Home Blog Pagina 3

Ervaar je racisme, of is dit discriminatie?

0

Een gevluchte Turkse vrouw krijgt in Nederland een instapfunctie als jurist bij een overheidsinstelling, maar verdient minder dan haar collega’s. Zij noemt dat racisme. Hasim Yilmaz spreekt liever van discriminatie.

Ik zat met een vriendin uit Turkije aan de koffietafel en we spraken over onze ervaringen in Nederland. Nu we allebei afgestudeerd waren, hadden we het over onze ervaringen op de arbeidsmarkt en met sollicitaties. Ze vertelde me dat ze racisme had ervaren. Ik vroeg naar haar ervaring. Even ter context: ze is hoogopgeleid met een masterdiploma, beheerst de Nederlandse taal goed omdat ze een dubbele studie had gedaan, één in het Engels en één in het Nederlands, en ze heeft de relevante werkervaring. Ze begon in een instapfunctie bij een overheidsinstelling als jurist. Het salaris dat haar werd aangeboden lag onder de marktprijs, maar ze vroeg duidelijk of dit hetzelfde salaris was dat aan iedereen werd aangeboden, en in dat geval zou ze het accepteren. Haar werd verteld dat het standaard was.

Nieuwe teamleden

Pas vier maanden nadat ze was begonnen, toen er twee nieuwe teamleden bijkwamen, een man en een vrouw, kwam ze via een informeel gesprek erachter dat zij allebei in dezelfde schaal waren ingedeeld, maar twee treden hoger. Ze was van streek en besprak het met haar leidinggevende, met als enige reactie dat er een fout was gemaakt en dat het bij het volgende contract zou worden rechtgezet. Ze was gefrustreerd, maar nam haar leidinggevende op zijn woord. Ze droeg de meeste verantwoordelijkheden, nam zelfs de taken van een senior medewerker op zich, en zelfs senioren van andere afdelingen kwamen bij haar voor advies.

Ik erkende dat de factor ras of etniciteit hierin een rol kan hebben gespeeld

Bij de verlenging kreeg ze dezelfde instaptrede aangeboden die ook aan de andere medewerkers werd aangeboden, maar ze bracht in dat ze al onderbetaald was en dat een beginsalaris van een nieuwe medewerker geen rechtzetting van een fout was, dus vroeg ze drie treden hoger. Maar dat werd afgewezen. En ze omschreef haar ervaring als racisme. Ze was de enige met een migratieachtergrond en werd zonder geldige reden eruit gepikt. De leidinggevende was vriendelijk met haar witte collega’s, maar niet met haar, en ondanks de fout werd die niet rechtgezet. Ook de vertrouwenspersoon bood weinig hulp. Hoewel haar collega’s erkenden dat het racisme was, veranderde de behandeling die ze onderging niet, en uiteindelijk verliet ze haar baan, gefrustreerd over de behandeling die ze had doorstaan.

En nu komt de discussie. Ze zei dus dat ze racisme had ervaren, maar ik zei dat ik het woord racisme niet zou gebruiken om deze ervaring te omschrijven. Ik erkende dat de factor ras of etniciteit hierin een rol kan hebben gespeeld. Het was ook zeker een negatieve ervaring. Ik zou zeggen dat het ook discriminatie is. Maar als het erom gaat te bepalen wat deze ervaring is, zou ik het woord ‘racisme’ niet gebruiken, want op de schaal van discriminatie die je kunt ervaren, zou ik zeggen dat racisme de ergste ervaring is, en als je het woord racisme gebruikt om deze nare ervaring te omschrijven, dan sta je met je mond vol tanden wanneer je iets ergers en systematischers tegenkomt en je je ervaring wilt uitdrukken en je verhaal wilt delen.

Achterin de bus zitten

Mijn vriendin was het sterk met me oneens. Ze vroeg me wat er dan wél als racisme zou worden bestempeld. Ik vertelde haar dat wat zwarte mensen tot voor kort, in de twintigste eeuw in de VS, hadden meegemaakt, met segregatie, het gedwongen gebruik van aparte toiletten, achterin de bus moeten zitten of een andere kraan moeten gebruiken, racisme zou zijn. Maar één trede lager betaald krijgen, hoe discriminerend ook, zou ik geen racisme noemen.

Ze was het opnieuw oneens en zei dat, ook al was het racisme dat mensen in het verleden ervoeren ernstiger, dat niet betekende dat er in Nederland geen racisme meer is en dat racisme als samenleving een opgelost probleem is. We kunnen het woord nog steeds gebruiken om onze ervaringen te omschrijven. Vervolgens vroeg ze me wat ik dan in de wereld van vandaag, in de Nederlandse context, als racisme zou bestempelen. Betekende het dat er alleen racisme is als een groep mensen gedwongen wordt achterin de bus te zitten?

Een trede lager betaald krijgen, zou ik geen racisme noemen

Ik had moeite om een antwoord te geven, en dat zit zo. Ik werk bij VluchtelingenWerk Nederland. En elke dag zie ik op mijn werk veel vluchtelingen die uit de gevaarlijkste plekken op deze planeet komen, of die, ook al zijn hun landen voor sommigen veilig, toch pijn doorstaan vanwege hun overtuigingen, hun politieke overtuiging of hun seksualiteit. Wanneer je hun verhalen hoort over het verliezen van familieleden door bombardementen, over gevangenschap, over bedreigingen en mishandeling, dan vind ik het moeilijk om dat te vergelijken met de negatieve ervaringen van mensen met een migratieachtergrond in Nederland.

Het woord kan zijn kracht verliezen

Maar los van de vergelijking tussen landen en verschillende contexten vind ik vooral de beperking van de taal om die ervaringen uit te drukken problematisch. Een Koerd kan bijvoorbeeld systematisch racisme ervaren in Syrië, en zelfs geen identiteitsbewijs krijgen. Daarna komt zo iemand naar Nederland, en in het asielsysteem kan diegene racisme ondervinden van verschillende mensen binnen het systeem en van overheidsmedewerkers, kan diegene niet gehoord worden en kunnen zijn of haar medische behoeften verwaarloosd worden. Of wanneer diegene een status heeft of zelfs genaturaliseerd is, kan diegene racisme ervaren op de arbeidsmarkt, moeite hebben om werk te vinden of minder betaald krijgen. En ik bracht in dat als je voor al deze ervaringen het woord ‘racisme’ gebruikt, het woord zijn kracht verliest, omdat het nu zo breed wordt gebruikt.

Na enige overweging geef ik mijn vriendin meer gelijk

Ze was het ermee eens dat er verschillende soorten racisme zijn die mensen ervaren, maar haar ervaring was nog steeds ‘racisme’. Het was een schaal. Ik was het daarmee eens, maar nogmaals, door de beperkingen van de taal zeg je niet, wanneer je je ervaring uitdrukt, dat je 3 op de 10 racisme hebt ervaren. Je gebruikt gewoon het woord. En wanneer de context te breed is, kan ‘racisme’ van alles betekenen, van mijn buurman is niet aardig tegen mij tot ik werd doodgeslagen door de politie vanwege mijn huidskleur. Ik zei tegen haar dat je, om je ervaring te valideren, niet meteen het krachtigste woord uit je gereedschapskist moet gebruiken. Ze zei dat haar collega’s het er ook over eens waren dat dit racisme was. Ik vroeg haar wat ze aan de situatie hadden gedaan, aangezien een van hun collega’s racisme ervoer. Ik zei haar dat als ze echt vinden dat er op hun werkplek een collega racisme ervaart, ze de morele plicht hebben om het te stoppen. Ze zei dat ze niets hadden gedaan, maar dat dat kwam doordat ze ook hun baan moesten behouden.

Beslissers met een migratieachtergrond

Ze vroeg me toen welk woord ik dan zou gebruiken om haar ervaring te omschrijven, en ik zei haar dat dit ‘discriminatie’ was. Maar dit keer vond ze het woord te zwak. Uiteindelijk moesten we het erover eens worden dat we het oneens waren.

Het is alweer een tijd geleden sinds dit gesprek, en ik vind nog steeds dat het woord racisme niet zou moeten worden gebruikt om alle ervaringen te omschrijven die met discriminerend gedrag te maken hebben. Maar na enige overweging geef ik mijn vriendin meer gelijk, want discriminatie in hoogwaardige werkomgevingen, hoe weinig traumatisch het misschien ook lijkt, kan enorme gevolgen hebben, zoals het ontbreken van beslissers met een migratieachtergrond in de topfuncties en het stilzwijgend wegwerken van mensen met een andere achtergrond naar de achtergrond. Als je erover nadenkt, van onze 28 ministers en staatssecretarissen hebben we er toch wel twee met een migratieachtergrond, Eleanor Boekholt-O‘Sullivan en ja, Dilan Yesilgöz.

De dag waarop de Krimbrug in het water zal storten

0

Weet je waarom de Oekraïners Poetins pronkstuk, de brug die de Krim met het Russische vasteland verbindt, nog steeds niet kapot hebben gebombardeerd?

Niet omdat Zelensky’s dronespiloten hem niet kunnen raken; ze hebben immers de spoorbrug in het noorden van de Krim al wel weggevaagd. Overal op de Krim verrijzen rookzuilen, ook rondom de Straat van Kerch. Er is op het strategische schiereiland geen benzine te koop voor gewone mensen en de gouverneur heeft de noodtoestand uitgeroepen. Maar uitgerekend de Kerchbrug, die kilometerslange schakel waarover de bezetters van de Krim voorraden ontvangen, die brug die in 2018 door een collaborerende Hollandse firma gebouwd is, staat onaangetast. Massa’s toeristen en andere Russen vluchten erover, weg van het onleefbaar geworden schiereiland.

De reden waarom de iconische Krimbrug er nog staat, zag ik op een Oekraïense video. Het plan is om alle verbindingen rond de Krim af te snijden, zodat het een eiland wordt dat niet meer bevoorraad kan worden en onverdedigbaar zal zijn. Maar de Kerchbrug is de achteruitgang en die moet van het Oekraïense leger voorlopig open blijven, tot het eiland bijna leeggelopen is. Pas dan komt de Kerchbrug aan de beurt en gaat de laatste deur naar de Krim dicht. Pas dan! Beter voor Oekraïne, omdat er dan zo min mogelijk Russen op de Krim achtergebleven zijn. Dat is de agenda.

Is dit een propagandaverhaal en slagen ze er in werkelijkheid niet in de brug op te blazen omdat de luchtverdediging ter plaatse zo zwaar versterkt is? Ik betwijfel het. Het luchtruim boven de spoorbrug was ook beveiligd, maar de waarheid is dat de Russische luchtverdediging lang niet opgewassen is tegen de bomvleermuizen van de Oekraïners. In Sint-Petersburg niet, in Moskou niet, bij talloze Russische raffinaderijen en oorlogsfabrieken niet.

Bondgenoten taaien af

Oekraïne lijkt de wind in de rug te hebben. De Belarussische president Loekasjenko is op 26 juni gezwicht voor het ultimatum van Zelensky dat hij de Russische signaalversterkende torens aan zijn Oekraïense grens moest sluiten. De Russische economie lijdt onder de enorme last van de oorlogsindustrie en het nijpende gebrek aan arbeidskrachten voor de op burgers gerichte sectoren. De inflatie stijgt, de rente ook. Bondgenoten keren zich af of worden onrustig. Loekasjenko levert Rusland nu brandstof, maar bedingt een anderhalf maal zo hoge prijs. Kazachstan voelt zich niet meer gebonden aan Rusland en zijn opportunistische president Tokajev sluit reuzendeals met de VS, bijvoorbeeld over het zeldzame metaal wolfram. Armenië, een oude trouwe van Rusland, opent zich nu voor de EU. En zelfs Trump zet zich even aan de kant van Oekraïne.

Tellen jullie mee met de dagen van het veertigdaagse Oekraïense offensief?

Poetin geeft Europa de schuld. Wij zijn de vijand. Speciaal Duitsland, want dat land is volgens hem ‘neo-nazistisch’, vertrouwde de democraat laatst een groep jongeren toe. De AFD bedoelde hij daarmee niet.

40 dagen

Toch ben ik er allesbehalve gerust op. Poetin heeft Zelensky’s voorstel voor een staakt-het-vuren afgewezen, ook niet nadat mijn held Volodomyr hem gezegd had anders een offensief van veertig dagen te beginnen. Dat offensief is dus nu aan de gang en Rusland merkt het, maar Poetin negeert het zo veel hij kan. Hij erkent ‘problemen’, maar zegt die onder controle te hebben. Alle raffinaderijen zullen ijlings worden gerepareerd en de Krim zal door schepen worden bevoorraad. En op de grond maakt het leger, zegt hij, ‘geweldige vorderingen’.

Wat kan Poetin doen? Hij kan geen symmetrische wraak nemen. Oekraïense raffinaderijen bombarderen? Die zijn er niet. Oekraïense dronesfabrieken dan? Die zijn klein en op wel zeshonderd plaatsen verborgen.

Het Kremlin kan proberen door te drammen in de Donbas en dan de overwinning uitroepen. Dat is, indien mogelijk, Poetins beste kans. Maar hij kan in zijn waanzin alsnog het centrum van Kiev aan puin raketeren. Hij kan een aanval op de Baltische Staten loslaten, of toch dan maar een atoombommetje opwerpen. Allemaal zelfmoordvarianten.

Het begin van de ondergang

Het veertigdaagse offensief van Zelensky eindigt op 4 augustus. Dat is de datum die als het begin van de definitieve ondergang van de Sovjet-Unie wordt beschouwd. Het was in 1991 de dag dat Gorbatsjov met vakantie naar de Krim ging, de dag dat de daders van de mislukte putsch van conservatieve militairen tegen hem die staatsgreep beraamden.

En wat zal 4 augustus 2026 brengen? Ik krijg het idee dat dan de Krimbrug in het water zal storten en de Krim definitief afgeknepen wordt.

Tellen jullie mee met de dagen van het veertigdaagse Oekraïense offensief? Helpt om de voortgang van de isolatie van de Krim te zien. Op de dag dat ik dit geschreven heb, is het de vijfde dag.

Hooggerechtshof blokkeert Trump: kinderen die in VS worden geboren zijn Amerikaan

0

Het Amerikaanse Hoogerechtshof heeft een stokje voor het anti-migratieplan van president Donald Trump gestoken: het recht op Amerikaans burgerschap voor kinderen van ongedocumenteerde migranten blijft behouden.

Het gaat hier om het zogenoemde ‘geboorterecht’, dat bepaalt dat iedereen die in Amerika geboren is automatisch Amerikaan is, aldus NBC News. Maar Trump en anderen willen het Amerikaanse burgerschap voor migranten beknotten.

De rechters beschouwen dat beleid als onwettig. Het druist volgens hen in tegen het Veertiende Amendement van de Amerikaanse grondwet, waar het geboorterecht voor bijna iedereen die in Amerika is geboren geldt. In Europa gelden er andere regels, waarbij niet naar de geboorteplek van een kind maar naar de nationaliteit van de ouders wordt gekeken. In de Verenigde Staten, een land dat is gebouwd op migranten, wordt het geboorterecht bijna als heilig beschouwd.

Hoewel Trumps roots in Duitsland liggen is hij fel tegen migranten, omdat hij gelooft dat zij een bedreiging vormen voor ‘de Amerikaanse cultuur en economie’. De president promoot een agenda die gericht is op het beschermen van de zogenoemde ‘echte’ Amerikanen.

Keti Koti | ‘Meisjes zoals jij zijn de mooisten van het Caribisch gebied’

0

Madeline Lie-A-Lien (80) onderzocht samen met historicus Tineke Bennema haar familiegeschiedenis, die getekend is door de slavernij. ‘Ik draag zoveel verschillende etniciteiten in me.’

Ze verenigt Oost en West in zich, overheersers en onderdrukten, verschillende etniciteiten, culturen en religies. Chinezen, Portugezen, inheemsen, Nederlanders, joden, katholieken, Afrikanen: ze stamt van hen allemaal af. Madeline Lie-A-Lien, geboren in Suriname in 1946 en op haar 23e naar Nederland gekomen, waar ze ging werken als onderwijzeres (en nog steeds werkt), wist wel veel over haar rijke recente geschiedenis. Maar weinig over haar slavernijverleden, nog altijd een pijnlijke en vernederende episode waarover oudere generaties liever zwegen. We gingen op zoek naar haar verleden, aan de hand van haar herinneringen en nieuw archiefmateriaal.

Waar heb ik mijn bruine kleur vandaan?

‘Ik wilde als kind al altijd alles over mijn familie weten. Dan luisterde ik mee naar de verhalen van de volwassenen, totdat mijn moeder dat doorkreeg en dan tegen me zei als ze in gesprek was met haar zussen: ga eens even op de klok kijken hoe laat het is. Eerst deed ik dat, maar al snel weigerde ik natuurlijk. In mijn familie heette het dat ik altijd nieuwsgierig was en nadacht en ze zeiden: ze heeft aan één hoofd niet genoeg, ze had er twee moeten hebben! Ik vroeg van alles. Dan zei ik tegen mijn Chinese vader: ik zie er helemaal niet Chinees uit, hoe kan dat dan? Waar heb ik mijn bruine kleur vandaan? Onder jouw voorvaderen zitten toch ook zwarte mensen! Maar dan was altijd het antwoord dat hij en zijn familie dat niet wisten. Dat is algemeen in Suriname, je praat niet over slavernij. Slaafgemaakten zijn gekoeioneerd, vernederd, hun is alles ontnomen, daar schaamde je je voor en dat onderwerp werd doodgezwegen. Maar de nieuwe generatie, zoals die van mijn kinderen, wil juist alles weten. En ik ook.’

Chinese mannen in Coronie

Van haar vaders kant bezat ze al veel gegevens. Haar vader, Marcellinus Lie-A-Lien, was afstammeling van de groep van 2500 Chinese immigranten die Nederland naar Suriname haalde rond de afschaffing van de slavernij in 1863 – waarna overigens de ‘bevrijde’ slaafgemaakten nog verplicht tien jaar op de plantages moesten blijven werken. De plantagehouders waren bang dat er te weinig arbeidskrachten zouden zijn om de plantages draaiende te houden. De Chinezen werden in het noordwesten in het district Coronie geplaatst om te werken in katoenpluk en koffieteelt. Ze kregen een contract, maar de arbeidsvoorwaarden daarvan waren zo slecht dat dit neerkwam op verkapte slavernij. Niet onbelangrijk detail: de Nederlandse staat wierf alleen mannen, hun vrouwen moesten ze maar achterlaten.

‘De nieuwe generatie, zoals die van mijn kinderen, wil juist alles weten’

In Coronie ontstonden relaties tussen Chinezen en vrije zwarte vrouwen. Sommigen leefden in concubinaat omdat de mannen nog een vrouw in China hadden. ‘Dat was het geval bij een tante van mijn vader, van wie het kind niet erkend werd. Daardoor kregen een heleboel kinderen de naam van de moeder en niet van de vader. De Chinese mannen hielden de contractarbeid gauw voor gezien en verhuisden naar Paramaribo om een winkeltje of restaurantje te beginnen.’

Er is nog een mooie anekdote over hem, vertelt ze: ‘Er werd een katholieke kerk gebouwd in Coronie en toen die klaar was, moest het kruis erop worden geplaatst, maar niemand durfde het gebouw te beklimmen. Het moet rond 1920 zijn geweest. Toen zei mijn grootvader: nou, dan doe ik het wel. En mijn grootmoeder haalde haar hele kinderschaar erbij en gaf ze de opdracht: nu moeten jullie goed kijken wat papa gaat doen! Het lukte hem en het verhaal gaat dat hij er een pauselijke medaille voor kreeg.’

Nederlandse apotheker

Ook aan haar moederskant zitten Chinese voorouders, zij het niet biologisch. Lie-A-Liens stamboom aan deze zijde heeft veel vertakkingen. De Nederlandse apotheker Bernard Johannes Bos Verschuur was getrouwd met een Chinese vrouw, Heloise Tjon Akien. Deze Bernard verwekte rond 1900 het buitenechtelijke kind Johannes, Lie-A-Liens grootvader van moeders kant, bij Louisa Johanna Gerarda Menneke. Of dat een relatie was, of dat hij haar verkracht heeft, is onzeker. ‘Je moet bedenken dat hij een witte man was en zij zwart, dat waren ook na de afschaffing van de slavernij ongelijke verhoudingen. Louisa was een dochter van voormalig slaafgemaakte Martha Menneke. Johannes kreeg de achternaam van zijn stiefvader Albert Cotino. Cotino was weer een nazaat van een Joods-Portugese plantagehouder. Volg je het nog?’, vraagt ze.

Slavenregisters 

Lie-A-Liens grootmoeder zit op het stoeltje vooraan op deze foto van rond 1900. Beide ouders zijn Chinees-Afrikaans

Ze is op zoek naar meer gegevens over die slaafgemaakten. Doordat enkele jaren geleden de slavenregisters in het Nationaal Archief zijn gedigitaliseerd en openbaar zijn gemaakt, is het makkelijker geworden voorouders terug te vinden. We vinden het document waarin staat dat Martha zichzelf in 1844 wist vrij te kopen van een marktkoopvrouw, die vermoedelijk zwart was (ook vrijgekomen zwarte mensen hielden soms slaafgemaakten). Ze kreeg de verzonnen achternaam ‘Menneke’ toebedeeld.

En we ontdekken in het Nationaal Archief dat de familie Verschuur Amsterdams is: Bernards vader, Dirk Johannes Verschuur, werd in 1844 geboren in Paramaribo, was zeekapitein en eigenaar van koffieplantage Elisabeths Hoop, en getrouwd met een Nederlandse plantagehoudster. De stamboom van deze Nederlanders voert helemaal terug tot 1734, tot handelaren uit Amsterdam, tot wijnkoopman Johannes Verschuer.

Maar haar moeder herbergt ook de andere kant. Lie-A-Lien: ‘Mijn (oud)tante Eleonora Naarden, de zus van mijn oma Mathilda, met wie ik veel sprak, werd 106 in 2003, was vermoedelijk kleindochter van een slaafgemaakte. Ik denk dat zij misschien van inheemse oorsprong was, want op feesten droeg ze soms een rituele schouderdoek.’

Wasvrouw op een katoenplantage

We vinden Eleonora eerst terug in het Amsterdamse stadsarchief, ze woonde in haar laatste jaren in de hoofdstad, en dan blijkt dat ze Bergstroom heette van moeders kant. Haar moeder was Louise Magdalena Bergstroom, geboren in 1861, en dan treffen we haar moeder, Lie-A-Liens betovergrootmoeder, de slaafgemaakte Diana, geboren in 1827. Diana was te werk gesteld als ‘waschvrouw’ op de katoenplantage Bellevue, in Coronie, hetzelfde gebied waar de Chinezen later werkten. In 1859 kwam ze vrij en kreeg ze de verzonnen naam Bergstroom door het gouvernement toegewezen. De zoektocht houdt hier op, omdat Diana’s ouders onbekend zijn.

Een document van de Onbeheerde Boedelkamer uit 4 maart 1862 over de nalatenschap van Diana Bergstroom.. Beeld: Nationaal Archief

We ontdekken nog wel een document in de uiterst verfijnde bureaucratie van de koloniale onderdrukkingsmachinerie, dat goed inzicht geeft in de leefomstandigheden van deze voormoeder. Diana Bergstroom genoot drie jaar van haar vrijheid, maar overleed in 1862 en liet twee minderjarige dochters achter: Catharina, geboren in slavernij, en Louisa Magdalena, geboren in vrijheid omdat haar moeder in 1861 vrijgekomen was. Het betreft de aangifte door de buurvrouw van het overlijden van Bergstroom. En het stuk, dat werd opgesteld door het instituut dat boedels beheerde voor bijvoorbeeld weeskinderen, beschrijft de nalatenschap van Diana. Deze bestond uit: ‘2 kussens, een stroomatras, een ijzeren pot, en pagaal (mand) met drie jakjes, een hemd, een onderrok, een paantje (wikkeldoek).’ Dat was alles wat ze bezat.

De meisjes, onder wie Lie-A-Liens overgrootmoeder dus, zouden worden opgevoed door deze buurvrouw.

Slavernij is niet ver weg

Lie-A-Lien: ‘Slavernij is dus helemaal niet ver weg in de familiegeschiedenis! Deze vondsten geven mij rust omdat ik nu weet wie de slaafgemaakten in mijn familie waren en ik niet meer verder hoef te zoeken. Ik draag zoveel verschillende etniciteiten in me. Surinamers zijn een mamjoh, een lappendeken, die bestaat uit allemaal verschillende lapjes en dat maakt een prachtig kleurig geheel.’

‘Meisjes zoals jij zijn gemixt en de mooisten van het Caribisch gebied’

Ze herinnert zich hoe op de basisschool in Suriname kinderen werden geteld en onderverdeeld naar achtergrond: Hindoestaans, Chinees, Javaans, Nederlands, en dat zij dan op grond van haar uiterlijk terechtkwam bij de groep ‘anderen’. ‘Een meisje uit de klas, ik denk dat het in groep zeven was, zei: jij bent geen ras, je bent niks. Toen ik dat thuis vertelde aan mijn ouders, antwoordden ze: meisjes zoals jij zijn gemixt en de mooisten van het Caribisch gebied. Als tiener ging ik nadenken over wat ik dan wel was: bruin, maar niet zwart, met een Chinese naam, maar toch niet Chinees, en ik heb me heel lang niet een afstammeling van slaafgemaakten gevoeld. Keti Koti zei me niets.

Maar nu voel ik mij alsof ik de multiculturele samenleving in het klein ben. Ik maak het liefst Chinees en Indisch eten, ik spreek Sranan Tongo, Nederlands, maar vooral de taal van mijn hart en ik ben rooms-katholiek. Ik doe niets zonder God en word steeds religieuzer. Ik denk dat ik daardoor zo gemakkelijk contact maak met andere culturen, door die multiculturele samenleving in mijn lijf.

‘Net Bob Marley!’

Toen ik lesgaf in de jaren tachtig kreeg ik ook Marokkaanse en Turkse kinderen in de klas. Op de ouderavonden kwamen alleen de vaders en ik ben toen Marokkaans-Arabisch gaan leren omdat ik met de moeders die thuisbleven wilde praten. Om de taal beter te leren gingen we als gezin op vakantie naar Tunesië. Bij de douane keken de ambtenaren in de paspoorten en lieten mijn man en kinderen door, ze zeiden: jullie zien eruit als Arabieren. Maar mij hielden ze staande en zeiden: je achternaam is Chinees, je bent niet zo zwart. Jij bent geen Arabier. Nee, inderdaad, zei ik. Er kwamen nog andere douaniers bij, ze keken, ze overlegden, en ik moest zeggen waar ik vandaan kom. Ik zei: ik ben een mix. Een van hen riep: net Bob Marley! En toen moesten we allemaal lachen en mocht ik door.

Ik heb mijn leven hier in Nederland opgebouwd, met mijn multiculturele achtergrond koester ik de waarden van eerlijkheid, oprechtheid, gelijkheid, betrouwbaarheid, maar vrijheid is mijn grootste schat. Ik maak mijn eigen keuzes.’

Eerder reconstrueerde Tineke Bennema voor haar goede vriendin Diahann Van van de Vijver de geschiedenis van haar voorvader in het boek Albertus Van van de Vijver. Slaafgemaakt en bevrijd. Madeline Lie-A-Lien is de moeder van Van van de Vijver.

Lees ook:

Dave Ensberg-Kleijkers: ‘We kunnen niet achteroverleunen’

Op reis door Suriname. ‘De navelstreng naar Afrika is doorgesneden’

‘Voetbal mag nooit een excuus zijn voor haat’

0

Een verloren wedstrijd mag nooit een excuus zijn voor racisme, schrijft Abderahmane Chrifi.

Voetbal is emotie. Voetbal is passie. Maar bovenal is voetbal een universele taal die mensen, landen en culturen met elkaar verbindt. Juist daarom is het diep triest dat een verloren wedstrijd voor sommigen aanleiding is om hun ware gezicht te laten zien.

Na de nederlaag van het Nederlands elftal tegen Marokko worden spelers met een Surinaamse achtergrond overspoeld met racistische reacties. Surinaams-Nederlandse spelers worden op sociale media uitgemaakt voor ‘zwartjoekels’ en ‘negers’. Marokkaans-Nederlandse spelers krijgen de racistische term ‘rifapen’ naar hun hoofd geslingerd. Niet vanwege hun inzet, maar vanwege hun afkomst en huidskleur. Dat is geen kritiek op voetbal. Dat is pure discriminatie.

Het pijnlijke is dat dezelfde spelers, wanneer Nederland wint, nationale helden zijn. Maar zodra de uitslag tegenvalt, lijken zij voor een deel van de samenleving ineens geen ‘echte Nederlanders’ meer te zijn.

Hetzelfde zien we aan de andere kant. Ook het Marokkaanse elftal en Marokkaanse supporters krijgen te maken met beledigingen en racistische uitingen. Terwijl sport juist bedoeld is om bruggen te bouwen, worden verschillen uitvergroot en mensen tegen elkaar opgezet.

Laten we kiezen voor verbinding in plaats van verdeeldheid

Een voetbalwedstrijd is uiteindelijk niets meer dan een spel. Er is een winnaar en een verliezer. Dat verandert niets aan de mens achter het shirt. Iedere speler verdient respect, ongeacht afkomst of uitslag.

Daarom wil ik ook mijn oprechte felicitaties uitspreken aan het Marokkaanse elftal. Zij hebben laten zien wat toewijding, strijdlust en mooi voetbal kunnen betekenen. Hun prestaties verdienen respect, net zoals iedere tegenstander respect verdient.

Polarisatie is een gevaar voor onze samenleving. Wie mensen ontmenselijkt op basis van afkomst of huidskleur, tast de fundamenten van onze samenleving aan.

Laten we daarom kiezen voor verbinding in plaats van verdeeldheid. Niet voor racisme, maar voor respect. Niet voor ‘wij’ tegenover ‘zij’, maar voor een samenleving waarin iedereen zich thuis kan voelen.

Voetbal mag nooit een excuus zijn voor haat. Respect mag nooit afhankelijk zijn van de uitslag van een voetbalwedstrijd. Laten we het voetbal terugbrengen naar waar het voor bedoeld is: een spel dat mensen samenbrengt, niet uit elkaar drijft.

Uitschakeling Oranje maakt racistische reacties los tegen zwarte spelers

0

De kater voor Oranje na de uitschakeling door Marokko op het WK is nog lang niet voorbij. De racistische reacties op de gemiste strafschoppen door zwarte spelers worden door de KNVB, progressieve partijen en mensenrechtenorganisaties serieus genomen. De KNVB heeft melding gemaakt bij het anti-discriminatieplatform van de overheid, zo meldt NRC.

De KNVB wil dat het OM een strafrechtelijk onderzoek start naar het racisme dat Justin Kluivert, Quinten Timer en Crysencio Summerville moesten verduren op hun Instagram-pagina’s na de verloren strafschoppen tegen Marokko. De reactiemogelijkheid hebben ze noodgedwongen uit moeten zetten. Het n-woord in combinatie met afbeeldingen van chimpansees en gorilla’s werd veelvuldig als commentaar toegevoegd. Ook zouden sommige spelers weer terug naar ‘eigen land’ moeten gaan, zoals Suriname en Curaçao, waar de wortels van vele spelers van Oranje liggen.

‘Voetbal brengt miljoenen verschillende mensen samen en discriminatie doet het tegenovergestelde. Dat staat dus haaks op alles waar het voetbal voor staat’, aldus de KNVB in een reactie aan NRC.

Ook de politiek laat van zich horen, althans vooral aan de progressieve kant van het politieke spectrum. De nieuwe leider van de Partij voor de Dieren, Christine Teunissen, veroordeelde vrijwel meteen de racistische bejegening van spelers van kleur. ‘Het racisme richting spelers van het Nederlands elftal is walgelijk. Dit is waar heel veel Nederlanders tegenaan lopen: als je wint ben je een Nederlander, als je verliest ben je opeens geen Nederlander meer. Ontzettend triest.’

Jan Paternotte van D66 wil dat de daders worden opgespoord en aangepakt. ‘Veel meer politici zouden zich hiertegen moeten uitspreken’, aldus Paternotte.

Minister-president Rob Jetten heeft zich nog niet uitgelaten over de racistische reacties waarmee zwarte spelers werden geconfronteerd. Het is nog onduidelijk of hij daar vandaag, tijdens Keti Koti, de herdenking van de afschaffing van de slavernij in Suriname, aandacht aan zal besteden.

Geneeskundeopleidingen blijven selecteren aan de poort

0

Vijf opleidingen geneeskunde selecteren nog steeds studenten aan de poort, ondanks jarenlange kritiek dat deze procedures kansenongelijkheid veroorzaken en onder meer mensen met een migratieachtergrond benadelen. dit bericht Punt, het orgaan van de Avans Hogeschool.

Vier opleidingen gebruiken persoonlijkheidstoetsen, waarvan deskundigen de betrouwbaarheid en validiteit betwisten. Volgens psychologen, juristen en het College voor de Rechten van de Mens ontbreekt een onderbouwing dat deze toetsen voorspellen wie een goede arts wordt, terwijl ze wel ongelijkheid versterken.

Drie opleidingen – Groningen, Amsterdam en Nijmegen – zijn inmiddels volledig overgestapt op loting, omdat selectie vooral kandidaten bevoordeelt met hoogopgeleide ouders, financiële middelen of toegang tot inside information. Utrecht hanteert een mengvorm. De overige vier opleidingen blijven selecteren op cognitieve vaardigheden en persoonlijkheidskenmerken, hoewel onderzoek laat zien dat deze criteria vooral studenten uit bevoorrechte milieus bevoordelen en nauwelijks iets zeggen over toekomstig artsenwerk.

Sociologisch onderzoek toont aan dat selectie vooral jongeren met een migratieachtergrond, lagere sociaaleconomische positie of ouders buiten de medische wereld benadeelt. Toch grijpt de Inspectie van het Onderwijs niet in, omdat indirecte discriminatie juridisch nog niet is aangetoond. Juristen stellen dat een rechtszaak kansrijk kan zijn: opleidingen moeten kunnen bewijzen dat hun selectie niet discrimineert én daadwerkelijk leidt tot betere artsen.

Ondertussen blijven jaarlijks honderden geschikte kandidaten buiten de deur, terwijl de ongelijkheid in de instroom van toekomstige artsen verder oploopt.

Onderzoekers: kinderen in Gaza leven in ‘martelende omgeving’

0

Volgens onderzoekers van de Universiteit van Maastricht leven kinderen in Gaza in een ‘martelende omgeving’. Dit schrijft Trouw.

In een artikel, dat is ingediend bij een wetenschappelijk tijdschrift, stellen onder meer onderzoekers van de Universiteit Maastricht dat de omstandigheden waarin kinderen opgroeien zo ontwrichtend zijn dat kinderrechten feitelijk niet meer kunnen bestaan. De bevindingen zijn gebaseerd op 76 interviews met kinderen tussen 12 en 18 jaar.

De geïnterviewden beschrijven niet alleen de fysieke verwoesting van Gaza, maar ook het wegvallen van sociale structuren. Door het verlies van huizen en scholen wonen gezinnen in bloedhete tenten zonder privacy. ‘Vaak zijn er niet genoeg bedden. En als er niet genoeg eten is, moet je dat onderling verdelen. Dat is natuurlijk killing voor de relatie tussen familieleden’, zegt hoofdonderzoeker Marieke Hopman. Veel kinderen zijn mentaal uitgeput. ‘We zijn dit leven beu’, zei een 14-jarig meisje in juni 2025. ‘We weten niet meer hoe we moeten leven. We zijn levend en dood op hetzelfde moment.’

Hoewel een deel van de interviews vóór de wapenstilstand van oktober 2025 plaatsvond, blijkt uit latere gesprekken dat de situatie nauwelijks verbeterde. ‘Het grootste verschil is dat er niet meer de hele tijd bommen vallen’, aldus Hopman. ‘Je houdt kinderen op de grens van waarmee ze kunnen overleven.’

Respect voor Kadir abi

0

‘Gekke’ Kadir is niet meer. De Turkse topacteur Kadir Inanir is vrijdag op 77-jarige leeftijd overleden in het ziekenhuis waar hij, sterk vermagerd, al een tijdje opgenomen was. Met het heengaan van Kadir is eigenlijk niemand meer over van de gouden generatie van mannelijke Turkse topacteurs, zoals Tarik Akan, Yilmaz Güney, Cüneyt Arkin en vele anderen, die hun stempel blijvend hebben gedrukt op de Turkse filmindustrie. En Inanir hoort daarbij zeker in de top drie, als hij al niet de grootste was. Bijna elke Turkse man – inclusief mijn eigen vader, waarover later meer – wilde zo knap, macho, vervaarlijk en, toe maar, rechtvaardig als Kadir zijn. Voor vrouwen was hij het archetype van de besnorde Turkse man die, ondanks zijn moustache, aantrekkelijk kon zijn.

En eerlijk is eerlijk, hij spatte van het doek af als geen ander. Of het nu ging om zijn romantische duetten met de sultan van de Turkse filmindustrie, Türkan Soray, in de film Al Yazmalım (The Girl with the Red Scarf), of om zijn rol als de gevreesde, doch rechtvaardige gevangene Ramazan de Tataar, of om de talloze Godfather-wannabe-maffiafilms, waaraan hij zijn bijnaam ‘Gekke Kadir’ heeft overgehouden: ze staan in het collectieve geheugen van Turkije gegrift.

Dat hij politiek gezien aan de progressieve kant stond, kwam ik pas veel later achter, een gevolg van de grondige politieke repressie door de Turkse staat. Ik kon mijn verbazing niet onderdrukken toen er activistische foto’s van hem opdoken bij een linkse demonstratie in de jaren zeventig, samen met Tarik Akan.

Bij Kadir Inanir werd dat voor een groter publiek in Turkije pas echt duidelijk toen hij zich openlijk voegde bij het mislukte Koerdische vredesproces in de jaren 2013-2015. Hij maakte deel uit van een door de staat aangewezen groep intellectuelen die het vredesproces moest ondersteunen. Inanir kwam toen veelvuldig op tv en gaf vele spraakmakende interviews. In een van die optredens neemt hij het zelfs op voor de gevangen leider van de PKK, Abdullah Öcalan, wiens ‘belang’, in Inanirs woorden, in het vredesproces van onschatbare waarde zou zijn.

‘Hij is echt een leider van zijn volk en dat moet worden ingezien in Turkije’, zei Inanir, en vervolgde: ‘Het is wel een moeilijk proces, decennialange achteruitgang in de verhoudingen poets je niet zomaar weg.’ Profetische woorden, blijkt achteraf. Vooral dat laatste had hij goed gezien, omdat Erdogan samen met de groep intellectuelen de vredestafel na de verloren verkiezingen in 2015 omvergooide en de oorlogspolitiek hervatte.

Moet ik de rest van mijn overgebleven leven als een bange man leiden?

Kadir Inanir en alle andere intellectuelen die hun verantwoordelijkheid hadden genomen voor het grootste pijnpunt van de Turkse geschiedenis, de Koerdische kwestie, werden massaal gecanceld. In het bovengenoemde interview zei Inanir ook het volgende: ‘We gaan uiteindelijk allemaal dood. Dat staat vast. Moet ik de rest van mijn overgebleven leven als een bange man leiden, die zich nergens meer mee bemoeit? Nee, zo ga ik niet weg uit deze wereld. Iedereen zal zeggen: respect voor Kadir abi, en zo ga ik dood.’ Gezien de miljoenen Turken en Koerden die een foto van hem hebben gedeeld en nog steeds zijn woorden oprakelen, blijkt dat hij ten minste onder dat onderdrukte deel van Turkije nog veel respect geniet.

De woorden van Inanir raken mij ook persoonlijk. Enkele maanden geleden is mijn vader overleden, na een depressief en regressief bestaan in Amsterdam, waar hij nooit heeft kunnen vlammen zoals Inanir. Dit terwijl Ali Balçik onder zijn dorpelingen in Amsterdam, met zijn lange postuur en wilde haren, juist ook vaak met Inanir werd vergeleken. Toen hij stoere foto’s in pak en met open borst naar Turkije stuurde, moesten mijn tantes altijd goed kijken of het wel hun grote broer uit Amsterdam was of toch Kadir Inanir.

Extra pijnlijk is dat mijn vader Inanir zijn standpunt in de Koerdische kwestie nooit heeft vergeven. Hij voelde zich door hem verraden, zoals vele andere nationalistische Turken. Inanirs idealisme is mooi en hoopgevend, maar de bittere realiteit in Turkije is het nationalisme waar hij zich tegen heeft verzet. En dat is nog steeds een onopgeloste zaak. Ook na het heengaan van Ali en Kadir.

St. Eustatius herdenkt op 1 juli vrijheid bevochten door voorouders

0

St. Eustatius herdenkt op 1 juli de afschaffing van de slavernij. De herdenking staat op het eiland niet bekend als Keti Koti, maar als ‘July Day’. Dit jaar is gekozen voor een andere opzet, schrijft de organiserende stichting St. Eustatius Afrikan Burial Ground Alliance in een persbericht.

St. Eustatius is net als Saba en Bonaire één van de ‘bijzondere gemeenten’ van het Caribische deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Tot 2010 was het onderdeel van de Nederlandse Antillen. St. Eustatius fungeerde lange tijd als doorvoerhaven van Afrikaanse slaven in de Transatlantische slavenhandel.

De activiteiten voor deze nationale herdenkingsdag richten zich op geschiedenis, onderwijs, herdenking van voorouders en maatschappelijke discussie. Hierdoor gaat de jaarlijkse herdenking van Keti Koti verder dan een traditionele viering.

Volgens de organisatoren is het programma bedoeld om het publieke begrip van de emancipatie te verdiepen en het idee te weerleggen dat de vrijheid op 1 juli 1863 door de koloniale autoriteiten werd geschonken. In plaats daarvan is deze bevochten door de voorouders.

Het begrip vrijheid wordt eveneens genuanceerd omdat de structuren van toen vandaag de dag nog steeds bestaan, zo schrijft de organisatie. De mensen werden in 1863 volledig aan hun lot overgelaten, met een citaat van Martin Luther King: ‘It was freedom to hunger. It was freedom to the winds and rains of heaven. It was freedom without food to eat or land to cultivate.’

De activiteiten van dit jaar worden voor het eerst gecoördineerd door de St. Eustatius Afrikan Burial Ground Alliance. Deze organisatie zet zich in voor het behoud van graven van Afrikaanse slaven op het eiland en herstel van het eigen, zwarte narratief.

Reis langs Afrikaanse begraafplaatsen

Het programma begint met een spirituele reis langs de Afrikaanse begraafplaatsen ter ere van de  voorouders. Twee gastsprekers uit het Caribisch gebied, professor Kimani Nehusi, afrikoloog (geboren in Guyana, woonachtig in Philadelphia) en doctor Artwell Cain, cultureel antropoloog (geboren in St. Vincent en de Grenadines, woonachtig in Aruba, voormalig NiNsee-directeur) spreken over onderwerpen zoals de banden tussen het Caribisch gebied en Afrika en het belang van herdenking.

Feestelijke boeklancering

Artwell Cain is tevens auteur van het recent gepubliceerde boek St. Eustatius: Restoring Our Ties. The Voices of Statians Making A Difference.  De feestelijke lancering van dit boek vindt vanavond plaats om 19.00 uur in de GJB Openbare Bibliotheek in Oranjestad, St. Eustatius.

Andere sprekers in het programma zijn onder meer storyteller Papa Umpo (Garfield Young) uit St. Maarten en Derrick Simmons, lid van de eilandraad, antropoloog en lid van de Alliance, over muziek als een essentiële vorm van het verzet van de slaafgemaakte voorouders.

Verbinding met de herbegrafenis van de 69 voorouderlijke resten

De herdenking van de afschaffing van de slavernij op St. Eustatius is dit jaar nauw verbonden met de geplande herbegrafenis op 13 november van de resten van de 69 Afrikaanse voorouders, die in 2021 door een internationaal team archeologen uit de begraafplaats van Golden Rock werden opgegraven. Zo zal de voorzitter van de Statia Cultural Heritage and Implementation Committee (SCHIC), Xiomara Balentina, de ceremonie voor de herbegrafenis met het publiek bespreken.

Onder de sprekers zijn eveneens Marvin Hokstam Baapoure, bekend van het mediaplatform AFRO Magazine (Hox Projects) en oprichter en algemeen directeur van het Broos Institute voor Afrocentrisch onderwijs.

Doel is te komen tot een beter begrip wat de bevolking van St. Eustatius wil leren over hun Afrikaanse geschiedenis en hun voorouders. Een geschiedenis die nog altijd onvolledig en vertekend is beschreven. Cuvalay: ‘We hopen met alle presentaties en discussies op deze July Day een positieve, blijvende impact te creëren.’