1.5 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 6

Extreemrechtse Israëlische minister Ben-Gvir wil Palestijnen naar Europa sturen

0

‘Als het aan mij ligt, moeten we heel Gaza veroveren omdat het Joods bezit is, en emigratie bevorderen, want het gebied is van ons’, zegt de extreemrechtse Israëlische minister Itamar Ben-Gvir in een podcast van de Jerusalem Post.

Ben-Givr, die alle grond van de Palestijnen als ‘Joods’ beschouwd, windt er geen doekjes om. ‘Laat ze maar naar Frankrijk en Engeland gaan, waar ze een veel comfortabeler leven kunnen leiden. Daar hebben ze arbeiders nodig.’

Minister Ben-Gvir staat bekend om zijn extremistische standpunten en acties. Als advocaat stond hij verschillende extreemrechtse Joodse activisten bij, die werden verdacht van terrorisme of haatmisdrijven. Later kreeg hij als politicus bekendheid door zijn steun aan Joodse kolonisten in de omstreden wijk Sheikh Jarrah in Oost-Jeruzalem, waar regelmatig spanningen en confrontaties zijn met Palestijnen. In 2022 riep hij tijdens een incident de politie op om op Palestijnen te schieten en trok hij zelf een pistool.

Na de gebeurtenissen van 7 oktober 2023 deelde Ben-Gvir aanvalsgeweren uit aan kolonistenmilities. Als minister van Nationale Veiligheid zorgde hij ook voor ophef met een bezoek aan de Tempelberg, een plek die voor zowel joden als moslims belangrijk is. Daarnaast deed hij meerdere harde uitspraken over Gaza en de Palestijnen. Verschillende landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, Canada en Australië, stelden daarom sancties tegen hem in. Ben-Gvir is in deze landen niet langer welkom.

De Turks-Amerikaanse journalist Cenk Uygur van The Young Turks is kritisch op het deportatieplan. ‘Ze willen dat wij betalen voor de etnische zuivering van de Palestijnen. Is dit hoe zij de westerse beschaving verdedigen?’, vraagt hij zich af.

NPO ziet alsnog af van Nederlandse deelname aan Eurovisie Songfestival 2027

0

Nederland stuurt volgend jaar toch geen artiest naar het Eurovisie Songfestival, zo berichten verschillende media. De Nederlandse Publieke Omroep (NPO) heeft dat besloten na overleg met de omroepen. Volgens de NPO is er onvoldoende steun om een Nederlandse inzending mogelijk te maken. De deelname van Israël speelt daarbij een belangrijke rol, onder meer vanwege de genocide in Gaza.

De NPO maakte eind september nog bekend dat Nederland in 2027 zou terugkeren naar het muziekevenement, na een jaar afwezigheid. De publieke omroep wilde de Nederlandse inzending als gezamenlijk project organiseren, nadat AVROTROS had besloten de verantwoordelijkheid daarvoor neer te leggen.

Volgens NPO-voorzitter Jet de Ranitz leek er aanvankelijk voldoende steun te zijn voor een Nederlandse deelname. In gesprekken met de omroepen is het echter niet gelukt om tot een werkbare oplossing te komen. De NPO vindt het daarom te vroeg om volgend jaar weer mee te doen.

Discussie over Israël

De deelname van Israël aan het Songfestival zorgt al langer voor verdeeldheid, mede vanwege de genocide in Gaza. AVROTROS besloot in augustus voor het tweede jaar op rij niet deel te nemen. Volgens de omroep past deelname onder de huidige omstandigheden niet bij de waarden van de organisatie.

Ook binnen de publieke omroep bestaat weerstand tegen een Nederlandse inzending. Eerder deze maand stuurden ruim vierhonderd NPO-medewerkers een brief waarin zij kritiek uitten op het voornemen om toch mee te doen.

NPO-mediadirecteur Jurre Bosman zegt dat de omroep alleen een Nederlandse artiest en medewerkers naar het festival wil sturen als zij op voldoende steun van een of meer omroepen kunnen rekenen. De NPO blijft wel in gesprek met de European Broadcasting Union (EBU), de organisator van het Songfestival, over de toekomst van het evenement.

De Nederlandse kijkers kunnen het Songfestival volgend jaar nog wel volgen via de NOS. Die zendt de halve finales en finale uit, met Nederlands commentaar en een voorbeschouwing.

PvdD probeert opnieuw onverdoofd ritueel slachten te verbieden

0

De Partij voor de Dieren (PvdD) doet een nieuwe poging om onverdoofd slachten te verbieden, zo bericht de NOS. Het voorstel maakt deel uit van een breder pakket maatregelen waarmee de partij het dierenleed in zowel slachthuizen als de veehouderij wil terugdringen.

Volgens het wetsvoorstel moeten dieren voortaan altijd worden bedwelmd voordat zij worden geslacht, ook bij rituele slacht volgens islamitische en joodse voorschriften.

Het is niet de eerste keer dat PvdD probeert om de rituele slacht aan banden te leggen. In 2011 kreeg een voorstel van de Partij voor de Dieren om onverdoofd ritueel slachten te verbieden wel een meerderheid in de Tweede Kamer, maar strandde het in de Eerste Kamer. Een meerderheid van de senaat vond destijds dat dierenwelzijn moest worden afgewogen tegen de grondwettelijk beschermde vrijheid van godsdienst.

De Raad van State oordeelde onlangs echter dat er inmiddels meer ruimte bestaat voor een verbod. Dit komt onder andere doordat andere landen vergelijkbare maatregelen hebben genomen en dierenwelzijn zwaarder is gaan wegen in het maatschappelijke debat.

Dit PvdD-wetsvoorstel beperkt zich niet tot rituele slacht. Het initiatiefsvoorstel bevat ook maatregelen voor de reguliere slachtpraktijk. Zo wil de partij af van CO2-bedwelming bij varkens en van elektrische waterbaden die worden gebruikt bij kippen, eenden en kalkoenen. Ook moet een einde komen aan het vervoer van hoogdrachtige dieren naar het slachthuis en aan het kiepen van pluimvee uit kratten op lopende banden.

De Tweede Kamer zal ook een ander wetsvoorstel van de PvdD behandelen dat zich richt op een ingrijpende hervorming van de intensieve veehouderij. De partij wil onder meer meer bewegingsruimte voor dieren, strengere eisen aan brandveiligheid in stallen en een verbod op verschillende pijnlijke ingrepen.

Met de twee wetsvoorstellen probeert de PvdD naar eigen zeggen zowel het leven als het einde van productiedieren ingrijpend te veranderen. Of er voldoende steun in de Kamer is voor een verbod op onverdoofd slachten, moet de komende tijd blijken.

Duitsland op een kantelpunt: ‘De AfD radicaliseert verder’

0

Duitsland staat onder druk. Tien jaar geleden was het land nog een voorbeeld: een sterke economie, een stabiele democratie en een betrouwbare partner in Europa. Das war einmal, zegt Duitslandkenner Bjorn Gens.

Jarenlang gold Duitsland als het toonbeeld van de liberale democratie. Na de val van de Berlijnse Muur leek de geschiedenis een duidelijke richting te hebben gekozen: democratie, Europese integratie en economische vooruitgang hadden gewonnen. Maar volgens de Belgische Duitslandkenner Bjorn Gens is dat zelfvertrouwen inmiddels verdwenen, zo schrijft hij in zijn boek Duitsland. Gidsland op een kantelpunt, dat volgende maand bij De Bezige Bij verschijnt. Staat de Duitse democratie onder druk? Hoe gevaarlijk is Alternative für Deutschland eigenlijk? En hoe zit het met de steun aan Israël? Is die steun nog wel onvoorwaardelijk, nu Israël genocide pleegt in Gaza?

‘Duitsland staat vandaag niet alleen symbool voor zichzelf, maar ook voor de crisis waarin een groot deel van Europa verkeert’, vertelt Gens. ‘De oorlog in Oekraïne, de opkomst van radicaal-rechtse partijen en groeiende onzekerheid over de internationale orde zetten de fundamenten van de Bondsrepubliek onder druk.’

Bjorn Gens. Beeld: Amandine Grulois

Tegelijkertijd blijft Duitsland de onvermijdelijke leider van Europa. ‘Na de Tweede Wereldoorlog werd bewust gekozen voor een Europees Duitsland en niet voor een Duits Europa. Duitse macht moest worden ingebed in Europese samenwerking. Ook na de hereniging van 1990 bleef dat uitgangspunt overeind. Tijdens de eurocrisis in de jaren 2010 stelde Berlijn zich volgens Gens vaak op als verdediger van het Europese project, zelfs wanneer de Duitsers dat financieel of politiek zelf niet direct in het Duitse belang vonden.

Toch is er nu een nieuwe fase aangebroken. ‘De Russische invasie van Oekraïne in 2022 heeft Duitsland wakker geschud. De Duitse richtingloosheid die al langer groeide, werd zichtbaar. Daar komt de vrees bij dat de Verenigde Staten zich in de toekomst minder zullen inzetten voor de Europese veiligheid. Om die reden is er afscheid genomen van het beeld van Duitsland als uitgesproken pacifistische mogendheid. Berlijn investeert inmiddels fors in defensie en koestert openlijk de ambitie om de sterkste militaire macht van Europa te worden.’

Volgens Gens is die ontwikkeling begrijpelijk. Europa kan zich niet blijven verlaten op Amerikaanse bescherming en zal meer verantwoordelijkheid voor zijn eigen veiligheid moeten nemen. Maar die ontwikkeling heeft ook een schaduwzijde, benadrukt hij. In zijn boek spreekt hij over een mogelijke terugkeer van de ‘Duitse kwestie’. ‘Als Duitsland veruit de sterkste militaire en economische macht van Europa wordt, ontstaat opnieuw een ongemakkelijke situatie. Frankrijk beschikt immers niet over de financiële ruimte om dezelfde rol te spelen en kleinere landen zoals Nederland en België kunnen dat al helemaal niet. Daarmee lijkt het natuurlijke evenwicht tussen de andere grote landen in de EU verloren te gaan en dreigt Duitsland opnieuw te groot te worden voor Europa, een vraagstuk waarvan velen dachten dat het definitief was opgelost.’

Björn Höcke, leider van de radicale vleugel

Die zorg wordt versterkt door de opkomst van de Alternative für Deutschland (AfD). De partij staat al jaren hoog in de peilingen en een verdere electorale doorbraak valt niet uit te sluiten. Gens acht het zelfs denkbaar dat de partij rond 2029 deel uitmaakt van een regering. Het vooruitzicht van een sterk bewapend Duitsland onder invloed van een radicaal-nationalistische partij noemt hij een scenario dat Europa serieus moet nemen.

Een centrale figuur in die radicalisering is Björn Höcke, de leider van Der Flügel, de radicale vleugel van de AfD die ontbonden werd. Hoewel het AfD-succes vaak wordt geassocieerd met de vluchtelingencrisis van 2015, is de partij meer dan ‘slechts’ een anti-immigrantenpartij. ‘Voor Höcke is deelname aan het parlement nooit een doel op zich geweest’, analyseert Gens. ‘Hij ziet het als een middel om politieke macht te verkrijgen. Hij begrijpt dat de partij van binnenuit moest worden veroverd door ideologisch gedreven netwerken, jongerenorganisaties en denktanks.’

‘Ook in deelstaten als Nordrhein-Westfalen winnen de AfD-extremisten terrein’

Die strategie bleek succesvol. ‘Oorspronkelijk werd de AfD gedomineerd door eurosceptische professoren en economen, maar inmiddels hebben radicalere krachten het initiatief van hen overgenomen en zijn de gematigden weggevlucht. Veel jongere politici en bestuurders komen voort uit de Junge Alternative, de jongerenorganisatie die uiteindelijk door de staatsveiligheidsdienst als extremistisch werd bevonden en formeel werd ontbonden. Ook prominente figuren als Ulrich Siegmund [de leider van AfD in Sachsen-Anhalt waar de partij de verkiezingen gewonnen heeft] behoren tot deze generatie radicale partijactivisten. Ze domineren de partij.’

‘Het vriendelijke gezicht van het nationaal-socialisme’

Volgens Gens is het daarom een misverstand te denken dat de AfD zich vanzelf zal matigen zodra de partij dichter bij de macht komt. ‘Het is juist het tegenovergestelde. De partij radicaliseert verder en dat geldt niet alleen voor Oost-Duitsland. Ook in deelstaten als Nordrhein-Westfalen winnen de AfD-extremisten terrein. Partijleider Alice Weidel probeerde in het verleden nog afstand te nemen van Höcke en zelfs zijn royement te bepleiten, maar heeft haar koers aangepast naarmate de invloed van de radicale vleugel groeide. Weidel ondersteunt in Noordrijn-Westfalen zelfs iemand die zichzelf ‘het vriendelijke gezicht van het nationaalsocialisme’ noemde. Binnen de partij wordt tegenwoordig eerder de positie van gematigde leden bedreigd dan die van extremisten.’

 

Internationaal bevindt de AfD zich in een merkwaardige positie. De partij onderhoudt contacten met andere radicaal-rechtse bewegingen, maar veroorzaakt ook spanningen. Marine Le Pen van Rassemblement National beschouwt de AfD bijvoorbeeld als te extreem. Waar Le Pen haar beweging bewust probeert te matigen om ooit het Franse presidentschap te kunnen winnen, werkt de Duitse politieke logica anders, legt Gens uit. ‘Omdat Duitsland geen rechtstreeks gekozen president kent, kan een radicalere strategie electorale voordelen opleveren.’

‘Steeds meer Duitsers vinden dat hun land zich minder intensief met de Holocaust zou moeten bezighouden’

Daarmee raakt Gens aan een tweede grote thema in zijn boek, de erosie van de Duitse herinneringscultuur. Decennialang bestond er een brede maatschappelijke consensus over de Holocaust en de bijzondere verantwoordelijkheid die Duitsland draagt voor zijn verleden. Die consensus wordt tegenwoordig van verschillende kanten aangevallen. ‘Höcke noemde het Holocaustmonument in Berlijn ooit een ‘monument van schande’’, zegt Gens. ‘Steeds meer Duitsers vinden dat hun land zich minder intensief met de Holocaust zou moeten bezighouden.’ Hoe lang blijft Duitsland nog de Vergangenheitsbewältigungsmeister (dixit Jan Böhmermann), wereldkampioen in het verantwoording afleggen van je verleden?

Debat over Israël

De oorlog in Gaza heeft deze discussie verder verscherpt. ‘Wat betekent de herinneringscultuur nog als Duitsland als land met zo’n gruwelijke geschiedenis van etnische zuiveringen zich niet kan uitspreken over Gaza? Het binnenlandse debat is daardoor grimmiger geworden. ‘Beide kampen beroepen zich op het begrip Nie wieder, maar geven er een andere betekenis aan. Voor pro-Israëlische stemmen betekent het dat Duitsland ook in deze tijd Israël onvoorwaardelijk moet blijven steunen, waardoor ze de realiteit van Gaza soms niet onder ogen willen zien. Voor veel pro-Palestijnse activisten betekent het juist dat massaal geweld en onderdrukking altijd bestreden moeten worden, ongeacht door wie die worden gepleegd. Aan die kant heerst dan vaak een blindheid over de gruwel en de impact van de Hamas-terreur op 7 oktober.’

Daardoor is het debat over Israël in Duitsland tegelijkertijd een debat over Duitsland zelf geworden. ‘Voormalig kanselier Angela Merkel verklaarde ooit dat de veiligheid van Israël tot de Duitse Staatsräson behoort. Maar die opvatting wordt steeds vaker ter discussie gesteld. De Duitse regering blijft pro-Israël, maar onder de bevolking groeit de kritiek op het optreden van Israël in Gaza en op de Westbank. Volgens Gens maakt de Gazadiscussie duidelijk hoe een historisch trauma, dat lange tijd richting gaf aan de buitenlandse politiek, steeds minder eenduidig wordt geïnterpreteerd.

‘Je moet de AfD niet gelijkstellen aan Adolf Hitler en de nazi’s, maar de partij is wel fundamenteel autocratisch’

Ook de discussie over antisemitisme is veranderd. Rechts legt de nadruk op zogenoemd ‘geïmporteerd antisemitisme’ onder migranten, met name onder moslims. Gens erkent dat dit fenomeen bestaat, maar wijst erop dat onderzoeken eveneens aanzienlijke antisemitische opvattingen onder AfD-aanhangers laten zien. ‘De vraag is daarom niet alleen in hoeverre antisemitisme van buiten komt, maar ook hoe sterk het nog altijd binnen de Duitse samenleving zelf aanwezig is.’

Ondanks alle zorgen waarschuwt Gens voor doemdenken. Duitsland bevindt zich op een kruispunt, maar de toekomst ligt niet vast. Veel zal afhangen van de keuzes die politici de komende jaren maken. Daarbij speelt vooral de CDU een sleutelrol. De partij worstelt met de vraag of de zogenoemde Brandmauer, het principiële cordon sanitaire tegen de AfD, nog steeds overeind moet blijven.

Gens is daar helder over. ‘Het afbreken van de Brandmauer lijkt op korte termijn misschien slim, maar zal op langere termijn een vergissing blijken. Kijk, je moet de AfD niet gelijkstellen aan Adolf Hitler en de nazi’s, maar de partij is wel fundamenteel autocratisch. Iemand als Höcke ziet democratie als een middel, niet als doel. Hij wil een autoritairder Duitsland. Ook Weidel is niet geïnteresseerd in het klassieke parlementaire spel. Ze noemt de andere partijen consequent vijanden van Duitsland. In dat denken belichaamt alleen de AfD de volkswil.’ Juist daarom moeten democratische partijen bereid zijn compromissen te sluiten en het politieke midden proberen bijeen te houden, vindt Gens. Ook in Duitsland dreigt immers hetzelfde probleem als in Nederland en België, namelijk de uitholling van het politieke centrum ten gunste van partijen aan de uiterste rechter- en linkerflank.

Of Duitsland de huidige spanningen kan doorstaan, zal volgens Gens uiteindelijk afhangen van politieke keuzes, niet van historische wetten. ‘Niets is onvermijdelijk. Duitsland hoeft niet af te glijden naar een donkere toekomst. Maar de vanzelfsprekendheid waarmee Duitsland tien jaar terug werd gezien als een stabiele democratische ankerplaats in Europa behoort tot het verleden.’

Bjorn Gens, Duitsland op een kantelpunt, De Bezige Bij, 304 blz., € 22,99

Draagmoederschap? ‘Wie zijn wij om te zeggen dat het niet mag?’

0

Premier Rob Jetten en zijn partner maakten bekend dat ze in het voorjaar een baby verwachten. Een vriendin is draagmoeder voor het stel. Hoe kijken onze panelleden naar draagmoederschap?

Dimple Sokartara, projectleider

‘Ik verdiep me in verhalen van donorkinderen en lees vaak over negatieve ervaringen. Kinderen kunnen zich niet hechten aan hun biologische ouders, kennen een deel van hun identiteit niet en kunnen daardoor in een crisis belanden. Ik kan me voorstellen dat er, ondanks een liefdevolle omgeving, altijd vragen onbeantwoord blijven die psychische problemen kunnen veroorzaken.

Tegelijkertijd garandeert opgroeien bij je biologische ouders ook geen veilige hechting. Het is mooi als je je baarmoeder kunt aanbieden, maar volgens mij moet de discussie vooral gaan over de vraag: wat weegt zwaarder, de kinderwens of het belang van het kind?

Als vrij nieuwe moeder vraag ik me bij het nieuws over Jetten bovendien af: hoe gaat hij zo’n veeleisende baan combineren met een baby? Ik vind het moederschap zelf al behoorlijk uitdagend.’

Ayala Levinger, software-ontwikkelaar

‘Toen ik hoorde dat Rob Jetten en zijn partner een kind krijgen via draagmoederschap, had ik daar eigenlijk geen oordeel over. Ik voel niet de behoefte hun persoonlijke keuze te beoordelen, zeker omdat de meeste mensen die gebruikmaken van draagmoederschap heteroseksuele stellen zijn.

Als feminist maak ik me wel zorgen over een industrie waarin economisch kwetsbare vrouwen, vaak in Aziatische landen, kinderen dragen voor welvarende westerse wensouders. Onderzoek roept de vraag op hoe vrij hun keuze werkelijk is als geld een belangrijke rol speelt. Vooral wanneer rijke vrouwen, zoals Hollywoodsterren, voor draagmoederschap kiezen om de gevolgen van een zwangerschap voor hun lichaam en carrière te vermijden, vind ik dat problematisch. Een andere vrouw draagt dan de risico’s.

Ik heb zelf twee kinderen gedragen. Als ik geen kinderen had kunnen krijgen, had ik denk ik liever een kind geadopteerd dat al bestaat en een thuis nodig heeft. Ik weet dat adoptie niet eenvoudig is, maar ik vind het moeilijk te rechtvaardigen dat de fysieke last van een zwangerschap wordt uitbesteed aan een vrouw die dat mogelijk vooral uit financiële noodzaak doet.’

Mostafa Hilali, militair

‘Ik vind draagmoederschap vooral een complex iets. Bij heterostellen die een draagmoeder nemen, is al snel de vraag: kan dat niet op de ‘normale manier’? Zeker als ze op een leeftijd zijn waarop ze nog op natuurlijke wijze kinderen kunnen krijgen. Bij andere stellen, bijvoorbeeld twee mannen of twee vrouwen, komt draagmoederschap natuurlijk sneller in beeld. En dan denk ik: wie zijn wij om te zeggen dat het niet mag? Als mensen samen een kind willen en kunnen opvoeden, daar de middelen voor hebben en ook emotioneel en psychisch stabiel zijn, waarom niet?

‘Het is een privéaangelegenheid’

Waar ik wel koude voeten van krijg, is als er een financieel aspect aan zit. Niet zozeer in Nederland, maar wel in het buitenland, waar draagmoeders het vanwege de beloning doen. Maar ook dan denk ik: als mensen het kunnen, waarom niet? De belangrijkste vraag blijft of er goed voor het kind wordt gezorgd.

Dat onze premier Rob Jetten hiervoor kiest, vind ik niet relevant. Het is  een privéaangelegenheid. Dat we hier met z’n allen weer iets van moeten vinden en dat zoveel mensen erover vallen, laat zien dat we als Nederland nog lang niet ver genoeg zijn. En dat het wel meevalt met onze progressiviteit.’

Yunus Kaplan, docent

‘Ik heb persoonlijk niks tegen draagmoederschap. Ik ben er bekend mee en heb me samen met mijn partner helemaal laten inlichten, want wij zijn zelf zo’n traject als de premier aan het overwegen. We wilden natuurlijk alles goed weten. Hoe het precies werkt? Wat zijn je rechten? Hoe is het hier in Nederland en hoe is het in het buitenland? We zijn er dus actief mee bezig en persoonlijk vind ik het heel mooi nieuws voor Rob en Nico. Zij gaan voor de constructie eiceldonor en draagmoeder en wij ook. Ook omdat veel draagmoeders het op die manier willen doen, want dan voelt de baby minder als van de draagmoeder zelf en is het daarom makkelijker om af te staan.’

Anushka Soekhradj, sociaal werker

‘Mijn kinderwens was nooit zo groot dat ik hier voor zou kiezen. Dat ik op een natuurlijke manier kinderen heb kunnen krijgen, is een door God gegeven gunst. Ik ben me ervan bewust dat het ook anders had kunnen zijn. Had ik zelf geen kinderen kunnen krijgen, dan had ik voor adoptie gekozen.

Ik ben niet tegen draagmoederschap. Ik denk dat de ideale situatie in zo’n geval co-ouderschap is tussen een vrouw en een homostel, zodat het kind zowel door een moeder als door vaders wordt omringd.

Er zijn zat kinderen zonder ouders die wachten op een warm nestje. Waarom zou je dan zo’n ingewikkelde situatie creëren, waarbij je de wet probeert te omzeilen door van de ene vrouw een eicel te nemen en die na bevruchting door een tweede vrouw te laten dragen? Geen van beide vrouwen kan dan werkelijk een band opbouwen met het kind, dat wel recht heeft op zorg, liefde en moederlijke intuïtie. Ik krijg er rillingen van.

Waarom is het voor meneer Jetten en zijn partner zo belangrijk dat geen vrouw de kans krijgt om een moederrol te vervullen? Er wordt niet meer gedacht in het belang van het kind. Het recht op kinderen is niet vanzelfsprekend, maar het recht op ouders wel. Je hebt niet voor niets ‘papa’s kindjes’ en ‘mama’s kindjes’. Kinderen hebben op verschillende momenten verschillende behoeften.

Het voelt niet als zuivere koffie wanneer kinderen een soort consumentengoed worden in een maakbare wereld. Het komt heel geforceerd over. Geen goed vooruitzicht voor een kind als de ouders vooral hun eigenbelang vooropstellen.’

Syrië weert vrouwen van verschillende universitaire opleidingen

0

Vrouwen in Syrië mogen bepaalde opleidingen aan twee nieuwe universiteiten voor defensie en veiligheid niet volgen. De Syrische regering heeft besloten dat de meeste opleidingen daar alleen toegankelijk zijn voor mannen, aldus Deutsche Welle.

Aan de Nationale Universiteit voor Defensiewetenschappen mogen alleen mannen rechten, economie, bestuur en sociale wetenschappen studeren. Aan de Syrische Universiteit voor Veiligheidswetenschappen kunnen vrouwen alleen terecht voor bepaalde opleidingen in cyberveiligheid, schrijft Human Right Watch.

Onder vrouwen in Syrië is naar aanleiding van deze overheidsbesluiten een vurig debat ontstaan. Kritische stemmen zien het als een voorteken voor nog meer inperking van de vrouwenrechten in het land.

‘Mijn initiële plan was om een master (mechanische studies) te volgen’, zegt Lin Najab tegen Deutsche Welle. Maar door de nieuwe reglementen overweegt ze andere opties. ‘Ik zou bijvoorbeeld naar een andere provincie moeten gaan om te studeren’, maar dat is lastig.

‘Zelfs als een meisje besluit dat ze niet opgeeft en buiten haar provincie wil gaan studeren, zullen haar ouders tegen het idee zijn, hetzij vanwege veiligheidsredenen, hetzij omdat we simpelweg niet willen dat onze dochters ergens anders gaan studeren’, aldus Najab.

‘Gender bepaalt je capaciteiten niet. Het zou moeten gaan om hoge academische standaarden, de standaarden die ik probeer te behalen,’ zegt Najab. ‘In Syrië hebben we beter onderwijs en goede afgestudeerden nodig, dus laten we kijken wie de beste mensen zijn, ongeacht hun gender.’

Fatoun Kharbatli, een activiste uit Aleppo, is eveneens tegen het idee om bepaalde vakken te beperken tot één gender. ‘Iemand moet het vakgebied kunnen kiezen waarin diegene zijn of haar talenten ziet liggen,’ vertelt ze aan DW. ‘We zijn 60 jaar lang onderdrukt, dus laten we nu een natie zijn die gelijke tred houdt met de wereldwijde beschaving, zonder respect voor de basisprincipes van onze religie uit het oog te verliezen.’

Maar veel Syriërs zijn voorstander van de nieuwe maatregelen van de overheid. Een van hen is Qamar al-Yaser, een moeder van drie kinderen. De sectoren waaruit vrouwen zijn uitgesloten ‘vereisen een sterke fysiek, ze vergen grote inspanningen, reizen, organisatie in het veld en kunnen vereisen dat men overnacht op afgelegen werklocaties’, zegt ze.  ‘Deze omstandigheden passen beter bij jonge mannen dan bij vrouwen.’

Aan PKK gelieerde milities gaan op in Iraakse leger

0

Het vredesproces tussen de Turkse staat en de Koerdische PKK boekt ook buiten Turkije vooruitgang. In Noord-Irak worden ruim vierduizend strijders van de jezidische milities YBS en YJS opgenomen in de Iraakse veiligheidsdiensten. De milities, die nauwe banden hebben met de PKK, speelden een belangrijke rol in de strijd tegen IS, zo meldt de Turkse nieuwssite Serbestiyet.

De volksmilities werden in 2014 opgericht tijdens de genocide op de jezidi’s, een niet-islamitische minderheid in het noorden van Irak. Het Iraakse leger kon hen destijds niet beschermen en vluchtte van het slagveld, waarbij duizenden jezidi’s ten prooi vielen aan IS.

Meer dan tien jaar later lijkt het vertrouwen tussen de Iraakse overheid en de jezidi’s mondjesmaat terug te keren, met het vredesproces tussen Turkije en de PKK als belangrijkste motivator. Turkije onderhoudt goede banden met zowel de Iraakse overheid als de Koerdische deelstaat in Irak en heeft om die reden veel invloed in de regio. In die context worden de PKK en de aan de PKK gelieerde volksmilities aangespoord om de wapens neer te leggen.

Dit ging gisteren gepaard met een ceremonie en een ontwapenings- en integratieovereenkomst, vergelijkbaar met de situatie in Syrië, waar de aan de PKK gelieerde YPG een deal sloot met het nieuwe Syrische regime.

In Irak gaat het om ongeveer vierduizend strijders van de jezidische milities YBS en YJS. De laatste is een vrouwenbrigade. Beide groepen hebben nauwe banden met de Koerdische PKK. Zij worden opgenomen in het Iraakse veiligheidssysteem. Maar daarvoor moeten de rechten van de Jezidi’s wettelijk worden gegarandeerd. Het is de vraag of dat ook gebeurt.

In Syrië verloopt de integratie moeizaam en hangt veel af van de onderhandelingen tussen Turkije en de Koerden. In 2015 liep het vredesproces vast, waarna de regio jarenlang door oorlog werd getroffen.

De Koerdische milities kwamen de Jezidi’s in augustus 2014 te hulp. Strijders van de PKK en de Syrische YPG openden toen een vluchtroute vanuit het Sinjargebergte naar Syrië. Daardoor konden tienduizenden jezidi’s ontsnappen aan IS. Na de reddingsactie bleven de milities in het gebied om jezidi’s te trainen en te bewapenen. Zo ontstond de YBS, een lokale verdedigingsmacht.

Soedan: meer dan twintig doden na een droneaanval op een markt

0

Bij een droneaanval op een markt in de West-Soedanese stad Nyala zijn maandag zeker 21 mensen om het leven gekomen, schrijft Le Monde. Daarnaast raakten ongeveer veertig personen gewond. Dat melden lokale bronnen en ooggetuigen.

Nyala geldt als een belangrijk bolwerk van de Rapid Support Forces (RSF), de rebellenbeweging die probeert de macht over te nemen in Soedan. Het Soedanese leger voert geregeld aanvallen uit op doelen in en rond de stad. Volgens lokale bronnen is het onduidelijk hoeveel van de slachtoffers burgers waren.

De burgeroorlog in Soedan verhevigt. Eerder voerden RSF-eenheden aanvallen uit op energievoorzieningen van de vijand, wat leidde tot grootschalige stroomuitval in enkele Oost-Soedanese deelstaten. Ook in de hoofdstad Khartoem werd melding gemaakt van een RSF-droneaanval op een elektriciteitscentrale.

De oorlog tussen het Soedanese leger en de RSF woedt sinds april 2023 en heeft het land in een diepe humanitaire crisis gestort. Volgens hulporganisaties zijn inmiddels meer dan 200.000 mensen omgekomen. Miljoenen inwoners zijn op de vlucht geslagen of afhankelijk geworden van noodhulp. De Verenigde Naties waarschuwen dat aanvallen op energievoorzieningen de toegang tot gezondheidszorg en schoon water verder onder druk zetten. Drones spelen inmiddels een steeds grotere rol in de strijd.

SCP: vooral praktisch opgeleide Nederlanders voelen zich achtergesteld

0

De meeste Nederlanders voelen zich niet structureel achtergesteld ten opzichte van andere groepen. Toch zijn er ook groepen die het gevoel hebben dat anderen worden voorgetrokken en dat zijzelf aan het kortste eind trekken. Dit blijkt uit een nieuw SCP-rapport.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau onderzocht gevoelens van achterstelling op vijf terreinen: wonen, werk, tradities en cultuur, rechtspraak en politieke vertegenwoordiging. Vooral op de woningmarkt leeft onvrede. 30 procent van de Nederlanders voelt zich daar achtergesteld. 28 procent van de Nederlanders voelt zich achtergesteld wat betreft politieke vertegenwoordiging. Bij werk en culturele tradities gaat het om circa 15 procent die zich achtergesteld voelt, terwijl slechts 7 procent van de Nederlanders zich achtergesteld voelt door de rechtspraak.

Tegelijkertijd benadrukt het SCP dat de meeste Nederlanders geen uitgesproken slachtoffergevoel hebben. Zoals het bureau op de website schrijft: ‘De meeste Nederlanders voelen zich niet achtergesteld ten opzichte van andere groepen.’ Wel zijn er duidelijke verschillen tussen maatschappelijke groepen.

Een belangrijke scheidslijn loopt langs opleidingsniveau. Vooral praktisch geschoolden voelen zich achtergesteld. Ook mensen met een migratieachtergrond voelen zich vaak achtergesteld, maar om andere redenen.

Uit gesprekken van het SCP blijkt dat met name mbo-opgeleiden zonder migratieachtergrond veel onbegrip tonen voor de voorrangspositie die statushouders in een aantal gemeenten nog altijd hebben bij de toewijzing van sociale huurwoningen.

Mensen met een migratieachtergrond ervaren juist discriminatie op basis van hun afkomst, huidskleur en religie. Daardoor voelen zij zich achtergesteld op onder meer de arbeidsmarkt, woningmarkt en in contacten met instituties, zoals de rechtspraak.

Ook religieuze en culturele minderheden komen in beeld. Sommige Nederlanders met een migratieachtergrond ervaren dat er onvoldoende ruimte is voor hun religieuze tradities, zoals bijvoorbeeld Eid al-Fitr, terwijl vooral praktisch opgeleide Nederlanders juist vrezen dat Nederlandse tradities onder druk staan, denk aan Zwarte Piet. Opvallend is dat groepen zich geregeld achtergesteld voelen op dezelfde terreinen, maar om tegengestelde redenen.

Hanneke Felten van onderzoeksbureau Movisie plaatst op LinkedIn een kanttekening bij gevoelens van achterstelling onder witte Nederlanders. Volgens haar wijst onderzoek erop dat juist mensen met een migratieachtergrond structureel worden benadeeld. ‘Zogenaamd ‘omgekeerd racisme’ (dat witte mensen gediscrimineerd worden vanwege hun wit zijn) daarentegen is niet aangetoond en er is geen enkele aanwijzing dat dit een structureel probleem is.‘ Tegelijkertijd erkent ze dat mbo’ers mogelijk te maken hebben met discriminatie op basis van opleidingsniveau.

Wie voelen zich niet achtergesteld? Het SCP wijst vooral op witte hoogopgeleide Nederlanders, in het bijzonder universitair geschoolden. Zij ervaren relatief vaak juist voordelen. Culturele diversiteit wordt door hen vaker gezien als verrijking, zij hebben meer vertrouwen in de rechtspraak en voelen zich beter vertegenwoordigd door de politiek.

Noodmaatregelen na staatsgreep in Turkije hebben ‘hele levens verwoest’

0

Na de mislukte staatsgreep van 2016 verloren duizenden mensen in Turkije hun baan en werden ze buitengesloten. Een nieuw rapport laat zien hoe de decreten van de regering-Erdogan levens kapot hebben gemaakt.

De pro-Koerdische parlementariër Ömer Faruk Gergerlioglu presenteerde onlangs een rapport van het Platform voor Gerechtigheid voor Slachtoffers, dat opkomt voor mensen die zijn getroffen door de noodmaatregelen na de mislukte staatsgreep van 2016. Gergerlioglu was zelf ook bij het onderzoek betrokken. Het rapport kwam tot stand onder leiding van onder anderen socioloog Bayram Erzurumluoglu, die zelf door een nooddecreet zijn baan verloor.

In totaal hebben sinds 2017 meer dan 33.000 mensen aan het onderzoek deelgenomen, voornamelijk slachtoffers van de noodmaatregelen en hun familieleden. Bij de mislukte staatsgreep vielen meer dan 250 doden. Daarna trad de regering van Erdogan hard op tegen de Gülenbeweging, die verantwoordelijk werd gehouden voor de couppoging. Veel aanhangers werden als terroristen bestempeld, vaak zonder dat hun individuele betrokkenheid was aangetoond. De gevolgen van die repressie zijn tien jaar later nog altijd voelbaar. Gergerlioglu vertelt over de bevindingen van het onderzoek.

Tijdens de presentatie van het rapport sprak u van ‘genocide’ op de Gülenbeweging. Waarom gebruikt u die term?

‘Omdat we 216 afzonderlijke misdrijven tegen de menselijkheid hebben vastgesteld. Het gaat om praktijken die doen denken aan de nazitijd, zoals het aanbrengen van kruisen op deuren van mensen die als terreurverdachten worden beschouwd. Tijdens de noodtoestand in Turkije ging het nog verder. Niet alleen onschuldige mensen werden getroffen, maar ook hun partners, kinderen, kleinkinderen en andere familieleden.’

Ömer Faruk Gergerlioglu

Maar die werden toch niet uitgemoord?

‘Bij genocide moeten we niet alleen denken aan het doden van mensen in gaskamers. Ook het uitsluiten van een groep uit het sociale en politieke leven, hen tot armoede en wanhoop drijven en ervoor zorgen dat ook familieleden en kinderen worden getroffen, zijn zeer ernstige misdrijven tegen de menselijkheid. Zo wordt een hele generatie haar toekomst ontnomen.’

Op de omslag van het rapport lijken mensen levend begraven te worden. Tijdens de presentatie zei u dat vrouwen en kinderen in een kuil worden begraven, terwijl anderen aarde over hen heen scheppen. Wat bedoelt u daarmee?

‘Volgens ons is bewust gekozen voor collectieve bestraffing. We hebben 216 categorieën van misdrijven tegen de menselijkheid vastgesteld, waarbij fundamentele rechten zijn geschonden, zoals de vrijheid van meningsuiting en godsdienst. Maar de gevolgen gaan veel verder. We zien meer sterfgevallen, hartaanvallen, kanker, depressies en echtscheidingen. Niet alleen de rechten van mensen zijn aangetast, maar ook hun gezondheid, gezinnen en sociale relaties. Hele levens zijn verwoest.’

Maar dat is iets anders dan levend begraven worden.

‘Ja, niet letterlijk. Maar geestelijk en sociaal zijn deze mensen wel uit het leven verdreven. Dat gaat veel verder dan gewone bestuurlijke maatregelen of afzonderlijke schendingen van rechten.’

‘Zelfs nu, jaren later, verbergen mensen nog voor de buitenwereld dat ze zijn ontslagen’

Heeft Turkije zijn culturele elite en middenklasse verloren?

‘De noodtoestand heeft Turkije veel intellectueel talent gekost. Hoogopgeleide mensen, zoals onderzoekers en schrijvers, werden ontslagen, buitengesloten, gevangengezet of gedwongen het land te verlaten. Je kunt spreken van een intellectuele zuivering. Het gaat niet alleen om braindrain, maar ook om de verzwakking van de wetenschap en het intellectuele leven in Turkije.’

Volgens het rapport ligt het aantal zelfdodingen onder gülenisten veel hoger dan gemiddeld in Turkije: ruim 2 procent. Bijna 10 procent heeft aan zelfdoding gedacht of een poging gedaan.

‘Als arts wil ik benadrukken dat zelfdoding nooit één oorzaak heeft. Maar een combinatie van ernstige depressie, plotselinge financiële problemen, sociaal isolement en wanhoop kan het risico vergroten. Tijdens de noodtoestand zagen we daar schrijnende voorbeelden van. Mensen die na hun ontslag in een ernstige psychische crisis belandden en een einde aan hun leven maakten. Zo waren er ziekenhuismedewerkers die naar de bovenste verdieping van hun ziekenhuis gingen en daar zelfmoord pleegden. Ook waren er politieagenten die na hun ontslag een einde aan hun leven maakten in het toilet van het politiebureau.’

Zulke berichten hebben de Turkse mainstreammedia nooit gehaald.

‘Zelfs nu, jaren later, verbergen mensen nog voor de buitenwereld dat ze zijn ontslagen. Ik ken professoren die werkloos raakten en vervolgens op de markt tomaten en komkommers verkochten. Ook ontmoette ik hoogleraren geneeskunde die als pompbediende bij een tankstation wilden werken, maar zelfs daar niet werden aangenomen.

U gebruikt ook de term ‘sociale dood’. Wat bedoelt u daarmee?

‘Een slachtoffer van de noodmaatregelen zei ooit tegen mij: ‘Eigenlijk zijn we al dood, maar we beseffen het niet.’ Een ander vertelde me dat hij na zijn ontslag niet eens meer langs het raam durfde te lopen, uit angst dat zijn buren zouden zien dat hij thuis was en dus zijn baan had verloren. Kunt u zich dat voorstellen? Zelfs in zijn eigen huis durfde hij zich niet meer vrij te bewegen. Hij probeerde onzichtbaar te blijven. Dat is wat we sociale dood noemen.’

‘Eigenlijk zijn we al dood, maar we beseffen het niet’

‘Stel dat een echtpaar ruzie krijgt. De ene partner kan de ander bedreigen bij de politie aangeven door te zeggen: ‘Mijn echtgenoot is een FETÖ-aanhanger’ [afkorting van Fethullahistische terreurorganisatie]. Ook in zakelijke relaties gebeurt dat. In de politiek worden ongewenste handelingen soms afgedaan als ‘FETÖ-tactieken’.

Deze mensen zijn hun rechten en vrijheden kwijtgeraakt, worden buitengesloten en zijn financieel en geestelijk gevangen komen te zitten. Ze verloren niet alleen hun baan, maar kregen ook een stigma opgeplakt. In de ogen van de samenleving worden ze bijna verantwoordelijk gehouden voor al het kwaad.’

Daar hadden ook niet-gülenisten last van, toch?

‘Zeker. Niet iedereen die via een nooddecreet werd ontslagen, was gülenist. Er waren ook linkse mensen en anderen die vanwege hun overtuigingen of om andere redenen slachtoffer werden. Zij kregen allemaal te maken met uitsluiting en stigmatisering.’

Er worden ook codes gebruikt om mensen als ‘staatsgevaarlijk’ aan te merken?

‘Ja, in online systemen werden bij sollicitaties codes als 36 en 37 gebruikt. Wie eerder via een nooddecreet was ontslagen, kon daardoor ook in de particuliere sector moeilijk aan werk komen. Dat heb ik zelf meegemaakt. Na mijn ontslag als arts solliciteerde ik bij particuliere ziekenhuizen. Daar kreeg ik openlijk te horen dat ze wisten van mijn ontslag en bang waren zelf problemen met de staat te krijgen als ze mij aannamen. Het ziekenhuis kijkt niet naar zijn deskundigheid, maar is bang zelf onder druk te komen staan.’

Onderdrukking door de staat kan tot radicalisering leiden. Waarom is dat bij de slachtoffers van de nooddecreten niet gebeurd?

‘De onderdrukking zorgde vooral voor angst, wanhoop en maatschappelijke uitsluiting. In plaats van te radicaliseren, probeerden mensen zich gedeisd te houden en zo min mogelijk op te vallen. Voor wie zijn baan verliest, zich zorgen maakt over zijn gezin en zelfs bang is voor zijn buren en familieleden, is overleven belangrijker dan verzet. Mensen trokken zich terug en probeerden te voorkomen dat hen nog meer ellende zou overkomen. Er was geen radicalisering, maar vooral angst en onderwerping.’

Er was ook weinig tot geen solidariteit 

‘Inderdaad, ze misten een maatschappelijke basis die hen kon steunen, hen in staat stelde samen op te treden en hun vertrouwen kon geven. Ik denk bovendien dat deze groep geen sterke, gedeelde intellectuele traditie had en ook niet over georganiseerde vormen van solidariteit beschikte die onder zulke omstandigheden tot radicalisering hadden kunnen leiden.’

Wat bedoelt u daarmee?

‘Als we deze groep vergelijken met andere maatschappelijke groepen, wordt het verschil duidelijker. Zo hebben we tijdens perioden van onderdrukking en conflict onder Koerden gezien dat familiebanden, contacten met buren en onderlinge solidariteit vaak een belangrijke rol speelden. Natuurlijk was die solidariteit niet overal en altijd even sterk. Maar zulke sociale banden konden voorkomen dat mensen geïsoleerd raakten en hadden invloed op hoe ze met onderdrukking omgingen.

‘Ze kregen niet alleen te maken met maatregelen van de staat, maar ook met uitsluiting door de samenleving’

Bij veel slachtoffers van de nooddecreten gebeurde juist het tegenovergestelde: zelfs mensen uit hun directe omgeving namen afstand. Ze kregen niet alleen te maken met maatregelen van de staat, maar ook met uitsluiting door de samenleving. Toen de mensen van wie ze steun verwachtten zich van hen afkeerden, werden hun angst en wanhoop nog groter.’

Hebben deze ervaringen de houding tegenover andere groepen blijvend veranderd?

‘Onder slachtoffers ontstond geleidelijk ook meer begrip voor het leed van anderen. Dat gebeurde niet op grote schaal, maar het was wel een belangrijke ontwikkeling. Veel mensen die door de nooddecreten werden getroffen, leidden daarvoor een conservatief leven en hadden weinig oog voor het leed van groepen buiten hun eigen omgeving. Maar toen ze zelf te maken kregen met ernstige schendingen van hun rechten, uitsluiting en onrecht, begonnen ze beter te begrijpen wat Koerden, alevieten, linkse mensen en niet-moslimminderheden eerder hadden meegemaakt.’

Tegelijkertijd klinkt er vanuit de groepen met wie de slachtoffers meer empathie zeggen te voelen ook kritiek: ‘Moesten jullie eerst zelf slachtoffer worden voordat jullie ons konden zien?’

‘Koerden, alevieten, linkse mensen en niet-moslimminderheden zien het leed van de slachtoffers van de nooddecreten en leven met hen mee. Maar tegelijkertijd wantrouwen ze hen. Ze vrezen dat deze mensen, zodra hun eigen problemen voorbij zijn, weer de bestaande orde zullen omarmen en onverschillig worden voor het onrecht dat anderen wordt aangedaan.

Ik begrijp dat wantrouwen, gezien wat deze groepen zelf hebben meegemaakt. Toch vind ik het een eenzijdige houding. Je moet mensen niet bij voorbaat afschrijven omdat ze conservatief zijn. Ook zij verdienen empathie. Maar ik moet eerlijk zijn: de kritiek is niet helemaal ongegrond. Ik zie zelf ook dat de solidariteit met andere onderdrukte groepen kan verdwijnen zodra het eigen leed naar de achtergrond verdwijnt. Oude, conservatieve denkbeelden en gewoonten kunnen dan weer de kop opsteken. Ik zou daar graag optimistischer over zijn.’