Home Blog Pagina 945

Don Ceder: christenpoliticus in het ‘onchristelijke’ Amsterdam

0

Don Ceder (29) is advocaat en gemeenteraadslid voor de ChristenUnie in Amsterdam. Hij dook vorig jaar op in de Forbes-ranglijst 30 under 30, een lijst van jonge mensen met een grote impact op de wereld om hen heen. De Kanttekening sprak hem over zijn geloof, christelijke politiek bedrijven en Amsterdam.

Wat betekent het om als christen in Amsterdam te dienen? Het is toch stad die in de ogen van velen een onchristelijk imago heeft.

‘Onchristelijk? Tja, ik denk dat Amsterdam van oudsher een stevige christelijke basis heeft. Ook zijn er tot op heden nog in de verschillende stadsdelen veel kerken die heel goed werk doen. Ik kom zelf uit Amsterdam-Zuidoost en in de jaren dat ik daar ben opgegroeid heb ik de kerkgemeenschappen als zeer actief ervaren. Dus nee, ik zie Amsterdam niet per se als een onchristelijke stad. Niet in het nu, maar ook niet in zijn basis. ‘Heldhaftig, vastberaden en barmhartigheid’ staat onder het wapen van de stad. Dat zie je ook wel terug in wat er vanuit de Amsterdamse politiek aan keuzes wordt gemaakt. Maar het zou natuurlijk nog altijd beter kunnen. Persoonlijk vind ik dat vooral het aspect barmhartigheid nog wel wat meer zou mogen worden afgestoft, zowel onder bewoners zelf als op beleidsniveau.’

Als raadslid zit je daarvoor op de juiste plek, lijkt me.

‘Precies. Ik heb bijvoorbeeld een aantal maanden geleden een voorstel ingediend om de daklozenopvang in Amsterdam te hervormen. De doorstroom loopt niet goed, en het credo ‘niemand slaapt op straat’ kunnen we eigenlijk niet waarmaken. We moeten kijken waar de knelpunten zitten en mensen een plek bieden waar ze tot rust kunnen komen. Perspectief moet het uitgangspunt zijn, niet alleen maar opvang. Ik denk dat Amsterdam echt in staat is om mensen, die om wat voor reden dan ook aan de grond zitten, te ondersteunen en mee te helpen hun plek weer te vinden in de maatschappij, ook na een lastige periode. Dakloos- en thuisloosheid heeft – meer dan mensen denken – vaak te maken met ‘life events’: schulden, scheiding, enzovoort. Voordat je het weet sta je op straat. Op een andere manier omgaan met onze dak- en thuislozen kan de stad heel veel opleveren. Het kan allemaal veel efficiënter.’

Waar begon het geloof voor jou?

‘Mijn moeder komt uit Ghana. Op een gegeven moment nam ze mij mee naar een Ghanese kerk in Amsterdam en zaten we er iedere zondag. Maar ik vond het toen niets voor mij. Ik vond de kerk als kind echt vermoeiend. Ik was negen, tien. Misschien was het ook gewoon de taalvaardigheid die ik toen miste, want de dienst was altijd in het Ghanees, of in het Engels. Beide talen begreep ik niet genoeg.’

‘Ik wens alle kerken het enthousiasme toe van een gemiddelde Ghanese kerk’

Maar wat zorgde ervoor dat dit veranderde?

‘Een oude vriend van mijn moeder die voorganger was geworden – nadat hij zelf jaren verslaafd en dakloos was geweest – wees mijn moeder erop dat ze in zijn kerk een heel erg levendige jongerengroep hadden. Die jongerengroep vond ik wel heel leuk. Gezellig – eigenlijk niet eens zozeer vanwege het geloof. Maar het was gewoon leuk om over dingen te praten met leeftijdgenoten. Maar goed, al die preken begonnen uiteindelijk wel op me in te werken, natuurlijk. Toen ik zeventien was moest ik voor mezelf erkennen dat God er was en dat ik mijn leven wilde inrichten met dat gegeven in mijn achterhoofd: ok wilde wandelen met God.’

Hoe is de Ghanese kerk eigenlijk anders dan andere kerken?

‘Ik denk dat er bij de meeste – evangelische – Afrikaanse kerken in het algemeen veel nadruk ligt op zingen, dansen en het prijzen van het leven. Dankbaarheid voor het feit dat je er mag zijn. Als kind had ik daar weinig mee, maar nu vind ik het echt geweldig. Ik wens alle kerken het enthousiasme toe van een gemiddelde Ghanese kerk.’

Wat betekent het geloof in je dagelijkse leven?

‘Het belangrijkste wat het geloof met me heeft gedaan is beseffen dat ik in afhankelijkheid leef. Nederlanders zijn zeer onafhankelijke denkers en dat heeft echt ook zijn goede kanten. Maar de kerk opende mijn ogen voor het de werkelijkheid dat we ook in afhankelijkheid van elkaar en met elkaar leven. Dat wordt nog wel eens vergeten. In mijn dagelijkse leven komt dat terug wanneer ik even stilsta en Gods Woord overdenk als ik voor bepaalde keuzes sta. Dat zie ik in mijn persoonlijke leven, in mijn werk als advocaat en in de manier waarop ik politiek probeer te bedrijven.’

Want hoe komt dit terug in je werk als advocaat? Zijn er bijvoorbeeld zaken die je niet doet?

‘Wel, ik vind het belangrijk om mensen bij te staan die financieel lager aan lager wal zijn geraakt. Denk aan huisuitzettingen, water en gas dat is afgesloten. Maar dat betekent ook dat ik soms in alle drukte een zaak van een welvarende ondernemer moet afwijzen, ook al kan dat op financieel vlak soms interessanter zijn voor mij. De keuzes die ik maak op het werk, mede geïnspireerd door mijn geloof, gaan dus niet zozeer over goede of foute keuzes, maar gewoon over welke focus je kiest in je werk.’

In de politiek, in dit geval in de Stopera, gaat het er ook niet altijd zacht aan toe. Hoe combineer je dat met je christelijke waarden?

‘In de politiek proberen wij van de ChristenUnie-fractie met een open Bijbel recht en vrede te zoeken voor de stad. Je ziet dat in de overwegingen die we maken en in onze focus. We hebben ons het afgelopen jaar met onze voorstellen vooral gericht op de meest kwetsbare mensen in de stad. Het ging dan over thema’s als mensenhandel, basisvoorzieningen voor ongedocumenteerde jongeren, daklozen en de joodse gemeenschap die door antisemitisme wordt bedreigd. Recentelijk is Amsterdam ook opgeschrikt door meerdere schietincidenten in een paar dagen tijd, een onderwerp dat we daarna meteen hebben opgepakt. Dit betekent dat je soms andere thema’s aan andere partijen laat. Dit doen we ook omdat we maar één zetel hebben in de raad, we moeten onze tijd goed verdelen. Als raadslid moet ik wel alle dossiers kennen om mijn controlerende taak als volksvertegenwoordiger goed te kunnen uitvoeren, maar waar we uiteindelijk echt onszelf laten zien, dat is uiteindelijk vaak een politieke afweging.’

‘Ik sluit niet uit dat ik mijn toga in de toekomst tijdelijk aan de wilgen hang’

Hoe belandde je eigenlijk in de politiek?

‘Voor mijn masterstudie heb ik een aantal maanden stage gelopen bij Cynthia Ortega-Martijn, die toen in de Tweede Kamer zat voor de ChristenUnie. Zij was toen erg goed bezig met het thema schuldhulpverlening. Daar is ook wel een kiem gelegd, denk ik. Zowel als advocaat als in mijn hoedanigheid van raadslid ben ik hier nu geregeld mee bezig. De huidige ChristenUnie-ministers Carola Schouten en Arie Slob liepen toentertijd overigens ook nog op de fractieafdeling rond. Het was een hele fijne tijd. Een paar jaar later ben ik actief geworden als duo-Statenlid in Noord-Holland, maar toen ik in Amsterdam werd verkozen in de Raad was dat niet meer te combineren.’

En Den Haag? Je stond in 2017 ook op de lijst voor de Tweede Kamerverkiezingen.

‘Den Haag is geen doel op zich, maar het is mooi om op plekken te zijn waar je echt iets kunt veranderen. Op dit moment heb ik het gevoel dat ik in Amsterdam heel goed op mijn plek zit. In de Tweede Kamer kun je ook wel dingen veranderen, maar het is hier goed zichtbaar wat je doet, lekker dichtbij. Je kent de buurten en de straten en ik vind dat een hele fijne dynamiek. En het is er nooit saai.’

Is er iets veranderd in je werk als advocaat?

‘Ja, ik heb mijn tijd nog meer moeten verdelen en dat is best ingrijpend voor mijn werk. Ik zit nu anderhalf jaar in de gemeenteraad. Dat is heel druk en ik voel mij ook heel verantwoordelijk voor de mensen die ik vertegenwoordig. Veel Amsterdammers hebben mij hun stem gegeven, dus mijn vertegenwoordigende taak neem ik serieus. Daarom sluit ik ook niet uit dat ik mijn toga in de toekomst tijdelijk aan de wilgen hang.’

Terug naar je raadswerk en Amsterdam: wat zijn volgens jou de grootste problemen waar de stad mee kampt?

‘Een van die problemen hebben we afgelopen maand volop in het nieuws kunnen zien: al die schietpartijen in de openbare ruimte. We weten al langer dat ondermijning, waarbij de onderwereld de bovenwereld raakt, een groot probleem is in de stad. Onlangs is er in Zuidoost, naar aanleiding van de meest recente incidenten, een mars georganiseerd tegen het geweld, georganiseerd door kerken en bewoners. Ik denk dat er meer aandacht voor jongeren moet komen, dat we voorkomen dat ze in de criminaliteit belanden. Dat is in de komende periode mijn prioriteit. Maar ook de aanpak van de Wallen vind ik belangrijk. Vrouwen die uit willen stappen moeten een realistisch perspectief kunnen krijgen op een ander leven. Evenzo hebben de daklozen onze focus. De winter komt er weer aan, hoe zorgen we voor een goede opvang? Mijn plan over de hervorming van het daklozenbeleid wordt over een paar weken behandeld in de raad, ik hoop op een positief resultaat. Verder vind ik dat politiek en bestuur sociale initiatieven, ondernemers, bewoners en kerken vrij de ruimte moeten geven om dingen te ondernemen. Daar kunnen hele mooie dingen uit voortkomen. Echte oplossingen komen vaak vanuit een gemeenschap die zich verantwoordelijk voelt. Eigenaarschap, verbondenheid en het besef dat we afhankelijk zijn van elkaar. Dat moet de politiek faciliteren.’

‘Kerken en moskeeën hebben niet alleen een religieuze maar ook een sociale functie. Daar zou meer waardering voor moeten zijn’

Hoe kijk je aan tegen het fenomeen multiculturele samenleving?

‘We leven hier in Amsterdam met veel verschillende mensen. Er zijn uitdagingen, natuurlijk, maar er gaat ook heel veel goed. Zeker in vergelijking met andere wereldsteden is het hier heel fijn wonen met elkaar. Mensen voelen zich echt Amsterdammer, dat is een uitstekende basis voor een eenheid in verscheidenheid. Wij hebben als ChristenUnie natuurlijk veel contact met de kerken, maar we voelen op sommige thema’s ook raakvlakken met de islamitische gemeenschap in Amsterdam. Kerken en moskeeën hebben niet alleen een religieuze maar ook een sociale functie. Daar zou best wel meer waardering voor moeten zijn. In Den Haag en Rotterdam is er – voor zover ik heb kunnen vernemen – veel meer contact tussen het stadsbestuur en de geloofsgemeenschappen dan in Amsterdam. Dat kan beter. Leiders van gebedshuizen kunnen vaak heel goed aanwijzen waar de pijnpunten zitten binnen de gemeenschap. Daarom hoop ik op een jaarlijks voorgangersoverleg met de burgemeester. Vorig jaar was er voor het eerst zo’n overleg. Zowel van de voorgangers als van de burgemeester heb ik begrepen dat dit een zeer vruchtbaar gesprek is geweest. Laten we hier een traditie van maken in het stadsbestuur.’

Door het blad Forbes werd je dit jaar geselecteerd voor de 30 under 30 Europe – de invloedrijkste Europeanen jonger dan dertig jaar op een rij. Wie tipte hen?

‘Ik dacht eerst dat het grap was, haha. Later hoorde ik dat het serieus was. Nou ja, het leven is gewoon op dezelfde voet doorgegaan, hoor. Ik zie het als een bevestiging dat je een impact kunt maken als je consistent bent in hetgeen wat je doet. Wie Forbes heeft getipt? Geen idee. Misschien vind ik dit nog eens uit, maar misschien is het beter als ik er niet achter kom. Het mysterie heeft ook zijn charme.’

Wat is voor jou het grootste geluk, nu in je leven?

‘Heel cliché, ik denk mijn gezondheid. Ik kan elke dag opstaan om te doen wat ik leuk vind. Ik heb er de energie voor, ik kan het mentaal aan. Maar die gezondheid neem ik niet for granted. In de politiek en in de advocatuur zie je dagelijks hoe het ook anders kan, welke impact ziekte of een beperking kan hebben op iemands leven. Dus ik hoop dat ik nog heel lang gezond mag blijven – en ben daar iedere dag dankbaar voor.’

Turkse ex-premier: waarheid over aanslagen in Turkije (2015) nog niet boven tafel

0

In de zomer van 2015 kende Turkije een golf van aanslagen en gewelddadige clashes. Volgens Ahmet Davutoglu, oud-premier (2014-2016) onder Erdogan, is de waarheid hierover nog niet boven tafel en hebben vooraanstaande politieke krachten een duistere rol hierin vervuld.

Vorige week bekritiseerde de leider van Erdogans ultranationalistische coalitiepartner MHP, Devlet Bahceli, Davutoglu omdat hij drie Koerdische burgemeesters verdedigde die zijn ontslagen door de Turkse overheid. Die burgemeesters worden verdacht van ‘terroristische activiteiten’, waarmee wordt bedoeld dat ze banden zouden hebben met de Koerdische strijders van de verboden PKK. Davutoglu zou de strijd tegen terrorisme in gevaar brengen, aldus Bahceli.

Tijdens een speech vorige week vrijdag in de noordwestelijke provincie Sakarya heeft Davutoglu fel teruggeslagen. Zo noteert de onafhankelijke Turkse nieuwssite Ahval Davutoglu’s woorden: ‘Als de terreurgerelateerde zaken zouden worden onderzocht, dan zouden zij die ons bekritiseren zich niet meer onder het publiek kunnen begeven. Wanneer de Turkse geschiedenis in de toekomst zal worden geschreven, dan zal de periode tussen 7 juni en 1 november (2015, red) als één van de meeste kritieke periodes te boek komen te staan.’

Met 7 juni 2015 doelt Davutoglu op de Turkse verkiezingen van die dag. Erdogans AKP kreeg 41 procent van de stemmen en verloor haar meerderheid, terwijl de pro-Koerdische HDP de kiesdrempel wist te halen en met 80 zetels voor het eerst het parlement in kwam. In de maanden die hierop volgden probeerde de AKP onder leiding van Davutoglu tevergeefs een coalitie te smeden met de MHP en de CHP en kwamen bij aanslagen van IS en clashes met de PKK honderden mensen om.

In juli 2015 werden twee politieagenten doodgeschoten door daders die door de Turkse overheid worden gezien als verbonden aan de PKK. De PKK heeft deze aanslag nooit geclaimd, maar het was voor Erdogan reden genoeg om de toentertijd zes jaar durende vredesonderhandelingen met de PKK te staken en over te gaan tot grootschalige ‘anti-terreur’-operaties. Ook was er die maand een aanslag in het zuidoostelijke Suruc, waarbij 33 mensen werden gedood. Het betrof voornamelijk Koerdische studenten. De daders worden gelinkt aan IS.

Eind augustus 2015 zei Erdogan dat de coalitieonderhandelingen mislukt was en riep de president nieuwe verkiezingen uit. Die zouden in november dat jaar plaatsvinden. In oktober 2015, een paar weken voor de verkiezingen, vond de bloedigste terreuraanslag ooit plaats in Turkije, waarbij 109 doden vielen. Twee IS-terroristen bliezen zichzelf op bij een vredesdemonstratie in Ankara waarbij vooral linkse Turken en Koerden aanwezig waren.

Het wordt algemeen aangenomen dat de gebeurtenissen tussen juni en november 2015 hebben bijgedragen tot een betere uitslag voor de AKP bij de verkiezingen in november dat jaar. Toen schoot de partij omhoog naar 49 procent en herwon de AKP haar meerderheid in het parlement.

Davutoglu zegt niet expliciet wie hij bedoelt als hij rept over zij die ‘zich niet meer onder het publiek kunnen begeven’ wanneer de waarheid over de zomer van 2015 boven tafel zou komen. Volgens Taha Ün, volgens Ahval een bron die dichtbij Davutoglu staat, bedoelt de ex-premier hiermee MHP-leider Bahceli en krachten binnen de regerende AKP.

Davutoglu’s vage bewoordingen roepen echter vragen op, vinden Turkse oppositiepartijen. Zij vragen Davutoglu om zijn woorden te verhelderen en hebben zelfs een parlementaire enquête aangevraagd over de inhoud van zijn opmerkingen. De oppositie denkt al langer dat de AKP vrijwillig terroristische dreigingen over het hoofd zag en de PKK aanpakte voor politiek gewin.

Davutoglu heeft zich de laatste maanden ontpopt tot een fervent criticaster van Erdogans beleid en zijn grote macht. Geruchten dat Davutoglu met een nieuwe partij zal meedoen aan de volgende Turkse verkiezingen worden steeds sterker. Volgens Turkse media zou hij al een kantoor in Ankara hebben gekocht, van waaruit deze nieuwe partij geleid kan worden.

Eerder deze zomer leek Davutoglu Erdogan ook al in het hart te willen treffen, door te suggereren dat Erdogan de mislukte coup van 2016 al zag aankomen en tevens goed kon gebruiken.

Christenen mogen geen huis verkopen of verhuren aan moslims in Hadath, Libanon

0

In de Libanese stad Hadath heerst sinds enkele jaren een verbod op het verhandelen van onroerend goed van christenen aan moslims. Hierdoor is het voor moslims lastig om in Hadath te wonen.

Recentelijk moest de islamitische Mohammed zijn huis verlaten, nadat hij wilde laten registeren dat zijn gezin daar woonde. De registratie werd afgewezen, zo vertelt de Britse zender BBC, en het gezin moest uitwijken naar een appartement in de stad dat nog niet af is. De wijk waarin ze woonden is christelijk en de burgemeester vond het een probleem dat zijn vrouw en dochters een hoofddoek dragen, stelt Mohammed.

Burgemeester George Aoun heeft het verbod enkele jaren geleden uitgevaardigd. Zijn doel is om de christelijke identiteit van Hadath, waarnaar vanaf de jaren negentig steeds meer moslims heen verhuisden, te behouden.

De demografische verschillen zouden een bedreiging vormen voor het vreedzaam samenleven, zo luidt Aouns verklaring. Hij zegt ook dat dit besluit is gemaakt in samenspraak met christelijke en islamitische politieke en religieuze leiders.

Voor Mohammed is de pijn daarmee niet minder groot: ‘Ik heb de burgemeester gezegd dat ik Libanees ben. En Libanezen zouden overal in Libanon moeten kunnen wonen.’

Gevangen Rif-activisten willen af van Marokkaanse nationaliteit

0

Zes activisten die de opstand in het Marokkaanse Rifgebied leidden, waaronder het bekendste kopstuk Nasser Zefzafi, willen af van hun Marokkaanse nationaliteit. Ze hebben een verzoek ingediend bij het Ministerie van Justitie en het Openbaar Ministerie, melden Marokkaanse media.

De gevangen activisten hebben de media van hun besluit op de hoogte gebracht via een ondertekende brief. Daarin zeggen ze dit te doen vanwege de ‘uitsluiting, onderdrukking, minachting en alle vormen van politieke, culturele, sociale, economische en psychologische vervolging’ van de Rif door de Marokkaanse overheid. Ook roepen ze de internationale gemeenschap op om zich over hen te ontfermen.

In 2016 en 2017 vonden in de Rif grootscheepse anti-overheidsdemonstraties plaats, gericht op een verbetering van de leefomstandigheden aldaar. Uiteindelijk besloot de regering de 54 activisten op te pakken. Zij zijn veroordeeld tot straffen die oplopen tot twintig jaar. De gevangenisstraffen zijn volgens de activisten een vergelding vanwege hun politieke opvattingen.

De meningen op internet over het verzoek zijn verdeeld: waar sommige Marokkaanse Facebook-gebruikers dit statement steunen, bestempelen anderen het als dwaas. Vanuit de zijde van de overheid is er nog niet gereageerd op het verzoek, maar volgens de Marokkaanse wet is het onmogelijk voor burgers om hun nationaliteit op te geven.

Het nieuwe Polen: teruggegleden achter het IJzeren Gordijn?

2

Polen die de afgelopen jaren in West-Europese landen als Nederland en Duitsland als gastarbeider hebben gewerkt, keren in groten getale weer naar huis. Thuis aangekomen zijn velen ontevreden met de huidige politieke situatie in het land, waar al vier jaar de rechtsconservatieven aan de macht zijn. De persvrijheid ligt aan banden, homoseksualiteit wordt er onderdrukt en het conflict met Europa laait op. Vergelijkingen met de tijd van de oude Sovjet-Unie, waar Polen tijdens de Koude Oorlog een satellietstaat van was, komen dan ook niet uit de lucht vallen.

Pjotr (35) is weer terug in Polen, na peren te hebben geplukt bij Tesco in Nederland. Hij kijkt tevreden terug op die tijd. ‘De eigenaar was aardig, we kregen genoeg geld. Elke jonge Pool doet wel wat plukwerk in zijn jonge jaren in West-Europa.’ Pjotr is nu werkzaam bij een non-gouvernementele organisatie uit Gdansk, een grote stad aan de Oostzee. Volgens hem zijn de Polen gepolariseerder dan voor zijn vertrek uit Polen.

Dat heeft alles te maken met het feit dat sinds 2015 de rechts-conservatieve partij Prawo i Sprawiedliwość (PiS, Recht en Rechtvaardigheid) aan de macht is. Deze partij lijkt erg op de populistische Hongaarse partij Fidesz van premier Victor Orbán. Ook PiS legt de persvrijheid aan banden, voert een conservatieve koers en ligt met de Europe Unie overhoop vanwege het hervormen van het justitiële apparaat. De Europese Commissie blijft haar zorgen over de rechtsstaat in Polen keer op keer herhalen.

‘Het lijkt alsof we weer terug in de tijd gaan’

‘Je bent of voor of tegen de regering’, vertelt Pjotr. ‘De ene helft van de Poolse samenleving is links, de andere helft kiest voor de rechtse regering. Je kunt nu geen gesprek meer kunt voeren zonder dat het over de politiek gaat. Het ding is: als je je niet buiten je eigen groep begeeft, dan heb je helemaal niet door dat die andere helft ook bestaat. Ik ben zelf voor de Europese Unie en voor meer integratie, ik heb meer gemeen met linkse, open mensen uit bijvoorbeeld Nederland of Duitsland dan met rechtse Polen.’

Pjotr ziet veel overeenkomsten met de tijd van de Sovjet-Unie. ‘Het lijkt alsof we weer terug in de tijd gaan. Polen kent de strengste anti-abortuswetten van Europa. Ik ben voor de keuzevrijheid van mensen en niet dat alles wordt ingeperkt, maar dat is nu juist wat de regering doet. Ze zeggen dat de Poolse cultuur wordt bedreigd. Wij zijn opgegroeid met de propaganda van de kerk, daarom wil ik nu van de kerk en van die propaganda niets meer horen.’ Toch is hij wel gelukkig in Polen. ‘Mijn leven is goed, ik en mijn vrienden werken aan een betere wereld.’

Onderbetaling en gezinswaarden

Edyta (45) is lerares aan een basisschool in Zukowo, vlakbij Gdansk. Zij is net als Pjotr geen voorstander van het beleid van de huidige regering. ‘Wij leraren hebben afgelopen zomer een maand gestaakt, maar onze eisen zijn niet ingewilligd. Ze schilderen ons zelfs af als de slechteriken. Voorstanders van de regering hebben het niet zo op met leraren, omdat ze denken dat we zoveel vakantie hebben. Maar het werk is zwaar en onderbetaald. Dus eisen we meer geld.’

‘Dit is hetzelfde systeem als in de tijd van de Sovjet-Unie’

Er worden nu drastische maatregelen doorgevoerd om kinderen tot en met vijftien jaar op de basisschool te houden, zegt Edyta. Ze is er, eufemistisch uitgedrukt, niet over te spreken. ‘Dit gebeurde zonder overleg, het is alsof de regering zegt: ‘Jullie krijgen er twee hogere klassen bij, succes!’ Dat is hetzelfde systeem als in de tijd van de Sovjet-Unie, maar we kunnen niet opeens in een keer in de tijd terug gaan. De scholen kunnen zulke drastische beleidshervormingen helemaal niet aan. Dus protesteren we. Ook veel collega’s verliezen hierdoor hun baan.’

De rechtse regering concentreert zich tegenwoordig sterk op het promoten van gezinswaarden op scholen, terwijl tegelijkertijd scholen onder druk worden gezet om te stoppen met voorlichting over homoseksualiteit. Ook gaf de regering drie jaar geleden elk gezin 500 zloty (115 euro) extra per maand, als ondersteuning vanaf het tweede kind. Gezinnen die er minder goed voor staan krijgen ook bij het eerste kind financiële ondersteuning.

Klaudia (25) is afgestudeerd in milieustudies en woont in Szczecin, vlakbij de Duitse grens. Zij vindt het Poolse gezinsbeleid belachelijk. ‘De regering kan dat geld veel beter voor iets anders gebruiken. Ze kopen gewoon mensen om. Nog steeds vertrekken veel Polen naar landen zoals Duitsland, omdat je daar drie tot vier keer zoveel verdient. In Polen werken nu veel Oekraïners die het werk doen waar Polen geen zin meer in hebben.’

De haven in Gdansk (Foto: Sarah-May Leeflang)

Vervlogen herinneringen aan het communisme

Hoewel critici van de huidige Poolse regering graag parallellen trekken tussen het Polen van nu en de vroegere Sovjet-Unie, kijken mensen die het communisme bewust meegemaakt hebben anders tegen de geschiedenis aan. Tomek (40) en Gosia (38) uit Gdansk hebben een eigen modebedrijf en waren kinderen toen het communisme viel. Ze kunnen zich nog goed de lege winkels uit hun communistische jeugd herinneren. ‘Er was bijna niets, alleen maar huisgemaakte producten als brood en melk. Als er nieuwe goederen binnenkwamen in de winkel, dan stonden er meterslange rijen.’ Als we een rondje in hun buurt in Gdansk lopen, wijzen ze naar de grote grijze en soms gekleurde flatgebouwen. ‘Die lelijke dingen staan hier overal. Allemaal nog uit de tijd van het communisme.’

Met de val van de Berlijnse Muur en het einde van de communistische regimes van het Oostblok veranderde de wereld razendsnel, vertellen Tomek en Gosia. ‘Opeens kregen we alles in de winkel, dingen als chocola. Vroeger een luxe, maar we konden het nu kopen. En eerst hadden we bijna geen exotisch fruit, alleen groene sinaasappelen uit het communistische Cuba. En nu kregen we alles, oranje sinaasappelen en bananen.’ Over de huidige Poolse regering zijn Tomek en Gosia echter niet zo te spreken. ‘Ze voeren nu een heel sociaal programma, maar hierdoor heb je ook torenhoge belastingen. Voor ons, mensen met een eigen bedrijf, werkt dat niet goed.’

‘Het gemeenschapsgevoel is hier verdwenen’

Adam (36), die werkt als arts, is Pools, maar hij is opgegroeid in de Verenigde Staten. Tien jaar geleden keerde hij terug naar zijn vaderland vanwege de liefde. Zijn ouders hebben elkaar in de Verenigde Staten ontmoet en zijn apart van elkaar gevlucht uit het toenmalige communistische Polen. Ook hij benadrukt dat het leven toen heel anders was dan nu.

‘Net voor de val van de Berlijnse Muur emigreerden veel mensen. Mijn moeder ging haar zus opzoeken, die ergens in West-Europa academisch werk verrichtte. Ze is toen niet meer teruggekeerd. Mijn vader is via de uitgestrekte bossen ontsnapt. Het leven in communistisch Polen had veel weg van de situatie die zo goed beschreven is in het boek Nineteen Eighty-Four van George Orwell. Iedereen werd in de gaten gehouden, mensen vertrouwden elkaar niet en om de haverklap belandden mensen in de gevangenis.’

Toch zijn er ook Polen die met enige nostalgie terugdenken aan de tijd van het communisme. Fotograaf Damian (33), afkomstig komt uit het plaatsje Korsze, voelt enige weemoed. Hij laat het dorpje verderop zien, waar zijn ouders en grootouders zijn opgegroeid. ‘Hier werkte mijn grootvader’, zegt hij als we bij een grote, oude verlaten boerderij zijn aangekomen. ‘Ze hielden hier koeien en paarden, het was een soort van leerschool voor beginnende boeren. Het was een gemeenschappelijke boerderij, iedereen deelde kennis met elkaar.’

Nu is het gebouw helemaal verlaten. Nadat het communisme failliet was, verlieten veel mensen het dorp. Iedereen kocht de goedkope zuivelproducten uit de supermarkt, legt Damian uit. ‘Het gemeenschapsgevoel dat we toen hadden is verdwenen.’ Of in deze gepolariseerde tijden een nieuwe gemeenschapsgevoel in Polen kan ontstaan, dat is nog maar zeer de vraag.

Boerkadraagster schoffeert westerse waarden

13

Om maar meteen met de politiek-incorrecte deur in huis te vallen: ik ben het zelden met Wilders eens, maar ik ben voor een boerkaverbod. En ik vind dat dit dan ook gewoon gehandhaafd moet worden. Voelen boerkadragers zich daardoor straks ongemakkelijk? Nu, dat is ook precies de bedoeling – zoals elke wetsovertreder zich tijdens overtreding van de wet ongemakkelijk dient te voelen.

De op 1 augustus ingevoerde wet is uitdrukkelijk beperkt tot een verbod op boerka en niqaab, als gezichtsbedekkende kleding. Over hoofddoekjes gaat het dus niet – ofschoon de door draagsters aangevoerde religieuze argumentatie mij niet kan overtuigen, staat dat iedereen vrij. Alleen voor gezagsdragers als politieagenten en rechters, die neutraliteit moeten uitstralen, maak ik een uitzondering. Niet toevallig dragen die een uniform, en rechters in Engeland zelfs een pruik. Kunnen hoofddoekdraagsters zo geen agent worden? Dat is dan jammer, ook nonnen moeten kiezen.

Over de boerkini zult u – omdat hij het gezicht vrijlaat – mij evenmin horen. De jacht die daarop in sommige Franse badplaatsen is losgebarsten, vind ik idioot. Mij lijkt het persoonlijk een uiterst ongemakkelijk soort badpak, dat herinneringen aan het meest afgrijselijke onderdeel van mijn zwemdiploma-A (verder ben ik nooit gekomen) oproept: gekleed zwemmen. Maar wie daaraan lol beleeft, die moet het zelf weten. Hooguit kan ik mij voorstellen dat zwembaden er om hygiënische redenen paal en perk aan stellen. Voor het strand geldt dat niet.

Wie uitgaat van de gelijkheid van mensen, kan niet uitgaan van de gelijkheid van alle culturen

Hoe dan ook: voor de boerka en niqaab ligt dat wezenlijk anders. Het dragen daarvan is namelijk de facto(of het nu zo bedoeld is of niet) een grote opgestoken middelvinger naar één van de meest basale westerse waarden: dat in een vrije samenleving vrije burgers elkaar in de openbare ruimte – wat je in je slaapkamer doet is jouw zaak – met open vizier tegemoet treden en dus hun gezicht laten zien.

Dat uitgangspunt hangt samen met het feit dat wij mensen als individuen beschouwen. En individuen onderscheiden wij aan de hand van hun gezicht. Niet toevallig moeten ook, als onderscheidend kenmerk, in een paspoort duidelijk beide oren en ogen afgebeeld staan, en niet pakweg beide billen, ofschoon een anatomisch geschoolde douanier daaraan na enige oefening ook vast heel wat superpersoonlijke kenmerken zou kunnen ontdekken.

Eén van de niqaabdraagsters, die recent in de krant aan het woord kwam over de dreigende vervolging, stelde dat zij zelf wilde uitmaken aan wie zij haar gezicht wil tonen. Maar dat kan dus niet. Mocht zo’n dame mij ooit op straat aanspreken, dan zal ik haar om die reden straal negeren: ik wens te zien met wie ik te maken heb. Het gezicht maakt de mens en wie daaraan geen boodschap heeft, heeft – en ik zeg dat echt niet snel – in een westers land niets te zoeken. Wie zijn gezicht niet toont zegt eigenlijk dat hij niet bestaat – die moet dus ook niet jammeren als hij dienovereenkomstig behandeld wordt.

Is dat een beperking van de vrijheid van religie? Vast – maar de vrijheid van religie is, net als alle andere vrijheden, niet onbeperkt. Veelwijverij is ook bij de wet verboden, ook al zijn er een aantal islamitische landen waar dit wel gangbaar is. Er bestaan trouwens ook enkele christelijke sektes waarvan tenminste de leiders dat recht voor zichzelf claimen. Daarvoor wordt evenmin een uitzondering gemaakt – zoals eveneens, ongeacht de religieuze argumentatie, vrouwenbesnijdenis strafbaar is. De wet geldt voor iedereen. Iets mag, of iets mag niet (en wat mij betreft mag er veel), maar het is niet zo dat de één meer mag dan de ander omdat zijn God zou voorschrijven dat hij dat moet mogen.

Geeft zo’n boerkaverbod blijk van islamofobie? De overgrote meerderheid van moslims moet gelukkig evenmin iets van boerka’s of niqaabs hebben. Er zijn maar een paar landen waar ze op grote schaal voorkomen. Alleen een absurde variant van de islam schrijft zo’n dracht aan vrouwen voor – ik zou ook geen enkele variant van een andere godsdienst weten die soortgelijke individu-vijandige opvattingen huldigt – en ja: tegen die absurde variant keert zo’n verbod zich en enige fobie jegens die variant lijkt mij moreel volkomen legitiem.

Mag de overheid grenzen aan kleding stellen? Ze doet het nu al – zo bestaat er buiten bepaalde stranden het algemene verbod om in de openbare ruimte piemelnaakt rond te rennen. Daar treedt de politie ook tegen op en met religieuze pleidooien – in de zestiende eeuw had je radicale wederdopers die het adamskostuum als goddelijk voorschrift zagen – maak je bij de rechter weinig kans. Ook wie in SS-uniform op de Dam gaat staan, staat daar vast niet lang.

In een poging het recht om een niqaab te dragen te verdedigen zijn de afgelopen weken soms zeer rare argumenten de revue gepasseerd, door mensen die het (gelukkig) niet in hun hoofd zouden halen om zichzelf in zo’n aardappelzak te hullen. Daar horen ook zelfverklaarde feministen bij, die het baas-over-eigen-lichaam-beginsel nu tot in het absurde oprekken. Zo plaatste de door mij meestal als dwarse geest gewaardeerde NRC-columniste Clarice Gargard het boerkaverbod in de categorie van westers cultuurimperialisme. Als Den Haag dit Riyad zou voorschrijven, kan ik mij daarbij nog iets voorstellen.

Maar het lijkt mij dat het Westen in eigen huis toch wel zelf de regels mag stellen, de eigen waarden als de betere mag beschouwen en dat westers cultuurimperialisme in een westers land dus geoorloofd is. Sterker: wie uitgaat van de gelijkheid van mensen, kan niet uitgaan van de gelijkheid van alle culturen, omdat sommige culturen aan die gelijkheid geen boodschap hebben – bijvoorbeeld aan die tussen man en vrouw. Dat het Westen zich zelf vaak evenmin aan zijn eigen waarden houdt is op zich een juiste constatering die ook ik op deze plek herhaaldelijk heb gemaakt, maar doet daaraan niets af.

Moslimorganisatie haalt 125 duizend dollar op voor migranten in detentiecentra VS

0

De islamitische organisatie Celebrate Mercy heeft een campagne gelanceerd om migranten te helpen die in detentiecentra in de Verenigde Staten zitten. Doel is om ze vrij te krijgen door borgstelling.

Het aanvankelijke plan was om 10.000 dollar op te halen, maar omdat de campagne Muslims for Migrants enorm aanslaat staat de teller inmiddels op 125 duizend dollar. Dat de campagne zo’n succes heeft komt omdat prominente Amerikaanse imams de actie steunen.

Tarek el Messidi, directeur van Celebrate Mercy, zegt dat zijn organisatie wil ‘reageren op ontberingen met hoop, zoals ons islamitisch geloof ons leert, en een boodschap sturen van mededogen door actie’. Hoewel het een door moslims geleide campagne is, ‘worden vrienden van alle religies aangemoedigd om bij te dragen’.

Meer dan vijftigduizend mensen worden momenteel vastgehouden in immigratie- en douanehandhavingsfaciliteiten, aldus rapporten, terwijl twintigduizend mensen in douane- en grensbeschermingscentra gevangen zitten.

Marokkaans-Nederlandse Ihattaren in Jong Oranje, Marokkaans medium woedend

0

De regeringsgezinde Marokkaanse nieuwssite Hespress is boos op de KNVB. De reden: de 17-jarige Marokkaans-Nederlandse voetballer Mohammed Ihattaren is in de voorselectie van Jong Oranje opgenomen voor het EK-kwalificatieduel met Cyprus.

‘Nederlandse voetbalbond is van plan het uitkomen van Ihattaren voor Marokko te bederven’, kopt de website woedend. Volgens Hespress proberen de Nederlanders de verwoede pogingen van de Marokkaanse voetbalbond om Ihattaren voor het Marokkaanse jeugdelftal te strikken te saboteren.

Mohammed Ihattaren is geboren in Utrecht, zijn voorouders komen uit het Marrokaanse Rifgebied. Eerder dit jaar liet hij een waterput aanleggen in de Riffijnse stad Al-Hoceima.

Ihattaren wordt sinds zijn invalbeurten van vorig jaar gezien als een groot talent voor de toekomst, maar lijkt dit seizoen al door te breken bij zijn club PSV. Vorig weekend stond hij in de basis tegen Heracles, waartegen hij de 2-0 scoorde. En gisteren scoorde hij weer, tijdens de met 3-0 gewonnen wedstrijd tegen de Cyprioten van Apollo Limassol in de voorronde van de Europa League.

Ihattaren maakte afgelopen weekend duidelijk dat hij voorlopig nog geen keuze wil maken voor welke land hij als voetballer uiteindelijk gaat uitkomen.

De voetbalbonden van Nederland en Marokko strijden al langer om Marokkaans-Nederlandse voetbaltalenten, waarbij Marokko sinds een aantal jaren steevast als winnaar uit de bus komt. Zo kozen PSV-oudgediende Ibrahim Afellay en oud-Feyenoorder Khalid Boularouz in het vorige decennium nog voor Oranje, maar komen de hedendaagse Ajax-sterren Hakim Ziyech en Noussair Mazraoui uit voor Marokko.

Dawkins en Cliteur: nieuwe definitie islamofobie bedreigt vrijheid van meningsuiting

0

Een groep prominente atheïsten en vrijdenkers, waaronder de Nederlandse rechtsfilosoof en senator Paul Cliteur en de Britse evolutiebioloog en atheïstische publicist Richard Dawkins, zijn bang dat een nieuwe definitie van het begrip ‘islamofobie’ de vrijheid van meningsuiting bedreigt.

Paul Cliteur, Richard Dawkins hebben meegewerkt aan de nieuwe essaybundel Islamophobia. An anthology of concerns van de rechtse Britse denktank Civitas. Deze publicatie is een reactie op het in november 2018 verschenen rapport Islamophobia defined van de All-Party Parliamentary Group (APPG) on British Muslims, een collectief van islamitische parlementsleden uit het Verenigd Koninkrijk.

Daarin biedt APPG on British Muslims een definitie van islamofobie die nu gebruikt wordt door verschillende Britse lokale besturen en ook door politieke partijen. Deze definitie luidt: ‘Islamofobie is geworteld in racisme en is een soort racisme dat zich richt op islamitische en vermeend islamitische uitingen.’

Dawkins verzet zich hiertegen. ‘Islamofobie’ is volgens hem een onzinnig woord, dat geen definitie verdient. Haat tegen moslims vindt Dawkins verwerpelijk, maar haat tegen de islam, de religie, acht hij gerechtvaardigd. Dawkins: ‘Moslims zelf zijn de belangrijkste slachtoffers van de islam.’

Paul Cliteur, hoogleraar Encyclopedie van de Rechtswetenschap aan de Universiteit Leiden en voorzitter van de Eerste Kamerfractie van het Forum voor Democratie, is het met Dawkins eens. Hij vindt islamofobie een onmogelijk concept en is van mening dat we mensen die dit begrip gebruiken moeten wantrouwen.

‘Waarom noemen we iemand geen ‘sociofoob’ als hij kritiek heeft op het socialisme?’, vraagt Cliteur zich retorisch af. We moeten volgens Cliteur niet in de ‘val van het fobie-discours’ vallen en vrij zijn om andere religies en ideologieën te bekritiseren.

Op eieren lopen in Turkije, waar elk gesprek voelt als een test

2

Sinds 8 augustus verblijf ik in Armenië, als participant van een door de Armeens-Nederlandse onderneemster Anush Avetisyan opgezette handelsmissie. Een week daarvoor was ik in Turkije, het land waar mijn ouders zijn geboren en waar ik sinds de zomer van 2016 niet meer ben geweest. Eerlijk is eerlijk, ik vond het spannend.

Elke stap die ik zet, elk gesprek dat ik heb, het voelt als een test. Wat kan ik wel bespreken, wat niet? En dat verschilt per persoon. Geboren in een Turks-soennitische familie, zijn de interacties die ik heb met ‘de anderen’ (Armeniërs, Koerden, alevieten) uitzonderingen op de regel. En diegenen die ik dan spreek, zijn meestal mensen die al openstaan voor dialoog. De bruggenbouwers. Toch spreek ik via-via mensen die in hun leven nooit naar een dialoogbijeenkomst zouden komen.

Zo ontmoet ik in Istanbul een hardwerkende ondernemer. Hij heeft jarenlang in een hostel gewerkt en runt nu een goedlopend café in hartje Beyoglu, in het centrum van de stad. We ontbijten samen. Ik vraag hem, op de klassiek Turkse wijze (‘Memleket nere?’), waar zijn rootsliggen. Wanneer hij het oostelijk gelegen ‘Nusaybin’ noemt, kijk ik hem ernstig aan.

Ik denk aan de beelden van de oorlog tussen Koerdische strijders en het Turkse leger die in 2016 daar heeft gewoed. En ik hoef alleen maar te vragen of er iets met zijn familie is gebeurd en hij steekt direct een vlammend betoog af tegen de huidige regering. Met grote ogen vertelt hij over het verbranden van mensen in kelders. Ik probeer nog het wankele vredesproces in te brengen, als iets dat moet terugkeren. Maar dat wordt gelijk afgewimpeld als kiezersbedrog door de regering.

Bij zulke emotionele uitlatingen is mijn rol vooral die van een luisterend oor. Het overgrote deel van mijn Turkse familie in Ankara heeft zulke onderdrukking nooit ervaren. Integendeel, zij staan aan de geprivilegieerde kant van het Koerdische conflict met de Turkse staat.

Pas in het vliegtuig naar Armenië was mijn angst voor alles wat met Turkije te maken had enigszins voorbij

Uiteraard ontmoet ik ook mijn familie in Turkije. Mijn tantes en ooms hebben een boerenachtergrond. Ze zijn allemaal in een dorp geboren en trokken naar de stad of, in het geval van mijn ouders, nog verder naar Europa voor werk. Sommigen volgen mijn activiteiten via sociale media, en bijna elk gesprek volgt een vast patroon. Nadat we elkaar hebben omhelsd en gekust, en wanneer standaard is gevraagd wanneer ik ga trouwen, begint het kruisverhoor:

’Nou Tayfun, vertel eens, wat voor werk doe je?’
Ontwijkend: ‘Ik houd me bezig met dialoog.’
‘Wat voor dialoog?’
‘Met mensen.’
‘Wie zijn deze mensen?’
‘Mensen met wie wij weinig contact hebben in het dagelijks leven: Koerden, Armeniërs en alevieten.’

Na het noemen van deze groepen kan het snel gaan. ‘Wat, Armeniërs!? Wat heb je met hen te doen?’ Of: ‘Met Koerden en alevieten hebben we geen problemen. Wel met terroristen. En met hen voer je geen dialoog, die bestrijd je.’ Dit jaar gebruikte ik het nieuws – gebracht door president Recep Tayyip Erdogan – dat er een Syrisch-christelijke kerk in Istanbul wordt gebouwd als argument.

‘Kijk, onze president laat een christelijke kerk bouwen, wat vinden jullie daarvan dan? Als hij het doet, geen probleem, maar het is wel een probleem als ik met deze mensen praat. Maar dat werd door mijn gesprekspartner toch als wat anders geïnterpreteerd. En toen waren we al gearriveerd bij de hamamin Haymana.

In Ankara verbleef ik niet lang. En iedereen vroeg aan mij: ‘Waar ga je heen?’ Ik durfde niet te vertellen dat mijn bestemming Armenië was. ‘Naar het oosten, hier en daar, misschien Trabzon’, was mijn technisch niet onjuiste antwoord. Het voelde niet fijn om steeds zo geniepig te doen. Toch wilde ik liever het zekere voor het onzekere nemen.

Pas in het vliegtuig naar Armenië was mijn angst voor alles wat met Turkije te maken had enigszins voorbij. Die opluchting was echter van korte duur. Nu begon de angst voor het Turk-zijn in Hayastan (Armenië). Daarover gaat mijn volgende column…