Home Blog Pagina 944

Geld kun je niet ademen

1

Het Amazonegebied staat in brand. Dit roept vragen op over het menselijke vermogen om met vrijheid om te gaan. In Brazilië, waar zestig procent van het Amazoneregenwoud zich bevindt, hebben de bewoners Jair Bolsonaro als president gekozen. Dat is een man die tijdens de presidentverkiezingen beloofde dat hij bedrijven toestemming zou geven om economische activiteiten in het beschermde natuurgebied te verrichten, zoals mijnbouw en houtkap. Met alle gevolgen van dien.

Deze zomer verloor het Amazonegebied twee voetbalvelden per minuut als gevolg van menselijke economische activiteiten. Vorige week telde het Braziliaanse agentschap voor ruimteonderzoek INPE zo’n tachtigduizend branden. Het zorgde voor beelden waar de wereld van schrok. De Franse president Emanuel Macron sprak over een internationale crisis. De longen van de aarde stonden in de fik.

Maar volgens Bolsonaro hebben Europeanen als Macron niets over deze Braziliaanse aangelegenheid te zeggen. Dat zou koloniaal gedrag zijn. Toen Europeanen hun eigen natuur kapot maakten om economische groei te genereren protesteerde er niemand, aldus de ultrarechtse president. Maar Brazilië heeft, net als Europa, het recht om de eigen economie te ontwikkelen, vindt Bolsonaro. Het is een kwestie van nationale soevereiniteit.

Een grote vraag die nu speelt is of het kapitalisme over zijn houdbaarheidsdatum heen is. Is het kapitalistische model, dat zich primair baseert op maximale uitbuiting van de natuur, de enige manier om economische welvaart te bevorderen? En zo ja, wat is dan eigenlijk de waarde van economische welvaart als het leven van de toekomstige generaties hierdoor in het geding raakt?

De productie van vlees en soja zijn verantwoordelijk voor de massale houtkap en het verbranden van bossen in de Amazonegebied. Onder het mom van economische vrijheid vernietigt de mens de flora en fauna in alle hoeken van de wereld. Ook wordt er te veel CO2 de lucht in geslingerd. Je vraagt je af wat belangrijker is: economische groei en materiële welvaart of een gezonde relatie van de mens met de natuur?

Wij hebben onze natuur keihard nodig om werkelijk vrij te zijn

Veel te vaak wordt het begrip vrijheid gebruikt zonder de waarde ervan écht te doorgronden. Maar nu de longen van onze aarde in brand staan is het van belang om het idee van vrijheid eens goed onder de loep te nemen.

Politieke filosofen onderscheiden twee soorten van vrijheden:  positieve en negatieve vrijheid. Negatieve vrijheid betekent dat je als persoon vrij bent in je doen en laten, zonder dat iemand (bijvoorbeeld de overheid) je tegenhoudt. Positieve vrijheid daarentegen bekent dat er condities worden gecreëerd die het mogelijk maken dat je jezelf kunt ontplooien. Als je een kind gratis onderwijs en gezondheidszorg biedt en het andere kind helemaal niets, dan is de kans groot dat het eerste kind maatschappelijk succesvoller wordt en ook langer leeft.

Vrijheid draait dus altijd om een balans. Je wilt aan de ene kant niet al te veel beperkt worden in je handelingen, maar je hebt aan de andere kant juist andere mensen nodig om jezelf te kunnen ontwikkelen.

De bosbranden in het Amazoneregenwoud, doelbewust aangesticht door bedrijven, laten pijnlijk zien hoe het begrip vrijheid in onbalans is geraakt. Bolsonaro en het kapitalistische systeem willen ons doen geloven dat we alles kunnen doen, zonder dat de natuur ons tegenhoudt. Ze lijken te zijn vergeten dat wij onze natuur keihard nodig hebben om werkelijk vrij te zijn.

Zoals een gezegde van de Cree, een inheemse stam uit Noord-Amerika, luidt: ‘Only when the last tree has died and the last river been poisoned and the last fish been caught will we realise we cannot eat money.’ We hebben nog even, maar niet zo lang meer.

Belgische studente vast in Turkije vanwege Facebookberichten over Koerdische kwestie

1

De 27-jarige Turks-Belgische studente Gülsüm Cetinkaya mag Turkije niet verlaten. Ze werd in juli gearresteerd vanwege berichten over de Koerdische kwestie die zij vier jaar geleden op Facebook had geplaatst.

Ze werd aangehouden bij de Turks-Bulgaarse grens en onmiddellijk vastgezet, vertelt haar oom aan de Belgische krant het Nieuwsblad.

Cetinkaya, die rechten studeert in Brussel, is inmiddels vrijgelaten uit de gevangenis. Maar ze mag het land nog niet verlaten.

België wil Cetinkaya graag helpen om terug te keren, maar kan vanwege haar dubbele nationaliteit niet veel voor haar doen. De Belgische overheid beschouwt iemand met een dubbele nationaliteit niet als onderdaan wanneer diegene in de problemen zit in zijn of haar tweede land.

VN tikt Sri Lanka op de vingers: ‘Bestrijd haatpropaganda tegen moslims’

1

De Verenigde Naties maken zich zorgen over de mensenrechtensituatie in Sri Lanka. Moslims zijn er het slachtoffer van haatpropaganda, stelt de organisatie. De VN roept Sri Lanka op om hier onmiddellijk actie tegen te ondernemen.

Ahmed Shaheed, de speciale rapporteur van de Verenigde Naties voor de godsdienstvrijheid, was voor een fact-finding mission twaalf dagen op bezoek in Sri Lanka. Volgens Shaheed is het gevoel van onveiligheid groot bij moslims in Sri Lanka, omdat extremistische boeddhisten er haat en geweld propageren.

In april dit jaar, tijdens Pasen, vonden er in Sri Lanka bloedige aanslagen plaats op christelijke kerkgangers en westerse toeristen, waarbij meer dan 250 mensen werden gedood. Deze aanslagen werd opgeëist door IS, maar extremistische boeddhisten geven de moslimminderheid in Sri Lanka de schuld.

Sinds die aanslag laait de vijandigheid tegenover de moslimminderheid in het land op. Zo vonden er in mei anti-islamitische rellen plaats, waarvoor extremistische boeddhistische groepen verantwoordelijk waren. Ook verspreiden deze extremistische boeddhisten nepnieuws, bijvoorbeeld van een islamitische dokter die boeddhistische vrouwen stiekem zou steriliseren.

Van de 22 miljoen Sri Lankanen is zo’n tien procent moslim.

De Vlaamse IJzerwake: opvallend veel jongeren, SS-vlag wappert vrijelijk rond

2

Tijdens de IJzerwake, een rechts-radicale manifestatie in Vlaanderen, wapperde afgelopen zondag ook een SS-vlag. Hiermee herdachten de Vlaamse rechtsextremisten de SS-Freiwilligen-Sturmbrigade ‘Langemarck’, een Vlaamse SS-brigade die aan het Oostfront tegen het Rode Leger vocht.

De IJzerwake is een manifestatie van reactionair Vlaanderen. Behalve door de populistische partij Vlaams Belang wordt de IJzerwake ook gesteund door rechtsradicale organisaties als Voorpost, het Vlaams Nationaal Jeugdverbond (VNJ) en de Nationalistische Studentenvereniging.

Ook radicaal-rechts Nederland weet de IJzerwake te vinden. In 2014 hield Forum voor Democratie-voorman Thierry Baudet, op dat moment nog geen politicus, als gastspreker er een toespraak.

De afgelopen jaren waren de meeste bezoekers van de IJzerwake boven de vijftig. Dit jaar kwamen er echter opvallend veel jongeren op de manifestatie af, wat mede te danken was aan de aanwezigheid van Dries van Langenhove en zijn alt-rechtse actiegroep Schild & Vrienden.

Jongeren van het radicale VNJ zorgden er voor een neonazistisch tintje, door met een vlag rond te lopen waarop SS-Freiwilligen-Sturmbrigade ‘Langemarck’ werd herdacht. Deze Vlaamse SS-brigade vocht aan het Oostfront tegen de Russen, onder andere in de Slag bij Narva (1944). Tijdens de Tweede Wereldoorlog sympathiseerden veel Vlaamse nationalisten met de nazi’s. Die bruine traditie wordt tijdens de IJzerwake voortgezet.

De IJzerwake ontstond in 2003 in reactie op de IJzerbedevaart. Radicale nationalisten hadden grote moeite met de anti-oorlogsboodschap van deze herdenking en wilden meer aandacht voor Vlaams-nationale thema’s. De IJzerbedevaart en de IJzerwake herdenken de Slag om de IJzer van 1914, toen het Belgische leger door de sluizen open te zetten het Duitse leger tot staande wist te brengen aan het West-Vlaamse riviertje de IJzer.

De laatste christelijke zuil: ‘refo’s’ en hun strijd tegen wereldgelijkvormigheid

2

In het Museum Catharijneconvent in Utrecht is deze zomer de tentoonstelling ‘Bij ons in de Biblebelt’ te zien, over het leven van reformatorische christenen in de Bijbelgordel, die loopt van Zeeland tot Staphorst in Overijssel. Maar ook in andere steden van Nederland zie je ‘refo’-vrouwen in rok of in jurk, die op zondag naar de kerk lopen en die geen televisie in huis hebben. Hoe is het mogelijk dat één groepje mensen nog altijd deze regels volgt?

Onderzoeker en journalist Jan Zwemer deed voor zijn proefschrift onderzoek naar de geschiedenis van de reformatorische kerken of ‘zwartekousenkerken’. De leden van deze kerken worden reformatorischen of bevindelijk-gereformeerden genoemd. Ze onderscheiden zich van andere gereformeerden, zoals bijvoorbeeld de vrijgemaakt-gereformeerden, door sterk de nadruk te leggen op het belang van persoonlijke toepassing van het heil, de verlossing door Jezus Christus.

Zwemer ontdekte dat veel reformatorische gebruiken al uit de middeleeuwen stammen. ‘Toen deden de mensen aan zelfkastijding als reactie op de pestepidemie, toen een derde van de Europese bevolking overleed. De mensen dachten dat het nodig was om boete te doen, hoewel dat helemaal niet Bijbels is.’

Nergens in de Bijbel staat iets over jezelf pijnigen, maar dat weten ze zelf niet, vertelt Zwemer. ‘Het is een heidens principe, het staat dus juist van het geloof af. Jezelf tuchtigen, zodat God jou niet met de pest ‘straft’, is geen Bijbels principe. Integendeel zelfs. Maar mensen willen graag zelf iets kunnen doen om hun lot te veranderen. Daar komt het vandaan.’

Die boetetraditie uit de Middeleeuwen bestaat nog steeds. Die specifieke kledingstijl en andere gebruiken hebben reformatorischen nodig, zij het indirect, om God gunstig te stemmen. Maar gaat dat dan niet tegen de christelijke traditie, waarin de liefde en genade van God centraal staat? Zwemer heeft een culturele verklaring: ‘In het derde kwart van de negentiende eeuw gingen de boeren zich steeds mooier kleden, want het ging goed met de landbouw. Dat wilden ze laten zien door met de mode mee te gaan en versierselen te dragen. Als reactie op die luxe bleven de reformatorische gelovigen zich op de ouderwetse manier kleden, zij bleven ‘gewoon’. Daardoor zijn ze eigenlijk altijd wat achtergebleven.’

Aan het begin van de negentiende eeuw stonden er veel predikanten op de kansels die minder over genade en bekering preekten. In reactie op die ‘vrijzinnigheid’ ontstonden afsplitsingen, maar deze afgescheidenen hadden nog geen dominees – dus gingen mannen preken die daar geen opleiding voor hadden gedaan. ‘In die tijd ging veel mis’, beschrijft Zwemer. ‘Mensen hielden er hun eigen ideeën op na, de zogenoemde ‘volkstheologie’.’

Eén zo’n overtuiging was dat mensen zich moeten bekeren in fases. Eerst moet er het schuldgevoel komen, pas daarna kon je tot bekering komen. In de twintigste eeuw kwam er wel een heuse opleiding voor reformatorische christenen, maar we blijven zien dat er enige nuanceverschillen zijn ontstaan tussen kerken en streken. Bij de ene is het calvinisme groter en bij de andere de volkstheologie.’

‘De zuil blijft in stand doordat er veel kinderen geboren worden’

Eigen partij, eigen krant, eigen scholen

Tot de jaren zestig van de twintigste eeuw was de Nederlandse samenleving sterk verzuild. De protestanten, de katholieken en de socialisten hadden elk hun eigen zuil, waarin het grootste deel van hun sociale leven zich afspeelde. Reformatorische christenen begonnen zich pas goed te organiseren rond 1970, toen de grote zuilen aan het afbrokkelen waren. De belangrijkste zuilorganisaties zijn de Staatkundig-Gereformeerde Partij (SGP), die sinds 1918 bestaat, en het in 1971 opgerichte Reformatorisch Dagblad.

In de jaren zeventig kwamen er ook eigen scholen, die deze mensen meer samenbonden, vertelt Zwemer. ‘Daardoor hebben ze zich helemaal apart gezet van de rest van de samenleving, eigenlijk pas sinds vijftig jaar. Dat is langzaam zo gegroeid. De zuil blijft in stand doordat er veel kinderen geboren worden. Dan hindert het niet dat veel mensen vertrekken naar andere geloofsgemeenschappen, want er blijven genoeg over.’

De reformatorische zuil is nu de laatste overgebleven christelijke zuil: in 2000 verdween de vrijgemaakt-gereformeerde zuil toen het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) opging in de ChristenUnie. Inmiddels worden de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) niet meer als orthodox-protestants beschouwd, omdat vrouwen op ook predikant mogen worden en homoseksuele relaties worden gedoogd. Het Reformatorisch Dagblad wijst tegenwoordig graag naar de ontwikkelingen in bij de vrijgemaakten, als voorbeeld van hoe het niet moet.

De reformatorische zuil houdt de wereldse invloeden nog steeds tegen, maar moderniseert ondertussen wel. ‘Ze moeten soms ook wel’, stelt Zwemer. ‘In SGP-kringen deed men altijd nogal lacherig over de klimaatdoelen, maar nu doen opinieleiders hier ook aan mee en promoten ze ‘het rentmeesterschap over de aarde’.’

Ook vaccinatie is zo’n punt. Vroeger waren de kerken daar heel sterk op tegen, nu worden ouders meer vrijgelaten in hun keuze. Een deel van de predikanten geeft nog wel een signaal af door te zeggen dat ze zelf tegen zijn. ‘Inenten wordt door hen gezien als ingrijpen in Gods schepping, waarmee je God de kans ontneemt om je de ziekte wel of niet als straf te geven’, legt Zwemer uit. ‘Als een kind dan ziek is, mag er soms wel ingegrepen worden. Maar ook hierin verschillen de kerken met elkaar van mening. Alleen binnen families wordt het geloof op dezelfde manier beleeft.’

Foto’s: Jan Zwemer en Josine Droogendijk

Máxima als stijlicoon

Het hebben van een eigen zuil gaat gepaard met afstand tot de reguliere maatschappij. Lange tijd is de reformatorische wereld erg gesloten geweest, maar wat klederdracht betreft is dat aan het veranderen. Dit stelt Josine Droogendijk, die de lezing ‘Mode op de Biblebelt’ geeft op het Catharijneconvent. ‘Koningin Máxima is hét stijlicoon voor reformatorisch Nederland. Zij draagt bij officiële gelegenheden altijd een rok of jurk tot over de knie en van mooie materialen. Dat is reformatorisch bij uitstek. Op zondag dragen vrouwen vaak zwart, maar door de week kunnen ze Máxima best nadoen.’

‘De modewereld staat nu dichter bij de reformatorische wereld dan ooit’

Binnen reformatorische kringen zijn er veel ongeschreven regels. Het verschilt bijna per gezin welke regels er gelden. Buitenstaanders vinden het maar een strenge bedoeling. ‘Zo kun je dat opvatten’, zegt Droogendijk. ‘Ik ben opgevoed in de reformatorische zuil en ik heb mij daar altijd thuis en geborgen gevoeld. De mensen in deze kerken houden van God en daar is alles op gegrond. Rebellie mag wel, maar dat willen ze niet. In de jaren zestig was het dragen van een broek rebellie en daar deden ze niet aan mee.’

Voor de oudere mensen staat het dragen van een broek als vrouw daarom nog steeds gelijk aan rebellie en dus doen ze dat niet, vertelt Droogendijk. Bij jongeren ziet ze echter een kentering ontstaan: ‘Daar wordt een broek niet meer geassocieerd met rebellie en daarom mondjesmaat toegestaan. In de Bijbel staat niets over de trends van 2019, dus daarin moeten ze zelf hun weg zoeken.’

Hoedjes en rokjes

Toch staat er binnen de Bijbel wel iets over de bekende hoedjes en rokjes. In de reformatorische kerken wordt het Bijbelboek Korintiërs steevast aangehaald als het over hoeden gaat. Daarin staat dat ‘iedere vrouw die bidt of profeteert met onbedekt hoofd, haar eigen hoofd onteert’ en even verderop: ‘de vrouw moet een teken van gezag op het hoofd hebben, omwille van de engelen’. Droogendijk: ‘Binnen de kerken heb je dan de discussie of dat alleen om de kerkdienst gaat of om alle bijeenkomsten, zoals vergaderingen en catechisatie’.

Vrouwen dragen dan ook heel verschillende hoeden, zegt ze. ‘Een dame van een hoedenwinkel vertelde mij eens dat ze op basis van de bestelling weet waar die persoon vandaan komt. In Genemuiden mag het heel uitbundig en opvallend zijn, terwijl in Urk juist de sobere hoeden gebruikt worden – maar daar mag het wel veel geld kosten.’

En dan die rok. Volgens Droogendijk is dit kledingstuk exemplarisch voor de onderscheidingsdrang van reformatorischen. ‘Als jij je kunt onderscheiden van de wereld is dat een goed teken. Zo zien ze dat. De wereld is zondig, die volgt de brede weg, die van het kwaad, niet de smalle weg van God. Dus als jij daar heel erg op gaat lijken, ‘wereldgelijkvormig’ wordt, dan is dat niet direct een compliment. Als jij tegen reformatorischen zegt dat zij steeds verder af komen te staan van de seculiere wereld, dan zullen zij dat niet zien als een belediging of iets negatiefs. Ze zijn er eerder trots op.’

Toch belet dat reformatorische christenen niet om deel te nemen aan de wereld buien de zuil, zegt Drooendijk. ‘Als iemand altijd een rok wil dragen, heb jij daar dan last van?’, vraagt ze zich retorisch af.’ Twee broers en twee zussen van mij zijn reformatorisch gebleven, maar zij staan niet anders in hun werk dan ik. Mijn broer draagt altijd een nette broek en dito blouse. Hij bedient zijn klanten netjes en zij vinden juist dat hij er verzorgd uitziet. Zijn reformatorische roots zijn juist een pre. Op het moment dat zo’n bedrijf dan een bedrijfsfeest met keiharde popmuziek houdt, dan zal hij daar niet naartoe gaan. Je kunt als reformatorisch christen prima in deze wereld functioneren, zonder je eigen identiteit op te geven.’

Retroschoentjes en blote voeten

Droogendijk is in het dagelijks leven Máxima-volger en blogt over de kleding van onze koningin. Ze is ook regelmatig te gast in showbizzprogramma’s om haar mening over kleding te geven, vooral wanneer Máxima ter sprake komt. ‘De modewereld staat nu dichter bij de reformatorische wereld dan ooit’, legt ze uit. ‘Het modebeeld is nu midi-jurken met sneakers. Nou, dat is ontzettend reformatorisch. Komend seizoen zijn de retroschoentjes in de mode, van die tuttige platte schoentjes. Daar loopt half reformatorisch Nederland al mee. Maar als de mode dicteert dat vrouwen een naveltruitje moeten dragen, dan komt er weer een grote scheiding tussen de wereld en de reformatorische wereld. Dat zullen de reformatorische mensen overigens geen probleem vinden: dan komen er misschien weer aparte merken en winkels voor deze kleding, omdat die in gewone winkels minder te vinden is.’

‘Mijn broer draagt altijd een nette broek en dito blouse’

De reformatorische wereld lijkt een gesloten wereld en een ver-van-mijn-bed-show voor veel mensen. Toch is ze dichterbij dan je denkt – zeker nu deze mensen ook gaan evangeliseren en op andere manieren wat meer naar buiten treden. Droogendijk: ‘In Veenendaal hebben ze een winkel voor tweedehandse spullen geopend, waar iedereen welkom is. Het wordt gerund door vrijwilligers uit de kerk. Mijn vader is daarvoor een dag minder gaan werken. In die winkel staat een grote koffietafel waar ontmoetingen plaatsvinden en waar regelmatig Bijbelstudies worden georganiseerd. Er worden daar spullen voor bodemprijsjes verkocht, want reformatorische mensen hebben over het algemeen mooie spullen.’

Toch is het doel niet geld verdienen, maar mensen over God vertellen, nuanceert Droogendijk. ‘Er komen asielzoekers en andere vluchtelingen, bijvoorbeeld christenen die uit Syrië gevlucht zijn en die daar een warm bad vinden. Laatst kwam een er dakloze binnen op blote voeten. Hij bleek al maanden zo rond te lopen en toen zijn ze met hem schoenen gaan kopen. Op die manier dragen ze zorg aan de maatschappij. Reformatorische christenen zijn dan wel niet wereldgelijkvormig, maar zijn wel op een positievere manier betrokken bij de wereld geworden.’

Er wonen, naar schatting, ruim een half miljoen reformatorische of bevindelijk-gereformeerde christenen in Nederland. Net als reguliere orthodox-protestanten geloven reformatorischen in de letterlijkheid van de Bijbel, veroordelen ze homoseksualiteit en zijn ze tegen vrouwen op de kansel, maar reformatorischen leggen sterk de nadruk op de toeëigening des heils, de vraag of je wel echt persoonlijk bekeerd bent.

Onderstaande kerkelijke groeperingen zijn reformatorisch:

  • de Gereformeerde Gemeenten (1907). Deze kerk, gesticht door SGP-oprichter Gerrit Hendrik Kersten, verenigde de kruisgemeenten en de gemeenten die ontstonden dankzij het optreden van dominee Lambertus Ledenboer.
  • de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (1953), een afsplitsing van de Gereformeerde Gemeenten.
  • de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (buiten verband) (1980), een afsplitsing van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland.
  • de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland (1948), een fusie van de Federatie van Oud Gereformeerde Gemeenten en de Oud-Gereformeerde Gemeenten (Boone-gemeenten).
  • Oud Gereformeerde Gemeenten buiten verband (2007), een afsplitsing van de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland.
  • de Hersteld Hervormde Kerk (2004), die zichzelf beschouwt als de ware voortzetting van de Nederlandse Hervormde Kerk (1816).
  • Een deel van de Christelijke Gereformeerde Kerken (1892), rond het tijdschrift Bewaar het Pand (1966).
  • Diverse vrije gemeenten.
  • Een groep aangeduid als ‘thuislezers’: mensen die geen kerkdiensten bezoeken, maar thuis lezingen houden.

Doe mij maar een koning in plaats van een president

1

Dit jaar is het alweer 44 jaar geleden sinds de Republiek Suriname het levenslicht zag. Het land van mijn ouders werd nooit meer hetzelfde. De intense euforie in de straten van Paramaribo hebben inmiddels plaatsgemaakt voor een mix van demonstraties, stakingen en algehele onvrede. Niet gek, aangezien inmiddels één op de vijf Surinamers onder de armoedegrens leeft en Suriname tot de drie armste landen van Zuid-Amerika behoort.

Er zijn veel verschillenden oorzaken van de langdurige financiële, economische en morele crisis waarin Suriname verkeert, maar bij één daarvan wil ik graag even stilstaan: het disfunctioneren van de democratische rechtsstaat door de functie van regeringsleider te laten samenvallen met die van staatshoofd. Oftewel: in de Republiek Suriname is de president zowel ‘koning’ als ‘premier’ en dat komt de democratie niet ten goede.

In 1987 veranderde het militaire regime van legerleider Desi Bouterse de Surinaamse grondwet. Formeel was dit de bevoegdheid van het parlement (De Nationale Assemblée), maar dat orgaan was in deze dagen van de militaire dictatuur zacht gezegd suboptimaal functionerend.

Deze grondwetswijzing maakt een einde aan de staatsrechtelijke positie van de ‘premier’. Deze taak van regeringsleider werd voortaan samengevoegd met die van de president. En om het staatshoofd daarbij te ondersteunen, kreeg ook de vicepresident meer taken. Een functie die wijlen mijn grootvader, Emile Ensberg, na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 als eerste vervulde.

In die tijd lag de politiek-bestuurlijke, uitvoerende macht bij de premier en was het staatshoofd en zijn plaatsvervanger (de vicepresident dus) belast met ceremoniële taken en het ontbinden van het parlement. Zulke staatshoofden zonder uitvoerende macht hebben doorgaans ook informeel een belangrijke verbindende rol in zowel samenleving als in de politiek, zowel voor als achter de schermen.

Anno 2019 zijn de president en vicepresident van Suriname lid van dezelfde politieke partij, met president Bouterse als duidelijke (partij)leider. Van een scheiding van taken tussen president en vicepresident is daarmee feitelijk geen sprake. Nauwe relaties tussen dergelijke politieke topfunctionarissen in een democratische rechtsstaat zijn onwenselijk.

Een monarch als bindmiddel is een kwaliteit die bij gepolitiseerde staatshoofden ondenkbaar is.

Ook in verschillende andere republieken is de positie van een staatshoofd behoorlijk gepolitiseerd, met Frankrijk en de Verenigde Staten als beste voorbeelden hiervan. In Frankrijk is de premier als regeringsleider een ingewikkelde en behoorlijk uitgeholde positie. Het onderscheid tussen president en premier voelt ook in Parijs, net als in Paramaribo, behoorlijk kunstmatig en gekunsteld aan.

Traditioneel ligt de focus in het beschrijven van de ‘Trias Politica’ in democratieën op het scheiden van de uitvoerende, controlerende en rechtsprekende macht. Daar wordt de laatste jaren steeds vaker ook de macht van de ambtenarij en de media aan toegevoegd. Maar van onderschat belang is de rol van het (ceremoniële) staatshoofd. In Nederland is deze rol onomstreden en tevens onafhankelijk door het intrinsieke kenmerk van onze constitutionele monarchie.

Kijkend naar de republiek van mijn grootvader met mijn ene oog en naar ons koninkrijk met mijn andere oog, prijs ik me gelukkig in ons koninkrijk te leven. Onze koning staat boven de (politieke) partijen en is tegelijkertijd van ongekend belang voor de verbinding binnen onze moderne samenleving.

Een monarch als bindmiddel van alle leden van de samenleving is een kwaliteit die bij gepolitiseerde staatshoofden ondenkbaar is. Soms lijken we ons hier maar beperkt bewust van. Daarom is het goed om af en toe te koesteren dat we een koning hebben.

Ons landje is zo gek nog niet. Leve de koning en nu op naar Prinsjesdag!

Amerikaanse denktank: ‘Moslimhaat raakt vermengd met nazistisch wit-nationalisme’

0

De Amerikaanse denktank Foreign Policy in Focus stelt dat de moslimhaters van nu ook grossieren in antisemitische complottheorieën.

Niet alleen extreemrechtse terroristen als Brenton Tarrant, die in Nieuw-Zeeland 51 moskeegangers vermoordde, promoten de complottheorie van ‘omvolking’, aldus de denktank. Ook anti-islamitische denktanks als het Gatestone Institute, dat op haar beurt banden zou onderhouden met de regering van de Amerikaanse president Donald Trump, zouden zich hieraan beschuldigen.

De witte bevolking in het Westen wordt, aldus deze theorie, als gevolg van de hoge islamitische geboortecijfers door moslims vervangen. Foreign Policy in Focus stelt dat moslimhaat zich steeds vaker vermengd met de wit-nationalistische theorie dat het witte ras zal verdwijnen. Deze theorie is volgens haar nazistisch, en treft naast moslims ook joden.

Foreign Policy in Focus concludeert dan ook dat de joodse en moslimgemeenschappen meer naar elkaar zouden moeten toetrekken in de strijd tegen xenofobie. ‘Beide gemeenschappen staan in de vuurlinie van een globale extreemrechtse agenda die wordt nagestreven door groepen en politieke partijen die schatplichtig zijn aan het nazisme.’

De denktank ontdekte bovendien dat het Gatestone Institute in 2017 samenwerkte met Rebel Media om een video te maken, terwijl Rebel Media de ‘satirische’ video ‘Ten things I hate about Jews’ maakte. Ook verspreidde Rebel Media materiaal waarin het ontkennen van de Holocaust wordt verdedigd.

Hongarije: premier Orbán hoopt dat rabbi zijn ‘witwassende’ Holocaustmuseum zal redden

1

Joodse organisaties en historici zijn sceptisch over het nieuwe Holocaustmuseum in de Hongaarse hoofdstad Boedapest, dat na jaren van ontwikkeling nog steeds niet is geopend. Ze stellen dat premier Viktor Orbán met dit museum de Hongaarse rol in de Holocaust wil witwassen. De regering heeft daarom rabbi Slomo Koves van de chassidische Chabad-beweging bij het project betrokken, die het museum moet redden.

Bij de introductie van het plan voor het museum in 2014 sprak de leider van het project over een ‘verhaal van liefde tussen Hongaarse Joden en niet-Joden, een liefde die alles heeft overwonnen. Als gevolg hiervan is er nog steeds een grote Hongaars-Joodse gemeenschap actief in dit land.’

Joodse organisaties en historici zijn daarom van begin af aan bang dat het ‘Huis van het Lot’, zoals het nieuwe museum zal heten, de rol van Hongarije in de Holocaust zal witwassen, schrijft the Washington Post.

De Hongaren, op een kleine groep misdadigers na, zouden onschuldig zijn. Dit is sinds premier Viktor Orbán aan de macht de lezing van de Hongaarse overheid. Zo noemde Orbán Miklos Horthy, de autoritaire leider van Hongarije tijdens een groot deel van de Tweede Wereldoorlog, een ‘exceptioneel’ staatsman.

Maar Horty is een controversieel figuur. Aan de ene kant wilde Horthy zelf geen Joden deporteren en werd hij 1944 aan de kant gezet door nazi-Duitsland. Maar ook Horthy was een overtuigde antisemiet die geloofde dat de Joden in zijn land te veel invloed hadden. Hij liet wetten aannemen die Joden van hun rechten beroofde, dwong Joden in werkkampen en overzag de deportatie van ongeveer vierhonderdduizend Joden richting Auschwitz.

Critici wijzen er ook op dat Boedapest al een Holocaustmuseum heeft. Zij zetten vraagtekens bij de noodzaak van dit nieuwe museum en denken daarom des te meer dat dit nieuwe museum zal dienen om de eigen rol in de Holocaust wit te wassen, zodat Hongaren trots op hun verleden kunnen blijven.

Tevens merken de critici op dat Orbán, vanwege de felle campagne die hij voert tegen de Joodse, Hongaars-Amerikaanse miljardair George Soros, het antisemitisme in eigen land bevordert. Orban ontkent dit en wijst erop dat hij achter de staat Israël staat.

Rabbi Koves van de chassidische Chabad-beweging, tevens een trouwe aanhanger van Orbáns Fidesz-partij, steunt de minister-president hierin. Voor Joden is je standpunt over Israël veel belangrijker dan wat je van Soros vindt, stelt Koves.

Door Koves bij het project te betrekken hoopt Orbán het museum te redden en acceptabel te maken voor de Joodse gemeenschap. Prominente Hongaarse Joden blijven echter sceptisch.

Volgens Andras Heisler, hoofd van de Federatie van Hongaarse Joodse Gemeenschappen, laat de Chabad-beweging zich gebruiken door de regering. Historicus Laszlo Karsai, de belangrijkste Holocaustonderzoeker in Hongarije en criticus van Orbáns museum, noemt Koves een ‘koosjere zegelafdruk’.

Boze Indiërs boycotten McDonald’s omdat producten halal zijn

2

Indiase twitteraars zeggen McDonald’s te willen boycotten. Dit komt doordat de fastfoodketen heeft gezegd dat alle restaurants in India halal zijn.

In antwoord op een vraag van een klant antwoordde het Indiase McDonald’s-account op Twitter dat alle restaurants in India halal-certificaten hebben.

Dit antwoord leidde tot grote ophef op Twitter. In India werd de hashtag #BoycottMcDonalds al snel trending.

Een boze Indiase twitteraar schreef bijvoorbeeld: ‘Dit is een onverholen en doelbewuste aanval op hindoeïstische overtuigingen. In India is 80 procent hindoeïstisch en 4 procent is jaïnistisch, sikh of boeddhistisch. Maar McDonald’s heeft deze 84 procent verraden, alleen om de 14 procent moslims tevreden te stellen.’

Shabnam Hashmi, een Indiase mensenrechtenactivist, maakt zich grote zorgen. ‘In India heerst er nu absoluut een islamofobe sfeer’, zo stelt hij tegen de Arabische nieuwszender Al Jazeera. ‘Rechtse hindoes grijpen echt alles aan om moslims aan te vallen. Extreemrechts wil India veranderen in een hindoeïstische natie.’

Nieuwe Nederlanders en de arbeidsmarkt: onbenutte kansen voor werknemers én werkgevers

1

Als nieuwe Nederlander valt het niet altijd mee om werk te vinden. Je wordt al snel afgerekend op je achternaam, ook al ben je in Nederland geboren. Dat zorgt voor een oneerlijke arbeidsmarkt, terwijl die juist vol zit met vacatures en er al gesproken wordt over het halen van gastarbeiders. Maar we hebben al genoeg mogelijke kandidaten in Nederland – tenminste als de overheid, bedrijven en gemeentes een beetje meewerken, zeggen experts en ervaringsdeskundigen.

Voor de echte nieuwkomers begint het probleem al bij de gemeente. Als je dan eindelijk een verblijfsvergunning hebt, dan moet je zo snel mogelijk de bijstand uit. De eenvoudigste oplossing lijkt schoonmaak- of productiewerk te zijn en daar wordt veel op aangestuurd. Maar is dat ook een goede oplossing? Zijn mensen die in het land van herkomst op een hoog niveau werkten echt geschikt om hier op een laag niveau te werken?

Eugène van den Hemel helpt als zelfstandige bedrijven aan passende werknemers die net een verblijfstatus hebben gekregen. Hij zegt dat er zijn enorm veel vooroordelen bij bedrijven zijn. ‘Deze werknemers zullen wel trauma’s hebben opgelopen, waardoor er later problemen komen, denken bedrijven vaak. Terwijl sommigen nota bene in Nederland geboren zijn. De laatste jaren zijn er vooral veel Syriërs naar Nederland gekomen. Ik heb mij verdiept in die groep, dat land heeft een enorm hoog niveau qua opleiding, techniek en kennis. Daar zouden we wat mee moeten doen. Deze mensen zijn ook nog eens heel erg gemotiveerd om in Nederland een nieuw leven op te bouwen, daar kunnen we dan toch alleen maar beter van worden als land? Dat helpt heel Nederland naar een hoger niveau.’

Foto’s: Eugène van den Hemel en Glenny Sijlbing

Ook Glenny Sijlbing, een Surinaamse die op Aruba werd geboren en op haar negende jaar naar Nederland kwam, ziet veel vooroordelen en problemen door verkeerd besteed geld. ´Een cursus aan een nieuwkomer over hoe je iemand een stevige hand geeft, is niet echt zinvol om een goede baan te krijgen. Ook het UWV kan veel meer doen. Overal is er wel geld voor subsidies, maar het wordt aan de verkeerde dingen besteed, waar niemand iets mee opschiet. Werkgevers zien de mogelijkheden niet en blijven met hun eigen vooroordelen zitten. Als de politiek de werkgevers laat zitten en de UWV op de verkeerde gebieden cursussen geeft, verandert er weinig.’

Er is een gesprek nodig tussen werkgevers en nieuwkomers, vindt Sijlbing. Elkaar leren kennen helpt. ‘Laat de bedrijven en werkgevers zien welke vooroordelen ze hebben, die zijn vaak ook onbewust. Dat alle Marokkanen crimineel zouden zijn, bijvoorbeeld. Dat beeld krijgen werkgevers vooral vanuit de media, waardoor ze niet verder gaan kijken of dat ook echt zo is. Nieuwkomers worden niet uitgenodigd voor een gesprek, dus hoe kunnen ze dan een werkgever overtuigen van hun kunnen? Ze krijgen de kans niet om te laten zien wat ze kunnen. Gelukkig zijn er een paar UWV-vestigingen bezig met projecten die wel werken.’

‘Werkzoekende nieuwe Nederlanders schieten soms in de slachtofferrol’

Persoonlijke video

Mourad el Moussati kon ook geen baan vinden. Hij besloot het solliciteren op een andere manier aan te pakken en maakte daar zijn bedrijf van: Sollicitatiemarkt, waar hij mensen helpt die problemen hebben met het vinden van werk. Werkzoekende nieuwe Nederlanders schieten soms in de slachtofferrol, zegt hij. ‘Dat snap ik wel, maar ik wil dat mensen inzien dat dat niet helpt. Je geeft zo de regie uit handen, de kunst is juist om die zelf te houden. Toen het mij niet lukte om met brieven bij een bedrijf binnen te komen, heb ik gekeken naar wat bij het bedrijf past en daar mijn sollicitatie op aangepast. In mijn geval werd dat een video, ook omdat ik communicatief heel sterk ben.’

Het aanboren van sterke punten in jezelf en dat op en passende manier bij een bedrijf brengen, dus. Dat adviseerde el Moussati ook aan een meisje dat bij een groot make-upmerk stage wilde lopen. Een video had gekund, maar omdat dat minder paste bij het meisje, kozen ze voor het schrijven van een brief met de hand, waarbij ze de brief mooi opmaakten. Het meisje verzond de brief in een gouden envelop, belde van tevoren nog even dat er een brief aankwam en ze werd uitgenodigd voor een gesprek. ‘Nu loopt ze daar stage’, vertelt El Moussaiti trots.

Foto: Mourad el Moussati

Schrijf niet over wat je kunt, maar laat het zien. Dat is wat El Moussati preekt. Dat kan in een video, maar dat moet wel bij je passen. Maak een korte video van een minuut: dat vraagt improvisatie en daar moet je van tevoren goed over nadenken en aan werken. Maak een persoonlijke video, voor iedere sollicitatie een andere. Een algemene video werkt niet. Maak een bedrijf nieuwsgierig.

El Moussati: ‘Als je het kort en krachtig houdt, wil een bedrijf meer zien van jou en word je uitgenodigd voor een gesprek. Met lange video’s verveel je bedrijven en bereik je het omgekeerde van wat je wilt.’ Als je laat zien wat je kunt en wat je doet, wordt het voor bedrijven minder belangrijk hoe je eruitziet en uit welk land je komt. Het gaat dan niet meer om uiterlijkheden, waar iedereen in eerste instantie op afgaat, maar om je skills. Daarom is vaak een andere aanpak nodig. Gelukkig leven we nu in een tijd die dat veel beter mogelijk maakt.

Ook Soft skills worden in deze tijd steeds belangrijker. Te weinig studenten benutten hun maximale potentieel. Precies daar wordt volgens El Moussati te weinig aandacht aan besteedt. Hogeschool Rotterdam vroeg hem, na diverse samenwerkingen, om een vak te ontwikkelen en te komen onderwijzen. Dat liet hij zich geen twee keer zeggen, vertelt hij enthousiast. ‘Ik heb een jaar gewerkt aan de ontwikkeling van het vak ‘Succes na(ast) je studie’ en ik geef dat met veel plezier. Het gaat over succes naast je studie, maar ook na je studie, zoals je uit de naam kunt halen. Veel scholen op alle niveaus zijn te theoretisch ingericht en geven veel te weinig aandacht voor soft skills. Die zijn juist steeds belangrijker. Netwerken is verstandig, dat zeggen ze wel, maar hoe doe je dat?’ Het gaat hierbij om doelen stellen, innovatief solliciteren, omgaan met problemen en bereiken wat je wilt bereiken.’

Nederlands

Nienke van Dijk is HR-adviseur en komt in haar werk regelmatig met nieuwe Nederlanders in aanraking. ‘Bedrijven roepen vaak dat ze alleen mensen willen die goed Nederlands kunnen schrijven en spreken. Maar er zijn veel autochtone Nederlanders die onze taal slecht beheerden. Natuurlijk zijn er cultuurverschillen, ik zie bijvoorbeeld vaak dat de geboortedatum ontbreekt op de cv. Dat komt omdat ze dat in het land van herkomst nooit doen. Ook zijn er mensen die alleen hun cv sturen, dat is in Nederland niet de gewoonte. Een motivatiebrief hoort erbij. Maar als niemand hen dat ooit vertelt… Als het je niet lukt om een baan te vinden, neem dan eens contact op met een wervings- en selectiebureau. Daar kunnen ze je bij allerlei dingen helpen en ook met het zoeken naar een passende baan. Ze kijken je cv na en ze helpen je met solliciteren.’

Het werkt volgens Van Dijk averechts als je een brief in perfect Nederlands stuurt, maar tijdens het sollicitatiegesprek niet zo goed Nederlands spreekt. ‘Verschuil je daarom niet, kom uit voor wie je bent en bespreek eventuele gaten in je cv bij zo’n bureau. Die gaten kunnen zijn ontstaan doordat je op de vlucht was, doordat je in een asielzoekerscentrum zat of doordat je heel lang op een vergunning moest wachten om weer naar school te kunnen of om te werken. Dat zijn heel plausibele verklaringen, maar bedrijven vullen die niet zelf in, zij zien gaten als problemen. Ook dat is een vooroordeel, maar het is niet anders.’ Mensen met een buitenlandse achtergrond kunnen een aanwinst zijn voor een bedrijf. Zeker internationale bedrijven die ook telefoontjes en mails uit andere landen krijgen. Zulke bedrijven hebben juist baat bij internationale medewerkers.

Foto’s: Nienke van Dijk en Gyzlene Kramer-Zeroual

Eugène van den Hemel, die mensen met een verblijfstatus aan een passende baan helpt, vertelt trots dat hij een Syrische tandarts in contact gebracht heeft met een Nederlandse tandarts. ‘Toen bleek dat tachtig procent van hun kennis overeenkwam. En voor de overige twintig procent bleken ze elkaar juist goed aan te vullen. De Syrische tandarts had erg veel ervaring met herstelwerk, zoals wortelkanaalbehandelingen, terwijl in Nederland veel meer aan preventie wordt gedaan. De Nederlandse tandarts had er nu een collega bij die heel ervaren was met deze lastige behandeling, terwijl hij hem wat bij kon leren over preventie.’ De Syrische tandarts is stage gaan lopen bij de Nederlandse tandarts en heeft zo zijn BIG-registratie gehaald, waardoor hij zijn eigen praktijk kon beginnen.

Diversiteit

Ook het onderwijs kan helpen om studenten naar de arbeidsmarkt door te laten stromen. Gyzlene Kramer-Zeroual, programmamanager Strategie en Externe Betrekkingen bij ROC Albeda in Rotterdam, vertelt: ‘Als we studenten leren om weerbaarder te zijn en hun bewust te maken van wat ze kunnen en nodig hebben, dan staan ze sterker op de arbeidsmarkt.’ Volgens Kramer-Zeroual is arbeidsdiscriminatie een feit. ‘Zolang de overheid niet ingrijpt en een standpunt inneemt, zal dat ook niet snel veranderen. We kunnen aan het zelfvertrouwen van de studenten werken en ze tools aanleren om met tegenslagen om te kunnen gaan. Dan stappen ze met zelfvertrouwen de arbeidsmarkt op.’

‘Je groeit juist door diversiteit’

Kramer-Zeroual vervolgt: ‘We leiden niet alleen werknemers op, maar ook werkgevers. Daarom moet het bewustzijnsproces al in de klas beginnen, dat is de maatschappij in het klein. Ook is het nodig om veel meer met elkaar in gesprek te gaan. Dat lijkt basaal, maar het is belangrijker dan ooit om een inclusieve maatschappij op te bouwen waarin iedereen meedoet. Ook al zijn we het niet met elkaar eens, dan kunnen we elkaar nog wel respecteren en luisteren naar de mening van anderen. Leer de studenten accepteren dat hun waarheid niet altijd de waarheid is. Een student had geleerd dat je uit respect volwassenen niet rechtstreeks aan mag kijken, terwijl dat in Nederland juist wel de gewoonte is en fatsoenlijk is om te doen. Dat kan heel lastig zijn voor iemand die nog moet wennen aan de gewoontes in Nederland.’ Kramer-Zeroual vindt dat je niet mag invullen wat iemand denkt, maar open minded moet zijn. ‘Het is tijd om te accepteren dat ongeacht of Jip, Amin of Stanislaw komt solliciteren, het alle drie gelijkwaardige Nederlanders zijn.’

Vooroordelen ontstaan juist door niet met elkaar in gesprek te gaan. Doe je dat wel, dan blijkt dikwijls dat je aanvankelijke indruk helemaal niet klopte. Kramer-Zeroual benadrukt daarom het belang van bewustwording. ‘Als mensen zijn we gevormd om mensen die op ons lijken aardig te vinden, maar dat helpt je niet verder. Door alleen maar mensen aan te nemen met dezelfde kleur, dezelfde opleiding, dezelfde sportclub en dezelfde mening verandert er helemaal niets in je bedrijf. Je groeit juist door diversiteit.’ Maar daarmee zijn we er nog niet, benadrukt Kramer-Zeroual. Iedereen moet gezien en gehoord worden, want inclusiviteit maakt een organisatie sterker, vindt ze. ‘De jongeren uit vluchtelingenlanden zijn vaak erg gemotiveerd om de wereld beter te maken. Dat licht moeten we met elkaar laten vlammen.’