16.5 C
Amsterdam

De vijf zuilen met Jeanette Chedda: ‘Ik zeg nooit meer dat ik geen goede moslim ben’

Fitria Jelyta
Journalist.

Lees meer

Tijdens de maand ramadan gaat de Kanttekening elke week in gesprek met bekende Nederlandse moslims. Aan de hand van de vijf zuilen van de islam vragen wij hen het hemd van het lijf. Hoe belijden ze het geloof? Wat betekent de islam voor hen? En hoe ervaren zij als moslims het leven in Nederland? Deze week: de Surinaams-Nederlandse Jeanette Chedda (38), spreker, model en gehandicaptenactivist. Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen stond zij op nummer vier van de kandidatenlijst voor BIJ1. Voor dezelfde partij richtte ze vlak daarna de Delftse afdeling op en werd zij lijsttrekker tijdens de gemeenteraadsverkiezingen, maar wist er nog geen zetel te behalen.


Ik getuig dat er geen God is dan Allah, en dat Mohammed (vrede zij met hem) Zijn boodschapper is

‘De opa van mijn moeder had iets in mijn oor gefluisterd bij mijn geboorte, de shahada – geloofsgetuigenis – en de adzhan – oproep tot het gebed. Dat is bij ons traditie. Mijn moeder vertelde me erover, ook hoe speciaal dit moment voor haar was; zij hield veel van hem. Ik zie de foto die we ervan hebben nog voor me.

‘Zelf heb ik de geloofsgetuigenis eigenlijk nooit uitgesproken, maar ik kom uit een islamitisch gezin. Mijn ouders hebben het geloof van jongs af aan meegekregen, ik ook, maar niet altijd gepraktiseerd. Bij mijn vader zijn de meeste familieleden christelijk en hindoeïstisch, bij mijn moeder islamitisch.

‘Ik kan mij herinneren dat het vroeger niet echt gewaardeerd werd dat ik meedeed met hindoe-rituelen. Ik merk die onderlinge spanningen al mijn hele leven. Ik had daar altijd veel moeite mee, want ik wilde geen kant kiezen. Toch zie ik de verschillende religies binnen mijn familie als een verrijking, en denk ik iedere dag aan God. Het is niet dat ik actief met God in gesprek ga, zoals je weleens in films ziet, maar dat zou ik wel willen. Eigenlijk heb ik altijd al geweten dat ik het geloof wil praktiseren, alleen wist ik niet wanneer.’

 Ik verricht dagelijks de vijf verplichte gebeden

‘Omdat ik mijn religie meer onderdeel wil maken van mijn leven, dacht ik laatst: en nu wil ik leren bidden. Ik heb nog nooit die behoefte om te bidden zo sterk gevoeld als nu. Mijn zusje, praktiserende moslima, heeft daar een hele grote rol in. Haar toewijding voor het geloof inspireert mij. Toen ik haar vroeg of zij mij wilde leren bidden, werd zij emotioneel; ik ook. Onze band verloopt soms moeizaam. Ik heb sterk het gevoel dat het geloof ons nu dichter tot elkaar kan brengen. Ze heeft mij zelfs al huiswerk gegeven, haha. Toen kwam ook nog dit interviewverzoek, wat het gevoel om mij te verdiepen in het geloof versterkte.

‘Ik heb nog nooit die behoefte om te bidden zo sterk gevoeld als nu’

‘Ook andere mensen inspireren mij om het geloof te praktiseren, zoals de Egyptisch-Nederlandse rapper Josylvio. Hij heeft weleens problematische teksten, maar toen hij echtgenoot en vader werd, stopte hij met blowen, werd hij een gezinsman en deelde hij meer over hoe hij zijn geloof praktiseert, zoals bidden en vasten. Heel inspirerend, en een mooi voorbeeld voor de jeugd die hem volgt. Sowieso heb ik diep respect voor wat hij zakelijk heeft neergezet en hoe hij altijd zorgt dat de mensen om hem heen ook meegaan in zijn succes of zelf succesvol worden. Eigenlijk heb ik ook wel een beetje een crush op hem.

‘Samen met mijn nicht ben ik ooit naar een feest gegaan waar Josylvio optrad. We stonden naast het podium, de meest veilige plek voor mensen in een rolstoel. Bij zijn nummer Hey Meisje draaide hij zich naar ons toe. Hij keek mij aan, ging door zijn knieën en rapte een refrein aan mij. Ik gleed bijna van mijn rolstoel, haha. Ik ga best vaak naar optredens, en je hoeft mij niet speciaal aandacht te geven, maar hij deed het gewoon. Ik zag dat als een teken van dat hij mij ziet, wat ik over het algemeen niet gewend ben van mensen. Als dat dan wordt gedaan door iemand die ik bewonder, dan voelt dat heel speciaal. Elke keer als ik Hey meisje hoor, word ik nu blij. Soms zet ik het ook op als ik me minder goed voel. Dat helpt vaak.’

Jaarlijks betaal ik de zakaat: 2,5 procent van mijn inkomsten gaat naar de behoeftigen

‘Ik hoop dat ik heel vrijgevig ben; dat probeer ik wel altijd te zijn. Maar 2,5 procent? Dat weet ik niet. Ik geef wel graag geld uit aan mijn broer, zusje en moeder. Toen mijn vader nog leefde, gaf ik ook veel geld uit aan hem, want hij had het niet.


‘Naast het uitgeven van geld, vind ik het belangrijk om tijd door te brengen met mijn familie. Vroeger ging ik echt naar alle familieleden en wilde ik iedereen helpen. Maar daar ben ik mee gestopt, omdat dat echt te veel was. Ik heb mij beperkt tot wie het dichtst bij mij staan: mijn oma, moeder, broertje, zusje en een nicht die ik dagelijks spreek. Andere familieleden zie ik nog wel, maar veel minder vaak.

‘In het proces van het accepteren van mijn handicap ben ik erachter gekomen dat ik mijn tijd en energie alleen wil investeren in mensen die mij hetzelfde gunnen. Niet dat ik altijd iets moet terugkrijgen voor wat ik geef, maar het moet niet alleen van één kant komen. Dat is niet gezond. Daarom heb ik nu een kleine kring van familieleden overgehouden waar ik mijn tijd, geld en energie met liefde in wil investeren.’

Ik vast ieder jaar tijdens de heilige maand ramadan

‘Ik vast niet. Tijdens elke poging die ik had gedaan om te vasten, werd ik ziek. Het was voor mij al jarenlang een struggle om een eetpatroon te hebben dat bij mij past, en nu heb ik dat eindelijk. Daarom durf ik het nog niet aan om weer te vasten. Soms ben ik iemand die voor alles of niets gaat, dus in het geloof wil ik meteen alles doen. Maar dat is voor mij niet haalbaar en niet gezond, dus pak ik het stapsgewijs aan. Mijn volgende stap: het starten met bidden. In sha Allah – als God het wil – komen de andere dingen er vanzelf bij.’

‘In mijn familie wordt er wel gevast en Eid al Fitr (Suikerfeest, red.) gevierd. Ook gaan we eten bij familieleden. De afgelopen jaren heb ik het klein gehouden en vierde ik Eid samen met mijn oma van moeders kant. Bij eerdere Eid-vieringen voelde ik mij niet altijd onderdeel van het geheel. Het is vooral een gevoel dat vanuit mijzelf komt. Ik heb mij lang geen ‘goede moslim’ gevoeld, maar ik heb mezelf een tijd geleden beloofd dat ik dat niet meer ga zeggen. Het is niet aan mij om te oordelen of ik een goede moslim ben of niet, en zeker ook niet aan anderen. Vanuit deze gedachte en het nummer Only God Can Judge me door 2Pac heb ik ‘Alleen God kan over mij oordelen’ in het Arabisch op mijn arm laten tatoeëren. Ook weer zoiets: tatoeëren is haram, dus niet toegestaan in het geloof – en toch heb ik het gedaan.’

‘Soms ervaar ik nog steeds een interne worsteling. Zoals afgelopen zaterdag, toen ik een spreekklus had tijdens het Seks Festival in Utrecht. Ik dacht: ‘Leuk hoor, Chedda. Een seksfestival tijdens de ramadan en er ook nog eens over posten op Instagram – in je lingerie’. Het voelt zo tegenstrijdig. Hoewel ik er zenuwachtig voor was, heb ik het wel gedaan. Ik vind het belangrijk om mijn ervaringen als gehandicapte moslima van kleur te delen. Dit perspectief ontbreekt nog te vaak. Maar dat kan ik niet in mijn hoofd rijmen met mijn huidige beeld van moslim zijn.

‘Het is niet aan mij om te oordelen of ik een goede moslim ben of niet, en zeker ook niet aan anderen’

‘Het geloof ervaar ik ook als het afleren van bepaalde gewoontes, zoals het veroordelen van anderen en te hard zijn naar jezelf toe. Als mensen zijn wij constant op zoek naar wat goed en fout is, naar een label. Maar ik kan het geen label geven. Ik vind dat ik moslim kan zijn en toch naar een seksfestival kan gaan om te vertellen over mijn ervaringen. En toch weet ik ook dat het niet de bedoeling is om als moslim zo openlijk je seksualiteit te uiten. Het blijft een interne worsteling, maar dat hoort bij het ontdekken van mijn positie ten opzichte van mijn geloof.’

‘Ondanks die interne strijd heb ik voor het eerst in mijn leven het gevoel dat ik op het goede pad zit. Ik vind het leven, naast ingewikkeld, ook zo rijk. En er komen zoveel mooie dingen op mij af, waar ik ontzettend dankbaar voor ben. Ik hoop dat ik altijd nederig zal blijven en mijn ego nooit de overhand laat nemen. Met dit besef komt voor mij het verlangen om mij te verdiepen in het geloof.’

Minimaal één keer in mijn leven verricht ik de hadj: de bedevaart naar Mekka

‘Ik zou heel graag op hadj willen gaan, maar ik kijk er met zorgen tegenaan. Ik ben bang voor de drukte rond de kaaba. Is het überhaupt rolstoeltoegankelijk? Daar heb ik me nog niet in verdiept. Ze zullen dat vast wel goed geregeld hebben, want veel ouderen en mensen die slecht ter been zijn gaan erheen. Ik denk dat ik er met mijn broertje heen wil gaan, omdat er niemand anders is met wie ik erheen wens te gaan.’

‘Laatst was ik in mijn eentje op reis naar Marsa Alam, Egypte. Even een break na twee jaar campagne. Ik had op de basisschool veel geleerd over de Oude Egyptenaren, hiërogliefen, de papyrus en de farao’s. Eenmaal daar kwam dat allemaal terug. Wat een rijk, fascinerend, prachtig land. Ik heb een all inclusive-vakantie geboekt, heb excursies gedaan naar El Quseir en Luxor. Ik heb op momenten echt gehuild van geluk. Zo welkom voelde ik mij er. Ik heb nog nooit zulke aardige, behulpzame mensen ontmoet. Als mensen mij in Nederland helpen, voelt dat gewoon anders. In Egypte komt het oprecht over. Ik hoefde bijna niets te doen of erom te vragen, en ik werd al geholpen.

‘Wat mij ook opviel: Egypte is een mengelmoes aan culturen en religies. Ik heb daar mensen ontmoet die mijn familieleden hadden kunnen zijn. Ik zei tegen de badmeester dat hij op mijn oom leek. Hij zei: ‘Ik ben vanaf nu je oom’. Ik zag echt de oprechte moeite die mensen voor mij deden om mij een fijne tijd te laten beleven. Daardoor voelde het als thuis.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -