16.7 C
Amsterdam

Luyendijk stopt waar het actueel en interessant wordt

Jaswina Elahi
Cultuurwetenschapper. Onderzoeker maatschappelijke ontwikkelingen.

Lees meer

Sommige witte mannen in topposities vinden het zeer vervelend om te worden gewezen op de privileges die leiden tot hun succes. Zij geven na een stevige portie zelfreflectie toe dat er misschien toch een kern van waarheid in zit. Ook Joris Luyendijk rekent zichzelf nu tot deze groep.


In zijn nieuwe boek De zeven vinkjes komt hij met de ‘ludieke uitvinding’ dat dit geldt voor mannen met ‘zeven vinkjes’: minstens één hoogopgeleide of welgestelde ouder, minstens één in Nederland geboren ouder, man, hetero, wit, gymnasium/vwo, universiteit. Zijn lijst illustreert hij met mannen in politieke topposities. Een waslijst zevenvinkers passeert de revue: allemaal mannen die de wind mee hadden in het leven.

Zo’n afvinklijst is overigens niet nieuw. Het is allemaal eerder gezegd, door personen met een migratieachtergrond en door vrouwen, maar die werden nauwelijks gehoord. De afgelopen week is dit veelvuldig benadrukt, onder meer door Tayfun Balcik, Roos Vonk, Rocher Koendjbihari en Sylvana Simons. Denk bijvoorbeeld aan het boek Hallo witte mensen (2017), waarin Anousha Nzume uitlegt hoe wit privilege werkt. Dit leidde tot boosheid bij, jawel, witte mensen. Maar Joris heeft de vinkjes mee om er een boek over te mogen schrijven en daarom bieden media zoals de Volkskrant, NRC en Buitenhof hem een podium.

Luyendijk, die van binnenuit weet hoe de zevenvinkers op wit privilege aangebrand kunnen reageren, noemt het geen wit privilege meer, maar een vinkje. Het kwaadaardige beestje – racisme, seksisme, witte superioriteit –  laat hij onbenoemd in de afvinklijst. Dan zou iedereen ‘nee’ kunnen aanvinken. Zijn zeven vinkjes zijn veiliger. De zeven vinkjes is dan ook groots onthaald.

Mijn grootste kritiek op Luyendijks vinkjes is dat het zo lijkt alsof uitsluiting in de samenleving plaatsvindt op individueel niveau. Maar witte mannen die hij opnoemt als voorbeelden maken deel uit van een bredere politieke elite en delen een bestuurscultuur. Die individuele optiek is ook misplaatst als het gaat om groepen aan de onderkant van de samenleving, veelal etnische groepen, die te maken hebben met uitsluiting.


Luyendijk vergeet dat personen met een migratieachtergrond steeds meer de cultuur van de witte mannelijke vinkjes overnemen

Luyendijk erkent dat de vinkjes-elite zichzelf als kwaliteitsnorm ziet: vandaar dat zij diversiteit als een aantasting beschouwt van haar homogene kwaliteitsbegrip. Daar lijden vooral vrouwen en personen met een migratieachtergrond onder. Luyendijk benadrukt ook terecht dat de vinkjes de baas spelen over Nederland, hoewel hij terloops opmerkt dat steeds meer vrouwen langzaam maar zeker tot die elite gaan behoren. Ook personen met een migratieachtergrond zijn steeds meer in de politiek en het bedrijfsleven te zien. En precies daar houdt Luyendijk op, dus net waar het actueel en interessant begint te worden. Want wat gebeurt er met vrouwen en de personen met een migratieachtergrond op het moment dat zij onderdeel worden van de witte mannelijke vinkjes-elite?

Luyendijk vergeet dat personen met een migratieachtergrond, net als witte vrouwen, steeds meer de cultuur van de witte mannelijke vinkjes overnemen om te bewijzen dat zij aan de gestelde homogene kwaliteitsnorm van de witte vinkjes-elite voldoen. Personen met een migratieachtergrond worden in dit proces dus eigenlijk witgewassen, zoals vrouwen zich ook conformeren aan de heersende witte-mannen-vinkjes-cultuur. Daarmee wordt de vinkjescultuur de facto gecontinueerd, hoewel de samenstelling van de elite wel verandert.

Door uitsluiting te individualiseren, houden instituties – politiek, media, onderwijs, wetenschap – sociale en culturele ongelijkheid in stand. Wat we nodig hebben is een fundamentele verandering in de bestaande instituties. Het gelijkheidsbeginsel als uitgangspunt in onze democratische samenleving is kennelijk niet genoeg: de kwaliteitsideologie en het klassenbelang zijn stevig verankerd in de vinkjes-elite.

Vrouwen en personen met een migratieachtergrond kunnen een sociale en culturele verandering teweeg brengen in de vinkjes-elite, wanneer zij daar de ruimte en de ondersteuning in krijgen en wanneer hun meegebrachte perspectieven en expertise ook worden geïncorporeerd in de vinkjescultuur van de elite. Anders verwordt diversiteit tot een achtste vinkje dat slechts zal dienen om af te vinken.

De zevenvinkers zitten echt niet op het op het vinkentouw om iets te veranderen. Zij blijven zichzelf als de kwaliteitsnorm zien. Misschien ben ik pessimistisch, maar zelfs wanneer de diversiteit binnenkort significant toeneemt op topposities, is de kans groot dat deze qua cultuur in wezen niets zal veranderen. Een elite kan wel open zijn voor nieuwe toetreders, maar zij zal haar identiteit niet makkelijk prijsgegeven. Zie ook hoe het die belofte over een nieuwe bestuurscultuur is vergaan.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -