Rutte: de meest waarde(n)loze premier ooit

Thomas von der Dunk
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

Sinds enige tijd heeft de Volkskrant de wat schoolse gewoonte om op Prinsjesdag aan alle bewindslieden rapportcijfers uit te delen voor hun prestaties in het voorafgaande jaar. Ook ditmaal scoorde Mark Rutte met een 7,5 opvallend hoog, waarbij de rest van zijn ploeg met veel vijven en zessen mager afstak.

Dit hoge cijfer is symptomatisch voor de au fond vrij kritiekloze bejegening van de premier door de Nederlandse pers de afgelopen tien jaar – de pers die zich in 2010, ongetwijfeld opgelucht na het vertrek van de wat steile en horkerige Balkenende, steeds weer door Ruttes charmante nietszeggendheid en politieke handigheid laat inpakken.

Zeker: hij kan goed rekenen, zowel met Kamerzetels als met euro’s, zoals zijn hardnekkige poging – driemaal is scheepsrecht – om het grote bedrijfsleven hoe dan ook twee miljard euro toe te schuiven, bewijst.

Rutte is een Mann ohne Eigenschaften, om even een karakteristiek van Kafka te lenen. Een man zonder ideeën, zoals het nadien over nieuwe loslippigheid gestruikelde VVD-Kamerlid Arend Jan Boekestein zich ooit voor een per abuis nog openstaande tv-microfoon liet ontvallen. De premier is daarmee een vlag die op elke coalitiemodderschuit past.

Bij electoraal riskante kwesties heeft Rutte zelden leiderschap getoond. Hij is op zulke momenten ook het afgelopen jaar weer vooral handig gebleken in het afschuiven op anderen, zoals met de vileine vondst ‘coronaminister Hugo de Jonge’. Maar ook is hij goed in het vooruitschuiven naar een verre toekomst, zoals met het klimaatdossier, tot de rechter met het Urgenda-vonnis en Johan Remkes met de harde stikstofwaarheid het kabinet met het eigen duikgedrag confronteerden.

Ofschoon voorheen personeelsfunctionaris, heeft Rutte juist ook in dat opzicht in Den Haag misslag op misslag gestapeld, door ons herhaaldelijk met politieke vriendjes op te zadelen die als minister incompetente mislukkelingen bleken, zoals Ivo Opstelten, Uri Rosenthal, Halbe Zijlstra en Cora van Nieuwenhuizen. Ook dat Zijlstra is opgevolgd door de (inmiddels letterlijk) nietszeggende Stef Blok in plaats van door Sigrid Kaag, die natuurlijk al direct op Buitenlandse Zaken de leiding had moeten krijgen, is een blamage.

Voor hoofdrekenen verdient Rutte een 10. Maar voor hartrekenen?

Ten aanzien van de Europese Unie spreekt Rutte vaak met twee tongen, waarmee hij Geert Wilders steeds weer munitie geeft: de held uithangen in Den Haag, maar in Brussel uiteindelijk toch door de pomp. Anders dan Angela Merkel heeft Rutte op het Binnenhof nooit voor Brussel zijn nek uit durven steken, en vaart hij mee op goedkope anti-Zuid-Europese sentimenten, alle Haagse schendingen van Europese afspraken – Nederland als gelegaliseerd belastingzwendelparadijs – goedpratend als noodzakelijk voor het investeringsklimaat.

Ruttes veelgeprezen vermogen om het schip in het politieke midden te houden, niet te buigen naar links en niet te buigen naar rechts (zoals zijn verre voorganger Dries van Agt dat ooit in heel andere tijden formuleerde), komt bij de ook in de internetriolen tot uitdrukking komende toenemende radicalisering van PVV en FvD langzaamaan neer op het midden houden tussen Schlechtmenschen en Gutmenschen, tussen fascisme en fatsoen.

Bij morele vraagstukken, van Black Lives Matter tot Zwarte Piet, is Rutte uit angst voor de aantrekkingskracht van extreemrechts op het xenofobe deel van zijn achterban zolang mogelijk weggedoken, totdat de doorsnee-opvatting van zijn kiezers zodanig gekeerd was dat hij de zijne ook risicoloos kon aanpassen, onder het motto: ik ben hun leider, dus ik moet hen volgen.

Als geen ander is op hem van toepassing wat de Britse ambassadeur aan de vooravond van de Duitse bezetting eens over de toenmalige Nederlandse regeringsploeg opmerkte: een volk met zulke leiders verdient niet anders dan om tot slaven gemaakt te worden.

Over de kille rekenaarsdeal inzake Moria, waarmee opnieuw het Duitse optreden scherp contrasteert, zullen we zwijgen. Inderdaad: voor hoofdrekenen verdient Rutte een 10.

Maar voor hartrekenen? Aan een leerling die, trots op zijn gebrek aan visie, altijd op safe speelt, steeds essentiële keuzevraagstukken weglacht, nooit ver vooruit durft te kijken en zelden zelf inhoudelijk met iets nieuws komt, geeft een kritische docent – ook als die leerling verder meestal braaf het opgegeven huiswerk heeft gemaakt – niet meer dan een 6. In Ruttes geval is gezien al het andere zelfs dat cijfer geflatteerd.

 

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berchtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -