19.6 C
Amsterdam

Noem Poetin niet meer ‘president’

Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

Het komt niet vaak voor dat ik het met de aanhangers van Vladimir Poetin eens ben. Maar een recente suggestie van de Russische Liberaal-Democratische Partij (LDP) – liberaal noch democratisch, maar gewoon extreemrechts – kan ik van harte onderschrijven.


De titel ‘president’ acht de LDP voor Poetin namelijk veel te westers, omdat die voor een staatshoofd voor het eerst aan het eind van de achttiende eeuw gebruikt is, en wel voor de Amerikaanse president George Washington. Beter zou het volgens de LDP zijn om Poetin in het vervolg met het authentiek Russische begrip ‘pravitel’ aan te duiden: heerser.

En inderdaad: van een president, waar toch altijd een zweem van westers democratisch denken omheen hangt, heeft Poetin de Veroveraar weinig weg. Hij meet zich nu al het liefst met Peter de Grote, en Iwan de Verschrikkelijke volgt straks vast ook. Maar waarom in plaats van ‘heerser’ dan niet gewoon ‘despoot’? Gezien de bloeddorstige tsaren in wier voetsporen Poetin treden wil, lijkt mij dat pas écht adequaat.

‘Despoot’ lijkt mij pas écht adequaat

Ook moet Vladimir de Verschrikkelijke dan natuurlijk wel zijn garderobe aan zijn nieuwe titulatuur aanpassen. Met zijn verachting voor democratische decadentie kan hij toch moeilijk zo’n pak met stropdas blijven dragen – het kleurloze kostuum van de westerse burgerman, waarvan de opmars in de negentiende eeuw tijdens de industriële revolutie parallel liep met de opmars van rechtstaat en democratie?

Een martiale heerser ziet er toch echt anders uit. Een met geroofde juwelen bezette pelsmantel plus kozakkenlaarzen en een berenmuts lijken mij dan toch het minste om zich van fletse consultant-types als Wopke Hoekstra te onderscheiden.

Want dat blijft natuurlijk toch opvallend: hoezeer niet-westerse dictators zich, ondanks hun gescheld op het Westen, toch als westerse democraten blijven kleden. Kennelijk blijft dat toch op een bepaald vlak ook voor hen de norm. Dat geldt niet alleen voor Poetin, maar eveneens voor paladijnen als Assad. Wijlen de Zimbabwaanse dictator Mugabe gaf zijn hele leven af op de verjaagde Britse kolonisatoren, maar het liefst kleedde hij zichzelf als een Britse gentleman. Alleen zo verwachtte hij kennelijk om voor vol te worden aan gezien.


De Chinezen hebben het ooit met het Mao-pak geprobeerd, maar Xi doet daar niet aan, en hetzelfde gold al voor zijn voorgangers. Om de hoek kiezen alleen de Noord-Koreaanse Kims voor eigen klederdracht.

Er zijn, als het om kleedstijl gaat, eigenlijk maar vrij weinig antiwesterse autocraten die de westerse mode-invloed bewust weerstaan. De archaïsche sjeiks op het Arabisch schiereiland behoren tot de uitzonderingen, waarbij de extreme klimatologische omstandigheden ter plekke ongetwijfeld een handje helpen. Maar de islamitisch-Ottomaanse revival van Erdogan past kennelijk prima in een maatkostuum. Met een sultanstulband heeft hij zich althans nog niet in het publiek vertoond.

In veel gevallen komt het niet-westerse aspect hoofdzakelijk tot uitdrukking in eigen hoofddeksels, zoals in Iran, India of Indonesië. Traditionele kledij blijft hooguit gereserveerd voor bijzondere gelegenheden – alsof men zich daarvoor schaamt, en het aantrekken van een Japanse kimono intussen als een soort verkleedpartij beschouwt.

Dat laatste geldt natuurlijk ook voor de traditionele, pre-industriële kledij in het Westen zelf. Die fameuze hermelijnen mantel heeft in Nederland een koning ook maar één keer in zijn leven om: bij zijn inhuldiging. Ook de bekleders van archaïsche ambten, die bij de denkwereld van de tijd van voor de Franse Revolutie horen, gaan bij ons in het dagelijkse leven zakelijk als burgerman gekleed. De mannen althans – voor vrouwen bestaat er veel meer speelruimte, waar voor mannen alleen elke kleur is toegestaan mits het om zwart gaat.

Net als voor de wereldwijde dominantie van het Engels illustreert ook de wereldwijde dominantie van het pak hoezeer de westerse cultuur nog steeds toonaangevend is. Daarvan getuigt eveneens het feit dat de westerse instituties vrijwel overal in naam en uiterlijke vorm zijn gekopieerd. Ook daar waar de facto totaal niet van democratie sprake is, doet men bij voorkeur toch alsof. Bijna overal worden ‘verkiezingen’ gehouden, en vrijwel elk niet-erfelijk staatshoofd, hoe tiranniek ook, heet officieel president.

‘Heerser’ in plaats van ‘president’: als Poetin die stap inderdaad neemt, breekt hij ideologisch veel openlijker met het Westen dan zelfs zijn mondiale rivaal in Peking tot nu toe heeft gedurfd.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -