7.8 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 3

Rahma el Mouden: ‘Biculturele Nederlanders voelen zich niet langer thuis’

0

Zakenvrouw Rahma el Mouden maakt zich zorgen over de verharding in de samenleving. ‘Als biculturele jongeren zeggen: ze willen ons hier niet, dan doet dat pijn.’

‘Rahma zit hier,’ wijst de receptionist van een groot kantoorgebouw in Amsterdam-Zuidoost. In het glazen belhokje op de begane grond van MAS Dienstverleners is Rahma el Mouden via een videoverbinding in gesprek.

MAS staat voor Multicultureel Amsterdams Schoonmaakbedrijf, het bedrijf dat El Mouden in 1997 oprichtte. Toen zij in 2020 de dagelijkse leiding van de MAS Groep overdroeg aan haar dochter Oumaima, telde de onderneming zo’n vijfhonderd medewerkers.

El Mouden (66) is een bekende Amsterdammer. Ze werd uitgeroepen tot Zwarte Zakenvrouw van het Jaar, ontmoette twee keer koningin Beatrix en sprak in 2011 in het Torentje met toenmalig premier Mark Rutte over de verharding van de samenleving. In haar boek Rahma, de weg naar mijn vrijheid beschrijft ze hoe ze als pasgetrouwde zestienjarige vanuit Tanger naar Nederland kwam en bij haar zachtaardige maar traditionele man wist af te dwingen dat ze naar school mocht en kon werken. Daarmee legde ze de basis voor het succesvolle schoonmaakimperium dat zij later opbouwde.

Aanleiding voor dit interview is een LinkedIn-bericht dat zij plaatste na een uitzending van Nieuwsuur op 12 januari. Daarin vertelden Marokkaanse Nederlanders dat zij naar Marokko emigreren. Vanwege economische kansen, maar ook omdat zij zich in Nederland niet langer prettig voelen.

‘Dit zijn geen mensen zonder perspectief’, schrijft El Mouden, geraakt door de uitzending. ‘Het gaat om ondernemers, hoogopgeleide professionals en mensen in belangrijke functies. Mensen die Nederland hard nodig heeft, zeker nu het land vergrijst.’

Het onbehagen onder Marokkaanse Nederlanders staat niet op zichzelf. Vorige week verschenen twee rapporten die hun ervaringen bevestigen. Uit onderzoek van Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) blijkt dat moslimjongeren dagelijks te maken hebben met uitsluiting, met ingrijpende gevolgen voor hun mentale gezondheid. Daarnaast concludeert de Staatscommissie tegen Racisme en Discriminatie dat polariserende taal van politici doorwerkt in zowel traditionele als sociale media.

Een van de recente dieptepunten was het optreden van PVV-Kamerlid Marjolein Faber, die aankondigde een motie te willen indienen over denaturalisatie om Marokkanen te kunnen uitzetten. De motie kwam er uiteindelijk niet, maar haar voornemen was daarmee wel publiekelijk gemaakt.

Hoort u van Marokkaanse Nederlanders dat zij zich zorgen maken?

‘Door mijn werk spreek ik veel mensen, en die zorgen hoor ik geregeld terug. Veel biculturele Nederlanders geven aan dat zij zich niet langer thuis voelen. Ouders vragen zich af: willen we onze kinderen hier nog laten opgroeien? Sommigen besluiten uiteindelijk zelfs te vertrekken.’

Wat is er volgens u aan de hand?

‘Ik merk dat de samenleving verhardt. Ik spreek veel mensen met een biculturele achtergrond en zij hebben het gevoel dat zij niet dezelfde kansen krijgen. En dat speelt niet alleen bij praktisch opgeleiden, maar ook bij mensen met een universitaire opleiding. Zij solliciteren en ervaren keer op keer: ik kom er niet tussen.

Soms test ik dat zelf. Laatst hebben we negen cv’s van biculturele jongeren gestuurd naar een bedrijf dat met spoed mensen zocht voor eenvoudige functies. Geen van hen werd uitgenodigd. Hoe kan dat, terwijl er de personeelstekorten zo groot zijn?

Mensen kloppen bij mij aan omdat ik over een groot netwerk beschik en misschien iets kan betekenen. Laatst sprak ik een vrouw, een academicus. Zij werkt al jaren in bij grote organisaties, maar komt nauwelijks verder.

El Mouden vertelt dat zij daarnet overleg had met collega’s van De Verrijking/Toekomstbouwers, een stichting die jongeren die op school zijn uitgevallen helpt bij het vinden van hun plek in de samenleving.

‘Vanmorgen zijn we met een van de jongens meegegaan naar een sollicitatiegesprek. Het was zijn zoveelste gesprek. Maar deze keer is het gelukt: hij is aangenomen.’

‘Ik heb heel bewust en met liefde voor dit land gekozen’

Terwijl een platte, ronde schoonmaakrobot de vloer dweilt, zegt ze dat de samenleving vroeger anders aanvoelde.

‘Die hardheid heb ik niet ervaren toen ik hier in 1975 kwam wonen. Maar in de afgelopen jaren is het klimaat duidelijk grimmiger geworden. Begin jaren negentig begon Bolkestein met zijn kritiek op de islam en op minderheden. Sindsdien zijn normen stap voor stap verschoven. Wat vroeger onacceptabel was om hardop te zeggen, is normaler geworden. Vooral de jongste generatie biculturele mensen merkt daar de gevolgen van.’

‘Ik woon hier al vijftig jaar. Ik heb heel bewust en met liefde voor dit land gekozen, voor emancipatie, vrijheid en gelijke rechten. Als jongeren nu zeggen: Ze willen ons hier niet, dan doet mij dat pijn.’

Wat merkt u bij jongeren?

‘Veel jongeren voelen zich afgewezen en niet gezien. De polarisatie is diep doorgedrongen. Als je voortdurend hoort dat je niet goed genoeg bent, heeft dat invloed op je zelfbeeld en je ambities. Op den duur ga je het zelf geloven. Niet alle Nederlanders denken zo; ik verwijt gewone Nederlanders niets. Maar uitspraken van politici, discussies in talkshows en berichtgeving in de media versterken de tegenstellingen.’

Wat doet dat met u?

‘Ik ben 66 jaar. Ik heb bereikt wat ik wilde bereiken. Juist daarom voel ik de verantwoordelijkheid om mijn stem te blijven gebruiken. Ik heb er een boek over geschreven, De Verscheurde Samenleving, dat binnenkort verschijnt.

‘Ik hoop dat meer mensen zich uitspreken’

Ik maak me zorgen over de jeugd en over de toekomst. Groepen leven steeds vaker langs elkaar heen. Mijn kinderen groeiden op met Hollandse kinderen. Ze kwamen bij elkaar thuis, logeerden bij elkaar en er was goed contact met de buren. Dat was vanzelfsprekend.

Nu zie je meer afstand en meer segregatie. Jongeren zitten samen in de klas maar zodra ze op de gang staan dan splitsen ze, Marokkanen bij Marokkanen, Turken bij Turken, Nederlanders bij Nederlanders. Die wereld van vroeger missen wij nu, maar ik blijf hoop houden.’

Geen vinkje

‘Ik wil niet gereduceerd worden tot een “vinkje”’, zegt El Mouden. ‘Ik ben een Nederlandse vrouw met een biculturele achtergrond. Dat is geen tegenstelling, maar juist wie ik ben, die identiteit laat ik mij niet afnemen.

Wij vertrekken niet; dit is ook ons land. Ik blijf in dit land geloven en ik houd ervan. We dragen bij, betalen belasting en nemen onze verantwoordelijkheid.

Ik wil niet dat mijn kleinkinderen afhankelijk zijn van mijn netwerk om een stageplek te krijgen. Mensen moeten worden beoordeeld op hun kwaliteiten, niet op hun achtergrond. We zullen samen moeten leven, in harmonie. Ik hoop dat meer mensen zich uitspreken, zoals ik dat probeer te doen, met het oog op de volgende generatie.’

Archeologen vinden olifantenbot in Spanje: bewijs voor Hannibals veldtocht door Europa?

0

Archeologen hebben in Spanje een olifantenbot gevonden dat mogelijk nieuw bewijs vormt voor de tocht van de Carthaagse generaal Hannibal door Europa. Dit schrijven ze in de Journal of Archaeological Science: Reports.

Het bot, afkomstig uit de rechter voorpoot van een olifant, werd zes jaar geleden ontdekt bij een opgraving nabij Córdoba in Zuid-Spanje, bericht NOS. De vondst werd gedaan in een gebied waar ook ovens, ronde projectielen en munten uit de oudheid zijn aangetroffen. Op basis van koolstofdatering en deze context zou het bot kunnen stammen uit de tijd van de Tweede Punische Oorlog, tussen 218 en 201 voor Christus. De Romeinse Republiek voerde in totaal drie oorlogen tegen de rijke Noord-Afrikaanse handelsstad Carthago.

Koolstofdatering wijst erop dat het dier in de derde eeuw voor Christus leefde. Olifantenresten uit die tijd zijn in Europa uiterst zeldzaam, omdat de dieren destijds per schip werden aangevoerd en doorgaans niet in het wild voorkwamen. Volgens de onderzoekers is het weinig waarschijnlijk dat het bot los werd verhandeld, omdat dit type bot geen waarde had voor ambachtelijke toepassingen.

De vondst kan erop wijzen dat een van de krijgsolifanten die Hannibal inzette tijdens zijn campagne richting Italië al in Spanje stierf. Het olifantenbot zou daarmee een van de eerste tastbare resten kunnen zijn van de dieren die in de Punische oorlogen werden gebruikt.

Volgens historici uit de Oudheid trok Hannibal met een leger van 37 olifanten over de Alpen. Hij wist met zijn leger de Romeinen keer op keer in Italië te verslaan, maar verloor uiteindelijk de oorlog. De Romeinen vielen Noord-Afrika aan. Hannibal werd daarop teruggeroepen door Carthago, maar delfde het onderspit tegen de Romeinse generaal Scipio tijdens de slag bij Zama. In 146 voor Christus werd Carthago tijdens de Derde Punische Oorlog door Rome met de grond gelijk gemaakt.

Kritiek

Volgens de Nederlandse historicus Jona Lendering, een groot deskundige op het gebied van Oude Geschiedenis, is echter het onwaarschijnlijk dat het in Spanje gevonden olifantenbot afkomstig is van Hannibals leger. Hij stelt dat de media de vondst sterk hebben overdreven en dat de onderzoekers zelf geen harde link leggen met Hannibals Alpenoversteek. De koolstofdatering toont slechts een waarschijnlijkheidsbereik, geen exacte datering. Na kalibratie valt de meest waarschijnlijke ouderdom van het bot buiten de periode van Hannibals campagne, aldus Lendering. De kans dat het dier niet tot zijn troepen behoorde, is volgens hem veel groter dan dat het wél uit die tijd stamt.

Lendering benadrukt dat de vondst wél interessant is voor kennis over de fauna in Carthaags Spanje, omdat het erop wijst dat er daadwerkelijk olifanten in Andalusië leefden. Dat is waardevolle informatie, maar geen spectaculaire doorbraak. Lendering hekelt de neiging om archeologische vondsten te koppelen aan bekende historische figuren om media-aandacht te genereren. Daarnaast merkt hij op dat het onderzoek geen duidelijkheid biedt over de soort olifant, terwijl dat juist relevant zou zijn voor het begrijpen van Carthaagse oorlogsvoering. Volgens Lendering is de hype rond de vondst daarom misleidend en overschaduwt die het werkelijke, bescheiden wetenschappelijke belang.

Onderzoek naar rituele besnijdenis leidt tot diplomatiek conflict tussen België en VS

0

De Belgische regering heeft de Amerikaanse ambassadeur Bill White op het matje geroepen na zijn kritiek op het onderzoek naar drie mohels in Antwerpen. De drie joodse besnijders worden ervan verdacht medische ingrepen te hebben uitgevoerd zonder artsendiploma. Dat is volgens de Belgische wet verboden.

Het Openbaar Ministerie geeft aan dat er voldoende aanwijzingen zijn om vervolging te overwegen. Het onderzoek loopt nog.

Ambassadeur White uitte via sociale media zware verwijten aan het adres van de Belgische overheid en beschuldigde het land van ongepaste behandeling van de Joodse gemeenschap. Hij stelde dat de betrokken mohels enkel traditionele handelingen uitvoeren en kondigde aan hen binnenkort in Antwerpen te willen ontmoeten. Zijn uitlatingen veroorzaakten politieke beroering, onder meer omdat hij zich rechtstreeks richtte tot minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke.

De Belgische minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot reageerde fel en benadrukte dat België een rechtsstaat is waarin justitie onafhankelijk opereert. Volgens hem overschrijdt de ambassadeur een diplomatieke grens door zich te mengen in een lopend onderzoek. Ook binnen de Belgische politiek klinkt dat niemand boven de wet staat en dat het gerecht zijn werk moet kunnen doen zonder buitenlandse druk.

Na het feest begint het vasten

0

Afgelopen weekend liepen we in Dordrecht de Wibra binnen. Als kind schaamden we ons ervoor om met een tas van de Wibra te lopen. Dat was voor arme mensen. Je moest met een tas van de V&D in de hand lopen. Dat was sjiek. We hadden nog niet gehoord van de vulgair dure merken waar mensen nu voor de deur in de rij worden gezet.

Het kan verkeren. De V&D is failliet gegaan. De Wibra sukkelt rustig door. Binnen waren versieringen voor de ramadan uitgestald. Winkelketens herinneren het volk eraan dat de ramadan begint.

Versieringen voor de ramadan zijn een nieuw fenomeen. In mijn jeugd bestond dat niet. Nu is het alom aanwezig. Strikt genomen is het een beetje het nadoen van versieringen met kerst. In Londen heeft de vermaarde Regent Street lichtjesversiering vanwege de ramadan gekregen. Tot kerst was het verlicht vanwege kerst.

Het plein voor Oeteldonk Centraal was volgelopen met carnavalsvierders

De moslimtraditie zijn lichtjes niet helemaal vreemd. In de Ottomaanse tijd zijn, om het geloof bij het volk levendig te houden in de aanloop naar de ramadan, allerlei lichtjesavonden in het leven geroepen: Qandil genaamd. In Turkije en op de Balkan worden deze avonden volop gevierd. Hier viert de Turkse medemens dat ook graag. Men feliciteert elkaar, gaat naar de moskee en probeert zo de geest te reinigen en helemaal klaar te zijn voor de ramadan. De Marokkaanse gelovige die de Maliki-leerschool aanhangt, kent deze traditie niet en fronst de wenkbrauwen wanneer hij gefeliciteerd wordt met de Qandil. Vanwege het spirituele en sociale nut vinden geleerden deze avonden wel goed zo.

Zojuist zag ik beelden van Den Bosch. Het plein voor Oeteldonk Centraal was volgelopen met carnavalsvierders. De ijzige kou werd getrotseerd om het feest massaal te vieren. Ik weet niet hoe lang carnaval gevierd wordt. In mijn jeugd werd het gevierd. Dat is al heel lang geleden. Ik wil de feestvierders er toch even aan herinneren dat na carnaval het vasten echt begint.

Nieuwe studie: slavernijverleden werkt door in de gezondheid van nakomelingen

0

Het slavernijverleden werkt direct en indirect door in de mentale en fysieke gezondheid van nazaten van tot slaaf gemaakte mensen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek dat vrijdag door demissionair minister Bruijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de Tweede Kamer is aangeboden.

Volgens het onderzoek Gezondheidseffecten van slavernij van Alana Helberg-Proctor van de Universiteit van Amsterdam, is sprake van zowel een directe als indirecte doorwerking van het slavernijverleden op gezondheid. Die doorwerking zie je onder meer in trauma’s die van generatie op generatie worden doorgegeven, maar ook in de sociaal-economische omstandigheden waarin nazaten nu leven. Daarnaast laat de studie zien dat dit ook gevolgen heeft voor het zorgsysteem als geheel.

De onderzoeker doet drie centrale aanbevelingen: meer geld voor onderzoek naar de gezondheidservaringen van tot slaaf gemaakte mensen tijdens de trans-Atlantische slavernij, meer kennis en bewustzijn in de zorg, bijvoorbeeld via scholing van zorgprofessionals, en een actieve aanpak van racisme en discriminatie in het zorgsysteem.

Vanaf maart zal een denktank met nazaten die over relevante expertise beschikken bijeenkomen. Deze denktank krijgt drie jaar de tijd om voorstellen te doen voor beleidsinterventies die de doorwerking van het slavernijverleden in zorg en welzijn moeten tegengaan en gelijkwaardigheid bevorderen. De aanbevelingen uit het onderzoek kunnen daarbij als input dienen.

Dood van extreemrechtse student polariseert Frankrijk

0

De 23-jarige student Quentin Deranque die vorige week werd aangevallen tijdens een protest tegen een linkse politicus in Lyon, is zaterdag aan zijn verwondingen overleden. De Franse regering houdt extreemlinks verantwoordelijk voor zijn dood.

Hoewel de daders van de aanval nog niet zijn opgepakt, zijn de politieke verwijten al lang en breed begonnen. Deranque zou lid zijn geweest van de beveiliging van het extreemrechtse collectief Némésis. De aanvallers zouden op hun beurt verbonden zijn aan La Jeune Garde (Jonge Garde), een antifascistische jeugdafdeling van de radicaal-linkse partij La France insoumise (LFI).

Het geweldsincident vond vorige week donderdag plaats, tijdens een voordracht van de Palestijns-Franse politica en LFI-lid Rima Hassan. Hij nam vorig jaar deel aan van de Freedom Flotilla naar Gaza.

De extreemrechtse groep Némésis protesteerde tegen deze bijeenkomst. Deranque zou ook actief zijn voor Némésis. In een video op sociale media is te zien hoe gemaskerde knokploegen op de demonstranten inslaan en drie personen te grazen nemen. Een van hen was Deranque. Hij werd tegen zijn hoofd geschopt terwijl hij op de grond lag.

De dagen erna buitelden Franse politici over elkaar heen om elkaar de schuld te geven. Het incident heeft de spanning tussen extreemrechts en radicaal-links in Frankrijk op scherp gezet in de aanloop naar de landelijke gemeenteverkiezingen in maart dit jaar en de presidentsverkiezingen van 2027, schrijft persdienst AFP.

Waarom Syrische jongeren steeds vaker ontsporen

0

Rondreizende, alleenstaande asielzoekers die verschillende Europese steden aandoen, terwijl ze weinig kans hebben op asiel; eerst waren het voornamelijk Noord-Afrikanen, nu blijken steeds meer Syrische jongeren zich onder deze groep te scharen. Dit vergroot de kans op crimineel gedrag, blijkt uit onderzoek.  

Het was de burgemeester van Arnhem, Ahmed Marcouch, die in mei 2025 als eerste alarm sloeg over probleemjongeren die de orde in de stad verstoorden. Diezelfde maand zei burgemeester Sharon Dijksma dat Utrecht en omliggende gemeenten significant last hebben van overlast door jonge Syrische asielzoekers.

De doos van Pandora leek geopend. Ook de gemeenten Den Bosch, Nijmegen en Groningen bleken gebukt te gaan onder een toenemend aantal vechtpartijen, intimidatie en geweld, waarbij steeds weer Syrische jongeren betrokken waren. Burgemeesters en politie signaleerden dat deze jongeren elkaar in verschillende steden opzochten. Plots werd een netwerk zichtbaar dat tot voor kort aan de aandacht van bestuurders was ontsnapt.

Maar de jongeren liggen al langer onder de loep van onderzoekers die zich toespitsen op de asielketen. ‘Dit is al een aantal jaar aan de gang. De problematiek van deze jongeren lijkt sterk op die van jongeren zonder verblijfsdocumenten die al jarenlang door Europa rondreizen en daarbij gebruikmaken van bestaande migrantengemeenschappen en opvanginstanties’, zegt Richard Staring van onderzoeksbureau Beke. In een recent onderzoek dat het bureau uitvoerde in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) wordt zelfs gesproken over een verschuiving, waarbij Syrische jongeren steeds vaker opduiken binnen deze groep overlastgevende jongeren.

Maar eerst: wie zijn die rondreizende jongeren? Het gaat om minderjarige asielzoekers, vaak uit Marokko, Algerije of Tunesië, die meestal een afwijzing krijgen op hun asielaanvraag. Ze reizen door Europa op zoek naar een beter leven, omdat ze binnen hun netwerk hebben gehoord over bijvoorbeeld de mogelijkheid om geld te verdienen in Parijs, goede mondzorg in Hamburg of goede opvang in Zweden. Dat vertellen onderzoekers Isik Kulu Glasgow en Manon van der Meer van het WODC in een podcast uit eind 2023. Zij rondden toen net een uitgebreid onderzoek af naar rondreizende alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s).

Naast een geringe kans op een succesvolle asielaanvraag kampen deze jongeren vaak met multi-problematiek. Ze zijn geregeld drugsverslaafd, hebben geen stabiele gezinssituatie en zijn gewend geraakt aan het leven in de marge van de samenleving. Ze weten hoe ze voor zichzelf moeten opkomen en gaan conflicten niet uit de weg, maar kennen vaak niet anders, vertelt Glasgow.

Machtswisseling in Syrië

Een groot aantal van deze factoren speelt nu een rol bij Syrische jongeren, die de laatste jaren naar Nederland zijn gekomen. Tot voor kort was de kans op asiel voor Syriërs groot, maar dit veranderde met de machtswisseling in Syrië. Van de ene op de andere dag keken Europese regeringen anders aan tegen hun komst. De Nederlandse regering kondigde een beslisstop af van zes maanden; daarna werden de meeste aanvragen afgewezen. In 2025 nam de Immigratie- en Naturalisatiedienst 390 besluiten over Syrische asielaanvragen, waarvan 28 procent resulteerde in een asielvergunning. Een jaar eerder ging het nog om 10.700 besluiten, waarvan 95 procent leidde tot een vergunning, meldt het CBS deze week.

‘In Turkije kregen zij geen vluchtelingenstatus’

Maar het verhaal gaat verder dan alleen het afgelopen jaar, benadrukt Staring. Het gaat om Syrische jongeren die in eerste instantie – al dan niet in familieverband – zijn gevlucht naar landen als Turkije, Libanon of Jordanië. Ook daar hadden zij vaak weinig kans op een goed leven, legt hij uit. ‘In Turkije bijvoorbeeld kregen zij geen vluchtelingenstatus. Op school kregen ze les in een taal die ze niet spreken, en in de grote stad leek niemand op hen te zitten wachten. Ze mogen er verblijven, maar worden feitelijk in de marge van de samenleving geduwd. Vanuit die optiek besluiten sommige jongeren die op straat zijn groot geworden verder te reizen. Ze willen meer verdienen, meer status, en worden aangetrokken door beloftes over een El Dorado in Europa, gevoed door berichten op sociale media uit hun netwerk.’

In dit opzicht lijken de Syrische jongeren veel op de rondreizende jongeren die we kennen uit Noord-Afrikaanse landen, zegt de onderzoeker. ‘Ze duiken af en toe een asielprocedure in. Soms hebben ze misschien kans op een status, maar zo niet, dan reizen de weer verder. Deze problematiek herhaalt zich nu, maar de poppetjes zijn veranderd.’

In Nederland komen ze bovendien terecht in een overvolle asielketen, met de alom bekende wachttijden, verplaatsingen en gebrekkige opvang, gaat hij verder. ‘Natuurlijk ontspoort niet iedere jongere, maar de ingrediënten om in de criminaliteit te belanden zijn dan wel aanwezig. Ze zijn jong, hebben weinig perspectief en missen een familiefiguur, zoals een corrigerende oom. Vooral in grotere opvanglocaties wanen ze zich anoniem. Ze hebben het gevoel weg te komen met hun gedrag, en soms is dat ook zo. Dan is het hek van de dam.’

Verschuiving

In interviews die de onderzoekers hielden met bewoners van asielzoekerscentra komt eenzelfde beeld naar voren. ‘Respondenten beschrijven een verschuiving van overlastgevende Noord-Afrikaanse jongeren naar Syrische jongeren die voor veel incidenten binnen de opvang zorgen. Oorzaak van hun gedrag zou liggen in onder meer problematisch middelengebruik, waardoor professionals moeilijk contact met hen krijgen’, staat in het rapport.

Ook professionals signaleren een verandering in het gedrag van Syrische asielzoekers. ‘Zij constateren dat deze jongeren, in vergelijking met de Syrische jongeren die rond 2015 in Nederland asiel aanvroegen, ingewikkelder gedrag laten zien. Dit hangt samen met lange wachttijden in de asielprocedure, een gebrekkig perspectief op een verblijfsstatus en de afwezigheid van naaste familie’, staat in een andere passage.

Beeld: Pixabay

Syrische jongeren zijn in veel opzichten gaan lijken op de eerdergenoemde rondreizende jongeren uit Noord-Afrikaanse landen, concluderen de onderzoekers. Toch zijn er ook verschillen, merkt Sanne Noyon, onderzoeker bij het WODC, op. ‘De gemeenschap waarin zij in Nederland terechtkomen, is anders. Hier wonen veel Syriërs die inmiddels zijn gesetteld. Zij gingen hen voor en kunnen ondersteuning bieden. Er is natuurlijk ook een Marokkaanse gemeenschap, maar die is hier al veel langer en heeft een heel andere migratiegeschiedenis dan de Marokkaanse jongeren die nu komen.’

Ook Staring benadrukt het vluchtelingenverleden van Syrische jongeren. ‘Formeel zou je deze jongeren niet altijd als vluchteling bestempelen als zij vertrekken vanuit een land als Turkije met economische motieven. Maar we moeten daar voorzichtig mee zijn. Zij zijn in eerste instantie wel gevlucht uit een oorlogsgebied en dragen een vluchtverleden met zich mee, wat gepaard kan gaan met trauma. Dat kan een rol spelen in hun gedrag.’

Geen lieverdjes

De vraag blijft in hoeverre je met deze factoren rekening kunt houden als je bijvoorbeeld in een azc werkt en je bedreigd voelt, of als een supermarktmanager keer op keer winkeldieven uit de winkel moet zetten.

‘Het zijn geen lieverdjes’, zegt Van der Meer in de podcast. ‘Maar de overlast is niet het hele verhaal. Deze jongeren zijn ook kwetsbaar voor criminele netwerken en worden regelmatig uitgebuit. Ze zijn dader, maar soms ook slachtoffer’, zegt zij in de podcast.

‘Zeker bij minderjarige asielzoekers gaat het vaak om jongeren die hulp nodig hebben’

Wat we niet uit het oog moeten verliezen, voegt Noyon toe, is dat het om een kleine minderheid gaat. ‘Als je in een gemeente woont waar dit speelt, voelt het waarschijnlijk niet zo. Toch is het belangrijk dat te blijven benadrukken. Zeker bij minderjarige asielzoekers gaat het vaak om jongeren die hulp nodig hebben. Repressie is een begrijpelijke reflex, maar niet altijd het juiste antwoord.’

Bovendien kan de nadruk op Syrische jongeren als overlastgevers juist wangedrag in de hand werken, concludeert het onderzoeksteam van bureau Beke. Tijdens het onderzoek merkten zij dat kansarme asielzoekers gefrustreerd raken door dit label. ‘Dat maakt hen uiteindelijk onverschillig. Als ze weten dat ze kansarm zijn, gaan ze zich ernaar gedragen’, zegt Staring.

Tijdens het onderzoek sprak hij niet alleen met zorgmedewerkers, maar ook met de asielzoekers die problematisch gedrag vertoonden. Wat hem vooral opviel, was verwarring. ‘Je ziet dat ze in een systeem zijn beland dat ze niet altijd goed begrijpen. Als ze worden overgeplaatst naar een azc dat speciaal is ingericht voor overlastgevers, vragen ze zich af: waarom zit ik hier? Vaak speelt gebrekkige communicatie hier een rol in. Een personeelslid heeft zich misschien onveilig gevoeld door de manier van praten. De asielzoeker legt uit dat hij zijn recht wilde halen, maar dat deed op een manier die door het personeel niet wordt geaccepteerd.’

‘Juist bij minderjarige asielzoekers is begeleiding cruciaal’

‘Ik vind dat zelf ook verwarrend. Aan de ene kant is het begrijpelijk dat de veiligheid van personeel vooropstaat en dat daar protocollen voor zijn. Aan de andere kant ontbreekt vaak een serieus gesprek waarvoor de tijd wordt genomen. Het zou zinvol zijn om iemand uit te leggen waarom hij wordt overgeplaatst, zodat hij van de sanctie kan leren. Dat gebeurt nu te weinig’, aldus Staring.

Dat heeft deels te maken met een gebrek aan capaciteit bij hulpverlenende organisaties, zegt Noyon. ‘Juist bij minderjarige asielzoekers is begeleiding cruciaal. Verbinding met familie is voor deze jongeren belangrijk, maar als die ontbreekt, kan een ander die rol vervullen, bijvoorbeeld een volwassene tegen wie zij opkijken.’

Kleinschaligheid

Een positief voorbeeld ziet Staring momenteel in Arnhem, waar jongerenwerkers met dezelfde achtergrond de jongeren begeleiden. ‘Dat is heel zinvol. Ook kleinschalige opvang kan een positief effect hebben. Kleinschaligheid is niet per definitie beter, maar het bevordert wel onderlinge relaties: mensen kennen elkaar binnen een azc, waardoor anonimiteit afneemt.’

Het nieuwe kabinet wil op een aantal punten een koerswijziging in de asielketen doorvoeren. In het regeerakkoord staat dat wordt geïnvesteerd in organisaties als de IND, het COA en Nidos. Extra personeel moet zorgen voor meer tijd voor kwalitatief werk. Ook wil het kabinet de noodopvang sluiten en uitsluitend investeren in stabiele opvang, waarbij verplaatsingen zo veel mogelijk worden beperkt. Tegelijkertijd zet het in op een harde aanpak van asielzoekers die niet in Nederland mogen blijven.

Staring is voorzichtig positief over die plannen. ‘Meer geld en tijd voor deze organisaties is goed. Bij overlast moet je bovendien optreden: het is logisch om te straffen als iemand over de schreef gaat. Maar reageer op gedrag, niet op het label “kansarm”. Straf moet proportioneel zijn en niet worden opgelegd omdat iemand toch al weinig perspectief heeft in Nederland.’

Meer dan 600 Nederlanders vochten in maart 2025 voor IDF

0

In maart 2025 dienden zeker 645 Nederlanders in het Israëlische leger, terwijl de oorlog in Gaza op zijn hevigst was, schrijft NRC.

Dat blijkt uit documenten die openbaar zijn gemaakt na een verzoek van de Israëlische ngo Hatzlacha. Het gaat om militairen met een dubbele of meervoudige nationaliteit; of zij daadwerkelijk in Gaza zijn ingezet, is niet bekend.

Internationale rechtbanken onderzoeken momenteel mogelijke oorlogsmisdrijven door Israëlische strijdkrachten. Mocht blijken dat Nederlandse staatsburgers persoonlijk betrokken waren bij ernstige misdrijven, dan kunnen zij in Nederland worden vervolgd.

Volgens het Openbaar Ministerie is dienen in een buitenlands leger op zichzelf niet strafbaar. Dat verandert echter wanneer sprake is van betrokkenheid bij genocide, misdaden tegen de menselijkheid of oorlogsmisdrijven.

In andere Europese landen lopen al strafrechtelijke onderzoeken naar Israëliërs met een tweede paspoort. De identiteit van de Nederlandse militairen is niet bekend, maar ngo’s speuren actief naar mogelijke verdachten die zich in Europa bevinden.

Uit de vrijgegeven cijfers blijkt dat meer dan 50.000 Israëlische militairen een tweede nationaliteit hebben, vooral de Amerikaanse. Voor veel Israëliërs is zo’n paspoort vooral praktisch, bijvoorbeeld om in de Europese Unie te kunnen wonen en werken.

Hoeveel van de 645 Nederlanders daadwerkelijk een band met Nederland hebben, is onbekend. Volgens experts blijft vervolging mogelijk, al acht het OM die kans vooral groter wanneer betrokkenen in Nederland wonen.

Rotterdamse gemeenteraadsverkiezingen: Leefbaar krijgt serieuze concurrentie

0

De Rotterdamse gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart lijken uit te draaien op een spannende driestrijd tussen Leefbaar Rotterdam, D66 en GroenLinks-PvdA. Dit schrijft AD Rotterdam.

Twee recente opiniepeilingen laten zien dat de drie partijen vrijwel gelijk opgaan, waardoor voor het eerst sinds 2010 onduidelijk is wie de grootste wordt.

Een peiling in opdracht van D66 geeft de populistische partij Leefbaar Rotterdam tien zetels, hetzelfde aantal als vier jaar geleden. D66 en GroenLinks-PvdA volgen op korte afstand met elk negen zetels. Een tweede peiling, uitgevoerd door Ipsos I&O in opdracht van GroenLinks-PvdA, schetst een vergelijkbaar beeld: de linkse fusiepartij komt daarin uit op 21 procent van de stemmen, gevolgd door Leefbaar (16 procent) en D66 (15 procent).

Opvallend zijn de verschillen bij de overige partijen. In de D66-peiling volgen VVD (zes zetels) en CDA (vier zetels). In de Ipsos-peiling staan Denk (10 procent), Partij voor de Dieren en VVD (beide 9 procent) direct achter de kopgroep.

Alle peilingen bevestigen in ieder geval dat Leefbaar Rotterdam voor het eerst in jaren serieuze concurrentie krijgt. De fusie van GroenLinks en PvdA en de recente electorale groei van D66 zorgen voor een open race, terwijl Leefbaar mogelijk stemmen verliest aan Forum voor Democratie. De partij van Lidewij de Vos en Thierry Baudet doet in meer dan honderd gemeenten mee aan de gemeenteraadsverkiezingen, maar wordt door veel partijen uitgesloten van coalitiedeelname vanwege extreemrechtse kandidaten op de lijsten.

Leefbaar Rotterdam is de partij van Pim Fortuyn, maar voert een gematigdere koers dan PVV en FvD. Je zou Leefbaar enigszins kunnen vergelijken met JA21, maar dat is een landelijke partij, terwijl Leefbaar zich echt als lokale politieke groepering profileert. Leefbaar Rotterdam werkt in het college van B&W samen met D66, VVD én Denk. Pragmatisme wint het van ideologie.

De partij gaat de verkiezingen in onder de slogan ‘Rotterdammers Eerst’. Niet statushouders maar Rotterdammers moeten als eerste in aanmerking komen voor een nieuwe woning, vinden de Leefbaren. Hoewel Leefbaar zegt dat deze slogan niets met Donald Trumps ‘America First’ te maken heeft wordt dit door de progressieve partijen wel zo uitgelegd.

Generaal Eenoog: een vergeten volksheld van koloniaal Nederland

0

In het huidige debat over het koloniale verleden dreigt de negentiende eeuw vaak uit beeld te raken. Met een nieuwe biografie van KNIL-generaal Karel van der Heijden laat Vilan van de Loo zien hoe een koloniale volksheld werd gemaakt en vergeten.

Met Generaal Eenoog. Het roemruchte leven van Karel van der Heijden (1826–1900) brengt historica, onderzoekster en biograaf Vilan van de Loo een negentiende-eeuwse militair tot leven die in zijn eigen tijd tot de bekendste Nederlanders behoorde, maar tegenwoordig vrijwel vergeten is. Karel van der Heijden begon zijn loopbaan als eenvoudige KNIL-soldaat en schopte het, zonder opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie, tot luitenant-generaal en militair-civiel gouverneur van Atjeh. Zijn bijnaam dankte hij aan het verlies van zijn rechteroog tijdens een expeditie bij Samalanga in 1877, waar hij ondanks zijn verwonding het bevel bleef voeren en een succesvolle aanval leidde op Atjehse strijders – althans, zo kwam het in de pers.

Die combinatie van persoonlijke moed, fysieke verminking en onverzettelijkheid maakte Van der Heijden tot een nationale held. Vilan van de Loo beschrijft dit roemruchte leven aan de hand van een rijk scala aan Nederlandstalige bronnen en reconstrueert zo de wording van een van de eerste moderne volkshelden uit het Oost-Indische leger van Nederland.

Zoeken naar het oude Indië

Dat Vilan van de Loo steeds weer uitkomt bij koloniale generaals als Jo van Heutsz, Frits van Daalen en nu Karel van der Heijden, is volgens haarzelf geen bewuste keuze.

‘Ik volg sporen zonder te weten waar ik heenga’

‘Waarom militairen? Ik weet het eigenlijk niet,’ zegt ze. ‘Voor mij heeft het iets mystieks. Misschien heeft het te maken met sturing van gene zijde. Ik ben zoekende naar het waarom van mijn hang naar het oude Indië en ik volg sporen zonder te weten waar ik heenga.’

Een brief van KNIL-generaal Karel van der Heijden

Die zoektocht begon ooit bij Johannes van der Steur, de zendeling die in Nederlands-Indië een tehuis voor militairen oprichtte en daar ook Europese kinderen in opving. Tijdens dat onderzoek stuitte Van de Loo op bronnen van Jo van Heutsz.

‘Ik kende hem vooral van het beeld dat we nu van hem hebben, als een meedogenloze officier. Maar toen ik zijn brieven in het Nationaal Archief las, gebeurde er iets. Ze waren helder geschreven, geestig soms, onderhoudend. Dat was zo’n historische sensatie. Van Heutsz was door en door koloniaal, maar ook een intelligente man die op zijn manier het beste voor Indië wilde.’

Via Van Heutsz belandde ze vanzelf bij ‘generaal Eenoog’, Karel van der Heijden. ‘Van der Heijden was het grote voorbeeld van Van Heutsz. En Frits van Daalen was weer lange tijd een protegé van Van Heutsz. Bovendien speelde de rel rond Van der Heijden precies in de periode waarin Van Daalen op de Koninklijke Militaire Academie in Breda zat.’

Selfmade man

Van der Heijden was in veel opzichten een uitzonderlijke figuur. ‘Hij was een selfmade man,’ zegt Van de Loo. ‘Hij kwam niet van de KMA, maar begon als een gewone soldaat, werd onderofficier en studeerde daarna voor zijn officiersexamen. Uiteindelijk schopte hij het tot de eerste militair-civiele gouverneur van Atjeh. Hij was een gunsteling van koning Willem III en werd de tweede commandant van Bronbeek, het tehuis voor militairen van het Oost-Indische leger in Arnhem. Maar bovenal was Van der Heijden naar mijn indruk de eerste volksheld afkomstig uit het Oost-Indische leger.’

Die heldenstatus ging verder dan militaire eer. ‘Hij werd op het schild geheven. Overal aanbeden. Bij de inhuldiging van Wilhelmina als koningin in 1898 liep hij als eerste militair voor haar uit. Toen ze de eed aflegde, stond hij naast haar met het Rijkszwaard geheven. Dat was niet zomaar ceremonieel, dat was symboliek. Van der Heijden belichaamde de belofte dat Nederland de Atjeh-oorlog kon winnen en daarmee de grote koloniale natie was die het land zo graag wilde zijn.’

‘Hij werd op het schild geheven. Overal aanbeden’

Volgens Van de Loo is het belangrijk om te beseffen hoe groot die bewondering was. ‘Wij kijken nu vaak terug met het idee dat er toen al massaal verzet was tegen het kolonialisme, maar naast de kritiek was toch de hoofdtoon in zijn tijd dat Van der Heijden zijn werk uitstekend deed. Hij kreeg militaire onderscheidingen, lof en steun.’

Biograaf Vilan van de Loo

Gewelddadig systeem

Tegelijkertijd was Van der Heijden onmiskenbaar onderdeel van een gewelddadig systeem. Dwangarbeid, standrechtelijke executies en harde expedities waren onderdeel van het koloniale bestuur.

‘Er is bijvoorbeeld een spion geëxecuteerd,’ zegt Van de Loo. ‘Dat deed Van der Heijden omdat hij vond dat hij in zijn recht stond. En dat was in grote lijnen ook de uitkomst van het onderzoek.’

‘Geweld was een algemeen inzetbaar middel’

Ze verzet zich tegen het zonder meer toepassen van hedendaagse normen op het verleden. ‘Dat betekent niet dat je alles goedpraat. Maar je moet begrijpen hoe mensen dachten. Geweld was een algemeen inzetbaar middel. Niet alleen bij Van der Heijden, maar overal. Er was ook kritiek, maar die veranderde weinig aan het systeem.’

Ook bij generaal Frits van Daalen, die berucht werd vanwege het hoge aantal doden tijdens zijn expedities in Atjeh, bleef de praktijk grotendeels intact. ‘Tweede Kamerleden spraken er schande van, maar het was vaak voor de bühne,’ merkt Van de Loo cynisch op. ‘Daarna ging alles door zoals het was.’

Koloniale blik

Bewust heeft Van de Loo zich in haar biografie beperkt tot koloniale, Nederlandstalige bronnen. ‘Lokale Atjehse bronnen zijn er ongetwijfeld ook, schriftelijk en oraal, maar ik wilde de koloniale blik reconstrueren. Wat gebeurde er, hoe dachten zij, hoe rechtvaardigden ze hun handelen? Zonder moralistische oordelen.’

Dat betekent niet dat andere perspectieven onzin zijn, benadrukt ze. ‘Moralistische geschiedenis is óók een perspectief. Laat alle bloemen bloeien. Juist de veelheid aan invalshoeken maakt het koloniale verleden zo rijk en ingewikkeld.’

‘Vertrouw nooit helemaal op wat al geschreven is’

Als voorbeeld noemt ze de vele biografieën die er zijn verschenen over de Britse politicus Winston Churchill. ‘Elke biografie heeft weer een ander perspectief. Daardoor is geschiedschrijving ook zo interessant. Een kritische biografie over Van der Heijden, waarin het perspectief van Atjeh wordt meegenomen, juich ik alleen maar toe.’

Lees brieven

Voor onderzoekers heeft Van de Loo een simpele boodschap: ‘Raadpleeg altijd de oorspronkelijke bronnen. Ga naar het archief. Lees brieven, rapporten en notities. Dáár gebeurt het.’

En voor lezers geldt hetzelfde principe, maar dan dichter bij huis. ‘Zoek het verhaal van je voorvader uit. Wie was hij? Waarom was hij daar? Dat levert bijna altijd verrassingen op.’

Tijdens een boekpresentatie in Den Haag kreeg ze uit het publiek de vraag waarom we eigenlijk zo weinig weten over figuren als Van der Heijden. Haar antwoord was even nuchter als veelzeggend, vertelt ze: ‘Onderzoek de primaire bronnen, waar mogelijk, vertrouw nooit helemaal op wat al geschreven is.’

Volgens Van de Loo verdienen de negentiende eeuw en het interbellum meer aandacht. ‘Niet alles draait om de Tweede Wereldoorlog en de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. Ik heb het meeste geschreven over de negentiende en vroege twintigste eeuw, maar ook het interbellum is fascinerend. Het was een tijd van emancipatie, machtsverschuivingen en nieuwe ideeën. Ingewikkeld om te bestuderen, maar juist daarom zo interessant.’

Generaal Eenoog, Vilan van de Loo, Walburg Pers, 288 blz., € 29,99