In de Kanttekening schreef Kivilcim Pinar, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in Alkmaar, maandag een oproep aan moslims om tijdens het Offerfeest geen dieren meer te doden. Hij wijst op alternatieven, bijvoorbeeld het offeren van geld aan minderbedeelden en het laten planten van olijfbomen in Palestina.
Pinar deed die oproep met de herinnering dat de meeste dieren die op deze dagen worden geslacht afkomstig zijn uit de intensieve veehouderij, waar elk jaar ongeveer 500 miljoen onder afschuwelijke omstandigheden worden gehouden. ‘Ze worden fabrieksmatig vermeerderd, vetgemest, afgeslacht – dagelijks 1,7 miljoen – en verwerkt. Dit wordt ‘vee-industrie’ of soms bio-industrie genoemd. Ik noem het barbarij’, aldus Pinar.
Toen ik het artikel las, stond ik hier in eerste instantie sympathiek tegenover, omdat ik het met de schrijver eens ben. Maar ik vermoedde al meteen dat rigide moslims hier aanstoot aan kunnen nemen. Waarom weer zo’n discussie, net voor het Offerfeest? Is dit niet voer voor niet-moslims, die niet om diervriendelijke maar om islamofobe redenen het Offerfeest willen afschaffen? Die vrees bleek niet ongegrond, afgaande op de witte niet-islamitische retweets die Pinars opiniestuk ontving. Maar volgens mij is er geen beter moment om het dierenleed, dat dezer dagen plaatsvindt, aan de kaak te stellen.
Wat de islamitische publicist Nourdeen Wildeman vervolgens schreef, gaat alle perken te buiten. ‘De oproep om een verplichte religieuze handeling niet te verrichten is een oproep van kufr (ongeloof, TB) en behoort door alle moslims onomwonden te worden afgewezen’, tweet hij. ‘Als je de islam niet wilt, dan niet.’
Hallo zeg! Waarde Wildeman, is dat niet een beetje heftig? Door dit te twitteren bestempelt hij Pinar mijns inziens tot ongelovige en gooit hij hem voor de islamitische bus. Met zo’n boude stelling pretendeer je immers niet alleen voor alle moslims te spreken. Nee, Wildeman gaat veel verder. Hij gaat ook nog eens op de stoel van Allah zitten. Want wie heeft hem het recht gegeven om een ander tot ongelovige te bestempelen? In de islam heeft geen enkele sterveling het recht om dat te doen. Alleen Allah velt het eindoordeel.
Je kan het met Pinar eens of oneens zijn, maar waarom moet dat op zo’n radicale manier? Eerlijk is eerlijk, ik dacht ook meteen: typisch bekeerlingen. Het komt vaker voor dat zij roomser dan de paus willen zijn. Dan gaan ze geboren moslims met een paar hadiths die ze ergens hebben opgepikt de les lezen. Waarom? Wil je bewijzen dat je meer moslim bent?
Als dat zo is, dan heb je echt niks van de islam begrepen. Mensen tot ketter verklaren en excommuniceren uit de gemeenschap, dat maakt je niet meer, maar juist minder moslim. Maar goed, niets menselijks is de moslim vreemd. Ook wij laten ons weleens meeslepen door geldingsdrang en bezondigen ons aan arrogantie. Kan gebeuren. Ik hoop dat Wildeman zijn excuses zal maken, niet alleen aan Pinar, maar aan alle moslims die het met Pinar eens zijn, zodat we deze discussie op een respectvolle manier kunnen voeren.
ChristenUnie-lid Efraïm Hart is teleurgesteld in zijn partij, nu die definitief heeft besloten in Flevoland met de PVV te gaan besturen. ‘Ik wilde hier graag een discussie over, maar het bestuur bood hier initieel nauwelijks ruimte voor.’
De fracties van BBB, VVD, PVV, ChristenUnie en SGP hebben een coalitieakkoord gesloten. Tegen een coalitie met de PVV is er onder een groep ChristenUnie-leden veel weerstand, Maar in tegenstelling tot de PvdA, waar de leden akkoord moeten gaan met de coalities die worden aangegaan, kan de ChristenUnie-fractie besluiten nemen ‘zonder last’.
Het bestuur van de ChristenUnie Flevoland besloot dat de ledenvergadering besloten zou zijn. De pers was niet welkom. Het Nederlands Dagblad stond voor het gebouw van de pinkstergemeente El Encuentro con Dios in Almere, om verslag te doen van de vergadering. Er kwam een motie van teleurstelling over het feit dat de ChristenUnie ‘ondanks alle zorgen en weerstand’ de coalitie met de PVV heeft ‘doorgezet’. De motie kreeg 33 stemmen voor, 25 stemmen tegen en 5 onthoudingen.
De 31-jarige arts Efraïm Hart, voormalig campagneleider van de ChristenUnie in Almere, vertelt de Kanttekening persoonlijk zijn vertrouwen te hebben verloren in de fractie van ChristenUnie Flevoland. Hij zag grote teleurstelling onder een groot deel van de leden. ‘De leden willen met de ingediende motie een vinger aan de pols houden. Volgend jaar zal de samenwerking in deze coalitie met de PVV worden geëvalueerd.’
Het bestuur van de ChristenUnie Flevoland had weinig zin in discussie, vertelt Hart. ‘Niet alleen was de pers niet welkom op deze vergadering, maar er was initieel geen ruimte voor vragen. Pas na aandringen van meerdere leden gaf de fractievoorzitter aan dat er over de actualiteit – de coalitie met de PVV – gediscussieerd mocht worden en vond het bestuur dit goed. Ze wilden eerst dat de fractievoorzitter wat over het coalitieakkoord zou vertellen, zonder dat de leden de fractie daarop zou mogen bevragen. Ik stelde de fractievoorzitter een kritische vraag over wat hij vond van de kritiek en weerstand – provinciaal en landelijk, van partijprominenten – op de coalitie met de PVV. Hij antwoordde dat hij inderdaad ongemak voelde, maar de coalitie wilde doorzetten. ‘We sluiten niemand uit’, zei hij. Ik wilde daarop een vervolgvraag stellen, maar daar stak het bestuur een stokje voor. Eerst waren andere vragenstellers aan de beurt, en daarna zou de voorzitter bij mij terugkomen. Dat deed hij echter niet, waarop ik een punt van orde wilde maken. Uiteindelijk hebben andere aanwezige leden de voorzitter gevraagd om mij ruimte te geven.’
Fractievoorzitter Hofstra zei gisteren niemand te willen uitsluiten, ook de PVV niet. Hij beriep zich ter verdediging van zijn keuze onder andere op de Bijbel. Efraïm Hart vindt dit echter geen goed argument. ‘Terwijl de verbinding met de PVV wordt gezocht, worden CU-leden die moeite hebben met samenwerking buitengesloten.’
De ultrarechtse Italiaanse premier Giorgia Meloni voert een islamofoob beleid, stelt de Amerikaanse wetenschapper Farid Hafez in een groot essay op Middle East Eye. Haar partij Fratelli d’Italia en Lega Nord trekken ten strijde tegen de ‘islamisering’ van Italië.
Fratelli d’Italia (FdI) heeft nu een wetsvoorstel ingediend om het gebruik van garages en pakhuizen als moskeeën te verbieden. Tommaso Foti, leider de de FdI-fractie in het Italiaanse parlement, beweert dat deze maatregel de islamisering van Italië zou stoppen. Het is een omstreden wetsvoorstel, waar De Groenen en liberalen tegen zijn. Deze progressieve partijen zijn van mening dat hierdoor de godsdienstvrijheid van moslims wordt beknot.
Meloni zelf staat ook bekend als een islamofoob, aldus Hafez. In 2019 schreef ze, toen ze nog oppositiepolitica was, het voorwoord bij het eerste rapport over de islamisering van Europa van de rechtse denktank Ferefuturo Foundation. Ze schreef dat ze vreesde voor de profetie van Michel Houellebecq, de controversiële Franse schrijver die in de roman Soumission beschreef hoe Frankrijk door de Moslimbroederschap werd overgenomen. Als we niets zouden doen ‘kan dit onvermijdelijk werkelijkheid worden’, aldus Meloni. En in het rapport over islamofobie in Italië in 2022 schreef onderzoeker Ada Mullol Marin: ‘Leden van FdI en Lega hebben verklaringen afgelegd tegen bestaande moskeeën en de bouw van nieuwe moskeeën in het land, met het argument dat ze sociale conflicten veroorzaken.’ Hafez wijst daarnaast op het zijns inziens islamofobe discours in rechtse media, waar de bouw van moskeeën werd geframed als de bouw van een ‘islamitisch getto’.
Waarom blijft het zo lastig om kolonialisme en racisme bespreekbaar te maken? Daarover gaat de tentoonstelling ‘[H]erkennen Herbouwen’ in de Rotterdamse Kunsthal.
De tentoonstelling is een samenwerking tussen de Kunsthal en Museum Boijmans van Beuningen. Als gastcurator treedt de kunstenaar patricia kaersenhout (zonder hoofdletters) op. De aanleiding is het herdenkingsjaar voor het Nederlandse slavernijverleden.
Wonderkamers
Kaersenhout is beeldend kunstenaar en activist. Ze onderzoekt in haar werk de Afrikaanse diaspora in relatie tot feminisme, gender, seksualiteit, racisme en het Nederlandse slavernijverleden.
Het is overduidelijk dat ze een sterke band heeft met het thema, maar toch verraste het verzoek om deze tentoonstelling samen te stellen haar: ‘Ik was nog niet eerder curator geweest, maar vond het een leuke uitdaging. Vooral omdat het om een totaalinstallatie gaat. Ik kreeg carte blanche en werkte samen met een fantastisch team. Een van hen is ontwerper en docente Roza te Velde. Wat betreft kolonisatie zitten we op dezelfde golflengte. Ze zei dan ook meteen ‘ja’ toen ik haar vroeg. Museum Boijmans is momenteel gesloten, maar ik mocht 25 kunstwerken van het museum uitzoeken voor de tentoonstelling. Gaandeweg wilden meerdere Rotterdamse musea meedoen, waaronder Het Natuurhistorisch Museum, het Maritiem Museum en het Museum Rotterdam.’
Duizend vierkante meter lijkt veel om te mogen vullen, maar toch moeten er strenge keuzes worden gemaakt. De ruimte is verdeeld in vijf delen, waarin de wonderkamers, ook wel rariteitenkabinetten genoemd, uit de zeventiende en achttiende eeuw worden nagebootst. Ze worden beschouwd als voorlopers van de hedendaagse musea.
Kaersenhout: ‘Wonderkamers waren kamers in de woningen van rijke mensen, vol met objecten die geroofd waren in overzeese gebieden. Dat wil ik omdraaien. In deze wonderkamers wordt de witte cultuur als een wonderlijk fenomeen gezien. Ik heb vijf opkomende kunstenaars gevraagd om een kritisch kunstwerk te maken: Bouba Dola, Tommy van der Loo, Devika Chotoe, Ada M. Patterson en Dominique Latoel. Daarnaast zijn er vijf gedichten te horen van emeritus professor Gloria Wekker. De kamers zijn gebaseerd op het zogenoemde ego defense mechanism, dat je beschermt tegen pijnlijke emoties. Socioloog Paul Gilroy heeft dit vertaald naar vijf onderwerpen waar een zwart subject tegenaan loopt op het moment dat er onrecht wordt ervaren: ontkenning, schuld, schaamte, herkenning en verzoening.’
Excuses
Officieel is de slavernij in het Koninkrijk der Nederlanden op 1 juli 1863 afgeschaft, maar daarna moesten de tot slaaf gemaakte mensen in Suriname nog tien jaar doorwerken om het verlies van de eigenaren te compenseren. ‘Wie een misdaad tegen de menselijkheid pleegt, krijgt compensatie’, vat kaersenhout samen. ‘Waarom wordt er niet gepraat over herstel, waarmee de positie in de samenleving van de nazaten verbeterd wordt? Bijvoorbeeld intergenerationele therapie, een basisinkomen en gratis zorg, om naar een paar voorbeelden te noemen.’
‘Excuses gaan niet alleen over woorden, maar ook over daden’
De excuses die het kabinet in december vorig jaar maakte, noemt kaersenhout een lege huls. ‘Excuses gaan niet alleen over woorden, maar ook over daden. Er is niet geluisterd naar de achterban. Wat is het plan hierachter? Ik ben achterdochtig en veel mensen met mij. Zelf stam ik af van tot slaaf gemaakten. In de Oude Kerk in Amsterdam ligt een zwarte man begraven die een voorouders van mij is. Hij was als slaaf geboren en werd later vrijgekocht door zijn witte slavenhouder.’
Kaersenhout voelt aan den lijve hoe het slavernijverleden doorwerkt. ‘Het werkt ook door in je lichaam. Veel jonge mensen hebben daar erg veel last van. Ik ben heel blij met het beeld van een zwarte vrouw op het Stationsplein in Rotterdam. Er vindt nu een kanteling plaats, waarin zwarte vrouwen zich steeds meer op positieve wijze gepresenteerd zien. De erkenning begint te komen. Ik ben dankbaar dat ik daar onderdeel van uit mag maken.’
patricia kaersenhout spreekt in de Kunsthal Rotterdam op 24 juni 2023. Beeld: Bas Czerwinski.
Kaersenhout wijst op de vijf kasten die kunstenaar Dominique Latoel heeft beschilderd als onderdeel van de tentoonstelling. In deze kasten zijn geluidsopnamen te horen van Rotterdamse nazaten uit gekolonialiseerde gebieden zoals Indonesië, Suriname en de Antillen. ‘Als de tentoonstelling voorbij is worden de kasten geveild in het Verhalenhuis Belvédère. De opbrengst is voor de Molukse stichting Van Ver Gekomen en bestemd voor een eigen monument in Rotterdam. De boodschap erachter is dat we uit verschillende gebieden komen, nu in Nederland wonen en solidair met elkaar moeten zijn, in plaats van elkaar te bevechten.’
Tommy van der Loo is een van de kunstenaars die meedoet aan de tentoonstelling [H]erkennen Herbouwen. Onderwerpen die regelmatig terugkeren in zijn werk zijn geschiedenis, dood en ongelijkheid.
‘De Kunsthal is een van de meest gerenommeerde musea van Nederland en doet veel met diversiteit en inclusie’, zegt Van der Loo. ‘Een hele eer om hier je werk te mogen tonen, zeker met een onderwerp dat ik de laatste jaren heb onderzocht. Mijn moeders familie stamt af van tot slaaf gemaakten. Dat voelt als iets wat ver weg is en toch ook dichtbij.’
De nog levende opa van Tommy van der Loo werd in 1928 geboren op een plantage in een vertrek waar vroeger tot slaaf gemaakte mensen leefden. ‘Mijn opa drukt zijn stempel op de familie. Hij was niet tot slaaf gemaakt, maar zat wel in een vergelijkbare positie omdat hij een laag loon kreeg en een groot deel daarvan moest afstaan aan de plantage-eigenaar. Het verschil met vroeger was dat hij de mogelijkheid had om weg te gaan, en ook dat hij zich door middel van onderwijs verder kon ontwikkelen. Dat deed hij. Hij ging bij de politie werken en heeft zich opgewerkt tot hoofdcommissaris. Door zijn levensvisie ben ik na de kunstacademie kunstgeschiedenis gaan studeren aan de Radboud Universiteit. Ik werk als docent beeldende vorming én als kunstenaar. Het is een mooie combinatie.’
Van der Loo staat positief tegenover de excuses van het kabinet voor de slavernij, ondanks dat de manier waarop anders had gekund en het uitzonderlijk laat is. ‘Beter laat dan nooit. Helaas worden de dingen vaak zwart-wit gezien. Wel herdacht, niet herdacht. Nazaat van een tot slaaf gemaakte of niet. Door mijn achtergrond sta ik aan beide kanten van de geschiedenis.’
Wat Van der Loo een beetje stoort is dat er niet naar alle adviescommissies is geluisterd. ‘Als je het doet, doe het dan goed. Maar in de eerste instantie was ik blij met het gebaar. Dit jaar wordt er meer stilgestaan bij de afschaffing van de slavernij, omdat het honderdvijftig jaar geleden is dat de slavernij werd afgeschaft. De viering, Keti Koti, is elk jaar op 1 juli. Wat mij betreft zou dit een nationale feestdag kunnen worden.’
Over zijn kunstwerk voor de tentoonstelling doet Van der Loo nog een beetje geheimzinnig, maar het heeft te maken met inmiddels verguisde zeehelden. ‘De afgelopen tien jaar zijn er beelden van ‘zeehelden’ uit de zeventiende eeuw beschadigd. Ik wil absoluut niet aanzetten tot geweld, maar die gehavende beelden, een teken van verzet, hebben een zekere schoonheid. Het is net als met deze tentoonstelling: herkennen, herbouwen is anders dan je gewend bent en nodigt uit tot nadenken.’
In een ander onderdeel van de tentoonstelling vertellen Rotterdammers over de erfenis van de slavernijgeschiedenis van de stad. De bedoeling is dat bezoekers zich openstellen voor een andere gezichtspunten. Achter de objecten uit het koloniale tijdperk zitten pijnlijk onderwerpen verborgen zoals dwangarbeid, oorlog, armoede, racisme en onbeschrijflijk veel ander leed.
Hoe konden westerse machthebbers het institutionele systeem van slavernij vestigen, terwijl ze tegelijk dweepten met de idealen van de Verlichting? Die vraag hield me voortdurend bezig tijdens mijn onderzoek naar de slaafgemaakte Albertus Van van de Vijver.
Het ideaal was dat alle mensen gelijk geschapen en begiftigd zijn met zekere onvervreemdbare rechten. ‘Leven, vrijheid en het nastreven van geluk’, schreef de filosoof John Locke. Een zin die ook terecht kwam in de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring. Ook verwezen Verlichtingsdenkers naar Bijbelse opdrachten: heb uw naasten lief gelijk uzelf, en wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.
Gaandeweg ging ik een andere vraag stellen: hoe komt het dat mensen zich niet verzetten tegen de onmenselijkheden van de slavernij? Ook nu, honderdvijftig jaar na de formele afschaffing, zijn er naar schatting vijftig miljoen slaafgemaakte mensen op deze planeet. En het fort Europa, met zijn migratieregels, draagt bij aan een systeem waarbij vluchtende mensen worden slaafgemaakt in Afrika omdat ze in handen vallen van afpersende mensensmokkelaars. Ze belanden in loodsen en containers in de woestijn. Zeg niet dat het verlichte Europa dat niet weet.
In zijn nieuwe boek Not so black and white stelt de Britse-Indiase neuropsycholoog Kenan Malik dat juist het gelijkheidsstreven van de Verlichting de westerse koloniale machten stimuleerde om uitvluchten te verzinnen voor het feit dat zij inheemse volkeren en zwarte mensen uitbuitten. Vanaf de zeventiende eeuw waren landen als Spanje, Engeland, Frankrijk en Nederland begonnen met verovering van gebieden ver buiten de grenzen, met als doel exploitatie en winst. Nadat ze inheemse bevolkingen voor een groot deel hadden uitgeroeid en er krachten nodig waren om op de plantages te werken, gingen ondernemingen over op roof en deportatie van 12,5 miljoen Afrikaanse mensen. Gekleurde mensen werden boedel, objecten, pionnen in het koloniale systeem, louter een productiemiddel.
Kwalificaties deden opgeld van gekleurde mensen als dom, onderontwikkeld, maar sterk genoeg voor zwaar werk, waarvoor witte mensen niet in de wieg gelegd waren. Daaruit ontstond het idee van een soort, een klasse, een kleur die minderwaardig was en ten slotte de fictie van ras. Om te culmineren in de waanzin van een hoogste ras dat toevallig de kleur van de bedenkers had.
Het idee van die geitenpaadjes is heel behulpzaam bij het analyseren van het zwijgen over hedendaags inbreuken op mensenrechten. Nu, honderdvijftig jaar na de afschaffing van de slavernij waarin we andere mensen voor onze welvaart een miserabel en uitzichtloos leven bezorgden, gaan we nog een stapje verder. Voor hetzelfde doel zijn we nu zelfs bereid te betalen. Vanwege de westerse rijkdom hebben we geen Afrikanen meer nodig. Zelfs als productiemiddel heeft een Afrikaan geen nut meer; hij is slechts last.
‘Net als in tijden van slavernij leggen wetten het af tegen economische belangen’
Daarom vatte de Europese Unie het plan op om een mens die onze hulp nodig heeft omdat hij anders omkomt door honger, dorst en oorlog, met 20.000 euro weg te werken. De perverse nazaat van de koloniale homo economicus doet zijn intrede. Een vernietiger van zijn broeder. Het geitenpad heet nu het onbewezen credo: dat kunnen onze economieën niet aan. Lees: dan worden we minder rijk. Tot zover het recht op leven, vrijheid en geluk voor iedereen. Net als in tijden van slavernij leggen juridische wetten het af tegen economische belangen. Een land dat een asielzoeker niet wil, kan dat bedrag aan een collega land betalen. De EU framet het als een gebaar van interne solidariteit.
Waarom zijn er geen regeringsleiders die bezwaar hebben tegen het ontmenselijken van een mens? Vraagt niemand zich af wat dat met Afrikaanse mensen doet die van dit plan horen? Waarom zijn er zo weinig regeringsleiders die uitvoering van recht eisen, in plaats van deals met Tunesië waar racistisch overheidsbeleid het leven van gekleurde mensen in gevaar brengt? Nee, eeuwenlang waren we gewend geitenpaadjes te bewandelen. Wie een andere weg inslaat tegen illegaal migratiebeleid heet soft en is niet meer herkenbaar.
In het neoliberalisme zijn westerse mensen uitsluitend klant en ondernemer. Maar burgers, politici en ambtenaren moeten juist luid en duidelijk opkomen voor de onvoorwaardelijkheid van universele mensenrechten. Het vergt moed om uit het frame van softie te stappen. Pak het wapen van die keiharde wetten op om de (mede)mens te beschermen. Daaronder vallen ook gelijke economische rechten voor mensen op andere continenten. Ook als dat betekent dat mensen van kleur in groten getale hiernaartoe komen om die rechten te laten gelden. Dan tonen we pas echt dat we onze fouten erkennen en de nationale excuses voor het slavernijverleden gemeend zijn.
De Turkse justitie heeft TELE1-hoofdredacteur Merdan Yanardağ opgepakt vanwege ‘lovende’ opmerkingen over de gevangen Koerdische PKK-leider Abdullah Öcalan, die een levenslange gevangenisstraf uitzit.
De hoofdredacteur zou ‘propaganda’ hebben gemaakt ‘voor een misdadiger en een terreurorganisatie’. Dit meldt de Turkse-Armeense krant Agos.
Yanardag haalde Öcalan aan om een AKP-parlementslid over ‘het vredesproces’ (dat tussen 2013 en 2015 liep tussen de Turkse staat en de PKK liep) te corrigeren. ‘Dit is geen houding die Abdullah Öcalan prijst. Ik bekritiseer de manier waarop het vredesproces nu verloopt’, waren de gewraakte woorden.
In een andere uitzending uitte Yanardag ook kritiek op het isolement van Öcalan, die al jaren niemand kan ontvangen. ‘De isolatie die Abdullah Öcalan is opgelegd heeft geen plaats in de wet. Hij kan niet eens zijn familie en advocaat ontmoeten’, zei Yanardag.
Ebubekir Şahin, voorzitter van de Hoge Raad voor Radio en Televisie (RTÜK), verklaarde dat ze een onderzoek zijn begonnen. ‘Naar aanleiding van de verklaringen van de persoon genaamd Merdan Yanardağ, die het terroristenhoofd prees, de moordenaar van duizenden mensen, is het noodzakelijke onderzoek gestart op Tele 1’. Yanardag ontkent de aantijgingen.
Abdullah Öcalan werd in 1999 opgepakt in een gecoördineerde actie van de Amerikaanse, Israëlische en Turkse geheime diensten. De PKK (die op de terreurlijst staat van Turkije, de VS en EU) voert al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw strijd voor autonomie van de Koerdische gebieden in Turkije. Sindsdien zijn er meer dan 40.000 dodelijke slachtoffers, met name Koerdische burgers.
De Saoedische autoriteiten verwachten dit jaar maar liefst 2,5 miljoen pelgrims voor de hadj. De afgelopen jaren waren er veel minder bezoekers, vanwege de strenge coronamaatregelen.
Volgens de Saoedische minister van Hadj en Umrah – de Umrah is de kleine bedevaart die niet verplicht is – zullen dit jaar naar verwachting meer dan 2,5 miljoen mensen de hadj maken.
‘Ik beleef de mooiste dagen van mijn leven’, zegt Abdelazim, een 65-jarige Egyptenaar die twintig jaar spaarde om op hadj te kunnen. Hij moest daarvoor 5.500 euro neertellen. De 25-jarige Indonesische student Yusuf Burhan is bemiddelder en kan de hadj nu al doen. ‘Ik kan mijn gevoelens niet beschrijven’, zegt hij. ‘Dit is een grote zegen. Ik had nooit gedacht dat ik dit jaar de hadj zou verrichten.’
Omdat er ongelooflijk veel mensen op kleine ruimtes aanwezig zijn vormt de hadj een grote veiligheidsuitdaging voor de Saoedische autoriteiten. Zo overleden in 1990 meer dan 1400 mensen door verstikking of werden doodgetrapt, tijdens een stormloop in een tunnel vlakbij Mekka. In 2015 vond een vergelijkbare ramp plaats, met ongeveer 2.300 doden tot gevolg.
Dit jaar is de zomerse hitte een probleem. Pelgrims nemen witte parasols mee, om zich te beschermen tegen de brandende zon. De temperaturen lopen in Saoedi-Arabië nu op tot 45 graden Celsius.
De hadj is een van de vijf zuilen van de islam. Moslims moeten minstens een keer in hun leven meedoen aan deze bedevaart naar Mekka, de belangrijkste stad in de islam. Over de betekenis van de hadj voor moslims heeft Karim Amghar een documentaire gemaakt voor de NTR, die sinds zondag wordt uitgezonden op NPO2. De Kanttekeninginterviewde hem daarover.
Hoewel ongeveer de helft van de Surinaamse kinderen thuis geen Nederlands spreekt, of heel weinig, is het Nederlands wel verplicht op school. Dit zorgt voor slechte schoolresultaten en veel schoolverlaters.
Dat schrijft Zoë Deceunick in Afromagazine. Er worden in Suriname meer dan twintig talen gesproken, maar als je carrière wil maken moet je Nederlands spreken, de taal die je op school moet spreken maar ook in de rechtbank en het Surinaamse parlement. Veel kinderen spreken thuis geen Nederlands en hebben, omdat het Nederlands de voertaal is op school, een achterstand.
De helft van de Surinaamse kinderen behaalt geen basisschooldiploma. En in het binnenland haalt slechts zes procent van de jongeren naar de middelbare school. Dat heeft ook te maken met de grotere afstanden daar van huis naar school en het gebrek aan gediplomeerde docenten. De schooluitvalcijfers in Suriname zijn de hoogte in het Caribisch gebied.
Door de Rutu Foundation, een stichting voor intercultureel onderwijs, wordt aan een oplossing gewerkt: tweetalig onderwijs, in het Nederlands en in de taal die je thuis spreekt. Er zijn nu schoolboeken in het Kaslina, een taal die door de inheemse bewoners van Suriname wordt gespreken, het Lokono, een andere inheemse taal, en in het Saramaccaans, een taal die door de marrons (de afstammelingen van ontsnapte slaven) wordt gesproken.
Onder het Surinaamse establishment is er echter weerstand tegen meertalig onderwijs. Ellen-Rose Kambel, medeoprichter van de Nederlandse Rutu Foundation: ‘De mensen met politieke of economische macht zijn over het algemeen mensen die het Nederlands beheersen en Nederlandstalige opleidingen hebben gevolgd. Zij vinden: ‘Het is mij ook gelukt, dus dan moet iedereen het kunnen’.’ Maar in werkelijkheid lukt het lang niet iedereen.
De Sint Antoniusschool in Galibi is nu een meertalige school geworden. De school hoopt een voorbeeld voor Suriname te kunnen zijn, en te laten zien dat meertaligheid kan werken. ‘Je moet er alleen heel veel geduld voor hebben’, zegt Kambel.
Ahmed Beki en Khalid Omar zijn twee van de duizenden vluchtelingen die in Europa aankomen voor asiel. Het bijzondere aan het verhaal van deze twee Koerden uit Kobane in Noord-Syrië is dat zij dat zwemmend hebben gedaan van Marokko naar Spanje.
Dat meldt de Koerdische nieuwszender Rudaw. De reis van de twee Koerden begon in Kobane (de stad waar in 2014 de opmars van ISIS werd gestopt). Van Kobane reisden ze per auto naar Libanon. Van Libanon pakten ze de vliegtuig naar Libië en staken vervolgens over naar Algerije en vandaar weer naar Marokko.
Op 24 juni vroeg sprongen ze de Middellandse zee in en vertrokken naar Spanje, meldt Rudaw. Ze verbleven maar liefst vier uur in zee en ondervonden vele moeilijkheden naar eigen zeggen. Uiteindelijk slaagden ze erin om de kust van Sebte in Spanje te bereiken.
‘De weg was vol met soldaten. We doken tussen hen in, de soldaten achtervolgden ons, maar we redden onszelf,’ meldt Omar en vervolgt, ‘We waren erg moe, we dachten dat we het niet zouden overleven, ik was erg bang. Maar op de een of andere manier hebben we het overleefd,’ zegt hij.
Beki: ‘We hebben vier uur in het water gelegen. We hebben 9 kilometer afgelegd. God heeft ons gered.’
De Koerden verblijven nu in een vluchtelingenkamp in de hoop asiel te krijgen en een nieuw leven te beginnen.
Moet Keti Koti, de jaarlijkse herdenking en viering van de afschaffing van de slavernij, een nationale vrije dag worden zoals Bevrijdingsdag? De Kanttekening legt die vraag voor aan Fati Benkaddour, Camiël Kesser en Fazle Shairmahomed. ‘Waarom moet dit überhaupt een discussie zijn?’
Voor deze nieuwe generatie Nederlanders, geboren en getogen in Nederland, is een antikoloniale houding vanzelfsprekend en is de huidige discussie een teken dat Nederland groeit. Antiracismecoördinator Rabin Baldewsingh nam vorig jaar al een voorschot op de discussie. Volgens hem is het moment daar: ‘Er is weinig aandacht voor ons slavernijverleden terwijl er eigenlijk zo veel te vertellen is. Ik wil graag dat heel Nederland betrokken is bij deze herdenking, niet alleen de Afro-Caribische gemeenschap’, zei hij toen.
De Marokkaans-Nederlandse docent en therapeut Fati Benkaddour hield vorig jaar een ‘afscheidsinterview’met Zwarte Piet en schrijft voor opiniesite Joop over racisme en kolonialisme. Voor haar is het antwoord op de vraag, of Keti Koti een vrije dag moet worden, duidelijk. ‘Waarom moet dit überhaupt een discussie zijn? Zijn er mensen onheus bejegend, onmenselijk behandeld, verkracht en vermoord? Is Nederland de dader? Ja. Herdenk dan je fout, punt,’ vertelt ze. ‘Door Keti Koti in de meningenoorlog te sleuren, ontkent men opnieuw de autonomie en waardigheid van de andere mens. Van de slachtoffers in dit geval. Zo blijft de destructieve symbiose van het kolonialisme in stand.’
De Surinaams-Nederlandse podcastmaker Camiël Kesser is actief voor de onderzoeksgroep Sociale Rechtvaardigheid en Diversiteit van de Amsterdamse Hogeschool voor Kunsten. Hij gelooft in ‘openheid voor verandering’ en stoort zich aan de discussie: ‘Soms maken we in Nederland situaties te politiek gekleurd en ingewikkeld. Waarom wordt de vrijheid van de een anders gewaardeerd dan de ander? Vanuit mijn oogpunt delen Nederland en Suriname een gezamenlijke geschiedenis. Net zoals vrije dagen en feesten inzake de Tweede Wereldoorlog, zou Keti Koti als vrije dag niet meer dan terecht zijn.’
Bij zijn vorige werkgever mocht Kesser vrije dagen naar wens inruilen. ‘Had je niet zoveel met Suikerfeest, wissel het dan met Keti Koti. Vond je Bevrijdingsdag niks, wissel die met het Suikerfeest. Dat is in mijn ogen ook een goeie optie. Hierbij faciliteer je de verschillende groepen die samenleven in Nederland.’
De Surinaams-Hindostaanse kunstenaar Fazle Shairmahomed investeert zijn tijd vooral in zijn eigen ‘community’. Voor hem is het evident dat 1 juli een nationale vrije dag moet zijn. De discussie is al lang passé. ‘De mensen met wie ik werk zijn namelijk best woke. Iedereen gaat er zelfs vanuit dat ik heel druk ben rondom 1 juli, en is daar dus ook gevoelig voor. Ik spreek natuurlijk vanuit een hele specifieke beleefde realiteit.’
Dat neemt voor hem niet weg dat hij het ‘geweldig’ vindt dat er zoveel initiatieven zijn met ruimte voor dialoog. ‘Parallel daaraan loopt voor mij ook de 150-jarige migratie van Hindostanen naar Suriname. Terwijl de slavernij eindigde, begon de contractarbeid, de gedwongen arbeidsmigratie van Surinaamse Hindostanen. Hierover zijn mooie events georganiseerd dit jaar, bijvoorbeeld de samenwerking tussen het Sarnami-huis in Den Haag en de Keti-Koti dialoogtafel. In verschillende steden, Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Rotterdam zijn er specifiek dialoogtafels tussen Afro-Surinamers en Surinaamse Hindoestanen geweest. Ik vind het mooi hoe deze verbindingen steeds meer worden gemaakt. Ja, ik voel maatschappijbreed zeker een groeiende interesse in het onderwerp. Maar nogmaals: ik ben me bewust dat ik vanuit een bepaalde bubbel praat. Ik heb zelf gewoon een strategie gecreëerd, dat ik met mensen wil zijn die voor mijn community zijn, en dat ik ook daar mijn tijd en energie investeer.’
Nederlanders als daders
Shairmahomed heeft ook een mening over de doorwerking van de slavernijgeschiedenis in het heden, die door sommigen wordt ontkend. Hij vindt dat een belangrijke reden om mensen te blijven informeren en ergert zich aan mensen die zeggen dat niet zo te voelen. ‘Zo van: het is al zo lang geleden. Want voor mij voelt dat weer bijna als een ontkenning van de geschiedenis. Hoezo geen doorwerking? Wat is dan de basis van historiciteit en dat we überhaupt over geschiedenis praten? Het is interessant hoe er een soort cognitieve dissonantie optreedt als het aankomt op de koloniale geschiedenis. Bij de Tweede Wereldoorlog spreekt iedereen van een vanzelfsprekende doorwerking in het heden. Er is nog steeds jodenhaat, zegt men. Maar is er dankzij het koloniaal verleden dan geen racisme? Aan sommige mensen moet je uitleggen dat racisme daar een directe uitkomst van is. Als je het aan mij vraagt is het hele concept van de natiestaat, een zeer gewelddadige uitkomst van kolonialisme.’
Kesser denkt dat een afwijzende houding tegenover Keti Koti verbonden is met het ontbreken van blik op onze geschiedenis waarin oog is voor het feit dat Nederlanders soms de daders zijn. ‘Daarom is ook de manier waarop we Dodenherdenking en Bevrijdingsdag vieren mijns inziens hypocriet. Het lijkt op die dagen alsof Nederland en Nederlanders alleen maar slachtoffer waren, terwijl er ook genoeg nazi-sympathisanten hebben meegeholpen en meegewerkt. Omdat veel Nederlanders in de oorlog slachtoffer waren, is deze dadersgeschiedenis makkelijker te verbloemen dan bij de slavernij, waarin het ontegenzeggelijk is dat Nederlanders als dader aangewezen kunnen worden. Daarom is de impact van de collectieve herinnering aan Keti Koti te veel tegen het zere been van de Nederlandse staat.’
Hertraumatisering
Benkaddour denkt dat de meningenstrijd waar de Keti Koti discussie ‘elke keer weer’ op uitdraait een afweermechanisme is. ‘Door achter een rationele discussie te schuilen, blokkeren Nederlanders de toegang tot het diepere emotionele brein dat schuld voelt. Immers, je hebt iets verschrikkelijks gedaan als volk. Dus liever verzanden witte Nederlanders in afweermechanismen en wijzen ze degenen die hen ermee confronteren af, want anders moeten ze dat schuldgevoel doorvoelen. Dat dadertrauma wordt echter niet opgeheven door ontkenning en bagatellisering. Het hertraumatiseert de nazaten van de slachtoffers.’
Ook dat proces van hertraumatisering werkt nog door in Nederland, zegt Benkaddour. ‘Het racistische systeem waarop Nederland haar structuren heeft kunnen bouwen, bestaat nog steeds. De witte gevestigde orde gaat tot op de dag van vandaag op dezelfde voet verder: met segregatie op het gebied van woningen, financiën, stageplaatsen en sollicitaties. En er bestaat ook emotionele en psychologische segregatie. De gevolgen van de het racistische kolonialisme zijn in Nederland voor alle mensen van kleur te voelen.’
Kesser denkt dat er altijd verschil van perspectief zal blijven. ‘De een spreekt vanuit emotie, de ander vanuit ratio, en weer een ander vanuit verkeerde informatie of vanuit activisme. Hierdoor kunnen sommige woorden totaal andere betekenissen krijgen, waardoor men niet naar elkaar luistert en elkaar ook niet begrijpt. Dit komt allemaal door de tijd, en de onwetendheid over welke systemen van de slavernij nog terug te vinden zijn in het hedendaagse leven. Mensen ervaren in Nederland voornamelijk voordelen, maar weten niet meer hoe we hier gekomen zijn. Hierdoor kan het wrang voelen om dat opnieuw te onderzoeken. Maar zelfonderzoek is belangrijk om te weten wie we zijn en waar we vandaan komen. Daarom is Keti Koti belangrijk, als herinnering aan waar we onze welvaart en vrijheid aan te danken hebben – aan ongelijkheid en onvrijheid van anderen dus.’
Benkaddour appt na het interview nog een kritisch meme over witte mensen die vinden dat er te veel aandacht is voor het slavernijverleden. ‘Why do they have to shove it in my face?’, vraagt iemand zich daarin af. Het antwoord: ‘Translation: I like it better when you were invisible and I could pretend that you did not exist.’ Benkaddour vindt dat ironisch. ‘Dit zijn precies dezelfde mensen die willen dat ik een leven lang mijn excuses aanbied voor ISIS en 9/11.’
Keti Koti in Utrecht
De Kanttekening sprak ook Stevie Nolten, fractievoorzitter van Utrecht Bij1. Ook zij wil dat 1 juli een vrije dag wordt voor iedereen: ‘Het gaat immers om de gedeelde geschiedenis van de slavernij. Een vrije dag biedt ruimte voor waardige collectieve herdenking en viering. De fractie van Utrecht BIJ1 heeft van 1 juli al een vrije dag gemaakt. Sowieso is het belangrijk dat we op inclusieve wijze met de vrije dagen omgaan. Ook al loopt het systeem daarin achter. De christelijke feestdagen hoeven daarin niet leidend te zijn, een vrije dag op Keti Koti is dan ook een belangrijke aanvulling. Dit jaar gaan we samen met de fractie op 1 juli naar de onthulling van het Utrechtse slavernijmonument in het Griftpark, want ook in onze stad zijn er talloze sporen van de slavernij te vinden. Het is belangrijk dat we ook een fysieke plek hebben in de stad die ons en volgende generaties hieraan herinnert.
Nolten meldt dat de BIJ1-fractie op 30 juni vorig jaar gezamenlijk bij de Utrechtse Keti Koti herdenking aanwezig was. ‘De dag erna waren we dus vrij.’
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.