In de Oekraïense plaats Olesjky, die door Russische troepen is omsingeld, is zo weinig voedsel dat inwoners gras, duiven en zelfs honden eten.De situatie roept herinneringen op aan de Holodomor, de hongersnood die in Oekraïne in de jaren dertig onder Sovjetleider Stalin uitbrak en miljoenen levens kostte,schrijft Vrt News.
Alle pleidooien vanuit Oekraïne voor een humanitaire corridor naar de stad Olesjky worden door Rusland in de wind geslagen. Dit leidt tot weerzinwekkende toestanden, waarin mensen soep van gras maken en honden eten. De Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken, Andri Sybiha, riep tevergeefs op om de volledige blokkade van Olesjky tijdelijk te stoppen.
‘Voor de oorlog woonden er in Olesjky en omgeving zo’n 40.000 mensen. Vandaag wonen er nog zo’n 1.500 mensen in Olesjky zelf, schatten vrijwilligers, onder wie 40 kinderen. In de dorpen eromheen wonen nog eens 4.000 mensen, onder wie 150 kinderen’, aldus VRT Nieuws.
Sinds het begin van de grootschalige Russische invasie in februari 2022 zijn de exacte cijfers over het aantal doden moeilijk vast te stellen. Internationale instanties en inlichtingendiensten schatten echter dat het totale aantal slachtoffers – zowel militairen als burgers – inmiddels in de honderdduizenden loopt.
Enkele duizenden mensen kwamen gisteren bijeen op de Dam in Amsterdam voor het Nationaal Vredesprotest. De organisatoren keren zich tegen wat zij de ‘oorlogskoorts’ en toenemende ‘militarisering’ van het Westen noemen en pleiten voor meer aandacht voor politieke en diplomatieke oplossingen voor de oorlog in Oekraïne.
‘Er is geen weg naar vrede, vrede is de weg’, staat op de vlag van een demonstrant. Een ander is gekomen met een regenboogvlag met daarop ‘vrede’. Verder zijn er veel rode vlaggen van communisten en andere linksgeoriënteerde vredesactivisten te zien.
Vanuit de landelijke media klonk soms felle kritiek op de demonstranten. Zo plaatste schrijver en Volkskrant-columnist Tommy Wieringa hen naast de ‘siegheilende Wij-zijn-het-volk-demonstranten’ op het Malieveld. Volgens hem zit Poetin ‘in de hoofden’ van beide groepen.
Op de Dam is daar weinig van te merken. De vreedzame woorden domineren. Jesseka Batteau, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in Utrecht, noemt de demonstratie op Instagram ‘hartverwarmend en hoopgevend’. Ook zij maakt zich zorgen over de toenemende militarisering. Die zal volgens haar voelbaar zijn in Utrecht met ‘uitbreidingen en concentratie van kazernes, en de intensivering van militaire oefeningen – tot wel 7000 laagovervliegende Apache- en Chinook-gevechtshelikopters per jaar! Dit alles gaat ten koste van natuur en milieu, en raakt aan de veiligheid van mens en dier’, zo schrijft ze.
Ook vindt ze dat een wapenwedloop niet tot vrede leidt. ‘De weg naar vrede gaat via de onderhandelingstafel en begint daar waar iédereen mag rekenen op een toekomst zonder geweld en onderdrukking.’
Op sociale media verstomt de kritiek op de vredesbeweging echter niet. De journalist Hubert Smeets somt op Bluesky het volgende op:
1. Gelet op de brede ondertekening van het manifest, een matige opkomst.
2. Organisatie onzichtbaar.
3. Demonstratie gekaapt door neo-stalinisten van verschillende pluimage.
4. Expliciete aanwezigheid van pro-Kremlinkrachten.’
Volgens vakbondsjurist Bo Salomons lijkt Smeets bij een totaal andere demonstratie te zijn geweest. ‘Ik weet niet waar Hubert is geweest, maar ik heb een compleet andere ervaring met de demo. Overal hesjes van de NVB, Young and United… En ook op het podium veroordeling van Rusland en juist het expliciete begrip dat navelstarend pacifisme geen antwoord is’, schrijft hij.
De val van het Assad-regime in december 2024 gaf Syriërs nieuwe hoop op vrijheid. Maar dat betekent niet dat journalisten nu zomaar kunnen schrijven wat ze willen. Tijdens een bijeenkomst over persvrijheid riepen Syrische journalisten daarom op tot meer steun voor de opbouw van onafhankelijke media in het land.
Woensdagavond kwamen Syrische en Nederlandse journalisten, activisten en beleidsmakers bij elkaar in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam om de balans op te maken van de huidige staat van de journalistiek in Syrië. De avond werd georganiseerd door Het Grote Midden Oosten Platform, de Nederlandse Vereniging van Journalisten, Free Press Unlimited en het Syndicaat voor Onafhankelijke Journalisten in Syrië.
Onder het regime van Bashar al-Assad en diens vader Hafez al-Assad werden journalisten gevolgd en massaal gevangengenomen, zoals te zien is in de documentaire Syria, the Forbidden Witnesses of the Assad Regime, die Reporters Without Borders (RSF) dit jaar uitbracht.
Volgens Jan Keulen, journalist en activist voor persvrijheid, hebben journalisten in Syrië een ‘enorme prijs’ betaald. ‘Sinds 2011 werden meer dan zevenhonderd journalisten en mediawerkers gedood’, zegt hij.
Na de val van een autoritair regime als dat van Assad lijkt het logisch om de situatie van nu te vergelijken met die van toen. Maar wat betreft de journalistiek in Syrië gaat dat niet op, vertellen de journalisten. Journalisten die onder Assad werkten, vertelden dat journalistiek toen eigenlijk niet bestond.
Mediawetten van Assad
Mutasim Khalaf, journalist en medeoprichter van het Syndicaat voor Onafhankelijke Journalisten, legt uit dat we de situatie van de journalistiek onder Assad niet kunnen vergelijken met die van nu.
‘Voor de val van Assad had je als journalist twee keuzes: blijf je stil en leef je je leven, of kies je ervoor vragen te stellen en die te beantwoorden? Zal ik worden gearresteerd of zelfs worden gedood als ik hierover schrijf? Nadat Assad het land was ontvlucht, moesten we vanaf nul beginnen. We hadden helemaal geen ervaring met schrijven over politiek. We vroegen ons af of we nu wel de mogelijkheid kregen om in vrijheid te schrijven en hoe we onafhankelijke platforms moesten oprichten.’
‘Als je ook maar iets onwelgevalligs deelt op Facebook, dan kun je al worden gearresteerd’
De huidige regering van president Ahmad al-Sharaa heeft de mediawetten van Assad overgenomen en gebruikt die tegen journalisten, vertelt Khalaf. ‘De nieuwe regering geeft ons niet de hoop dat wij in vrijheid kunnen werken. Onlangs werden twee journalisten van ons syndicaat gearresteerd op basis van de cybercrimewet van Assad. Als je ook maar iets onwelgevalligs deelt op Facebook, dan kun je al worden gearresteerd.’
Syrië steeg flink op de ranglijst van RSF, van plek 179 in 2024 naar 141 in 2026. Maar de vrijheid van journalisten wordt nog steeds ingeperkt door instabiliteit en een zwakke economie, schrijft de organisatie. Volgens cijfers van SJA Center for Press Freedoms werden er in 2025 negenenveertig schendingen van de persvrijheid gesignaleerd. Zeventien journalisten werden gearresteerd, vier kwamen om en tien raakten gewond.
Ahmad Haj Hamdo, onderzoeksjournalist en medeoprichter van SIRAJ, zegt dat de situatie ‘nu beter’ is, maar ‘dit is een tijdelijke situatie’. ‘We moeten de persvrijheid op langere termijn kunnen garanderen en dat is een gedeelde verantwoordelijkheid.’
V.l.n.r. Eline Derakhshan (moderator), Iris de Leede, Jorg Zinken en Jan Keulen
Volgens Kamiran Sadoun, journalist en onderzoeker van Koerdische afkomst, is de journalistiek in Syrië, wanneer je die vergelijkt met die in andere landen, ‘non-existent’. ‘Journalisten kunnen niet aan de echte verhalen, de gevoelige onderwerpen, werken, want dan komen ze in de problemen.’ Volgens Sadoun is het nog onduidelijk hoe journalisten moeten omgaan met dit soort onderwerpen.
Influencers
Een zorgelijke ontwikkeling op dit moment is volgens Sadoun dat het huidige ministerie van Informatie opnieuw probeert de controle te houden over het narratief. Het maakt hierbij steeds meer gebruik van influencers. ‘Influencers hebben toegang tot iedereen in de regering, zelfs de president. Journalisten kunnen dit echter niet. Influencers gaan mee in de lijn van de regering en roepen de autoriteiten niet ter verantwoording. Het gaat bij hen niet om de waarheid. Echte vragen stellen kunnen ze niet. Zij zijn dan ook geen journalisten.’
In plaats van influencers moeten journalisten meer ruimte krijgen om te werken, zegt Khalaf. Hij begon het Syndicaat voor Onafhankelijke Journalisten in Syrië om samen met anderen een nieuwe start te maken, vertelt hij. ‘Het gaat er dan niet om vóór of tegen de regering van al-Sharaa te zijn, maar om hoe wij ruimte kunnen creëren waarin wij ons vrij kunnen uiten en kunnen vechten voor onze rechten. Maar wij kunnen nog altijd niet legaal opereren vanwege de oude wet die onafhankelijke syndicaten verbood. Zo mogen we bijvoorbeeld geen kantoren hebben of grote bijeenkomsten houden.’
‘Influencers gaan mee in de lijn van de regering en roepen de autoriteiten niet ter verantwoording’
Om weer een betrouwbare bron voor Syriërs te worden, zullen journalisten weer in contact moeten treden met de bevolking, zegt Haj Hamdo. ‘Journalisten moeten de ogen van de bevolking zijn en kwesties uitpluizen die mensen belangrijk vinden, zoals de wederopbouw en mensenrechten. Helaas komt daar nu geen antwoord op.’
Hiertoe zal de regering moeten worden gedwongen informatie prijs te geven aan journalisten, zegt Haj Hamdo. ‘Alleen dan kunnen wij de regering controleren, bijvoorbeeld hoe zij omgaat met publiek geld.’
Khalaf voegt eraan toe dat journalisten ook het vertrouwen van Syriërs moeten zien te winnen. ‘Wanneer ik iemand wil interviewen, word ik geweigerd omdat men bang is dat ik informatie doorgeef aan het regime. Net als in de tijd van Assad. Dat zit nog steeds in het hoofd van mensen.’
Haj Hamdo: ‘Wij moeten uitleggen dat wij feiten brengen en de waarheid willen achterhalen, in plaats van een [door de autoriteiten] opgelegd verhaal. Tegelijkertijd moeten we de geschiedenis niet vergeten. We moeten de mensen eren die een hoge prijs hebben betaald tijdens de revolutie. En degenen die onder Assad verantwoordelijk waren voor de misdaden tegen journalisten, moeten ter verantwoording worden geroepen.’
Diversiteit in Syrië
Een van de doelen van de bijeenkomst was om te bespreken hoe journalisten in Syrië geholpen kunnen worden in hun werk.
Volgens Khalaf moeten buitenlandse regeringen niet blindelings meegaan in het narratief van de regering-Sharaa en doen alsof alles goed gaat. ‘Door de situatie onder Assad hebben journalisten onvoldoende ervaring. Om te kunnen professionaliseren, moeten we een infrastructuur van vrijheid bouwen. Aan iedereen die journalisten wil helpen, hen wil beschermen: laten we samenwerken.’
Haj Hamdo wil graag dat ngo’s journalisten gaan trainen, zodat zij meer ervaring krijgen. Ook zullen onafhankelijke media op lange termijn financieel gesteund moeten worden, zodat journalisten een leefbaar inkomen krijgen. Hij voegt eraan toe dat de regering-Sharaa moet worden bewogen om de oude mediawet van Assad te vervangen door een nieuwe.
Sadoun sluit zich hierbij aan. Als Koerd die veel ervaring heeft met journalisten in de regio’s, roept hij op om media in alle regio’s van Syrië te ondersteunen en niet alleen in Damascus. ‘Nu probeert de nieuwe regering opnieuw alle media in Damascus te concentreren. Donateurs uit het buitenland lijken daarin mee te gaan. Maar de overige regio’s mogen niet worden vergeten: Deir al-Zor, Hasaka, Idlib, enzovoort. Daar zijn nu ook veel media die steun nodig hebben.’
Ministerie van Informatie
Volgens Iris de Leede, beleidsadviseur bij Free Press Unlimited, is dit erg belangrijk. ‘In ons werk in Syrië leggen we de nadruk op pluralisme en hebben we oog voor de enorme diversiteit van het land. Het is essentieel om in alle regio’s media te hebben die op lokaal niveau alle doelgroepen kunnen bereiken.’
‘Na de val van een autoritair regime is de nieuwe regering er vaak erg op gebrand om de controle te krijgen en weer erkend te worden door de internationale gemeenschap. Wij zijn bezorgd over het feit dat het ministerie van Informatie de controle probeert te krijgen over de media. Denk aan eisen om licenties te kunnen krijgen en het bepalen hoeveel advertentie-inkomsten media mogen binnenhalen. Zo maakt zij media afhankelijk van de regering, zowel politiek als economisch. De geschiedenis heeft ons geleerd dat hoe meer restricties er worden opgelegd, hoe minder inclusiviteit er is. Dat kan op langere termijn tot instabiliteit leiden.’
‘Kijk ook of er daadwerkelijke verbeteringen worden doorgevoerd’
Volgens De Leede zou de Nederlandse regering er bij het versterken van de band met Syrië voor moeten waken dat zij niet overgaat op ‘business as usual’. ‘Natuurlijk biedt het de kans om nieuwe zakenrelaties aan te gaan en vluchtelingen te laten terugkeren. Maar kijk ook of er daadwerkelijke verbeteringen worden doorgevoerd. Nu is een uitgelezen kans om vrije, onafhankelijke media te steunen die de regering ter verantwoording kunnen roepen, maar er ook voor kunnen zorgen dat de bevolking weer vertrouwen krijgt in de overheid.’
Activist Keulen wijst erop dat Syrische journalisten zich ook kunnen wenden tot hun collega’s in de regio. ‘Terwijl de Syrische journalisten zich opnieuw moeten uitvinden, is er zoveel expertise te vinden, zoals de Unie van Onafhankelijke Journalisten in Libanon en andere organisaties. Ik denk dat het heel belangrijk is om ook van hen te leren. Gebruik dit in combinatie met fondsen uit het Westen.’
Als eerbetoon aan de Syrische journalisten die tijdens hun werk omkwamen en aan degenen die de journalistiek weer willen opbouwen, zegt Keulen: ‘Na vijftig jaar te hebben gewerkt onder een dictatuur en onderdrukking, is het werken aan een vrije journalistiek in Syrië een werk van helden.’
De Radboud Universiteit in Nijmegen laat de Groot-Nederlandse Studentenvereniging niet langer toe tot de introductiemarkt voor studenten, omdat de vereniging rechts-extremistisch is.
Het College van Bestuur van de universiteit nam dat besluit nadat de AIVD de vereniging in een gezamenlijk rapport met de NCTV als rechts-extremistisch heeft bestempeld. In voorgaande jaren ging de deelname van deze groep aan de intro-weken van de universiteit al gepaard met veel spanning en kritiek.
In het rapport wordt gewaarschuwd dat de vereniging zich op de voorgrond begeeft als pleitbezorger van ‘remigratie’, een verzachtende term voor de deportatie van niet-witte Nederlanders met een migratieachtergrond. Voor die gedachte is nu geen plek meer op de Radboud Universiteit.
Intussen is bekend geworden dat Eerste Kamerlid Eric Kemperman van Forum voor Democratie afgelopen zaterdag aanwezig was bij een extreemrechts protest op het Malieveld in Den Haag. Het is niet bekend of het OM een onderzoek is gestart naar de demonstratie, waar antisemitische uitingen en Hitlergroeten veelvuldig voorkwamen.
De inlichtingendiensten AIVD en de NCTV waarschuwen dat rechts-extremisten hun gedachtegoed proberen te normaliseren. Dit doen zij door maatschappelijke domeinen en discussies te beïnvloeden.
De Johannes Vermeerprijs gaat dit jaar naar dichter Babs Gons. De jury noemt haar werk ‘grensverleggend’ en prijst de wijze waarop zij ‘maatschappelijk engagement’ op multidisciplinaire wijze integreert met poëzie, spoken word en performance. Dit meldt de website van de kunstinstelling die de prijs uitreikt.
Gons weet met taal zowel het persoonlijke als het publieke domein te verrijken, stelt de jury onder voorzitterschap van Dagmar Oudshoorn, directeur van Amnesty International Nederland. Tevens wordt Gons genoemd als een van de belangrijkste ‘aanjagers’ van spoken-word-poëzie.
Vorig jaar gaf Gons stemadvies in de vorm van een gedicht. Dat luidde als volgt:
als ik zeg stem met je hart
dan bedoel ik stem met de hele wereld in je handen stem met een hart zo standvastig dat het in tegenspoed geen slag mist
als ik zeg stem met je hart
dan bedoel ik stem met de artritus van je oma met haar eenzame buurman dan bedoel ik stem met je dochters en zussen met de rechten van de vrouwen die je leerde rekenen de mannen die je favoriete snacks nog vlak voor sluitingstijd in de olie laten zakken
Voor Prinsjesdag vorig jaar schreef ze het gedicht ‘Wat we verdedigen’:
sterke legers worden niet slechts gebouwd door zwaar materieel en gebeden defensie begint bij omarmend rijm bij zeges op velden van kunstgras bij krantenpapier en waterverftekeningen
defensie begint bij het afwegen van woorden weten dat taal niet onschuldig is dat je met drie lettergrepen iemands veiligheid te grabbel kan gooien bij weten wat we buitensluiten wie we welkom heten wie we tot zondebok maken
De prestigieuze kunstprijs wordt in november uitgereikt door Rianne Letschert, minister van OCW, in de Nieuwe Kerk in Den Haag. Babs Gons (1971) was in 2024 Dichter des Vaderlands.
In New York spraken donderdag zowel de Israëlische premier Benjamin Netanyahu als de Palestijnse president Mahmoud Abbas de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe. Abbas deed dit met een videoboodschap, omdat hij opnieuw geen visum had gekregen.
Beide toespraken maakten indruk, maar om verschillende redenen. De toespraak van de Israëlische premier was nog niet begonnen, of tientallen delegaties pakten hun spullen en verlieten de zaal. Het was een georganiseerde actie, waarmee de deelnemers protesteerden tegen de aanwezigheid van de premier en de genocide in Gaza. Netanyahu noemde hen morele lafaards en de burgemeester van New York antisemitisch. Ook verklaarde hij dat de oorlog van Israël in Gaza, waarbij naar schatting meer dan zeventigduizend Gazanen zijn gedood en duizenden anderen nog onder het puin liggen, geen genocide is: ‘Het is het tegenovergestelde van genocide.’
Hoewel de premier kon rekenen op slechts een aantal steunbetuigingen, was hij in staat de vergadering in persoon bij te wonen, ondanks eerdere arrestatiebevelen. Dit was niet het geval voor de Palestijnse president. De Verenigde Staten hadden Abbas en andere Palestijnse vertegenwoordigers opnieuw geen visum verleend, waardoor zij niet persoonlijk in New York aanwezig konden zijn.
In zijn videotoespraak waarschuwde Abbas dat het Palestijnse voortbestaan wordt bedreigd door het Israëlische beleid in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever. Hij verwees daarbij naar de humanitaire situatie in Gaza en de uitbreiding van Israëlische nederzettingen. Abbas riep de internationale gemeenschap op een nieuwe gedwongen verdrijving van Palestijnen te voorkomen en de mogelijkheid van een tweestatenoplossing te behouden.
Buiten het VN-hoofdkwartier waren ondertussen demonstraties tegen Netanyahu. Volgens berichtgeving van the Guardian werden meer dan honderd demonstranten gearresteerd.
‘Ahmed Marcouch heeft gelijk’, zegt de Amsterdamse oud-hoofdcommissaris Bernard Welten over het afschaffen van politie-iftars op LinkedIn. ‘Aanwezig zijn bij een iftar en mensen samenbrengen, maakt de politie niet islamitisch.’
Marcouch, burgemeester van Arnhem, pleitte er gisteren in een interview voor dat het organiseren van politie-iftars niet hoeft te betekenen dat het neutraliteitsprincipe van de politie wordt aangetast. Ook zou het volgens hem niet moeten worden beschouwd als voortrekkerij van de islam.
Marcouch krijgt nu bijval van een oude bekende uit Amsterdam. ‘Als hoofdcommissaris van Amsterdam heb ik meerdere malen een iftar mogen organiseren. Honderden Amsterdammers met een islamitische achtergrond gingen op onze uitnodiging in’, schrijft Welten. Vervolgens legt hij uit waarom hij destijds politie-iftars organiseerde.
‘Wanneer ik hen [moslims, red.] toesprak, zei ik ongeveer het volgende:
“Vanavond zitten we als vrienden aan tafel. We ontmoeten elkaar en geven onze verbondenheid vorm. Maar wanneer er later spanningen in de stad ontstaan, wil ik ook een beroep kunnen doen op die vriendschap en op het vertrouwen dat we hier met elkaar hebben opgebouwd.”’
Welten beschouwt het organiseren van een politie-iftar dus als onderdeel van het reguliere politiewerk. In zijn eigen woorden:
‘Dat [het houden van politie-iftars, red.] was geen religieuze activiteit van de politie. Het was politiewerk: investeren in relaties, vertrouwen en wederkerigheid — juist vóórdat de maatschappelijke spanningen oplopen.’
‘Neutraliteit betekent niet dat de politie afstand moet houden van de samenleving’, schrijft Welten. ‘Neutraliteit betekent dat zij er voor iedereen is. Aanwezig zijn bij een iftar en mensen samenbrengen, maakt de politie niet islamitisch. Net zomin als aanwezigheid bij een kerstviering haar christelijk maakt.’
Wie is Bernard Welten?
Bernard Welten (1956) is een Nederlandse oud-politiechef. Hij was van 2004 tot 2011 hoofdcommissaris van de politie Amsterdam-Amstelland. Daarvoor vervulde hij verschillende functies binnen de Amsterdamse politie. Na zijn vertrek bij de politie bleef Welten actief als bestuurder, adviseur en spreker op het gebied van politie, veiligheid en maatschappelijke vraagstukken.
De progressie partij Die Linke mag de Berlijnse deelstaatverkiezingen van 20 september dan gewonnen hebben, de vorming van een nieuwe regering is nog alles behalve zeker.
Die Linke kwam als grootste partij uit de bus met 25,7 procent van de stemmen. Maar om te kunnen regeren, heeft de partij de sociaaldemocratische SPD en de Groenen nodig. Juist die mogelijke coalitiepartners hebben grote twijfels over Die Linke, onder meer vanwege beschuldigingen van antisemitisme en contacten met personen uit een crimineel milieu, schrijft Trouw.
De kwestie rond antisemitisme speelt al langer binnen de Berlijnse Linke. De partij raakte de afgelopen jaren verdeeld over de manier waarop zij zich moet uitspreken over Israël, de Palestijnse gebieden en de oorlog in Gaza. Op een partijcongres in 2024 ontstond daarover een felle ruzie. Een aantal prominente leden stapte vervolgens uit de partij. De huidige partijleiding benadrukt inmiddels dat antisemitisme in iedere vorm moet worden bestreden en dat het bloedbad van Hamas op 7 oktober 2023 wordt veroordeeld.
Toch willen de Groenen en SPD garanties voordat zij met Die Linke een regering vormen. Zij willen onder meer duidelijke afspraken over de bescherming van Joodse inwoners en de bestrijding van antisemitisme en racisme. Binnen de Joodse gemeenschap bestaat overigens geen eensgezindheid over de kritiek op Die Linke. Zo ondertekenden ongeveer 150 Joodse Berlijners onlangs een brief waarin zij waarschuwen dat kritiek op Israël niet zonder meer als antisemitisme moet worden bestempeld.
Ook de contacten met de zogenoemde Remmo-clan vormen een probleem. Die Linke-politicus Ferat Kocak heeft toegegeven contact te hebben gehad met Firas Remmo, die deel uitmaakt van de bekende Berlijnse criminele familie. Kocak noemt dat achteraf een fout, maar tijdens de verkiezingsavond verscheen Issa Remmo op een bijeenkomst van Die Linke in Neukölln. De partij zegt dat zijn aanwezigheid niet was gepland.
Tijd voor de jaarlijkse APK. Ik schrijf deze column vanuit een garage. De Marokkaanse monteur schenkt koffie voor me in. Zijn stagiair – een jongen met staalblauwe ogen en een oorbel – komt binnengelopen. In zijn kleine bureautje ligt het opgevouwen bidkleed naast een autoband. De geur van olie en rubber.
Het brengt me terug naar de jaren tachtig, toen ik als slagerszoon op maandagavond wacht moest houden in de slagerij, in afwachting van mijn vader, die ergens in Brabant bij een slachterij, waarvan hij alleen het adres wist, geitenvlees haalde. Ook hij had een kantoortje in de zaak. Je kwam er via eenzelfde steil trappetje als ik net ben opgegaan. Vanachter een stalen bureau keek ik uit over de winkel – het adelaarsnest.
Ik was twaalf, dertien jaar. Mijn vader had ook een knecht, een achterneef die een paar jaar ouder was. Hij verdreef de verveling door te bellen met wat ik vermoed dat een vriendinnetje was. De telefoon hing naast het trappetje. Ik hoorde hem zoete woordjes zeggen. Het was maar heel kort, een gestolen moment.
Met de monteur bespreek ik de toestand in Marokko. De exodus van Marokkanen naar Ceuta, de gapende kloof tussen arm en rijk, de verkiezingen waarvoor maar heel weinig mensen kwamen opdagen. Hij heeft familie in Spanje wonen, in een klein stadje in het binnenland waar ze elkaar allemaal kennen. De gemeenschap heeft er twee moskeeën, want één was niet genoeg.
Een Marokkaanse vader fluisterde dat hij in Friesland was gaan varen
Terwijl ik in gedachten reis tussen Marokko, Spanje en mijn Rotterdamse jeugd, bekruipt me het gevoel dat dit misschien mijn laatste column over Marokkanen zou kunnen zijn. Of laat ik het anders zeggen door met u te delen dat ik denk dat Marokkanen een nieuwe fase ingaan.
De Marokkaan die in de jaren tachtig, negentig zijn weg zocht in het paradijs van verlangens dat Nederland is, is niet de Marokkaan van vandaag de dag. Ik zat daar als jochie aan het bureau te wachten op mijn vader, maar wanneer hij zou komen, wist ik niet – en dat karakteriseert wel een beetje het levensgevoel: wachten zonder te weten wat je te wachten stond.
De Marokkaan van nu wacht niet meer. Die is in beweging, laat van zich horen en bijt van zich af. En als we wachten, dan is dat in het besef dat het wachten een scherp begin en einde kent, zoals ik zag toen ik mijn kinderen naar de atletiek bracht, waar tientallen kinderen met een Marokkaanse achtergrond vrij het spel aangingen met elkaar.
Aan de kant stonden de ouders te wachten, met de armen over elkaar, sommigen met elkaar in gesprek. Ik herkende ouders die vroeger snelle hardlopers waren geweest. We wachten onder een waterige zon geduldig tot onze kinderen zijn uitgespeeld, om ze daarna naar huis te brengen.
De Marokkaanse ouders werken allebei. Hun kinderen weten niet beter of er is altijd wel iemand aan de slag. Kinderen krijgen dramales, bijles, Marokkaanse les, zwemles. Een Marokkaanse vader fluisterde dat hij in Friesland was gaan varen. Het beviel hem wel.
In gedachten zie ik dat jongetje aan het bureau zitten terwijl ik deze column afsluit. De APK zit er bijna op. Deze monteur werd me getipt door een Marokkaanse vriend wiens zoon planologie aan de universiteit studeert.
Er is een oneindig netwerk van losse verbanden ontstaan waarin we elkaar bijna blindelings lijken te vinden. Dat het zo vanzelfsprekend voelt, is misschien wel het grootste wonder.
Begin deze maand won de AfD met 43,8 procent van de stemmen de verkiezingen in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt. Twee weken later werd de partij met 38,8 procent ook de grootste in Mecklenburg-Vorpommern. De CDU (christendemocraten) behaalde daar slechts 4,9 procent en bleef voor het eerst in haar geschiedenis bij een deelstaatverkiezing onder de kiesdrempel. De opmars van een bewezen rechtsextremistische partij schrikte niet alleen Duitsland op.
In haar verkiezingsprogramma pleit de AfD onder meer voor het ‘deporteren’ van criminele buitenlanders en een volledige immigratiestop voor bepaalde niet-EU-landen. Vluchtelingen die hun land van herkomst bezoeken, zouden hun beschermingsstatus moeten verliezen en Oekraïners wil de partij niet langer als oorlogsvluchtelingen erkennen. Ook moet het grondwettelijke recht op asiel plaatsmaken voor een toelatingsrecht dat door de staat wordt verleend. Van nieuwe Duitsers eist de AfD dat zij hun oude identiteit loslaten en een Duitse identiteit aannemen. Vluchtelingenkinderen moeten op school in aparte klassen les krijgen. Ook wil de partij een instituut voor kritisch onderzoek naar de islam.
Voor iemand zoals ik, een Turkse Nederlander, zijn dit geen abstracte programmapunten. Dat geldt ook voor veel Nederlanders en Duitsers met wortels elders. Onze ouders kwamen ooit naar Nederland en Duitsland om te helpen bij de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Wij groeiden hier op, net als onze kinderen. Nederland is ons thuis, zoals Duitsland het thuis is van miljoenen Duitsers met een migratieachtergrond.
Niet alleen Nederlanders met een migratieachtergrond zijn verontrust. Ook autochtone Nederlanders en – gelukkig maar – veel Duitsers zien met zorg de rücksichtslose opmars van de AfD. Nog geen eeuw geleden vervolgden en vermoordden de Duitse nazi’s miljoenen mensen vanwege hun afkomst en identiteit. Dat juist in Duitsland opnieuw een partij opkomt die mensen op grond van afkomst en identiteit van elkaar onderscheidt, maakt de opmars van de AfD extra beladen.
Terrorismedeskundige Beatrice de Graaf wees in De Ongelooflijke Podcast op de geschiedenis van de twee voormalige Oost-Duitse deelstaten waar de AfD nu de grootste partij is. Na de val van de Muur in 1989 bleven grote economische en sociale verschillen met West-Duitsland bestaan. Dat kan de opkomst van extreemrechts deels verklaren.
De rechtsstaat verdwijnt zelden in één klap
Maar extreemrechts is niet alleen een Oost-Duits verschijnsel. Zowel in het oosten als het westen kent Duitsland een lange geschiedenis van racistisch geweld: van Hoyerswerda, Rostock-Lichtenhagen, Mölln en Solingen in de jaren negentig tot de NSU-moorden en de aanslagen in Halle en Hanau.
En dat geweld behoort niet tot het verleden. In 2025 registreerden de Duitse autoriteiten 42.544 extreemrechts-politiek gemotiveerde misdrijven, waaronder bijna 1.600 geweldsdelicten. Juist in Mecklenburg-Vorpommern behoort het aantal van zulke geweldsdelicten per inwoner tot de hoogste van Duitsland. Tegen die achtergrond krijgt de verkiezingswinst van de AfD een welhaast nucleaire lading.
Columnist Yavuz Baydar wees erop dat AfD-politicus Siegmund na zijn overwinning Elon Musk op X bedankte. Musk heeft de AfD geregeld een groot podium gegeven. Ook mogelijke Russische beïnvloeding van de partij leidt tot zorgen in Duitse veiligheidskringen. Mocht de AfD gaan meeregeren, welke vertrouwelijke informatie kan dan nog met de deelstaat worden gedeeld?
In Nederland leven we in betrekkelijke politieke rust onder het kabinet-Jetten. Maar de honden liggen aan de poort. De Algemene Politieke Beschouwingen van afgelopen week maakten duidelijk hoe kwetsbaar het minderheidskabinet is. D66, VVD en CDA zijn voor meerderheden afhankelijk van oppositiepartijen, terwijl ook binnen de coalitie verschillend wordt gedacht over de koers.
Wie denkt dat de ontwikkelingen elders in Europa aan Nederland voorbijgaan, hoeft niet ver te kijken. Extreemrechtse symbolen en ideeën worden ook hier steeds zichtbaarder: Hitlergroeten duiken op bij demonstraties, politieke partijen stellen ‘remigratie’ voor. Columnist Frank Heinen schreef onlangs over de normalisering van extreemrechts in de Volkskrant.
De Kanttekening was afgelopen zaterdag bij het congres Cultuurdefensie in Amersfoort, georganiseerd door de wetenschappelijke bureaus van SGP, BBB en NSC. Daar ging het over ‘massamigratie’, de islam, woke en de vermeende invloed van een linkse elite. Mona Keijzer zei te vrezen dat haar kleindochter later een hoofddoek zal moeten dragen.
Duitsland is Nederland niet. Maar mijn wijlen vader zei altijd: ‘Als er in Duitsland wolken te zien zijn, gaat het in Nederland regenen.’ Wat daar gebeurt is ook voor ons van groot belang. Met het kabinet-Schoof hebben we gezien hoe snel politieke verhoudingen kunnen verschuiven en hoe kwetsbaar onze rechtsstaat kan zijn.
De les uit Duitsland is dat democratische verworvenheden nooit vanzelfsprekend zijn. De rechtsstaat verdwijnt zelden in één klap; hij wordt stap voor stap uitgehold. Eerst worden de rechten van vluchtelingen, moslims of mensen met een migratieachtergrond ter discussie gesteld. Maar wie accepteert dat de rechten van de ander minder waard worden, verliest uiteindelijk ook zijn eigen vrijheid. Tegen de tijd dat we dat beseffen, kan het al te laat zijn.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.