11.7 C
Amsterdam

De vijf zuilen met Nora Akachar: ‘Ramadan in één woord? Confronterend’

Fitria Jelyta
Journalist.

Lees meer

Tijdens de maand ramadan gaat de Kanttekening elke week in gesprek met bekende Nederlandse moslims. Aan de hand van de vijf zuilen van de islam vragen wij hen het hemd van het lijf. Hoe belijden ze het geloof? Wat betekent de islam voor hen? En hoe ervaren zij als moslims het leven in Nederland? Deze week: de Marokkaans-Nederlandse actrice Nora Akachar (37). Zij is onder meer te zien in de speelfilm Meskina, de serie Mocro Maffia en de onlangs uitgezonden sketchshow Seef Spees (VPRO).


Ik getuig dat er geen God is dan Allah, en dat Mohammed (vrede zij met hem) Zijn boodschapper is

‘De geloofsgetuigenis betekent veel voor me. Het is het allereerste waarmee je je verbindt aan de islam. Je kunt wel vasten en bidden, maar zonder de shahada – de geloofsgetuigenis – heb je het niet officieel gemaakt.

‘Bij ons thuis was het een vanzelfsprekendheid. Ik kan me niet één moment herinneren dat ik het voor het eerst hoorde. De geloofsgetuigenis is altijd onderdeel van mijn leven geweest. Bijvoorbeeld voor het slapen gaan. We hebben geleerd dat de geloofsgetuigenis altijd het laatste is wat je moet zeggen voor het slapen gaan. Stel dat God die avond jouw ziel neemt, dan is de geloofsgetuigenis in elk geval het laatste wat je hebt gezegd om jezelf te beschermen tegen je zondes.

‘Als kind sliep ik samen met mijn broertjes en zusjes in een kamer, en vlak voor het slapen gaan spraken we de geloofsgetuigenis fluisterend uit in het Arabisch. Om te plagen stelde ik dan ineens een vraag, terwijl een van mijn broers of zussen net bezig was met het uitspreken van de shahada. En dan moesten ze het weer helemaal opnieuw uitspreken.

‘Soms vraag ik mij af of ik met mijn werk iets doe wat niet is toegestaan volgens het geloof’

‘Elke keer als ik de geloofsgetuigenis hoor, is het ook een besefmoment voor mij. Er is geen God behalve Allah. Het is mijn basis. Ik pleeg geen shirk – afgoderij -, ik ben geen ‘afvallige’, want ik geloof in Allah. Je twijfelt aan alles in je leven. Soms vraag ik mij af of ik met mijn werk iets doe wat niet is toegestaan volgens het geloof, zoals het uitspreken van bepaalde woorden in een script, die heel grof zijn. Maar dan word ik herinnerd aan mijn geloof, en dat ik in God geloof en dat Mohammed Zijn boodschapper is, en dat zal ik altijd blijven doen. Dat geeft mij rust.’

Ik verricht dagelijks de vijf verplichte gebeden

‘Ja, maar het is wel een struggle. Het is moeilijk om het op tijd te doen, om het überhaupt te doen. Ik maak lange dagen, maar zelfs als ik thuis aan het luieren ben, dan kan de drempel heel hoog zijn om de verplichte dagelijkse gebeden alsnog te verrichten. Maar het moet. Op aarde bepaalt dat je succes als moslim, en in het Hiernamaals zijn de gebeden die je hebt verricht je toegang tot het Paradijs.

‘Mijn advies aan mensen die met het gebed worstelen: probeer dan op z’n minst één gebed te doen. Ik weet dat dat niet de bedoeling is, maar als je dat ritme te pakken hebt van dat ene gebed, dan kan je van daaruit verder werken en doorzetten. Als je bijvoorbeeld het ochtendgebed al op tijd kan doen, dan zal dat ook veel schelen en uiteindelijk ook gemakkelijker worden om de andere gebeden te verrichten. Het blijft moeilijk, maar toch doe ik het en doe ik mijn best. En het gevoel dat ik heb wanneer ik gebeden heb, is dan wel heel bevredigend.

‘Het belang van de dagelijkse vijf verplichte gebeden kreeg ik van huis uit met de paplepel ingegoten. Mijn moeder herinnerde ons er altijd aan om te bidden, en ze ging daar best ver in. We noemden het toen zeuren, maar ze was ons aan het opvoeden, beseffen we nu. Zij was altijd degene die ons herinnerde aan de verplichte gebeden.

‘Een keer ging mijn broertje ’s nachts naar de wc, en mijn moeder moest ook gaan, dus wachtte ze totdat hij klaar was. Het duurde alleen wat langer, omdat hij zo slaapdronken was. Mijn moeder zei: ‘Schiet op.’ Toen hij haar stem hoorde begon hij ineens, uit automatisme, te bidden in de wc terwijl hij half aan het slapen was. Mijn moeder moest hem wakker maken. We maken daar nog steeds grapjes over.

‘Mijn moeder neemt het gebed heel serieus, het is haar moment met Allah. Zij voelt zich schuldig wanneer ze haar gebed niet op tijd verricht en stopt met alles wat ze op dat moment aan het doen is om haar gebed te verrichten. Het maakt haar ook niet uit waar ze is, het is een afspraak die ze heeft met Allah, en niemand mag eraan komen. Zo zou ik uiteindelijk ook naar het gebed willen kijken.’

Jaarlijks betaal ik de zakaat: 2,5 procent van mijn inkomsten gaat naar de behoeftigen

‘Ik houd niet bij of het 2,5 procent is of meer, ik probeer in elk geval maandelijks te doneren. Een aantal stichtingen die ik steun schrijft elke maand automatisch een bedrag af van mijn bankrekening. Ook als een familielid in Marokko hulp nodig heeft en mijn moeder aan mij vraagt of ik wat kan missen, schroom ik niet om een bedrag te doneren. Ik probeer ook online inzamelingen te doen voor goede doelen.’


‘Voor mij is de zakaat een heel belangrijk onderdeel van het geloof. Het heeft wel een egoïstisch component, omdat ik weet dat in de islam een beloning staat voor mensen die vrijgevig zijn. Elke keer als ik geef, ook al zat ik krap, dan had ik altijd wel een manier waar ik weer geld vandaan kon halen om aan een ander te geven. Dan krijg ik ineens een toeslag waar ik niet op had gerekend, omdat de Belastingdienst dan een keer lief is, of ik krijg iets meer betaald dan ik gewend ben – of ik krijg een opdracht waar ik weer geld aan kan verdienen.

‘Niemand wordt ooit armer door te geven, daar ben ik heilig van overtuigd. Het komt altijd terug in mijn leven. De zakaat is voor mij ook een manier om te bouwen op mijn nalatenschap. Als de mensen die ik heb geholpen voor mij getuigen voor de Dag des Oordeels, en kunnen zeggen dat ik iets goeds heb gedaan in mijn leven door hen te helpen, dan zou dat de allermooiste beloning zijn. Ik geef ook vaak in stilte. Het is iets tussen mij en Allah, en de persoon die het ontvangt, die weet ervan. Het uitgeven van mijn rijkdom aan behoeftigen is voor mij een essentieel onderdeel van wie ik ben, wie ik wil zijn en hoe ik herinnerd wil worden.

‘Niemand wordt ooit armer door te geven, daar ben ik heilig van overtuigd’

‘Toen ik zwanger was van mijn dochtertje heb ik in haar naam een donatie gedaan, opdat het een gezegend kind zal zijn. Jaarlijks doe ik namens haar zakaat. Zij is nu zes jaar, en we hebben een keer haar spaarpotje meegenomen naar een inzameling. Er zat niet veel in, maar ik wil haar leren dat er andere kinderen zijn die veel minder hebben dan haar, en dat ze met dat beetje geld in haar spaarpotje die kinderen kan helpen. Daar was ze zo blij mee.

‘Deze zuil heeft mijn kijk op geld en het uitgeven ervan beïnvloed. Alles raakt een keer op, en toch is er genoeg voor iedereen. Ik geloof ook dat Allah je voorziet, dat niemand honger hoeft te lijden, en dat als we elkaar allemaal op die manier helpen en bijstaan de wereld er een stuk beter uitzien zal. Tegelijkertijd besef ik dat het ook nodig is voor ons om onze rijkdom te delen. Allah geeft ons tekenen van armoede en ellende, zodat jij beseft wat je hebt en daar dankbaar voor bent. En het is heel triest voor de behoeftige, maar Allah wéét waar die terecht komt. Er zal altijd verlossing zijn voor degenen die lijden.’

‘Wanneer ik zie dat mensen honger lijden, dan raakt mij dat. Maar dan zie ik het ook als een teken dat mijn hart nog verbonden is met het menselijk lijden, en daarmee ook verbonden is met Allah. Ik ben niet koelbloedig, ik ben niet van steen. Je wordt overspoeld met beelden van ellende, armoede en oorlog. Als je dat ziet op sociale media, dan scroll je er weleens voorbij – maar het raakt wél.

‘Ik zag laatst een filmpje op sociale media van mensen die in een tent wonen – ik weet niet meer precies in welk land dat was –; een heel gezin in een tent tussen de bergen. En er was een kind dat net zo oud was als mijn kind. Hij had geen schoenen aan. Ik kreeg er tranen van in mijn ogen, nu ook weer als ik eraan denk. Omdat de wereld zo oneerlijk is verdeeld, moet dit kind – een onschuldige ziel – lijden.  Je kunt wel doneren, maar daarmee heb je het niet opgelost. En toch is dat het minste wat je kunt doen.’

Ik vast ieder jaar tijdens de heilige maand ramadan

‘Ik was een jaar of tien toen ik er voor het eerst vastte tijdens de ramadan. Is het makkelijk? Zeker niet. Is het allermooiste wat er is? Zeker wel. De ramadan is ontzettend belangrijk voor mij, omdat vasten het enige is wat een moslim doet voor Allah en niet voor zichzelf. De verplichte gebeden verricht je voor jezelf, de zakaat ook, maar vasten is echt het enige wat Allah van je verlangt. Ik erger mij soms ook aan moslims die niet vasten tijdens de ramadan. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, en hoeven mensen niet te vasten wanneer ze ziek zijn, maar als je daar te lui voor bent, dan besef je niet wat voor zegeningen je hebt gekregen van Allah.

‘Ik merk ook dat ik heel bewust word van mijn gedrag tijdens de ramadan. Ik probeer dan heel erg te letten op mijn taalgebruik, omdat ik nogal grof kan zijn, en ik let op waar ik naar kijk. Ik gebruik de ramadan ook als een soort training voor het echte leven, en om mijn slechte gewoontes af te leren.’

‘Als ik de ramadan in één woord zou moeten beschrijven, zou ik het daarom confronterend noemen. Tijdens de ramadan is de shaytaan – de duivel – dertig dagen lang opgesloten. Als je zondes begaat tijdens de ramadan, kun je daarom de schuld niet meer afschuiven op de duivel. Het ligt toch echt aan jou en jouw gedrag. Dat maakt het voor mij confronterend. Het is een spiegel die mij wordt voorgehouden van de dingen waar ik zelf aan moet werken.’

Minimaal één keer in mijn leven verricht ik de hadj: de bedevaart naar Mekka

‘Ik zou heel graag de pelgrimstocht naar Mekka willen maken, in sha Allah – als God het wil. Sommige moslims hebben bezwaar om op hadj te gaan vanwege het geld dat ze daaraan moeten besteden en dat ze daarmee het regime van Saoedi-Arabië steunen. Maar je draagt hoe dan ook bij aan de Saoedische economie: door belasting te betalen, door te tanken en door je boodschappen te doen in een land dat ook handel drijft met Saoedi-Arabië.

‘Ik vind het daarom een slecht argument wanneer een moslim zegt dat die niet op hadj gaat, omdat Saoedi-Arabië een ‘slecht’ land is. Daar hebben ze geen ongelijk in, de Saoedische regering doet verschrikkelijke dingen. Maar welk land is nu wel helemaal zuiver? Als je zo redeneert, dan kun je helemaal nergens meer heen. Dan kun je zelfs niet hier in Nederland blijven.

‘Niet op hadj omdat Saoedi-Arabië een ‘slecht’ land is? Welk land is nu wel helemaal zuiver?’

‘Waar ik ook moeite mee heb, zijn moslims die andere moslims veroordelen omdat ze op vakantie willen naar een niet-islamitisch land. Dan zeggen ze: ‘Je kan als moslim beter je geld uitgeven in een islamitisch land.’ Dat is ook onzin. Welk ‘islamitisch’ land doet geen verschrikkelijke dingen? De landen die zich profileren als ‘islamitisch’, welke daarvan geven écht om het lot van moslims wereldwijd? Welk van deze zogenaamd ‘islamitische’ landen bekommeren zich echt om de Palestijnen, om de Syriërs en noem maar op? Geen enkel land. Het belangrijkste is dat je je bewust bent van wat er gaande is in het land dat je bezoekt. Dat je weet waar je wel en waar je niet je geld aan uitgeeft.

‘Je zou je uitgaven in Saoedi-Arabië daarom ook kunnen beperken tot alleen het noodzakelijke, waardoor je dan niet zoveel hoeft bij te dragen aan een regering waar je niet achter staat. Het is net als met de zakaat, het gaat om de intentie: het verrichten van de hadj omwille van je geloof, niet om de regering daar te steunen. De hadj is iets tussen jou en Allah.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -