Home Blog Pagina 930

Dubai lanceert ’s werelds eerste ‘fatwa-service’ die draait op AI

0

Het departement voor Islamitische Zaken in Dubai heeft de Virtual Ifta gelanceerd: een digitale ‘fatwa-service’ die draait op kunstmatige intelligentie.

Gebruikers kunnen hun vragen over bijvoorbeeld het gebed, aalmoezen en reinheid intypen op de website van het departement voor Islamitische Zaken, waarna er als vanzelf een antwoord uitrolt. De service is beschikbaar in het Engels en Arabisch en zal in de toekomst met meer talen worden uitgebreid.

Dubai zegt bezig te zijn met alweer de volgende fase van de Virtual Ifta: hierbij kun je ook via Whatsapp vragen kunnen stellen. Ook zullen er meer onderwerpen bijkomen zoals vasten, reinheid, rituele wassing en financiën. Daarnaast wordt er gewerkt aan audio-antwoorden.

Binnenkort is de Virtual Ifta als app te downloaden via Google Play en Apple Store.

Verhullende ‘modest fashion’ is ontzettend populair – en niet alleen bij moslima’s

0

Op YouTube en Instagram is het fenomeen al springlevend, en vanaf nu is het ook in het museum te zien: modest fashion. Het Stedelijk Museum in Schiedam laat deze maanden zien wat een verhullende kledingstijl allemaal kan betekenen. ‘Ook niet-religieuze vrouwen willen zelf bepalen wat ze van hun lichaam laten zien.’

‘Ik laat niet veel van mijn lichaam zien, maar ik ben ook geen hijabi. Ik zit een beetje ongemakkelijk in het midden,’ zegt Aqeelah Harron in de introductievideo van haar serie Cover, Girl, te zien op haar YouTube-kanaal Fashion Breed. ‘En ik weet dat zovelen van jullie dat ook hebben, want jullie e-mailen me er de hele tijd over.’

Van tips voor verschillende manieren om tulbanden of hoofddoeken op te knopen tot aanbevelingen van ‘modest webshops’: Aqeelah, zelf moslima, laat zien hoe je zowel modest als modieus door het leven kunt gaan. Video’s als die van haar laten zien dat bedekkende kleding lang niet meer onesthetisch hoeft te zijn. Oftewel: ‘Er is een andere manier dan eruitzien en je voelen als een zak aardappelen.’

Aqeelah Harron (Foto: YouTube)

Modest fashion is online ontzettend populair, en niet alleen onder moslima’s. Ook beperkt het zich niet alleen maar tot stijladviezen. Twee christelijke zusjes vertellen vrolijk wanneer en waarom ze verhullende kleding zijn gaan dragen, een andere vrouw refereert weer aan de regels die ze voor zichzelf heeft opgesteld in een blogpost.

De commentaren op video’s zijn doorgaans positief: de tips zijn behulpzaam en vrouwen herkennen zich in elkaar. Soms wijzen ze elkaar op slordigheden. Een te strakke jeanslegging roept kritiek op: ‘Je bent er nog niet helemaal.’

Online platformen genereren een gespreksruimte waarin ervaringen worden gedeeld en de grenzen van wat kan en mag worden opgezocht. In het Stedelijk Museum in Schiedam wordt deze gespreksruimte naar binnen gehaald. In de eerste zaal van de expositie Modest Fashion wordt onder andere het Instagramaccount van de Rotterdamse Meryem Slimani getoond.

‘Mijn moeder heeft mijn Instagram overgenomen en nu neem ik alleen nog maar foto’s van haar,’ staat er bovenaan haar profiel. De meeste posts zijn inderdaad van haar moeder, gekleed in items die weliswaar modest zijn, maar voornamelijk kleurrijk, stoer en met een vette knipoog. Zo draagt ze soms een Nike-hijab of petje, sneakers of juist chique schoentjes met paarse sokken erin.

Instagram van Meryem Slimani (Foto: Merel Aalders)

Modest fashion is een mondiaal fenomeen. Werken en makers vanuit de hele wereld komen samen in deze expositie, vertelt Catrien Schreuder, hoofd tentoonstellingen en collectie. Sommige werken zijn afkomstig uit Dubai of de Verenigde Staten, maar ook Rotterdamse en Schiedamse kunstenaars krijgen hier een podium.

Het is groot geworden in Arabische landen en via de islamitische cultuur: de kern van modest fashion draait om zowel het uiten van religieuze voorkeuren als het geven van expressie aan individuele identiteit. Vooral dat laatste is belangrijk. ‘Ook niet-religieuze vrouwen willen zelf bepalen wat ze van hun lichaam laten zien. Keuzevrijheid is het sleutelwoord.’

Maar waarom zou een niet-religieuze vrouw geïnteresseerd zijn in modest fashion? Schreuder wijst op de items van het Amerikaanse modelabel The Row die in de eerst zaal van het museum hangen. De oprichters van het label, Mary-Kate en Ashley Olsen, hebben een grote rol gespeeld in de opkomst van modest fashion als markt. Zij kozen voor een verhullende kledingstijl om de vele commentaren die zij op hun lichaam kregen – en seksualisering van het lichaam in het algemeen – af te wijzen. Modest fashion heeft dus niet alleen maar met religie te maken: het gaat hier om een intercultureel fenomeen.

Vierde feministische golf

Rajae ell Mouhandiz is één van de curatoren. El Mouhandiz, zelf gekleed in een T-shirt met princess Leia van Star Wars en een jasje van Ralph Lauren, beschrijft zichzelf als ‘van de generatie die naar musea gaat, maar ook veel bezig is met wat er online gebeurt’. Modest fashion speelt zich dan ook vooral online af: overal in de wereld zijn kunstenaars bezig met een nieuwe beeldtaal die niet zozeer zichtbaar is via de gangbare media.

Rajae el Mouhandiz spreekt op de opening (Foto: Aad Hoogendoorn)

‘Videomakers en andere kunstenaars brengen lagen en kleuren aan die voorheen ondenkbaar waren,’ vertelt ze. ‘In de media wordt er vaak in categorieën gesproken, alsof er allerlei typen mensen zijn. In de realiteit is dat helemaal niet zo: er is veel meer fluïditeit. Op YouTube en Instagram gebeuren dingen die pas later op straat en in musea te zien zijn.’ Behalve nu dus even in Schiedam.

Een voorbeeld van zo’n fluïde identiteit is het verhaal van Britse influencer Dina Torkia. Zij blogde jarenlang over modest fashion, schreef er zelfs een boek over en bracht samen met luxe warenhuis Liberty London een hijab-lijn op de markt. Toen besloot ze haar hijab alleen nog maar te dragen wanneer ze daar zelf zin in had.

De kritiek die ze daar op kreeg was overweldigend. Zo zou ze zichzelf volgens sommigen geen moslima meer mogen noemen. Er werd gezegd dat ze naar de hel zou gaan en bovendien dat ze lelijk was zonder hijab en zich daarom maar beter niet meer op het internet kon vertonen. Maar veel van haar volgers steunen haar juist ook in haar keuzevrijheid. Voor vrouwen die ernaar streven hun eigen voorwaarden te bepalen is ze een groot voorbeeld.

‘Er is een andere manier dan eruitzien en je voelen als een zak aardappelen’

Volgens El Mouhandiz zitten we middenin een vierde feministische golf. Deze is begonnen in Azië en het Midden-Oosten en kenmerkt zich door het ongeorganiseerde karakter. Het gaat vooral om een non-binair denken: het gedachtegoed manifesteert zich veel meer als een spectrum waarbij individuele levenshoudingen naast elkaar kunnen bestaan. Het nieuwe feminisme is organisch en universeel, en stelt zich kritisch op naar religie en politiek.

‘Vrouwen hebben het over één ding. We should all be feminists,’ citeert El Mouhandiz de Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie. Die tekst verscheen ook op een T-shirt van Dior, waarvan een exemplaar in het museum te zien is.

Foto: Merel Aalders

Verbindt modest fashion ook verschillende religies? In principe wel, zeggen El Mouhandiz en Schreuder, al ligt de nadruk toch wel meer op de verbinding tussen vrouwen. Als je het over modest fashion hebt, heb je het even alleen maar over kleding, en dan blijken er overeenkomsten te zijn tussen individuele voorkeuren. Modest fashion is bijvoorbeeld een hype in de Biblebelt, maar ook in de Joodse community, en ook weer onder seculieren, vertellen ze.

Want dat is het ook echt: een hype. Er wordt hier geen nieuwe norm gepresenteerd: er wordt vooral een trend getoond die internationaal en online levendig is.

Toch is culturele uitwisseling niets nieuws: in het Stedelijk Museum zijn ook voorbeelden te zien van de bedekkende kleding van verschillende culturen die met elkaar in aanraking kwamen via handelsroutes. ‘Wat je ziet is dat de betekenis van verhullende kleding constant verschuift,’ vertelt Schreuder. ‘In elke context betekent het weer iets anders.’ Vanaf de zestiende eeuw droegen Nederlandse vrouwen bijvoorbeeld vaak een ‘huik’: een verhullend kledingstuk dat veel op de boerka lijkt.

Twee kleine fotootjes aan het begin van de tweede zaal laten zien wat Schreuder en El Mouhandiz ‘grootmoeder fashion’ noemen. El Mouhandiz’ oma en de betovergrootmoeder van Alexandra van Dongen, één van de andere curatoren, dragen daar verhullende kledingstukken die lichaam en haar bedekken. ‘De betekenis zal voor deze vrouwen net anders zijn geweest. Dat roept juist weer een gesprek op.’

Foto: Aad Hogendoorn

Het gaat altijd om de context

Uit mode kun je dingen afleiden die via andere kanalen minder zichtbaar zijn. Eén van de ruimtes van de expositie is gewijd aan ‘de universele vrouw’. In elke religie heb je vrouwelijke archetypes: Maria, Madonna, de moeder, de non, de hoer… De ideale, universele vrouw ziet er overal anders uit. Verschillende beelden van de vrouw lopen als een rode draad door de geschiedenis, en inspireren ook nog steeds makers die hier worden geëxposeerd.

‘Mode zegt veel over trends en wat er leeft,’ zegt El Mouhandiz. ‘Het geeft aan dat wat we te horen en te zien krijgen vanuit de politiek, de media of Hollywood, niet het complete plaatje is.’

Daarnaast is het natuurlijk ook gewoon big business. ‘We hebben een echte Chanel,’ vertelt El Mouhandiz. Coco Chanel was de eerste echte influencer op het gebied van mode. Als een van de eerste vrouwelijke ontwerpsters in haar tijd brak zij met het korset en de zware rok voor vrouwen, omdat zij ook gewoon moesten kunnen werken en ademen.

Is El Mouhandiz ook wel eens bang dat de commerciële kant van mode juist belemmerend is? ‘Nee. Je ziet dat moslima-influencers die hijablabels op de markt brachten met grote warenhuizen er nu soms ook voor kiezen hun hijab weer af te doen. Het is geen propaganda voor ze. Online blijven zij nu ook het debat aangaan. Je ziet dat jongeren zich erg bewust zijn van identiteit en de lading eromheen, dat ze weigeren in een hokje te stappen – of erin te blijven.’

‘Je lichaam moeten laten zien voor waardering is óók onderdrukking’

Een veelgehoorde kritiek op verhullende kleding is natuurlijk de onderdrukking die het zou impliceren. ‘Dat kan,’ zegt El Mouhandiz. ‘Dat laten we hier ook zien. Het gaat altijd om de context.’ Schreuder noemt de situatie in Iran als voorbeeld.

‘Daar is bedekkende kleding verplicht, en heeft het inderdaad met onderdrukking te maken. Wat je daar vervolgens ziet is dat vrouwen de grenzen ervan opzoeken door middel van bijvoorbeeld ironie, en daar vrijheid bij ervaren. Ook in de context van onderdrukking zie je dat vrouwen zich hun manier van kleden toe willen eigenen. Met deze tentoonstelling willen we vooral de één-op- één relatie tussen bedekking en onderdrukking nuanceren.’

Een Iraanse maker is bijvoorbeeld Newsha Tavakolian, fotografe voor the New York Times, le Monde en het fotoagentschap Magnum. Ze is getrouwd met de Nederlandse correspondent Thomas Erdbrink. Zij en haar man hebben op dit moment moeite om zich vrij te kunnen bewegen in Iran, vertelt El Mouhandiz.

In het Stedelijk wordt Tavakolians serie Listen tentoongesteld: een aantal imaginaire CD-covers. In Iran is het verboden voor vrouwen om te zingen of dansen in het openbaar. Kunstenaars worden hier veel gecensureerd. Op de foto’s staat Tavakolians zus, gekleed in de sobere, zwarte outfit die daar de norm is voor werkende vrouwen. Maar telkens voegt Tavakolian een onverwacht element aan de foto’s toe, dat kenbaar maakt dat voor haar de strijd nog niet gestreden is.

Foto: Merel Aalders

Aan het einde van de expositie zien we filmpjes van Iraanse vrouwen die stiekem dansen op straat en daarmee arrestatie riskeren, met de hashtag #dancingisnotacrime. Eén van de vrouwen die we zien shuffelen is daadwerkelijk opgepakt. Ook het werk van de Iraanse beeldend kunstenares Shirin Neshat hangt in deze ruimte. Na de Iraanse revolutie vluchtte zij naar de Verenigde Staten, waar ze vanuit ballingschap kunst is blijven maken over de onderdrukking van vrouwen.

‘Onderdrukking is iets wereldwijds,’ zegt El Mouhandiz, ‘en vrouwen die op zoek gaan naar de ruimte die ze kunnen innemen ook. Je lichaam moeten laten zien om gewaardeerd te worden is óók een vorm van onderdrukking. Het gaat erom dat je zelf beslist. Op je eigen voorwaarden.’

De tentoonstelling Modest Fashion zal nog tot 9 februari 2020 te zien zijn in het Stedelijk Museum in Schiedam.

Turken en Koerden zijn elkaars probleem, maar ook elkaars oplossing

0

Door de Turkse invasie in Noord-Syrië hebben de al verziekte verhoudingen tussen Koerden en Turken een extra klap opgevangen. Wijdverspreide gevoelens van wantrouwen, vijandschap en haat zijn alleen maar sterker geworden. Voor de veiligheid van toekomstige generaties is het echter van levensbelang om als Koerden en Turken verantwoordelijkheid te nemen en te investeren in dialoog en vredeswerk.

Het was pijnlijk en storend tegelijk om de ongerustheid in de ogen van onze nieuwe stagiaire bij The Hague Peace Projects te aanschouwen. Gealarmeerd vertelde ze over een dreigende invasie van Turkije in Noord-Syrië: ‘Ze gaan ons slachten, het wordt een massamoord!’ De agressor was Turkije. En ‘ons’, dat waren de Koerden.

Aangezien ik in de trein met de papieren krant bezig was, waren de laatste nieuwtjes op Twitter en in de Turkse media me ontgaan. En inderdaad, een Turkse invasie stond op het punt te beginnen, las ik op mijn telefoon.

Het was een surrealistisch moment op ons kantoor. Werken aan dialoog tijdens een escalerende oorlog. Weliswaar 4.000 kilometer hier vandaan, maar o-zo-dichtbij voor Koerdische en Turkse Nederlanders die het nieuws nauwlettend volgen.

Nieuwe wonden worden geslagen in een oorlog die nooit lijkt te stoppen. Demonstraties op straat. Scheldpartijen op Twitter. Wederzijdse demonisering en uiteindelijk Koerden en Turken met elkaar op de vuist. Laten we hopen dat het bij die incidenten blijft.

Maar met hopen alleen lukt het niet. Vrede komt niet vanzelf. Inspanning is vereist. Iedereen heeft natuurlijk het recht om in alle vrijheid de wegen te bewandelen die hij of zij als de juiste ziet. Maar er gaat iets goed mis als het enige contactmoment tussen Turken en Koerden alleen maar plaatsvindt wanneer de hel al is uitgebroken. Waarom is er zo weinig contact? Wat houdt ons tegen?

Voor een verandering is het noodzakelijk dat we zelf ook veranderen

Het gewelddadige verleden – de Koerden zijn hierin altijd de grootste slachtoffers geweest, maar PKK-aanslagen hebben ook tot een paranoia onder Turken geleid – heeft beide volkeren achtergelaten met diepe gevoelens van wrok. Nationalisme wakkert dat vijanddenken aan. Gechargeerd gezegd is ‘de Turk’ onder Koerden ‘de jihadistische barbaar’ of ‘fascist’, en ‘de Koerd’ is de ‘terroristische pion’ van externe mogendheden. Met zulke ideeën is het lastig bij elkaar komen.

Voor een verandering is het noodzakelijk dat we zelf ook veranderen. Als The Hague Peace Projects pleiten we voor dialoog over de meest gevoelige kwesties. Wanneer Koerden het bijvoorbeeld hebben over een vrij Koerdistan, wie moeten Koerdistan dan in de eerste plaats accepteren? Turken! Het is daarom belangrijk dat Turken worden meegenomen in de totstandkoming en acceptatie van die Koerdische wens – hoe die er dan ook uit zal zien.

Aan mijn mede-Turken zou ik het volgende willen meegeven: stop met het bestempelen van Koerden als ‘terrorist’. Meer dan 35 jaar wordt datzelfde jargon gebruikt om de vernietiging van Koerdische levens te legitimeren.

Natuurlijk, de PKK en YPG plegen aanslagen op Turkse doelen en inderdaad is op de westerse romantisering van Koerdische strijders heel wat af te dingen. Maar de grootste aanslag in dit conflict wordt gepleegd door de Turkse staat. Het Turkse staatsgeweld is grootschaliger en vernietigender. Maar Turken die wel praten over PKK-terreur hoor je nooit over Turkse staatsterreur. Dat is vreemd.

Met woorden als ‘terrorist’, ‘fascist’ en ‘jihadist’ komen we er echter nooit. Het is belangrijk om de mens achter die labels te zien. En dat kan alleen als we bij elkaar komen, en daarbij de confronterende discussies voeren. Maar laten we daarna ook bouwen aan een vreedzame generatie waarin we elkaar accepteren als gelijkwaardige mensen.

Het is geen gemakkelijke opgave. De weg naar vrede tussen Turk en Koerd zit vol met wantrouwen, ruzies en langdurige stiltes. Maar het is een plek die alleen samen bereikt kan worden. We weten inmiddels dat we elkaars probleem zijn, maar laten we een keer ook beseffen dat we elkaars oplossing kunnen zijn.

Marokko woedend om ‘criminele’ vlagverbranding in Parijs

1

Marokkanen zijn boos op Rif-activisten die een Marokkaanse vlag in brand hebben gestoken.

Afgelopen weekend organiseerden Rif-activisten een demonstratie in Parijs tegen de onderdrukking van het Rifgebied in Marokko. Sommigen vertrapten de Marokkaanse vlag en staken deze in brand.

Op deze vlagverbranding zijn veel laaiende reacties gekomen, vanuit Marokko zelf en vanuit de Adviesraad van de koning voor Marokkanen in het buitenland (CCME).

Abdellah Boussouf, secretaris-generaal van de CCME, zegt hierover: ‘De ontheiliging van de nationale vlag is een criminele daad die niets te maken heeft met de vrijheid van meningsuiting.’

Op het verbranden van de nationale vlag staat in Marokko een gevangenisstraf van maximaal drie jaar en een fikse geldboete.

Op 28 oktober 2016, dus bijna op de kop af drie jaar geleden, brandden de protesten in de Rif los. Op die dag overleed de Riffijnse visverkoper Mohsin Fikri, die protesteerde tegen de inbeslagname en vernietiging van zijn vis door de politie. Hij eindigde doodgedrukt in de pers van een vuilniswagen.

EU-parlementariërs nemen kijkje in geïsoleerd Kashmir, veroorzaken ophef in India

0

Ruim twintig Europarlementariërs reizen door Kashmir, dat door India is bezet. Het bezoek is opmerkelijk, want de deelstaat is in augustus zijn autonomie kwijtgeraakt en sindsdien afgesloten van de buitenwereld. Buitenlandse journalisten en politici mogen de deelstaat eigenlijk niet in.

Het gaat om 28 Europarlementariërs. 22 van hen behoren tot uiterst rechtse partijen, politici van Rassemblement National van Marine le Pen, het Spaanse Vox, Vlaams Belang, Alternative für Deutschland, Lega Nord en de Brexit Party van Nigel Farage. Er zijn geen Nederlanders mee.

Ook een Europarlementariër van de Britse Liberal Democrats en een voormalige premier van de centrumlinkse Partido Democratico uit Italië zijn mee met de delegatie.

De delegatie arriveerde zondag in New Dehli. Ze ontmoetten die dag de Indiase minister-president Narendra Modi en zijn nationale veiligheidsadviseur, die de Europarlementariërs hun uitleg van de situatie in Kashmir vertelden.

Het bezoek is door India georganiseerd. Het Europees Parlement en de Europese Unie zijn er officieel niet bij betrokken. Enkele Europese ambassades wisten tot gisteren niets van het bezoek.

Het bezoek veroorzaakt ophef bij Indiase oppositiepolitici. Oppositieleider Rahul Ghandi, die in augustus nog uit Kashmir werd geweerd, vindt deze situatie ‘heel verkeerd’. Het Parlementariër Shashi Tharoor noemt het bezoek ‘een belediging voor de democratie.’

Een andere oppositielid, Subramanian Swamy, zegt de Kashmir-reis ‘immoreel’ te vinden en roept op tot een beëindiging ervan. Asaduddin Owaisi, de leider van de islamitische partij AIMIM, zegt dat de delegatieleden last hebben van ‘islamofobie’ en noemt ze ‘nazi lovers‘.

De delegatieleden zijn de eerste internationale bezoekers van Kashmir sinds India besloot haar autonome status te schrappen. India zegt de orde in Kashmir te willen herstellen, omdat islamitische separatisten er ruim dertig jaar streden tegen wat zij zien als een Indiase bezetting.

Mensenrechtenorganisaties als Amnesty International en Human Rights Watch maken zich zorgen over de mensenrechtensituatie in Kashmir.

Duitse Koerden-voorman moet voor rechter verschijnen om beledigen Erdogan

1

Tahir Köcer, de co-voorzitter van de Confederatie Koerdische gemeenschappen in Duitsland, moet vandaag in Hannover voor de rechter verschijnen. De Turkse autoriteiten hebben hem van ‘presidentiële belediging’ beschuldigd. Hierover wordt Köcer ondervraagd. Dit schrijft de Koerdische website ANF.

Köcer heeft op Twitter de Turkse president Recep Tayyip Erdogan bekritiseerd, wat door de autoriteiten in Turkije niet licht is opgevat. Op het beledigen van de president staat in Turkije maximaal vier jaar gevangenis.

In Duitsland is Köcer veilig, maar hij moet nu wel voor de Duitse rechter verschijnen. De Turkse rechterlijke macht heeft namelijk een verzoek om gerechtelijke bijstand bij Duitsland neergelegd.

Gisteren verklaarde Köcer dat Turkije processen in Duitsland voert met als doel Koerden in het buitenland de mond te snoeren. De Duitse rechterlijke macht wordt volgens hem misbruikt om critici te criminaliseren.

Köcer: ‘Ik zal morgen voor de rechtbank verklaren dat Erdogan niets anders is dan een fascistische dictator die bevelen heeft gegeven voor de genocide van de Koerden.’

Het is niet de eerste keer dat Turkije een politieke tegenstander in het buitenland de mond wil snoeren.

Eerder dit jaar probeerde Turkije Groot-Brittannië te bewegen om de Turks-Britse advocaat Özcan Keles uit te leveren. Keles is actief voor de Gülenbeweging, die door Turkije verantwoordelijk wordt gehouden voor de mislukte coup tegen Erdogan van 2016. De rechtszaak in Groot-Brittannië tegen Keles loopt nog.

En drie jaar geleden oefende Turkije diplomatieke druk uit op Duitsland om de komiek Jan Böhmermann te berechten. Die had een beledigend gedicht voorgedragen over Erdogan, waarna hij inderdaad werd vervolgd en ook werd berecht. Böhmermann mag zijn gedicht niet meer herhalen, anders krijgt hij een boete van 250.000 euro of een halfjaar cel.

‘Blanke mensen smaken fijn.’ Een tentoonstelling over ‘foute’ boeken

3

Wat hebben Kuifje in Afrika, Oki en Doki bij de nikkers, Mein Kampf, de Bijbel en de Koran met elkaar gemeen? Ze worden allemaal tentoongesteld in een expositie over ‘foute’ boeken.

In het Huis van het Boek in Den Haag is de tentoonstelling Foute Boeken? te zien. Boeken die in hun tijd populair waren, maar tegenwoordig door ‘voortschrijdend inzicht’ als ‘foute’ boeken gezien kunnen worden – want antisemitisch, racistisch, kolonialistisch of seksistisch. Maar wat zijn ‘foute’ boeken? En wat doen we ermee? Moet Jip en Janneke van Annie M.G. Schmidt verboden worden?

De tentoonstelling Foute Boeken? opent met de vijf meest gelezen en tegelijkertijd meest verguisde boeken ter wereld: de Bijbel, de Koran, het Rode Boekje van Mao, Mein Kampf en The Origin of Species van Darwin. De tentoonstelling laat zien dat religie, politiek en ook wetenschap voor controverse zorgen. Vooral kinderboeken blijken ideologisch getint.

Nikkertjes

Het ontdekken en koloniseren van een wereld buiten Europa leidde in het Westen tot allerlei fantasieën over de dieren én de mensen die de westerlingen aantroffen in deze verre gebieden. Naakte Afrikaanse vrouwen werden vrijelijk – en soms zelfs in pose – gefotografeerd. Aan de naaktheid van de mensen verbonden westerlingen veelal het idee van seksuele ongeremdheid.

Ideeën als deze mondden uit in pseudowetenschappelijke theorieën over de hoge (westerse) en lage (niet-westerse) beschaving en over het Arische ras. Het idee was dat het ‘Afrikaanse ras’ nog lang niet beschaafd was. Kinderboeken getuigden van dit denkpatroon.

In Twee vroolijke nikkertjes, Vijf nikkertjes op avontuur of Joko, het luie negerjongetje maken de ‘zwartjes’ steeds fouten, leren niets en werken zich telkens in de nesten. Het witte kind moet het zwarte kind telkens redden. Deze insteek maakte de kinderboekjes populair. Illustratoren leefden zich evenzo uit en verzonnen de Afrikaan als dansende kannibaal rond de kookpot met blank mensenvlees. ‘Blanke mensen smaken fijn’, zegt het opperhoofd in Oki en Doki bij de nikkers.

Zendingsdrift

Die ‘domme zwartjes’ konden misschien eeuwig gered worden door het christendom. Tijdens de koloniale periode togen missionarissen en zendelingen naar Afrika om de ‘heidense wilde’ te bekeren.

Deze zendingsdrift leidde tot een hausse aan jeugdboeken die op de zondagscholen werden verspreid. De witte jongeren leerden hierin hoe de ‘wilden’ bekeerd raakten en nette burgers werden. ‘Racisme werd de hoop voor een betere toekomst’, valt te lezen in de begeleidende tekst bij de vitrines.

Niet alleen de gekoloniseerden moesten bekeerd worden, ook de joden. De boekjes die over deze jodenbekering verhalen hebben veelal een antisemitische strekking, ontdekte Ewoud Sanders, (taal)historicus en NRC-journalist. De boekjes volgen een bepaald stramien: het bekeerde joodse kind krijgt te maken met geweld en verstoting, houdt toch vol en wordt een gelukkig mens.

Het boek De zoektocht van Lea Rachel van M.H. Karels-Meeuse staat vol stereotyperingen over joden, zag Sanders. Dit bracht hem ertoe om, gesteund door het CIDI, te protesteren tegen de uitgave ervan. Uitgeverij Den Hertog ging overstag en stopte in 2017 de publicatie.

Toch is Sanders in principe tegen het verbieden van boeken, zelfs van Mein Kampf. ‘Als er een boek is dat zo slecht en beledigend is, kun je naar de rechter stappen, hoewel dat moeilijk wordt omdat je vrijheid van meningsuiting hebt en die is buitengewoon belangrijk.’

Mein Kampf is nog steeds verboden in Nederland. Wat Sanders betreft kan het gewoon verschijnen, maar dan wel met annotaties zoals in Duitsland is gebeurd. De historicus maakt onderscheid tussen fictie en non-fictieboeken. In non-fictie is het devies: niet schrappen, maar uitleggen.

Het woord ‘neger’ zou hij bijvoorbeeld niet uit het Van Dale woordenboek willen schrappen, maar er moet wel een uitleg staan dat het woord een negatieve connotatie heeft en dat je het daarom niet meer gebruikt. Sanders: ‘Je moet een geschiedenis van stereotypering en uitsluiting niet weg willen schrappen. Dan pleeg je geschiedvervalsing.’

Van Jip en Janneke tot oom Tom

Als het om fictieboeken gaat, is Sanders wat flexibeler. Tekstuele veranderingen zijn toegestaan en Jip en Janneke zou daar wel voor in aanmerking kunnen komen, vindt Sanders, vanwege de stereotiepe rolverdeling tussen man en vrouw. ‘Jip doet stoere dingen en moeder maakt schoon en wast. Zo wil ik dat niet aan mijn kleinkinderen voorlezen.’

Sanders is strenger wanneer het om jeugdboeken gaat. Jeugdboeken blijken vaak drager van ideologische ideeën. ‘Ik vind het schadelijk om kinderen onjuiste denkbeelden voor te schotelen over andere geloven of culturen. Als je opgevoed wordt met boeken als Tien kleine negertjes of met die waarin stereotyperingen of foute denkbeelden over mensen met een huidskleur worden verteld, dan krijg je als kind rare ideeën. Die gaan in je hoofd zitten en om die eruit te krijgen wordt moeilijk.’

Zelf heeft Sanders als tiener met veel plezier Kuifje in Afrika gelezen, maar als hij het stripboek nu terugleest, dan krijgt hij daar een onaangenaam gevoel bij door de vele stereotyperingen die erin staan. ‘Die kriebels die je daarbij krijgt maken juist duidelijk hoe anders we daarover zijn gaan denken.’

Zo’n onaangenaam gevoel bekroop ook Afro-Amerikanen in de jaren zestig toen ze De negerhut van oom Tom (1852) van Harriet Beecher Stowe lazen. Zij schreef dit boek om de slavernij aan de kaak te stellen, wat uiteindelijk ook lukte. Maar ‘uncle Tom’ wordt inmiddels als scheldwoord onder Afro-Amerikanen gebruikt om iemand te duiden die ‘naar de pijpen van de witten danst’.

Beecher Stowe beschrijft in haar boek oom Tom als iemand die zijn slavenlot in alle nederigheid en dankbaarheid draagt tegenover zijn witte baas. Zo werd een goed boek ook een fout boek.

‘Een geschiedenis van stereotypering en uitsluiting schrappen is geschiedvervalsing’

Radicale boeken?

De islam is vertegenwoordigd in de tentoonstelling met boeken van de moslimgeleerde Ibn Taymiyya (1263-1328) en de salafist Bilal Philips (1946). Joas Wagemakers van de afdeling Islamitische en Arabische studies aan de Universiteit Utrecht, die de begeleidende teksten voor dit deel van de tentoonstelling controleerde, laat zich genuanceerd uit over deze boeken.

‘De keuze van de islamitische boeken op de tentoonstelling vond ik interessant omdat sommige teksten, in het bijzonder die van Ibn Taymiyya, op zeer diverse manieren worden geïnterpreteerd. Het is waar dat radicale islamisten vaak Ibn Taymiyya aanhalen om hun eigen betoog kracht bij te zetten, maar er zijn ook heel veel moslims die hier heel anders over denken en ook geïnspireerd zijn door hem en zijn werk. Zijn werk kan met recht controversieel genoemd worden, maar het is belangrijk om te onthouden dat de radicale interpretatie van zijn werk niet de enige is.’

De boeken van Taymiyya en Bilal Philips waren aanvankelijk te krijgen in de gevangenisbibliotheek op de terroristenafdeling in Vught, maar werden in de ban gedaan als niet bijdragend aan het de-radicaliseringsproces van de gevangenen. Wagemakers waagt zich niet aan een uitspraak of het verbod terecht is.

‘Dat is een kwestie van meningen en daar laat ik mij liever niet over uit. Wel is het goed om te weten dat Ibn Taymiyya een geleerde was die op veel verschillende geleerden invloed heeft gehad, terwijl Bilal Philips die invloed veel minder heeft.’

De verschillende interpretaties van de werken waren mogelijk de reden dat de boeken aanvankelijk waren toegelaten in de gevangenis, denkt Wagemakers: ‘zuiver’ in de leer, maar in potentie ook tegen radicale oplossingen.

‘Pillow talk’

Interessant zijn fictieboeken die zich schuldig maken aan racisme, antisemitisme of seksisme. Verbeelding moet je niet censureren, is de teneur. Wat te doen met boeken van Jan Wolkers, waarin vrouwen vaak als seksueel object worden benaderd (‘Ik naaide de ene meid na de andere’)? Zijn beroemde boek Turks fruit staat in een vitrine met een alinea die er qua seksisme niet om liegt.

Moeten we de populaire Bouquetreeks verbieden? In deze boeken worden vrouwen vaak met geweld ‘genomen’ (‘Je vraagt erom, meisje’) en zij geven zich na aanvankelijk tegensputteren gepassioneerd over (‘Tara vocht lichamelijk en mentaal maar moest het opgeven: hij was haar volledig de baas in al zijn arrogantie en vastbeslotenheid’).

In een tijd van #metoo-discussies en een Amerikaanse president die zijn pillow talk reduceert tot één handeling – ‘Grab them by their pussy’ – wordt met extra aandacht gekeken naar de positie van de vrouw in de maatschappij. Het reduceren van de vrouw tot lustobject is daarbij een steen des aanstoots.

Sanders ziet het aanpassen van fictieboeken als een vorm van beschaving. ‘Ik had bij het woord ‘neger’ nooit een ongemakkelijk gevoel, maar inmiddels heb ik dat wel. Omdat ik van anderen heb gehoord dat ze daar aanstoot aan nemen. Ik vind het een vorm van beschaving om dan te zeggen: ik ga dat woord niet meer gebruiken. Maar er is geen gouden regel voor wat wel of niet veranderd kan worden. De grens ligt bij stereotypering.’

De vraag is welke nieuwe boeken achteraf ‘fout’ blijken te zijn. Barbecue-boeken, zo voorspelt Ben Sliggers, gastconservator van de tentoonstelling.

‘Die kriebels die je krijgt bij ‘Kuifje in Afrika’  maken duidelijk hoe anders we nu denken’

Een gemiste kans is het ontbreken van aandacht voor hedendaagse stereotyperingen van groepen in Nederland zoals moslims. De tentoonstelling beperkt zich, conform de tijdgeest, tot de radicale vorm van de islam. Terwijl er genoeg publicaties verschijnen waarin moslims als achterlijk en terroristisch worden afgeschilderd en net als joden vroeger gezien worden als een vijfde colonne in de samenleving. Het is geen toeval dat moslims in politieke prenten vaak een haakneus krijgen.

Een controversieel boek dat niet wordt tentoongesteld is de dystopische roman Soumission (2015) van Michel Houellebecq, waarin de politieke islam de macht in Frankrijk overneemt. Veel moslims ervaren dit boek als stigmatiserend. Dat geldt ook voor Tegen de islamisering van onze cultuur (1997) van wijlen Pim Fortuyn. Ze hadden goed bij de tentoonstelling gepast.

De tentoonstelling Foute Boeken? is tot en met 1 maart 2020 te zien in het Huis van het Boek in Den Haag.

Over zwarte schrijvers en witte redacties

0

Als een opname voor een televisieprogramma over het klimaat begint, introduceert de presentatrice mij als een politicoloog en schrijver die over diversiteit, discriminatie en racisme schrijft. Mijn bloed kookt, maar ik slik mijn woede in.

Daarna gaat zij een kwartier met mij een gesprek over hoe je een duurzame wereld kunt realiseren zonder mensen uit te sluiten. Wat is de rol van politiek? Ik leg uit dat de overheid soms paternalistisch moet zijn, als een vader die voor zijn kinderen zorgt.

We zijn zo een kwartier lang in gesprek over het klimaatvraagstuk, vanuit meerdere perspectieven. Op geen enkel moment komen zaken als racisme, discriminatie of diversiteit aan de orde.

Toch knaagt het, omdat de presentatrice mij meteen in een hokje heeft geplaatst: iemand die alleen over racisme, discriminatie en diversiteit schrijft. Een teken dat zij en haar redactieteam hun huiswerk niet goed hebben gedaan, anders hadden zij kunnen weten dat ik een generalist ben.

Ja, ik schrijf ook over racisme, discriminatie en diversiteit. Deze column gaat hier zelfs over. Maar zwarte schrijvers zijn meer dan hun kleur. Ook zij hebben het recht om generalisten te zijn. Toch krijgen we in de media een stickertje opgeplakt.

Als we op televisie komen mogen we praten over een beperkt aantal thema’s: sport, entertainment of racisme. Nooit over politiek. Nooit over het klimaat. Nooit over literatuur. Dit verklaart ook waarom de redactie van het televisieprogramma in kwestie redeneerde dat omdat ik zwart ben ik alleen over racisme, discriminatie en diversiteit schrijf.

En dan deze week. Via haar Instagrampagina laat de Antwerpse schrijver Dalilla Hermans weten dat ze per direct stopt met haar samenwerking met programma’s van de Vlaamse openbare omroep (VRT). ‘Die redacties fucked me up’, zegt Hermans op haar insta-story waarin ze vertelt dat zij door de redacties van die Vlaamse omroep respectloos is behandeld.

Haar besluit werd landelijk nieuws. In haar column in de Standaard, twee dagen later, somde Hermans in één adem alle vervelende incidenten op die zij in de loop der jaren heeft verdragen, toen ze nog met de televisieredacties samenwerkte. De emmer was vol. ‘Als je al zoveel jaren aan het ontvangende einde van kleine fouten staat, kun je op den duur niet anders dan een patroon herkennen en het hele instituut in vraag stellen.’

Ook ik zal niet langer meewerken aan programma’s die mij een stempel opdrukken

Bij het lezen van Hermans column dacht ik vooral aan mijn eigen ervaring met het Nederlandse televisieprogramma dat mij in een hokje stopte. Na afloop van de opname vroeg ik de presentatrice of wij de inleiding opnieuw konden inspreken, omdat ik niet blij was met de wijze waarop ik werd geïntroduceerd. Zij ging akkoord en we namen de inleiding opnieuw op.

Maar toen het programma uiteindelijk werd uitgezonden, werd ik alsnog geïntroduceerd als een schrijver en politicoloog die over racisme, discriminatie en diversiteit schrijft. De redactie had geen boodschap aan mij. Ik had geen recht om een andere rol te spelen, omdat ik zwart was.

Veel mensen van kleur worden dagelijks geconfronteerd met dit soort ‘microagressie’, een verbale vorm van geweld die mensen ervaren om wie ze zijn. Je krijgt opmerkingen naar je hoofd geslingerd als: ‘Wat spreek je goed Nederlands’ of: ‘Je bent best mooi voor een zwart meisje’.

Om microagressie te overwinnen hebben wij een ‘microrevolutie’ nodig, aldus de Amsterdamse Antropoloog Sinan Cankaya. Hij omschrijft microrevoluties als de ‘dagelijkse onderbrekingen van machtsverhoudingen’.

Met haar besluit niet mee te werken aan programma’s die haar niet respecteren heeft Hermans een microrevolutie gepleegd. Zij inspireert hiermee mij en vele anderen. Ook ik zal niet langer meewerken aan programma’s die mij een stempel opdrukken. Want ook zwarte schrijvers hebben het recht om generalisten te mogen zijn.

Duitse zender ARD: voormalige IS-strijders onder pro-Turkse rebellen

0

Onder pro-Turkse Syrische rebellen die in Noord-Syrië tegen de Koerdische SDF vechten zitten voormalige IS-strijders. Dit meldt de Duitse televisiezender ARD.

In de ARD-uitzending wordt ingezoomd op voormalig IS-strijder Hussein al Jolani, die nu vecht voor de pro-Turkse rebellen. Hij verbleef daarvoor een tijdje in Duitsland.

Er bevinden zich naar schatting zo’n 70.000 IS-strijders in kampen in Noord-Syrië. De vrees bestaat dat de IS-strijders als gevolg van de Turkse operatie zullen ontsnappen. Dat zou namelijk kunnen leiden tot een herrijzenis van IS.

De Syrische rebellen die de Turkse militaire operatie in Noord-Syrië hebben ondersteund worden verdacht van oorlogsmisdaden. Turkije ontkent dit en spreekt van een lastercampagne.

Volgens Turkije zijn de Syrisch-Koerdische ‘Volksbeschermingseenheden’ van de YPG de ware terroristen. Er zijn banden tussen de YPG en de PKK, die in Turkije, Amerika en in de EU op de terreurlijst staat.

‘Witte fosfor waarmee Turkije Koerden bombardeerde mogelijk van Britse afkomst’

0

De afgelopen twee decennia heeft Groot-Brittannië fosfor naar Turkije geëxporteerd. Dit gegeven zorgt voor ophef bij de Britten, nu Turkije ervan wordt beschuldigd de Koerden in Syrië met witte fosfor te hebben gebombardeerd. Mogelijk is deze van Britse makelaardij.

Vorige week kwam in het nieuws dat de Turkse luchtmacht Koerdische burgers met witte fosfor zou hebben gebombardeerd. Een dokter in het veldhospitaal in het Syrische Tal Tamir zei dat hij minstens vijftien patiënten had behandeld die last hadden van brandwonden, ontstaan door chemische stoffen.

De Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW), die samenwerkt met de Verenigde Naties, onderzoekt nu of Turkse leger chemische wapens en brandbommen heeft gebruikt.

Op basis van monsters, verzameld op de plaats delict, en de brandwonden van de slachtoffers kun je achterhalen in welk land de witte fosfor is geproduceerd. Mogelijk is dat Groot-Brittannië.

Hamish de Bretton Gordon, een voormalige commandant in het Britse leger die zich bezighield met chemische wapens, is er ‘bijna zeker’ van dat de fosfor die Groot-Brittannië de afgelopen jaren naar Turkije exporteerde witte fosfor is.

Toch is het Gordon nog niet geheel duidelijk of Erdogan achter de aanvallen zit: de troepen van Assad en de verschillende rebellengroepen hebben in het verleden al bewezen niet terug te deinzen voor het gebruik van witte fosfor gebruikt.

Witte fosfor wordt gebruikt voor brandbommen, rookbommen en doelwitmarkering. Het brandt bij contact huid en vlees weg, een effect vergelijkbaar met dat van napalm. Ook zorgt de giftigheid van witte fosfor voor schade aan de lever, de longen en het hart. Witte fosfor is verboden verklaard tijdens de Conventie van Genève en de inzet ervan op burgerdoelen geldt als oorlogsmisdaad.