Gekleurde politici zijn vooral leuk voor op de foto

Chris Aalberts
Chris Aalberts
Journalist en auteur van o.a. ‘De puinhopen van rechts’. Doceert Media & Journalistiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Lees meer

Afgelopen week waren alle ogen gericht op de Amsterdamse Stopera, waar burgemeester Halsema zich moest verdedigen voor de extreem drukke anti-racisme-demonstratie #BlackLivesMatter op de Dam. Het heeft er alle schijn van dat de Amsterdamse raadsleden blij waren met de planning van dit debat: dezelfde middag vond in de Bijlmer wederom een enorme antiracismedemonstratie plaats.

Die demonstratie verloopt vlekkeloos. Op een groot grasveld in het Nelson Mandelapark zijn gele stippen gespoten. Door daarop te gaan staan kunnen de demonstranten op anderhalve meter van elkaar blijven. Dat was immers het euvel van de Dam-demonstratie. Al snel blijken die stippen ook hard nodig, want de mensenmassa zwelt aan tot zo’n 11.000 mensen.

De presentator vertelt ons dat we een statement maken tegen institutioneel racisme, want dat is óók een mondiale pandemie. Veel mensen denken dat racisme geen Nederlands fenomeen is, maar het speelt hier ook. Hij praat over onderadvisering in het onderwijs: docenten kunnen zich niet altijd voorstellen dat zwarte kinderen op een hoog schooltype thuishoren. Er is arbeidsmarktdiscriminatie, in de Bijlmer worden de oorspronkelijk bewoners verdrongen en de politie doet aan etnisch profileren. Zwarte Piet is niet alleen een racistische karikatuur, maar ook een symbool van institutioneel racisme, horen we.

Aminata Cairo, lector aan de Haagse Hogeschool, vertelt dat racisme genormaliseerd is. Voor kinderen is het inmiddels heel gewoon. Een activiste strijdt al ruim vijftig jaar tegen Zwarte Piet. Ze somt vooroordelen tegen zwarte mensen op. Er vinden provocatie, discriminatie en mishandeling plaats. Zwarte mensen moeten als volwaardige burgers voor zichzelf opkomen, zegt ze, maar als ze dat doen vindt men ze al snel agressief. De politiek? Die doet niets, zegt ze.

Een andere spreker komt met kritiek op minister-president Rutte, die er wel heel lang over heeft gedaan om te erkennen dat racisme bestaat en dat Zwarte Piet mensen in Nederland kwetst. We horen dat Rutte maar eens naar Amsterdam-Zuidoost moet komen voor een cursus. Een man suggereert dat er mensen op hoge posities moeten komen ‘die het wel begrijpen’. Luid applaus.

Er bestaan nauwelijks partijen die geen voorstander zijn van een divers ogend bestand aan politici

Daarmee zijn we terug in de Stopera. De Amsterdamse gemeenteraad is net als andere politieke organen een plek waar ‘mensen op hoge posities’ zitten. Er is iets geks aan de hand: of het nou de Stopera is of een willekeurige andere bestuurslaag: overal komen we Nederlanders van kleur tegen. Sterker nog: als je je als gekleurde Nederlander aanmeldt voor een plaatsje op een kandidatenlijst voor de gemeenteraad of een andere politieke functie, heb je vaak een streepje voor. Er bestaan nauwelijks partijen die geen voorstander zijn van een divers ogend bestand aan politici. Ook rechts vindt het prachtig.

Waar hebben al die demonstranten bij #BlackLivesMatters het dan eigenlijk over? Er zitten in de Stopera en elders al gekleurde mensen met een multiculturele achtergrond die affiniteit zouden kunnen hebben met de thema’s die bij deze demonstratie langskomen. Misschien dat de premier onderadvisering, arbeidsmarktdiscriminatie en andere racisme-thema’s niet scherp op zijn netvlies heeft, maar hij is er in zijn hele leven wellicht nooit zelf mee geconfronteerd. Er blijven echter genoeg politici over die deze thema’s wel zouden kunnen herkennen en niet op cursus hoeven.

De Amsterdamse gemeenteraadsleden hadden afgelopen week een smoes om niet in het Nelson Mandelapark te zijn en niemand onder ogen te hoeven komen. Wat hebben zij eigenlijk gedaan aan deze – inmiddels wel erg vaak geformuleerde – zorgen van een ontzettend grote groep Nederlanders? Het heeft er alle schijn van dat veel gekleurde politici wel op basis van hun multiculturele profiel een politieke functie willen verkrijgen, maar dat zij geen enkel nieuw perspectief meebrengen. Ze zijn leuk voor op de foto, zeg maar. Deze gekleurde gemeenschappen lijken nauwelijks iets van hun aanwezigheid te merken.

Natuurlijk is het agenderen van racisme geen unieke verantwoordelijkheid van gekleurde politici. Maar aangezien de politiek in zijn geheel niet in beweging komt, vraag je je wel af wat juist deze politici aan racisme hebben proberen te doen.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berchtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -

3 REACTIES

  1. In de jaren ’60-’99 was er vrijwel geen ‘hard’ racisme in Nederland. De meeste
    mensen ‘van kleur’ kwamen hier om te werken of te studeren en probeerden
    zich aan te passen. Óf ze waren zo druk met werken dat ze geen tijd namen om
    zich aan te passen : het was immers maar voor een paar jaar.

    De chinezen uit Suriname, Surinamers, Antillianen. Ook de eerste groepen Turken
    en Marokkanen ; niemand had een probleem omdat het relatief weinig mensen
    waren die geen impact hadden op het dagelijks leven van de Nederlander.

    Ondertussen zijn we 1,5 miljoen ‘vluchtelingen’ verder. Veel van de landen waar men
    vandaan kwam zijn allang weer veilig. Deze landen zouden de ervaring en kennis van
    hun landgenoten hier goed kunnen gebruiken. Maar men gaat niet terug, het leven is
    voor hen hier veel comfortabeler. Hoezo is dan ‘discriminatie’ érg in Nederland ?

    Het gevolg is dat er een tekort is aan woningen, medische zorg, opvang voor dak- en
    thuislozen [ afgewezen lieden blijven gewoon hier..]. Dit alles geeft (over-) last :
    er is een impact ontstaan die ‘wringt’ met het leven van de Kaukasische Nederlander.

    Als je kinderen thuis blijven wonen omdat de woningen naar statushouders gaan,
    als je op school en op straat wordt nageroepen met ‘hoer’ omdat je niet voldoet aan
    hún culturele regels, dan wordt de irritatie grens overschreden. En als de bestuurders,
    de D666 rechters en ander ‘ Gutmenschen ‘ het afwijkend gedrag niet corrigeren en
    dit gedrag steeds meer inbreuk maakt in het leven van alle-dag en de cultuur, de
    normen en waarden van de Kaukasische samenleving wordt aangetast dan ga
    je wrevel opwekken, dan gaan mensen ‘met scheve ogen kijken’ naar ál de ‘mensen
    van kleur’ .

    Dat wordt ook als zodanig erkend, door mensen die hier al héél lang wonen en de
    veranderingen zien, zoals een oudere Turkse Nederlander aangaf in een artikel elders
    op deze website.

    Er komt dus nu ‘racisme’ in de Nederlandse samenleving uit irritatie over voorrechten die
    nieuwkomers krijgen, uit onaangepast gedrag, als reactie op de verstoring van ons leven.

    Wil je geen racisme ? Haal dan die bevoorrechting van ‘nieuwkomers’ wég, iedereen de
    zelfde rechten ? Prima, maar dan ook geen vóórrechten.

    Maar dát wil ‘men’ niet. Men wil de rechten en óók voorrechten. En botst.

  2. Vroeger spraken we over discriminatie. Wat racisme is? Bestaat in beeldvorming. Maar rassen bestaan niet. Discriminatie komt voor, om allerlei redenen. Ik heb een keer een mooie meid niet kunnen krijgen, omdat een mooie jongen bij haar beter in de smaak viel. Zij maakte onderscheid, pleegde discriminatie op grond van mijn uiterlijk, misschien de varkenskleur van mijn huid. Wie zal het zeggen? Vroeger werd ik gediscrimineerd omdat ik roodharig ben. Sindsdien zwelg ik in zelfmedelijden. Nadat ik die mooie meid niet kon krijgen, besloot ik alle jongens die mooier zijn dan ik uit te roeien, maar bedacht nog op tijd dat dit een klus zonder eind zou worden. Ik voel mij meer en meer slachtoffer van mijn medemensen die er niets aan heb gedaan om de discriminatie waaronder ik lijd, ongedaan te maken. Ik kreeg later nog een keer ruzie omdat ik weer werd gediscrimineerd. Ik vroeg aan een andere mooie meid in de tram (er was nog geen corona) of zij met mij uit wilde. Ik werd weer gediscrimineerd, want zij wees mij af en vroeg of ik wel goed bij mijn hoofd was. Ik ben nu volgelopen met haat. Ik heb een bord gekocht en met grote letters daarop geschreven: MY LIFE MATTERS. Ik ben er mee door mijn wijk gelopen, heb bij enkele mensen aangebeld om te vragen of zij met mij mee wilden gaan naar het Malieveld om te demonstreren. Ik ben omsingeld door 8 agenten, die mij in een auto duwden. Op het bureau hoorde ik zeggen: hier is die verwarde man. Ik werd niet gerespecteerd maar gediscrimineerd. Voor de zoveelste keer! Ik kan er niet meer tegen en maak er een eind aan, als slachtoffer van de never ending discrimination.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here