Steeds meer Israëlische politici en beleidsmakers zien Turkije inmiddels als een grotere bedreiging voor Israël dan Iran, blijkt uit berichtgeving van verschillende media.
Amichai Chikli, de Israëlische minister voor Diasporazaken, zei op een conferentie in Jeruzalem (al-Quds) afgelopen dinsdag dat ‘het Turkije van Erdogan en het Syrië van al-Sharaa nu veel zorgelijker zijn dan Iran. Het tijdperk van het sjiitische rijk van Iran, het Syrië van Assad en Hezbollah is voorbij. Er is een nieuwe as: die van de Moslimbroederschap, Erdogans Turkije, Syrië en Qatar. Het is beter om nu waakzaam te zijn dan te laat.’
Turkije en Israël wisselen de laatste tijd stevige woorden uit.
Erdogan en de Israëlische premier Benjamin Netanyahu beschuldigden elkaar over en weer, twee weken nadat Erdogan had gezegd dat de Israëlische aanvallen op Syrië en Libanon ook een dreiging begonnen te vormen voor Turkije.
Erdogan had tegen parlementsleden van zijn partij AKP gezegd dat Israël niet alleen een bedreiging vormde voor het Midden-Oosten, maar ook voor de mensheid. Volgens hem wordt Israël aangemoedigd door de stilte van de internationale gemeenschap. Hij riep op tot internationale actie om het land ‘binnen de grenzen van de wet’ te brengen.
In reactie noemde Netanyahu Erdogan een ‘antisemitische dictator’, die ‘genocide voert tegen de Koerden, zijn eigen volk onderdrukt, de terroristische beweging Hamas steunt en politieke tegenstanders gevangenzet’.
Eerder deze maand zei de Turkse minister van Binnenlandse Zaken, Mustafa Ciftci, dat Turkije Jeruzalem (al-Quds) ooit zal bevrijden. Hij beloofde dat de stad weer onder Turkse controle zou komen, net als eerder onder het Ottomaanse Rijk.
Voormalig Israëlisch premier Naftali Bennett refereerde al aan de Moslimbroederschap-as toen hij afgelopen februari stelde dat Turkije ‘het nieuwe Iran’ is en beweerde dat Ankara en Doha (Qatar) een as van Moslimbroederschap aan het vormen zijn, naar Iraans model. Een vijandige soennitische as met een nucleair Pakistan.’ Volgens Middle East Monitor concludeerde een Israëlische commissie voor defensiebeleid dat ‘een Turksgezind Syrië een grotere dreiging zou kunnen vormen dan Iran.’
De voormalige Israëlische minister van Defensie Yoav Gallant riep westerse landen op om wapenleveringen aan Turkije te heroverwegen, ondanks haar status als NAVO-lid.
VolgensThe New Arabzijn Turkse pogingen om meer voet aan de grond te krijgen in het Syrië van al-Sharaa Israël een doorn in het oog. Terwijl Turkije streeft naar het herstel van gezag in Syrië, prefereert Israël een verdeeld Syrië, en heeft het meer land ingenomen binnen de grenzen van Syrië.
Ergens in februari van dit jaar, nog voor de laatste oorlog met Iran begon, zat ik in Gouda naast een Iraans-Nederlandse wetenschapper die linkse westerlingen naïef vond; naïef tegenover wat ooit de derde wereld heette en tegenwoordig de Global South wordt genoemd, en vooringenomen in hun weerzin jegens het Amerikaanse imperium. Oftewel: hij verweet hun provincialisme aan de rafelranden van het imperium.
Deze wetenschapper dacht dat een deel van het Iraanse volk een Amerikaanse oorlog tegen het eigen regime zou kunnen ondersteunen. Hij stond daarin niet alleen. De Mossad en Netanyahu dachten hetzelfde en met die gedachte bevalen zij hun oorlog aan bij Amerika. De pitch werkte, de Israëlische oorlog werd ook Amerikaans, de uitwerking liet te wensen over. Zoveel weten we inmiddels.
Het hoofd van de slang van de ayatollahs mag dan aan het begin van deze oorlog zijn afgebeten, het Iraanse volk kwam niet in opstand. Iran won de oorlog, dwong Amerika op de knieën en Amerika dwong Israël op de knieën. Israël is de grote verliezer. Eens te meer is duidelijk geworden dat als puntje bij paaltje komt, Israël luistert naar zijn meester in Washington. Wat ook meteen duidelijk maakt dat Washington deze macht niet heeft willen inzetten als het gaat om de slachtingen, de genocide in Gaza. Hoeveel Gazanen Israël afslacht, heeft namelijk geen invloed op de olieprijs. Als Iran de Straat van Hormuz afsluit, heeft dat direct invloed op de olieprijs. Al aan het begin van de oorlog schreef Thomas Friedman, columnist voor The New York Times, dat het einde van de oorlog bepaald zou worden door die olieprijs. Welnu, hij had gelijk.
Naar alle waarschijnlijkheid heeft de oorlog de positie van de ayatollahs en de hardliners in Iran verstevigd
Trump, bang dat al te dure benzine ertoe zal leiden dat hij in november bij de tussentijdse verkiezingen de meerderheid in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden zal verliezen, kon niet wachten een deal met Iran te sluiten. Wetend dat Iran de Amerikaanse kiezer geen zier interesseert, maar de eigen portemonnee wel. (Niet dat kiezers elders wezenlijk anders zijn.)
De onderhandelingen met Iran lopen nog en aangezien wispelturigheid het handelsmerk is van Trump, zou hij best wel weer eens kunnen beginnen met het bombarderen van Iran als hij vreest dat zijn imago als winnaar in het geding komt. Maar hij weet dat elke hervatting van de oorlog hem alleen zal verzwakken, Iran weet dat ook. De Iraanse onderhandelingspositie is riant, het enige gevaar is dat Iran aan dezelfde hoogmoed zal lijden die Trump ertoe bracht even in de Amerikaanse onoverwinnelijkheid te geloven.
Wat heeft deze oorlog tot nu toe opgeleverd? Naar alle waarschijnlijkheid heeft de oorlog de positie van de ayatollahs en de hardliners in Iran verstevigd. Het heeft de militaire macht van Amerika, voor zover dat nog nodig was, ontmaskerd. Ja, Amerika kan moeiteloos en betrekkelijk risicoloos vrijwel elk land op deze aarde bombarderen. Maar oorlog is een middel om een doel te bereiken en als middel faalt die bommenmacht keer op keer. Ze faalt zelfs als Amerika bereid is grondtroepen in te zetten (zie Afghanistan, zie Irak). Keer op keer leren we: de oorlog werd gewonnen, het politieke doel werd niet gehaald.
We kunnen nog iets verder teruggaan, naar Vietnam. De oorlog werd niet eens gewonnen, laat staan dat het politieke doel werd gehaald. Niemand weet meer waarom die oorlog, met miljoenen slachtoffers, ook alweer werd gevoerd.
Door de laatste oorlog is de Amerikaanse militaire macht minder afschrikwekkend geworden.
JD Vance sprak Israël toe zoals je een hond toespreekt
Amerika moest diverse concessies doen om te bereiken dat Iran de Straat van Hormuz weer zou openen, terwijl die Straat voor de oorlog gewoon open was. Vrijwel geen land kan een oorlog tegen Amerika winnen, maar je kunt Amerika effectief chanteren door de wereldhandel te saboteren. Dat is een van de lessen van deze oorlog.
JD Vance sprak Israël toe zoals je een hond toespreekt. Hij zei dat Israël een paria was geworden en dat het enige land dat bereid was wat hondenbrokken naar Israël toe te werpen Amerika was en dat de hond er daarom maar beter aan deed zich te gedragen, anders zou het ook met die hondenbrokken weleens gedaan kunnen zijn.
De oorlog werd gevoerd, opdat men elkaar dezelfde hondenbrokken toewierp die men elkaar ook zonder oorlog had kunnen toewerpen. En nee, ik ben geen pacifist.
De voormalige Amerikaanse diplomaat Robert Malley schreef dat de oorlog er misschien toe zou kunnen leiden dat Amerika tot het inzicht komt dat Iran eigenlijk helemaal geen Amerikaans probleem is.
Inzicht putten uit verloren oorlogen. Wie weet. Een mens moet ergens hoop uit peuren.
De lange arm van China reikt met de nieuwe ‘etnische eenheidswet’ nog verder dan voorheen. China claimt met de nieuwe wet het ‘recht’ te hebben om groepen die ‘de Chinese staat en eenheid’ bedreigen aan te vallen, ook buiten zijn eigen territorium. Oeigoeren, Tibetanen en andere minderheden zullen de Chinese onderdrukking nu nog scherper voelen, zo meldt de nieuwssite China Global South Project.
Etnische minderheden zoals de islamitische Oeigoeren worden al decennialang gemarginaliseerd en in kampen geplaatst, waar ze zelfs slachtoffer zijn van genocidale assimilatiepolitiek. Zo worden Oeigoeren gedwongen afstand te nemen van hun islamitische en Turkse cultuur en zich aan te passen aan de dominante Han-Chinese cultuur.
Andere minderheden, zoals Tibetanen, Zuid-Mongolen en Hongkongers, roeren zich nu ook vanwege de nieuwe Wet voor Etnische Eenheid, die op 1 juli ingaat. Ze willen dat de Nederlandse overheid stappen onderneemt om deze diasporagemeenschappen beter te beschermen tegen de Chinese staat.
Het Europees Parlement heeft in april een resolutie aangenomen tegen de nieuwe Chinese wet. Activisten willen dat de Tweede Kamer ook zelf een motie indient tegen de dreiging vanuit China voor minderheden. Maar het is de vraag of Nederland de economische grootmacht voor het hoofd wil stoten, aangezien China de capaciteit heeft om harde sancties op te leggen.
In de afgelopen jaren zijn de betrekkingen tussen Nederland en China complexer geworden. Enerzijds is er een groeiende economische samenwerking, met China als een belangrijke handelspartner voor Nederland. Anderzijds zijn er zorgen over mensenrechten en de invloed van China op de Nederlandse politiek en samenleving.
Daoud Fawadleh van Right To Play ziet hoe oorlog en geweld diepe sporen nalaten bij Palestijnse kinderen in Gaza en op de bezette Westelijke Jordaanoever. Kinderen kampen met trauma’s en hebben behoefte aan veilige plekken om te spelen en te leren.
‘Ik heb meerdere kinderen horen zeggen: ik wil ook dood.’ Daoud Fawadleh zit in het kantoor van hulporganisatie Right To Play in Amsterdam-Zuid. Hij is voor een kort bezoek in Nederland, maar brengt de meeste dagen door in Ramallah op de Westoever, waar hij werkt als hoofd van de Right To Play-afdeling die Palestijnse kinderen helpt hun trauma’s te verwerken.
’s Avonds maakt hij lange wandelingen door het Vondelpark, want ‘dat kan in Palestina niet’, zegt hij. ‘Daar is het gevaarlijk om te veel rond te lopen. Als je buiten de stad komt, loop je al snel tegen checkpoints aan en is het risico om aangevallen te worden groot.’
De familie van Fawadleh vluchtte uit Palestina in 1967, tijdens de Zesdaagse Oorlog. Ze waren op zoek naar een beter bestaan in Colombia en kwamen uiteindelijk terecht in Venezuela, waar Fawadleh het eerste deel van zijn leven doorbracht. Daarna, toen hij negen jaar oud was, besloot de familie terug te gaan naar de Westoever. ‘De jaren ’90, tijdens de Oslo-akkoorden, waren hoopvolle tijden’, vertelt de inmiddels veertigjarige man.
Tweede Intifada
Maar die hoop was van korte duur. In 2000 storten de Oslo-akkoorden in en breekt de Tweede Intifada uit. Fawadleh is dan een tiener en de gewelddadige periode maakt grote indruk op hem. Er zijn in die jaren veel confrontaties tussen het Palestijnse verzet en het Israëlische leger. Meer dan 4.000 Palestijnen worden gedood en bijna 50.000 raken gewond. Aan de Israëlische kant worden ruim duizend mensen gedood en raken nog eens 4.500 gewond.
‘De Intifada heeft me doen realiseren wat oorlog en conflict doen met een kind’
Fawadleh kan in die periode niet bij zijn ouders in het dorp wonen, want zijn school is in Ramallah. Door de checkpoints, de controlepunten die het Israëlische leger op veel plekken op de Westoever heeft opgezet, kan hij op dat moment niet makkelijk heen en weer reizen. Hij slaapt in een kleine kamer in een winkel van zijn familie. Hij is vaak alleen, eet bijna niets anders dan brood en hummus en herinnert zich vooral de angst uit die periode. ‘Voor de Tweede Intifada was ik een perfecte student; ik haalde hoge cijfers, ik was ambitieus, maar tijdens de Intifada veranderde dat. Ik was bang en zenuwachtig, ik kon me nergens meer op focussen.’
Maar het komt goed; Fawadleh studeert af van de middelbare school en gaat studeren aan de Birzeit Universiteit op de Westelijke Jordaanoever. Daarna werkt hij bij verschillende humanitaire organisaties. Sinds 2024 is hij de programmamanager van Right To Play in de Palestijnse gebieden. ‘De Intifada heeft me doen realiseren wat oorlog en conflict doen met een kind.’
Spelen in Gaza
Right To Play werkt onder meer in Gaza en op de Westoever. De organisatie is al sinds 2009 actief in Gaza en is sinds 7 oktober 2023 bezig met uitbreiden. Met financiële hulp van de Nederlandse AFAS Foundation heeft de organisatie het project Circle of Hope opgezet. Zo’n 1.100 kinderen en hun ouders krijgen in Gaza mentale hulp en onderwijs. Drie medewerkers van Right To Play leiden lokale begeleiders op om de lessen en sessies te geven. Fawadleh hoopt tijdens dit bezoek aan Nederland nog meer steun voor zijn projecten te vinden.
Palestijnse meisjes doen mee met een activiteit van Right to Play
Zo goed als alle scholen in Gaza zijn verwoest of omgezet in opvanglocaties voor ontheemde Palestijnen. Zo’n 650.000 schoolkinderen hebben daardoor geen toegang meer tot onderwijs. ‘In Gaza is er bijna geen elektriciteit, we hebben geen echte klaslokalen, want de gebouwen zijn verwoest, maar wij Palestijnen zijn creatief en innovatief. We hebben tijdelijke leerruimtes opgezet’, vertelt Fawadleh. Op zijn laptop laat hij filmpjes van de leerruimtes zien. Kinderen zitten in tenten op de grond, vaak op het zand. Ze spelen een spelletje, tekenen in een schriftje of kijken aandachtig naar een van de begeleiders die sommetjes uitlegt.
‘Ik heb zo veel kinderen gehoord die zeiden: ik wil ook dood’
‘Kinderen zitten door de oorlog vol verdriet. Ik heb zo veel kinderen gehoord die zeiden: ik wil ook dood, dan kan ik bij mijn moeder, of vader, of broertje zijn. Ze hebben een plek nodig waar ze een uur of twee normaal kunnen zijn, waar ze gewoon een kind kunnen zijn en kunnen spelen. Van buitenaf lijkt spelen misschien een luxe, maar voor ons is spelen onderdeel van de bescherming van kinderen. Als je hoofd vol zit met oorlog, heb je geen ruimte om te leren of andere activiteiten te doen. Daar willen wij bij helpen.’
Spelen op de Westoever
Niet alleen in Gaza, maar ook op de Westoever, waar Fawadleh woont, is Right To Play actief. ‘Op de Westoever is sinds 7 oktober ook veel verloren gegaan’, zegt de programmamanager. ‘De checkpoints zijn een groot probleem, want niet alle leraren wonen op dezelfde plek als waar de school staat. Soms kunnen docenten dus niet bij hun leerlingen komen.’
Een andere factor zijn de Israëlische aanvallen, die tegenwoordig bijna dagelijks voorkomen. In de laatste jaren zijn er meer dan honderd kinderen gedood op de Westoever en ruim duizend gewond geraakt door aanvallen van het Israëlische leger of Joodse kolonisten. ‘Ik heb de aanvallen met mijn eigen ogen gezien. Ik zie de angst in de ogen van kinderen, ik weet wat ze hebben meegemaakt. Ik heb militairen kinderen zien slaan.’
Daarnaast int Israël een groot deel van de belasting- en douane-inkomsten van de Palestijnse Autoriteit (PA) en draagt die normaal gesproken af. Sinds de aanvallen van Hamas op 7 oktober 2023 heeft Israël een groter deel van deze gelden ingehouden of vertraagd, wat heeft geleid tot een financiële crisis bij de PA. Daardoor konden ambtenaren, onder wie leraren, vaak slechts gedeeltelijke salarissen ontvangen. Volgens Fawadleh zijn sommige scholen daarom teruggegaan naar drie lesdagen per week.
Beeld: Right to Play
Volgens de PA hebben meer dan 84.000 leerlingen op de Westelijke Jordaanoever te maken gehad met onderbrekingen in hun onderwijs als gevolg van incidenten zoals aanvallen door kolonisten, militaire invallen en de sloop van scholen. Meer dan tachtig scholen, die onderwijs bieden aan ongeveer 13.000 leerlingen, lopen het risico op volledige of gedeeltelijke sloop door de Israëlische autoriteiten op de Westoever en in bezet Oost-Jeruzalem. Alleen al tussen juli en september 2025 zijn op de Westoever meer dan negentig onderwijsgerelateerde incidenten gedocumenteerd.
‘Geen wapens, alleen hoop’
Dat maakt het werk van Right To Play zo belangrijk, vindt Fawadleh. Hij vertelt over een zesjarig meisje dat hij in 2024 ontmoette in Tulkarem tijdens een ‘leermarathon’. ‘Het was een leeswedstrijd, maar het ging allemaal via spelen. Dat is wat we doen: leren door te spelen.’
In diezelfde periode waren er veel Israëlische aanvallen op Tulkarem, duizenden Palestijnen raakten ontheemd en hun huizen werden verwoest. ‘Het meisje van zes was een van de ontheemden en tijdens de leermarathon zei ze: “Dit is de eerste keer in mijn leven dat ik me gelukkig voel.” Ze was alles kwijt: haar speelgoed, haar thuis. En nu voelde ze zich eindelijk weer gelukkig, dat is de soort impact die ik hoop te hebben. Het gaat niet zomaar om duizend kinderen. Ieder kind heeft een naam, een verleden, dromen, angsten, en ze hebben een toekomst.’
Over de vraag hoe hij hoop houdt, moet Fawadleh even nadenken. Hij vertelt over een van zijn vrienden die naar Barcelona is verhuisd. ‘Hij zegt tegen mij: “Daoud, je moet ook emigreren, hier is het leven beter.”’ Maar voorlopig blijft hij in Palestina. ‘Ik heb een missie in het leven. Wat die missie is? Dat laat ik aan het lot over. We hebben geen wapens, alleen hoop.’
Suriname staat volgende week, op 1 juli, stil bij de 163-jarige herdenking én viering van de afschaffing van de trans-Atlantische slavernij. In de hoofdstad Paramaribo komen Surinamers bijeen bij het standbeeld Kwaku. Zo meldt de Waterkant.
Dit jaar wil de organisatie Stichting Comité Herdenking Afschaffing Slavernij en Onderzoek naar het Slavernijverleden extra nadruk leggen op de VN-resolutie waarin slavernij als de ‘ernstigste misdaad tegen de menselijkheid’ is aangenomen.
1 juli 1863 is de officiële datum van de afschaffing van de slavernij, maar in Suriname werd die nog eens met tien jaar verlengd, tot 1873, als ‘schadeloosstelling’ voor de plantagehouders die hun inkomsten verloren. De slavenhouders zijn de enige groep die tot nu toe een financiële compensatie heeft ontvangen. Slachtoffers, nabestaanden en nazaten van tot slaaf gemaakten hebben die nooit gekregen.
In Nederland gaan al lange tijd stemmen op om ook de ware slachtoffers van de slavernij en hun nabestaanden schadeloos te stellen voor de misdaden die toen zijn begaan. Volgens de activist Regillio Vaarnold schiet de 200 miljoen euro die na de excuses van Mark Rutte beschikbaar werd gesteld tekort. In een interview met de Kanttekening in 2022 stelde hij dat het bedrag volgens zijn berekeningen 20 miljard euro zou moeten zijn.
De jarenlange oproep van vele Nederlandse moslims en moskeeën voor meer aandacht voor moslimhaat lijkt te worden gehoord. De Tweede Kamer komt binnenkort voor het eerst plenair bijeen om te spreken over de recente gewelds- en vandalisme-incidenten bij moskeeën.
D66-Kamerlid Mpanzu Bamenga spreekt zich op LinkedIn uit over de toenemende aanvallen op de moslimgemeenschap in Nederland. ‘De aanvallen op moskeeën die we de laatste tijd hebben gezien, maken mij ernstig bezorgd. Vernielingen, bekladdingen, regelrechte intimidaties. Deze acties lijken maar één doel te hebben: moslims het gevoel geven dat er geen plek voor hen is in Nederland’, zegt hij.
Hij heeft samen met zijn collega Mahjoub Mathlouti (ook D66) Kamervragen gesteld. Zij willen weten of er een ‘patroon’ is van ‘gerichte aanvallen met een discriminerend karakter’. Ook vinden zij het belangrijk om met belangenorganisaties in gesprek te gaan en blijvend in kaart te brengen hoeveel aanvallen er plaatsvinden.
Voor Bamenga is het tijd voor ‘actie’: ‘In dit land heeft iedereen de vrijheid om zichzelf te zijn. Dat laten wij ons niet afpakken.’ Nederlanders moeten volgens hem beter hun best doen om de gevoelens van onveiligheid onder Nederlandse moslims te bestrijden. ‘Niemand mag zich in Nederland onveilig voelen vanwege zijn of haar geloof. De veiligheid van moslims in Nederland moet daarom nu vooropstaan’, aldus Bamenga die samen met collega’s van Denk en Volt een debat over moslimdiscriminatie heeft aangevraagd.
Opvallend genoeg kreeg dat verzoek wel steun van coalitiepartij CDA (naast Pro, PvdD, ChristenUnie, SP, D66, Volt en Denk), maar niet van de VVD en de partijen rechts daarvan. In een reactie aan de Kanttekening zegt Bamenga het vreemd te vinden dat geweld en vernielingen bij moskeeën door de media vaak worden omschreven als ‘vandalisme’.
De Tweede Kamer heeft dinsdag 120.000 steunkaarten ontvangen met de oproep om zogenoemde gewortelde asielkinderen in Nederland te laten blijven.
De kaartenactie is opgezet door Kerkasiel Kampen, samen met kerken, Amnesty International Nederland en andere maatschappelijke organisaties.
Met de actie vragen de initiatiefnemers aandacht voor ongeveer 420 kinderen van asielzoekers die al jarenlang in Nederland wonen, hier naar school gaan en een sociaal leven hebben opgebouwd, maar desondanks het risico lopen te worden uitgezet. De steunkaarten droegen de boodschap: ‘Laat ze blijven’.
Voorafgaand aan de overhandiging verzamelden enkele honderden mensen zich op het Malieveld in Den Haag voor een manifestatie. Daar spraken vertegenwoordigers van verschillende kerken en maatschappelijke organisaties zich uit voor een menselijker asielbeleid. Vervolgens werden de kaarten in tientallen postzakken naar de vaste Kamercommissie voor Asiel en Migratie gebracht.
De actie komt voort uit het initiatief van Kerkasiel Kampen, dat sinds november 2024 onderdak biedt aan de met uitzetting bedreigde familie Babayants uit Oezbekistan. Volgens de organisatoren laat de grote hoeveelheid steunkaarten zien dat er breed maatschappelijk draagvlak bestaat voor een oplossing voor kinderen die in Nederland zijn geworteld.
De initiatiefnemers hopen dat de politiek zich opnieuw buigt over de positie van deze kinderen. Volgens hen zouden kinderrechten en het belang van het kind zwaarder moeten meewegen bij beslissingen over verblijf en uitzetting.
De afgelopen tijd waren er opnieuw brandstichtingen en vernielingen bij moskeeën. Veel moslims maken zich zorgen over toenemende moslimhaat in ons land. Toch lijkt de aandacht vanuit politiek en media maar beperkt. Ons panel buigt zich over de vraag hoe dat komt.
Ruben Arnhem, docent
‘Het beschadigen van een geloofsgebouw is onacceptabel. Sterker nog: het beschadigen van andermans eigendom is altijd onacceptabel, ongeacht om welk gebouw het gaat.
We leven in een samenleving met mensen die verschillende overtuigingen, geloven, normen en waarden hebben. Juist daarom moeten we elkaars vrijheid en eigendommen respecteren. Een verschil van mening geeft niemand het recht om gebouwen te vernielen, te bekladden of te beschadigen.
Wat mij betreft wordt vandalisme tegen een moskee net zo serieus genomen als vandalisme tegen een kerk, synagoge of welk ander gebedshuis dan ook. In Nederland hebben we de vrijheid van godsdienst. Die vrijheid brengt ook de verantwoordelijkheid met zich mee om elkaar met respect te behandelen.
Laten we daarom niet kiezen voor vernieling en verdeeldheid, maar voor respect en samenleven. Dat is de basis van een sterke en vrije samenleving.’
Mostafa Hilali, militair’
‘Ik noem het niet eens meer islamofobie, maar gewoon wat het is: haat en terreur gericht tegen moslims. Varkenskoppen, bloed, hakenkruizen, leuzen op muren, haatbrieven en dreigbrieven. Het is allemaal voorbijgekomen. Toch was er telkens wel een reden om er politiek niet al te veel aandacht aan te besteden.
‘Het is alsof partijen het lastig vinden om zich uit te spreken’
Dat is wel een beetje de tendens rondom dit onderwerp. Het is alsof partijen het lastig vinden om zich uit te spreken en gewoon te zeggen: dit kan niet. De politieke stilte is niet onschuldig. Wat moet er gebeuren voordat we eindelijk kunnen en durven erkennen dat er sprake is van een probleem? Het doet me aan het boek Animal Farm van George Orwell denken. All animals are created equal, but some are more equal than others. En in dit geval, it’s not us.’
Ayala Levinger, softwareontwikkelaar
‘De beperkte aandacht voor branden bij moskeeën heeft te maken met islamofobie en de manier waarop moslims in het publieke debat vaak als probleemgroep worden neergezet. Jarenlange politieke retoriek over migratie en de islam heeft anti-moslimsentimenten genormaliseerd en zorgde ervoor dat incidenten tegen moslims minder snel dezelfde maatschappelijke verontwaardiging oproepen. Daarnaast zie je dat politici veel aandacht besteden aan antisemitisme. Antisemitisme is een ernstig probleem en moet bestreden worden. Maar wanneer de aandacht vrijwel uitsluitend daarop gericht is, raken andere vormen van haat en discriminatie, zoals islamhaat, onderbelicht.
Het grootste probleem vind ik echter de rol van de journalistiek. De pers hoort een waakhond van de democratie te zijn. Journalisten zouden politieke boodschappen kritisch moeten onderzoeken in plaats van ze simpelweg te herhalen. Als politici spreken over een stijging van antisemitisme, dan zouden journalisten moeten onderzoeken of het echt klopt, hoe wordt het gemeten en hoe zit het in verhouding tot andere vormen van haat en discriminatie. Ze zouden ook moeten kijken naar ontwikkelingen rond moslimhaat, geweld tegen moskeeën en andere incidenten die veel minder aandacht krijgen.’
Ahmed Abdillahi, postbezorger
‘Voor mij blijft het eerlijk gezegd moeilijk te begrijpen waarom een brand of vandalisme bij een moskee vaak minder aandacht krijgt dan bij een ander gebedshuis. Laatst was er in Rotterdam weer vandalisme bij een moskee. De burgemeester heeft dat veroordeeld, maar er is meer aandacht en duidelijkheid nodig.
‘In gesprekken hoor ik vaker harde opmerkingen en meer aversie richting moslims’
Wat mij betreft moeten we duidelijk zijn: haat en geweld tegen welke geloofsgroep dan ook horen niet thuis in onze samenleving. Dus ook niet tegen moslims. Ik maak me zorgen omdat ik merk dat negatieve gevoelens tegenover moslims steeds normaler lijken te worden. In gesprekken hoor ik vaker harde opmerkingen en meer aversie richting moslims. Dat is geen goede ontwikkeling.
De media en politiek moeten hier serieus aandacht aan besteden. Want als een moskee wordt aangevallen of beschadigd, raakt dat een hele gemeenschap. Moslims horen bij Nederland en gaan nergens heen. Daarom is het belangrijk dat we met elkaar in gesprek blijven en leren samenleven met respect voor elkaar, ondanks onze verschillen.
Als we vrijheid van geloof belangrijk vinden, dan moeten we ieder gebedshuis beschermen en iedere vorm van haat even serieus nemen.’
Yunus Kaplan, docent maatschappijleer
‘Moskeeën in Nederland worden nog te vaak niet worden gezien als plekken waar iets mee aan de hand is, in plaats van bescherming nodig hebben.
‘Bij moskeeën wordt het vaak kleiner gemaakt’
Als een gebedshuis wordt bedreigd, zou de reflex simpel moeten zijn: mensen moeten daar veilig kunnen bidden en samenkomen. Maar bij moskeeën wordt het vaak kleiner gemaakt. Een incident. Vandalisme. Iets lokaals.
Dat komt niet uit het niets. Moslims worden in het publieke debat vaak aangesproken op problemen, risico’s en loyaliteit. Minder vaak worden zij gezien als burgers die zelf kwetsbaar zijn. De vraag is dus niet waarom er wél ophef is bij anderen. Die ophef hoort er te zijn. De vraag is waarom die reflex bij moslims zo zwak blijft.’
De humanitaire situatie in Myanmar verslechtert in hoog tempo. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de Verenigde Naties, waarin wordt gewaarschuwd voor toenemend geweld door het leger en een sterke afname van internationale hulp aan de bevolking.
Volgens de VN zijn in een periode van zes maanden meer dan 700 burgers om het leven gekomen door toedoen van het Myanmarese leger. Het grootste deel van de slachtoffers viel bij luchtaanvallen op burgerdoelen. Onder de getroffen locaties bevonden zich onder meer een boeddhistisch festival en een theehuis waar mensen bijeen waren gekomen om naar een voetbalwedstrijd te kijken.
Myanmar verkeert sinds de militaire staatsgreep van 2021 in een diepe politieke en humanitaire crisis. Het leger zette destijds de democratisch gekozen regering af en greep de macht. Sindsdien woedt een burgeroorlog tussen de junta en verschillende verzetsgroepen. De VN stelt dat het leger bombardementen inzet om de bevolking te intimideren en steun voor oppositiegroepen te ontmoedigen.
Naast het geweld baart ook de afname van humanitaire hulp zorgen. Volgens het VN-rapport worden hulporganisaties belemmerd door militaire blokkades, terwijl internationale bezuinigingen hebben geleid tot minder steun voor ontheemden, onderwijsprojecten en psychosociale zorg. In sommige gevallen zijn hulpprogramma’s zelfs volledig stopgezet.
VN-mensenrechtenchef Volker Türk waarschuwt dat de bevolking van Myanmar dreigt te worden vergeten door de internationale gemeenschap. Hij roept landen en donoren op hun steun niet verder af te bouwen en verantwoordelijkheid te nemen voor de miljoenen mensen die afhankelijk zijn van hulp.
Het Arab Film Festival zette dit jaar bewust Syrische sterren in het zonnetje. Volgens de organisatoren kunnen succesvolle Syriërs een voorbeeld zijn voor andere Syriërs in Nederland. ‘We zijn misschien nog niet zo ver als andere migrantengemeenschappen, maar we komen er wel.’
Galajurken, rode lopers en heel veel camera’s vulden vorige week de foyer van het Rotterdamse filmhuis LantarenVenster tijdens de openingsavond van het 26e Arab Film Festival. Uitgedoste mannen en vrouwen verzamelden zich rondom hun sterren van het Arabische doek. Die avond liepen bekende acteurs als Dima Khandaleft, Jihad (Jay) Abdou en Lebleba gewoon rond in het kleine pand op de Kop van Zuid in Rotterdam, welwillend om te poseren met de diaspora uit het moederland.
‘Ik kom voor Dima Khandaleft, ze heeft zoveel talent’, vertelt Rayan, een Syrische Nederlander van 32. Samen met haar vriendinnen is ze uit Haarlem naar Rotterdam gekomen om haar favoriete sterren te ontmoeten. ‘Ik had haar nog nooit in het echt gezien, alleen op televisie. Het is echt geweldig om haar hier te zien.’ Een foto met de filmster lukte niet; Khandaleft was al snel weer weg. Maar dat mocht de pret niet drukken voor de dames. ‘In Haarlem valt niet zo veel te beleven’, lachen ze.
Even verderop staan Abdul en zijn vrouw Maysa. Strak in de lak en tot in de puntjes gestyled doen ze niet onder voor de sterren om zich heen. Ze stralen succes uit. ‘Ik ben dokter’, vertelt Abdul, waarna hij eraan toevoegt dat hij is uitgenodigd door de organisatie. Ondertussen neemt zijn vrouw positie in om met de juiste personen op de achtergrond op de foto te komen. ‘Hier zijn bijna alleen maar Syriërs’, lacht hij.
‘Ik ben dokter’
Het is geen toeval. De organisatie van het Arab Film Festival koos er dit jaar bewust voor om de nadruk te leggen op Syrië. Vanwege de gebeurtenissen in Syrië zelf, maar ook om de Syrische gemeenschap in Nederland eens in het zonnetje te zetten. ‘De media komen heel snel kijken als het fout gaat, maar het gaat misschien maar in een paar gevallen fout. We hebben misschien wel 30.000 verhalen over Syriërs waarbij het goed gaat’, vertelt artistiek directeur van het festival Rosh Abdelfatah, zelf een Syrische Nederlander.
Syrische rolmodellen
Op de vlaggen die het publiek stilletjes verwelkomen, staan voorbeelden van deze succesverhalen: portretten van succesvolle Syriërs met een korte beschrijving van wat ze hebben bereikt: marketingmanager, dokter of muzikant. ‘Deze portretten staan ook op sociale media en zijn duizenden keren bekeken. We hebben ze neergezet als rolmodellen, om andere Syrische jongeren te laten zien dat je kunt slagen, ondanks de problemen die je ervaart’, vertelt Abdelfatah.
Content creator in gesprek met een gast op het Arab Film Festival. Beeld: Majorie van Leijen
Hij is niet de eerste die het belang van rolmodellen uit de eigen gemeenschap benadrukt. Vooral voor jongeren die in Nederland terechtkomen, kunnen succesverhalen van andere Syrische Nederlanders die eerder hetzelfde traject hebben doorlopen een voorbeeld zijn van wat mogelijk is, schrijven verschillende onderzoekers.
Zo concludeert Max Visser van de Radboud Universiteit Nijmegen in 2024 dat begeleiding door mentoren en sleutelfiguren met een vergelijkbare culturele achtergrond een grote rol speelt bij het helpen van nieuwkomers om de Nederlandse samenleving beter te begrijpen. Zij geven niet alleen praktische informatie over onderwijs, werk en regelgeving, maar helpen jongeren ook bij het opbouwen van zelfvertrouwen, meent hij.
Vooral voor Syrische jongeren is herkenning extra belangrijk, schreef onderzoeker Rik Huizinga van de Rijksuniversiteit Groningen in 2022. Gevoelens van erbij horen hangen sterk samen met sociale contacten, erkenning en zichtbare voorbeelden van succesvolle participatie in de samenleving. Wanneer jongeren mensen ontmoeten die dezelfde achtergrond hebben en inmiddels studeren, werken of maatschappelijk actief zijn, wordt de afstand tussen hun huidige situatie en hun toekomst kleiner, concludeerde hij.
Nederlandse nieuws vertalen
Een goed voorbeeld van zo’n rolmodel is Ahmad Hamwi. Gevraagd wie ertoe doet in de lobby van het Arab Film Festival, wijzen Rayan en haar vriendinnen direct naar ‘Mr. Leiden’. ‘Iedereen kent hem.’
Zijn bijnaam heeft hij te danken aan de stad waar hij woont, maar het zegt niets over zijn reikwijdte. Hij is een bekendheid op sociale media, een Syrische influencer met 152.000 volgers op zijn Instagram-account. Dat heeft hij te danken aan zijn Arabische vertalingen van het Nederlandse nieuws.
Mr. Leiden. Beeld: Majorie van Leijen
‘Ik ben hier een aantal jaar geleden mee begonnen en had eigenlijk niet verwacht dat het zo groot zou worden’, vertelt hij trots. ‘Heel veel mensen lezen geen nieuws en missen daardoor veel informatie, bijvoorbeeld over de nieuwe migratieregels. Met mijn vertalingen informeer ik de Syrische gemeenschap.’
‘Iedereen kent hem’
Zelf moest hij ook vanaf nul beginnen toen hij in 2015 in Nederland asiel aanvroeg. ‘Dat was moeilijk. Maar vanaf het moment dat het kon, heb ik keihard gewerkt. Ik draaide vijf jaar lang nachtdiensten, zodat ik overdag kon studeren en mijn studie kon bekostigen. Ik werkte als vrachtwagenchauffeur terwijl ik een masteropleiding marketing volgde. Pas toen ik was geslaagd, stopte ik met ’s nachts werken en kon ik me richten op wat ik wilde doen.’
Of hij zich bewust is van zijn voorbeeldrol? ‘Zeker weten’, zegt hij. ‘Ik doe dit ook echt voor nieuwkomers. Ik geef ze tips over de regels in Nederland, over wat wel en niet mag bijvoorbeeld. Daarbij blijf ik altijd heel positief.’ Dat het voor veel Syrische jongeren niet makkelijk is om opnieuw te beginnen, begrijpt hij ook. ‘De eerste stap is altijd moeilijk, maar het is belangrijk om door te blijven gaan en je vooral niet te meten aan anderen. Je moet kijken naar wat je zelf kunt, naar je eigen niveau en tempo. Nederland biedt veel kansen, voor ieder persoon. Blijf je concentreren op een kans die bij jou past’, is zijn advies.
Vaderfiguur
Voorbeeldfiguren binnen de eigen Syrische gemeenschap kunnen vooral voor jongeren die alleen naar Nederland zijn gekomen een belangrijke rol vervullen, ziet ook het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC), dat onderzoek deed naar probleemjongeren in de asielketen.
‘Blijf je concentreren op een kans die bij jou past’
Hierbij duiken steeds vaker Syrische jongeren op: rondreizende, alleenstaande asielzoekers die verschillende Europese steden aandoen en zich nergens echt kunnen vestigen. Deze jongeren hebben vaak geen stabiele gezinssituatie in Nederland. Ze missen een vaderfiguur of een oom die hen een beetje in de gaten houdt, staat in het onderzoeksrapport.
Juist het gebrek aan voorbeeldfiguren maakt dat jongeren zich anoniem wanen, en dan kunnen ze probleemgedrag gaan vertonen, aldus de wetenschappers. In het onderzoek gaat het weliswaar om jongeren die nog in afwachting zijn van hun asielbesluit, maar ook zij zijn gebaat bij steun vanuit de Syrische gemeenschap die hen voorging en inmiddels gesetteld is, meent Sanne Noyon van het WODC.
Contrast
Als de sterren verdwenen zijn en de sociale-mediacontent is geüpload, begint in LantarenVenster het filmfestival. Openingsfilm is de documentaire Chronicles from the Siege – een compilatie van verhalen van gewone mensen in het Palestijnse vluchtelingenkamp Yarmouk, dat maandenlang werd belegerd door het Assad-regime. De overgang van succesvolle Syriërs naar het uitzichtloze leven van deze vluchtelingen is wrang. Maar ook dit is werkelijkheid, zegt Abdelfatah. ‘Je kunt niet om conflict heen.’
Beeld: Majorie van Leijen
Toch hoopt hij dat het festival de Syrische gemeenschap vooruithelpt. ‘Onder hen zijn veel jonge filmmakers die hier op school zitten of nu afstuderen. We willen deze jongeren helpen om verder te komen in de filmindustrie, bijvoorbeeld door ze in contact te brengen met andere filmmakers.’
‘Deze aandacht voor onze gemeenschap is heel bijzonder’, erkent Hamwi. ‘Dit geeft ons de kans om te laten zien wat we kunnen. Kunst en cultuur spelen een grote rol in ons land, in het Syrië van vóór de oorlog. We zijn misschien nog niet zo ver als andere migrantengemeenschappen in Nederland, maar we komen er wel. Syriërs staan bekend om hun harde werk. We hebben gewoon een beetje tijd nodig.’
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.