-0.3 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 3

‘Einde NAVO als Groenland wordt overgenomen’, zegt Deense premier

0

Een aanval op Groenland door de Verenigde Staten zou het einde betekenen van de NAVO. Daarover zijn de Denen het eens. ‘Alles zou ophouden’, zei de Deense minister-president Mette Frederiksen maandag.

Artikel 5 van het NAVO-handvest schrijft voor dat NAVO-landen elkaar niet mogen aanvallen. Groenland hoort officieel bij Denemarken, en dus zou een Amerikaanse aanval of erger – een annexatie van Groenland een ernstige breuk van de spelregels zijn waarop het veiligheidsverbond na de Tweede Wereldoorlog werd gebaseerd.

Het zou het einde van NAVO betekenen, zei Frederiksen gisteren. ‘Als de VS als belangrijkste NAVO-lid het bondgenootschap niet meer serieus neemt, is dat ongekend’, zei de in Denemarken geboren politicoloog Claes de Vreese van de Universiteit van Amsterdam tegen NOS.

Of er daadwerkelijk sprake is van plannen om Groenland te annexeren, wordt betwijfeld. De Groenlanders zelf zien het niet als een reële optie, zo blijkt uit een reactie van de Groenlandse premier Jens Frederik Nielsen. Hij noemt het een fantasie en spoort Trump aan tot een volwassen gesprek via officiële kanalen.

Trump heeft volgens experts interesse in Groenland om drie redenen. Ten eerste heeft Groenland veel belangrijke grondstoffen, zoals ijzererts, goud en olie. Daarnaast zou de Noordelijke IJszee steeds meer open komen te liggen voor scheepvaart door de opwarming van de aarde. De noordelijke scheepvaartroute is een aantrekkelijke optie, voor zowel Noord-Amerika als Azië.

Bovendien ligt Groenland op een strategische plek. Amerika zou hier een frontlinie willen realiseren voor het geval Rusland ooit Amerika aanvalt. Er is reeds een Amerikaanse basis in Groenland, deze zou Trump willen uitbreiden. Hier staan de Groenlanders wel voor open.

Israël vergroot invloed op zuiden van Syrië

0

De staat Israël breidt gestaag zijn controle over nog meer Syrisch grondgebied uit. Twaalf gepantserde Israëlische voertuigen zijn het dorp Saida al-Golan in Zuid-Syrië binnengereden. Dat meldt de Arabische nieuwszender Al Jazeera.

De nieuwste Israëlische expansie in Syrië vindt juist plaats op een moment dat er onderhandelingen gaande zijn in Parijs tussen Syrië en Israël, onder bemiddeling van de Verenigde Staten. Het is niet bekend of de besprekingen na de laatste schendingen door Israël zullen doorgaan.

‘Israël schendt opnieuw de Syrische soevereiniteit en ondermijnt de onderhandelingen’, zegt journalist Ayman Oghanna uit Damascus tegen Al Jazeera. Volgens hem is er een ‘diepe kloof’ tussen de verwachtingen van Syrië en Israël met betrekking tot de onderhandelingen.

Israël eist volledige demilitarisering van Zuid‑Syrië. Het wil bovendien militair aanwezig blijven met posten in Jabal al‑Sheikh (in Israël bekend als de Hermonberg) om de druzische minderheid te beschermen. Syrië ziet dit echter als een excuus om nog meer Syrisch grondgebied in te lijven. Daarom wil Syrië dat Israël zich terugtrekt en alle bombardementen staakt.

De kans dat dit gebeurt is echter vrijwel nihil. Sinds de val van het Assad-regime in december 2024 heeft Israël langzaam maar zeker meer Syrisch grondgebied toegeëigend. In de Syrische gebieden die de Israëliërs nu controleren, is feitelijk sprake van hetzelfde patroon als dat waarmee Palestijnen sinds het ontstaan van Israël worden geconfronteerd: checkpoints, land dat wordt gebulldozerd en mensen die zich verzetten worden gearresteerd of straffeloos doodgeschoten.

Ook tussen Turkije, dat Syrië beschouwt als zijn Ottomaanse achtertuin, en Israël bestaan spanningen. De Turken verdenken de Syrische Koerden, die de macht hebben in Oost-Syrië, ervan onder één hoedje te spelen met de Verenigde Staten en Israël in het Midden-Oosten. Daarom zetten zij hun eigen Syrische proxy’s (de nieuwe machthebbers van Syrië) in om de zogenoemde ‘Amerikaans-Israëlisch-Koerdische as’ te dwarsbomen.

Tot een Israëlisch-Turkse confrontatie over Syrië is het vooralsnog niet gekomen, maar in Israëlische en Turkse media wordt er bijna dagelijks gesproken over oorlog tussen deze twee regionale machten. Ook doen er geruchten de ronde over een mogelijke deal over de indeling van Syrië in Israëlische en Turkse invloedssferen.

Iran vreest Amerikaanse interventie, na aanval op Venezuela

0

Nu de Amerikaanse president Donald Trump heeft laten zien waartoe hij bereid is in Venezuela, krijgen ook zijn waarschuwen richting Iran een nieuwe lading. Hij zal actie ondernemen als er doden vallen onder demonstranten.

Afgelopen weekend waarschuwde Trump Iran. Dat er al twintig doden zijn gevallen sinds in Iran een nieuwe golf van demonstraties plaatsvindt, is wellicht langs hem heengegaan. Toch worden zijn woorden nu zwaarder gewogen dan een week geleden.

Dit heeft alles te maken met de ontvoering van de Venezolaanse president Nicolás Maduro afgelopen zaterdag. Sinds deze onconventionele operatie – het is volgens het Handvest van de NAVO niet toegestaan een ander NAVO-land aan te vallen – vreest een aantal landen dat zij misschien de volgende zijn. Dit geldt voor Colombia, Mexico en Cuba, en nu is ook Iran toegevoegd aan dit rijtje.

In Iran zijn vlak voor het jaareinde hevige protesten uitgebroken. Deze protesten begonnen door onvrede over de economische situatie, maar hebben zich inmiddels ook tegen het regime gekeerd. De laatste keer dat mensen massaal het aftreden van de huidige leiders eisten was in 2022 tijdens de Women, Life, Freedom-protesten. Deze zijn toen hardhandig neergeslagen.

Hoewel de demonstraties nog niet even groot zijn als toen, worden ook nu demonstranten hard aangepakt. Volgens de BBC zijn al twintig mensen gedood, waaronder een kind. Het regime is niet van plan concessies te doen, of überhaupt naar de eisen te luisteren.

Trump doet zich nu voor als beschermer van de demonstranten. In werkelijkheid zal zijn interesse waarschijnlijk ergens anders liggen. Israël en de Verenigde Staten staan al jaren op gespannen voet met de Iraanse regering. Vorig jaar voerde Israël, uiteindelijk met behulp van de VS, aanvallen uit op vitale infrastructuur in Iran. Het bleef toen bij een impasse, maar de wens om Iran voorgoed van het islamitische regime te ontdoen blijft nog altijd gekoesterd door deze bondgenoten.

Nu Iran steeds meer eigen bondgenoten aan het kortste eind ziet trekken – ook Venezuela was een belangrijke bondgenoot en handelspartner van Iran – is het kwetsbaar voor interne onrust en aanvallen van buitenaf. Dit zou een kans kunnen zijn die de VS en Israël niet graag laten liggen.

Van Lincoln tot Trump: waarom Republikeinen ooit links waren en Democraten rechts

0

Dat Republikeinen vandaag rechts zijn en Democraten links lijkt vanzelfsprekend. Maar in de negentiende eeuw was het precies andersom. Die omkering verklaart niet alleen de Amerikaanse Burgeroorlog, maar ook de hardnekkige polarisatie van nu.

Wie naar de Verenigde Staten van vandaag kijkt, ziet een vertrouwd schema. Republikeinen gelden als rechts, conservatief en nationalistisch; Democraten op hun beurt als links, progressief en cultureel liberaal. Maar wie dat schema zonder meer terug projecteert op het verleden, raakt al snel in de knoop. In de negentiende eeuw waren het juist de Republikeinen die zich presenteerden als hervormers, terwijl de Democratische Partij gold als de behoeder van traditie, lokale autonomie en een bestaande sociale hiërarchie, inclusief slavernij.

Hoe kan het dat de partijen die nu elkaars tegenpolen zijn, ooit zo anders gepositioneerd waren? Hoe droegen de partijpolitieke tegenstellingen bij aan het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog van 1861–1865? En hoe kwam het dat de Republikeinse Partij in de lange periode daarna uiteindelijk verrechtste en de Democraten links werden?

Om dat te begrijpen, moeten we terug naar het midden van de negentiende eeuw, toen het Amerikaanse partijstelsel instortte en opnieuw werd opgebouwd.

Slavernij was een politiek machtsblok

De kern van het conflict dat leidde tot de Amerikaanse Burgeroorlog was niet simpelweg morele verontwaardiging over het inderdaad verschrikkelijk mensonterende fenomeen slavernij. Het ging om een structureel probleem, namelijk om de vraag wie Amerika bestuurde. Slavernij was niet slechts een economisch systeem, het was een politiek machtsblok.

In het Zuiden heerste King Cotton, maar zijn macht reikte veel verder dan de regionale grenzen. De slavenstaten kregen namelijk extra politieke vertegenwoordiging dankzij de zogeheten Three-Fifths Clause. Tot slaaf gemaakte mensen hadden geen stemrecht, maar telden wel voor drie vijfde mee in de bevolkingsaantallen. Daardoor beschikten de zuidelijke staten over meer zetels in zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat dan hun vrije bevolking rechtvaardigde.

Tot slaaf gemaakte mensen telden wel voor drie vijfde mee in de bevolkingsaantallen

Die scheve machtsverhouding was ook zichtbaar in de federale instituties. Hoewel slechts ongeveer twee procent van de Amerikanen zelf slaven bezat, waren in 1857 vijf van de negen rechters van het Hooggerechtshof slaveneigenaren. Voor veel Noordelingen was dit het bewijs dat de invloed van de slavernijstaten onevenredig groot was. Zij spraken daarom van de Slave Power: een kleine, maar machtige elite die de rest van het land haar wil oplegde.

Slavenwinkel en veilinghuis in Atlanta, Georgia (VS), 1864, kort voor de afschaffing van de slavernij. Beeld: George Barnard/Library of Congress

De meeste noorderlingen accepteerden lange tijd de slavernij als een voldongen feit. Slavernij was moreel misschien afkeurenswaardig, maar vooralsnog een regionale aangelegenheid, vooral geen politiek vraagstuk. Wellicht zou de slavernij bij gebrek aan winstgevendheid uiteindelijk vanzelf uitsterven. Dat gebeurde echter niet. Ook begon de slavernij zich uit te breiden naar nieuwe territoria in het westen. De kwestie werd daarmee onontkoombaar. Zouden de Verenigde Staten zich ontwikkelen als een natie van vrije arbeid, of als een slavenrepubliek met steeds meer macht voor de Slave Power?

In die context was de Democratische Partij de dominante politieke kracht. Zij beriep zich op de erfenis van Thomas Jefferson (president van 1801 tot 1809) en Andrew Jackson (president van 1829 tot 1837). Hun politieke ideologie bestond uit wantrouwen tegen een sterke federale overheid, nadruk op de rechten van de afzonderlijke staten en een populistische afkeer van elites in banken en de industrie. In de praktijk betekende dit echter dat de partij steeds sterker verstrengeld raakte met de belangen van het slavensysteem.

De Democraten waren geen monolithisch pro-slavernijblok. Er bestonden ook noordelijke Democraten die slavernij liever zagen verdwijnen. De partij als geheel tolereerde echter geen fundamentele kritiek op het systeem. Wie te ver ging, werd politiek gemarginaliseerd of zelfs fysiek geïntimideerd. Vrijheid van meningsuiting eindigde waar de belangen van het Zuiden begonnen.

Whigs en Know-Nothings

Tegenover de Democraten stond lange tijd de Whig-partij. Die was ontstaan als een brede oppositiebeweging tegen het presidentschap van Andrew Jackson. De Whigs geloofden in economische modernisering, infrastructuur, onderwijs en een actievere rol van de federale overheid. Ze hadden steun onder ondernemers, professionals en hervormingsgezinde burgers in het Noorden.

Maar de Whigs hadden een fatale zwakte: ze wisten zich geen houding te geven in de slavernijkwestie. Om zowel noordelijke als zuidelijke kiezers vast te houden, probeerden ze het onderwerp te neutraliseren. Dat lukte zolang slavernij politiek ‘beheersbaar’ bleef, maar faalde volledig toen de uitbreiding ervan centraal kwam te staan.

De dubbelhartigheid van de Whigs werd belichaamd door hun leider Henry Clay (1777–1852), die zelf ook een slaveneigenaar was. Clay was de man van het compromis en architect van de Missouri Compromise, dat bepaalde dat alle staten ten noorden van 36° 30′ noorderbreedte (de zuidelijke grens van de staat Missouri, red.) slaafvrije staten zouden worden. Ook het compromis van 1850 werd door Clay gesteund. Toen werd onder meer bepaald dat Californië als vrije staat tot de Unie zou toetreden, ook al lag een deel van de staat ten zuiden van de 36° 30′-noorderbreedtegrens. Een andere bepaling was de omstreden Fugitive Slave Act, die elke steun aan ontsnapte slaven die naar het vrije Noorden waren gevlucht, verbood. In het Noorden was er veel verzet tegen deze wet, onder andere in de beroemde roman Uncle Tom’s Cabin (1852).

In Kansas barstte een miniburgeroorlog uit tussen voor- en tegenstanders van de slavernij

In 1854 kwam de Kansas–Nebraska Act tot stand, die bepaalde dat bewoners van nieuwe territoria zelf mochten beslissen of ze slavernij toestonden. Dit compromis maakte een einde aan de eerdere compromissen en zette de politieke verhoudingen op scherp. In Kansas barstte een miniburgeroorlog uit tussen voor- en tegenstanders van de slavernij, die de geschiedenis is ingegaan als ‘Bleeding Kansas’. De Whigs raakten als gevolg van de Kansas–Nebraska Act intern hevig verdeeld en de partij stortte in. Hun poging om boven de morele en politieke strijd te blijven hangen maakte hen irrelevant.

In het politieke vacuüm dat volgde, bloeiden kortstondige protestbewegingen op. De bekendste was de Know Nothing-partij, officieel de American Party. Deze beweging keerde zich fel tegen katholieke immigranten uit Ierland en Duitsland en zag hen als een bedreiging voor het ‘oorspronkelijke’ WASP (White, Anglo-Saxon, Protestant)-karakter van de Verenigde Staten.

De Know Nothings waren geen oplossing voor de slavernijkwestie, maar boden wel een tijdelijk onderkomen voor kiezers die genoeg hadden van de oude partijen. Hun succes laat zien hoezeer het partijstelsel in crisis verkeerde. Toen slavernij definitief het politieke debat ging domineren, bleek nativisme onvoldoende samenbindend. De Know Nothings implodeerden vrijwel net zo snel als ze waren opgekomen.

De Republikeinse Partij ontstond in 1854

Uit de brokstukken van Whigs, de zogenoemde Free Soilers, antislavernij-Democraten en voormalige Know Nothings ontstond in 1854 de Republikeinse Partij. Het was geen ideologisch zuivere beweging, maar een pragmatische coalitie. Wat hen verenigde, was de overtuiging dat slavernij een gevaar vormde voor de republiek, moreel, economisch en politiek.

De Republikeinen waren in hun tijd vooruitstrevend. Ze verdedigden vrije arbeid, sociale mobiliteit, onderwijs en een actieve overheid die infrastructuur en industrie stimuleerde. Ze zagen zichzelf als hervormers die een vastgelopen systeem wilden openbreken. Dat sommige leden ook nativistische of racistische opvattingen hadden, was geen tegenstelling, maar kenmerkend voor een negentiende-eeuwse hervormingsbeweging. Die was progressief op het ene terrein en reactionair op het andere. Interessant in dit verband zijn de militante jongerenclubs die Abraham Lincoln steunden, de zogenoemde Wide Awakes. De term Wide Awake kwam uit de Know Nothing-beweging en betekent ‘klaarwakker’. De Know Nothings waren klaarwakker en zagen daardoor het ‘gevaar’ van de Ierse katholieken en de paus; de Wide Awakes konden, omdat ze ‘wakker’ waren, het gevaar zien van de eerder genoemde Slave Power. Woke in de moderne zin van het woord waren de Republikeinse Wide Awakes absoluut niet.

Toen Abraham Lincoln in 1860 namens de Republikeinen werd gekozen, betekende dat niet alleen een machtswisseling, maar een systeemschok. Voor het eerst verloor het slavensysteem zijn greep op de federale regering. Voor veel zuidelijke leiders was dat onacceptabel. Zij kozen niet voor politieke oppositie, maar voor afscheiding.

Abraham Lincoln (1809 – 1865) was de 16de president van de Verenigde Staten van 1861 tot in 1865. Beeld: Alexander Gardner/Library of Congress

De Burgeroorlog was dus geen ongeluk, maar het resultaat van een langdurige partijpolitieke implosie. De oude compromissen hielden geen stand meer. Nieuwe partijen kwamen op, oude verdwenen, en de Verenigde Staten moesten via oorlog uitvechten wat politiek onoplosbaar was geworden.

Politieke verschuiving

Na de Burgeroorlog bleef de Republikeinse Partij nog decennialang de partij van hervorming. Tijdens de Reconstruction Era (1865–1877) probeerden Republikeinen het Zuiden te hervormen, zwarte mannen stemrecht te geven en het federale gezag te versterken. Dat project stuitte echter op hevig verzet. Toen de noordelijke bereidheid om militair en politiek in te grijpen afnam, heroverden conservatieve witte elites in het Zuiden de macht. Zij sloten zich massaal aan bij de Democratische Partij, die daar uitgroeide tot een uitgesproken reactionaire partij van segregatie, statenrechten en witte suprematie. Het Zuiden werd de zogeheten Solid South. De regio was decennialang vrijwel automatisch Democratisch, maar ideologisch diep conservatief.

Tegelijkertijd veranderde de Republikeinse Partij zelf van karakter. Naarmate slavernij geen politiek strijdpunt meer was, verschoof de aandacht naar economische groei, industrialisatie en ondernemerschap. Republikeinen werden steeds meer de partij van het bedrijfsleven, hoge tarieven en een kleine overheid, vooral in sociaal opzicht. Progressieve Republikeinen bleven bestaan, maar kwamen steeds meer onder druk te staan. Theodore Roosevelt (president van 1901 tot 1909), die grote bedrijven wilde reguleren en sociale hervormingen nastreefde, belichaamde nog één keer de hervormingsgezinde traditie binnen de partij. Zijn breuk met de Republikeinen in 1912 en de oprichting van de mislukte Progressive Party markeerden symbolisch het einde van die fase.

De echte ideologische aardverschuiving kwam tijdens de Grote Depressie. Met zijn New Deal gaf president Franklin Delano Roosevelt (president van 1933 tot 1945) – een verre verwant van Theodore – de Democratische Partij een nieuw profiel. De federale overheid werd voortaan gezien als instrument om sociale ongelijkheid te bestrijden, werkgelegenheid te creëren en burgers te beschermen tegen de grillen van de markt. Vakbonden, minderheden, stedelijke kiezers en intellectuelen schaarden zich achter de Democraten. Daarmee werd de partij voor het eerst duidelijk links in sociaal-economische zin. Toch bleven de zuidelijke Democraten voorlopig aan boord, ondanks hun afkeer van federale inmenging en raciale gelijkheid.

Het verzet van zuidelijke Democraten tegen desegregatie en stemrecht voor zwarte Amerikanen leidde uiteindelijk tot een politieke breuk

Die spanning werd onhoudbaar toen Democratische presidenten na de Tweede Wereldoorlog steeds explicieter kozen voor burgerrechten, met president Lyndon B. Johnson (president van 1963 tot 1969) voorop. Het verzet van zuidelijke Democraten tegen desegregatie en stemrecht voor zwarte Amerikanen leidde uiteindelijk tot een politieke breuk. Vanaf de jaren zestig begonnen veel conservatieve zuiderlingen over te stappen naar de Republikeinse Partij, die zich profileerde als tegenstander van federale dwang en culturele liberalisering.

Zo voltrok zich in de loop van een eeuw een opmerkelijke politieke aardverschuiving. De partij die was opgericht om slavernij te bestrijden, werd het politieke thuis van conservatief Amerika, terwijl de Democratische Partij uitgroeide tot de belangrijkste drager van progressieve politiek.

Wie de hedendaagse Amerikaanse polarisatie, van MAGA tot Black Lives Matter, beter wil begrijpen, moet beseffen dat de strijd tussen Republikeinen en Democraten geen zwart-witverhaal is tussen rechts en links. Wat deze geschiedenis duidelijk maakt, is dat politieke partijen geen vaste ideologische entiteiten zijn. Ze veranderen mee met de grote morele en sociale breuklijnen van hun tijd. In de negentiende eeuw draaide die breuklijn om slavernij en de macht van de zogenoemde Slave Power. In de twintigste eeuw ging het om sociale zekerheid, burgerrechten en de rol van de federale overheid. En vandaag de dag staan identiteit, cultuur en democratische instituties centraal.

Burgemeesters wereldwijd hebben een nieuwe politieke rol

0

Steeds meer burgemeesters over de hele wereld pakken een steeds grotere rol op het politieke toneel. Extreemrechtse tijden zouden hen daartoe nopen, meldt the Guardian.

‘We hebben een nieuwe rol’, klinkt het van Boedapest tot Barcelona en van New York tot Parijs. In de Hongaarse hoofdstad was het verbod op de pridemars de aanleiding voor burgemeester Gergely Karácsony om nadrukkelijk op de voorgrond te treden. Hij nodigde onder anderen zijn collega-burgemeester Femke Halsema uit voor de Pride Walk, een uitnodiging die zij gretig aannam door toch mee te demonstreren.

De Amsterdamse burgemeester, die zich in 2025 onder meer uitsprak tegen de politiek van Geert Wilders en tegen de genocide op de Palestijnen in Gaza, is een van de boegbeelden van het burgemeesterschap 2.0, oftewel bestuurders die geen genoegen nemen met een louter ceremoniële rol van lintjes knippen. Integendeel, zij pakken het podium en begeven zich in de frontlinie van het politieke debat.

‘Ik denk dat burgemeesters over de hele wereld zich beginnen te realiseren dat we een nieuwe rol hebben, een rol die voorheen niet bestond’, aldus Jaume Collboni, burgemeester van Barcelona, tegen the Guardian. ‘We hebben ons gerealiseerd dat de mondiale problemen waar we allemaal mee te maken hebben, lokale oplossingen vereisen.’

In Barcelona deed hij van zich spreken door de toenemende huizencrisis te agenderen, maar ook door een streep te zetten door sloopplannen voor relatief goedkope appartementenblokken. Daarnaast nam hij een leidende rol in het nieuwe collectief Burgemeesters voor Volkshuisvesting, waar ook de burgemeester van Amsterdam bij is aangesloten.

‘Wij staan in de frontlinie van het dagelijks leven van burgers’, aldus Collboni. ‘Het is dan ook niet verwonderlijk dat wij degenen zijn die zeggen dat het zo niet verder kan.’

Andere belangrijke spelers in het nieuwe burgemeesterschap zijn Zohran Mamdani en Sadiq Khan, respectievelijk burgemeester van New York en Londen. Ook zij bevinden zich in de frontlinie van de zogenoemde ‘cultuuroorlog’ die volgens sommigen in de westerse wereld woedt: het idee dat de westerse cultuur onder druk zou staan door immigratie. Tegelijkertijd stellen deze progressieve burgemeesters dat juist in hun steden Europese waarden en democratie volledig tot uiting komen en actief worden verdedigd.

Was het verstandig om deze artiest te brengen?

0

Vorig jaar zijn we er niet in geslaagd. Gaat het ons dit jaar wel lukken?

Moslims en Joden in Nederland lijken met hun onderlinge verhouding gevangen te zitten in een vicieuze cirkel. Althans, om de waarheid geen geweld aan te doen, in ieder geval een deel van beide gemeenschappen.

Vanaf het moment dat de gewelddadigheden op de bekende, onbeschrijfelijke zevende oktober ’23 uitbraken, met alles wat daarna kwam, werden verwoede pogingen ondernomen om te proberen hoe dan ook onze gemeenschappen bij elkaar te houden. Ondanks de pijn, het verdriet, de boosheid en al die andere emoties die er heersten en nog steeds volop aanwezig zijn.

Een eerste bijeenkomst hiertoe, in de ambtswoning van de Amsterdamse burgemeester, luttele uren na het uitbreken van het eerste geweld, was een initiatief dat kwam vanuit beide gemeenschappen zelf. ‘Alsjeblieft, laten wij proberen hier in Nederland de vrede te bewaren. Laten wij ervoor zorgen dat wij ons hier niet tot elkaars vijand laten maken.’ Helaas gaf niet iedereen gehoor aan deze oproep. En dat dit gebeurde lag ook voor de hand. Leven met de voortdurende beelden vanuit Israël, Palestina en Gaza is nu eenmaal voedsel voor verbittering, haat en nijd.

Demonstraties, vlaggengeweld, solidariteitsbijeenkomsten en vernielingen begonnen het straatbeeld op momenten in onze steden te beheersen. Naast alle andere sentimenten kwam daarbij ook het fenomeen angst bij velen naar boven. Angst voor die ander in ons land. De Jood werd de vertolking van het ene kwaad in het Midden-Oosten. De moslim werd de verpersoonlijking van het andere kwaad. Met ons allen lieten we de beeldvorming haar werk doen.

We weten hoe fragiel de onderlinge verhoudingen zijn

Allemaal hebben we hierin fouten gemaakt. Met het voortschrijden van de tijd sinds oktober 2023 konden we met onze eigen ogen zien hoe de verhoudingen radicaliseerden. We zagen wat er misging bij de demonstratie op de dag van de opening van het Nationaal Holocaust Museum. Daarnaast het geweld en de zinloze vernielingen op en rond universiteiten in ons land. Dit had een wake-upcall moeten zijn. Zo benaderen wij elkaars gemeenschappen? Roepen dat er daar in het Midden-Oosten vrede moet komen en hier in ons eigen land vijandschap creëren?

Maar wat waren dan onze fouten? Een enkel voorbeeld.

We koesteren onze vrijheid van meningsuiting. In woord en geschrift. In de sport en bij kunst en cultuur. En dat moeten we vooral blijven doen. Maar, en dat is een grote ‘maar’, hóé blijven we dit doen?

Een artiest op het podium of een vlaggenwaaier op het kerkplein zouden we geen strobreed in de weg moeten leggen, zolang het uitdragen van de boodschap, ook wanneer het een politieke is, maar binnen de grenzen van het wettelijk toelaatbare blijft.

Maar altijd moeten we ons wel afvragen of dat wat we doen verstandig is. Een popartiest in een van die cultuurtempels die ons land rijk is, moet, zoals gezegd, binnen de grenzen van de vrijheden die er zijn, uit laten kramen wat deze wenst. Maar wanneer we weten dat dit de medeburger met wie onze politieke of religieuze inzichten zo verschillen een gevoel van animositeit, angst of niet gewenst zijn geeft, is het dan wel verstandig om zo’n evenement op deze manier te organiseren?

Een Joods concert met ook religieuze dimensies zal natuurlijk in ons land altijd plaats moeten kunnen vinden. Op de manier zoals de organisator of de gemeenschap die hierbij betrokken is het wenst. Met welke artiesten dan ook. Echter, ook hier geldt hetzelfde. We weten hoe fragiel de onderlinge verhoudingen zijn. We hebben het gezien bij de opening van het Holocaust Museum. We maken het mee op de campussen van de universiteiten en hogescholen. We hebben gezien hoe vreselijk het mis kan gaan tussen voetbalhooligans. Nogmaals, de vraag is niet of het mocht, maar was het wel zo verstandig om dan die zanger te brengen die in de ogen van die ander als een uitlokking of een uitdaging wordt gezien?

Op het grote politieke wereldtoneel is het helaas ook dit jaar nog niet gelukt om vrede in het Midden-Oosten te brengen.

In ons kleine Nederland is het binnen delen van onze beide islamitische en Joodse gemeenschappen niet gelukt om de animositeit, de negatieve beeldvorming, het wantrouwen en de vooroordelen voor elkaar weg te nemen. Het afgelopen jaar niet.

Gaat het nu in 2026 wel lukken? Met het voortdurend beantwoorden van de vraag ‘is dit wel verstandig?’ kan het dit jaar zeker lukken om de vicieuze cirkel van wederzijds misnoegen en gebrek aan vertrouwen te doorbreken.

Ook wanneer het ons nog niet gegeven is om de vrede in het Midden-Oosten te beleven, kunnen wij tenminste dicht bij huis samenwerken om een vreedzaam Nederland wel dichterbij te brengen.

Europa moet uit de Amerikaanse ketenen

De ontvoering van de Venezolaanse president Nicolás Maduro door de Verenigde Staten is in strijd met het internationaal recht. Trump schokt de wereld, en tart ook zijn eigen Amerikaanse grondwet. Het illustreert dat hij zich niets tot weinig aantrekt van morele en juridische grenzen.

Dat groepen Venezolanen opgelucht zijn over het vertrek van Maduro is begrijpelijk. Hij was een wrede dictator, liet tegenstanders opsluiten en vermoorden en stortte het land in de economische afgrond. Maar de schurkenstatus van Maduro maakt Trumps ingrijpen niet legitiem. Is de VS unilateraal de politieagent van de wereld? Nee. Was er een arrestatiebevel voor Maduro uitgevaardigd vanuit het Internationaal Strafhof? Nee. Dat was er overigens wel tegen oorlogsmisdadiger Benjamin Netanyahu, maar die wordt door de VS juist met alle egards ontvangen.

Extra zorgwekkend zijn Trumps uitspraken over Venezolaanse olievoorraden, die volgens hem bestemd zouden zijn voor de Verenigde Staten, evenals zijn suggestie dat hij het land tijdelijk zou willen besturen. Wat ‘tijdelijk’ precies betekent en hoe zo’n bestuur eruit zou zien, blijft onduidelijk.

Het enige wat Trump wel bereikt, is dat andere grootmachten ook verdergaan op de reeds ingeslagen weg van landverovering. Vladimir Poetin kan na Oekraïne verdergaan: wordt het Estland, Letland of Litouwen? Xi Jinping zal zijn aarzeling ten aanzien van Taiwan laten varen. Israël blijft doorgaan met landjepik en de terrorisering van Palestina, Libanon en Syrië. Zo verandert de wereld na de koloniale tijd en de wereldoorlogen van de 20e eeuw opnieuw in een verdeelkaart van imperialistische invloedssferen. Het internationaal recht was bedoeld om daar een einde aan te maken, maar vanuit Den Haag en Brussel klinkt slechts voorzichtig gemor.

Voor veel (progressieve) Europeanen is deze koers van de Verenigde Staten evenwel een schok. De onrust werd dit weekend verder aangewakkerd door Trumps opmerkingen over Groenland, dat de VS volgens hem ‘nodig heeft’, gevolgd door de woorden: ‘Laten we over twintig dagen over Groenland praten.’

Wat wél nieuw is, is dat Trump zich niet eens meer beroept op mensenrechten of rechtsprincipes

Voor landen buiten Europa is dit alles minder verrassend. De Verenigde Staten hebben een lange geschiedenis van dergelijke interventies: van de inval in Panama en de arrestatie van dictator Noriega in 1989 tot de oorlog in Irak en de afzetting van Saddam Hoessein in 2003, geïnitieerd onder valse voorwendselen van massavernietigingswapens en vermeende banden met al-Qaeda.

Wat wél nieuw is, is dat Trump zich niet eens meer beroept op mensenrechten of rechtsprincipes. Dat moet worden opgevat — Trump laat daar geen twijfel over bestaan — als de definitieve ontmaskering van Amerika als vermeende ‘brenger van vrijheid en rechten’, een kernmythe van het Amerikaanse liberalisme. Hij ziet de wereld als een handelsarena waarin het recht van de sterkste geldt, en waarin macht wordt afgedwongen door dreigen, binnenvallen en afpersen. Tegelijkertijd trekt hij zich verder terug uit de NAVO en blijft hij het Internationaal Strafhof ondermijnen. De zelfverklaarde leider van ‘de vrije wereld’ toont daarmee opnieuw zijn ware gezicht. Dit kan niet zonder verzet blijven van iedereen die vrijheid liefheeft.

Het is daarom geruststellend dat Nederland, zoals het er nu naar uitziet, een kabinet krijgt dat enige weerstand zal bieden tegen deze afbraak. Rob Jetten veroordeelde Trumps actie als strijdig met het internationaal recht en wees terecht op de mogelijke gevolgen voor het Caribische deel van het Koninkrijk, met Curaçao, Aruba en Bonaire.

Die Europese reactie is even noodzakelijk als precair. Klare taal ligt gevoelig. Er lopen ontelbaar veel economische, politieke en militaire lijnen van ons continent naar de Verenigde Staten, wat Europa kwetsbaar maakt. We weten: Europa moet snel op eigen benen staan. Die ontvlechting vraagt een Houdiniaanse krachttoer die ten koste gaat van de Europese welvaart. Maar er zit niets anders op; we hebben haast.

Gedesillusioneerde Nederlanders vinden nieuw paradijs in Paraguay

0

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het een veilige haven voor nazi’s, nu lijkt het een uitvalsbasis te worden van gedesillusioneerde Nederlanders: het Zuid-Amerikaanse Paraguay.

De grondvesten zijn inmiddels gelegd door Nederlanders Jeroen Pols en Jan Engel. De laatste is bekend van de corona-sceptische actiegroep Viruswaarheid en de beruchte camping Fort Oranje. De mannen zijn onlangs geëmigreerd en bieden andere Nederlanders die zich niet meer thuis voelen hulp of een oriëntatiereis om dezelfde stap te nemen.

Hierover schrijft het Algemeen Dagblad in een uitgebreide reportage. Een journalist van deze krant nam polshoogte en ontmoette meerdere Nederlanders in Paraguay. Ze waren onlangs verhuisd, of kwamen alvast kijken naar mogelijke opties tijdens een door Pols en Engel georganiseerde reis van 5.300 euro, exclusief vlucht.

De mannen wonen in Hohenau, een Duitse enclave in het Zuid-Amerikaanse land. Hier kwamen na de Tweede Wereldoorlog veel nazi’s wonen, omdat de regering zich weinig bemoeide met de inwoners. Precies deze opstelling is wat de Nederlanders ook aantrekt. In Paraguay is de staatsbemoeienis is op z’n minst. In Nederland zijn juist te veel regels, vinden ze.

Andere Nederlanders die wellicht in Paraguay willen neerstrijken vinden dat ze in Nederland te veel belasting betalen, te weinig verdienen of niet kunnen zeggen wat ze echt vinden. Veel van hen zijn bovendien vermogend, zo valt de journalist op.

De bekendste émigré, naast Pols en Engel, is de conservatieve publicist Sid Lukkassen, bekend vanwege zijn boeken over de ondergang van het Nederlandse Avondland. Gelukkig gaat de zon in Paraguay later onder.

Massale arrestaties op Westelijke Jordaanoever

0

Israël heeft maandag weer een groot aantal Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever gearresteerd tijdens een gewelddadige razzia. Een van de arrestanten was slechts 15 jaar oud.

Dit meldt Middle East Eye. In een vluchtelingenkamp in Betlehem zijn 25 mensen opgepakt, maar ook op andere plekken gingen de autoriteiten langs kampen en huizen. Geweld en intimidatie werden hierbij niet geschuwd. Ook de journalist Enas Ikhlawi is opgepakt.

Israël staat bekend om het grote aantal arrestaties van Palestijnen, vaak zonder opgaaf van reden of eerlijk proces. Soms verblijven arrestanten jaren achter de tralies. Bij een recente gevangenenruil kwamen de meest schrijnende verhalen aan het licht.

In de Israëlische gevangenis zijn mishandelingen en verkrachtingen aan de orde van de dag. Inmiddels zijn er veel getuigenissen van de wreedheden, die op weinig erkenning kunnen rekenen van de internationale gemeenschap.

In een rapport van de Israëlische ngo Physicians for Human Rights Israel (PHRI) staat dat er sinds 7 oktober 2023 bijna honderd Palestijnen zijn overleden in Israëlische gevangenissen. De meesten als gevolg van marteling, medische verwaarlozing en/of ondervoeding.

De fakkeltocht keerde terug in Eindhoven, maar met minder Turkse Nederlanders

0

Op kerstavond trok de jaarlijkse fakkeltocht weer door Eindhoven. De tocht, ontstaan na de brandstichting in Solingen in 1993 waarbij een Turks gezin omkwam, staat voor verbinding en herdenking, maar leidt ook tot verdeeldheid: de moskee trok zich terug en uit de Turkse gemeenschap doen minder mensen mee.

De fakkeltocht is een jaarlijkse traditie in de binnenstad van Eindhoven. Sinds 1993 trekt de Lichtstad rond kerst met fakkels door de straten, gedragen door één boodschap: verbinding, respect, vrede en vertrouwen. Vorig jaar ging de tocht niet door, maar dit jaar is hij terug. Voor organisatoren Tinus Kanters en Kay Sachse voelt die terugkeer als een opluchting, juist omdat de afwezigheid meer losmaakte dan ze vooraf hadden gedacht.

Voor Kanters voelde het jaar zonder tocht als een verlies. De fakkeltocht is voor veel mensen een vast moment in het jaar, zegt hij, en pas toen hij wegviel werd duidelijk hoe diep de traditie in de stad verankerd is. Mensen spraken hem er regelmatig op aan: wat jammer dat hij er niet is. Dat was confronterend, maar ook bevestigend. Sachse herkende dat, maar werd vooral getroffen door de breedte van de reacties. Ze kwamen niet alleen uit hun eigen netwerk, maar ook van mensen die je normaal nauwelijks hoort. Daardoor werd voor hem extra duidelijk dat de tocht geen niche-activiteit is, maar iets wat veel inwoners als betekenisvol ervaren.

‘De fakkeltocht is voor veel mensen een vast moment in het jaar’

Tegelijk bracht het gemis iets anders op gang: nieuwe energie. Na het afblazen meldden zich spontaan nieuwe vrijwilligers, vertelt Kanters. Mensen zeiden: volgend jaar help ik mee, en ze deden het ook. Voor hem was dat een belangrijk signaal: de tocht wordt niet gedragen door een paar individuen, maar door de stad zelf.

Die avond verzamelt iedereen zich bij de Willemstraat, die dit jaar start- en eindpunt is omdat het Wilhelminaplein door werkzaamheden niet gebruikt kan worden. Groepjes druppelen binnen: gezinnen met kinderen, stelletjes, ouderen die met rustige pas hun plek zoeken, jongeren die half gniffelen en half serieus lijken, en vrijwilligers in reflecterende hesjes die de stroom in banen leiden. Officieel begint het programma al vroeg, met ontvangst, speeches en gedichten, waarna de stoet rond zeven uur vertrekt.

Racistische brandstichting

De oorsprong van de tocht ligt in november 1993, wanneer een racistische brandstichting in het Duitse Solingen Europa schokt. Rechtsextremisten steken het huis van een Turks gezin in brand; vijf vrouwen en meisjes komen om het leven. De verontwaardiging is groot en in veel steden ontstaan fakkeltochten, rond kerst, als symbool van rouw, solidariteit en waakzaamheid.

Beeld: Caner Mert

Sachse plaatst die aanslag ook in de context van de tijd: kort na de Duitse hereniging, in een periode waarin meerdere racistische aanvallen plaatsvonden. Voor veel mensen voelde het als een schokkende herhaling van een geschiedenis waarvan je had gehoopt dat die voorgoed voorbij was. Solingen werd zo meer dan een nieuwsbericht: het werd een waarschuwing voor wat er kan gebeuren wanneer haat weer ruimte krijgt.

Waarom het ook in Nederland belangrijk was om erbij stil te staan, ziet Kanters als een kwestie van nabijheid. Racisme en haat houden zich niet aan landsgrenzen, zegt hij, en Solingen was geen geïsoleerd incident. Het liet zien hoe snel ontmenselijking kan normaliseren.

Daarnaast waren er ook in Nederland signalen die zorgelijk stemden. Sachse sluit daarbij aan: het is te gemakkelijk om Solingen als iets ‘van daar’ te blijven zien. De vragen die het oproept, spelen inmiddels net zo goed hier, zichtbaar in protesten tegen asielzoekerscentra en in de verharding van het publieke debat. De geschiedenis, waarschuwt hij, is dichterbij dan we denken.

De oorspronkelijke aanleiding is volgens beiden nog steeds voelbaar. Kanters ziet dat vooral binnen de Turkse gemeenschap; bij een jubileumeditie werden familieleden uit Solingen uitgenodigd. Tegelijk is de tocht al lang breder geworden. Solingen is een symbool geworden: een herinnering aan wat er kan gebeuren als we niet opletten. Sachse benadrukt dat het niet alleen om herdenken gaat, maar om waakzaam blijven en om niet te denken: dit gebeurt hier niet. Juist die gedachte vindt hij misschien wel de gevaarlijkste.

Geen optocht met vlaggen en jasjes

Dat de Eindhovense fakkeltocht vorig jaar niet doorging, had dan ook niet te maken met een minder urgente boodschap, maar juist met toenemende druk rondom die boodschap. De organisatie was, zoals het zelf werd genoemd, ‘gekraakt’: het werd steeds moeilijker om de tocht als één gezamenlijke uiting overeind te houden. Binnen de organisatie ontstond druk om tijdens de tocht aandacht te vragen voor specifieke standpunten en kwesties. Waar de tocht jarenlang een breed gedragen ritueel was met één kern, vrede en verdraagzaamheid, verschoof het naar discussies over wie er wel en niet op het podium mocht, en welke boodschap zichtbaar mocht zijn.

Organisatoren Tinus Kanters (l.) en Kay Sachse (r.). Beeld: Caner Mert

De organisatie wilde die gezamenlijke paraplu bewaken: geen ‘reclameding’ voor partijen of losse agenda’s, geen optocht met vlaggen, jasjes en claims. Hun angst was dat twaalf organisaties met twaalf uitingen ook twaalf redenen zouden vormen voor anderen om af te haken.

Die polarisatie werd extra zichtbaar toen de Fatih-moskee zich onverwacht terugtrok uit de organisatie, uit onvrede over de deelname van de Turkse Arbeiderspartij. Daardoor kwam er plots veel extra regelwerk bij, en zelfs een telefoontje van burgemeester Jeroen Dijsselbloem, met steun en een hulpaanbod, veranderde niets aan het gevoel dat het draagvlak weg was.

Achteraf liet de afgelasting zien hoe polarisatie niet alleen een maatschappelijk verschijnsel ‘buiten’ is, maar ook doorwerkt in vrijwilligersgroepen: in onderlinge verwachtingen, in angst voor politieke uitingen en in de vraag wat ‘neutraal’ eigenlijk nog betekent. De tocht, bedoeld als bindend moment, werd juist een plek waar scheidslijnen zichtbaar werden. Zoals Sachse het zegt: polarisatie leeft van simplificatie, van wij tegen zij. De fakkeltocht weigert dat frame, door mensen uit te nodigen om naast elkaar te lopen, niet tegenover elkaar te staan.

Moet de fakkeltocht zich dan aanpassen en zich uitspreken tegen diverse problemen? Of is de tocht vooral symbolisch bedoeld? Kanters is daar duidelijk over. Symbolen zijn belangrijk, zegt hij, omdat ze laten zien wat een samenleving normaal vindt, en omdat stilte of afwezigheid ook een boodschap kan zijn.

Wanneer niemand zich zichtbaar uitspreekt, zelfs niet in een gezamenlijk ritueel, kan het lijken alsof verharding en haat de norm zijn. Juist daarom, vinden de organisatoren, blijft het belangrijk dat de stad ieder jaar opnieuw samenkomt, hoe ingewikkeld de tijdgeest ook is: niet om alle verschillen op te lossen, maar om te blijven oefenen in samen lopen.

Dan volgt het ritueel waarmee de fakkeltocht zichzelf elk jaar opnieuw verklaart: het vuur dat wordt doorgegeven. De eerste fakkel wordt ontstoken met de World Peace Flame, samen met de scouting en burgemeester Jeroen Dijsselbloem. Daarna gaat het snel. Eén licht wordt twee, twee worden tien, en binnen enkele minuten zijn het er honderden. De straat verandert. Niet door fel licht, maar door een warme gloed van kleine vlammen die samen een schijnsel maken dat de stad en de koude wind even laat vergeten.

Daarna gaat het vuur van hand tot hand. Niet zomaar met een aansteker, maar vanuit één bron: de wereldvredesvlam. Het is een bijna ouderwets ritueel, en toch werkt het ieder jaar opnieuw. Mensen buigen naar elkaar toe om hun vlam te beschermen tegen de wind, laten de vlammen overspringen, zonder hun synthetische jassen aan te steken, en helpen onbekenden met het aanhouden van hun vlam. De symboliek hoeft niemand uit te leggen: je hebt de ander nodig om je eigen vuur brandend te houden.

Beeld: Caner Mert

Nog voordat de stoet goed en wel op gang is, begint het tempo vooraan al op te lopen. De kop wil lopen, alsof het lichaam van de tocht al vooruit is voordat iedereen mee kan. Vrijwilligers proberen het ritme te bewaken met korte aanwijzingen, en ergens klinkt het woord dat bijna het motto van de avond wordt: yavaş, langzaam. Het is een klein detail waarin honderden individuen proberen één stoet te vormen.

Wanneer de stoet eenmaal loopt, wordt het ritme opnieuw een kwestie. Voorin gaat het stevig, de rest moet volgen. Vrijwilligers proberen het tempo te reguleren zodat de groep bij elkaar blijft, en opnieuw klinkt yavaş.

Kersttraditie

Langs de route klinkt muziek; soms is het alsof de tocht een zachte mars wordt naast een band. Even later duikt een lied op dat vanzelf bij de fakkels in het donker past: This Little Light of Mine. Het geeft de stoet iets van een nachtmis, maar dan buiten: geen kerkbanken, wel kou, wind en kleine vlammen die samen een soort warmte vormen.

Voor twee jonge vrouwen is meelopen met de fakkeltocht inmiddels net zo’n vaste kersttraditie als het diner thuis; ze hebben het van hun vader geleerd. Voor hem is het al jarenlang een vanzelfsprekend onderdeel van kerstavond, iets wat je niet overslaat omdat het betekenis geeft aan de dag. Hij noemt het zelfs zijn ‘nachtmis’.

‘Waarom doet de moskee niet mee?’

Tegelijk is het niet alleen een verhaal van wie er meeloopt, maar ook van wie er ontbreekt. In het publiek klinkt Turks, en langs de kant stelt iemand hardop een vraag die blijft hangen: waarom doet de moskee niet mee? Door wat er vorig jaar gebeurde, landt die opmerking extra zwaar.

Twee Turkse mannen die vooraan meelopen noemen de avond daarom later een mixed bag. Ze zijn blij dat de traditie terug is, maar zien al langer dat er vanuit de Turkse gemeenschap minder mensen komen. Waar het ooit vanzelfsprekend leek, is het nu een klein groepje dat trouw blijft opduiken. Eén van hen zegt dat ze vroeger met vijftienduizend man door een halve meter sneeuw liepen, en dat ze nu al blij zijn als er tweeduizend zijn. Misschien groeit zo’n getal mee met de tijd, maar het gevoel erachter is helder: de gezamenlijke ruimte lijkt kleiner te zijn geworden.

Warme dranken en koekjes

Halverwege merk je dat de kou zijn eigen rol speelt. Als de wind verkeerd staat, snijdt hij door lagen kleding heen. Mensen wrijven hun handen en stampen met hun voeten om ze weer even te voelen. Langs de route staan mensen voor hun huis warme dranken en koekjes uit te delen aan de verkleumde deelnemers. Hoewel het er minder zijn dan bij eerdere edities, zijn de warme dranken voor velen een belangrijk geschenk.

Aan het eind klontert alles samen rond vuurkorven. Door de windvlagen voelt het alsof de kou nog scherper wordt, en mensen houden hun handen boven het vuur om weer gevoel in hun vingers te krijgen. Terwijl de laatste groepjes binnendruppelen van een inmiddels wat uitwaaierende tocht, begint een band aan de eerste nummers. Toch blijft het grootste deel niet hangen. Kerstavond trekt mensen naar binnen: naar familie, naar vrienden, naar warme huizen en gedekte tafels. De meeste fakkels worden uitgebrand in een grote rode container waar mensen samenkomen om weer gevoel te krijgen in hun vingertoppen.

De burgemeester was na het aansteken van de fakkels niet meer te zien, maar voor Sachse en Kanters was het een succes, met een schatting van zo’n 2500 mensen die hebben meegelopen. In de kou blijft vooral de vraag hangen wat je met zo’n avond doet, en wat je eraan hebt. Voor Sachse is de boodschap eenvoudig: laat je niet opsluiten in je bubbel, zoek ontmoeting, ook als dat ongemakkelijk is.

Beeld: Caner Mert

Als het over de toekomst gaat, klinkt er geen triomf, maar noodzaak. Kanters zegt dat hij hoopt dat er ooit een moment komt waarop de fakkeltocht haar doel heeft bereikt, maar als hij naar de wereld kijkt, denkt hij: voorlopig niet. Sachse gaat nog verder: misschien is de tocht op dit moment wel urgenter dan twintig jaar geleden, juist omdat maatschappelijke verandering vaak symbolisch begint. Zonder symbolen, zegt hij, kun je je geen alternatief voorstellen.

Misschien is dat ook wat er gebeurt op het moment dat de fakkels worden aangestoken. Kanters zegt dat het hem ieder jaar opnieuw raakt omdat het zo letterlijk is: mensen geven het vuur aan elkaar door, en niet iedereen heeft een aansteker, dus je bent afhankelijk van elkaar. Dat is symbolisch, maar ook heel concreet. Sachse ziet hoe mensen om zich heen kijken en beseffen: ik ben niet alleen. En precies dat gevoel, gedeelde aanwezigheid, even uit de eigen kring, even naast elkaar, blijft hangen, ook wanneer de laatste vlammen doven.