met drie zetels zouden kunnen betekenen. Dan kunnen we ‘links’ nog verder naar links trekken en de macht nog steviger bevragen.’
Hoe voelt het om na de teleurstellende Tweede Kamerverkiezingen, geen zetel, weer in campagnestand te moeten? Tofik Dibi zei dat hij van diep moest komen, en nu is hij weer gecanceld voor de herdenking van de Februaristaking. Het gaat niet echt lekker met BIJ1.
‘Het is natuurlijk erg jammer dat we momenteel niet in de Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn. Ik had het Nederland, en met mij vele anderen, echt gegund om Tofik te zien vlammen in Den Haag. Ik mis de stevigheid en het compromisloze idealisme in de huidige oppositie, juist nu onze sociale voorzieningen vrijwel zonder morren worden afgebroken in ruil voor wapens en oorlogvoering.
‘Tegelijkertijd zijn BIJ1’ers niet zomaar uitgestreden. We doen in drie steden mee aan de gemeenteraadsverkiezingen. En parlementaire politiek is slechts één manier om verandering af te dwingen, nooit een doel op zich. We zijn niet voor niets óók altijd te vinden op protesten en binnen grassrootsbewegingen. Ongeacht de uitslag op 18 maart blijft dat zo.’
‘Parlementaire politiek is slechts één manier om verandering af te dwingen, nooit een doel op zich’
Wat zijn jullie speerpunten voor Utrecht?
‘Onze slogan is ‘Alles voor iedereen’. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in een kapitalistische samenleving waarin mensen tegen elkaar worden uitgespeeld, is dat nog geen realiteit, terwijl het wél mogelijk is. Er is genoeg te verdelen om te voorkomen dat iemand in gebrek leeft. Wij kiezen er expliciet voor om niemand achter te laten in onze plannen voor de stad. Dat kan gewoon, als je ervoor durft te kiezen.
‘Ons verkiezingsprogramma staat vol goede ideeën, maar een aantal speerpunten springen eruit. We willen dat iedereen in Utrecht toegang heeft tot een betaalbare woning, met collectieve huurverlaging om de druk op bewoners te verlichten. Daarnaast pleiten we voor gratis openbaar vervoer in de hele stad, en voor een Utrecht dat vrij is van racisme en discriminatie. Toegankelijke zorg voor iedereen is voor ons vanzelfsprekend, net als klimaatrechtvaardigheid voor mens, dier en natuur. We vinden dat niemand op straat zou moeten slapen en dat huisuitzettingen moeten stoppen. Ook staan we voor het principe dat geen mens illegaal is: Utrecht moet een vrijhavenstad zijn waar iedereen welkom is. Tot slot kijken we verder dan de stadsgrenzen en kiezen we voor internationale solidariteit.’
Het voelt alsof deze gemeenteraadsverkiezingen de laatste kans zijn voor de partij. Deel je dat gevoel?
‘Het is geen geheim dat het moeilijk is om terug te keren in de politieke arena als je daar eenmaal uit bent. In die zin wordt het inderdaad spannend of we lokaal kunnen blijven strijden in Rotterdam, Amsterdam en Utrecht. Het ingewikkelde aan het politieke speelveld is dat het niet altijd uitmaakt hoeveel je voor elkaar krijgt of hoe hard je je inzet voor je gemeenschappen. Dat wordt lang niet altijd beloond met media‑aandacht of voldoende stemmen.
‘Onze fractie is ontzettend zuinig op de mensen die ons eerder het vertrouwen gaven om hen te vertegenwoordigen. Dat blijft het meest eervolle wat er is. De afgelopen jaren hebben we ons geluid luid laten horen, op straat én in de raad. Maar uiteindelijk is het aan de stemmers of we dat de komende vier jaar mogen voortzetten.’
Wat zouden jullie beter moeten doen?
‘Voor ons is het best ingewikkeld gebleken om buiten onze linkse bubbel en achterban te treden. Dat komt mede doordat (lokale) media nauwelijks over ons schrijven, zelfs wanneer we agenderen en onze voorstellen worden aangenomen. Mensen denken vaak dat onze voorstellen alleen bedoeld zijn voor onze achterban, maar dat is absoluut niet zo. We komen consequent op voor de meest kwetsbare mensen en gemeenschappen die dagelijks met uitsluiting te maken hebben, maar als we bijvoorbeeld pleiten voor huurverlaging in de héle stad, profiteren talloze Utrechters daarvan.
‘Toen ons voorstel om te stoppen met het beboeten van buiten slapen voor de verandering wél werd opgepakt door de media, zagen we reacties van mensen die ‘niks van BIJ1 moesten hebben’, maar het wel met ons eens waren. Dat is precies het normaliseren van onze standpunten. En daar moeten we aan blijven trekken. Door diezelfde aandacht zijn inmiddels talloze steden gestopt met het beboeten van mensen die noodgedwongen buiten slapen.
‘Je nek uitsteken en aanjagen is in de politiek vaak een ondankbare taak’
‘Daarnaast hebben onze voorstellen vaak een lange aanloop. Je moet andere partijen soms jaren overtuigen voordat er beweging ontstaat. Hoewel verandering uiteindelijk volgt, krijgen we daar niet altijd de credits voor. Soms gaan partijen er zelfs met onze voorstellen vandoor zodra er een maatschappelijk kantelpunt ontstaat door activisme, terwijl ze diezelfde voorstellen eerder wegstemden. Natuurlijk gaat het erom dát de verandering er komt, maar je nek uitsteken en aanjagen is in de politiek vaak een ondankbare taak. Zoals men zegt: ‘Being a leftist means being right too early.’ Misschien moeten we soms beter leren onze gezamenlijke successen te vieren.’
Pro-Palestinademonstratie in Utrecht, 22 februari 2024. Beeld: Ewout Klei
Hoe ziet jouw ideale Utrecht eruit? Wat zijn je grootste ongemakken in de stad — en wat moet er volgens jou worden opgelost?
‘Utrecht noemt zich mensenrechtenstad, maar in de praktijk maken we dat niet waar. De wachtlijsten voor sociale huur zijn ellenlang, zogenaamd betaalbare woningen zijn nog steeds te duur, het OV is gebrekkig en niet gratis, en demonstranten en minderheden worden geconfronteerd met repressie of (etnisch) profileren. Ik kan nog wel even doorgaan. We noemen ons een inclusieve gemeente die niemand in de kou laat staan, maar ondertussen vaart de politie vrolijk mee tijdens de Canal Pride terwijl mensen niet mogen meevaren met een Palestijnse vlag. We zagen recent grof politiegeweld onder het Bollendak richting twee moslimvrouwen en ondertussen slapen er nog steeds mensen op straat omdat de opvang vol is.
‘Zolang we accepteren dat sommigen van ons door het ijs zakken terwijl de meerderheid er warmpjes bij zit, zijn we niet inclusief en niet menswaardig bezig.
‘Wij nemen geen genoegen totdat Utrecht een stad is waarin iedereen die hier leeft gelijkwaardig is. Een stad waar je waarde niet afhangt van hoeveel geld je opbrengt of hoe goed je je aanpast aan de norm. Een stad waar we intolerantie richting minderheden en onze gemeenschappen niet accepteren. Een stad waar we durven te dromen, macht en middelen eerlijk verdelen en kiezen voor de mensen die de stad maken. Pas dan zijn we tevreden. Niet te veel gevraagd toch.’
Hoe zou een ‘radicale, antiracistische en antikapitalistische burgemeester’ moeten optreden in Utrecht? Welk advies zou je Sharon Dijksma geven?
‘Dat klinkt als een droom. Een burgemeester heeft de taak er voor elke burger te zijn, en hoe kan dat beter dan door actief antikapitalistisch en antiracistisch te zijn. Iemand als Zohran Mamdani klinkt ons dan ook niet voor niets als muziek in de oren. Hij laat zien dat je een idealistisch front kunt vormen van talloze verschillende mensen en daadwerkelijk dingen gedaan kunt krijgen, recht tegen haatdragende landelijke slooppolitiek in.
‘Utrecht laat soms zien dat we dit óók kunnen, maar wat mij betreft kunnen we nog veel verder gaan. Laat het een inspiratie zijn dat je alles op alles kunt zetten om de stad écht gelijkwaardig te maken voor iedereen. En misschien te beginnen met het desinvesteren in handhaving, dat brengt ons namelijk helemaal geen veiligheid.’
De Eerste Kamer behandelde deze week de asielnoodmaatregelenwet en de strafbaarstelling van illegaal verblijf. Veel partijen hebben serieuze bedenkingen, blijkt uit het verslag van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel.
‘Dit is goed nieuws. Een serieuze taakopvatting van Eerste Kamerleden begint met twijfel: met vragen over het aangeboden wetsvoorstel’, schrijft migratierechtdeskundige Carolus Grütters van de Radboud Universiteit Nijmegen woensdag op sociale media.
Het aantredende kabinet heeft in het regeerakkoord opgenomen dat de twee wetten nu afhangen van het goed- of afkeuren door de Eerste Kamer, die deze maand een beslissing moet nemen. Van een aantal fracties in de Eerste Kamer is bekend dat zij er niet mee akkoord zullen gaan. GroenLinks-PvdA, Volt en de PvdD waren zoals verwacht kritisch over de wetsvoorstellen tijdens het overleg op dinsdag.
Ook D66 stelde zich kritisch op, blijkt uit het verslag. ‘Waarom worden alle categorieën ongedocumenteerden op één hoop gegooid en strafbaar gesteld? De politieke discussie ging met name over overlastgevende ongedocumenteerden die weigeren aan hun vertrek mee te werken. Het is begrijpelijk dat er streng tegen die groep wordt opgetreden. Maar is de regering het met de D66-fractie eens dat er talloze ongedocumenteerden in de samenleving zijn die hier soms al jaren wonen en werken en geen enkel probleem veroorzaken?’, vroegen leden van de fractie zich af.
Opvallend was echter de houding van CDA en VVD, die in de Tweede Kamer weinig in de weg legden om de wetsvoorstellen in de huidige vorm naar de Eerste Kamer te sturen. Nu uiten ook deze partijen hun bedenkingen.
‘De Raad van State stelt dat een volwaardige en integrale weging van alle relevante belangen en overwegingen niet heeft plaatsgevonden.’ En: ‘Wat zouden de voor- en tegenargumenten zijn om de strafbaarstelling van illegaliteit eventueel pas in te laten gaan wanneer een integrale belangenafweging alsnog wel heeft plaatsgevonden?’, zo vragen deze leden van CDA en VVD zich af.
Je moet je natuurlijk afvragen wat voor vragen hier nu echt gesteld worden, zegt Grütters. ‘Veel vragen naar de bekende weg. Er zijn talloze instanties die over de strafbaarstelling hebben geadviseerd en die stellen dat het niet uitvoerbaar of niet rechtmatig is. De Raad van State zegt zelfs dat je dit gewoon niet moet doen. De antwoorden op veel vragen zijn dus al gegeven. Deze vraag stellen is dan misschien meer een manier om te laten blijken waar iemand staat. Maar er zullen misschien ook serieuze vragen zijn over zaken die nog niet goed zijn onderzocht. Hier zal dan ook antwoord op moeten komen.’
Volgens de jurist is het hoopvol dat er vragen worden gesteld. ‘Het is een begin. Als de Eerste Kamerleden hun rol serieus nemen, zou dit niet zo veel te maken moeten hebben met partijpolitiek. De Eerste Kamer moet wetgeving toetsen op juistheid. Als ze dat doen, kunnen deze twee wetten alleen maar worden afgeschoten.’
Voor een meerderheid in de Eerste Kamer zijn 38 van de 75 zetels nodig. Linkse partijen vertegenwoordigen nu ongeveer 28 tot 30 zetels, centrumpartijen ongeveer 10 tot 11 zetels en rechtse partijen ongeveer 32 tot 34 zetels. Tijdens het debat waren er geen vragen van PVV, BBB of JA21. Zij stemmen naar verwachting in met het voorstel.
De rechtbank in Amsterdam heeft de schadeclaim van oud-Kamerlid Nilüfer Gündogan tegen Volt afgewezen. Haar eis van ruim een miljoen euro voor gederfde inkomsten, reputatieschade en immateriële schade leverde haar niets op.
Dit meldt NRC. Gündogan werd in 2022 door Volt uit de fractie gezet na meldingen van grensoverschrijdend gedrag, variërend van intimidatie tot ongewenste avances. Zij betwistte deze beschuldigingen en vond haar schorsing onterecht — een standpunt dat haar al eerder juridisch weinig opleverde.
De rechter oordeelde nu opnieuw dat Volt niet aansprakelijk kan worden gehouden voor beslissingen van de fractie in de Tweede Kamer en wees alle vorderingen af. Ze mocht uit de fractie worden gezet; er waren meldingen over haar gedrag en zij was bekend met die meldingen, aldus het vonnis.
Het grensoverschrijdend gedrag kwam aan het licht nadat dertien mensen die bij de partij betrokken waren hun beklag hadden gedaan bij onderzoeksbureau Bing. NRC sprak met vijf van die melders en vijf andere direct betrokkenen. Uit deze gesprekken bleek dat het partijlid collega’s op de billen tikte, seksvoorstellen deed, hun uiterlijk bekritiseerde en hen intimideerde.
D66 ligt onder vuur nog vóór het nieuwe kabinet aantreedt. Verwijten over opportunisme en rechtse concessies klinken luid, maar twee actieve D66-leden schetsen een minder cynisch, strategischer beeld.
Nog voordat het nieuwe D66-VVD-CDA-minderheidskabinet zich op het bordes heeft laten fotograferen, is de toon gezet. Kritiek, wantrouwen en scepsis domineren het debat, en in dat debat fungeert D66 opvallend vaak als mikpunt. De sociaal-liberale partij zou zich hebben laten overvleugelen door de VVD, te weinig progressieve accenten hebben afgedwongen en zich vooral hebben vastgeklampt aan regeringsmacht. Binnen en rond D66 klinkt echter een ander verhaal. De partij zou zich niet laten leiden door opportunisme, maar door verantwoordelijkheidsbesef in een politiek landschap waarin de coalitiekeuzes beperkt zijn.
Dat perspectief wordt gedeeld door Janarthanan Sundaram, lid van de D66-geschillencommissie, oud-kandidaat-partijvoorzitter en voormalig voorzitter van de thema-afdeling diversiteit. Hij benadrukt dat de formatie niet moet worden beoordeeld alsof het een reguliere situatie betrof. ‘D66 kwam uit de verkiezingen als grootste partij. Dat brengt een enorme verantwoordelijkheid met zich mee’, zegt hij. ‘Normaal kun je als partij jezelf zijn en je eigen koers varen. Maar deze keer lag dat anders.’
De schaduw van een mislukte formatie
Janarthanan Sundaram
Volgens Sundaram was vanaf het begin duidelijk dat een mislukte formatie verstrekkende gevolgen zou hebben. ‘De consequentie van niet slagen was dat de PVV het initiatief zou krijgen. Dan praat je over een scenario met Geert Wilders als premier. Dat was voor D66 simpelweg onacceptabel.’ In die context moest de partij keuzes maken die niet ideaal waren, maar wel realistisch.
Een tegenwerping die inmiddels vaker klinkt, is dat de dreiging van een PVV-geleide formatie inmiddels is afgenomen. Na het vertrek van zeven Kamerleden is de PVV niet langer de tweede, maar de vierde partij, waardoor Wilders bij een mislukte formatie niet automatisch opnieuw het initiatief zou krijgen. Sundaram erkent dat het politieke landschap is verschoven, maar benadrukt dat deze constellatie pas veel later ontstond. ‘Dat is een recente ontwikkeling’, stelt hij. ‘In november lag dat volledig anders.’ Op het moment dat de cruciale keuzes werden gemaakt, was de PVV nog een dominante factor en woog het risico van een door Wilders gedomineerd vervolgscenario zwaar mee. Volgens Sundaram kun je de strategische afwegingen van toen niet beoordelen met de kennis van nu. De formatiegesprekken werden gevoerd onder de druk van de verhoudingen zoals die enkele maanden geleden waren, niet zoals ze zich achteraf hebben ontwikkeld.
‘Zo’n centrumlinks minderheidskabinet zou op enorme weerstand stuiten in de Tweede Kamer’
De vaak gehoorde suggestie dat D66 had moeten doorpakken met GroenLinks-PvdA noemt hij politiek wensdenken. ‘D66 had ervoor kunnen kiezen meteen te formeren met GroenLinks-PvdA. Maar zo’n centrumlinks minderheidskabinet zou op enorme weerstand stuiten in de Tweede Kamer. De meerderheid is rechts. Dat was in november al duidelijk.’ Wie D66 verwijt dat de partij ‘naar rechts is opgeschoven’, negeert volgens hem dat regeren nu eenmaal vraagt om meerderheden, niet om morele gelijkheid.
Dat leidde vrijwel automatisch tot samenwerking met de VVD. Niet uit voorkeur, benadrukt Sundaram, maar bij gebrek aan alternatieven. ‘Je kunt jezelf wel feliciteren met een zuiver links profiel, maar als dat betekent dat je het land bestuurbaarheid ontzegt, schiet niemand daar iets mee op.’
Geen gemangelde partij
Het beeld dat D66 door de VVD zou zijn ‘gemangeld’, wijst Sundaram resoluut van de hand. ‘Allesbehalve dat. De VVD móét zich in deze constructie committeren aan het slagen van het kabinet. Dat is superbelangrijk.’ Bovendien, zo stelt hij, is het regeerakkoord geen eindpunt. ‘Het is een vertrekpunt. In een minderheidskabinet wordt het echte werk pas daarna gedaan.’
Ook de framing van het akkoord als ‘rechts’ noemt hij te simpel. ‘Neem de discussie over zorg. Bezuinigen wordt meteen als rechts gezien. Maar nauwelijks iemand heeft het over de investeringen in onderwijs, waar D66 juist veel heeft binnengehaald.’ Dat de partij niet honderd procent haar zin krijgt, ziet hij als onvermijdelijk. ‘Zo werkt politiek. Het gaat om meerderheden organiseren, soms linksom, soms rechtsom.’
‘Ingebouwd wisselgeld’
Die analyse wordt gedeeld door D66-lid Zouhair Saddiki, docent economie aan een hogeschool, die de situatie vanuit een meer academisch en maatschappelijk perspectief beziet. Hij vindt de kritiek op D66 voorbarig en deels onterecht. ‘Het verwijt dat de VVD domineert, miskent dat D66 in deze situatie verantwoordelijkheid moet nemen en dus compromissen moet sluiten.’
Zouhair Saddiki
Volgens Saddiki is het bovendien essentieel om te beseffen dat het om een minderheidskabinet gaat. ‘Dat verandert alles. In het coalitieakkoord zijn bewust scherpe voorstellen opgenomen over bijvoorbeeld AOW, WW en arbeidsongeschiktheid. Dat lijkt hard, maar politiek gezien is dat vaak hoog inzetten om later ruimte te hebben voor compromissen.’ Hij spreekt van ‘ingebouwd wisselgeld’, zeker richting de financiële besluitvorming.
Dat maakt het kabinet kwetsbaar, maar ook dynamisch. ‘Dit wordt een kabinet dat voortdurend steun moet zoeken in de Tweede Kamer. Dat betekent hard werken, verbinden en uitleggen.’ In zo’n constructie, stelt Saddiki, is de rol van D66-leider Rob Jetten cruciaal. ‘Hij moet de verbinding leggen, intern en extern. Dat is een loodzware baan.’
Andere bestuurscultuur
Zowel Sundaram als Saddiki zien in deze constructie ook een kans op een andere politieke cultuur, die minder wordt geleid door vijanddenken. ‘Je hebt geen ruimte meer om grote tegenstellingen op te blazen’, zegt Sundaram. ‘Je moet elkaar opzoeken om überhaupt iets voor elkaar te krijgen.’ Hij verwijst expliciet naar Scandinavische landen, waar minderheidsregeringen en wisselende meerderheden hebben geleid tot een constructievere politieke stijl.
Die hoop vertaalt zich ook in een oproep aan links. ‘Zoek niet meteen de polarisatie op’, zegt Sundaram. ‘Dit is een middenkabinet, omdat mensen klaar zijn met het wij-tegen-zij-denken.’ Volgens hem is het te makkelijk om het kabinet nu al weg te zetten als ‘niet progressief genoeg’. ‘Natuurlijk zijn er pijnlijke keuzes. Maar vergrijzing is een reëel probleem. De zorg en de AOW moeten betaalbaar blijven. Dat vraagt om pragmatisme.’
Centrumpartij
Saddiki ziet op langere termijn zelfs een strategische verschuiving. ‘Voor D66 is dit een belangrijke periode. De partij kan zich ontwikkelen tot een centrumpartij die de Nederlandse politiek domineert. Een positie die eerder door de VVD werd ingenomen, en daarvoor door het CDA.’ Dat zou ook betekenen dat we een bredere achterban krijgen en een volkspartij worden. ‘Het stereotype van de D66-kiezer — wit, hoogopgeleid, progressief — klopt steeds minder.’
Volgens Saddiki kreeg D66 bij de laatste verkiezingen ook stemmen van mensen die eerder PVV stemden. ‘Dat zegt iets. Veel mensen zijn boos. Over woningnood, onzeker werk, onveiligheid. Maar boosheid is geen oplossing. D66 straalt optimisme uit en kijkt naar oplossingen. Dat vraagt wel om een andere houding binnen de partij. Niet alleen goede dossierkennis, maar ook meer gevoel voor hoe beleid uitpakt voor praktisch geschoolden. Dat besef groeit.’
Kritiek op Links
Tegelijkertijd is Saddiki kritisch op GroenLinks-PvdA, dat volgens hem te vaak kiest voor principiële oppositie. ‘Gelijk hebben is iets anders dan gelijk krijgen.’ In een minderheidskabinet liggen volgens hem juist kansen om invloed uit te oefenen. ‘Als je die niet pakt, zet je jezelf buitenspel.’ Hij waarschuwt voor een neerwaartse spiraal, waarin linkse kiezers afhaken en hun heil elders zoeken, bij D66 of aan de rechterkant.
‘Gelijk hebben is iets anders dan gelijk krijgen’
Dat betekent niet dat hij geen sympathie voelt voor de sociaaldemocratie. Integendeel. ‘We hebben een PvdA nodig in Nederland. Voor D66, VVD en CDA is het zelfs belangrijk dat die partij er is, omdat die een belangrijk deel van het Nederlandse electoraat vertegenwoordigt.’ Maar dan wel een partij die bereid is verantwoordelijkheid te nemen.
Zal het kabinet de volle vier jaar uitzitten?
Over één ding zijn beide gesprekspartners het eens: het oordeel over dit kabinet moet worden uitgesteld. ‘Beoordeel D66 pas na het uitzitten van het kabinet’, zegt Sundaram. Saddiki sluit zich daarbij aan. ‘Nu spreken van visieloosheid is prematuur. Visie veronderstelt dominantie en die heeft dit kabinet niet, want het is een minderheidskabinet. De visie zit hier in samenwerking en verbinding.’
‘Er is een gezamenlijk besef dat falen grote consequenties heeft’
Beide gesprekspartners achten het bovendien goed mogelijk dat het kabinet de volledige vier jaar uitzit. Juist omdat het om een minderheidskabinet gaat, verwachten zij minder ruimte voor politieke escalatie. ‘Je moet met elkaar verder’, zegt Sundaram. ‘Je hébt elkaar nodig om überhaupt beleid van de grond te krijgen.’ Volgens hem dwingt de constructie partijen tot onderlinge toenadering en voorkomt die het soort vastgeroeste loopgravenpolitiek dat eerdere kabinetten fataal werd.
Ook Saddiki onderschat het team niet. Hij wijst erop dat de samenstelling van het kabinet inhoudelijk sterk is en minder gekenmerkt wordt door onderling wantrouwen dan bij sommige eerdere coalities. ‘Dit is geen kabinet waarin iedereen vooral met zichzelf bezig is’, stelt hij. ‘Er is een gezamenlijk besef dat falen grote consequenties heeft.’
In een tijd waarin de politieke en maatschappelijke problemen zich opstapelen, van woningnood en stikstof tot het overbelaste elektriciteitsnet, is een voortijdige kabinetsval volgens hem voor geen van de betrokken partijen aantrekkelijk. ‘Juist die wederzijdse afhankelijkheid zou het kabinet, paradoxaal genoeg, weleens stabieler kunnen maken dan op het eerste gezicht wordt gedacht.’
Indonesië bereidt zich voor op deelname aan een internationale stabilisatiemacht in Gaza. Zo’n vredesmacht is een onderdeel van het vredesplan van de Amerikaanse president Donald Trump. Dit schrijft de Britse krant the Guardian.
Daarmee zou Indonesië mogelijk de eerste staat worden die daadwerkelijk troepen inzet voor de missie.
Over de omvang van de Indonesische bijdrage bestaat echter veel onduidelijkheid. De legerleiding spreekt van een brigade van 5.000 tot 8.000 militairen, terwijl andere regeringsfunctionarissen aanzienlijk lagere aantallen noemen. De vice‑minister van Defensie houdt het op ongeveer 600 militairen, aldus Jakarta Globe. Volgens Jakarta is er nog geen definitief besluit genomen, president Prabowo zal later deze maand een formeel document ondertekenen.
De troepen zouden worden gestationeerd in een nieuw kamp in het zuiden van Gaza, tussen Rafah en Khan Younis. Het zou de eerste buitenlandse militaire aanwezigheid in het gebied zijn sinds 1967, wat de inzet politiek gevoelig maakt.
Binnen Israël stuit vooral de komst van militairen uit een islamitisch land op weerstand bij extreemrechtse partijen, schrijft the Guardian.
Indonesië benadrukt dat zijn bijdrage uitsluitend humanitair van aard zal zijn en niet gericht is op het ontwapenen van Hamas, aldus Jakarta Globe. De missie maakt deel uit van de International Stabilization Force (ISF), die Palestijnse politie-eenheden moet trainen en samen met Israël en Egypte de grenzen moet beveiligen om wederopbouw mogelijk te maken. Jakarta ziet de ISF als een tijdelijke maatregel. Het uiteindelijke doel blijft een tweestatenoplossing.
De aanhoudende milieuschandalen rond de vuilstort bij Lagun op Bonaire leiden tot toenemende druk op het demissionaire kabinet-Schoof om in te grijpen, zo schrijft de Volkskrant.
Duizenden inwoners op Bonaire worden al jaren blootgesteld aan giftige rook en schadelijke stoffen afkomstig van de illegale stortplaats, die zonder milieuvergunning opereert. Zowel de Nationale Ombudsman als de Tweede Kamer stelt dat de situatie te lang voortduurt en dat de Nederlandse overheid verantwoordelijkheid moet nemen.
De stortplaats, beheerd door het eilandbedrijf Selibon, kampt al decennia met branden door broei in de metershoge afvalberg. Daarbij komen kankerverwekkende stoffen vrij, waarvan de concentraties volgens inspecties ver boven de normen liggen. Omwonenden worden daarnaast blootgesteld aan zware metalen en andere schadelijke emissies. Ondanks herhaalde waarschuwingen van bewoners en maatschappelijke organisaties bleef ingrijpen door het eilandbestuur uit.
Inspecties in 2024 brachten bovendien ernstige misstanden aan het licht, zoals jarenlang opgeslagen ziekenhuisafval en onbeheerd gestort asbest. De rijksvertegenwoordiger greep tijdelijk in, maar werd na een rechtszaak teruggefloten, waardoor het eilandbestuur opnieuw verantwoordelijk werd.
Ondertussen blijven nieuwe branden ontstaan en groeit het wantrouwen onder bewoners. De Kamer bespreekt deze week opnieuw welke stappen Nederland kan zetten, maar juridische beperkingen bemoeilijken directe actie. De roep om stevig ingrijpen klinkt echter steeds luider.
Mylo Freeman is schrijver en illustrator. Ze brak door met de prentenboekenserie Prinses Arabella. ‘Dat een donker meisje centraal staat in een kinderboek is zó belangrijk.’
Toen de Nederlands-Amerikaanse Mylo Freeman in de jaren negentig moeder werd, merkte ze hoe weinig kinderboeken er waren met een niet-wit kind in de hoofdrol. Als afgestudeerd illustrator aan de Rietveld Academie moest ze daar toch iets aan kunnen doen. Inmiddels is ze een slordige zestig prentenboeken verder, uiteenlopend van Potje tot de avonturen van prinses Arabella en de kennismaking voor de allerkleinsten met slavernij in het recente prentenboek Cupido & Sideron.
Mylo Freeman groeide op in Den Haag. Na haar studie in Amsterdam woonde ze een tijdje in New York. In de jaren daarna hield ze zich bezig met schilderen en, later weer terug in Amsterdam, met muziek. Dat veranderde een paar jaar na de geboorte van haar zoon. Ze werkte voor verschillende tijdschriften en had reclameopdrachten. Haar eerste prentenboek was Potje, dat tot haar verbazing bijna dertig jaar later nog steeds wordt uitgegeven.
De allerliefste billetjes
‘Het prentenboek speelt zich af in de jungle. Daar staat een potje, maar wie of wat past erop? Alleen de allerliefste billetjes. Elk dier neemt een keer plaats op het potje. Bij de olifant verdwijnt het potje zelfs helemaal. Geen enkel dier past goed op het potje. Totdat er een lief getint jongetje op gaat zitten. Dat past precies! Hij heeft dus de allerliefste billetjes. Op deze manier leren kinderen niet alleen over ‘op het potje gaan’, maar ook over dieren. Ik had nooit kunnen denken dat Potje zo populair zou worden. Ik lees het regelmatig voor tijdens voorleessessies. Het blijft een succes.’
Destijds was het gebruikelijk om tekeningen per post naar een uitgever te sturen in plaats van ze te e-mailen. Mylo Freeman stuurde enkele illustraties van Potje naar uitgeverij Gottmer. ‘Ik kreeg vrij snel een telefoontje met het verzoek of ik de tekst wilde sturen. Die beviel goed. Alles was snel rond.’ In 1998 won Potje de Kiekeboeprijs.
Prinsessen waren altijd wit
Op een dag kreeg de dochter van een bekende van Freeman een rol in een toneelstuk, maar ze vond dat ze die niet kon spelen. Het ging om een prinses, en prinsessen waren altijd wit. Uiteindelijk heeft ze de rol wel gespeeld, maar er was overredingskracht nodig om haar daarvan te overtuigen. Dat gegeven trof Freeman en daarom besloot ze een prentenboek te maken over prinses Arabella.
Prentenboekenmaker Mylo Freeman
Arabella heeft een donkere huidskleur en kroeshaar in parmantige vlechtjes. Het bleef niet bij één boek, want Arabella maakt van alles mee. Hare Koninklijke Hoogheid prinses Arabella is natuurlijk een beetje anders dan anderen omdat ze prinses is, maar verder beleeft ze dezelfde avonturen als haar leeftijdgenoten. Ze krijgt een reuzentaart, is jarig, wordt grote zus, gaat naar het museum, wordt verliefd, gaat naar school, maakt muziek, bezoekt het theater en nog veel meer.
‘De eerste Arabella verscheen in 2006. In Nederland was er wel interesse, maar publicatie kon pas een jaar later plaatsvinden en ik wilde het graag sneller. Daarom keek ik over de grens. De boeken over Arabella verschijnen bij de Belgische uitgeverij Eenhoorn. Daar was behoefte aan boeken met diversiteit en het is een heel leuke uitgever. Er wordt weleens gesproken over Nederlands en Vlaams. Een jurk wordt in Vlaanderen vaak een kleedje genoemd, maar dat woord kan écht niet in een boek voor de Nederlandse markt. Hier draag je geen kleedje.’
Prinses Arabella heeft klasse en is ondernemend. Ze speelt met iedereen, eet graag taart en krijgt bijzondere cadeaus voor haar verjaardag. Zo kreeg ze ooit een echte olifant, wat geen groot succes was. Arabella is niet alleen leuk voor getinte kinderen, maar net zo goed voor witte kinderen, en zeker niet alleen voor kinderen in Nederland en België. Het verhaal is universeel, wat Freeman merkt tijdens voorleessessies, bijvoorbeeld in migratiemuseum Fenix in Rotterdam. Zowel meisjes als jongens van allerlei achtergronden hingen aan haar lippen.
‘Ik krijg regelmatig e-mails van leerkrachten uit Brazilië. Prinses Arabella is daar heel populair’
De avonturen van prinses Arabella zijn in meerdere talen vertaald, onder andere in het Engels, Scandinavische talen en het Portugees. Opvallend is dat de boeken niet in het Duits zijn vertaald, terwijl ook de Duitse bevolking behoorlijk divers is. Prinses Arabella verschijnt onder meer in Afrikaanse landen zoals Nigeria en in het Zuid-Amerikaanse Brazilië.
‘Ik krijg regelmatig e-mails van leerkrachten uit Brazilië. Prinses Arabella is daar heel populair. Iedere keer als ik voorlees merk ik hoe belangrijk het is om te laten zien dat een donker meisje centraal kan staan in een kinderboek. Er is ook een musical geweest rond Arabella, die zeer succesvol was. Het publiek was heel gemengd, inclusief islamitische gezinnen. Na de voorstelling werden de boeken verkocht en signeerde ik. Daar ontmoette ik ook de lezers.’
De belevenissen van prinses Arabella zijn over het algemeen heel herkenbaar. ‘Als ik iets bedenk, zie ik het voor me. Ik denk in beelden. Het moet ook grappig zijn. Voor mij is illustreren en schrijven de ideale combinatie. En in principe werk ik het liefst alleen.’
Er is goed nieuws voor de liefhebbers: over een paar jaar verschijnt hoogstwaarschijnlijk de eerste animatiefilm over Arabella. Deze bijzondere prinses wordt dus ook een filmster.
De prentenboeken van Mylo Freeman hebben vaak een diepere laag. In een heel ander boek, Over dames en sieraden, staan vijftig inspirerende vrouwen centraal die opvielen door hun doen en laten en hun sieraden, zoals Iris Apfel. Ook Farah Diba komt aan bod met haar collectie tiara’s.
Jonge donkere bedienden werden als buitengewoon chic beschouwd
In het najaar van 2025 verscheen haar meest recente boek, Cupido & Sideron. De inspiratie hiervoor deed ze op tijdens een tentoonstelling in Paleis Het Loo in Apeldoorn. Het paleis werd gebouwd in 1686 en diende als zomerverblijf voor Mary II Stuart en stadhouder Willem III, prins van Oranje. Door de waterpartijen leende het zich uitstekend voor bijzondere planten.
Bij de tentoonstelling hoorden portretten. Op grote aquarellen stonden ook donkere jongens, soms zelfs afzonderlijk geportretteerd. Dan moesten zij een belangrijke rol hebben gespeeld. Hoe zat dat? Haar zoektocht mondde uit in het prentenboek Cupido & Sideron, een toegankelijke eerste kennismaking met slavernij en tot slaaf gemaakten.
Het verhaal speelt zich af in 1763. In die tijd werd het als buitengewoon chique beschouwd om donkere jongens als bedienden te hebben. Daarvoor moesten deze kinderen ingrijpende dingen meemaken: ze werden bij hun ouders weggehaald, maakten een lange en zware bootreis naar Nederland en kwamen terecht in een onbekend land waar een taal werd gesproken die ze vaak nog niet kenden.
Sideron is negen jaar en Cupido zes. Sideron werkt al langer in het paleis en moet Cupido inwerken. Dat gaat moeizaam, vooral omdat Cupido niet wil praten. Als volwassene begrijp je dat dit samenhangt met de schok van alle negatieve ervaringen, maar dat staat tussen de regels door in kindertaal beschreven. Uiteindelijk komt het goed met Cupido, ook in het echte leven. Ze hebben namelijk echt bestaan.
Ontmoeting met Mozart
Sideron bleef zijn hele leven bij stadhouder Willem V. Hij heette voluit Guan Anthony Sideron. Cupido heette Willem Frederik Cupido. Voor zover bekend kwam Cupido van Curaçao, Sideron mogelijk uit Guinee. ‘Zeker weten zullen we het nooit, want Curaçao was een doorvoerhaven. Het verhaal van de echte Cupido en Sideron komt naar voren in een boek van Esther Schreuder. Zo weet ik dat Cupido met een Duitse vrouw is getrouwd en veel nakomelingen heeft. Van een van hen heb ik een e-mail ontvangen. Dat vond ik erg leuk. In het prentenboek heb ik Wolfgang Amadeus Mozart opgevoerd als kleine jongen. Hij is als kind ziek geweest en verbleef enige tijd in Nederland. Niet op Paleis Het Loo, maar Cupido en Sideron hebben hem zeker ontmoet.’
‘Zo weet ik dat Cupido met een Duitse vrouw is getrouwd en veel nakomelingen heeft’
Ook het prentenboek Rembrandt en Lucia gaat indirect over slavernij. In de tijd van Rembrandt waren er buitenlandse zeelieden in Amsterdam, maar ook Portugezen die hun tot slaaf gemaakten meenamen. Zij wisten vaak niet dat slavernij in Nederland verboden was en dat ze vrij konden worden. Freeman deed intensief onderzoek naar dit onderwerp én naar hoe de buurt rond het Rembrandthuis er destijds uitzag. Dat is duidelijk terug te zien in de prenten.
Er zijn inmiddels meer kinder- en jeugdboeken met diversiteit dan in de jaren negentig, maar het kan nog steeds beter. Mede daarom is Mylo Freeman schrijfcoach bij Rose Stories, een organisatie die auteurs met een andere etniciteit en culturele achtergrond begeleidt.
‘Aan het einde van het traject worden de verhalen gepitcht bij uitgevers. Dat wordt over het algemeen goed opgepakt. Wat jeugdboeken betreft kan de diversiteit zeker beter. Toch zijn veel boeken vertaald uit het Engels, meestal uit de Verenigde Staten en minder uit Engeland. Dat land is minder inclusief.’
Meer informatie: www.mylofreemanartwork.com. De boeken van Mylo Freeman zijn verkrijgbaar bij boekhandels en via internet.
Wat politici zeggen over bevolkingsgroepen werkt door in kranten en op sociale media. Vooral uitspraken van Tweede Kamerleden hebben invloed: als zij vaker, negatiever of discriminerend spreken over bevolkingsgroepen, zie je dat daarna terug op sociale media en, in mindere mate, in kranten.
Dat blijkt uit de nieuwe voortgangsrapportage Tussen Kamer, krant en sociale media van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme. Volgens de staatscommissie schuilt daarin het risico dat discriminerende taal in het publieke debat steeds normaler wordt. Dat terwijl discriminatie op alle gronden van artikel 1 van de Grondwet in Nederland verboden is.
Discriminatie is een diepgeworteld en wijdverbreid probleem in de Nederlandse samenleving. Het raakt mensen persoonlijk en hersteloperaties kosten de samenleving miljarden. Steeds meer mensen ervaren discriminatie in sectoren als onderwijs, zorg en de arbeidsmarkt. In 2024 verdubbelde het aantal meldingen bij antidiscriminatievoorzieningen ten opzichte van het jaar daarvoor.
Om beter inzicht te krijgen in de wisselwerking tussen politiek, media en sociale platforms, liet de staatscommissie onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam een grootschalige analyse uitvoeren. Zij onderzochten toespraken en interrupties van Tweede Kamerleden, artikelen in nationale kranten en reacties op YouTube onder de kanalen van de Telegraaf, NOS, NOS Jeugdjournaal en NU.nl. In totaal werden miljoenen teksten uit de periode 2014–2024 geanalyseerd. Daarbij is gekeken hoe vaak bevolkingsgroepen worden genoemd, met welke emotionele lading dat gebeurt en hoe vaak sprake is van discriminerende uitingen.
De resultaten laten zien dat vooral politieke uitingen richtinggevend zijn. Wanneer Kamerleden vaker en negatiever spreken over bevolkingsgroepen, is dat later terug te zien in reacties op sociale media. Tegelijkertijd zijn er ook aanwijzingen voor invloed in omgekeerde richting: als op sociale media vaker en negatiever over bevolkingsgroepen wordt gesproken, is dat daarna ook zichtbaar in uitingen van Kamerleden.
Volgens commissievoorzitter Joyce Sylvester kan zo een neerwaartse spiraal ontstaan waarin discriminerende taal geleidelijk wordt genormaliseerd. ‘Politici, journalisten, sociale mediaplatforms en gebruikers dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor een publiek debat dat volgens principes van gelijkwaardigheid wordt gevoerd’, stelt zij. Het doorbreken van die normalisering vraagt volgens haar om blijvende bewustwording van de impact van woorden. Discriminerende taal is niet acceptabel, juist niet in het politieke en publieke debat, aldus de commissie. Alleen zo kan worden bijgedragen aan een respectvolle omgang met diversiteit en aan het tegengaan van discriminatie en racisme in Nederland.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.