In Nieuwe Pioniers spreekt de Kanttekening migranten met een eigen onderneming. Deze keer de in Suriname geboren Clarita Moore (51), eigenaar van een kinderdagverblijf in Almere-Buiten.
Bij binnenkomst van Kinderdagverblijf One Family krijgt de bezoeker van Clarita plastic slofjes voor over de schoenen aangereikt. De geur van Surinaamse kruiden doet niet vermoeden dat je een Nederlands kinderdagverblijf betreedt. De eigenaresse laat de gezellige ruimtes zien waar, verdeeld over kleine groepjes, onder toeziend oog van leidsters tientallen dreumesen aan een maaltijd zitten. Kip met rijst. Verschillende kinderen klampen zich aan ‘Tante’ vast als ze Clarita spotten.
Clarita werd geboren in Paramaribo en kwam op vierjarige leeftijd met haar ouders naar Nederland. Maar ziet ze zichzelf eigenlijk als migrant-ondernemer? Op die vraag hoeft ze niet lang na te denken. ‘Ik ben nu eenmaal migrant, daar heb je geen keuze in.’
De economische vooruitzichten van het net onafhankelijke Suriname waren slecht en haar vader vertrok met zijn vrouw en drie kinderen naar Nederland. Naar Venray. Hij ging er werken bij voedselproducent Nestlé. ‘Eigenlijk werkte het hele dorp bij Nestlé.’
‘Wij spraken gewoon Venrays’
Voor Clarita was Venray een wereld waarin ze voortdurend op zoek was naar aansluiting. Ze was een van de weinige kinderen met een migratieachtergrond. ‘Je bent iemand met een andere huidskleur in een boerendorp waar ze erg plat praten.’ Zelf sprak ze al snel hetzelfde dialect. ‘Wij spraken gewoon Venrays.’
Toch voelde ze zich er nooit helemaal thuis. De cultuur was anders dan die van haar ouders. Nederlandse vriendinnetjes verdwenen stipt om vijf uur naar huis voor het avondeten. In haar eigen gezin stond de deur altijd open. ‘Bij ons kon iedereen mee-eten. Andersom gebeurde dat veel minder.’
Naast de taal had ze nog iets gemeen met haar Limburgse streekgenoten: het katholieke geloof. Ze ging naar de kerk, deed haar communie en vormsel. Maar hoe ouder ze werd, hoe meer Venray begon te knellen. ‘Het was me te klein. Niet uitdagend genoeg.’
Amsterdam voelde als een bevrijding
Toen ze zeventien was, vertrok ze naar Amsterdam voor een opleiding in de zorg. De hoofdstad voelde als een bevrijding. ‘Het was één miljoen keer leuker. Bruisend. Uitdagend.’
In de zorg ontdekte ze twee dingen over zichzelf. Het eerste was dat ze graag met mensen werkte. Het tweede dat ze zich niet kon neerleggen bij routine. Na functies in de kraamzorg, ouderenzorg en het welzijnswerk bleef ze zoeken naar nieuwe uitdagingen. Achteraf ziet ze daarin al de ondernemer die ze later zou worden.
In de periode dat ze in verwachting raakte van haar tweeling werd ze activiteitenbegeleider in een buurt in Amsterdam-Zuidoost. Ze zei tegen haar man Dennis dat ze haar kinderen niet daar wilde laten opgroeien. Te druk.
‘Mag mijn zoontje ook bij u komen als ik werk?’
Eenmaal moeder en verhuisd naar Almere bracht ze de tweeling naar een kinderopvang. Dat beviel niet. ‘Ze haalden de tweeling uit elkaar. Dan zaten ze de hele dag te huilen.’ Ze stopte met werken en besloot zelf voor de tweeling te zorgen. Ze deed leuke dingen met ze. ‘Visjes kijken in de tuincentra.’ Een Antilliaanse vrouw zei tegen haar: ‘U bent leuk met uw kinderen, kunt u ook op mijn kindje passen?’ Al gauw volgde een tweede moeder. ‘Ik heb gehoord dat u op kindjes let, mag mijn zoontje ook bij u komen als ik werk?’ Nu ze twee ouders als ‘klant’ had, besloot ze er haar werk van te maken. Haar moeder – tegenwoordig werkzaam bij One Family, waar de kleintjes haar oma noemen – zag er toen niks in. ‘Dat is ondankbaar werk.’
Clarita zette door en voordat ze het wist had ze zes kinderen erbij in huis. Dat was intensief, want die ouders bleven ook hangen, aten soms mee. Een buurthuis bood uitkomst en al gauw zorgde ze voor twintig kinderen. ‘Daar had ik geen vergunning voor nodig. Dat was gewoon “oppas”.’ Een volgende stap was om er een erkende opvang van te maken. Ze schreef een plan. En in 2007 opende ze de eerste kinderopvang, waar ouders ook kinderopvangtoeslag voor konden aanvragen.

Deze vrijdag zijn er alleen donkere kindjes aanwezig. Volgens Clarita is One Family de enige kinderopvang in Almere waar zoveel donkere kinderen naartoe gaan. Ouders kiezen er heel bewust voor. Ze hebben gehoord over het Surinaamse eten dat de kinderen krijgen. ‘En we hebben wat striktere normen en waarden.’ Het zit soms in de details. ‘Een kind zal hier niet zo snel lopen met een snotneus.’ Huidverzorging is nog zoiets. ‘Ik zorg ervoor dat hun gezicht wordt behandeld met een bepaalde vaseline. We herkennen het sneller als een kind een huidziekte heeft.’ Voor de voeding koos ze bewust voor halal. ‘Dan hoeven we geen rekening te houden met andere culturen. Iedereen halal.’
‘Ik ben hun tante’
Grootste troef van One Family is dat ze staan voor familiebanden. ‘We staan voor eenheid, warmte, geborgenheid.’ De hele familie is ook bij de opvang betrokken. ‘Mijn moeder werkt hier. Mijn zus en mijn man eveneens.’ En haar eigen twee kinderen werken voor One Family. De tweeling, inmiddels 25, waar de hele opvang mee begonnen is.
Veel kinderen komen uit het buitenland en lieten familie achter. ‘Sommige kinderen hebben geen oma en mijn moeder is dan hier hun oma. En ik ben hun tante, mijn zus tante Gwen, mijn man oom Dennis voor ze.’ Kinderen met diverse achtergronden: Hindoestaans, Afrikaans, Antilliaans, maar ook een paar kinderen uit voormalige Oostbloklanden. De harde kern van One Family is hun familie. Soms ook letterlijk, zegt de eigenaresse trots. ‘Zegt er iemand: Tante, ik ga afzwemmen. Kom je kijken? Dan gaan we op een zaterdag naar het afzwemmen. Bij ons gaat de kinderopvang niet dicht. Die is altijd open.’
‘Je bent ook maatschappelijk werkster’
Ze ervaart dat veel kinderen met een migratieachtergrond het soms moeilijk hebben. ‘Ze gaan niet op vakantie, want ouders hebben weinig geld.’ Het is Clarita’s streven daar een beetje balans in te brengen door extra dingen aan te bieden. ‘We gaan dan bijvoorbeeld naar de Efteling.’ Ouders vragen soms of ze daar subsidie voor krijgt. Nee, gewoon een kwestie van prioriteiten stellen binnen het budget. En de ouders vragen aandacht. ‘Sommige mensen zijn vluchtelingen, die weten helemaal niks van Nederland en die komen dan met vragen naar mij toe. Je bent ook maatschappelijk werkster.’
Toeslagenaffaire
De toeslagenaffaire betekende voor Clarita veel meer dan een financiële tegenvaller. Driekwart van de ouders van haar kinderopvang heeft een migratieachtergrond en een groot deel van hen kwam terecht in onderzoeken van de Belastingdienst. Kinderopvangtoeslagen werden stopgezet, teruggevorderd of jarenlang vastgehouden. Voor veel gezinnen betekende dat financiële problemen. Voor de kinderopvang betekende het dat rekeningen onbetaald bleven.
‘Wij wisten toen niet dat er een toeslagenaffaire was. We zagen alleen dat ouders niet meer betaalden.’
Zoals gebruikelijk werden openstaande rekeningen doorgestuurd naar deurwaarders. Pas jaren later werd duidelijk dat veel van die ouders zelf slachtoffer waren van de overheid. Tegen die tijd was de schade al aangericht. In 2013 ging het bedrijf failliet.
Ze maakte een doorstart door de kinderopvang op naam van haar moeder voort te zetten, terwijl zij zelf de dagelijkse leiding behield. Maar de gevolgen bleven nog lang voelbaar. Het meest pijn doet haar achteraf misschien wel dat ze jarenlang de verkeerde mensen verantwoordelijk hield. ‘Van 2013 tot 2020 heb ik gedacht dat ouders mij niet wilden betalen. Dat ze er met het geld vandoor waren gegaan. Pas veel later ontdekte ik dat zij net zo goed slachtoffer waren als wij.’

De affaire kostte haar niet alleen een bedrijf, maar gaf ook een deuk in haar vertrouwen in mensen. ‘Je komt weer terug bij de basis. Je denkt alleen nog aan je gezin en hoe je verder moet. Het heeft jaren geduurd voordat ik weer ruimte voelde om vooruit te kijken.’ En het zorgde ervoor dat ze minder wil ondernemen. ‘Ik hoef niet specifiek te groeien. Dat is waar mijn fout lag. We hadden toen vier locaties, nu gewoon één. Laat mij maar doen wat mooi is, wat me gelukkig maakt, in plaats van dat ik me concentreer op groei.’
Tien uur ’s avonds
Werk en privé lopen bij Clarita door elkaar heen. Ouders bellen haar om tien uur ’s avonds als hun kind niet kan slapen en dan krijgt ze het kind aan de lijn. Ze zet een tedere stem op. ‘Dit is je tante, je moet nu echt gaan slapen, want morgen moet jij naar school.’ Gedreven vertelt ze wat kinderen aan haar voorleggen. ‘Tante, mijn moeder ging mij slaan.’ Clarita roept dan de moeder op het matje. Met een strenge stem speelt ze de scène na. ‘Dit is de laatste keer dat jij haar hebt geklapt. Zeg sorry tegen je kind!’ En weer met tedere stem: ‘En volgende keer als mama je slaat, kom je weer naar mij.’
‘Tante, mijn moeder ging mij slaan’
Ze heeft onder haar klanten ook ouders die een eigen bedrijf willen beginnen. Clarita geeft altijd advies. Algemeen: doe onderzoek naar hoe de markt in elkaar zit. En ze waarschuwt uit ervaring ondernemers met een migratieachtergrond dat ze spaarzame kansen moeten benutten. Reken op tegenwerking. ‘Er zijn zoveel mensen die je vanwege je huidskleur niets gunnen.’ Meer kleur in een stad als Almere heeft volgens haar het pad voor de migrant als ondernemer niet begaanbaarder gemaakt. ‘Ik denk dat er helemaal niks veranderd is. Wij worden zwaarder onder de loep genomen dan een witte kinderopvang.’
Haar tweeling is inmiddels 25. Misschien nemen ze One Family ooit over. Volgens Clarita gaan haar dochters anders om met hun achtergrond dan zijzelf. ‘Ze zoeken juist verbinding met waar ze vandaan komen. Ze zijn trots op waar ze vandaan komen.’
Zelf groeide ze op in Venray, waar ze vooral probeerde op te gaan in haar omgeving. ‘Ik moest Venrays zijn. Ik moest blenden, ik moest me mengen.’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

