Home Blog Pagina 421

Erkenning onafhankelijkheidsdag Indonesië verdient opvolging

0

Nederland erkent ‘volledig en zonder voorbehoud’ 17 augustus 1945 als onafhankelijkheidsdatum van Indonesië. Dat zei Mark Rutte deze maand in de Tweede Kamer. Rebekka Timmer vindt dat de premier nu niet mag terugkrabbelen. 

De Dikke Van Dale. ‘Volledig’. 1) waaraan niets ontbreekt, waarbij niets vergeten is, 2) zodanig dat alle beschikbare ruimte, plaats, tijd enz. vervuld wordt, 3) het genoemde ten volle zijnd.

Verheugenis en verbazing struikelen over elkaar heen mijn borstkas binnen: premier Mark Rutte spreekt in de Tweede Kamer uit dat hij ‘volledig en zonder voorbehoud’ de Indonesische onafhankelijkheidsdatum van 17 augustus 1945 erkent.

Toen ik drie jaar geleden de wens voor deze erkenning beschreef in het BIJ1-verkiezingsprogramma, achtte ik het onmogelijk dat deze in de nabije toekomst zou volgen. En goed, helaas, geheel onterecht was dat niet. Zelfs niet na die uitspraak. Al tijdens het debat over het Nederlandse geweld tijdens de rekolonisatieperiode van 1945-1949 renden Ruttes ambtenaren in volle paniek naar de communicatieafdeling. Bij de NOS lezen we later hoe een woordvoerder laat weten dat ‘de erkenning van de onafhankelijkheidsdatum niet geldt voor juridische aangelegenheden’.

Voorbehoud

De Dikke Van Dale. ‘Voorbehoud’. 1) het voor zich behouden, beperking te zijnen gunste, zonder voor de volle waarheid in te staan, 2) opzicht waarin men een beperking doet gelden.

Wat betekent een ‘volledige erkenning zonder voorbehoud’, als deze niet ten volle, niets ontbrekend en zonder beperkingen blijkt te zijn? Het was een politieke truc om politieke sentimenten te sensibiliseren. Want de ambtelijke paniek was niet onterecht. Deze erkenning zou de Indische en Indonesische variant van de ‘na de komma’ van de slavernijexcuses zijn.

Het erkennen van 17 augustus 1945 als Indonesische onafhankelijkheidsdatum zou betekenen dat al onze pogingen om ‘Indië’ te herkoloniseren op de Japanners en Soekarno’s Republiek Indonesië illegale invallen in een soeverein land waren. Bovendien zou het alle afspraken van de soevereiniteitsoverdracht op 29 december 1949 ongedaan maken. Dit heeft de nodige implicaties.

Wilhelm Evert van Galen en zijn vrouw Roebikem Wirotaroeno met hun drie dochters. De oudste dochter zou de oorlog als buitenkamper niet overleven, net als haar twee broertjes.

Welke verantwoordelijkheid draagt Nederland daarmee voor de honderdduizenden doden die zij maakte in Indonesië tussen 1945 en 1949? Hoeveel families van zogeheten Indiëweigeraars moeten dan eigenlijk worden gecompenseerd omdat zij de gevangenis in moesten? En hoeveel geld inde Nederland onterecht van de Indonesiërs sinds die zeventiende augustus?

Economisch imperialisme

Dat geld is wel een bijzonder grote reden om de onafhankelijkheidsdatum van 17 augustus 1945 niet te erkennen en te blijven zweren bij de afspraken van de latere soevereiniteitsoverdracht. Zo werd in 1949 afgesproken dat Indonesië moest betalen voor de rekolonisatieoorlog die Nederland tegen Indonesië was begonnen. Dit betrof een rekening van maar liefst 4,5 miljard gulden.

Ook verdiende Nederland rijkelijk aan het economisch imperialisme dat gehandhaafd bleef: Nederlandse bedrijven en hun Nederlandse bazen in Indonesië mochten hun winsten en dividenden blijven cashen, hiervan werd slechts een klein deel geherinvesteerd. In De Groene Amsterdammer lezen we hoe ‘bijna de helft van het geïnvesteerde vermogen in het eilandenrijk in Nederlandse handen [was] en Indonesië alleen via Nederland naar Europa [mocht] exporteren.’

‘Indonesië moest betalen voor de rekolonisatieoorlog die Nederland tegen Indonesië was begonnen’

Dit zijn nog slechts voorbeelden van de veelvoudige manieren waarop Nederland aan de soevereiniteitsoverdracht verdiende en die op de rekening van Nederland kan komen, mocht een ‘volledige’ erkenning van de onafhankelijkheidsdatum ‘zonder voorbehoud’ worden gedaan.

Achterstallige salarissen

Een paar weken geleden zat ik in onze fractiekamer in Den Haag mee te kijken met de stemming over een motie van Van Haga over het uitbetalen van de achterstallige salarissen en pensioenen aan vooral krijgsgevangen militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) en ambtenaren in Nederlands-Indië. De voltallige oppositie stemde voor de motie; alleen de coalitie wist de motie tegen te houden. Op de tribune kwam er veel emotie vrij; emotie die ikzelf voel. Daarom ben ik gelijk naar de tribune gerend om de strijders van het Indisch Platform een hart onder de riem te steken. En daarbovenop raakt de erkenning van Rutte van 17 augustus als de datum van de Indonesische onafhankelijkheid ook aan deze zogeheten ‘Backpay-kwestie’.

Om uit te leggen waar deze kwestie, die al 78 jaar duurt, over gaat, vertel ik graag over mijn overgrootvader. Zijn naam was Wilhelm Evert van Galen, geboren op 7 juli 1908, trompettist in het KNIL. Hij trouwde met Roebikem Wirotaroeno uit Yogyakarta en samen kregen ze vijf kinderen. Roebikem is de vrouw wier naam ik eigenlijk draag, hoewel in dekoloniale spelling (‘Rubikem’).

Mijn overgrootvader werd, als KNIL’er, na de inval door de Japanners geïnterneerd. Hij werd te werk gesteld aan de spoorlijn in Birma en moest daar overleven van een klein kommetje droge rijst per dag. Hij leefde in de meest erbarmelijke omstandigheden, verkeerde in een ernstige staat van ondervoeding en werd daardoor ook tijdelijk blind. Hij was een van vele Nederlandse soldaten die door de Japanners in kampen werd opgesloten en op onmenselijke wijze te werk werd gesteld.

De interneringskaart van mijn overgrootvader.

Nu wil het, dat de Nederlandse staat al 78 jaar weigert om de lonen, die tijdens de Tweede Wereldoorlog onmogelijk konden worden uitbetaald, alsnog uit te betalen aan deze (vaak Indische) soldaten. Ook weigert de Nederlandse staat de pensioenen te betalen aan hun weduwen en nabestaanden. Het excuus was vaak dat de soevereniteitsoverdracht van 29 december 1949 ‘alle rechten en verplichtingen’ van Nederlands-Indië doorschoof op de nieuwe Indonesische staat. Daarmee ontslaat Nederland zich nog steeds van de plicht om dit rechtsherstel te bewerkstelligen. Ook hieraan zou een einde moeten komen als de soevereiniteitsoverdracht door de erkenning van 17 augustus 1945 wordt ondermijnd.

Koloniale pijn

De neppe erkenning van 17 augustus door Rutte is, kortom, een dolkstoot in de rug van veel mensen en gemeenschappen. Hoeveel méér volledig moet ‘volledige erkenning’ zijn om er juridische consequenties aan te kunnen verbinden? Na eeuwenlange afpersing, uitbuiting, plundering, slavernij, moord en andere vormen van kolonisatie van onze voorouders en ons tanah air (moederland), verdienen we een rechtvaardige afsluiting en een weg naar eerlijk herstel.

Daarom moet Mark Rutte gehouden worden aan zijn woorden. Je kunt niet eerst een ‘volledige’ erkenning van 17 augustus uitspreken om later terug te krabbelen en te komen met allerlei voorbehouden.

Ik realiseer mij goed dat dit standpunt op weerstand kan rekenen vanuit mijn ‘eigen’ Indische gemeenschap, omdat de erkenning van 17 augustus veel familieleden uit het KNIL tot deelgenoot zou maken van de oorlogsmisdrijven die na 1945 zijn gepleegd. Maar ik geloof dat we als gemeenschap in het reine moeten komen met het gegeven dat veel van onze voorouders zowel slachtoffer als dader zijn geweest in deze korte periode. Een periode waarin de Nederlandse regering het KNIL en dienstplichtigen een rekolonisatieoorlog liet voeren.

We hebben een koloniale pijn te dragen. En we mogen beseffen dat de weg naar rechtvaardigheid zelden vervuld is van pure trots.

Laat Nederland die les ook maar eens leren. In het kader van deze erkenning, maar ook in het bredere perspectief op het Nederlands verleden in ‘de Oost’. Het gesprek over het Nederlands kolonialisme in Indonesië is nog lang niet af.

Onderzoek: ook Groningen verdiende veel aan slavenhandel

0

Ook inwoners van Groningen hebben rijkdom vergaard en hun positie verbeterd dankzij slavenhandel in Azië en het Amerikaanse continent. Dat blijkt uit voorlopige bevindingen van een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen.

Dat schrijft de Groningse nieuwszender RTV Noord. Er worden in het onderzoek ook namen genoemd van de Groningse families die zich hebben verrijkt aan de slavenhandel. Het gaat om notabele families, zoals Fockens, Sichterman, Alting en Van Imhoff. De onderzoekers melden dat zij zich op dagelijks basis lieten bedienen door mensen die tot slaaf waren gemaakt. De slaven werkten als kok, hovenier en koetsier, maar deden ook zwaar werk.

Als het volledige onderzoek is gepubliceerd, volgt een reactie van het Groningse college. Het college liet al eerder weten bereid te zijn om excuses aan te bieden voor het koloniale verleden van de stad.

Meer steden laten onderzoek doen naar hun betrokkenheid bij slavernij en kolonialisme. Zo hebben Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht in de afgelopen jaren excuses aangeboden, net als het kabinet, de provincie Zuid-Holland, De Nederlandsche Bank en ABN AMRO.

LHBT-mars door Istanbul, ondanks Turks verbod

0

In Istanbul is ondanks een verbod van de gemeente een Pride-mars gelopen. Niet in het toeristische centrum bij het Taksim-plein en Istiklal, dat door de politie was afgesloten, maar in de district Sisli. Zo meldt de Armeens-Turkse krant Agos.

De organistoren van de LHBT-mars konden een persconferentie houden, maar werden daarna opgepakt. Ook werd het de pers onmogelijk gemaakt hun werk te doen. Agos heeft de persverklaring van de eenentwintigste Pride-mars in Istanbul integraal gepubliceerd. In de eerste alinea’s staat:

We zijn met het thema TERUGKEREN weer in de gebieden waar jullie ons van wilden verjagen. Er is één ding dat degenen die zelfs ons onze theedrinkende activiteiten te veel zien, vergeten: we zijn hier altijd al geweest.

We zijn bewapend met de woede van de LHBT’ers die gemarteld worden door de staat en de wetshandhavers van de staat, we verklaren dat onze woede jullie in vlammen zal doen opgaan. We zullen onze ruimtes niet verlaten, jullie zullen aan ons moeten wennen.

Vandaag zijn we hier ondanks al jullie verboden en ondanks jullie. We verklaren dat onze strijd niet past in één mars, in één week, en we roepen luid dat elke mars een mars van eer is.

Tentoonstelling over Kerwin Duinmeijer, slachtoffer van racistische moord

0

Het Amsterdam Museum opende vrijdag een mini-expositie ter gelegenheid van de veertigste verjaardag van de moord op tiener Kerwin Duinmeijer. De Antilliaans-Nederlandse jongen werd op 20 augustus 1983 doodgestoken door een skinhead in Amsterdam. Duinmeijer kreeg geen lift naar het ziekenhuis, want de taxichauffeur wilde geen bloed op de achterbank.

De moord op de 15-jarige Duinmeijer zorgde voor een enorme schok in het Nederland van de jaren tachtig. Een dag na zijn dood demonstreerden zo’n vijfduizend mensen in Amsterdam tegen racisme. Zanger Frank Boeijen, geraakt door de moord, maakte de hit ‘Zwart Wit’, die op 2 januari 1984 werd uitgebracht.

In oktober 1983 werd Radar opgericht, het eerste officiële bureau voor racismebestrijding. Volgens Radar was de moord op Duinmeijer een racistische moord, en moest racisme te vuur en te zwaard worden bestreden.

Radar-directeur Cyriel Triesscheijn blikte in 2003 met Historisch Nieuwsblad op de moord op Kerwin Duinmeijer terug. ‘Voor mij was het de eerste keer dat het buiten iedere verdenking stond dat het om een racistische moord ging’, zei hij. ‘Dat was een sociaal keerpunt. Ons zelfbeeld, met Nederland als tolerante, open samenleving, was niet langer houdbaar.’

Ook internationaal kreeg de moord aandacht. Enkele weken nadat Duinmeijer was begraven bezocht de beroemde Afro-Amerikaanse predikant Jesse Jackson zijn graf. Een jaar na Duinmeijers begrafenis werd in het Vondelpark het standbeeld Mama Baranka (Moeder Aarde) onthuld van kunstenaar Nelson Carriho.

Een miniversie van dit standbeeld staat nu ook in het Amsterdam Museum. De minitentoonstelling schetst ook de historische context van de nasleep van de moord, door middel van krantenartikelen. Ook is er speciaal voor de veertigjarige herdenking van de moord een korte documentaire gemaakt.

Al-Azhar veroordeelt ontheiligen Koran door Israëlische kolonisten

0

De Al-Azhar Universiteit in Caïro heeft het verscheuren van de van de Koran vorige week door Israëlische kolonisten veroordeeld. Ook veroordeelde de universiteit de pogroms tegen de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever.

Op donderdag vrijgegeven beelden is te zien hoe Israëlische kolonisten, vergezeld van een hond, een Koran verscheuren die is gestolen uit een moskee uit het dorp Urif op de Westelijke Jordaanoever, tijdens een aanval op dit dorp, meldt de linkse Israëlische krant Haaretz.

Het is niet de eerste keer dat Israëlische kolonisten de Koran ontheiligd hebben. In oktober vorig jaar vielen een groep Israëlische kolonisten Hebron aan. Ze verscheurden kopieën van de Koran, die ze ook verbranden.

De Al-Azhar Universiteit vindt het hoog tijd voor een eensgezind Arabisch en islamitisch standpunt over de Israëlische bezetting. Israël moet worden veroordeeld, en er moet een onafhankelijke Palestijnse staat komen met Jeruzalem als hoofdstad.

Beste moslim, zet tijdens Offerfeest je ‘dierenwelzijns- en klimaatbril’ op

0

Van dinsdag 27 juni tot zaterdag 1 juli is het Offerfeest. Miljoenen moslims wereldwijd, ook in Nederland, zullen dit feest de komende dagen met familie vieren. Hoewel er een groeiende groep is die zoekt naar een andere invulling, vormt voor veel moslims het offeren van een dier een vast ritueel van deze dagen. Kivilcim Pinar, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in Alkmaar, roept moslims op geen dieren meer te doden voor het Offerfeest.

Deze dieren, vaak schapen of koeien, worden geslacht volgens de islamitische wetten, beter bekend als halal (letterlijk: toegestaan). De regels in Nederland met betrekking tot het slachten van een dier zijn duidelijk: het moet bewusteloos gemaakt worden vóór het doden, ook bedwelmen genoemd. Uitzondering hierop kan worden gemaakt voor halal en koosjer slachten. In de praktijk vindt de halal slacht soms met en soms zonder bedwelming plaats.

Over de interpretatie van de islamitische regels rondom de rituele slacht zijn de meningen verdeeld. In diverse landen noemen islamgeleerden het bedwelmen van een dier voor het slachten halal. Anderen vinden dat juist weer niet. Maar deze discussie verhult in de praktijk andere belangrijke vragen. Hoe worden deze offerdieren gehouden? Hoe zit het met dierenwelzijn? Zijn de dieren afkomstig uit de gangbare intensieve veehouderij, met alle problemen van dien?

Het is moeilijk om exact te achterhalen waar de te offeren dieren vandaan komen. Maar als we naar reguliere vleesstromen kijken kunnen we min of meer vaststellen dat vrijwel alle dieren die halal worden geslacht uit de intensieve veehouderij komen. Hoewel er tegenwoordig biologisch halalvlees bestaat, waarvoor dieren wél eerst bedwelmd worden en in betere omstandigheden zijn gehouden, is dat een heel klein percentage van het geheel. Volgens officiële cijfers worden in de intensieve veehouderij elk jaar ongeveer 500 miljoen dieren onder afschuwelijke omstandigheden gehouden. Ze worden fabrieksmatig vermeerderd, vetgemest, afgeslacht – dagelijks 1.7 miljoen – en verwerkt. Dit wordt ‘vee-industrie’ of soms bio-industrie genoemd. Ik noem het barbarij.

‘Moet ik per se een dier offeren? Dat blijft wel een ritueel, maar is volgens sommige moslims niet verplicht’

Dierenwelzijn is een thema dat expliciet wordt genoemd in de islam en in de heilige Koran. Als het gaat om rentmeesterschap kunnen we de Koran als een ‘progressief heilig boek’ definiëren. Een zin als ‘De aarde heeft Hij voor zijn schepselen in gereedheid gebracht’ (Soera 55:10) – en dus niet alleen voor de mens – wijst op de holistische benadering die geldt in de islam. Dieren hebben volgens de islam hun eigen belangen en een waarde die los staat van hun waarde voor de mens. En via Al-Tabarani is er de volgende bekende overlevering (hadith) van een uitspraak van profeet Mohammed (vrede zij met hem): ‘Hij die medelijden heeft met zelfs maar een mus en zijn leven spaart, voor hem zal Allah genadig zijn op de Dag des Oordeels’.

Dezelfde Koran en islam zijn niet minder holistisch als het over milieu gaat. Wat we als ‘rentmeesterschap’ kennen, is een belangrijk onderdeel daarvan. De aarde, samen met de natuur, is een schepping van Allah en de mens heeft haar in bruikleen. Dit kostbare geschenk in goede staat overdragen aan volgende generaties is van groot belang. En juist hier staat de bio-industrie haaks op. In Nederland alleen produceert de veehouderij 76 miljard kilo mest per jaar. Mede daardoor verkeren we in een biodiversiteitscrisis, met als gevolg het verdwijnen van allerlei soorten insecten, planten en vissen. Daarnaast is de wereldwijde veehouderij verantwoordelijk voor 15 procent van alle uitstoot van broeikasgassen, wat de klimaatcrisis verergert.

De frictie tussen de ruwe realiteit van dierenwelzijn met wereldwijde klimaat- en biodiversiteitscrisis enerzijds en het compassievol fundament van islam anderzijds zou moslims tot denken aan kunnen zetten. Moet ik per se een dier offeren? Of kan ik een dier-, milieu- en klimaatvriendelijke alternatief kiezen? Het antwoord op de eerste vraag is: nee. Het blijft wel een ritueel, maar is volgens sommige moslims niet verplicht. Er is een scala aan alternatieven, van het lokaal ‘offeren’ van geld aan minderbedeelden tot het laten planten van olijfbomen in Palestina. Het antwoord op de tweede vraag is, gezien de eerdergenoemde uitdagingen van deze tijd: ja, graag.

Nederlandse moslims leven sinds 9/11 onder een vergrootglas en ervaren bijna dagelijks aanvallen vanuit xenofobische politieke partijen. Het is begrijpelijk dat sommigen in de verdediging schieten bij het bespreekbaar maken van een onderwerp dat hun identiteit raakt. Toch mogen moslims kritisch kijken naar deze rituelen en gewoontes door een ‘dierenwelzijns- en klimaatbril’ op te zetten. Het leven van de profeet Mohammed (vrede zij met hem), die het zonder bio-industrie uitstekend heeft gered, biedt daarvoor genoeg houvast.

Eid Moebarak!

Teruglezen: dit schreef de Kanttekening over slavernij

Op 1 juli herdenken we dat de slavernij in Suriname en op de voormalige Nederlandse Antillen 150 jaar geleden feitelijk is afgeschaft. De afgelopen jaren publiceerde de Kanttekening regelmatig over het Nederlandse slavernijverleden. Welke artikelen zijn nu echt de moeite waard om nog een keer te lezen?

Sylvana Simons: ‘Dit gaat vooral bij witte mensen pijn doen’

De leider van de politieke partij BIJ1 reageerde positief op de excuses van Mark Rutte, maar we zijn er nog lang niet, vertelde ze in een groot interview aan de Kanttekening. ‘Wat mij blij maakt is dat we midden in een bewustwordingsproces zitten, van pijn, erover praten, ongemak. We moeten hier niet overheen springen of eromheen lopen. Het is een proces waar verschillende partijen hun weg in moeten vinden. Ik ben blij met al die verwarring die er nu is, want dat is een teken dat we hier goed mee bezig zijn. Dit proces gaat veel pijn doen, vooral bij witte mensen. Zij moeten het verleden eerlijk onder ogen zien en ook verantwoordelijkheid nemen. Zoals N.E.R.D. en Rihanna al , zongen: ‘The truth will set you free, but first, it’ll piss you off.’’’

‘Het slavernijverleden zit in mij’

Mariska Jansen, onze huidige eindredacteur, interviewde in 2017 Mercedes Zandwijken. Zij is de oprichter van de Keti Koti Tafels. Ze pleitte in dat interview voor psychische zorg, naast herstelbetalingen, en maakte de vergelijking met hoe na de Tweede Wereldoorlog voor Joden is gezorgd: ‘Joden mochten tegen vergoeding in psychotherapie. Ook de derde generatie maakt daar nog gebruik van. In de zwarte gemeenschap worden ook nog steeds trauma’s doorgegeven. Dat heeft een verwoestende werking op hoe zwart en zwart en zwart en wit met elkaar omgaat. Ik zou het heel erg aanmoedigen als er een instituut voor geestelijk maatschappelijk werk voor zwarten zou komen.’

Karwan Fatah-Black: ‘Meer ruimte voor zwarte verhalen’

Een andere criticus is historicus Karwan Fatah-Black, universitair docent aan de Universiteit Leiden. Tayfun Balcik interviewde begin 2022 voor de Kanttekening de historicus Karwan Fatah-Black. Hij stelt dat er meer ruimte moet komen voor zwarte verhalen in de strijd tegen slavernij. Denk hierbij aan Tula, de leider van de grote slavenopstand op Curaçao. De historicus vindt ook dat de witte reactie op het slavernijverleden, ‘wij zijn onschuldig’, maar vreemd is.

Fatah-Black bekritiseert verder de emeritus-hoogleraar Piet Emmer en de historicus Hen den Heijer. Zij zouden met hun boeken bijdragen aan witte ‘identiteitspolitiek’. Emmer is het oneens met deze kritiek en verwijt Karwan Fatah-Black in een ingezonden reactie activisme. In januari 2018 lag Fatah-Black ook al met Emmer en Den Heijer in de clinch, toen ze alle drie werden geïnterviewd door de Kanttekening. Emmer beschuldigt in dit interview Karwan Fatah-Black van het manipuleren van cijfers over slavernijtransporten, om zo de slavenhandel groter te maken dan die in werkelijkheid was. Fatah-Black op zijn beurt stelt dat Emmer geen historicus van de cijfers is.

Vlissingen biedt geen excuses aan

Nederland, maar ook steden als Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag hebben excuses aangeboden voor het slavernijverleden. Vlissingen echter niet. Dat is opmerkelijk, omdat het Zeeuwse stadje in de achttiende eeuw, in de woorden van historicus Gerhard de Kok, ‘het meest gespecialiseerde slavenstadje van Europa’ was. Ewout Klei sprak met De Kok en met oud-gemeenteraadslid Angelique Duijndam, die al jarenlang ijvert voor excuses.

Ook Groningen deed mee aan de slavernij

Was de slavenhandel een Hollands en Zeeuws onderonsje? Zeker niet. Een expositie in Groningen liet in 2022 zien hoe die stad en provincie betrokken was bij het slavernijverleden. De culturele manifestatie Bitterzoet erfgoed maakte dit in Groningen zichtbaar. Er waren bij de expositie in het hoge noorden enkele gruwelijke objecten te zien, zoals een halsband ‘die verhinderde dat mensen konden weglopen of rusten’.

Actie voor behoud van een begraafplaats op Sint-Eustatius

Een markante rol in het Nederlandse slavernijdebat speelt de Caribische activist Kenneth Cuvalay, geboren en getogen op Sint-Eustatius. Hij maakt zich hard voor het behoud van de begraafplaats Golden Rock op het eiland, waar tot slaaf gemaakten begraven liggen. Ook voert hij in Tilburg – waar Cuvalay nu woont – actie tegen het volgens hem racistische standbeeld van de katholieke missionaris Peerke Donders. Over beide strijdpunten werd hij geïnterviewd door de Kanttekening.

Cuvaly vindt de slavernijgeschiedenis bovendien te Surinaams. ‘Het is beschamend om 160 jaar na de wettelijke afschaffing van de slavernij in de voormalig Nederlandse koloniën in ‘de West’, nu ineens overal te horen en te lezen dat het 150 jaar geleden is’, aldus Cuvalay. ‘Natuurlijk weten we van de tien jaar staatstoezicht in Suriname en dat daarom vaak over afschaffing van de slavernij in 1873 wordt gesproken in plaats van 1863. Maar er bestond geen staatstoezicht op Curaçao, Aruba, Bonaire, St. Maarten, St. Eustatius en Saba en het kan niet dat de geschiedenis van ruim een half miljoen Antillianen dan maar wordt weggemoffeld.’

Keti Koti tijdens corona en BLM

In 2020 was alles anders dan anders. Ook de herdenking van het slavernijverleden tijdens Keti Koti op 1 juli. Linda Nooitmeer, voorzitter van het Nederlands Instituut Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee) vertelde – uiteraard via Zoom – over de herdenking in een leeg Oosterpark, met slechts negen genodigden. Mercita Coronel interviewde haar voor de Kanttekening. Maar het was ook de tijd van de grote Black Lives Matter-demonstraties na de moord op George Floyd. In deze turbulente situatie was Nooitmeer blij met de aandacht voor slavernij en racisme: ‘De roep om verandering komt niet alleen van mensen met Afrikaanse roots, maar is veel breder. Ik ben blij met deze medestanders. Dat is hoopvol voor Nederland.’

Herstelbetalingen: ‘Elke nazaat 40.000 euro’

Nederland bood op 19 december vorig jaar excuses aan voor de slavernij. Sommige zwarte organisaties waren kritisch hierover. Niet alleen vanwege de timing – de voorkeur ging uit naar 1 juli 2023 – maar ook omdat ze onvoldoende zouden zijn gehoord. Een van deze zwarte organisaties is de zwarte partij Ubunto Connected Front (UCF). Voorzitter Regillio Vaarnold vertelde de Kanttekening dat de overheid 40.000 euro moet overmaken aan elke nazaat van tot slaaf gemaakten, als voorschot. ‘Pas dan zijn we bereid om te praten over excuses.’ Dit, nogal explosieve, interview door Ewout Klei werd opgepikt door diverse media.

Het panel van de Kanttekening legden we ook de vraag voor of er na de excuses herstelbetalingen moeten komen voor de slavernij. ‘Herstelbetalingen moeten ook naar het bestrijden van kansenongelijkheid hier in Nederland gaan en naar het onderwijs over het verleden’, aldus Leontine Vreeke. Ze is ook voor nieuwe geschiedenisboeken die het eerlijke verhaal moeten vertellen over de zogenaamde ‘Gouden Eeuw’ en de ‘VOC-mentaliteit’. Ook kan de Nederlandse overheid volgens haar investeren in projecten voor meer inclusie en moet er geld naar Surinaamse en Antilliaanse culturele instellingen in Nederland gaan, om op die manier het slavernijverleden in deze samenleving een goede plek te geven. ‘Het zou een goed begin zijn als 1 juli een nationale feestdag wordt.’

Suikerland vertelt over slavernij vanuit kindperspectief

‘Ik ben opgegroeid in een wereld waarin zwarte mensen niet de beste positie hadden’, vertelt Henna Goudzand Nahar. Haar boek Suikerland gaat over het meisje Esi, haar broertje Yaa en hun slaaf Lano, die in Afrika worden geroofd en naar de West-Afrikaanse kust worden gebracht om als slaaf verkocht te worden. ‘Dat juist Afrikanen hen roven, daar zijn de kinderen helemaal verontwaardigd over’, vertelt Goudzand. Haar boek heeft een duidelijk doel: ‘Ik wilde onderzoeken hoe Afrikanen met elkaar omgingen.’

‘Rotterdam zat tot over haar oren in slavernij’

Rotterdam is niet alleen tegenwoordig een wereldstad – dat is al eeuwen zo, en als het om slavernij gaat heeft dat ook een keerzijde. Anne-Rose Hermer interviewde Alex van Stipriaan, die in 2020 het boek Rotterdam in slavernijschreef. Van Stipriaan merkt in dat interview op dat ook de christelijke kerken hun rol speelden in het macabere systeem van slavernij en slavenhandel: ‘Er waren predikanten die slavernij goedkeurden. Het was de straf van God voor de nakomelingen van Cham, vanwege het bespotten van Noach. Andere dominees predikten juist het tegendeel.’

Tegenwoordig herdenkt ook Rotterdam jaarlijks de slavernijgeschiedenis. En de Kanttekening is daar bij, bijvoorbeeld in 2021. ‘De hemel huilt met ons mee’, zei burgemeester Ahmed Aboutaleb toen. Ewout Klei sprak diverse aanwezigen, waaronder Tygo (32) die op z’n Rotterdams pleitte voor geen woorden, maar daden: ‘Woorden doen niet zo veel. Het gaat om daden. Nederland moet het racisme van nu aanpakken.’

Nieuwe Finse parlementsvoorzitter deed islamofobe en racistische uitspraken

0

De extreemrechtse politicus Jussi Halla-aho, sinds 21 juni de nieuwe voorzitter van het Finse parlement, heeft in het verleden racistische en islamofobe uitspraken gedaan. Zijn partij, de populistische Finnenpartij, maakt onderdeel uit van de Finse coalitieregering.

Dat bericht Euronews. Halla-aho was een extreemrechtse blogger voordat hij de politiek inging. In een van zijn blogs, uit juni 2006, noemt hij de islam een ‘religie van pedofielen’ en beschuldigt hij de profeet Mohammed ook van pedofilie. Ook schrijft hij dat ‘het beroven van voorbijgangers’ een ‘genetische eigenschap’ van Somaliërs is. Tevens vindt Halla-aho het ‘een goede zaak’ als vrouwen van de Groene Partij, de Finse zusterpartij van GroenLinks, worden verkracht door een ‘bende immigranten’. Deze vrouwen moeten volgens Halla-aho worden gestraft voor hun linkse opvattingen over migratie.

Ten slotte doet Hallo-aho ook homofobe uitspraken. ‘Geweld is tegenwoordig een ondergewaardeerd probleemoplossend middel’, schrijft hij in november 2008, tijdens een discussie over het al dan niet neerschieten van een homoseksuele man in een park in Helsinki.

Voor zijn discriminerende uitspraken is Halla-aho veroordeeld. Een Finse rechtbank oordeelde dat hij enkele blogs moest verwijderen. Halla-aho heeft nooit excuses aangeboden voor zijn uitspraken.

In het op 20 juni aangetreden kabinet heeft ook de extreemrechtse politicus Vilhelm Junnila van de Finnenpartij zitting. Hij is de nieuwe minister van Economische Zaken. In 2019 sprak Junnila op het event 188 Kukkavirta, georganiseerd door de extreemrechtse Coalitie van Nationalisten. Junnila ontkent dat hij banden heeft met deze groepering. Hij heeft nu aangekondigd geen events van extreemrechtse groeperingen meer bij te wonen.

Amerikaanse ex-militair krijgt 55 jaar cel vanwege racistische moord op moslim

0

Een Amerikaanse rechtbank heeft ex-militair Dustin Passarelli veroordeeld tot 55 jaar gevangenisstraf, vanwege de racistische moord in februari 2019 op een islamitische man.

De 32-jarige Mustafa Ayoubi werd langs de kant van een weg in het noordwesten van Indianapolis doodgeschoten. Passarelli volgde de Afghaans-Amerikaanse Ayoubi vanaf de snelweg en had een woordenwisseling met hem. ‘Ga terug naar je eigen land’, schreeuwde Passarelli, voordat hij het vuur opende.

Passarelli beweerde dat hij Ayoubi doodschoot uit zelfverdediging, omdat de Afghaans-Amerikaanse man zijn autoruiten zou hebben proberen in te slaan. Ook zei Passarelli last te hebben van een Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS). De politie vond echter geen bewijs van schade aan de auto van Passarelli, en uit de autopsie bleek dat Ayoubi acht keer was neergeschoten: één keer van voren in de schouder, zeven keer van achteren. Getuigen zeiden dat Passarelli Ayoubi racistisch had uitgescholden, voordat hij het vuur opende.

Ayoubi en zijn familie waren van Afghanistan naar de Verenigde Staten gevlucht. Zijn zus Zahra is blij met Passarelli’s veroordeling. Ze noemt haar vermoorde broer ‘aardig, zorgzaam en erg slim’. Hij zorgde volgens haar goed voor hun moeder.

Haatmisdrijven tegen moslims zijn een groot probleem in de Verenigde Staten. De Council on American-Islamic Relations (CAIR), de grootste islamitische burgerrechtenorganisatie in de Verenigde Staten, zei in 2022 in totaal 5.126 klachten over islamofobie te hebben ontvangen. Vanaf 1995 houdt CAIR hierover een overzicht bij.

Kabinet bedreigt inclusie en gelijkheid in hoger onderwijs

0

De regering wil dat twee derde van het onderwijs aan bacheloropleidingen in het Nederlands wordt gegeven, afgezien van bepaalde vrijstellingen die universiteiten kunnen verkrijgen.

Studeren in Nederland is populair onder studenten uit het buitenland. Afgelopen studiejaar telde ons land 115.000 internationale studenten. Dat zijn er 3,5 keer zoveel als in het studiejaar 2005-2006. Aan de universiteiten is 40% van de eerstejaars afkomstig uit het buitenland. Minister Dijkgraaf van Onderwijs wil maatregelen nemen, die naar verwachting in september 2024 van kracht worden. Dit heeft veel reacties opgeroepen. Critici zijn van mening dat de plannen de voortgang van de Nederlandse wetenschap kunnen belemmeren, wat kan leiden tot een achteruitgang van de kwaliteit van het onderzoek. De strenge taaleis, menen critici, kan wereldwijd concurrerend talent ervan weerhouden om onderwijs aan Nederlandse instellingen te volgen.

Vanwege zorgen over capaciteit verzocht de regering eerder dit jaar universiteiten om hun actieve werving van buitenlandse studenten te verminderen. De regering uitte haar bezorgdheid over de verdringing van Nederlandse studenten uit het hoger onderwijs. De kritiek moedigde universiteiten aan om hun selectiviteit te verfijnen, gericht op die internationale studenten die waarschijnlijk na hun studie hier blijven en daardoor bijdragen aan de Nederlandse economie. Toch stuitte deze aanpak op weerstand en waarschuwden critici voor mogelijke schade aan de kwaliteit van het Nederlandse hoger onderwijs en onderzoek.

Het domein van het hoger onderwijs wordt steeds meer een theater van nationale identiteitspolitiek. Het overwicht van anti-internationalistische sentimenten, aangewakkerd door populistische anti-immigrantendiscoursen, heeft aanzienlijke gevolgen voor zowel nationale als internationale minderheidsstudenten. Dit fenomeen veroorzaakt een golf van racialisering in de academische wereld. Deze racialisering bevordert een ‘wij tegen zij’-dynamiek, waarbij studenten met een migratieachtergrond vaak worden onderworpen aan uitsluitingspraktijken. Dit kan leiden tot een intellectuele exodus als deze studenten, die zich onwelkom of gemarginaliseerd voelen, ervoor kiezen om Nederland te verlaten of hun opleiding hier stop te zetten.

Bovendien kan een dergelijke houding een zeer negatief effect hebben op de sfeer op de internationale faculteit. Internationale studenten en Nederlandse studenten met een biculturele achtergrond kunnen hun werkomgeving als steeds vijandiger ervaren.

‘Het domein van het hoger onderwijs wordt steeds meer een theater van nationale identiteitspolitiek’

De reactie van de Nederlandse regering lijkt de toenemende wereldwijde ambivalentie ten opzichte van globalisering te weerspiegelen. Enerzijds worden de economische voordelen van internationale studenten en medewerkers erkend. Anderzijds is er een impuls om in het hoger onderwijs voorrang te geven aan Nederlandse studenten en de Nederlandse cultuur.

Maar er is ook een aspect dat we nog niet genoemd hebben en het verhaal complexer maakt. Engelstalige bacheloropleidingen kunnen onbedoeld een afschrikkend effect hebben op Nederlandse studenten met een biculturele achtergrond. Zeker voor de eerste generatie migranten is het Nederlands de tweede taal. Het vooruitzicht om in het Engels te studeren werpt dan een extra barrière op. Dat geldt ook voor Nederlandse studenten die de eersten in de familie zijn die naar de universiteit gaan. Voor hen is de universitaire ervaring vaak behoorlijk intimiderend, een gevoel dat kan worden versterkt als colleges in het Engels worden gegeven.

Daarnaast is het essentieel om te verduidelijken dat het wetsvoorstel van de regering alleen betrekking heeft op bacheloropleidingen die officieel erkend zijn als Nederlandstalige opleidingen. Er blijft een mogelijkheid voor volledig Engelstalige bacheloropleidingen, mits ze vanaf het begin als zodanig worden opgezet.

Deze discussie, die zich bevindt op het kruispunt van migratie, hoger onderwijs en globalisering, heeft belangrijke potentiële implicaties. Nu anti-internationalistische sentimenten terrein winnen, lopen Nederlandse universiteiten het risico minder aantrekkelijk te worden voor toekomstige internationale studenten en docenten. Dit zou kunnen leiden tot een afname van diversiteit, een inkrimping van de intellectuele breedte en mogelijke schade aan het internationale aanzien van Nederlandse universiteiten.

De huidige strategie van het kabinet bedreigt de principes van inclusie en gelijkheid in het hoger onderwijs. De urgente uitdaging voor het hoger onderwijs is om een weg uit te stippelen die de Nederlandse eigenheid respecteert en tegelijkertijd de rijke diversiteit blijft koesteren die noodzakelijk is om als academie te excelleren.

Het is een controversieel wetsvoorstel, wat betekent dat hierover fundamenteel moet worden gediscussieerd in de Tweede en Eerste Kamer. Critici pleiten vurig voor beleid dat alle betrokkenen – studenten en docenten, Nederlands en buitenlands, autochtoon en bicultureel – recht doet. Dit onderstreept de ernst en complexiteit van de kwestie. Dat vereist dat we de discussie niet partijdig benaderen, maar met open vizier.