‘Wij weten alles over Nederland, maar Nederlanders weten niet genoeg over Suriname’

Mercita Coronel
Mercita Coronel
Journalist gespecialiseerd in culturele diversiteit.

Lees meer

Vanaf vandaag is De Grote Suriname Tentoonstelling te zien in De Nieuwe Kerk in Amsterdam. Het vertelt een meerstemmig epos van een land vol bewoners met verschillende achtergronden die hier samenkwamen. Ruim 350 musea, archieven en particulieren uit Nederland en Suriname hebben samengewerkt om een expositie te verzorgen die de gehele cultuurgeschiedenis van Suriname bestrijkt.

Eeuwenlang was Suriname een Nederlandse kolonie. Maar hoe goed kennen wij Suriname eigenlijk? Suriname is meer dan het slavernijverleden en roti, om maar twee uitersten te noemen. In 2020 herdenkt Suriname dat het land 45 jaar onafhankelijk is. Reden voor De Nieuwe Kerk in Amsterdam om met een tentoonstelling stil te staan bij een land dat tegelijk veraf en dichtbij ons staat. Maar is deze Grote Suriname Tentoonstelling niet vragen om moeilijkheden?

‘De Sociëteit van Suriname’

Het was de Zeeuw Abraham Crijnssen die Suriname in 1667 in Nederlandse handen bracht. In dat jaar veroverde Crijnssen het gebied op de Engelsen. Suriname werd vervolgens voor 260.000 gulden aan de West-Indische Compagnie (WIC) verkocht. Maar de zakken van de WIC waren toch niet diep genoeg, waarop de compagnie zich voor medefinanciering wendde tot de stad Amsterdam en kolonel Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck. Er zouden meer dan zeshonderd plantages ontstaan in Suriname, waarin ook ‘gewone’ Nederlanders zich konden inkopen zoals de heer Braamcamp, valt te lezen in documenten op de tentoonstelling. Hij nam een aandeel in een koffieplantage die op 285.000 gulden werd getaxeerd. Een document toont dat de heer Braamcamp twee keer per jaar duizend gulden ontving op deze investering.

Gedrieën deelden ze als aandeelhouders van wat kwam te heten ‘de Sociëteit van Suriname’ de kosten en opbrengsten van het ‘wingewest’ Suriname. En Van Aerssen van Sommelsdijck werd de eerste gouverneur van Suriname. Pas in 2015 werd overigens het beeldmerk van de Sociëteit op het presidentieel paleis in Suriname vervangen door het wapen van de Republiek Suriname.

De invloed van Nederland op de sociaal-economische en culturele ontwikkeling van Suriname was groot. De dorst naar goedkope arbeidskrachten bracht Nederland er bijvoorbeeld toe om respectievelijk Afrikaanse slaven, Chinese, Brits-Indische, Javaanse en Indiase contractarbeiders naar Suriname te transporteren. Dit zou uiteindelijk leiden tot een bruisende multiculturele samenleving en een evenzo woelige geschiedenis, zeker in relatie tot Nederland.

Op de Grote Suriname Tentoonstelling wordt deze pluriforme cultuurgeschiedenis verteld aan de hand van ruim driehonderd unieke stukken: van de speren van de eerste inheemse inwoners van Suriname tot het gouden en zilveren servieswaar dat Suriname de Oranjes schonk, van de boeken waarin de Nederlanders de straffen voor weggelopen slaven netjes hadden opgeschreven – bijvoorbeeld dertig zweepslagen en drie maanden dwangarbeid aan een ligte boei– tot de groene jurk die prinses Beatrix droeg tijdens de onafhankelijkheidsceremonie en van het topstuk van de tentoonstelling, een precolombiaans stenen masker, die werd uitgeleend door het Surinaams Museum, tot de audiofilmpjes die aan de hand van persoonlijke verhalen de grote verscheidenheid binnen de Surinaamse bevolking laat zien, die zich desondanks wan pipel, één volk, voelt.

‘We hebben een beetje kramp in onze buik om over de koloniale geschiedenis te praten’


De ervaring van de onderdrukten

De Surinaamse geschiedenis is nauw verbonden met die van Nederland. De manier waarop deze Nederlandse koloniale geschiedenis wordt verteld is de laatste tijd voer voor discussie. De geschiedenis wordt immers veelal door de overwinnaars geschreven. Dit leidde in 2015 mede tot de oprichting van The Black Archives. De initiatiefnemers wilden vanuit het zwarte perspectief de koloniale geschiedenis bezien. Tijdens de persbijeenkomst nuanceerde Rita Tjien-Fooh, directeur van het Nationaal Archief Suriname, in dat verband de uitkomst van deze ‘gedeelde geschiedenis’, zoals De Nieuwe Kerk het ziet.

‘De ervaring van de onderdrukten in Suriname is anders dan aan deze kant van de oceaan. Het is goed dat De Nieuwe Kerk gedurfd heeft om de discussie hierover op gang te brengen. De perspectieven zijn belangrijk. Het is moeilijk om als museum het Surinaamse perspectief tentoon te stellen. Ik was eerlijk gezegd heel benieuwd, maar er is een poging gewaagd.’  Later licht Tjien-Fooh haar uitspraken toe: ‘Er is gekozen voor een cultuur-historisch concept, maar Suriname deelt ook een politiek verleden met Nederland. Daar is weinig aandacht voor in de tentoonstelling. Mogelijk ligt dat nog te gevoelig.’

Wayne Modest van het Tropenmuseum, dat met honderd objecten de grootste bijdrage leverde aan de Grote Suriname Tentoonstelling, benadrukt dat er nooit eerder zo veel aandacht is geweest voor het Caribisch gebied. ‘We hebben een beetje kramp in onze buik om over de koloniale geschiedenis te praten.’

In dit proces, waarin met verschillende referentiekaders naar de Nederlandse geschiedenis wordt gekeken, is het dus een heikele onderneming om als ‘witte organisatie’, die De Nieuwe Kerk is, een tentoonstelling te maken over het land Suriname. Dit beseft ook Marlies Kleiterp, hoofdconservator van De Nieuwe Kerk.

Ze vertelt dat Surinamers nauw bij het project betrokken zijn. ‘Het moest een echte samenwerking zijn, en geen presentatie waarin wit vertelt over zwart’, vertelde ze aan NRC. In totaal hebben 350 ‘co-creatoren’ van Surinaamse afkomst meegewerkt aan de tentoonstelling, vertelt Cathelijne Broers, directeur van De Nieuwe Kerk. ‘We hebben nog nooit met zoveel mensen en instellingen gewerkt aan een verhaal. Het was niet altijd makkelijk, maar wel leerzaam. Het is een tentoonstelling geworden die net zo veelzijdig als het land zelf. Het is een meerstemmige biografie.’

Zwarte bladzijden

Historicus Leo Balai was een van de vele adviseurs. Hij was betrokken bij het onderdeel slavernij en sprak de audiotour in. ‘In mijn bijdrage vond ik het vooral van belang dat het verhaal over de manier van het vervoer van de Afrikaanse gevangenen verteld werd. Dat was onvoorstelbaar mensonterend en wreed!’

Christine Henar, directeur van het Koto Museum, is de afgelopen week bezig geweest met de inrichting van het deel van de tentoonstelling waarin koto’s worden tentoongesteld: de traditionele kleurrijke kledinggewaden van Creoolse vrouwen in Suriname. ‘Wij weten alles over Nederland omdat wij dat op school kregen, maar Nederlanders weten niet genoeg over Suriname.’

De uiteenlopende objecten en documenten in de tentoonstelling zijn afkomstig uit diverse Surinaamse en Nederlandse musea en archieven. Een belangrijk archief is dat van de Evangelische Broedergemeenschap uit Zeist. De zendelingen waren vanaf de late achttiende eeuw actief in de binnenlanden van Suriname. De broedergemeenschap had nog een archief met onbekende informatie over de cultuur van de Marrons, tot slaaf gemaakten die waren ontsnapt en gevlucht naar de binnenlanden van Suriname.

De archeologische vondsten, historische foto’s en documenten worden afgewisseld met audiofragmenten en audiovisuals waarin persoonlijke verhalen worden verteld.
De zwarte bladzijdes uit de recente geschiedenis van Suriname blijven evenmin onvermeld, zij het beknopt en in kunstwerken. Zo maakte Iris Kensmil een collage over de Decembermoorden in 1982, waarbij vijftien tegenstanders van Bouterse werden vermoord. In vijftien ansichtkaarten wordt de precieze doodsoorzaak van de vijftien slachtoffers beschreven.

Indrukwekkend is ook het werk van Marcel Pinas over de Binnenlandse Oorlog (1986-1992) waarbij Ronnie Brunswijk en zijn jungle-commando het opnamen tegen Desi Bouterse. Op 29 november 1986 vond een bloedbad plaats in het Marron-dorp Moiwana waarbij 38 burgers de dood vonden. Pinas maakte een lange eettafel met 38 stoelen, bekleed met bedrukte doeken in de stijl van de Marrons, en 38 eetborden. Daarop is het verloop van dit bloedbad in tekst en beeld verteld.

‘We hebben nog nooit met zoveel mensen en instellingen gewerkt aan een verhaal’

Grote randprogrammering

Voor kinderen is er de Speurtocht Wan Pipel, om op die manier spelenderwijs wat te leren over Suriname. De tentoonstelling gaat verder gepaard met een grote randprogrammering. Zo komt de Stichting Julius Leeft! met acht theaterproducties, die geregisseerd zijn door voormalig PvdA-Kamerlid John Leerdam. The Black Archives werkt met De Nieuwe Kerk samen aan een tentoonstelling over Surinamers in Nederland.

In de lange, vaak moeizame geschiedenis die Suriname deelt met Nederland is deze intentie tot samenwerking een lichtpunt. Maar of dit tot een geslaagde tentoonstelling heeft geleid hangt niet alleen af van de bezoekersaantallen en het commentaar van de ‘witte’ mainstream media, maar ook van het commentaar van de Surinaamse radiostations en van wat er in Amsterdam Zuidoost aan elkaar wordt doorverteld, oftewel demofokoranti – het geruchtencircuit.

- Advertentie -

2 REACTIES

  1. In 1975 werd Suriname zelfstandig. Waarom zou Nederland meer moeten weten over één land in het bijzonder ? Waarom niet Indonesië, Zuid-Afrika of de VS ? Of één van de – andere – 191 landen ? Omdat Suriname van ca. 1700 tot 1975 een band had met Nederland ? Ik denk dat Suriname weer eens geld nodig heeft.. ..wat dat betreft is een ex- kolonie net een slecht opgevoed kind. Het liefst aan een geld-infuus van de ouders..

  2. Hahaha, Dan, je bent een koekenbakker en een neppe praatjesmaker. Suriname heeft geen ene shit van Nederland nodig, ondanks dat jullie ons eeuwenlang hebben uitgebuit en leeggeroofd. Zonder het aluminium uit Suriname, maar liefst 80 % waarvan de Amerikanen gevechtsvliegtuigen en bommenwerpers konden maken, waren jullie hier in Europa, en helemaal hier in Nederland, een paar hongerwinters later, allemaal gecrepeerd. Meelijwekkend belachelijk figuur.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here