6.7 C
Amsterdam

Onterecht dacht ik met een schepje mijn jeugd begraven te hebben

Hizir Cengiz
Publicist.

Lees meer

Vanuit een woning, links aan de overkant, klinkt geschreeuw. Een jonge vrouw is boos. Ik hoor gelukkig geen huilend kind. Maar goed, vroeger hield ik in dergelijke situaties bij ons in de woonkamer ook wijselijk mijn mond en sloeg ik met grote ogen alles op. Misschien is er ook nu een kind dat toekijkt en niet begrijpt waarom het zo gaat, maar wel weet dat het zo in ieder geval niet hoort te gaan.


De vrouw schreeuwt iets over een fles en nooit meer drinken. Ik schrik, alsof ze het tegen mij heeft, maar schrikken en vrezen is mij sowieso niet vreemd. Er volgt vanuit de overkant wat gescheld, gehuil en gerinkel. Ik doe het raam en de gordijnen dicht.

Weer moet ik denken aan die avonden. In de kern ben ik dat kind gebleven dat getuige was van een vader die een ander mens werd, wiens ware aard tevoorschijn kwam als de zon onderging. Ik dacht met een schepje mijn jeugd begraven te hebben in de zandbak, maar ik ben toch dat kind gebleven.

Als er iets voorvalt of iemand zegt iets, dan beland je vrijwel altijd weer bij een herinnering uit je kindertijd. En dan bij nog één en nog één. Als een vastgelopen plaat klinkt hetzelfde liedje. En zo zijn de vroegste herinneringen springlevend – maar tegelijk o-zo-lastig om over te vertellen.

Ik bleef dat kind dat zag hoe zijn vader ‘s avonds een ander mens werd


Huiselijk geweld. Wat een rotterm. Misschien is dat woord ook wel de reden dat ik een hekel heb aan alles wat huiselijk zou zijn, dat ik er niet warm van word, dat ik er geen behoefte aan heb.

Ook Philip Huff vindt dat een slecht woord. Zijn laatste roman gaat over zijn kinderdromen en het geweld bij hem thuis. Over een gezin dat het financieel breed heeft, maar elkaar toch te grazen neemt, elkaar klein maakt. Over hoe al het geweld, zelfs decennia later, nog onder zijn huid en nagels zit.

‘Huiselijk geweld is niet huiselijk’, zei hij tegen me. ‘Het gaat gewoon over fucking burgers.’ Daarmee wil Philip Huff zeggen dat de overheid een verantwoordelijkheid heeft. Zij moet bijvoorbeeld de drempel voor een psycholoog, onder meer financieel, verlagen.

Aan een man, op leeftijd, gespecialiseerd in dit soort zaken, vertel ik over het voorval en hoe ik mijn raam en gordijnen dichtdeed. Daarover vertellen lukt mij wel. Jongen, als je niets met je trauma’s doet, zullen ze je achtervolgen, zegt hij. En dan zwijgt hij een seconde. Achtervolgen, herhaal ik. Tot aan je sterfbed, zegt hij. Sterfbed, zeg ik hem na. Instemmend knikken of zeggen dat het klopt kan ik niet, want dat feit is mij niet bekend en ik kan niets veinzen.

Omdat ik er met hem over heb gesproken, koop ik bij een Aziatische bakkerij cake. Een traktatie voor mezelf. In de wachtrij realiseer ik me dat ik niet eens weet wat trauma’s zijn. Zijn trauma’s al dat wat jou is overkomen en aangedaan, dus al die herinneringen? Of juist dat wat jou is ontnomen en niet gegund – een geborgen nest, bijvoorbeeld?

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -