Wie betaalt bepaalt?

Foto: Reuters

Het actualiteitenprogramma Nieuwsuur pakte onlangs flink uit met een drieluik over de financiering van moskeeën in Nederland. Uit geheime overheidsstukken waarop de journalisten de hand hebben weten te leggen zou blijken dat ongeveer tien procent van de vierhonderdvijftig moskeeën in Nederland gefinancierd zou worden vanuit landen in de Golf-regio, met name Saoedi-Arabië en Koeweit. Sinds 2010 zouden die landen het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken regelmatig op de hoogte stellen van financieringsverzoeken door Nederlandse moskeeën. Daarvan zijn lijsten gemaakt. Dat die lijsten niet openbaar zijn gemaakt heeft te maken met diplomatieke mores. Bovendien is Saoedi-Arabië zoals bekend een goede bondgenoot van het Westen, dus liever geen gedoe. Want gedoe kun je verwachten bij zoiets.

Wat is hier aan de hand? Vanwaar die commotie? De reportage geeft geen inzicht in de besteding van het geld, maar gaat over wat wordt beschouwd als de directe gevolgen van de financiële transacties. Zo zouden predikers vanuit de regio naar Europa komen om hier lezingen en preken te houden in de moskeeën. Een aantal van deze predikers verkondigt de wahabitische leer, een conservatieve stroming binnen de islam die in Saoedi-Arabië wijdverbreid is. Het zou een variant zijn van ‘het salafisme’, dat oh zo handige containerbegrip. In de reportage worden beelden getoond van conservatieve predikers gekleed in witte keffiyeh die in het Arabisch hun gehoor in moskeeën toespreken. Zonder meer ferme intolerante, vrouwonvriendelijke en anti-democratische uitspraken. Laat daar geen twijfel over bestaan.

Ook komen de onvermijdelijke deskundigen aan het woord. Zij spreken over de met oliedollars gefinancierde zendingsdrang van Saoedi-Arabië, de export van conservatieve en intolerante opvattingen naar Europa, de ‘groeiende invloed’ van het ‘onverdraagzame’ salafisme en het veronderstelde verband tussen salafisme en jihadistisch geweld. NCTV-baas Dick Schoof (kan niet missen) heeft al eerder in een geheime memo ervoor gewaarschuwd dat het aantal salafistische instellingen in Nederland de afgelopen jaren flink is gegroeid. Ook imams en moskeebestuurders spreken hun zorg uit over deze ontwikkelingen. En dat allemaal op basis van een lijst van subsidieverzoeken die de overheid onder de pet wilde houden.

Ik wil de zorg over onverdraagzame predikers niet afdoen als overdreven paniekvoetbal, hoewel er wel een hoop meer over te zeggen valt dan in de reportage naar voren komt. Ze komen hier, dat is duidelijk. Maar dat wisten we allang en ook dat er geld stroomt. Donaties uit binnen of buitenland aan religieuze instellingen zijn grondwettelijk niet verboden. Ze vallen onder godsdienstvrijheid en zijn van alle tijden. Ook onder moslims. Lang maakte niemand zich daar druk om. Maar die tijd is voorbij. Nu wordt er een rechte lijn getrokken tussen financiering, inmenging, botsing van waarden, radicalisering en integratieproblemen. Ongetwijfeld zijn veel van die financieringsverzoeken puur en alleen gedaan om een moskeeproject te betalen. Overigens is dat niet alleen geld uit de Golf-regio. Lokale moslims zijn over het algemeen niet erg kapitaalkrachtig en dus zijn aanvullende middelen nodig. Daar zullen in veel van de gevallen geen verdere voorwaarden aan verbonden zijn.

Maar zelfs dan lijkt het me niet echt opzienbarend dat met die financiering de geldschieters in sommige gevallen ook invloed verwerven. Je kunt het naïef noemen dat een moskeebestuur zich dat niet voldoende realiseert. Wie betaalt, wil ook meepraten en meebeslissen. Al eerder is naar buiten gekomen dat er achteraf conflicten zijn uitgebroken, omdat geldschieters meer invloed eisten op de agenda van het lokale bestuur, waar bestuursleden op hun beurt niet van gediend waren. Het ligt nogal voor de hand dat die inmenging niet alleen gaat over de kleur van de bakstenen.

Vrijwel direct reageert het kabinet met de aankondiging dat het gaat proberen die geldstromen uit het buitenland te stoppen. Repressie en stoere taal. Meer controle, betere indamming, ruimer verbod, ook al is dat grondwettelijk zeer problematisch. Maar het is vooral ook enorm paternalistisch. Kennelijk komt het bij niemand op eens te kijken hoe door gewone moskeebezoekers over die predikers wordt gedacht. Ze prediken hier, maar hoe wordt hun boodschap ontvangen? Alleen terrorismedeskundige Bart Schuurman uit Leiden zegt daar iets over in de reportage. Op de vraag hoe uitspraken van een prediker moeten worden beoordeeld stelt hij dat het uitspraken zijn ‘van een gezagsfiguur, van iemand met extra invloed op zijn toehoorders, mag je aannemen’.

Precies, dat nemen we maar aan. Dat is nu precies waar dit soort reportages, hoe spectaculair ze ook mogen lijken, de plank misslaan. Iemand uit Saoedi-Arabië hier parachuteren zegt helemaal niets over diens gezag, legitimiteit en uitstraling. Hoeveel invloed deze figuren hebben is allerminst vanzelfsprekend. Uit onderzoek blijkt al veel langer dat de invloed vanuit het buitenland door gewone moslims steeds meer als problematisch wordt gezien. Moslims hier kunnen inmiddels heel goed zelf bepalen wat ze willen. Daar hebben ze geen woordvoerders, journalisten of deskundigen voor nodig die over hun hoofd vertellen hoe het zit.

DELEN
Thijl Sunier
Antropoloog. Hoogleraar Islam in Europese Samenlevingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voorzitter van de Netherlands Interuniversity School for Islamic Studies.