20.8 C
Amsterdam

Marvin Hokstam: ‘Om sterk te staan, moet je weten wie je bent’

Gijs de Swarte
Journalist. Schrijver. Filmmaker.

Lees meer

Discriminatie: als thema is het meer in de media dan ooit. Hoe gaan we met dit fenomeen om? Gaat het de goede of de slechte kant op? Tijd om de tijdgeest te toetsen. Gijs de Swarte spreekt ervaringsdeskundigen en topwetenschappers over de stand van zaken en persoonlijke pijnpunten. 


Marvin Hokstam (1968, Paramaribo) is journalist en onderwijsmanager. Hij heeft de afgelopen tien jaar leiding gegeven aan het Weekend College in Amsterdam Zuidoost. Daarnaast hij is oprichter van Bigi Bon, een stichting die de positie van immigrantengemeenschappen wil verbeteren, voorzitter van Kleur de Kamer, en van Het Broos Instituut, dat een ‘afrocentrische’ school wil opzetten in Nederland.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: wat zijn de meest pijnlijke momenten die je zelf hebt meegemaakt? 

‘Ik woonde in een van de armere buurten van Paramaribo, zat in bus 7, van school op weg daar naartoe. Dat was altijd druk, gedrang bij de deur, duwen en trekken. Zestien was ik, deed m’n best, joch vol hoop… Tijdens een rit werd ik op mijn schouders getikt door een vrouw met een iets lichtere kleur dan ik. Die zei dat ik mijn hand in haar tas had gestoken en haar portemonnee had gestolen. Ik was zó boos. Je moet de verhoudingen kennen om te weten dat daar honderd procent racisme achter zat. De onrechtvaardigheid. Uitgemaakt worden voor dief… zomaar… door mensen uit hetzelfde land. Hoe verdwaald zijn we dan? Dat is nu meer dan dertig jaar geleden, maar ik weet nog hoe het voelde. Het deed pijn.’

En hier in Nederland?

‘Ja, ook hier in Nederland heb ik een duidelijk voorbeeld. Begin deze eeuw was ik op bezoek in Zeeland op doorreis naar Engeland, waar ik zou gaan studeren. Ik liep de Albert Hein in om frisdrank te kopen en zag iets verderop een witte vrouw bij de groente bezig. Ze keek op, zag mij, schrok, haar ogen werden groot als schoteltjes. Ze maakte snelle passen naar haar wagentje, dat in het gangpad stond, haalde haar tas eruit, klemde die tegen haar borst en bleef me met haar ogen door de winkel volgen. Ik dacht: mijn god, onder welke rots leef je dan? Denk je nou echt dat iedere zwarte man een dief is? Ken je al die Surinaamse voetballers niet? Nooit gehoord van Denzel Washington en van… nou ja, van wie niet? Het is een verhaal dat iedere zwarte man je zal kunnen vertellen.’

Hoe kijk je na zoveel jaar terug op deze gebeurtenis?

‘Je kan zoiets op allerlei manieren relativeren. Dat doen mensen ook al snel. Mensen zeggen dan: ‘Ach ja, je kan het die vrouw niet kwalijk nemen.’ Maar wat mij betreft is dat racisme verdedigen. Ik heb er geen geduld voor.’


‘Kinderen een afrocentrisch perspectief mee geven, daar zit de oplossing’

Racisme en discriminatie zijn meer dan vroeger in de media. Hoe zie je de stand van zaken nu? Is er verbetering?

‘Ik waak er voor om de status quo te accepteren, want we zijn er nog lang niet. Ik heb het dan vooral over bewustzijn. Een voorbeeld: alles en iedereen viert tegenwoordig Keti Koti, de afschaffing van de slavernij: dat mijn voorouders hun vrijheid terugkregen, dus. Leuk, een feest. Maar is dat wel zo leuk? Ik vier het niet. Ik heb er laatst een column over geschreven. Hoe kun je vieren dat je iets terug kreeg dat nooit van je afgenomen had mogen worden? Gaan we ook een feest vieren omdat een fietsendief tot het inzicht komt dat hij je fiets moet teruggeven? Waar het om gaat is dat we zaken definiëren met de hier dominante witte cultuur als uitgangspunt. Oké, de witte mensen in de koloniën kwamen er in 1863 eindelijk achter dat wat ze deden niet kon. De tot slaaf gemaakten in de eeuwen daarvoor waren daar, denk ik, al wat eerder aardig van op de hoogte.’

De in Nederland dominante witte cultuur als uitgangspunt. Waar zie je dat nog meer?

‘Het is overal aanwezig, natuurlijk. Maar om een groot voorbeeld te geven: denk aan het feit dat de slavenhouders door de Nederlandse staat werden gecompenseerd voor het bedrijfsmatige verlies dat het einde van de slavernij voor hen met zich meebracht. De Britse staat leende, om slavenhouders te compenseren, geld van de banken. Sommige van die leningen zijn pas in 2015 afbetaald. Deze leningen zijn betaald van ons belastinggeld, ook afgedragen door de achterkleinkinderen van de tot slaaf gemaakten. Probeer maar eens te bevatten op hoeveel fronten dat niet klopt.’

Je schuwt de kritiek op de zwarte gemeente ook niet.

Nee, de zwarte gemeenschap mag ook de hand in eigen boezem steken. Wij hebben zelf ook nog veel werk te doen. We eisen dat ‘vrijheid’ gevierd wordt, maar ondertussen zijn er nog veel mensen die andere zwarte mensen aanvallen op hun seksuele voorkeur of zwarte mensen als ik aan de schandpaal willen nagelen omdat we in een gemengde relatie zitten. Hoezo vier je de vrijheid waar je voorouders voor hebben gevochten, als jijzelf anderen hun vrijheden wil ontnemen? Je bent er pas wanneer we er allemaal zijn.’

Nog even over Keti Koti: ik zeg zeker niet dat het, het beste is, maar ik kan me voorstellen dat mensen reageren met: ‘Ach een feest… dat is toch positief? Waarom wil je dat niet vieren?

‘Laat ik zeggen dat het goed is dat er aandacht aan de afschaffing van slavernij wordt besteed. Het gaat in Nederland, als je het over discriminatie hebt, in het algemeen ook beter dan vroeger. En misschien is het geen lichte boodschap die ik heb, maar ik ga zelf ook niet zitten treuren. Ik zet het om in trots. Trots op al diegenen die de bevrijding mogelijk hebben gemaakt. Trots op diegenen die nog steeds werken voor gelijkheid. Dat begint bij de mensen die liever overboord sprongen dan zich als slaaf lieten misbruiken. En het gaat nu over mensen die zich op een school inzetten om kinderen een afrocentrisch perspectief mee te geven. Want daar zit de oplossing. Je hebt in het onderwijs islamitische scholen, hindoescholen, joodse scholen en westerse scholen. De afrocentrische identiteit ontbreekt veelal als het om educatie gaat. En die is essentieel voor de toekomst. Om sterk te staan, moet je weten wie je bent.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -