21.2 C
Amsterdam

‘Een tunnel naar Jan Pieterszoon Coen noemen is gek’

Ewout Klei
Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.

Lees meer

Lang was onze koloniale geschiedenis een ondergeschoven kindje. Bovendien werd dit verhaal eenzijdig verteld. De laatste jaren is ons beeld van die tijd drastisch gekanteld. De bundel Ons koloniale verleden in 50 voorwerpen laat dit heel duidelijk zien. 

In dit boek vertellen vijftig auteurs – van jonge historici tot bekende journalisten en schrijvers – verhalen over ons koloniale verleden, aan de hand van vijftig voorwerpen. Het gaat onder andere om het eerste aandeel van de VOC, een skelet van de dodo, een ansichtkaart waarop de afschaffing van de slavernij in 1863 wordt gevierd, het ambtskostuum van Hendrikus Colijn en de bamischijf. We spraken met twee samenstellers van de bundel, de Volkskrant-journalisten Sheila Sitalsing en Tjerk Gualthérie van Weezel.

‘Toen ik begon te werken bij de Volkskrant was ik betrokken bij een serie van vijftig afleveringen over wat iedereen eigenlijk moet weten van de natuurwetenschappen’, herinnert Gualthérie van Weezel zich. ‘Aan die serie moest ik steeds denken als ik de laatste jaren wat las over ons koloniale verleden. Vaak dingen waarvan je denkt: waarom heb ik dat nooit op school geleerd?’

‘We hebben als de Volkskrant toen een groep experts benaderd, die een lijst van vijftig voorwerpen hebben samengesteld die een verrassende blik werpen op onze koloniale geschiedenis. Elk lemma is door een andere auteur geschreven. In onze bundel kijken we naar de tijd voor het kolonialisme, het kolonialisme zelf, waaronder ook het verzet, en naar de postkoloniale periode.

‘We behandelen lichte thema’s, maar ook hele zwarte, zoals de slachtingen op de Banda-eilanden in opdracht van gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen. Toen ik dat verhaal voor het eerst las, was ik echt geschokt. Toen besefte ik dat het inderdaad heel gek is dat we een tunnel naar die man hebben vernoemd.’

‘Het gaat niet om goed of fout, maar over een nieuwe manier van kijken’

Deze bundel kun je zien als een zoektocht om ons bewustzijn te voeden, vult Sitalsing aan. ‘De geschiedenis van Nederland werd altijd verteld als twee verhalen. De vaderlandse geschiedenis over Nederland en de koloniale geschiedenis over wat er elders gebeurde. Maar het zijn geen twee aparte verhalen, het is één verhaal.

‘In de Nederlandse musea zie je dit ook terug. Er is een Rijksmuseum waarin de Nederlandse kunst en cultuur centraal staan, en er is een Museum voor Volkenkunde. Het Rijksmuseum is hoe Nederland zichzelf toont, koloniale collecties vertellen hoe Nederland de ander zag. Aan dit boek werkten we in nauwe samenwerking met beide musea, met Valika Smeulders, hoofd geschiedenis van het Rijksmuseum en met Wayne Modest van het Wereldmuseum. We willen één verhaal vertellen over de gedeelde geschiedenis.’

Sitalsing ziet de bundel niet als ‘woke’. ‘Ik vind dat een idiote vraag. We proberen de geschiedenis vollediger te maken. Veel verhalen over de koloniale geschiedenis zijn niet verteld vanuit het perspectief van de gekoloniseerden, omdat zij vaak geen bezit hadden. Ze hadden geen mooie spullen of schilderijen nagelaten die je in een museum kan terugvinden, er zijn geen dagboeken. Toch konden we bij deze nieuwe verhalen wel degelijk objecten vinden. Soms door anders te kijken naar objecten uit musea. Soms aan de hand van alledaagse gebruiksvoorwerpen. Het verhaal van de hindoestaanse contractarbeiders in Suriname wordt bijvoorbeeld verteld aan de hand van een kapmes. Dat hadden ze wel.’

‘We waren wel een beetje bang in het begin om in de woke-discussie te belanden’, zegt Gualthérie van Weezel. ‘Maar de toon van ons boek is niet beschuldigend. Ik geloof ook dat de maatschappelijke discussie nu een stap verder is. Het gaat ook om nieuwsgierigheid.’ Sitalsing beaamt dit: ‘Het gaat niet om goed of fout, maar over een nieuwe manier van kijken naar bestaande archieven én naar nieuwe vondsten. Waardoor de verhalen veranderen. We populariseren veel nieuwe inzichten uit de wetenschap.’

Sitalsing en Gualthérie van Weezel hebben zelf ook allebei een lemma geschreven: Stitalsing over het eerste aandeel ter wereld en Gualthérie van Weezel over de dodo. ‘Dat ik het lemma schrijven over het eerste aandeel lag voor de hand, want ik ben van huis uit econoom’, vertelt Sitalsing. ‘De  Vereenigde Oostindische Compagnie was ’s werelds eerste multinational. Met de VOC begon het aandeelhouderskapitalisme. Het is een eenvoudig maar revolutionair idee, waarmee je voor de financiering van een onderneming niet langer afhankelijk was van het vermogen van koningen of kooplieden, maar krankzinnig veel geld kon ophalen bij heel veel mensen. Door het eigenaarschap in talloos veel kleine stukjes te hakken, hak je ook het risico in talloos veel kleine stukjes en kun je enorme risico’s nemen. Het verhaal over het eerste aandeel laat zien dat hebzucht, winst, expansie, geld verdienen, belangrijke drijfveren waren achter het kolonialisme. Het ging niet alleen om nieuwsgierigheid, andere culturen ontdekken. De VOC was wel een bijzondere multinational, want ze had ook nog het recht om oorlog te voeren.’

Sitalsing ziet ook lessen voor nu: ‘Aandeelhouderschap impliceert ook medeverantwoordelijkheid. De aandeelhouders van toen wisten niet wat de VOC allemaal uitspookte aan de andere kant van de wereld, maar aandeelhouders van nu weten dat wel, bijvoorbeeld wanneer ze een aandeel van Shell kopen.’

‘Zeelieden hebben naar hartenlust dieren doodgeknuppeld’

Het skelet van de dodo, dat zich in museum Naturalis bevindt, staat in het verhaal van Gualthérie van Weezel symbool voor de ongerepte ecosystemen die er waren maar die inmiddels niet meer zo ongerept zijn. ‘Er zijn veel dieren uitgestorven, de dodo is wel het beroemdste voorbeeld. Ik las voor mijn artikel oude scheepsjournalen, waarin de dodo’s werden beschreven. Ik kreeg er een dubbel gevoel bij. De Nederlandse kolonisten waren avontuurlijk, het was spannend om te lezen. En dankzij de wetenschappers die op dit soort reizen meegingen is de kennis over soorten en evolutie ontstaan. Maar de zeelieden waren ook heel wreed, hebben naar hartenlust dieren doodgeknuppeld en hele ecosystemen verwoest door ratten, varkens en andere exotische soorten te introduceren. De curieuze skeletten van uitgestorven dieren zijn daar de tragische resten van.’

Sitalsing en Gualthérie van Weezel vinden dat westerse landen gestolen erfgoed moeten teruggeven aan de landen waarvan deze museumstukken gestolen zijn. Sitalsing: ‘Het kan dat een regering zegt: laat maar daar, want hier kunnen we er niet voor zorgen. Maar dat is aan de ontvanger. Het is niet aan Nederland om te zeggen dat het geen stukken teruggeeft omdat de eigenaar daar niet voor kan zorgen. Dat is nou net het paternalisme waar we vanaf hoopten te zijn. Overigens heeft een commissie daar net een dik advies over gegeven, en is de regering dat aan het opvolgen. Er gaan nu dingen terug, zoals het kanon van Kandy (gestolen van Sri Lanka), dat ook in ons boek staat.’

Gualthérie van Weezel is het daarmee eens: ‘Het is een beetje alsof iemand je fiets steelt en die niet wil teruggeven, met het argument dat hij zuiniger is op je fiets dan jij. Dat kan echt niet.’ Toch blijven er zich dilemma’s voordoen. ‘Geef je het Krimgoud terug aan Rusland, dat nu over de Krim heerst, of aan Oekraïne? En moet je kunstschatten wel geven aan een regering die deze verpatst? En wat als de regering kunstschatten niet terug wil, maar de lokale bevolking van een gebied wel?’

De belangrijkste vraag van dit boek is hoe je het koloniale verleden van Nederland vangt, zegt Gualthérie van Weezel. ‘Dit boek is een aanvulling op het huidige geschiedbeeld. We proberen iets toe te voegen aan de verhalen. Het perspectief te veranderen. Vroeger was het koloniale verleden het verhaal van witte Nederlanders, maar dat perspectief kan niet meer. Het koloniale verleden moet het verleden van ons allemaal worden, meerdere perspectieven recht doen.’

Maar hoe zit het dan met Turkse en Marokkaanse Nederlanders? Hun landen van herkomst zijn niet door Nederland gekoloniseerd. ‘Dat is inderdaad een ander verhaal’, zegt Sitalsing. Turkije, toen nog het Ottomaanse Rijk geheten, was zelf een koloniserend rijk dat regeerde over vele andere volkeren, aldus de journaliste. ‘Maar Nederland is wel het land waar ze nu wonen’, zegt Gualthérie van Weezel. ‘Ook voor hen is de koloniale geschiedenis relevant. Bovendien, tijdens de Conferentie van Berlijn in 1884, werd Afrika verdeeld door de Europese machten. Waaronder dus Marokko. En mede vanwege de onhandige grenzen die toen werden getrokken en nu nog steeds bestaan hebben we de vluchtelingencrisis.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -