Home Blog Pagina 986

Een schone oorlog bestaat niet

0

Een dictatuur bestrijden en schone handen houden, gaat dat samen? Nederland is de afgelopen weken tweemaal met de schizofrenie van dat streven geconfronteerd. Eerst bleek dat Buitenlandse Zaken jarenlang in de Syrische burgeroorlog allerlei oppositionele groepen gesteund had die er ofwel tenminste óók bloedige praktijken op nahouden, ofwel zelfs tevens een bloedig wereldbeeld, en zich geenszins als voorbeeldige democraten gedragen. Er zitten zelfs regelrechte jihadisten onder, voor wie niet Zwitserland, maar een fundamentalistische theocratie het staatkundig ideaal vormt. Het leidde al tot veel rumoer in de Tweede Kamer. En nu is er die aanslag op militairen in Iran, die door Teheran in de schoenen geschoven wordt van separatisten, die onder meer in Nederland als ‘vrijheidsstrijders’ onderdak (zouden) vinden. Dat leidde al tot het nodige rumoer in het diplomatieke verkeer.

Als het om de strijd voor democratie, vrijheid en mensenrechten gaat, komt Den Haag internationaal voortdurend voor het probleem te staan dat tirannen daarmee weinig ophebben en een vermanend woord vervolgens niet echt helpt. De Assads gebruiken desnoods gifgas om een weerspannige bevolking eronder te houden, de Kims hebben daarvoor massaal werkkampen ter beschikking. In Noord-Korea is het daardoor rustig, in Syrië hielp een en ander de machthebbers uiteindelijk niet.

Wat doe je dan als Westen, als een opstand uitbreekt die zich keert tegen een totalitaire dictator wiens mensenverachtende praktijken je verafschuwt? Zeker als een deel van de opstandelingen belooft dat, als zij eenmaal de tiran ten val hebben gebracht, het land op aanmerkelijk beschaafder en democratischer wijze zullen reageren? En wat doe je, als vervolgens die opstandelingen niet zonder geweld hun doel blijken te kunnen bereiken, omdat de tiran in kwestie niet na het eerste protestbord zijn nederige excuses voor alle onderdrukking aanbiedt en meteen opstapt, maar er integendeel nog harder op los slaat? Economische sancties helpen weinig als machthebbers – indachtig Moammar al-Khadaffi’s einde – menen dat het voor henzelf letterlijk gaat om een strijd om leven of dood.

Zeg je dan ‘sorry jongens, maar geweld is zóóóóó 2017, als beschaafd land doen we hier alles in goed polderoverleg, dat moeten jullie ook doen, een conferentie organiseren, dat willen we best, maar de wapens opnemen is niet netjes en uit de tijd’? Of ‘waar twee kijven, hebben beiden schuld, dus zoek je heil in mediation?’ Of ‘sorry, non-interventiebeginsel, alleen als de VN-Veiligheidsraad akkoord gaat en uitdrukkelijk de opdracht daartoe geeft’, wat in het Syrische geval onwaarschijnlijk is, omdat Moskou in de geopolitieke machtsstrijd in het Midden-Oosten in Damascus een onmisbare steunpilaar ziet?

Zie hier het dilemma waar ook Nederland steeds weer voor staat, zeker als aan westerse zijde evident economische en politieke belangen een rol spelen. Wat doe je dan? Is helemaal niets doen een optie? De roep van ‘we moeten toch iets doen, we kunnen dat als internationale gemeenschap niet laten passeren’, is daarvoor te sterk. Zie Barack Obama’s ferme rode lijn in geval van gifgasgebruik die vervolgens toch niet zo ferm getrokken bleek. Vanwege de weinig florissante gevolgen van de eerdere interventies in Irak en Libië zag hij van een invasie af. Vast ook tot geruststelling van velen. Maar zeur dan niet over de uitkomst. Dat betekent dan dat de meestal veel sterkere dictator vrij spel heeft, gesteund door minder scrupuleuze soortgenoten elders – zie Vladimir Poetins redding van Bashar al-Assad. Want in een oorlog wordt de strijd nu eenmaal op het slagveld beslist.

De kansen op dat slagveld ten gunste van de door jezelf gewenste partij veranderen, gaat in dit soort situaties niet zonder hevig geweld. Dat kan door directe interventie of door indirecte steun. Maar beide levert geen vredig plaatje op. Het betekent onvermijdelijk dat er ook door toedoen van de ‘goede zijde’ burgerslachtoffers vallen, wat tot handenwringen en boze Kamervragen leidt. En vaak tot verontwaardigde reacties van dezelfde burgers die, als men de dictator ongestraft zijn gang zou hebben laten gaan, ook heel verontwaardigd zouden zijn geweest. Maar een schone oorlog bestaat niet.

Precies die fictie is wijdverspreid. Dat leidt tot allerlei eufemismen zoals ‘humanitaire missie’, want ‘oorlog’ klinkt zo hard. Alleen onder die titel zijn ze aan het electoraat te verkopen. Zie de holle beloftes over monitoring toen Mark Rutte indertijd Jolanda Sap nodig had voor Afghanistan. Zulke monitoring lukt al niet als het om Poolse bijstandsfraudeurs gaat. Maar desalniettemin denkt het Binnenhof dat het zinvol is om voor een land duizenden kilometers verderop nauwkeurige regels te formuleren voor het gebruik van kanonnen binnen en buiten de bebouwde kom. Het herinnert mij aan een radio-uitzending uit die tijd. Deelnemers waren Frans Weisglas van de VVD en Wijnand Duyvendak van GroenLinks. Beiden toonden zich, elk op een ander punt, tamelijk wereldvreemd. Duyvendak stelde dat we ginds oorlog voeren en Weisglas schoot meteen in een kramp: ‘Nee, nee, oorlog voeren doen wij beschaafde Nederlanders niet.’ Omgekeerd stipte Weisglas aan dat we zonder deelname het G20-lidmaatschap konden vergeten. Duyvendak daarop: ‘Dat riekt naar chantage, schandalig als dat aan elkaar gekoppeld wordt.’

Hoe onfris ook, zolang Den Haag die beide evidente waarheden niet onder ogen wil zien, schiet het met ons buitenlandbeleid in de minder vreedzame zones op deze aardkloot weinig op.

‘Nikabstrijder’ kiest in alle vrijheid voor onvrijheid

0

De overgang naar mijn post-vakantie-bestaan ging niet heel vloeiend. Met een harde klap belandde ik vanuit een idyllisch leven waarin niets moest (vakantie) weer terug in mijn docentenbestaan: de roostermaker was ziek, dus onze roosters voor het nieuwe schooljaar waren ietwat houtje-touwtje in elkaar gezet, en het leerlingenregistratiesysteem – Magister – was vernieuwd. ‘Verbeterd’, zeiden sommige mensen, maar daar had ik zo mijn twijfels over. Met het oude systeem kon ik lezen en schrijven, nu was alles ineens anders. Het zorgde voor een harde landing.

Al in de eerste week van het nieuwe schooljaar werd ik gebeld door een redacteur van het tv-programma De nieuwe maan. Vrijdag 7 september wilden ze een uitzending maken over het thema samenleven. De vraag was: kunnen we wel samenleven? Om dat te bespreken hadden ze vier gasten uitgenodigd die ‘lijnrecht tegenover elkaar staan’ (hun woorden, niet de mijne). Aan tafel zaten: columnist van De Dagelijkse Standaard en politicus Jan Roos, ‘nikabstrijder’ Karima Rahmani, jihaddeskundige Montasser AlDe’emeh en ik. Dat ‘lijnrecht tegenover elkaar staan’ vind ik wat boud uitgedrukt, maar inderdaad stonden we alle vier voor totaal verschillende waarden. Ik vertegenwoordigde de ‘stem uit de praktijk’. Ik heb tenslotte dagelijks te maken met een ratjetoe aan Nederlanders dus voor mij is het ‘samenleven in diversiteit’ dagelijkse kost.

De nikabstrijder zat in vol ornaat aan tafel, wat wil zeggen geheel ingepakt: handschoenen aan en het hoofd zo grondig bedekt dat alleen haar ogen te zien waren door een kleine spleet. Jan Roos was gewoon Jan Roos en de jihaddeskundige had een charmant Vlaams accent waardoor alles wat hij zei net weer een vriendelijker lading kreeg dan de portee van zijn woorden rechtvaardigde (‘ik voorspel een clash’). Voor de uitzending kregen we allemaal een zendertje op. Dat is meestal zo bij dit soort talkshows, maar aangezien in de Koran staat geschreven dat zendmicrofoontjes aan kleding verboden zijn, kreeg Karima een sta-microfoon voor zich op tafel.

Nu ben ik al jaren gewend aan diversiteit, aan kinderen en ouders uit heel verschillende culturen, maar zolang je je aan de wet houdt, vind ik dat het eenieder vrij staat om eruit te zien hoe hij of zij wil. De reden dat ik moeite heb met de kleedregels van Karima is dat ik vind dat ze de klok jaren terugzet. De totale bedekking van het lichaam heeft te maken met de bescherming tegen de wellustige blik van de man. Maar in Nederland zijn man en vrouw gelijk, dus als er al sprake zou zijn van bescherming tegen wellustige blikken, dan zouden het de mannen moeten zijn die er iets aan zouden moeten doen, aan die wellustige blik. Niet dat ik daar voorstander van ben, maar ik noem het om het gebruik in de context van de Nederlandse samenleving te zetten.

Overigens antwoordde Karima, gevraagd naar de reden voor het dragen van haar nikab, dat haar motief ‘spiritueel’ was. ‘Het is absoluut mijn eigen keuze.’ Op de vraag of ze weleens overwoog weg te gaan, omdat het in sommige andere delen van de wereld minder omstreden is om de nikab te dragen, antwoordde ze ontkennend. Want ze is Nederlands: ‘Ik ben geboren en getogen Nederlandse, ik kom hier vandaan. Het is een spirituele binding met mijn schepper die ik heb en waarvan ik gelukkig word. Ik wil gewoon meedoen en participeren.’ Hoe je kunt participeren als je je letterlijk met een muur van doek van de wereld afschermt is me niet duidelijk. Maar daarnaast kan ik de totale ontkenning van een lichaam of misschien wel een totale persoon die gedicteerd wordt door dergelijke kledingvoorschriften niet rijmen met de vrijheid van het individu en de gelijkheid van man en vrouw zoals we die in ons land kennen. We hebben er jaren voor gestreden en het is nog niet perfect geregeld, maar in ieder geval staat het in theorie elke man of vrouw vrij om zich in vrijheid te ontwikkelen. Het is wellicht niet hoe Karima het bedoelt, maar ik voel me persoonlijk beledigd door haar voorkomen. Ze kiest in alle vrijheid voor haar onvrijheid (of voor wat wij in Nederland zien als onvrijheid) en ziet dat zelf als haar vrijheid. En die vrijheid heeft ze, maar het maakt me tegelijkertijd razend en triest.

Terug naar de klas. Onze schoolreis naar Barcelona komt dichterbij, en we hadden een voorlichtingsbijeenkomst voor ouders en kinderen. Collega Antonio zou tekst en uitleg geven over alle do’s en don’ts tijdens de reis: alcoholverbod, het gezamenlijk ontbijt elke dag, alleen handbagage van tien kilo, en meer praktische zaken passeerden de revue. Een bezorgde ouder werd gerustgesteld. ‘Jongens en meisjes worden in gescheiden huisjes ondergebracht.’ Ouder opgelucht. ‘Verder nog vragen?’ Nee, alles was wel duidelijk. Of ja, toch nog een prangende vraag. Een leerling stak haar hand op. ‘Er is daar toch wel wifi, hè?’ De bevestiging werd met een zucht van verlichting ontvangen.

Ze mogen dan allemaal heel verschillend zijn, over één ding zijn mijn kinderen het eens: zonder wifi is het een stuk lastiger samenleven.

‘Storytelling is hip’

0
‘Het gaat om het vertellen van een verhaal en dat kan op heel veel verschillende manieren.’

Het vertellen van verhalen; in veel landen is het een traditie, maar hier in Nederland zijn te weinig mensen ermee bekend. De Kanttekening sprak erover met Farnoosh Farnia, één van de oprichters van The Mezrab Storytelling School.

Storytelling heeft verschillende disciplines. Het kan gaan om persoonlijke verhalen, mythes, maar ook optredens op een podium. Het is een kunstvorm, maar zo wordt het hier in Nederland volgens Farnia nog niet vaak gezien. ‘Nederland is goed in schrijven en moderne en abstracte kunst. Het zitten en aan elkaar verhalen vertellen, leeft hier nog niet zoals in andere landen. Verhalen vertellen wordt hier vaak gebruikt in een sociaal-maatschappelijke context om mensen iets te leren of kennis met iets te laten maken. Dat is heel anders dan in andere landen, waar storytelling wordt gebruikt om verhalen te vertellen over de cultuur, de geschiedenis en de tradities.’

Farnia is geboren in Iran, ze verhuisde op latere leeftijd naar Nederland. Elke avond vertelde haar vader voor het slapen gaan een verhaal. ‘Die gingen altijd over Ibrahim, dat was mijn onzichtbare broer. Hij maakte dezelfde dingen als ik mee, alleen maakte hij andere keuzes. Op die manier gaf mijn vader mij een andere kijk op de keuzes die ik maakte. In Nederland lezen kinderen een verhaaltje voor het slapen gaan. Maar mijn vader probeerde met verhalen een breder beeld te geven van wat er in de wereld speelde en zijn Iraanse roots door te geven.’

Om storytelling bekender te maken in Nederland richtten Farnia, Sahand Sahebdivani en Raphael Rodan in 2015 The Mezrab Storytelling School op, waar ze alle drie lesgeven. Farnia: ‘Je kan in Nederland naar een theaterschool, een dansacademie, enzovoorts, maar er was geen specifieke opleiding voor storytelling. Wij vinden storytelling een kunstvorm en als wij willen dat andere mensen dat ook zo zien, dan zullen we daarin moeten investeren en mensen moeten kunnen opleiden.’

De school is gevestigd in Pakhuis Wilhelmina in Amsterdam. Overdag wordt er les gegeven en ’s avonds zijn er storytelling-avonden met elke keer een ander thema. Dit kunnen persoonlijke verhalen zijn, maar ook mythes, volksverhalen, verhalen met een muzikant erbij of een danser die verhalen vertelt.  ‘We zoeken de verschillende disciplines op met storytelling en het is elke avond een verrassing voor de bezoeker wat er op de agenda staat’, aldus Farnia. ‘De avonden zijn een succes, elke keer komen er zo’n honderdvijftig mensen luisteren.’ Het succes heeft volgens Farnia onder meer te maken met de laagdrempeligheid en de huiselijke sfeer. Op de grond liggen overal kussens en tapijten. De moeder van Sahebdivani verkoopt eigen gemaakte soep en zijn vader staat achter de bar. Farnia: ‘Het is een warme plek waar je je snel op je gemak voelt. Herkenning speelt ook een belangrijke rol in het succes. Zo’n tachtig procent van onze bezoekers is niet van Nederlandse origine. Er komen veel expats, internationale studenten en vluchtelingen. Mensen die wel in Nederland wonen, maar nog zoekende zijn naar een gevoel van ‘thuis’, een plek waar ze zichzelf herkennen.’

In tegenstelling tot de storytelling-avonden die vooral bekend zijn onder de multiculturele groep, heeft The Mezrab Storytelling School een grote internationale naam. Ook in Nederland wordt het steeds bekender. ‘Dit jaar nemen wij voor het eerst het Amsterdams Storytelling Festival in november over. Storytelling is hip, steeds meer mensen horen er van en doen het.’ Dat heeft volgens Farnia te maken met twee dingen die momenteel populair zijn in Nederland: diversiteit, want storytelling is erg multicultureel, en het commerciële aspect. ‘Zo doen steeds meer bedrijven aan corporate storytelling. Denk aan journalisten, docenten, muzikanten, die zichzelf steeds vaker storyteller in plaats van artiest noemen, of mensen die vaak voor een publiek moeten spreken. Storytelling is heel breed en kan altijd gebruikt worden. Of je nu voor een zaal van vijfhonderd mensen staat of een heel persoonlijk verhaal één-op-één vertelt, of het nu in een sociaal maatschappelijke context gebruikt wordt of als een professionele voorstelling in het theater. Het gaat om het vertellen van een verhaal en dat kan op heel veel verschillende manieren. Het belangrijkste is om altijd te weten waarom je op het podium staat, wat je staat te vertellen, je publiek te zien en van daaruit te beslissen hoe je wat aan het vertellen bent.’ Volgens Farnia is dat heel anders dan een musical of een voorstelling zoals we dat in Nederland kennen. ‘Een musical is net als een film. Je kijkt er naar, maar je bent er geen deel van. Bij storytelling is de afstand met het publiek veel kleiner. Als schilder heb je je kwasten en doek als instrument en weet je niet wat je publiek van het resultaat gaat vinden. Als storyteller ben je zelf het instrument met je stem en je lichaam. Je ziet meteen wat jouw kunst met het publiek doet en daar kan je meteen op reageren.’

Om de techniek van storytelling onder de knie te krijgen, biedt The Mezrab Storytelling School verschillende opleidingen aan. Zo is er één keer per maand een introductiecursus waar iedereen aan mee kan doen. In drie dagen leer je de basis van storytelling. Na de weekendcursussen kan je ook nog ‘the next step-cursus’ volgen, waar je iets verder ingaat op de kennis van het opbouwen van een verhaal. Voor de echte liefhebbers is er om het jaar een professionele cursus van vijf maanden. Daarbij krijg je drie dagen per week les en werk je toe naar vier of vijf eindpresentaties. Dat is bijzonder, omdat er maar tien mensen mee mogen doen. ‘Als je klaar bent krijg je van ons een certificaat en ben je een professionele performer. Iedere leerling heeft een aantal korte voorstellingen voor ons gemaakt. Dat kan een houvast geven voor hun carrière. Ze kunnen die voorstellingen verkopen of verder uitbreiden.’ Daarnaast maakt The Mezrab Storytelling School deel uit van een aantal internationale storytelling-netwerken waar studenten gebruik van kunnen maken. ‘Onze leerlingen treden veel op bij festivals in onder andere Londen, Ierland, Litouwen, Polen, Griekenland, Israël, Zweden en Italië.’

Farnia ziet nog veel verbeterpunten voor storytelling in Nederland. ‘Je ziet dat steeds meer festivals of theaters iets met storytelling willen doen. De vraag groeit, maar er is nog geen kwaliteitsnorm. Er zou een onderverdeling moeten komen in wanneer storytelling een kunstvorm is of sociaal-maatschappelijk gebruikt wordt. Veel Nederlanders denken dat storytelling een functie moet hebben, maar je kan er ook van genieten. Dat is ook wat The Mezrab Storytelling School hoopt te bereiken. Wij hebben ons doel bereikt als we een opleiding hebben die net zoveel waard is als een andere performance-opleiding. Dat storytelling als kunstvorm wordt gezien en dat het vanzelfsprekend is dat een avondje uit ook een storytelling-voorstelling kan zijn.’

Aanpassingsdruk en culturele intolerantie

0

In mijn vorige column heb ik kritische kanttekeningen geplaatst bij de manier waarop bestuurders in toenemende mate inhoudelijke eisen stellen aan hun (islamitische) gesprekspartners. Daar valt nog meer over te zeggen. Onlangs was ik uitgenodigd bij de islamitische studentenvereniging ISA die een bijeenkomst hadden georganiseerd met als thema de vraag of islamitische overtuiging maatschappelijk succes in de weg staat.

De bijeenkomst vond plaats op de Vrije Universiteit in een zaal waar zeshonderd mensen in kunnen. De zaal zat vrijwel vol met islamitische studenten van verschillende universiteiten en heel verschillende opleidingen; van theoretische natuurkunde tot antropologie en alles daartussenin. De meeste aanwezigen waren vrouwen. Ook onder moslims is dit aspect van de integratie dus goed gelukt, want ook algemene landelijke cijfers laten zien dat het gemiddelde aantal vrouwelijke studenten iets hoger is.

Naast twee sprekers, onder wie ondergetekende, was er een panel van moslims uit verschillende geledingen van de maatschappij, allen met een academische opleiding. Je zou dus kunnen zeggen dat zowel het publiek als de panelleden in alle opzichten beschikten over de competenties en vaardigheden waar in de voortwoekerende discussie over integratie keer op keer wordt gehamerd. Zij voldoen aan de eisen voor integratie. Klaar dus om volwaardig in de samenleving te kunnen participeren, maar schijn bedriegt. Dat bleek overduidelijk uit de reacties van de aanwezigen. ‘Hoe moet ik nu uitleggen dat ik prima kan functioneren in de samenleving die ik als mijn samenleving beschouw, terwijl ik tegelijk als moslim leef?’

Juist deze categorie moslims, geïntegreerd, welbespraakt en hoogopgeleid, kan als geen ander de vinger op de zere plek leggen. Ik herinner mij heel lang geleden een jongeman uit Turkije die als zeventienjarige in het kader van de gezinshereniging net in Nederland was aangekomen. Hij was enorm positief en optimistisch over zijn toekomst, vond Nederland geweldig en Nederlanders behulpzaam. Geen verrassing als je bedenkt dat zijn enige contact met Nederlanders die aardige buurman was.

Een nieuwkomer die slecht of geen Nederlands spreekt, die weinig opleiding heeft en die de samenleving niet kent, kan zichzelf en anderen voorhouden dat er ‘nog een lange weg te gaan is’. Maar iemand die aan al die voorwaarden meer dan voldoet en die de samenleving door en door kent, ziet niet alleen haarscherp de steeds verder opschuivende barrières en eisen, maar is natuurlijk ook veel gevoeliger voor uitsluiting. Dat was de frustratie bij veel deelnemers aan de discussie.

Waar zit het probleem? We weten uit onderzoek dat burgerschap sinds de jaren negentig steeds meer een culturele invulling heeft gekregen. Ging het eerst om gelijke kansen op de woning- en arbeidsmarkt en in het onderwijs, in de loop van de jaren negentig verschoof de nadruk meer en meer naar het onderschrijven van ‘gedeelde waarden’ als definitie van goed burgerschap. Het betekende onder andere dat een goede maatschappelijke positie kennelijk niet zonder meer wordt beschouwd als voorwaarde voor gelijkwaardig burgerschap. Steeds uitdrukkelijker moeten jonge moslims die hier geboren en getogen zijn ‘bewijzen’ dat ze onderdeel zijn van de Nederlandse samenleving en, daar komt het, de ‘kernwaarden van onze samenleving’ onderschrijven. Dus vrij vertaald: alle ‘volwaardige burgers’ delen dezelfde ‘grondwaarden’ en iedereen die hier wil wonen moet die onderschrijven. Blijkt nu al dat bij de selectie van vluchtelingen uit Turkse kampen naar ‘waarden’ wordt gekeken. Een zeer zorgelijke ontwikkeling. En des te idioter als het gaat om mensen die hier zijn geboren en getogen. Idioot ook omdat er vanuit wordt gegaan dat het grootste deel van de bevolking in Nederland een bepaalde set van grondwaarden deelt. Het is niet alleen een onzinnige mythe dat er zoiets bestaat als ‘gedeelde waarden’ van een hele bevolking, het is ook nog beledigend. Ik deel geen enkele waarden met dat zooitje ongemanierde populisten in de Tweede kamer en ik wens niet met hen op één hoop geveegd te worden.

Terug naar de bijeenkomst. Ik heb daar uitgelegd waar volgens mij die enorme aanpassingsdruk in Nederland vandaan komt. Die hang naar conformisme, die obsessie met ‘gedeelde kernwaarden’, dat in de pas moeten lopen, dat moeten meedoen en jezelf niet afzonderen. Islamofobie komen we helaas in veel landen tegen, maar ik vraag me af of die aanpassingsdruk met islamofobie alleen verklaard kan worden. Er zit iets anders achter. Nederland had in de jaren tachtig het meest uitgesproken integratiebeleid van Europa, waarin een zekere ruimte was voor culturele diversiteit. Maar dat was niet de erkenning van culturele verschillen, maar een optimisme dat iedereen uiteindelijk zou opgaan in de samenleving, ook cultureel. Dat optimisme sloeg om in culturele intolerantie toen bleek dat niet iedereen hetzelfde dacht over goed burgerschap. Na al die jaren mogen in Nederland geboren en getogen moslims nog steeds niet meebepalen hoe de samenleving eruit ziet.

‘Multiculturalisme verrijkte de keuken, maar de kooklessen waren te duur’

1
‘Zonder de ijzeren wil om aan een gezamenlijk huis te bouwen, hoe moeilijk soms ook, en het vurige verlangen dat er iets goeds voor onze kinderen uit zal voortkomen, is een gedeelde toekomst zoek.’

‘Noem mij één voorbeeld van een multi-etnische of multiculturele samenleving, waar de oorspronkelijke bevolking nog woont (…) en waar een vreedzaam samenlevingsverband is. Ik ken hem niet.’ Deze uitspraak van minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken) afgelopen zomer sloeg in als een bom. Het gaf het debat over de multiculturele samenleving een nieuwe impuls en leidde tot talloze artikelen, opiniestukken, analyses, discussies en tweets. Aanleiding voor de Kanttekening om twintig Nederlanders uit onder meer de media, politiek en civil society te vragen: wat vind je van de multiculturele samenleving?

Sinan Can

Foto: Facebook. Sinan Can (1977) is onderzoeksjournalist en documentaire- en programmamaker voor BNN-VARA.

‘Diversiteit is een verrijking. Je wil toch niet dat iedereen hetzelfde is en er geen ruimte is voor verschil. Een samenleving met één type mens, dat is precies wat terroristische organisaties zoals IS willen. Natuurlijk brengt de multiculturele samenleving problemen met zich mee. Samen leven is een proces. De problemen moeten we serieus nemen, bespreken en samen proberen op te lossen. Kritiek mag nooit gesmoord worden. Maar de multiculturele samenleving compleet diskwalificeren, omdat er problemen zijn, al het slechte daaraan wijten en doen alsof het overal superslecht gaat, is een zwaktebod. Sommigen gebruiken de multiculturele samenleving als zondebok voor van alles en nog wat. ‘De multiculturele samenleving is compleet mislukt’, zegt men. Ik zeg: de mensheid is mislukt. Uiteraard heeft de mensheid ook veel goeds geproduceerd en teweeggebracht, maar feit is: sinds mensenheugenis slagen we er niet in vreedzaam samen te leven. Oorlogen, armoede, honger, milieuvervuiling, dierenleed, noem maar op. Maar ik blijf hoopvol.’

Marjolein Faber

Foto: PVV. Marjolein Faber (1960) is voorzitter van de PVV-fractie in de Eerste Kamer en de Provinciale Staten van Gelderland.

‘De multiculturele samenleving bestaat niet. Het is enkel een hersenspinsel van de politieke elite die de autochtone Nederlanders dwingt samen te leven met een uitdijende groep migranten van wie het overgrote deel een afkeer heeft van het Westen. Met als gevolg islamitische enclaves, waar autochtone Nederlanders niet welkom zijn. Zo mogen in de el-Tawheed-moskee enkel Marokkaanse politieagenten komen. Rutte III schroomt niet de deur open te zetten voor sharia-rechtbanken en polygamie. In het regeerakkoord leest men: ‘herijking ouderschap’, een kind kan dan zomaar één pappa en vier mamma’s krijgen, experimenten met buurtrechters en mediation in het civiele domein, het domein van de sharia. Samuel Huntington schreef dat multiculturalisme in essentie de vijand van de westerse beschaving is. Een nog grotere vijand is de politieke kliek die onze cultuur verkwanselt en ieder kritisch geluid smoort door de criticus weg te zetten als fascist of islamofoob. Dat terwijl het ooit multiculturele Midden-Oosten en grote delen van Afrika vervallen zijn tot de monocultuur van de islam.’

Bart Schut

Foto: Claudia Kamergorodski. Bart Schut (1970) is journalist voor het Nieuw Israëlietisch Weekblad.

‘Getrouwd met een niet-westerse immigrant en vader van een bicultureel kind, kan ik natuurlijk niet anders dan de multiculturele samenleving van harte toejuichen. Immigratie heeft ons veel moois gebracht, daarover bestaat geen twijfel. Maar helaas, met al dat moois zijn ook culturen en geloven meegelift die minder bij onze westerse progressief-liberale cultuur passen. Of erger: die onze seculiere democratie en rechtsstaat ronduit afwijzen. We zien het in de politiek waar islamitische partijen zoals Denk en Nida hun conservatieve, extreemrechtse denkbeelden salonfähig proberen te maken. Multiculturalisme betekent ruimte voor minderheden, dus ook voor Joden, vrouwen, de LHBT-gemeenschap, afvalligen en ongelovigen – allemaal groepen die onder veel immigranten uit bepaalde culturen niet bepaald populair zijn. Dus zeg ik: meer, meer, meer immigranten, maar kijk wel uit dat ze komen uit culturen die aansluiten op de onze. Die liggen vaak wat verder weg dan het Midden-Oosten en Afrika. Juist om onze open en tolerante maatschappij te beschermen moeten wij ervoor waken dat immigratie uit monoculturen onze multiculturele droom bedreigt.’

Marianne Zwagerman

Foto: Facebook. Marianne Zwagerman (1969) is schrijver, innovatiestrateeg, mediacriticus, columnist (BNR) en keynote speaker.

‘Ontheemd. We zijn allemaal ontheemd. Dat schreef ik drie jaar geleden in mijn column op BNR. We zijn als land op weg naar waar we nog niet waren. Terwijl onze natuur is om terug te willen naar hoe we denken dat het vroeger was. Het vroeger uit onze herinnering, toen alles beter was. Uiteindelijk komen we er wel aan, in dat nieuwe Nederland. Maar wie neemt de leiding? Wie metselt het fundament van de waarden die vaststaan, buiten alles waarin we mogen verschillen? Niemand tot nu toe. Alleen de schreeuwers en sussers kwamen aan het woord. Gelukkig heeft Jan Latten nu het voortouw genomen. Dat hij pas na zijn pensionering bij het CBS de vrijheid voelt om duidelijk stelling te nemen is een teken aan de wand. Ik hou me maar een beetje vast aan Klaas Dijkhoff die iedereen de vrijheid gunt die zijn dochter ook heeft. In dat Nederland wil ik wel wonen.’

Boris Dittrich

Foto: HRW. Boris Dittrich (1955) is schrijver, politicus en Directeur Pleitbezorging Seksuele Minderheden bij Human Rights Watch. Hij was politiek leider van D66 en is kandidaat voor de Eerste Kamerverkiezingen van 2019.

‘We leven in een multiculturele samenleving. Dat is de realiteit. Nederland heeft door de eeuwen heen groepen migranten aangetrokken, zoals Spaanse en Portugese joden en in de vorige eeuw Molukkers, Indonesiërs, Surinamers, Turken en Marokkanen. Van recentere datum zijn hier asielzoekers uit Afrikaanse landen naartoe gekomen of uit landen zoals Iran en Afghanistan. Ieder neemt de eigen geschiedenis, geloof, cultuur en taal mee. Nederland verandert daardoor, maar de migranten en hun kinderen ook. De joods-christelijke traditie, cultuur en religie zullen dominant blijven. Politici moeten voorwaarden scheppen zodat de migranten hun draai in Nederland kunnen vinden, terwijl de migranten daarvoor ook hun best zullen moeten doen. In een samenleving leef je samen. Politici zullen de gedeelde waarden tussen mensen moeten benadrukken, niet de verschillen. Op angst en onlustgevoelens spelen bouw je geen toekomst. Die toekomst ligt niet voor ons, maar in onszelf. In de multiculturele samenleving leef je samen.’

Sid Lukkassen

Foto: Facebook. Sid Lukkassen (1987) is schrijver en onderzoeker. Hij promoveerde aan de Radboud Universiteit op analyses van de communicatieve voorwaarden voor een functionele representatieve democratie.

‘De multiculturele samenleving is gefaald. Dat licht ik in mijn boeken Avondland en identiteit en Levenslust en doodsdrift uitgebreid toe. Zie de cultuurmarxistische woordkeuze ‘mensen van kleur’. Dat is politieke codetaal die een anti-westers blok smeedt, kennelijk behoort iedereen tot deze groep behalve blanken. Activisten dringen op dat wij het woord ‘wit’ moeten gebruiken in plaats van ‘blank’ – wie hun taalgebruik overneemt, onderschrijft impliciet hun politieke denkbeeld dat Nederland een diep racistisch land zou zijn. Brussel bewijst dat het multiculturalisme mislukt. Vlamingen, Walen, eurobubbel-expats en geïslamiseerde wijken: deze groepen staan met de rug naar elkaar. Niemand voelt zich verantwoordelijk voor gedeelde publieke ruimtes. Een cultuur is een hiërarchie van waarden: zodra multiculturalisme verdergaat dan triviale uitbreidingen van de menukaart, ontstaan serieuze conflicten. Italiaanse pizza en Japanse wok zijn leuk, maar zodra sharia-interpretatie de westerse rechtsstaat beconcurreert, is de pret uit. Het multiculturalisme verrijkte de keuken, maar de kooklessen waren te duur.’

Manuela Kalsky

Foto: Vrije Universiteit Amsterdam. Manuela Kalsky (1961) is bijzonder hoogleraar Religie en Samenleving aan de Vrije Universiteit Amsterdam, directeur van het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving en oprichter en bestuursvoorzitter van Stichting Nieuw Wij.

‘De multiculturele samenleving is een feit. Amsterdam, Rotterdam en ook Brussel zijn inmiddels superdiverse steden. Dat wil zeggen: geen enkele groep vormt nog een meerderheid in de stad. Andere Europese steden zullen volgen. Verbindend denken en handelen is nu erg belangrijk. Helaas gebeurt op dit moment precies het tegenovergestelde. Het wij-zij-denken floreert. Met als gevolg het verharden van standpunten en identiteitspolitiek. Nationalistische gevoelens worden aangewakkerd. In plaats van de al bestaande diversiteit te omarmen en voor iedereen een thuisgevoel te creëren, laten de verantwoordelijken in politiek en samenleving toe, dat onder de burgers angsten en verdeeldheid worden gezaaid. Dat vind ik gevaarlijk. Zonder de ijzeren wil om aan een gezamenlijk huis te bouwen, hoe moeilijk soms ook, en het vurige verlangen dat er iets goeds voor onze kinderen uit zal voortkomen, is een gedeelde toekomst zoek. Althans een vreedzame en plezierige. Daarvoor heb je namelijk wederkerige relaties nodig én compassie. ‘Verbind de verschillen met compassie’, is wat mij betreft het motto voor de komende jaren. Aan netwerken bouwen met gedeelde waarden omwille van het goede leven voor allen in ons mooie Nederland.’

Tanya Hoogwerf

Foto: Leefbaar Rotterdam. Tanya Hoogwerf (1975) is gemeenteraadslid namens Leefbaar Rotterdam.

‘Het nastreven van de multiculturele droom heeft integratie doen falen. Minister Blok werd verguisd, omdat hij zei dat de mens genetisch geneigd is naar groepsgenoten toe te trekken en moeilijk in staat is een binding aan te gaan met andere groepen, maar ironisch genoeg is juist dat hetgeen de overheid gedurende veertig jaar immigratie heeft gestimuleerd. Nooit werden harde voorwaarden gesteld aan het Nederlanderschap, zoals het omarmen van onze normen en waarden en het volwaardig meedoen in de maatschappij. Pas je vooral niet aan, maar trek je terug in je eigen zuiltje. Racism of lower expectations pur sang. Dat veel migranten toch zijn geïntegreerd en goed functioneren, is vaak meer ondanks dan dankzij de overheid. Het minimaal stellen van eisen om onze manier van leven, openheid, vrijheid van individuen en tolerantie te beschermen is noodzakelijk. Deze zaken zijn niet onderhandelbaar en intolerante elementen die daar een bedreiging voor vormen, zoals salafisme, moeten bestreden worden. Als je tolerant bent voor intolerantie, dan zet je de vrijheid, die Nederland zo bijzonder maakt, op het spel.’

Lucas Hartong

Foto: Leila Paul. Lucas Hartong (1963) is theoloog en voormalig Europarlementariër (PVV).

‘Wat vind je van de multiculturele samenleving? Het feit dat die vraag vandaag de dag gesteld moet worden is tekenend. Ik geloof in de samenleving. Samen leven, heden en toekomst beschaafd houden. Alle in Nederland verblijvende burgers vormen die samenleving. Zolang eenieder zijn of haar constructieve bijdrage levert aan onze gemeenschappelijke samenleving en zich daarbij aan de wet houdt, zal het mij worst zijn welke culturele achtergrond je hebt. Zodra de wet en ethiek alsmede normen en waarden van onze samenleving geschonden worden heb je echter een felle tegenstander aan mij. Een moslim die weigert vrouwen gelijkwaardig te behandelen is mijns inziens schadelijk voor de samenleving evenals een imam die in de moskee oproept tot minachting van de wet en democratische waarden. Ik sta voor een Nederland, dat best alle kleuren van de regenboog mag hebben, maar over deze basiszaken dienen we het allemaal eens te zijn.’

Kirsten van den Hul

Foto: PvdA. Kirsten van den Hul (1976) is Tweede Kamerlid namens de PvdA.

‘Wij wonen middenin Den Haag. Ik heb Poolse, Marokkaanse, Thaise, Engelse en Indonesische buren en een Egyptische man. De multiculturele samenleving is mijn dagelijks leven. Ik geniet van de verschillende smaken, geuren, klanken en talen. En niet te vergeten de diversiteit aan perspectieven. Ik ben opgegroeid in een klein dorpje in Overijssel, waar de meeste mensen eruit zagen als ik. Daar spaarde ik wereldbollen en droomde van verre reizen. Als twintiger heb ik een tijd in Tunesië gewoond. Ik heb er ongelofelijk veel geleerd: hoe moeilijk het is om als nieuwkomer je weg te vinden, hoe belangrijk het is om de taal te spreken, om vrienden te maken, maar ook hoe fijn het is om aan bepaalde gebruiken van thuis vast te houden als je ergens ‘import’ bent. De multiculturele samenleving is voor sommigen een probleem, maar voor mij een gegeven én een cadeau. Zolang we maar nieuwsgierig blijven naar elkaar.’

Zeki Arslan

Foto: Facebook. Zeki Arslan (1960) is onderwijskundige en zelfstandig integratie-expert. Hij was programmamanager bij instituut Forum en voorzitter van Samenwerkende Turkse Organisaties.

‘Nederland is een meertalige multireligieuze en multi-etnische rechtsstaat. Voor het verdriet van de tegenstanders van de multiculturele samenleving en voor degenen die alleen gebruik maken van de voordelen en moeite hebben met de rest, is helaas nog geen medicijn gevonden. Deze burgers moeten we niet helemaal in de kou laten staan, het zijn immers onze landgenoten. We kunnen luisteren naar wat hun zo dwars zit en waar ze zo bang voor zijn. Angst een slechte raadgever. De multiculturele samenleving is nu eenmaal een feit, je kunt het niet ontkennen en je kunt er niet aan ontkomen. Het vraagt om een beetje gezond verstand en empathie om elkaar wat te gunnen en ruimte te geven. Het is belangrijk om te zoeken naar verbinding in plaats van elkaar te vermijden. Elk individu kan daaraan bijdragen. En de overheid en civil society moeten met inspirerende oplossingen en verhalen komen die vertrouwen tussen groepen kweken. Politici die de toegenomen diversiteit misbruiken zijn onverantwoord bezig.’

Gert Jan Geling

Foto: Facebook. Gert Jan Geling (1987) is schrijver, voorzitter van de thema-afdeling Samenleving, Migratie en Asiel van D66, docent Integrale Veiligheidskunde (Haagse Hogeschool), promovendus (Universiteit Leiden) en kernlid van denktank Liberales.

‘Is Nederland wel een multiculturele samenleving? We zijn een etnisch erg diverse samenleving, vooral in de grote steden dan, maar de dominante cultuur, die van onder meer de instituties, politiek, media, culturele sector en het bedrijfsleven en onderwijs, is de Nederlandse cultuur. Daarom geef ik de voorkeur aan de term ‘multi-etnische’ samenleving. Ik zou niet vrolijk worden van een ‘terugkeer’ naar een ‘mono-etnische’ samenleving. Ik waardeer de voordelen die diversiteit ons te bieden heeft, bijvoorbeeld als het gaat om muziek, eten en creativiteit. Tegelijkertijd kunnen we er niet omheen dat voortschrijdende migratie en toenemende diversiteit leiden tot groeiende sociale spanningen en nieuwe uitdagingen. Er moet ruimte zijn om ook de nadelige kanten van onze multi-etnische samenleving op open en inhoudelijke wijze te bespreken, zonder dat we daarbij direct in een kramp schieten en de andere partij direct het licht in de ogen niet meer gunnen.’

Brenda Stoter Boscolo

Foto: Twitter. Brenda Stoter Boscolo (1984) is freelance journalist.

‘Bij de woorden ‘multiculturele samenleving’ denk ik automatisch aan mijn jeugd in de jaren tachtig en negentig. Als kind van Italiaans-Grieks-Nederlandse ouders groeide ik op in een multiculturele arbeiderswijk in Rotterdam-Zuid. De ouders van mijn vriendinnetjes kwamen uit Marokko, Turkije en Suriname. Iedere week Turks eten bij mijn vriendin, Surinaamse nummers playbacken op school, cadeautjes uit Marokko. Mijn leuke herinneringen aan vroeger worden gekenmerkt door diversiteit. En nog steeds, want tot op de dag van vandaag is mijn vriendengroep zeer divers. Dat betekent niet dat een diverse samenleving alleen maar pais en vree is. Problemen zoals radicalisering, racisme en polarisatie bestaan. Het zijn thema’s die me niet alleen bezighouden als journalist, maar ook als burger. Thema’s die bovendien een veel beter debat verdienen dan dat ze nu krijgen. Want wat ik mis, is het middengeluid. De multiculturele samenleving is niet idyllisch, noch is het een verdoemd zootje. Naast de mooie zijn er ook negatieve kanten, precies zoals in elke samenleving. Maar om het te bestempelen als mislukt of niet vreedzaam? Ik hoef alleen maar naar mijn eigen familie en vriendenkring te kijken om te zien dat dat onzin is.’

Kiza Magendane

Foto: Twitter. Kiza Magendane (1992) is schrijver, columnist (NRC, One World en de Kanttekening) en beleidsondernemer.

‘De multiculturele samenleving is een omstreden begrip, omdat culturen arbitraire constructies zijn. Mensen worden geboren in een bepaald gezin, in een omgeving waarin mensen bepaalde normen en waarden delen en die onder meer via onderwijs doorgeven. Ik merk dat sommige culturele hokjes in Nederland heilig worden verklaard en individuen tot deze hokjes worden gereduceerd. Iemand wordt bijvoorbeeld gezien als jood, moslim, zwart of Marokkaan. Terwijl deze hokjes vaak niets zeggen, omdat een persoon veel meer is dan arbitraire hokjes. In een wereld die snel verandert, hebben we niets aan deze hokjes. We moeten wennen aan het idee dat ‘multiculturele samenleving’ een mythe is, omdat culturen arbitraire constructies zijn die door de tijd heen veranderen.’

Jan Roos

Foto: Twitter. Jan Roos (1977) is columnist van de Dagelijkse Standaard. Hij werkte eerder onder meer voor BNR en GeenStijl. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 was hij lijsttrekker van VoorNederland.

‘De multiculturele samenleving bestaat niet, omdat die mislukt is. Wat er overblijft is de multiculturalistische samenleving. Dat staat voor een land waar meerdere culturen naast elkaar leven, dus niet samen. En ook die samenleving begint steeds meer problemen te ondervinden, want zelf naast elkaar leven wordt steeds moeilijker. We kunnen dus stellen dat Nederland een levensgroot probleem heeft. De autochtone bevolking voelt zich daardoor als een proefkonijn van een mislukte proef in eigen land. De allochtonen hebben bijzonder weinig voeling met het land waarin zij leven en wijzen de Nederlandse cultuur steeds verder af. Gevolg is dat iedereen zich steeds meer terugtrekt in de eigen leefwereld. Uiteindelijk zal het uitlopen op een enorme clash. Laten we hopen dat dat geweldloos gaat gebeuren.’

Jamila Achahchah

Foto: YouTube. Jamila Achahchah (1979) is verbonden aan Kennisplatform Integratie & Samenleving als projectleider gespecialiseerd in vrouwenemancipatie, opvoeding, mantelzorg en empowerment.

‘Als ik kijk in mijn directe omgeving en naar ontwikkelingen nu in Nederland, vergeleken met twintig jaar geleden, dan ben ik tevreden over de huidige multiculturele samenleving. Zo is het aantal jongeren met een migratieachtergrond in het hoger onderwijs flink gestegen. Net als het aantal burgers met een migratieachtergrond dat belangrijke publieke functies inneemt. Maar ik plaats ook een kanttekening. Er gebeuren veel dingen die het samenleven ingewikkeld maken. We staan als samenleving nog voor een aantal uitdagingen. Ieder van ons wil zichzelf kunnen zijn als volwaardig lid van de samenleving en zich in de eigen identiteit erkend en gerespecteerd voelen. We hebben een publiek discours over de multiculturele samenleving nodig die verbindend werkt. We moeten meer oog hebben voor de concrete problemen waar zowel mensen met een migratieachtergrond als autochtone Nederlanders mee kampen, zoals discriminatie op arbeidsmarkt. De samenleving kan weerbaarder zijn en beter tegen een stootje kunnen door inclusie, contact en samenwerking.’

Ehsan Jami

Foto: Facebook. Ehsan Jami (1985) is oprichter van het Centraal Comité voor Ex-Moslims en promovendus aan de Universiteit Leiden.

‘Wanneer ik een voorstelling moet maken van hoe een multiculturele samenleving eruitziet, dan denk ik aan lekker eten uit verschillende landen, schitterende muziek uit alle windstreken van de aarde en dat mensen in een land daadwerkelijk met elkaar samenleven. Maar de realiteit is dat in Nederland geen multiculturele samenleving bestaat. Er is sterke segregatie, in wijken, vrienden, liefde, religie en de politiek. De integratie van de arbeidsmigranten en nieuwkomers is mislukt en de derde en vierde generatie Turkse en Marokkaanse Nederlanders dreigen de verloren generaties te worden. Generaties die de rug hebben gekeerd naar de Nederlandse samenleving. Generaties die heel goed weten wat hun rechten zijn in Nederland, maar weinig weten over hun plichten. Generaties die bezig zijn om zich steeds meer en meer sociaal-maatschappelijk te isoleren door zich te vereenzelvigen met een religie. Wat ik constateer is dat we geen multiculturele samenleving hebben, maar een multi-etnische samenleving.’

Kevin Roberson

Foto: YouTube. Kevin Roberson (1984) is mediaconsultant en videojournalist (AV Medea en The Roberson Report).

‘Wij kunnen een voorbeeld zijn van een succesvolle multiculturele samenleving, die is ontstaan door internationale handel, kolonialisme en slavernij. De Afro-gemeenschap is al heel lang aanwezig in Nederland. Zo zijn er bijvoorbeeld witte Nederlanders die afstammen van de tot slaaf gemaakte Cupido en Sideron, die door de WIC als ‘geschenk’ aan Willem V zijn gegeven. In plaats van dat wij dat omarmen en het onderdeel maken van het collectief geheugen, blijft het grotendeels verborgen in archieven. Niet-witte Nederlanders worden weggezet als ‘buitenlanders’. Niet alleen door PVV of FvD, maar ook door mensen die zeggen progressief te zijn. Zo noemt een minister een land dat wij hebben gekoloniseerd een failed state. Of een burgemeester die als westerse feminist moskeeën wil sluiten, maar zwijgt over de negenendertig bisschoppen en kardinalen die wisten van seksueel misbruik binnen de Katholieke Kerk. In plaats van dat er door witte Nederlanders toenadering wordt gezocht tot niet-witte Nederlanders via dialoog, empathie en begrip, creëren dit soort ‘progressieve leiders’ een kloof.’

Nina Jurna

Foto: Facebook. Nina Jurna (1969) is NRC-correspondent in Latijns-Amerika (eerder RTL Nieuws en Het Parool) met Rio de Janeiro als standplaats.

‘Achttien jaar geleden vertrok ik uit Nederland, het land waar ik geboren ben en opgroeide. Sindsdien woon ik in Latijns-Amerika, een multicultureel continent bij uitstek. In Suriname, waar ik de eerste tien jaren na mijn vertrek woonde en werkte als journalist, ontdekte ik de multireligieuze samenleving. Aanhangers van de grote wereldgodsdiensten wonen er naast elkaar. De moskee en de synagoge staan naast elkaar en hindoeïstische, islamitische en christelijke feestdagen zijn nationale feestdagen. In 2011 verhuisde ik naar Brazilië, een echt migratieland. Naast de oorspronkelijke bevolking en de nazaten van tot slaaf gemaakten wonen hier afstammelingen van onder anderen Europeanen, Arabieren, Japanners, Joden en miljoenen gemengde bewoners. Maar vraag een willekeurige Braziliaan ‘wat ben je?’ en hij of zij zal antwoorden ‘ik ben een Braziliaan’. Je bent Braziliaan, wat je kleur of afkomst ook is. Ondanks al zijn tekortkomingen kan Brazilië een voorbeeld zijn voor Nederland, dat nog steeds worstelt met de multiculturele samenleving. Uiteindelijk zijn migratielanden toch de toekomst geloof ik, ik voel me er in elk geval thuis in.’

Zouhair Saddiki

Foto: Twitter. Zouhair Saddiki (1987) is docent Bedrijfseconomie (Hogeschool Rotterdam) en gemeenteraadslid (D66) in Gouda.

‘Is er überhaupt wel sprake van een multiculturele samenleving in Nederland? Er lijken verschillende definities te bestaan van de multiculturele samenleving, waar met name twee aspecten naar voren komen, ‘verschillende culturen en groepen’ en ‘respectvol samenleven’. Leven we respectvol samen? Ik merk dat tegenwoordig een deel van de mensen in de eigen schulp kruipt, waardoor wederzijds onbegrip ontstaat. Volgens mij zijn dat trekken van een individuele samenleving. Er is eerder sprake van een plurale individuele samenleving, waarin een zekere verbondenheid is tussen mensen, alleen wordt deze samenleving niet sterk gekenmerkt door gedeelde normen en waarden. We moeten daar bewust van zijn en toewerken naar een pluriforme samenleving met diverse culturen en gedeelde normen en waarden.’

Lopen naar Santiago

1
‘Iedereen heeft thuis, los van elkaar, besloten naar Santiago te lopen. Op de route ontmoeten ze elkaar, dat schept een band.’ Onze correspondent Sara-May Leeflang doet verslag vanuit Santiago de Compostela.

Vele wegen leiden niet alleen naar Rome, maar ook naar Santiago de Compostela in Noordwest-Spanje. Vanuit de omliggende landen wandelen al vanaf de negende eeuw pelgrims naar het graf van de apostel Jacobus. Hoewel het aantal christenen daalt is de Camino naar het kathedraal populairder dan ooit. Sinds de laatste tien tot vijftien jaar heeft het eeuwenoude heilige wandelpad enorm aan populariteit gewonnen. Reeds verschenen bekende boeken en films zoals The way (2010) met Charlie Sheen heeft het grote publiek sinds tientallen jaren naar Santiago getrokken. Al was het pad eeuwen geleden ook al populair. De pelgrim van de middeleeuwen ging naar Jeruzalem of Rome, maar daarna was de weg naar Santiago de Compostela aan de beurt.

Het pelgrimspad naar Santiago ontstond in de negende eeuw toen duidelijk werd dat Jacobus, één van Jezus apostelen hier begraven lag. Gedacht wordt dat Jacobus rond 44 na Christus is onthoofd door koning Herodes in Jeruzalem. Het verhaal gaat dat zijn volgelingen stiekem zijn lichaam naar Spanje hebben verscheept om hem daar te begraven. Toen dit feit in de toenmalige wereld bekend werd kwam de pelgrimage op gang rond de twaalfde eeuw en is één van de drukst bewandelde paden geworden.

Toen de populariteit steeg werden er in de middeleeuwen maatregelen genomen om op veel fronten de pelgrim te ondersteunen. Zo werd er een heilige orde opgezet om de pelgrims te beschermen. Want er waren genoeg struikrovers en bandieten die het op de arme eenzame pelgrim gemunt hadden. Beroemde bruggen werden aangelegd zoals de bekende brug in Puente La Reina door de koningin Muniadona om het de pelgrim gemakkelijk te maken. Kleine Spaanse steden verschenen langs de route om het publiek te voorzien in alles wat nodig was. Maar ook vele ziekenhuizen werden in de twaalfde eeuw uit de grond gestampt omdat ziekten en verzwakking veel voorkwamen. Sommige pelgrims moesten het zelfs met de dood bekopen. De plek Santo Domingo de la Calzada is bijvoorbeeld gesticht door de heilige Domingo die als pelgrim zijn leven in dienst stelde van zijn zielsgenoten door het bouwen van een ziekenhuis. De pelgrim leefde voornamelijk op wijn en brood. De motieven van de middeleeuwse pelgrim waren van verschillende aard. De één deed het uit vroomheid, de ander voor het avontuur en sommigen veinsde vroomheid om zo te ontsnappen aan het saaie dagelijkse leven. Anderen werden ook veroordeeld door zowel kerkelijk als wereldlijke rechtbanken om als boetedoening deze route te lopen.

Je bent een pelgrim op het moment dat je je eigen deur uitstapt met als enige bedoeling de kathedraal in Santiago te bezoeken. Maar de vele wegen in heel Europa komen uiteindelijk samen in een aantal hoofdaders waarvan de bekendste de zogeheten ‘Franse route’ is, de Camino des Frances. In de twaalfde eeuw schreef de avonturier Picaud een gids met alle voornaamste routes. De Franse route werd de populairste. Deze begint in het zuidelijke plaatsje in Frankrijk Saint Jean Pied du Port en loopt over de groene Pyreneeën naar Pamplona, door de wijnvelden van Rioja, door de droge uitgestrekte velden van de Meseta, door grote stedelijke knooppunten als Burgos en Leon en eindigt 791 kilometer verderop in Santiago. Degene die nog tijd over heeft plakt er nog drie dagen naar Finisterre achteraan. Wat ook wel ‘het einde van de wereld’ wordt genoemd. Hier geldt de traditie om de kleren die men tijdens de pelgrimage aan heeft gehad te verbranden. Op de klif van Finisterre kan de pelgrim de tocht nog eens overpeinzen.

De moderne pelgrim heeft het heel wat makkelijker dan zijn middeleeuwse voorganger. Zo zijn er driegangenmaaltijden voor tien euro. Wie niet in een herberg wil slapen en het kan betalen, boekt een comfortabel hotel voor onderweg. Ook kan gewoon de rugzak naar de bestemming worden gestuurd, zodat het dragen van zware spullen niet eens meer hoeft. De moderne pelgrim heeft zijn kleren, schoenen en attributen zorgvuldig uitgekozen om voor niet al teveel onaangename verrassingen te komen staan. Toch zijn blaren, broze knieën en pijnlijke schouders niet te voorkomen onderweg.

Jack (56) uit de Verenigde Staten kreeg na de eerste dag een grote blaar aan de onderkant van zijn voet. ‘Mijn voeten zijn mijn zwakke punt, dus ik heb een blaarkit mee.’ Na acht dagen is zijn blaar zo goed als genezen. Met precisie legt hij uit hoe dat gebeurd is. Alsof het een speciale tak van chirurgie is. Vele pelgrims kampen met lichamelijk ongemak. Je ziet menig pelgrim onderweg mank lopen.

Daarom adviseert John (62), oud-pelgrim uit de Verenigde Staten en vrijwilliger bij het pelgrim informatiepunt, alle pelgrims om het wandelen rustig op te bouwen. ‘Mensen willen veel te snel lopen, doen meer dan ze aankunnen en dit eindigt soms in zware blessures. Soms zo erg dat ze de tocht moeten staken. Dus adviseer ik: doe het rustig aan in het begin. Vooral omdat de eerste etappe van Saint Jean Pied du Port heftig begint. De pilgrims moeten de eerste dag twaalfhonderd meter klimmen.’

Wat drijft de moderne pelgrim toch tot deze beproevingen? Ravi (29) uit Ierland is dierenarts. Zij heeft haar vorige baan opgegeven, omdat ze de druk niet meer aankon. ‘Het werk is zwaar en emotioneel. Ik wist niet of ik dit beroep nog wel kon beoefenen. Ik wil een break uit de realiteit en even iets anders doen. Gewoon lopen, verstand op nul en gaan.’ Ravi 1,80 loopt met grote snelle passen vooruit. Het gaat haar niet om een spiritueel doel. ‘Ik wil gewoon lopen dat is alles. In november begin ik met mijn nieuwe baan, weer als dierenarts. Ik hoop dat deze pauze mij weer genoeg kracht geeft in het beroep.’

Volgens Trevor (32) IT’er uit Taiwan lopen veel mensen de Camino omdat ze gewoon een break willen. ‘Mensen moeten belangrijke keuzes maken in hun leven en willen er gewoon even uit. Ik denk dat dit de voornaamste reden is. Trevor wilt naar eigen zeggen gewoon lol hebben. Het leek me leuk om te doen. Al is ook zijn zus twee maanden geleden aan longkanker overleden. En langzaam komen er meer diepgaande gedachten uit zijn mond. ‘Na haar dood kwam ze me opzoeken. Ik voelde dat ze in mijn kamer stond. Mensen beschikken over een zesde zintuig. Ik zwaaide niet, omdat ze dan weet dat ze kan loslaten. Deze aardse wereld kan verlaten.’

Pelgrims zijn er in alle soorten en maten. Zuid-Koreanen en Australiërs lijken deze maand oververtegenwoordigd. Soms komen ze in grote groepen voorbij. Er zijn wel degelijk ook nog pelgrims die deze tocht lopen om hun band met God te verduidelijken. Ottmar (52) uit Zwitserland is theoloog en loopt de Camino voor de tweede keer. Het eerste deel heeft hij van het middenstuk Pamplona tot aan de kust Finisterre gelopen. Nu loopt hij het eerste deel van Frankrijk tot Pamplona. Hij is christen en gelooft in God. Zelf is hij ook in een geloofscrisis terechtgekomen. ‘God is niet altijd bij je. Hij is er niet altijd wanneer je dat wil. Soms lijkt hij er helemaal niet te zijn. En dan wordt geloof belangrijk. Ik heb moeten leren, dat God er op die momenten nog steeds is. Ook al voel je hem op dat moment niet.’

Volgens Ottmar lopen veel mensen de Camino omdat ze op zoek zijn naar antwoorden. Volgens hem wordt de tocht meestal na twee weken religieus van aard. ‘Na twee weken gebeurt er wat met je. Komt er ruimte voor innerlijke verstilling en ontdekken mensen dat ze deel uitmaken van een groter plan. Want dat is wat iedereen wil. Het leven an sich lijkt soms erg zinloos, dus zijn mensen op zoek naar meer. Een diepere dimensie die verder gaat dan het eigen dagelijkse leven. Waardoor mensen zich nietig voelen.’

Ook de Zweedse ingenieur Kristoffer (50) kan daarover meepraten. Hij is ook christen maar is al paar keer van richting veranderd. ‘Ik ben nog op zoek naar een vorm van het geloof die bij me past. Ik weet het soms allemaal even niet. Ik ben op zoek naar meer. Iets dat groter is dan mijzelf. Ik ben gestopt met mijn baan, ik kan daar zo terugkomen. Maar ik heb zoveel stress ervaren dat ik een pauze nodig heb om uit te vinden wat ik wil. Ik wil tijdens deze tocht niet bewust zoeken naar een antwoord. Ik geloof ergens dat er een moment komt wanneer er duidelijkheid komt in wat ik wil en welke richting ik in zal slaan.’

Ad (65), een gepensioneerde uit Amersfoort, gaat voor het eerst alleen op reis en loopt dan ook nog eens de Camino. ‘Ik kom uit een calvinistisch nest. Voor het eerst ben ik nieuwsgierig naar de katholieke kathedralen en de verhalen die zij vertellen. Dat is allemaal nieuw voor mij. Ik heb me daar altijd tegen afgezet.’ Maar het gaat Ad niet alleen om religie. Het is vooral een tocht om zichzelf tegen te komen. ‘Ik ben nooit alleen op reis geweest. Gewoon omdat het er nooit van is gekomen.’ Het is voor Ad een uitdaging om te weten te komen waar zijn grenzen liggen en hoe hij problemen zal gaan oplossen, omdat hij naar eigen zeggen nogal chaotisch kan zijn.

Heinrich en An uit Beieren lopen de tocht juist uit dankbaarheid. Ze zijn vanaf thuis begonnen vanuit een dorpje honderd kilometer vanaf München. ‘Wij zijn dankbaar voor ons leven. We hebben vier mooie kinderen groot gebracht. We zijn niet arm. We zijn niet rijk. We zijn nu nog in goede gezondheid om de Camino te lopen.’ Alleen is het voor Heinrich en An niet altijd makkelijk. Ze spreken alleen maar Duits. De Franse Veronique (64) die vier talen spreekt loopt daarom al twee weken met hen mee. ‘Dit is mijn Camino geworden, om deze twee prachtige mensen te helpen.’ Veronique stopt in Saint Jean Pied du Port, dus daarna moeten ze het weer zelf doen.

Ook Jean (66), gepensioneerde uit België, loopt de tocht uit dankbaarheid. ‘Dertig jaar geleden werd er bij mij kanker geconstateerd. Ik wist niet of ik het zou overleven en had destijds twee kleine kinderen. Ik bad elke dag dat ik nog een paar jaar extra mocht blijven leven. Inmiddels ben ik 66 en zijn mijn kinderen volwassen. Ze hebben een leven met een vader gehad. Als ik nu morgen dood zou neer vallen, dan heb ik in ieder geval mijn taak volbracht. Al wil ik nog wel jaren mee.’ Volgens Jean is de Camino eigenlijk de echte manier van leven. ‘Wat ons allemaal wordt aangeleerd in de westerse maatschappij, twaalf uur per dag werken, een pensioen opbouwen. Het is allemaal eigenlijk onzin. In het ritme van de natuur leven, dat is wat het leven is. Met mensen over het leven praten zonder vermommingen.’

De redenen van de pelgrims zijn divers. Vele eind dertigers en veertigers lopen het pad omdat ze niet tevreden zijn met hun baan en iets anders willen. Liam (42) uit Ierland is timmerman, Hij vindt dit geen leuke wereld. ‘De meeste collega’s zijn echt van die alfamannetjes. Ik voel me daar niet in thuis.’ Daarbij komt dat Liam ruim tweeëntwintig jaar verslaafd was aan marijuana. ‘Ik ben nu negen maanden clean. En langzaam vallen de puzzelstukjes op hun plek. Ik ontdek nu pas eigenlijk echt de dingen waar ik echt gelukkig van wordt. In plaats van wat anderen van mij verlangen.’ Wat Liam vooral mooi vindt is dat men op de Camino eerlijk communiceert over elkaars kwetsbaarheden. ‘Er komt altijd wel de vraag: waarom loop jij de Camino? Mensen zijn hier naakter, opener, dat voelt heel prettig.’

Pelgrims lopen alleen, met familie, met vrienden of er ontstaan nieuwe groepjes onderweg. Toch zijn er velen die alleen willen lopen. Zoals de militair George (31) uit Litouwen. ‘Dan heb ik de tijd voor mezelf. Als ik elke avond op een bestemming aankom vind ik het leuk om met mensen te praten en te socializen.’ Jack geeft hem gelijk. ‘Ik heb thuis een vrouw, met vier kinderen en vijf kleinkinderen. Ik heb nooit rust. Er zijn altijd wel mensen om me heen. En deze tocht is ideaal om de stilte te ontdekken.’

Maar omdat het zo druk is onderweg ontstaat er een wedstrijd wie het eerste bij de goedkope herbergen aankomt waar je niet kan reserveren. Kyle (66), geboren in Canada, zal niet voor een tweede keer de Camino lopen. ‘Het is zo druk dat ik me eraan erger. Ik woon nu in Australië en daar kan je dagen door het bos lopen zonder dat je iemand tegenkomt. Ook loop je hier op stukken weg. Het is dat ik ben begonnen, maar ik zou het niet nog een keer doen.’

Toch lijkt de binding met de andere pelgrims voor velen een belangrijk nevendoel te zijn. Mari (39) uit Mexico voelde zich terneergeslagen omdat ze met haar baan gestopt was in personeelszaken. Totdat ze hier allemaal andere mensen ontmoette die met hun baan waren gestopt. ‘Opeens was het niet meer raar en erg.’

Michael (28), afgestudeerd in filosofie, ziet dat iedereen een persoonlijk doel heeft; iets wil veranderen in zijn of haar leven. Maar omdat de pelgrims samenkomen, en er een zekere verhouding ontstaat is er ook een collectief doel. ‘Dat collectieve doel overstijgt het persoonlijke doel. Iedereen heeft thuis, los van elkaar, besloten naar Santiago te lopen. Op de route ontmoeten ze elkaar, dat schept een band.’ Volgens Michael kan je de Camino ook zien als een zomerkamp voor ouderen. ‘Velen zijn een paar weken vrij en lopen dan een stukje en er zijn zoveel mensen die talloze keren hebben gelopen. Het pad is voor oudere mensen een prachtige tijdsbesteding. Je zit in de natuur, je bent sportief bezig, ontmoet mooie mensen en deelt elkaars verhaal.’

Het op zoek zijn naar een verandering in het leven. Op zoek zijn naar iets anders lijkt toch wel de voornaamste reden van de moderne pelgrim. Wat dat anders is: een ander pad in het leven inslaan, of een diepere dimensie voelen, of aanhaken bij een groter plan. Dat laat zich hopelijk als visioen aan de pelgrim verschijnen in de warme uitgestrekte droogte van de Meseta. Of wanneer hij bij de hoge kliffen van kaap Finisterre staat en uitkijkt over de Atlantische oceaan. In de verte ligt daar dan misschien wel een warme toekomst op hem te wachten.

Op zoek naar het spirituele geheim van East Grinstead

0
Het Britse dorp East Grinstead is een walhalla voor religieuze genootschappen. ‘Vroeger waren we het dorp dat niet staarde en nu zijn we het dorp dat niet oordeelt. Het is een plek van liefde met verschillende religies en culturen.’ Onze correspondent Freek de Swart doet verslag vanuit East Grinstead.

Wie er als verdwaalde toerist doorheen rijdt zal op het eerste gezicht niets opmerkelijks zien. Van de buitenkant lijkt East Grinstead op elk willekeurig ander dorp in West Sussex. Er zijn pubs met excentrieke namen, een hoop spookrijders en winkelstraatjes die het prima zouden doen in een kostuumdrama. Toch is de gemeente met zo’n vierentwintigduizend inwoners in Engeland beroemd als een walhalla voor religieuze genootschappen. Niet alleen de bekende abrahamitische religies, maar ook volksstammen paganisten, druïden en magiërs zouden zich in de loop der tijd en masse gevestigd hebben in het dorp. Daarnaast blijkt de plek eveneens een thuishaven voor een hoop geheimzinnige esoterische groeperingen zoals Opus Dei en de Rozen-kruisers. De meest controversiële daarvan is zonder twijfel Scientology. Zij bezitten in deze gemeente het reusachtige landgoed Saint Hill gelegen in een beschermd natuurgebied.

Grote vraag blijft natuurlijk waar al deze spirituele belangstelling in East Grinstead vandaan komt. Een rondgang door het centrum levert een gemengd beeld op. Bij de ingang van de Moat Church is Sapphire Brooker net klaar met het leiden van een hulpgroep. Zelf is ze overigens geen christen, maar een paganist. ‘Voor mij betekent paganisme het aarden met je roots. Het is wat hippie-achtig, maar we doen niet aan toverspreuken, dat zijn wicca’s.’ Volgens Brooker is haar dorp vooral een mekka voor religies vanwege de leylijnen. Als paganist ondervindt ze zelf dagelijks aan den lijve de kracht van deze energiebanen die door East Grinstead lopen. Een andere verklaring is volgens haar de aanwezigheid van het Queen Victoria Hospital. Dit ziekenhuis was tijdens de Tweede Wereldoorlog baanbrekend op het gebied van plastische chirurgie. Hierdoor liepen er lange tijd bovengemiddeld veel mensen met brandwonden door East Grinstead. ‘Vroeger waren we het dorp dat niet staarde en nu zijn we het dorp dat niet oordeelt. Het is een plek van liefde met verschillende religies en culturen’, stelt Brooker ietwat dromerig vast. Overigens heeft ze niet voor alle religieuze groepen evenveel compassie. Vooral het feit dat Scientology veel aandacht krijgt van de pers irriteert haar. ‘Ik heb een hekel aan ze, maar dat heeft niets te maken met dat ze in ruimteschepen geloven. Heel veel mensen geloven in rare dingen.’ Brooker noemt de groep manipulatief en op sommige punten zelfs ronduit gevaarlijk. Zo zou Scientology in de jaren zeventig een tiener uit het dorp hebben ontvoerd die was gevlucht uit Saint Hill Manor. Tegenwoordig probeert die groep volgens Brooker vooral nieuwe leden te werven door het organiseren van evenementen zoals paaseieren zoeken. ‘Ze zeggen dan niet dat ze van Scientology zijn, ze zijn dus niet eerlijk.’ Al die verschillende religies om haar heeft Brooker overigens tot op heden nog niet verleid tot een overstap naar een ander geloof. Als jonge vrijgevochten paganist heeft ze sowieso weinig op met religieuze dogma’s. Zo moet Brooker er niet aan denken om langs de deuren te gaan als een mormoon. Tegelijkertijd is ze soms wel jaloers op hun verbondenheid. ‘Ik mis soms het samenzijn zoals andere religies dat hebben. Paganisten zijn niet georganiseerd.’

Aan de overkant bij de katholieke Our Lady and St. Peter Church heeft priester Steve Purnell een veel nuchtere verklaring voor het spirituele succes van East Grinstead. ‘We zitten vlakbij Gatwick Airport en Londen, mensen (en religies) die van buitenaf komen, kunnen het dorp dus makkelijk bereiken. Een andere reden kan ik niet bedenken.’ De aandacht die zijn dorp krijgt noemt Purnell zowel vermakelijk alsook verwarrend. Volgens hem is het beeld van East Grinstead als een utopie voor religies gebaseerd op een illusie. Zo werkt zijn gemeenschap wel samen met de andere christelijke kerken, maar niet met andere geloofsgroepen. ‘Het is geen positieve tolerantie, maar meer dat iedereen zijn eigen ding doet. Niemand zal huilen wanneer een van de religieuze groepen zou vertrekken uit het dorp.’ Hoewel de priester persoonlijk veel interesse heeft in andere religies merkt hij dat dit niet geldt voor het merendeel van zijn plaatsgenoten. Uitwisseling van culturen en gebruiken vindt volgens Purnell dan ook nog het meest plaats in zijn eigen kerkbanken. ‘Multiculturaliteit in East Grinstead is vooral een katholieke aangelegenheid. We hebben Indiërs, Filipijnen en een handjevol Polen.’ Purnell ziet de komst van al deze nieuwkomers als een positieve ontwikkeling. Hierbij maakt hij de ietwat theatrale vergelijking met de discipel Paulus die in het vreemde exotische Athene zich een ongans evangeliseerde. ‘Variëteit zijn de kruiden des levens.’

Over Scientology laat Purnell zich het liefst niet al teveel uit. Hij wijst erop dat de groep in het dorp nog diverse bedrijven bezit en dat ze dol zijn op het voeren van rechtszaken. Hoewel dit laatste met de komst van de digitale wereld wel minder is geworden. ‘Met de komst van het internet is alles opener geworden. Wanneer je klachten hebt kan je dat op het web zetten, niemand beheerst dat.’ Purnell zegt bekend te zijn met de slechte naam van Scientology in de buitenwereld, maar volgens hem ligt de situatie ter plaatse genuanceerder. Zo zijn er gemengde gezinnen met zowel katholieke als Scientology-familieleden en zien niet alle Scientologen hun leer als religie. Tegelijkertijd ontkent Purnell niet dat het geloof van science fiction-schrijver L. Ron Hubbard vrij sekteachtige elementen kent. ‘Maar je kan ook christelijke groepen vinden die hetzelfde doen. Mensen controleren is nooit goed, of je dat nu doet in de naam van Jezus, Mohammed of Hubbard.’ Bij de St Swithun’s Church in het historische hart van East Grinstead heeft Thomas Kerr ondertussen een heel andere verklaring voor de multireligieuze regenboog die boven het dorp hangt. ‘Religieuze mensen voelen zich altijd beter begrepen door andere mensen die ook in God geloven.’ Hoewel hij tegenwoordig in het noorden woont is Kerr bekend met het imago van zijn oude woonplaats. Volgens hemzelf een rustig dorp dat door de buitenwereld interessanter wordt gemaakt dan het is. ‘We hebben hier wat gekkies, scientologen en tovenaars, daarom vallen we wat meer op.’

Na alle gebedshuizen binnen de bebouwde kom te hebben bezocht is het tijd om ook eens kennis te maken met de buitenlui van de gemeente. In het natuurgebed High Weald staat het plaatselijke clubhuis van Scientology dat in 1792 werd gebouwd. Nadat L. Ron Hubbard het landgoed in 1959 kocht van een maharadja bereidde hij het flink uit. Aangekomen bij de poort blijkt als snel dat een bezoek er helaas niet in zit. Een man die zichzelf voorstelt als Collin laat met een enorme Tellsell-glimlach weten dat pers alleen na schriftelijke toestemming wordt toegelaten op Saint Hill. Bij het gemeentehuis van East Grinstead zijn ze gelukkig wat gastvrijer. Town clark Julie Holden vertelt uitvoerig over de geschiedenis van het dorp en haar inwoners. In het promopraatje komt de religieuze diversiteit van het plaatsje opmerkelijk genoeg niet aan bod. Volgens Holden heeft East Grinstead vooral die naam vanwege een BBC-documentaire uit de jaren negentig. ‘Dat is een beetje een eigen leven gaan leiden zonder dat dit werkelijk waar is. Het is een urban legend.’ Liever heeft Holden het dan ook over het feit dat East Grinstead de langste rij aaneengesloten Tudor-huizen heeft van heel Engeland. Of over het bloemenfestival dat jaarlijks mensen uit heel het land trekt. Over Scientology laat Holden zich alleen in algemeenheden uit. Ja, er komen af en toe Hollywood-sterren langs, maar wie zegt dat die er zonder het Scientology-hoofdkwartier niet zouden zijn? ‘Hier in de buurt heb je Dormans Park, een erg exclusieve, schitterende en dure gated community waar een aantal celebraties wonen’, verklaart Holden. Ironisch genoeg is tegelijkertijd de enige beroemde bewoner die haar te binnenschiet Tom Cruise, de bekendste scientoloog op aarde. Ergens staat het wel symbool voor heel East Grinstead. Een dorp bekend om een fictieve identiteit die zo vaak herhaald is dat je er bijna in zou geloven.

‘Ze aarzelde niet mannen de tanden uit de mond te slaan’

0
‘Er wordt gezegd dat de islam de oorzaak van de achterstelling van vrouwen en de achterstand van Marokko is, dat klopt maar ten dele.’

Als je Khadija al-Mourabit (38) volgt op de social media, weet je dat ze haar mening niet onder stoelen of banken steekt. Ze mengt zich in het debat over politiek, ongelijkheid, onderdrukking en vrouwenrechten. Mourabit is voorzitter van de Marokkaanse vrouwenvereniging Nederland en studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze staat centraal in De reis van Khadija. Een documentaire van schrijver Abdelkader Benali en regisseur Tarik el-Idrissi over haar Marokkaanse grootmoeder, Memma Allal. Een krachtige vrouw, een feminist avant la lettre, die zich net als Khadija niet snel de les laat lezen. ‘Ik ben opgegroeid met verhalen over haar stoerheid’, vertelt Mourabit in een interview met deze krant. ‘Mijn oma was met haar lengte, zo’n een meter negentig, een indrukwekkende verschijning. Ze aarzelde niet om mannen de tanden uit de mond te slaan als ze werd lastiggevallen.’

Je grootmoeder is lang geleden gestorven, wat kwam je over haar te weten?
‘Ze is geboren rond 1890 en groeide op in Beni Chiker, een klein dorp in de Rif, in een tijd van oorlog en kolonialisme. Ze werd op jonge leeftijd weduwe en bleef achter met vier kinderen, zwanger van de vijfde, mijn vader. Ik wist dat er in de jaren twintig van de vorige eeuw hongersnood in Marokko heerste en dat ze daarom liftend met haar kinderen naar Algerije vertrok. Daar was werk. Wat ik niet wist, is dat er nog een motief was om te vertrekken. Haar dochter was verkracht. Toen ik dat hoorde, werd ik verdrietig. Aan de hand van het leven van Memma Allal worden verschillende thema’s behandeld, zoals de positie van vrouwen in de Marokkaanse samenleving, identiteit, de diaspora en erfrecht. Waarom erven vrouwen minder dan mannen in Marokko? Waarom bepaalt de wet dat er altijd een man moet meedelen in de erfenis, ook als hij niet direct een gezinslid is? Die wet blijkt gebaseerd op een bepaalde uitleg van de Koran. Er wordt geen rekening gehouden met de huidige context en tijd. Gelukkig vragen steeds meer mensen in Marokko zich af: waarom passen we die wet niet aan?’

In het Marokkaanse Rif-gebied is het erg onrustig sinds de dood van een vishandelaar in al-Hoceima twee jaar geleden. Hoe is het daar nu?
‘De opstanden zijn neergeslagen, de leiders van de protestbeweging zijn opgepakt. Maar dat betekent niet dat de rust is teruggekeerd. De protesten in de Rif gaan om basale mensenrechten, het recht op scholing en gezondheidszorg en een goede infrastructuur. Riffijnen hebben tweemaal zoveel kans op kanker. Dat komt omdat Spanje tijdens de Rif-oorlog (1921-1926, red.) chemische wapens heeft gebruikt. Maar goede ziekenhuizen zijn ver weg en de behandelingen zijn duur. Het gros van de bevolking in Marokko is arm, je hebt een heel kleine middenklasse en een heel kleine bovenlaag. In de havenstad Nador wordt wel geld verdiend, maar dat stroomt door naar het westen van Marokko naar de elite en de koning. Investeerders uit Saoedi-Arabië zetten projecten op – er worden hotels gebouwd, in Nador is een boulevard aangelegd – maar of de lokale bevolking daar de vruchten van plukt, betwijfel ik. Het is erg om te zien hoe de mensen daar lijden en moeten overleven. De diaspora is heel belangrijk. Marokkanen in Europa onderhouden de familie in Marokko.’

Op Twitter heb je een uitspraak vastgepind: ‘Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid.’ Een citaat van Belle van Zuylen, een Nederlandse schrijfster uit de achttiende eeuw. Wat betekent die zin voor jou?
‘Belle is heel belangrijk geweest in mijn ontwikkeling. Toen ik een jaar of tien was, stuitte ik in de bibliotheek op een boek met die quote. Die zin bleek van Belle te zijn, en maakte diepe indruk op mij en is me altijd bijgebleven. Ik snapte opeens dat ik ook zo was en dat ik daarom zo vaak botste met mijn vader. Hij had ondanks zijn vrijgevochten moeder, vrij traditionele ideeën over hoe een vrouw diende te zijn. De vrouw is huisvrouw en de man is het hoofd van het gezin en werkt. Daar was ik het dus niet mee eens. Bij ruzies dacht ik ook aan Belle. Ze heeft mij enorm gesterkt.’

Hoezo dan?
‘Ik haalde er kracht uit. Van Belle wist ik dat ze een huwelijksaanzoek had afgewezen met de woorden ‘ik heb geen talent voor ondergeschiktheid’. Een bewonderaar wilde met haar trouwen op voorwaarde dat ze niet zou schrijven zonder zijn toestemming. Dat weigerde ze. Ik vond dat prachtig en emancipatoir. Ondank het verschil in afkomst en tijd, voel ik me verbonden met haar. Belle van Zuylen was een vrouw van adel. Ze groeide op in het kasteel van haar welgestelde familie, aan de rivier de Vecht vlakbij Utrecht. In haar milieu golden strenge sociale codes. Ik ben geboren en getogen in Amsterdam en heb een Marokkaanse achtergrond. In de Marokkaanse cultuur hoor je vroeg te trouwen, dat wilde ik niet. Verscheidene confrontaties met mijn vader zorgden voor veel stress. Op die moeilijke momenten dacht ik aan Belle, aan mijn eigen sterke oma en aan de sociologe Fatima Mernissi (1940-2015, red.). Zij gingen hun eigen weg en lieten zich niet door anderen vertellen hoe ze zouden moeten leven.’

Mernissi werd ook geïnspireerd door haar grootmoeder.
‘Ja dat is waar. Mernissi is ook heel belangrijk voor mij. Zij is geboren in een harem in Marokko. Een groot huis met verschillende etages rondom een binnenplaats. Haar oma en moeder waren analfabeet maar wilden dat zij ging studeren, ik vind dat geweldig. Vervolgens is ze het patriarchale systeem gaan bekritiseren. Zij stelt dat er een mannelijke Marokkaanse elite is die geen verandering wil, en dat zolang zij dat tegenhouden de situatie van de vrouw niet verandert. Zij vindt dat er echt gestreden moet worden tegen die Marokkaanse elite. In Marokko leven mannen en vrouwen ook in gendered spaces. De publieke ruimte, de straat en de meeste cafés worden gezien als het domein van de man en het huis is het domein van de vrouw. Volgens Mernissi zijn er twee manieren om vleugels te kweken. Door je te omringen met mensen die je steunen en met je mee kunnen vechten. Solidariteit is belangrijk. De tweede manier is te geloven dat je de vicieuze cirkel kunt doorbreken. Dat verandering mogelijk is. Door je niet bij situaties neer te leggen, ondanks dat het misschien hopeloos lijkt of overweldigend.’

Maar Mernissi heeft ook kritiek op het Westen.
‘De vrouwen hier zijn niet zo vrij als ze denken dat ze zijn. Ik las laatst een interview met een witte vrouw uit een hogere klasse. Zij zei ‘onze feministische strijd is hier allang klaar, alleen buitenlandse vrouwen moeten nog strijden’. Ik dacht als persoon met een arbeidersachtergrond: jij houdt geen rekening met vrouwen van een andere klasse. Niet iedereen kan zich een schoonmaakster en kinderoppas permitteren. Het is nog steeds de vrouw die de meeste zorgtaken op zich neemt. Dat je als je kinderen krijgt als man ook vrij zou moeten krijgen om de vaderrol op je te nemen, daar beginnen we nu pas over na te denken. Westerse vrouwen denken vaak dat Marokkaanse vrouwen worden onderdrukt. Maar mijn oma was een Tamazight, een Berberse. De Berber-cultuur is van oorsprong een matriarchale cultuur, dat zie je door de taal en de gebruiken. Het woord voor vrouw in het Tamazight, de Berber-taal die ook in het Rif gesproken wordt, is tamghath, ‘zij die hoog staat’. Vrouwen waren gezinshoofd en veelal de leiders van het dorp. Zij leerden de kinderen de taal en het schrift, dat heel lang verboden is geweest. Alleen vrouwen werden getatoeëerd met symbolen die beschermden tegen boze geesten en lieten zien uit welke streek je kwam. De cultuur is patriarchaler geworden door wahabitische invloeden uit Saoedi-Arabië.’

Wat is de rol van de islam in Marokko?
‘Er wordt gezegd dat de islam de oorzaak van de achterstelling van vrouwen en de achterstand van Marokko is, dat klopt maar ten dele. Volgens Mernissi kijken we vanuit het Westen met een oriëntalistische blik naar Marokko. Tot voor kort gold in Marokko de regel dat als je als meisje werd verkracht, je moest trouwen met je verkrachter. Deze wet kwam niet voort uit de islam maar stamde uit de Franse koloniale periode. Marokko is het land met het hoogste analfabetisme van Afrika, meer dan dertig procent van de bevolking kan niet lezen of schrijven. Maar zestig procent van de kinderen gaat naar de lagere school, de oorzaak is het gebrek aan financiële middelen. De Franse president-generaal van Marokko Hubert Lyautey (1854-1934, red.) heeft wegen en spoorlijnen aangelegd en zorgde voor grote havens voor de Europeanen. Maar een nieuw onderwijssysteem dat meisjes stimuleerde om naar school te gaan, een initiatief van een groep religieuze leiders, hield hij tegen. Hij vond dat Marokko traditioneel moest blijven want dat was goed voor het toerisme en dat bracht geld in het laadje voor Frankrijk.’

Dit artikel kwam tot stand dankzij een subsidie van de Stichting Maand van de Filosofie.

De populist in ons

0

Rohingya worden in hun mensenrechten ontnomen, de Europese Unie sluit schaamteloos deals met dictators om Afrikaanse vluchtelingen buiten Europa te houden en het Internationaal Strafhof ligt onder vuur en verliest steeds haar gezag als onafhankelijk rechtsorgaan om misdaden tegen de menselijkheid te vervolgen. Birma, Europa, Jemen, Syrië, Soedan, Amerika, de lijst is lang maar de vraag blijft: als er op internationaal niveau zo veel rechten worden geschonden en landen zich niet aan gemaakte verdragen houden, zonder dat er sancties volgen, waar hebben we dan internationaal recht voor? We kunnen het toch net zo goed ter dood verklaren?

De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties liet vorige maand in een rapport weten dat een etnische zuivering op de Rohingya in Birma plaatsvond. Rohingya zijn islamitische minderheden in Birma die de facto geen burgerrechten hebben. Toen vorig jaar een moslimrebellengroep in de deelstaat Rakhine, waar Rohingya wonen, uit wanhoop politieposten hadden aangevallen, besloot het Birmese leger genadeloos terug te slaan.

Vorige maand berichtte persbureau Reuters dat maar liefst tienduizend Rohingya om het leven kwamen, als gevolg van het hardhandige optreden. Zo’n zevenhonderdduizend Rohingya vluchtten in dezelfde periode naar buurland Bangladesh, waar zich nu het grootste vluchtelingenkamp ter wereld bevindt (Katupalong Refugee Camp, Cox’s Bazaar). Zo’n zestig procent van alle vluchtelingen zijn kinderen. Een verloren generatie, concludeert UNICEF in het onlangs verschenen rapport Futures in balance. Daarin laat de VN-organisatie weten dat het grotendeel van de Rohingya-kinderen onder vijf jaar oud (circa vijftigduizend), aan ondervoeding lijdt. Daarnaast bereikt het aangeboden onderwijs in het vluchtelingenkamp de meeste kinderen niet.

Ik vertelde een vriend, die als docent verbonden is aan een Nederlandse universiteit, dat ik van mening ben dat het internationale recht der dood verklaard moet worden. De consumptie van internationaal nieuws, zoals de onmenselijke situatie waar de Rohingya nu in verkeren, bracht mij tot deze fatalistische conclusie. De vriend kon daar niets mee, omdat de werkelijkheid in zijn ogen iets ingewikkelder in elkaar steekt. ‘Ga je wel eens door rood?’, vroeg hij. ‘Ja’, antwoordde ik. ‘Betekent dat dan dat het Nederlandse rechtssysteem dood is?’, vroeg hij. ‘Nee’, zei ik. ‘Kijk, je kunt niet generaliseren. Recht is heel breed en complex’, zei hij. ‘Sommige veranderingen gaan geleidelijk.’ Ik wist dat hij gelijk had en ik voelde mij ‘gedist’. Ik was een populist geworden. Gedreven door mijn onderbuik prefereerde ik simpelere antwoorden om complexe problemen te duiden.

Populisten worden in hedendaagse politieke beschouwingen als demagogen beschouwd. Ze maken een onderscheid tussen ‘het’ volk en ‘de’ elite. In hun ogen brengt deze fictieve elite het fictieve volk in gevaar, omdat ze de politieke gemeenschap in de uitverkoop doen. In het geval van Nederland: de politiek doet de grenzen open, daardoor komen migranten naar Nederland die de Nederlandse cultuur kapot maken en de schatkist leegvissen. De populist maakt deze analyse, om net als ik, een concreet probleem te identificeren, de schuldige daarvoor aan te wijzen en een concrete oplossing aan te reiken. Weg met de elite en de grenzen dicht. Nederland weer voor Nederlanders maken. Met andere woorden, de populist brengt geen oplossingen, maar reageert op problemen.

Het Internationaal Strafhof heeft onlangs bekendgemaakt een vooronderzoek naar Rohingya-misdaden te beginnen. Daarin onderzoekt het strafhof mensenrechtenschendingen, moorden en seksueel geweld, uitgevoerd door het Birmese leger. Birma is niet aangesloten bij het strafhof. Volgens de aanklager gaat het strafhof ook misdaden onderzoeken die buiten Birma hebben plaatsgevonden. De populist in mij vindt het nog steeds onbegrijpelijk dat in Birma en de rest van de wereld schenders van mensenrechten nog vrij rond lopen, terwijl de wereld toekijkt. De populist in mij vindt het internationale recht een mislukt project.

Ankara jaagt op tegenstanders in het buitenland

0
De Turkse inlichtingendienst jaagt op tegenstanders in het buitenland. De afgelopen maanden zijn tientallen Turken ontvoerd. Onze correspondent Jochem van Staalduine doet verslag vanuit Chisinau.

Op verzoek van Ankara deporteerde de Moldavische geheime dienst SIS twee weken geleden zeven Turken, vanwege vermeende banden met de geestelijke Fethullah Gülen. Het is de tweede keer dit jaar dat de Turkse president Recep Tayyip Erdogan toeslaat aan de randen van de EU. In de Moldavische hoofdstad Chisinau voelen collega’s en familieleden van de verdwenen Turken de veilige bodem onder hun bestaan wegzakken.

Van de dag dat Riza Dogan verdween herinnert Hasan Baris zich nog alles. ‘Riza, zijn vijftienjarige zoon en ik reden iedere dag om zeven uur samen naar school. Hij is locatiedirecteur, ik ben vice-locatiedirecteur. Op donderdag 6 september was het mijn beurt om chauffeur te zijn. Vijf minuten voor ik in mijn Toyota zou stappen belde hij op. Voor zijn deur wachtten politieauto’s. Hij vertrouwde het niet. We besloten te wachten tot half acht. In de drukte van de ochtendspits zouden ze ons niet zomaar durven aanhouden, dachten we. Na honderdvijftig meter rijden stopte de politie ons. Het waren reguliere Moldavische politieagenten die ons stopten. ‘Alcoholcontrole’, zeiden ze. Ik liet mijn autopapieren zien. Daarna kwamen vier agenten  vanuit een grijs busje naar ons toegelopen. Aan hun badges zag ik dat ze van de SIS waren, de Moldavische inlichtingendienst. ‘Doe de deuren op slot’, riep Riza. Ik sloot ze, maar mijn raam was nog open, omdat ik met de gewone politie in gesprek was geweest. Een agent reikte door het raam naar binnen en opende alle deuren. Vijf minuten later zat Riza in het grijze busje. Een half uur daarna mocht ik vertrekken. Riza’s zoon huilde tot we bij school aankwamen.’

De arrestatie van Dogan staat niet op zichzelf. De Moldavische geheime dienst arresteerde op 6 september zeven Turkse docenten en leidinggevenden van Moldavische eliteschool Orizont. Sommige van de docenten pikten de agenten thuis op, anderen haalden ze net als Dogan van de weg. Eén leraar in de laagste klassen van de basisschool werd uit de les gehaald. Om zijn leerlingen een trauma te besparen liep hij zonder iets uit te leggen zijn klas uit, zijn belagers tegemoet. Met zijn zes collega’s wacht hij nu in een Turkse cel op zijn proces.

Volgens de Moldavische autoriteiten vormden de leraren een gevaar voor de nationale veiligheid van Moldavië. Een absurde verklaring, zegt een vertegenwoordiger van de school, die om veiligheidsredenen niet met zijn naam in de krant wil. ‘Alle Moldavische politici sturen hun kinderen naar onze school, omdat we zulke goede resultaten leveren. Twee vertegenwoordigers van het Ministerie van Onderwijs bezochten ons na de deportatie, en de minister heeft persoonlijk gebeld om ons te verzekeren van de blijvende Moldavische steun voor onze scholen. En dan zouden we tegelijkertijd terroristen zijn.’

Plausibeler is de verklaring dat de deportatie een geste is richting de Turkse president Erdogan. De Turks-Moldavische eliteschool Orizont, met vijf scholen in Moldavië, werd in 1993 opgericht binnen het netwerk van Gülen. Gülen is Turkse volksvijand nummer één sinds hij de schuld kreeg van de mislukte Turkse coup d’état in 2016. Turken die bij zijn uitgestrekte netwerk van met name scholen betrokken zijn, lopen risico op celstraffen.

Met het Turkse karakter van Orizont valt het overigens wel mee: de zeventienhonderd leerlingen op vijf scholen zijn bijna allemaal Moldavisch. Onder de docenten is zo’n tien procent Turks. Turks bestuderen de leerlingen als vreemde taal. Engels is belangrijker, want tweeënzestig procent van de leerlingen vervolgt zijn of haar opleiding in het buitenland.

Déjà vu
Voor wie last heeft van een déjà vu: de deportatie van de zeven Turken is een bijna exacte kopie van een gebeurtenis in Kosovo afgelopen maart. Ook daar arresteerden lokale politie en geheime dienst docenten en leidinggevenden van een Turkse school. Ook daar werden de leraren zonder plichtplegingen naar Turkije gedeporteerd.

In beide gevallen bekritiseerden mensenrechtenorganisaties de oneerlijke rechtsgang. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft de Moldavische autoriteiten naar aanleiding van de deportaties drie dwingende vragen gesteld. Eén: is overwogen dat de zeven Turken in Turkije inhumaan behandeld kunnen worden? Twee: hebben de zeven de kans gekregen om bezwaar te maken tegen deportatie? Drie: schorste de ingediende aanvraag van politiek asiel in Moldavië de uitwijzing niet op? De vliegensvlugge deportatie van de zeven naar Turkije, nog op de ochtend van de arrestatie, lijkt de antwoorden te dicteren.

In Chisinau voelen familieleden en collega’s van de gedeporteerde leraren zich aangeschoten wild. Met diepe wallen onder haar ogen zit Sevgi Celebi op de fauteuil in haar woonkamer. Haar ene hand heeft ze gevouwen om de trouwring in haar andere hand. Met haar twee gillende kinderen zag ze hoe agenten haar man Müjdat in een auto trokken. Sindsdien slaapt ze niet en schrikt ze van ieder geluid dat in haar socialistische flat doorklinkt.

‘Ik heb anderhalve dag bij het vliegveld op mijn man gewacht. De politie vertelde me lacherig dat hij al lang weg was, maar ik geloofde ze niet.’ Zelfs toen haar schoonvader vanuit Turkije belde om te zeggen dat haar man daar was aangekomen, kon ze nauwelijks accepteren dat haar man was verdwenen. ‘Ik hield zoveel van Moldavië. Mijn man houdt niet van volle steden. Hier is het groen en rustig. Ik ben verraden door de Moldavische staat, voor geld.’

Het verwijt van Celebi slaat op de Turkse financiering van het Moldavische presidentiële paleis in Chisinau. Ankara doneerde eerder dit jaar 8,6 miljoen euro voor een renovatie van het gebouw. In Moldavië verbinden critici de lijntjes tussen de ene opvallende daad met de andere. De Moldavisch president Igor Dodon ontkent dat er sprake is van een verband.

Of de Moldavische staat is omgekocht of niet, Celebi ziet nog maar één uitweg: emigratie. Ze is er zeker van dat de politie haar volgt als ze naar buiten gaat. De vondst van een stuk sigaret op het tapijt in haar woonkamer – niemand in huis rookt – gaf de doorslag. Een paar dagen na het interview zal ze met haar kinderen naar een ander land vertrekken waarvan ze de taal niet spreekt, maar waar ze wel werk zal moeten vinden om haar drie kinderen van eten te kunnen voorzien. Ze rekent erop dat ze haar man de komende tien jaar niet zal zien.

Van de Moldavische overheid verwacht Celebi weinig toeschietelijkheid. Waar het Kosovaarse parlement een onderzoek naar de zaak instelde en een minister en de baas van de geheime dienst ontsloeg, is de Moldavische regering al twee weken stil. Ze houden het bij hun oorspronkelijke verklaring: de zeven vormden een risico voor de nationale veiligheid van het land.

En die grootmacht om de hoek? Ook op dadendrang van de Europese Unie hoeft Celebi niet te rekenen. Zeven Europarlementariërs hebben Moldavië in een brief gewezen op de schending van fundamentele mensenrechten, maar het blijft bij een orale schrobbering. Over (financiële) consequenties van de deportaties reppen de parlementariërs niet. Nederlandse Europarlementariërs doen het niet beter. Vragen van De Kanttekening aan het adres van drie Nederlanders in het Europees Parlement adres blijven onbeantwoord, in één geval omdat een reactie ‘te veel overeenstemming’ zou vergen.

Het besef dat er voor de gedeporteerde Turken weinig hoop meer is, lijkt doorgedrongen te zijn op de locatie van Orizont in Durlesti, de school van gedeporteerde locatiedirecteur Dogan. Een paar dagen lang organiseerden docenten en leerlingen flashmobs en demonstraties, nu is de rust teruggekeerd. Groepjes leerlingen giechelen op het schoolplein, alsof er niets is veranderd op de binnenplaats van de groene enclave in het grijze Chisinau.

De overgebleven eenendertig Turkse docenten voelen het dreigende gevaar nog wel. Een Moldavisch politicus verdedigde de deportaties in het parlement door te melden dat de geheime dienst in deze zaak achtenveertig buitenlanders heeft onderzocht. Achttien van hen zijn onwenselijk verklaard, en zeven zijn nu gedeporteerd. ‘De rest van die achtenveertig zijn wij. Wie anders? Er zijn in Moldavië bijna geen Turken’, zegt één van de personeelsleden. Hij overweegt te vertrekken uit Moldavië.

Als één van de weinige is vice-locatiedirecteur Hasan Baris niet bang om zich uit te spreken. De ooggetuige bij de verdwijning van Dogan vervangt zijn meerdere als schooldirecteur. ‘Ik ben nu alleen maar gemotiveerder. Wij moeten doen wat we altijd doen: lesgeven. Voor de gevangenis ben ik niet bang. Mijn broer zit al in de cel in Turkije. Als ik met hem in de gevangenis kom, zal ik gelukkig zijn. Het is tijd om de prijs te betalen voor onze idealen.’