Blok moet weer saai en voorspelbaar worden

Foto: Rijksoverheid

Het is ongetwijfeld zeer verstandig van minister Blok geweest om zijn domme uitspraken midden in het reces te doen. Was het geen zomervakantie geweest, dan was de Kamer beslist bijeengeroepen voor een debat en dat had mogelijk fatale politieke consequenties gehad, ook al zou Rutte alles uit de kast halen om niet wéér een stuntelende minister te hoeven verliezen.

Zeker op Buitenlandse Zaken heeft de VVD immers na Rosenthal en Zijlstra qua kneusjes een naam hoog te houden. Zoals de satirische website De Speld kopte: Wordt het niet eens tijd voor een vrouw die domme dingen zegt op Buitenlandse Zaken? Tenminste zou Blok, als hij zijn uitspraken tijdens het politieke seizoen had gedaan, verder hebben moeten gaan als aangeschoten wild. Nu echter zou zo’n debat zozeer mosterd na de maaltijd worden, dat ik niet verwacht dat het er nog van komt. Wel zal een en ander ongetwijfeld gretig door de oppositie weer worden opgerakeld, als Blok een nieuwe uitglijder begaat. Hij moet dus nu drie jaar op kousenvoeten gaan lopen en inderdaad zo saai en voorspelbaar worden als hij tot voor kort heette te zijn.

In de pers is er over de merites van zijn betoog al voldoende gezegd, dus daar wil ik na een kleine maand niet op terugkomen. Ik wil er slechts één puntje uitlichten, naar aanleiding van zijn uitspraak geen voorbeeld te weten van een vreedzame multietnische samenleving waar ook de oorspronkelijke bevolking nog woont, zodat Amerika en Australië zijns inziens afvallen, omdat die daar zou zijn uitgeroeid.

Het gaat mij hier nu om de term ‘oorspronkelijke bewoners’, waarnaar tijdens discussie wel vaker gemakshalve gegrepen wordt, omdat meestal wel aan iedereen duidelijk is wie dan worden bedoeld. Het is in historisch opzicht echter vaak toch wel een problematisch begrip, dat een duidelijke koloniale context bezit. Niet toevallig wordt het vooral voor Amerika en Australië gebezigd, ter markering van het onderscheid tussen de Europese kolonisatoren die – meestal op een exact bekend tijdstip – op hun ontdekkingsreizen voor een hen nog onbekende kust opdoken waar reeds ‘inboorlingen’ bleken wonen. Ook die term is niet zonder de bijsmaak van een primitieve cultuur die door een hogere civilisatie is ontdekt.

Al in het geval van de Amerika’s is die zo helder lijkende terminologie voor een hedendaags etnisch discours echter niet zonder haken en ogen. Enerzijds omdat, vooral in het geval van Latijns Amerika, gedurende vijfhonderd jaar Europese kolonisatie een sterke vermenging van die oorspronkelijke bewoners met de Europese nieuwkomers heeft plaatsgevonden: wie mogen nu dan nog tot de nazaten van de oudste autochtonen gerekend worden? En anderzijds, omdat die ‘oorspronkelijke bewoners’ – een omschrijving die een herkomst uit Adams dagen suggereert – zelf óók pas betrekkelijk laat – en wel via de in een ijstijd dichtgevroren Beringstraat – vanuit Azië Amerika zijn binnengetrokken, vermoedelijk een jaar of twintigduizend geleden.

Gezien de totale ouderdom van de mensheid van pakweg een miljoen – of voor mijn part twee miljoen – jaar is dat zeer recent, en waren de ‘Indianen’ de Europeanen maar ‘net’ voor. Het maakt het in verband met hún ontdekking gemunte en daarom wel als blijk van een arrogant eurocentrisch wereldbeeld beschouwde begrip ‘Nieuwe Wereld’ voor de beide Amerika’s overigens wel op een andere wijze best zinvol. En gezien die Aziatische herkomst van de ‘Indianen’ is die door de Europeanen aan hen gegeven benaming misschien toch weer net wat minder absurd dan sommigen menen.

Hoe dan ook, waar in de Nieuwe Wereld tussen ‘inboorlingen’ en ‘kolonisatoren’ – wat de ‘inboorlingen’ dus ooit ook waren – vanwege een gat van duizenden jaren nog enigszins een scheidslijn valt te trekken, is dat voor de Oude Wereld onmogelijk. Elke blanke en zwarte Amerikaan weet wanneer ‘hij’ in Amerika gekomen is, ook als het zijn betbetbetovergrootouders betreft, en is zich daarmee van zijn immigrantenafkomst bewust. Zo niet de Europeaan: omdat de doop-, trouw- en begraafboeken maar een paar eeuwen terugreiken, en voor veruit de meeste in Europa levende mensen hun eerste Europese voorouder niet te achterhalen valt, is zijn instinctieve notie vanouds: wij waren hier gewoon altijd. Het daaraan gerelateerde argument ‘wij waren hier altijd, dus wij waren hier eerst’ heeft in de Europese geschiedenis bij etnische conflicten vaak een belangrijke rol gespeeld, omdat aan anciënniteit al snel bepaalde rechten worden ontleend.

Pas dankzij dna-onderzoek weten we sinds kort over de oorsprong van de ‘oorspronkelijke’ Europeanen meer. Een ding is in elk geval duidelijk: zowel Europa als Azië vormen in etnisch-genetisch opzicht één groot mengelmoes. En met de Grote Volksverhuizing van de vijfde eeuw voor ogen, mag men aannemen dat niemand meer op zijn ‘oorspronkelijke’ plek woont.

Wat zijn de ‘oorspronkelijke’ Fransen? Nos ancêtres les Gaulois leren ze nog steeds braaf op de Franse lagere school. Maar nadat de Galliërs – behalve dat ene dorpje dan – door Julius Caesar onder de voet waren gelopen, kwamen de Romeinen, en met de genoemde Grote Volksverhuizing vervolgens de Franken, en die doken allemaal met elkaar in bed. En wat zijn de Britten, die nu menen dat ze zo very British en dus heel anders zijn dan de Europese rest? ‘Oorspronkelijk’ woonden er op hun eiland Kelten, maar er is nog slechts een enkele Schot die hun taal spreekt. Toen kwamen ook dáár de Romeinen, en vervolgens de Angelen en Saksen, en uiteindelijk bezigen ze er nu als gevolg van de Normandische invasie van 1066 een mengsel van een Fries dialect en een raar uitgesproken Frans.

‘De oorspronkelijke bewoners’: we kunnen er in het dagelijks taalgebruik vaak niet omheen, omdat het begrip zo makkelijk lijkt, maar wie goed nadenkt loopt daarmee bijna voortdurend onherroepelijk vast.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.