13.8 C
Amsterdam

5 jaar na de coup: hoe zit het met de Turkse spanningen in Nederland?

Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.

Lees meer

Schrijfster Lale Gül herinnerde ons eraan: intimidatie vanuit Turks-nationalistische hoek. Nederlandse Gülen-sympathisanten kunnen erover meepraten. Zij worden door veel Turken en Turkse Nederlanders gezien als lid van een organisatie die achter de Turkse coup van 2016 zou zitten. De Turkse spanningen in Nederland zijn nu wel minder, maar van goede verhoudingen is nog lang geen sprake.


‘Jullie zijn toch dat FETÖ-blad?’ vraagt een Turks-Nederlandse jongen die we in Utrecht aanspreken. ‘FETÖ’ staat voor ‘Fethullistische Terreurorganisatie’. Met deze term duidt de Turkse regering de Gülenbeweging aan sinds de mislukte coup van 15 juli 2016, vandaag exact vijf jaar geleden. De in Amerika woonachtige islamitische geestelijke Fethullah Gülen, die elke betrokkenheid ontkent, en zijn sympathisanten worden vanaf die dag als terroristen gezien. Tienduizenden Gülen-sympathisanten belandden in Turkije achter tralies.

Ook in Nederland leidde de mislukte coup tot grote spanningen. Turkse Nederlanders haalden hun kinderen van zogenoemde ‘Gülen-scholen’. En een opmerkelijke rol was weggelegd voor het Turkse staatsgodsdienstorgaan Diyanet, waarbij 150 Nederlandse moskeeën aangesloten zijn.

Zo belandden Nederlandse Gülen-sympathisanten door toedoen van een Diyanet-gezant in Nederland op een zwarte lijst, speciaal opgevraagd door de Turkse overheid. Diyanet-imams uit Lelystad en Zwijndrecht riepen op Gülen-sympathisanten te verklikken bij de Turkse overheid. Een imam uit Rotterdam gebood Turkse Nederlanders hun lichamen als schilden in te zetten om deze ‘schoften’ toegang tot het ‘vaderland’ te beletten. Op een moskeedeur in Breda stond dat Gülen-sympathisanten niet welkom waren. Een moskeeganger uit Dieren kreeg zelfs een doodsbedreiging van zijn eigen imam, die na aangifte uit Nederland vertrok.

Omdat Gülen-sympathisanten door de Turkse regering werden zwartgemaakt, besloot de Nederlandse tak van de Gülenbeweging op 29 juli 2016 om een persconferentie te beleggen. Selma Ablak (40) was een van de woordvoerders.

‘Ik werd zo een bekend gezicht van de beweging. Ik ben daarnaast op televisie geweest en heb in verschillende kranten gestaan, ook met opiniestukken. Elke keer dat ik in de media verscheen, liep mijn inbox vol met hatelijke verwensingen en bedreigingen.’

Het bleef niet bij boze e-mails. ‘Ik ben in Rotterdam lastiggevallen op straat, omdat mensen wisten dat ik een Gülen-sympathisant ben. Mensen zeiden dat ze mij zouden verklikken. Mijn moeder werd omvergeduwd, omdat mensen boos waren dat haar dochter – ik dus – een Gülen-sympathisant is. En mijn zoon werd nageroepen in de klas. Gelukkig woon ik nu in Amsterdam, waar de Turkse gemeenschap mij niet kent, maar wat was 2016 voor ons een vreselijk jaar.’

Burhan Karademir (48), die als huisarts werkt bij Sanitas, verloor een boel patiënten, die niet meer door hem behandeld wilden worden vanwege zijn connectie met de Gülenbeweging. ‘Het meest heftige was dat ik bedreigd werd door een van mijn patiënten. Hij deed op social media een oproep om mij te bespugen. Daartegen ik heb toen aangifte gedaan. Vanwege de spanningen ging ik ook niet meer naar de Turkse Diyanet-moskee in Rotterdam-West. Het leek mij wijs om als Gülen-sympathisant Turkse Nederlanders zo min mogelijk op te zoeken.’

2016 was echt een heel heftig jaar, vertelt ook Ahmet Taskan (53). ‘De hetze tegen Gülen-sympathisanten werd georganiseerd en aangemoedigd door de Turkse overheid.’ Hij werd op social media uitgescholden en bedreigd. Tegen twee mensen heeft hij aangifte gedaan, één van hen is daadwerkelijk veroordeeld. ‘Hij had op social media gezegd dat ik moest worden vermoord.’

Saniye Calkin (46), prominent Gülen-sympatisant in Nederland, kreeg enkele dagen na de coup een dreigend telefoontje van iemand. ‘Hij vroeg mij waar ik was op dat moment. Ik was toen op het kantoor. Hij dreigde ook naar mij toe te gaan. Ik vond het doodeng, maar probeerde desalniettemin het gesprek aan te gaan. Hij beschuldigde mij van alles, wat er de dagen ervoor in Turkije was gebeurd. Ik was daar ook persoonlijk schuldig aan.’

Hoe zien Turkse Nederlanders die niet aan de Gülen-beweging gelieerd zijn hen nu? Zij spreken ons liever niet over de coup-saga, ook niet als ze anoniem zouden worden opgevoerd. Enerzijds door de gevoeligheid van het onderwerp, anderzijds doordat de Kanttekening de opvolger is van Zaman Vandaag. Ewoud Butter van de multiculturele website Republiek Allochtonië verbaast zich niet over deze terughoudendheid.

‘Voor fanatieke Erdogan-aanhangers blijven Gülenisten de verraders’, laat hij weten. Seculieren, alevieten en kemalisten hebben de islamitische beweging nooit vertrouwd, en doen dat nog steeds niet, voegt hij toe.

Wie wel met ons wil spreken is Bilal*, die wel eens naar een Diyanet-moskee gaat. Vlak na de coup moest de Gülenbeweging het bij zijn imam ontgelden. ‘‘Alle terreur is voor ons hetzelfde, of het nu de PKK, IS of FETÖ betreft’, zei de imam toen.’

Volgens Bilal zijn Turkse Nederlanders buitengewoon loyaal aan de Turkse overheid. ‘Dat kon ver gaan. Mensen kozen toen partij voor de overheid, zelfs als een familielid in Turkije werd ontslagen vanwege vermeende Gülenistische sympathieën. ‘Als je ergens van verdacht wordt, dan zal er vast wel iets ernstigs aan de hand zijn’, was de gedachte.’

Tegenwoordig lijken Turkse Nederlanders wat kritischer vanwege de economische problemen in Turkije, vertelt hij, ‘maar in de ogen van veel Turkse Nederlanders kan Erdogan gewoon niets verkeerds doen’.

Een ontmoeting met een groepje Turks-Nederlandse mbo-jongeren op station Utrecht Centraal illustreert dit. ‘Erdogan is goed, want hij heeft van Turkije een topland gemaakt’, zegt een jongen. ‘Hij is een echte man en komt op voor de Palestijnen’, zegt een ander. Van de Gülenbeweging moeten de jongeren nog steeds niets hebben.

‘FETÖ-terroristen zijn de slaven van Amerika’, roept een van hen. De leider van het groepje, Osman, legt uit dat hij tegen de Gülenbeweging is, die volgens hem voor 100 procent achter de coup tegen Erdogan zit. Toch heeft hij geen persoonlijke hekel aan Gülen-sympathisanten, benadrukt hij.

‘Ik ken zelf ook een Gülenist. Ik en veel andere Turken gaan niet meer met hem en met zijn familie om. Er is geen haat, maar wel uitsluiting’

‘Ik ken meerdere Gülenisten uit mijn omgeving en ik respecteer ze nog steeds. Het zijn ook gewoon mensen. Ik denk wel dat ze een fout maken met de keuze om achter Gülen te staan. Ze staan achter een moordenaar die mensen heeft geprobeerd uit te roeien. Ze staan achter een politieke beweging die eigenlijk niets meer met Turkije te maken heeft.’

Mustafa: ‘Ik ken zelf ook een Gülenist. Hij gaat niet meer naar Turkije, dat kan nu niet meer. Ik en veel andere Turken gaan niet meer met hem en met zijn familie om. Er is geen haat tegen Gülenisten, maar wel uitsluiting. Vooral AKP-supporters gaan niet met ze om. Voor de coup was dit heel anders.’

Het verhaal van Mustafa wordt bevestigd door de vier Gülen-sympathisanten die we spreken. Hoewel ze nu niet of nauwelijks nog bedreigd meer worden, worden ze sociaal buitengesloten door andere Turkse Nederlanders.

‘Ik zoek de confrontaties niet meer op’, zegt Karademir. ‘Op social media houd ik mij rustig, ik ga politieke discussies met mijn Turkse patiënten uit de weg en ook met mijn broer – een fervent aanhanger van Erdogans AKP – spreek ik niet meer over politiek. Dat leek ons wel zo verstandig. Vlak na de coup had hij de broederband met mij verbroken, maar gelukkig gaan we nu wel weer met elkaar om.’

Nog altijd gaat het verklikken van Turkse Nederlanders aan de Turkse autoriteiten door, via de consulaten in Nederland, onthulde de Groene Amsterdammer vorige maand. Wie eenmaal in Turkije op een lijst van verdachten staat, komt vrijwel zeker in een Turkse gevangenis terecht. Naar Turkije durft Karamdemir niet meer te gaan, omdat hij dan mogelijk wordt opgepakt. ‘Mijn ooms in Turkije vinden dat wel jammer – met hen had ik een goede band -, maar ze snappen wel dat het voor mij te gevaarlijk is.’


Ook heeft Karademir sinds de coup geen voet meer gezet in een Turks-Nederlandse moskee. ‘Dat komt niet zozeer omdat ik bang ben, maar Turkse moskeeën vertegenwoordigen gelovigen als ik niet meer. Wel heb ik als arts één keer het grafgebed gedaan bij een Diyanet-moskee, nadat een patiënt was overleden, en twee keer bij een moskee van Milli Görüs (een conservatieve Turkse moskeekoepel, red.). In alle drie de gevallen wisten ze niet wie ik was, gelukkig. Tegen niet-Turkse mensen vertel ik wel over mijn Gülen-sympathieën, maar ik hou mijn mening wijselijk voor mij in gesprekken met Turkse Nederlanders.’

‘Tegen niet-Turkse mensen vertel ik wel over mijn Gülen-sympathieën, maar ik hou mijn mening wijselijk voor mij in gesprekken met Turkse Nederlanders’

Ahmet Taskan mijdt tegenwoordig eveneens het onderwerp Turkse politiek, zegt hij. ‘Mijn familieleden zijn geen Gülen-sympathisanten. Ze weten natuurlijk dat ik geen terrorist ben, maar het lijkt mij verstandig om eventuele conflictsituaties uit de weg te gaan door niet hierover te beginnen.’

Tegenwoordig gaat het er veel minder heftig aan toe, is Taskans indruk. Bovendien zijn Turkse Nederlanders kritischer over Erdogan geworden, zegt hij. ‘Dat heeft te maken met de slechte Turkse economie, maar ook met het gebrek aan vrijheid in het land. Ik hoor via-via verhalen van mensen die in Turkije op vakantie zijn geweest, maar het gevoel hebben dat het land in negatieve zin aan het veranderen in, als gevolg van het gebrek aan democratie, de corruptie, de vriendjespolitiek.’

Taskan peinst er echter niet over om zelf naar Turkije op vakantie te gaan. ‘Ik heb een uitgesproken mening. En die uit ik ook. Als ik een retour Turkije koop, zal dat best wel eens een enkele reis kunnen zijn.’

Ook voor Ablak werd het steeds rustiger, maar in mei 2020 was het opnieuw raak. Ze had net een lintje gekregen voor haar vrijwilligerswerk, net als enkele andere Gülen-sympathisanten. Hier had het Amsterdamse Denk-raadslid Numan Yilmaz grote moeite mee. Hij vergeleek Gülen-aanhangers met aanhangers van Hitler, Mussolini, Mladic en Franco, wat leidde tot raadsvragen en een veroordeling door emancipatiewethouder Rutger Groot Wassink (GroenLinks).

‘Yilmaz doet er echt alles aan om ons te demoniseren’, zegt Ablak. ‘Denk heeft een grote aanhang in Amsterdam onder Turkse en Marokkaanse Nederlanders. Ik voel mij nu ongemakkelijk en onveilig als ik Denk-vrijwilligers tegenkom tijdens de verkiezingscampagne. Dan loop ik liever even een blokje om.’

Toch hebben de coup en de spanningen in de Turks-Nederlandse gemeenschap ook een positief effect gehad, aldus Ablak. ‘We zijn ons meer bewust geworden van andere mensen die onderdrukt en vervolgd worden, en zijn solidair met hen. Eigenlijk begrijpen we nu pas de brede visie van Gülen op mens en samenleving beter. Een geluk bij een ongeluk.’

Hoewel de ergste storm ook voor Calkin nu voorbij is, wordt ze regelmatig nog geïntimideerd via social media. ‘De laatste keer was toen ik twitterde over de ontvoering van zes leraren uit Kosovo, die ook Gülen-sympathisanten zijn. Iemand twitterde: ‘Wacht maar, en je zult het zelf zien en voelen, wanneer je het niet verwacht gaan ze jou pakken.’ Dit vind ik eng, onlangs is er een docent uit Kirgizië ontvoerd. Vijf jaar na de coup. In totaal zijn in 33 landen 113 mensen illegaal ontvoerd door de Turkse geheime dienst. Als je dan zo’n tweet krijgt dat ze ook voor mij komen, is dat schokkend.’

Calkin gaat zonder vrees over straat. Toch is het anders geworden na 15 juli 2016, vertelt ze. ‘Als ik Turkse mensen zie, bijvoorbeeld in het park, ben ik voorzichtig om met ze in gesprek te gaan.’ Calkin is wel bereid tot dialoog, benadrukt ze. ‘Als vertegenwoordiger van de Hizmet-beweging spreek ik ook met vertegenwoordigers van Diyanet en Milli Görüs bij het ministerie van Binnenlandse Zaken.’

‘Als ik Turkse mensen zie, bijvoorbeeld in het park, ben ik voorzichtig om met ze in gesprek te gaan’

De mislukte staatsgreep in Turkije heeft niet geleid tot een permanente breuk in haar familie. ‘Mijn familieleden zijn geen Gülen-sympathisanten. Ze maakten zich grote zorgen over mij vlak na de coup. Maar ze accepteren en respecteren mijn keuzes, hoewel ze het niet met die keuzes eens zijn.’

Hoewel Calkin in principe open staat voor dialoog lijkt sociale uitsluiting het nieuwe normaal te zijn geworden. Zijn er wel dialoogpogingen geweest vanuit de Turks-Nederlandse koepelorganen?

‘We houden ons niet bezig met wat er in Turkije gebeurt, vanwege de diverse achterban die wij hebben’, zegt een medewerker van het Inspraakorgaan Turken in Nederland in eerste instantie. Als we aangeven dat het ons om spanningen in Nederland te doen is, reageert hij: ‘Als er spanningen zijn, dan kijken we wat we kunnen doen. Maar we gaan alleen op kwesties in als onze achterban hierom vraagt. Hierover hebben we geen vraag gekregen. Gülenisten hebben hier blijkbaar geen behoefte aan, en hun tegenstanders al helemaal niet.’ De Islamitische Stichting Nederland, een Nederlandse moskeekoepel die gelieerd is aan Diyanet, reageert niet op onze vragen.

Het eerder genoemde Amsterdamse Denk-raadslid Numan Yilmaz, inmiddels ook fractievoorzitter, zegt in principe open te staan voor een gesprek met Gülen-sympathisanten. Maar dan moet er wel eerst aan bepaalde voorwaarden worden voldaan.

‘Gülen-aanhangers moeten duidelijk afstand nemen van de coup en niet als een blind paard achter Gülen aanlopen’, zegt hij. ‘Als je oprecht gelooft dat Gülen niet het brein is achter de coup – dat kan – maar de coup ondubbelzinnig veroordeelt, dan moet een gesprek in principe mogelijk zijn.’

‘Gülen-aanhangers moeten duidelijk afstand nemen van de coup en niet als een blind paard achter Gülen aanlopen’

Hij voegt er meteen aan toe dat veel Turkse Nederlanders niet meer geloven in die dialoog, en dat die de komende vijf à tien jaar ook niet zal plaatsvinden. ‘Er is te veel gebeurd. Er zijn te veel mensen gestorven die nacht. Veel mensen hebben er nog trauma’s van. Ik ook. Als ik een vliegtuig laag hoor overvliegen, moet ik weer denken aan 15 juli. Die herinneringen zijn springlevend.’

Hij vindt echter niet dat moskeeën Gülen-sympathisanten moeten weigeren. ‘Je kan niemand weigeren een moskee binnen te komen. Niemand is eigenaar van een moskee. De deuren van de moskee staan open voor iedereen.’

Dit artikel kwam tot stand met behulp van Kanttekening-journalist Caner Mert.

*Gefingeerd. Echte naam bij de redactie bekend.


Toch nog even over die rel naar aanleiding van het lintje dat Selma Ablak kreeg, waarna Denk-raadslid Numan Yilmaz Gülen-sympathisanten vergeleek met nazi’s. ‘Mijn kritiek op de lintjesregen was niet gericht tegen mevrouw Ablak, maar tegen FETÖ in het algemeen’, geeft Yilmaz aan. ‘FETÖ is echt een hele kwalijke beweging. Ik weet wat zij hebben gedaan. Niet alleen Erdogan-aanhangers, maar vrijwel alle Turken hebben problemen met deze organisatie, die eigenlijk geen plek verdiend hebben in een democratisch land. Het is een terreurorganisatie, onschuldige mensen zijn dankzij FETÖ achter de tralies beland.’

Yilmaz doelt op de beruchte Ergenekon-zaak van 2007-2012, waarbij Gülenistische politieagenten bewijzen zouden hebben vervalst tegen een vermeend geheim verbond dat de regering ten val zou willen brengen. Kwalijker vindt Yilmaz echter de coup van 15 juli 2016.

‘Gülen zelf gaf opdracht om het parlement te bombarderen, zijn volk aan te vallen. Dat is terrorisme. Dat betekent overigens niet dat Nederlandse FETÖ-aanhangers ook allemaal terroristen zijn. Dat weet ik niet. Maar ze zijn wel sympathisanten van een terreurorganisatie. Daar vind ik iets van. Zoals ik ook kritisch ben over mensen die IS verdedigen.’

Saniye Calkin: ‘Nota bene Gülen zelf heeft vlak na de coup meteen duidelijk gemaakt dat hij hier niets mee te maken heeft. Misschien kunnen militairen met Gülen-sympathieën betrokken zijn geweest bij de coup, dat wil ik niet uitsluiten. Wie er bij de coup betrokken is geweest moeten gestraft worden, ook al zijn het Gülenisten. Nu worden wij als Gülen- sympathisanten collectief gestraft. Omdat wij allemaal achter de staatsgreep zouden zitten. Dat is pertinent onjuist. Overigens heb ik persoonlijk, maar ook namens de Hizmet-beweging in Nederland, meteen afstand genomen van de coup. Dus ik hoop dat dit voldoende is om met Yilmaz in gesprek te kunnen gaan.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -