Bosnië-Herzegovina, een ingewikkelde situatie

Foto: SARA-MAY LEEFLANG
Vijfentwintig jaar na de bloedige burgeroorlog dromen Bosniërs over een betere toekomst, het liefst in EU-verband.

De lente is begonnen in de Bosnische hoofdstad Sarajevo. Overal in de stad lopen gezinnen op straat, drinken mensen koffie in de vele barretjes en de sfeer is gemoedelijk. Het is bijna niet voor te stellen dat hier bijna vijfentwintig jaar geleden nog een hevige oorlog plaatsvond. Sarajevo was ooit het symbool van de multiculturele samenleving, waar orthodoxe christenen, katholieken, moslims en joden in vrede met elkaar samenleefden. Maar door de oorlog is er veel veranderd. Sarajevo is de geschiedenisboeken ingegaan als de stad die het langst belegerd is in de moderne oorlogsgeschiedenis.

De nationalistische oorlogen die in voormalig Joegoslavië uitbraken lieten de westelijke Balkan verdeeld achter. Ofschoon geschiedenis een belangrijke rol speelt in de regio is er ook een groot deel van de inwoners in Bosnië dat zich richt op de toekomst. Het opdelen van het land langs religieuze en nationalistische lijnen heeft gezorgd voor bijna onbestuurbare politieke systemen. Sinds 2008 wordt het land gezien als een potentiële EU-kandidaat. De Europese commissie blijft benadrukken dat het land met veel sociaaleconomische problemen kampt, zoals het opzetten van goed functionerende staatsinstituties, het hervormen van de economie en justitie en de strijd tegen corruptie. Deze zaken moeten eerst worden opgelost voordat echt serieus gekeken kan worden naar een volwaardig EU-lidmaatschap. De Balkanstaten maken de meeste kans om lidstaten van de EU, maar hoe reëel is die kans volgens de inwoners van Bosnië?

Haris (24), een student economie uit Sarajevo, is niet zo zeker van een snelle toetreding. ‘De EU is op het moment onstabiel, kijk naar de brexit en Griekenland. Ik denk daarom dat de EU een arme staat als Bosnië in de nabije toekomst niet zal toelaten. Bovendien heeft iedereen hier een nationalistische en religieuze politieke voorkeur. Daarnaast zijn er veel Serviërs die bij Servië willen horen. Daardoor zie ik een toelating tot de EU niet snel gebeuren. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de corruptie, de hoge werkloosheid en ga zo maar door.’ Haris zou wel graag willen dat Bosnië EU-lid wordt. ‘Dan zou ik in het buitenland kunnen werken.’

Bahira Bosniak (25) uit Mostar studeert medicijnen en woont samen met haar vriendin Andrea (31), een Bosnische Kroaat. Ze zijn allebei sceptisch over toetreding tot de EU. Op sarcastische toon zegt Bahira: ‘Het gaat nog duizend jaar duren voordat wij uiteindelijk EU-lid zijn. Welk land heeft nou drie presidenten? Ze kunnen het nergens met elkaar over eens worden, een besluit duurt eeuwen. Daardoor hebben we ook meerdere grootschalige protestdemonstraties gehad. Er was bijvoorbeeld een crisis rondom nieuwgeboren baby’s die geen identiteitspapieren kregen omdat de politiek op slot zat, ze konden om die reden niet worden opgenomen in een ziekenhuis.’

Andrea heeft in tegenstelling tot Bosniakken en Bosnische Serven wel een EU-paspoort. ‘Ik ben tijdens de oorlog gevlucht naar Italië. Daar groeide ik op in een klein dorpje, net boven Milaan. Met klein bedoel ik echt klein, er stonden maar vijf huizen.’ Ze wilde, toen ze begin twintig was, het liefst settelen in Londen. Maar het werd haar onmogelijk gemaakt. ‘Ik moest zoveel papierwerk regelen, dat ik het heb opgegeven.’ Uiteindelijk is ze zes jaar geleden terug gegaan naar Mostar, de plek waar haar familie vandaan komt. ‘Eerst was het moeilijk om hier te wennen en een leven op te bouwen.’ Nog steeds worstelt Andrea. Ze werkt bij een bedrijf dat gokken op sportwedstrijden verkoopt. In haar vrije tijd runt ze een opvang voor straathonden. Haar huisgenoot Bahira wilt het liefst dierenarts worden, maar dat lijkt een onmogelijke opgave: ‘Je verdient heel weinig en er zijn ook heel weinig mogelijkheden hier, er is niet zoveel apparatuur beschikbaar.’ Bahira zou het liefst in West-Europa werken. Zonder visum is dat onmogelijk. De politiek is volgens Andrea en Bahira een zooitje. ‘Ze kunnen niets voor elkaar krijgen. Alles wordt maar half gedaan in dit land. De ene dag is er geld voor een nieuwe snelweg tussen Sarajevo en Belgrado, maar na tweehonderd kilometer stoppen ze gewoon met bouwen. Zo gaat het met alles hier’, aldus Bahira.

Foto: SARA-MAY LEEFLANG

Ivana Dzadic (31) is werkzaam als juridisch adviseur in het regionale kantoor van de ombudsman in de hoofdstad van de landstreek Herzegovina Mostar. Volgens haar is de politiek een probleem, maar ze wil graag benadrukken dat burgers onderling niet veel problemen met elkaar hebben. Al geeft ze wel toe dat bijvoorbeeld Bosnische Kroaten en Bosnische moslims in Mostar sinds de oorlog voornamelijk een gescheiden leven leiden. ‘In Sarajevo leven de verschillende etniciteiten meer met elkaar, maar hier is het minder, dat komt toch door de oorlog.’ In Mostar hebben hevige gevechten tussen de twee groepen plaatsgevonden. Toch groeit het toerisme in het idyllisch ogende historische stadje enorm de laatste jaren. Met als meest populaire attractie de indrukwekkende brug, die uit de Ottomaanse periode stamt en op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat.

Volgens Ivana werkt het regionale kantoor veel samen met de VN en in mindere mate met de EU. ‘We vullen enquêtes van de EU in, omdat Bosnië in het proces zit om lid te worden.’ Er zijn volgens Ivana nog veel problemen, die ze eerst moeten tackelen. ‘Het Europese gerechtshof geeft ons aanbevelingen, bijvoorbeeld dat in het parlement elke groep vertegenwoordigd moet worden. Dat is echter niet het geval, zo worden de Roma’s nog steeds niet vertegenwoordigd. Armoede is eveneens een groot probleem hier, vanwege de werkloosheid. Er zijn geen economische mogelijkheden.’ Volgens Ivana zijn er goede wetten, maar is de handhaving ervan een probleem, omdat er in korte tijd zoveel verschillende wetten bij zijn gekomen. Zij krijgt vooral veel klachten binnen over discriminatie. Dat is volgens Ivana niet per se discriminatie tussen Bosniakken en Bosnische Kroaten en Serven, het gebeurt ook vaak binnen dezelfde groep.

Volgens Geert Luteijn (30), een historicus uit Delft die zich gespecialiseerd heeft in de geschiedenis van de Balkan, liggen de problemen in Bosnië voornamelijk bij de interne verdeeldheid van de drie nationaliteiten. ‘De aspiratie van het Servische gedeelte (Republika Srpska, RS) om zich af te scheiden is een probleem. De RS heeft de ambitie om zich bij Servië aan te sluiten, maar Servië zelf wil dat niet. Maar ik denk dat je politiek leider Milorad Dodik van de RS wel serieus moet nemen in die aspiraties. Zolang dat het geval is is het vrijwel onmogelijk om vooruitgang te boeken, hoewel die er soms wel is als er iets concreets wordt aangeboden door de EU. Maar ik las laatst dat het studentenuitwisselingsprogramma Erasmus wordt geblokkeerd door Servische politici, terwijl Serviërs hier zelf ook baat bij zouden kunnen hebben. De politiek is dus heel destructief. Er wordt een nationalistische politiek gevoerd, waarbij men niet verder kijkt dan de belangen van de eigen groep. Mensen zien wel dat die politici niets klaarspelen, maar er is helaas geen alternatief.’

Foto: SARA-MAY LEEFLANG

Invloed Turkije

Bosnië heeft een nauwe maar moeilijke relatie met de EU als gevolg van het laatste conflict. ‘Eén van de angsten van Europa is de invloed van Turkije op de Balkan, en dan voornamelijk in Bosnië’, stelt Luteijn. Die angst is overdreven. ‘Natuurlijk kijkt Bosnië naar de EU als een belangrijkste partner, dat zal men blijven doen. De snelweg die Bosnië zou gaan aanleggen tussen Sarajevo en Belgrado is gefinancierd met Turks geld. Maar nu het daar slechter gaat kijken de Bosniërs ook naar de EU. Dat geldt trouwens voor de hele regio. Bosnië heeft voornamelijk een ideologische relatie met Turkije, die economisch gezien weinig voeten in de aarde heeft. Rusland is een leverancier van gas, maar alleen gas is niet genoeg om je economie op te bouwen. Economisch gezien heeft Bosnië een groot probleem, want er zijn geen grote steden in het land en bovendien trekken veel mensen weg. Er is geen toekomstperspectief. Van alle republieken van voormalige Joegoslavië was Bosnië misschien nog wel het meest gebaat bij het land van Tito, omdat Bosnië daar onderdeel was van het groter geheel. Nu hebben de Bosniërs veel minder te zeggen over wat er aan investeringen binnenkomt. Door die verdeeldheid wordt er minder in het land geïnvesteerd dan normaal. Er moet daarom een hervorming komen in de politiek. De kantons (bestuurlijke eenheden in Bosnië, red.) en het Verdrag van Dayton (het vredesverdrag dat een einde maakte aan de Bosnische oorlog, red.) moeten op de schop. Daar lijkt iedereen het wel over eens te zijn, maar de vraag is hoe je dat voor elkaar krijgt. De politici hebben er belang bij dat alles bij het oude blijft.’

Volgens Haris is het logisch dat er Turkse invloed is in Bosnië. ‘De Ottomanen hebben hier eeuwen geheerst. Wat verwacht je van ons, dat we Frans zijn? Natuurlijk hebben we bepaalde gebruiken gemeen. We delen een geschiedenis.’ Volgens Haris zijn er ook Turkse culturele instituties zoals het Yunus Emre-instituut. ‘Zij geven Turkse taallessen en vieren Turkse feestdagen, maar echt veel mensen komen daar niet op af.’

DELEN
Sara-May Leeflang
Journalist en verslaggever die Azië heeft rondgereisd en in verschillende landen artikelen heeft geschreven voor de Kanttekening, waaronder India, Sri Lanka, Thailand, Nepal en Birma. Momenteel in Italië.