11 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 7

‘Mensen op de vlucht zijn de verliezers van het Europese migratiepact’

0

Het Europese migratiepact maakt het moeilijker voor vluchtelingen en legt meer druk op landen aan de EU-buitengrenzen, schrijft Europarlementariër Tineke Strik. Het kabinet-Jetten gebruikt het pact bovendien om nog strengere regels voor asielzoekers in te voeren.

Het is nog maar 25 jaar geleden dat asielwetgeving voor het eerst op EU-niveau werd vormgegeven, vanuit de wens van EU-landen voor een gemeenschappelijk systeem met gelijke standaarden voor de opvang, asielprocedure en rechten van statushouders. Toch riepen de Noord- en West-Europese landen tien jaar geleden al om een fundamentele hervorming, toen het aantal asielaanvragen van Syrische en Afghaanse vluchtelingen fors piekte.

Als deze oproep was ingegeven door de wens om het Europese verdeelsysteem voor asielzoekers eerlijker te maken, dan was dat begrijpelijk geweest. De ‘Dublin’-regel dat het eerste land van binnenkomst verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek, zette de Zuid-Europese landen aan de buitengrenzen namelijk onder grote druk. Zij begonnen hun ongenoegen over deze scheve verdeling steeds meer te uiten in verzet. Denk aan pushbacks en het ‘doorwuiven’ van asielzoekers door hun geen goede opvang en bescherming te bieden. Het gemeenschappelijke asielsysteem werd zo steeds wankeler.

Toch was het rechttrekken van de verantwoordelijkheidsverdeling niet de insteek van de hervormingen. De noordwestelijke landen eisten juist garanties van de zuidelijke landen dat asielzoekers niet naar hun land konden doorreizen. De zuidelijke landen op hun beurt eisten waarborgen voor een betere verdeling. De oostelijke landen wilden helemaal geen solidariteit.

Landen aan de buitengrenzen

Als je het Asiel- en Migratiepact leest, dan is het niet moeilijk om de noordwestelijke landen als winnaar van de discussies aan te wijzen. In plaats van minder hebben de landen aan de buitengrenzen zelfs méér verantwoordelijkheden gekregen, onder andere omdat ze nu alle asielzoekers moeten screenen aan de buitengrenzen en veel asielverzoeken in een gesloten en versnelde buitengrensprocedure moeten behandelen. Solidariteit met landen onder ‘migratiedruk’ is weliswaar verplicht, maar kan ook worden afgekocht; een zwakke uitweg waar de Nederlandse regering meteen enthousiast gebruik van maakt.

De echte verliezers zijn mensen op de vlucht, die of komen vast te zitten in doorreislanden waar ze geen bescherming krijgen, of worden teruggeduwd aan de Europese buitengrenzen, of daar in gevangenschap een asielprocedure moeten afwachten.

Ga niet mee met de venijnige beleidskeuzes van kabinet Schoof/Jetten

Ook het doel van het Asiel- en Migratiepact om de asielregels meer gelijk te trekken is niet gehaald. De wetten wemelen van beleidskeuzes en uitzonderingen die landen mogen maken op bestaande standaarden, en een aparte ‘crisis- en overmachtwet’ staat landen zelfs toe om in vaag omschreven situaties compleet af te wijken van de afgesproken regels.

Op die manier blijft het dus een groot verschil maken voor een asielzoeker in welke lidstaat hij of zij om bescherming mag vragen. De reactie van het vorige kabinet, toen de inkt van het pact nog niet was opgedroogd, sprak boekdelen: Nederland moest minder aantrekkelijk worden dan andere Europese landen, zodat asielzoekers ons land zouden ‘overslaan’. Het pact lijkt deze ‘ratrace naar de bodem’ tussen de Europese landen eerder te hebben aangewakkerd dan gestopt.

Alle reden dus voor de Nederlandse medewetgever om scherp te zijn op de implementatie van het Asielpact. Het wetsvoorstel daartoe is ingediend door kabinet Schoof, dat de beleidskeuzes rechtvaardigt met het doel van zijn kabinet om ‘het strengste asielbeleid’ ooit te voeren. Tijdens de wetsbehandeling in de Kamer verdedigt kabinet Jetten met verve dit uitgangspunt. Het verkoopt restrictieve beleidskeuzes als implementatie van het Asielpact, ook als het pact daar helemaal niet toe dwingt.

Scheiding van vluchtende gezinsleden

Neem bijvoorbeeld de inperking, of zeg maar gerust afschaffing, van het recht op gezinshereniging voor oorlogsvluchtelingen: na een wachttermijn van twee jaar moeten ze over voldoende inkomen en huisvesting beschikken en dan nog kan een ‘tijdelijke noodstop’ hen helemaal uitsluiten van gezinshereniging. Zo’n onnodige, jarenlange scheiding van vluchtende gezinsleden is traumatiserend en fnuikend voor de integratie in Nederland.

Eveneens met een verwijzing naar het pact wil het kabinet de verblijfsvergunning na drie jaar opnieuw beoordelen en de aanspraak op een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd afschaffen. Beide keuzes versterken de verblijfsonzekerheid en bemoeilijken dus de integratie.

Zo’n onnodige, jarenlange scheiding van vluchtende gezinsleden is traumatiserend

Een andere keuze onder het mom van het Asielpact is de afschaffing van de zogenoemde ‘voornemenprocedure’, waarin een asieladvocaat bijdraagt aan een volledig asielverhaal en een betere beslissing op het asielverzoek. Een keuze dus voor minder zorgvuldigheid, meer beroepszaken, langere onzekerheid en procedures en nog meer werkdruk voor de toch al zwaar belaste IND.

Snel filteren van asielverzoeken

Het Asiel- en Migratiepact is niet gericht op een eerlijkere verantwoordelijkheidsverdeling of een verbeterde bescherming, maar vooral op het snel ‘filteren’ van asielverzoeken aan de buitengrenzen en het bij voorkeur volledig buiten het Europese grondgebied houden van asielzoekers. Dat sluit naadloos aan op de nog verder strekkende wens van kabinet Jetten dat asielverzoeken enkel nog buiten de Europese Unie kunnen worden behandeld.

Europese wetgeving moet natuurlijk worden uitgevoerd en nageleefd, maar het schrijnende feit is dat regeringsleiders en de EU-Commissie nog altijd akelig stil blijven over de voortdurende schendingen van de rechten van asielzoekers, zoals pushbacks en gebreken in de opvang. Die handhaving zou nu juist veel hogere prioriteit moeten krijgen.

In plaats daarvan wordt de Europese wetgeving aangegrepen om steeds meer onmenselijke en onwenselijke beleidskeuzes te legitimeren. Dat zou nooit mogen gebeuren. Daarom roep ik parlementariërs met klem op: trek de Europese dekmantel van de implementatiewet en ga niet mee met de venijnige beleidskeuzes van kabinet Schoof/Jetten.

Sofyan Mbarki: ‘Hier ben je gewoon een Amsterdammer’

0

In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart interviewt de Kanttekening lijsttrekkers in de vier grote steden van Nederland. Wethouder Sofyan Mbarki is jeune premier van de PvdA in Amsterdam.

Sofyan Mbarki (41), wethouder Sport, Mbo en Jongerenwerk, is de rijzende ster van de Amsterdamse politiek. Bij de naderende gemeenteraadsverkiezingen, is hij lijsttrekker van de PvdA, die in de hoofdstad nog niet is gefuseerd met GroenLinks. Met zijn onlangs verschenen boek Maar jij bent een goeie kreeg hij landelijke media-aandacht.

Aanleiding voor het boek was de post die hij op LinkedIn plaatste na de rellen rond de voetbalwedstrijd Ajax – Maccabi-Tel Aviv in november 2024, vertelt Mbarki. ‘Premier Schoof had, al voordat duidelijk was wat er aan de hand was, geconcludeerd dat Nederland “een integratieprobleem” heeft. In mijn LinkedIn post omschreef ik wat ik in mijn leven zoal heb gedaan: ik ben taxichauffeur geweest, mbo-docent, nu wethouder. “Als dat voor de premier een integratieprobleem is, dan ben ik er trots op om het integratieprobleem te zijn”, schreef ik.

‘Mijn post kreeg veel bijval. Maar ook commentaar in de trant van “Ja, maar jij bent een goeie”. Zelfs premier Schoof zei in het Kamerdebat een paar weken later dat hij, toen hij het had over een integratieprobleem, ‘niet die Amsterdamse wethouder’ had bedoeld. Uitspraken die veel mensen met een migratieachtergrond herkennen, en die voor pijn en verdeling zorgen.’

Hoe kijkt u terug op de rellen?

‘De Maccabi-rellen waren een van de moeilijkste, zo niet het moeilijkste moment van de afgelopen vier jaar. Enerzijds omdat je als stad speelbal wordt van internationale krachten, maar ook omdat de spanningen daarmee ineens tot uiting kwamen en het kabinet daar een schep bovenop deed.

‘Ik ben er heel trots op dat we in Amsterdam juist de verbinding zoeken. Juist ook als het moeilijk is. Projecten als Deel de Duif of Saïd en Lody (waarbij islamitische, Joodse en andere Amsterdammers met elkaar in gesprek raken, red.) helpen daarbij.

‘Ik vind dat een kracht, maar door de reactie van het kabinet werd er olie op het vuur gegooid. Amsterdammers, hier geboren en getogen, werden door de premier weggezet als het integratieprobleem. Dat wilde ik niet nog eens laten gebeuren. Dus ik praat nu terug.’

Nederlanders met een migratieachtergrond schrokken van de felheid en termen als ‘integratieprobleem’ en ‘pogroms’ in het debat. Heeft dit hun gevoel van erbij horen veranderd of speelde dit al langer?

‘Dit speelde zeker al langer. De afgelopen decennia hebben we gezien dat de politiek van uitsluiten en de ander wegzetten steeds meer ingezet werd. Bij de PVV en FvD gebeurt dit al langer expliciet. Maar de laatste jaren ook steeds meer bij de VVD waar Dilan Yesilgoz in 2023 de deur voor de PVV openzette, terwijl ze GL-PvdA na de laatste verkiezingen uitsloot.

‘Mensen blijven aanspreken op de migratieachtergrond van hun grootouders is echt ridicuul’

‘Tegelijkertijd is het luie politiek. Het laat mij vooral zien hoe ver Den Haag van de realiteit afstaat. Amsterdam, maar ook andere steden worden steeds meer divers, maar belangrijker, er groeit een generatie op wiens ouders hier ook geboren zijn. Mensen blijven aanspreken op de migratieachtergrond van hun grootouders is echt ridicuul, zeker in Amsterdam. Amsterdam is gebouwd door migranten, al eeuwen dragen die bij aan de welvaart van onze stad. En wat ik mooi vind: hier spreken we elkaar aan op wat je doet, niet op waar je vandaan komt. Hier in Amsterdam ben je gewoon een Amsterdammer. En in deze regio verdienen we 220 miljard van het BBP, mede dankzij al die mensen met een migratieachtergrond.”

Wilt u hier, als u opnieuw wordt gekozen, iets aan doen?

‘Wat mij hoop geeft, is dat er een generatie is die zich niet meer laat aanpraten dat ze moeten deugen. Een generatie die zich niet meer laat lenen voor de onderbuik van rechts Nederland. Dat geeft me kracht om het zelf ook te doen. Dat geluid wil ik versterken de komende jaren. Laten zien dat je er mag zijn, dat je niet wethouder hoeft te worden om ‘een goeie’ te zijn maar dat je gewoon onderdeel bent van onze stad.’

Begrijpen ze bij de PvdA waar de pijn zit?

‘Over het integratieprobleem? Daar voel ik geen pijn. Ik zie dat rechtse politici dat gebruiken als stok om mee te slaan, maar ik ga me daar niet door laten leiden.

Wat wel pijn doet is hoe Nederland omgaat met de genocide in Gaza. We gaan niet om de Gazanen heen staan zoals we dat doen met Oekraïners. De generatie die nu opgroeit ziet dat feilloos en spreekt zich er terecht over uit. Hoe kunnen we als land voor een tweestatenoplossing zijn als we een van die twee landen niet erkennen?’

U heeft mbo en jongerenwerk in uw portefeuille. Hoe gaat het met de jongeren in Amsterdam?

‘Gelukkig gaat het met het overgrote deel goed. Maar er zijn ook jongeren die veel last hebben van polarisatie of jongeren op het mbo die zich achtergesteld voelen en soms ook letterlijk achtergesteld worden. Bijvoorbeeld door anders dan hun leeftijdsgenoten op het hbo of voortgezet onderwijs geen stagevergoeding te krijgen. In Amsterdam sluiten we daarom stagepacten af, waarin werkgevers zich committeren om die vergoeding wel te geven, en ook zorgen voor voldoende stageplekken en het tegengaan van stagediscriminatie.’

Jongeren met verschillende achtergronden komen elkaar steeds minder vanzelfsprekend tegen. Vindt u het belangrijk dat zij samen opgroeien?

‘Absoluut. Dat vind ik het mooie aan Amsterdam. Hier willen we een ongedeelde stad. Waar chique en sjoffel door elkaar wonen. Ook op de Zuidas en op de grachten is sociale huur en ook in de Wildemanbuurt is koop. Het stopt alleen niet bij gemengde buurten. Ik hoop ook dat we elkaar ontmoeten op meer plekken. Op scholen en op sportverenigingen. Op de voorzieningen in onze stad.’

Waarom gebeurt dat dan toch niet?

‘Hoewel ik hoop dat mensen elkaar ontmoeten en tegenkomen, gaan we als gemeente natuurlijk niemand dwingen. We leven in een tijd waarin mensen steeds individueler worden. Tegelijkertijd zie ik dat mensen juist ook meer behoefte hebben aan verbinding. Dus daarom wil ik dat meer faciliteren. Bijvoorbeeld door te zorgen dat iedereen die dat wil naar een sportclub kan, en door brede brugklassen te hebben.’

‘Ik zie een generatie die opstaat en terugpraat’

Lukt het om biculturele Amsterdammers naar de stembus te krijgen?

‘De opkomst in Amsterdam is laag. Minder dan de helft van de Amsterdamse stemgerechtigde komt opdagen. We zien ook dat in wijken waar veel Amsterdammers met een biculturele achtergrond of bij nieuwkomers het aantal stemmers laag is. Het heeft tal van verschillende oorzaken maar het belangrijkste is dat we proberen iedereen naar de stembus te krijgen. Wat we bijvoorbeeld doen is stemlocaties op het mbo toevoegen en dat jongeren vanaf 16 voor de stadsdelen verkiesbaar zijn. Hopelijk komen zo meer mensen opdagen.’

Wat kan er volgens u beter?

Veel mensen voelen zich niet gezien of gehoord door de politiek. Ik zie het zelf dagelijks in mijn wijk. Een van de slechtste buurten van Amsterdam die niet schoongehouden wordt, waar veel criminaliteit is en de politiek ver weg lijkt. Dat moet en kan anders.’

Hoe kijkt u naar de toekomst van het samenleven, nu de polarisatie toeneemt?

‘Ik zie een generatie die opstaat en terugpraat. Die zich niet bang laat maken door rechtse retoriek en die in een stad leeft waarin we elkaar behandelen op basis van wat we doen en niet waar we vandaan komen. Ik ben hoopvol over de toekomst, maar we mogen best wat meer interesse hebben in elkaar.’


Lees ook:

Rotterdamse wethouder Chantal Zeegers: ‘Ik ben voorstander van zoveel mogelijk bouwen’

Utrechtse wethouder Linda Voortman: ‘Er worden nog steeds mensen buitengesloten’

BIJ1-lijsttrekker Stevie Nolten: ‘Utrecht noemt zich mensenrechtenstad, maar maakt dat niet waar’

Onderzoek naar moslimdiscriminatie onder vuur na mogelijke belangenverstrengeling

0

Het KIS-onderzoek naar islamofobie van het ministerie van Sociale Zaken ligt onder vuur vanwege mogelijke belangenverstrengeling, zo berichtte Trouw gisteren.

Het onderzoek werd deels gefinancierd door de ISN Academie. Dit instituut is onderdeel van de Islamitische Stichting Nederland, de Nederlandse tak van het Turkse directoraat voor Religieuze Zaken Diyanet. Op de ISN-connectie was vorige maand de nodige kritiek, omdat Diyanet nauw verweven is met de Turkse overheid en de autoritaire regering van president Recep Tayyip Erdogan. Was het onderzoek wel objectief? Kamerleden Diederik Boomsma en Annabel Nanninga van de radicaal-rechtse partij JA21 vonden van niet en stelden Kamervragen.

Maar nu blijkt dat er mogelijk ook sprake is geweest van persoonlijke belangenverstrengeling. De onderzoeker die het KIS-onderzoek leidde is namelijk de echtgenoot van de academisch directeur van de ISN Academie. Hun echtelijke verbinding was echter niet aangegeven bij het ministerie en stond evenmin vermeld in het onderzoek. Het ministerie van Sociale Zaken laat weten de integriteitskwestie te onderzoeken, zo meldt Trouw.

De timing is pijnlijk, omdat het KIS-onderzoek maandag op de agenda van de Tweede Kamer stond om besproken te worden. Het ministerie van Sociale Zaken laat nu een onafhankelijke wetenschappelijke review uitvoeren, om te kijken of het onderzoek ‘voldoende betrouwbaar’ is.

‘We erkennen dat dit niet wenselijk is en nemen maatregelen om dit in het vervolg te voorkomen’, laat het kennisplatform KIS in een reactie aan Trouw weten. KIS benadrukt dat het achter de ‘kwaliteit en de conclusies’ van het rapport staat. ‘De ISN Academie heeft geen invloed gehad op de opzet en de uitkomsten van het onderzoek.’

Trump is er niet voor de Iraniërs, en Netanyahu al helemaal niet

0

Die eerste aanval van de VS en Israël op Iran gaven me een wrange smaak. Een ongemakkelijk gevoel dat niet aansloot bij de juichende mensen op straat om de dood te vieren van Ayatollah Khamenei, de man die niet alleen het leven van duizenden Iraniërs in de afgelopen dertig jaar vormde, maar in de afgelopen drie maanden ook het leven nam van 15.000 Iraniërs.

Ik gun het ze zo. Het gevoel dat ik had als vrouw van een Syriër toen in december 2024 de vrijheid van het Syrische volk werd bezegeld door de val van Bashar al- Assad. De vreugde van mijn dierbare schoonfamilie drong door tot in mijn ziel. Wanneer ik erover vertelde aan mensen uit een land waar nog steeds een dictator aan de macht is, bemerkte ik een soort jaloezie — een verlangen naar de dag dat ook zij aan de beurt zouden zijn. Iraniërs hebben alle recht op dat verlangen, en hoe mooi zou het zijn als die droom nu ook voor hen uitkomt.

Trump mag zich profileren als de man die vrede brengt op aarde, maar hij is er niet voor de Iraniërs

Maar als ik naar de beelden uit Iran kijk, zie ik iets anders. Ik zie een land dat wordt aangevallen, niet bevrijd. Trump mag zich profileren als de man die vrede brengt op aarde, maar hij is er niet voor de Iraniërs — en Netanyahu al helemaal niet. Voor deze twee wereldleiders is Iran het obstakel op de weg naar een Midden-Oosten binnen de westerse invloedsfeer. Al jaren werken Amerikanen aan een Midden- Oosten dat voor de dollar werkt, en daarin zijn ze voor een groot deel geslaagd in de landen met de meeste economische waarde — ware het niet dat dat andere land van betekenis in de Golfregio, Iran, altijd zijn kont tegen de krib gooide.

Iran maakte er een punt van nationale trots van zich niet te schikken naar het wereldbeeld waarin de Amerikanen het voor het zeggen hebben. Het vaart al jaren een ‘vriendelijke-burenbeleid’, waarin het heil zoekt in relaties die wél voor Iran werken, zoals die met Rusland en China. Ook de toenadering tot het andere land van betekenis in de regio, Saoedi-Arabië, moet in dat licht worden gezien. Deze toenadering was een doorn in het oog van president Trump, want Saoedi-Arabië was van hem. In zijn huidige termijn zou hij eindelijk de Abrahamakkoorden uitbreiden naar het Saoedische koninkrijk. Met de toenadering tot datzelfde koninkrijk kwam Iran direct in het vaarwater van de Amerikanen in het Midden-Oosten terecht.

Toen eind 2024 de handlangers van Iran het tegenspit delfden, roken Trump en zijn handlanger Netanyahu hun kans. Een tipping point dat wel eens in hun voordeel kon uitpakken. Israël verzwakte Hezbollah aanzienlijk, en toen een paar maanden later ook de Syrische president Assad van het toneel verdween om plaats te maken voor een president die de Amerikaanse dollars wel zag zitten, leek de droom van een Midden-Oosten in westerse invloedsfeer opeens nabij. Alleen Iran lag nog dwars. Maar een grootmacht valt een andere regionale hegemoon niet zomaar aan; daar moet de tijd rijp voor zijn.

Waarom steggelen over iets wat je toch niet wilt toestaan, als je ook van bovenaf kunt toeslaan?

Die tijd lijkt nu te zijn aangebroken. Het volk wil worden bevrijd en veel Iraniërs
verwelkomen de Amerikanen. Critici zijn verbaasd over de timing, omdat afgevaardigden van beide partijen nog aan de onderhandelingstafel zaten in Oman, om de jarenlange discussie over het nucleaire programma van Iran te beslechten. Maar waarom steggelen over iets wat je toch niet wilt toestaan, als je ook van bovenaf kunt toeslaan? Dat moeten Trump en Netanyahu gedacht hebben. Nu er nog sprake is van militaire overmacht, kunnen ze Iran net zo goed op de knieën dwingen, met relatief weinig kritiek van de Iraniërs zelf. Een gouden kans.

Het is makkelijk spreken als vrije westerling. Het is een luxe om de werelddominantie van de westerse grootmachten te kunnen bekritiseren, terwijl ik geniet van de welvaart die daaruit voortvloeit. In een land dat al jaren gebukt gaat onder sancties, terwijl het regime dat daarvoor verantwoordelijk is ook de eigen bevolking onderdrukt, is elke kans op verandering het hopen waard.

Maar waar het wringt, is dat hiermee ook een tegenmacht verloren gaat. Iran — het land dat groot werd zonder de dollars, ondanks de sancties, en dat er zo lang in slaagde een front te vormen tegen verdere uitbreiding van de dominantie van het Westen in het Midden-Oosten — zal voorgoed veranderen.

Füsun Erdogan: ‘In Turkije heeft persvrijheid nooit bestaan’

Terwijl Turkije opnieuw journalisten tot tien jaar cel dreigt te geven, laat journaliste Füsun Erdogan haar stem horen. Na acht jaar gevangenschap vluchtte ze naar Nederland. ‘Een kritisch bericht op X over het Erdogan-regime kan al jaren cel betekenen.’

In Turkije zijn begin dit jaar vanwege pro-Koerdische berichtgeving tegen journalisten en andere betrokkenen bij de publicaties celstraffen geëist tot 10 jaar. Over het vervolg van de rechtszaak wordt in Turkije nauwelijks gepubliceerd. ‘Censuur is een groot probleem’, aldus Füsun.

Het jonge jaar 2026 is voor de journalistiek in Turkije inktzwart gestart. Voorbeelden genoeg naast de genoemde zaak. In januari was er bij het Koerdische Mezopotamya News Agency een politie-inval. Computers werden meegenomen en verschillende medewerkers zitten volgens Füsun in de gevangenis. In februari viel de politie binnen bij persorganisaties Etkin Haber Ajansi-Etha en Atilim Gazetesi. Verschillende, met name linkse verslaggevers, zijn gearresteerd. Vanuit Nederland volgt ze het op de voet. ‘Een redactionele manager van Etha is inmiddels veroordeeld tot twaalf jaar celstraf.’ Dan is er nog de zaak tegen een Turkse Deutsche Welle-verslaggever, die recent gevangen is gezet vanwege ‘belediging van de president’.

De nu 65-jarige Füsun heeft na haar vrijlating een leven opgebouwd in Nederland. Op haar verzoek laten we achterwege waar we de journaliste spreken. Vanwege haar veiligheid. ‘De aanvallen namens de Turkse staat op opposanten die in Europa wonen zijn bekend.’

Weerstand bij een deel van de Turkse gemeenschap

Ze kwam in het Nederlandse nieuws. Haar kritische houding tegenover de Turkse machthebber roept weerstand op bij een deel van de Turkse gemeenschap in Nederland, die loyaal is aan het regime van Recep Tayyip Erdogan. Na een televisieoptreden werd ze op Facebook bedreigd. ‘Mevrouw, je lacht, maar wij kunnen jou laten huilen.’ Het ging gepaard met bedreigingen van haar familieleden. Ze deed aangifte bij de Nederlandse politie. ‘Ik heb gezegd: als er iets met mij gebeurt, mijn man of zoon, is het de schuld van de Turkse politie. Die zat erachter.’ Toch wil, nee moet ze haar stem laten horen. ‘Ik kan niet met angst leven.’

Füsun Erdogan in 2012. De foto is genomen in de gevangenis in Gebze

In 1979 maakte Füsun als journalist haar debuut bij een persbureau. Na de militaire staatsgreep in 1980 nam de persbreidel toe. ‘Kranten werden vóór publicatie aan controle van de generaals onderworpen. Boeken namen ze in beslag en werden verbrand; journalisten en uitgevers werden gearresteerd. Ze kregen gevangenisstraffen van honderden jaren.’ Ook het persbureau waar Füsun werkte werd gesloten. Samen met haar man, eveneens journalist, vertrok ze naar Nederland. Ze begon aan de Erasmus Universiteit een studie politicologie die ze vanwege een zwangerschap later afbrak. In 1987 besloten ze terug te keren naar Turkije. Haar man ging eerst. Füsun wachtte totdat hun pasgeboren zoon iets ouder was. Na vestiging in Istanbul werd haar echtgenoot snel gearresteerd, gemarteld en vervolgd. Na zijn vrijlating vestigden Füsun en haar zoon zich in 1989 in Turkije.

Gauw pakte ze als activistische, links geëngageerde journalist haar werk weer op. Ze was onder meer redacteur bij twee vrouwentijdschriften. In 1991 werd er een anti-terrorismewet aangenomen. Een wet die journalistiek werk nog gevaarlijker maakte. Ze vertelt hoe vele journalisten en andere ‘denkbare regimekritische personen’ zonder enig bewijs voor terroristische activiteiten tot extreem lange gevangenisstraffen zijn veroordeeld.

Füsun, die zichzelf omschrijft als ‘socialist, marxist’, kwam door de anti-terrorismewet in de problemen. In 1995 was ze oprichter en hoofdredacteur van het democratische radiostation Özgür Radyo in Istanbul. In 1996 werd ze samen met haar man gearresteerd, op verdenking van contacten met verboden organisaties. Na zes maanden gevangenschap werden ze vrijgelaten én vrijgesproken. Omdat ze tijdens hun detentie waren gemarteld, volgde een zaak tegen de folterende politieagenten. Deze agenten kregen gevangenisstraffen, maar door bureaucratie ‘verjaarden’ deze straffen. ‘Wij stapten naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en dat besliste dat mijn echtgenoot en ik schadevergoeding van Turkije moesten krijgen.’

‘Wij stapten naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens’

In 2006 werd Füsun, die door haar journalistieke werk een bekende kritische stem was geworden, in Izmir door de politie ‘ontvoerd’ en gearresteerd. Füsun en haar advocaten hoorden maandenlang niet waarom ze was gearresteerd. Na bekendmaking van het dossier bleek dat er geen enkel bewijs was voor de beschuldiging van ‘leiding geven aan een illegale organisatie’. Vanuit de gevangenis heeft ze steeds alle beschuldigingen weerlegd.

In 2014 kwam ze uit de gevangenis, maar ze mocht van de rechters het land niet verlaten. Een jaar eerder was haar levenslang plus het bizarre aantal van 789 jaar straf opgelegd en een geldstraf van bijna een half miljoen euro. ‘Om haar in Turkije te houden kreeg ze ook geen paspoort.’ Hoe het haar lukte om naar Nederland te vluchten houdt ze voor zich. ‘Het is bij Humanitas bekend, maar ik wil niet dat anderen gevaar lopen als ik hier gedetailleerd op inga.’

Bianet

Vanaf eind 1996 was Füsun betrokken bij het onafhankelijke communicatienetwerk Bianet. Aanvankelijk een netwerk om lokale kranten, radiostations en televisiezenders in heel Turkije te ondersteunen. Vanaf 2001 ontwikkelde Bianet zich tot de nieuwssite Bianet.org.

In 2011 begon Füsun voor Bianet vanuit de gevangenis artikelen te schrijven. Het werd met de ‘gezien-stempel’ van de gevangenis naar de redactie gestuurd. ‘Deze artikelen werden voor mij een venster van binnen naar buiten.’ Tot aan haar vrijlating schreef ze honderden artikelen. Ook na haar vrijlating en vertrek naar Nederland bleef ze dat doen. In 2018 stopte Füsun bij Bianet, maar ze volgt het platform uiteraard nog. ‘Het is, zoals alle oppositiemedia, een belangrijk medium. Voor persvrijheid en het laten horen van andere stemmen is Bianet een noodzaak.’

Füsun Erdogan in de gevangenis in Gebze

De journaliste wijst erop dat het extreem beperken van de persvrijheid in Turkije in de jaren 1990-2000 sterk gerelateerd is aan de strijd van de Koerdische Vrijheidsbeweging. ‘Er werd een grootschalige staatsterreur ontketend tegen het Koerdische volk. Voor ons, Koerdische journalisten, uitgevers en regimekritische journalisten die probeerden de stem van de waarheid te laten horen, waren dit zeer slechte jaren. Vele journalisten zijn door de politie of antiterreureenheden opgepakt.’ Systematische marteling was volgens Füsun daarbij aan de orde van de dag. Een beeld dat overeenkomt met rapportages van mensenrechtenorganisaties.

Alliantie valt uiteen

In 2002 kwam Erdogans partij, de AKP, aan de macht en creëerde voor de Europese buitenwereld aanvankelijk een positief imago. Een vals beeld volgens Füsun. ‘Hij bouwde geleidelijk aan een politiek-islamitisch fascistisch regime.’ Waar volgens Füsun ook ‘het oorlogsconcept van de Turkse staat tegen de Koerden’ verder op stoom kwam. Ze hekelt daarbij de rol van de Gülen-gemeenschap, die volgens haar tot aan de mislukte staatsgreep de rechterlijke macht bepaalde en zo de persvrijheid aan banden legde. Totdat de alliantie tussen Recep Tayyip Erdogan en Fetullah Gülen uiteen viel en de gülenisten de schuld kregen van de mislukte staatsgreep van 2016. ‘Erdogans eerste daad was het in beslag nemen van radio- en televisiezenders en kranten die aan Gülen toebehoorden. Gedurende deze periode sloten ze ook “democratische” media en confisqueerden hun bezittingen.’

‘Ook vele advocaten en opposanten uit uiteenlopende beroepen krijgen gevangenisstraffen’

Ze beschrijft hoe stap voor stap het bekritiseren van het regime van Erdogan, zoals het benoemen van corruptie, automatisch een misdrijf werd. Bij de invoering van het presidentiële staatsstelsel, ‘het eenmansregime’, in juli 2018 ziet Füsun een nieuwe, nog benauwender periode voor alle regimekritische mensen in Turkije. De websites van oppositiekranten worden nu voortdurend gesloten en journalisten belanden achter tralies. ‘Ook vele advocaten en opposanten uit uiteenlopende beroepen krijgen gevangenisstraffen.’ Een uitdaging voor de Turkse pers om over dit soort autoritaire praktijken te berichten. ‘Journalisten moeten onder zware censuur en de dreiging van arrestatie en gevangenisstraf al deze gebeurtenissen bij het volk brengen. Een X-bericht dat het Erdogan-regime bekritiseert, is reden voor jarenlange gevangenisstraf.’

Füsun beschrijft hoe moeilijk het is om nu met behoud van beroepsethiek in Turkije journalistiek werk te doen. Ze vertelt hoe recent bij onder meer media als Mezopotamya News Agency, Jinnews en Pirha kantoren zijn binnengevallen en geplunderd, medewerkers zijn bedreigd en tot gevangenisstraffen zijn veroordeeld. ‘Helaas is oppositiejournalist zijn in Turkije vandaag niet alleen werkloos worden.’

Brieven aan haar man

Tijdens haar gevangenschap schreef ze naast vele artikelen aan drie boeken, zoals het vorig jaar in het Nederlands vertaalde Mijn Tweeling van de Pruimenboom, Brieven uit de gevangenis aan mijn geliefde. Het zijn brieven die ze schreef aan haar man, die opnieuw dreigde te worden gearresteerd. ‘Hij vertrok naar het buitenland waardoor ons contact werd verbroken.’ Ze had ook gewerkt aan interviews met vrouwen die jaren gevangen zitten. ‘Eenmaal vrij zag ik dat mensen nauwelijks meer lezen en ik zag af van publicatie.’ In Nederland is Füsun als vrijwilliger betrokken bij Koerdische televisiezenders. Sinds 2020 bij vrouwenzender JINTV.

‘Eenmaal vrij zag ik dat mensen nauwelijks meer lezen’

Turkije en persvrijheid, het is een haast onmogelijk huwelijk. Füsun vertelt hoe Turkije vanaf het uitroepen van de republiek in 1923 al de pers muilkorfde. Ze verwijst naar wetsartikelen overgenomen uit het strafrecht van de Italiaanse fascistische dictator Mussolini. ‘Ze beschouwden toen al pers- en gedachtevrijheid als misdaad.’

In een bijna vijftig jaar omvattend leven als journalist én politiek gevangene ziet ze één constante: ‘Een politiek-islamitisch fascistisch regime dat in Turkije en daarbuiten een existentiële bedreiging vormt.’ Ze weet dat het vrij handelen van ‘oppositiepers’ in Turkije grote offers vraagt. ‘Journalisten worden in Turkije nooit berecht vanwege hun journalistieke activiteiten. Altijd wordt beweerd dat zij lid zijn van een illegale organisatie of propaganda ervoor maken.’

Verbitterd komt ze zeker niet over, strijdvaardig wel. Niettemin constateert Füsun dat er in de Nederlandse politiek en journalistiek weinig aandacht is voor de benarde situatie van de kritische Turkse pers. Een soort gewenning wellicht, oppert ze. Gewenning aan de uitzichtloosheid. ‘Als een situatie lang duurt dan daalt de interesse. Dat is het lot van Turkije.’ Daarbij signaleert ze concurrentie om de publieksaandacht. ‘Als je aan Gaza denkt, dan denk je niet aan Turkije.’

Iran valt Koerden in Irak preventief aan

0

De Iraanse regering vreest een aanval van de Koerden en heeft daarom aanvallen uitgevoerd op bewapende Koerdische groepen in Irak. Dit schrijft de Arabische nieuwszender Al Jazeera.

Op de zesde dag van de oorlog heeft Iran naast Israël ook de Koerden aangevallen. Daarmee lijkt Iran de Koerden voor te zijn, die zich met Amerikaanse en Israëlische steun zouden voorbereiden op een invasie van Iran.

De Turks-Koerdische partij DEM heeft al eerder laten weten daar geen heil in te zien. ‘Het is duidelijk dat mondiale en regionale machten, net als in andere historische episodes, proberen een nieuwe orde in Iran te vestigen die voor henzelf geen bedreiging meer vormt, in plaats van prioriteit te geven aan democratie en vrijheden,’ aldus de DEM-partij in een verklaring.

Het AD meldde eerder vandaag dat ‘duizenden Koerden al Iran waren binnengetrokken’. Koerdische nieuwsbronnen hebben zulke berichten echter tegengesproken.

Vanaf het begin van de oorlog zijn de Amerikaanse en Israëlische doelen in de oorlog onzeker. Terwijl Trump eerst nog sprak van ‘regime change’, vertelde hij een dag later dat hij openstond voor gesprekken. Het is zeer onwaarschijnlijk dat een regimewisseling in Iran kan plaatsvinden zonder de zogenoemde boots on the ground. Dat de Koerden zich daarvoor zouden kunnen lenen zal mogelijk tot tegenstand van Turkse groepen in Iran zelf leiden. Turkije heeft ook plannen voor een invasie van West-Iran, om te voorkomen dat daar een Koerdische staat ontstaat.

Iraanse schoolmeisjes omgekomen door dubbele bombardementen

0

Op zaterdag 28 februari, de eerste dag van de Amerikaans-Israëlische aanval op Iran, werd een meisjesschool in Minab in Zuid-Iran geraakt. Hierbij zijn meer dan 160 schoolmeisjes omgekomen. Volgens Middle East Eye ging het om een dubbele aanval. De Arabische nieuwssite concludeert dit op basis van ooggetuigenverhalen van overlevenden.

Tijdens het bombardement, dat vermoedelijk door de Verenigde Staten of Israël is uitgevoerd, zijn 165 schoolgaande kinderen gedood. Het verhaal van de ooggetuigen van dit bloedbad komt nu mondjesmaat naar buiten.

‘Toen de eerste bom de school trof, brachten een van de leraren en de directeur een groep leerlingen naar de gebedsruimte om hen te beschermen’, zei een van de hulpverleners van de Rode Halve Maan tegen Middle East Eye. ‘De directeur belde de ouders en zei dat ze hun kinderen moesten komen ophalen. Maar de tweede bom trof dat gebied ook. Slechts een klein aantal van degenen die daar beschutting hadden gezocht, overleefde het.’

Het dubbel bombarderen van de vijand is een tactiek die tijdens de burgeroorlog in Syrië door het Assad-regime en Rusland veelvuldig werd toegepast. Ook tijdens de genocide in Gaza bombardeerde Israël vaak twee keer dezelfde locatie, met duizenden burgerslachtoffers tot gevolg.

Op social media ontstond al snel een propagandaoorlog, over de vraag wie er verantwoordelijk was voor de bommen op de meisjesschool. Berichtgeving dat Iran zelf achter dit bombardement zou zitten werd al snel ontkracht. ‘Verschillende X-accounts verspreidden ook viral nepnieuws, dat de school was geraakt door een verkeerd afgevuurde raket van de Islamitische Revolutionaire Garde. De foto’s van die mislukte lancering die zij als bewijs aandragen zijn ongeveer 1.600 kilometer van Minab genomen, in de stad Zanjan’, schrijft The Guardian.

De Amerikaanse minister van Oorlog, Pete Hegseth, zei op vragen van journalisten dat ze het incident ‘nader zouden bekijken’. Bijna een week na de aanval op zaterdag is er niets meer over vernomen.

ANP verwijdert duizend Iran-foto’s uit beeldbank wegens mogelijke AI-bewerking

0

Het Nederlandse persbureau ANP heeft ongeveer duizend foto’s uit Iran uit de eigen beeldbank verwijderd. De reden? Interne experts vermoeden dat sommige beelden met AI zijn bewerkt. Dit bericht NRC.

De foto’s kwamen via het Franse agentschap ABACA-Press, dat ze op zijn beurt ontving van Salampix, een lokaal opererend bureau in de regio. Volgens ANP waren er bij meerdere beelden duidelijke signalen dat ze niet volledig authentiek waren, waarna is besloten alle foto’s van deze leverancier voorlopig terug te trekken om de betrouwbaarheid van het beeldmateriaal te waarborgen.

ABACA-Press reageert fel op de aantijgingen. Het agentschap benadrukt dat het werkt met fotografen die midden in een oorlogsgebied opereren en vaak onder moeilijke omstandigheden beelden vastleggen, soms alleen met hun telefoon. Volgens ABACA kunnen die omstandigheden leiden tot lagere beeldkwaliteit, maar betekent dat niet dat er sprake is van manipulatie. Het bureau stelt volledig achter het aangeleverde materiaal te staan en wijst erop dat grote persbureaus zelf verantwoordelijk blijven voor controle van beelden.

NRC, dat eveneens gebruikmaakt van persfoto’s, meldt dat het geen beelden van Salampix heeft gepubliceerd. De redactie controleert beeldmateriaal uit Iran extra zorgvuldig, vooral wanneer geen fotograaf wordt vermeld of wanneer twijfel ontstaat over de echtheid. Hierbij worden locatie, datum en mogelijke digitale bewerking nauwkeurig onderzocht.

Was de echte Shakespeare een zwarte, Joodse vrouw?

0

Volgens de intersectioneel feministische historica Irene Coslet was de Engelse toneelschrijver en dichter William Shakespeare in werkelijkheid een zwarte, Joodse vrouw. 

William Shakespeare geldt als de grootste toneelschrijver uit de wereldliteratuur, bekend om onder meer Hamlet, Julius Caesar, Macbeth, Richard III, Romeo and Juliet en talloze sonnetten. Maar schreef hij alles zelf? Hoewel de meeste wetenschappers ervan uitgaan dat ‘The Bard’ de auteur dan wel hoofdauteur was van`zijn toneelstukken duiken er geregeld alternatieve theorieën op, waarin betoogd wordt dat Shakespeare pronkte met andermans veren, of in dit geval andervrouws veren.

Een van de opvallendste alternatieve theorieën over Shakespeares auteurschap richt zich op Emilia Bassano Lanier (1569–1645). Zij is een van de eerste vrouwen in Engeland die haar eigen poëzie publiceerde. Ze was van Sefardisch-Joodse afkomst en mogelijk afkomstig uit Noord-Afrika. Bassano groeide op in het huis van Susan Bertie, gravin van Kent, waar zij een uitzonderlijk brede opleiding kreeg, inclusief Latijn en humanistische vorming. Ze leidde een kleurrijk leven en werd op jonge leeftijd de minnares van Henry Carey, een invloedrijke edelman en neef van koningin Elizabeth I. Ook had ze nauwe banden met de literaire en muzikale kringen van Londen.

De Britse historica Irene Coslet betoogt in haar boek The Real Shakespeare: Emilia Bassano Willoughby (2026) dat Bassano niet alleen Shakespeares geliefde ‘dark lady’ was, maar ook de feitelijke auteur van een groot deel van zijn toneelstukken. ‘Emilia Bassano was een Moorse en ze was Joods. Hedendaagse historici weigeren personen met deze identiteit te erkennen voor hun rol in de bijdrage aan de westerse geschiedenis’, zei Coslet tegen de Daily Telegraph.

Volgens haar was het eenvoudiger en veiliger om de stukken toe te schrijven aan een witte man, Shakespeare, die bovendien uit een christelijke, Engelse familie kwam. Ook zou Shakespeare een anagram zijn van As-she-speaker.

Coslet wijst verder op stilistische overeenkomsten, Bassano’s brede scholing en haar publicatie Salve Deus Rex Judaeorum (1611) als aanwijzingen voor haar literaire kracht. Maar dit Latijnse boek van haar werd dus wel gepubliceerd onder haar eigen naam.

Critici reageren sceptisch op de theorieën Coslet. Shakespeare-experts benadrukken dat er geen overtuigend bewijs is dat iemand anders dan Shakespeare zelf de stukken schreef. Ook wordt gewezen op de stereotypen in personages als Shylock, die gierige Joodse vrek in The Merchant of Venice en de zwarte generaal Othello uit het gelijknamige toneelstuk, die moeilijk te rijmen zouden zijn met een Joods-Moorse auteur.

Utrechtse wethouder Linda Voortman: ‘Er worden nog steeds mensen buitengesloten’

0

In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart interviewt de Kanttekening lijsttrekkers in de vier grote steden van Nederland. Vandaag is dat wethouder Linda Voortman, die de GroenLinks-PvdA-lijst in Utrecht aanvoert. ‘Inclusiviteit is onderdeel van het reguliere beleid.’

Linda Voortman (46) studeerde Engels en literatuurwetenschappen in Groningen en was van 2010 tot juni 2018 met onderbreking Tweede Kamerlid voor GroenLinks. Daarna werd ze wethouder in Utrecht, wat ze nog steeds is. In haar portefeuille zitten onder meer werk en inkomen, Wmo en welzijn, diversiteit en inclusie, grondzaken en groen. Dat diversiteit voor Voortman prioriteit heeft, bleek vorig jaar april. Utrecht won toen de European Capitals of Inclusion and Diversity Award 2025, een prijs waar ze trots op is maar die ook om blijvende inzet vraagt.

Wat was volgens u de doorslaggevende factor waardoor Utrecht deze inclusiviteitsprijs kreeg, en welke rol speelde uw portefeuille diversiteit daarin?

‘Het is natuurlijk ontzettend mooi dat Utrecht deze prijs heeft gekregen. Wat de jury vooral waardeerde, is dat wij diversiteit en inclusie niet als een losstaand thema behandelen. Het zit verweven in al onze portefeuilles, bijvoorbeeld in het onderwijs. Ik maak bijvoorbeeld geen apart plan tegen discriminatie in het onderwijs, dat doet de onderwijswethouder zelf, omdat het onderdeel is van het reguliere beleid.

‘Daarnaast kijken we als gemeente Utrecht kritisch naar onze eigen organisatie en dienstverlening. We willen cultuursensitief werken en blijven leren. Samen met de stad hebben we een nota diversiteit en inclusie opgesteld, die we elke twee jaar evalueren met organisaties die zich hiermee bezighouden, van lhbti-activisten tot groepen die zich inzetten tegen moslimdiscriminatie.’

De prijs is een erkenning, maar ook een verplichting. Waar ziet u nog blinde vlekken in het Utrechtse inclusiebeleid?

‘Ik zei tegen mijn medewerkers dat het prachtig is, maar dat we er nog lang niet zijn. Er worden nog steeds mensen buitengesloten.

‘We moeten blijven verdedigen wat we hebben opgebouwd’

‘Op sociale terreinen, zoals sport, onderwijs en cultuur, gaat het inmiddels goed. Zeven jaar geleden moest ik collega’s nog aansporen om inclusie mee te nemen, nu doen ze dat vanzelf. Maar op ruimtelijke onderwerpen, zoals de veiligheid in de openbare ruimte, is nog veel te winnen. Iedereen moet zich veilig over straat kunnen bewegen.

‘Dus we moeten blijven verdedigen wat we hebben opgebouwd, maar we moeten het ook verder uitbouwen.’

Hoe verloopt de samenwerking tussen GroenLinks en PvdA in Utrecht in de praktijk? Zijn er thema’s waarop verschillen nog voelbaar zijn?

‘De samenwerking gaat eigenlijk heel goed. In 2024 hebben de leden van GroenLinks Utrecht en PvdA Utrecht uitgesproken dat we samen de verkiezingen in willen. Het enige dat nu nog gescheiden is, zijn de twee fracties, maar die worden na 18 maart samengevoegd. Op de kandidatenlijst staat iedereen door elkaar. Soms weet je niet eens of iemand oorspronkelijk van GroenLinks of van de PvdA is.

‘We zaten al samen in het college, dus het was logisch om nu ook gezamenlijk verder te gaan.’

De afsplitsing van Link! door Pepijn Zwanenberg liet zien dat de fusie lokaal gevoelig ligt. Wat zegt dat volgens u over de interne dynamiek?

‘We krijgen het overgrote deel van de mensen mee met de fusiepartij. Ook veel mensen die eerst tegen waren, zijn nu voor, omdat de leden in meerderheid voor samenwerking hebben gekozen. Een kleine minderheid gaat helaas niet mee.

‘Het is belangrijk om zorgen serieus te nemen en alles goed met elkaar door te spreken. Een mooi voorbeeld van hoe we het nu doen, is bij het thema betaald parkeren. GroenLinks en PvdA wilden betaald parkeren invoeren in heel de stad Utrecht. Voor GroenLinks is dat vanzelfsprekender dan voor de PvdA, die ook kijkt naar sociale voorwaarden. Daarom hebben we geregeld dat minima via de U-pas hun parkeervergunning vergoed kunnen krijgen.’

Is de fusie in Utrecht vooral strategisch, of ziet u het als een inhoudelijke versmelting van twee politieke tradities?

‘De tradities zijn verschillend, maar in Utrecht is de situatie een beetje anders. Hier heeft GroenLinks vaak in het college gezeten, maar was de PvdA tussen 2014 en 2022 een oppositiepartij.

‘Zij willen dat GroenLinks-PvdA kneiterlinks en knalgroen blijft, en dat wil ik ook’

‘Het is vooral een samensmelting. Kijk, mensen hebben behoefte aan samenwerking. Ik ben eind jaren negentig lid geworden van GroenLinks en sinds drie jaar ben ik ook PvdA-lid. Ik kreeg als GroenLinkser jarenlang de vraag wat nou precies het verschil tussen die twee was. Je was vaak meer bezig om de verschillen uit te leggen dan om te vertellen wat je wilt bereiken.

‘Zowel GroenLinks als PvdA hebben altijd stromingen gekend en dat zal de nieuwe partij dus ook hebben. Daarom moet je met elkaar in gesprek blijven. Op onze lijst staan bijvoorbeeld ook Baukje Harmsma, Victor van der Have en Mehrzad Joussef van LinksBoven, een groep die de boel van binnenuit scherp wil houden. Daar ben ik blij mee. Zij willen dat GroenLinks-PvdA kneiterlinks en knalgroen blijft, en dat wil ik ook. Inhoudelijk staan we grosso modo dicht bij elkaar.’

Wat is voor GroenLinks–PvdA de voorkeurscoalitie na de verkiezingen? Zijn er voorwaarden die voor u niet onderhandelbaar zijn?

‘Ik noem vooraf geen breekpunten. Maar hoe socialer, hoe beter.

‘We hebben mooie dingen gedaan met deze coalitie, maar D66 is de afgelopen tijd wel naar rechts opgeschoven. Wij als GroenLinks-PvdA willen meer doen aan armoedebestrijding. D66 staat hier een beetje anders in en wil nu bijvoorbeeld de lasten voor huizenbezitters niet verhogen. En landelijk zit er nu ook een rechts kabinet. Daarom kan ik mij goed voorstellen dat we ook met de Partij voor de Dieren in het college zouden stappen na 18 maart.’

Landelijk is samenwerking met PVV, FvD en JA21 onderwerp van debat. Hoe kijkt u daar lokaal naar?

‘We gaan niet met hen in een college zitten. Bovendien is het maar de vraag of FvD en JA21 überhaupt in de gemeenteraad komen. Ze staan in een totaal andere wereld.’

Utrecht kent uitgesproken lokale partijen zoals UtrechtNu! en Stadsbelang Utrecht. Ziet u mogelijkheden voor samenwerking?

‘Ze hebben allebei één zetel. Als dat zo blijft, is samen in een college niet aan de orde. Maar los daarvan weet je bij deze partijen niet goed waar je aan toe bent. Ze hebben geen duidelijke ideologie of programma en zijn meer populistisch van aard. Ik werk liever met partijen die een helder programma en een duidelijke visie hebben.’

Utrecht groeit snel en staat voor grote sociale en ruimtelijke uitdagingen. Welke keuzes moeten de komende bestuursperiode absoluut gemaakt worden?

‘Ruimtegebrek is een probleem in alle grote steden, ook in Rotterdam, waar jij woont. Het moet betaalbaar blijven. Daarom zetten we in op 45 procent sociale woningbouw in nieuwbouwprojecten, in plaats van 35 procent.

‘Daarnaast moet er genoeg groen zijn. En we moeten de mobiliteitstransitie doorzetten. Dat betekent minder auto’s, vooral minder stilstaande auto’s. We willen dat mensen vaker de fiets of het ov pakken of gewoon wandelen.

‘Neem het slavernijmonument in het Griftpark. Omwonenden vonden dat lastig, maar het park is van ons allemaal’

‘Op het gebied van diversiteit en inclusie moeten we natuurlijk blijven investeren. Utrecht is een diverse stad, en iedereen moet hier een plek hebben. En dat betekent ongelijk investeren waar de verschillen groot zijn.

‘Neem het slavernijmonument in het Griftpark. Omwonenden vonden dat lastig, maar het park is van ons allemaal. Het monument staat in een nogal witte wijk, maar ik heb bewoners uitgelegd dat sommige groepen lang zijn gemarginaliseerd en nu extra ruimte en aandacht verdienen. Hun stem moet daarom zwaarder wegen.’

U bent al jaren een zichtbaar gezicht in het Utrechtse bestuur. Daarvoor was u Kamerlid voor GroenLinks. Waarom bent u wethouder geworden?

‘Ik heb acht jaar in de Tweede Kamer gezeten, midden in de decentralisaties. Ik kreeg vaak te horen van de minister: “Daar gaat de Kamer niet over, dat is aan de gemeenten.” Tegelijkertijd hoorde ik ook veel verhalen over armoede en schulden.

‘Toen er een vacature kwam voor wethouder in mijn eigen stad dacht ik: dit is het moment om zelf verantwoordelijkheid te nemen. Besturen is een andere rol, maar wel een hele mooie.’

Wat wilt u nog bereiken?

‘Landelijk gaat het nieuwe kabinet door met het strafbaar stellen van illegaliteit, dat vind ik echt verkeerd. Wij gaan daar in Utrecht niet aan meewerken, wat GroenLinks-PvdA betreft. Ik wil daarnaast ook dat mensen goed kunnen rondkomen, en dat wordt nu moeilijker door het landelijke beleid.

Mijn inzet is dat bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid door het kabinet-Jetten niet leiden tot negatieve gevolgen voor Utrechters in kwetsbare posities. En daarnaast blijf ik me inzetten voor groen en inclusiviteit. Vasthouden aan inclusiviteit is voor mij essentieel.’