14.7 C
Amsterdam

Waarom zet Erdogan de süleymancilar onder druk? ‘Hij wil religieuze groepen in het gareel krijgen’

Tayfun Balcik
Tayfun Balcik
Historicus en journalist.

Lees meer

Volgens historicus Yüksel Nizamoglu treedt de Turkse regering steeds harder op tegen islamitische groepen die Erdogan niet steunen. Dat gebeurt nu met de Süleymanci-gemeenschap.

Yüksel Nizamoglu (1966) promoveerde in de geschiedenis aan de Universiteit van Istanbul. Daarna werkte hij als universitair docent Internationale Betrekkingen en Politicologie aan de Turgut Özal Universiteit in Akara. Die universiteit werd na de mislukte coup van 15 juli 2016 gesloten. Tegenwoordig werkt de bekende historicus in Duitsland als pedagogisch medewerker op een openbare school.

Volgens Nizamoglu vertoont het huidige optreden van de Turkse regering tegen de Süleymanci-gemeenschap duidelijke overeenkomsten met de eerdere vervolging van de Gülenbeweging. De operatie tegen de süleymancılar bevindt zich volgens hem nog wel in een beginfase. ‘Het gaat om het in het gareel brengen van degenen die niet gehoorzamen’, stelt hij.

Hoe past de aanpak van religieuze gemeenschappen in de seculiere traditie van Turkije?

‘De Republiek Turkije, die ontstond als opvolger van het Ottomaanse Rijk, koos in tegenstelling tot het Ottomaanse Rijk voor een seculier regime. Tijdens de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog werd niet alleen gevochten tegen de Britten, Fransen, Italianen en Grieken, maar ook tegen de kalief-sultan en zijn aanhangers. Met de afschaffing van het sultanaat en het kalifaat en de sluiting van medreses [islamitische scholen], tekkes [gebedshuizen] en spirituele derwisj- en soefi-ordes kregen religieuze instellingen een zware slag te verduren. Uiteindelijk werd op 10 april 1928 in de grondwet van 1924 vastgelegd dat de staat ‘seculier’ was.

Historicus Yüksel Nizamoglu

Voor het onder leiding van Atatürk opgerichte ‘seculiere regime’ werd irtica, religieus reactionisme, gezien als een grote bedreiging. Gebeurtenissen als de opstand van de Koerdische en religieuze leider Sjeik Said in 1925 en het Menemen-incident in 1930, waarbij islamitische opstandelingen een legerofficier doodden, versterkten bij de staat het idee dat religieuze groepen een ‘bedreiging’ vormden.

Onder Atatürk stond het religieuze leven onder druk. Zo werden alle moskeeën onder het gezag van Diyanet, het Turkse overheidsorgaan voor religieuze zaken, gebracht. Ook liet het regime de Koran en de uitleg van de Koranteksten in het Turks vertalen.

Tegelijkertijd verbood het regime alle soefi-ordes en religieuze activiteiten die niet door Diyanet werden gecontroleerd. Religieuze leiders als Said Nursi en Süleyman Hilmi Tunahan, die beiden eigen islamitische gemeenschappen opbouwden, en hun volgelingen kregen voortdurend te maken met rechtszaken, verbanning en arrestaties.

Uiteindelijk wilde de ‘seculiere staat’ een religieus leven dat onder controle van de staat stond. Religieuze groepen die zich daaraan onttrokken of dat mogelijk zouden doen, werden als een ‘bedreiging’ gezien. Erdogan en de AKP zetten deze traditie voort: eerst door de Gülenbeweging uit te schakelen en nu door de süleymancılar, de volgelingen van Tunahan, en door Alparslan Kuytul, leider van de islamitische Furkan-beweging, tot doelwit te maken.’

Probeert Erdogan op deze manier islamitische groepen die hem niet steunen uit te schakelen? In het verleden werkte hij juist nauw samen met veel religieuze gemeenschappen.

‘Ik zie deze operaties als een voortzetting van de grondfilosofie van de republiek. Tijdens de regeringen van de centrumrechtse Democratische Partij (DP) en later de Gerechtigheidspartij (AP) nam de druk op het religieuze leven enigszins af. Religieuze gemeenschappen en soefi-ordes steunden in die periode vooral rechtse partijen.

Bij de verkiezingen van 2002, waarmee Erdogan aan de macht kwam, steunden de süleymancılar hem voor zover ik weet niet. De Gülenbeweging liet haar volgelingen, net als bij eerdere verkiezingen, vrij om zelf te kiezen. Waarschijnlijk stemden velen op andere rechtse partijen.

‘Een deel steunde Erdogan, een ander deel keerde zich tegen hem’

Dat veranderde in 2007, nadat het Turkse leger zich met een memorandum tegen de mogelijke verkiezing van AKP-politicus Abdullah Gül tot president had gekeerd. De Gülenbeweging schaarde zich toen rechtstreeks achter de AKP. Ik denk dat de periode van ‘volledige steun’ van de Gülenbeweging aan de AKP beperkt bleef tot 2007-2011.

Voor zover ik begrijp, raakten de süleymancılar in deze periode verdeeld: een deel steunde Erdogan, een ander deel keerde zich tegen hem. De groep die vandaag wordt aangepakt, is het deel dat zich tegen Erdogan heeft uitgesproken en hem niet heeft gesteund.

Het doel van Erdogan is om de top van deze groep uit te schakelen en ervoor te zorgen dat de ‘achterban’ zich aan zijn kant schaart. Maar we mogen niet vergeten dat Erdogan aanvankelijk ook bij de Gülenbeweging een operatie begon die zich op de top richtte.’

Is er een historisch keerpunt aan te wijzen waarop de breuk tussen Erdogan en islamitische groepen ontstond?

‘De openlijke breuk kwam op 17 en 25 december 2013. Toen keerde Erdogan zich openlijk tegen de Gülenbeweging.

In de jaren daarna werden, net zoals we nu bij Alihan Kuris zien, kayyum [curatoren] aangesteld bij bedrijven, scholen, examentrainingscentra, universiteiten – waaronder de universiteit waar ik werkte – en bij kranten en televisiezenders. Daarmee werden deze instellingen overgenomen en werd de gemeenschap weerloos. In zijn uitspraken richtte Erdogan zich vooral op de leiding van de gemeenschap. Hij vatte dat samen met de woorden: ‘De basis houdt zich bezig met aanbidding, het midden met handel en de top met verraad.’ Na de mislukte coup van 15 juli 2016 richtte hij zich echter ook op vrouwen en ouderen en aarzelde hij niet om hen te laten arresteren.

Ook vandaag gebruikt hij vergelijkbare retoriek tegen de bestuurders van een deel van de Süleymanci-gemeenschap. Als de achterban zijn leiders niet opgeeft, kan worden verwacht dat dezelfde aanpak zal volgen.’

Is er volgens u in Turkije daadwerkelijk sprake van een ‘criminele organisatie’ onder leiding van Alihan Kuris?

‘Dit soort operaties gaat in Turkije gepaard met veel desinformatie. De regering brengt veel informatie naar buiten die niet klopt. Daarom is het verstandig om voorzichtig met dergelijke beschuldigingen om te gaan.

‘Dit soort operaties gaat in Turkije gepaard met veel desinformatie’

Er valt nog iets op. Tegen leiders van religieuze gemeenschappen die de AKP niet steunen, worden arrestatiebevelen uitgevaardigd. Tegelijkertijd worden hun bedrijven onder curatele geplaatst, waardoor de regering de financiële controle krijgt. Vervolgens zullen deze bedrijven waarschijnlijk worden uitgehold en voor zeer lage prijzen aan AKP-aanhangers worden verkocht. Dat gebeurde ook met in beslag genomen bedrijven van de Gülenbeweging. Zo komt kapitaal uiteindelijk in andere handen terecht.’

Waarom worden de süleymancılar juist nu aangepakt?

‘Misschien zijn er onderhandelingen gevoerd over ‘gehoorzaamheid’ en heeft de regering, toen die niets opleverden, voor deze aanpak gekozen. Een andere mogelijkheid zijn de presidentsverkiezingen. Bij de laatste verkiezingen zagen we bijvoorbeeld hoe Erdogan afspraken maakte met de nationalistische politicus Sinan Ogan en de islamistische partijleider Fatih Erbakan om hun steun te krijgen. Zulke groepen zijn vanwege hun mogelijke aantal stemmen van groot belang. Om te winnen is immers 50 procent plus één stem nodig.

Daarnaast kan het de bedoeling zijn om andere religieuze gemeenschappen en soefi-ordes te intimideren. Want volgens Erdogan geldt: ‘Als je medelijden toont, zul je uiteindelijk zelf in een meelijwekkende positie terechtkomen.’

Is het tegenwoordig strafbaar om süleymancı te zijn of lid te zijn van een religieuze gemeenschap als Menzil of de Furkan-beweging?

‘Zolang de wet van 30 november 1925, die soefi-ordes verbiedt, van kracht is, is het lidmaatschap van zulke groepen in Turkije in feite niet legaal. In de praktijk zijn deze groepen ondanks het verbod niet verdwenen. Vooral door de verstedelijking van Turkije zijn ze juist gegroeid. De staat heeft hen echter nooit officieel als religieuze gemeenschappen of gesprekspartner erkend.’

Waarin verschilt de aanpak van de Süleymancılar van de vervolging van de Gülenbeweging?

‘Erdogan ziet het oproepen van Hakan Fidan, destijds het hoofd van de Turkse inlichtingendienst MIT en een vertrouweling van Erdogan, voor verhoor in 2012 als het ‘keerpunt’. Maar de openlijke strijd begon pas met de dreiging om de huiswerkscholen te sluiten en de grote corruptieonderzoeken van 17 en 25 december 2013 naar mensen rond de AKP-regering. Erdogan beschuldigde de Gülenbeweging ervan achter deze onderzoeken te zitten.’

‘Als je medelijden toont, zul je uiteindelijk zelf in een meelijwekkende positie terechtkomen’

Erdogan richtte zich toen heel duidelijk tegen de Gülenbeweging met de woorden: ‘Wat hebben jullie niet gekregen dat ik niet heb gegeven? Jullie krijgen zelfs geen water meer.’ Uiteindelijk deed hij wat hij had aangekondigd. Duizenden mensen werden uit de publieke sector ontslagen en instellingen, bedrijven en stichtingen werden in beslag genomen. Tegen duizenden mensen die niets met de mislukte coup van 15 juli 2016 te maken hadden, werden op basis van vermeende iltisak [verbondenheid] juridische procedures gevoerd die meedogenloos en in strijd met universele rechtsbeginselen waren. De mislukte coup, die Erdogan ‘een geschenk van God’ noemde, bood hem de mogelijkheid om dit alles uit te voeren.’

De Turkse regering noemt de Gülenbeweging ‘FETÖ’, oftewel de ‘Fethullahistische terreurorganisatie’. De süleymancılar worden daarentegen een ‘criminele organisatie’ genoemd. Waar komt dat verschil vandaan?

‘Dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de operatie zich nog in de eerste fase bevindt. Op dit moment wordt geprobeerd de achterban los te weken van de bestuurders door deze beschuldiging centraal te stellen. De arrestaties vinden binnen dit kader plaats.

Net zoals men de Gülenbeweging probeerde neer te zetten als een beweging die vanuit de Verenigde Staten werd gesteund, probeert men nu de indruk te wekken dat deze gemeenschap steun krijgt van Duitsland. Daarbij wordt gewezen op de activiteiten van de groep in Duitsland en vooral op het nieuwe hoofdgebouw in Keulen.

Hierbij moet nog iets worden opgemerkt. De Gülenbeweging beschikte in Turkije over een groot medianetwerk en was ook georganiseerd aanwezig op sociale media. Deze groep heeft daarentegen geen eigen media en is nauwelijks zichtbaar op sociale media. Daardoor is het niet alleen moeilijk om de ontwikkelingen volledig te volgen, maar kunnen we ook nauwelijks zien hoe de groep zich verdedigt. Dat maakt het moeilijker om het proces te duiden.’

Deze ontwikkelingen vinden plaats terwijl Turkije werkt aan vrede met de Koerden. Ziet u een verband?

‘Mijn inschatting is dat Erdogan opnieuw tot president gekozen wil worden, hoewel dat wettelijk niet mogelijk is. Daarvoor probeert hij de steun van de Koerden te krijgen, maar hij wil ook niets aan het toeval overlaten. Bij de laatste presidentsverkiezingen hebben we gezien hoe belangrijk zelfs de stemmen van een kleine groep kunnen zijn.

‘Het Westen is tevreden met Erdogan’

De operatie tegen Ekrem Imamoglu [de opgepakte burgemeester van Istanbul], het opnieuw aanstellen van Kiliçdaroglu als leider van de CHP en de vrijwel dagelijkse operaties tegen gemeenten die door de oppositiepartijen CHP en de Yeni Parti worden bestuurd, zijn volgens mij eveneens bedoeld om obstakels voor Erdogan uit de weg te ruimen.

Tegelijkertijd wordt aan de Menzil-gemeenschap, de Ismailaga-gemeenschap en andere religieuze groepen duidelijk gemaakt wat hun te wachten staat als zij ‘niet gehoorzamen en geen steun verlenen.

Ook moet nog iets anders worden gezegd. Het Westen is tevreden met Erdogan en voert een beleid dat gericht is op het voortbestaan van zijn regime. Tegelijkertijd krijgen de operaties tegen religieuze groepen, martelingen en mensenrechtenschendingen maar weinig aandacht.’

De regering-Erdogan lijkt islamistische groepen die buiten haar controle vallen te willen uitschakelen. Is dat volgens u te verenigen met islamitische waarden?

‘In de Ottomaanse en Turkse traditie bestaat de gedachte dat ‘de staat heilig is’ en dat ‘voor het behoud van de wereldorde zelfs broers en zonen kunnen worden gedood’. Die opvatting bestaat vandaag nog steeds. In Turkije beschouwden zowel rechtse als religieuze groepen, waaronder religieuze gemeenschappen en soefi-ordes, de heiligheid van de staat als hoogste prioriteit. Zelfs ‘broedermoord’, om een strijd om de troon en onrust in het rijk te voorkomen, werd tijdens de Ottomaanse periode als legitiem beschouwd.

Hoewel het uitschakelen van islamistische groepen door Erdogan religieus gezien niet juist is, zijn er daarom honderden ‘geleerden’ te vinden die daarvoor een religieuze rechtvaardiging kunnen geven. Op de avond van 15 juli zagen we op de pleinen predikers en religieuze leiders die over leden van de Gülen-gemeenschap zeiden: ‘Hun bezit, alles van hen, is voor ons halal.’ Dan hoeft dat ons niet te verbazen.’

Wanneer is het vanuit islamitisch perspectief toegestaan om tegen de regering in opstand te komen of zich ertegen te verzetten?

‘Binnen de soennitische traditie wordt verzet tegen de staat of opstand niet als iets normaals beschouwd. De gedachte dat ‘zelfs de slechtste staat beter is dan staatloosheid’ is breed aanvaard. Daarom komen religieuze gemeenschappen en soefi-ordes niet gemakkelijk in opstand tegen het regime.

‘De gedachte dat ‘zelfs de slechtste staat beter is dan staatloosheid’ is breed aanvaard’

Zelfs in de periode waarin islamitische scholen werden gesloten, soefi-ordes werden verboden, het onderwijzen van de Koran werd belemmerd en de oproep tot het gebed in het Turks werd voorgeschreven, was er maar weinig direct verzet. Daarbij speelde natuurlijk een grote rol dat de staat meedogenloos geweld gebruikte tegen dergelijke reacties.

De islamitische geleerde Said Nursi koos er bijvoorbeeld voor om via zijn werken strijd te voeren en werd van de ene verbanning naar de andere gestuurd. Süleyman Hilmi Tunahan probeerde soms in treinwagons en soms op boerderijen de Koran te onderwijzen en op die manier weerstand te bieden. De soennitische gemeenschap kan dus eigenlijk alleen deze wegen bewandelen. Zo stelde Gülen tijdens de coup van 28 februari 1997 aan de machtige generaals voor om ‘alle scholen aan de staat over te dragen’.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -