11.3 C
Amsterdam

Koerd Ahmet

Reyis Kurt
Reyis Kurt
Huisarts en schrijver van korte verhalen.

Lees meer

Tante Farika zaliger woonde in een arme wijk in Tarsus. Ze hadden het zelf wel goed. Haar man wijlen Koerd Ahmet was hoofd van de handarbeiders in de katoenoliefabriek in die wijk.

Tarsus is een historische stad tussen het Taurusgebergte en de Middellandse Zee. De Poort van Cleopatra is de toegang aan de zuidzijde van het historische Tarsus. De bekende christelijke apostel Paulus komt uit de stad.

In de islamitische traditie hebben de Ashabi Kehf – in de christelijke traditie bekend als de Zevenslapers van Efeze – mogelijk in een grot bij Tarsus 309 jaar geslapen. Deze jonge christenen waren met hun trouwe hond gevlucht voor de Romeinse keizer Decius die de christenen in zijn rijk vervolgde. Nadat ze wakker werden gingen ze eten kopen. Ze merkten dat ze in een heel andere tijd waren beland. Ze liepen weer weg en verdwenen spoorloos. Soera De Spelonk in de Koran verhaalt erover.

Maar terug naar tante Farika zaliger en haar man Koerd Ahmet. Behoeftigen konden bij hen aankloppen. Tante Farika kookte altijd in hele grote pannen. Eten werd kris kras door de wijk naar armen en wezen gebracht.

Koerd Ahmet had een goed inkomen. Er waren veel arbeiders in de fabriek. Hij verdiende aan hen. Hij gaf alles weer uit. Hij leende allerlei niet-kredietwaardige mensen geld uit. In veel gevallen zag hij het niet meer terug. Hij had er vrede mee.

In de jaren zeventig was Koerd Ahmet actief in een linkse politieke beweging in Tarsus. Revolutionairen wilden in hun strijd tegen het grootkapitaal de fabriek in brand steken. Hij praatte hen om en voorkwam zo deze aanslag. Tot zijn dood had hij een goede band met de fabrieksbazen.

In 2007 bezochten we hem. Zoals altijd zat hij in zijn pyjama op een kussen op het grote balkon op de eerste verdieping aan de voorzijde van het huis dat naar hun tuin keek. In de tuin stond een grote vijgenboom.

Hij vertelde dat hij eens uitgenodigd was voor een etentje voor het kaderpersoneel van de fabriek. ‘Ik ging naar binnen en zag allemaal sjiek geklede mensen aan tafel. Ze hadden geen trek.’

‘Ik riep naar de fabrieksbaas: ‘Resat Beg.’’

‘‘Ja Ahmet Aga’ antwoordde hij.’

‘Wat is dit voor diner? Jij probeert mensen eten te geven die geen honger hebben.’

‘‘Wat moeten we dan doen?’ vroeg Resat Beg.’

‘Geef mij een vrachtwagen. Ik haal wat armen uit de wijk.’

‘Zo haalden ze een groep mensen uit de wijk. Met grote trek nuttigden de armen de luxe gerechten. De obers werden onrustig. Ik vroeg hen wat er aan de hand was. ‘Het eten raakt op’, antwoordden ze. ‘Maar de mensen hebben nog niet genoeg gegeten.’ Haal brood en helva uit een winkel zei ik.’

‘Helva en Koerden’ bulderde Koerd Ahmet tegen ons. Volgens hem waren Koerden aan de lekkernij verknocht.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -