De Spaanse socialistische premier Pedro Sánchez is verwikkeld in een reeks corruptiezaken rond familieleden en een oud-premier. Sánchez houdt vol dat zijn familieleden onschuldig zijn en dat er sprake is van een politiek gemotiveerde campagne, schrijft de Britse krant The Guardian.
Aangezien zijn jongere broer, zijn vrouw en zijn voorganger, oud-premier José Luis Rodríguez Zapatero, allen worden beschuldigd van corruptie, heeft Sánchez nogal wat te verduren, schrijft de krant. Volgend jaar zomer worden namelijk verkiezingen gehouden in Spanje.
Sánchez kwam acht jaar geleden aan de macht nadat hij had geholpen de door corruptie getroffen regering van de conservatieve Partido Popular ten val te brengen. Hij houdt vol dat zijn familieleden onschuldig zijn. Ook komt hij op voor Zapatero en zegt dat hij onschuldig is totdat het tegendeel is bewezen.
Maar daar houdt het niet op voor Sánchez. Twee van zijn voormalige vertrouwelingen worden ook beschuldigd van corruptie. Bovendien is zijn voormalige procureur-generaal voor twee jaar uit zijn functie gezet nadat hij schuldig was bevonden aan het lekken van vertrouwelijke informatie.
Sánchez’ broer David wordt beschuldigd van beïnvloeding en ambtsmisbruik. Zijn rechtszaak begint donderdag. De zaak kwam aan het rollen na een aanklacht van Manos Limpias (Schone Handen), een vakbond die in verband wordt gebracht met extreemrechts in Spanje. David Sánchez zou in juli 2017 een baan toegeschoven hebben gekregen van de gemeenteraad van Badajoz. Pedro Sánchez was toen leider van de socialistische partij, maar nog geen premier.
Als gevolg van een andere aanklacht van Manos Limpias werd de vrouw van Sánchez, Begoña Gómez, vorige maand na een twee jaar durend onderzoek door de rechter aangeklaagd voor verduistering, beïnvloeding, corruptie en verkwisting van publiek geld. Ook zou zij haar invloed als vrouw van de premier hebben aangewend om een baan te krijgen aan een universiteit en voor eigenbelang publiek geld hebben verkwist.
Oud-premier Zapatero, die nog altijd een belangrijk figuur is voor links in Spanje, is binnen een onderzoek naar staatssteun voor een luchtvaartmaatschappij beschuldigd van beïnvloeding en andere strafbare feiten. Zapatero zou zijn invloed hebben aangewend voor economisch gewin, inclusief bij de luchtvaartmaatschappij.
Sánchez beweert dat zijn vrouw en broer slachtoffer zijn van politiek gemotiveerde lastercampagnes. Maar zelf trok hij in een interview afgelopen september de onafhankelijkheid van sommige rechters in twijfel. Volgens hem zouden er rechters zijn die ‘aan politiek doen’ en politici die ‘het recht beïnvloeden’.
Terwijl tegenstanders van Sánchez streven naar vervroegde verkiezingen en zo hopen de premier onderuit te halen, heeft Sánchez oproepen voor vervroegde verkiezingen verworpen, omdat Spanje ‘stabiliteit’ nodig zou hebben.
Israël heeft een nieuw elektronisch systeem voor landregistratie ingevoerd op de bezette Westelijke Jordaanoever. Volgens de Israëlische regering moet het digitale kadaster zorgen voor efficiënter grondbeheer en meer juridische duidelijkheid. Palestijnse autoriteiten zien de maatregel echter als een nieuwe stap richting annexatie van Palestijns gebied.
Het plan bouwt voort op een besluit van het Israëlische veiligheidskabinet uit 2025 om landeigendom op grote schaal opnieuw te registreren. Daarbij komen registratieprocedures onder verantwoordelijkheid van Israëlische instanties te vallen. Met name in gebied C — dat al grotendeels onder Israëlische controle staat — zou veel land als ‘staatsgrond’ kunnen worden aangemerkt.
De Israëlische minister van Financiën Bezalel Smotrich noemde het project eerder een manier om het Joodse nederzettingenbeleid in ‘Judea en Samaria’ te versterken, de Bijbelse benaming die Israël gebruikt voor de Westelijke Jordaanoever. Volgens Palestijnse functionarissen maakt het systeem het eenvoudiger voor kolonistenorganisaties om Palestijnse landeigenaren te identificeren en onder druk te zetten hun grond te verkopen.
Ook de uitbreiding van Israëlische bevoegdheden naar gebieden A en B zorgt voor onrust. Onder de Oslo-akkoorden vallen die gebieden grotendeels onder bestuur van de Palestijnse Autoriteit. Juristen en Palestijnse instellingen waarschuwen dat Israël via administratieve en technologische middelen steeds meer directe controle uitoefent over bezet gebied.
Het Institute of Law van de Universiteit van Birzeit sprak van een proces van ‘praktische annexatie’. Volgens het instituut ondermijnt het nieuwe systeem de positie van de Palestijnse Autoriteit en verstevigt het de Israëlische controle over de Westelijke Jordaanoever.
Een filmpje op social media van een voormalige commandant van de Soedanese paramilitaire groep RSF tijdens de hadj in Mekka heeft voor ophef gezorgd. Gaat het hier om berouw, vragen landgenoten zich af.
Het gaat om Ali Rizqallah, beter bekend als Savannah, die eerder deze maand publiekelijk brak met de Rapid Support Forces (RSF). Deze Soedanese militie wordt internationaal beschuldigd van grootschalige oorlogsmisdaden en genocide, onder andere in Darfur.
In videofragmenten die dinsdag online circuleerden, is Savannah te zien bij de Kaaba in Mekka, waar hij bidt voor een einde aan de oorlog in Soedan. Hij vraagt God onder meer om ‘het bloedvergieten te stoppen’ en ‘de onderdrukking te beëindigen’.
De reacties op sociale media lopen uiteen. Sommige Soedanezen zien zijn aanwezigheid in Mekka als een teken van berouw, terwijl anderen vinden dat religieuze symboliek geen genoegdoening biedt voor de slachtoffers van het conflict. Critici wijzen erop dat Savannah jarenlang een prominente rol speelde binnen de RSF, die sinds het uitbreken van de oorlog in april 2023 wordt beschuldigd van etnisch geweld, plunderingen en seksueel geweld.
Savannah maakte op 11 mei bekend dat hij de RSF verlaat en zich aansluit bij het Soedanese leger (SAF), dat overigens eveneens beschuldigd wordt van oorlogsmisdaden. Savannah verklaarde dat hij destijds uit angst en zelfbescherming bij de RSF terechtkwam. Ook zei hij bereid te zijn zich juridisch te verantwoorden voor mogelijke beschuldigingen.
De oorlog tussen de RSF en het Soedanese leger heeft geleid tot een enorme humanitaire crisis. Volgens de Verenigde Naties zijn miljoenen mensen ontheemd geraakt en kampt een groot deel van de bevolking met ernstige voedseltekorten.
De interne strijd binnen de seculiere partij CHP in Turkije lijkt echt begonnen. Oud-partijleider Kemal Kiliçdaroglu, die via een uitspraak van de rechter weer aan de macht kwam, verzamelt zijn oude vertrouwelingen om zich heen. De afgezette leider Özgür Özel wil geen nieuwe partij beginnen. Tegelijkertijd worden ook elders in Turkije nog steeds seculiere burgemeesters opgepakt, meldt nieuwssite Turkish Minute.
‘We hebben geen plannen om een nieuwe partij op te richten’, zei Özel gisteren na het Offergebed in Izmir, traditioneel de thuishaven van de seculiere partij. ‘Er zijn mensen die vinden dat we onze biezen moeten pakken, maar dat vind ik niet. We gaan deze kwestie oplossen’, aldus Özel op uitdagende toon. ‘Ik mag hopen dat Kiliçdaroglu geen partij wil leiden als hij niet democratisch is gekozen.’
Hij doelt daarbij op een nieuw congres dat ‘zo snel mogelijk’ moet plaatsvinden, waarbij de twee miljoen leden van de seculiere partij opnieuw mogen stemmen. Zo kwam Özel in 2023 aan de macht.
Of dat daadwerkelijk gaat gebeuren, is nog maar de vraag. Kiliçdaroglu had er geen moeite mee om via een dubieuze rechterlijke nietigverklaring terug te keren als partijleider. Het Turkse rechtssysteem zou een oproep voor een nieuw CHP-congres bovendien preventief als ‘illegaal’ kunnen bestempelen en zo kunnen verhinderen dat het überhaupt plaatsvindt.
Ondertussen worden nog steeds seculiere burgemeesters opgepakt. Mustafa Günay van Güzelbahçe, een district van Izmir, is samen met zijn vrouw gearresteerd vanwege beschuldigingen van corruptie.
Er moet in Nederland een generatie zijn opgegroeid die het misschien wel wil geloven, maar zich niet meer kan herinneren dat er een tijd was waarin het asielbeleid niet wekelijks in het nieuws kwam. Zelfs ik kan me die tijd amper herinneren, want al in 1991 ging er een brandbom naar het huis van Aad Kosto, toenmalig staatssecretaris van asiel. De brandbom werd geworpen door de linkse activistische groep RaRa. We kunnen RaRa ook terroristisch noemen, maar laten we mild zijn.
Inmiddels bestaat RaRa niet meer, nu zijn het demonstraties tegen azc’s die het bijna tot folklore hebben geschopt. En wanneer was de opvang in Ter Apel voor het laatst niet overvol?
Nikki Sterkenburg schreef in mei van dit jaar in NRC ‘dat er een omvangrijke groep Nederlanders is die de democratische spelregels als optioneel beschouwt’. Ze voegde eraan toe: ‘Ook als de huidige spanningen rond asiel worden opgelost […], dan komt er wel weer een nieuw onderwerp waarop grimmige coalitievorming ontstaat.’
Met die grimmige coalitievorming bedoelt ze coalities van burgers die echt geen azc in hun gemeente willen, zoals ze andere dingen niet in hun gemeente zouden willen. En relschoppers en burgers die zo ontevreden zijn over de overheid dat er hier en daar iets in de fik moet. Ongeveer 1 op de 5 Nederlanders schijnt te geloven dat de overheid ‘het beste maar omvergeworpen kan worden’.
Mensenrechten zijn prachtig, alleen jammer dat ze vaak te laat komen
Wat ervoor in de plaats moet komen, blijft onduidelijk. Ongetwijfeld is het motto: eerst omverwerpen en dan kijken we verder.
Maar goed, asiel is slechts de aanleiding, de rode lap, als die rode lap wordt weggetoverd zijn er andere rode lappen waar de stier op losgaat.
Geen wonder dat in deVolkskrant geschreven wordt dat premier Jetten ‘onzichtbaar’ is als het om asiel gaat. De man heeft met asiel niets te winnen.
Feitelijk kun je met asiel alleen winnen als je op zo grof mogelijke wijze tegen de asielzoekers tekeergaat.
Natuurlijk zijn er ook pogingen om dat op minder grove wijze te doen. Lof daarvoor.
‘Grip op migratie,’ roepen alle partijen van links tot rechts.
Voormalig minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin schreef in deGroene over dat begrip: ‘Maar toch: wie zijn “wij” die grip willen krijgen op migratie, en wie de anderen, niet-wij? En wat is “grip” eigenlijk anders dan beheersing, heerschappij, en hoe verhoudt dit zich tot mensenrechten die uiteraard ook aan migranten toekomen?’
Nu omarmen ministers wel vaker de mensenrechten als ze de politiek hebben verlaten en ongetwijfeld was ook Hirsch Ballin als minister een baken van kalmte en redelijkheid vergeleken met zijn opvolgers, maar het moet worden gezegd: mensenrechten zijn prachtig, alleen jammer dat ze vaak te laat komen.
Ook blijft de vraag hoe die mensenrechten precies moeten worden ingepast in een democratie waarin een aanzienlijke minderheid geen boodschap heeft aan het lot van anderen, laten we zeggen van buitenstaanders.
Je kunt zeggen: via de rechterlijke macht, mensenrechten staan boven de wil van het electoraat. Oftewel: burger, hier gaat u niet over.
Het nadeel daarvan is dat de boze burger daardoor nog bozer dreigt te worden. Hij heeft ook zo zijn democratische spelregels.
En daar zit iets in. Een democratie waarin alleen zogenoemde experts mogen meepraten is geen democratie.
Tegelijkertijd is de zelfoverschatting van de burger een probleem. (‘Ik voel een asielcrisis, dus is er een asielcrisis.’) Maar die zelfoverschatting, het geloof dat de eigen emotie een dictator is die gehoorzaamd moet worden, leeft echt niet alleen bij rechts of extreemrechts. (Denk aan: ik voel me onveilig, dus ben ik onveilig.)
Tegelijkertijd is de zelfoverschatting van de burger een probleem
In de loop van de tijd is het idee ontstaan dat de burger verstand had van alles, tenminste in potentie. Het recht op onderwijs, ook een democratische spelregel. Het recht om het onderwijs te negeren, eveneens een democratische spelregel.
Kortom, wat te zeggen over die spelregels, zonder al te bevoogdend te klinken? Ze moeten bestand zijn tegen mensen die het valsspelen als enige uitweg beschouwen.
Zouden de boze burgers, al die mensen die menen dat de overheid een pak slaag heeft verdiend, bekeerd kunnen worden? Ik ben sceptisch. Door te luisteren? Dat heeft de boze burger alleen bozer gemaakt.
Verdragen, denk ik.
De boze burger wil de overheid wel beschadigen, maar als puntje bij paaltje komt wil hij bij die overheid schuilen. Hij wil net zomin revolutie als de voetbalhooligan dat wil. Hij wil hooguit dat zijn cluppie (hijzelf dus) altijd wint.
In de Rotterdamse bioscoop LantarenVenster draaide de documentaire ‘Van straat naar Hoop’. De film gaat over vrijwilligers van Time to Help die straatkinderen in Tanzania helpen.
In het Rotterdamse filmtheater LantarenVenster draaide vorige week eenmalig de ruim 40 minuten durende documentaire Van straat naar Hoop – De ware kanjers in Tanzania in première. De film, gemaakt door stichting Time to Help, laat zien hoe relatief kleine hulpacties een groot verschil kunnen maken in het leven van kwetsbare kinderen en gezinnen in Tanzania.
De zaal zat vol vrijwilligers, donateurs en nieuwsgierige Rotterdammers. De sympathieke en veelzijdige presentator Karim Amghar — onderwijzer, programmamaker bij NTR en columnist bij Trouw en De Correspondent — praatte de middag op informele wijze aan elkaar, met veel shout-outs en applaus voor de vrijwilligers die het werk mogelijk maken.
Andere kant van de wereld
Centraal in de documentaire staat het werk van Time to Help in Dar es Salaam, waar de stichting samenwerkt met lokale partners om straatkinderen een veilige plek te bieden. ‘We wilden laten zien hoe een paar euro aan donaties in Nederland levens veranderen aan de andere kant van de wereld’, zegt projectcoördinator Fatma Öz, inmiddels veertien jaar betrokken bij de organisatie. Zij vertelt dat de film vooral gaat over menselijkheid en verbinding. ‘We realiseren ons dat we niet de hele wereld kunnen veranderen’, vertelt ze aan Karim, ‘maar we kunnen wel met kleine stappen iemands wereld veranderen en diens leefomstandigheden verbeteren.’
In de documentaire is te zien hoe een gemengde groep vanuit Nederland naar Tanzania reist, hoe daar opvanglocaties worden opgeknapt, hoe kinderen voor het eerst in een eigen bed slapen en hoe vrijwilligers samen met lokale medewerkers scholen renoveren. ‘Van op de grond slapen naar een eigen bed, dat maakt daar een enorme impact’, zegt Fatma. ‘Je wieg bepaalt je lot, zeker in moeilijke tijden. Als je ziet hoe kwetsbaar sommige kinderen zijn, dan wil je iets doen. Kinderen moeten gewoon kind kunnen zijn.’
‘Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: iets betekenen voor een ander’
Time to Help begon in Rotterdam en groeide in veertien jaar uit tot een internationale organisatie die actief is in meer dan 25 landen. De stichting werkt met een groot netwerk van vrijwilligers met uiteenlopende achtergronden: Nederlands, Turks, Marokkaans, Pakistaans, Hindoestaans enzovoort. ‘We maken geen onderscheid in geloof, afkomst of cultuur’, benadrukt Fatma. ‘Wij zijn allemaal eerst mens. En uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: iets betekenen voor een ander.’
Die diversiteit is ook zichtbaar in de reizen naar Tanzania, waar vrijwilligers meewerken aan renovaties, onderwijsprojecten en activiteiten voor kinderen. ‘Het is geen gewone reis’, zegt Fatma. ‘Het is een ontmoeting van hart tot hart. Vrijwilligers zijn vaak gespannen voordat ze gaan, ze weten niet wat ze kunnen verwachten. Maar zodra ze de kinderen ontmoeten, valt alles op zijn plek.’
Karim Amghar spreekt het publiek toe in bioscoop LantarenVenster. Beeld: Ewout Klei
De documentaire volgt onder meer de samenwerking met Mohammed, een lokale imam in Dar es Salaam die zich inzet voor straatkinderen. Door de groeiende groep kinderen die hulp nodig heeft, zocht hij contact met Time to Help. Inmiddels ondersteunt de stichting 68 jongens in het district Magala. ‘We sluiten aan bij lokale initiatieven’, legt Fatma uit. ‘Zij weten wat er nodig is. Wij versterken dat.’
Vrijwilligers
Tijdens deze middag klinkt herhaaldelijk de oproep om je als vrijwilliger aan te melden. De stichting merkt dat vrijwilligers vaak anderen meenemen in hun enthousiasme. Collega’s, vrienden en familie sluiten zich aan of steunen projecten financieel. ‘Het werkt als een sneeuwbal’, vertelt Fatma na afloop van de voorstelling aan de Kanttekening. ‘Hoe meer mensen meegaan, hoe meer betrokkenheid er ontstaat. En mensen die eenmaal in Tanzania zijn geweest, blijven vaak doneren.’
‘Vijf procent van de inkomsten gaat naar organisatiekosten’
Vrijwilligers betalen hun eigen reis- en verblijfskosten, zodat donaties volledig naar de projecten gaan. De organisatie werkt met een klein team van drie medewerkers, die op minimumbasis worden betaald. ‘Vijf procent van de inkomsten gaat naar organisatiekosten’, zegt Fatma. ‘De rest gaat direct naar de projecten. We houden van transparantie: onze jaarrekeningen staan online.’
Hoewel Time to Help geen CBF-keurmerk heeft, benadrukt Fatma dat dit vooral een capaciteitskwestie is. ‘We zijn een kleine organisatie en hebben het simpelweg te druk gehad met hulp bieden in plaats van dit keurmerk aan te vragen. Dat is nu een prioriteit, want transparantie staat bij ons voorop. Kijk ook naar onze jaarcijfers en jaarverslagen.’
Van pannenkoeken tot staaroperaties
De projecten van Time to Help variëren van het renoveren van scholen tot medische hulp, zo is in de documentaire te zien. In Tanzania helpen vrijwilligers mee met schilderwerk, waarbij kinderen vrolijk hartjes op de muren tekenen. Ook typisch Nederlandse activiteiten komen voorbij, zoals pannenkoeken bakken op een open vuurtje. De kinderen vinden het geweldig.
Maar de stichting doet meer dan vrijwilligersreizen, benadrukt Fatma tegenover de Kanttekening. In Afrika worden het hele jaar door staaroperaties gefinancierd, zonder dat daar vrijwilligers voor nodig zijn. Daarnaast ondersteunt Time to Help weeshuizen, vluchtelingen, waterputprojecten en noodhulpacties in landen als Pakistan, Jemen, Libanon, Turkije, Bosnië, Griekenland en Roemenië.
Mens centraal
Hoewel veel vrijwilligers islamitisch zijn, vertelt Fatma dat de stichting niet religieus werkt. ‘In de islam is naastenliefde belangrijk, maar voor ons staat de mens centraal. Eerst ben ik mens, dan moslim. We helpen iedereen, of die nu katholiek, moslim of atheïst is. Niemand mag zich uitgesloten voelen.’
‘Ik wil iedereen helpen’
Presentator Karim Amghar speelde heel even de ‘advocaat van de duivel’ en vroeg Fatma waarom ze niet alleen geloofsgenoten helpt. ‘Ik kijk niet naar afkomst of geloof, want ik wil iedereen helpen’, was haar principiële antwoord.
Aan het einde van de middag klinkt opnieuw applaus. Voor de film, voor de vrijwilligers, voor de kinderen in Tanzania. ‘Samen maken we het verschil’, zegt Fatma. ‘We blijven groeien als organisatie. En we blijven helpen. Omdat het nu tijd is om te helpen.’
De film ‘Van straat naar Hoop’ is nu op YouTube te bekijken.
Op het gazon van het Witte Huis in Washington verrijst momenteel een enorme UFC-kooi. Hierin zullen beroepsvechters het tegen elkaar opnemen ter gelegenheid van het 250-jarig bestaan van de Verenigde Staten.
Het evenement, dat de naam UFC Freedom 250 draagt, staat gepland voor 14 juni en is nauw verbonden met president Donald Trump, die dol is op groteske bouwwerken en ruimtes in en rondom het Witte Huis.
Op beelden is te zien hoe arbeiders een achthoekige arena met stalen hekwerk en tribunes op het South Lawn-terrein in elkaar zetten. Volgens Trump moet het de ‘grootste UFC-show ooit’ worden, direct ‘voor de voordeur van het Witte Huis’. De UFC investeert naar verluidt zo’n 60 miljoen dollar in het project.
Tijdens het evenement worden twee titelgevechten gehouden. De Braziliaanse vechter Alex Pereira neemt het op tegen de Fransman Ciryl Gane in de zwaargewichtklasse. Daarnaast vecht Ilia Topuria tegen Justin Gaethje voor de interimtitel in het lichtgewicht.
Volgens UFC-president Dana White zullen ongeveer 4.300 genodigden aanwezig zijn op het terrein van het Witte Huis, onder wie veel militairen. Daarnaast komen er tienduizenden gratis kaarten beschikbaar voor een groot scherm in het nabijgelegen Ellipse Park. Reguliere kaartverkoop komt er niet, al zouden VIP-arrangementen voor rijke gasten oplopen tot 1,5 miljoen dollar.
Het is voor het eerst dat een professioneel sportevenement plaatsvindt op het terrein van het Witte Huis. Het past binnen Trumps verbouwing van de presidentiële residentie, waar sinds zijn terugkeer onder meer gouden decoraties en nieuwe bouwprojecten aan zijn toegevoegd.
De afgelopen weken waren er op verschillende plekken in Nederland grimmige protesten tegen de noodopvang van asielzoekers. Het dieptepunt vormden de rellen in Loosdrecht, waar brand werd gesticht bij een azc. Premier Rob Jetten krijgt kritiek omdat hij zich onvoldoende scherp zou uitspreken. Wat is jouw advies aan de premier?
Ayala Levinger, softwareontwikkelaar
‘Mijn droom is dat de minister-president het probleem eindelijk bij de naam noemt: Nederland heeft geen ‘vluchtelingencrisis’, maar een diepgeworteld racismeprobleem. Ik zou willen dat hij om zich heen kijkt en de echte verantwoordelijken aanwijst. In de Tweede Kamer zitten partijen die migranten al jarenlang als zondebok gebruiken. Er wordt zo hard tegen vluchtelingen opgehitst dat gewone burgers geloven dat het woningtekort door migratie komt, terwijl dat een van de grootste politieke leugens van de afgelopen jaren is. Extreemrechtse mensen hebben daardoor het gevoel gekregen dat ze toestemming hebben om agressief te zijn, omdat ze overal mee wegkomen. Ze zien op het nieuws hoe klimaatactivisten en demonstranten tegen de genocide in Palestina keihard worden aangepakt door de politie, terwijl politici op sociale media de schuld van die protesten opnieuw bij migranten leggen.
‘Met dit beleid blust hij de brand niet, hij levert de brandstof’
Maar dit blijft een droom, want ik heb geen enkel vertrouwen in de neoliberale politiek. Zijn reactie zal waarschijnlijk opnieuw dezelfde voorspelbare routine zijn: het geweld op tv veroordelen en beloven dat de politie strenger gaat handhaven. Maar zolang hij weigert te erkennen dat zijn eigen bezuinigingen en de racistische, ophitsende politieke taal het racisme onder de bevolking voeden, is hij niet de oplossing voor deze crisis, maar juist de aanjager ervan. Met dit beleid blust hij de brand niet, hij levert de brandstof. En het gaat zeker weer gebeuren.’
Ruben Arnhem, docent
Foto: Ruben Arnhem
‘De brandstichting in Loosdrecht is uiteraard onacceptabel. Geweld en vernieling mogen nooit de oplossing zijn voor maatschappelijke problemen. Tegelijkertijd zou het een vergissing zijn om alleen naar de daders te kijken en niet naar de onvrede die onder een deel van de bevolking leeft. Mijn advies aan premier Rob Jetten is daarom: luister beter naar wat er speelt in de samenleving.
Veel Nederlanders hebben het gevoel dat hun zorgen onvoldoende serieus worden genomen. Ze zien hoge brandstofprijzen, een woningmarkt die vastzit en steeds meer mensen die moeite hebben om rond te komen of een geschikte woning te vinden. Regelmatig verschijnen er berichten over hardwerkende Nederlanders en zelfs ouders met kinderen die in onzekerheid verkeren over hun woonsituatie. Dat voedt het gevoel dat de overheid de grip kwijt is. In die context zorgt het asiel- en migratievraagstuk voor extra spanningen. Veel mensen vragen zich af waarom Nederland nieuwe mensen blijft opvangen, terwijl bestaande problemen nog niet zijn opgelost.
‘Waarom moeten wij alle problemen van de EU oplossen?’
Wie zorgen uit over migratie is niet automatisch tegen hulp aan vluchtelingen; veel Nederlanders maken onderscheid tussen mensen die vluchten voor oorlog of vervolging en mensen die vooral om economische redenen naar Europa komen.
Op dit moment zijn wij niet in staat om duizenden jonge mannen, veelal gelukzoekers, op te vangen. Waarom moeten wij alle problemen van de EU oplossen? Landen als Polen en Hongarije kiezen voor hun eigen volk en weigeren andermans problemen op te lossen.
Daarom zou het kabinet meer nadruk moeten leggen op het op orde brengen van de eigen samenleving en begrip tonen voor gemeentes waar de burgemeester en gemeenteraad besluiten dat ze naar het volk luisteren en daarom geen azc in hun gemeente willen. Hiermee voorkom je een hoop trammelant en laat je zien dat je de zorgen van je burgers wel serieus neemt.’
Yunus Kaplan, docent
‘Een brandstichting moet gewoon helder veroordeeld worden. Daar hoeft geen ingewikkeld verhaal omheen. Maar ik geloof ook niet dat dit soort dingen ineens ontstaan. Daarvoor verschuift er al langer iets in hoe we praten. Over asiel. Over ‘de gewone Nederlander’. Over wie hier wel of niet hoort. Mensen wennen aan harde taal. Aan het idee dat sommige groepen vooral een probleem zijn dat opgelost moet worden. Dan wordt de stap naar escalatie kleiner dan we graag toegeven. Juist daarom moet een premier niet alleen reageren wanneer het misgaat, maar ook kijken naar het politieke klimaat dat eraan voorafgaat. Want verharding begint meestal niet bij een brand. Het begint veel eerder.’
Ahmed Abdillahi, postbezorger
‘Wat er laatst in Loosdrecht is gebeurd, is ontzettend heftig en onacceptabel. Mensen die naar Nederland zijn gevlucht vanwege oorlog, geweld of vervolging opnieuw confronteren met angst en geweld gaat alle grenzen over. Je merkt helaas dat de haat en polarisatie in de samenleving toenemen. In mijn omgeving hoor ik steeds vaker dat vluchtelingen en statushouders overal de schuld van krijgen. Ook spelen sommige trollenaccounts en online campagnes een grote rol in het verder tegen elkaar opzetten van mensen.
Ik vond het goed dat Rob Jetten de hulpverleners heeft bezocht om hen een hart onder de riem te steken. Tegelijkertijd vond ik het jammer dat er weinig aandacht leek te zijn voor de bewoners van het azc zelf, terwijl ook zij slachtoffer zijn van deze gebeurtenis en veel angst moeten hebben gevoeld. Het wordt tijd dat Den Haag en ook Rob Jetten een duidelijk signaal afgeven dat dit soort intimidatie, haat en geweld nooit acceptabel zijn in een democratische rechtsstaat. De daders moeten stevig worden aangepakt en bestraft.
‘Ik vond het jammer dat er weinig aandacht leek te zijn voor de bewoners van het azc zelf’
Daarnaast zou ik willen meegeven dat de politiek zich duidelijker mag uitspreken dat niet alle problemen in Nederland veroorzaakt worden door vluchtelingen of statushouders. De voortdurende beeldvorming waarin één groep overal verantwoordelijk voor wordt gehouden, vergroot alleen maar de verdeeldheid in de samenleving.’
Mostafa Hilali, militair
‘Benoemen is het woord van rechts Nederland van de afgelopen decennia. Ook hoor je aan die kant dat je niks meer kunt zeggen. Niks meer kunt benoemen. En als ik dan, met bovenstaande in het achterhoofd, kijk naar de brandstichting in Loosdrecht, dan valt meteen op hoe het allemaal wel meevalt met die nadruk op benoemen.
‘Laten we nou benoemen wat dit is’
In de media en politiek gaat het dan over ‘brandstichting’, ‘een uit de hand gelopen demonstratie’, ‘geweld tegen hulpverleners’. Waarom wordt het nu niet eens benoemd? Waarom durven we nu niet ronduit te zeggen waar het om draait? Geweld met een terroristisch oogmerk. Terrorisme is het gebruiken van geweld of het dreigen met gebruik van geweld om op die manier besluitvorming te beïnvloeden. Laten we nou benoemen wat dit is. Zoals we konden benoemen dat de daad van Mohammed B. in die tijd terroristisch was, moeten we ook durven benoemen dat hier sprake is van terrorisme. Vervolgens moeten we kijken naar een adequate, integrale aanpak vanuit de veiligheidsorganisaties in Nederland om met deze vorm van terrorisme om te gaan.’
Jakob de Jonge, kunstenaar
‘Jetten moet heel krachtig afstand nemen van wat er in Loosdrecht is gebeurd en eindelijk het gevaar erkennen van opkomend fascisme en de normalisering van geweld in de samenleving. Maar het is moeilijk om advies te geven aan iemand die zelf midden in dit speelveld zit. Hij regeert namelijk samen met de VVD, een partij die volgens mij de afgelopen decennia de broedplaats is geweest van allerlei vormen van racisme en fascisme. Of het nu Rita Verdonk of Geert Wilders was, ze komen allebei voort uit de nationalistische koker van de VVD. Alleen Gidi Markuszower is misschien iemand die niet via de VVD in de bierkelder van de politiek is beland. Maar de rest — denk aan Bente Becker, Dilan Yeşilgöz, Ulysse Ellian en Eric van der Burg — heeft keer op keer rassenhaat aangewakkerd in Nederland. En Rob Jetten werkt daar gewoon mee samen. Daarmee is hij met handen en voeten aan de VVD gebonden. En dat wil hij kennelijk ook. Dan moet je niet verbaasd zijn dat je wordt gedomineerd en uiteindelijk je zelfstandige stem in dit debat verliest.’
Het verhaal dat centraal staat in het Offerfeest, al-Adha, dat vandaag begint, ken ik maar al te goed uit mijn kindertijd. Een lieve oudere vrouw die mij en mijn broertje en zusjes grootbracht — mijn ouders hadden beiden drukke banen — las het herhaaldelijk voor. Tante, zo noemden we haar, was een diepgelovige gereformeerde vrouw en het was haar lievelingsverhaal.
Ze vertelde het verhaal zoals het in de kinderbijbel stond. Abraham en Sara krijgen na heel lang wachten eindelijk een zoon: Isaak. Als Isaak een grote jongen is geworden, krijgt Abraham een droom. Hij hoort de stem van God die hem opdraagt Isaak te offeren op de berg Moria. Abraham heeft het ontzettend moeilijk met deze opdracht, maar hij weet ook: als God het wil, dan moet het.
Hij vertelt Isaak niets over zijn droom en draagt hem op hout naar de berg te brengen; zelf draagt hij een pot met vuur. Eenmaal op de berg vraagt Isaak aan Abraham waar het lam is dat ze gaan offeren. Dan moet Abraham wel vertellen dat Isaak zelf geofferd wordt. Hij legt hem op het hout. Maar op dat moment klinkt er een stem vanuit de hemel die zegt dat hij het kind niets mag aandoen. God weet nu dat Abraham Hem liefheeft boven alles en zelfs zijn kind aan Hem wil geven. Er verschijnt een lam in de struiken en in plaats van zijn zoon offert Abraham het lam.
Als dochter van niet-gelovige ouders en begreep ik niet waarom Tante zo van dit verhaal hield. Het ging over een man die zijn kind offerde omdat God zei dat het moest. Ik vond het gruwelijk, net als de gedachte dat tante, die zo liefdevol en beschermend voor ons kinderen was, juist dat verhaal als het allermooiste zag.
Nu, aan de vooravond van het islamitische Offerfeest, dat veel van mijn collega’s en vrienden gaan vieren, begrijp ik het verhaal beter. Het gaat om vertrouwen en overgave aan God, aan Allah.
In de Koran wordt het verhaal verteld in soera 37, As-Saaffaat, in de verzen 99–111. Abraham, die in de Koran Ibrahim wordt genoemd, vraagt aan Allah hem een zoon te schenken. Die krijgt hij: een zachtmoedige en verdraagzame zoon. Wanneer zijn zoon oud genoeg is om met hem mee te werken, krijgt Abraham een droom waarin hij ziet dat hij zijn zoon moet offeren. Hij vertelt het aan hem. Zijn zoon zegt: ‘O mijn dierbare vader, doe wat u bevolen is.’
Haar diepste levenshouding was overgave aan de wil van God
Wanneer ze klaar zijn met de voorbereidingen van het offer, legt Abraham zijn zoon op de zijkant van zijn voorhoofd neer. Op dat moment klinkt er een stem die zegt: ‘O Abraham, jij hebt de droom al vervuld.’ Abraham hoeft zijn zoon niet te offeren; in plaats daarvan verschijnt er een offerdier. Daarna wordt hem toegewenst: ‘Vrede zij met Abraham.’
Tijdens het Offerfeest vieren gelovigen hun liefde, overgave en vertrouwen in Allah, net als tante die had in haar christelijke God. En net als joden in hun God, want zij kennen het verhaal ook. Het verhaal van de bijna-offering van Isaak wordt door joden de Akeda genoemd, de binding van Isaak. Tijdens Rosj Hasjana, het Joodse nieuwjaar, wordt het verhaal in de synagoge voorgelezen en wordt er op een sjofar, de hoorn van een ram, geblazen — een verwijzing naar het offerdier. In het christendom is het verhaal ook nog eens een voorbode van de kruisiging van Jezus, die sterft voor de zonden van de mens.
Het Offerfeest heet in het Arabisch Eid al-Adha, of Eid al-Kbir, het grote feest, of gewoon Eid, feest. Een vriendin van Marokkaanse komaf heeft het steevast over het feest van de schapen. Turken noemen het Kurban Bayramı, of kortweg Kurban, offer. Het is een van de belangrijkste feesten van de islam en duurt vier dagen.
Er zijn kleine verschillen in de religieuze verhalen over het offer dat uiteindelijk niet hoefde te worden gebracht. In de Koran heeft de zoon bijvoorbeeld geen naam, maar veel moslimgeleerden gaan ervan uit dat het om Ismaïl, Ismaël, gaat. In het jodendom en christendom is het niet Ismaël die geofferd dreigt te worden, maar zijn halfbroer Isaak; in de islam Ishaq. Joden noemen Abraham Avraham en Isaak Jitschak.
Tante is al lang geleden gestorven. Ik vermoed dat zij met dat verhaal aan mij als klein kind wilde duidelijk maken dat dit voor haar de kern was. Haar diepste levenshouding was overgave aan de wil van God. Al zal dat voor haar ook niet altijd makkelijk zijn geweest. Haar verloofde stierf bij een brand in een bakkerij en ze trouwde nooit. In ieders leven gebeuren dingen die je liever niet wil en die je radeloos en intens verdrietig kunnen maken. Dat je die probeert te ondergaan met berusting en vertrouwen, is een prachtig feest waard. Dat snap ik nu beter dan vroeger. Maar de betekenis van het verhaal echt doorgronden en voelen, dat lukt mij niet goed, denk ik. Daarvoor moet je gelovig zijn. Maar het snippertje dat ik ervan opvang, is prachtig.
De mogelijke keuze van PRO Amsterdam en D66 om Bij1 in Zuidoost en Denk in Nieuw‑West buiten de nieuwe stadsdeelbesturen te houden, leidt tot stevige kritiek vanuit de academische wereld.
In een opiniestuk in Het Parool uiten drie wetenschappers – Floris Vermeulen (Universiteit van Amsterdam en Universiteit Twente), Femke Kaulingfreks (Universiteit van Amsterdam) en econoom en grootstedelijk strateeg Najah Aouaki – hun zorgen over de gevolgen voor de lokale democratie.
Volgens de auteurs laat de stap zien dat het stadsbestuur ‘niet bereid is bewoners uit ondervertegenwoordigde wijken een volwaardige plek aan tafel te geven’. Zij wijzen erop dat in BIJ1 in Amsterdam Zuidoost de tweede partij werd en Denk in Amsterdam Nieuw-West zelfs de grootste partij. Ze moeten daarom ook in het stadsdeelbestuur komen.
Het opiniestuk verwijst naar het zogenoemde Moorman‑experiment uit 2022, waarbij partijen met veel lokale stemmen ook daadwerkelijk bestuurlijke vertegenwoordiging kregen. Dat leidde destijds tot de benoeming van Vayhishta Miskin (Bij1) als stadsdeelbestuurder in Zuidoost. De wetenschappers stellen dat dit voor veel bewoners geen experiment was maar een erkenning van hun politieke realiteit.
De auteurs waarschuwen dat het uitsluiten van deze partijen het bestaande wantrouwen richting de formele politiek verder kan vergroten. ‘Meepraten mag, maar meebesturen niet’, schrijven zij, waarmee volgens hen de boodschap wordt afgegeven dat stemmen uit Zuidoost en Nieuw‑West ‘minder zwaar wegen dan de bestuurlijke logica van de Stopera’.
Ook benadrukken zij dat representatie in deze wijken geen symbolische luxe is, maar een ‘democratische noodzaak’. Bestuurders die lokaal geworteld zijn, zouden volgens hen een cruciale rol spelen in het versterken van vertrouwen en legitimiteit, juist in buurten waar bewoners zich al langer minder gehoord voelen.
De stadsdeelbesturen worden niet gekozen door de burgers, maar benoemd door het College van B&W. Burgers kiezen wel voor de stadsdeelcommissies, maar die hebben slechts een adviserende functie en hebben geen budgetrecht. Dus als de toekomstige PRO-D66-coalitie geen stadsdeelbestuurders wil met een Denk- of BIJ1-achtergrond mag dat, wettelijk gezien. Maar het is wel een breuk met de praktijk van de Moorman-doctrine, die sinds 2022 informeel van kracht is.
De wetenschappers besluiten met een fundamentele vraag: of Amsterdam bereid is ‘de politieke realiteit van de héle stad’ serieus te nemen, ook buiten de Ring.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.