13.4 C
Amsterdam

Elsbeth Etty: ‘De Februaristaking heeft een norm gesteld’

Ewout Klei
Ewout Klei
Historicus en journalist.

Lees meer

De Februaristaking laat zien dat morele verontwaardiging pas kracht krijgt als mensen zich organiseren. Die les is ook nu, in tijden van herlevend extreemrechts, actueel, schrijft Elsbeth Etty in haar nieuwste boek We moeten iets dóén!

85 jaar geleden, op 25 februari 1941, besloten veel Amsterdammers te staken uit protest tegen de Jodenvervolging in de stad. Journalist, feminist en literatuurwetenschapper Elsbeth Etty schreef over deze grootste staking in het door nazi-Duitsland bezette Europa het boek We moeten iets dóén! Wat bewoog de honderdduizenden stakers om zich in deze gevaarlijke omstandigheden uit te spreken tegen onrecht? En wat kunnen we leren van toen?

We spreken met Etty in haar gezellige woning aan de Prinsengracht in Amsterdam. Etty, inmiddels gepensioneerd, heeft een indrukwekkende carrière achter de rug. Ze was journalist bij de communistische krant De Waarheid en bij het liberale NRC Handelsblad, waar ze ook columns voor schreef. Ze heeft verschillende biografieën op haar naam staan, onder andere over de bevindelijk socialiste Henriette Roland Holst en de roemruchte polemist Hugo Brandt Corstius. Ook was ze bijzonder hoogleraar Literaire Kritiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

‘Ze mepten Joden het etablissement uit als ze wel kwamen’

De Februaristaking kwam niet uit de lucht vallen, vertelt Etty. ‘Nederland was in mei 1940 bezet door de Duitsers, die alle politieke partijen behalve de NSB hadden verboden en de pers hadden gemuilkorfd. In de maanden januari en februari was er veel sociale onrust in Amsterdam. WA-mannen (de WA was de paramilitaire tak van de NSB, red.) traden heftig op tegen Joden en vermeende Joden. Ze hingen bordjes op in cafés waarop stond dat Joden ongewenst waren. Ze mepten Joden het etablissement uit als ze wel kwamen. Ook sprongen ze in de tram en mepten Joden eruit. Bestuurders die de Joodse passagiers verdedigden, kregen ook een mep. Dit leidde tot veel verontwaardiging en tot de vorming van knokploegen, die zich tegen het WA-geweld wilden verdedigen.’

Er waren twee druppels die de emmer deden overlopen: de dood van NSB’er Hendrik Koot tijdens een van deze vechtpartijen en het incident bij IJssalon Koco in Amsterdam-Zuid, waar de Joodse eigenaars de Grüne Polizei met ammoniakgas besproeiden. De Duitsers besloten daarop op zaterdag 22 februari en zondag 23 februari razzia’s te houden in de Jodenbuurt bij het Waterlooplein en arresteerden honderden Joodse jongemannen. De Februaristaking is daar een directe reactie op.

Etty: ‘Er heerste al een tijdje een sfeer: We moeten iets dóén! Maar mensen wisten nog niet wat ze moesten doen en hoe. En toen vond die pogrom plaats. Op maandag 24 februari, direct na het weekend, organiseerde het CPN-kader in Amsterdam op de Noordermarkt, hier bij mij om de hoek, een geheime meeting. Communisten die bij de tram werkten en bij de scheepswerven in het noorden van de stad kregen stakingsmanifesten in handen gedrukt, die ze in de nacht van maandag op dinsdag over heel Amsterdam verspreidden. De volgende ochtend overtuigden ze hun collega’s om ook te gaan staken. En veel mensen legden het werk neer. Honderdduizenden. Het was een algemene staking. Nergens in bezet Europa heeft iets vergelijkbaars plaatsgevonden.’

Geen afgesloten hoofdstuk

Uitgeverij Querido wilde heel graag iets doen met de Februaristaking, 85 jaar na dato, en vroeg Etty om een boek te schrijven. Tegen dit verzoek zei ze geen nee, vertelt ze. ‘Ik was al heel lang met de Februaristaking bezig. En dat kwam door de trilogie Februari van Theun de Vries. Je kent hem wellicht van zijn beroemde roman Het meisje met het rode haar, maar hij heeft ook een 1300 bladzijden tellend verhaal geschreven over de Februaristaking. Ik las het toen ik in Amsterdam literatuurwetenschap studeerde. Ik kom uit de buurt van Den Haag, maar dankzij dit boek leerde ik Amsterdam echt goed kennen.’

Volgens Etty is de Februaristaking geen afgesloten hoofdstuk, maar een voorbeeld van hoe collectief verzet werkt, ook nu. ‘De kracht van zijn boek is dat hij weet te verbeelden waar nauwelijks beelden van zijn’, zegt ze. ‘Dat is het verschil met het ICE-geweld in Minneapolis, waarvan veel beelden de hele wereld overgingen. De Vries leverde met literaire middelen de beelden van de Februaristaking. Ik heb hem nog geïnterviewd voor zijn negentigste verjaardag, voor NRC en in debatcentrum De Balie. Hij typeerde het boek als een documentaire roman en vertelde mij dat hij heel veel mensen had gesproken voor zijn boek. Hij had ook een dossier, maar dat was zoekgeraakt. Toen ik voor dit boek de archieven van Theun de Vries indook, heb ik dit dossier echter teruggevonden. Hij gaf veel bestaande mensen gefingeerde namen, maar maakte in zijn aantekeningen duidelijk wie wie was.’

‘Hij weet te verbeelden waar nauwelijks beelden van zijn’

De Februaristaking werd snel en hard neergeslagen. Kun je dan wel spreken van een succes? Volgens Etty was de eerste stakingsdag, 25 februari 1941, wel een enorm succes. ‘In alle bedrijven in Amsterdam-Noord hadden mensen het werk neergelegd. Arbeiders pakten vervolgens de pont naar de stad en hielpen om de demonstratie tot een groot succes te maken. Er demonstreerden echt heel veel mensen. Er heerste een euforische stemming in de stad. De trams reden niet. NSB’ers probeerden enkele trams wel te laten rijden, maar het publiek hield deze trams tegen. Mensen maakten duidelijk dat ze de Jodenvervolging niet pikten. De Duitsers waren overrompeld.’

26 februari was een ander verhaal. De Duitsers waren nu wel goed voorbereid. Ze zetten de Wehrmacht in en de Grüne Polizei gooide granaten naar demonstranten. Hoewel de staking oversloeg naar enkele andere steden in Nederland, betekende de harde repressie ook het einde van de Februaristaking. ‘De Joodse mannen die tijdens de razzia waren opgepakt, kwamen niet vrij en zouden uiteindelijk vrijwel allemaal worden vermoord in Duitsland. En de anti-Joodse maatregelen die de Duitse bezetter nam, werden steeds erger. Was de prijs voor de staking te hoog?’ Etty pakt haar boek erbij, bladzijde 193, en leest een passage voor van historicus Lou de Jong, die ze daar uitgebreid citeert.

Rode lijn

Etty: ‘De Februaristaking heeft een norm gesteld. De Duitse bezetters overschreden een morele grens. En dit maakte duidelijk dat er onder geen beding met hen samengewerkt of gecollaboreerd mocht worden. Hierover schrijf ik ook in mijn nawoord. Er zijn momenten in de geschiedenis, in je leven, dat er een grens bereikt is. En die grens heeft altijd te maken met mensenrechten die geschonden worden, denk aan persbreidel of discriminatie van medemensen. Dan heb je het idee dat er iets moet gebeuren. Voor verzet is draagvlak nodig. De les die ik trek uit de geschiedenis van de Februaristaking, maar ook uit de geschiedenis van het feminisme en uit mijn tijd van studentenverzet: je moet iets organiseren. Het is een illusie dat iets spontaan ontstaat of dat je het in je eentje moet doen. Je zag dit ook in Minneapolis. Vakbonden en kerken, buurtgroepen en ook ondernemers steunden de staking om zo te protesteren tegen het optreden van immigratiedienst ICE.’

‘Het is een illusie dat iets spontaan ontstaat of dat je het in je eentje moet doen’

In haar boek trekt Etty een parallel met de grote Rode Lijn-demonstratie tegen Israël, waar veel verschillende organisaties bij betrokken waren. ‘Deze demonstratie had effect op het beleid van de Nederlandse regering. Dat hadden acties van gemaskerde activisten, die vernielingen hebben aangericht op de Universiteit van Amsterdam en andere universiteiten, niet. Hun doel is prima, stop de genocide in Gaza, maar je moet goed nadenken over de middelen. Er is in de Nederlandse samenleving geen draagvlak voor gemaskerde demonstranten die vernielingen aanrichten. Dat werkt niet. Natuurlijk heeft De Rode Lijn het geweld in Gaza niet gestopt. Maar deze demonstratie gaf mensen wel het gevoel dat ze iets moesten doen, iets konden doen.’

Ze bestrijdt dan ook de in sommige kringen populaire gedachte dat een antifascist per definitie links is. ‘De feiten logenstraffen dit. In de Tweede Wereldoorlog gingen ook liberalen en gereformeerden in het verzet. Voor die laatste groep was het een gewetenskwestie. Natuurlijk is niet alleen links antifascistisch. Dat heeft de geschiedenis ook bewezen.’

Het communistische verleden van Etty zelf komt ook ter sprake. ‘Het is een lang verhaal, maar ik geef je de korte versie. Het was ook die tijd, hè? De jaren zestig en zeventig. Ik was actief in de studentenbeweging. We associeerden de CPN met de verzetsbeweging. Het leek er toen op dat de CPN niet meer stalinistisch was, zoals voorheen. Maar het stalinisme zat helaas nog steeds in de partij. Toen ik in mijn stukken in De Waarheid ijverde voor eurocommunisme, communisme met een menselijk gezicht, kreeg ik veel kritiek van de oude garde. Uiteindelijk leidde dit tot een breuk. Ze moesten ook niets van mijn feminisme hebben.’

Parallellen met Geert Wilders en Thierry Baudet

Etty ziet parallellen tussen de Februaristaking en onze eigen tijd, zonder natuurlijk onze tijd aan toen gelijk te stellen. ‘Donald Trump voert nu een culture war, waarbij hij liegt en alles omdraait. Dat deden de nazi’s ook. Zij gaven van alles de Joden de schuld.’ Etty ziet ook parallellen met Geert Wilders en Thierry Baudet, die haat prediken tegen andere minderheidsgroepen. ‘Natuurlijk stel ik hun politiek niet gelijk aan de nazibezetting. Maar ik vind het wel fascistisch wat ze doen.’ Wat er in de Verenigde Staten nu allemaal gebeurt, komt dichter in de buurt, vervolgt ze. ‘Daar geldt nu het recht van de sterkste. Er is een enorme haat tegen intellectuelen, tegen universiteiten. Er worden boeken verboden.’

De ophef over BIJ1-politicus Tofik Dibi als spreker op de herdenking van de Februaristaking, en daarna de ophef over Jerry Afriyie van Kick Out Zwarte Piet, vindt Etty ‘gezeur’. ‘Ze moeten daar eens mee ophouden. De herdenking is bedoeld om die norm hoog te houden. Onder hele zware omstandigheden kwamen mensen in opstand en gingen staken. Dat vergt moed. Dat moet je hooghouden. Dan moet je niet gaan zeuren over iemand die spreekt waar je bepaalde bezwaren tegen hebt.’

‘Ik ben echt voor tolerantie, maar die heeft een grens’

Voor Etty is er wel een grens, geeft ze toe. ‘Dat iemand als PVV-politicus Martin Bosma aanwezig is bij de herdenking van de Februaristaking, of Keti Koti, vind ik wel problematisch. Hij was vorig jaar Kamervoorzitter, maar heeft als PVV-politicus hele nare dingen gezegd. Natuurlijk, het is vooral de schuld van kiezers die op hem in de Tweede Kamer hebben gestemd en parlementariërs die hem tot voorzitter hebben gekozen, maar het voelt vreemd. Ik ben echt voor tolerantie, maar die heeft een grens.’

Als literatuurwetenschapper benadrukt Etty ten slotte de kracht van fictie boven die van geschiedschrijving. ‘Het mooie van Februari van Theun de Vries is dat hij in de huid kruipt van zijn personages. Je kunt je dan beter identificeren met historische personen dan in een geschiedenisboek. Dat maakt fictie zo sterk. Hun getuigenissen inspireren ons, mensen die snakken naar verzet tegen extreemrechts.’

We moeten iets dóén!, Elsbeth Etty, Querido, 238 blz., € 22,99

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -