Vergeet niet, Assad is topslager nummer één

Foto: Reuters

In mijn commentaren voor diverse media op de situatie in Syrië na het uitbreken van de opstand en de erop volgende verwoestende strijd, debiteerde ik menigmaal de mening dat het Westen zich afzijdig moest houden. Ik verwees daarbij naar de ingreep van het Westen in het Irak van Saddam Hoessein. De dictator werd verdreven, zeker, maar van het secundaire doel, het opzetten van een goed functionerende democratie, is het niet gekomen. Het voorbeeld van Libië sprak ook boekdelen. Natuurlijk, we grepen in met luchtaanvallen om de strijd te doen kantelen in het voordeel van de opstandelingen en met succes, want dictator Moammar al-Kaddafi werd gedood en daarmee verdween zijn dictatuur. Maar de moord op Kaddafi was wreed en bruut en na zijn dood verviel het land in een even wrede en brute chaos. En iets verder terug in de geschiedenis is daar het geval van Afghanistan. Waar het de Sovjet-Russen niet gelukt was het land hun wil op te leggen, zo is het Westen dat ook niet gelukt. De Taliban zijn vitaler dan ooit en bomaanslagen zijn aan de orde van de dag op de meest cruciale plekken van het land, ook in de hoofdstad Kaboel.

Ik was de mening van uiterste terughoudendheid toegedaan, omdat ik vond (en vind) dat het Westen haar ideologische opvattingen van wat goed bestuur is, democratie, nooit kan opleggen aan een ander land. Dat moet uit dat andere land zelf komen. Het werkt vaak contra-productief om de ander je wil op te leggen, de geschiedenis heeft dat meer dan bewezen. Streeft een land zelf daadwerkelijk democratie na, dan is de slagingskans veel groter. Een mooi voorbeeld is Tunesië. Het zijn de diverse politieke stromingen, van islamitisch tot links georiënteerd, die aan de Tunesische democratie werken. Dat gaat gepaard met gedoe en geruzie, precies zoals dat hoort in een democratie.

Waar ik indertijd misschien te weinig rekening mee hield is dat als bepaalde grootmachten zich uit de wereldarena terugtrekken, anderen op het vinkentouw zitten om hun slag te slaan. De wereldpolitiek is meer dan een onschuldig spelletje Monopoly of Risk. Het gaat om ideologie, invloed, macht en geldelijk gewin. Zo zien we dus dat de Russen meer dan ooit op de voorgrond zijn getreden om hun stempel op het wereldtoneel te zetten.

Het meest sprekende voorbeeld uit het Midden-Oosten is uiteraard Syrië. De Amerikanen met in hun kielzog de Europeanen staarden zich blind op het wrede en meedogenloze kalifaat dat ook nog eens bloedige en spectaculaire aanslagen pleegde in westerse steden. Willens en wetens vergat het Westen zo dat het regime van Bashar al-Assad topslager nummer één en de meest gehate vijand van veel Syriërs is. De Russen hadden al snel door dat het Westen zich vooral bekommerde om IS en steunden de dictator die ook nog eens ruim en breed geholpen werd door Iran en de Libanese Hezbollah. Inmiddels zou naar verluidt alweer bijna negentig procent van het Syrische grondgebied in handen zijn van Assad en dus binnen de Russisch-Iraanse invloedssfeer vallen. Dat dat slecht nieuws is voor de toekomst van Syrië als democratie moge duidelijk zijn.

De afrekening die nu in Afrin plaatsvindt met het verdrijven van de Koerden aldaar zal gevolgd worden door de slag om Idlib, waar de laatste resten van de Syrische ‘oppositie’ zit, die inmiddels zeer geïslamiseerd is. En dan is het wachten of de laatste slag tussen het regime en de Koerden in het noorden nog gaat plaatsvinden. De Verenigde Staten steunen de Koerden, maar durven de Amerikanen straks ook de confrontatie aan met Turkije, dat een krachtige Koerdische zuiderbuur totaal niet ziet zitten? Ik betwijfel het. Het Westen heeft zijn politieke doelen behaald: IS is grotendeels van de kaart geveegd en dat straks Assad het hele land weer onder controle heeft met een grotere invloed van Rusland en Iran dan ooit, moet dan maar voor lief genomen worden.

Valt het Westen dit allemaal aan te rekenen? Het is te simpel om te stellen dat dat het geval is. Het Westen maakte begrijpelijke politieke afwegingen en als grootmacht doe je het feitelijk toch nooit goed. Maar zuur is het wel, en dan druk ik me nog zacht uit, voor de Syrische bevolking. En voor mijzelf geldt dat ik mijn naïviteit als commentator, zo ik die al niet had verloren, nu toch definitief ben kwijtgeraakt.

DELEN
Jan Jaap de Ruiter
Arabist aan de Tilburg University.